Skip to main content

Traject Welzijn | Verzorging

Page 1

PEDAGOGISCH WERK NIVEAU 3 EN 4

Verzorging

Verzorging Untitled-5 1

30/06/2021 13:11 16:00


Untitled-5 2

30/06/2021 16:00

Traject


A&F

MOD ULE VZO

1

Verzorging

Auteur J.H.M. Jacobs-Laagland A.C. Verhoef Eindredactie R.F.M. van Midde

Untitled-5 Traject V&V3- Verzorging.indb 1

30/06/2021 16:00 10:09


Colofon Auteurs

Over ThiemeMeulenhoff

J.H.M. Jacobs-Laagland A.C. Verhoef

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.

Eindredactie R.F.M. van Midde

Met medewerking van

Samen leren vernieuwen.

N. van Os

www.thiememeulenhoff.nl

Fotografie omslag

ISBN 978 90 06 23948 5 Tweede druk, eerste oplage, 2021

Peter Bak, Rotterdam

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2021

Omslagontwerp Studio Fraaj, Rotterdam

Vormgeving binnenwerk Studio Michelangela

Opmaak binnenwerk Crius Group, Hulshout

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Untitled-5 Traject V&V4- Verzorging.indb 2

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

Voorwoord Deze uitgave is onderdeel van Traject, dé methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg. Deze uitgave bevat een licentie voor de online leeromgeving. Traject is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. In Traject hebben al deze elementen een plek gekregen en de methode heeft een opzet, onder andere met leerdoelen gekoppeld aan theorie en opdrachten, die aansluit bij actuele manieren van leren en verwerken. Traject bestaat uit: • theorieboeken, inclusief een licentie voor de online leeromgeving; • een online leeromgeving met verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, beroepsvaardigheden, zelftoetsen, evaluatie- en reflectieopdrachten. Traject is modulair opgebouwd. Deze uitgave bestaat uit meerdere modules. Elke module heeft een vaste opbouw. In deze uitgave zijn de volgende onderdelen terug te vinden: • Een korte praktijksituatie met oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren. • Actuele theorie die alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bevat bij de betreffende werkprocessen. De theorie bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. • Begrijp je de theorie; stellingen waarmee de student controleert of zij de theorie voldoende beheerst. • Een begrippenlijst. Bovenstaande onderdelen zijn ook opgenomen in de online leeromgeving. Daarnaast bevat de online leeromgeving bij iedere module de volgende onderdelen: • Een grote variëteit aan verwerkingsopdrachten met directe feedback. • Praktijksituaties. Dit zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. • Beroepsvaardigheden met opdrachten en BPV-opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van verschillende vaardigheden. • Een zelftoets waarmee de student zelfstandig kan beoordelen of zij de stof beheerst. • Een moduletoets die de docent kan inzetten om te beoordelen of de studenten de stof voldoende beheersen. • Door de module heen zijn allerlei evaluatie- en reflectieopdrachten opgenomen. We wensen alle studenten en docenten veel plezier en succes met het werken met Traject. Amersfoort 2021, Auteurs, redactie en uitgever

3

Untitled-5 Traject V&V5- Verzorging.indb 3

30/06/2021 16:00 10:09


Untitled-5 Traject V&V6- Verzorging.indb 4

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

Inhoudsopgave

Module 1

Gezond gedrag en hygiëne

9

Baby Bas heeft speciale voeding nodig 10 1 Gezondheid 15 1.1 Gezond en ongezond 15 1.2 Lichamelijk, geestelijk en sociaal aspect van gezondheid 17 1.3 Gezondheidsbevorderende en gezondheidsbedreigende factoren 1.4 Ziekte 19 Begrijp je de theorie? 22 2 Zorg voor gezondheid 23 2.1 Zelfzorgtekorten 23 2.2 Verschillende vormen van zorg 24 2.3 Zelfredzaamheid 25 2.4 Zelfbepaling 32 Begrijp je de theorie? 34 3 Gezondheidsvoorlichting en preventie 35 3.1 GVO 35 3.2 Jeugdgezondheidszorg en consultatiebureau 36 3.3 Consultatiebureau voor alcohol en drugs 37 3.4 Seks en gezondheid 38 Begrijp je de theorie? 39 Begrippen 40

Module 2

Lichamelijke verzorging

18

43

Sanne heeft eczeem 44 1 Lichamelijke verzorging 48 1.1 Doel van de lichamelijke verzorging 49 1.2 Bouw en functie van de huid 50 1.3 Nagels en gebit 52 1.4 Zelfredzaamheid 54 1.5 Signaleren en rapporteren 56 Begrijp je de theorie? 58 2 Hulp en ondersteuning bij de hygiënische verzorging van doelgroepen 59 2.1 Hygiënische verzorging van de baby 59 2.2 Verzorging van jonge kinderen 63 2.3 Lichamelijke verzorging en jongeren in het voortgezet onderwijs 63 2.4 Persoonlijke verzorging van kinderen met een beperking 64 Begrijp je de theorie? 67 3 Regels en procedures 68 3.1 Werkplanning 68 3.2 Toepassen van milieurichtlijnen 69 3.3 Uitgaan van beroepsnormen 70 Begrijp je de theorie? 72 Begrippen 73 5

Untitled-5 Traject V&V7- Verzorging.indb 5

30/06/2021 16:00 10:09


VZO

Module 3

Ondersteuning bij eten en drinken

75

Je luncht samen met groep Walvis 76 1 Eten en drinken als bron van energie 80 1.1 Waarom mensen eten 80 1.2 Spijsvertering 81 1.3 Gezond eten en gezond eetgedrag 88 1.4 Eetproblemen en eetstoornissen 91 Begrijp je de theorie? 92 2 Voeding van baby’s, peuters, kleuters, schoolkinderen en tieners 2.1 Voeding van baby's 93 2.2 Voeding van peuters 100 2.3 Voeding van kleuters 104 2.4 Voeding van schoolkinderen 107 2.5 Voeding voor jongeren 111 Begrijp je de theorie? 116 3 Regels, beleid en advies 117 3.1 Gezondheidsrisico's 117 3.2 Hygiënecode voor kleine instellingen 117 3.3 Jeugdgezondheidszorg 120 Begrijp je de theorie? 122 Begrippen 123

Module 4

Ondersteuning bij de uitscheiding

93

125

Op schoolreis naar Londen 126 1 Uitscheiding van urine 131 1.1 Nieren 131 1.2 Urine 132 1.3 Urineleiders 133 1.4 Blaas 133 1.5 Urine observeren 133 1.6 Hulp bieden bij incontinentie 135 1.7 Niet kunnen urineren 137 1.8 Urine-incontinentie 137 Begrijp je de theorie? 141 2 Uitscheiding van feces 142 2.1 Feces 142 2.2 Feces observeren 142 2.3 Zindelijkheid 143 2.4 Hulp bieden bij de defecatie 145 2.5 Defecatieproblemen 146 Begrijp je de theorie? 149 3 Uitscheiding: transpiratievocht, menstruatiebloed, sputum en braaksel 3.1 Transpiratie 150 3.2 Menstruatie 152 3.3 Sputum 153 3.4 Braaksel 154 Begrijp je de theorie? 156 Begrippen 157

150

6

Untitled-5 Traject V&V8- Verzorging.indb 6

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

Module 5

Zorg bij ziekten en aandoeningen

159

Jouw BPV op De Paddenstoel 160 1 Beperkingen en stoornissen 164 1.1 Stoornis, beperking, handicap en ziekte 164 1.2 Vormen van beperkingen 167 Begrijp je de theorie? 170 2 Kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking 171 2.1 Kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking 171 2.2 Indelingen van kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking 2.3 Doelgroepen die om een specifieke benadering vragen 174 2.4 Een andere ontwikkeling 176 Begrijp je de theorie? 177 3 Kinderen en jongeren met een lichamelijke beperking 178 3.1 Kinderen en jongeren met een lichamelijke beperking 178 3.2 Kinderen en jongeren met een motorische beperking 180 3.3 Kinderen en jongeren met een zintuiglijke beperking 182 3.4 Kinderen en jongeren met een orgaanbeperking 184 3.5 Niet-aangeboren hersenletsel 185 3.6 Epilepsie 186 Begrijp je de theorie? 187 4 Ziekten en aandoeningen 188 4.1 Oorzaken van ziekten en aandoeningen 188 4.2 Infectieleer 189 4.3 Veelvoorkomende infectieziekten 194 4.4 Ziekten veroorzaakt door macro-organismen 197 4.5 Leeftijdgebonden ziekten 198 4.6 Welvaartsziekten 204 Begrijp je de theorie? 207 5 Zorg bij ziekte en aandoeningen 208 5.1 Ziekte signaleren 208 5.2 Het verzorgen bij ziekte 210 5.3 Verspreiding van ziekte voorkomen 212 Begrijp je de theorie? 213 Begrippen 214

Module 6

EHBO en geneesmiddelen

172

219

Je moet eerste hulp verlenen op de bso 220 1 Eerste hulp verlenen: de basis 223 1.1 Eerste hulp verlenen 223 1.2 Basisregels eerste hulp 224 1.3 Vitale functies 226 1.4 Stoornissen in het bewustzijn 227 1.5 Stoornissen in de ademhaling 227 1.6 Circulatiestoornissen 231 1.7 Stabiele zijligging 233 Begrijp je de theorie? 234

7

Untitled-5 Traject V&V9- Verzorging.indb 7

30/06/2021 16:00 10:09


VZO

2 Verbandmiddelen en EHBO 235 2.1 Eigenschappen van verbandmiddelen 235 2.2 Functie van verbandmiddelen 238 2.3 Andere hulpmiddelen 239 2.4 Verbandtechnieken 241 2.5 Verbandtrommel 242 Begrijp je de theorie? 244 3 Uitwendige en inwendige verwondingen 245 3.1 Uitwendige verwonding 245 3.2 Verschillende uitwendige verwondingen 247 3.3 Inwendige verwonding 250 3.4 Verschillende inwendige verwondingen 251 3.5 Overige letsels en verwondingen 255 3.6 Vreemde stoffen in het lichaam 259 3.7 Vergiftiging 260 3.8 Preventie van ongevallen 262 3.9 Nazorg en verwerking 264 Begrijp je de theorie? 266 4 Zorg bij geneesmiddelen 267 4.1 Geneesmiddelen 267 4.2 Werking en bijwerkingen van medicijnen 269 4.3 Bewaren van geneesmiddelen 270 4.4 Toedieningswijzen van geneesmiddelen 270 4.5 Zorg voor geneesmiddelen 271 Begrijp je de theorie? 273 Begrippen 274

Register

279

8

Untitled-5 Traject V&V10 - Verzorging.indb 8

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

VZO MOD ULE

1

Gezond gedrag en hygiëne Als pedagogisch werker begeleid je kinderen en jongeren om zelfredzaam te worden. In deze module staat de zorg voor gezondheid, gezondheidsvoorlichting en preventie centraal. Je leert dat het niet eenvoudig is om een sluitende definitie te geven voor 'gezondheid'. Positieve gezondheid, gezondheidsbevorderende en gezondheidsbedreigende factoren die invloed hebben op de gezondheid van kinderen en jongeren komen in deze module aan bod. Je leert hoe kinderen in toenemende mate zelfredzaam worden en hoe je als pedagogisch werker de zelfredzaamheid van kinderen en jongeren bevordert. Ook leer je welke vormen van gezondheidsvoorlichting en preventie je als pedagogisch werker kunt inzetten en hoe je dit doet. Ten slotte leer je welke rol landelijke instanties spelen bij de ontwikkeling en gezondheid van kinderen en jongeren.

Auteur J.H.M. Jacobs-Laagland Eindredactie R.F.M. van Midde

Untitled-5 Traject V&V11 - Verzorging.indb 9

30/06/2021 16:00 10:09


VZO MODULE 1 GEZOND GEDRAG EN HyGIëNE

© Shutterstock / tartanparty

Baby Bas heeft speciale voeding nodig Kort na zijn geboorte blijkt dat Bas niet helemaal gezond is. Op de tests die de verlos­ kundige doet zijn de scores prima, maar de uitslag van de hielprik is afwijkend. Daarom moeten de ouders met hem naar het ziekenhuis, waar meer tests volgen. Hij blijkt de stofwisselingsziekte PKU te hebben, dat staat voor phenylketonurie. Jij werkt als pedagogisch medewerker op een verticale groep bij kinderdagverblijf Dui­ melotje waar Bas op dinsdag en donderdag van 7.30 uur tot 18.30 uur komt. Je krijgt te horen dat Bas speciale voeding nodig heeft. Er is afgesproken dat de ouders altijd zorgen dat er een voorraadje is, dat op een aparte plank in de keukenkast staat. Op een ochtend is de bus met speciaal melkpoeder echter verdwenen. Je hebt de ouders van Bart geprobeerd te bellen, maar helaas krijg je ze telefonisch niet te pakken. Bas heeft ondertussen honger gekregen en begint te huilen. Je collega oppert: 'We kunnen hem toch ook wel één keertje gewone melk geven. Hoe erg zal dat zijn?' Ondertussen zie je Flip (3,5 jaar) onhandig met zijn benen over elkaar zitten. 'Moet je plassen, Flip?', vraag je. Flip knikt en kijkt je vragend aan. 'Ga maar vast naar de wc, dat deed je de vanochtend ook supergoed zelf, dan kom ik je zo helpen'.

10

Untitled-5 Traject V&V12 - Verzorging.indb 10

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

ORIËNTATIE

1 WO O R DW E B Bij het lezen van de praktijksituatie kom je vast een aantal onbekende(re) begrippen tegen. Maak een woordweb waarin je alle begrippen noteert die je niet of nog niet helemaal kunt uitleggen aan iemand anders. Ga met behulp van je (digitale) boeken en/of betrouwbare bronnen op het internet op zoek naar de betekenis van de begrippen en plaats deze in je woordweb. Ga daarna in gesprek met een medestu­ dent en stel elkaar kritische vragen over de begrippen. Tip: Zoek eens naar handige websites om een woordweb te maken. Bijvoorbeeld: mindmeister.com of canva.nl.

11

Untitled-5 Traject V&V13 - Verzorging.indb 11

30/06/2021 16:00 10:09


VZO MODULE 1 GEZOND GEDRAG EN HyGIëNE

2 G E ZO N D O F N I E T ? Kort na zijn geboorte blijkt dat baby Bas niet gezond is. Vorm groepjes van twee. Ga samen in discussie over de stelling. Baby Bas is niet gezond omdat hij een stofwisselingsziekte heeft. Ben je het met de stelling eens of niet? Beargumenteer je antwoord.

3 CO N S U LTAT I E B U R E AU De gezondheid van baby's en jonge kinderen wordt in Nederland professioneel gevolgd op het consultatiebureau. Het consultatiebureau is onderdeel van de jeugdgezondheidszorg. Beantwoord de volgende vragen over het consultatiebureau. Bespreek de antwoorden klassikaal of met een medestudent na. 1. Welke leeftijd hebben kinderen die met hun ouders het consultatiebureau bezoeken?

2. Welke medewerkers zijn werkzaam op het consultatiebureau?

12

Untitled-5 Traject V&V14 - Verzorging.indb 12

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

ORIËNTATIE

3. Welke taken heeft het consultatiebureau?

4. Komt baby Bas omdat hij een stofwisselingsziekte heeft alleen in het ziekenhuis en dus niet bij het consultatiebureau?

4 Z E L F R E DZ A A M H E I D Je ziet dat Flip naar de wc moet. Waar baby’s nog niet in staat zijn om zelfredzaam te zijn, kun je dit bij peuters al wel stimuleren. Flip is 3,5 jaar en is vanochtend ook zelf naar de wc geweest. Waarschijnlijk heb je wel geholpen of gecontroleerd hoe het gaat, maar door hem nu aan te moedigen en het zetje te geven om zelf naar de wc te gaan, bevorder je zijn zelfredzaamheid. Zoek uit wat verstaan wordt onder zelfredzaamheid. Welke voorbeelden van het stimuleren/bevorderen van de zelfredzaamheid kun je nog meer bedenken bij peuters, kleuters en schoolkinderen? Bespreek je antwoord na met een medestudent.

13

Untitled-5 Traject V&V15 - Verzorging.indb 13

30/06/2021 16:00 10:09


VZO MODULE 1 GEZOND GEDRAG EN HyGIëNE

5 M O E I L I J K E WO O R D E N I N D E Z E M O D U L E In deze module kunnen woorden voorkomen waarvan je de betekenis nog niet kent. Dit kunnen beroepswoorden of vaktaalwoorden zijn, die je nog nooit eerder hebt gelezen. Zorg ervoor dat je ze begrijpt en kunt gebruiken in de module. Als je de woorden begrijpt, is het gemakkelijker om opdrachten in deze module te maken. Noteer tijdens het lezen van de theorie de woorden die je niet begrijpt. Geef van elk woord de betekenis en een voorbeeldzin. Woord

Betekenis

Voorbeeldzin

Tip: In de begrippenlijst van deze module vind je alvast een selectie van vaktaalwoorden die met deze module te maken hebben. 14

Untitled-5 Traject V&V16 - Verzorging.indb 14

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

GEZONDHEID

1

Gezondheid 1 LEERDOELEN

• • • • • • • •

Je kunt de definitie van gezondheid volgens de WHO benoemen. Je kunt uitleggen waarom gezondheid meer is dan niet ziek zijn. Je kunt toelichten wat de uitgangspunten zijn van positieve gezondheid. Je kunt toelichten wat bedoeld wordt met lichamelijke, geestelijke en sociale aspecten van gezondheid. Je kunt toelichten welke gezondheidsbevorderende en gezondheidsbedreigende factoren invloed hebben op de gezondheid van kinderen en jongeren. Je kunt toelichten wat objectieve en subjectieve symptomen bij ziekte zijn. Je kunt uitleggen wat je als pedagogisch werker wel en niet moet doen wanneer een kind ziek is. Je kunt toelichten wat een arts doet wanneer een kind ziek is.

Als pedagogisch werker heb je naast vele andere taken ook verzorgende taken. Om verzorgende taken uit te voeren, is het nodig kennis te hebben van gezondheid, gezond gedrag en hygiëne. In dit hoofdstuk staat het begrip 'gezondheid' centraal.

1.1

Gezond en ongezond

beeld suikerziekte, zich gezond voelen zolang ze hun ziekte onder controle hebben. Het begrip 'gezond' is eigenlijk een vaag begrip. Het is onduidelijk wat je er precies onder moet verstaan. Lees de volgende uitdrukkingen maar eens: • Boksen is een gezonde sport om je agressie kwijt te raken. • Zoals dat meisje van uitgaan houdt ... dat vind ik niet gezond meer. • Gebruik je gezonde verstand, die jongen is niets voor jou. • Die man heeft een gezonde ambitie; hij werkt zeventig uur per week om zijn bedrijf te vergroten. • Voor een gezonde economische ontwikkeling zijn nu eenmaal kerncentrales nodig.

In het dagelijks leven gebruik je vaak de woorden gezondheid, gezond gedrag en ongezond gedrag. De meeste mensen weten wel zo ongeveer wat ermee bedoeld wordt. Tegelijkertijd hangt er veel meer mee samen dan je op het eerste gezicht denkt. Wie het heeft over gezond zijn en ongezond zijn, denkt al snel aan wel of niet ziek zijn of aan ziekmakend gedrag. Ziekte kan het gevolg zijn van ongezond gedrag, maar het kan ook wijzen op een (tijdelijk) lichamelijk mankement. Bij ziekte kun je denken aan ongemak, je niet oké voelen. Bij gezond zijn kun je denken aan je oké voelen of aan welbevinden. Als dat welbevinden het criterium is voor gezondheid, dan kunnen kinderen met een bepaalde chronische ziekte, bijvoor-

15

Untitled-5 Traject V&V17 - Verzorging.indb 15

30/06/2021 16:00 10:09


1

VZO MODULE 1 GEZOND GEDRAG EN HyGIëNE

Als je aan mensen vraagt het begrip 'gezond' te omschrijven, dan zul je vaak een negatieve omschrijving horen. Bijvoorbeeld: gezondheid is het ontbreken van ziekte. Is niet ziek zijn dan automatisch gezond zijn? Nee, iemand die niet ziek is, is nog niet per definitie gezond. Een bekende definitie die aangeeft wat gezondheid nu precies is, is de definitie van de World Health Organization (WHO), ofwel de Wereldgezondheidsorganisatie.

krantje kon lezen, en haar kleinkinderen kon zien zou ze heel gelukkig zijn.' Via honderden interviews met patiënten, zorgverleners, verzekeraars en beleids­ makers kwam Huber tot een lijst met 32 aspecten waaraan mensen gezondheid aflezen. Het gaat niet alleen om biome­ dische zaken als diagnose en klachten, maar bijvoorbeeld ook om gelukkig zijn, geloof in de toekomst, acceptatie en zelf­ vertrouwen. Gezondheid is dynamisch, volgens Huber. 'Vanaf het begin hoorde ik van mensen uit de zorg dat ze het probleem waar ik tegenaan liep herkenden. Als je een zie­ kenhuis binnenloopt zie je het letterlijk voor je uitgebeeld op de bordjes: hart, long, nieren ... Je ziet alleen de organen, maar waar is de mens zelf gebleven? Het nieuwe denken over gezondheid komt precies op het moment dat Den Haag alles op zijn kop zet in de zorg. Het blijkt goed aan te sluiten bij de plannen van minister Schippers om de zorg verder te decentraliseren. Mijn goed onderbouwde studie laat zien hoe je meer kunt bereiken door patiënten zelf de regie te geven. GGD Nederland heeft dit model al geadop­ teerd. Ik hoop nu dat Nederland een soort proeftuin kan worden voor deze nieuwe opvatting van gezondheid. Andere landen kunnen daar straks wat van leren.'

Gezondheid is een toestand van totaal lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden en niet alleen de afwezigheid van ziekte.

Deze definitie maakt duidelijk dat gezondheid meer is dan niet ziek zijn. De mens wordt gezien als een eenheid die zowel lichamelijk, geestelijk als sociaal functioneert. Toch is er veel kritiek op deze visie, omdat deze wat vaag is. Wat wordt bedoeld met welbevinden? Je kunt je bovendien afvragen of er ooit sprake is van totaal welbevinden.

W ELBEVIND EN Volgens Machteld Huber (1951), arts en onderzoeker, moeten we in de definitie van gezondheid niet uitgaan van 'wel­ bevinden'. Gezondheid definiëren als 'volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn', zoals de WHO dat doet, is ach­ terhaald, volgens Huber. 'Als je het name­ lijk zo star stelt, is nooit iemand gezond. Iedereen mankeert wel wat, dus die zou je daarvoor moeten behandelen. Dat leidt tot een onnodige en kostbare medi­ calisering van de zorg.' Huber noemt het voorbeeld van een oude vrouw die zij sprak, met staar, een versleten heup en een hartaandoening. 'Artsen wilden haar een nieuwe heup geven, een kunsthartklep implanteren en haar ogen opereren. Zelf vond ze alleen dat laatste nodig; als zij gewoon haar

Naar: NRC, interview met Machteld Huber door Sander Voormolen, 22 december 2014

Positieve gezondheid is volgens Machteld Huber het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. In deze definitie ligt de focus niet op welbevinden, maar op veerkracht van de mensen. Het is daarmee een meer dynamisch gezondheidsbegrip. De Gezondheidsraad, een onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan voor regering en parlement, ondersteunt de nieuwe definitie.

16

Untitled-5 Traject V&V18 - Verzorging.indb 16

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

GEZONDHEID

1.2

Lichamelijk, geestelijk en sociaal aspect van gezondheid

1

Positieve wisselwerking Bij Wilco is sprake van een positieve wisselwerking. Wilco zit sinds kort op een school voor speciaal onderwijs vanwege zijn leerproblemen. Deze problemen komen voor een deel door zijn ernstige astma. Op zijn nieuwe school (sociaal) gaat het met hem de goede kant op. Zijn zelfvertrouwen groeit met de dag (geestelijk). In het contact met andere kinderen is hij daardoor positiever en rustiger (sociaal). Hij heeft ook minder astmaaanvallen dan voorheen (lichamelijk).

Het lichamelijke aspect van gezondheid zegt iets over het functioneren van het lichaam. Lichamelijke gezondheid wil zeggen dat je lichaam zo goed functioneert, dat je geen last hebt van lichamelijke ongemakken. Als je griep hebt, is er lichamelijk iets mis. De geestelijke of psychische gezondheid heeft betrekking op hoe je je voelt. Geestelijke gezondheid wil zeggen dat je je lekker voelt, tevreden bent over jezelf en plezier hebt in de dingen die je doet. Als je veel problemen hebt, je minderwaardig voelt of als gevoelens van verlegenheid of angst overheersen, is je geestelijke gezondheid niet in orde. De sociale gezondheid heeft betrekking op de relatie die je met mensen in je omgeving hebt. Sociale gezondheid wil zeggen dat je je prettig voelt in je woonomgeving en in de omgang met andere mensen. Gevoelens van eenzaamheid hebben betrekking op de sociale gezondheid. De lichamelijke, geestelijke en sociale gezondheid van iemand staan niet los van elkaar. Er kan sprake zijn van een negatieve wisselwerking, maar ook van een positieve.

Bij gezondheid en ongezondheid zijn verschillende aspecten van een individu betrokken. Roken is een ongezonde gewoonte. Maar dit betekent niet dat een roker als totaal persoon ongezond is. Er kan bij iemand tegelijkertijd sprake zijn van gezondheid en ongezondheid.

1.2.1 Beleving Of je jezelf gezond noemt, is niet alleen gebaseerd op feiten, maar is ook afhankelijk van je beleving. Je beleving hangt weer samen met je persoonlijke instelling en je gedachten en gevoelens. Iemand die graag de regie houdt over zijn gezondheid en positief ingesteld is, zal een eventuele ziekte accepteren en er het beste van maken. Iemand die de dingen over zich heen laat komen en blijft hangen in een soort teleurstelling en machteloosheid, zal een ziekte moeilijker accepteren. Hij kan zich afhankelijker opstellen dan nodig. Het helpt niet als je opmerkt: 'Joh, het valt toch allemaal wel mee!' Er is meer voor nodig om iemand te overtuigen dat je misschien niets kunt veranderen aan een bepaalde ziekte, maar dat je wel zelf bepaalt hoe je ermee omgaat. In hoeverre een bepaalde ziekte je leven beheerst, hangt dus ook sterk af van de manier waarop je er zelf mee omgaat.

Voorbeelden Negatieve wisselwerking Bij Maria is sprake van een negatieve wisselwerking tussen geestelijke, lichamelijke en sociale gezondheid. Maria werkt sinds kort als onderwijsassistent in het voortgezet onderwijs. Eerder was ze op deze school stagiaire, maar dat was echt heel anders. De omgang met en de verantwoordelijkheid voor zoveel tieners valt haar nu zwaar. Door deze belasting is ze gespannen en nerveus (geestelijk). Dit heeft tot gevolg dat ze vaak hoofdpijn heeft en constant moe is (lichamelijk). Daardoor verlopen de contacten met haar huisgenoten ook niet prettig. Ze kan het niet opbrengen naar hen te luisteren en ze is onredelijk tegen hen (sociaal).

Voorbeeld Twee kinderen hebben suikerziekte in een vergelijkbare mate. Ze hebben een aangepast voedingsadvies en spuiten regelmatig insuline. Beide kinderen beleven hun suikerziekte anders. De een gaat gebukt onder de ziekte en wordt door zijn omgeving als patiënt behandeld. Dit kind spuit 17

Untitled-5 Traject V&V19 - Verzorging.indb 17

30/06/2021 16:00 10:09


1

VZO MODULE 1 GEZOND GEDRAG EN HyGIëNE

de insuline niet zelf. Zijn moeder doet dat nog steeds, terwijl hij het best zelf kan. Zij houdt ook bij wanneer er gespoten moet worden. Het andere kind is heel positief ingesteld en accepteert het gemakkelijker. Zijn omgeving merkt er amper wat van. Hij spuit zelf de insuline en weet hoe hij moet omgaan met de bloedwaarde. Hij wil precies weten hoe het zit en laat zich daarover goed informeren. Hij neemt zelf de regie. Figuur 1.1 Morgen ga ik stoppen ... © Mirador media / Koen Bakx

1.2.2 Welbevinden

1.3

Welbevinden betekent letterlijk: je wel bevinden, je prettig en oké voelen. Welbevinden is volledig subjectief. Iemand kan objectief gezien kerngezond lijken, of alles hebben wat hij maar wil, dan nog is het mogelijk dat zijn welbevinden niet optimaal is.

Gezondheidsbevorderende en gezondheids­ bedreigende factoren

De conclusie is dus duidelijk. Je kunt niet zomaar zeggen: 'Dat is gezond', 'Dat is ongezond' of: 'Hij is gezond', 'Hij is ongezond'. Allerlei factoren hebben een bevorderende of bedreigende invloed op de gezondheid van kinderen en jongeren. Daarom worden deze factoren ingedeeld in gezondheidsbedreigende en gezondheidsbevorderende factoren. Veel gezondheidsbedreigende factoren hebben te maken met gedrag of persoonlijke instelling. Gezondheidsbedreigende factoren zijn omstandigheden die de gezondheid kunnen schaden, bijvoorbeeld roken, te vet eten, angst en minderwaardigheidsgevoelens. In plaats van gezondheidsbedreigende factoren wordt ook wel gesproken over gezondheidsbelemmerende factoren. In de kinderopvang en op school probeer je gezondheidsbelemmerende factoren te mijden. Zo is pesten erg belastend voor kinderen. Het tast hun zelfvertrouwen aan en is dus bedreigend voor de gezondheid. Gezondheidsbevorderende factoren zijn omstandigheden die een positieve invloed hebben op gezondheid, bijvoorbeeld sporten, verantwoord eten, ontspanning en zelfvertrouwen. Als pedagogisch werker ben je je bewust van het voorbeeld dat je kinderen geeft. Laat bijvoorbeeld zien dat je gezonde keuzes maakt als het gaat om eten en drinken. Kies voor activiteiten waarbij kinderen volop kunnen bewegen, bij voorkeur in de frisse lucht. Let op het welbevinden van kinderen door ze te observeren in de groep.

Voorbeeld Brechje rookt. Het begon een tijdje geleden. Samen met haar vriendinnen en een stel jongens hingen ze regelmatig rond bij de school en rookten stiekem sigaretten. Haar ouders hadden het niet meteen in de gaten. Op een bepaald moment konden ze het ruiken aan haar kleren, maar toen was het eigenlijk al te laat. Brechje heeft helemaal geen zin om er met haar ouders over te praten. Ze zegt dat ze binnenkort wel zal stoppen. Toch rookt ze nu wel heel regelmatig, ook als ze niet bij haar vrienden is. Zelfs op haar stageadres probeert ze af en toe een sigaret op te steken. Haar stagebegeleidster sprak haar onlangs aan. Ze legde uit dat roken niet bijdraagt aan een gezond leven. Ze legde ook uit dat zij als onderwijsassistent eigenlijk het goede voorbeeld moet geven. Brechje merkt dat stoppen met roken niet eenvoudig is. Ze kan er niet zomaar mee stoppen. Steeds denkt ze: morgen ga ik stoppen, of: na het weekend ga ik stoppen, maar dan begint ze weer. Gelukkig is ze inmiddels wél goed gemotiveerd om te stoppen. Ze zoekt naar de voor haar meest geschikte methode. Nu gaat ze er echt voor!

18

Untitled-5 Traject V&V20 - Verzorging.indb 18

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

GEZONDHEID

1.3.1 Gezond gedrag

1

ook slapen, zorg je voor schone lakens en slaapzakken in de bedden en kinderwagens. Ieder kind heeft zijn eigen slaapspullen en knuffels. Ook daar maak je waar mogelijk gebruik van papieren doekjes. In het onderwijs is het goed en hygiënisch schoonhouden van toiletten belangrijk. Er zijn speciale handschoenen die je kunt gebruiken als er kans is op bloedcontact. In elke EHBO-kist zijn ze aanwezig. Bloedcontact kan riskant zijn. Wondjes aan je handen dek je daarom altijd af, gemorst bloed ruim je meteen op een veilige manier op.

Gezond gedrag is het bewust of onbewust maken van gezondheidsbevorderende keuzes. Die keuzes maak je met eten en drinken, bewegen en voldoende rust. Gezondheidsbevorderende keuzes maak je ook met je denken. Als je blijft hangen in sombere gedachten, zoals piekeren, bedreigt dat vroeg of laat je gezondheid. Gezond gedrag wil dan zeggen dat je de keuze maakt om een positieve oplossing te zoeken of om hulp te zoeken.

1.3.2 Hygiëne

Voorbeeld Er is een kind jarig in groep 2 van de basisschool. Ze komt op school met een doos vol heerlijke fruithapjes. Allerlei soorten fruit, zoals aardbeien, stukjes kiwi, schijfjes banaan, rode bessen en frambozen, zijn vastgeprikt aan satéstokjes. De prikkers staan rechtop in een paar gehalveerde grapefruits die met de platte kant op de schaal liggen. De doos stond tot vertrek thuis in de koelkast en is ook op school direct koel weggezet. De traktatie komt in de plaats van het dagelijkse fruitmoment. De school heeft beleid gemaakt op traktaties. Ze willen geen zoet snoepgoed in de school.

Daar waar veel mensen samen zijn, zijn hygiëne en hygiënisch handelen erg belangrijk. Hygiëne is alles wat bijdraagt aan een goede gezondheid. Hygiënisch handelen is een manier van werken waarbij besmetting wordt voorkomen. Dat is vooral belangrijk in je werk met kwetsbare doelgroepen, zoals baby's. Hygiënisch handelen is daarom een gezondheidsbevorderende factor in je werk. Zo kun je het verspreiden van infectieziekten voorkomen. Infectieziekten worden veroorzaakt door micro-organismen. Een micro-organisme is een levend organisme dat je alleen met een microscoop of vergrootglas kunt zien. Een macro-organisme is wel met het blote oog zichtbaar. Micro-organismen kunnen zich verspreiden via de handen, lucht (via druppels door hoesten, huidschilfers of stof), voorwerpen (speelgoed, toiletten, beddengoed), lichaamsvloeistoffen (speeksel, braaksel, ontlasting, urine, bloed) en voedsel.

1.4

Ziekte

In de praktijk is het meestal wel duidelijk wanneer er sprake is van een ziekte, hoewel iemand die een bepaalde ziekte heeft niet altijd ziek is. Iemand die een ziekte heeft, kan ondanks zijn ziekte soms toch goed functioneren, waardoor er van ziek zijn geen sprake is. Net als het begrip 'gezondheid' heeft ook het begrip 'ziekte' betrekking op lichamelijke, geestelijke en sociale aspecten van het bestaan. Mensen kunnen lichamelijk ziek zijn, maar ook geestelijk. In dat laatste geval spreek je, afhankelijk van de ernst van de ziekte, van psychische klachten, psychiatrische ziekten of ook wel geestesziekten. Psychische klachten heeft iedereen weleens. Je voelt je bijvoorbeeld verdrietig, lusteloos en moe. Psychiatrische ziekten daarentegen zijn veel ernstiger. Het zijn stoornissen op het gebied van denken, emoties en gedrag. Voorbeel-

Hygiënisch handelen Door hygiënemaatregelen probeer je de overdracht van ziekteverwekkers tegen te gaan. Die regels gelden voor iedereen. Handen zijn een bron van besmetting. Je wast die dan ook regelmatig met zeep uit een zeeppompje. Handen wassen doe je in ieder geval na toiletbezoek, voor en na het eten (klaarmaken), het verzorgen en het schoonmaken. Niezen en hoesten in je elleboog is een simpele, maar effectieve gewoonte. Je gebruikt papieren zakdoekjes en tissues. Keukendoeken en vaatdoeken vervang je minstens een keer per dag. In kinderdagverblijven waar kinderen 19

Untitled-5 Traject V&V21 - Verzorging.indb 19

30/06/2021 16:00 10:09


1

VZO MODULE 1 GEZOND GEDRAG EN HyGIëNE

den van psychiatrische ziekten zijn: fobie (een ziekelijke angst voor zaken of situaties), depressie (ziekelijke neerslachtigheid) en schizofrenie (afwijkende waarneming van de werkelijkheid). Bij ziekten is er ook sprake van een wisselwerking tussen lichamelijke, geestelijke en sociale aspecten. Lichamelijke klachten kunnen psychische oorzaken hebben. Aanhoudende spanning kan bijvoorbeeld lichamelijke klachten als diarree of hoofdpijn veroorzaken. Je spreekt dan van psychosomatische ziekten. Andersom kunnen psychische klachten ook lichamelijke oorzaken hebben. Lichamelijk ziek zijn kan veel spanning oproepen en tot gevolg hebben dat iemand zich futloos en ongelukkig voelt.

Figuur 1.2 Hoesten is een objectief symptoom van ziekte © Mirador media / Koen Bakx

1.4.1 Objectieve en subjectieve symptomen

1.4.2 Diagnose en behandeling Om meer duidelijkheid te krijgen over de ziekte die een kind onder de leden heeft, zal een arts niet alleen vragen welke klachten de cliënt heeft. Vaak zal hij een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Hij wil bijvoorbeeld in de mond kijken of hij wil de longen of andere organen beluisteren met een stethoscoop. Zijn uiteindelijke doel is om op basis van de symptomen (verschijnselen) de diagnose te stellen. Een diagnose stellen betekent: het vaststellen van de ziekte of aandoening. Vaak is na het stellen van de diagnose een bepaalde behandeling noodzakelijk. Voor behandeling wordt ook vaak het woord therapie gebruikt. De cliënt krijgt bijvoorbeeld medicijnen voorgeschreven of hij krijgt een verwijskaart voor de fysiotherapeut. Het is niet altijd mogelijk om de oorzaak van de ziekte aan te pakken. Soms is de behandeling alleen gericht op het bestrijden van de symptomen, zonder de oorzaak van de klacht aan te pakken. Je spreekt dan van symp­ toombestrijding. Een pijnstiller is een voorbeeld van een medicijn dat alleen de klacht (pijn) aanpakt en niet de oorzaak. Een kalmeringsmiddel is ook een voorbeeld van symptoombestrijding.

Wanneer een kind ziek is, merk je dat aan de klachten die hij heeft. Hij heeft bijvoorbeeld koorts, spierpijn, voelt zich lusteloos, moe of moet overgeven. Kortom, het kind vertelt je dat hij zich niet lekker voelt of je merkt aan hem dat hij zich ellendig voelt. De klachten die het kind heeft, zijn niet alleen een aanwijzing dat hij ziek is, ze kunnen ook aangeven welke ziekte hij heeft. Wanneer hij in verband met zijn ziekte een (huis)arts bezoekt, zal de arts vragen welke klachten en verschijnselen de cliënt heeft. Met andere woorden: hij wil weten welke symptomen de cliënt heeft, hoelang en in welke mate. Een symptoom is een klacht die een cliënt heeft die zich niet lekker of ziek voelt. Symptomen zijn een aanwijzing welke ziekte iemand heeft. Er is onderscheid tussen objectieve en subjectieve symptomen. Objectieve symptomen zijn voor een ander zichtbaar en soms ook meetbaar. Objectieve symptomen zijn bijvoorbeeld: • een hartslag van 84 slagen per minuut; • haaruitval; • koorts. Subjectieve symptomen zijn voor een ander niet zichtbaar. De zieke vertelt wat hij voelt. Subjectieve symptomen zijn bijvoorbeeld: • pijn bij het plassen; • buikpijn; • misselijkheid.

1.4.3 Wel of niet naar de huisarts In de kinderopvang en in het onderwijs blijven kinderen thuis als ze ziek zijn. Als kinderen overdag ziek worden, bel je de ouders om het kind 20

Untitled-5 Traject V&V22 - Verzorging.indb 20

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

GEZONDHEID

op te halen. In dat laatste geval maak je de lastige afweging: wanneer bel je de ouders? De ene organisatie belt eerder dan de andere. Ze willen voorkomen dat andere kinderen worden aangestoken. Ze mogen geen huismiddeltjes of paracetamol toedienen. Daarnaast hebben ze ook vaak niet de tijd om een ziek kind de extra aandacht te geven die het nodig heeft. Toch is het niet altijd mogelijk dat de ouders de verantwoordelijkheid nemen en zul je als pedagogisch werker zelf handelend moeten optreden. Je gaat natuurlijk niet bij alle klachten direct naar de huisarts. Wanneer een kind bijvoorbeeld lichte koorts en spierpijn heeft en verkouden is en je weet dat er griep heerst, leg je hem lekker in bed of adviseer je een groter kind zijn bed weer in te kruipen (als dat in de setting mogelijk is). Je stelt je eigen 'diagnose': hij zal wel griep hebben. Je weet wat je moet doen, je weet dat het kind geen ernstige ziekte heeft en je weet dat de huisarts weinig voor hem kan doen. Kortom, je hebt geen (huis) arts nodig. Mogelijk geef je het kind een paracetamol als hij klaagt over hoofdpijn. Of je geeft hem een ander huismiddeltje dat in de EHBO-doos of in het medicijnkastje aanwezig is. Op een dergelijke handelwijze, waarbij je soms gebruikmaakt van zelfmedicatie, is niets aan te merken, tenzij het beleid van de organisatie anders voorschrijft. De arts zit er niet om te springen elke grieppatiënt op zijn spreekuur te krijgen. Dat neemt niet weg dat je als begeleider altijd alert moet blijven op het verloop van de ziekte. In de eerste plaats omdat je niet met zekerheid kunt zeggen dat het kind griep heeft. Het is niet ondenkbaar dat hij toch een andere ziekte heeft. In de tweede plaats omdat zich complicaties kunnen voordoen. Een complicatie is een aandoening die door een al aanwezige ziekte kan optreden. Een complicatie van griep is bijvoorbeeld longontsteking. Deze alertheid moet je overigens ook hebben als het kind wel een arts heeft bezocht. Je moet dan goed letten op het verloop van de ziekte. Als bijvoorbeeld medicijnen zijn voorgeschreven, is het altijd belangrijk dat je in de gaten houdt hoe een kind op de medicijnen reageert. Van tevoren is immers niet met honderd procent zekerheid te zeggen of de medicijnen wel zullen werken. Het

1

komt ook voor dat kinderen allergisch reageren op een medicijn. Zo'n allergie kan in sommige gevallen zo ernstig zijn, dat een levensbedreigende situatie ontstaat. Oplettendheid is dus altijd geboden. Het is erg belangrijk dat je op de hoogte bent van de regels van de organisatie over het opvangen en begeleiden van een ziek kind.

21

Untitled-5 Traject V&V23 - Verzorging.indb 21

30/06/2021 16:00 10:09


1

VZO MODULE 1 GEZOND GEDRAG EN HyGIëNE

BEGR IJP JE D E THEORIE? Geef bij iedere stelling aan of deze juist of onjuist is. Juist

Onjuist

1 Het lichamelijke aspect van gezondheid zegt iets over hoe iemand staat in zijn sociale omgeving.

◯

◯

2 Kinderen met suikerziekte kunnen zich heel gezond voelen zolang zij hun ziekte goed onder controle hebben.

◯

◯

3 Als je geen enkele ziekte hebt, ben je altijd zo gezond als een vis.

◯

◯

4 Iemand die veel problemen heeft of zich minderwaardig voelt, heeft een gebrekkige geestelijke gezondheid.

◯

◯

5 Als iemand alles heeft wat hij wil, is zijn welbevinden altijd erg groot.

◯

◯

6 Er bestaat een wisselwerking tussen geestelijk, lichamelijk en sociaal welbevinden.

◯

◯

7 Of je jezelf gezond noemt, hangt mede af van je persoonlijke instelling en je gedachten en gevoelens.

◯

◯

8 Als je blijft hangen in sombere gedachten kan dat je gezondheid bedreigen.

◯

◯

9 Koorts is een subjectief symptoom.

◯

◯

10 Een ander woord voor diagnose is therapie.

◯

◯

11 Pesten is een gezondheidsbelemmerende factor.

◯

◯

12 Micro-organismen verspreiden zich via de handen, lucht, voorwerpen, lichaamsvloeistoffen en voedsel. Het heeft dus niet veel zin om geregeld je handen te wassen.

◯

◯

13 Als een kind griep heeft, moet je het altijd naar een dokter sturen. Het kan immers ook een longontsteking krijgen.

◯

◯

22

Untitled-5 Traject V&V24 - Verzorging.indb 22

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

ZORG VOOR GEZONDHEID

2

Zorg voor gezondheid 2 LEERDOELEN

• • • • • • •

Je kunt toelichten wat een zelfzorgtekort is in de context van je (toekomstig) beroep. Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen zelfzorg, mantelzorg en professionele zorg. Je kunt toelichten wat onder zelfredzaamheid verstaan wordt. Je kunt toelichten welke drie niveaus van zelfredzaamheid er zijn. Je kunt uitleggen hoe en waarom je als pedagogisch werker de zelfredzaamheid van kinderen en jongeren bevordert. Je kunt toelichten welke (ondersteuning bij) zelfzorg je als pedagogisch werker verleent in verschillende situaties. Je kunt toelichten hoe je als pedagogisch werker omgaat met zelfbepaling, zelfbewustzijn en zelfwaardering van anderen.

Bij zorgverlening denken veel mensen meteen aan zorg bij ziekte, maar in het pedagogisch werk heb je ook de zorg voor de gezondheid. Je verleent zorg omdat de zelfzorg nog tekortschiet. Dat zie je bij kleine kinderen. Ze kunnen heel gezond zijn, maar toch verzorging nodig hebben. Welke zorg precies nodig is, hangt van veel verschillende zaken af. Als pedagogisch werker moet je de zorg aan een kind aanpassen aan zijn specifieke situatie. Uitgangspunt is de zorg op maat: niet meer en niet minder zorg verlenen dan nodig en gewenst is. Je bewaakt de gezondheid van kinderen en jongeren en draagt een steentje bij aan hun gezondheid. Je probeert hen in toenemende mate bewust te maken van hun eigen verantwoordelijkheid bij het bevorderen van hun gezondheid.

2.1

Zelfzorgtekorten

dan alleen maar instrumenteel-technisch handelen. Als je bijvoorbeeld een baby een schone luier geeft, gaat het er niet alleen om dat je over de nodige kennis en vaardigheden beschikt. Het gaat er zeker ook om hoe je de zorg verleent, hoe je interactie is, hoe je reageert op het gedrag van de baby en openstaat voor de reactie van de baby. Als je zorg verleent, vertel dan wat je gaat doen en kijk hoe het kind reageert. Of jij je werk goed doet, heeft vooral te maken met de manier waarop je omgaat met het kind tijdens de verzorging. Kleine kinderen zijn gewend om verzorgd te worden,

Iedereen komt weleens in de situatie dat hij zorg nodig heeft. Je kunt je ziek voelen en om die reden verzorgd moeten worden. Je hebt verdriet en hebt daarom steun nodig of je voelt je eenzaam en hebt om die reden aandacht nodig. Uit deze voorbeelden blijkt al dat zorg meer is dan alleen lichamelijke zorg. Dit hoofdstuk gaat vooral over het verlenen van lichamelijke zorg aan kinderen en jongeren. Toch moet je daarbij niet vergeten dat het verlenen van lichamelijke zorg meer is 23

Untitled-5 Traject V&V25 - Verzorging.indb 23

30/06/2021 16:00 10:09


2

VZO MODULE 1 GEZOND GEDRAG EN HyGIëNE

maar in het pedagogisch werk zijn er ook grotere kinderen die beperkingen hebben en afhankelijk zijn van zorg. Ze zijn dan afhankelijk van jouw manier van zorg verlenen. Een kind kan meestal niet zomaar een andere pedagogisch werker kiezen. Als hij jouw hulp vraagt, is dat niet omdat hij dat wil, maar omdat hij dat moet: hij moet wel hulp aan jou vragen, omdat hij het zelf (nog) niet kan. Hij is op jou aangewezen. Soms is het prettig dat een ander je verzorgt, maar het kan op de lange duur ook heel onprettig zijn. Zeker als je geen keus hebt, is het heel vervelend om anderen telkens om hulp te moeten vragen. Een kind kan zich heel machteloos en afhankelijk van anderen voelen. Hoe een kind met deze gevoelens omgaat, zal van persoon tot persoon verschillen. De een wordt opstandig en boos, een ander wil je niet tot last zijn en vraagt zo min mogelijk, een derde reageert nog weer anders. Als kinderen en jongeren meer zorg nodig hebben dan zij gewend zijn, is er bij hen sprake van zelfzorgtekorten.

Het is belangrijk je te realiseren dat niet ieder kind die zorg nodig heeft, ook zorg wil ontvangen. In je werk kun je te maken krijgen met kinderen die liever niet geholpen willen worden. Zij ontvangen wel zorg, maar ze vragen er niet om. Ze zijn dan ook niet per definitie allemaal even dankbaar voor de geboden hulp.

2.2 Verschillende vormen van zorg Als je kijkt naar de persoon die zorg verleent, dan maak je onderscheid tussen zelfzorg, mantelzorg en professionele zorg.

2.2.1 Zelfzorg Onder zelfzorg vallen tal van handelingen, zoals jezelf wassen, eten koken voor jezelf en je tanden poetsen. Zelfzorg is aangeleerd en doelgericht gedrag. Het omvat alle handelingen die een mens verricht om: • in leven te blijven; • gezondheid te handhaven of te bevorderen; • welbevinden te waarborgen.

Een zelfzorgtekort houdt in dat iemand problemen ervaart bij de zorg voor zichzelf en niet in staat is op eigen kracht en naar eigen vermogen zijn zelfzorg te dragen.

In het werkveld van de onderwijsassistent in het speciaal onderwijs kunnen kinderen verschillende zelfzorgtekorten hebben, zoals: • Aagje, zij heeft een ernstige verstandelijke beperking en is autistisch. Ze is niet in staat voor zichzelf te zorgen en haar ouders zijn niet in staat haar te bieden wat nodig is. • Baukje, zij heeft het syndroom van Down. Het lukt haar nog wel zichzelf aan te kleden, maar ze moet dan zeer gerichte aanwijzingen krijgen voor wat ze moet doen. • Berend, hij is spastisch over zijn hele lichaam. Hij beweegt zich voort in een speciaal aangepaste elektrische scootmobiel. • Janneke, zij heeft een eiwitstoornis. Ze wordt om de vier uur kunstmatig gevoed met sondevoeding. Ze kan dit niet zelf.

Figuur 2.1 Het jezelf toedienen van astmamedicijnen is

ook een vorm van zelfzorg © Shutterstock / Levent Konuk 24

Untitled-5 Traject V&V26 - Verzorging.indb 24

30/06/2021 16:00 10:09

Traject


21 10:09

ZORG VOOR GEZONDHEID

Vrijwel iedereen wil zichzelf kunnen verzorgen. Een driejarig kind kan heel trots zijn als het hem lukt zelf zijn broek aan te trekken. Net zo trots is een veertienjarige die een lekkere en verantwoorde maaltijd op tafel kan zetten. Mensen vinden het belangrijk om onafhankelijk van andere mensen te kunnen functioneren. Zelfzorg is ook nodig om zelfstandig te kunnen leven. Als je als volwassene zelfstandig wilt kunnen wonen, dan zijn er nogal wat zaken die je moet kunnen. Voorbeelden van zelfzorg zijn: • met geld kunnen omgaan; • je huis kunnen schoonhouden; • een verantwoorde maaltijd kunnen bereiden; • jezelf en je kleding kunnen verzorgen; • contacten kunnen leggen en onderhouden.

2

Een pedagogisch werker is ook een professioneel zorgverlener. Kenmerkend voor de professionele zorgverlening is onder andere dat je op een methodische wijze werkt. Je denkt samen met anderen goed na over welke zorg je gaat verlenen en wat je daarmee wilt bereiken. Je beschikt daarbij over de nodige kennis van doelgroepen en je kunt inschatten welke zorg en hoeveel zorg iemand nodig heeft. Andere voorbeelden van professionele zorg zijn: consultatiebureau, logopedist, fysiotherapeut, tandarts, verpleegkundige en psycholoog.

2.2.2 Mantelzorg Het overkomt iedereen wel eens dat hij tijdelijk niet voor zichzelf kan zorgen. Je kunt een flinke griep krijgen en een week in bed liggen. Of je breekt een been en bent om die reden uitgeschakeld. Zo zijn er nog wel wat voorbeelden te geven. In deze situaties doe je meestal een beroep op ouders, vrienden, familie of buren om je te helpen bij wat toch moet gebeuren, omdat er anders van alles mis kan gaan of je nog zieker zou worden. Zonder deze mantelzorg kun je situaties waarin je tijdelijk bent uitgeschakeld niet goed overbruggen.

Figuur 2.2 Professionele zorg wordt verleend door iemand

die daarvoor is opgeleid © Mirador media / Koen Bakx

2.3 Zelfredzaamheid In het pedagogisch werk is het je taak om de zelfredzaamheid van kinderen en jongeren te bevorderen. Onder zelfredzaamheid verstaan we: het vermogen om voor jezelf te zorgen, zonder hulp van anderen. In het pedagogisch werk richt je je op het stimuleren van de zelfredzaamheid en het zo nodig (opnieuw) aanleren daarvan. Het doel is een zo groot mogelijke zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid vergroot namelijk de zelfstandigheid van kinderen. Wanneer een kind zelfredzaam is, heeft hij minder hulp nodig en daardoor meer vrijheid. Hij hoeft niet te wachten tot hij geholpen wordt, want hij kan het zelf. Zelfredzaamheid vergroot de mogelijkheid zelf richting te geven aan het eigen leven. Je kunt zelf bepalen wanneer je wat doet. Zelfredzaamheid vergroot ook het gevoel van eigenwaarde. Als je voor je dagelijkse handelingen

Mantelzorg is zorgverlening door een of meer sociale relaties, dus niet door een professional met een hulpverlenend beroep.

2.2.3 Professionele zorg Wanneer mensen professionele zorg nodig hebben, kunnen zij een beroep doen op professionele zorgverleners. Professionele zorgverleners zijn personen die van het zorg verlenen hun beroep hebben gemaakt. Ze zijn speciaal opgeleid om professionele zorg te verlenen en worden ervoor betaald. 25

Untitled-5 Traject V&V27 - Verzorging.indb 25

30/06/2021 16:00 10:09


Deze uitgave is onderdeel van de methode Traject, de methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg. Traject Welzijn Pedagogisch werk is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. Traject sluit daarop aan met actueel en vernieuwend materiaal dat is ontwikkeld in samenwerking met docenten en experts uit het werkveld. Bovendien is Traject flexibel inzetbaar, zodat het altijd past bij de manier waarop de opleiding het onderwijs vormgeeft. Het materiaal is modulair opgebouwd en het is mogelijk de modules te arrangeren. Er kan op verschillende manieren met de methode worden gewerkt: blended, een combi van boeken en digitaal of volledig digitaal of met maatwerkboeken.

Verzorging

Traject bevat onder andere de volgende elementen: De theorie bevat alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bij de betreffende werkprocessen. De praktijkvoorbeelden die de theorie ondersteunen, zorgen voor een verbinding met de beroepspraktijk. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteeltechnische, communicatieve, verzorgende en sociaal-agogische vaardigheden. Traject biedt hiervoor verschillende opdrachten: - Oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren; - Verwerkingsopdrachten die bestaan uit verschillende vraagtypen om de kennis en vaardigheden te begrijpen en toe te passen; - Casuïstiekopdrachten om op basis van een praktijksituatie de kennis en vaardigheden toe te passen en te analyseren; - Moduleopdrachten als activerende en motiverende opdrachten op de module; - Vaardigheden die oefenopdrachten en BPV-opdrachten bevatten; - Toetsen Het aanbod van Traject bestaat in grote lijnen uit: - theorieboeken inclusief een licentie voor de online leeromgeving met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - maatwerkboeken die door de opleider worden samengesteld door een selectie te maken uit het brede aanbod van modules voor de betreffende opleiding; - een online leeromgeving met theorie, verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten, zelftoetsen en evaluatie- en reflectievragen bij iedere module. Daarnaast bevat de online leeromgeving ondersteunend materiaal voor de docent, zoals toetsen bij iedere module. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject? Kijk dan op https://www.thiememeulenhoff.nl/mbo/welzijn/traject

Auteurs: J.H.M. Jacobs-Laagland A.C. Verhoef Eindredactie: R.F.M. van Midde

MBO_Traject_PW_Verzorging_DRUK_V2.indd Untitled-5 28 All Pages

30/06/2021 16:00


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Traject Welzijn | Verzorging by ThiemeMeulenhoff - Issuu