Skip to main content

Traject Welzijn - Ontwikkeling en activiteiten - theorieboek - herziening 2020

Page 1

THEORIEBOEK NIVEAU 3 &  4

B1-K1-W2 Bereidt de uitvoering van activiteiten voor B1-K1-W5 Stimuleert de ontwikkeling door het aanbieden van activiteiten De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.

Ontwikkeling en activiteiten PW

pedagogisch werk

PW Ontwikkeling en activiteiten PW THEORIEBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie.

TRAJECT WELZIJN

Deze uitgave Ontwikkeling en activiteiten PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk.

Herz ienin 2020 g

Auteur: A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 858822

MBO_theorie_190x270mm_ontwikkelingenactiviteiten.indd All Pages

20/04/20 14:51


Ontwikkeling en activiteiten PW NIVEAU 3 & 4


THEORIEBOEK

NIVEAU 3 & 4

Ontwikkeling en activiteiten PW A.C. VERHOEF

Onder redactie van: M.H.A.J. GLOUDEMANS R.F.M. VAN MIDDE

pedagogisch werk


Colofon Colofon

Auteur A.C. Verhoef

Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde Taalkundige redactie Floors tekstBureau, Oosterbeek

Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam

Fotografie omslag Mathilde Karrèr Photography, Rotterdam

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 068 5882 2 Theorieboek Ontwikkeling en activiteiten PW plus Studentlicentie 1 jaar ISBN 978 90 068 5905 8 Theorieboek Ontwikkeling en activiteiten PW plus Studentvoucher 1 jaar Tweede druk, eerste oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www. auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Ten geleide

De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor Maatschappelijke zorg, Pedagogisch werk en Sociaal werk aangepast aan de ontwikkelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitgewerkt in nieuwe kwalificatiedossiers. Deze kwalificatiedossiers, opgebouwd uit kerntaken en werkprocessen, vormen de basis voor de inrichting van de huidige opleidingen binnen Welzijn. De leermiddelen van Traject Welzijn zijn ontwikkeld voor en sluiten aan bij deze kwalificatiedossiers. De pedagogisch werker Pedagogisch werkers werken in de kinderopvang, het onderwijs of in een combinatievorm van beide. De student kan kiezen voor het profiel pedagogisch medewerker kinderopvang, gespecialiseerd medewerker kinderopvang of onderwijsassistent. De doelgroep van de pedagogisch werker is zeer divers, en bestaat onder andere uit: • kinderen tot twaalf jaar zonder problemen; • kinderen tot twaalf jaar met een achterstand, een leer- of gedragsprobleem; • jongeren vanaf twaalf jaar zonder problemen; • jongeren met gedrags- en opvoedingsproblemen; • kinderen en jongeren met een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking. Het kwalificatiedossier Pedagogisch werk vormt de basis voor de inrichting van de huidige opleidingen voor beroepen in dit domein. Het leermiddelenaanbod voor de opleiding Pedagogisch werk – die deel uitmaakt van Traject Wel-

zijn – is gebaseerd op vier belangrijke uitgangspunten: • de leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Het beroepsonderwijs binnen Traject Welzijn wordt in belangrijke mate bepaald door de aard van de ondersteuningsvragen en door de context waarin de beroepsuitoefening plaatsvindt; • sterk didactisch concept. De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van leerstijlen en leerervaringen van mbo-studenten. Traject Welzijn houdt rekening met de verschillende leerstijlen van mbo-studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten; • bij de indeling van de leermiddelen is rekening gehouden met de basisfase en de profielfase; • er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen mbo-niveau 3 en mbo-niveau 4. Het didactisch concept van Traject Welzijn gaat nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, waardoor het vakbekwame leren optimaal wordt ondersteund en mogelijk wordt gemaakt. Traject Welzijn houdt bovendien rekening met de mbo-student door het taalniveau (2F voor de basisfase, 3F voor de profielfase niveau 4) af te stemmen op de doelgroep en door (praktijk) voorbeelden en (praktijk)opdrachten zo te formuleren dat de mbo-student zich aangesproken voelt. De leermiddelen zijn zo ontwikkeld dat zowel mbo-studenten met een meer theoretische, als mbo-studenten met een meer praktische inslag er gebruik van kunnen maken. Traject Welzijn is inzetbaar binnen elk didactisch model en biedt


de docent de ruimte om zelf invulling te geven aan zijn rol. Traject Welzijn sluit volledig aan bij actuele opvattingen over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent onder andere dat er gewerkt wordt met uitgaven die ingedeeld zijn in thema’s die bestaan uit theorie en de daarbij behorende verwerkingsopdrachten, praktijksituaties en evaluatie middels de studiehulp. Daarnaast komen de beroepsvaardigheden en de houdingsaspecten van de (beginnende) beroepsbeoefenaar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen immers een essentieel onderdeel van de beroepsuitoefening. Theoretische onderbouwing Het onderdeel ‘theorie’ voor de basisfase Pedagogisch werk bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die hoort bij de betreffende werkprocessen. De leerstof bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De theorieboeken voor de profielfase Pedagogisch werk gaan verdiepend in op de verschillende profielen die worden onderscheiden: P1: Pedagogisch medewerker kinderopvang P2: Gespecialiseerd pedagogisch medewerker P3: Onderwijsassistent Werkboeken De werkboeken sluiten, dankzij hun thema- en hoofdstukindeling, naadloos aan bij de leerstof en indeling van de theorie. Dit geldt zowel voor de leermiddelen gericht op de basisfase als voor de leermiddelen gericht op de profielfase. Via de werkboeken kunnen de studenten zich de leerstof eigen maken door middel van: • verwerkingsopdrachten voor de leerstof in de theorie; • praktijksituaties met opdrachten. De praktijksituaties geven realistische beschrijvingen van de praktijk in het Pedagogisch werk. Hierin komen problemen en dilemma’s aan de orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun dagelijkse werk en waarbij van hen

verwacht wordt dat ze met een oplossing en aanpak komen; • het aanleren van beroepsvaardigheden. Het onderdeel ‘vaardigheden’ biedt opdrachten die zijn gericht op het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden; • thema-opdrachten gericht op integrale verwerking van de afzonderlijke thema’s; • evaluatie met behulp van de studiehulp en reflectie. Deze onderdelen zijn consequent terug te vinden in het volledige aanbod van Traject Welzijn. De combinatie van deze onderdelen maakt het leren vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan zowel in een onderwijssituatie als in de beroepspraktijk plaatsvinden. Wij hopen dat gebruikers, zowel mbo-studenten als docenten, op een plezierige en zinvolle manier met Traject Welzijn kunnen werken. Heeft u vragen of suggesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt.

Amersfoort, 2020 Redactie en uitgever


Inhoud

Thema 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten 1 1.1 1.2 1.3

1.4 1.5

1.6

2 2.1 2.2

2.3

2.4

19

Over ontwikkelingspsychologie 20 Inleiding 21 Korte geschiedenis van de ontwikkelingspsychologie 21 1.2.1 Belangrijke ontwikkelingspsychologen 21 Ontwikkelingspsychologie, wat is dat? 22 1.3.1 Hoe mensen zich ontwikkelen 22 1.3.2 Het begrip ontwikkelingsfasen 23 1.3.3 Ontwikkelingstaken 23 Ontwikkelingsaspecten 24 Factoren die de ontwikkeling bepalen 26 1.5.1 Interne factoren 26 1.5.2 Externe factoren 26 1.5.3 Zelfbepaling 26 Voorwaarden voor ontwikkeling 27 1.6.1 Veilig en vertrouwd voelen 27 1.6.2 Verbaal en non-verbaal contact 28 1.6.3 Stimulerende omgeving 28 1.6.4 Ruimte voor onderzoeken en ervaren 28 1.6.5 Mogelijkheid om te spelen 29 1.6.6 Een kind moet voldoende bewegingsvrijheid krijgen 29 1.6.7 Een kind moet veiligheid en grenzen worden geboden 29 Inleiding activiteiten 30 Inleiding 31 Activiteiten 31 2.2.1 Het motief van activiteiten 32 2.2.2 Gevoelswaarde van activiteiten 32 Algemene indeling van activiteiten 33 2.3.1 Vaste activiteiten 33 2.3.2 Vrije activiteiten 34 Verschillende soorten activiteiten 34 2.4.1 Ontspanningsactiviteiten 34 2.4.2 Creatieve activiteiten 35 2.4.3 Expressieve activiteiten 36 2.4.4 Culturele activiteiten 36

1 7


2.5

2.6

3 3.1 3.2

3.3 3.4

2.4.5 Zelfzorgactiviteiten 37 2.4.6 Sport- en spelactiviteiten 37 2.4.7 Educatieve activiteiten 38 2.4.8 Arbeidsmatige activiteiten 38 Waarom doen mensen activiteiten? 39 2.5.1 Waarom activiteiten in het pedagogisch werk? 2.5.2 Ontwikkelingsgerichte activiteiten 40 Activiteitenprogramma 41 2.6.1 Dagprogramma 42 2.6.2 Weekprogramma 42 2.6.3 Jaarprogramma 43 Spel en ontwikkeling 45 Inleiding 46 Soorten spel 46 3.2.1 Bewegingsspel 46 3.2.2 Imitatiespel 47 3.2.3 Constructiespel 47 3.2.4 Sociaal spel 48 3.2.5 Prestatiespel 49 3.2.6 Digitaal spel 49 Spel en ontwikkeling 49 3.3.1 Spelontwikkeling stimuleren 51 Spelbevorderende en spelbelemmerende factoren

Begrippen

4.3

4.4

53

54

Thema 2 Ontwikkeling van baby’s en peuters 4 4.1 4.2

39

Prenatale ontwikkeling en geboorte 60 Inleiding 61 Van conceptie tot geboorte 61 4.2.1 Miskraam 61 4.2.2 Invloeden op de prenatale ontwikkeling De geboorte 63 4.3.1 Apgar-score 63 4.3.2 Risico’s tijdens de geboorte 63 Vroeggeboorte 64 4.4.1 Risico’s bij premature baby’s 64 4.4.2 Couveuse 64 4.4.3 Ontwikkelingsproblemen 65

1 8

62

59


5 5.1 5.2

5.3

5.4

5.5 5.6 6 6.1 6.2 6.3

6.4

7 7.1 7.2

7.3

7.4

Ontwikkeling van de baby 66 Inleiding 67 Lichamelijke ontwikkeling 67 5.2.1 Lichamelijke groei 67 5.2.2 Motorische ontwikkeling 68 5.2.3 Zintuiglijke ontwikkeling 71 Cognitieve ontwikkeling 73 5.3.1 Het begin van denken 73 5.3.2 Het aanleren van vaardigheden 73 5.3.3 Taalontwikkeling 74 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling 5.4.1 Lichaamstaal 75 5.4.2 Temperament 75 5.4.3 Ontwikkeling van het ik 76 Emotionele ontwikkeling 77 5.5.1 Hechting 77 Seksuele ontwikkeling 79

74

Activiteiten en spel bij de baby 80 Inleiding 81 Vaste dagelijkse activiteiten bij baby’s 81 Doelgerichte activiteiten bij baby’s 82 6.3.1 Lichaamsgerichte activiteiten 83 6.3.2 Bewegingsactiviteiten 86 6.3.3 Ontdekkingsspel en fantasiespel 87 6.3.4 Taalactiviteiten 88 Vrije activiteiten 90 6.4.1 Spelontwikkeling 90 6.4.2 Spelontwikkeling stimuleren 90 6.4.3 Spelmaterialen 92 Ontwikkeling van de peuter 93 Inleiding 94 Lichamelijke ontwikkeling 94 7.2.1 Motorische ontwikkeling 94 7.2.2 Zindelijk worden 94 7.2.3 Groeiende hersenen 95 Cognitieve ontwikkeling 95 7.3.1 Het denken van de peuter 95 7.3.2 Taalontwikkeling bij peuters 96 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling 7.4.1 Eerste gevoel van empathie 98 7.4.2 Egocentrisme 98 7.4.3 Ontwikkeling van het normbesef 99 7.4.4 Koppigheid 99

1 9

98


7.5 7.6

Emotionele ontwikkeling 100 Seksuele ontwikkeling 101

8 8.1 8.2 8.3

Activiteiten en spel bij de peuter 102 Inleiding 103 Vaste dagelijkse activiteiten bij peuters 103 Doelgerichte activiteiten met peuters 105 8.3.1 Bewegingsactiviteiten 106 8.3.2 Constructieve activiteiten 107 8.3.3 Exploratieve activiteiten 109 8.3.4 Taalactiviteiten 110 8.3.5 Rekenactiviteiten 114 8.3.6 Imitatiespel 115 Vrije activiteiten 116 8.4.1 Spelontwikkeling bij de peuter 117 8.4.2 Spelontwikkeling stimuleren 118 8.4.3 Spelmaterialen 119

8.4

Begrippen

121

Thema 3 Ontwikkeling van kleuters 9 9.1 9.2

9.3

9.4

9.5

9.6

127

Ontwikkeling van de kleuter 128 Inleiding 129 Lichamelijke ontwikkeling 129 9.2.1 Motorische ontwikkeling 129 9.2.2 Ontwikkeling van hersenen en zintuigen 129 9.2.3 Handvoorkeur 131 Cognitieve ontwikkeling 131 9.3.1 Taakgericht bezig zijn 131 9.3.2 Leren door doen 132 9.3.3 Uitgaan van wat je ziet 132 9.3.4 Fantasiedenken en jokken 132 9.3.5 Taalontwikkeling 133 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling 134 9.4.1 Omgang met andere kinderen 134 9.4.2 Ontwikkeling van zelfbeeld 135 9.4.3 Ontwikkeling van innerlijk geweten 136 Emotionele ontwikkeling 138 9.5.1 Kleuterangsten 138 9.5.2 Sensitief ingesteld 138 Seksuele ontwikkeling 139 9.6.1 GenderspeciďŹ ek gedrag 139

1 10


10 10.1 10.2

10.3

10.4

Activiteiten en spel bij de kleuter 140 Inleiding 141 Vaste dagelijkse activiteiten bij kleuters 141 10.2.1 Overgangsmomenten bso 142 10.2.2 Overgangsmomenten basisschool 143 Doelgerichte activiteiten 145 10.3.1 Sport- en spelactiviteiten 145 10.3.2 Constructieve activiteiten 147 10.3.3 Exploratieve activiteiten 149 10.3.4 Beeldende activiteiten 149 10.3.5 Taalactiviteiten 151 10.3.6 Rekenactiviteiten 154 10.3.7 Digitale activiteiten 154 10.3.8 Imitatiespel 155 Vrij spel bij kleuters 156 10.4.1 Spelontwikkeling bij kleuters 157 10.4.2 Spelontwikkeling stimuleren 159 10.4.3 Spelmaterialen 160

Begrippen

162

Thema 4

Ontwikkeling van schoolkinderen

11 11.1 11.2

11.3

11.4

11.5 11.6

165

Ontwikkeling van het schoolkind 166 Inleiding 167 Lichamelijke ontwikkeling 167 11.2.1 De invloed van voeding 167 11.2.2 Motorische ontwikkeling 169 11.2.3 Lichamelijk actief 169 Cognitieve ontwikkeling 169 11.3.1 Realiteitsdenken 170 11.3.2 Logisch denken 170 11.3.3 Abstract denken 170 11.3.4 Leren op school 170 11.3.5 Leren buiten school 172 11.3.6 Taalontwikkeling 172 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling 11.4.1 Omgang met leeftijdsgenootjes 173 11.4.2 Omgang met volwassenen 175 11.4.3 Ontwikkeling van geweten 176 Emotionele ontwikkeling 176 Seksuele ontwikkeling 177

1 11

173


12 12.1 12.2

12.3

12.4

Activiteiten en spel bij het schoolkind 179 Inleiding 180 Vaste dagelijkse activiteiten 180 12.2.1 Vaste dagelijkse activiteiten op de bso 182 12.2.2 Vaste dagelijkse activiteiten op de basisschool Doelgerichte activiteiten 186 12.3.1 Werken met thema’s 186 12.3.2 Coöperatief leren 188 12.3.3 Kringactiviteiten 189 12.3.4 Sport- en spelactiviteiten 189 12.3.5 Muziekactiviteiten 192 12.3.6 Constructieve activiteiten 193 12.3.7 Exploratieve activiteiten 193 12.3.9 Beeldende activiteiten 195 12.3.10 Taal en taalactiviteiten 197 12.3.11 Rekenactiviteiten 204 12.3.12 Digitale activiteiten 206 12.3.13 Imitatiespel 208 Vrij spel bij schoolkinderen 208 12.4.1 Buitenspelen 209 12.4.2 Spelontwikkeling bij het schoolkind 210 12.4.3 Spelmaterialen 211

Begrippen

184

214

Thema 5 Ontwikkeling van pubers en adolescenten 13 13.1 13.2

13.3

13.4

Ontwikkeling van de puber 218 Inleiding 219 Lichamelijke ontwikkeling 219 13.2.1 Groeispurt 219 13.2.2 Seksuele rijping 220 13.2.3 Ontwikkeling van hersenen 220 13.2.4 Slapen 221 13.2.5 Eten 222 Cognitieve ontwikkeling 222 13.3.1 Overgang naar voortgezet onderwijs 223 13.3.2 Leermogelijkheden en intelligentie 223 13.3.3 Abstract denken en kritisch denken 224 13.3.4 Profielkeuze en beroepskeuze 225 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling 13.4.1 Peergroup 225 13.4.2 Persoonlijke vriendschappen 227 13.4.3 Online contacten 228

1 12

225

217


13.5

13.6 14 14.1 14.2 14.3 14.4

14.5

14.6 14.7

15 15.1 15.2

15.3

15.4 15.5

13.4.4 Op zoek naar de eigen identiteit 13.4.5 Beleving van het uiterlijk 230 Emotionele ontwikkeling 231 13.5.1 Hoog geluksgevoel 232 13.5.2 Stemmingswisselingen 233 Seksuele ontwikkeling 233

230

Ontwikkeling van de adolescent 235 Inleiding 236 De term adolescentie 236 Lichamelijke ontwikkeling 236 Cognitieve ontwikkeling 236 14.4.1 Abstract denken 237 14.4.2 Genuanceerd denken 238 14.4.3 Meer mensenkennis en inlevingsvermogen 238 14.4.4 Lang naar school 238 14.4.5 Beroepskeuze: verder leren of niet? 239 Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling 240 14.5.1 Relatie met de ouders 240 14.5.2 Op kamers wonen of niet? 241 14.5.3 Vriendengroep 241 14.5.4 Vormgeven aan identiteit 241 14.5.5 Keuzes gericht op de toekomst 242 14.5.6 Idealisme 242 14.5.7 Maatschappelijke betrokkenheid 243 Emotionele ontwikkeling 243 14.6.1 Toename werkstress en prestatiedruk 244 Seksuele ontwikkeling 244 14.7.1 Bewust worden van seksuele identiteit 245 Activiteiten bij de puber en adolescent 247 Inleiding 248 Sport- en spelactiviteiten 248 15.2.1 Sportdagen en sporttoernooien 248 15.2.2 Spelactiviteiten 248 15.2.3 Fair play 249 15.2.4 Het goede voorbeeld geven 251 Educatieve activiteiten 251 15.3.1 Helpen bij huiswerk 252 15.3.2 Leerbevorderende factoren 253 15.3.3 Uitval voorkomen 255 Excursies en andere groepsbezoeken 255 15.4.1 Begeleiden bij excursie 256 Culturele activiteiten 256 15.5.1 Keuze van cultureel-educatief project 258

1 13


15.6

15.7 15.8 15.9

15.5.2 Begeleiden bij een buitenschoolse culturele activiteit Kookactiviteiten 260 15.6.1 Ruimte en materialen 261 15.6.2 Veilig koken 261 Digitale media-activiteiten 261 15.7.1 Gebruik van digibord 262 Recreatieve activiteiten 264 15.8.1 Multitasken 265 Interactievaardigheden 265 15.9.1 Respect voor autonomie 266 15.9.2 Sensitieve responsiviteit 266 15.9.3 Structuur bieden en grenzen stellen 266 15.9.4 Praten en uitleg geven 267 15.9.5 Stimuleren van ontwikkeling 267 15.9.6 Begeleiden van interacties 267

Begrippen

269

Thema 6

Problemen in de ontwikkeling

16 16.1 16.2

16.3

16.4 17 17.1 17.2

17.3

17.4 17.5 17.6

273

Als de ontwikkeling anders gaat 274 Inleiding 275 Normale en niet-normale ontwikkeling 275 16.2.1 Kijken naar de totale ontwikkeling 275 16.2.2 Uitgaan van objectieve maatstaven 275 Problemen in de ontwikkeling 276 16.3.1 Ontwikkelingsachterstand en ontwikkelingsstoornis 16.3.2 Alarmsignalen 277 16.3.3 Risicofactoren 277 Belang van vroegtijdige onderkenning 279 Ontwikkelingsstoornissen en problemen 280 Inleiding 281 Indelingen van stoornissen bij kinderen en jongeren 281 17.2.1 Kinderen die aandacht nodig hebben 281 17.2.2 Stoornissen bij kinderen en jongeren 283 Leerstoornissen 284 17.3.1 Lees- en spellingsproblemen 285 17.3.2 Schrijfproblemen 286 17.3.3 Rekenproblemen 286 Communicatiestoornissen 287 Motorische stoornissen 288 Autismespectrumstoornissen 288

1 14

259

276


17.7 17.8

17.9 17.10 17.11

17.12

17.13 17.14

18 18.1 18.2 18.3

18.4

18.5

18.6

18.7

Aandachtsstoornissen 290 17.7.1 Aandachtsstoornissen in combinatie met andere stoornissen Gedragsstoornissen 291 17.8.1 Gedragsproblemen 291 17.8.2 Oorzaken van gedragsproblemen 292 Tics en spanningsklachten 292 Stemmingsstoornissen 293 Angststoornissen 295 17.11.1 ReĂŤle en niet-reĂŤle angst 295 17.11.2 Faalangst 296 Eetstoornissen 296 17.12.1 Anorexia nervosa 297 17.12.2 Boulimia 297 17.12.3 Behandeling bij eetstoornissen 297 Verslavingen 298 17.13.1 Alcoholverslaving 299 Hoogbegaafdheid 299 17.14.1 Problemen op school 299 17.14.2 Onderpresteren en gebrek aan motivatie 300 17.14.3 Verkeerde diagnose 300 Sociale problematiek 301 Inleiding 302 Wat is sociale problematiek? 302 18.2.1 Achterstandssituaties 302 Kenmerken van sociale problematiek 303 18.3.1 Het probleem is maatschappelijk bepaald 303 18.3.2 Het treft meerdere mensen in de maatschappij 304 18.3.3 Vaak het gevolg van een achterstelling in de maatschappij 18.3.4 Niet gemakkelijk op te lossen 304 18.3.5 Vergroot risico op allerlei andere problemen 304 18.3.6 Overdracht van ouders op kinderen 305 Armoede 305 18.4.1 Oorzaken van armoede 305 18.4.2 Gevolgen van armoede 306 Werkloosheid 306 18.5.1 Oorzaken van werkloosheid 307 18.5.2 Gevolgen van werkloosheid 307 Echtscheiding 307 18.6.1 Oorzaken van echtscheiding 308 18.6.2 Gevolgen van echtscheiding 308 Vluchtelingen 308 18.7.1 Oorzaken van vluchten 309 18.7.2 Gevolgen van vluchten 310

1 15

290

304


18.8

Huiselijk geweld 310 18.8.1 Oorzaken van huiselijk geweld 311 18.8.2 Gevolgen van huiselijk geweld 312

19 19.1 19.2

Aandachtspunten bij spel en activiteiten 313 Inleiding 314 Handelingsplan is uitgangspunt 314 19.2.1 Signaleren, observeren en rapporteren 314 19.3 Emotionele ondersteuning 315 19.3.1 Gevoel van eigenwaarde versterken 315 19.3.2 Gebruikmaken van beloningen 316 19.4 Regels, structuur en routine 316 19.4.1 Structuur in de dagindeling 317 19.4.2 Structuur in de ruimte 317 19.4.3 Structuur in de omgang en begeleiding 318 19.5 Verlengde instructie 318 19.6 Aandachtspunten bij leerstoornissen 319 19.6.1 Volgen van de ontwikkeling met het leerlingvolgsysteem 319 19.6.2 Gebruikmaken van protocollen 319 19.6.3 Begeleiden van educatieve activiteiten bij leerstoornissen 320 19.7 Aandachtspunten bij ASS 321 19.7.1 Tips voor het begeleiden van educatieve activiteiten bij ASS 321 19.7.2 Tips voor het begeleiden van sport- en spelactiviteiten bij ASS 321 19.8 Aandachtspunten bij aandachtsstoornis 322 19.8.1 Tips voor het begeleiden van educatieve activiteiten bij aandachtsstoornis 322 19.8.2 Tips voor het begeleiden van sport- en spelactiviteiten bij aandachtsstoornis 323 19.9 Aandachtspunten bij gedragsstoornissen en gedragsproblemen 324 19.10 Aandachtspunten bij hoogbegaafdheid 325 19.10.1 Compacten en verrijken 325 19.10.2 Plusklas 326 Begrippen

327

Register

332

Illustratieverantwoording

339

1 16


1 1


1 THEMA

Inleiding ontwikkeling en activiteiten Kern

Ook al is digitaal spel leerzaam, let erop dat een kind niet alleen maar gamet.

Als pedagogisch werker houd je je veel bezig met het bedenken, organiseren en begeleiden van activiteiten. Dat doe je met een reden: je stimuleert er de ontwikkeling van kinderen en jongeren mee.

OriĂŤntatieopdracht In de zomer van 2019 kwam een gezin in Ruinerwold in het nieuws. In de kelder van een boerderij werd een gezin aangetroffen dat negen jaar lang afgescheiden leefde van de maatschappij. Ga uit van de situatie dat een kind volledig afgescheiden van de maatschappij leeft en opgroeit. Motiveer telkens je antwoord bij onderstaande vragen. Leg uit waarom wel of niet en geef zo nodig voorbeelden. a Zal bij dit kind de lichamelijke ontwikkeling anders verlopen? b Zal bij dit kind de verstandelijke ontwikkeling anders verlopen? c Zal bij dit kind de sociale ontwikkeling anders verlopen? d Zal bij dit kind de persoonlijkheidsontwikkeling anders verlopen? e Zal bij dit kind de emotionele ontwikkeling anders verlopen? f Zal bij dit kind de seksuele ontwikkeling anders verlopen?

Inleiding in de ontwikkelingspsychologie De menselijke ontwikkeling verloopt in fasen en is een proces van groeien, rijpen en leren. Door aanleg- en omgevingsfactoren verloopt de ontwikkeling per individu verschillend. Mensen kunnen zelf invloed uitoefenen op hun ontwikkeling door eigen keuzes te maken. Inleiding activiteiten Mensen hebben vaste activiteiten nodig om hun tijd zinvol door te komen. Bij vrije activiteiten staat het plezier en de ontspanning voorop. Ontwikkelingsgerichte activiteiten zijn gericht op de brede ontwikkeling van het kind. Een pedagogisch werker heeft een belangrijke rol bij ontwikkelingsgerichte activiteiten. Spel en ontwikkeling Een kind moet spelen om zich te kunnen ontwikkelen. Het bewegingsspel is eigenlijk tijdens de hele kindertijd favoriet. Het imitatiespel ontwikkelt zich in de peutertijd. Bij sociaal spel leren kinderen een taakverdeling te maken, zich aan spelregels te houden en tegen verlies te kunnen.

1 19


1 Over ontwikkelingspsychologie Saskia werkt als leidster op peuterspeelzaal Pippeloen. Het is de eerste dag na de vakantie en stipt om half negen komen de eerste kinderen binnendruppelen. Eerst is daar Dennis. De anders zo stoere Dennis kijkt onwennig om zich heen en houdt de hand van zijn vader angstig vast. ‘Dag Dennis, wat leuk dat je er weer bent.’ Saskia hurkt bij Dennis, maar Dennis kijkt schuw naar de grond en kruipt weg achter zijn vader. Eerst maar wat laten bijkomen, bedenkt Saskia. Achter Dennis staat Amer te trappelen van ongeduld. Amer is een van oorsprong Syrisch jongetje. Zo te zien heeft Amer geen last van onwennigheid. ‘Halo joef’, roept Amer. ‘Oto. Speel.’ Weg is Amer. Saskia hoopt dat Amer in de vakantie niet te veel is teruggevallen wat betreft zijn taalontwikkeling. Voor haar staan dan Bas en Mees, een eeneiige tweeling, met hun moeder. Ze hebben allebei een bosje bloemen in hun handen. ‘Wat lief van jullie’, roept Saskia spontaan als Bas haar de bloemen geeft. Onbewust reikt ze al naar de bloemen van Mees, maar deze is niet van plan de bloemen weg te geven. ‘Nee, jij mag ze niet’, zegt Mees. ‘Heb ik gekoopt, ze zijn van mij.’ Mees stopt de bloemen achter zijn rug. Saskia moet lachen om de eigenwijze opmerking van Mees. ‘Typisch iets voor Mees, overal dwars tegenin.’ Wat een verschil toch tussen die twee, denkt ze. Je zou nooit denken dat het een eeneiige tweeling is.

1 20


1

1.1

Inleiding

ren door middel van straffen en belonen. De andere groep dacht dat kinderen mini-volwassenen waren. Zij gingen ervan uit dat als je kinderen maar goed te eten gaf en ze in een gezonde omgeving liet opgroeien, de ontwikkeling wel vanzelf zou gaan.

Kinderen verschillen van elkaar. Volwassenen ook. Geen mens is hetzelfde. Als je erover nadenkt, verwonder je je er misschien wel over dat er zo’n acht miljard mensen op deze planeet leven en dat ieder mensen een eigen ontwikkeling doormaakt. Toch zijn mensen niet 100 procent verschillend van elkaar. Er zijn ook veel overeenkomsten tussen mensen. Zeker als ze dezelfde leeftijd hebben of dezelfde omstandigheden delen. Ook Saskia, de pedagogisch medewerker in de praktijksituatie, merkt de verschillen en overeenkomsten op. In je toekomstige baan werk je met kinderen of jongeren. Het is belangrijk dat je rekening houdt met hun ontwikkeling. Waar mogelijk stimuleer je die ontwikkeling. Het aanbieden van activiteiten is een van de belangrijkste manieren waarop je de ontwikkeling kunt stimuleren. Het is daarom belangrijk te weten hoe de ontwikkeling van mensen verloopt.

Sigmund Freud Een van de meest invloedrijke psychologen is Sigmund Freud (1856-1939). Een van Freuds belangrijkste theorieën was dat kinderen een psychoseksuele ontwikkeling doormaken: volgens Freud verloopt die ontwikkeling als volgt: bij baby’s is sprake van de orale fase (oraal verwijst naar mond), bij peuters is sprake van de anale fase (anaal verwijst naar anus), bij kleuters is sprake van de fallische fase (fallisch verwijst naar fallus oftewel penis), bij schoolkinderen is sprake van de latentiefase (latent = niet actief) en bij pubers en adolescenten is sprake van de genitale fase. Tegenwoordig is er veel kritiek op de theorie van Freud. Er zijn wel losse verhalen die passen bij zijn theorie, maar er bestaat geen wetenschappelijk onderzoek dat de theorie bewijst.

Dit hoofdstuk gaat over: • korte geschiedenis van de ontwikkelingspsychologie; • ontwikkelingspsychologie, wat is dat?; • ontwikkelingsaspecten; • factoren die de ontwikkeling bepalen; • voorwaarden voor ontwikkeling.

1.2

Over ontwikkelingspsychologie

1.2.1

Belangrijke ontwikkelingspsychologen

Pas in de 20e eeuw zijn geleerden goed gaan kijken naar de ontwikkeling van de mens. In het begin was er vooral veel aandacht voor de kinderfase, pas later kwam er ook aandacht voor volwassenen en ouderen. Een belangrijke ontwikkelingspsycholoog was Jean Piaget (1896-1980). Piaget bestudeerde de verstandelijke ontwikkeling bij kinderen. Hij kwam erachter dat kinderen pas op een bepaalde leeftijd eraan toe zijn om een bepaald iets te leren. Een andere belangrijke ontwikkelingspsycholoog was Erik Erikson (1902-1994). Hij beschreef de verschillende stadia in de psychosociale ontwikkeling. Hij ontdekte dat in ieder stadium een bepaald conflict centraal staat. Zo gaat het in de babytijd om vertrouwen tegenover wantrouwen en in de puberteit om identiteit te-

Korte geschiedenis van de ontwikkelingspsychologie

Het denken over de veranderingen die de mens in de loop van zijn leven ondergaat, is al heel oud. Al zo’n 400 jaar voor Christus dachten filosofen na over dit onderwerp. Vanaf de 17e eeuw zijn de ideeën over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen in hoog tempo veranderd. In eerste instantie waren er twee grote richtingen. De ene groep dacht dat een kind een onbeschreven blad was, dat je alles kon en moest le-

1 21


Inleiding ontwikkeling en activiteiten

genover rolverwarring. De baby moet leren geven én krijgen. De puber moet leren zichzelf te zijn. In Nederland is momenteel Rita Kohnstamm (1937) een belangrijke ontwikkelingspsychologe. Zij schreef belangrijke en veelgelezen boeken over de ontwikkelingspsychologie bij kinderen en jongeren.

Binnen de psychologie kunnen heel veel vragen gesteld worden. De algemene psychologie is daarom opgedeeld in een aantal specialisaties, bijvoorbeeld arbeidspsychologie, sociale psychologie, neuropsychologie en beroepskeuzepsychologie. Ook de ontwikkelingspsychologie is zo’n specialisatie.

Huidige situatie Tegenwoordig zijn er specialisaties binnen de ontwikkelingspsychologie in opkomst, zoals de gerontopsychologie. De gerontopsychologie is een mix van psychologie en gerontologie. Gerontologie is de wetenschap die de ouder wordende mens bestudeert. Gerontopsychologie richt zich op de ervaring en het gedrag van de ouder wordende mens. Ontwikkelingspsychologie wordt tegenwoordig ook wel levenslooppsychologie of levensfasepsychologie genoemd.

Ontwikkelingspsychologie is de wetenschap die het gedrag bestudeert van de mens in de verschillende fasen van zijn ontwikkeling.

1.3

1.3.1

Hoe mensen zich ontwikkelen

Ontwikkelen wil zeggen dat er sprake is van een verandering. Die verandering kan een vooruitgang of verbetering inhouden, maar ook achteruitgang en afbraak. Wanneer sprake is van vooruitgang, dan zijn drie processen verantwoordelijk voor deze vooruitgang: 1 groeiprocessen: dit is de lichamelijke groei die het gevolg is van celdeling; 2 leerprocessen: dit is het verwerven van theoretische, praktische en sociaal-emotionele kennis en vaardigheden; 3 rijpingsprocessen, kortweg rijping: dit is het ‘ergens aan toe zijn’, je bent eraan toe om wel of niet iets te leren.

Ontwikkelingspsychologie, wat is dat?

In het begrip ontwikkelingspsychologie zitten twee woorden, namelijk: ontwikkelen en psychologie. De psychologie houdt zich bezig met alles wat de mens doet. Het gaat daarbij om de vraag waarom iemand zich op een bepaalde manier gedraagt. Denk bijvoorbeeld aan de volgende vragen. Waarom gaan sommige jongeren vroegtijdig van school zonder een diploma? Waar worden mensen overspannen van? Waarom raakt de een wel verslaafd en de ander niet? Wat bepaalt of mensen naar iemand luisteren?

Jouw invloed Uiteraard hangen deze drie manieren van ontwikkelen met elkaar samen. Het is belangrijk om te weten dat je de groei en het vermogen om te leren wel van buitenaf kunt beïnvloeden, maar dat je geen invloed hebt op rijpingsprocessen. Door voeding groeit een kind in lengte en gewicht, daar heb je invloed op. Door kinderen voor te lezen, leren ze nieuwe woorden. En wanneer je ze voldoende ruimte geeft om te spelen, leren ze ook veel. Je hebt dus ook invloed op het leren.

Psychologie is de wetenschap die het menselijk gedrag bestudeert.

1 22


1

puber’ en ‘de oudere’: mensen verschillen ook altijd veel van elkaar. We geven aan wat algemeen gangbaar is bij een normale ontwikkeling. Bijvoorbeeld: over het algemeen zal een kind met ongeveer tien maanden zijn eerste woordje zeggen. Maar er zijn ook kinderen die dat pas doen als ze vijftien maanden, anderhalf jaar of ouder zijn. Het ene kind komt ook veel eerder in de puberteit dan het andere kind.

Met rijping of rijpingsprocessen bedoelen we dat je er op een gegeven moment aan toe bent om iets te kunnen. Zo is een 6-jarige meestal ‘rijp’ om te leren lezen. Een kind van vier jaar niet. Rijping kun je niet versnellen. Wel kun je de voorwaarden scheppen om deze rijping mogelijk te maken. 1.3.2

Over ontwikkelingspsychologie

Het begrip ontwikkelingsfasen

Binnen de ontwikkeling van de mens kunnen we verschillende ontwikkelingsfasen onderscheiden.

Een ontwikkelingsfase is een periode in het leven van de mens die te onderscheiden is van andere perioden. Bij deze periode horen bepaalde kenmerkende gedragingen.

Figuur 1.1 Bij de puberteit horen eigen, specifieke gedra-

De ontwikkelingspsychologie houdt zich bezig met de totale ontwikkeling van de mens, dat wil zeggen vanaf de conceptie (bevruchting) tot aan de dood. Het is handig die totale ontwikkeling in te delen. Wij gaan uit van de volgende gangbare indeling: • ongeboren kind (prenatale fase: 40 weken); • baby (0-18 maanden); • peuter (18 maanden-4 jaar); • kleuter (4-6 jaar); • schoolkind (6-12 jaar); • puber (12-17 jaar); • adolescent (17-25 jaar); • volwassene (25-67 jaar); • oudere mens (67 jaar en ouder).

gingen

1.3.3

Ontwikkelingstaken

In elke ontwikkelingsfase is sprake van ontwikkelingstaken.

Een ontwikkelingstaak is een stap die ieder kind (0-19 jaar) in zijn ontwikkeling moet nemen om een stap verder te komen in die ontwikkeling.

Er is dus sprake van een reeks van min of meer opeenvolgende ontwikkelingstaken. Ontwikkelingstaken zijn in feite ontwikkelingsdoelen. Het eerste ontwikkelingsdoel van een baby is wennen aan de wereld om hem heen. Door de juiste voorwaarden voor ontwikkeling aan te bieden en door een kind of jongere taken en activiteiten aan te bieden die hij nog nét niet aankan, help je hem verder te komen in zijn ontwikkeling.

Bij elke ontwikkelingsfase horen eigen, specifieke gedragingen. Voor de ontwikkelingsfase van de baby is het bijvoorbeeld kenmerkend dat de baby leert lopen en zijn eerste woordjes leert. Voor de fase van de oudere mens is kenmerkend dat de werking van de zintuigen achteruitgaat. Ook al delen we het leven van de mens in fasen in, en doen we uitspraken over ‘de baby’, ‘de

1 23


Inleiding ontwikkeling en activiteiten

keling: de ontwikkelingsaspecten. Een eenvoudige indeling is die in lichamelijke, sociale en geestelijke ontwikkeling. Aan zo’n indeling heb je niet genoeg als je in de praktijk met mensen gaat werken. Deze indeling in ontwikkelingsaspecten is beter: • lichamelijke ontwikkeling; • cognitieve ontwikkeling; • sociale ontwikkeling; • persoonlijkheidsontwikkeling; • emotionele ontwikkeling; • seksuele ontwikkeling.

Wanneer een kind of jongere erin slaagt de ontwikkelingstaken te vervullen, dan vergroot dit zijn competentie. Bij competentie gaat het erom een taak met de juiste kennis, inzicht, vaardigheden, houding en persoonlijke eigenschappen uit te voeren. Een ontwikkelingstaak van de baby is bijvoorbeeld het leren communiceren. Als een baby erin slaagt deze ontwikkelingstaak goed uit te voeren, is hij compententer geworden. Een nieuwe ontwikkelingstaak wacht op hem: het leren begrijpen van de wereld. Ook het goed uitvoeren van deze ontwikkelingstaak maakt hem weer compententer.

1.4

Lichamelijk aspect Bij de lichamelijke ontwikkeling van de mens gaat het om de lichamelijke groei of achteruitgang van de mens, de motorische ontwikkeling (de ontwikkeling van de beweging) en de zintuiglijke ontwikkeling (de ontwikkeling van de zintuigen zoals het zien en het horen).

Ontwikkelingsaspecten

Wanneer je je verdiept in de ontwikkeling van de mens, dan is het handig om uit te gaan van verschillende deelaspecten binnen die ontwik-

Figuur 1.2 Veel kinderen oefenen graag hun motorische vaardigheden

1 24


1

Over ontwikkelingspsychologie

Voor de motoriek kun je onderscheid maken tussen de grove en de ďŹ jne motoriek. Onder de grove motoriek verstaan we de grove bewegingen van lichaamsdelen (armen en benen). Onder de ďŹ jne motoriek verstaan we ďŹ jne bewegingen, uitgevoerd met de handen en voeten. Cognitief aspect Met de cognitieve ontwikkeling van de mens bedoelen we de verstandelijke ontwikkeling. Denk aan de ontwikkeling van het denken en het geheugen, maar ook aan de taalontwikkeling. Bij de taalontwikkeling gaat het om de ontwikkeling van woordbegrip en taalgebruik. Taal en denken hangen namelijk nauw met elkaar samen: zonder taal (woorden) ben je niet in staat tot denken. Maar ook: zonder denken ben je niet in staat tot taal (spreken).

Figuur 1.3 Sociaal gedrag moet zich ontwikkelen

Persoonlijkheidsaspect Bij persoonlijkheidsontwikkeling gaat het om de vorming van de eigen identiteit, de eigen aard. Ook de ontwikkeling van de eigen wil, de eigen opvattingen (normen en waarden) en de ontwikkeling van het zelfbeeld vallen onder de persoonlijkheidsontwikkeling.

Sociaal aspect Onder sociale ontwikkeling verstaan we de ontwikkeling in de omgang van de mens met andere mensen, de ontwikkeling van empathie (inlevingsvermogen) en de ontwikkeling van sociaal gedrag. Met sociaal gedrag bedoelen we dat iemand in staat is rekening met anderen te houden en niet alleen aan zichzelf denkt. De relatie tussen de ouders/opvoeders en het kind en de omgang van het kind met leeftijdsgenootjes zijn van groot belang voor de sociale ontwikkeling.

Emotioneel aspect Onder emotionele ontwikkeling verstaan we de ontwikkeling van gevoelens van (basis)vertrouwen en veiligheid. Belangrijke vragen hierbij zijn: hoe ontwikkelen deze gevoelens zich, en onder welke voorwaarden kunnen deze gevoelens zich ontwikkelen? De emotionele ontwikkeling hangt nauw samen met de sociale ontwikkeling. Dat wordt duidelijk in het woord sociaal-emotionele ontwikkeling. De emotionele ontwikkeling en de persoonlijk-

Tabel 1.1 Aspecten van ontwikkeling

Aspecten van de ontwikkeling Lichamelijke ontwikkeling

Lichamelijke groei of achteruitgang, motorische ontwikkeling, zintuiglijke ontwikkeling

Cognitieve ontwikkeling

Verstandelijke ontwikkeling, taalontwikkeling, ontwikkeling van denken en geheugen

Sociale ontwikkeling

Ontwikkeling van de omgang van de mens met andere mensen, de ontwikkeling van empathie (inlevingsvermogen) en de ontwikkeling van sociaal gedrag

Persoonlijkheidsontwikkeling

Vorming van eigen identiteit, ontwikkeling van de eigen wil, de eigen opvattingen en de ontwikkeling van het zelfbeeld

Emotionele ontwikkeling

Ontwikkeling van gevoelens van (basis)vertrouwen en veiligheid

Seksuele ontwikkeling

Ontwikkeling van seksueel gedrag, ontwikkeling van lichaams- en lustbeleving, ontwikkeling van waardering voor eigen lichaam, ontwikkelen van het bewustzijn dat je een meisje of jongen bent en je daarnaar gedragen (of niet)

1 25


Inleiding ontwikkeling en activiteiten

uiterlijke kenmerken van de mens. Maar ook talent op het gebied van wiskunde, muziek of kunst dragen ouders over op hun kinderen. Dat komt naar voren in uitspraken als: zij heeft de sportgenen van haar moeder, en hij heeft de muzikale genen van zijn vader geërfd.

heidsontwikkeling hangen zeker ook met elkaar samen. Seksueel aspect De seksuele ontwikkeling omvat de ontwikkeling van seksueel gedrag, de ontwikkeling van lichaams- en lustbeleving en ontwikkeling van waardering voor het eigen lichaam. Ook gaat het om het ontwikkelen van het bewustzijn dat je een meisje of jongen bent en je daarnaar gedragen (of niet). De seksuele ontwikkeling hangt nauw samen met de lichamelijke ontwikkeling, maar ook met de persoonlijkheidsontwikkeling.

1.5

1.5.2

Ieder mens groeit op, leeft en ‘takelt af’ in een bepaalde omgeving en onder bepaalde omstandigheden. Er zijn dus factoren van buitenaf die de ontwikkeling bepalen. We spreken ook wel van milieu. Daarbij gaat het om: • de directe omgeving (bijvoorbeeld het gezin, de kinderopvang, leeftijdsgenoten, vrienden, de buurt); • sociale en economische factoren (bijvoorbeeld de school en het soort onderwijs, opgroeien in rijkdom of armoede, wel/geen mogelijkheden tot sporten); • culturele factoren (bijvoorbeeld de tijd waarin je leeft en opgroeit, de waarden en normen van je ouders en van de samenleving waarin je opgroeit); • ingrijpende levensgebeurtenissen. Ingrijpende levensgebeurtenissen kunnen van grote invloed zijn op de ontwikkeling van de mens. De oorzaak ligt voor de hand: niet-alledaagse, buitengewone gebeurtenissen grijpen diep in. Het kan hierbij gaan om crisissituaties zoals ziekte, afscheid en beperkt raken, maar het kan ook gaan om positieve gebeurtenissen zoals ‘uit de kast komen’, trouwen of een kind krijgen.

Factoren die de ontwikkeling bepalen

Ook al ligt de ontwikkeling in grote lijnen vast, toch verloopt de ontwikkeling van ieder mens op unieke wijze. Dit komt omdat er factoren zijn die invloed uitoefenen op de ontwikkeling van de mens, namelijk: • interne factoren; • externe factoren; • zelfbepaling. 1.5.1

Externe factoren

Interne factoren

Al voor de geboorte staat bij elk kind vast wat zijn in aanleg gegeven mogelijkheden en beperkingen in het leven zijn.

Bij aanleg gaat het om de eigenschappen of mogelijkheden die iemand bij de bevruchting heeft meegekregen (in de genen).

1.5.3

Zelfbepaling

Naarmate je ouder wordt, neemt je vermogen toe om richting te geven aan je eigen ontwikkeling. Dit noemen we zelfbepaling. Zelfbepaling hangt samen met de keuzes die je maakt. Je maakt voortdurend keuzes, bijvoorbeeld om verder te leren voor een bepaald beroep, om zelfstandig te gaan wonen, om te gaan

Het overgrote deel van deze aangeboren geschiktheid komt voort uit wat het kind meekrijgt van zijn ouders in zijn genen (erfelijk materiaal). Erfelijke eigenschappen bepalen bijvoorbeeld de

1 26


1

1.6.1

trouwen en om kinderen te krijgen. Natuurlijk heb je niet alles zelf in de hand. Je kunt bijvoorbeeld wel een bepaalde opleiding willen volgen, maar er kunnen allerlei redenen zijn waarom dat niet lukt.

1.6

Over ontwikkelingspsychologie

Veilig en vertrouwd voelen

Het is belangrijk dat een kind vanaf de geboorte ervaart dat zijn opvoeders er voor hem zijn en dat ze op hem reageren. Bij een pasgeboren baby gaat het dan met name om de reactie van de opvoeder op zijn huilen. In deze fase kan een baby huilen nog niet gebruiken als een middel om zijn zin te krijgen, het is altijd een uiting van zich niet lekker voelen. Uit onderzoeken blijkt telkens weer dat een baby naast behoefte aan voedsel en warmte nog een oerbehoefte heeft, namelijk die aan contact met zijn opvoeder.

Voorwaarden voor ontwikkeling

Als een kind geboren wordt, beschikt het over bepaalde aangeboren vermogens. Deze aangeboren vermogens kun je ook ontwikkelingsmogelijkheden noemen. Of een kind de kans krijgt deze te benutten, hangt af van zijn omgeving. De omgeving kan het kind belemmeren of stimuleren in zijn ontwikkeling. Geen enkel kind ontwikkelt zich vanzelf, er zijn bepaalde voorwaarden nodig. Wordt aan deze voorwaarden niet voldaan, dan is de kans groot dat het kind een ontwikkelingsachterstand oploopt. Ook kan het kind op allerlei vlakken problemen krijgen. De belangrijkste voorwaarden om tot ontwikkeling te komen, zijn: • Een kind moet zich veilig en vertrouwd voelen bij de opvoeder. • Er moet zowel verbaal als non-verbaal contact zijn tussen opvoeders en kind. • Er moet een stimulerende omgeving zijn. • Een kind moet de gelegenheid krijgen om zelf te onderzoeken. • Een kind moet de mogelijkheid hebben om te spelen. • Een kind moet voldoende bewegingsvrijheid krijgen. • Een kind moet veiligheid en grenzen worden geboden.

Psycholoog Harlow onderzocht in 1958 de kracht van aanraking. Hij zette aapjes in een kooi met daarin een ’ijzeren moederaap‘ die melk gaf, en een ’badstof moederaap‘, die weliswaar zacht aanvoelde, maar geen melk gaf. Uit het onderzoek bleek dat de aapjes heel snel eten haalden bij hun ’ijzeren moeder‘, om zich daarna urenlang vast te klampen aan hun ’badstof moeder‘. Aapjes die lange tijd alleen maar een ’ijzeren moeder‘ hadden, ontwikkelden zich minder sociaal, gingen minder op onderzoek uit en waren angstiger dan aapjes die wel een ’badstof moeder‘ hadden.

Contact met de opvoeder geeft kinderen een gevoel van veiligheid en geborgenheid. Wanneer je een kind oppakt als het huilt, leert het kind dat er contact is als het dat nodig heeft. Dat geeft kinderen een basisgevoel van veiligheid. Na verloop van tijd kunnen kinderen steeds langer zonder de directe nabijheid van hun opvoeders: alleen al het weten dat er contact mogelijk is, geeft een voldoende veilig gevoel. Voor de ontwikkeling van kinderen is het enorm belangrijk dat ze zich veilig voelen. Een kind dat zich niet veilig voelt, heeft een minder grote

Bij al deze voorwaarden speelt de ouder en/of opvoeder steeds een beslissende rol. De ouders hebben hierbij de grootste rol. Maar ook jij als pedagogisch werker bent opvoeder. Jouw handelen, jouw manier van omgaan met het kind, is zeker ook van grote invloed op de ontwikkeling van het kind.

1 27


Inleiding ontwikkeling en activiteiten

Elk kind heeft de behoefte aan liefkozing en koestering. Huidcontact is van wezenlijk belang. Daarnaast is het belangrijk dat ouders/opvoeders al vanaf de geboorte met het kind praten. Als zij dit niet doen, dan zal het kind niet zelf gaan praten. Een kind leert praten door anderen te imiteren. Je stimuleert de ontwikkeling door te reageren op wat het kind tegen je zegt en doet. Een baby leert door het contact met de opvoeder woorden en gebaren te koppelen aan bepaalde situaties, voorwerpen en mensen.

reacties zijn: aankijken, lachen, praten, oppakken, knuffelen en spelen met het kind. Op latere leeftijd komt daar aanmoedigen en bemoedigen bij. Wanneer je kinderen positief ondersteunt, ontwikkelen ze zelfvertrouwen. Hierdoor durven kinderen te exploreren (op onderzoek uitgaan). Positief reageren wil trouwens niet zeggen dat je een kind heel veel complimenten moet geven. Een stimulerende omgeving voorkomt niet alleen ontwikkelingsachterstanden, maar kan er ook voor zorgen dat een kind in staat is een beginnende ontwikkelingsachterstand in te halen. Je spreekt dan van ontwikkelingsstimulering. Ontwikkelingsstimulering richt zich op de ontwikkelingsgebieden waarop het kind een ontwikkelingsachterstand dreigt op te lopen.

1.6.3

1.6.4

ontdekkingsdrang en zal ook minder zelfvertrouwen ontwikkelen. 1.6.2

Verbaal en non-verbaal contact

Stimulerende omgeving

Ruimte voor onderzoeken en ervaren

Veel dingen leer je niet doordat je ervan hoort, maar doordat je zelf onderzoekt en zelf ervaart. Als opvoeder kun je twintig keer tegen een kind

Als een kind contact zoekt met zijn opvoeders, is het van belang dat zij hierop bevestigend reageren. Voorbeelden van bevestigende (positieve)

Figuur 1.4 Voor zijn ontwikkeling is het belangrijk het kind te stimuleren in wat hij doet

1 28


1

zeggen dat de verwarming heet is, maar een kind leert vaak pas om ervan af te blijven wanneer het zelf ervaart dat die verwarming erg heet is. Door als pedagogisch werker kinderen de ruimte en de tijd te geven hun omgeving zelf te onderzoeken, leren ze van alles over de wereld. Daarnaast doen kinderen kennis op door kijken, proeven, betasten en luisteren. Je geeft het kind de kans tot leren leren. 1.6.5

antwoord geven op de vraag welke effecten lichamelijke activiteiten hebben op de cognitieve ontwikkeling van kinderen in het basisonderwijs. Denk aan aandacht, werkgeheugen, planning en schoolprestaties (rekenen, lezen en spelling). De belangrijkste conclusies: cognitieve aspecten verbeteren zowel met een beweegsessie als bij langdurige fysieke activiteit (een aantal weken of maanden durend). De fysieke activiteiten verschillen in effect. Eenmalige beweegsessies verbeteren vooral de aandacht. Wil je ook schoolprestaties verbeteren, dan lukt dat niet met eenmalige beweegsessies. Langdurige fysieke activiteiten kunnen wel de schoolprestaties verbeteren.

Mogelijkheid om te spelen

Kinderen ontwikkelen zich al spelend. Het is belangrijk dat een kind een eigen plekje heeft waar het graag is en dat je het de tijd en de rust geeft om te spelen. Als pedagogisch werker is het belangrijk ervoor te zorgen dat het speelgoed van de kinderen aansluit bij hun mogelijkheden, leefwereld en interesses. Goed speelgoed daagt een kind uit: het laat ruimte voor zijn eigen fantasie. 1.6.6

Over ontwikkelingspsychologie

Gebaseerd op: Slim door gym, effecten van fysieke activiteit op cognitie van kinderen in het primair onderwijs, november 2018

Een kind moet voldoende bewegingsvrijheid krijgen 1.6.7

Een kind moet bewegen. Beweegt een kind te weinig, dan leert het zijn lichaam niet goed kennen en niet goed gebruiken. Het kind loopt dan een achterstand op in zijn motorische ontwikkeling. Belangrijk is natuurlijk ook dat kinderen hun energie kwijt kunnen door zich te bewegen. Als kinderen worden gedwongen om veel stil te zitten, worden ze vaak rusteloos. Ze gaan dan ruziemaken en ze slapen slecht.

Een kind moet veiligheid en grenzen worden geboden

Voor een optimale ontwikkeling heeft een kind grenzen nodig. Ouders/opvoeders moeten duidelijk zijn in wat wel en niet mag. Wanneer je als opvoeder alles toestaat en ieder obstakel voor een kind uit de weg ruimt, schaadt dat de ontwikkeling van het kind. Veel ouders/opvoeders hebben er moeite mee een kind teleur te stellen. Ze geven het kind te vaak zijn zin. Ze dreigen wel met maatregelen, maar als puntje bij paaltje komt, hebben ze er veel moeite mee de maatregel te nemen. Ook zijn ze vaak te positief. Alles wat het kind maakt en doet is mooi, geweldig, super, fantastisch of prachtig (of alles tegelijk). Zo leert een kind niet zijn best te doen. Ook leert het kind niet om door te zetten. En met kritiek omgaan leert het kind ook niet. Een kind heeft teleurstellingen nodig om opgewassen te zijn tegen teleurstellingen die onherroepelijk op zijn pad komen als hij ouder is.

Slim door gym Eind 2018 verscheen een interessant onderzoeksrapport. De onderzoeksvraag was: Gaan leerlingen beter presteren als ze regelmatiger (tijdens de schooldag) bewegen? Voor de duidelijkheid: gymles op school is hoe dan ook goed voor de gezondheid van leerlingen. Maar het onderzoek wilde

1 29


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Traject Welzijn - Ontwikkeling en activiteiten - theorieboek - herziening 2020 by ThiemeMeulenhoff - Issuu