WERKBOEK NIVEAU 4
Gehandicaptenzorg
Deze uitgave Gehandicaptenzorg maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige. P4-K1-W1 Ondersteunt en begeleidt bij het ontwikkelen en behouden van vaardigheden P4-K1-W2 Communiceert met en begeleidt doelgroepen in de GHZ P4-K1-W3 Begeleidt een groep zorgvragers en naastbetrokkenen
verpleegkundige
De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv
Gehandicaptenzorg WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken.
Auteurs: R.F.A. Schrijver A.C. Verhoef S.M.T. Vogel Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
9 789006 910742
WB_GHZ_N4_210x297.indd All Pages
10/07/17 12:53
Gehandicaptenzorg
R.F.A. Schrijver A.C. Verhoef S.M.T. Vogel
Colofon Auteur R.F.A. Schrijver A.C. Verhoef S.M.T. Vogel
Redactie C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam
Fotografie omslag Peter Bak, Rotterdam
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
Fotografie © Koen Bakx / Mirador Media; Karin van Beusekom; Ine van den Broek; Deborah Cheramie / iStockphoto.com; Maria Eugenia Farrugia; Anke Gielen / Mirador Media; Sabine Joosten / Hollandse Hoogte; Mark Kuipers / Hollandse Hoogte; KNGF geleidehonden; Karin Ligthart Fotografie; Noor van Mierlo; Frank Muller / Zorg in beeld / Hollandse Hoogte; Shutterstock; Sylvia Vogel
Over ThiemeMeulenhoff Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt ontwikkelt zich zichvan vaneducatieve educatieveuitgeverij uitgeverijtottot een een learning learning design company. Wecontent, brengenleerontwerp content, leerontwerp en samen. design company. We brengen en technologie technologie samen. expertise, Met onze ervaring groeiende ervaring Met onze groeiende en expertise, leeroplossingen zijnen we een partner leeroplossingen zijnvernieuwen we een partner voor scholen bij het vernieuwen voor scholen bij het en verbeteren van onderwijs. Zo kunnenen we verbeteren onderwijs. we samen beter recht aan samen betervan recht doen aanZodekunnen verschillen tussen lerenden en doen scholen ende verschillen tussen lerenden en persoonlijker, scholen en ervoor zorgen leren steeds ervoor zorgen dat leren steeds effectiever en dat efficiënter wordt. persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 91074 2 ISBN 9006 91074 2 Eerste978 druk, eerste oplage, 2017 Eerste druk, eerste oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden Alle rechten voorbehouden. Niets deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in eenuit geautomatiseerd gegevensbestand, verveelvoudigd, opgeslagen in vorm een geautomatiseerd of openbaar gemaakt, in enige of op enige wijze,gegevensbestand, hetzij elektronisch,of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enigwijze, andere manier, zonder mechanisch, fotokopieën, opnamen, andere manier, zonder voorafgaandedoor schriftelijke toestemming vanofdeenig uitgever. voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond Voor zover16B hetAuteurswet maken van1912 kopieën dezevan uitgave is toegestaan op 471 van artikel j° hetuit Besluit 23 augustus 1985, Stbl. grond van17artikel 16B Auteurswet Besluitwettelijk van 23 verschuldigde augustus 1985, en artikel Auteurswet 1912, dient1912 men j° dehet daarvoor Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men daarvoor wettelijk vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatieen de Reproductierechten verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, KB Hoofddorp Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in 2130 bloemlezingen, (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen gedeelte(n) uit men dezezich uitgave readers en andere compilatiewerken (artikel 16van Auteurswet) dient tot in readers andere compilatiewerken (artikel debloemlezingen, uitgever te wenden. Vooren meer informatie over het gebruik van16 muziek, film Auteurswet) men zich uitgever wenden. Voor meer en het makendient van kopieën in tot het de onderwijs zietewww.auteursrechtenonderwijs.nl. informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te De uitgever ernaar gestreefd de auteursrechten regelen volgens kunnen doenheeft gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgevertewenden. de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgaveis is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de Deze uitgave volledig CO2-neutraal geproduceerd. bosbouw voor het gebruikte papierisop een verantwoorde wijze heeft Het voor deze uitgave gebruikte papier voorzien van het FSC®-keurmerk. plaatsgevonden. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Lichamelijke verzorging
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Lichamelijke verzorging is een belangrijk onderdeel van je werk als verzorgende. In dit thema gaat het om de verzorging van de huid, de haren, de slijmvliezen en het gebit. Daarbij is het belangrijk dat je het een en ander weet over de bouw en functies van deze lichaamsdelen. De lichamelijke of hygiënische verzorging is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de verzorgende. In eerste instantie wordt de hygiënische verzorging in de eerste levensjaren van een kind volledig door de mantelzorg gedaan. Naarmate een kind ouder wordt, neemt zijn zelfstandigheid toe, totdat er sprake is van volledige zelfzorg. Soms gaat het mis met de zelfzorg en de mantelzorg. Vaak moet je als verzorgende de hygiënische verzorging dan geheel of gedeeltelijk overnemen. Je hebt hierbij ook de taak om de familie van de zorgvrager in te schakelen. De wens van de zorgvrager komt hierbij altijd op de eerste plaats en daarna die van de familie. Daarnaast zijn er mensen die onvoldoende lichaamsbeweging krijgen om verschillende redenen. Door onvoldoende lichaamsbeweging kunnen allerlei complicaties ontstaan. Ook hier ligt een belangrijke taak voor jou als verzorgende om te weten hoe je bij bepaalde complicaties het beste kunt handelen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit • huid • slijmvliezen • gebit Hoofdstuk 2: Hygiënische verzorging • doel van de hygiënische verzorging • hygiënische verzorging van de volwassene • de plaats voor hulp • hygiënische verzorging van de baby en het kind Hoofdstuk 3: Complicaties door onvoldoende lichaamsbeweging • decubitus • contracturen • osteoporose • trombose • longontsteking • obstipatie • smetten • blaasontsteking
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1
1
In de theorie staat dat de huid verschillende functies heeft. Een droge, schrale huid gaat eerder stuk, waardoor de huid niet optimaal functioneert. Welke functie van de huid is hier aangetast? a beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf b lichaamstemperatuur regelen c stoffen uitscheiden d vet opslaan in het onderhuids bindweefsel
2
De huid bestaat uit drie lagen. Hieronder staan zes kenmerken. Vul in de tweede kolom in bij welke huidlaag het kenmerk hoort. Kies uit: opperhuid, lederhuid en onderhuids bindweefsel.
1 10
Het vet in deze laag zorgt voor warmte-isolatie. Er zitten geen bloedvaten in deze laag.
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
In deze laag zitten zweetklieren. In deze laag zitten pigmentkorrels. Deze laag is dikker op de billen, bovenbenen en bovenarmen. Deze laag bestaat uit de hoornlaag en de kiemlaag.
3
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
De huid vertelt veel over iemand. a Beschrijf wat je aan jouw huid kunt aflezen.
1 11
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
Toepassing Praktijksituaties Het gedrag van Jolanda maakt Chaimaa onzeker tijdens de lichamelijke verzorging Chaimaa Chaimaa is tweedejaarsstudent verzorgende IG. In het eerste leerjaar deed ze BPV in een zorgcentrum. Die BPV werd ruim voldoende beoordeeld. Chaimaa werkt nu een week bij de stichting Adamant. Mensen met een beperking hebben daar een zelfstandige woning in een normale woonwijk. Er is een dienstencentrum van waaruit hulp verleend wordt. Elke woning heeft een communicatielijn met dat centrum. Als een bewoner hulp nodig heeft, belt hij naar het dienstencentrum. In haar eerste week heeft Chaimaa kennisgemaakt met alle bewoners en geholpen bij de hygiënische verzorging. Overleg met Hanneke en Chaimaa Begeleidster Hanneke geeft uitleg over hoe de gegevens van zorgvragers vastgelegd worden in een elektronisch zorgdossier. Sommige bewoners vinden het fijn dat er een uitgebreid zorgplan van hen is. Anderen willen geen of nauwelijks informatie in het dossier. De bewoner bepaalt zelf hoe en wanneer hij verzorgd wordt. Hij is zelf actief in het vragen van hulp. ‘Als iemand besluit om een dag niet gewassen te worden, dan respecteren we dat’, vertelt Hanneke. Chaimaa leest het zorgdossier van Jolanda Dan gaat de telefoon. Hanneke neemt op: ‘Komt in orde, Jolanda. Is het goed dat Chaimaa komt? Ja, dat is dat nieuwe meisje dat vorige week begonnen is. Ik zal zeggen dat ze even moet nalezen hoe moeilijk jij bent, ha ha ha!’ Hanneke legt de telefoon neer en vraagt aan Chaimaa: ‘Durf jij het aan om Jolanda zelfstandig te wassen? Je moet wel eerst even in haar dossier kijken. Niet dat het al compleet is, hoor. Jolanda heeft zelf haar persoonsbeschrijving ingetypt, daar stond ze op. Wat er met de rest van het zorgplan moet gebeuren, daar wil ze nog over denken.’ Chaimaa loopt naar de computer en leest het zorgplan van Jolanda. Dan pakt Chaimaa haar jas en gaat.
1 19
THEMA 1 Lichamelijke verzorging
Evaluatie Studiehulp
1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1
Stelling 1 De huid is een van de zintuigorganen. 2 Vitamine C wordt in de huid gevormd onder invloed van zonlicht. 3 Bij een verminderde doorbloeding is de huid rood. 4 De huid is overal even dik. 5 Pigmentkorrels bevinden zich in de opperhuid. 6 De buitenste laag van de lederhuid is de hoornlaag. 7 De talgkliertjes bevinden zich in de lederhuid. 8 Het onderhuids bindweefsel bestaat grotendeels uit vet. 9 De lengtegroei van de nagels vindt plaats vanuit het nagelbed. 10 Een volledig gebit van een volwassene bestaat uit 28 tanden en kiezen. 11 Het tandbeen wordt in zijn geheel bedekt door tandglazuur.
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Hygiënische verzorging 2
Stelling Juist Onjuist 1 De hygiënische verzorging heeft meestal alleen invloed op het lichamelijk ◯ ◯ functioneren. 2 Een zorgvrager was je met lekker warm water. ◯ ◯ 3 Smetten is een huidirritatie die kan ontstaan doordat de huidplooien niet ◯ ◯ goed droog gemaakt worden. 4 In fase 2 van smetten is de huid kapot. ◯ ◯ 5 In fase 3 van smetten breng je zinkoxide FNA op de huid aan. ◯ ◯ 6 Neten zijn eitjes van de hoofdluis. ◯ ◯ 7 Bij aanwezigheid van luizen en neten is het gebruik van een ◯ ◯ bestrijdingsmiddel altijd aan te raden. 8 Als iemand hoofdluizen heeft, is dat een teken van een slechte hygiëne. ◯ ◯ 9 Wanneer je iemand scheert met een elektrisch scheerapparaat met een ◯ ◯ scheerblad, moet je op-en-neergaande bewegingen maken. 10 Een fysiologische zoutoplossing kun je gebruiken om de ogen te reinigen. ◯ ◯ 11 Stomatitis is een ontsteking van het oogslijmvlies. ◯ ◯ 12 De teennagels worden in het algemeen recht afgeknipt. ◯ ◯ 13 De vulva was je van schaamheuvel richting anus. ◯ ◯ 14 Zeep is een goed reinigingsmiddel voor de vulva. ◯ ◯ 15 Wanneer je als verzorgende een vrouw moet wassen die menstrueert, kun je ◯ ◯ het best handschoenen dragen.
1 76
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent. Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 5 Zorg voor de bedden
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden Bed opmaken, zonder dat de zorgvrager in bed ligt Oriënteren
1
1 2
Bestudeer de theorie over het opmaken van het bed zonder zorgvrager. Bestudeer de beschrijving van deze vaardigheid. Voorbereiding 1 Vertel de zorgvrager wat er gaat gebeuren. 2 Leg of zet de volgende benodigdheden klaar: - niet-steriele handschoenen, een overschort en een wasmand. Voor een bed in de thuissituatie: - hoeslaken; - dekbedovertrek; - kussenslopen. Voor een hoog-laagbed: - boven- en onderlaken; - steeklaken; - deken; - kussenslopen. 3 Creëer voldoende werkruimte rondom het bed. 4 Zet het bed op werkhoogte. 5 Plaats een of twee stoelen aan het voeteneinde van het bed. 6 Verwijder hand- en polssieraden en was of desinfecteer je handen.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
Uitvoering 7 Trek bij kans op contact met uitscheidingsproducten en bloed handschoenen en/ of overschort aan. 8 Leg de kussens op de stoel(en). 9 Maak sprei en dekens los. 10 Let er tijdens het opmaken van het bed op dat je niet te veel met het beddengoed wappert in verband met hygiëne. 11 Zorg ervoor dat tijdens de werkzaamheden het vuile wasgoed zo min mogelijk in contact met het schone wasgoed komt in verband met hygiëne. 12 Vouw sprei en dekens afzonderlijk in drieën en leg ze over de stoel(en). Het beddengoed mag de vloer niet raken. 13 Doe het bovenlaken in drieën gevouwen in de wasmand. 14 Doe het steeklaken in de wasmand. 15 Leg een eventueel zeil ongevouwen over de stoel(en). 16 Doe het onderlaken in de wasmand. 17 Als je het molton niet verschoont, trek je het glad.
1 260
309
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 De gehandicaptenzorg
12
Verwerking 13 Verwerkingsopdrachten 13 Hoofdstuk 1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg 13 Hoofdstuk 2 Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen Hoofdstuk 3 Van intake tot beëindiging van de hulpverlening 20 Hoofdstuk 4 Verpleegkundig proces 22
18
Toepassing 28 Praktijksituaties 28 Bob heeft een dwarslaesie en bepaalt zelf wat hij nodig heeft 28 Jan en Corrie, broer en zus met een verstandelijke beperking 32 Themaopdrachten 36 Evaluatie 38 Studiehulp 38 Hoofdstuk 1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg 38 Hoofdstuk 2 Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen Hoofdstuk 3 Van intake tot beëindiging van de hulpverlening 39 Hoofdstuk 4 Verpleegkundig proces 39 Evaluatie en reflectie 41
Thema 2 Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking Verwerking 44 Verwerkingsopdrachten 44 Hoofdstuk 5 Medische zorg 44 Hoofdstuk 6 Verpleegkundige zorg 49 Hoofdstuk 7 Zorg in relatie tot leeftijdsfasen en ontwikkeling
53
Toepassing 58 Praktijksituaties 58 Alberto voelt zich niet lekker vandaag 58 Charlotte heeft het syndroom van Rett 62 Thea is autistisch en gaat langzaam achteruit 66 Vaardigheden 70 Respectvol omgaan met mensen met een verstandelijke beperking Themaopdrachten 73 Evaluatie 77 Studiehulp 77 Hoofdstuk 5 Medische zorg 77 Hoofdstuk 6 Verpleegkundige zorg 78 Hoofdstuk 7 Zorg in relatie tot leeftijdsfasen en ontwikkeling Evaluatie en reflectie 80
1 6
43
78
70
38
Thema 3 Zorgvragers met aandoeningen aan de hersenen Verwerking 83 Verwerkingsopdrachten 83 Hoofdstuk 8 Anatomie en fysiologie van de hersenen Hoofdstuk 9 Hersenletsel 87 Hoofdstuk 10 Cerebrale parese 91
82
83
Toepassing 95 Praktijksituaties 95 Arjan gaat verhuizen 95 Het leven van Pien is totaal veranderd door haar hersenletsel 99 Vaardigheden 104 Communiceren met een zorgvrager met hersenletsel en afasie 104 Themaopdrachten 109 Evaluatie 111 Studiehulp 111 Hoofdstuk 8 Anatomie en fysiologie van de hersenen Hoofdstuk 9 Hersenletsel 111 Hoofdstuk 10 Cerebrale parese 112 Evaluatie en reflectie 113
111
Thema 4 Zorgvragers met aandoeningen aan het ruggenmerg
115
Verwerking 116 Verwerkingsopdrachten 116 Hoofdstuk 11 Anatomie en fysiologie van het perifere zenuwstelsel en het ruggenmerg 116 Hoofdstuk 12 Multiple sclerose en amyotrofische laterale sclerose 119 Hoofdstuk 13 Spina bifida en dwarslaesie 125 Toepassing 130 Praktijksituaties 130 Ingeborg en Farah zijn op een symposium over dwarslaesie 130 Mevrouw Breure heeft multiple sclerose en is vaak erg moe 136 Patrick en Miriam hebben spina bifida 141 Vaardigheden 147 Darmspoelen met een elektronische irrigatiepomp 147 Een zorgvrager leren zichzelf intermitterend te katheteriseren 153 Themaopdrachten 157 Evaluatie 159 Studiehulp 159 Hoofdstuk 11 Anatomie en fysiologie van het perifere zenuwstelsel en het ruggenmerg 159 Hoofdstuk 12 Multiple sclerose en amyotrofische laterale sclerose 159 Hoofdstuk 13 Spina bifida en dwarslaesie 160 Evaluatie en reflectie 161
1 7
Thema 5 Zorgvragers met aandoeningen aan het bewegingsstelsel
163
Verwerking 164 Verwerkingsopdrachten 164 Hoofdstuk 14 Zorgvragers met spierziekten 164 Hoofdstuk 15 Hulpmiddelen bij beperkingen 171 Toepassing 176 Praktijksituaties 176 Christel geeft een gastles over het complex regionaal pijnsyndroom Max is zelfstandiger dankzij zijn hulpmiddelen 180 Pepijn staat positief in het leven 184 Vaardigheden 188 Een tillift gebruiken bij een zorgvrager met spierdystrofie 188 Themaopdrachten 192
176
Evaluatie 194 Studiehulp 194 Hoofdstuk 14 Zorgvragers met spierziekten 194 Hoofdstuk 15 Hulpmiddelen bij beperkingen 195 Evaluatie en reflectie 196
Thema 6 Zorgvragers met aandoeningen aan de zintuigen
198
Verwerking 199 Verwerkingsopdrachten 199 Hoofdstuk 16 Slechthorendheid en doofheid 199 Hoofdstuk 17 Slechtziendheid en blindheid 203 Toepassing 209 Praktijksituaties 209 Meneer Matser is blind en kan zich goed redden 209 Mevrouw Alvares wil meedoen met de muziekgroep voor slechtzienden Rogier wil van zijn achter-het-oor hoortoestellen af 217 Vaardigheden 221 Het inbrengen en reinigen van een hoortoestel 221 Themaopdrachten 225 Evaluatie 227 Studiehulp 227 Hoofdstuk 16 Slechthorendheid en doofheid 227 Hoofdstuk 17 Slechtziendheid en blindheid 227 Evaluatie en reflectie 229
1 8
213
Thema 7
Bijzondere zorg- en begeleidingsvragen
231
Verwerking 232 Verwerkingsopdrachten 232 Hoofdstuk 18 Een meervoudige beperking 232 Hoofdstuk 19 Epilepsie 236 Hoofdstuk 20 Autisme en PDD 239 Hoofdstuk 21 Complexe gedragsproblemen en agressie Hoofdstuk 22 Specifieke begeleidingsvormen 249
245
Toepassing 254 Praktijksituaties 254 Anniek heeft veel zorg op bed nodig 254 Na jaren eindelijk een duidelijke diagnose 258 Rolf heeft een meervoudige beperking en gaat lichamelijk verder achteruit Vaardigheden 266 Begeleiden van een zorgvrager die een epileptische aanval krijgt 266 Omgaan met automutilatie 270 Omgaan met zorgvragers met stoornissen in het autistisch spectrum 274 Themaopdrachten 278 Evaluatie 280 Studiehulp 280 Hoofdstuk 18 Een meervoudige beperking 280 Hoofdstuk 19 Epilepsie 280 Hoofdstuk 20 Autisme en PDD 281 Hoofdstuk 21 Complexe gedragsproblemen en agressie Hoofdstuk 22 Specifieke begeleidingsvormen 282 Evaluatie en reflectie 284
Thema 8 Zorgaanbod voor mensen met een beperking Verwerking 287 Verwerkingsopdrachten 287 Hoofdstuk 23 Wonen, werken en dagbesteding 287 Hoofdstuk 24 Zorgaanbod in relatie tot levensfase 291 Toepassing 296 Praktijksituaties 296 Duncan is van een steiger gevallen 296 Jessica en Martijn begeleiden, maar laten ook los Masha valt van de trap 302 Walter gaat zelfstandig wonen 307 Themaopdrachten 310
299
Evaluatie 311 Studiehulp 311 Hoofdstuk 23 Wonen, werken en dagbesteding 311 Hoofdstuk 24 Zorgaanbod in relatie tot levensfase 311 Evaluatie en reflectie 313
1 9
282
286
263
Thema 9 Specifieke aandachtsgebieden
315
Verwerking 316 Verwerkingsopdrachten 316 Hoofdstuk 25 Zorgvragers met pijn 316 Hoofdstuk 26 Zorgvragers met een beperking en seksualiteit
322
Toepassing 326 Praktijksituaties 326 Jasmijn maakt een opdracht over pijn 326 Lars heeft moeite seksualiteit een plaats te geven in zijn leven 331 Lynn wil van haar ernstige pijn af 335 Vaardigheden 338 Het invullen van een pijnanamneseformulier bij een zorgvrager met pijnklachten Het bespreekbaar maken van seksualiteit 343 Themaopdrachten 347 Evaluatie 349 Studiehulp 349 Hoofdstuk 25 Zorgvragers met pijn 349 Hoofdstuk 26 Zorgvragers met een beperking en seksualiteit Evaluatie en reflectie 350
349
Thema 10 Klinisch redeneren, coördinatie, kwaliteitszorg, voorlichting Verwerking 353 Verwerkingsopdrachten 353 Hoofdstuk 27 Klinisch redeneren 353 Hoofdstuk 28 Coördineren en afstemmen 355 Hoofdstuk 29 Kwaliteitszorg 358 Hoofdstuk 30 Voorlichting, advies en instructie 361 Toepassing 364 Praktijksituaties 364 Het overleg krijgt een nieuwe dimensie 364 De opname van Jason duurt maar voort 367 Stoppen is moeilijker dan gedacht 370 Vaardigheden 373 Optreden als vertegenwoordiger van de cliënt Themaopdrachten 376
373
Evaluatie 378 Studiehulp 378 Hoofdstuk 27 Klinisch redeneren 378 Hoofdstuk 28 Coördineren en afstemmen 378 Hoofdstuk 29 Kwaliteitszorg 379 Hoofdstuk 30 Voorlichting, advies en instructie 380 Evaluatie en reflectie 381
1 10
338
352
Thema 11 Gehandicaptenzorg en samenleving
383
Verwerking 384 Verwerkingsopdrachten 384 Hoofdstuk 31 Ouder, wettelijke vertegenwoordiger en participatie Hoofdstuk 32 Maatschappelijke ontwikkelingen 387 Hoofdstuk 33 Ethische vraagstukken 390 Hoofdstuk 34 Wetgeving en financiering 393
384
Toepassing 397 Praktijksituaties 397 Martijn brengt de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking naar de klas 397 Niek mist alweer zijn aansluiting 401 Onder vrienden en bekenden 404 Vaardigheden 407 Een cliënt met een beperking wegwijs maken met moderne media 407 Contacten leggen en onderhouden met ouders en vertegenwoordigers in problematische situaties 409 Themaopdrachten 412 Evaluatie 415 Studiehulp 415 Hoofdstuk 31 Ouder, wettelijke vertegenwoordiger en participatie Hoofdstuk 32 Maatschappelijke ontwikkelingen 415 Hoofdstuk 33 Ethische vraagstukken 416 Hoofdstuk 34 Wetgeving en financiering 417 Evaluatie en reflectie 418
Observatielijsten
420
1 11
415
Thema 1 De gehandicaptenzorg
1
We onderscheiden diverse termen in de zorg voor mensen met een beperking, zoals ‘stoornis’, ‘beperking’ en ‘handicap’. Je kunt in de theorie lezen hoe we in Nederland de organisatie van de zorgverlening geregeld hebben. Dit gaat van de eerste stappen naar een indicatiestelling tot de wetgeving die bepaalt wie de zorg betaalt. Ook kun je leren hoe je mensen met een beperking benadert. De geschiedenis biedt een mooi beeld hoe de maatschappij tegen mensen met een beperking aankijkt. Dat zie je al aan het gebruik van termen. De zorg in Nederland is professioneel georganiseerd en wordt zorgvuldig geregeld. Iedereen heeft recht op zorg, in de vorm die het best bij hem past. Om aan die zorg te kunnen voldoen is het nodig wetten en regels te maken. Zo zorgen we ervoor dat de zorgvrager krijgt wat hij nodig heeft en dat het beschikbare budget voor de zorg goed wordt besteed. Die zorg wordt methodisch vorm gegeven. Dit is mogelijk door het samenstellen en invullen van een zorgplan. Dit geldt uiteraard ook voor de zorg aan mensen met een beperking. Iedere instelling heeft om die zorg uit te voeren zijn eigen model en maakt gebruik van verschillende benamingen en termen. Benamingen die je tegen kunt komen zijn: ‘zorgplan’, ‘woon-zorgplan’, ‘leefplan’, ‘zorgleefplan’, ‘individueel ondersteuningsplan’ en ‘begeleidingsplan’, enzovoort. In dit werkboek kiezen we voor het gebruik van de naam ‘ondersteuningsplan’. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Zorgvragers in de gehandicaptenzorg • stoornis, beperking en handicap • verstandelijke beperking • lichamelijke beperking Hoofdstuk 2: Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen • geschiedenis vóór de twintigste eeuw • vanaf de twintigste eeuw • voorzieningen Hoofdstuk 3: Van intake tot beëindiging van de hulpverlening • CIZ en toekenning • zorgprofielen voor mensen met een beperking • beëindiging van de zorgverlening Hoofdstuk 4: Verpleegkundig proces • ondersteuningsplan en kwaliteit • opzet ondersteuningsplan • inhoud ondersteuningsplan • totstandkoming ondersteuningsplan • evaluatie van het ondersteuningsplan
1 12
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg 1
1
Zorgvragers in de gehandicaptenzorg kunnen verschillende stoornissen, beperkingen en handicaps hebben. a Wat is een stoornis?
b
c
2
Welke stellingen zijn juist? a Als een zorgvrager hulp nodig heeft bij het eten, heeft hij een beperking op het gebied van verzorging. b Bij een beperking heeft iemand moeilijkheden met gedrag of het uitvoeren van activiteiten. c Een beperking kan het gevolg zijn van een handicap. d Een zorgvrager kan een beperking compenseren door hulpmiddelen te gebruiken. Je spreekt bij voorkeur over ‘zorgvragers met een beperking’ en niet over ‘zorgvragers met een handicap’. Waarom? Het is dan duidelijk dat de zorgvrager: a een participatieprobleem heeft. b een probleem bij het functioneren heeft. c een probleem bij het functioneren en bij het participeren aan de samenleving heeft. d zorg en ondersteuning nodig heeft.
Niet iedereen met een beperking ervaart een handicap. a In de tabel staan korte beschrijvingen van zorgvragers met een beperking. Welke zorgvragers ervaren hun beperking op grond van het werk dat ze uitvoeren waarschijnlijk als een handicap?
Situatieschets
Niet
Anna is sinds haar geboorte doof. Sinds vijf jaar is ze postbezorger. Henk is motoragent. Door een ongeluk tijdens het paardrijden heeft hij een dwarslaesie. Lisa is concertpianiste. Bij het klussen in haar nieuwe woning is ze twee vingers aan haar rechterhand kwijtgeraakt.
1 13
Wel
THEMA 1 De gehandicaptenzorg
Situatieschets
Niet
Wel
Mevrouw Vernooij heeft sinds een jaar een dwarslaesie. Ze is secretaresse en doet vooral zittend werk. Piet Simons is elektricien. Sinds een paar maanden raakt hij steeds meer het gevoel in zijn handen kwijt.
b
3
Welke zorgvrager heeft een beperking op het gebied van cognitie?
Om te kunnen zeggen of iemand een verstandelijke beperking heeft, wordt gekeken naar het ontwikkelingsniveau. Lees de volgende situatieschetsen.
Anouschka (12 jaar) heeft een IQ van 74. Ze gaat naar een ZMLK-school waar ze het naar haar zin heeft. Lezen en schrijven kan ze best goed. Het liefste werkt ze samen met andere kinderen uit haar klas. In haar eentje werken vindt ze behoorlijk saai. Volgende week gaan ze met de klas twee dagen op schoolreis. Ze blijven dan ook ergens anders slapen. Daar is ze nu al zenuwachtig over.
Adriaan (9 jaar) heeft grote moeite met taal, lezen en schrijven. Hij heeft al verschillende tests ondergaan. Uit een van die tests bleek dat hij een IQ van 90 heeft. Tijdens de pauzes op school maakt hij altijd ruzie met de andere kinderen en als hij in de klas moet samenwerken, lukt hem dat niet. Na de gymles moet de juf hem vaak een beetje helpen om zich weer aan te kleden. Hij weet soms niet zo goed wat hij dan moet doen.
Abdul (21 jaar) woont sinds kort in een woonvorm. Hij heeft een IQ van 68. Het is altijd een rommel op zijn kamer. Zijn begeleider Jaap ondersteunt hem om de HDLvaardigheden beter onder de knie te krijgen. Maar dat is erg lastig. Abdul begrijpt vaak gewoon niet wat de bedoeling is en wordt dan gauw boos, waardoor normaal praten niet meer mogelijk is. Lezen en schrijven kan hij niet.
a
Welke zorgvrager heeft een verstandelijke beperking? Motiveer je antwoord.
b
Welke praktische vaardigheden mist Adriaan? a ADL-vaardigheden b HDL-vaardigheden c vaardigheden op het gebied van gezondheidsgedrag d vaardigheden op het gebied van ontspannen
1 14
Verwerkingsopdrachten
4
De groep van mensen met een verstandelijke beperking is zeer divers, omdat de ernst van de beperking en daardoor het niveau van functioneren per persoon sterk verschilt. a Waarom is het belangrijk om bij de zorg uit te gaan van de ernst van de verstandelijke beperking?
b
5
1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg
Om het niveau van functioneren van mensen met een verstandelijke beperking aan te geven, is er een indeling gemaakt in categorieĂŤn. Kies de juiste woorden. 1 Bij mensen met een lichte / matige / ernstige / diepe verstandelijke beperking ontwikkelt de taal zich op een eenvoudig niveau. 2 De meeste mensen met een lichte / matige / ernstige / diepe verstandelijke beperking kunnen niet praten. Het contact met de omgeving is beperkt en bestaat uit een zeer klein repertoire van reacties. 3 Een lichte / matige / ernstige / diepe verstandelijke beperking valt vaak pas op als de ontwikkeling van schoolse vaardigheden achterblijft. 4 Mensen met een lichte / matige / ernstige / diepe verstandelijke beperking hebben een IQ tussen de 35 en 55. 5 Met mensen met een lichte / matige / ernstige / diepe verstandelijke beperking is nauwelijks contact mogelijk. Ze zijn meestal bedlegerig en vaak aangewezen op sondevoeding. 6 Veel mensen met een lichte / matige / ernstige / diepe verstandelijke beperking kunnen zich redelijk zelfstandig redden in de maatschappij.
Het DSM-V onderscheidt drie domeinen waarop het verstandelijk en adaptief functioneren van een zorgvrager met een verstandelijke beperking tekortschiet: het conceptueel, het sociaal en het praktisch domein. In de tabel staat een aantal competenties. Met welk domein heeft de competentie te maken?
Competentie
Conceptueel domein
Beoordelen van nieuwe situaties Besef van gedachten en gevoelens van anderen Lezen en schrijven Plannen van taken op werk Vermogen om vriendschap te sluiten Vrijetijdsbesteding Zelfverzorging
1 15
Sociaal domein
Praktisch domein
THEMA 1 De gehandicaptenzorg
6
De meeste mensen met een lichamelijke beperking leiden hun leven zelfstandig en geven het zelf vorm ondanks de beperkingen. Welke bewering is juist? a Door allerlei voorzieningen is maatschappelijke participatie tegenwoordig vrij eenvoudig voor mensen met een lichamelijke beperking. b Mensen met een lichamelijke beperking kunnen in principe alles als ze maar willen. c Zelfredzaamheid is het vermogen van een zorgvrager om zelfzorgactiviteiten uit te voeren zonder hulp van anderen. d Zorgvragers die in een rolstoel zitten, hebben allemaal dezelfde behoeften wat betreft hulp en ondersteuning.
7
Lichamelijke stoornissen kunnen aangeboren en niet-aangeboren zijn. a Bij een aangeboren stoornis kan het opbouwen van een vertrouwensrelatie tussen kind en ouders moeilijk zijn. Wat kunnen hiervan de oorzaken zijn? a Ouders en kind hebben te weinig contact door veelvuldige en langdurige ziekenhuisopnamen. b Ouders nemen hun kind te veel in bescherming. c Ouders schamen zich voor hun kind. d Ouders verwennen hun kind vaak te veel. e Ouders weten niet hoe ze met hun kind moeten omgaan. b In de tabel staat een aantal oorzaken voor aangeboren en niet-aangeboren stoornissen. Welke oorzaken kunnen leiden tot een aangeboren stoornis en welke tot een niet-aangeboren stoornis?
Oorzaak
Aangeboren stoornis
CVA Chromosoomafwijking Ernstige mishandeling bij een peuter Hersenvliesontsteking in het eerste levensjaar Rodehond of toxoplasmose tijdens de zwangerschap Verkeersongeval Zuurstoftekort tijdens de geboorte
1 16
Niet-aangeboren stoornis
Verwerkingsopdrachten
c
8
1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg
Als een niet-aangeboren stoornis leidt tot beperkingen dan maakt een zorgvrager een rouwproces door. Wat moet de zorgvrager allemaal verwerken? Noem vier punten.
Niet alle stoornissen en beperkingen zijn zichtbaar. a Noem een voordeel en een nadeel van een onzichtbare beperking.
Voordeel onzichtbare beperking
b
Nadeel onzichtbare beperking
Noem een voordeel en een nadeel van een zichtbare beperking.
Voordeel zichtbare beperking
9
Nadeel zichtbare beperking
c
Noem drie voorbeelden van zichtbare stoornissen of beperkingen.
d
Noem drie voorbeelden van onzichtbare stoornissen of beperkingen.
Lees de volgende situatieschets.
Hermien Aalbers is 48 jaar. Ze heeft sinds twee jaar ALS. Wat haar het meest beangstigt, is dat er steeds meer spieren uitvallen. Het is daarbij niet duidelijk wanneer en hoe snel dat kan gebeuren.
1 17
THEMA 1 De gehandicaptenzorg
Het ziekteproces van Hermien Aalbers heeft een bepaald verloop. Hoe heet dit verloop? a degraderend verloop b progressief verloop c restverloop d terminaal verloop
van de gehandicaptenzorg en 1 Geschiedenis voorzieningen 2
1
De manier waarop naar mensen met een beperking wordt gekeken en hoe ze worden behandeld, is in de loop van de jaren veranderd. a In de tabel staan inzichten die in een bepaalde periode golden. Welk inzicht hoort bij welke periode?
Inzichten
Vóór 1900
De nadruk ligt op de mogelijkheden en niet op de beperkingen die iemand heeft. Er komt veel aandacht voor onderzoek, diagnose, behandeling en preventie. Men begint in te zien dat de ontwikkelingsmogelijkheden van iemand met een beperking samenhangen met de ernst van zijn beperking. Mensen met een beperking zijn mensen met mogelijkheden. Mensen met een beperking kunnen met een persoonsgebonden budget zelf bepalen welke zorg ze inkopen. Mensen met een verstandelijke beperking hebben recht op verpleging en moeten worden genezen. Participatie en integratie van mensen met een beperking worden de nieuwe uitgangspunten. Verpleging en medische zorg staan centraal. Zorgvragers met een beperking die kunnen werken, moeten werken en anders worden ze verpleegd.
1 18
1900 tot 1945 1945 tot eind jaren 80
Vanaf eind jaren 80
Verwerkingsopdrachten
b c
d
2 Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen
Kies het juiste woord. Tegenwoordig wordt vooral aanbodgestuurde / vraaggestuurde zorg verleend. Wat is het verschil tussen aanbodgestuurde en vraaggestuurde zorg?
Aan het eind van de jaren tachtig komt er een roep om zelfbeschikking. Wat wordt daarmee bedoeld? a Mensen met een beperking bepalen zelf of ze wel of geen begeleiding nodig hebben. b Mensen met een beperking bepalen zo veel mogelijk zelf hoe hun leven eruitziet. c Mensen met een beperking moeten duidelijk motiveren waarom ze iets willen. d Mensen met een beperking moeten leren om zelfstandig te kunnen wonen.
2
Voor mensen met een verstandelijke beperking kwam het streven naar integratie pas na de Dennendal-affaire op gang. Wat waren de ideeĂŤn van de directeur van Dennendal die destijds op veel verzet stuitten? a Hij was tegen het opbergen van zorgvragers in grootschalige eentonige woonvormen. b Hij wilde de bewoners van Dennendal beter kunnen beschermen tegen invloeden van buitenaf. c Hij wilde dat de bewoners van Dennendal meer in contact zouden komen met mensen buiten de instelling. d Hij wilde dat de bewoners van Dennendal vaker als groep naar buiten zouden treden. e Hij wilde een meer eenvormig leefmilieu op Dennendal, zodat de bewoners tot rust konden komen. f Hij wilde woonvormen die meer tegemoetkwamen aan wat de bewoners wilden.
3
Eind jaren tachtig ontstaat de visie dat mensen met een beperking mensen met mogelijkheden zijn. a Wat wordt hiermee bedoeld? Er zijn meer antwoorden goed. a Ze hebben niet alleen een beperking, maar ook talenten die ze kunnen inzetten. b Ze kunnen als ze hun best doen gewoon werken. c Ze moeten de kans krijgen om zichzelf te ontplooien. d Ze moeten kunnen wonen in een woonomgeving naar eigen keuze die geschikt voor hen is. e Ze moeten vooral werk doen dat ze gemakkelijk aankunnen.
1 19
THEMA 1 De gehandicaptenzorg
b
Lees de volgende situatieschets.
Eefje Damman (25) heeft een niet-aangeboren lichamelijke beperking. Ze is heel handig met haar rolstoel en kan eigenlijk overal komen waar ze wil. Als ze verder moet dan vijf kilometer probeert ze meestal vervoer te regelen, maar het liefst doet ze dingen zelfstandig. Ze werkt vier dagen per week als secretaresse. Van haar woning naar haar werk is net geen vijf kilometer en dat vindt ze wel een goede oefening.
c
4
Gezien haar mogelijkheden woont ze waarschijnlijk: a in een aangepast rijtjeshuis. b in een intramurale instelling. c op een zorgboerderij. Gezien haar mogelijkheden werkt ze waarschijnlijk: a bij een intramurale dagbesteding. b zelfstandig onder begeleiding van een jobcoach. c zelfstandig bij een regulier bedrijf.
Welke stellingen over integratie en emancipatie van mensen met een beperking zijn juist? a De afkorting Wmo betekent Wet maatschappelijke ondersteuning. b De meeste zorgvragers willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. c De Wmo levert een bijdrage aan de integratie en emancipatie van mensen met een beperking. d Een Fokuswoning is een aangepaste woning voor mensen met een verstandelijke beperking. e Het persoonsgebonden budget levert een belangrijke bijdrage aan de integratie en emancipatie van mensen met een beperking. f Steeds meer mensen met een beperking wonen in een gewone woonwijk.
1 Van intake tot beĂŤindiging van de hulpverlening 3
1
Om gebruik te kunnen maken van zorg heeft een zorgvrager een indicatiestelling nodig. Een zorgvrager vraagt de indicatiestelling aan bij het CIZ. a Waar staat de afkorting CIZ voor? b Op welke twee momenten kan een zorgvrager een indicatiestelling aanvragen?
c
Het CIZ beoordeelt de aanvraag en stelt een indicatiebesluit vast. Welke dingen staan er in het indicatiebesluit? a Bij welke zorgorganisatie de zorgvrager zorg kan inkopen. b Op hoeveel uur zorg de zorgvrager recht heeft. c Op welke momenten mantelzorgers voor de zorgvrager moeten zorgen. d Op welke zorg de zorgvrager aanspraak kan maken.
1 20
Verwerkingsopdrachten
d
3 Van intake tot beëindiging van de hulpverlening
Geef aan of de stelling juist of onjuist is.
Stelling
Juist
Onjuist
Als een zorgvrager een zeer ernstige verstandelijke beperking heeft, kunnen zijn ouders of de zorginstelling een indicatiestelling aanvragen. Bij verblijf in een zorginstelling wordt het indicatiebesluit vertaald in een zorgprofiel. Het CIZ houdt bij het beoordelen van de aanvraag rekening met de persoonlijke situatie van de zorgvrager. In een zorgprofiel welke zorg en hoeveel zorg een zorgvrager nodig heeft. Zorginstellingen krijgen voor alle zorgvragers dezelfde vergoeding uit de Wlz om de vereiste zorg te regelen.
2
In de theorie komen het pgb en zorg in natura aan bod. a Waar staat de afkorting pgb voor?
b
Lees de volgende situatieschets.
Mevrouw Pereira (78 jaar) woont sinds twee maanden in een zorginstelling. Haar zoon vindt het fijn dat ze nu een plek heeft waar ze in goede handen is, zodat hij zich niet steeds druk hoeft te maken over de zorg die ze nodig heeft.
Ontvangt mevrouw Pereira een pgb of zorg in natura?
3
Er zijn verschillende zorgprofielen voor mensen met een lichamelijke beperking en mensen met een verstandelijke beperking. Kies de juiste woorden. 1 Voor mensen met een lichamelijke beperking zijn er zes / zeven zorgprofielen. 2 Het zorgprofiel ‘Wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering’ is voor mensen met een lichamelijke / verstandelijke beperking. 3 Het zorgprofiel ‘Wonen met begeleiding en volledige verzorging en verpleging’ is voor mensen met een lichamelijke / verstandelijke beperking.
1 21
THEMA 1 De gehandicaptenzorg
4
Als de aanmelding rond is, sluiten de zorginstelling en de zorgvrager een zorgovereenkomst met elkaar. In een zorgovereenkomst staan onder andere verschillende afspraken die van toepassing zijn op de zorgverlening. a Wat voor afspraken zijn dit? Noem drie voorbeelden.
b
Er zijn verschillende redenen om een zorgovereenkomst te beëindigen. Noem er twee.
1 Verpleegkundig proces 4
1
Een ondersteuningsplan is een belangrijk instrument bij het verbeteren van de kwaliteit van de zorg voor mensen met een beperking. a Geef aan of de stelling juist of onjuist is.
Kenmerken
Juist
Onjuist
Een ondersteuningsplan wordt minimaal één keer per halfjaar besproken. Het ondersteuningsplan komt tegemoet aan veranderingen in vragen en behoeften van een zorgvrager. In de zorg wordt pas sinds kort met ondersteuningsplannen gewerkt. In een ondersteuningsplan stemmen verschillende disciplines hun werkwijze op elkaar af. In een ondersteuningsplan staan alle afspraken tussen de zorgvrager en de organisatie waar hij woont.
b
Een ondersteuningsplan heeft een cyclisch karakter waarbij verschillende stappen worden gezet. Welke stappen zijn dit achtereenvolgens? a bijstellen – evalueren – uitvoeren – vaststellen b bijstellen – uitvoeren – vaststellen – evalueren c vaststellen – evalueren – bijstellen – uitvoeren d vaststellen – uitvoeren – evalueren – bijstellen
1 22
Verwerkingsopdrachten
4 Verpleegkundig proces
2
In de theorie komt de opzet en de inhoud van het ondersteuningsplan aan bod. Welke stellingen zijn juist? a De omvang van een ondersteuningsplan is afhankelijk van de problematiek van de zorgvrager. b De ondersteuningsplannen voor zorgvragers met een verstandelijke of lichamelijke beperking zijn hetzelfde. c De visie van een zorgorganisatie bepaalt hoe een ondersteuningsplan eruitziet. d Er wordt eerst een concept-ondersteuningsplan gemaakt dat na ongeveer twee weken definitief wordt gemaakt. e Het ondersteuningsplan wordt ondertekend als de zorgvrager en de zorgorganisatie het ermee eens zijn.
3
De inhoud van een ondersteuningsplan kan per zorgorganisatie verschillen. Een aantal onderdelen komt echter in alle ondersteuningsplannen voor. Lees de volgende situatieschets.
Verpleegkundige Bella werkt sinds vorige week bij zorgorganisatie ‘Samen verder’. Vandaag bestudeert ze het ondersteuningsplan van Pedro (23). Pedro heeft een dwarslaesie. De moeder van Pedro komt elke dag even bij hem langs. In het ondersteuningsplan staan de volgende onderdelen: Algemene gegevens van de zorgvrager, Levensverhaal en persoonsbeeld, Perspectief, Ondersteuningsbehoefte, Doelen, Afspraken over bejegening, Rapportage en Evaluatieafspraken.
a
Bella vraagt zich af hoe het komt dat Pedro een dwarslaesie heeft. Bij welk onderdeel kan ze dit vinden?
b
Bella kan in het ondersteuningsplan niet vinden of de moeder van Pedro een rol in de verzorging speelt. Welke onderdeel ontbreekt er in het ondersteuningsplan?
4
Als een zorgvrager een beroep doet op hulp en ondersteuning van een zorgorganisatie wordt er een ondersteuningsplan opgesteld. Kies de juiste woorden. a Een verpleegkundige niveau 4 mag geen / een ondersteuningsplan opstellen. b Het opstellen van het ondersteuningsplan gebeurt niet / wel tijdens de intakefase.
5
Vaak stelt de persoonlijk begeleider van de zorgvrager het ondersteuningsplan op. Welke stellingen zijn juist? a Bij de eerste kennismaking van de persoonlijk begeleider met de zorgvrager is vaak ook de familie aanwezig. b Contactverzorgende en coördinerend begeleider zijn andere woorden voor persoonlijk begeleider. c De persoonlijk begeleider is verantwoordelijk voor de uitvoering van gemaakte afspraken. d De SRZ-schaal geeft informatie over de beperkingen en mogelijkheden van een zorgvrager.
1 23
THEMA 1 De gehandicaptenzorg
6
Bij de beschrijving van het levensverhaal van de zorgvrager gaat het niet alleen om feitelijke gebeurtenissen, maar ook om hoe de zorgvrager deze gebeurtenissen heeft beleefd. a Noem drie gebeurtenissen die je belangrijk vindt om te vermelden in het levensverhaal van de zorgvrager. Zet ze in de linkerkolom van de tabel. b Geef van elke gebeurtenis kort aan waarom je het belangrijk vindt om de gebeurtenis te vermelden. Zet dit in de rechterkolom van de tabel.
Belangrijke gebeurtenis
c
d
Waarom belangrijk?
Kies het juiste woord. De levensloop / Het persoonsbeeld maakt duidelijk welke zorg- en ondersteuningsbehoeften een zorgvrager heeft. In de tabel staan zes korte beschrijvingen over Nathan van 18 jaar die een matige verstandelijke beperking heeft en sinds kort in een woonvorm woont. Valt de beschrijving onder levensgeschiedenis of onder persoonsbeeld?
Beschrijving
Levensgeschiedenis Persoonsbeeld
Nathan heeft diabetes en hij heeft hulp nodig bij het spuiten van insuline. Nathan is heel erg gehecht aan zijn moeder en aan zijn zus Amy. Nathan is vanuit zijn ouderlijk huis verhuisd naar de woonvorm. Nathan kan zichzelf aankleden, maar zijn kleren moeten dan wel klaarliggen op de stoel. Nathan kon vanuit zijn ouderlijk huis zelfstandig naar de dagbesteding om de hoek lopen.
1 24
Verwerkingsopdrachten
7
4 Verpleegkundig proces
Om te achterhalen wat de ondersteuningsbehoefte van een zorgvrager is, kun je gebruikmaken van de PES-formule. a Wat zijn de uitgangpunten van de PES-formule? Vul de juiste woorden in. 1
Bij het in beeld brengen van de ondersteuningsbehoefte is het van belang om de
(en dus niet het probleem) van de zorgvrager in
beeld te brengen. 2
Er wordt niet zozeer gekeken naar de naar de
3
(etiologie), maar
.
Een ondersteuningsvraag moet je zo formuleren, dat duidelijk is welke de zorgvrager vraagt als aanvulling op zijn mogelijkheden.
b
Hierna staan twee situatieschetsen met een voorbeeld van een ondersteuningsvraag. Formuleer per situatieschets nog een ondersteuningsvraag.
Voor Marieke, een zorgvrager met spina bifida met hydrocefalie, is het belangrijk dat ze zo zelfstandig mogelijk kan wonen, zelf haar medicatie kan innemen en haar maaltijden kan verzorgen. Haar ondersteuningsvraag zou kunnen zijn: ‘Help mij te leren zelfstandig te koken.’
Ondersteuningsvraag:
Mart heeft een verstandelijke beperking en hij wil graag buiten zijn. Bewegen wil hij. Hij loopt dan ook weg als hij de kans krijgt. Omdat hij alles (eetbaar of nieteetbaar) opeet, kan hij niet zonder begeleiding buiten zijn. Mart houdt erg van dieren en zou dan ook graag vaker de kinderboerderij bezoeken. Zijn ondersteuningsvraag zou kunnen zijn: ‘Help mij te ontspannen met beweging, zodat mijn weglopen afneemt.’
Ondersteuningsvraag:
8
Als duidelijk is waarbij de zorgvrager ondersteuning wil of nodig heeft, kun je doelen stellen in het ondersteuningsplan. In de theorie worden drie soorten doelen beschreven. In de tabel staan de ondersteuningsvragen van Marieke en Mart nog een keer. Welk doel hebben hun ondersteuningsvragen?
1 25
WERKBOEK NIVEAU 4
Gehandicaptenzorg
Deze uitgave Gehandicaptenzorg maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige. P4-K1-W1 Ondersteunt en begeleidt bij het ontwikkelen en behouden van vaardigheden P4-K1-W2 Communiceert met en begeleidt doelgroepen in de GHZ P4-K1-W3 Begeleidt een groep zorgvragers en naastbetrokkenen
verpleegkundige
De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv
Gehandicaptenzorg WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken.
Auteurs: R.F.A. Schrijver A.C. Verhoef S.M.T. Vogel Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
9 789006 910742
WB_GHZ_N4_210x297.indd All Pages
10/07/17 12:53