Skip to main content

Traject V&V Gezondheidszorg werkboek niveau 3

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 3

Gehandicaptenzorg verzorgende ig


Gehandicaptenzorg

A.C. Verhoef S.M.T. Vogel


Colofon Auteurs A.C. Verhoef S.M.T. Vogel

Redactie C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

Vormgeving en omslag

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen.

Studio Fraaj, Rotterdam www.thiememeulenhoff.nl

Fotografie omslag Peter Bak, Rotterdam

ISBN 978 9006 91056 8 Eerste druk, eerste oplage, 2017

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Fotografie Koen Bakx - Mirador Media; Anke Gielen Mirador Media; iStockphoto.com / AndresBalcazar; Karin Ligthart Fotografie; Frank Muller - Zorg in beeld; Shutterstock; Sylvia Vogel; Wikimedia Commons

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. plaatsgevonden. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Lichamelijke verzorging

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Lichamelijke verzorging is een belangrijk onderdeel van je werk als verzorgende. In dit thema gaat het om de verzorging van de huid, de haren, de slijmvliezen en het gebit. Daarbij is het belangrijk dat je het een en ander weet over de bouw en functies van deze lichaamsdelen. De lichamelijke of hygiënische verzorging is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de verzorgende. In eerste instantie wordt de hygiënische verzorging in de eerste levensjaren van een kind volledig door de mantelzorg gedaan. Naarmate een kind ouder wordt, neemt zijn zelfstandigheid toe, totdat er sprake is van volledige zelfzorg. Soms gaat het mis met de zelfzorg en de mantelzorg. Vaak moet je als verzorgende de hygiënische verzorging dan geheel of gedeeltelijk overnemen. Je hebt hierbij ook de taak om de familie van de zorgvrager in te schakelen. De wens van de zorgvrager komt hierbij altijd op de eerste plaats en daarna die van de familie. Daarnaast zijn er mensen die onvoldoende lichaamsbeweging krijgen om verschillende redenen. Door onvoldoende lichaamsbeweging kunnen allerlei complicaties ontstaan. Ook hier ligt een belangrijke taak voor jou als verzorgende om te weten hoe je bij bepaalde complicaties het beste kunt handelen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit • huid • slijmvliezen • gebit Hoofdstuk 2: Hygiënische verzorging • doel van de hygiënische verzorging • hygiënische verzorging van de volwassene • de plaats voor hulp • hygiënische verzorging van de baby en het kind Hoofdstuk 3: Complicaties door onvoldoende lichaamsbeweging • decubitus • contracturen • osteoporose • trombose • longontsteking • obstipatie • smetten • blaasontsteking

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1

1

In de theorie staat dat de huid verschillende functies heeft. Een droge, schrale huid gaat eerder stuk, waardoor de huid niet optimaal functioneert. Welke functie van de huid is hier aangetast? a beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf b lichaamstemperatuur regelen c stoffen uitscheiden d vet opslaan in het onderhuids bindweefsel

2

De huid bestaat uit drie lagen. Hieronder staan zes kenmerken. Vul in de tweede kolom in bij welke huidlaag het kenmerk hoort. Kies uit: opperhuid, lederhuid en onderhuids bindweefsel.

1 10

Het vet in deze laag zorgt voor warmte-isolatie. Er zitten geen bloedvaten in deze laag.

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

In deze laag zitten zweetklieren. In deze laag zitten pigmentkorrels. Deze laag is dikker op de billen, bovenbenen en bovenarmen. Deze laag bestaat uit de hoornlaag en de kiemlaag.

3

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

De huid vertelt veel over iemand. a Beschrijf wat je aan jouw huid kunt aflezen.

1 11

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

Toepassing Praktijksituaties Het gedrag van Jolanda maakt Chaimaa onzeker tijdens de lichamelijke verzorging Chaimaa Chaimaa is tweedejaarsstudent verzorgende IG. In het eerste leerjaar deed ze BPV in een zorgcentrum. Die BPV werd ruim voldoende beoordeeld. Chaimaa werkt nu een week bij de stichting Adamant. Mensen met een beperking hebben daar een zelfstandige woning in een normale woonwijk. Er is een dienstencentrum van waaruit hulp verleend wordt. Elke woning heeft een communicatielijn met dat centrum. Als een bewoner hulp nodig heeft, belt hij naar het dienstencentrum. In haar eerste week heeft Chaimaa kennisgemaakt met alle bewoners en geholpen bij de hygiënische verzorging. Overleg met Hanneke en Chaimaa Begeleidster Hanneke geeft uitleg over hoe de gegevens van zorgvragers vastgelegd worden in een elektronisch zorgdossier. Sommige bewoners vinden het fijn dat er een uitgebreid zorgplan van hen is. Anderen willen geen of nauwelijks informatie in het dossier. De bewoner bepaalt zelf hoe en wanneer hij verzorgd wordt. Hij is zelf actief in het vragen van hulp. ‘Als iemand besluit om een dag niet gewassen te worden, dan respecteren we dat’, vertelt Hanneke. Chaimaa leest het zorgdossier van Jolanda Dan gaat de telefoon. Hanneke neemt op: ‘Komt in orde, Jolanda. Is het goed dat Chaimaa komt? Ja, dat is dat nieuwe meisje dat vorige week begonnen is. Ik zal zeggen dat ze even moet nalezen hoe moeilijk jij bent, ha ha ha!’ Hanneke legt de telefoon neer en vraagt aan Chaimaa: ‘Durf jij het aan om Jolanda zelfstandig te wassen? Je moet wel eerst even in haar dossier kijken. Niet dat het al compleet is, hoor. Jolanda heeft zelf haar persoonsbeschrijving ingetypt, daar stond ze op. Wat er met de rest van het zorgplan moet gebeuren, daar wil ze nog over denken.’ Chaimaa loopt naar de computer en leest het zorgplan van Jolanda. Dan pakt Chaimaa haar jas en gaat.

1 19

THEMA 1 Lichamelijke verzorging

Evaluatie Studiehulp

1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1

Stelling 1 De huid is een van de zintuigorganen. 2 Vitamine C wordt in de huid gevormd onder invloed van zonlicht. 3 Bij een verminderde doorbloeding is de huid rood. 4 De huid is overal even dik. 5 Pigmentkorrels bevinden zich in de opperhuid. 6 De buitenste laag van de lederhuid is de hoornlaag. 7 De talgkliertjes bevinden zich in de lederhuid. 8 Het onderhuids bindweefsel bestaat grotendeels uit vet. 9 De lengtegroei van de nagels vindt plaats vanuit het nagelbed. 10 Een volledig gebit van een volwassene bestaat uit 28 tanden en kiezen. 11 Het tandbeen wordt in zijn geheel bedekt door tandglazuur.

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Hygiënische verzorging 2

Stelling Juist Onjuist 1 De hygiënische verzorging heeft meestal alleen invloed op het lichamelijk ◯ ◯ functioneren. 2 Een zorgvrager was je met lekker warm water. ◯ ◯ 3 Smetten is een huidirritatie die kan ontstaan doordat de huidplooien niet ◯ ◯ goed droog gemaakt worden. 4 In fase 2 van smetten is de huid kapot. ◯ ◯ 5 In fase 3 van smetten breng je zinkoxide FNA op de huid aan. ◯ ◯ 6 Neten zijn eitjes van de hoofdluis. ◯ ◯ 7 Bij aanwezigheid van luizen en neten is het gebruik van een ◯ ◯ bestrijdingsmiddel altijd aan te raden. 8 Als iemand hoofdluizen heeft, is dat een teken van een slechte hygiëne. ◯ ◯ 9 Wanneer je iemand scheert met een elektrisch scheerapparaat met een ◯ ◯ scheerblad, moet je op-en-neergaande bewegingen maken. 10 Een fysiologische zoutoplossing kun je gebruiken om de ogen te reinigen. ◯ ◯ 11 Stomatitis is een ontsteking van het oogslijmvlies. ◯ ◯ 12 De teennagels worden in het algemeen recht afgeknipt. ◯ ◯ 13 De vulva was je van schaamheuvel richting anus. ◯ ◯ 14 Zeep is een goed reinigingsmiddel voor de vulva. ◯ ◯ 15 Wanneer je als verzorgende een vrouw moet wassen die menstrueert, kun je ◯ ◯ het best handschoenen dragen.

1 76

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent. Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 5 Zorg voor de bedden

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden Bed opmaken, zonder dat de zorgvrager in bed ligt Oriënteren

1

1 2

Bestudeer de theorie over het opmaken van het bed zonder zorgvrager. Bestudeer de beschrijving van deze vaardigheid. Voorbereiding 1 Vertel de zorgvrager wat er gaat gebeuren. 2 Leg of zet de volgende benodigdheden klaar: - niet-steriele handschoenen, een overschort en een wasmand. Voor een bed in de thuissituatie: - hoeslaken; - dekbedovertrek; - kussenslopen. Voor een hoog-laagbed: - boven- en onderlaken; - steeklaken; - deken; - kussenslopen. 3 Creëer voldoende werkruimte rondom het bed. 4 Zet het bed op werkhoogte. 5 Plaats een of twee stoelen aan het voeteneinde van het bed. 6 Verwijder hand- en polssieraden en was of desinfecteer je handen.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

Uitvoering 7 Trek bij kans op contact met uitscheidingsproducten en bloed handschoenen en/ of overschort aan. 8 Leg de kussens op de stoel(en). 9 Maak sprei en dekens los. 10 Let er tijdens het opmaken van het bed op dat je niet te veel met het beddengoed wappert in verband met hygiëne. 11 Zorg ervoor dat tijdens de werkzaamheden het vuile wasgoed zo min mogelijk in contact met het schone wasgoed komt in verband met hygiëne. 12 Vouw sprei en dekens afzonderlijk in drieën en leg ze over de stoel(en). Het beddengoed mag de vloer niet raken. 13 Doe het bovenlaken in drieën gevouwen in de wasmand. 14 Doe het steeklaken in de wasmand. 15 Leg een eventueel zeil ongevouwen over de stoel(en). 16 Doe het onderlaken in de wasmand. 17 Als je het molton niet verschoont, trek je het glad.

1 260

309

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Oriëntatie op de gehandicaptenzorg

12

Verwerking 13 Verwerkingsopdrachten 13 Hoofdstuk 1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg 13 Hoofdstuk 2 Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen Hoofdstuk 3 Van intake tot beëindiging van de hulpverlening 20 Hoofdstuk 4 Het zorg- en begeleidingsproces 23

18

Toepassing 29 Praktijksituaties 29 Renske kan het leren 29 Duncan is van een steiger gevallen 32 Lisa overdenkt haar beroepskeuze 35 Themaopdrachten 38 Evaluatie 39 Studiehulp 39 Hoofdstuk 1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg 39 Hoofdstuk 2 Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen Hoofdstuk 3 Van intake tot beëindiging van de hulpverlening 41 Hoofdstuk 4 Het zorg- en begeleidingsproces 41 Evaluatie en reflectie 43

Thema 2 Ondersteuningsplan en begeleiding

40

45

Verwerking 46 Verwerkingsopdrachten 46 Hoofdstuk 5 Deskundig zorg en ondersteuning bieden 46 Hoofdstuk 6 Mensen met een beperking begeleiden bij wonen 52 Hoofdstuk 7 Samenwerken met en begeleiden van ouders en mantelzorgers

60

Toepassing 67 Praktijksituaties 67 Jessica en Martijn begeleiden, maar laten ook los 67 Een vacature bij Marie-José, Rachman en Rihana 70 Het is maar hoe je het bekijkt 73 Vaardigheden 76 De sfeer kunnen weergeven van een woongroep 76 Gebruikmaken van een sociogram bij beïnvloeden van groepsprocessen 79 Opbouwen en onderhouden van een vertrouwensrelatie met een zorgvrager met een beperking 82 Adequaat contact leggen en onderhouden met ouders 85 Themaopdrachten 88

1 6


Evaluatie 89 Studiehulp 89 Hoofdstuk 5 Deskundig zorg en ondersteuning bieden 89 Hoofdstuk 6 Mensen met een beperking begeleiden bij wonen 90 Hoofdstuk 7 Samenwerken met en begeleiden van ouders en mantelzorgers Evaluatie en reectie 93

Thema 3 Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

91

95

Verwerking 96 Verwerkingsopdrachten 96 Hoofdstuk 8 Mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking 96 Hoofdstuk 9 Ondersteunen van mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking 100 Hoofdstuk 10 Mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking 108 Hoofdstuk 11 Ondersteunen van mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking 112 Toepassing 117 Praktijksituaties 117 Het gezin Mantel met twee kinderen die een verstandelijke beperking hebben 117 Osman heeft het fragiele-X-syndroom 121 Laura heeft een verstandelijke beperking en is erg nieuwsgierig 125 Vaardigheden 128 Gebruikmaken van totale communicatie 128 Structuur bieden aan zorgvragers met een ernstige verstandelijke beperking 131 Themaopdrachten 133 Evaluatie 135 Studiehulp 135 Hoofdstuk 8 Mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking 135 Hoofdstuk 9 Ondersteunen van mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking 136 Hoofdstuk 10 Mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking 136 Hoofdstuk 11 Ondersteunen van mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking 137 Evaluatie en reectie 138

Thema 4 Ondersteunen bij levensloop en bij bijzonder gedrag

140

Verwerking 141 Verwerkingsopdrachten 141 Hoofdstuk 12 De ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking 141 Hoofdstuk 13 Bijzonder gedrag bij mensen met een verstandelijke beperking 147

1 7


Toepassing 156 Praktijksituaties 156 Het gaat niet goed met Iris 156 Peter wordt ouder en begint te dementeren 159 Rouw en verdriet om de dood van Janita 162 Wessel wordt snel agressief 166 Vaardigheden 169 Ondersteunen van zorgvragers met probleemgedrag 169 Begeleiden van een zorgvrager die een epileptische aanval krijgt 172 Zorgvuldig omgaan met macht en onmacht in de ondersteuning van zorgvragers Gevoelens van eigenwaarde stimuleren bij zorgvragers met een verstandelijke beperking 178 Themaopdrachten 181

175

Evaluatie 183 Studiehulp 183 Hoofdstuk 12 Ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking 183 Hoofdstuk 13 Bijzonder gedrag bij mensen met een verstandelijke beperking 184 Evaluatie en reflectie 185

Thema 5 Zorgvragers met aandoeningen aan het bewegingsstelsel Verwerking 188 Verwerkingsopdrachten 188 Hoofdstuk 14 Anatomie en fysiologie van het bewegingsstelsel Hoofdstuk 15 Spierziekten 190 Toepassing 197 Praktijksituaties 197 Floris wil zo gewoon mogelijk leven 197 Juriaan heeft Duchenne en wil zelfstandiger gaan wonen 200 Erna heeft altijd pijn door het complex regionaal pijnsyndroom Vaardigheden 207 Een tillift gebruiken bij een zorgvrager met spierdystrofie 207 Themaopdrachten 211 Evaluatie 213 Studiehulp 213 Hoofdstuk 14 Anatomie en fysiologie van het bewegingsstelsel Hoofdstuk 15 Spierziekten 213 Evaluatie en reflectie 215

1 8

188

203

213

187


Thema 6 Zorgvragers met aandoeningen aan het centraal zenuwstelsel Verwerking 218 Verwerkingsopdrachten 218 Hoofdstuk 16 Anatomie en fysiologie van het centraal zenuwstelsel 218 Hoofdstuk 17 Hersenletsel 221 Hoofdstuk 18 Multiple sclerose en amyotrofische laterale sclerose 226 Hoofdstuk 19 Spina bifida en dwarslaesie 233 Toepassing 238 Praktijksituaties 238 Ferry’s leven is veranderd door zijn niet-aangeboren hersenletsel 238 Goede zorg vraagt overleg 242 Multiple sclerose zet het leven van Roos op z’n kop 246 Vaardigheden 250 Een zorgvrager leren zichzelf intermitterend te katheteriseren 250 Darmspoelen met een elektronische irrigatiepomp 254 Themaopdrachten 259 Evaluatie 262 Studiehulp 262 Hoofdstuk 16 Anatomie en fysiologie van het centraal zenuwstelsel 262 Hoofdstuk 17 Hersenletsel 262 Hoofdstuk 18 Multiple sclerose en amyotrofische laterale sclerose 263 Hoofdstuk 19 Spina bifida en dwarslaesie 264 Evaluatie en reflectie 265

Thema 7

Zorgvragers met aandoeningen aan de zintuigen

Verwerking 268 Verwerkingsopdrachten 268 Hoofdstuk 20 Slechthorendheid en doofheid 268 Hoofdstuk 21 Slechtziendheid en blindheid 271 Toepassing 276 Praktijksituaties 276 Doofblinde Ruben helpt leerling-verzorgende Gerrie 276 Jan wil een gesprek kunnen voeren tijdens het wandelen 280 Josias ziet het somber in 284 Vaardigheden 288 Het inbrengen en reinigen van een hoortoestel 288 Themaopdrachten 292 Evaluatie 294 Studiehulp 294 Hoofdstuk 20 Slechthorendheid en doofheid 294 Hoofdstuk 21 Slechtziendheid en blindheid 294 Evaluatie en reflectie 296

1 9

267

217


Thema 8 Complexe zorgvragen en bijzondere zorg 298 Verwerking 299 Verwerkingsopdrachten 299 Hoofdstuk 22 Mensen met een meervoudige beperking 299 Hoofdstuk 23 Ondersteunen van mensen met een meervoudige beperking Hoofdstuk 24 Bijzondere ondersteuningsmethodieken 308

305

Toepassing 318 Praktijksituaties 318 Het gaat niet goed met Mirte, die een meervoudige beperking heeft 318 Hoe nu verder met Yarem? 324 Zoeken naar de betekenis van gedrag 328 Vaardigheden 331 Het toepassen van een zelfredzaamheidsprogramma 331 Tandenpoetsen bij een zorgvrager met een meervoudige beperking 335 Themaopdrachten 339 Evaluatie 341 Studiehulp 341 Hoofdstuk 22 Mensen met een meervoudige beperking 341 Hoofdstuk 23 Ondersteunen van mensen met een meervoudige beperking Hoofdstuk 24 Bijzondere ondersteuningsmethodieken 342 Evaluatie en reflectie 344

Thema 9 Specifieke aandachtsgebieden Verwerking 347 Verwerkingsopdrachten 347 Hoofdstuk 25 Zorgvragers met pijn 347 Hoofdstuk 26 Zorgvragers en seksualiteit

342

346

351

Toepassing 355 Praktijksituaties 355 Aukje wil van haar ernstige pijn af 355 Elian maakt een opdracht over pijn 358 Thomas heeft moeite seksualiteit een plaats te geven in zijn leven 362 Vaardigheden 366 Het invullen van een pijnanamneseformulier bij een zorgvrager met pijnklachten Het bespreekbaar maken van seksualiteit 371 Themaopdrachten 375 Evaluatie 377 Studiehulp 377 Hoofdstuk 25 Zorgvragers met pijn 377 Hoofdstuk 26 Zorgvragers en seksualiteit Evaluatie en reflectie 378

1 10

377

366


Thema 10 Coördinatie, kwaliteitszorg, voorlichting

380

Verwerking 381 Verwerkingsopdrachten 381 Hoofdstuk 27 Coördineren en afstemmen 381 Hoofdstuk 28 Kwaliteitszorg en wetgeving 386 Hoofdstuk 29 Voorlichting, advies en instructie 389 Hoofdstuk 30 Hulpmiddelen in de gehandicaptenzorg Toepassing 399 Praktijksituaties 399 Bastiaan, Sam en Lotte gaan op scoutingweekend Rino heeft last van ernstige duizeligheid 403 De open brief van Marianne 408 Manuela loopt een hersenbeschadiging op 412 Themaopdrachten 416

399

Evaluatie 417 Studiehulp 417 Hoofdstuk 27 Coördineren en afstemmen 417 Hoofdstuk 28 Kwaliteitszorg en wetgeving 418 Hoofdstuk 29 Voorlichting, advies en instructie 418 Hoofdstuk 30 Hulpmiddelen in de gehandicaptenzorg Evaluatie en reflectie 421

Thema 11 Gehandicaptenzorg en samenleving

394

419

423

Verwerking 424 Verwerkingsopdrachten 424 Hoofdstuk 31 Maatschappelijke ontwikkelingen en gehandicaptenzorg Hoofdstuk 32 Ethische dilemma’s in de gehandicaptenzorg 430 Hoofdstuk 33 Wetgeving en financiering 433

424

Toepassing 435 Praktijksituaties 435 Bianca met een matige verstandelijke beperking heeft verkering 435 ‘Ik heb een dwarslaesie maar ik ben geen object van zorg’ 439 Themaopdrachten 442 Evaluatie 445 Studiehulp 445 Hoofdstuk 31 Maatschappelijke ontwikkelingen en gehandicaptenzorg Hoofdstuk 32 Ethische dilemma’s in de gehandicaptenzorg 445 Hoofdstuk 33 Wetgeving en financiering 446 Evaluatie en reflectie 447

Observatielijsten

449

1 11

445


Thema 1 Oriëntatie op de gehandicaptenzorg

1

Wie zijn de zorgvragers in de gehandicaptenzorg? Wat houdt een verstandelijke beperking in? En wat kan een lichamelijke beperking inhouden? Wat is van invloed op de beleving van de beperking? Dat zijn de eerste vragen die je kunt stellen bij je oriëntatie op de gehandicaptenzorg. Er is in de loop der jaren veel veranderd in de manier waarop we naar mensen met een beperking kijken en hoe er met hen wordt omgegaan. Ook in de zorgverlening is heel veel veranderd. Een zorgvrager met een beperking moet veel doen om de zorg te krijgen die hij nodig heeft. Voor jou als verzorgende start de zorgverlening op het moment dat je zorg gaat verlenen. Voor een zorgvrager zelf begint het traject al veel eerder. Elke zorgvrager legt globaal gezien dezelfde route af, maar toch is elke route weer anders. Het ondersteuningsplan is een belangrijk middel bij het methodisch werken tijdens het zorgproces. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Zorgvragers in de gehandicaptenzorg • stoornis, beperking en handicap • mensen met een verstandelijke beperking • mensen met een licht verstandelijke beperking en gedragsstoornis • mensen met een meervoudige beperking • mensen met een lichamelijke beperking • progressieve en niet-progressief verlopende beperkingen • zorgverlening aan mensen met een lichamelijke beperking Hoofdstuk 2: Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen • geschiedenis vóór 1900 • geschiedenis van 1900 tot 1955 • geschiedenis van 1955 tot 1990 • recente geschiedenis (vanaf 1990) • woon(zorg)mogelijkheden verstandelijk gehandicaptenzorg • woon(zorg)mogelijkheden lichamelijk gehandicaptenzorg Hoofdstuk 3: Van intake tot beëindiging van de hulpverlening • CIZ en toekenning • intake • beëindiging van de zorgverlening Hoofdstuk 4: Het zorg- en begeleidingsproces • ondersteuningsplan en kwaliteit • opzet en structuur ondersteuningsplan • inhoud ondersteuningsplan • totstandkoming ondersteuningsplan • evaluatie, tussentijdse evaluatie en rapportage

1 12


Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg 1

1

Zorgvragers in de gehandicaptenzorg kunnen verschillende stoornissen, beperkingen en handicaps hebben. a Wat is een stoornis?

b

Combineer de stoornis met het juiste voorbeeld.

Stoornis

c

d

e

Voorbeeld

1

Gehoor- en evenwichtsstoornissen

a

Afasie

2

Gezichtsstoornissen

b

Brandwonden

3

Huid- en gevoelsstoornissen

c

Doofheid

4

Intellectuele stoornissen

d

Slechtziendheid

5

Stem-, spraak- en taalstoornissen

e

Spasticiteit

6

Stoornissen in het bewegen

f

Syndroom van Down

Welke stellingen zijn juist? a Bij een beperking heeft iemand moeilijkheden met het uitvoeren van activiteiten. b Een beperking kan het gevolg zijn van een handicap. c Een zorgvrager kan een beperking compenseren door hulpmiddelen te gebruiken. Geef twee voorbeelden van stoornissen die leiden tot een beperking op het gebied van communicatie.

Lisa is tijdens het klussen in huis twee vingers aan haar rechterhand kwijtgeraakt. Betekent dit dat Lisa een handicap heeft? Licht je antwoord toe.

1 13


THEMA 1 Oriëntatie op de gehandicaptenzorg

f

Je spreekt bij voorkeur over ‘zorgvragers met een beperking’ en niet over ‘zorgvragers met een handicap’. Waarom? Het is dan duidelijk dat de zorgvrager: a een participatieprobleem heeft. b een probleem bij het functioneren heeft. c een probleem heeft bij het functioneren en bij het participeren aan de samenleving. d zorg en ondersteuning nodig heeft.

2

Bij een persoon met een verstandelijke beperking is sprake van een beperking in het aanpassingsvermogen. Geef een voorbeeld van hoe dit kan blijken in het verkeer.

3

Mensen met een verstandelijke beperking kun je op verschillende manieren indelen, namelijk op basis van intelligentie, niveau van functioneren en naar ervaringsordening. a Bij een indeling op basis van intelligentie wordt onder andere gekeken naar het IQ. Marlies heeft een IQ van 50. Dit betekent dat zij: a een bovengemiddelde intelligentie heeft. b een gemiddelde intelligentie heeft. c een intelligentie onder het gemiddelde heeft. b In de tabel staat een aantal omschrijvingen. Geef aan of de omschrijving betrekking heeft op mensen met een lichte, een matige of een zeer ernstige verstandelijke beperking. Let op: Een omschrijving kan voor meerdere beperkingen gelden.

Omschrijving

Licht

Aangewezen op zorg en begeleiding Beperkte woordenschat Goede communicatie mogelijk Leven in een eigen wereld Motoriek onvoldoende ontwikkeld Motoriek (redelijk) goed ontwikkeld Volledig afhankelijk van verzorging en begeleiding Zelfstandigheid bijna altijd mogelijk

1 14

Matig

Zeer ernstig


Verwerkingsopdrachten

1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg

c

Waar kijkt de indeling naar ervaringsordening naar?

d

Lees de volgende situatieschets.

Madeleine woont in een woongroep voor begeleid wonen. Haar moeder komt haar om 15 uur met de auto ophalen om de stad in te gaan. Madeleine heeft geleerd dat ze voordat ze de deur uitgaat altijd het volgende moet doen: naar de wc gaan, haar schoenen aandoen, haar jas aandoen en dag zeggen tegen haar medebewoners.

Van welk soort ervaren is er sprake bij Madeleine? a lichaamsgebonden ervaren b associatief ervaren c structurerend ervaren d vormgevend ervaren 4

Met welke stelling ben je het eens?

Stelling 1: ‘Mensen met een verstandelijke beperking moet je niet indelen in groepen.’ Stelling 2: ‘Het is nodig om mensen met een verstandelijke beperking in te delen in groepen.’

Ik ben het eens met stelling 1 / 2, omdat:

5

Bij de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking krijg je ook te maken met zorgvragers met het syndroom van Down of met zorgvragers met een meervoudige beperking. a Wat is een syndroom?

b

Geef drie voorbeelden van zorgvragers met een meervoudige beperking. 1 2 3

1 15


THEMA 1 OriĂŤntatie op de gehandicaptenzorg

6

Lees de volgende situatieschets.

Hisham heeft een zeer ernstige meervoudige beperking. Hij heeft een ernstige verstandelijke beperking en is doof. Evengoed is hij erg nieuwsgierig. Het lijkt of alles telkens weer nieuw voor Hisham is. Als hij iets in zijn handen krijgt, dan zal hij er steevast als eerste aan ruiken en het daarna in zijn mond steken. Hisham geniet ervan aan het raam te likken. Hij kan tijden achtereen naar buiten kijken. Het is onduidelijk of er iets tot hem doordringt van wat hij ziet. Als de anderen in de groep te druk worden, gaat Hisham huilen. Hij vindt het prettig om dan bij een begeleider te zitten om tot rust te komen. Hisham knuffelt graag. Hij heeft een eigen teddybeer waar hij eindeloos aan kan frummelen. Uiteraard belandt ook de teddybeer in zijn mond.

7

a

Hoe ga je bij Hisham uit van zijn mogelijkheden in plaats van zijn beperkingen?

b

Waarom is het belangrijk om uit te gaan van de mogelijkheden in plaats van de beperkingen van Hisham?

Lichamelijke beperkingen kun je indelen op basis van de aard van de beperking. Geef aan of de stelling juist of onjuist is.

Stellingen

Juist

Afasie levert zelden problemen op in de dagelijkse communicatie. Blindheid en slechtziendheid zijn auditieve stoornissen. De meeste mensen met een lichamelijke beperking hebben een motorische beperking. Diabetes is een voorbeeld van een orgaanbeperking. Een dwarslaesie en het ontbreken van een onderarm zijn voorbeelden van motorische beperkingen. Een verstandelijke beperking kan leiden tot spraak- en taalstoornissen. Epilepsie is een voorbeeld van een bewustzijnsstoornis waarbij de prikkeloverdracht in de hersenen niet goed werkt.

1 16

Onjuist


Verwerkingsopdrachten

1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg

Mensen in een vegetatieve toestand hebben een zeer laag bewustzijn. Niet-aangeboren hersenletsel is hetzelfde als een verstandelijke beperking. Zintuiglijke beperkingen hebben te maken met horen en zien.

8

Lichamelijke beperkingen kunnen aangeboren en niet-aangeboren zijn. Welke oorzaak kan leiden tot een aangeboren beperking en welke tot een nietaangeboren beperking? Vul de tabel in.

Oorzaak

Aangeboren beperking

Niet-aangeboren beperking

Chromosoomafwijking Ernstige mishandeling bij een peuter Hersenvliesontsteking in het eerste levensjaar Ouderdom Rodehond of toxoplasmose tijdens de zwangerschap Verkeersongeval op 7-jarige leeftijd Zuurstoftekort tijdens de geboorte

9

Er zijn zichtbare beperkingen en onzichtbare beperkingen. Noem een voordeel en een nadeel van een onzichtbare beperking.

Voordeel onzichtbare beperking

10

Nadeel onzichtbare beperking

Een beperking kan progressief en niet-progressief verlopen. Wat is de deďŹ nitie van een progressief verlopende beperking?

1 17


THEMA 1 OriĂŤntatie op de gehandicaptenzorg

11

De meeste mensen met een lichamelijke beperking leiden hun leven zelfstandig en geven het zelf vorm ondanks de beperkingen. Welke bewering is juist? a Door allerlei voorzieningen is deelname aan het maatschappelijk leven tegenwoordig vrij eenvoudig voor iemand met een lichamelijke beperking. b Iemand die in een rolstoel zit, heeft meer hulp nodig dan iemand die blind is. c Mensen met een lichamelijke beperking kunnen in principe alles als ze maar willen. d Zelfredzaamheid is het vermogen van een zorgvrager om zelfzorgactiviteiten uit te voeren zonder hulp van anderen.

van de gehandicaptenzorg en 1 Geschiedenis voorzieningen 2

1

Vind je het nuttig om als zorgverlener enig inzicht in de geschiedenis van de zorg voor mensen met een beperking te hebben? Licht je antwoord toe.

2

De manier waarop naar mensen met een beperking wordt gekeken en hoe ze worden behandeld, is in de loop der jaren veranderd. a In de tabel staat een aantal inzichten die in een bepaalde periode golden. Welk inzicht hoort bij welke periode?

Inzichten

Vóór 1900

De nadruk ligt op de mogelijkheden en niet op de beperkingen die iemand heeft. Er wordt geprobeerd mensen met een beperking ander gedrag aan te leren. Men vindt dat iemand met een beperking zelf keuzemogelijkheden heeft. Krankzinnigen hebben recht op verpleging en moeten worden genezen. Mensen met een beperking zijn gewone burgers die moeten kunnen deelnemen aan de samenleving. Mensen met een beperking zijn er om het volk te vermaken.

1 18

19001955

19551990

Vanaf 1990


Verwerkingsopdrachten

2 Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen

Mensen met een beperking kunnen zich niet op eigen kracht in de samenleving handhaven. Een verstandelijke beperking heeft niets met afkomst of milieu te maken. Verpleging en medische zorg staan centraal.

b

3

Kies het juiste woord. Tegenwoordig wordt vooral aanbodgestuurde / vraaggerichte zorg verleend.

Het aantal verschillende woonvoorzieningen voor mensen met een verstandelijke beperking en de benamingen die daarvoor gebruikt worden, is sterk in ontwikkeling. a Lees de volgende situatieschets.

Jorrit Manders (45) heeft een ernstige verstandelijke beperking. Hij heeft intensieve begeleiding en verzorging nodig. Hans de Koning (39) woont in dezelfde woonvoorziening als Jorrit, maar hij heeft veel minder begeleiding en verzorging nodig.

b

c

4

Waar maakt de woonvoorziening van Jorrit en Hans waarschijnlijk deel van uit? a een gezinsvervangend tehuis b een Thomashuis c een trainingshuis d een woonbegeleidingscentrum e een woonzorgcentrum Wat is een voordeel van een woonvoorziening waar heel weinig en heel veel ondersteuning geboden kan worden? a De zorgvrager kan binnen de organisatie blijven als hij ouder wordt en meer ondersteuning nodig heeft. b Er is voor zorgverleners meer afwisseling in het werk. c Er zijn meer mensen met wie de zorgvrager bevriend kan raken. d Zorgverleners zijn deskundiger en hoger opgeleid. Wat is een belangrijk kenmerk van ondersteund of begeleid wonen? a Binnen de woonvoorziening woont de zorgvrager zelfstandig, namelijk alleen, in twee- of drietallen. b Binnen de woonvoorziening zijn er aanvullende opvangmogelijkheden. c De woonvoorziening biedt huisvesting, verzorging, opvoeding en begeleiding. d De woonvoorziening is een woonproject opgezet door ouders.

De meeste mensen met een lichamelijke beperking wonen zelfstandig in een huur- of koopwoning. Er zijn echter ook nog andere woonvormen. Kies de juiste woorden. 1 Als iemand met een lichamelijk beperking zelfstandig woont, zijn er meestal aanpassingen aan de woning nodig. Via de Wet maatschappelijke begeleiding / Wet maatschappelijke ondersteuning kunnen mensen bij hun gemeente een ďŹ nanciĂŤle bijdrage vragen voor deze aanpassingen.

1 19


THEMA 1 Oriëntatie op de gehandicaptenzorg

2

3 4 5

5

Er zijn speciale woningen die zijn aangepast voor mensen met een ernstige lichamelijke beperking die zelfstandig willen wonen en ADL-assistentie op afroep nodig hebben. Zo een woning heet een ADL-clusterwoning of een Fokuswoning / Thomaswoning. De zorgvrager kan in een ADL-clusterwoning 12 / 24 uur per dag ondersteuning krijgen. Mensen met een lichamelijke beperking kunnen ook in een GVT wonen. GVT staat voor gezinsvervangend tehuis / gezinsvormend tehuis. Een GVT is een grote / kleine woonvorm die specifiek op hun zorgvraag is afgestemd.

In de volgende tabel staat een aantal situatieschetsen van zorgvragers. Welk type zorgvoorziening is het meest geschikt voor de zorgvrager in de situatieschets? Kies uit: beschermd wonen binnen grote woonvorm – Fokuswoning – GVT – revalidatiecentrum – verpleeghuis Zorgvrager

Type zorgvoorziening

Maryse is 24 jaar. Ze heeft een dwarslaesie door een ernstig auto-ongeluk. Na haar revalidatie heeft ze als restverschijnsel stoornissen in de cognitie. Hierdoor heeft ze blijvend begeleiding nodig. Ze staat positief in het leven en wil heel graag actief zijn met anderen. Mevrouw Ligthart is 52 jaar. Ze heeft een CVA doorgemaakt. Over twee dagen wordt ze uit het ziekenhuis ontslagen. Haar man en twee kinderen zijn daar erg blij om. Ze zal de komende tijd veel moeten oefenen om haar linkerzijde te verbeteren. De heer en mevrouw Rietveld hebben allebei spina bifida. Ze regelen alles graag zelf: van het huishouden tot dagjes uit. Mevrouw Rietveld zegt altijd: ‘Waar een wil is, is een weg.’

1 Van intake tot beëindiging van de hulpverlening 3

1

Om gebruik te kunnen maken van Wlz-zorg is een indicatiestelling nodig. a Waar staat de afkorting Wlz voor?

b

Op welke twee momenten kan een zorgvrager een indicatiestelling aanvragen?

c

De zorgvrager vraagt de indicatiestelling aan bij het CIZ. Waar staat deze afkorting voor?

1 20


Verwerkingsopdrachten

d

3 Van intake tot beëindiging van de hulpverlening

Geef aan of de stelling juist of onjuist is.

Stelling

Juist

Onjuist

Als een zorgvrager een zeer ernstige verstandelijke beperking heeft, kunnen zijn ouders of de zorgorganisatie een indicatiestelling aanvragen. Bij intramurale zorg wordt het indicatiebesluit vertaald in een zorgprofiel. Het CIZ houdt bij het beoordelen van de aanvraag voor Wlz-zorg rekening met de persoonlijke situatie van de zorgvrager. In een indicatiebesluit voor extramurale zorg wordt een onderscheid gemaakt in twee Wlz-functies: persoonlijke verzorging en behandeling. In een zorgprofiel kun je vinden op hoeveel zorg een zorgvrager recht heeft.

2

Er zijn verschillende zorgprofielen die van toepassing zijn op verschillende zorgvragers. a Waarom zijn er verschillende zorgprofielen? Er zijn meer antwoorden goed. a Zodat de zorg goed aansluit op de behoeften van de zorgvrager. b Zodat een zorgvrager kan kiezen welk zorgprofiel hem het meeste aanspreekt. c Zodat elke zorgvrager de juiste zorg ontvangt. b Waarom moet je als verzorgende weten welk zorgprofiel een zorgvrager heeft?

3

Als een zorgvrager met een intramurale indicatie thuis wil blijven wonen, dan kan hij een zorgorganisatie zoeken die de zorg thuis levert. In de tabel staat een aantal omschrijvingen. a Op welke manier van zorg heeft de omschrijving betrekking? Zet dit in de tweede kolom. Kies uit: mpt – pgb – vpt

1 21


THEMA 1 OriĂŤntatie op de gehandicaptenzorg

b

Wat betekent de afkorting? Zet dit in de derde kolom.

Omschrijving

Manier van zorg

Betekenis afkorting

De zorgvrager kiest zelf welke delen van een pakket zorg hij wil ontvangen. De zorgvrager krijgt alle zorg die hij ook zou krijgen als hij in een instelling zou wonen. De zorgvrager krijgt een geldbedrag waarmee hij zelf de zorg regelt en inkoopt. Hij kiest zelf voor zijn zorgverleners of begeleiders.

4

In de theorie komen het pgb en zorg in natura aan bod. Lees de volgende situatieschets.

Meneer Badal (82 jaar) woont sinds drie maanden in een verpleeghuis. Zijn dochter vindt het ďŹ jn dat hij nu een plek heeft waar hij in goede handen is, zodat zij zich niet steeds druk hoeft te maken over de zorg die hij nodig heeft.

Welke stellingen zijn juist? a De Wlz en meneer Badal betalen allebei een deel van de kosten voor de verzorging. b Meneer Badal heeft een pgb. c Meneer Badal kiest zelf zijn zorgverleners en begeleiders. d Meneer Badal ontvangt zorg in natura. 5

Voor de zorgorganisatie en voor jou als verzorgende begint de zorgverlening pas op het moment dat het intakegesprek plaatsvindt. Welke zaken moeten tijdens de intake centraal staan? a De inhoud van de zorgverlening. b Het aantal minuten zorg dat geleverd wordt. c Het formuleren van een realistisch zorgaanbod. d Het opstellen van het ondersteuningsplan. e Het vertalen van het indicatiebesluit in een zorgproďŹ el.

1 22


Deze uitgave Gehandicaptenzorg maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Verzorgende IG. P2-K1-W1 Ondersteunt en begeleidt bij het ontwikkelen en behouden van vaardigheden P2-K1-W2 Communiceert met en begeleidt de communicatie met doelgroepen in de GHZ P2-K1-W3 Begeleidt individuele zorgvragers in een groep De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectie opdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv

Auteurs: A.C. Verhoef S.M.T. Vogel Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

9 789006 910568


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook