Deze uitgave is onderdeel van de methode Traject, de methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg.
PEDAGOGISCH WERK NIVEAU 3 EN 4
Traject Welzijn Pedagogisch werk is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. Traject sluit daarop aan met actueel en vernieuwend materiaal dat is ontwikkeld in samenwerking met docenten en experts uit het werkveld. Bovendien is Traject flexibel inzetbaar, zodat het altijd past bij de manier waarop de opleiding het onderwijs vormgeeft. Het materiaal is modulair opgebouwd en het is mogelijk de modules te arrangeren. Er kan op verschillende manieren met de methode worden gewerkt: blended, een combi van boeken en digitaal of volledig digitaal of met maatwerkboeken.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen.
Methodiek
Traject bevat onder andere de volgende elementen: De theorie bevat alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bij de betreffende werkprocessen. De praktijkvoorbeelden die de theorie ondersteunen, zorgen voor een verbinding met de beroepspraktijk.
Methodiek
De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteeltechnische, communicatieve, verzorgende en sociaal-agogische vaardigheden. Traject biedt hiervoor verschillende opdrachten: - Oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren; - Verwerkingsopdrachten die bestaan uit verschillende vraagtypen om de kennis en vaardigheden te begrijpen en toe te passen; - Casuïstiekopdrachten om op basis van een praktijksituatie de kennis en vaardigheden toe te passen en te analyseren; - Moduleopdrachten als activerende en motiverende opdrachten op de module; - Vaardigheden die oefenopdrachten en BPV-opdrachten bevatten; - Toetsen Het aanbod van Traject bestaat in grote lijnen uit: - theorieboeken inclusief een licentie voor de online leeromgeving met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - maatwerkboeken die door de opleider worden samengesteld door een selectie te maken uit het brede aanbod van modules voor de betreffende opleiding; - een online leeromgeving met theorie, verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten, zelftoetsen en evaluatie- en reflectievragen bij iedere module. Daarnaast bevat de online leeromgeving ondersteunend materiaal voor de docent, zoals toetsen bij iedere module. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject? Kijk dan op https://www.thiememeulenhoff.nl/mbo/welzijn/traject
Auteurs: I.F.M. de Jonge R.F.M. van Midde S. Weijman J.F. Welling Eindredactie: R.F.M. van Midde
MBO_Traject_PW_Methodiek_DRUK_V2.indd All Pages
23/06/2021 13:12
Traject V&V - Methodiek.indb 4
23/06/2021 07:48
A&F
MOD ULE MET
1
Methodiek
Auteurs I.F.M. de Jonge R.F.M. van Midde S. Weijman J.F. Welling Eindredactie R.F.M. van Midde
MET_Voorwerk.indd 1
23/06/2021 14:39
Colofon Auteurs
Over ThiemeMeulenhoff
I.F.M. de Jonge R.F.M. van Midde S. Weijman J.F. Welling
ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.
Eindredactie R.F.M. van Midde
Met dank aan Liesbeth van Waas (Bazalt)
Fotografie omslag Peter Bak, Rotterdam
Omslagontwerp Studio Fraaj, Rotterdam
Vormgeving binnenwerk Studio Michelangela
Opmaak binnenwerk Crius Group, Hulshout
Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 239461 Tweede druk, eerste oplage, 2021 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2021 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
MET_Voorwerk.indd 2
23/06/2021 14:40
Voorwoord Deze uitgave is onderdeel van Traject, dé methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg. Deze uitgave bevat een licentie voor de online leeromgeving. Traject is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. In Traject hebben al deze elementen een plek gekregen en de methode heeft een opzet, onder andere met leerdoelen gekoppeld aan theorie en opdrachten, die aansluit bij actuele manieren van leren en verwerken. Traject bestaat uit: • theorieboeken, inclusief een licentie voor de online leeromgeving; • een online leeromgeving met verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, beroepsvaardigheden, zelftoetsen, evaluatie- en reflectieopdrachten. Traject is modulair opgebouwd. Deze uitgave bestaat uit meerdere modules. Elke module heeft een vaste opbouw. In deze uitgave zijn de volgende onderdelen terug te vinden: • Een korte praktijksituatie met oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren. • Actuele theorie die alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bevat bij de betreffendewerkprocessen. De theorie bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. • Begrijp je de theorie; stellingen waarmee de student controleert of zij de theorie voldoende beheerst. • Een begrippenlijst. Bovenstaande onderdelen zijn ook opgenomen in de online leeromgeving. Daarnaast bevat de online leeromgeving bij iedere module de volgende onderdelen: • Een grote variëteit aan verwerkingsopdrachten met directe feedback. • Praktijksituaties. Dit zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. • Beroepsvaardigheden met opdrachten en BPV-opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van verschillende vaardigheden. • Een zelftoets waarmee de student zelfstandig kan beoordelen of zij de stof beheerst. • Een moduletoets die de docent kan inzetten om te beoordelen of de studenten de stof voldoende beheersen. • Door de module heen zijn allerlei evaluatie- en reflectieopdrachten opgenomen. We wensen alle studenten en docenten veel plezier en succes met het werken met Traject. Amersfoort 2021, Auteurs, redactie en uitgever
3
Traject V&V - Methodiek.indb 3
23/06/2021 07:48
Traject V&V - Methodiek.indb 4
23/06/2021 07:48
Inhoudsopgave
Module 1 Pedagogisch werk 7 Ik weet precies wat ik wil 8 1 Oriëntatie op het werkveld 11 1.1 Welzijn 11 1.2 Opleidingen voor pedagogisch werk 14 1.3 Organisaties voor pedagogisch werk 16 1.4 Kiezen voor pedagogisch werk 23 Begrijp je de theorie? 27 2 Methodisch werken 28 2.1 Methodisch stappenplan 28 2.2 Stap 1: Beginsituatie beschrijven 31 2.3 Stap 2: Doelen formuleren 33 2.4 Stap 3: Plan maken 36 2.5 Stap 4: Uitvoeren 39 2.6 Stap 5: Evalueren 41 Begrijp je de theorie? 46 Begrippen 47
Module 2 Methodieken 53 Bewegen met de groep 54 1 Opvoedingsmethodieken 57 1.1 Methoden, methodieken en interventies 57 1.2 Pedagogische basisdoelen 60 1.3 Gordon-methode 62 1.4 Triple P 65 1.5 Gedragsmatige aanpak 69 Begrijp je de theorie? 73 2 Ontwikkelingsmethodieken 74 2.1 Ontwikkeling stimuleren 74 2.2 Leren 77 2.3 Samenwerken 80 2.4 Spelen 84 2.5 Bewegen 86 Begrijp je de theorie? 92 Begrippen 93
Module 3 Observeren 95 Je observeert Mira 96 1 Waarnemen 100 1.1 Helder beeld 100 1.2 Waarnemingsproces 101 1.3 Interpreteren 103 1.4 Signaleren 104 5
Traject V&V - Methodiek.indb 5
23/06/2021 07:48
MET
1.5 Observeren 106 1.6 Reageren 112 1.7 Observatiemethoden 113 Begrijp je de theorie? 120 2 Rapporteren 121 2.1 De functie van rapporteren 121 2.2 Mondeling of schriftelijk rapporteren 123 2.3 Rapportagevormen 126 2.4 Observatiegegevens vastleggen 128 2.5 Tijdstip 130 2.6 Registreren in KIJK! 131 2.7 Helder en correct rapporteren 132 2.8 Dossiervorming 135 Begrijp je de theorie? 138 Begrippen 139
Register 142
6
Traject V&V - Methodiek.indb 6
23/06/2021 07:48
MET MOD ULE
1
Pedagogisch werk Je begint aan een welzijnsopleiding. Je hebt gekozen voor het pedagogisch werk (PW), maar er zijn nog meer werkvelden binnen welzijn. In het eerste hoofdstuk gaan we daar dieper op in. Je leert dat je als pedagogisch werker aan de slag kunt in de kinderopvang en in het onderwijs (of in een combinatiefunctie). Je werkt met kinderen en/of met jongeren met diverse achtergronden en verschillende wensen en behoeften. We vertellen je ook wat ervoor nodig is om succesvol met deze doelgroepen aan de slag te gaan. In het tweede hoofdstuk leer je dat methodisch werken de basis is van alle activiteiten bij PW. Methodisch werken is het handelen volgens vooraf bepaalde stappen. Je leert wat kenmerkend is voor methodisch werken, welke stappen daarbij horen en wat jouw rol is bij elke stap.
Auteur R.F.M van Midde Eindredactie R.F.M. van Midde
Traject V&V - Methodiek.indb 7
23/06/2021 07:48
MET MODULE 1 Pedagogisch werk
© Shutterstock / bbernard
Ik weet precies wat ik wil Zou jij dit gezegd kunnen hebben? 'Ik wist op het vmbo al precies welke vervolgopleiding ik wilde volgen. Een kantoorbaan is niks voor mij. Veel te saai. Ik doe graag verschillende dingen en ik houd van onverwachte situaties. Ik wil aan de slag met kinderen. Daarom heb ik ook gekozen voor pedagogisch werk. Hierin kan ik mijn creativiteit kwijt. Welke doelgroep mij het meest ligt, moet ik nog ontdekken, maar werken met jonge mensen, dat past bij mij. Het liefst werk ik met een groep jonge kinderen denk ik. Ik houd van gezelligheid. En in zo'n groep is het elke dag weer anders. Zo vind ik steeds nieuwe uitdagingen. Dat merk ik heel goed tijdens de BPV. Het werken op de groep, samen met collega's, geeft zo veel inspiratie! En de vrijheid die je hebt als je op de groep staat, vind ik heerlijk. Dan zijn het mijn kinderen en mijn activiteiten. Maar let op: je kunt niet zomaar doen waar je zin in hebt. Daar denk je vooraf goed over na. De activiteiten moeten passen bij het kind en bij de groep. Je werkt dus altijd volgens een plan. Ik kijk goed naar de wensen en behoeften van het kind. Ik probeer ook activiteiten te doen die uitdagend zijn. Zo leren ze er ook van. Zo ontwikkelen ze zich. Bij methodisch werken kijk je ook altijd of je bereikt hebt wat je wilde bereiken. Ja… er komt nog heel wat bij kijken, hoor.'
8
Traject V&V - Methodiek.indb 8
23/06/2021 07:48
ORIËNTATIE
1 B EG R I P P E N Zoek op wat we bedoelen met: De afkorting 'BPV'
Methodisch werken
Doelgroep
2 I K W E E T P R EC I E S WAT I K W I L Zou jij de praktijksituatie geschreven kunnen hebben? Leg je antwoord uit.
3 D O E L G R O E P Met welke doelgroep zou jij willen werken? Leg je antwoord uit.
4 M E T H O D I S C H W E R K E N Geef minstens twee voorbeelden van methodisch werken in jouw dagelijks leven.
9
Traject V&V - Methodiek.indb 9
23/06/2021 07:48
MET MODULE 1 Pedagogisch werk
5 M O E I L I J K E WO O R D E N I N D E Z E M O D U L E In deze module kunnen woorden voorkomen waarvan je de betekenis nog niet kent. Dit kunnen beroepswoorden of vaktaalwoorden zijn, die je nog nooit eerder hebt gelezen. Zorg ervoor dat je ze begrijpt en kunt gebruiken in de module. Als je de woorden begrijpt, is het gemakkelijker om opdrachten in deze module te maken. Noteer tijdens het lezen van de theorie de woorden die je niet begrijpt. Geef van elk woord de betekenis en een voorbeeldzin. Woord
Betekenis
Voorbeeldzin
Tip: In de begrippenlijst van deze module vind je alvast een selectie van vaktaalwoorden die met deze module te maken hebben. 10
Traject V&V - Methodiek.indb 10
23/06/2021 07:48
Oriëntatie op het werkveld
1
Oriëntatie op het werkveld 1 LEERDOELEN
• • • • • • • • •
Je kunt uitleggen wat verstaan wordt onder 'welzijn' en 'welzijnswerk'. Je kunt toelichten wat de verschillen zijn tussen de drie mbo-richtingen sociaal werk, maatschappelijke zorg en pedagogisch werk. Je kunt toelichten wat jouw taak/rol is als pedagogisch medewerker kinderopvang, gespecialiseerd pedagogisch medewerker en als onderwijsassistent. Je kunt toelichten welke verschillende vormen van (gespecialiseerde) kinderopvang er zijn. Je kunt uitleggen hoe verschillende vormen van kinderopvang(organisaties) inhoudelijk werken. Je kunt toelichten welke verschillende vormen van onderwijs(organisaties) er zijn. Je kunt uitleggen hoe verschillende vormen van onderwijs(organisaties) inhoudelijk werken. Je kunt uitleggen over welke kennis en vaardigheden je als pedagogisch werker moet beschikken. Je kunt toelichten uit welke vijf elementen een goede beroepshouding van een pedagogisch werker bestaat.
Jij gaat werken in de kinderopvang, het onderwijs of in een tussenvorm daarvan. Je kiest daarvoor omdat je graag met mensen werkt. Het is veelzijdig werk, waarmee je veel kunt betekenen voor de samenleving. Je volgt nu een welzijnsopleiding. Daarbinnen heb je: maatschappelijke zorg, sociaal werk en, jouw keuze, pedagogisch werk. Je werkt bij welzijn altijd met mensen van een bepaalde leeftijdsgroep of met mensen met een bepaalde problematiek. Afhankelijk van het werkveld ligt de nadruk op zorg, begeleiding, activering of opvoeding.
1.1
Welzijn
Welzijn heeft te maken met een gevoel van 'welbevinden'. Het gaat dan niet om materiële voorspoed, maar om immateriële zaken. Anders gezegd: het gaat niet om veel geld en een grote auto, maar om 'je gelukkig voelen'. Het betekent dat het zowel geestelijk als sociaal goed gaat met een persoon.
Welzijn is de mate van welbevinden. Je spreekt van welzijn als het geestelijk, lichamelijk en sociaal goed met iemand gaat.
11
Traject V&V - Methodiek.indb 11
23/06/2021 07:48
1
MET MODULE 1 Pedagogisch werk
Eigen woon- en leefomgeving Mensen moeten in de eerste plaats goed kunnen functioneren in hun eigen woon- en leefomgeving. Dat is de basis van waaruit ze zich verder kunnen ontwikkelen. Vaak is dat het gezin waarin mensen opgroeien. Maar het kan ook een plek zijn waar mensen een deel van de dag of dag en nacht verblijven. Als welzijnswerker kun je een rol spelen in het voorzien in de behoefte aan huisvesting, opvang, geborgenheid, veiligheid, relaties, spel, ontwikkeling en ontplooiing.
Figuur 1.1 Kinderen hebben meestal niet veel nodig om
zich gelukkig te voelen © Pexels / Sharon McCutcheon
Mia werkt in de daklozenopvang. Sheila werkt op de babygroep van een kinderdagverblijf. Beiden houden zich bezig met welzijnswerk dat zich richt op de eigen woon- en leefomgeving.
1.1.1 Welzijnswerk Bij welzijnswerk gaat het om het persoonlijke, maatschappelijke en culturele welzijn van mens en samenleving. Je vindt het belangrijk dat mensen het naar hun zin hebben, plezier hebben in het leven en mee kunnen doen in de maatschappij. Het welzijnswerk richt zich op personen of groepen die vanwege een probleem niet volledig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. Het doel van welzijnswerk is het beïnvloeden van het gedrag van personen om te komen tot welbevinden. De wetenschap die zich met het veranderen van het gedrag van mensen bezighoudt, heet agogiek. Sommige mensen spreken daarom ook wel van '(sociaal-)agogisch werk'.
Sociale omgeving De leefwereld van mensen is groter dan het gezin. Ze wonen in een buurt, een wijk of een dorp. Ze gaan naar school, volgen een opleiding, hebben een baan of doen vrijwilligerswerk. Ze maken gebruik van allerlei voorzieningen die het leven aangenamer maken. Maar niet iedereen zal hier even gemakkelijk in functioneren. Als welzijnswerker help en ondersteun je mensen hierbij. Peter adviseert cliënten bij de sociale dienst. Latifa werkt op een basisschool als onderwijsassistent. Beiden houden zich bezig met welzijnswerk dat zich richt op de sociale omgeving.
Agogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen.
Samenleving Mensen maken deel uit van de samenleving als geheel. Als het goed gaat, doen ze als actieve burgers mee. Actief meedoen betekent ook: invloed hebben op je eigen leefsituatie. Dit alles draagt bij aan welzijn. Het geeft het leven inhoud en betekenis.
Als je gaat werken in deze sector, help je mensen om hun talenten te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. Dat doe je door opvoeding, begeleiding, advisering, ondersteuning of door het aanbieden van activiteiten. Je werk is gericht op het functioneren van mensen: • in hun eigen woon- en leefomgeving; • in de sociale omgeving; • als lid van de samenleving.
Lucia werkt in een sportproject met kansarme jongeren. Ari gaat thuis op bezoek bij mensen die het even helemaal niet meer zien zitten. Beiden houden zich bezig met welzijnswerk dat zich richt op de samenleving. 12
Traject V&V - Methodiek.indb 12
23/06/2021 07:48
Oriëntatie op het werkveld
1.1.2 Mbo-richtingen
1
Sociaal werk Sommige mensen zijn erg betrokken bij de manier waarop mensen aan de maatschappij deelnemen. Deze richting heet sociaal werk (SW). Sociaal werkers houden zich bezig met de vraag hoe mensen volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Ze bieden mogelijkheden, ondersteunen initiatieven en geven gereedschappen aan hen om actief mee te doen in de samenleving en om hun positie te verbeteren.
Je kunt binnen het welzijnswerk op mbo-niveau kiezen uit verschillende richtingen: maatschappelijke zorg, sociaal werk of – natuurlijk – pedagogisch werk. Daarbinnen kun je weer verdere keuzes maken. Maatschappelijke zorg Een beroepskracht maatschappelijke zorg geeft ondersteuning en zorg aan mensen die door een beperking of andere omstandigheden hulp nodig hebben. Ze houden zich bezig met de vraag hoe mensen volwaardig mee kunnen doen aan de samenleving. Deze richting heet maatschappelijke zorg (MZ). De opleiding kent verschillende profielen en werkvelden.
TY P E RI NG VA N DE BE ROE P S G ROE P De sociaal werker is werkzaam in veel verschillende contexten waarin mensen/ burgers ondersteuning nodig hebben om deel uit te maken van de maatschappij. Vaak werken sociaal werkers in of vanuit wijkaccommodaties. Ze zijn ook werkzaam in (andere) welzijnsorganisaties, gemeentes, woonorganisaties, maatschappelijke opvang en buitenschoolse opvang. Maar ook in andere werkvelden, zoals recreatie, sport en spel, kunst, cultuur en amusement (waaronder culturele en kunstzinnige festivals), educatie en burgerschapsvorming.
Figuur 1.2 In de maatschappelijke zorg werk je bijvoorbeeld
met dak- en thuislozen © ANPphoto / Manon Bruininga
TYPERING VAN DE BEROEPSGROEP
Bron: KD Sociaal werk
Beroepskrachten maatschappelijke zorg zijn ambulant en/of intramuraal en/of semimuraal werkzaam in instellingen voor wonen, dagbesteding en vrije tijd, in onder andere de gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg, verzorgingsen verpleeghuizen, thuiszorg en maatschappelijke opvang. Daarnaast zijn zij werkzaam in welzijnsinstellingen, justitiële inrichtingen, asielzoekerscentra en ziekenhuizen. Verder zijn ze onder andere ook inzetbaar in overige verzorgend-agogische functies binnen het sociaal-agogisch werk of de verpleging en verzorging. Figuur 1.3 In het sociaal werk ga je bijvoorbeeld de wijk in
Bron: KD Maatschappelijke zorg
© ANPphoto / Annemiek Mommers
13
Traject V&V - Methodiek.indb 13
23/06/2021 07:48
1
MET MODULE 1 Pedagogisch werk
Pedagogisch werk Als pedagogisch werker ben je betrokken bij de opvang en opvoeding van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Je hebt oog voor hun ontwikkeling en welzijn. Je begeleidt ze naar zelfstandigheid, zelfverantwoordelijkheid en volwassenheid. Je kunt ook zeggen dat je bezig bent met opvoeden. Daar komt ook de term pedagogiek vandaan.
Pedagogiek is de wetenschap die de opvoeding van het kind bestudeert.
Figuur 1.4 Een pedagogisch medewerker houdt zich
bezig met het verzorgen en begeleiden van kinderen en jongeren © ANPphoto / William Hoogteyling
Je hebt daarbij niet alleen te maken met het kind, maar ook met de ouders of verzorgers. Met hen overleg je over hun kind, jullie wisselen informatie uit en je beantwoordt hun vragen.
1.2 Opleidingen voor pedagogisch werk Als pedagogisch werker werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. Je werkt daar met kinderen of jongeren in een veilige (leer)omgeving. Dat kan individueel, maar ook in een groep. Je doel is de ontwikkeling stimuleren waardoor elk kind of elke jongere zich zo goed mogelijk ontwikkelt.
T YP ER ING VAN D E BEROEP SGROEP De pedagogisch werker is breed inzetbaar in een kindercentrum, in de kinderopvang (kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang) of peuteropvang, in een integraal kindcentrum en/of in het onderwijs (basisschool, brede school, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, mbo). De pedagogisch werker werkt in het algemeen met een groep kinderen, dat wil zeggen met ten minste twee kinderen. De pedagogisch werker werkt met kinderen afkomstig uit alle lagen van de bevolking en heeft daardoor te maken met een grote diversiteit aan culturen, leefstijlen en maatschappelijke posities.
Pedagogisch werk of PW is een deelgebied van welzijnswerk. In het pedagogisch werk richt je je op de opvoeding, opvang en begeleiding van kinderen en jongeren. Je werkt in de kinderopvang, op een school of bij een combinatievorm van beide.
Bij PW kun je kiezen uit de volgende drie opleidingen, ook wel profielen genoemd. • Pedagogisch medewerker kinderopvang (niveau 3) • Gespecialiseerd pedagogisch medewerker (niveau 4) • Onderwijsassistent (niveau 4)
Bron: KD Pedagogisch werk 2021
Pedagogisch medewerker kinderopvang Als pedagogisch medewerker kinderopvang vang je kinderen en jongeren op in een groep. Je werkt bij een kindercentrum. Daar zorg je voor 14
Traject V&V - Methodiek.indb 14
23/06/2021 07:48
Oriëntatie op het werkveld
een veilige, vertrouwde omgeving in de kinderopvang, buitenschoolse opvang en/of in de peuteropvang. Je hebt aandacht voor de individuele behoeften van kinderen. Je zorgt voor de eerste levensbehoeften als eten, rust, lichamelijke verzorging en veiligheid. Naast die zorgtaken heb je ook een pedagogische taak. Je werkt doelgericht aan de ontwikkeling van kinderen. Je biedt vele activiteiten aan waarmee kinderen spelenderwijs kunnen ontdekken, ervaren en oefenen. In je werk maak je voortdurend gebruik van taal en interactievaardigheden om de brede ontwikkeling van kinderen te stimuleren.
1
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker Ook als gespecialiseerd pedagogisch medewerker kun je werken binnen een kindercentrum. Een belangrijke aanvulling op de taken van een pedagogisch medewerker is het aanbieden van vooren vroegschoolse educatie (VVE). VVE is gericht op het voorkomen en bestrijden van taal- en ontwikkelingsachterstand bij kinderen vanaf 2,5 jaar. Je kunt ook prima aan de slag bij een integraal kindcentrum (IKC) of brede school waar opvang en onderwijs gecombineerd worden. Je bent dan een 'combinatiefunctionaris'. Als gespecialiseerd pedagogisch medewerker kun je ook een aansturende en begeleidende rol vervullen voor collega's en vrijwilligers. En soms ben je het aanspreekpunt voor de ouders/opvoeders.
IN T ERAC TIEVA ARD IG HED EN IN DE K IN DERO PVANG Sabine loopt stage bij een kinderopvang organisatie. Ze is bezig met een opdracht voor school over interactievaardigheden. Ze vraagt haar praktijkopleider om hulp. 'Marlous, ik kom er niet uit. Ik ben bezig met een stageopdracht over interactievaardigheden. Ik moet uitleggen hoe ik die inzet op de groep.' Marlous kijkt op en zegt peinzend: 'Interactievaardigheden… eh, ik ken ze niet allemaal uit mijn hoofd hoor, maar het komt erop neer dat dit instrumenten zijn die je gebruikt in je werk. Denk aan goed uitleggen, zorgen dat de kinderen onderling goed met elkaar omgaan, behoeften herkennen enzovoort. Wacht, ik heb ergens nog een mooi plaatje liggen.'
ONTW I K K E L I NG S P E E LT B E L A NGRI J K E ROL 'De ontwikkeling van kinderen speelt een belangrijke rol in mijn werk. Ik draai mee in klassen om kinderen in groepjes te ondersteunen met bijvoorbeeld rekenen of spelling. Dat is de basis, maar ik word veel breder ingezet', dat ziet Marjo Clignet, leerkrachtondersteuner én pedagogisch medewerker buitenschoolse opvang (bso) op de Sterrenschool in Apeldoorn. 'Ik houd me ook bezig met het opzetten van thema's en bij conflicten tussen kinderen onderling probeer ik deze op te lossen. Ik zie veel, zo ben ik in pauzes ook altijd buiten. Als een leerkracht ziek is, zijn wij er ook nog altijd. We zijn een vertrouwd gezicht, dat geeft de kinderen rust. Bovendien kunnen we dan de invaller wegwijs maken, iets vertellen over kinderen en laten zien waar we staan. Naar ouders toe hebben we ook meer tijd en ruimte om wat persoonlijker te worden dan de leerkracht. Veelal kennen we de kinderen en hun ouders namelijk al heel lang. Dat maakt ons vertrouwd en ook voor ouders bekend en benaderbaar. Het is een pittige combina-
Basale interactievaardigheden 1 Respect voor autonomie 2 Sensitieve responsiviteit 3 Structuur bieden en grenzen stellen Educatieve interactievaardigheden 4 Praten en uitleggen 5 Ontwikkelingsstimulering 6 Begeleiden van interacties Figuur 1.5 Interactievaardigheden © Tiekstramedia
15
Traject V&V - Methodiek.indb 15
23/06/2021 07:48
1
MET MODULE 1 Pedagogisch werk
1.3 Organisaties voor pedagogisch werk
tie leerkrachtondersteuner en PM'er op de bso, maar ik raad het elk IKC aan om in te voeren.'
Met een opleiding pedagogisch werk kun je bij verschillende organisaties gaan werken. Bij welke organisaties je terechtkunt, hangt af van het niveau en de richting van je opleiding en van je eigen belangstelling. Kinderopvang en onderwijs zijn daarbij de twee belangrijkste categorieën.
Bron: www.pactvoorkindcentra.nl
Onderwijsassistent Als onderwijsassistent werk je in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs of in het speciaal onderwijs. Ook kun je aan de slag in een integraal kindcentrum (IKC) of brede school waar opvang en onderwijs gecombineerd worden. Je werkt met leerlingen/ studenten vanaf 4-jarige leeftijd. Je geeft ze extra uitleg. Je helpt ze bijvoorbeeld bij het maken van een taal- of rekentaak. Je begeleidt leerlingen individueel of in groepjes. Je kunt ingezet worden bij één leerkracht, maar vaak heb je meerdere werkplekken in een school. Je werkt altijd onder verantwoordelijkheid van de leerkracht, maar je bent natuurlijk wel verantwoordelijk voor je eigen werk. Je begeleidt de leerlingen niet alleen, maar je observeert ze ook en geeft je bevindingen door aan de leerkracht. Daarnaast kun je allerlei andere taken hebben binnen de school. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van een excursie, de klas opruimen of materialen klaarleggen. Dankzij jouw inzet: • is er in de groep meer tijd voor instructie en leren; • is er meer tijd voor individuele begeleiding; • kan de docent beter aansluiten op de individuele leerling.
1.3.1 Kinderopvang Kinderopvang houdt in dat professionele begeleiders zorgen voor de kinderen van ouders die op dat moment werken of studeren. In de kinderopvang komen kinderen soms enkele dagdelen, soms vijf hele dagen in de week. Het gaat om kinderen zonder problemen of om kinderen met een beperkte problematiek. Soms is er een nauwe samenwerking met een basisschool. Er zijn verschillende kinderopvangorganisaties. Je spreekt met een verzamelterm ook wel van kindercentra.
Alle vormen van kinderopvang worden samen aangeduid met de term kindercentrum.
We onderscheiden het kinderdagverblijf, de peuteropvang, de gastouderopvang, de buitenschoolse opvang en het tienercentrum.
Figuur 1.6 Als onderwijsassistent help je de
Figuur 1.7 Ruim 800.000 kinderen gaan naar een
leerlingen © ANPphoto / Peter Hilz
kindercentrum © ANPfoto / Robin Utrecht
16
Traject V&V - Methodiek.indb 16
23/06/2021 07:48
Oriëntatie op het werkveld
Kinderdagverblijf In een kinderdagverblijf komen kinderen van 0 tot en met 4 jaar, omdat hun ouders werken of studeren. Het gaat er net zo aan toe als in het gezin. Bijna, want op een kinderdagverblijf spelen en leven kinderen uit verschillende gezinnen samen. De groepen variëren van maximaal acht kinderen in de babygroepen tot maximaal zestien kinderen in de peutergroepen. Het aantal pedagogisch medewerkers op een groep is afhankelijk van de leeftijdssamenstelling en het soort groep. Zo heb je verticale groepen en horizontale groepen. In een verticale groep zitten kinderen van 0 tot 4 jaar samen. Een kinderdagverblijf dat kiest voor horizontale groepen, plaatst leeftijdsgenoten bij elkaar. Je hebt dan een horizontale groep baby's, een groep dreumesen en een groep peuters. De meeste kinderdagverblijven zijn alleen overdag tussen 07.30 uur en 18.30 uur open. Sommige kinderdagverblijven blijven echter 24 uur per dag open of kennen een verlengde openingstijd. De dagindeling lijkt op die in een gewone gezinssituatie. Het verschil is dat de kinderen altijd speelkameraadjes hebben en spelen in een ruimte die speciaal op hen is afgestemd. De pedagogisch medewerkers kunnen alle aandacht aan de kinderen geven. Zij hoeven geen boodschappen te halen of de was te doen.
1
Dat doe ik door verschillende activiteiten te organiseren. Zo hebben we driehonderd activiteitenkaarten in de thema's muziek, bewegen en naar buiten die Partou zelf heeft ontwikkeld. Maar ik verzin ook zelf graag activiteiten. Denk hierbij aan trommelen met verf of materialen en geluiden ontdekken door plastic flessen te vullen met zand en knoopjes. Je ziet kinderen dan echt genieten. En als de kinderen het naar hun zin hebben, dan heb ik ook een leuke dag! Bron: www.werkenbijpartou.nl
Peuteropvang De peuteropvang is er voor kinderen tussen de 2 en 4 jaar. Ze komen er een aantal dagdelen per week. Er is veel aandacht voor het volgen en stimuleren van de ontwikkeling van kinderen. Taal is van groot belang voor de verdere ontwikkeling van iedere peuter. Daarom stimuleert de peuteropvang de taalontwikkeling onder andere door gebruik te maken van taalprogramma's. Zo bereiden de kinderen zich voor op groep 1 van de basisschool. In de schoolvakanties is de peuteropvang meestal dicht. Tip: LET OP! Officieel heet de peuteropvang 'peutergroep', maar omdat dit tot verwarring leidt met de peutergroep op een kinderdagverblijf, kiezen veel peutergroepen voor een andere benaming. In de praktijk kom je ook wel de volgende termen tegen: peuterspeelzaal, peuterschool en peutercentrum.
ELKE DAG IS EEN F EESTJE Ik werk nu al zestien jaar op het kinderdagverblijf en elke dag is anders. Ik probeer er altijd een feestje van te maken.
Tabel 1.1 Maximale groepsgrootte (2021) Leeftijd
Horizontale of verticale groepen
Aantal pedagogische medewerkers per kind
0-jarigen
Zowel horizontaal als verticaal
1 op 3
1-3 jarigen
Horizontaal
1 op 7
4-6 jarigen
Horizontaal
1 op 10
7-13 jarigen
Horizontaal
1 op 12
4-13 jarigen
Verticaal
1 op 11
17
Traject V&V - Methodiek.indb 17
23/06/2021 07:48
1
MET MODULE 1 Pedagogisch werk
•
Harmonisatie Een aantal jaren geleden is afgesproken dat het verschil tussen peuteropvang (toen sprak je van peuterspeelzaalwerk) en kinderopvang moest verdwijnen. Harmonisatie werd dat genoemd. Het is de bedoeling dat de peutergroepen op het kinderdagverblijf en de peutergroepen in de peuteropvang hetzelfde programma aanbieden. Het verschil zit 'm dan vooral in het aantal uur dat de kinderen komen en het feit dat er minder verzorgende taken zijn op de peuteropvang.
•
Ingeschreven bij het Personenregister Kinderopvang Voldoen aan de wettelijke eisen voor kinderopvang
Buitenschoolse opvang Kinderen van 4 tot 12 jaar kunnen buiten schooltijden terecht bij een bso (buitenschoolse opvang). Iedere dag is er een aanbod van verschillende georganiseerde activiteiten en vrij spel. Hoewel buitenschoolse opvang plaatsvindt in de vrije tijd van kinderen, stimuleren pedagogisch medewerkers ze wel om deel te nemen aan de activiteiten.
Gastouderopvang Deze vorm van kinderopvang is bedoeld voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Gastouderopvang vindt plaats bij gastouders thuis. Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. Een gastouderbureau bemiddelt tussen vraag en aanbod. Dit bureau selecteert ook de gastouders. Gastouders moeten aan verschillende eisen voldoen.
De buitenschoolse opvang (bso) biedt opvang onder professionele begeleiding voor kinderen van 4 tot 12 jaar voor en na school en tijdens de schoolvakanties.
W E RK E N OP DE B S O: H E T L E UKSTE W E RK DAT E R I S Laura Renes is pedagogisch medewerker op bso Villa Fantasia bij IJsselkids Kinderopvang. In de vakanties werkt zij graag extra uren. Gewoon omdat ze dat ontzettend leuk vindt! […] Laura geniet ook van alle activiteiten die in de vakantie op het programma staan. Vaak met een centraal thema dat op alle locaties toegepast wordt. 'Aan de hand van dat thema schrijven we een verhaal. We nemen de kinderen mee in dat verhaal en geven daarin hints naar de activiteiten van die dag. Zo maken we het spannend!'
Figuur 1.8 De schrijfster geeft in dit voorleesboek de
gastouder de hoofdrol © antropokids.nl
Eisen aan gastouders • 18 jaar of ouder • Diploma van een erkende opleiding • Certificaat Kinder-ehbo • Aangesloten bij een gastouderbureau • In bezit van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)
AC T IVIT E IT E N ME T E E N T HE MA 'Met het thema geven we ook meer verdieping aan activiteiten', vertelt Laura verder. 'Bijvoorbeeld het thema "dieren" dat we toepassen op een bezoek aan
18
Traject V&V - Methodiek.indb 18
23/06/2021 07:48
Oriëntatie op het werkveld
het Plaswijckpark: er gaat een dierenbingokaart mee, de kinderen krijgen een dierenposter en op de locatie kleden we de gang aan met alles wat met dieren te maken heeft. Zo gaat het thema leven en krijgt het bezoek aan het Plaswijckpark extra inhoud. Ook kunnen mijn collega's en ik zo onze creativiteit kwijt!'
1
veel prikkels. De activiteiten op de opvang plus zijn speciaal afgestemd op de doelgroep. Dat kunnen individuele activiteiten zijn, maar ook groepsactiviteiten. Kinderen leren zo spelenderwijs sociale vaardigheden. Er zijn duidelijke regels die consequent worden nageleefd. Dat geeft rust. Boddaertcentrum Een Boddaertcentrum is een organisatie voor dagopvang, in kleine groepen, onder begeleiding van vaste pedagogisch medewerkers. De kinderen, van 5 tot 13 jaar, hebben vaak meerdere gedrags- en opvoedingsproblemen. Overdag gaan de kinderen gewoon naar school. Daarna gaan ze een paar uur per dag naar een Boddaertcentrum. De behandeling is gericht op zowel het kind als het gezin. Het kind krijgt structuur door het vaste ritme en de regels in de leefgroep. Het krijgt ook een individuele behandeling op basis van een ontwikkelplan.
Bron: www.swkgroep.nl
Tienercentrum Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren van tussen de 11 en 15 jaar. Het heet geen opvang meer, omdat die benaming niet past bij de leeftijdsgroep. Jongeren komen er na school op dagen dat hun ouders werken. Hoe vaak ze komen en wanneer is afhankelijk van de afspraken die zijn gemaakt met de jongere en de ouders. Tieners komen er vooral omdat ze het gezelliger vinden daar te zijn dan om in hun eentje thuis de tijd door te brengen. Ouders vinden het een geruststellend idee dat hun kind naar het tienercentrum gaat.
Medisch kinderdagverblijf Het medisch kinderdagverblijf (MKD)is bedoeld voor kinderen met gedrags- en ontwikkelingsproblemen. De leeftijd van de kinderen die naar een MKD gaan varieert van 1,5 tot 7 jaar. De kinderen komen er vijf dagen per week, maar wonen gewoon thuis. De groepen zijn klein (acht kinderen met twee of drie pedagogisch medewerkers) en hebben een vaste samenstelling. De groepsleiding begeleidt en stimuleert de kinderen doelbewust aan de hand van een behandelplan. Naast behandeling op de groep gaan de kinderen voor individuele behandeling naar bijvoorbeeld logopedie, bewegingstherapie of speltherapie.
1.3.2 Gespecialiseerde opvang Met sommige kinderen gaat het niet goed. Ze hebben ontwikkelings- of gedragsproblemen. Voor hen zijn er aparte mogelijkheden voor dagopvang of 24 uursopvang. Bij een vorm van dagopvang woont het kind of de jongere thuis, maar gaat overdag naar de organisatie. Bij 24 uursopvang wonen de kinderen of jongeren ook in de organisatie. Opvang plus De opvang plus (ook wel: kinderopvangplus of bso-plus) is voor kinderen die extra zorg en begeleiding nodig hebben. Dat kunnen kinderen zijn met ontwikkelingsproblemen, sociaal-emotionele problemen en/of opvoedingsproblemen. Opvang plus is een vorm van dagopvang waarbij extra aandacht is voor rust en structuur. In de gewone opvang krijgen deze kinderen te
Residentiële hulpverlening Hulp is er altijd op gericht om kinderen zo lang mogelijk thuis bij de ouders te houden. Soms zijn de problemen echter zo ernstig, dat een dagbehandeling geen oplossing is. Het kind komt dan in aanmerking voor residentiële hulpverlening (24 uursopvang). Een voorbeeld hiervan is het gezinshuis met opvoedouders. Deze opvoed
19
Traject V&V - Methodiek.indb 19
23/06/2021 07:48
1
MET MODULE 1 Pedagogisch werk
ouders hebben een pedagogische opleiding. Mocht dat niet de juiste vorm zijn, dan kan een kind terecht in een leefgroep. In zo'n voorziening verblijft het kind dag en nacht. Er blijft in de meeste gevallen wel contact met thuis. De hulp is erop gericht dat kinderen weer zo snel als mogelijk en verantwoord is, naar huis gaan.
1.3.3 Onderwijs Niet alleen als onderwijsassistent, maar ook als (gespecialiseerd) pedagogisch medewerker kun je in het onderwijs werken. Je hebt dan geen didactische taken. Je kunt wel een taak hebben bij kinderen die extra zorg nodig hebben. Je kunt ook voor en na schooltijd kinderen opvangen of activiteiten aanbieden. Scholen zijn verplicht om ouders buitenschoolse opvang te bieden en kunnen ook volgens het principe van een brede school of IKC werken.
Figuur 1.9 IKC Zeven Zeeën is een Integraal Kindcentrum
in Amsterdam © ANPphoto / Berlinda van Dam
Integraal kindcentrum Een IKC (integraal kindcentrum) is een soort brede school die met één team alle voorzieningen vanuit dezelfde pedagogische visie aanbiedt. Voor ouders is het IKC zo het aanspreekpunt voor alles wat met opvoeding en ontwikkeling te maken heeft. Voor kinderen is het IKC van 's morgens tot 's avonds de plek voor activiteiten op het gebied van opvang, leren, vrije tijd, sport en cultuur. Leren, vrije tijd en opvoedingsondersteuning horen hier bij elkaar. Een IKC steunt op vier pijlers: 1 een gezamenlijke pedagogische visie; 2 één organisatie; 3 één team; 4 integraal denken en werken rondom kinderen en jongeren.
Brede school Een brede school is meer dan alleen een school waar kinderen komen om te leren. Verschillende instanties werken er samen. Soms onder één dak, maar soms ook als buurtnetwerk. De brede school biedt in ieder geval onderwijs. Daarnaast kunnen kinderopvang, welzijn, peuteropvang, sport, cultuur en een bibliotheek ook een onderdeel zijn van de brede school.
Een brede school bestaat uit verschillende voorzieningen gericht op kinderen en jongeren die samenwerken, bij voorkeur in één gebouw, met de school als middelpunt.
Huiswerkbegeleiding Een organisatie voor huiswerkbegeleiding helpt scholieren bij het maken van opdrachten die ze buiten school moeten uitvoeren, hun huiswerk. Huiswerkbegeleiding kom je tegen op scholen, in het sociaal-cultureel werk (bijvoorbeeld in een buurthuis) en bij particuliere huiswerkinstituten (bedrijven). Afhankelijk van de behoeften is er extra begeleiding mogelijk in algemene studievaardigheden of bij bepaalde vakken.
Onderwijs, opvoeding, sociaal-cultureel werk en jeugdhulpverlening organiseren in de brede school ieder hun eigen activiteiten vanuit hun eigen organisatie.
20
Traject V&V - Methodiek.indb 20
23/06/2021 07:48
Oriëntatie op het werkveld
Internaat Een internaat is een onderwijsinstelling waar kinderen en jongeren die leerplichtig zijn, wonen om naar school te kunnen gaan. Sommige internaten bieden dat onderwijs zelf aan, maar meestal gaan de kinderen in de buurt van het internaat naar een school. In de schoolvakanties gaan de meesten naar huis. Als daar gelegenheid voor is, kunnen ze ook in het weekend naar hun ouders. In een internaat wonen kinderen vaak in leefgroepen. Een vast team begeleidt de leefgroep.
1
Primair onderwijs Kinderen in Nederland zijn vanaf hun 5e jaar leerplichtig, maar ze mogen als ze 4 jaar oud zijn al naar het primair onderwijs. Het primair onderwijs bestaat uit basisonderwijs op reguliere ('gewone') basisscholen, scholen voor speciaal basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs. Basisschool Een basisschool is de organisatie die het reguliere onderwijs voor kinderen van 4 tot 12 jaar verzorgt. De basisschool is verdeeld in acht groepen. Groep 1 is de eerste groep en groep 8 is de laatste. Na groep 8 verlaten de kinderen de basisschool en stromen ze door naar het voortgezet onderwijs. Kinderen gaan van maandag tot en met vrijdag naar de basisschool. Kinderen komen naar school om te leren. Wat ze moeten leren, ligt vast in de kerndoelen. Die zijn voor alle scholen gelijk, maar een school mag zelf beslissen hoe de kinderen leren.
IK ZIT O P EEN INTERNA AT Waar voel je je thuis als je steeds onderweg bent? We vroegen het Fleur (9) die op een internaat zit. A AN BOORD Fleur woont in een internaat voor schipperskinderen in Dordrecht. 'Mijn ouders varen met een schip door Nederland, België en Duitsland. Omdat ik naar school moet, is het handig om doordeweeks op één plek te wonen.' In het weekend wordt Fleur altijd opgehaald. In welk stadje hun schip ligt en waar haar bed dus staat, weet ze niet altijd. Maar dat vindt Fleur helemaal niet erg. Het schip is haar thuis en ze woont gewoon aan boord.
Speciaal basisonderwijs Ondanks alle extra zorg die een basisschool kan bieden, zijn er altijd kinderen die het op een gewone (reguliere) basisschool niet redden. Deze kinderen kunnen naar een school voor speciaal basisonderwijs (sbo). Deze school is bestemd voor moeilijk lerende kinderen en voor kinderen met een leergebrek of een gedragsstoornis. De groepen zijn er kleiner dan op een gewone basisschool. De kinderen volgen vaak een individueel programma. De school vormt samen met een aantal basisscholen een samenwerkingsverband. De SBO ondersteunt de basisscholen in het samenwerkingsverband bij de begeleiding van kinderen met problemen.
TROOST 'Op het internaat heeft iedereen een eigen kamer, daar ben ik graag', vertelt Fleur. 'Maar ik heb niet echt een lievelingsplek. Ik vind het hier gewoon leuk. Er zijn veel andere kinderen om mee te spelen. Ze troosten me als ik soms verdrietig ben omdat ik mama mis. Vroeger had ik vaker heimwee, maar nu bijna niet meer. Als ik mijn moeder vroeger miste, keek ik naar haar foto.'
Met de term samenwerkingsverband bedoelen we in het onderwijs de regionale werkwijze om leerlingen een passende plek te bieden. Scholen voor speciaal basisonderwijs werken hierbij samen met reguliere basisscholen.
Bron: www.samsam.net
21
Traject V&V - Methodiek.indb 21
23/06/2021 07:48
1
MET MODULE 1 Pedagogisch werk
Tabel 1.2 Tien soorten scholen, verdeeld over vier clusters Cluster
Toelichting
1
De speciale scholen in cluster 1 zijn voor blinde en slechtziende kinderen en voor blinde en slechtziende kinderen met een meervoudige beperking.
2
De speciale scholen in cluster 2 zijn voor dove en slechthorende kinderen en voor kinderen met een spraakprobleem of voor dove en slechthorende kinderen met een meervoudige beperking en kinderen met een spraakprobleem en een meervoudige beperking.
3
De speciale scholen in cluster 3 zijn voor zeer moeilijk lerende kinderen, kinderen met een lichamelijke beperking, langdurig zieke kinderen met een lichamelijke beperking en kinderen met een meervoudige beperking met een van deze beperkingen.
4
De speciale scholen in cluster 4 zijn voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke beperking en voor kinderen op scholen die zijn verbonden aan pedologische instituten.
het grootst dat je gaat werken op een vmbo. De afkorting vmbo staat voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. De bedoeling is dat de leerlingen na het vmbo doorstromen naar het mbo (middelbaar beroepsonderwijs). De eerste twee jaar van het vmbo volgen de leerlingen een breed vakkenpakket. Daarna kiezen ze in welke sector ze verder willen leren en hoe ze dat doen. Er zijn vier sectoren: Techniek, Zorg en Welzijn, Economie en Landbouw, maar niet elke school heeft al deze keuzemogelijkheden.
Figuur 1.10 Het speciaal basisonderwijs werkt meestal
met kleine groepen © ANPphoto / Richard Brocken
Leerwegen Leerlingen kunnen hun vmbo-opleiding volgen op vier verschillende niveaus (leerwegen): • de basisberoepsgerichte leerweg; • de kaderberoepsgerichte leerweg; • de gemengde leerweg; • de theoretische leerweg.
Speciaal onderwijs Het speciaal onderwijs is bedoeld voor kinderen die specialistische en intensieve begeleiding nodig hebben. Het speciaal onderwijs is er overigens niet alleen voor primair onderwijs. Er zijn ook scholen voor voortgezet onderwijs. Het voordeel van speciaal onderwijs is de deskundige begeleiding. Bovendien ontmoeten de kinderen er leeftijdsgenootjes die dezelfde hulpvraag hebben. Ze zijn geen uitzondering meer. Er zijn veel verschillende oorzaken waardoor deze kinderen speciaal onderwijs nodig hebben. Daarom zijn er tien soorten scholen, verdeeld over vier clusters.
Welke leerweg ze kiezen, hangt af van het niveau, de studiehouding en de belangstelling. Mbo Op een aoc (agrarisch opleidingscentrum), vakschool of roc (regionaal opleidingscentrum) volgen studenten middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Het mbo is zeer breed en divers. Je komt studenten tegen in de puberteit, maar ook volwassenen volgen mbo-opleidingen. Er zijn vier verschillende niveaus, twee leerwegen en tientallen richtingen. Dat heeft invloed op de sfeer
Vmbo Na het primair onderwijs volgt het voortgezet onderwijs. Hier krijgen leerlingen van 12 tot 18 jaar les op vmbo, havo of vwo. Als onderwijsassistent is (binnen het voortgezet onderwijs) de kans 22
Traject V&V - Methodiek.indb 22
23/06/2021 07:48
Oriëntatie op het werkveld
1
Tabel 1.3 Onderwijs in Nederland 4 – 12 jaar po
basisonderwijs
speciaal basisonderwijs
speciaal onderwijs
12-18 jaar
vo
vmbo
havo
vwo
pro
Na vo
mbo
entree
niveau 2
niveau 3
niveau 4
Na vo
hbo
bachelor
master
Na vo
o
bachelor
master
vso
havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs hbo: hoger beroepsonderwijs mbo: middelbaar beroepsonderwijs po: primair onderwijs pro: praktijkonderwijs vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs vo: voortgezet onderwijs vso: voortgezet speciaal onderwijs vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs wo: wetenschappelijk onderwijs
in een school. Je kunt je voorstellen dat op een school voor toerisme andere studenten komen dan op een school in de technische of welzijnssector. In een sector waar je zelf feeling mee hebt, zul je niet alleen deskundiger zijn, je zult je er ook meer thuis voelen.
enigingen. De sociale kaart bevat niet alleen de naam van een organisatie, maar ook informatie over contactpersonen, doelgroepen en doelen.
1.3.4 Sociale kaart
Er zijn verschillende redenen waarom mensen kiezen voor een welzijnsopleiding. Ook jij hebt je redenen om voor PW te kiezen.
1.4 Kiezen voor pedagogisch werk
Met de opleiding PW heb je dus verschillende mogelijkheden. Je moet je dan ook goed oriënteren: Waar gaat jouw belangstelling naar uit? Waar zul jij je het meeste thuis voelen? Voor die oriëntatie, maar ook als je straks 'echt' werkt, is het handig om een goed overzicht te hebben van de verschillende welzijnsorganisaties in jouw regio. Zo'n overzicht noem je een sociale kaart.
Zorg en ondersteuning
Wonen en huishouden
Werk, geld en uitkering
Vervoer
Zorg voor een ander
Opleiding en inburgering
Opvoeding en gezin
Activiteiten en meedoen
Vrijwilligerswerk
Gezond blijven
Figuur 1.4 Digitale sociale kaart van een gemeente
Een sociale kaart geeft een overzicht van voorzieningen op het gebied van zorg, hulpverlening, onderwijs, sport, dienstverlening en/of welzijn.
© Tiekstramedia
I K H E B A LTI J D I E TS ME T K I NDE REN W I L L E N DOE N Nikita werkt sinds een jaar bij kinderdagverblijf De Wiek. Ze had altijd al iets met kinderen willen doen. Op het vmbo vond ze het fantastisch om op kinderen te pas-
Behalve welzijn kom je dus vaak ook zorginstellingen, het onderwijs, gemeentelijke instanties en belangenorganisaties tegen. Soms ook sportver23
Traject V&V - Methodiek.indb 23
23/06/2021 07:48
1
MET MODULE 1 Pedagogisch werk
sen. 'Veel leuker en afwisselender dan achter de kassa zitten bij de supermarkt. Met kinderen is het nooit saai. Met hun lieve, gekke of ondeugende invallen is geen uur hetzelfde. Ze zijn zo heerlijk spontaan en je kunt er ontzettend veel plezier mee hebben. Dit werk geeft mij veel energie en vrolijkheid.' Nikita ontdekte tijdens haar opleiding al wel snel dat op buurkinderen passen wat anders is dan werken in een kinderdagverblijf. 'Je hebt niet met een of twee kinderen te maken, maar met een hele groep. De kinderen hebben allemaal ouders of verzorgers waar je rekening mee moet houden. Je kunt niet zomaar doen waar je zin in hebt. Daar denk je vooraf over na. En soms moet je dingen doen, die je nog nooit eerder hebt gedaan. Pasgeleden bijvoorbeeld heb ik op een thema-avond voor ouders een verhaal verteld over de taalontwikkeling. Doodeng vond ik dat, maar het ging heel goed. Eigenlijk is dit werk nog veel leuker en afwisselender dan ik had gedacht.'
Uitdaging Natuurlijk is het werk niet alleen maar leuk. Het werk is soms zwaar en eist veel van je. Kinderen zijn kwetsbaar. Die hebben veel aandacht nodig. Ouders en verzorgers hebben ook aandacht nodig. Je moet samenwerken, overleggen, verantwoording afleggen aan de leidinggevende. Je hebt te maken met regels, protocollen en richtlijnen. Voor veel professionals is dat juist de uitdaging.
MI MOUN I S B L I J ME T DE K L E I NSTE STA P VOORWA A RTS Mimoun begeleidt kinderen op een bso-plus. 'De problemen die ik tegenkom, zijn soms gigantisch. Sommigen hebben het zo moeilijk, dat wil je niet geloven. Dan moet je blij zijn met de kleinste stap voorwaarts. Maar als dat lukt, geeft dat heel veel voldoening. Een van de jongens kan bijvoorbeeld niet met frustraties omgaan. Bovendien ontstaan die door de kleinste tegenvallers. Dan wordt hij boos en onhandelbaar. Daar werken we voortdurend aan. Laatst was hij bezig met een knutselactiviteit en was zijn lijm op. We verwachtten dat hij zou ontploffen, maar in plaats daarvan liep hij naar de kast voor een ander potje lijm.'
1.4.1 Wat moet je leuk vinden? Het is belangrijk dat je de volgende zaken in ieder geval leuk vindt: werken met kinderen, afwisseling en uitdaging.
1.4.2 Wat moet je kunnen? Jij speelt als pedagogisch werker een belangrijke rol in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen. De manier waarop jij je gedraagt, ziet jouw doelgroep als voorbeeld. 'Zo hoort het dus.' Daar moet je je goed van bewust zijn. Jij bent een rolmodel, je hebt een voorbeeldfunctie. Om dat goed te kunnen doen, moet je beschikken over kennis, vaardigheden én over de juiste beroepshouding.
Werken met kinderen Als je graag met kinderen of jongeren werkt, is een baan in het pedagogisch werk een goede keus. De groep die je ondersteunt of begeleidt, noemen we de doelgroep. Je werkt met kinderen en ouders of opvoeders uit alle lagen van de samenleving. Je doelgroep is divers: jong en oud, rijk en arm, hoog- en laagopgeleid, met verschillende culturele achtergronden, al dan niet met problemen.
Kennis en vaardigheden Op de opleiding die je nu volgt, krijg je verschillende vakken waar je kennis en vaardigheden (aan)leert die nodig zijn bij de opvang of begeleiding van kinderen en jongeren. Denk aan ontwik-
Afwisseling Werken met kinderen en jongeren zorgt altijd voor verrassingen. Geen mens is tenslotte hetzelfde. Als je van afwisseling houdt, zit je bij PW goed. 24
Traject V&V - Methodiek.indb 24
23/06/2021 07:48
Oriëntatie op het werkveld
kelingspsychologie, methodiek, verzorging, sport en spel, drama, beeldend en nog veel meer. Bij al die vakken samen werk je aan de kerntaken en werkprocessen die horen bij jouw opleiding.
1
Een goede beroepshouding voor PW bestaat minimaal uit de volgende vijf elementen: 1 betrokkenheid, graag willen werken met mensen; 2 empathie, je kunnen verplaatsen in de gevoelens van de ander; 3 assertiviteit, kunnen opkomen voor jezelf, grenzen stellen; 4 representativiteit, de organisatie vertegenwoordigen waarvoor je werkt; 5 integriteit, verantwoord en naar eer en geweten handelen.
GEMEENSC HAPPEL IJKE K ER N TAKEN EN W ER K P ROC ESSEN PW B1-K1 Begeleiden van kinderen bij hun ontwikkeling B1-K1-W1 Zorgt voor een veilig pedagogisch klimaat B1-K1-W2 Inventariseert behoeften en wensen van het kind B1-K1-W3 Bereidt de uitvoering van activiteiten voor B1-K1-W4 Creëert een verantwoorde en stimulerende speel-/leeromgeving B1-K1-W5 Werkt samen met andere betrokkenen in de omgeving van het kind B1-K1-W6 Volgt en stimuleert de ontwikkeling en het leren van het kind B1-K1-W7 Evalueert de eigen werkzaamheden
Betrokkenheid Eén van de onderdelen van een juiste beroepshouding is betrokkenheid. Die uit zich in liefde voor het vak. Je werkt niet alleen graag met kinderen, maar je wilt ze ook iets meegeven. Je vindt het welzijn van mensen belangrijk en daar wil je graag aan bijdragen. Je gelooft in de kracht die ieder mens in zich heeft om wat van zijn leven te maken. Jouw basishouding is positief. Tegelijkertijd kun je de nodige professionele afstand bewaren tussen jou en de kinderen en hun ouders of verzorgers. Professionele afstand Clara is 5 jaar geworden en dat hebben jullie gevierd in de groep. De ouders van Clara nodigen jou uit voor het verjaardagsfeestje thuis. Je legt uit dat je dat heel leuk zou vinden, maar dat je dat niet kunt doen omdat je de relatie professioneel wilt houden.
B1-K2 Werkt aan kwaliteit en deskundigheid B1-K2-W1 Werkt aan de eigen professionele ontwikkeling B1-K2-W2 Werkt aan het bewaken en bevorderen van kwaliteitszorg Bron: Kwalificatiedossier PW, 2021
Beroepshouding Je werkt met mensen. Het resultaat van je werk is afhankelijk van hoe je met die mensen omgaat. Daar is een juiste beroepshouding voor nodig.
Met beroepshouding bedoelen we alle eigenschappen en gedrag waarover iemand in zijn beroep dient te beschikken om zijn beroep goed uit te oefenen.
Figuur 1.5 Clara wordt 5 jaar © Alamy Stock Photo / Wavebreakmedia Ltd UC93
25
Traject V&V - Methodiek.indb 25
23/06/2021 07:48
Deze uitgave is onderdeel van de methode Traject, de methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg.
PEDAGOGISCH WERK NIVEAU 3 EN 4
Traject Welzijn Pedagogisch werk is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. Traject sluit daarop aan met actueel en vernieuwend materiaal dat is ontwikkeld in samenwerking met docenten en experts uit het werkveld. Bovendien is Traject flexibel inzetbaar, zodat het altijd past bij de manier waarop de opleiding het onderwijs vormgeeft. Het materiaal is modulair opgebouwd en het is mogelijk de modules te arrangeren. Er kan op verschillende manieren met de methode worden gewerkt: blended, een combi van boeken en digitaal of volledig digitaal of met maatwerkboeken.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen.
Methodiek
Traject bevat onder andere de volgende elementen: De theorie bevat alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bij de betreffende werkprocessen. De praktijkvoorbeelden die de theorie ondersteunen, zorgen voor een verbinding met de beroepspraktijk.
Methodiek
De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteeltechnische, communicatieve, verzorgende en sociaal-agogische vaardigheden. Traject biedt hiervoor verschillende opdrachten: - Oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren; - Verwerkingsopdrachten die bestaan uit verschillende vraagtypen om de kennis en vaardigheden te begrijpen en toe te passen; - Casuïstiekopdrachten om op basis van een praktijksituatie de kennis en vaardigheden toe te passen en te analyseren; - Moduleopdrachten als activerende en motiverende opdrachten op de module; - Vaardigheden die oefenopdrachten en BPV-opdrachten bevatten; - Toetsen Het aanbod van Traject bestaat in grote lijnen uit: - theorieboeken inclusief een licentie voor de online leeromgeving met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - maatwerkboeken die door de opleider worden samengesteld door een selectie te maken uit het brede aanbod van modules voor de betreffende opleiding; - een online leeromgeving met theorie, verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten, zelftoetsen en evaluatie- en reflectievragen bij iedere module. Daarnaast bevat de online leeromgeving ondersteunend materiaal voor de docent, zoals toetsen bij iedere module. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject? Kijk dan op https://www.thiememeulenhoff.nl/mbo/welzijn/traject
Auteurs: I.F.M. de Jonge R.F.M. van Midde S. Weijman J.F. Welling Eindredactie: R.F.M. van Midde
MBO_Traject_PW_Methodiek_DRUK_V2.indd All Pages
23/06/2021 13:12