Skip to main content

Traject Welzijn PW | Ontwikkeling en activiteiten

Page 1

Deze uitgave is onderdeel van de methode Traject, de methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg.

PEDAGOGISCH WERK NIVEAU 3 EN 4

Traject Welzijn Pedagogisch werk is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. Traject sluit daarop aan met actueel en vernieuwend materiaal dat is ontwikkeld in samenwerking met docenten en experts uit het werkveld. Bovendien is Traject flexibel inzetbaar, zodat het altijd past bij de manier waarop de opleiding het onderwijs vormgeeft. Het materiaal is modulair opgebouwd en het is mogelijk de modules te arrangeren. Er kan op verschillende manieren met de methode worden gewerkt: blended, een combi van boeken en digitaal of volledig digitaal of met maatwerkboeken.

De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteeltechnische, communicatieve, verzorgende en sociaal-agogische vaardigheden. Traject biedt hiervoor verschillende opdrachten: - Oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren; - Verwerkingsopdrachten die bestaan uit verschillende vraagtypen om de kennis en vaardigheden te begrijpen en toe te passen; - Casuïstiekopdrachten om op basis van een praktijksituatie de kennis en vaardigheden toe te passen en te analyseren; - Moduleopdrachten als activerende en motiverende opdrachten op de module; - Vaardigheden die oefenopdrachten en BPV-opdrachten bevatten; - Toetsen

Ontwikkeling en activiteiten

Traject bevat onder andere de volgende elementen: De theorie bevat alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bij de betreffende werkprocessen. De praktijkvoorbeelden die de theorie ondersteunen, zorgen voor een verbinding met de beroepspraktijk.

Ontwikkeling en activiteiten

Het aanbod van Traject bestaat in grote lijnen uit: - theorieboeken inclusief een licentie voor de online leeromgeving met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - maatwerkboeken die door de opleider worden samengesteld door een selectie te maken uit het brede aanbod van modules voor de betreffende opleiding; - een online leeromgeving met theorie, verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten, zelftoetsen en evaluatie- en reflectievragen bij iedere module. Daarnaast bevat de online leeromgeving ondersteunend materiaal voor de docent, zoals toetsen bij iedere module. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject? Kijk dan op https://www.thiememeulenhoff.nl/mbo/welzijn/traject

Auteurs: A.C. Verhoef Eindredactie: R.F.M. van Midde

MBO_Traject_PW_OntwikkelingEnActiviteiten_DRUK_V2.indd All Pages

21/06/2021 13:21


Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 4

21/06/2021 13:05


A&F

MOD ULE ONA

1

Ontwikkeling en activiteiten

Auteur A.C. Verhoef Eindredactie R.F.M. van Midde

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 1

21/06/2021 13:05


Colofon Auteur

Over ThiemeMeulenhoff

A.C. Verhoef

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.

Eindredactie R.F.M. van Midde

Fotografie omslag Peter Bak, Rotterdam

Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Omslagontwerp Studio Fraaj, Rotterdam

ISBN 978 90 06 239447 Tweede druk, eerste oplage, 2021 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2021

Vormgeving binnenwerk Studio Michelangela

Opmaak binnenwerk Crius Group, Hulshout

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 2

21/06/2021 13:05


Voorwoord Deze uitgave is onderdeel van Traject, dé methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg. Deze uitgave bevat een licentie voor de online leeromgeving. Traject is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. In Traject hebben al deze elementen een plek gekregen en de methode heeft een opzet, onder andere met leerdoelen gekoppeld aan theorie en opdrachten, die aansluit bij actuele manieren van leren en verwerken. Traject bestaat uit: • theorieboeken, inclusief een licentie voor de online leeromgeving; • een online leeromgeving met verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, beroepsvaardigheden, zelftoetsen, evaluatie- en reflectieopdrachten. Traject is modulair opgebouwd. Deze uitgave bestaat uit meerdere modules. Elke module heeft een vaste opbouw. In deze uitgave zijn de volgende onderdelen terug te vinden: • Een korte praktijksituatie met oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren. • Actuele theorie die alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bevat bij de betreffendewerkprocessen. De theorie bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. • Begrijp je de theorie; stellingen waarmee de student controleert of zij de theorie voldoende beheerst. • Een begrippenlijst. Bovenstaande onderdelen zijn ook opgenomen in de online leeromgeving. Daarnaast bevat de online leeromgeving bij iedere module de volgende onderdelen: • Een grote variëteit aan verwerkingsopdrachten met directe feedback. • Praktijksituaties. Dit zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. • Beroepsvaardigheden met opdrachten en BPV-opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van verschillende vaardigheden. • Een zelftoets waarmee de student zelfstandig kan beoordelen of zij de stof beheerst. • Een moduletoets die de docent kan inzetten om te beoordelen of de studenten de stof voldoendebeheersen. • Door de module heen zijn allerlei evaluatie- en reflectieopdrachten opgenomen. We wensen alle studenten en docenten veel plezier en succes met het werken met Traject. Amersfoort 2021, Auteurs, redactie en uitgever

3

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 3

21/06/2021 13:05


Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 4

21/06/2021 13:05


Inhoudsopgave

Module 1  Inleiding ontwikkeling en activiteiten  9 Hoe verschillend kinderen kunnen reageren  10 1 Over ontwikkelingspsychologie  13 1.1 Korte geschiedenis van de ontwikkelingspsychologie  13 1.2 Ontwikkelingspsychologie, wat is dat?  14 1.3 Ontwikkelingsaspecten  16 1.4 Factoren die de ontwikkeling bepalen  17 1.5 Voorwaarden voor ontwikkeling  18 Begrijp je de theorie?  22 2 Inleiding activiteiten  23 2.1 Activiteiten  23 2.2 Algemene indeling van activiteiten  25 2.3 Verschillende soorten activiteiten  26 2.4 Waarom doen mensen activiteiten?  30 2.5 Activiteitenprogramma 32 Begrijp je de theorie?  35 3 Spel en ontwikkeling  36 3.1 Soorten spel  36 3.2 Spel en ontwikkeling  39 3.3 Spelbevorderende en spelbelemmerende factoren  42 Begrijp je de theorie?  43 Begrippen  44

Module 2  Ontwikkeling van baby's en peuters  47 Een goede spelontwikkeling  48 1 Prenatale ontwikkeling en geboorte  52 1.1 Van conceptie tot geboorte  52 1.2 De geboorte  54 1.3 Vroeggeboorte  54 Begrijp je de theorie?  57 2 Ontwikkeling van de baby  58 2.1 Lichamelijke ontwikkeling  58 2.2 Cognitieve ontwikkeling  63 3

2.3 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheids­ontwikkeling  65 2.4 Emotionele ontwikkeling  67 2.5 Seksuele ontwikkeling  69 Begrijp je de theorie?  70 Activiteiten en spel bij de baby  71 3.1 Vaste dagelijkse activiteiten bij baby's  71 3.2 Doelgerichte activiteiten bij baby's  73 3.3 Vrije activiteiten  79 Begrijp je de theorie?  82

5

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 5

21/06/2021 13:05


ONA

4 Ontwikkeling van de peuter  83 4.1 Lichamelijke ontwikkeling  83 4.2 Cognitieve ontwikkeling  84 4.3 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheids­ontwikkeling  87 4.4 Emotionele ontwikkeling  89 4.5 Seksuele ontwikkeling  90 Begrijp je de theorie?  91 5 Activiteiten en spel bij de peuter  92 5.1 Vaste dagelijkse activiteiten bij peuters  92 5.2 Doelgerichte activiteiten met peuters  94 5.3 Vrije activiteiten  104 Begrijp je de theorie?  108 Begrippen  109

Module 3  Ontwikkeling van kleuters  113 Tim maakt een zandtekentafel  114 1 Ontwikkeling van de kleuter  117 1.1 Lichamelijke ontwikkeling  117 1.2 Cognitieve ontwikkeling  119 1.3 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheids­ontwikkeling  121 1.4 Emotionele ontwikkeling  125 1.5 Seksuele ontwikkeling  125 Begrijp je de theorie?  127 2 Activiteiten en spel bij de kleuter  128 2.1 Vaste dagelijkse activiteiten bij kleuters  128 2.2 Doelgerichte activiteiten  132 2.3 Vrij spel bij kleuters  142 Begrijp je de theorie?  147 Begrippen  148

Module 4  Ontwikkeling van schoolkinderen  149 Een activiteit met dozen  150 1 Ontwikkeling van het schoolkind  153 1.1 Lichamelijke ontwikkeling  153 1.2 Cognitieve ontwikkeling  155 1.3 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling  159 1.4 Emotionele ontwikkeling  161 1.5 Seksuele ontwikkeling  162 Begrijp je de theorie?  163 2 Activiteiten en spel bij het schoolkind  164 2.1 Vaste dagelijkse activiteiten  164 2.2 Doelgerichte activiteiten  170 2.3 Vrij spel bij schoolkinderen  190 Begrijp je de theorie?  194 Begrippen  195

6

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 6

21/06/2021 13:05


Module 5  Ontwikkeling van pubers en adolescenten  197 Het gaat om een veilige sfeer  198 1 Ontwikkeling van de puber  202 1.1 Lichamelijke ontwikkeling  202 1.2 Cognitieve ontwikkeling  205 1.3 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling  207 1.4 Emotionele ontwikkeling  213 1.5 Seksuele ontwikkeling  215 Begrijp je de theorie?  217 2 Ontwikkeling van de adolescent  218 2.1 De term adolescentie  218 2.2 Lichamelijke ontwikkeling  218 2.3 Cognitieve ontwikkeling  219 2.4 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheids­ontwikkeling  222 2.5 Emotionele ontwikkeling  225 2.6 Seksuele ontwikkeling  226 Begrijp je de theorie?  228 3 Activiteiten bij de puber en ­adolescent  229 3.1 Sport- en spelactiviteiten  229 3.2 Educatieve activiteiten  232 3.3 Excursies en andere groepsbezoeken  236 3.4 Culturele activiteiten  237 3.5 Kookactiviteiten  240 3.6 Digitale media-activiteiten  241 3.7 Recreatieve activiteiten  243 3.8 Interactievaardigheden  244 Begrijp je de theorie?  247 Begrippen  248 Module 6  Problemen in de ontwikkeling  251 Agnita wordt gepest  252 1 Als de ontwikkeling anders gaat  255 1.1 Normale en niet-normale ontwikkeling  255 1.2 Problemen in de ­ont­wikkeling  256 1.3 Belang van vroegtijdige onderkenning  258 Begrijp je de theorie?  260 2 Ontwikkelingsstoornissen en problemen  261

2.1 Indelingen van stoornissen bij kinderen en jongeren  261 2.2 Leerstoornissen  264 2.3 Communicatiestoornissen  266 2.4 Motorische stoornissen  267 2.5 Autismespectrumstoornissen  268 2.6 Aandachtsstoornissen  268 2.7 Gedragsstoornissen  269 2.8 Tics en spanningsklachten  271 2.9 Stemmingsstoornissen  272 2.10 Angststoornissen  273 7

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 7

21/06/2021 13:05


ONA

2.11 Eetstoornissen  275 2.12 Verslavingen  276 2.13 Hoogbegaafdheid  277 Begrijp je de theorie?  279 3 Sociale problematiek  280 3.1 Wat is sociale problematiek?  280 3.2 Kenmerken van sociale problematiek  281 3.3 Armoede  283 3.4 Werkloosheid  284 3.5 Echtscheiding  285 3.6 Vluchtelingen  286 3.7 Huiselijk geweld  287 Begrijp je de theorie?  290 4 Aandachtspunten bij spel en activiteiten  291 4.1 Handelingsplan is uitgangspunt  291 4.2 Emotionele ondersteuning  292 4.3 Regels, structuur en routine  293 4.4 Verlengde instructie  295 4.5 Aandachtspunten bij ­leerstoornissen  295 4.6 Aandachtspunten bij ASS  297 4.7 Aandachtspunten bij aandachtsstoornis  298 4.8 Aandachtspunten bij gedragsstoornissen en gedragsproblemen  300 4.9 Aandachtspunten bij hoogbegaafdheid  301 Begrijp je de theorie?  303 Begrippen  304

Register 309

8

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 8

21/06/2021 13:05


ONA MOD ULE

1

Inleiding ontwikkeling en activiteiten Als pedagogisch werker houd je je veel bezig met het bedenken, organiseren en begeleiden van activiteiten. In deze module staan algemene punten over ontwikkeling en activiteiten centraal. Je leert over het verschil tussen vaste en vrije activiteiten. Je leert hoe je met activiteiten de ontwikkeling van kinderen en jongeren stimuleert. Over die ontwikkeling gaat het ook in deze module. Begrippen als ontwikkelingsfasen, ontwikkelingsgebieden en ontwikkelingstaken komen aan de orde. In het hoofdstuk over spel komt aan de orde dat je over een spelstimulerende houding moet beschikken. Soms moet je meespelen, soms is het beter dat niet te doen. Een kind moet spelen om zich te kunnen ontwikkelen. In verschillende ontwikkelingsfasen speelt een kind telkens op een andere manier. Als pedagogisch werker is het belangrijk daar rekening mee te houden.

Auteur A.C. Verhoef Eindredactie R.F.M. van Midde

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 9

21/06/2021 13:05


ONA MODULE 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

© Alamy Stock Photo / CHROMORANGE / Alexander Bernhard ©

Hoe verschillend kinderen kunnen reageren Het is jouw eerste stagedag bij peuteropvang Pippeloen. Het is de eerste dag na de vakantie voor de peuters. Rond half negen komen de eerste kinderen binnendruppelen. Samen met Saskia ontvang je ze. Eerst is daar Dennis. Dennis kijkt onwennig om zich heen. Hij houdt de hand van zijn vader stevig vast. 'Dag Dennis, wat leuk dat je er weer bent.' Saskia hurkt bij Dennis, maar Dennis kijkt naar de grond en kruipt weg achter zijn vader. Achter Dennis staat Amer. Zo te zien heeft Amer geen last van onwennigheid. 'Dag Amer', zegt Saskia. Amer trekt zich los uit de hand van zijn vader. 'Halo joef', roept hij. 'Oto. Speel.' Weg is Amer: hij rent naar een van de trapauto's. Na Amer komen Bas en Mees binnen met hun moeder. Bas en Mees zijn een eeneiige tweeling. In hun handen hebben ze een bosje bloemen. 'Wat lief van jullie', roept Saskia als Bas haar de bloemen geeft. Saskia reikt al naar de bloemen van Mees, maar hij stopt ze achter zijn rug. 'Nee, jij mag ze niet', zegt Mees. 'Heb ik gekoopt, ze zijn van mij.' Jullie moeten lachen om de eigenwijze opmerking van Mees. 'Typisch iets voor Mees, overal dwars tegenin', zegt Saskia. Na Bas en Mees is er even een pauze. 'Amer is een Syrisch jongetje. Ik hoop dat hij in de vakantie niet te veel is teruggevallen wat betreft zijn taalontwikkeling', zegt Saskia tegen jou.

10

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 10

21/06/2021 13:05


ORIËNTATIE

1 VA K T E R M E N Haal uit de praktijksituatie de woorden die vaktermen zijn. Wat betekenen ze? Noteer wat je denkt en vergelijk dat met de omschrijving in de begrippenlijst of in een (digitaal) ­woordenboek.

2 P E U T E R S Ken jij kinderen die peuters zijn? Of kun je je nog dingen herinneren uit de tijd dat jij een peuter was? Noteer wat jij weet over deze ontwikkelingsfase.

3 V E R S C H I L L E N T U S S E N K I N D E R E N Kinderen verschillen van elkaar in tal van opzichten. Welke verschilpunten komen in de praktijksituatie naar voren? Noteer ze en bedenk verklaringen voor de verschillen.

11

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 11

21/06/2021 13:05


ONA MODULE 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

4 M O E I L I J K E WO O R D E N I N D E Z E M O D U L E In deze module kunnen woorden voorkomen waarvan je de betekenis nog niet kent. Dit kunnen beroepswoorden of vaktaalwoorden zijn, die je nog nooit eerder hebt gelezen. Zorg ervoor dat je ze begrijpt en kunt gebruiken in de module. Als je de woorden begrijpt, is het gemakkelijker om opdrachten in deze module te maken. Noteer tijdens het lezen van de theorie de woorden die je niet begrijpt. Geef van elk woord de ­betekenis en een voorbeeldzin. Woord

Betekenis

Voorbeeldzin

Tip:  In de begrippenlijst van deze module vind je alvast een selectie van vaktaalwoorden die met deze module te maken hebben. 12

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 12

21/06/2021 13:05


Over ontwikkelingspsychologie

1

Over ontwikkelingspsychologie 1 LEERDOELEN

• • • • •

Je kunt de korte geschiedenis van de ontwikkelingspsychologie beschrijven. Je kunt toelichten welke begrippen bij ontwikkelingspsychologie horen. Je kunt uitleggen wat de verschillende ontwikkelingsaspecten inhouden. Je kunt beschrijven welke factoren de ontwikkeling bepalen. Je kunt toelichten welke voorwaarden voor ontwikkeling er zijn.

Kinderen verschillen van elkaar. Volwassenen ook. Geen mens is hetzelfde. Als je erover nadenkt, verwonder je je er misschien wel over dat er zo'n acht miljard mensen op deze planeet leven en dat ieder mens een eigen ontwikkeling doormaakt. Toch zijn mensen niet 100 procent verschillend van elkaar. Er zijn ook veel overeenkomsten tussen mensen. Zeker als ze dezelfde leeftijd hebben of dezelfde omstandigheden delen. In je toekomstige baan werk je met kinderen of jongeren. Het is belangrijk dat je rekening houdt met hun ontwikkeling. Waar mogelijk stimuleer je die ontwikkeling. Het aanbieden van activiteiten is een van de belangrijkste manieren waarop je de ontwikkeling kunt stimuleren. Het is daarom belangrijk te weten hoe de ontwikkeling van mensen verloopt.

1.1

Korte geschiedenis van de ontwikkelingspsychologie

Sigmund Freud Een van de meest invloedrijke psychologen is ­Sigmund Freud (1856-1939). Een van Freuds belangrijkste theorieën was dat kinderen een psychoseksuele ontwikkeling doormaken. Volgens Freud verloopt die ontwikkeling als volgt: bij baby's is sprake van de orale fase (oraal verwijst naar mond), bij peuters is sprake van de anale fase (anaal verwijst naar anus), bij kleuters is sprake van de fallische fase (fallisch verwijst naar fallus oftewel penis), bij schoolkinderen is sprake van de latentiefase (latent = niet actief) en bij pubers en adolescenten is sprake van de genitale fase. Tegenwoordig is er veel kritiek op de theorie van Freud. Er zijn wel losse verhalen die passen bij zijn theorie, maar er bestaat geen wetenschappelijk onderzoek dat de theorie bewijst.

Het denken over de veranderingen die de mens in de loop van zijn leven ondergaat, is al heel oud. Al zo'n 400 jaar voor Christus dachten filosofen na over dit onderwerp. Vanaf de 17e eeuw zijn de ideeën over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen in hoog tempo veranderd. In eerste instantie waren er twee grote richtingen. De ene groep dacht dat een kind een onbeschreven blad was, dat je alles kon en moest leren door middel van straffen en belonen. De andere groep dacht dat kinderen mini-volwassenen waren. Zij gingen ervan uit dat als je kinderen maar goed te eten gaf en ze in een gezonde omgeving liet opgroeien, de ontwikkeling wel vanzelf zou gaan. 13

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 13

21/06/2021 13:05


1

ONA MODULE 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

1.1.1 Belangrijke ontwikkelings­ psychologen

De psychologie houdt zich bezig met alles wat de mens doet. Het gaat daarbij om de vraag waarom iemand zich op een bepaalde manier gedraagt. Denk bijvoorbeeld aan de volgende vragen. Waarom gaan sommige jongeren vroegtijdig van school, zonder een diploma? Waar worden mensen overspannen van? Waarom raakt de een wel verslaafd en de ander niet? Wat bepaalt of mensen naar iemand luisteren?

Pas in de 20e eeuw zijn geleerden goed gaan kijken naar de ontwikkeling van de mens. In het begin was er vooral veel aandacht voor de kinderfase, pas later kwam er ook aandacht voor volwassenen en ouderen. Een belangrijke ontwikkelingspsycholoog was Jean Piaget (1896-1980). Piaget bestudeerde de verstandelijke ontwikkeling bij kinderen. Hij kwam erachter dat kinderen pas op een bepaalde leeftijd eraan toe zijn om een bepaald iets te leren. Een andere belangrijke ontwikkelingspsycholoog was Erik Erikson (1902-1994). Hij beschreef de verschillende stadia in de psychosociale ontwikkeling. Hij ontdekte dat in ieder stadium een bepaald conflict centraal staat. Zo gaat het in de babytijd om vertrouwen tegenover wantrouwen en in de puberteit om identiteit tegenover rolverwarring. De baby moet leren geven én krijgen. De puber moet leren zichzelf te zijn. In Nederland is momenteel Rita Kohnstamm (1937) een belangrijke ontwikkelingspsychologe. Zij schreef belangrijke en veelgelezen boeken over de ontwikkelingspsychologie bij kinderen en jongeren.

Psychologie is de wetenschap die het menselijk gedrag bestudeert.

Binnen de psychologie kunnen heel veel vragen gesteld worden. De algemene psychologie is daarom opgedeeld in een aantal specialisaties, bijvoorbeeld arbeidspsychologie, sociale psychologie, neuropsychologie en beroepskeuzepsychologie. Ook de ontwikkelingspsychologie is zo'n specialisatie.

Ontwikkelingspsychologie is de wetenschap die het gedrag bestudeert van de mens in de verschillende fasen van zijn ontwikkeling.

Huidige situatie Tegenwoordig zijn er specialisaties binnen de ontwikkelingspsychologie in opkomst, zoals de gerontopsychologie. De gerontopsychologie is een mix van psychologie en gerontologie. ­Gerontologie is de wetenschap die de ouder wordende mens bestudeert. Gerontopsychologie richt zich op de ervaring en het gedrag van de ouder wordende mens. Ontwikkelingspsychologie wordt tegenwoordig ook wel levenslooppsychologie of levensfasepsychologie genoemd.

1.2.1 Hoe mensen zich ontwikkelen Ontwikkelen wil zeggen dat er sprake is van een verandering. Die verandering kan een vooruitgang of verbetering inhouden, maar ook achteruitgang en afbraak. Wanneer sprake is van vooruitgang, dan zijn drie processen verantwoordelijk voor deze vooruitgang: 1 groeiprocessen: dit is de lichamelijke groei die het gevolg is van celdeling; 2 leerprocessen: dit is het verwerven van theo­ retische, praktische en sociaal-emotionele kennis en vaardigheden; 3 rijpingsprocessen, kortweg rijping: dit is het 'ergens aan toe zijn', je bent eraan toe om wel of niet iets te leren.

1.2 Ontwikkelingspsychologie, wat is dat? In het begrip ontwikkelingspsychologie zitten twee woorden, namelijk: ontwikkelen en psychologie. 14

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 14

21/06/2021 13:05


Over ontwikkelingspsychologie

Jouw invloed Uiteraard hangen deze drie manieren van ontwikkelen met elkaar samen. Het is belangrijk om te weten dat je de groei en het vermogen om te leren wel van buitenaf kunt beïnvloeden, maar dat je geen invloed hebt op rijpingsprocessen. Door voeding groeit een kind in lengte en gewicht, daar heb je invloed op. Door kinderen voor te lezen, leren ze nieuwe woorden. En wanneer je ze voldoende ruimte geeft om te spelen, leren ze ook veel. Je hebt dus ook invloed op het leren. Met rijping of rijpingsprocessen bedoelen we dat je er op een gegeven moment aan toe bent om iets te kunnen. Zo is een zesjarige meestal 'rijp' om te leren lezen. Een kind van 4 jaar niet. Rijping kun je niet versnellen. Wel kun je de voorwaarden scheppen om deze rijping mogelijk te maken.

1

Figuur 1.1  Bij elke ontwikkelingsfase horen eigen,

specifieke gedragingen  © Shutterstock / Iakov Filimonov

Bij elke ontwikkelingsfase horen eigen, specifieke gedragingen. Voor de ontwikkelingsfase van de baby is het bijvoorbeeld kenmerkend dat de baby leert lopen en zijn eerste woordjes leert. Voor de fase van de oudere mens is kenmerkend dat de werking van de zintuigen achteruitgaat. Ook al delen we het leven van de mens in fasen in en doen we uitspraken over 'de baby', 'de puber' en 'de oudere', mensen verschillen ook altijd veel van elkaar. We geven aan wat algemeen gangbaar is bij een normale ontwikkeling. Bijvoorbeeld: over het algemeen zal een kind met ongeveer 10 maanden zijn eerste woordje zeggen. Maar er zijn ook kinderen die dat pas doen als ze 15 maanden, 1,5 jaar of ouder zijn. Het ene kind komt ook veel eerder in de puberteit dan het andere kind.

1.2.2 Het begrip ontwikkelingsfasen Binnen de ontwikkeling van de mens kunnen we verschillende ontwikkelingsfasen onderscheiden.

Een ontwikkelingsfase is een periode in het leven van de mens die te onderscheiden is van andere perioden. Bij deze periode horen bepaalde kenmerkende gedragingen.

1.2.3 Ontwikkelingstaken

De ontwikkelingspsychologie houdt zich bezig met de totale ontwikkeling van de mens, dat wil zeggen vanaf de conceptie (bevruchting) tot aan de dood. Het is handig die totale ontwikkeling in te delen. Wij gaan uit van de volgende gangbare indeling: • ongeboren kind (prenatale fase: 40 weken); • baby (0-18 maanden); • peuter (18 maanden-4 jaar); • kleuter (4-6 jaar); • schoolkind (6-12 jaar); • puber (12-17 jaar); • adolescent (17-25 jaar); • volwassene (25-67 jaar); • oudere mens (67 jaar en ouder).

In elke ontwikkelingsfase is sprake van ontwikkelingstaken.

Een ontwikkelingstaak is een stap die ieder kind (0-19 jaar) in zijn ontwikkeling moet nemen om een stap verder te komen in die ontwikkeling.

Er is dus sprake van een reeks van min of meer opeenvolgende ontwikkelingstaken. Ontwikkelingstaken zijn in feite ontwikkelingsdoelen. Het eerste ontwikkelingsdoel van een baby is 15

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 15

21/06/2021 13:05


1

ONA MODULE 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

wennen aan de wereld om hem heen. Door de juiste voorwaarden voor ontwikkeling aan te bieden en door een kind of jongere taken en activiteiten aan te bieden die hij nog nét niet aankan, help je hem verder te komen in zijn ontwikkeling. Wanneer een kind of jongere erin slaagt de ontwikkelingstaken te vervullen, dan vergroot dit zijn competentie. Bij competentie gaat het erom een taak met de juiste kennis, inzicht, vaardigheden, houding en persoonlijke eigenschappen uit te voeren. Een ontwikkelingstaak van de baby is bijvoorbeeld het leren communiceren. Als een baby erin slaagt deze ontwikkelingstaak goed uit te voeren, is hij compententer geworden. Een nieuwe ontwikkelingstaak wacht op hem: het leren begrijpen van de wereld. Ook het goed uitvoeren van deze ontwikkelingstaak maakt hem weer compententer.

ontwikkeling (de ontwikkeling van de zintuigen zoals het zien en het horen). Voor de motoriek kun je onderscheid maken tussen de grove en de fijne motoriek. Onder de grove motoriek verstaan we de grove bewegingen van lichaamsdelen (armen en benen). Onder de fijne motoriek verstaan we fijne bewegingen, uitgevoerd met de handen en ­voeten.

Figuur 1.2  Veel kinderen oefenen graag hun motorische vaardigheden  © ANPfoto / Marcel van den

1.3 Ontwikkelingsaspecten

Bergh

Wanneer je je verdiept in de ontwikkeling van de mens, dan is het handig om uit te gaan van verschillende deelaspecten binnen die ontwikkeling: de ontwikkelingsaspecten. Een eenvoudige indeling is die in lichamelijke, sociale en geestelijke ontwikkeling. Aan zo'n indeling heb je niet genoeg als je in de praktijk met mensen gaat werken. Deze indeling in ontwikkelingsaspecten is beter: • lichamelijke ontwikkeling; • cognitieve ontwikkeling; • sociale ontwikkeling; • persoonlijkheidsontwikkeling; • emotionele ontwikkeling; • seksuele ontwikkeling.

Cognitief aspect Met de cognitieve ontwikkeling van de mens bedoelen we de verstandelijke ontwikkeling. Denk aan de ontwikkeling van het denken en het geheugen, maar ook aan de taalontwikkeling. Bij de taalontwikkeling gaat het om de ontwikkeling van woordbegrip en taalgebruik. Taal en denken hangen namelijk nauw met elkaar samen: zonder taal (woorden) ben je niet in staat tot denken. Maar ook: zonder denken ben je niet in staat tot taal (spreken). Sociaal aspect Onder sociale ontwikkeling verstaan we de ontwikkeling in de omgang van de mens met andere mensen, de ontwikkeling van empathie (inlevingsvermogen) en de ontwikkeling van sociaal gedrag. Met sociaal gedrag bedoelen we dat iemand in staat is rekening met anderen te houden en niet alleen aan zichzelf denkt. De relatie tussen de ouders/opvoeders en het kind en de omgang

Lichamelijk aspect Bij de lichamelijke ontwikkeling van de mens gaat het om de lichamelijke groei of achteruitgang van de mens, de motorische ontwikkeling (de ontwikkeling van de beweging) en de zintuiglijke

16

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 16

21/06/2021 13:05


Over ontwikkelingspsychologie

1

Aspecten van ontwikkeling Aspecten van de ontwikkeling Lichamelijke ontwikkeling

Lichamelijke groei of achteruitgang, motorische ontwikkeling, zintuiglijke ­ontwikkeling

Cognitieve ontwikkeling

Verstandelijke ontwikkeling, taalontwikkeling, ontwikkeling van denken en geheugen

Sociale ontwikkeling

Ontwikkeling van de omgang van de mens met andere mensen, de ontwikkeling van empathie (inlevingsvermogen) en de ontwikkeling van sociaal gedrag

Persoonlijkheidsontwikkeling

Vorming van eigen identiteit, ontwikkeling van de eigen wil, de eigen ­opvattingen en de ontwikkeling van het zelfbeeld

Emotionele ontwikkeling

Ontwikkeling van gevoelens van (basis)vertrouwen en veiligheid

Seksuele ontwikkeling

Ontwikkeling van seksueel gedrag, ontwikkeling van lichaams- en ­lustbeleving, ontwikkeling van waardering voor eigen lichaam, ontwikkelen van het ­bewustzijn dat je een meisje of jongen bent en je daarnaar gedragen (of niet)

van het kind met leeftijdsgenootjes zijn van groot belang voor de sociale ontwikkeling.

ontwikkelen? De emotionele ontwikkeling hangt nauw samen met de sociale ontwikkeling. Dat wordt duidelijk in het woord sociaal-emotionele ontwikkeling. De emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling hangen zeker ook met elkaar samen.

Persoonlijkheidsaspect Bij persoonlijkheidsontwikkeling gaat het om de vorming van de eigen identiteit, de eigen aard. Ook de ontwikkeling van de eigen wil, de eigen opvattingen (normen en waarden) en de ontwikkeling van het zelfbeeld vallen onder de persoonlijkheidsontwikkeling.

Seksueel aspect De seksuele ontwikkeling omvat de ontwikkeling van seksueel gedrag, de ontwikkeling van lichaams- en lustbeleving en ontwikkeling van waardering voor het eigen lichaam. Ook gaat het om het ontwikkelen van het bewustzijn dat je een meisje of jongen bent en je daarnaar gedragen (of niet). De seksuele ontwikkeling hangt nauw samen met de lichamelijke ontwikkeling, maar ook met de persoonlijkheidsontwikkeling.

1.4 Factoren die de ontwikkeling bepalen Figuur 1.3  Sociaal gedrag moet zich ontwikkelen

Ook al ligt de ontwikkeling in grote lijnen vast, toch verloopt de ontwikkeling van ieder mens op unieke wijze. Dit komt omdat er factoren zijn die invloed uitoefenen op de ontwikkeling van de mens, namelijk: • interne factoren; • externe factoren; • zelfbepaling.

© ANPfoto / Bert Spierz

Emotioneel aspect Onder emotionele ontwikkeling verstaan we de ontwikkeling van gevoelens van (basis)vertrouwen en veiligheid. Belangrijke vragen hierbij zijn: hoe ontwikkelen deze gevoelens zich en onder welke voorwaarden kunnen deze gevoelens zich 17

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 17

21/06/2021 13:05


1

ONA MODULE 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

1.4.1 Interne factoren

ziekte, afscheid en beperkt raken, maar het kan ook gaan om positieve gebeurtenissen zoals 'uit de kast komen', trouwen of een kind krijgen.

Al voor de geboorte staat bij elk kind vast wat zijn in aanleg gegeven mogelijkheden en beperkingen in het leven zijn.

1.4.3 Zelfbepaling

Bij aanleg gaat het om de eigenschappen of mogelijkheden die iemand bij de bevruchting heeft meegekregen (in de genen).

Naarmate je ouder wordt, neemt je vermogen toe om richting te geven aan je eigen ontwikkeling. Dit noemen we zelfbepaling. Zelfbepaling hangt samen met de keuzes die je maakt. Je maakt voortdurend keuzes, bijvoorbeeld om verder te leren voor een bepaald beroep, om zelfstandig te gaan wonen, om te gaan trouwen en om kinderen te krijgen. Natuurlijk heb je niet alles zelf in de hand. Je kunt bijvoorbeeld wel een bepaalde opleiding willen volgen, maar er kunnen allerlei redenen zijn waarom dat niet lukt.

Het overgrote deel van deze aangeboren geschiktheid komt voort uit wat het kind meekrijgt van zijn ouders in zijn genen (erfelijk materiaal). Erfelijke eigenschappen bepalen bijvoorbeeld de uiterlijke kenmerken van de mens. Maar ook talent op het gebied van wiskunde, muziek of kunst dragen ouders over op hun ­kinderen. Dat komt naar voren in uitspraken als: zij heeft de sportgenen van haar moeder en hij heeft de muzikale genen van zijn vader geërfd.

1.5 Voorwaarden voor ontwikkeling

1.4.2 Externe factoren

Als een kind geboren wordt, beschikt het over bepaalde aangeboren vermogens. Deze aangeboren vermogens kun je ook ontwikkelings­ mogelijkheden noemen. Of een kind de kans krijgt deze te benutten, hangt af van zijn omgeving. De omgeving kan het kind belemmeren of stimuleren in zijn ontwikkeling. Geen enkel kind ontwikkelt zich vanzelf, er zijn bepaalde voorwaarden nodig. Wordt aan deze voorwaarden niet voldaan, dan is de kans groot dat het kind een ontwikkelingsachterstand oploopt. Ook kan het kind op allerlei vlakken problemen krijgen. De belangrijkste voorwaarden om tot ontwikkeling te komen, zijn: • Een kind moet zich veilig en vertrouwd voelen bij de opvoeder. • Er moet zowel verbaal als non-verbaal contact zijn tussen opvoeders en kind. • Er moet een stimulerende omgeving zijn. • Een kind moet de gelegenheid krijgen om zelf te onderzoeken. • Een kind moet de mogelijkheid hebben om te spelen.

Ieder mens groeit op, leeft en 'takelt af' in een bepaalde omgeving en onder bepaalde omstandigheden. Er zijn dus factoren van buitenaf die de ontwikkeling bepalen. We spreken ook wel van milieu. Daarbij gaat het om: • de directe omgeving (bijvoorbeeld het gezin, de kinderopvang, leeftijdsgenoten, vrienden, de buurt); • sociale en economische factoren (bijvoorbeeld de school en het soort onderwijs, opgroeien in rijkdom of armoede, wel/geen mogelijkheden tot sporten); • culturele factoren (bijvoorbeeld de tijd waarin je leeft en opgroeit, de waarden en normen van je ouders en van de samenleving waarin je opgroeit); • ingrijpende levensgebeurtenissen. Ingrijpende levensgebeurtenissen kunnen van grote invloed zijn op de ontwikkeling van de mens. De oorzaak ligt voor de hand: niet-alledaagse, buitengewone gebeurtenissen grijpen diep in. Het kan hierbij gaan om crisissituaties zoals 18

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 18

21/06/2021 13:05


Over ontwikkelingspsychologie

• •

Een kind moet voldoende bewegingsvrijheid krijgen. Een kind moet veiligheid en grenzen worden geboden.

1

Na verloop van tijd kunnen kinderen steeds langer zonder de directe nabijheid van hun opvoeders: alleen al het weten dat er contact mogelijk is, geeft een voldoende veilig gevoel. Voor de ontwikkeling van kinderen is het enorm belangrijk dat ze zich veilig voelen. Een kind dat zich niet veilig voelt, heeft een minder grote ontdekkingsdrang en zal ook minder zelfvertrouwen ontwikkelen.

Bij al deze voorwaarden speelt de ouder en/of opvoeder steeds een beslissende rol. De ouders hebben hierbij de grootste rol. Maar ook jij als pedagogisch werker bent opvoeder. Jouw handelen, jouw manier van omgaan met het kind, is zeker ook van grote invloed op de ontwikkeling van het kind.

1.5.2 Verbaal en non-verbaal contact Elk kind heeft de behoefte aan liefkozing en koestering. Huidcontact is van wezenlijk belang. Daarnaast is het belangrijk dat ouders/opvoeders al vanaf de geboorte met het kind praten. Als zij dit niet doen, dan zal het kind niet zelf gaan praten. Een kind leert praten door anderen te imiteren. Je stimuleert de ontwikkeling door te reageren op wat het kind tegen je zegt en doet. Een baby leert door het contact met de opvoeder woorden en gebaren te koppelen aan bepaalde situaties, voorwerpen en mensen.

1.5.1 Veilig en vertrouwd voelen Het is belangrijk dat een kind vanaf de geboorte ervaart dat zijn opvoeders er voor hem zijn en dat ze op hem reageren. Bij een pasgeboren baby gaat het dan met name om de reactie van de opvoeder op zijn huilen. In deze fase kan een baby huilen nog niet gebruiken als een middel om zijn zin te krijgen, het is altijd een uiting van zich niet lekker voelen. Uit onderzoeken blijkt telkens weer dat een baby naast behoefte aan voedsel en warmte nog een oerbehoefte heeft, namelijk die aan contact met zijn opvoeder.

1.5.3 Stimulerende omgeving Als een kind contact zoekt met zijn opvoeders, is het van belang dat zij hierop bevestigend ­reageren. Voorbeelden van bevestigende (positieve) reacties zijn: aankijken, lachen, praten, oppakken, knuffelen en spelen met het kind. Op latere leeftijd komt daar aanmoedigen en bemoedigen bij. Wanneer je kinderen positief ondersteunt, ontwikkelen ze zelfvertrouwen. Hierdoor ­durven ­kinderen te exploreren (op onderzoek uit te gaan). Positief reageren wil trouwens niet zeggen dat je een kind heel veel complimenten moet geven. Een stimulerende omgeving voorkomt niet alleen ontwikkelingsachterstanden, maar kan er ook voor zorgen dat een kind in staat is een beginnende ontwikkelingsachterstand in te halen. Je spreekt dan van ontwikkelingsstimulering. Ontwikkelingsstimulering richt zich op de ontwikkelingsgebieden waarop het kind een ontwikkelingsachterstand dreigt op te lopen.

Psycholoog Harlow onderzocht in 1958 de kracht van aanraking. Hij zette aapjes in een kooi met daarin een 'ijzeren moederaap' die melk gaf, en een 'badstof moederaap', die weliswaar zacht aanvoelde, maar geen melk gaf. Uit het onderzoek bleek dat de aapjes heel snel eten haalden bij hun 'ijzeren moeder', om zich daarna urenlang vast te klampen aan hun 'badstof moeder'. Aapjes die lange tijd alleen maar een 'ijzeren moeder' hadden, ontwikkelden zich minder sociaal, gingen minder op onderzoek uit en waren angstiger dan aapjes die wel een 'badstof moeder' hadden. Contact met de opvoeder geeft kinderen een gevoel van veiligheid en geborgenheid. Wanneer je een kind oppakt als het huilt, leert het kind dat er contact is als het dat nodig heeft. Dat geeft kinderen een basisgevoel van veiligheid. 19

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 19

21/06/2021 13:05


1

ONA MODULE 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

energie kwijt kunnen door zich te bewegen. Als kinderen worden gedwongen om veel stil te zitten, worden ze vaak rusteloos. Ze gaan dan ruziemaken en ze slapen slecht.

S L I M DOOR GY M Eind 2018 verscheen een interessant onderzoeksrapport. De onderzoeksvraag was: gaan leerlin­ gen beter presteren als ze regelmatiger (tijdens de schooldag) bewegen? Voor de duidelijkheid: gymles op school is hoe dan ook goed voor de gezondheid van leerlingen. Maar het onderzoek wilde ant­ woord geven op de vraag welke effecten lichamelijke activiteiten hebben op de cognitieve ontwikkeling van kinderen in het basisonderwijs. Denk aan aandacht, werkgeheugen, planning en schoolpres­ taties (rekenen, lezen en spelling). De belangrijkste conclusies: cognitieve aspecten verbeteren zowel met een beweegsessie als bij langdurige fysieke activiteit (een aantal weken of maanden durend). De fysieke activiteiten verschillen in effect. Eenmalige beweegsessies ver­ beteren vooral de aandacht. Wil je ook schoolprestaties verbeteren, dan lukt dat niet met eenmalige beweegsessies. Lang­ durige fysieke activiteiten kunnen wel de schoolprestaties verbeteren.

Figuur 1.4  Voor zijn ontwikkeling is het belangrijk het kind

te stimuleren in wat hij doet  © Charlotte Bogaert

1.5.4 Ruimte voor onderzoeken en ervaren Veel dingen leer je niet doordat je ervan hoort, maar doordat je zelf onderzoekt en zelf ervaart. Als opvoeder kun je twintig keer tegen een kind zeggen dat de verwarming heet is, maar een kind leert vaak pas om ervan af te blijven wanneer het zelf ervaart dat die verwarming erg heet is. Door als pedagogisch werker kinderen de ruimte en de tijd te geven hun omgeving zelf te onderzoeken, leren ze van alles over de wereld. Daarnaast doen kinderen kennis op door kijken, proeven, betasten en luisteren. Je geeft het kind de kans tot leren leren.

1.5.5 Mogelijkheid om te spelen Kinderen ontwikkelen zich al spelend. Het is belangrijk dat een kind een eigen plekje heeft waar het graag is en dat je het de tijd en de rust geeft om te spelen. Als pedagogisch werker is het belangrijk ervoor te zorgen dat het speelgoed van de kinderen aansluit bij hun mogelijkheden, leefwereld en interesses. Goed speelgoed daagt een kind uit: het laat ruimte voor zijn eigen fantasie.

Gebaseerd op: Slim door gym, effecten van fysieke activiteit op cognitie van kinderen in het primair onderwijs, november 2018

1.5.6 Een kind moet voldoende bewegingsvrijheid krijgen 1.5.7 Een kind moet veiligheid en grenzen worden geboden

Een kind moet bewegen. Beweegt een kind te weinig, dan leert het zijn lichaam niet goed kennen en niet goed gebruiken. Het kind loopt dan een achterstand op in zijn motorische ontwikkeling. Belangrijk is natuurlijk ook dat kinderen hun

Voor een optimale ontwikkeling heeft een kind grenzen nodig. Ouders/opvoeders moeten ­duidelijk zijn in wat wel en niet mag. Wanneer je als 20

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 20

21/06/2021 13:05


Over ontwikkelingspsychologie

1

opvoeder alles toestaat en ieder obstakel voor een kind uit de weg ruimt, schaadt dat de ontwikkeling van het kind. Veel ouders/opvoeders hebben er moeite mee een kind teleur te stellen. Ze geven het kind te vaak zijn zin. Ze dreigen wel met maatregelen, maar als puntje bij paaltje komt, hebben ze er veel moeite mee de maatregel te nemen. Ook zijn ze vaak te positief. Alles wat het kind maakt en doet is mooi, geweldig, super, fantastisch of prachtig (of alles tegelijk). Zo leert een kind niet zijn best te doen. Ook leert het kind niet om door te zetten. En met kritiek omgaan leert het kind ook niet. Een kind heeft teleurstellingen nodig om opgewassen te zijn tegen teleurstellingen die onherroepelijk op zijn pad komen als hij ouder is.

21

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 21

21/06/2021 13:05


1

ONA MODULE 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

BEGR IJP JE D E THEORIE? Geef bij iedere stelling aan of deze juist of onjuist is. Juist

Onjuist

1 Ontwikkelen wil zeggen dat er sprake is van een vooruitgang of ­verbetering.

◯

◯

2 Gerontopsychologie houdt zich bezig met de gedrags- en belevingsveranderingen bij de ouder wordende mens.

◯

◯

3 Met rijpingsprocessen wordt bedoeld dat je er op een gegeven moment aan toe bent om iets te kunnen.

◯

◯

4 De ontwikkelingspsychologie is een specialisatie binnen de psychologie.

◯

◯

5 De ontwikkelingspsychologie bestudeert de ontwikkeling van de mens vanaf de geboorte tot de dood.

◯

◯

6 De juiste volgorde wat betreft ontwikkelingsfasen is: baby, kleuter, ­peuter.

◯

◯

7 Na de fase van de puberteit volgt de fase van de adolescentie.

◯

◯

8 De volwassene is de mens van 25 jaar tot 67 jaar.

◯

◯

9 Zelfbepaling speelt pas een rol vanaf de puberteit.

◯

◯

10 Een ontwikkelingstaak is een taak die je een kind moet aanbieden, wil hij verder komen in zijn ontwikkeling.

◯

◯

11 De zintuiglijke ontwikkeling van de mens valt onder het verstandelijk gebied.

◯

◯

12 De omgang met anderen valt onder het sociale gebied.

◯

◯

13 De verstandelijke ontwikkeling omvat de ontwikkeling van denken en taal.

◯

◯

22

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 22

21/06/2021 13:05


Inleiding activiteiten

2

Inleiding activiteiten 2 LEERDOELEN

• • • • • • •

Je kunt toelichten wat het begrip activiteiten inhoudt. Je kunt onderscheid maken tussen het motief van activiteiten en de ­gevoelswaarde van activiteiten. Je kunt een indeling maken van activiteiten op basis van vaste activiteiten en vrije activiteiten. Je kunt een indeling maken van activiteiten op basis van bezigheid. Je kunt uitleggen waarom mensen activiteiten (willen) doen. Je kunt toelichten wat ontwikkelingsgerichte activiteiten zijn. Je kunt voorbeelden beschrijven van activiteitenprogramma's in het pedagogisch werk.

Als pedagogisch werker is het je taak activiteiten te bedenken, te organiseren en te begeleiden. Het maakt niet uit of je in de kinderopvang of in het onderwijs werkt. Het gaat niet alleen om creatieve activiteiten, je doet allerlei soorten activiteiten. Je bedenkt een leuke thema-activiteit, je zoekt een sport- en spelactiviteit en je begeleidt dagelijkse activiteiten.

2.1 Activiteiten

baar. Ook niet bij een baby. Een baby is actief op zijn eigen manier. Dichtbij het begrip activiteiten liggen de begrippen sport en spel. Op het eerste gezicht lijken sport, spel en activiteiten hetzelfde te betekenen, maar dat is niet zo. Spel is een bepaald type activiteit. Hetzelfde geldt voor sport.

Activiteiten zijn een belangrijk onderdeel van je werk, maar wat zijn nu eigenlijk activiteiten?

Een activiteit is een bezigheid die bestaat uit één of meer handelingen.

Spel is een activiteit waarbij plezier en ontspanning centraal staan. Meestal gelden er bepaalde spelregels.

Het leven van de mens kun je zien als een eindeloze reeks van activiteiten. Feitelijk is alles wat je doet een activiteit of een onderdeel van een activiteit. Je staat op, kleedt je aan, ontbijt en gaat naar school – dit zijn allemaal voorbeelden van activiteiten. Mensen zijn bijna altijd op enige manier actief. Zelfs slapen is een activiteit. Dan verwerken je hersenen namelijk de indrukken van de dag. Een leven zonder activiteit is niet denk-

Dat plezier en ontspanning centraal staan, wil niet zeggen dat een kind niets van spel leert. Een kind leert juist veel van spel! Bij spelregels moet je niet alleen denken aan regels die op papier staan. Het kan ook gaan om spelregels die door spelers ter 23

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 23

21/06/2021 13:05


2

ONA MODULE 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

plekke worden bedacht. Bijvoorbeeld: 'Jij bent moeder, ik vader.'

elkaar, gekleed met helm, schild en in de begintijd ook nog met scheenbeschermers.

2.1.1 Het motief van activiteiten Activiteiten zijn nooit zinloos. Er is altijd een motief, een reden om een bepaalde activiteit te ondernemen. Voorbeelden van motieven van een activiteit • Renée belt een vriendin omdat ze ergens mee zit. • Wizal speelt een game. Hij wil zich lekker ontspannen. • Sven leert een toets. Hij wil een goed cijfer halen. • Rachelle bakt een cake als traktatie vanwege haar verjaardag.

Figuur 2.1  Bij een spel staan plezier en ontspanning

centraal, al kan een kind er ook veel van leren  © Mirador media / Koen Bakx

Een sport is een lichamelijke of geestelijke activiteit waarbij het erom gaat de beste prestatie neer te zetten binnen vooraf vastgestelde regels. Deelnemers strijden tegen elkaar of tegen zichzelf.

Bij sport gaat het dus om het neerzetten van de beste prestatie. Bij die prestatie kan het gaan om kracht, snelheid, behendigheid en/of denkvermogen. Sporten hebben ook altijd amusementswaarde. Dat maakt het voor het publiek aantrekkelijk naar de sporters te komen kijken. De regels die voor een bepaalde sport gelden, kunnen door de tijd heen veranderen. Voor kinderen gelden vaak eenvoudiger regels dan voor volwassenen. Voorbeelden van fysieke sporten zijn: voetbal, zwemmen en bergbeklimmen. Voorbeelden van denksporten zijn: schaken, dammen en scrabble. Wat wel en geen sport is, verandert door de jaren heen. Niet alleen komen er nieuwe sporten bij, er zijn ook sporten die verdwijnen.

Figuur 2.2  Motivatie  © Roel Seidell

Dezelfde activiteit kan afhankelijk van de situatie verschillende motieven hebben. Renée kan ook om heel andere redenen een vriendin bellen, bijvoorbeeld om een afspraak te maken of om te vragen hoe het met haar vriendin gaat. En Rachelle zal heus niet alleen een cake bakken als ze jarig is.

Hiplotodromos: een oude sport Ooit weleens gehoord van hiplotodromos? Vast niet. Hiplotodromos was ooit een Olympische sport. Hiplotodromos was een lange sprint in wapenuitrusting. Sporters renden dan tegen 24

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 24

21/06/2021 13:05


Inleiding activiteiten

2

2.2 Algemene indeling van activiteiten

Als je een activiteit gaat doen, is het belangrijk na te denken over het motief. Waarom wil je deze activiteit doen? Wat is je doel? Als het je moeite kost om een kind of jongere tot een activiteit te bewegen, kan dat liggen aan zijn motivatie.

Als pedagogisch werker bedenk en begeleid je allerlei activiteiten. Het is daarom handig activiteiten in te delen. Activiteiten kun je op verschillende manieren indelen, zie figuur 'Algemene indeling van activiteiten'. Om te beginnen kun je een algemene indeling maken. Je maakt dan verschil tussen vaste en vrije activiteiten.

2.1.2 Gevoelswaarde van activiteiten Activiteiten hebben niet alleen een motief, ze hebben ook altijd een gevoelswaarde. De activiteit die je doet, kun je bijvoorbeeld ervaren als leuk, gezellig, vermoeiend, ontspannend, nuttig en leerzaam. Of als vervelend, maar noodzakelijk. Dezelfde activiteit kan bij verschillende mensen verschillende gevoelswaarden oproepen. Maar daar houdt het niet bij op. De gevoelswaarde kan ook tijdens het doen van een activiteit veranderen.

Dagelijkse activiteiten Vaste activiteiten Doelgerichte activiteiten

Activiteiten Vrije activiteiten

Figuur 2.3  Algemene indeling van activiteiten

Voorbeelden van verschillende gevoelswaarden van een activiteit • Wizal en Jeremy spelen dezelfde game. Wizal vindt de game leuk. Jeremy vindt de game saai. • Sven en Manon leren dezelfde toets. Sven vindt het moeilijk, Manon vindt het gemakkelijk.

© Tiekstramedia

2.2.1 Vaste activiteiten De meeste activiteiten die mensen doen, zijn vaste activiteiten. Een vaste activiteit staat vast op het programma. Bij vaste activiteiten kan het gaan om dagelijkse activiteiten en om doelgerichte activiteiten.

Voorbeeld van veranderende gevoelswaarde tijdens een activiteit Sven leert een toets. Hij wil een goed cijfer halen. In het begin is hij gemotiveerd en heeft hij er een goed gevoel over dat hij zo hard aan het werk is. Gaandeweg stort zijn enthousiasme in. Hij baalt dat hij er zo lang mee bezig is. Als je een activiteit gaat doen, moet je ook altijd nadenken over de gevoelswaarde van die activiteit. Het is belangrijk dat je de doelgroep goed kent. Wat vindt de doelgroep leuk? Wat vinden zij saai? Wat vinden zij gezellig en wat niet? De doelgroep moet uitgangspunt zijn, niet wat jij zelf leuk of gezellig vindt.

Figuur 2.4  Brood eten is een voorbeeld van een vaste

activiteit  © ANPfoto / Marcel vd Bergh

Wat dagelijkse activiteiten zijn, hoeven we nauwelijks uit te leggen. Het gaat om vaste activiteiten die deel uitmaken van het dagelijks leven. 25

Traject V&V - Ontwikkeling en activiteiten.indb 25

21/06/2021 13:05


Deze uitgave is onderdeel van de methode Traject, de methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg.

PEDAGOGISCH WERK NIVEAU 3 EN 4

Traject Welzijn Pedagogisch werk is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. Traject sluit daarop aan met actueel en vernieuwend materiaal dat is ontwikkeld in samenwerking met docenten en experts uit het werkveld. Bovendien is Traject flexibel inzetbaar, zodat het altijd past bij de manier waarop de opleiding het onderwijs vormgeeft. Het materiaal is modulair opgebouwd en het is mogelijk de modules te arrangeren. Er kan op verschillende manieren met de methode worden gewerkt: blended, een combi van boeken en digitaal of volledig digitaal of met maatwerkboeken.

De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteeltechnische, communicatieve, verzorgende en sociaal-agogische vaardigheden. Traject biedt hiervoor verschillende opdrachten: - Oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren; - Verwerkingsopdrachten die bestaan uit verschillende vraagtypen om de kennis en vaardigheden te begrijpen en toe te passen; - Casuïstiekopdrachten om op basis van een praktijksituatie de kennis en vaardigheden toe te passen en te analyseren; - Moduleopdrachten als activerende en motiverende opdrachten op de module; - Vaardigheden die oefenopdrachten en BPV-opdrachten bevatten; - Toetsen

Ontwikkeling en activiteiten

Traject bevat onder andere de volgende elementen: De theorie bevat alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bij de betreffende werkprocessen. De praktijkvoorbeelden die de theorie ondersteunen, zorgen voor een verbinding met de beroepspraktijk.

Ontwikkeling en activiteiten

Het aanbod van Traject bestaat in grote lijnen uit: - theorieboeken inclusief een licentie voor de online leeromgeving met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - maatwerkboeken die door de opleider worden samengesteld door een selectie te maken uit het brede aanbod van modules voor de betreffende opleiding; - een online leeromgeving met theorie, verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten, zelftoetsen en evaluatie- en reflectievragen bij iedere module. Daarnaast bevat de online leeromgeving ondersteunend materiaal voor de docent, zoals toetsen bij iedere module. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject? Kijk dan op https://www.thiememeulenhoff.nl/mbo/welzijn/traject

Auteurs: A.C. Verhoef Eindredactie: R.F.M. van Midde

MBO_Traject_PW_OntwikkelingEnActiviteiten_DRUK_V2.indd All Pages

21/06/2021 13:21


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Traject Welzijn PW | Ontwikkeling en activiteiten by ThiemeMeulenhoff - Issuu