THEORIEBOEK NIVEAU 4
Geestelijke gezondheidszorg 2
Deze uitgave Geestelijke gezondheidszorg 2 maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige. P3-K1-W1 Biedt een zorgvrager herstelondersteunende zorg P3-K1-W2 Communiceert met zorgvragers gericht op maatschappelijke participatie P3-K1-W3 Begeleidt een groep zorgvragers en naastbetrokkenen
verpleegkundige
De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv
Geestelijke gezondheidszorg 2 THEORIEBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken.
Auteurs: A. Engeltjes A. Willemse Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
9 789006 910445
TB_GeestelijkeGezondheidszorg2_N4_190x270mm.indd All Pages
28/09/17 07:59
Geestelijke gezondheidszorg 2 NIVEAU 4
THEORIEBOEK
NIVEAU 4
Geestelijke gezondheidszorg 2 A. ENGELTJES A. WILLEMSE
Onder redactie van: C.A. ABRAHAMSE M.H.A.J. GLOUDEMANS
verpleegkundige
Colofon Auteurs
Fotografie
A. Engeltjes
Bert Spiertz / Hollandse Hoogte © blz. 303
A. Willemse
CaptureIt / Alamy / Image Select © blz. 80 Dan Pearson Photography / Alamy / Image Select © blz. 89
Redactie
Frank Muller / Zorg in beeld / Hollandse Hoogte © blz. 141,
C.A. Abrahamse
350
M.H.A.J. Gloudemans
Frank Muller / Zorg in beeld © blz. 283 Jaco Klamer / Hollandse Hoogte © blz. 246, 299
Met deskundige van bijdrage A. de Bekker
Joe Amon/The Denver Post / Getty Images © blz. 174r Ludwig Grillich / Wikimedia Commons © blz. 289
Vormgeving binnenwerk en omslag
Luuk van der Lee Fotografie / Hollandse Hoogte © blz. 240
Studio Fraaj, Rotterdam
Marcel vd Bergh / Hollandse Hoogte © blz. 291 Mirador Media (Anke Gielen, Koen Bakx, Maria van der
Fotografie omslag
Heijden) © blz. 329, 332
Peter Bak, Rotterdam
Phil Nijhuis / Hollandse Hoogte © blz. 371 Shutterstock © blz. 20, 33, 40, 42, 47, 48, 49, 51, 59, 72, 79, 87,
Opmaak
94, 106, 114, 120, 125, 128, 137, 146, 148, 149, 150, 152, 153,
Imago Mediabuilders, Amersfoort
158, 159, 160, 163, 164, 165, 166, 167, 174l, 175, 192, 194, 198, 216, 218, 221, 223, 235, 242, 250, 254, 312, 316, 319, 325, 354
Technisch tekenwerk
Werry Crone / Hollandse Hoogte © blz. 212
Tiekstra Media, Groningen Screenshots websites Illustraties
GGZNederland.nl © blz. 379
Floris Oudshoorn © blz. 170, 189, 232
Ypsilon.org © blz. 337 Kwaliteitsregistervenvn.nl © blz. 341
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren Over ThiemeMeulenhoff van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds ThiemeMeulenhoff ontwikkelten zich van educatieve persoonlijker, effectiever efficiënter wordt.uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze
groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.
Samen leren vernieuwen.
Samen leren vernieuwen.
www.thiememeulenhoff.nl
www.thiememeulenhoff.nl
ISBN 978 90 06 91044 5
ISBN 9789006910445 Tweede druk, eerste oplage, 2017 Tweede druk, eerste oplage, 2017
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of
openbaar in enige of uitgave op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, fotokopieën, opnamen, of enig anderegemaakt, manier,in enige Alle rechten gemaakt, voorbehouden. Nietsvorm uit deze mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in eendoor geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch,van door zonder voorafgaande schriftelijke toestemming defotokopieën, uitgever. opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting PublicatieAuteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus en Reproductierechten Organisatie (PRO),Voor Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit 16 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel deze uitgave in men bloemlezingen, readers andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) men totvan de kopieën uitgeverinte Auteurswet) dient zich tot de uitgever te en wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek,dient film en het zich maken hetwenden. onderwijsVoor zie www. meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. auteursrechtenonderwijs.nl. De ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen De uitgever uitgeverheeft heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens debepalingen. wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekeredoen gelden, zich alsnog tot de uitgever wenden. rechtenkunnen te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Ten geleide
De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor verpleging en verzorging aangepast aan de ontwikkelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitgewerkt in nieuwe kwalificatiedossiers. De mbo-verpleegkundige wordt opgeleid om in alle branches van de verpleging en verzorging te werken: ziekenhuis, verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg, de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicaptenzorg. De breedte (vier contexten) dient gewaarborgd te zijn om te voldoen aan de Wet BIG. Zij levert vanuit een teamverband vraaggerichte intramurale en/of ambulante en/of semimurale zorg. De werkplek is wisselend en kan ook internationaal zijn. Op de werkplek kunnen zowel de zorgvragers als hun zorgbehoeften snel veranderen. De doelgroep waaraan de mbo-verpleegkundige zorg verleent, is zeer divers. De doelgroep bestaat onder andere uit: oudere zorgvragers met beperkte zelfzorg, waaronder psychogeriatrische en somatische zorgvragers; chronisch zieken; revaliderende zorgvragers; zorgvragers met een handicap; klinische zorgvragers; zorgvragers met psychiatrische ziektes en/of stoornissen; barenden, kraamvrouwen en pasgeborenen; kinderen en jeugdigen met potentiële of feitelijke gezondheids- of bestaansdreiging. Bron: kwalificatiedossier op www.s-bb.nl/kwalificatiedossiers Deze kwalificatiedossiers, uitgewerkt in beroepsspecifieke kerntaken en werkprocessen, vormen de basis voor de inrichting van de huidige opleidingen in de gezondheidszorg. De leermid-
delen van Traject V&V zijn ontwikkeld voor, en sluiten aan bij, deze kwalificatiedossiers. Traject V&V is een leermiddelenaanbod voor de opleidingen Verzorgende IG (kwalificatieniveau 3) en Mbo-Verpleegkundige (kwalificatieniveau 4). Traject V&V is gebaseerd op vier belangrijke uitgangspunten: • De leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Het beroepsonderwijs in de gezondheidszorg wordt in belangrijke mate bepaald door de aard van de zorgvragen en door de context waarin de beroepsuitoefening plaatsvindt (zorgsituaties). • Sterk didactisch concept. De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van leerstijlen en leerervaringen van mbo-studenten. Leerstijl en leerervaringen hangen samen met de kenmerken van de mbo-student en zijn of haar situatie. Traject V&V houdt rekening met de verschillende leerstijlen van mbo-studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten. • Bij de indeling van de leermiddelen is rekening gehouden met de basisdelen en de brancheprofielen voor de Verzorgende IG. • Er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen mbo-niveau 3 en mbo-niveau 4. Binnen het beroepsgerichte opleiden worden leertrajecten afgestemd op reeds aanwezige competenties bij individuele studenten. Bij het verwerven van competenties staat het zich eigen maken van vakkennis en beroepsvaardigheden, in combinatie met de ontwikkeling van de beroepshouding en de persoonlijke vorming, centraal. De leermiddelen van Traject V&V sluiten daarbij aan.
Traject V&V houdt rekening met de mbo-student door het taalniveau (2F) af te stemmen op de doelgroep en door (praktijk)voorbeelden en (praktijk)opdrachten zo te formuleren dat de mbo-student zich aangesproken voelt. De leermiddelen zijn zo ontwikkeld dat zowel mbo-studenten met een meer theoretische, als mbostudenten met een meer praktische inslag er gebruik van kunnen maken. Traject V&V is inzetbaar binnen elk didactisch model en biedt de docent de ruimte om invulling te geven aan zijn rol van ‘begeleider’ van het leerproces van de mbo-student. Traject V&V sluit volledig aan bij actuele opvattingen over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent onder andere dat aandacht is besteed aan verwerkingsopdrachten bij de theorie en de evaluatie middels de studiehulp. Daarnaast komen de beroepsvaardigheden en de houdingsaspecten van de (beginnende) beroepsbeoefenaar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen immers een essentieel onderdeel van de beroepsuitoefening. In Traject V&V, inhoudelijk gebaseerd op de kwalificatiedossiers, worden de werkprocessen en uitstroomverbijzonderingen uitgewerkt in drie onderdelen. Theoretische onderbouwing met verwerkingsopdrachten Het onderdeel ‘theorie’ voor het basisdeel bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die hoort bij het betreffende werkproces. De leerstof bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten, opgenomen in het werkboek, sluiten aan op de leerstof in de theorieboeken. De theorieboeken en werkboeken voor de branchegerichte profielen gaan verdiepend in op de zorg in de verschillende branches. P1: Mbo-Verpleegkundige ziekenhuis (ZH) P2: Mbo-Verpleegkundige verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT) P3: Mbo-Verpleegkundige geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
P4: Mbo-Verpleegkundige gehandicaptenzorg (GHZ) Beroepswerkelijkheid Het onderdeel ‘praktijksituaties’ is opgenomen in het werkboek en geeft realistische beschrijvingen van zorgsituaties uit de praktijk van de verzorgende. In de praktijksituaties komen problemen en dilemma’s aan de orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun dagelijkse werk en waarbij van ze verwacht wordt dat ze met een oplossing en aanpak komen. In combinatie met de beroepspraktijkvorming wordt de student op deze manier optimaal ondersteund in zijn professionele ontwikkeling. Deze praktijksituaties bevatten voldoende problemen en dilemma’s om als aangrijpingspunt te dienen voor het zelfstandig leren. Beroepsvaardigheden Het onderdeel ‘vaardigheden’ is eveneens opgenomen in het werkboek en biedt opdrachten die zijn gericht op het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Deze drie onderdelen zijn consequent terug te vinden in het volledige aanbod van Traject V&V. De combinatie van deze onderdelen maakt het leren vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan zowel in een onderwijssituatie als in de beroepspraktijk plaatsvinden. Het didactisch concept van Traject V&V gaat nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, waardoor het vakbekwame leren optimaal wordt ondersteund en mogelijk wordt gemaakt. Wij hopen dat gebruikers, zowel mbo-studenten als docenten, op een plezierige en zinvolle manier met Traject V&V kunnen werken. Heeft u vragen of suggesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt.
Amersfoort, 2017 Redactie en uitgever
Inhoud
Thema 1 Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, gedragsstoornissen en neurocognitieve stoornissen 21 1 1.1 1.2
1.3
1.4
1.5
1.6
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen 22 Inleiding 22 Verstandelijke beperking (verstandelijke-ontwikkelingsstoornis) 22 1.2.1 Wat is een verstandelijke beperking? 22 1.2.2 Oorzaken 22 1.2.3 Kenmerken 23 1.2.4 Zorgvragers met een verstandelijke beperking binnen de GGZ 1.2.5 Verpleegkundige zorg 23 Autismespectrumstoornis (ASS) 24 1.3.1 Wat is een autismespectrumstoornis (ASS)? 24 1.3.2 Oorzaken 25 1.3.3 Aantal zorgvragers met ASS 25 1.3.4 Kenmerken 25 1.3.5 Comorbiditeit 28 1.3.6 Behandeling 29 Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD) 32 1.4.1 Wat is ADHD? 32 1.4.2 Oorzaken 32 1.4.3 Aantal zorgvragers met ADHD 32 1.4.4 Kenmerken 32 1.4.5 Comorbiditeit 34 1.4.6 Behandeling 35 1.4.7 Verpleegkundige zorg 36 Communicatiestoornissen 37 1.5.1 Onderscheid met andere problemen 37 1.5.2 Taalstoornis 38 1.5.3 Sociale (pragmatische) communicatiestoornis 38 1.5.4 Behandeling 39 1.5.5 Verpleegkundige zorg 39 1.5.6 Overige communicatiestoornissen 39 Specifieke leerstoornissen 39 1.6.1 Typen leerstoornissen 40 1.6.2 Behandeling 40 1.6.3 Verpleegkundige zorg 40
1 7
23
1.7
2 2.1 2.2
2.3
2.4
2.5
2.6
2.7
Motorische stoornissen 41 1.7.1 Soorten motorische stoornissen 1.7.2 Behandeling 42 1.7.3 Verpleegkundige zorg 42
41
Disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen 43 Inleiding 43 Oppositionele-opstandige stoornis 43 2.2.1 Wat is een oppositionele-opstandige stoornis? 43 2.2.2 Oorzaken 44 2.2.3 Kenmerken 44 2.2.4 Comorbiditeit 44 2.2.5 Behandeling 44 2.2.6 Verpleegkundige zorg 45 Normoverschrijdend-gedragsstoornis 46 2.3.1 Wat is een normoverschrijdend-gedragsstoornis? 46 2.3.2 Oorzaken 46 2.3.3 Kenmerken 46 2.3.4 Comorbiditeit 48 2.3.5 Behandeling 48 2.3.6 Verpleegkundige zorg 48 2.3.7 Antisociale persoonlijkheidsstoornis 48 Periodieke explosieve stoornis 49 2.4.1 Wat is een periodieke explosieve stoornis? 49 2.4.2 Oorzaken 49 2.4.3 Kenmerken 49 2.4.4 Comorbiditeit 50 2.4.5 Behandeling 50 2.4.6 Verpleegkundige zorg 50 Pyromanie 50 2.5.1 Wat is pyromanie? 50 2.5.2 Oorzaken 51 2.5.3 Kenmerken 51 2.5.4 Comorbiditeit 52 2.5.5 Behandeling 52 2.5.6 Verpleegkundige zorg 52 Kleptomanie 52 2.6.1 Wat is kleptomanie? 52 2.6.2 Oorzaken 52 2.6.3 Kenmerken 52 2.6.4 Comorbiditeit 53 2.6.5 Behandeling 53 2.6.6 Verpleegkundige zorg 53 Onderscheid tussen impulscontrolestoornis en dwangstoornis 53
1 8
3 3.1 3.2 3.3
3.4 3.5
3.6
3.7 3.8
3.9
Neurocognitieve stoornissen 54 Inleiding 54 Neurocognitieve stoornis 54 3.2.1 Wat is een neurocognitieve stoornis? 54 Delirium 55 3.3.1 Wat is een delirium? 55 3.3.2 Aantal zorgvragers met een delier 55 3.3.3 Kenmerken 55 3.3.4 Oorzaken van een delier 56 3.3.5 Behandeling 56 3.3.6 Verpleegkundige zorg 56 Ouderdomsvergeetachtigheid 57 Neurocognitieve stoornis door de ziekte van Alzheimer 57 3.5.1 Wat is alzheimer? 57 3.5.2 Aantal zorgvragers met neurocognitieve stoornissen door alzheimer 58 3.5.3 Kenmerken 58 Vasculaire neurocognitieve stoornis 60 3.6.1 Wat is een vasculaire aandoening? 60 3.6.2 Aantal zorgvragers met een vasculaire neurocognitieve aandoening 60 3.6.3 Kenmerken 60 3.6.4 Onderscheid met neurocognitieve stoornis door alzheimer 61 Neurocognitieve stoornis door een middel/medicatie 61 3.7.1 Kenmerken 61 Neurocognitieve stoornissen door andere niet-traumatische oorzaken 62 3.8.1 Kenmerken 62 3.8.2 Behandeling van een neurocognitieve stoornis 62 Neurocognitieve stoornis door traumatisch hersenletsel 64 3.9.1 Oorzaken 65 3.9.2 Gevolgen 65 3.9.3 Behandeling 65 3.9.4 Verpleegkundige zorg 66
Begrippen
68
Thema 2 Eet- en verslavingsstoornissen 4 4.1 4.2 4.3
73
Zorgvragers met een eetstoornis 74 Inleiding 74 Vormen van eetstoornissen 74 4.2.1 Aantal zorgvragers met een eetstoornis Obesitas 75 4.3.1 Oorzaken 76 4.3.2 Behandeling 76 4.3.3 Preventie 77
1 9
74
4.4 4.5
4.6 4.7 5 5.1 5.2 5.3 5.4
5.5 5.6 5.7
5.8
4.3.4 Obesitas en psychiatrische zorgvragers 77 4.3.5 Eetbuistoornis 77 4.3.6 Anorexia nervosa 79 4.3.7 Boulimia nervosa 83 Overeenkomsten en verschillen tussen de eetstoornissen 84 Oorzaken en gevolgen van anorexia en boulimia nervosa 85 4.5.1 Psychologische factoren 85 4.5.2 Sociaal-culturele en maatschappelijke factoren 86 4.5.3 Biologische factoren 86 Behandeling van eetstoornissen 86 Verpleegkundige zorg bij eetstoornissen 89 Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen 91 Inleiding 91 Wat is verslaving? 91 5.2.1 Verslaving en de DSM-5 92 Stoornissen in het gebruik van een middel (verslaving) 92 5.3.1 Kenmerken van stoornissen in het gebruik van een middel 92 Stoornissen door een middel 95 5.4.1 Intoxicatie door een middel 95 5.4.2 Onttrekkingssyndroom door een middel 95 5.4.3 Andere psychische stoornissen door een middel 96 5.4.4 Hoe ontstaat een stoornis in het gebruik van middelen (verslaving)? 5.4.5 Psychische verschijnselen 98 5.4.6 Lichamelijke verschijnselen 99 5.4.7 Sociale verschijnselen 100 Kan iedereen verslaafd raken? 101 Wat houdt de verslaving in stand? 102 Hulpverlening bij verslaving 103 5.7.1 Behandelmogelijkheden 103 5.7.2 Verslaving en psychiatrische problematiek 107 Verpleegkundige zorg 107 5.8.1 Verpleegkundige aandachtspunten bij verslaving 108 5.8.2 Verpleegproblemen en verpleegkundige zorg 108
Begrippen
113
Thema 3 Slaap-, waak- en overige stoornissen 6 6.1 6.2
Slaap-waakstoornissen 116 Inleiding 116 Wat is slaap? 116 6.2.1 Slaapcyclus 116 6.2.2 Slaapbehoeften 117
1 10
115
97
6.3
6.4
7 7.1 7.2
7.3
7.4
6.2.3 De biologische klok 118 Wat is een slaapstoornis? 118 6.3.1 Oorzaken van slaapstoornissen 118 6.3.2 Slaapstoornissen en psychiatrische aandoeningen Verschillende soorten slaapstoornissen 120 6.4.1 Insomniastoornis 120 6.4.2 Hypersomnolentiestoornis 122 6.4.3 Ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen 124 6.4.4 Circadiane ritme-slaap-waakstoornissen 126 6.4.5 Parasomnia’s 128 6.4.6 Slaapstoornis door een middel/medicatie 130
119
Overige stoornissen 132 Inleiding 132 Seksuele disfuncties 132 7.2.1 Erectiestoornis 132 7.2.2 Orgasmestoornis bij de vrouw 134 Parafiele stoornissen 135 7.3.1 Parafilie die betrekking heeft op activiteiten 135 7.3.2 Parafilie die betrekking heeft op objecten 136 7.3.3 Kenmerken parafiele stoornis 136 7.3.4 Oorzaken 137 7.3.5 Behandeling 138 7.3.6 Verpleegkundige zorg 138 Bewegingsstoornissen en andere bijwerkingen van medicatie 139 7.4.1 Kenmerken van bewegingsstoornissen 140 7.4.2 Kenmerken antidepressivadiscontinueringssyndroom 142
Begrippen
144
Thema 4
De leefomgeving van de psychiatrische zorgvrager
8 8.1 8.2 8.3 8.4
8.5
Woon-/leefmilieu van psychiatrische zorgvragers 148 Inleiding 148 Leefgroep als ‘tijdelijk thuis’ 148 Territorium van de zorgvrager 150 Woon- en/of leefmilieu 151 8.4.1 Betekenis van de ruimte 151 8.4.2 Betekenis van de tijd 152 8.4.3 Betekenis van het handelen 153 Leefmilieu in therapeutisch perspectief 155 8.5.1 Zorgvragers met destructief gedrag 155 8.5.2 Zorgvragers met desorganisatie van het gedrag 155 8.5.3 Zorgvragers met deviant gedrag 156
1 11
147
8.6
8.7
9 9.1 9.2 9.3
9.4 9.5
9.6 10 10.1 10.2 10.3 10.4
10.5
10.6
8.5.4 Zorgvragers met dysfoor gedrag 156 8.5.5 Zorgvragers met afhankelijk gedrag 156 StrategieĂŤn 156 8.6.1 OriĂŤntatie 157 8.6.2 Assertiviteit 157 8.6.3 Bezigheid en werk 157 8.6.4 Ontspanning 158 Leefmilieu en hulpverleners 158 8.7.1 Autoritair optreden 159 8.7.2 Onderdanig optreden 159 8.7.3 Te betrokken zijn 160 8.7.4 Te weinig betrokken zijn 160 Aspecten van groepen 162 Inleiding 162 Individu versus groep 162 Wat is een groep? 162 9.3.1 Functie en belang van de groep 162 9.3.2 Zorgvragersgroep(en) 164 9.3.3 Typeren van groepen 164 Groepswaarden en groepsnormen 171 9.4.1 Hoe werken normen? 172 Ontwikkelingsfasen van groepen 172 9.5.1 Voorgeschiedenis of voorfase 172 9.5.2 Wen- of verkenningsfase 173 9.5.3 Controle- of machtsfase 173 9.5.4 Affectiefase 174 9.5.5 Autonome fase 174 9.5.6 Ontslag- of afsluitingsfase 174 Structuur van een groep 175 Processen binnen groepen 176 Inleiding 176 Groepsdynamica 176 Interactie en communicatie 177 Communicatiepatronen 177 10.4.1 Cirkelstructuur 178 10.4.2 Wielstructuur 178 10.4.3 Comconstructuur 179 10.4.4 Sociogrammen 179 10.4.5 Inhoud en betrekking 180 Functioneel en disfunctioneel gedrag 181 10.5.1 Functioneel (communicatief) gedrag 181 10.5.2 Disfunctioneel (communicatief) gedrag 182 Effectieve en niet-effectieve groepsrollen 183
1 12
10.6.1 10.6.2 11 11.1 11.2
11.3 11.4
11.5
11.6
Effectieve groepsrollen 183 Niet-effectieve groepsrollen 186
Organisatie en sturing van groepen 191 Inleiding 191 Organiseren van de (leef)groep 191 11.2.1 Verdelen van taken 191 11.2.2 Coördineren van activiteiten 193 Beïnvloeding van de groepsleden 195 11.3.1 Beïnvloedingsstijlen 195 Gebruik van macht 196 11.4.1 Pressiemiddelen 197 11.4.2 Bronnen van macht 199 11.4.3 Macht in de zorgverlening 200 Nemen van besluiten 201 11.5.1 Zeggenschap 201 11.5.2 Manieren waarop besluiten tot stand komen (binnen een leefgroep) Hanteren van conflicten 203 11.6.1 Oorzaken voor conflicten 203 11.6.2 Voordelen en nadelen van conflicten 204 11.6.3 Fasen van een conflict 204 11.6.4 Benadering van een conflict 205 11.6.5 Hanteren van conflicten 206
Begrippen
209
Thema 5 Begeleiding van een (leef)groep 12 12.1 12.2
12.3
13 13.1 13.2
213
Groepen in de psychiatrie en hun begeleiding 214 Inleiding 214 Groepen in de GGZ 214 12.2.1 (Leef)groepen 214 12.2.2 Groepen met een therapeutisch doel 217 Begeleiden van de (leef)groep 218 12.3.1 Doelstelling van de (leef)groep 218 12.3.2 Groepsdoelen 218 12.3.3 Taakvolwassenheid 219 12.3.4 Variaties in taakvolwassenheid en passende begeleiding 12.3.5 Begeleiding 221 12.3.6 Begeleidersstijlen 222 Methodisch begeleiden van (leef)groepen Inleiding 226 Methodisch begeleiden 226
1 13
226
220
202
13.3
13.4
13.5
13.6 13.7
13.2.1 Scheiden van hoofd- en bijzaken 226 13.2.2 Methodisch proces bij het begeleiden van de (leef)groep Behoefte aan begeleiding in kaart brengen 228 13.3.1 Verzamelen van gegevens 228 13.3.2 Diagnostiek 230 13.3.3 Regelmatig voorkomende begeleidingsproblemen 232 Plannen van begeleiding 237 13.4.1 Kiezen begeleidingsdoelen 237 13.4.2 Kiezen van interventies 238 Uitvoeren van de begeleiding 241 13.5.1 Kiezen van een begeleidersstijl 242 13.5.2 Monitoren van het begeleidingsproces 242 Evalueren van de begeleiding 242 Gedragsproblemen in de groep 243 13.7.1 Directieve houding van de verpleegkundige 244 13.7.2 Preventie 244 13.7.3 Methodische aanpak 244 13.7.4 Vormen van preventie en gezondheidsvoorlichting 245
Begrippen
248
Thema 6
Behandeling bij psychische stoornissen
14 14.1 14.2 14.3
14.4
15 15.1 15.2
15.3
227
251
Behandeling en zorgaanbod bij psychische problemen 252 Inleiding 252 Behandeling in de GGZ 252 Hulpverleners in de GGZ 253 14.3.1 Achtergrond van de hulpverlener 253 14.3.2 Soorten hulpverleners 254 Functies van het behandel- en zorgaanbod (klinische setting) 256 14.4.1 Bieden van veiligheid, toezicht/structuur en bescherming 256 14.4.2 Bieden van psychosociale begeleiding 257 14.4.3 Bieden van lichamelijke zorg en verzorging 258 14.4.4 Bieden van behandeling van de psychiatrische stoornis 258 Biologisch georiĂŤnteerde behandelmethoden 260 Inleiding 260 Psychofarmaca algemeen 260 15.2.1 Werking psychofarmaca 260 15.2.2 Verantwoordelijkheid voor de verpleegkundige Psychofarmaca bij psychotische symptomen 262 15.3.1 Werking antipsychotica 263 15.3.2 Soorten antipsychotica 264 15.3.3 Verpleegkundige aspecten 265
1 14
262
15.4
Psychofarmaca bij depressieve symptomen 268 15.4.1 Werking antidepressiva 268 15.4.2 Soorten antidepressiva 269 15.4.3 Verpleegkundige aspecten 271 15.5 Psychofarmaca bij bipolaire stoornis en manie 273 15.5.1 Werking stemmingsstabilisatoren 273 15.5.2 Soorten stemmingsstabilisatoren 275 15.5.3 Verpleegkundige aspecten 275 15.6 Psychofarmaca bij angststoornissen 276 15.6.1 Werking anxiolytica 277 15.6.2 Soorten anxiolytica 278 15.6.3 Verpleegkundige aspecten 278 15.7 Antiparkinsonmiddelen (bij door medicijnen uitgelokt parkinsonisme) 15.7.1 Werking van medicijnen die parkinsonisme tegengaan 279 15.7.2 Verpleegkundige aspecten 279 15.8 Psychofarmaca: consequenties voor verpleegkundige zorg 279 15.8.1 Eigen verantwoordelijkheid 280 15.8.2 Supervisie 280 15.8.3 Medicijntrouw 281 15.8.4 Overdosis 281 15.8.5 Noodsituaties 282 15.9 Elektroconvulsietherapie (ECT) 283 15.9.1 Werking van en werkwijze bij ECT 283 15.9.2 Indicaties voor ECT en risico’s 284 15.9.3 Verpleegkundige aspecten 284 15.10 Overige biologisch georiënteerde behandelmethoden 286 16 16.1 16.2 16.3 16.4 16.5
16.6 16.7 16.8 16.9 17 17.1 17.2
Psychologisch georiënteerde behandelmethoden 288 Inleiding 288 Psychotherapie: algemene kenmerken 288 Psychoanalyse en psychodynamische therapie 289 Gedragstherapie 291 Cognitieve (gedrags)therapie 292 16.5.1 Cognitieve therapie 292 16.5.2 Cognitieve gedragstherapie 293 Hypnotherapie 294 Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) Mindfulness 296 Psychotherapie en verplegen 296
278
295
Sociaal georiënteerde, complementaire en alternatieve behandelmethoden Inleiding 297 Sociaal georiënteerde behandelmethoden 297 17.2.1 Systeemtherapie 297 17.2.2 Sociotherapie 298
1 15
297
17.3
17.2.3 Sociotherapie en verplegen 302 Complementaire en alternatieve behandelmethoden 17.3.1 Complementaire behandelmethoden 302 17.3.2 Alternatieve behandelmethoden 304 17.3.3 Tot slot 306
302
Begrippen
307
Thema 7
Klinisch redeneren, coördinatie, kwaliteitszorg en voorlichting
18 18.1 18.2
18.3 18.4 18.5
19 19.1 19.2 19.3
19.4
19.5
Klinisch redeneren 314 Inleiding 314 Klinisch redeneren in de GGZ 314 18.2.1 Diversiteit aan problemen en klachten 314 18.2.2 De omgeving 315 18.2.3 Acute situaties 315 18.2.4 Voorkomen van verergering 316 Klinisch redeneren en morele dilemma's 317 Zes stappen van het klinisch redeneren 318 Hulpmiddelen bij het klinisch redeneren 320 18.5.1 Soorten redeneerhulpmiddelen 320 18.5.2 Hulpmiddel om belasting van mantelzorgers vast te stellen 321 18.5.3 Hulpmiddel om de tevredenheid van de zorgvrager vast te stellen Coördinatie en continuïteit van zorg 322 Inleiding 322 Coördinatie en continuïteit van zorg 322 19.2.1 Maatschappelijke ontwikkelingen 322 Verpleegkundige: intermediair 324 19.3.1 Casemanager 324 19.3.2 Coördineren van afspraken 324 19.3.3 Klachtenbeoordelaar van de zorgvrager 324 19.3.4 Tolk tussen zorgvrager en behandelaar 325 19.3.5 Motiveren tot behandeling 325 Multidisciplinaire zorg en behandeling 326 19.4.1 Het multidisciplinaire team in de GGZ 326 19.4.2 Multidisciplinair overleg 327 19.4.3 Dagelijks overleg 327 19.4.4 Langetermijnoverleg 328 19.4.5 Zorgafstemmingsgesprek (ZAG) 328 19.4.6 Informeel overleg 328 19.4.7 De bijdrage van de verpleegkundige 329 Hulpmiddelen bij coördinatie en continuïteit van zorg 19.5.1 Dossier 329
1 16
329
321
313
19.5.2 19.5.3 20 20.1 20.2 20.3 20.4 20.5 20.6 20.7
Rapportage 330 Overdracht 331
20.8
Kwaliteitszorg 334 Inleiding 334 Kwaliteitszorg 334 Wettelijke bepalingen en kwaliteitszorg 334 Maatschappelijke ontwikkelingen en kwaliteitszorg Partijen in kwaliteitszorg binnen de GGZ 335 Waarborgen en verbeteren van kwaliteit 337 Kwaliteit van het verpleegkundig handelen 338 20.7.1 Protocollen en richtlijnen 339 20.7.2 Leren van collega’s en zorgvragers 339 Deskundigheidsbevordering 341
21 21.1 21.2 21.3 21.4 21.5
Voorlichting, advies en instructie Inleiding 343 Verpleegkundige taken 343 Primaire preventie 344 Secundaire preventie 346 Tertiaire preventie 349
343
Begrippen
351
Thema 8
Branche en samenleving
22 22.1 22.2
335
355
22.6
Maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot de GGZ 356 Inleiding 356 Opvattingen over zorgvragers met een psychiatrische aandoening 22.2.1 Stigmatisering 357 Vermaatschappelijking 357 Herstelondersteunende zorg 358 22.4.1 Organisatie van herstelondersteunende zorg 358 Multiculturaliteit 359 22.5.1 Interculturalisatie 360 22.5.2 Transculturele zorg 360 Vergrijzing in de GGZ 363
23 23.1 23.2 23.3
Ethiek in de GGZ 364 Inleiding 364 Morele dilemma’s 364 Oplossen van morele dilemma’s: ethisch beraad
22.3 22.4 22.5
1 17
366
356
24 24.1 24.2 24.3
24.4
24.5 24.6
24.7
Wetgeving, belangenbehartiging en ďŹ nanciering 370 Inleiding 370 Wet Bopz 370 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) 371 24.3.1 Doelstellingen van de Wvggz 371 24.3.2 Criteria voor verplichte zorg 372 24.3.3 Maatregelen voor verplichte zorg 372 24.3.4 Waar kan de verplichte zorg uit bestaan? 373 Rechtspositie van de zorgvrager 374 24.4.1 WGBO 374 24.4.2 Wvggz 374 24.4.3 Beroepsgeheim van beroepsbeoefenaren 376 24.4.4 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) 377 Forensische zorg en wetgeving 377 Belangenbehartiging 377 24.6.1 Individuele belangenbehartiging 378 24.6.2 Collectieve belangenbehartiging 378 Financiering van de GGZ 379 24.7.1 GGZ-zorg dichter bij de zorgvrager brengen 379 24.7.2 GGZ beter en effectiever maken 381 24.7.3 GGZ betaalbaar houden 381
Begrippen
383
Bijlage 1 Ervaren Druk door Informele Zorg-plus
385
Bijlage 2 Vragenlijst Ervaringen met geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg 387
Register
396
1 18
1 19
1 1
1 THEMA
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, gedragsstoornissen en neurocognitieve stoornissen Bram is een elfjarig jongen. Hij heeft problemen op school. Bram praat voor zijn beurt en plaagt kinderen uit de groep. Hij pakt hun spullen af en schreeuwt, zodat kinderen elkaar niet kunnen verstaan. Hij maakt zijn werk vaak niet af, gaat in discussie met de juffrouw en reageert op alles wat hij ziet en hoort. De juffrouw ergert zich aan het gedrag van Bram. Zijn klasgenootjes vinden hem maar stom en willen niet met hem spelen. Bram begint thuis ook lastig te worden. Hij heeft voortdurend conicten met zijn moeder en luistert niet. Moeder dacht eerst dat Bram in de puberteit kwam, maar zij merkt nu wel dat er meer aan de hand is. Als Bram uit boosheid een glas kapot gooit, is voor zijn moeder de maat vol.
1 21
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, gedragsstoornissen en neurocognitieve stoornissen
1 Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen
1.1
Inleiding
Je hebt vast weleens van ADHD of autisme gehoord. Deze problematiek staat de laatste jaren steeds meer in de belangstelling en komt veel voor. Niet iedereen die druk is, heeft ADHD en ook niet iedereen met een contactstoornis heeft autisme (ASS). In dit hoofdstuk beschrijven we wat ADHD en autisme betekenen, wat de kenmerken zijn, welke problemen daarmee samengaan en hoe de behandeling en verpleegkundige zorg eruitziet. Zowel ADHD als autisme is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Dat wil zeggen dat er problemen in de ontwikkeling zijn, waarbij hersenafwijkingen een grote rol spelen. De problemen ontstaan in de kindertijd, maar duren voort in de volwassenheid. De stoornissen geven vaak problemen in contacten, op het werk of op school. De diagnose wordt gesteld door een specialistisch team binnen de GGZ. Behalve ADHD en ASS zijn er ook nog andere neurobiologische ontwikkelingsstoornissen.
1.2
Verstandelijke beperking (verstandelijkeontwikkelingsstoornis)
1.2.1
Wat is een verstandelijke beperking?
Een verstandelijke beperking wil zeggen dat er beperkingen zijn in het functioneren, waardoor iemand zich niet aan (de eisen van) de omgeving aan kan passen. Voor de komst van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders 5 (DSM-5) werd er veel waarde gehecht aan een getal dat de intelligentie uitdrukt: het intelligentiequotiënt, of IQ. Het IQ bepaalde of een zorgvrager een verstandelijke beperking had en hoe ernstig deze was. Het gemiddelde IQ ligt tussen de 90-110. Een zorgvrager met een IQ van 70 of lager werd als verstandelijk beperkt gezien. Tegenwoordig, in de DSM-5, ligt de nadruk meer op beperkingen in het functioneren. De ernst van de beperkingen bepaalt de ernst van de verstandelijke beperking. Alleen een IQ-score is hierdoor niet meer bepalend voor de diagnose ‘verstandelijke beperking’. Zorgvragers met een verstandelijke beperking kunnen ook één of meer psychiatrische stoornissen hebben, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn.
Dit hoofdstuk behandelt de volgende onderwerpen: • verstandelijke beperking (verstandelijke-ontwikkelingsstoornis); • autismespectrumstoornis (ASS); • aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD); • communicatiestoornissen; • specifieke leerstoornissen; • motorische stoornissen.
1.2.2
Oorzaken
Een verstandelijke beperking kan verschillende oorzaken hebben. Een veelvoorkomende oorzaak is een chromosoom- of DNA-afwijking. Je kunt hierbij denken aan het syndroom van Down. Ook kunnen er tijdens de zwangerschap vergif-
1 22
1
een lichte verstandelijke beperking komen het meest in behandeling binnen de GGZ. Zij hebben ondersteuning nodig bij meer complexe taken, zoals het beheren van geld. Ook hebben zij vaak begeleiding en behandeling nodig bij het kunnen reguleren van hun emoties.
tigingen optreden, zoals infecties of alcoholgebruik door de moeder. Ten slotte kunnen er oorzaken rondom de bevallig zijn, zoals zuurstofgebrek. 1.2.3
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen
Kenmerken
1.2.4
Een zorgvrager met een verstandelijke beperking heeft beperkingen in het verstandelijk en adaptief functioneren. Adaptief functioneren wil zeggen het vermogen om je aan te passen aan de (eisen van de) omgeving. Deze beperkingen doen zich voor op drie domeinen: • conceptueel (onderwijs)domein: dit zijn competenties op het gebied van het geheugen, taal, lezen, schrijven, rekenen, praktische kennis, problemen oplossen en nieuwe situaties beoordelen; • sociaal domein: zich kunnen inleven in de ander, communicatieve vaardigheden, het vermogen om vriendschappen te sluiten; • praktisch domein: dit gaat over verschillende levenssituaties, zoals zelfzorg, vrijetijdsbesteding, plannen van taken.
Zorgvragers met een verstandelijke beperking binnen de GGZ
Zorgvragers met een verstandelijke beperking hebben een verhoogde kans op een psychiatrische stoornis. Er zijn speciale behandelafdelingen (zowel ambulant, in deeltijd als klinisch) binnen de GGZ voor zorgvragers met zowel een verstandelijke beperking als psychiatrische problematiek. Daarnaast is er een grote groep zorgvragers met lichte verstandelijke beperkingen en psychiatrische problematiek die behandeld worden binnen de reguliere GGZ. Bijvoorbeeld een depressieve zorgvrager met een lichte verstandelijke beperking die ambulant behandeld wordt binnen de afdeling stemmingsstoornissen. Het is belangrijk te onderscheiden welke problemen bij de verstandelijke beperking horen en welke problemen het gevolg zijn van de psychiatrische stoornis. Psychiatrische klachten worden vaak niet herkend en al snel gezien als een klacht die voortkomt uit de verstandelijke beperking. Anderzijds bestaat het gevaar dat in de behandeling van psychiatrische klachten te weinig rekening wordt gehouden met de verstandelijke beperking. Door de verstandelijke beperking is de zorgvrager kwetsbaar en wordt hij snel overspoeld door prikkels. Zo kan een zorgvrager agressief worden, omdat hij overvraagd. Zorgverleners moeten zich hiervan bewust zijn.
Verstandelijke beperkingen kunnen verschillen in ernst: licht, matig, ernstig en zeer ernstig. Soms hebben zorgvragers levenslang ondersteuning nodig en kunnen zij niet zelfstandig wonen. Andere zorgvragers kunnen zelfstandig wonen met woonbegeleiding. Zij hebben beperkte problemen op de drie domeinen. Wanneer de zorg moet worden overgenomen en er voortdurend toezicht nodig is, dan is er sprake van een (zeer) ernstige verstandelijke beperking. Deze zorgvragers kunnen bijvoorbeeld hun algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) niet zelfstandig uitvoeren en zij hebben een zeer beperkte woordenschat. Zij zullen niet snel binnen de GGZ worden behandeld. Zorgvragers met een matige verstandelijke beperking kunnen zelfstandig hun ADL-activiteiten uitvoeren, maar alleen na een lange training en vaak met blijvende ondersteuning. Zij kunnen meestal niet zelfstandig belangrijke beslissingen nemen. Zorgvragers met
1.2.5
Verpleegkundige zorg
Wanneer je als verpleegkundige binnen de GGZ te maken krijgt met zorgvragers met een verstandelijke beperking, is er ook sprake van psychiatrische problematiek. Je levert dan zorg ge-
1 23
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, gedragsstoornissen en neurocognitieve stoornissen
1 Mien is een 40-jarige zorgvrager met een verstandelijke beperking. Zij is in het verleden psychotisch geweest en ontvangt ambulante behandeling vanuit de polikliniek Psychotische stoornissen. Mien heeft moeite met plannen en organiseren en kan problemen moeilijk overzien. Zij heeft vorige week een brief gekregen van de postcodeloterij. Zij had het idee dat zij geld moest betalen en dat men dit van haar rekening kon halen. Hierdoor sliep zij slecht, piekerde zij veel en was bang geen geld meer over te houden om eten te kopen. Dit gaf veel stress. Ambulant verpleegkundige Mario heeft met Mien afgesproken dat zij alle post bewaart en dat zij deze samen doornemen. Ook is haar medicatie aangepast om het piekeren te verminderen. Mien is hierdoor wat meer gerustgesteld.
richt op de psychiatrische problematiek en afgestemd op de verstandelijke beperking. Dit is belangrijk, omdat een zorgvrager anders overvraagd wordt, waardoor stress toeneemt en daarmee de kans op een psychiatrisch probleem. Je zult je allereerst een beeld moeten vormen van de beperkingen op de drie domeinen en vervolgens de zorg afstemmen op de behoeften en mogelijkheden van de zorgvrager. Soms zul je activiteiten van de zorgvrager (tijdelijk) moeten overnemen. Belangrijke verpleegkundige aandachtspunten zijn: • pas je taalgebruik aan: gebruik korte zinnen en geef eenvoudige opdrachten. Soms lijkt het alsof de zorgvrager je begrijpt, terwijl later blijkt dat dit niet zo is; • stel kleine, haalbare en overzichtelijke doelen. Het kan nodig zijn je eigen verwachtingen bij te stellen; • richt je op de mogelijkheden van de zorgvrager, houd daarbij rekening met zijn beperkingen; • voorkom stress: wees alert op situaties die stress veroorzaken. Zorgvragers met een verstandelijke beperking overzien situaties vaak niet, waardoor zij overspoeld raken door prikkels. Dit kan leiden tot bijvoorbeeld angsten of agressie; • wees je er bewust van dat zorgvragers emotioneel kwetsbaar zijn en bij kleine veranderingen al uit hun evenwicht kunnen raken. Zij kunnen extreem agressief, verdrietig of angstig worden wanneer dingen anders gaan dan zij gewend zijn, of wanneer bijvoorbeeld spullen in een ruimte zijn veranderd. Zorg ervoor dat veranderingen stap voor stap gebeuren. Bereid de zorgvrager hierop voor; • coördineer de zorg en zorg voor een goede afstemming: vanwege de kwetsbaarheden van de zorgvrager zijn vaak verschillende instanties, hulpverleners en familie van de zorgvrager betrokken bij de zorg rondom de zorgvrager.
1.3
Autismespectrumstoornis (ASS)
1.3.1
Wat is een autismespectrumstoornis (ASS)?
Het woord autisme is afgeleid van het Griekse ‘autos’, ‘zelf’. Autisme verwijst dan ook naar een gebrek aan wederkerigheid in de sociale omgang. Voor de komst van de DSM-5 waren er verschillende subgroepen van ASS, zoals Asperger en PDD-NOS. Omdat deze subgroepen moeilijk te onderscheiden waren en de behandeling veel overeenkomsten had, is er in de DSM-5 gekozen om al deze subgroepen samen te voegen tot één categorie: autismespectrumstoornis (ASS). ASS is dus een verzamelterm voor allerlei vormen van autisme, waarbij tekorten in de sociale communicatie, herhalingsgedrag en een beperkte belangstelling voor de omgeving op de voorgrond staan. De diagnose ASS wordt regelmatig pas op volwassen leeftijd gesteld. Soms hebben zorgvragers in de loop der jaren geleerd hun gedrag te camoufleren of compenseren of hebben zij in een gestructureerde omgeving
1 24
1
geheel van te maken. Je kunt je waarschijnlijk wel voorstellen dat het voor een zorgvrager met ASS hierdoor lastig is de wereld waarin wij leven te begrijpen. ASS blijft het hele leven een rol spelen.
gefunctioneerd. Wanneer de maatschappelijke en sociale druk te groot wordt en/of er veranderingen in hun leven komen, lopen zij alsnog vast. De diagnose ASS kan pas worden gesteld als een zorgvrager als kind ook al ASS-kenmerken had. Een heteroanamnese van de ouders of verzorgers is daardoor van belang om de diagnose te kunnen stellen.
1.3.3
Aantal zorgvragers met ASS
Het aantal zorgvragers met ASS is in de loop der jaren toegenomen. Enerzijds komt dit doordat de criteria van deze stoornis verruimd zijn, waardoor je eerder aan de diagnose voldoet. Anderzijds stelt de maatschappij veel meer eisen aan sociale en communicatieve vaardigheden en zelfredzaamheid. Zo moet je carrière maken, een gezin hebben, contacten onderhouden en naar de sportschool gaan. Dit geeft een enorme druk. Velen kunnen hier niet aan voldoen. Ongeveer 1 procent van de Nederlandse bevolking heeft een ASS. Bij jongens/mannen komt ASS drie keer zoveel voor als bij meisjes/vrouwen. De oorzaak hiervan is niet bekend.
1 Anja is een 35-jarige zorgvrager. Zij is getrouwd met Willem. Anja en Willem kennen elkaar al twintig jaar. Willem regelt alle administratieve zaken en neemt initiatieven om samen met anderen leuke dingen te doen. Anja heeft een aantal vaste huishoudelijke taken die zij op zich neemt en werkt bij haar moeder in de winkel. Dan wordt Willem verliefd op een andere vrouw. Anja is totaal ontredderd, Willem wil scheiden. Zij krijgt paniekaanvallen en suïcidale gedachten. Anja komt bij de GGZ en na een uitgebreid onderzoek heeft de psychiater het sterke vermoeden dat Anja ASS heeft. Haar moeder wordt uitgenodigd voor een heteroanamnese. Daaruit blijkt dat Anja altijd veel behoefte heeft gehad aan structuur, snel overprikkeld was, moeizaam contact aan kon gaan met leeftijdsgenootjes, nauwelijks oogcontact maakte en urenlang alleen kon spelen met treinen. Anja krijgt de diagnose ASS. 1.3.2
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen
1.3.4
Kenmerken
Zorgvragers met ASS vertonen stoornissen in het contact. Deze stoornissen kunnen per leeftijd verschillen en ook het aantal kenmerken en de ernst hiervan kan per zorgvrager verschillen. Hoe ouder een kind wordt, hoe duidelijker de sociale aspecten naar voren komen. Er wordt immers steeds meer sociale interactie verwacht bij het ouder worden. Het gedrag van een zorgvrager met ASS valt op. Zo is een kind met ASS weinig geïnteresseerd in anderen. Het speelt nauwelijks met anderen en maakt geen oogcontact. Bij volwassenen met ASS valt op dat er vaak communicatieproblemen zijn, omdat de zorgvrager zich niet goed in kan leven in de ander en weinig zelfinzicht heeft. Het lijkt alsof de zorgvrager eigenwijs is en zijn eigen zin door wil zetten. Dit gedrag wordt vaak als een persoonlijke aanval of onwil gezien. Het is belangrijk dat je je er bewust van bent dat dit beperkingen zijn. Probeer neutraal te reageren.
Oorzaken
Er wordt nog steeds onderzoek gedaan naar de precieze oorzaken van ASS. Men gaat ervan uit dat genetische kwetsbaarheid en omgevingsfactoren een rol spelen. Welke omgevingsfactoren dit zijn, is niet bekend. Men denkt bijvoorbeeld aan virussen. Door deze kwetsbaarheid in combinatie met omgevingsfactoren is er een verstoorde ontwikkeling van de hersenen en de informatieverwerking. Alles wat iemand met autisme hoort, ziet, ruikt en voelt, verwerkt hij of zij op een andere manier dan iemand zonder autisme. Er komt veel ’losse’ informatie binnen. Daardoor wordt het moeilijk om er een logisch
1 25
THEORIEBOEK NIVEAU 4
Geestelijke gezondheidszorg 2
Deze uitgave Geestelijke gezondheidszorg 2 maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige. P3-K1-W1 Biedt een zorgvrager herstelondersteunende zorg P3-K1-W2 Communiceert met zorgvragers gericht op maatschappelijke participatie P3-K1-W3 Begeleidt een groep zorgvragers en naastbetrokkenen
verpleegkundige
De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv
Geestelijke gezondheidszorg 2 THEORIEBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken.
Auteurs: A. Engeltjes A. Willemse Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
9 789006 910445
TB_GeestelijkeGezondheidszorg2_N4_190x270mm.indd All Pages
28/09/17 07:59