Skip to main content

Traject Welzijn | Zorg voor de omgeving

Page 1

PEDAGOGISCH WERK NIVEAU 3 EN 4

Zorg voor de omgeving

Zorg voor de omgeving Untitled-5 1

30/06/2021 15:49 13:06


Untitled-5 2

30/06/2021 15:49

Traject


A&F

MOD ULE ZVO

1

Zorg voor de omgeving

Auteur J.H.M. Jacobs-Laagland Eindredactie R.F.M. van Midde

Untitled-5 Traject V&V3- Zorg voor de omgeving.indb 1

30/06/2021 15:49 10:36


Colofon Auteur

Over ThiemeMeulenhoff

J.H.M. Jacobs-Laagland

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.

Eindredactie R.F.M. van Midde

Met medewerking van N. van Os

Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Fotografie omslag Peter Bak, Rotterdam

ISBN 978 90 06 43341 8 Tweede druk, eerste oplage, 2021 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2021

Omslagontwerp Studio Fraaj, Rotterdam

Vormgeving binnenwerk Studio Michelangela

Opmaak binnenwerk Crius Group, Hulshout

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Untitled-5 Traject V&V4- Zorg voor de omgeving.indb 2

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

Voorwoord Deze uitgave is onderdeel van Traject, dé methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg. Deze uitgave bevat een licentie voor de online leeromgeving. Traject is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. In Traject hebben al deze elementen een plek gekregen en de methode heeft een opzet, onder andere met leerdoelen gekoppeld aan theorie en opdrachten, die aansluit bij actuele manieren van leren en verwerken. Traject bestaat uit: • theorieboeken, inclusief een licentie voor de online leeromgeving; • een online leeromgeving met verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, beroepsvaardigheden, zelftoetsen, evaluatie- en reflectieopdrachten. Traject is modulair opgebouwd. Deze uitgave bestaat uit meerdere modules. Elke module heeft een vaste opbouw. In deze uitgave zijn de volgende onderdelen terug te vinden: • Een korte praktijksituatie met oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren. • Actuele theorie die alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bevat bij de betreffende werkprocessen. De theorie bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. • Begrijp je de theorie; stellingen waarmee de student controleert of zij de theorie voldoende beheerst. • Een begrippenlijst. Bovenstaande onderdelen zijn ook opgenomen in de online leeromgeving. Daarnaast bevat de online leeromgeving bij iedere module de volgende onderdelen: • Een grote variëteit aan verwerkingsopdrachten met directe feedback. • Praktijksituaties. Dit zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. • Beroepsvaardigheden met opdrachten en BPV-opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van verschillende vaardigheden. • Een zelftoets waarmee de student zelfstandig kan beoordelen of zij de stof beheerst. • Een moduletoets die de docent kan inzetten om te beoordelen of de studenten de stof voldoende beheersen. • Door de module heen zijn allerlei evaluatie- en reflectieopdrachten opgenomen. We wensen alle studenten en docenten veel plezier en succes met het werken met Traject. Amersfoort 2021, Auteurs, redactie en uitgever

3

Untitled-5 Traject V&V5- Zorg voor de omgeving.indb 3

30/06/2021 15:49 10:36


Untitled-5 Traject V&V6- Zorg voor de omgeving.indb 4

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

Inhoudsopgave

Module 1

Ruimte en inrichting

7

Je richt een herfsthoek in 8 1 Een functionele en sfeervolle ruimte 12 1.1 Voorbereiding 13 1.2 Praktische inrichting 13 1.3 Kleurgebruik en sfeer 17 1.4 Slaapkamers inrichten 20 1.5 Speciale doelgroepen 20 1.6 Inrichting van de buitenruimte 21 Begrijp je de theorie? 24 2 Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen 25 2.1 Baby's en peuters in de dagopvang 25 2.2 Ruimten voor basisschoolkinderen 30 2.3 Leeromgevingen in het voortgezet onderwijs 34 Begrijp je de theorie? 36 Begrippen 37

Module 2

Spel- en ontwikkelingsmaterialen 39

Buiten spelen bij IKC Het Zandkasteel 40 1 Spel- en ontwikkelingsmaterialen in de reguliere opvang 43 1.1 Ontwikkelingsmaterialen 43 1.2 Spelmaterialen 44 1.3 Spelen en ontwikkelen 44 1.4 Voor- en vroegschoolse educatie 46 1.5 Soorten materialen 47 1.6 Buitenschoolse opvang 50 Begrijp je de theorie? 51 2 Spel- en ontwikkelingsmaterialen op de basisschool en in het vervolgonderwijs 52 2.1 Ontwikkelingsmaterialen voor schoolkinderen 52 2.2 Leermiddelen 53 2.3 Kerndoelen 54 2.4 Ontwikkelingsmaterialen in het vervolgonderwijs 58 Begrijp je de theorie? 59 3 Spel- en ontwikkelingsmaterialen in de gespecialiseerde kinderopvang en het speciaal onderwijs 60 3.1 Materialen in de gespecialiseerde kinderopvang en het speciaal basisonderwijs 61 3.2 Soorten materialen 64 Begrijp je de theorie? 68 Begrippen 69

5

Untitled-5 Traject V&V7- Zorg voor de omgeving.indb 5

30/06/2021 15:49 10:36


ZVO

Module 3

Schoon en ordelijk 71

Ordelijk werken en opruimen bij handvaardigheid 72 1 Een schone en ordelijke omgeving 75 1.1 Opgeruimd, schoon en verzorgd 75 1.2 Samenwerken 77 Begrijp je de theorie? 79 2 Onderhoud van de ruimte en materialen 80 2.1 Schoonmaakprotocol 81 2.2 Schoonmaakfrequentie 81 2.3 Werkplanning 83 2.4 Schoonmaakmethoden 83 2.5 Schoonmaakmaterialen 84 2.6 Ergonomisch en veilig werken 86 2.7 Milieu 87 Begrijp je de theorie? 88 3 Ondersteunen en begeleiden bij een schone en ordelijke omgeving 89 3.1 Kleine kinderen in de kinderopvang 89 3.2 Kinderen op de basisschool 90 3.3 Kinderen met beperkingen 91 3.4 Jongeren 91 Begrijp je de theorie? 93 Begrippen 94

Module 4

Veilig en gezond 95

Veilig op weg naar de bso 96 1 Veiligheid en gevaar 99 1.1 Veilige omgeving 99 1.2 Veilig buitenspelen 104 1.3 Voorkomen van gevaar 107 1.4 Gevaarlijke stoffen 109 1.5 Elektriciteit 109 1.6 Brand 110 1.7 Bedrijfshulpverleners 112 Begrijp je de theorie? 113 2 Hygiënisch en gezond 114 2.1 Hygiëne 114 2.2 Gezond binnenklimaat 115 2.3 Ergonomisch werken 117 Begrijp je de theorie? 118 3 Verantwoordelijkheid voor het milieu 119 3.1 Bewust kopen 119 3.2 Bewust gebruik van materialen 120 Begrijp je de theorie? 122 Begrippen 123

Register

125

6

Untitled-5 Traject V&V8- Zorg voor de omgeving.indb 6

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

ZVO MOD ULE

1

Ruimte en inrichting Een goede inrichting van de verblijfsruimte is belangrijk voor kinderen om er fijn in te spelen en te leren. Dat geldt zowel voor de kinderopvang als op school. Vaak wordt een ruimte, denk aan een klaslokaal of binnenruimte op de groep, voor meerdere activiteiten gebruikt. In deze module leer je hoe je als pedagogisch werker een speel-/leeromgeving functioneel en sfeervol inricht. Aan bod komen de voorbereiding van de inrichting, de praktische indeling, het gebruik van kleuren en het zorgen voor een bepaalde sfeer in de speel-/ leeromgeving. Daarnaast leer je hoe je een ruimte kunt gebruiken om de ontwikkeling van kinderen en jongeren in verschillende leeftijdsgroepen te stimuleren en hoe je rekening houdt met hun behoeftes. Denk bijvoorbeeld aan de motorische ontwikkeling en aan de behoefte aan rust.

Auteur J.H.M. Jacobs-Laagland Eindredactie R.F.M. van Midde

Untitled-5 Traject V&V9- Zorg voor de omgeving.indb 7

30/06/2021 15:49 10:36


ZVO MODULE 1 RuIMTE EN INRICHTING

© Shutterstock / FamVeld

Je richt een herfsthoek in Buiten is het koud. Het waait en er ligt al veel blad op de stoep. Je bent pedagogisch medewerker bij peuteropvang 't kleine Vosje. Je wilt op de groep de herfstsfeer terug laten komen. Daarom ga je met de kinderen naar het bos om materialen te zoeken, zodat je een speciale herfsthoek kunt maken. Je hebt enkele ouders bereid gevonden om mee te gaan. Vandaag is het zo ver. Alle kinderen hebben van huis een mandje of emmertje meegebracht om herfstmaterialen in te kunnen doen. De kinderen zijn enthousiast en beginnen meteen met het rapen van bladeren, eikels, kastanjes, mos en beukennootjes. De vader van Jim pelt tamme kastanjes en beukennootjes. Hij vraagt aan jou of er kinderen met een notenallergie zijn en laat dan de kinderen die dat willen en mogen proeven. De moeder van Lena maakt foto’s van verschillende paddenstoelen. 'Wat een prachtige herfstfoto’s. Die gaan we straks printen en dan op de groep aan de muur hangen’, roep je enthousiast. Het is een geslaagd uitje en tevreden en met goed gevulde mandjes en emmertjes gaan jullie terug naar de peuteropvang. De volgende dag richt je met je collega de ruimte wat anders in om deze in de herfstsfeer te brengen met de materialen uit het bos. In een hoek van de groepsruimte hebben jullie alle bladeren op de grond uitgespreid. De kastanjes en eikels krijgen daarin ook een mooi plaatsje. Je zet ook wat neppaddenstoelen neer die je bewaard had uit de kerststukjes van vorig jaar.

8

Untitled-5 Traject V&V10 - Zorg voor de omgeving.indb 8

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

ORIËNTATIE

1 D E H E R F ST H O E K Je hebt de ruimte van de peuteropvang anders ingericht. Je hebt namelijk een herfsthoek toegevoegd. Beantwoord de vragen over het inrichten van de herfsthoek. 1. Vind jij het een goed idee om een herfsthoek op de peuteropvang in te richten? Licht je antwoord toe.

2. Met welke aandachtspunten zou je rekening houden bij het inrichten van de herfsthoek bij peuteropvang 't kleine Vosje?

2 E E N R U I M T E VO O R P E U T E R S Je bent pedagogisch medewerker bij peuteropvang 't kleine Vosje. Peuters kunnen al meer indrukken verwerken dan baby's, maar zijn natuurlijk nog volop in ontwikkeling. Hoe ziet volgens jullie de perfecte ruimte voor peuters eruit en waar houden jullie rekening mee qua inrichting? Vorm twee- of drietallen en zorg voor een leeg vel papier of een digitaal document waarop jullie kunnen brainstormen. Zet in het midden van het papier of document 'ruimte voor peuters' en omcirkel het. Noteer de antwoorden op de vraag om de cirkel heen. Vergelijk na afloop jullie opdracht met een ander twee- of drietal en vul eventueel aan.

9

Untitled-5 Traject V&V11 - Zorg voor de omgeving.indb 9

30/06/2021 15:49 10:36


ZVO MODULE 1 RuIMTE EN INRICHTING

3 E RVA R I N G E N M E T H E T I N R I C H T E N VA N E E N R U I M T E Je hebt vast zelf ook weleens een ruimte ingericht. Misschien tijdens je werk, bij je leerbedrijf of anders vast weleens in een privésituatie. Denk aan het (her)inrichten van je eigen kamer. Noteer met welke aandachtspunten je rekening hebt gehouden bij het (her)inrichten van jouw ruimte. Bespreek je antwoord na met een medestudent en bedenk samen welke aandachtspunten je ook mee zou nemen als je straks in je werk als pedagogisch werker een ruimte gaat (her)inrichten. Tip: Als je een voorbeeld hebt uit de beroepspraktijk heeft dat de voorkeur boven een voorbeeld uit je privésituatie.

10

Untitled-5 Traject V&V12 - Zorg voor de omgeving.indb 10

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

ORIËNTATIE

4 M O E I L I J K E WO O R D E N I N D E Z E M O D U L E In deze module kunnen woorden voorkomen waarvan je de betekenis nog niet kent. Dit kunnen beroepswoorden of vaktaalwoorden zijn, die je nog nooit eerder hebt gelezen. Zorg ervoor dat je ze begrijpt en kunt gebruiken in de module. Als je de woorden begrijpt, is het gemakkelijker om opdrachten in deze module te maken. Noteer tijdens het lezen van de theorie de woorden die je niet begrijpt. Geef van elk woord de betekenis en een voorbeeldzin. Woord

Betekenis

Voorbeeldzin

Tip: In de begrippenlijst van deze module vind je alvast een selectie van vaktaalwoorden die met deze module te maken hebben. 11

Untitled-5 Traject V&V13 - Zorg voor de omgeving.indb 11

30/06/2021 15:49 10:36


1

ZVO MODULE 1 RuIMTE EN INRICHTING

Een functionele en sfeervolle ruimte 1 LEERDOELEN

• • • • • •

Je kunt uitleggen met welke aandachtspunten je rekening houdt bij de voorbereiding van het inrichten of veranderen van een ruimte. Je kunt toelichten hoe je een ruimte praktisch inricht. Je kunt toelichten welke aandachtspunten er zijn op het gebied van kleurgebruik en sfeer bij het inrichten van een ruimte. Je kunt uitleggen waar je rekening mee houdt bij de inrichting van de slaapruimte op een kinderdagverblijf. Je kunt toelichten met welke aandachtspunten je rekening houdt bij de inrichting van een ruimte waar kinderen met een beperking, rolstoelgebruikers en kinderen met een allergie gebruik van maken. Je kunt toelichten welke aandachtspunten er zijn bij het inrichten van een buitenruimte.

Door de juiste keuzes te maken, kun je van elke ruimte een fijne plek maken om te werken met kinderen of jongeren. Voordat je gaat beginnen met het inrichten van de ruimte denk je na over de functie van de ruimte en de doelgroep. Ook bekijk je met welke randvoorwaarden je te maken hebt, zoals het budget en de grootte van de ruimte. In een ruimte vinden vaak verschillende activiteiten plaats, daarom is een praktische inrichting belangrijk. Maar natuurlijk wil je ook dat de ruimte een sfeer uitstraalt die past bij de doelgroep. Met kleurgebruik en accessoires kun je veel bereiken. In de kinderopvang slapen de jonge kinderen ook. Je wilt dat de kinderen zich veilig en vertrouwd voelen in de slaapruimte. Speciale doelgroepen, zoals kinderen in een rolstoel of kinderen met een allergie, stellen weer andere eisen aan de inrichting van een ruimte. Van de buitenruimte kun je met weinig middelen een avontuurlijke en uitdagende plek maken voor kinderen. Het is belangrijk dat ze lekker kunnen bewegen, maar de buitenruimte moet ook veilig zijn. Je kunt daar met een goede inrichting voor zorgen.

12

Untitled-5 Traject V&V14 - Zorg voor de omgeving.indb 12

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

EEN FuNCTIONELE EN SFEERVOLLE RuIMTE

1.1

Voorbereiding

1

herinrichting ga je de meubels bijvoorbeeld op een andere manier in de ruimte zetten. Misschien mag je de muur in een andere kleur verven? Als je een ruimte helemaal opnieuw mag inrichten en aankleden, dan heb je met hele andere keuzes te maken. Wat komt er op de vloer? Welke kleur gordijnen komen er? Welke meubels ga je aanschaffen? Bij alle keuzes die je samen met je collega's maakt, is het belangrijk dat de inrichting praktisch is, zodat de gebruikers en jij er prettig in kunnen spelen, leren en werken.

Als je een ruimte wilt inrichten of veranderen, begin je met het stellen van vragen zoals: wie maken er gebruik van de ruimte? Wat zijn activiteiten die er plaatsvinden? Functie en doelgroep De functie van de ruimte en de doelgroep zijn bepalend bij het inrichten van een ruimte. Een klas op de basisschool of in het beroepsonderwijs, richt je anders in dan een peuteropvang of de ruimte voor de buitenschoolse opvang. Je houdt rekening met de smaak en voorkeur van iedereen die de ruimte gebruikt. Je houdt ook rekening met de leeftijd en de achtergrond van de gebruikers. En met het aantal kinderen dat tegelijkertijd van de ruimte gebruikmaakt. Het kan voorkomen dat verschillende gebruikersgroepen dezelfde ruimte gebruiken. We spreken dan van een multifunctionele ruimte. Dat wil zeggen: geschikt voor meerdere doeleinden. Denk hierbij aan de ruimte in een sociaal-cultureel centrum die 's morgens als peuteropvang wordt gebruikt, 's middags als buitenschoolse opvang en 's avonds voor de bingoavond of kaartavond van de buurtbewoners. Bij de inrichting let je erop dat je de ruimte zonder al te veel inspanning kunt aanpassen aan de gebruikersgroep.

Plattegrond tekenen Van de ruimte die je gaat inrichten, kun je een plattegrond tekenen of je maakt gebruik van de bouwtekening als die er is. Op de plattegrond geef je nauwkeurig aan wat de afmetingen zijn, waar deuren en ramen zitten en wat de draairichting van deze deuren en ramen is. Dat laatste is belangrijk bij het plaatsen van de meubels. Praktische zaken teken je ook in, zoals de aansluiting water en de plaats van stopcontacten. Meubels die een vaste plek hebben, teken je ook op de plattegrond in. De ligging ten opzichte van andere ruimten kan belangrijk zijn. Waar is bijvoorbeeld het toilet, de keuken of de natte ruimte? Is er een gang die je bij de leefruimte kunt betrekken of een ruimte buiten? Het is ook handig om in de tekening te zetten waar het zuiden is. Dan weet je hoe de lichtinval is. Een plattegrond kun je het best met potlood op ruitjespapier tekenen. Je maakt de tekening op schaal. Een schaal van 1:100 wil zeggen dat 1 cm op papier in werkelijkheid 100 cm is. Als je het nog duidelijker wilt maken, kies je voor een schaal van 1:25 of 1:10. Je kunt natuurlijk ook gebruikmaken van een computerprogramma om een plattegrond te maken. Je kunt ook een maquette maken als hulpmiddel om de ruimte opnieuw in te richten. Een maquette geeft een extra goed idee van hoe de ruimte eruit komt te zien. Je kunt meubels uit piepschuim snijden of karton, kurk of hout en in de maquette plaatsen.

Randvoorwaarden Als je gaat nadenken over de (her)inrichting van een ruimte heb je altijd te maken met randvoorwaarden. Voorbeelden van randvoorwaarden zijn: • de grootte van de ruimte, je kunt een plattegrond maken met de afmetingen van de ruimte; • vaste elementen in de ruimte, zoals wasbakken of tussenmuurtjes; • beschikbare meubels en accessoires zoals vloerkleden en schilderijen; • beschikbaar budget om te besteden aan de (her)inrichting. Er is natuurlijk een verschil tussen het herinrichten van een ruimte en het helemaal opnieuw aankleden en inrichten van een ruimte. Bij de 13

Untitled-5 Traject V&V15 - Zorg voor de omgeving.indb 13

30/06/2021 15:49 10:36


1

ZVO MODULE 1 RuIMTE EN INRICHTING

moet tegen een stootje kunnen. Ook moet het meubilair gemakkelijk schoon te maken zijn en lang meegaan. Er zijn op de doelgroep afgestemde en duurzame meubels te koop. Je kunt kijken in winkels, catalogussen en op internet. Het is ook leuk om eens naar de onderwijsbeurs (NOT) te gaan om ideeën op te doen.

Figuur 1.1 Plattegrond © Tiekstramedia

1.2

Praktische inrichting

In een praktisch ingerichte ruimte kunnen de kinderen fijn spelen en leren. Een voorbeeld: als je ergens een stoel neerzet, dan moet de gebruiker voldoende beenruimte hebben. Bij de keuze van meubels en materialen let je er dus op of ze praktisch zijn in gebruik. Een hoogpolig tapijt geeft sfeer, maar is voor een kinderdagverblijf niet functioneel. Daar kies je voor een gladde vloer. Bedenk bij de keuze van meubels of je ze echt nodig hebt. Hoeveel stoelen gebruik je dagelijks? Als je een keer meer stoelen nodig hebt, kun je gebruikmaken van klapstoelen of je schuift stoelen aan die normaal op een andere plek staan. De grootte van de meubels speelt ook een rol. In een grote toonzaal merk je niet hoeveel ruimte een bank inneemt. Neem daarom de maat en bekijk op een plattegrond of die wel past in de ruimte. Het meubilair in een school, een kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang wordt intensief gebruikt. Dat betekent dat er hoge eisen worden gesteld aan de kwaliteit ervan. Praktisch meubilair

Figuur 1.2 Plattegrond in 3D © Tiekstramedia

1.2.1 Meubels op een logische plek Zet de meubels op een logische plek in de ruimte. Het is bijvoorbeeld logisch om de eethoek in de buurt van de keuken te plaatsen. Een kast met serviesgoed plaats je in de buurt van de afwasmachine, het aanrecht en de eettafel. Creatieve materialen staan in een kast vlakbij de tafel waaraan kinderen werken. Let ook op de afstand tussen meubels. Tussen tafel en muur/kast houd je 100 cm ruimte voor de stoelen, zodat je die gemakkelijk achteruit kunt schuiven. Bij het aanrecht houd je minimaal 120 cm bewegingsruimte vrij en voor een bank is minimaal 60 cm vrije beenruimte nodig. Bij kasten houd je rekening met deuren en laden die open moeten kunnen. Maak in een kleine ruimte gebruik van nissen of van een wandkast.

14

Untitled-5 Traject V&V16 - Zorg voor de omgeving.indb 14

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

EEN FuNCTIONELE EN SFEERVOLLE RuIMTE

1

ruimte licht. Achter een bank kun je een lage kast of een lage tafel plaatsen. Door een vloerkleed neer te leggen, maak je ook een aparte plek.

1.2.3 Een gevoel van ruimte creëren Een ruimte waar alles dicht op elkaar staat, geeft een benauwd gevoel. Je kunt je opgesloten voelen en het kan onrust onder de gebruikers veroorzaken. Ook het aantal meubels en de plaats waar ze staan, heeft invloed op de sfeer. Je kunt de inrichting op verschillende manieren verbeteren. Bedenk of je alle meubels wel echt nodig hebt. Misschien is het mogelijk om meubels weg te doen? Denk vervolgens na over een goede opstelling.

Figuur 1.3 Meubels op een logische plek © Getty Images / Beau Lark

Looproutes Als je een ruimte gaat inrichten is het handig om op de plattegrond de looproutes in te tekenen. Is de looplijn van de ene plek naar de andere logisch? Is er kans dat je anderen hindert als je van de ene plek naar de andere plek loopt? Houd ook rekening met de schoonmakers. Informeer wat zij belangrijk vinden. Ze hebben vaak maar weinig tijd om een ruimte schoon te maken en zullen de voorkeur geven aan een praktische inrichting met weinig losse spulletjes. Het is niet goed voor hun rug als ze zich in allerlei bochten moeten wringen om ergens bij te kunnen. Lastige hoekjes zullen daarom vaker worden overgeslagen.

Rust en ruimte Met de kleur van de meubels kun je voor rust en ruimte zorgen. Neutrale natuurtinten geven rust en hebben een ruimtelijk effect. Je kunt ook een gevoel van ruimte creëren door vrij zicht te geven op ramen. 'Buiten' wordt zo gevoelsmatig een onderdeel van 'binnen'. Je kunt dit beeld versterken door de aangrenzende buitenruimte dezelfde sfeer te geven als de binnenruimte. Als je terrastegels in dezelfde kleur kiest als de vloer in de binnenruimte, dan lijkt het net alsof beide ruimtes in elkaar overlopen. Dat geeft een ruim gevoel. Verschillende ruimten kun je groter maken door ze met elkaar te verbinden, bijvoorbeeld door de deur eruit te halen. Je kunt ook met een schuifwand werken. Dan ben je flexibel in de keuze: gesloten of open.

1.2.2 Aparte hoeken maken In het pedagogisch werk en in het onderwijs, vinden in dezelfde ruimte vaak tegelijkertijd verschillende activiteiten plaats. Het is belangrijk dat de activiteiten elkaar niet storen. Bij de (her)inrichting van de ruimte kun je bijvoorbeeld in hoeken denken. Elke hoek heeft een eigen functie en eigen sfeer. In de tv-hoek kun je tv kijken zonder dat anderen daar last van hebben, in de bouwhoek kun je bouwen zonder het risico te lopen dat je bouwwerk per ongeluk wordt omgegooid. Een hoek hoef je niet letterlijk te nemen. In een grote ruimte kun je ook halverwege een muur een afscheiding maken, zodat er twee ruimtes ontstaan. Je kunt bijvoorbeeld een bank, een lage open kast of een lage tafel dwars tegen de muur plaatsen. Als je met lage meubels werkt, dan blijft de

1.2.4 Gebruikers betrekken bij de inrichting Als professional kun je goed beoordelen hoe je een ruimte passend bij de doelgroep kunt inrichten, maar laat de 'gebruikers' ook zelf meedenken. Kinderen en jongeren die mee mogen denken over de inrichting van een ruimte, voelen zich meer betrokken bij de zorg en het beheer ervan. Als jongeren voor de overblijfruimte op school bijvoorbeeld zelf een bank mogen uitzoeken, zul15

Untitled-5 Traject V&V17 - Zorg voor de omgeving.indb 15

30/06/2021 15:49 10:36


1

ZVO MODULE 1 RuIMTE EN INRICHTING

len ze er meestal zorgvuldiger mee omgaan dan wanneer de bank simpelweg is neergezet. Nu is het immers hun bank. Je kunt op verschillende manieren de wensen van de doelgroep inventariseren. Houd je ogen en oren open. Dan weet je wat er leeft bij de kinderen, waar ze enthousiast over zijn of waar ze een hekel aan hebben. Je kunt ook in gesprekken met de hele groep of in kleine groepjes naar wensen vragen. Wat je ook kunt doen is een enquête houden of een ideeënbus plaatsen. Kinderen hun wensen laten tekenen is ook nog een mogelijkheid. Maak wel duidelijk hoe je de wensen en ideeën gaat gebruiken. Dat voorkomt teleurstelling achteraf. Niet iedere wens kan in vervulling gaan.

indeling zorgt ervoor dat alles netjes op een vaste plek opgeborgen kan worden. Opbergmeubels stem je af op wat erin moet worden opgeborgen. Als de kasten niet geschikt zijn, levert dit elke keer dat je in de kast moet zijn ergernis op. Oriënteer je goed op de mogelijkheden. Er is een ruim aanbod aan verschillende meubels. Voor speelgoed kies je lage, deels open kasten. Laden zijn handig om kleine spulletjes in op te bergen. Materialen die voor jou en je collega's bestemd zijn, berg je op in hogere, gesloten kasten. Persoonlijke spulletjes van de kinderen in de opvang, berg je op in een eigen laatje, een doos of een mandje. Zo blijft de indeling overzichtelijk. Let er ook op dat je materialen die je vaak nodig hebt niet op de onderste plank zet. Het is natuurlijk ook niet handig als je telkens een krukje moet pakken wanneer je iets nodig hebt.

Figuur 1.4 Jongeren kiezen graag een eigen plekje om te

zitten Figuur 1.5 Persoonlijke spulletjes van de kinderen berg

1.2.5 Opbergmeubels

je op in mandjes met hun naam erop © ANPfoto / Sabine

Een ruimte ziet er overzichtelijk uit als de materialen opgeborgen zijn in afgesloten kasten. Voor de peuteropvang en de buitenschoolse opvang kun je daarvoor het beste kasten met schuifdeurtjes kiezen. Dan kunnen de kinderen gemakkelijk zelf hun spullen pakken. Op een peuteropvang is het belangrijk dat er voldoende kasten op peuterhoogte zijn. Kasten voor kinderen op de buitenschoolse opvang mogen hoger zijn. Zorg voor voldoende kastruimte op de plek waar je de spullen nodig hebt. Er zijn allerlei handige en functionele opbergmeubels met laatjes, een handige vakindeling, plankjes en bakjes. Een slimme

Joosten

Kast als afscheidingswand Kasten zet je niet alleen tegen de muur. Een kast is prima te gebruiken als afscheidingswand om hoeken te creëren. De achterkant van de kast is daarom ook belangrijk. Die moet er niet alleen netjes uitzien, het is ook handig als je die functioneel kunt gebruiken. Je kunt er bijvoorbeeld een schoolbord of prikbord op hangen. Een kast die los in de ruimte staat en die je als afscheiding gebruikt, moet natuurlijk wel stabiel staan. Als een kind er iets uitpakt, mag er geen gevaar bestaan dat de kast omvalt.

16

Untitled-5 Traject V&V18 - Zorg voor de omgeving.indb 16

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

EEN FuNCTIONELE EN SFEERVOLLE RuIMTE

1.2.6 Inrichten van een werkplek

1

werkplek. In aanschaf is het duurder, maar de werkgever bespaart er wel ziektekosten mee. Een in hoogte verstelbare stoel of kruk zorgt ook voor een goede werkhouding. In de kinderopvang mogen leidsters niet werken aan lage tafels of op lage stoeltjes. Er zijn verschillende oplossingen voor gevonden om kinderen veilig aan een hoge tafel te laten zitten.

Bij de inrichting van een werkplek let je erop dat je gemakkelijk en veilig kunt werken. Of het nu om een keukenblok gaat, een commode, een bureau, een handvaardigheidshoek of speelhoek, de richtlijnen hiervoor lijken op elkaar. Zorg ervoor dat je niet meer hoeft te lopen dan nodig is en niet onnodig ver hoeft te reiken. Zorg voor een logische indeling van de werkplek.

1.3

Tip: Ga voor jezelf na welke handeling je regelmatig uitvoert en welke materialen je vaak nodig hebt. Kijk dan hoe je die materialen een goede plaats kunt geven.

Kleurgebruik en sfeer

Kleuren hebben een grote invloed op de sfeer die een ruimte uitstraalt. Kleuren geven een bepaald karakter aan een ruimte. Door slim kleurgebruik kun je een ruimte groter of kleiner laten lijken. Met kleuren kun je een warme, rustige of juist een actieve sfeer scheppen. Bij de keuze van kleuren houd je rekening met: • de persoonlijke smaak van de doelgroep; • de functie die de ruimte heeft; • de lichtinval; • de kleuren van elementen die in de ruimte blijven staan.

De juiste werkhoogte Let op de juiste werkhoogte. In een keuken moet je bijvoorbeeld met je hand de bodem van de spoelbak kunnen aanraken, zonder voorover te buigen. Een oven of magnetron kunnen het best op een hoogte van 100 tot 140 centimeter staan. Hete spullen haal je er dan horizontaal uit, je hoeft een hete schaal of bakplaat niet op te tillen of te laten zakken. De hoogte van 100 tot 140 cm is hoog genoeg om te voorkomen dat kleine kinderen er gemakkelijk bij kunnen komen. Bij een commode zorg je dat alle benodigdheden binnen handbereik liggen, zonder dat je hoeft te bukken. Je hebt dan altijd één arm om het kind vast te houden. Een in hoogte verstelbaar werkvlak is ideaal, omdat mensen met een verschillende lichaamslengte gebruikmaken van dezelfde

1.3.1 Muren en plafond De muren en het plafond beslaan een groot oppervlak in de ruimte. De kleur ervan is dus erg bepalend voor de sfeer. Je kunt het beste kiezen voor lichte tinten voor op de muren en het plafond. De ruimte lijkt daardoor groter. Donkere kleuren maken een ruimte al snel somber en komen op je af. Bovendien passen lichte, neutrale tinten gemakkelijker bij de rest van de inrichting. Licht wil niet zeggen dat de muren en het plafond helemaal wit moeten zijn. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor zachtgeel of roomwit. In een lichte ruimte op het zuiden kun je voor de muren en het plafond kiezen voor koele tinten, bijvoorbeeld lichtblauw of lichtgrijs. Je kunt ook experimenteren met wat gewaagdere kleuren. Maar beperk je dan bij voorkeur tot één wand. Een donkere ruimte op het noorden lijkt warmer en lichter als muren en plafond zachtgeel of roomwit zijn.

Figuur 1.6 Alle benodigdheden binnen handbereik © ANPfoto / Peter Hilz

17

Untitled-5 Traject V&V19 - Zorg voor de omgeving.indb 17

30/06/2021 15:49 10:36


1

ZVO MODULE 1 RuIMTE EN INRICHTING

Figuur 1.9 © Tiekstramedia

Figuur 1.7 Ruimte en inrichting © Roel Seidell

Figuur 1.10 © Tiekstramedia

Optische truc Je kunt optische trucs uithalen door de muur net een tikkeltje donkerder of lichter te maken dan het plafond. Als je een ruimte met hoge plafonds lager wilt laten lijken, verf je een strook (van ongeveer 30 cm) aan de bovenkant van de muur mee in de kleur van het plafond. Omgekeerd lijkt een ruimte hoger als het plafond een lichtere tint heeft. Je kunt dit effect versterken door de kleur van de muur een klein stukje door te laten lopen in het plafond. De illustraties laten zien wat voor effect deze trucs kunnen hebben.

Figuur 1.11 © Tiekstramedia

1.3.2 De vloer De kleur en het materiaal van de vloerbedekking hebben effect op de sfeer. Met een lichte natuurtint loop je het minste risico. Die past overal bij. Je voorkomt ermee dat de vloer te bepalend wordt voor de sfeer die een ruimte uitstraalt. Tapijt heeft een warmere uitstraling dan linoleum of tegels, maar is minder gemakkelijk schoon te houden dan een gladde vloer. Als er toch een gladde vloer komt in de ruimte waar jij werkt, dan kun je met de kleur toch een bepaalde sfeer creëren. Linoleum is bijvoorbeeld in heel veel kleuren leverbaar.

Figuur 1.8 © Tiekstramedia

18

Untitled-5 Traject V&V20 - Zorg voor de omgeving.indb 18

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

EEN FuNCTIONELE EN SFEERVOLLE RuIMTE

1.3.3 Gordijnen

1

eenvoud komen de dingen het meest tot hun recht. Denk erover na hoe je wanddecoraties het best kunt bevestigen. Als je posters op de muren hangt met punaises of plakband, beschadig je de muur of ontstaan er lelijke plekken. Informeer of hier voorschriften voor bestaan en sla niet zomaar een spijker in de muur. Probeer je ook met de keuze voor accessoires, zoals kussentjes op de bank of planten, te verplaatsen in de belevingswereld van de doelgroep.

Gordijnen hebben verschillende functies: • ze zijn decoratief; • ze filteren fel zonlicht; • ze voorkomen inkijk; • ze voorkomen dat je, als het donker is, in een donker gat kijkt; • ze dempen geluid; • ze houden de kou tegen; • je kunt er een ruimte mee verduisteren. Met gordijnen geef je sfeer aan een ruimte door de kleur en materiaalkeuze. Laat je bij de keuze van het materiaal op de eerste plaats leiden door de functie. Let bij de keuze ook op de mate waarin gordijnen stof vasthouden.

Iedereen voelt zich thuis In de kinderopvang en in het onderwijs werk je met mensen die verschillen in culturele achtergrond. Bij de inrichting houd je daar rekening mee. Iedereen moet zich er thuis kunnen voelen. Je kunt met foto's, kunst en gebruiksvoorwerpen veel verschillende culturen samen laten komen, zonder dat het een rommeltje in de ruimte wordt.

Jaloezieën Nogal wat kinderen en jongeren blijken allergisch voor stof te zijn. Vaak wordt om die reden gekozen voor verticale of horizontale jaloezieën of voor rolgordijnen. Jaloezieën hebben een wat koelere uitstraling, maar het voordeel is dat je het licht dat ze doorlaten kunt regelen. Daarnaast zijn jaloezieën praktisch in het gebruik omdat ze glad zijn, je kunt ze dus goed schoonhouden. Bovendien kun je kiezen uit verschillende kleuren, zodat je er toch de sfeer mee kunt beïnvloeden.

1.3.5 Verlichting Goede verlichting is belangrijk. 's Avonds is die erg bepalend voor de sfeer in een ruimte. Met een juiste verlichting kun je een ruimte levendiger maken en ruimer. Je hebt de basisverlichting in de ruimte, maar je kunt ook voor sfeerverlichting zorgen door bijvoorbeeld een extra lamp in de hoek van de ruimte te plaatsen. Directe verlichting geeft direct licht op een object, bijvoorbeeld een werkblad of een kunstvoorwerp. Verlichting die weerkaatst via het plafond of de muur, is indirect. Dit soort verlichting is niet fel en daardoor geschikt als sfeerverlichting. Ook de kleur en de sterkte van het licht spelen een rol. Je kunt lampen kiezen in verschillende tinten. Met een dimmer kun je de hoeveelheid licht afstemmen op de sfeer die je wilt oproepen: sterker licht als er gewerkt wordt en gedimd licht als er ontspannen met elkaar gekletst wordt.

1.3.4 Accessoires Met de aankleding van de muren kun je een heel eigen sfeer scheppen. In een klaslokaal of een kantoor is een deel van wat aan de muren hangt functioneel. Denk aan een digibord, een verfbord, een planbord of kalender. Met wanddecoraties als tekeningen, schilderijen, affiches en foto's, kun je de ruimte de sfeer geven die past bij de doelgroep. Hoewel je de eigen smaak niet helemaal kunt uitschakelen, kan die op je werk niet de boventoon voeren. Spreken de posters, foto's en affiches of schilderijen de doelgroep aan? Passen ze bij hun leeftijd en sociaal-culturele achtergrond? Hangen ze op de juiste hoogte? Let erop dat de muren niet te vol hangen. Dat kan de omgeving erg onrustig maken. Juist in de

Een lichtplan Maak een lichtplan en teken op de plattegrond waar je welke soort licht wilt hebben. Houd daarbij rekening met contactpunten, zodat je niet te veel last hebt van lange snoeren. Vraag eventueel advies in een goede verlichtingszaak. 19

Untitled-5 Traject V&V21 - Zorg voor de omgeving.indb 19

30/06/2021 15:49 10:36


1

1.4

ZVO MODULE 1 RuIMTE EN INRICHTING

Slaapkamers inrichten

1.5

In een kinderdagverblijf spelen kinderen niet alleen, ze slapen er ook. De slaapkamers zijn meestal klein. Er is precies genoeg ruimte voor de bedjes. Om te voorkomen dat kinderen wakker worden van elkaar, is het plezierig als er meerdere kamers zijn voor een groep. Kies voor rustige kleuren en gedempt licht. Als er genoeg ruimte is, dan is het erg handig om er een gemakkelijke (schommel)stoel te plaatsen. Je kunt die gebruiken om een baby rustig te voeden of een kind op schoot te nemen dat zich ongelukkig voelt alleen in zijn bedje.

Speciale doelgroepen

Kinderen met een beperking Er zijn kinderen die het beste functioneren als er niet te veel prikkels zijn. Voor hen maak je een prikkelarme ruimte, daarin zijn de prikkels voor het kind of de jongere minimaal. Alle aanwezige prikkels zijn zorgvuldig geselecteerd en gedoseerd. Voor kinderen en jongeren met een ernstig verstandelijke beperking kun je een snoezelruimte inrichten. In een snoezelruimte wordt het gebruik van de zintuigen gestimuleerd. Het is een rustige, sfeervolle ruimte, waarin je zintuiglijke prikkels selectief aanbiedt.

Een veilige plek om te slapen Voor bedden is er keuze uit vele soorten, maten en vormen. Er zijn stapelbedden, maar ook bedden waar kinderen zelf in en uit kunnen klimmen. De bedden zijn vanzelfsprekend veilig voor de kinderen, maar ook veilig voor de rug van de pedagogisch medewerkers. Het beddengoed voldoet aan de veiligheidseisen en is gemakkelijk te verschonen. Voor de kinderen is het fijn als ze altijd in hetzelfde bed slapen. Een apart kleurtje, een kleurige afbeelding, een eigen kinderdagverblijfknuffel of een tekening boven het bed zorgen ervoor dat het kind zijn eigen bed herkent. Elk bed heeft zo iets eigens.

Figuur 1.13 Snoezelruimte

Rekening houden met rolstoelgebruikers In een omgeving voor kinderen met beperkingen, houd je rekening met toegankelijkheid van de ruimte voor rolstoelen en andere hulpmiddelen. Je houdt daar bij de inrichting direct rekening mee. Rolstoelgebruikers Een ruimte die volledig is ingericht op rolstoelgebruikers heeft de volgende kenmerken: • er is extra bewegingsruimte; • gangen en deuropeningen zijn breed genoeg (minimaal 1 meter respectievelijk 75 centimeter) en zijn obstakelvrij; • er zijn geen drempels; • knoppen en schakelaars zitten op 90 tot 120 centimeter hoogte; • de vloerbedekking is glad en slijtvast; • er is een mogelijkheid om de rolstoel onder tafelbladen te rijden; • er is een aangepast rolstoeltoilet.

Figuur 1.12 Een eigen plekje © Mirador media / Anke Gielen

20

Untitled-5 Traject V&V22 - Zorg voor de omgeving.indb 20

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

EEN FuNCTIONELE EN SFEERVOLLE RuIMTE

Kinderen met een allergie Er kunnen ook andere beperkingen in het spel zijn. Sommige kinderen worden in hun mogelijkheden beperkt door een allergie. Dit is een overgevoeligheid van het lichaam voor bepaalde stoffen. Of ze lijden aan een vorm van astma. Dit is een longaandoening met aanvallen van benauwdheid en kortademigheid, veroorzaakt door vernauwing van de kleinere luchtwegen. Let er daarom bij de inrichting van de ruimte op dat deze goed schoon te houden is. Als je schoonmaakt doe je dat op een manier waardoor er weinig stof opdwarrelt. Huisdieren zijn geen goed idee, alleen vissen zullen voor niemand problemen opleveren. Let er bij de keuze van planten op dat ze geen allergische reactie kunnen oproepen. Meer informatie hierover vind je op de website van het astmafonds.

1.6

1

Gras Naast een betegeld gedeelte is er gras, het liefst met een heuveltje. Gras is lekker zacht en het is fijn om de grassprietjes te voelen en te proeven. Kinderen kunnen er lekker op liggen, stoeien, madeliefjes plukken, in een opblaasbadje spelen en de hele kleintjes kunnen er op een kleed liggen. Paadjes en struiken Spannende paadjes in verschillende soorten bestrating of van boomsnippers, leiden naar de verschillende speelplekken. Lage struiken rond de schommels voorkomen dat kinderen rakelings langs een schommelend kind rennen of fietsen. Zandbak en water De zandbak kun je een aparte vorm geven of in meerdere stukken verdelen. Via het pad ertussen ontstaat zo op een natuurlijke manier contact tussen de spelers in de zandbak en de fietsers. Dat kan leiden tot allerlei fantasiespelletjes. Water maakt het spel compleet. Dat kan gewoon uit de kraan komen, maar ook uit een, op de kraan aangesloten, stelsel van buizen.

Inrichting van de buitenruimte

Buiten spelen en sporten is goed voor de gezondheid en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Het weer is geen excuus om kinderen binnen te houden. Je kunt ze erop kleden. De buitenlucht is gezond en kinderen hebben buiten volop de ruimte om te bewegen, te klimmen, te rennen en te fietsen. Buiten zijn kinderen ook intensief met elkaar bezig. Zo worden ze sociaal vaardig. In een spannend ingerichte buitenruimte valt veel te ontdekken. Als er bomen, struiken en planten in staan komen ze in aanraking met de natuur. Ze leren spelenderwijs om respectvol met de natuur om te gaan. Alle reden dus om de buitenruimte serieus te nemen.

Bloemen en planten In de bloementuin bloeien alle soorten bloemen. Kinderen kunnen eraan ruiken, de vlinders en insecten bekijken die erop afkomen en een mooi boeketje maken voor in een vaasje. In de moestuin zien de kinderen hoe radijsjes, aardbeien, worteltjes en kruiden groeien. En tijdens de lunch proeven ze van de oogst.

1.6.2 Rekening houden met de seizoenen Als het nat is Het is plezierig als kinderen in elk seizoen een zo groot mogelijk deel van de buitenruimte kunnen gebruiken. Dat kan als er bij elk weertype een prettige plek is om te spelen. De ondergrond is zo gekozen dat het bij zonnig, droog weer en bij nat, koud weer prettig is om buiten te spelen. Een goede drainage voorkomt dat kinderen in een natte periode alleen een modderpoel buiten

1.6.1 Zones Je kunt de buitenruimte indelen in zones met elk een eigen sfeer. Dat nodigt uit tot verschillende spelvormen. Het is mogelijk om met weinig middelen een spannende buitenruimte te maken voor de kinderen.

21

Untitled-5 Traject V&V23 - Zorg voor de omgeving.indb 21

30/06/2021 15:49 10:36


1

ZVO MODULE 1 RuIMTE EN INRICHTING

aantreffen. Drainage zorgt ervoor dat het water gemakkelijk in de grond zakt en niet in een plas blijft staan.

Checklist buitenruimte • Ziet de buitenruimte er leuk en aantrekkelijk uit? Kinderen zullen er dan graag spelen en jij gaat gemakkelijker met de groep naar buiten. Als de kinderen niet graag naar buiten gaan, is de buitenruimte vast aan een opknapbeurt toe. • Kun je het hele terrein overzien? Is er een omheining? Als kinderen steeds dingen doen die niet mogen of steeds ruzie maken op plekken die jij moeilijk in de gaten kunt houden, is de ruimte niet goed ingericht. • Zijn er plekken waar kinderen zich kunnen terugtrekken om rustig alleen te spelen (bijvoorbeeld in een zitkuil), zonder dat je ze uit het oog verliest? Als ze zo'n plek niet hebben zullen de kinderen steeds opnieuw naar plaatsen gaan waar ze niet mogen komen, omdat ze nu eenmaal behoefte hebben aan privacy. Of ze gaan juist erg aan jou hangen, om zo even bij de andere kinderen weg te zijn. • Is de buitenruimte verdeeld in verschillende sferen en zones? Dit helpt om kinderen van verschillende leeftijdsgroepen en kinderen die met verschillend spel bezig zijn goed uit elkaar te houden. • Is er voldoende ruimte om samen te spelen, eventueel ook met andere leeftijdsgroepen? • Is er voldoende plek om te rijden of te fietsen? Is het duidelijk waar je mag fietsen? Anders zullen de 'mobiele' kinderen het hele terrein overheersen en constant andere kinderen in hun spel storen. • Is er genoeg ruimte voor klimmende kinderen? Zijn de klimplekken niet rond de plekken waar kinderen bouwen? Als ze op een kluitje moeten spelen, zullen ze al gauw een aanvaring met elkaar krijgen. • Is er een plek waar de kinderen zich even bij jou kunnen terugtrekken, zoals een bank? • Is al het spelmateriaal veilig, compleet en heel? • Zijn de klimtoestellen veilig en geschikt voor de leeftijdsgroep? Word je nerveus als je ze bovenop het klimrek ziet staan? Gebeuren er te veel ongelukken? Als je vaak te hulp moet schieten, is het voor de kinderen niet veilig om hun gang te gaan of ze spelen er helemaal niet op.

Figuur 1.14 Ingerichte buitenruimte © Mirador media / Koen Bakx

Als het buiten heet is Bij warm weer en felle zon is schaduw ook heel fijn. Dat kan de natuurlijke schaduw van een boom zijn, maar ook een slimme, flexibele voorziening, zoals een grote parasol. Zo kun je bij fris weer genieten van de zon en bij warm weer beschermen tegen de felle zon. Metalen voorwerpen worden gloeiend heet in de zon. Die kunnen daarom beter op een schaduwrijke plek staan. Bij veel wind Ook met de wind moet je rekening houden. Spelen in de wind is avontuurlijk, maar het kan voor kleine kinderen ook wel eens te heftig waaien. Het is dan fijn als er ook een windluwe plek is. Sterke en zwakke punten Om de sterke en zwakke punten van de buitenspeelruimte te ontdekken, kun je gedurende een jaar een dagboek bijhouden. Daarin noteer je wat voor weer het was, hoelang je met de kinderen buiten was, op welke plekken ze welk spel speelden en hoe de stemming was. Welke invloed hadden regen, zon en wind op het buitenspelen? Had de inrichting van de buitenspeelruimte daarmee te maken? Wat zou er moeten gebeuren om het aangenamer te maken? Bij een herinrichting van de buitenruimte heb je hier houvast aan. Misschien kunnen kleine ingrepen de buitenruimte aantrekkelijker maken. 22

Untitled-5 Traject V&V24 - Zorg voor de omgeving.indb 22

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

EEN FuNCTIONELE EN SFEERVOLLE RuIMTE

•

•

•

• •

1

Is er voldoende spelmateriaal? Hiermee voorkom je dat kinderen onnodig op elkaar moeten wachten en zich in de tussentijd gaan misdragen. Ook voorkom je dat jij steeds moet ingrijpen om bijvoorbeeld vechtende kinderen uit elkaar te halen. Is er een schone zandbak met gevarieerd speelgoed? Als kinderen weinig in de zandbak spelen of steeds speelgoed bij anderen wegpakken, is het tijd om daar wat aan te doen. Is de buitenruimte uitdagend, met steeds weer nieuwe dingen om te ontdekken? Als je afwisseling brengt in het spelmateriaal, zullen de kinderen zich niet snel vervelen. Nodigt de buitenruimte uit tot verschillende soorten spel? Kom je ook bij het buiten spelen verschillende spelvormen tegen? Is er een plek voor baby's waar ze veilig kunnen liggen, rollen en kruipen?

23

Untitled-5 Traject V&V25 - Zorg voor de omgeving.indb 23

30/06/2021 15:49 10:36


1

ZVO MODULE 1 RuIMTE EN INRICHTING

BEGR IJP JE D E THEORIE? Geef bij iedere stelling aan of deze juist of onjuist is. Juist

Onjuist

1 De inrichting van een ruimte is bepalend voor de sfeer.

◯

◯

2 Gordijnen en vloerbedekking zijn bouwtechnische eigenschappen van de ruimte.

◯

◯

3 Onder 'plattegrond' verstaan we een vloer die vlak is en goed schoon te maken is.

◯

◯

4 Sfeerbepalende factoren bij de inrichting van een ruimte zijn van ondergeschikt belang.

◯

◯

5 Je kunt een kleine ruimte groter laten lijken door een bewuste inrichting van die ruimte.

◯

◯

6 Als je kinderen en jongeren laat meedenken over de inrichting van de ruimte, zal de inrichting beter aansluiten bij hun behoeften.

◯

◯

7 Bij de inrichting van een groepsruimte houd je rekening met de 'looproute' in het vertrek en controleer je of er voldoende bewegingsruimte is voor cliënten en medewerkers.

◯

◯

8 Budget is van ondergeschikt belang bij het (her)inrichten van de groepsruimte.

◯

◯

9 Een multifunctionele ruimte is een ruimte die speciaal ingericht is voor een bepaalde doelgroep.

◯

◯

10 Onder een 'prikkelarme ruimte' verstaan we een ruimte waar kinderen zich niet gemakkelijk kunnen bezeren.

◯

◯

24

Untitled-5 Traject V&V26 - Zorg voor de omgeving.indb 24

30/06/2021 15:49 10:36

Traject


21 10:36

INRICHTING OP BASIS VAN ONTWIKKELINGSDOELEN

2

Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen 2 LEERDOELEN

• • • • • •

Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen emotionele en fysieke veiligheid van een kind. Je kunt toelichten hoe je in een ruimte rekening houdt met de emotionele en fysieke veiligheid van baby’s en peuters. Je kunt toelichten hoe je in een ruimte rekening houdt met de motorische ontwikkeling van baby’s en peuters. Je kunt toelichten hoe je een ruimte inricht die aansluit bij de behoeften van baby’s en peuters. Je kunt toelichten met welke aandachtspunten je rekening houdt bij de inrichting van een ruimte voor basisschoolkinderen. Je kunt verklaren waarom de inrichting van ruimtes in het voortgezet onderwijs sterk van elkaar kunnen verschillen.

Met de inrichting van een ruimte kun je een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren. In dit hoofdstuk is vooral aandacht voor de inrichting van de verblijfsruimte voor de volgende doelgroepen: baby's en peuters, basisschoolkinderen en jongeren.

2.1

Baby's en peuters in de dagopvang

Baby's en peuters in de dagopvang maken pas gebruik van de mogelijkheden die een ruimte hen biedt, als ze zich veilig voelen. Een veilige omgeving heeft te maken met emotionele veiligheid en met fysieke veiligheid. Emotionele veiligheid wil zeggen dat het kind zich durft te uiten als het boos, verdrietig of blij is. Fysieke veiligheid wil zeggen dat het kind zich beschermd voelt tegen gevaren en zich vrij durft te bewegen.

Emotionele veiligheid heeft te maken met geborgenheid, het gevoel dat iemand kan zijn wie hij is en beschermd wordt tegen negatief gedrag van anderen. Fysieke veiligheid heeft te maken met het voorkomen van lichamelijke verwondingen.

25

Untitled-5 Traject V&V27 - Zorg voor de omgeving.indb 25

30/06/2021 15:49 10:36


Deze uitgave is onderdeel van de methode Traject, de methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg. Traject Welzijn Pedagogisch werk is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. Traject sluit daarop aan met actueel en vernieuwend materiaal dat is ontwikkeld in samenwerking met docenten en experts uit het werkveld. Bovendien is Traject flexibel inzetbaar, zodat het altijd past bij de manier waarop de opleiding het onderwijs vormgeeft. Het materiaal is modulair opgebouwd en het is mogelijk de modules te arrangeren. Er kan op verschillende manieren met de methode worden gewerkt: blended, een combi van boeken en digitaal of volledig digitaal of met maatwerkboeken.

Zorg voor de omgeving

Traject bevat onder andere de volgende elementen: De theorie bevat alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bij de betreffende werkprocessen. De praktijkvoorbeelden die de theorie ondersteunen, zorgen voor een verbinding met de beroepspraktijk. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteeltechnische, communicatieve, verzorgende en sociaal-agogische vaardigheden. Traject biedt hiervoor verschillende opdrachten: - Oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren; - Verwerkingsopdrachten die bestaan uit verschillende vraagtypen om de kennis en vaardigheden te begrijpen en toe te passen; - Casuïstiekopdrachten om op basis van een praktijksituatie de kennis en vaardigheden toe te passen en te analyseren; - Moduleopdrachten als activerende en motiverende opdrachten op de module; - Vaardigheden die oefenopdrachten en BPV-opdrachten bevatten; - Toetsen Het aanbod van Traject bestaat in grote lijnen uit: - theorieboeken inclusief een licentie voor de online leeromgeving met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - maatwerkboeken die door de opleider worden samengesteld door een selectie te maken uit het brede aanbod van modules voor de betreffende opleiding; - een online leeromgeving met theorie, verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten, zelftoetsen en evaluatie- en reflectievragen bij iedere module. Daarnaast bevat de online leeromgeving ondersteunend materiaal voor de docent, zoals toetsen bij iedere module. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject? Kijk dan op https://www.thiememeulenhoff.nl/mbo/welzijn/traject

Auteurs: J.H.M. Jacobs-Laagland Eindredactie: R.F.M. van Midde

Untitled-5 28 MBO_Traject_PW_ZorgVoorDeOmgeving_DRUK_V2.indd All Pages

30/06/2021 15:49


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Traject Welzijn | Zorg voor de omgeving by ThiemeMeulenhoff - Issuu