THEORIEBOEK NIVEAU 3
Geestelijke gezondheidszorg
Deze uitgave Geestelijke gezondheidszorg maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Verzorgende IG. P3-K1-W1 Communiceert met zorgvragers gericht op maatschappelijke participatie P3-K1-W2 Begeleidt een groep zorgvragers en naastbetrokkenen
verzorgende ig
De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv
Geestelijke gezondheidszorg THEORIEBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken.
Auteur: A. Engeltjes Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
9 789006 910285
TB_GGZ_N3_190x270mm.indd All Pages
17/11/17 08:55
Geestelijke gezondheidszorg NIVEAU 3
THEORIEBOEK
NIVEAU 3
Geestelijke gezondheidszorg A. ENGELTJES
Onder redactie van: C.A. ABRAHAMSE M.H.A.J. GLOUDEMANS
verzorgende ig
Colofon Auteur A. Engeltjes Met tekstbijdragen van Rubus Opleidingspartners
Redactie C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans Met deskundige bijdrage van A. de Bekker
Vormgeving binnenwerk en omslag Studio Fraaj, Rotterdam
Fotografie omslag Peter Bak, Rotterdam
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht www.thiememeulenhoff.nl doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren90 vernieuwen. ISBN 978 06 91028 5
Tweede druk, eerste oplage, 2017
Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen:
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 033 448 37 00 ISBN 9789006910285
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of
openbaar gemaakt, in enige Tweede druk, eerste oplage, 2017vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017
Voorrechten zover voorbehouden. het maken van kopieën uituitgave deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23gemaakt, augustus Alle Niets uit deze mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar in enige 1985,ofStbl. 471 en artikel Auteurswet 1912, dient de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatievorm op enige wijze, hetzij17 elektronisch, mechanisch, doormen fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 meer informatie overmen het de gebruik vanwettelijk muziek, film en het vergoedingen maken van kopieën in aan het Stichting onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Auteurswet 1912, dient daarvoor verschuldigde te voldoen Publicatieen Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) men zich tot de uitgever wenden. Voor meer informatie over het van bepalingen. muziek, film enDegenen het makendie vandesondanks kopieën in hetmenen onderwijs zie www. De uitgeverdient heeft ernaar gestreefd de te auteursrechten te regelen volgens degebruik wettelijke zekere auteursrechtenonderwijs.nl.
rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Dezevoor uitgave vollediggebruikte CO2-neutraal geproduceerd. Het dezeisuitgave papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. ® verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. Dit de bosbouw voor het is gebruikte een Het betekent voor dezedat uitgave gebruikte papier voorzienpapier van hetop FSC -keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Ten geleide
De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor verpleging en verzorging aangepast aan de ontwikkelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitgewerkt in nieuwe kwalificatiedossiers. De verzorgende IG werkt in verschillende branches van de verpleging en verzorging: de verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg, de gehandicaptenzorg, de geestelijke gezondheidszorg en de kraamzorg. De doelgroep waaraan de verzorgende IG ondersteuning en zorg verleent is zeer divers. De doelgroep bestaat onder andere uit: oudere zorgvragers met beperkte zelfzorg, waaronder psychogeriatrische zorgvragers; chronisch zieken; volwassenen in klinische zorgsettingen; revaliderende zorgvragers; zorgvragers met een handicap; zorgvragers met psychiatrische problematiek; barenden, kraamvrouwen en pasgeborenen. De werkzaamheden hebben per branche een andere focus; de verzorgende IG kan zorgvragers stimuleren, begeleiden en ondersteunen bij handelingen, maar kan handelingen ook overnemen als de zorgvrager en naastbetrokkenen deze niet zelf kunnen doen. Zij heeft daarbij een adviserende, initiërende en begeleidende rol. Bron: kwalificatiedossier op www.s-bb.nl/kwalificatiedossiers Deze kwalificatiedossiers, uitgewerkt in beroepsspecifieke kerntaken en werkprocessen, vormen de basis voor de inrichting van de huidige opleidingen in de gezondheidszorg. De leermiddelen van Traject V&V zijn ontwikkeld voor, en sluiten aan bij, deze kwalificatiedossiers.
Traject V&V is een leermiddelenaanbod voor de opleidingen Verzorgende IG (kwalificatieniveau 3) en Mbo-Verpleegkundige (kwalificatieniveau 4). Traject V&V is gebaseerd op vier belangrijke uitgangspunten: • De leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Het beroepsonderwijs in de gezondheidszorg wordt in belangrijke mate bepaald door de aard van de zorgvragen en door de context waarin de beroepsuitoefening plaatsvindt (zorgsituaties). • Sterk didactisch concept. De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van leerstijlen en leerervaringen van mbo-studenten. Leerstijl en leerervaringen hangen samen met de kenmerken van de mbo-student en zijn of haar situatie. Traject V&V houdt rekening met de verschillende leerstijlen van mbo-studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten. • Bij de indeling van de leermiddelen is rekening gehouden met de basisdelen en de brancheprofielen voor de Verzorgende IG. • Er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen mbo-niveau 3 en mbo-niveau 4. Binnen het beroepsgerichte opleiden worden leertrajecten afgestemd op reeds aanwezige competenties bij individuele studenten. Bij het verwerven van competenties staat het zich eigen maken van vakkennis en beroepsvaardigheden, in combinatie met de ontwikkeling van de beroepshouding en de persoonlijke vorming, centraal. De leermiddelen van Traject V&V sluiten daarbij aan.
Traject V&V houdt rekening met de mbo-student door het taalniveau (2F) af te stemmen op de doelgroep en door (praktijk)voorbeelden en (praktijk)opdrachten zo te formuleren dat de mbo-student zich aangesproken voelt. De leermiddelen zijn zo ontwikkeld dat zowel mbo-studenten met een meer theoretische, als mbostudenten met een meer praktische inslag er gebruik van kunnen maken. Traject V&V is inzetbaar binnen elk didactisch model en biedt de docent de ruimte om invulling te geven aan zijn rol van ‘begeleider’ van het leerproces van de mbo-student. Traject V&V sluit volledig aan bij actuele opvattingen over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent onder andere dat aandacht is besteed aan verwerkingsopdrachten bij de theorie en de evaluatie middels de studiehulp. Daarnaast komen de beroepsvaardigheden en de houdingsaspecten van de (beginnende) beroepsbeoefenaar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen immers een essentieel onderdeel van de beroepsuitoefening. In Traject V&V, inhoudelijk gebaseerd op de kwalificatiedossiers, worden de werkprocessen en uitstroomverbijzonderingen uitgewerkt in drie onderdelen. Theoretische onderbouwing met verwerkingsopdrachten Het onderdeel ‘theorie’, voor het basisdeel bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die hoort bij het betreffende werkproces. De leerstof bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten, opgenomen in het werkboek, sluiten aan op de leerstof in de theorieboeken. De theorieboeken en werkboeken voor de branchegerichte profielen gaan verdiepend in op de zorg in de verschillende branches. P1: Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) P2: Gehandicaptenzorg (GHZ) P3: Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) P4: Kraamzorg (KZ)
Beroepswerkelijkheid Het onderdeel ‘praktijksituaties’ is opgenomen in het werkboek en geeft realistische beschrijvingen van zorgsituaties uit de praktijk van de verzorgende. In de praktijksituaties komen problemen en dilemma’s aan de orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun dagelijkse werk en waarbij van ze verwacht wordt dat ze met een oplossing en aanpak komen. In combinatie met de beroepspraktijkvorming wordt de student op deze manier optimaal ondersteund in zijn professionele ontwikkeling. Deze praktijksituaties bevatten voldoende problemen en dilemma’s om als aangrijpingspunt te dienen voor het zelfstandig leren. Beroepsvaardigheden Het onderdeel ‘vaardigheden’ is eveneens opgenomen in het werkboek en biedt opdrachten die zijn gericht op het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Deze drie onderdelen zijn consequent terug te vinden in het volledige aanbod van Traject V&V. De combinatie van deze onderdelen maakt het leren vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan zowel in een onderwijssituatie als in de beroepspraktijk plaatsvinden. Het didactisch concept van Traject V&V gaat nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, waardoor het vakbekwame leren optimaal wordt ondersteund en mogelijk wordt gemaakt. Wij hopen dat gebruikers, zowel mbo-studenten als docenten, op een plezierige en zinvolle manier met Traject V&V kunnen werken. Heeft u vragen of suggesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt.
Amersfoort, 2017 Redactie en uitgever
Inhoud
Thema 1 Oriëntatie op de GGZ 21 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Zorgvragers in de GGZ 22 Inleiding 22 Normaal of afwijkend gedrag? 22 Invalshoeken voor afwijkend gedrag 24 DSM-5 Classificatiesysteem voor psychiatrische stoornissen
2 2.1 2.2
Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen 30 Inleiding 30 Psychiatrische zorg vroeger 30 2.2.1 Middeleeuwen 30 2.2.2 Negentiende eeuw 30 2.2.3 Twintigste eeuw 31 2.2.4 Stroomversnelling 31 2.2.5 Bestwil versus autonomie 32 2.2.6 Vermaatschappelijking 33 Psychiatrische zorg nu 34 2.3.1 Psychiatrische zorg thuis 34 2.3.2 Beschermd wonen 35 2.3.3 Deeltijdbehandeling 35 2.3.4 Klinische behandeling 36 2.3.5 E-mental health 36 2.3.6 Bemoeizorg 36 2.3.7 Flexible assertive community treatment (F-ACT) teams Organisatie van de GGZ 38 2.4.1 Taken van GGZ-organisaties in Nederland 38 2.4.2 Basis en gespecialiseerde GGZ 39 Zorgcircuits en zorgprogramma’s 40 Psychiatrie en verplegen 42 2.6.1 Verzorgende IG in de GGZ 42 2.6.2 De (kern)taken van de verzorgende IG 43
2.3
2.4
2.5 2.6
3 3.1 3.2
Proces van intake tot beëindiging zorgverlening Inleiding 50 Verschillende routes 50 3.2.1 Route curatieve zorg 50
1 7
50
26
37
3.3
3.4
4 4.1 4.2
4.3
4.4
4.5
3.2.2 Route langdurige GGZ 52 3.2.3 Route forensische GGZ 53 Intake en behandeling 54 3.3.1 Intake 54 3.3.2 Acute opname 54 3.3.3 Behandeling 55 3.3.4 Behandelplan 55 Afbouwen of afronden 56 3.4.1 Afbouwen 56 3.4.2 Afronden 56 Zorgproces in de GGZ 57 Inleiding 57 Behandelplan 57 4.2.1 Medisch 57 4.2.2 Verpleging en verzorging 58 Wat verzorgenden doen 59 4.3.1 Zelfredzaamheid 59 4.3.2 Regie over eigen zelfredzaamheid 60 Methodisch verzorgen 61 4.4.1 Zorgplanning 61 4.4.2 Verpleegplan en plan van aanpak 61 Zorg en begeleiding in vijf stappen 62 4.5.1 Stap 1: verzamelen van informatie 62 4.5.2 Stap 2: inschatten van de zorgsituatie 62 4.5.3 Stap 3: plannen van zorgacties 63 4.5.4 Stap 4: uitvoeren van de zorgacties 64 4.5.5 Stap 5: evalueren 64
Begrippen
66
Thema 2 Relatie en begeleiding 5 5.1 5.2
5.3
71
Relatie tussen verzorgende en psychiatrische zorgvrager Inleiding 72 Persoonlijk tegenover professioneel 72 5.2.1 Persoonlijke relatie 72 5.2.2 Professionele relatie 72 5.2.3 Emotionele band 73 5.2.4 Wederkerigheid 73 5.2.5 Ontmoeting 74 Professionele hulpverleningsrelaties 74 5.3.1 Houding 74 5.3.2 Therapeutisch effect 77
1 8
72
5.4
6 6.1 6.2
6.3 6.4
5.3.3 5.3.4 5.3.5 Sociaal 5.4.1 5.4.2 5.4.3
Afstand en nabijheid 78 Machtsverschil en gelijkwaardigheid 80 Risicogedrag 81 netwerk 82 Belasting van de familie 82 Ervaringen met de hulpverlening 83 Rol van de verzorgende in het begeleiden van de familie
Methodisch begeleiden in de GGZ 86 Inleiding 86 Taakvolwassenheid 86 6.2.1 Inschatten taakvolwassenheid 87 6.2.2 Variaties in taakvolwassenheid 88 Begeleiden 88 6.3.1 Taakvolwassenheid en begeleidingsstijl Begeleidingsstijlen 90 6.4.1 Directieve stijl 91 6.4.2 Overtuigende stijl 91 6.4.3 Participerende stijl 92 6.4.4 Delegerende stijl 93
Begrippen
84
89
94
Thema 3 Psychopathologie: oriëntatie, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen 97 7 7.1 7.2 7.3
7.4
7.5 7.6
7.7
Oriëntatie op de psychopathologie 98 Inleiding 98 Psychopathologie 98 Expressie en psychomotoriek 99 7.3.1 Lichaamshouding, beweging en mimiek 7.3.2 Spraak 100 Bewustzijn 100 7.4.1 Stoornissen in helderheid 100 7.4.2 Stoornissen in aandacht 100 7.4.3 Stoornissen in oriëntatie 101 Zelfbeleving 102 Waarneming 102 7.6.1 Illusie 102 7.6.2 Hallucinaties 103 Denken 103 7.7.1 Vorm en beloop 103 7.7.2 Inhoud van het denken 104 7.7.3 Intelligentieniveau 105
1 9
99
7.8
7.9
8 8.1 8.2 8.3
8.4
8.5
9 9.1 9.2 9.3 9.4
9.5
9.6
9.7
7.7.4 Geheugen 105 Gevoelsleven 106 7.8.1 Stemming 106 7.8.2 Gevoel 106 Willen en verlangen 107 7.9.1 Remming 107 7.9.2 Ontremming of impulsiviteit 7.9.3 Drang of dwang 107
107
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen 109 Inleiding 109 Algemene omschrijving neurobiologische ontwikkelingsstoornissen 109 Zorgvragers met een verstandelijke beperking 110 8.3.1 Herkennen 110 8.3.2 Behandeling 113 8.3.3 Zorg en begeleiding 114 Zorgvragers met een autismespectrumstoornis (ASS) 114 8.4.1 Herkennen 115 8.4.2 Behandeling 117 8.4.3 Zorg en begeleiding 117 Zorgvragers met een aandachtstekort-/hyperactiviteitstoornis (ADHD) 119 8.5.1 Herkennen 119 8.5.2 Behandeling 120 8.5.3 Zorg en begeleiding 121 Zorgvragers met schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen 122 Inleiding 122 Algemene omschrijving schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen 122 Zorgvragers met schizofrenie 123 Herkennen van schizofreen gedrag 124 9.4.1 Positieve symptomen 124 9.4.2 Negatieve symptomen 127 Behandeling 128 9.5.1 Medicamenteuze therapie 128 9.5.2 Psychosociale therapie 130 Zorg en begeleiding 133 9.6.1 Houding 133 9.6.2 Communicatie 134 9.6.3 Dagbesteding 135 9.6.4 Medicijnen 136 9.6.5 Risicogedrag 137 9.6.6 Sociaal netwerk 138 Andere schizofreniespectrum- en psychotische stoornissen 138 9.7.1 Zorgvragers met een korte psychotische stoornis 138
1 10
9.7.2 9.7.3
Zorgvragers met schizofrenieforme of schizoaffectieve stoornissen Zorgvragers met een waanstoornis 140
139
Begrippen
142
Thema 4
Stemmings-, angst- en aan angst gerelateerde stoornissen
10 10.1 10.2 10.3
10.4 10.5
10.6
11 11.1 11.2
11.3
11.4
Zorgvragers met stemmingsstoornissen 150 Inleiding 150 Algemene omschrijving stemmingsstoornissen 150 10.2.1 Indeling stemmingsstoornissen 151 Zorgvragers met een depressieve stemmingsstoornis 151 10.3.1 Herkennen van depressief gedrag 151 10.3.2 Ander kenmerkend gedrag 152 10.3.3 Verschillende vormen van stemmingsstoornissen 153 10.3.4 Behandeling 156 Zorg en begeleiding 159 Zorgvragers met bipolaire stemmingsstoornissen 162 10.5.1 Herkennen van manisch gedrag 163 10.5.2 Verschillende vormen bipolaire stoornissen 164 10.5.3 Behandeling 165 Zorg en begeleiding 166 10.6.1 Beschermen en grenzen stellen 166 10.6.2 Grenzen bewaken 167 10.6.3 Prikkels verminderen 167 10.6.4 Structuur 167 Zorgvragers met angst- en aan angst gerelateerde stoornissen 168 Inleiding 168 Algemene omschrijving van angst- en aan angst gerelateerde stoornissen 11.2.1 Angst of ziekelijke angst? 168 11.2.2 Indeling 169 Zorgvragers met angststoornissen 169 11.3.1 Herkennen van angstgedrag 170 11.3.2 Verschillende vormen angststoornissen 172 11.3.3 Behandeling 177 11.3.4 Zorg en begeleiding 178 Zorgvragers met obsessieve-compulsieve stoornissen 179 11.4.1 Herkennen van obsessief-compulsief gedrag 179 11.4.2 SpeciďŹ eke stoornissen 181 11.4.3 Behandeling 182 11.4.4 Zorg en begeleiding 183
1 11
168
149
11.5
11.6
Zorgvragers met psychotrauma gerelateerde stoornissen 184 11.5.1 Herkennen van gedrag na psychotrauma 185 11.5.2 Specifieke stoornissen 185 11.5.3 Behandeling 188 11.5.4 Zorg en begeleiding 189 Zorgvragers met somatisch-symptoom- en verwante stoornissen 190 11.6.1 Herkennen van gedrag bij de somatisch-symptoom- of verwante stoornis 11.6.2 Verschillende stoornissen 191 11.6.3 Behandeling 193 11.6.4 Zorg en begeleiding 193
Begrippen
190
195
Thema 5 Persoonlijkheids-, verslavings- en neurocognitieve stoornissen 12 12.1 12.2
13 13.1 13.2 13.3 13.4 13.5
14 14.1 14.2
14.3
Zorgvragers met persoonlijkheidsstoornissen 200 Inleiding 200 Persoonlijkheid en persoonlijkheidsstoornissen 200 12.2.1 Wat is persoonlijkheid? 200 12.2.2 Wat is een persoonlijkheidsstoornis? 202 12.2.3 Verschillende soorten persoonlijkheidsstoornissen 12.2.4 Herkennen van persoonlijkheidsstoornissen 203 12.2.5 Behandeling 204 12.2.6 Overdracht en tegenoverdracht 205
199
202
Zorgvragers met vreemd of excentriek gedrag, cluster A-persoonlijkheidsstoornissen 208 Inleiding 208 Paranoïde persoonlijkheidsstoornis 208 Schizoïde persoonlijkheidsstoornis 209 Schizotypische persoonlijkheidsstoornis 209 Aandachtspunten en richtlijnen voor zorg en begeleiding bij cluster A-persoonlijkheidsstoornissen 210 Zorgvragers met dramatisch, emotioneel of labiel gedrag, cluster B-persoonlijkheidsstoornissen 212 Inleiding 212 Antisociale persoonlijkheidsstoornis 212 14.2.1 Herkennen van de antisociale persoonlijkheidsstoornis 213 14.2.2 Zorg en begeleiding 215 Borderline persoonlijkheidsstoornis 216 14.3.1 Herkennen van de borderline persoonlijkheidsstoornis 216 14.3.2 Zorg en begeleiding 218
1 12
14.4
14.5
Histrionische persoonlijkheidsstoornis 221 14.4.1 Herkennen van de histrionische persoonlijkheidsstoornis 221 14.4.2 Zorg en begeleiding 223 Narcistische persoonlijkheidsstoornis 223 14.5.1 Herkennen van de narcistische persoonlijkheidsstoornis 224 14.5.2 Zorg en begeleiding 225
15 15.1 15.2 15.3 15.4
Zorgvragers met nerveus of angstig gedrag, cluster C-persoonlijkheidsstoornissen Inleiding 228 Vermijdende persoonlijkheidsstoornis 228 Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis 229 Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis 230
16 16.1 16.2
Zorgvragers met middelgerelateerde en verslavingsstoornissen 231 Inleiding 231 Stoornissen in of door het gebruik van een middel 231 16.2.1 Gebruik en misbruik 231 16.2.2 Wat is verslaving? 232 16.2.3 Stoornissen in het gebruik van een middel (verslavingsstoornis) 233 16.2.3 Niet-middelgerelateerde (verslavings)stoornissen 234 16.2.4 Stoornissen door het gebruik van een middel 234 16.2.5 Behandeling 235 Zorgvragers met een psychiatrische stoornis en stoornissen in het gebruik van middelen 16.3.1 Verhoogd risico op gebruik 236 16.3.2 Herkennen van gebruik 237 16.3.3 Voorkomen van gebruik 239 16.3.4 Zorg en begeleiding 242
16.3
17 17.1 17.2
17.3
17.4
17.5
Zorgvragers met neurocognitieve stoornissen 244 Inleiding 244 Algemene omschrijving neurocognitieve stoornissen 244 17.2.1 Vormen van neurocognitieve stoornissen (NCS) 245 17.2.2 Behandeling neurocognitieve stoornissen (NCS) 246 Zorgvragers met een delirium (delier) 247 17.3.2 Herkennen van een delier 248 17.3.3 Zorg en begeleiding 249 Zorgvragers met amnesie 252 17.4.1 Door alcohol veroorzaakte langdurige amnesie 253 17.4.2 Herkennen van amnesie 254 17.4.3 Zorg en begeleiding 255 Zorgvragers met beperkte of uitgebreide neurocognitieve stoornissen 17.5.1 NCS door de ziekte van Alzheimer 256 17.5.2 Vasculaire NCS 258 17.5.3 NCS door fronto-temporale degeneratie 259 17.5.4 NCS door traumatisch hersenletsel 260
1 13
255
228
236
17.5.5 17.5.6
Overige oorzaken voor NCS 263 Zorg en begeleiding 264
Begrippen
270
Thema 6
Omgaan met risicogedrag en zorg voor medicijnen
18 18.1 18.2 18.3
18.4
18.5
18.6
18.7
19 19.1 19.2 19.3
19.4
19.5
273
Zorgvragers met agressief gedrag 274 Inleiding 274 Wat is agressief gedrag 274 Oorzaken van agressief gedrag 275 18.3.1 Angst 275 18.3.2 Boosheid 275 18.3.3 Gebruik van alcohol en drugs 275 Risico verhogende factoren voor agressief gedrag 276 18.4.1 Persoonlijke kenmerken 276 18.4.2 Interactie 276 18.4.3 Omgeving 276 18.4.4 Situatie 276 Herkennen agressief gedrag 277 18.5.1 Geprikkeldheid en agitatie 277 18.5.2 Provocatie 277 Voorkomen van agressief gedrag 277 18.6.1 Lichaamstaal 278 18.6.2 Basishouding bij agressief gedrag 278 Begeleiden van agressief gedrag 278 18.7.1 Handelen gericht op het bieden van ruimte (de-escalatie) 279 18.7.2 Handelen gericht op het stellen van grenzen 279 18.7.3 Handelen gericht op het beperken van de bewegingsvrijheid 280 18.7.4 Toepassen van middelen en maatregelen 281 Zorgvragers met automutilerend gedrag 282 Inleiding 282 Wat is automutilerend gedrag? 282 Oorzaken van automutilerend gedrag 283 19.3.1 Ontladen van spanning 283 19.3.2 Zichzelf moeten straffen 283 19.3.3 Verminderen van negatieve gevoelens 284 Risico verhogende factoren van automutilerend gedrag 284 19.4.1 Emotioneel trauma 284 19.4.2 Psychotische belevingen 285 Herkennen van automutilerend gedrag 285 19.5.1 Spanningsopbouw 285 19.5.2 Controleverlies 286
1 14
19.6
20 20.1 20.2
20.3 20.4
20.5 20.6
21 21.1 21.2 21.3
21.4
21.5
22 22.1 22.2
19.5.3 Impulsief 286 Voorkomen en begeleiden van automutilerend gedrag 286 19.6.1 Oplopende spanning doorbreken 286 19.6.2 Herkennen, bespreekbaar maken en afspraken maken 19.6.3 Grenzen kennen 287 19.6.4 Neutraal 287
286
Suïcidaal gedrag 288 Inleiding 288 Wat is suïcidaal gedrag? 288 20.2.1 Suïcidaliteit 288 20.2.2 Suïcidale ideatie 289 20.2.3 Suïcidepoging 289 20.2.4 Suïcide 289 20.2.5 Zelfdestructief gedrag 289 Oorzaken suïcidaal gedrag 290 20.3.1 Factoren die het risico verhogen 290 Herkennen suïcidaal gedrag 291 20.4.1 Verwoorden van gedachten of gevoelens 291 20.4.2 Voorbereidingen treffen 291 20.4.3 Suïcidaal gedrag in de voorgeschiedenis 291 Voorkomen van suïcide 291 20.5.1 Negeer of ontken nooit 292 Begeleiden van suïcide 292 20.6.1 Negatieve gedachten doorbreken 292 20.6.2 Beloof nooit geheimhouding 292 20.6.3 Bescherming bieden 293 Omgaan met gevoelens van machteloosheid 294 Inleiding 294 Wat zijn gevoelens van machteloosheid? 294 Herkennen (van gevoelens) van machteloosheid 294 21.3.1 Confrontaties en conflicten uit de weg gaan 295 21.3.2 Agressief reageren 295 21.3.3 Reactie op suïcide(pogingen) 295 Oorzaken voor (gevoelens van) machteloosheid 296 21.4.1 Te hoge doelen stellen 296 21.4.2 Tegen je gevoel moeten ingaan 296 Omgaan met en voorkomen van gevoelens van machteloosheid 21.5.1 Herkennen, erkennen en delen 297 21.5.2 Valkuilen 297 Zorg voor medicijnen 300 Inleiding 300 Wat zijn psychofarmaca? 300
1 15
296
22.3
22.2.1 Psychofarmaca bij psychotische stoornissen 301 22.2.2 Psychofarmaca bij depressieve stoornissen 304 22.2.3 Psychofarmaca bij bipolaire stoornissen (manie) 308 22.2.4 Psychofarmaca bij angststoornissen 310 Algemene aandachtspunten bij de zorg voor medicijnen 312 22.3.1 Informeren en stimuleren 312 22.3.2 Supervisie 313 22.3.3 Medicijntrouw 314 22.3.4 Overdosis 314 22.3.5 Noodsituaties 315
Begrippen
316
Thema 7
Begeleiden van de woon- en leefsituatie
23 23.1 23.2 23.3 23.4 23.5
23.6
24 24.1 24.2 24.3 24.4
24.5
25 25.1 25.2 25.3
Woon- en leefsituatie 320 Inleiding 320 De zorgsituatie, een tijdelijk thuis! 320 De leefgroep 320 De eigen plek 321 23.4.1 Verdediging van de eigen plek 321 Het woon- en leefmilieu 321 23.5.1 De leefruimte 322 23.5.2 De tijd 323 23.5.3 Het handelen 323 BeĂŻnvloeden van het woon- en leefmilieu 324 23.6.1 Houdingsaspecten 324 Aspecten van de (leef)groep 327 Inleiding 327 Leefgroepen 327 Functie en belang van een leefgroep 327 Karakter van de leefgroep 328 24.4.1 Primair karakter 328 24.4.2 Secundair karakter 329 Structuur van de leefgroep 329 24.5.1 Doelstellingen 329 24.5.2 Groepsnormen en groepswaarden 330 24.5.3 Communicatie en interactie 331 24.5.5 Gedragsrollen 333 Leefgroep begeleiden 338 Inleiding 338 Individu en groep 338 Samenstelling van de leefgroep
338
1 16
319
25.4
25.5 25.6
25.7
26 26.1 26.2 26.3
Ontwikkeling van de leefgroep 339 25.4.1 Fase: wennen en aanpassen 339 25.4.2 Fase: accepteren 340 25.4.3 Fase: afscheid nemen 341 Beïnvloeden van de leefgroep 341 25.5.1 Beïnvloedingsstijlen 342 Hanteren van conflicten 343 25.6.1 Voor- en nadelen van conflicten 344 25.6.2 Omgaan met conflicten 344 25.6.3 Hanteren 345 Probleemgedrag 348 25.7.1 Voorkomen 348 25.7.2 Directieve houding 349 25.7.3 Structureel probleemgedrag 349 Methodisch begeleiden van de leefgroep 350 Inleiding 350 Doel bepaalt richting 350 Methodische aanpak 351 26.3.1 Behoefte aan begeleiding in kaart brengen (stap 1) 352 26.3.2 Plannen van de begeleiding (stap 2) 354 26.3.3 Uitvoeren van de begeleiding (stap 3) 356 26.3.4 Evalueren van de begeleiding (stap 4) 357
Begrippen
358
Thema 8
Coördinatie, kwaliteitszorg en voorlichting
27 27.1 27.2 27.3
27.4
27.5
Coördineren en afstemmen van zorg 362 Inleiding 362 Coördinatie en continuïteit van zorg 362 Verzorgende: tussenpersoon 362 27.3.1 Ondersteunen bij afspraken 363 27.3.2 Klachten signaleren 363 27.3.3 Informatie vertalen 363 27.3.4 Motiveren tot behandeling 363 Multidisciplinaire zorg en behandeling 364 27.4.1 Het multidisciplinaire team in de GGZ 364 27.4.2 Multidisciplinair overleg 365 27.4.3 De bijdrage van de verzorgende 367 Hulpmiddelen bij coördinatie en continuïteit van zorg 27.5.1 Dossier 367 27.5.2 Rapporteren 368 27.5.3 Overdracht 369
1 17
367
361
28 28.1 28.2 28.3 28.4 28.5 28.6 28.7
28.8 28.9 29 29.1 29.2 29.3 29.4
29.5
29.6
Kwaliteitszorg 371 Inleiding 371 Kwaliteitszorg 371 Wettelijke bepalingen en kwaliteitszorg 371 Maatschappelijke ontwikkelingen en kwaliteitszorg Partijen in kwaliteitszorg in de GGZ 372 Waarborgen en verbeteren van kwaliteit 374 Kwaliteitsmethoden voor verzorgenden 375 28.7.1 Protocollen en richtlijnen 375 28.7.2 Leren van collega’s en zorgvragers 376 Klinisch redeneren 377 28.8.1 Klinisch redeneren in zes stappen 377 Deskundigheidsbevordering 379
Voorlichting, advies en instructie 382 Inleiding 382 Preventie en GVO 382 Taken van de verzorgende 382 Preventie gericht op gezonde mensen 383 29.4.1 Primaire preventie op macro-, meso- en microniveau 383 29.4.2 Jouw rol als verzorgende 383 Preventie om gezondheidsproblemen op te sporen 385 29.5.1 Secundaire preventie op meso- en macroniveau 385 29.5.2 Secundaire preventie op microniveau 385 Preventie gericht op mensen met een psychiatrische stoornis 388 29.6.1 Tertiaire preventie op meso- en macroniveau 388 29.6.1 Tertiaire preventie op microniveau 388
Begrippen
390
Thema 9
GGZ en samenleving
30 30.1 30.2
30.3
372
393
Maatschappelijke ontwikkelingen 394 Inleiding 394 Cultuur, ziekte en gezondheid 394 30.2.1 Houvast en zekerheid 395 30.2.2 Denken over ziekte en gezondheid 396 30.2.3 Betekenis 396 Transcultureel verzorgen 397 30.3.1 Centra voor transculturele psychiatrie 397 30.3.2 Grondhouding bij transcultureel verzorgen 397 30.3.3 Aandachtspunten bij transcultureel verzorgen 398 30.3.4 Ziektebeleving in verschillende culturen 399 30.3.5 Sociaal netwerk 400
1 18
30.4
30.5
31 31.1 31.2
31.3 31.4 32 32.1 32.2
32.3
32.4
32.5 32.6 32.7 32.8
32.9
Andere ontwikkelingen in de GGZ 401 30.4.1 Vermaatschappelijking 401 30.4.2 Herstelondersteunende zorg 402 30.4.3 Ketenzorg 402 30.4.4 Zorgprogramma’s 402 30.4.5 E-health 403 Vergrijzing in de GGZ 403 30.5.1 Gerontopsychiatrie 403 Ethiek in de GGZ 405 Inleiding 405 Beroepsethiek 405 31.2.1 Geen woorden, maar daden 406 31.2.2 Codes 406 Ethisch vraagstuk 406 31.3.1 Drie invalshoeken 407 Stappenplan ethische vraagstukken 408 Wetgeving en ďŹ nanciering 410 Inleiding 410 Wgbo 410 32.2.1 Wilsbekwaamheid 411 32.2.2 Recht en plicht 411 Wet Bopz 413 32.3.1 Gedwongen opname 413 32.3.2 Juridische maatregel 414 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) 414 32.4.1 Doelstellingen van de Wvggz 415 32.4.2 Criteria voor verplichte zorg 415 32.4.3 Maatregelen voor verplichte zorg 415 32.4.4 Waar kan de verplichte zorg uit bestaan? 417 32.4.5 De rechten van de zorgvrager in de Wvggz 417 Beroepsgeheim van beroepsbeoefenaren 419 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) 419 Forensische zorg en wetgeving 419 Belangenbehartiging 420 32.8.1 Individuele belangenbehartiging 420 32.8.2 Collectieve belangenbehartiging 420 Financiering 421
Begrippen
423
Register
425
Illustratieverantwoording
433
1 19
1 1
1 THEMA
Oriëntatie op de GGZ
“Gisteren is onze buurman opgenomen. Eigenlijk is me nooit iets opgevallen,” vertelt Anne haar vriendin. “Hij is ineens hartstikke gek geworden. Hij was gewoon door het dolle heen. Hij gooide alle huisraad uit het raam naar beneden, de tv, de computer, stoelen, papieren. De politie is eraan te pas gekomen. Ze zeggen zelfs dat de burgemeester zich ermee heeft bemoeid. Uiteindelijk is de buurman met een soort ambulance weggebracht.” “Is hij naar het ziekenhuis gebracht?” vraagt haar vriendin. “Geen idee,” reageert Anne. “Het is wel in de buurt van het ziekenhuis. Mijn moeder zegt dat het een crisiscentrum is, waar mensen die psychisch ziek zijn veilig kunnen worden opgenomen wanneer je gevaarlijk wordt voor jezelf of een ander. Vroeger noemden ze het ook wel een ‘gesticht’. Mijn moeder zegt dat dit gelukkig niet meer zo is. Dat ze nu anders denken.” Annes vriendin denkt even na en reageert dan: “Raar hoor dat je psychisch zo in de war kunt raken. Ben je dan eigenlijk ziek? Je moet toch wel heel erg in de war zijn als je door een crisisdienst wordt opgehaald, toch?”
1 21
Oriëntatie op de GGZ
1 Zorgvragers in de GGZ
1.1
Inleiding
hoe bepaal je dat? Allemaal vragen die niet zo gemakkelijk zijn te beantwoorden. Gedrag dat afwijkt van wat je normaal en gezond gedrag vindt, is niet meteen een symptoom van een psychiatrische stoornis. Om dit te kunnen stellen moet het afwijkende gedrag eerst aan bepaalde criteria voldoen. Deze criteria komen straks aan bod. Personen die beroepshalve tot een oordeel komen of er sprake is van gestoord gedrag zijn de huisarts, de praktijkondersteuner van deze huisarts en de psychiater. Andere personen zijn onder andere de naasten (familie, vrienden) en de zorgvrager zelf.
Een zorgvrager die gebruikmaakt van de geestelijke gezondheidszorg heeft problemen met zijn psychische gezondheid. Dit komt doordat er afwijkingen zijn in zijn psychisch functioneren. Er kan dan sprake zijn van een psychiatrische stoornis. Wat psychiatrische stoornissen zijn en wanneer je kunt zeggen dat iemand een psychiatrische stoornis heeft, is niet eenvoudig uit te leggen. Vaak wordt gedacht dat zorgvragers met een psychiatrische stoornis zich abnormaal en gestoord gedragen, of dat er iets mis is met het verstand. Deze uitgangspunten zijn niet goed bruikbaar als je iets van een zorgvrager met een psychiatrische stoornis wilt begrijpen. Dit hoofdstuk behandelt de volgende onderwerpen: • Normaal of afwijkend gedrag; • Invalshoeken voor afwijkend gedrag; • DSM-5 classificatiesysteem voor psychiatrische stoornissen.
1.2
Normaal of afwijkend gedrag?
Er is sprake van een psychiatrische stoornis als je psychologische functies, zoals voelen, denken of waarnemen, afwijkend functioneren. Het gevolg is dat je je afwijkend gaat gedragen. Afwijkend ofwel gestoord gedrag is het belangrijkste kenmerk (symptoom) van een psychiatrische stoornis. Tegelijkertijd is ‘afwijkend gedrag’ een begrip dat veel vragen oproept. Want wat is eigenlijk precies afwijkend gedrag? Of wat is gezond of normaal gedrag? Wie bepaalt dat? En,
Figuur 1.1 Niet alle gedrag dat afwijkt is een symptoom van een psychiatrische stoornis
1 22
1
Zorgvragers in de GGZ
1 Voorbeeld Petra durft vanwege haar angsten (fobische klachten) nauwelijks haar huis nog uit. Zij lijdt hier erg onder. Haar man of de kinderen doen de boodschappen. Haar familie bezoekt ze zelden. Alleen als Petra zich goed voelt en haar man meegaat, durft ze soms even naar een verjaardagsfeest. Ze zijn al jaren niet op vakantie geweest. Nu de kinderen wat ouder worden, beginnen zij zich te verzetten tegen het feit dat alles in huis om de angsten van hun moeder draait. Petra voelt zich schuldig en is regelmatig somber. Ze begrijpt niet waarom zij niet net als anderen kan functioneren.
De huisarts (en zijn praktijkondersteuner) en de psychiater kunnen tot een oordeel komen. Zij zijn opgeleid om te beoordelen of bepaald gedrag een symptoom kan zijn van een psychiatrische stoornis. Het oordeel van de huisarts of de psychiater is een klinisch oordeel of medische diagnose.
1 Voorbeeld Jan is angstig en achterdochtig. Hij is ervan overtuigd dat er een complot tegen hem gesmeed wordt met het doel hem ‘uit de weg te ruimen’. Hij vertrouwt niemand, is voortdurend op zijn hoede en slaapt nauwelijks. Anderen in zijn omgeving worden regelmatig geconfronteerd met agressieve reacties. De huisarts komt tot de conclusie dat Jan niet in de reële werkelijkheid leeft. Hij besluit dat de hulp van een specialist nodig is. Hij verwijst Jan door naar een psychiater.
De voorbeelden maken duidelijk waaraan je kunt denken bij het begrip ‘afwijkend gedrag’. Er zijn bepaalde criteria (voorwaarden) voor gedrag. Deze geven aan wanneer gedrag een symptoom is van een stoornis. Deze criteria zijn de volgende. • Het gedrag van de zorgvrager wijkt (duidelijk) af van de sociale norm. In een samenleving bestaan bepaalde regels over wat ‘gezond en normaal’ gedrag is. Dit is de sociale norm. Dit eerste criterium is objectief (feitelijk). Zo is het horen van stemmen in je hoofd niet ‘normaal’. Langdurig somber zijn en tot niets komen, of altijd optimistisch zijn en doorgaan zonder een moment rust, is ook niet ‘normaal’. • Het gedrag heeft ongemak, lijden of bezorgdheid tot gevolg bij de zorgvrager zelf en/of zijn omgeving. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als iemand het gevoel heeft dat het niet goed met hem gaat. Hij heeft het gevoel dat hij gebukt gaat onder zijn gedrag of emoties. En ook anderen zeggen dat hij zichzelf niet is en zich anders gedraagt dan ze van hem gewend zijn. Van dit criterium kan gezegd worden dat het subjectief (persoonlijke zienswijze) is. • De zorgvrager kan zich niet anders gedragen dan hij doet. Er is sprake van een bepaald onvermogen om ander gedrag te kiezen. Het ontbreekt hem aan alternatieven voor zijn
Mensen uit de omgeving van de zorgvrager, zijn familie of vrienden, kunnen ook tot het oordeel komen dat er sprake is van afwijkend gedrag. Dit is geen klinisch oordeel of medische diagnose. Het is een vaststelling dat iemand zich afwijkend gedraagt, of het is een uiting van zorg of leed.
1 Voorbeeld Willem doet onbegrijpelijke uitspraken over astrologische invloeden, trekt zich veel terug op zijn kamer en verzorgt zichzelf slecht. Soms zit hij zacht in zichzelf te praten. Zijn ouders kennen Willem niet meer terug. Ze hebben het gevoel dat ze geen contact meer met hem kunnen krijgen. Hij is zo veel veranderd. Ze voelen zich onzeker en maken zich ernstig zorgen. De zorgvrager kan, door zichzelf te vergelijken met anderen, tot het oordeel komen zijn gedrag afwijkend is. Hij merkt dat hij niet in staat is om op dezelfde manier te leven als die anderen.
1 23
Oriëntatie op de GGZ
Gangbare invalshoeken zijn, dat een psychiatrische stoornis ontstaat door: • niet goed functioneren van de hersenen (biologische invalshoek); • iemands psychologisch beleven en leven (psychologische invalshoek); • functioneren van het sociale systeem en/of culturele achtergrond (sociaal-culturele invalshoek); • onbegrijpelijke en ongrijpbare boze geesten of krachten die bezit van iemand nemen (magische of religieuze invalshoek); • combinatie van het niet goed functioneren van de hersenen, het psychologisch (be)leven en het sociale systeem (biopsychosociale invalshoek).
gedrag. Hij kan zichzelf niet voornemen om zich anders te gedragen of zich anders te voelen dan hij doet. • De kenmerken van het afwijkende gedrag zijn te herkennen en te ordenen binnen het diagnostisch model van de psychiatrie, het zogenaamde DSM-5 model. De letters DSM staan voor Diagnostic (diagnostisch) Statistical (statistisch) Manuel (handboek) of Mental Disorders (van psychische stoornissen) en wordt over de gehele wereld gebruikt. Het DSM-5 handboek is in feite een soort catalogus waarin alle bekende en officieel erkende psychiatrische ziekten zijn opgenomen, staan beschreven en zijn geordend.
Criteria voor vaststellen gestoord gedrag • Gedrag wijkt af van de sociale norm. • Gedrag heeft ongemak, lijden of bezorgdheid tot gevolg bij de zorgvrager en/of zijn omgeving. • De zorgvrager kan zich niet anders gedragen dan hij doet. • Gedragskenmerken zijn te herkennen en te ordenen binnen DSM-5.
Figuur 1.2 Vanuit de biologische invalshoek kiest een behandelaar bijvoorbeeld overwegend voor een behandeling met medicijnen
1.3
Invalshoeken voor afwijkend gedrag
1 Voorbeelden Er heeft zich een vreemd object met magische krachten in het hoofd genesteld (magische invalshoek). Duivels, kwade geesten hebben de geest van Marieke in bezit genomen (magische invalshoek). Jonas heeft ernstige zonden (overtredingen) begaan, de psychische stoornis is de straf voor deze zonde (religieuze invalshoek). Biologische processen in de hersenen zijn verstoord; er is een stoornis in de prikkelgeleiding (biologische invalshoek).
Mensen zoeken al eeuwenlang naar oorzaken van het ontstaan van afwijkend gedrag. Waarom krijgt de een wel een psychiatrische stoornis en de ander niet? Het opsporen van de oorzaak is belangrijk, want als de oorzaak bekend is kun je een probleem oplossen. De zoektocht naar de oorzaak heeft tot nu toe geen eenduidig antwoord opgeleverd. Vanuit verschillende invalshoeken – of zienswijzen, benaderingen, visies, verklaringen of stromingen – wordt naar de oorzaak van een psychiatrische stoornis gekeken.
1 24
1
derland gaat ervan uit dat biologische, psychologische en sociale factoren: • de oorzaak zijn voor het ontwikkelen van een psychiatrische stoornis; • elkaar onderling kunnen beïnvloeden.
De psychiatrische stoornis is het gevolg van de opvoeding. Rowan is blijven steken in zijn ontwikkeling van baby tot volwassene (psychologische invalshoek). De gezinssituatie is zo verstoord dat het logisch is dat Valerie zich niet normaal kan gedragen (sociale invalshoek).
Je noemt deze invalshoek de biopsychosociale benadering. Bij de biopsychosociale benadering worden behandelmethoden gecombineerd. Het doel is om tot een zo goed mogelijke behandeling te komen. Dit wil niet zeggen dat een behandelaar zich niet laat leiden door een bepaalde voorkeur. In Nederland wordt een psychiatrische stoornis door de GGZ niet vanuit de magische of religieuze invalshoek benaderd. Er is wel ruimte voor. Vertegenwoordigers van religieuze gemeenschappen, zoals de dominee, pastoor, rabbijn of imam, komen bij de zorgvrager op bezoek. Ze gaan bijvoorbeeld samen met de zorgvrager in gebed om genezing te bevorderen.
Het is belangrijk om je ervan bewust te zijn, dat vanuit verschillende invalshoeken naar de oorzaak gekeken wordt. De invalshoek bepaalt namelijk in grote mate de keuze voor de behandeling. Vanuit de biologische invalshoek kiest een behandelaar bijvoorbeeld vooral een behandeling met medicijnen. Bij de psychologische invalshoek valt de keuze vooral op vormen van gesprekstherapie en/of gedragstherapie. Bij de magische of religieuze benadering zal de behandelaar zijn methoden inzetten voor het gunstig stemmen of uitdrijven van (boze) geesten of krachten. Biopsychosociale benadering In de praktijk van alledag is er geen duidelijke scheiding tussen de verschillende benaderingen. De geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Ne-
psychologisch
Zorgvragers in de GGZ
Wijwater van exorcist Frank As smelt de duivel weg Boze geesten. Drugs of seks. Spelen met de dood. Tarotkaarten. De verleidingen van de duivel zijn velerlei. Maar aan Frank As heeft hij een kwaaie. Het komt niet zelden voor dat pastoor Frank As het voorhoofd van een bezetene met wijwater dept en dan de duivel hoort grommen of sissen. “Twee à drie keer per week ben ik boze geesten aan het uitdrijven,” zegt de naar Veldhoven vertrekkende pastoor van Sint-Michielsgestel frank en vrij. Jazeker, exorcisme is in Brabant katholieke praktijk, al houdt het bisdom het uitdrijven van boze geesten liever in de luwte. “Enerzijds omdat het met vertrouwelijkheid is omgeven en anderzijds omdat het toch veel nieuwe vragen en ook onbegrip zal opwekken,” laat een woordvoerder weten. Maar na wat rondbellen blijkt het niet las-
sociologisch
gezondheid
biologisch
Figuur 1.3 Biopsychosociaal model
1 25
THEORIEBOEK NIVEAU 3
Geestelijke gezondheidszorg
Deze uitgave Geestelijke gezondheidszorg maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Verzorgende IG. P3-K1-W1 Communiceert met zorgvragers gericht op maatschappelijke participatie P3-K1-W2 Begeleidt een groep zorgvragers en naastbetrokkenen
verzorgende ig
De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv
Geestelijke gezondheidszorg THEORIEBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken.
Auteur: A. Engeltjes Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
9 789006 910285
TB_GGZ_N3_190x270mm.indd All Pages
17/11/17 08:55