Skip to main content

Traject Welzijn PW | Gespecialiseerd pedagogisch medewerker Deel B

Page 1

THEORIEBOEK NIVEAU 4

P2-K1-W1 Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind P2-K1-W2 Stelt een (gespecialiseerd)activiteitenprogramma op P2-K1-W3 Ontwikkel (mede) een begeleidingsplan P2-K1-W4 Biedt (gespecialiseerde) opvang P2-K1-W5 Biedt persoonlijke verzorging P2-K1-W6 Draagt zorg voor huishoudelijke werkzaamheden P2-K1_W7 Biedt (specifieke) ontwikkelingsgerichte activiteiten aan P2-K2-W1 Voert coördinerende taken uit P2-K2-W2 Bouwt en onderhoudt een netwerk P2-K2-W3 Voert beleidsondersteunende taken uit P2-K2-W4 Voert beheertaken uit

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- /reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

PW

Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW Deel B

pedagogisch werk

Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW DEEL B

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

TRAJECT WELZIJN

Deze uitgave Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk.

Auteurs: J. de Bas M.C. Baseler A. van Beurden I.F.M. de Jonge R.F.M. van Midde A.C. Verhoef Eindredactie: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

MBO_Traject_PW_GespPedaMede_DeelB_N4_DRUK.indd All Pages

9/06/2021 07:35


Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW NIVEAU 4


THEORIEBOEK

NIVEAU 4

Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW M. BASELER J. DE BAS A. VAN BEURDEN I.F.M. DE JONGE R.F.M. VAN MIDDE A.C. VERHOEF

Onder redactie van: M.H.A.J. GLOUDEMANS R.F.M. VAN MIDDE

pedagogisch werk


Colofon Auteurs M. Baseler J. de Bas A. van Beurden I.F.M. de Jonge R.F.M. van Midde A.C. Verhoef Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

Met medewerking van: Kind & Co Sandra Groenendijk, Nieuwegein Niels Kemper, Almere (Montris Kinderopvang)

Vormgeving binnenwerk en omslag Studio Fraaj, Rotterdam

Fotografie omslag Mathilde Karrèr

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie Over ThiemeMeulenhoff samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht effectiever efficiënter wordt. doen aan deen verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren Samen lerenvernieuwen. vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 068 5886 0 Theorieboek Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW plus Studentlicentie 1 jaar ISBN 978 90 068 5909 6 Theorieboek Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW plus Studentvoucher 1 jaar ISBN 978 90 06 23952 2b Eerste druk,derde eerste oplage, Eerste druk, oplage, 20192021 © ThiemeMeulenhoff, ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 2021 © Amersfoort, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige

Alle voorbehouden. Niets uit deze uitgavedoor mag worden verveelvoudigd, in een geautomatiseerd gegevensbestand, vormrechten of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, fotokopieën, opnamen, of enigopgeslagen andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming of van de uitgever. gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder openbaar voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Stbl. 471 endient artikel Auteurswet 1912,tedient menVoor de meer daarvoor wettelijk te voldoen Stichting enwww. Auteurswet) men17zich tot de uitgever wenden. informatie over verschuldigde het gebruik van vergoedingen muziek, film en het maken vanaan kopieën in hetPublicatieonderwijs zie auteursrechtenonderwijs.nl. Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen informatie overzich hetalsnog gebruik muziek,wenden. film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. gelden, kunnen tot van de uitgever De uitgever heeft ernaar de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere -neutraal geproduceerd. Deze uitgave is volledig CO2gestreefd Het voor te deze uitgavedoen gebruikte papier is voorzien van het tot FSC®-keurmerk. rechten kunnen gelden, kunnen zich alsnog de uitgever wenden. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Ten geleide

De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor Maatschappelijke zorg, Pedagogisch werk en Sociaal werk aangepast aan de ontwikkelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitgewerkt in nieuwe kwalificatiedossiers. Deze kwalificatiedossiers, opgebouwd uit kerntaken en werkprocessen, vormen de basis voor de inrichting van de huidige opleidingen binnen Welzijn. De leermiddelen van Traject Welzijn zijn ontwikkeld voor en sluiten aan bij deze kwalificatiedossiers. De Pedagogisch werker Pedagogisch werkers werken in de kinderopvang, het onderwijs of in een combinatievorm van beide. De student kan kiezen voor het profiel pedagogisch medewerker kinderopvang, gespecialiseerd medewerker kinderopvang of onderwijsassistent. De doelgroep van de pedagogisch werker is zeer divers, en bestaat onder andere uit: • kinderen tot twaalf jaar zonder problemen; • kinderen tot twaalf jaar met een achterstand, een leer- of gedragsprobleem; • jongeren vanaf twaalf jaar zonder problemen; • jongeren met gedrags- en opvoedingsproblemen; • kinderen en jongeren met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. Het kwalificatiedossier Pedagogisch werk vormt de basis voor de inrichting van de huidige opleidingen voor beroepen in dit domein. Het leermiddelenaanbod voor de opleiding Pedagogisch werk – die deel uitmaakt van Traject Wel-

zijn – is gebaseerd op vier belangrijke uitgangspunten: • de leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Het beroepsonderwijs binnen Traject Welzijn wordt in belangrijke mate bepaald door de aard van de ondersteuningsvragen en door de context waarin de beroepsuitoefening plaatsvindt; • sterk didactisch concept. De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van leerstijlen en leer ervaringen van mbo-studenten. Traject Welzijn houdt rekening met de verschillende leerstijlen van mbo-studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten; • bij de indeling van de leermiddelen is rekening gehouden met de basisfase en de profielfase; • er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen mbo-niveau 3 en mbo-niveau 4. Het didactisch concept van Traject Welzijn gaat nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, waardoor het vakbekwame leren optimaal wordt ondersteund en mogelijk wordt gemaakt. Traject Welzijn houdt bovendien rekening met de mbo-student door het taalniveau (2F voor de basisfase, 3F voor de profielfase niveau 4) af te stemmen op de doelgroep en door (praktijk) voorbeelden en (praktijk)opdrachten zo te formuleren dat de mbo-student zich aangesproken voelt. De leermiddelen zijn zo ontwikkeld dat zowel mbo-studenten met een meer theoretische, als mbo-studenten met een meer praktische inslag er gebruik van kunnen maken. Traject Welzijn is inzetbaar binnen elk didactisch model


en biedt de docent de ruimte om zelf invulling te geven aan zijn rol. Traject Welzijn sluit volledig aan bij actuele opvattingen over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent onder andere dat er gewerkt wordt met uitgaven die ingedeeld zijn in thema’s die bestaan uit theorie en de daarbij behorende verwerkingsopdrachten, praktijksituaties en evaluatie middels de studiehulp. Daarnaast komende beroepsvaardigheden en de houdingsaspecten van de (beginnende) beroepsbeoefenaar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen immers een essentieel onderdeel van de beroepsuitoefening. Theoretische onderbouwing Het onderdeel ‘theorie’ voor de basisfase Pedagogisch werk bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die hoort bij de betreffendewerkprocessen. De leerstof bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De theorieboeken voor de profielfase Pedagogisch werk gaan verdiepend in op de verschillende profielen die worden onderscheiden: P1: Pedagogisch medewerker kinderopvang P2: Gespecialiseerd pedagogisch medewerker P3: Onderwijsassistent Werkboeken De werkboeken sluiten, dankzij hun thema- en hoofdstukindeling, naadloos aan bij de leerstof en indeling van de theorie. Dit geldt zowel voor de leermiddelen gericht op de basisfase als voor de leermiddelen gericht op de profielfase. Via de werkboeken kunnen de studenten zich de leerstof eigen maken door middel van: • verwerkingsopdrachten voor de leerstof in de theorie; • praktijksituaties met opdrachten. De praktijksituaties geven realistische beschrijvingen van de praktijk in de Maatschappelijke zorg. Hierin komen problemen en dilemma’s aan de orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun dagelijkse werk en

waarbij van hen verwacht wordt dat ze met een oplossing en aanpak komen; • het aanleren van beroepsvaardigheden. Het onderdeel ‘vaardigheden’ biedt opdrachten die zijn gericht op het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden; • thema-opdrachten gericht op integrale verwerking van de afzonderlijke thema’s; • evaluatie met behulp van de studiehulp en reflectie. Deze onderdelen zijn consequent terug te vinden in het volledige aanbod van Traject Welzijn. De combinatie van deze onderdelen maakt het leren vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan zowel in een onderwijssituatie als in de beroepspraktijk plaatsvinden. Wij hopen dat gebruikers, zowel mbo-studenten als docenten, op een plezierige en zinvolle manier met Traject Welzijn kunnen werken. Heeft u vragen of suggesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt.

Amersfoort, 2017 Redactie en uitgever


Inhoud

Thema 1 tot en met 3 vind je in deel A.

Thema 4 12 12.1 12.2

12.3

12.4 12.5

13 13.1 13.2

IKC 19

Het IKC 20 Inleiding 21 Onderwijs en opvang 21 12.2.1 Tussenschoolse opvang 21 12.2.2 Buitenschoolse opvang 22 12.2.3 Verlengde schooldag 23 12.2.4 Zomerschool 24 12.2.5 Brede school 24 12.2.6 IKC 25 De doelgroep 28 12.3.1 Verschillen in sociale achtergrond 28 12.3.2 Verschillen in culturele achtergrond 28 12.3.3 Verschillen in ontwikkelingsfase 29 12.3.4 Zorgleerlingen 29 Rollen en taken op een IKC 31 Eenduidige communicatie 34 12.5.1 Open communicatie 34 12.5.2 Kinderen met gedrags- of leerproblemen 34 12.5.3 Informatie-uitwisseling 35 12.5.4 Loyaal zijn aan collega’s 35 12.5.5 Goed contact met ouders/verzorgers 36 Activiteiten 37 Inleiding 38 Spelen en leren op een IKC 38 13.2.1 Collectieve doelstelling 38 13.2.2 Doorlopende leerlijn 39 13.2.3 Dagindeling 40 13.2.4 Binnenschools leren en buitenschools leren 13.2.5 Portfolio 42 13.2.6 Werken op een IKC 42

1 7

41


13.3

13.4

13.5

Talentontwikkeling 44 13.3.1 Elk kind heeft talenten 44 13.3.2 Hoe herken je talent in een kind? 45 13.3.3 Hoe breng je talent naar voren? 47 13.3.4 Feedback geven 49 13.3.5 Talent koppelen aan experts 51 13.3.6 Talent in het team 52 13.3.7 De talentontwikkeling van kinderen begeleiden 53 Ontwikkelingsgericht onderwijs 53 13.4.1 Spelend leren 53 13.4.2 Spel professioneel begeleiden 54 13.4.3 Kennis koppelen aan ervaringen 55 13.4.4 Werken met thema’s 56 13.4.5 Jouw taken bij ontwikkelingsgericht onderwijs 57 Activiteiten op een IKC 59 13.5.1 Binnenschoolse activiteiten 59 13.5.2 Buitenschoolse activiteiten 63 13.5.3 Vaste dagelijkse activiteiten 67 13.5.4 Vaste doelgerichte activiteiten 69 13.5.5 Vrije activiteiten 69

Begrippen

72

Thema 5 Gespecialiseerde opvang 14 14.1 14.2

14.3

14.4

14.5

77

Doelgroepen gespecialiseerde opvang 78 Inleiding 79 Overzicht en kenmerken doelgroep 79 14.2.1 Ontwikkelingsstoornissen 79 14.2.2 Ontwikkelingsprobleem 80 14.2.3 Normtabellen 80 14.2.4 Doelgroepen gespecialiseerde opvang 80 Kinderen met een verstandelijke beperking 81 14.3.1 Wat is een verstandelijke beperking? 81 14.3.2 Niveaus van functioneren 82 14.3.3 Specifieke doelgroepen 85 Autismespectrumstoornis 86 14.4.1 Verschijnselen van een autismespectrumstoornis 87 14.4.2 Oorzaken van autisme 87 14.4.3 Ondersteunen van kinderen met een ASS 88 Aandachtsstoornis 88 14.5.1 Kenmerkende gedragingen 88 14.5.2 Begeleiden van kinderen met een aandachtsstoornis

1 8

89


14.6

14.7

14.8

14.9

14.10

14.11

14.12

14.13

14.14

14.15

14.16

Kinderen met DCD 90 14.6.1 Verschijnselen van DCD 90 14.6.2 Oorzaken van DCD 90 14.6.3 Begeleiding van kinderen met DCD 90 Kinderen met NLD 91 14.7.1 Verschijnselen van NLD 91 14.7.2 Oorzaken van NLD 92 14.7.3 Begeleiding van kinderen met NLD 92 Kinderen met niet-aangeboren hersenletsel 92 14.8.1 Verschijnselen van niet-aangeboren hersenletsel 93 14.8.2 Oorzaken van niet-aangeboren hersenletsel 94 14.8.3 Begeleiden van kinderen met niet-aangeboren hersenletsel 95 Kinderen met een communicatiestoornis 96 14.9.1 Vormen van communicatiestoornissen 96 14.9.2 Oorzaken van communicatiestoornissen 97 14.9.3 Begeleiden van kinderen met een communicatiestoornis 97 Kinderen met een zintuiglijke beperking 97 14.10.1 Problemen van kinderen met een zintuiglijke beperking 98 14.10.2 Oorzaken van zintuiglijke beperkingen 100 14.10.3 Begeleiden van kinderen met een zintuiglijke beperking 100 Kinderen met een angststoornis 101 14.11.1 Vormen van angststoornissen 102 14.11.2 Oorzaken van angststoornissen 103 14.11.3 Begeleiden van kinderen met een angststoornis 104 Obsessieve-compulsieve stoornis 104 14.12.1 Verschijnselen van ocs 104 14.12.2 Begeleiden van kinderen met een ocs 105 Kinderen met gedragsproblemen 105 14.13.1 Vormen van gedragsproblemen 105 14.13.2 Signaleren van gedragsproblemen 106 14.13.3 Begeleiden van kinderen met gedragsproblemen 106 Kinderen met hechtingsproblemen 108 14.14.1 Voorwaarden voor veilige hechting 108 14.14.2 Oorzaken van hechtingsproblemen 108 14.14.3 Gevolgen van hechtingsproblemen 109 14.14.4 Begeleiden van kinderen met hechtingsproblemen 110 Kinderen die hoogbegaafd zijn 111 14.15.1 Signalen van hoogbegaafdheid 111 14.15.2 Begeleiden van hoogbegaafde kinderen 112 Kinderen die hooggevoelig zijn 113 14.16.1 Verschijnselen van hooggevoeligheid 113 14.16.2 Begeleiden van hooggevoelige kinderen 113

1 9


15 15.1 15.2

Organisaties in de gespecialiseerde opvang 114 Inleiding 115 Overzicht en kenmerken van de niet-reguliere opvang 115 15.2.1 Geïntegreerde opvang en doelgroepenopvang 116 15.2.2 Gespecialiseerde opvang 117 15.3 Overzicht en kenmerken van gespecialiseerde opvang 118 15.3.1 Redenen van plaatsing 118 15.3.2 Multidisciplinaire samenwerking 119 15.3.3 Samenwerking met externe organisaties 121 15.3.4 Afstemming met reguliere opvang en school 124 15.3.5 Samenwerking met ouders/verzorgers 124 15.3.6 Handelingsplan 125 15.3.7 Tijdelijke hulp 126 15.4 Dagbehandeling Jonge Kind (DBJ) 127 15.4.1 Doelgroep DBJ 127 15.4.2 Vorm van hulp 128 15.5 Medisch kinderdagverblijf (MKD) 128 15.5.1 Doelgroep MKD 128 15.5.2 Vorm van hulp 129 15.6 Therapeutische peutergroep (TPG) 129 15.6.1 Doelgroep TPG 130 15.6.2 Vorm van hulp 130 15.7 Kinderopvang plus 130 15.7.1 Doelgroep kinderopvang plus 130 15.7.2 Vorm van hulp 131 15.8 Naschoolse dagbehandeling tot 12 jaar 132 15.8.1 Doelgroep naschoolse dagbehandeling 132 15.8.2 Vorm van hulp 133 15.9 Dagbehandeling of naschoolse dagbehandeling 12 jaar en ouder 134 15.9.1 Doelgroep (naschoolse) dagbehandeling 12 jaar en ouder 134 15.9.2 Vorm van hulp 134 15.10 Kinderdienstencentrum (KDC) 135 15.10.1 Doelgroep KDC 135 15.10.2 Vorm van hulp 136 15.11 Internaat 136 15.11.1 Schippersinternaat 136 15.11.2 Doelgroep en vorm van opvang schippersinternaat 136 15.12 Behandelgroep in de jeugdzorg 137 15.12.1 Open en gesloten behandelgroepen 138 15.12.2 Jeugdzorginternaten versus leefgroephuizen 139 15.12.3 Opvanggroepen voor specifieke doelgroepen 139 15.12.4 Gezinshuizen 140 15.12.5 Begeleid wonen, kamertraining en fasehuizen 141

1 10


16 16.1 16.2

16.3

16.4

16.5

16.6

16.7

16.8

16.9

Methodiek in de gespecialiseerde opvang 142 Inleiding 143 Wat is methodiek? 143 16.2.1 Kenmerken van methodieken 143 16.2.2 Methodiekvorm: interventie of programma 143 16.2.3 Individu, groep of wisselwerking met omgeving 144 16.2.4 Gespecialiseerd pedagogisch medewerker is niet altijd uitvoerder 16.2.5 Overzicht van methodieken 145 De basis van methodieken 146 16.3.1 Positieve grondhouding 146 16.3.2 Veilig pedagogisch klimaat 147 16.3.3 Positieve relatie met kinderen en jongeren 150 16.3.4 Pedagogische vaardigheden 151 16.3.5 Activiteiten 153 Observatie- en screeningsmethodieken 157 16.4.1 Signalenlijsten kindermishandeling 157 16.4.2 Kijk! 157 16.4.3 KIPPPI 158 Opvoedkundige (ondersteunings)methodieken 158 16.5.1 Gordon-methode 158 16.5.2 Triple P 159 16.5.3 Families First 159 16.5.4 Videohometraining 160 16.5.5 Gedragsmatige aanpak 160 Communicatieversterkende methodieken 162 16.6.1 Totale communicatie 163 16.6.2 Picto’s 163 16.6.3 Bliss-symbolen 164 Ontwikkelingsstimuleringsmethodieken 164 16.7.1 Vroeghulp 164 16.7.2 Basale stimulatie 165 16.7.3 VVE-programma’s 166 16.7.4 Floortime 166 Ervaringsgerichte methodieken 167 16.8.1 Snoezelen 167 16.8.2 Vaktherapie 168 16.8.3 Aandachtsgerichte training 169 16.8.4 Survivaltocht 169 Vaardigheidstrainingen 170 16.9.1 Zelfredzaamheidstraining 170 16.9.2 Goldstein-training 174 16.9.3 Antipestprogramma’s 174 16.9.4 Weerbaarheidstrainingen 175

1 11

145


16.10 Cognitieve methodieken 175 16.10.1 Cognitieve gedragstherapie (CGT) 175 16.10.2 Zelfinstructietraining 177 16.10.3 Emotieregulatie 177 16.10.4 Oplossingsgericht werken 178 16.11 Overige methodieken 180 16.11.1 Diëten en voedingsvoorschriften 180 16.11.2 Medicatie 180 16.11.3 Online hulpvormen 181 17 17.1 17.2

17.3

17.4

17.5

17.6

17.7

17.8

Huishoudelijke en verzorgende taken 182 Inleiding 183 Persoonlijke verzorging 183 17.2.1 Zelfredzaamheid 184 17.2.2 De rol van de gespecialiseerd pedagogisch medewerker Zorgbehoefte 184 17.3.1 Psychische behoeften 185 17.3.2 Lichamelijke behoeften 186 17.3.3 Sociale behoeften 186 Ontbrekende vaardigheden bij de doelgroep 187 17.4.1 Begeleiding bieden bij verzorgingsvaardigheden 188 17.4.2 Interventies 190 Ondersteunen bij een psychische zorgbehoefte 190 17.5.1 Stigmatisering 190 17.5.2 Angst en stemmingsproblemen 191 17.5.3 Depressie 193 17.5.4 Eetstoornissen 193 17.5.5 Slaapstoornissen 195 17.5.6 Verslaving 196 Ondersteunen bij lichamelijke zorgbehoefte 196 17.6.1 LVB 197 17.6.2 Spraak- en taalstoornissen 198 Ondersteunen bij een sociale zorgbehoefte 199 17.7.1 Gedragsproblemen 199 17.7.2 Invloed op persoonlijke verzorging 200 17.7.3 Vermoedens van verwaarlozing en mishandeling 200 Verzorgende handelingen 202 17.8.1 Hulp bij epilepsie 202 17.8.2 Blinden en slechtzienden opvangen 203 17.8.3 Doven en slechthorenden opvangen 203 17.8.4 Hulp bij eten en drinken 205 17.8.5 Hulp bieden bij mobiliteitsproblemen 206

1 12

184


17.9

17.10

17.11

17.12

17.13

De rol van interactievaardigheden 206 17.9.1 Sensitieve responsiviteit 206 17.9.2 Autonomie respecteren 207 17.9.3 Praten en uitleggen 207 17.9.4 Ontwikkelingsstimulering 208 Effectief handelen 209 17.10.1 Beginsituatie en doelen 210 17.10.2 Sociaal competentiemodel 210 17.10.3 Kinderziekten 211 17.10.4 Toedienen van medicijnen 212 17.10.5 Informeren van professionals 214 Huishoudelijke taken in de gespecialiseerde opvang 215 17.11.1 Opruimen 215 17.11.2 Schoonmaken 216 17.11.3 Het wassen van textiel 218 Ondersteunen bij huishoudelijke werkzaamheden 219 17.12.1 Ondersteunen van het schoolkind 219 17.12.2 Ondersteunen van de jongere 221 Voeding en voedselveiligheid 225 17.13.1 Voedings- en dieetleer 225 17.13.2 Functie van voeding 226

Begrippen

228

Thema 6

Coördineren en netwerken

18 18.1 18.2

18.3

239

Coördineren 240 Inleiding 241 Communicatie 241 18.2.1 Effectieve communicatie 241 18.2.2 Interne communicatie 244 18.2.3 Personeelsgesprekken 245 18.2.4 Informeren van het management 247 18.2.5 Externe communicatie 247 18.2.6 Sociale media 249 Plannen 251 18.3.1 Het maken van een planning 252 18.3.2 Werkplanning en verdelen werkzaamheden 252 18.3.3 Het maken en bewaken van een plan 253 18.3.4 Incidentele plannen 254 18.3.5 Het plan is er voor jou 254

1 13


18.4

18.5

19 19.1 19.2

19.3

19.4

19.5 19.6

19.7

Begeleiden van medewerkers 255 18.4.1 Soorten begeleiding 255 18.4.2 Belonen en complimenteren 256 18.4.3 Inwerken van een nieuwe collega en procesbewaking 18.4.4 Begeleiden van stagiaires 259 18.4.5 Begeleiden van collega’s 260 18.4.6 Begeleiden van vrijwilligers 260 Leidinggeven 262 18.5.1 Leiderschapsstijlen 262 18.5.2 Effectief en efficiënt leiderschap 264 18.5.3 Leiderschapstechnieken 265 18.5.4 Situationeel leiderschap 266 Netwerken 267 Inleiding 268 Netwerken als werkwoord 268 19.2.1 Operationeel netwerken 268 19.2.2 Persoonlijk netwerken 269 19.2.3 Strategisch netwerken 269 Netwerk als zelfstandig naamwoord 269 19.3.1 Het natuurlijke netwerk 269 19.3.2 Het sociale netwerk 270 19.3.3 Het professionele netwerk 271 19.3.4 Netwerkatlas 272 19.3.5 Redenen om een netwerk aan te leggen 273 De netwerkbijeenkomst 274 19.4.1 Regels op netwerkbijeenkomsten 274 19.4.2 Personal branding 275 19.4.3 LOLKAN 275 19.4.4 Netwerken geen doel op zich 276 De netwerkmaatschappij 277 19.5.1 Netwerkprotocol 277 De sociale kaart 278 19.6.1 Persoonlijke sociale kaart 278 19.6.2 Aanleggen en bijhouden 279 19.6.3 Netwerkatlas en sociale kaart vergeleken 280 Overleg 280 19.7.1 Collegiale consultatie 280 19.7.2 Vergadertechniek 283 19.7.3 Soorten vergaderingen 283 19.7.4 Jouw rol tijdens de vergadering 286

Begrippen

288

1 14

257


Thema 7 20 20.1 20.2 20.3

20.4

20.5 20.6

20.7 20.8

21 21.1 21.2

21.3

Beheer en beleid

293

Beleid ondersteunen 294 Inleiding 295 Doelen en beleid 295 Missie 295 20.3.1 Bestaansrecht 296 20.3.2 Kernactiviteit 296 20.3.3 Betekenis voor cliënten 296 20.3.4 Waarden en normen 296 20.3.5 Kernwaarden 297 Visie 297 20.4.1 Mens- en kindvisie 298 20.4.2 Visies op burgerschapsvorming 298 20.4.3 Pedagogische visies 300 20.4.4 Organisatievisie 303 20.4.5 Toekomstvisie 307 Missie en visie vergeleken 309 De organisatie van de kinderopvang nader bekeken 310 20.6.1 Het bestuur van de organisatie 310 20.6.2 De rol en de taken van de manager 313 20.6.3 Top- en middenmanagement 314 20.6.4 Spanwijdte en omspanningvermogen 315 Organisatiedoelen 315 Beleid 316 20.8.1 Beleidsplan 316 20.8.2 Beleidscyclus 317 20.8.3 Trendwatching 318 20.8.4 Beleid verwoorden 319 20.8.5 Presentatietechnieken 319 Beheertaken 321 Inleiding 322 Financieel beheer 322 21.2.1 Profit- en non-profitorganisaties 323 21.2.2 De financiering van de kinderopvang 323 Budgetten en financiële rapportages 325 21.3.1 Begroting 325 21.3.2 Beginbalans 325 21.3.3 Resultatenrekening 326 21.3.4 Soorten inkomsten en uitgaven 326 21.3.5 Eindbalans 326 21.3.6 Budget 328 21.3.7 Financiële rapportage 329 21.3.8 Slotopmerking 330

1 15


21.4

Logistiek 331 21.4.1 Aanschaf van materialen 331 21.4.2 Veiligheid 333 21.4.3 Milieuvriendelijkheid 333 21.4.4 De leverancier 334 21.4.5 Bestellen 335 21.4.6 Voorraadbeheer 336 21.4.7 Twee aspecten van veiligheid 338 21.4.8 Onderhoud 339

Begrippen

341

Register

343

Illustratieverantwoording

351

1 16


1 17


1 4


1 THEMA

IKC

Kern

voor een IKC is de verbinding van de leefwerelden waarin kinderen opgroeien zoals het gezin, de kinderopvang, school en buurt. Op een IKC is behalve voor basisvakken ook veel aandacht voor de sociaal-emotionele, creatieve, lichamelijke en culturele ontwikkeling van kinderen.

Als gespecialiseerd pedagogisch medewerker kinderopvang denk je misschien in eerste instantie aan een peuterspeelzaal/peuteropvang, kinderdagverblijf of bso. Maar wist je dat je ook op een school aan het werk kunt? Veel scholen werken samen met een kinderopvangorganisatie om bijvoorbeeld de tussenschoolse opvang te regelen.

Talentontwikkeling Hoe kun je kinderen zodanig begeleiden dat je hun talenten zo goed mogelijk tot bloei kan laten komen? Een belangrijke taak daarbij is het stimuleren van een onderzoekende houding bij kinderen waarbij je hun nieuwsgierigheid prikkelt.

Combifunctionaris Een IKC gaat nog een stap verder. Op een IKC werken verschillende organisaties samen, als één team met één pedagogische visie onder één leiding. Het zou dan goed kunnen dat jij op een IKC een combifunctionaris wordt met verschillende taken.

Ontwikkelingsgericht onderwijs Al spelend leren jonge kinderen de wereld kennen, oplossingen bedenken, onderhandelen en emoties verwerken. Als gespecialiseerd pedagogisch medewerker houd jij je bezig met het stimuleren en begeleiden van spel bij kinderen, het creëren van een rijke leeromgeving en het werken met thema’s.

Eenduidige communicatie Binnen het IKC communiceer je met kinderen, ouders, collega’s en externe professionals. Omdat je met verschillende disciplines in één team samenwerkt, is het extra belangrijk dat je eenduidig communiceert. Dat betekent dat de informatie die je overbrengt maar voor één uitleg vatbaar is. Het kan niet zo zijn dat jij andere informatie verstrekt dan het aanspreekpunt.

Activiteiten op een IKC Het IKC zorgt voor een dagelijks aanbod van betekenisvolle, doelgerichte, gezamenlijke en vrije activiteiten. Denk aan het werken aan leertaken, eten tussen de middag, buitenspelen en uitstapjes maken. Je speelt als gespecialiseerd pedagogisch medewerker een belangrijke rol bij de begeleiding van deze activiteiten.

Spelen en leren Kinderen leren niet alleen binnen de muren van een school. Leren gebeurt ook thuis, op straat, in de vrije tijd en tijdens de vakanties. Kenmerkend

1 19


12 Het IKC ‘Oh, zegt haar moeder, ik vond dit vroeger zo spannend. Ik weet het nog goed. Ik kneep mijn moeders hand haast fijn. Toen ik 4 werd, was het een hele stap de allereerste schooldag. Allemaal grote kinderen, mensen die je niet kent, een gebouw dat je niet kent, maar gelukkig wel een heel lieve juf.’ Liselot snapt niet wat haar moeder bedoelt. Ze hangt haar jas en rugtasje op en loopt samen met moeder de klas binnen. Daar ziet ze een bekend gezicht, juf Ellen die haar enthousiast begroet. Liselot kent juf Ellen al een paar jaar. Juf Ellen helpt namelijk ook zo nu en dan bij de kleine kinderen van het kinderdagverblijf. Het kinderdagverblijf, de basisschool en de buitenschoolse opvang zitten hier allemaal in hetzelfde gebouw. Juf Ellen wijst Liselot het stoeltje in de kring aan dat voor haar bestemd is. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘jouw naam staat erop.’ Met haar vingers volgt ze de letters die samen het woord Liselot vormen. Moeder neemt afscheid en zwaait bij de deur nog even naar haar dochter. Om 8:30 uur gaat de bel en begint de eerste schooldag van Liselot met de ochtendkring. Terwijl de kinderen om de beurt vertellen over het weekend, kijkt Liselot de klas rond. Net als op het kinderdagverblijf is er een poppenhoek, een bouwhoek en een leeshoek.

1 20


12

Het IKC

12.1 Inleiding

12.2 Onderwijs en opvang

Liselot is 4 jaar geworden en gaat naar de basisschool. Voor haar moeder was dat vroeger echt een enorme stap, voor Liselot is dat een minder grote stap. Zij gaat namelijk al een paar jaar naar een IKC, een integraal kindcentrum. Daar werken verschillende opvang-, onderwijsen opvoedorganisaties nauw samen. Als pedagogisch medewerker of – in het geval van een IKC als combifunctionaris – speel je daarbij een belangrijke ondersteunende rol. Je vangt kinderen op én begeleidt ze in hun eerste ervaringen met school. Als combifunctionaris ben je dus van alle pedagogische markten thuis. We richten ons in dit hoofdstuk vooral op jouw rol als gespecialiseerd pedagogisch medewerker op de basisschool. Wat je allemaal doet en hoe alles werkt op de kinderopvang en bso, vind je in andere thema’s uitgebreid terug. Het basisonderwijs bereidt kinderen voor op hun plaats later in de maatschappij. Kinderen doen er veel kennis op en ze leren er hoe ze moeten leren. Daarnaast speelt de school een rol bij de opvoeding. Kinderen leren niet alleen thuis normen en waarden, maar ook op school of bij het IKC. Wat kinderen in het primair onderwijs moeten leren, ligt vast. Hoe ze het leren, waar de nadruk op ligt en hoe het IKC met de kinderen omgaat, verschilt. Elk IKC heeft haar eigen uitstraling, zijn eigen identiteit. Als je op een IKC werkt, houd je rekening met die identiteit. Het is belangrijk dat je het gevoel hebt dat je daar past en dat je je kunt vinden in de visie van de organisatie.

De laatste jaren zie je dat onderwijs en opvang steeds vaker samenwerken, soms zelfs door elkaar gaan lopen. Basisscholen zijn bijvoorbeeld verplicht om buitenschoolse opvang te organiseren als ouders dat wensen. Dat hoeft de school niet zelf te doen, ze mogen ook een professionele organisatie inschakelen. Veel scholen bieden ook buitenschoolse activiteiten aan. Denk aan extra lessen, cursussen, sport, excursies. Dat zijn de eerste stappen naar een kindcentrum dat een centrale plek in de wijk is, waar veel meer gebeurt dan alleen lesgeven. Als je straks als gespecialiseerd pedagogisch medewerker gaat werken, is de kans dan ook aanwezig dat je zowel kinderopvangtaken als onderwijstaken krijgt. Je wordt dan bijvoorbeeld ingezet bij: • tussenschoolse opvang; • buitenschoolse opvang; • verlengde schooldag; • zomerschool; • brede school; • IKC. 12.2.1 Tussenschoolse opvang De tussenschoolse opvang (tso) is de opvang van kinderen tussen de middag. Ouders zijn door hun werk vaak niet in de gelegenheid om hun kinderen tussen de middag op te vangen. Ook voor kinderen die ver van school wonen, is het belangrijk dat ze kunnen overblijven. De tso is daarvoor een oplossing. De kinderen nemen meestal zelf drinken en een lunchpakketje mee. Verder krijgen ze de gelegenheid om te spelen en tot rust te komen. De Wet op het primair onderwijs zegt dat de school leerlingen de gelegenheid moet geven om over te blijven in een kindvriendelijke en veilige ruimte. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het overblijven en bepaalt samen met de ouders hoe dit wordt georganiseerd. Tussenschoolse opvang valt niet onder de Wet kinderopvang en ouders krijgen er geen vergoeding voor.

Dit hoofdstuk behandelt de volgende onderwerpen: • onderwijs en opvang; • de doelgroep; • rollen en taken op een IKC; • eenduidige communicatie.

1 21


IKC

De buitenschoolse opvang vangt meestal kinderen op van verschillende scholen. Soms maakt de opvang gebruik van een deel van een schoolgebouw. Vaak is de opvang alleen na schooltijd en tijdens vakanties open, maar soms gaan de kinderen er ook tussen de middag en voor school naartoe.

Als de tso goed is geregeld, kunnen kinderen fris aan het tweede deel van de schooldag beginnen. Ouders hoeven zich geen zorgen te maken en kunnen hun werk doen. Er zijn wel verschillen in hoe basisscholen de tso regelen. Dit varieert van het beschikbaar stellen van een ruimte en begeleiding door ouders tot een uitgewerkte visie op de opvang en uitbesteding aan professionals. Op veel scholen kom je bij de tussenschoolse opvang (ook) vrijwilligers tegen. De kwaliteitseis is wel dat minimaal de helft van de medewerkers van de tso een scholing op het gebied van overblijven moet hebben gevolgd. Daarnaast moeten alle toezichthouders een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kunnen overleggen.

Voorschoolse opvang Voorschoolse opvang (vso) is de opvang van kinderen voordat de school of dagopvang begint. Vooral ouders die erg vroeg naar hun werk of een opleiding moeten, maken gebruik van vso. Pedagogisch medewerkers of combifunctionarissen staan in alle vroegte klaar om samen met de kinderen de dag te beginnen.

Continurooster Op steeds meer scholen, en vooral bij IKC’s, kom je een continurooster tegen. Bij een continurooster gaan de kinderen tussen de middag niet meer naar huis, maar blijven ze op school. Overblijven is dan een onderdeel van het dagarrangement. De overblijftijd is dan vaak korter dan bij traditionele roosters. Een schooldag eindigt ook meestal iets eerder.

Figuur 12.1 Vrij spel bij de voorschoolse opvang

1 Voorbeeld ‘Voor een aantal ouders geldt dat zij van de voorschoolse opvang gebruik willen maken. Vanaf 6:30 uur kunnen de kinderen bij ons op het IKC terecht om samen met de pedagogisch medewerker op een plezierige en ontspannen wijze de dag te beginnen. Wanneer de reguliere opvang of de school begint gaan de kinderen zelf of onder begeleiding van een medewerker naar de groep.’

12.2.2 Buitenschoolse opvang Kinderen van wie de ouders werken of studeren, kunnen buiten schooltijd naar de buitenschoolse opvang (bso). De opvang is geregeld in de Wet kinderopvang. Basisscholen zijn verplicht om de buitenschoolse opvang te organiseren als ouders dat wensen. Ze hoeven de opvang niet zelf aan te bieden, maar kunnen deze uitbesteden aan een professionele organisatie. Gekwalificeerde pedagogisch medewerkers begeleiden de kinderen.

1 22


12

Het IKC

de leerling een extra jaar intensief taalonderwijs voordat het naar het voortgezet onderwijs gaat.

Naschoolse opvang De naschoolse opvang (nso) is de opvang van kinderen na afloop van de school. Als kinderen de hele dag naar school zijn geweest, willen ze daarna graag vrij zijn en leuke dingen doen. De pedagogisch medewerkers vangen hen op in een huiselijke, ontspannen sfeer. Er is tijd voor persoonlijke aandacht en de kinderen kunnen over de belevenissen op school praten. In de nso kunnen kinderen lekker relaxen, maar ook actief bezig zijn. Kinderen moeten niets: zij mogen. Ze kiezen zelf of ze lekker willen relaxen of actief bezig zijn. Dagelijks is er een ruime keuze uit activiteiten op het gebied van natuur & avontuur, sport, cultuur en multimedia. Hoewel de nso vooral vrijetijdsbesteding is, volg je ook hier de ontwikkeling van kinderen nauwkeurig. De medewerkers stemmen de activiteiten regelmatig af met de leerkrachten van de school. De spelactiviteiten en het omgaan met elkaar versterken de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Het programma duurt meestal tot ongeveer 18:00 uur. Dat is het tijdstip waarop de ouders hun kinderen moeten ophalen.

Figuur 12.2 De vsd leert kinderen op een speelse manier samenwerken en hun creativiteit te gebruiken

Verlengde schooldag bij basisschool Het Mozaïek De verlengde schooldag is een project dat onze school bijzonder maakt. Wij geloven er in dat kinderen niet alleen leren met hun hoofd, maar ook met hun handen en hun hart. Daarom worden er na schooltijd projecten op het gebied van sport, cultuur, techniek en wetenschap, ICT en natuur uitgevoerd. Dit levert voor de kinderen extra leermogelijkheden op. Er zijn jaarlijks verschillende projecten voor de middenen bovenbouw. De leiding is steeds in handen van een leerkracht van de school. Hij of zij wordt geholpen door professionals van instellingen, zoals het Centrum voor Natuur en Milieu Educatie, Grote broer kunsteducatie, Sportbedrijf Arnhem of het kunstbedrijf Arnhem. De verlengde schooldag geeft kinderen een schat aan ervaringen. De kinderen zijn vooral praktisch bezig met vaardigheden waar tijdens de lesuren minder tijd voor is. De VSD leert kinderen op een speelse manier samenwerken en hun creativiteit te gebruiken. Ze ontdekken ongekende mogelijk-

12.2.3 Verlengde schooldag De verlengde schooldag (vsd) is niet bedoeld als opvang, maar zorgt er wel voor dat kinderen één of meer dagen per week een uur of enkele uren langer op school zitten. De school bepaalt of dit uren voor of na de reguliere lessen zijn. Scholen zetten de VSD in voor meerbegaafde en hoogbegaafde leerlingen die een extra uitdaging aankunnen (plusklas), voor alle leerlingen in de vorm van keuzeactiviteiten of voor leerlingen met een leerachterstand. In die extra uren werken die leerlingen dan vooral aan taal en rekenen. De vsd is in die opzet een variant op de schakelklas. Een schakelklas is een speciale groep waarin basisschoolleerlingen (in voltijd of deeltijd) intensief taalonderwijs krijgen. Leerlingen die na groep 8 nog met een taalachterstand zitten kunnen terecht in een kopklas. Daarin krijgt

1 23


IKC

heden bij zichzelf, doen veel nieuwe ervaringen op, vergroten hun kennis van de wereld en krijgen meer zelfvertrouwen. Kortom, kinderen leren veel tijdens de VSD.

ook in de zomer naar school. Maar waarom eigenlijk? Het is toch vakantie? Juist daarom! uit onderzoek blijkt dat veel kinderen tijdens de zomervakantie veel minder in aanraking komen met taal. Ze lezen minder. Ze horen minder taal. En dat heeft effect. Veel kinderen die beginnen aan het nieuwe schooljaar zijn tijdens hun vakantie achteruitgegaan in hun taalvaardigheden. Doodzonde! Maar goed nieuws; er kan wat aan gedaan worden. Door veel met taal om te gaan tijdens de vakantie, blijven de vaardigheden op niveau. De Zomerschool helpt hierbij. De Zomerschool helpt ouders en kinderen met het stimuleren van taal tijdens de zomerperiode.

Bron: www.mozaiekarnhem.nl

12.2.4 Zomerschool Een zomerschool biedt gedurende één of meerdere weken in de zomervakantie extra lessen om achterstanden weg te werken of te voorkomen. Zomerscholen zorgen ook voor een nuttige invulling van de zomervakantie en zijn daarmee een (verkapte) vorm van opvang. In de lessen zijn taal en rekenen belangrijk, maar ook andere educatieve activiteiten komen aan bod. Er zijn zomerscholen voor het basisonderwijs en voor het voortgezet onderwijs. Je hebt ook varianten die gebruikt worden als een soort kopklas. De zomerschool bereidt leerlingen uit groep 8 dan voor op de brugklas.

Bron: www.zomerschoolutrecht.nl

12.2.5 Brede school Een brede school bestaat uit verschillende voorzieningen gericht op kinderen en jongeren die samenwerken, bij voorkeur in één gebouw, met de school als middelpunt. De brede school richt zich op onderwijs, opvang en opvoeding. De activiteiten vinden meestal op diverse plaatsen in de wijk plaats. Een brede school staat dan ook voor samenwerking in de wijk met als uitgangspunt kinderen te helpen hun talenten te ontwikkelen. Als het mogelijk is, krijgen de verschillende samenwerkende instanties een eigen ruimte in het gebouw. In nieuwbouwprojecten zitten de school, de buitenschoolse opvang, de bibliotheek en het consultatiebureau bijvoorbeeld onder één dak. Er is een sporthal en diverse instanties hebben in het gebouw een ruimte waar ze spreekuur kunnen houden. Voor ouders is dat gemakkelijk. Ze verliezen geen tijd aan het heen en weer rijden van a naar b. De verschillende voorzieningen zijn op die manier ook extra toegankelijk. Ouders zullen bij opvoedingsvragen gemakkelijker hulp zoeken. Voor de samenwer-

Figuur 12.3 De zomerschool helpt bij het stimuleren van taal en rekenen

Welkom bij de Zomerschool Utrecht De Zomerschool is een nieuw verschijnsel; vooral in de grote steden kunnen kinderen

1 24


12

king is het ook goed. De lijnen zijn kort, je loopt snel even bij iemand naar binnen en je komt elkaar vaker tegen, wat goed is voor het informele contact.

Het IKC

Laterna Magica in AmsterdamIJburg In IJburg werken pedagogisch medewerkers en leerkrachten intensief samen binnen het kindcentrum. Daarvoor zijn ook nieuwe functienamen ingevoerd: de leerkrachten en pedagogisch medewerkers heten hier ochtend- en middagcoaches. De ochtendcoaches werken dagelijks van 8:00 tot 16:30 uur, de middagcoaches komen om 11:30 uur en gaan door tot 18:30 uur. Door deze opzet werken ze altijd een groot aantal uren gezamenlijk in de unit en ontstaat één doorlopende leerlijn. De schooldag begint voor iedere leerling in de eigen stamgroep. Laterna Magica is ingedeeld in meerdere units: 0-3 jaar, 3-8 jaar en 8-12 jaar. Elke unit kent vier stamgroepen met elk een eigen coach. In samenspraak met de eigen coach beslissen kinderen wat hun keuzes zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld kiezen voor een instructie, waarvoor zogenoemde ateliers of clubs zijn ingericht, een workshop of onderzoek/ spel. Een kind gaat dan naar het schrijfatelier, workshopruimte, de keuken, ontdektuin, de hoekenruimte, sportzaal, theater, danszaal of de onderzoeksruimte.

12.2.6 IKC Een IKC is een integraal kindcentrum. Dat is een organisatie waar opvoeding, opvang, onderwijs, ontspanning en ontwikkeling vanuit dezelfde pedagogische visie, binnen één organisatie, onder één leiding en met één team worden aangeboden. Een IKC richt zich op kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar. Een IKC is de hele dag, het hele jaar open. Het grote verschil met een brede school is dat een IKC één organisatie is, terwijl de brede school een samenwerkingsverband is tussen meerdere organisaties. Eén organisatie wil dus ook zeggen één missie, één visie, één pedagogisch beleidsplan en één team. De grenzen tussen onderwijs, kinderopvang en buitenschoolse activiteiten zijn daarmee verdwenen. Dat betekent dus ook dat er sprake is van eenduidige communicatie met ouders.

Bron: www.anderetijdeninonderwijsenopvang.nl

21e-eeuwse vaardigheden Het IKC is volgens velen hét antwoord op de eisen die de 21e eeuw stelt aan opgroeiende kinderen. Kinderen hebben zogeheten 21eeeuwse vaardigheden nodig. Denk aan het kunnen omgaan met digitale media, problemen oplossen, kritisch denken, samenwerken enzovoort. Het IKC kan daarbij een belangrijke rol spelen. Zowel in het opdoen van contacten en het leren omgaan met anderen als in het aanle-

Figuur 12.4 Kinderen geven op het IKC zelf aan waar ze mee bezig willen zijn

1 25


THEORIEBOEK NIVEAU 4

P2-K1-W1 Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind P2-K1-W2 Stelt een (gespecialiseerd)activiteitenprogramma op P2-K1-W3 Ontwikkel (mede) een begeleidingsplan P2-K1-W4 Biedt (gespecialiseerde) opvang P2-K1-W5 Biedt persoonlijke verzorging P2-K1-W6 Draagt zorg voor huishoudelijke werkzaamheden P2-K1_W7 Biedt (specifieke) ontwikkelingsgerichte activiteiten aan P2-K2-W1 Voert coördinerende taken uit P2-K2-W2 Bouwt en onderhoudt een netwerk P2-K2-W3 Voert beleidsondersteunende taken uit P2-K2-W4 Voert beheertaken uit

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- /reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

PW

Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW Deel B

pedagogisch werk

Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW DEEL B

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

TRAJECT WELZIJN

Deze uitgave Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk.

Auteurs: J. de Bas M.C. Baseler A. van Beurden I.F.M. de Jonge R.F.M. van Midde A.C. Verhoef Eindredactie: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

MBO_Traject_PW_GespPedaMede_DeelB_N4_DRUK.indd All Pages

9/06/2021 07:35


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Traject Welzijn PW | Gespecialiseerd pedagogisch medewerker Deel B by ThiemeMeulenhoff - Issuu