WERKBOEK NIVEAU 4
Thuisbegeleider MZ
Deze uitgave Thuisbegeleider MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. P5-K1-W1 Maakt samen met de cliënt het ondersteuningsplan P5-K1-W2 Biedt psychosociale ondersteuning P5-K1-W3 Ondersteunt de cliënt bij het voeren van de regie over zijn leven P5-K1-W4 Stimuleert de cliënt het sociale netwerk te versterken P5-K1-W5 Ondersteunt en begeleidt de cliënt bij opvoeding P5-K1-W6 Voert coördinerende taken uit P5-K1-W7 Begeleidt nieuwe collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers
m a at s c h a p p e l i j k e zorg
MZ Thuisbegeleider MZ WERKBOEK
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.
Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 622461
MBO_WB_Thuisbegeleider MZ_210x297mm.indd All Pages
16/01/18 13:00
Thuisbegeleider MZ Niveau 4
Colofon Auteurs Met tekstbijdragen van Rubus Opleidingspartners
Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
Fotografie omslag Mathilde Karrèr
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
Technisch tekenwerk Tiekstra Media
Over ThiemeMeulenhoff Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt ontwikkelt zich zichvan vaneducatieve educatieveuitgeverij uitgeverijtottot een een learning learning design company. Wecontent, brengenleerontwerp content, leerontwerp en samen. design company. We brengen en technologie technologie samen. Met onze ervaring groeiende ervaring Met onze groeiende expertise, en expertise, leeroplossingen zijnen we een partner voor scholen bij het en verbeteren van onderwijs. Zo kunnenenwe leeroplossingen zijnvernieuwen we een partner voor scholen bij het vernieuwen samen betervan recht doen aanZodekunnen verschillen tussen beter lerenden en doen scholen verbeteren onderwijs. we samen recht aanende ervoor zorgen dat leren steeds effectiever en dat efficiënter wordt. verschillen tussen lerenden en persoonlijker, scholen en ervoor zorgen leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 62246 1 ISBN 90 eerste 06 62246 1 2018 Eerste978 druk, oplage, Eerste druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden Alle rechten voorbehouden. Niets deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in eenuit geautomatiseerd gegevensbestand, verveelvoudigd, opgeslagen in vorm een geautomatiseerd of openbaar gemaakt, in enige of op enige wijze,gegevensbestand, hetzij elektronisch,of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enigwijze, andere manier, zonder mechanisch, fotokopieën, opnamen, andere manier, zonder voorafgaandedoor schriftelijke toestemming vanofdeenig uitgever. voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel j° hetuit Besluit 23 augustus 1985, Stbl. Voor zover16B hetAuteurswet maken van1912 kopieën dezevan uitgave is toegestaan op 471 en artikel Auteurswet 1912, dient1912 men j° dehet daarvoor verschuldigde grond van17artikel 16B Auteurswet Besluitwettelijk van 23 augustus 1985, vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatieen de Reproductierechten Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men daarvoor wettelijk Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in 2130 bloemlezingen, readers Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, KB Hoofddorp en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men uit zichdeze tot de (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uitgave uitgever te wenden.readers Voor meer informatie over het gebruik(artikel van muziek, film en in bloemlezingen, en andere compilatiewerken 16 het maken van kopieën hettot onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Auteurswet) dient men in zich de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te De uitgever ernaar gestreefd de auteursrechten regelen volgens kunnen doenheeft gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgevertewenden. de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave volledig CO2CO -neutraal geproduceerd. Deze uitgaveis is volledig -neutraal geproduceerd. 2 Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het van FSC®het -keurmerk. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien FSC®Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Sociaal-agogisch werk 1 1
1
1
Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.
8
b
1
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
2
Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?
c
Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.
d
Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.
De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
1 9
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.
Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?
Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
1
1
Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.
Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.
1 18
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Evaluatie Studiehulp
1 Sociaal-agogisch werk 1
Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.
Juist Onjuist
◯ ◯
◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Pedagogisch werk 2
Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.
1 28
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren
1 1
1 2 3
Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.
4
Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?
5
Oefenen 6 7
Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
309
1 22
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 Oriëntatie op de thuisbegeleiding
11
Verwerking 12 Verwerkingsopdrachten 12 Hoofdstuk 1 Geschiedenis van thuiszorg en thuisbegeleiding Hoofdstuk 2 Thuisbegeleiding 15 Toepassing 20 Praktijksituaties 20 Lisa overdenkt haar beroepskeuze De cliënten van Marian 23 Themaopdrachten 26
20
Evaluatie 28 Studiehulp 28 Hoofdstuk 1 Geschiedenis van thuiszorg en thuisbegeleiding Hoofdstuk 2 Thuisbegeleiding 29 Evaluatie en reflectie 30
Thema 2 Deskundige ondersteuning en begeleiding
28
32
Verwerking 33 Verwerkingsopdrachten 33 Hoofdstuk 3 Ondersteuningsproces van intake tot afronding Hoofdstuk 4 Benaderingswijzen 39 Toepassing 43 Praktijksituaties 43 Jaap ontmoet een nieuwe cliënt Kim en Adila 46 Vaardigheden 48 Ecogram maken 48 Intakegesprek voeren 51 Exitgesprek voeren 54 Themaopdrachten 56
12
33
43
Evaluatie 58 Studiehulp 58 Hoofdstuk 3 Ondersteuningsproces van intake tot afronding Hoofdstuk 4 Benaderingswijzen 59 Evaluatie en reflectie 60
1 6
58
Thema 3 Begeleiding bij ontwikkeling en opvoeding
62
Verwerking 63 Verwerkingsopdrachten 63 Hoofdstuk 5 Ontwikkelingsopgaven van baby tot puber 63 Hoofdstuk 6 Ontwikkelingsproblemen en -stoornissen 73 Hoofdstuk 7 Opvoeding 84 Hoofdstuk 8 Opvoedingsondersteuning 91 Toepassing 99 Praktijksituaties 99 De opvoeding van Daan 99 Het gezin van Nathalie en Mark 102 Vaardigheden 105 Een voorlichtingsgesprek voeren over opvoedingsvraagstukken Ouders positief bekrachtigen 109 Themaopdrachten 113
105
Evaluatie 115 Studiehulp 115 Hoofdstuk 5 Ontwikkelingsopgaven van baby tot puber 115 Hoofdstuk 6 Ontwikkelingsproblemen en -stoornissen 116 Hoofdstuk 7 Opvoeding 117 Hoofdstuk 8 Opvoedingsondersteuning 118 Evaluatie en reectie 119
Thema 4 Begeleiding bij een verstandelijke beperking
121
Verwerking 122 Verwerkingsopdrachten 122 Hoofdstuk 9 Mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking 122 Hoofdstuk 10 Thuisbegeleiding bij mensen met verstandelijke beperking 123 Toepassing 128 Praktijksituaties 128 Samenwerken aan zelfredzaamheid 128 Tijmen heeft een lichte verstandelijke beperking en heeft de nodige uitdagingen Themaopdrachten 133 Evaluatie 135 Studiehulp 135 Hoofdstuk 9 Mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking 135 Hoofdstuk 10 Thuisbegeleiding bij mensen met verstandelijke beperking 136 Evaluatie en reectie 137
1 7
131
Thema 5 Begeleiding bij psychosociale en psychiatrische problematiek Verwerking 140 Verwerkingsopdrachten 140 Hoofdstuk 11 Cliënten met psychosociale problemen 140 Hoofdstuk 12 Ingrijpende levensgebeurtenissen bij cliënten Hoofdstuk 13 Cliënten met psychiatrische stoornissen 150
145
Toepassing 164 Praktijksituaties 164 Een groot verlies 164 De psychose van meneer Verschuren 167 Vaardigheden 170 Motiverende gespreksvoering 170 Structuur bieden aan zorgvragers met psychosociale of psychiatrische problematiek 173 Themaopdrachten 176 Evaluatie 178 Studiehulp 178 Hoofdstuk 11 Cliënten met psychosociale problemen 178 Hoofdstuk 12 Ingrijpende levensgebeurtenissen bij cliënten Hoofdstuk 13 Cliënten met psychiatrische stoornissen 180 Evaluatie en reflectie 181
Thema 6 Thuisbegeleiding voor mensen met dementie
179
183
Verwerking 184 Verwerkingsopdrachten 184 Hoofdstuk 14 Dementie 184 Hoofdstuk 15 Thuisbegeleiding van mensen met dementie 188 Toepassing 193 Praktijksituaties 193 Mevrouw Ramlal heeft de ziekte van Alzheimer 193 Paula leeft zich in in haar cliënte met dementie 195 Vaardigheden 197 De realiteitsoriënterende benadering (ROB) toepassen Validation toepassen 199 Themaopdrachten 201
197
Evaluatie 203 Studiehulp 203 Hoofdstuk 14 Dementie 203 Hoofdstuk 15 Thuisbegeleiding van mensen met dementie 204 Evaluatie en reflectie 205
1 8
139
Thema 7
Begeleiding bij financiële problematiek
207
Verwerking 208 Verwerkingsopdrachten 208 Hoofdstuk 16 Armoede en schuldenproblematiek 208 Hoofdstuk 17 Ondersteuning bieden bij armoede en schuld Toepassing 220 Praktijksituaties 220 Julia weet niet meer hoe ze zich financieel moet redden Hans gaat niet goed om met geld 223 Themaopdrachten 225
211
220
Evaluatie 227 Studiehulp 227 Hoofdstuk 16 Armoede en schuldenproblematiek 227 Hoofdstuk 17 Ondersteuning bieden bij armoede en schuld Evaluatie en reflectie 229
Thema 8 Coördinatie, kwaliteitszorg en voorlichting
228
231
Verwerking 232 Verwerkingsopdrachten 232 Hoofdstuk 18 Coördinatie van de hulpverlening 232 Hoofdstuk 19 Kwaliteitszorg 234 Hoofdstuk 20 Deskundigheidsbevordering en begeleiden van collega’s Hoofdstuk 21 Voorlichting, advies en instructie 243 Toepassing 248 Praktijksituaties 248 Jaap en meneer Verburg evalueren het begeleidingstraject De ontwikkeling van Manon 251 Vaardigheden 254 Advies geven over lotgenotencontact 254 Themaopdrachten 256
248
Evaluatie 258 Studiehulp 258 Hoofdstuk 18 Coördinatie van de hulpverlening 258 Hoofdstuk 19 Kwaliteitszorg 258 Hoofdstuk 20 Deskundigheidsbevordering en begeleiden van collega’s Hoofdstuk 21 Voorlichting, advies en instructie 260 Evaluatie en reflectie 261
1 9
238
259
Thema 9 Thuisbegeleiding en samenleving
263
Verwerking 264 Verwerkingsopdrachten 264 Hoofdstuk 22 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 23 Ethische dilemma’s 268 Hoofdstuk 24 Wet- en regelgeving 271 Toepassing 275 Praktijksituaties 275 Communiceren met mevrouw Tahiri Het dilemma van Jorrit 278 Themaopdrachten 281
264
275
Evaluatie 284 Studiehulp 284 Hoofdstuk 22 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 23 Ethische dilemma’s 284 Hoofdstuk 24 Wet- en regelgeving 285 Evaluatie en reflectie 286
1 10
284
Thema 1 Oriëntatie op de thuisbegeleiding
1
Omzien naar anderen en anderen helpen is iets van alle tijden. Tot de eerste helft van de negentiende eeuw kwam de hulp vanuit een idee van liefdadigheid. Sociaal denkende mensen stelden toen dat armoede niet een gevolg was van slecht gedrag, maar van slecht betaalde banen, erbarmelijke woonomstandigheden en noem maar op. Niet de arme moest veranderen, maar de maatschappij. Zo wordt de zorg al zo’n anderhalve eeuw lang vernieuwd door mensen die zich met hart en ziel inzetten voor armoedebestrijding en zorg voor kwetsbaren in de samenleving. Die geschiedenis hangt nauw samen met ontwikkelingen in de economie en sociale wetgeving. Een thuisbegeleider ondersteunt kwetsbare mensen die tegen verschillende problemen tegelijk aanlopen: dwarsliggende kinderen, ruzie met de buren, onbetaalde rekeningen waardoor huisuitzetting dreigt. Zij bekijkt alle problemen in samenhang met elkaar en maakt samen met de cliënt een plan van aanpak. Zo nodig schakelt zij specialistische hulpverlening in. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Geschiedenis van thuiszorg en thuisbegeleiding • Liefdadige armenzorg, van 1800-1945 • Gezinsverzorgsters steunpilaar van de wederopbouw, van 1945-1965 • Opkomst verzorgingsstaat en sociale wetgeving • Niet aanpassen maar emanciperen, van 1965-1980 • Zakelijke aanpak, van 1980-1990 • Outreachende hulpverlening, van 1990-2005 • Vraaggericht werken 2005-nu Hoofdstuk 2: Thuisbegeleiding • Doelgroepen van thuisbegeleiding • De rol van de thuisbegeleider • Wat moet een thuisbegeleider weten en kunnen? • Ondersteunen bij het voeren van de regie • Het sociale netwerk versterken • Eerstelijns-, tweedelijns- en ketenzorg • Signalerende partijen • Ketenpartners • Beroepshouding thuisbegeleider
1 11
THEMA 1 Oriëntatie op de thuisbegeleiding
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Geschiedenis van thuiszorg en thuisbegeleiding 1
1
a
Tussen 1800 en 1900 waren er al mensen met verrassend moderne ideeën die invloed hebben gehad op de ontwikkeling van de maatschappelijke zorg. Waar zetten onderstaande sleutelpersonen zich voor in? Combineer de naam met het juiste idee.
Sleutelpersonen
b
Ideeën
1
Arts Jacobus Penn
a
Aanjager van het moderniseren van de armenzorg en oprichter van een maatschappij voor volkshuisvesting die zorgde voor betere arbeiderswoningen en een hulpbank tegen woekerrente.
2
Priester Franciscus Frencken
b
Zette zich in voor betere drinkwatervoorziening, riolering en een betere sociale hygiëne in Amsterdamse huizen.
3
Marie Muller-Lulofs
c
Oprichter van de eerste internaatsopleiding voor professionele sociale- en gezinsverzorgsters voor fabrieksmeisjes.
4
Staatsman J.R. Thorbecke
d
Kwam met een plan om de armenzorg centraal te regelen, vanuit de overheid.
Wat waren de argumenten van de gegoede middenklasse om armen te helpen? Noem twee argumenten.
1 12
Verwerkingsopdrachten
1 Geschiedenis van thuiszorg en thuisbegeleiding
2
Kies de juiste woorden. a Vlak na de Tweede Wereldoorlog werden vanuit de katholieke kerk ongehuwde jonge/oude vrouwen opgeroepen zich te laten opleiden als gezinsverzorgende. Priesters in de parochies maakten reclame voor/stonden afwijzend tegenover de voorlichtingsbijeenkomsten. In die jaren was het wel/niet gebruikelijk dat meisjes een opleiding volgden. b Gezinsverzorging, maatschappelijke zorg (anders gezegd: moreel heropvoeden) werd wel/niet gezien als taak van de overheid.
3
a
Het bouwen van de verzorgingsstaat ging gepaard met een reeks nieuwe sociale wetten. Welke wet verving welke wet? Combineer de oude wet met de nieuwe wet.
Oude wet
b
4
Nieuwe wet
1
Armenwet
a
De Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
2
Ongevallenwet
b
Algemene Ouderdomswet (AOW)
3
Noodvoorzieningspensioen
c
Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo)
4
Welzijnswet
d
Algemene bijstandswet
Wat houdt social casework in? Kies het juiste antwoord. a Mensen onafhankelijk maken van de hulp van kerk, familie en buren. b Ongevraagd steun bieden aan noodlijdende personen en gezinnen. c Hulpverlening vanuit religieus geïnspireerd missie- of zendingswerk. d Methodische hulpverlening aan personen en gezinnen.
Zet de woorden op de juiste plek. Kies uit: het wijkcentrum – een groepsgerichte (community) benadering – de leefomgeving – een probleemgezin – peuterspeelzalen In de regeling ‘Opbouwwerk in Bijzondere Situaties’ (O.B.S.) uit 1974 staat
centraal. Het nieuwe idee was dat
niet meer
apart moest wonen, maar juist tussen ‘gewone’ gezinnen. Burgers moesten meer en de zorg voor elkaar.
betrokken worden bij
, wijkverpleging, jeugdwerk
De O.B.S.-teams startten en woonmaatschappelijk werk. Spil in de wijk werd
voor alle bewoners, terwijl de opbouwwerkers zich richtten op de probleemgezinnen.
1 13
THEMA 1 Oriëntatie op de thuisbegeleiding
5
In de jaren ’80 werd de rol van de sociaal werker opnieuw gedefinieerd naar aanleiding van het boek De markt van welzijn en geluk van Hans Achterhuis. Hij stelde: ‘Het sociaal werk krijgt te veel een eigen belang om afhankelijkheid in stand te houden. Het aanbod van meer welzijnswerk leidt tot meer vraag naar welzijnsondersteuning.’ Wat had dit voor gevolg? Kies het juiste antwoord. a De sociaal werker moest efficiënter gaan werken en tegelijk hogere kwaliteit leveren. b Er kwam aandacht voor de kracht van mensen in hun eigen leefwereld. c Er werd meer outreachend gewerkt. Hierdoor werden mensen die echt hulp nodig hadden bereikt. d Sociaal werkers stelden zich meer terughoudend op waardoor ze kwetsbare mensen niet meer echt zagen in hun kwetsbaarheid.
6
a
Lees de volgende situatie.
Het project 'Onze Buren' is erop gericht om de integratie tussen cliënten met psychiatrische problemen en buurtbewoners te bevorderen. De werkplaats van 'Onze Buren' is een plek waar mensen zich actief inzetten voor de eigen buurt. Bij de werkplaats werken vrijwilligers en cliënten samen met een beroepskracht. Samen bieden zij praktische hulp bij kleine technische klussen voor mensen die hier zelf niet meer de mogelijkheid toe hebben. Ook worden er voorbereidingen getroffen voor wijkgerichte activiteiten zoals groendagen, kledingbeurzen en markten.
b
c
Waar is dit een voorbeeld van? Kies het juiste antwoord. a achter-de-voordeuraanpak b kwartier maken c vroegtijdige interventie d frontliniewerk Beschrijf in eigen woorden wat ‘sociale activering’ is.
Noem een voorbeeld van een activiteit bij jou in de buurt die geschikt is voor ‘sociale activering’.
1 14
Verwerkingsopdrachten
7
2 Thuisbegeleiding
Leg uit wat wordt bedoeld met ‘Welzijn Nieuwe Stijl’. Gebruik in je uitleg de volgende termen: ‘De eigen kracht’, ‘zelfregie en participatie van de cliënt’, ‘informeel netwerk’, ‘acht bakens’.
1 Thuisbegeleiding 2
1
a
Lees de volgende situatie.
Een vrouw is licht verstandelijk beperkt en woont alleen sinds haar man is overleden. Zij gaat niet meer naar de sociale werkvoorziening en ze eet nauwelijks meer.
b
Komt deze vrouw in aanmerking voor thuisbegeleiding? Ja/Nee De doelgroepen van thuisbegeleiding zijn in te delen in mensen met tijdelijke, blijvende en onduidelijke problematiek. Geef in de linkerkolom aan om welke vorm van problematiek het in de volgende situaties gaat.
Problematiek
Situatie Een alleenstaande moeder weet niet hoe zij op de gedragsproblemen van haar kinderen moet reageren en kan ze niet zelfstandig bijsturen. In het gezin Joosten zijn veel problemen op het gebied van het functioneren van het gezin. Er woont een kind jonger dan twaalf jaar. Eerdere hulpverleningscontacten hebben niet tot beoogde resultaten geleid. Arie van midden veertig heeft een burn-out en kan daar niet goed mee omgaan. De man van Mirna heeft een beginnende vorm van dementie.
1 15
THEMA 1 Oriëntatie op de thuisbegeleiding
2
Kies de juiste woorden. a Als thuisbegeleider help je met een smalle/brede aanpak. b Een thuisbegeleider begeleidt mensen die op dat moment in hun leven zijn vastgelopen in een complex probleem/meerdere problemen tegelijk. c De thuisbegeleider kijkt naar de kracht en mogelijkheden van een cliënt en benoemt wat goed/niet goed gaat. Bij de thuisbezoeken werkt de thuisbegeleider meestal alleen/samen.
3
Samen met de cliënt maakt de thuisbegeleider een begeleidingsplan. Hierin staat waar de cliënt mee geholpen wil worden, welke concrete doelen hij wil bereiken en hoe de thuisbegeleider daarbij kan helpen. a Waarop kunnen de doelen in een begeleidingsplan betrekking hebben? Noem drie punten.
b
Meestal overleg je bij het opstellen van het plan met andere betrokken partijen. Welke partijen kunnen hierbij betrokken worden? Noem er drie.
c
Als je eenmaal een vertrouwensrelatie hebt opgebouwd met een cliënt, ontstaat er ruimte voor het geven van feedback. Wat is het doel van feedback geven? Kies het juiste antwoord. a aanspreken op gedrag b afdwingen van gedrag c mening geven over gedrag d sturen van gedrag
4
Lees de volgende situatie. Marcel heeft moeite om op tijd te komen. Je hebt dit zelf al meerdere malen ervaren en je hebt dit ook teruggekregen van de mensen in Marcel zijn naaste omgeving. Je wilt dit met Marcel bespreken. Welke zin getuigt van tactisch handelen? Kies het juiste antwoord. a 'Je komt altijd te laat.' b 'Iedereen klaagt dat je te laat komt.' c 'Als je niet op tijd komt, loopt alles mis.' d 'Het is van belang dat je op tijd komt.'
5
Als thuisbegeleider wil je het sociale netwerk van de cliënt versterken. a Welke vaardigheid is van belang bij het opbouwen van goede netwerkcontacten? Kies het juiste antwoord. a assertiviteit b feedback geven c inlevingsvermogen d kritisch zijn
1 16
Verwerkingsopdrachten
6
2 Thuisbegeleiding
b
Wat is de reden om de cliĂŤnt in zijn netwerk te laten inventariseren?
c
Wat levert een netwerk de cliĂŤnt op?
De hulpverlening binnen de zorg en het maatschappelijk werk wordt vaak ingedeeld in nuldelijnszorg, eerstelijnszorg, tweedelijnszorg en derdelijnszorg. In de tabel vind je verschillende zorgsituaties. Geef in de linkerkolom aan om welk behandelingsniveau het gaat.
Behandelingsniveau
Situatie Mirjam bezoekt met haar dochter de logopedist. Gwen gaat naar het consultatiebureau om te kijken of haar kindje zich goed ontwikkelt. Manu laat zijn zoon testen op ADHD door een instituut dat daarin gespecialiseerd is. Peter gaat naar een instelling waar hij een armprothese krijgt aangemeten. Karel heeft bij het maatschappelijk werk een aanvraag gedaan voor thuisbegeleiding.
7
Er kunnen diverse hulpverleners zijn die problemen signaleren, maar signalen kunnen ook komen van organisaties of van individuen. Geef aan of het in de volgende situaties gaat om een signaal vanuit de eerste lijn of van een organisatie of individu.
Signalerende partij
Eerstelijnszorg
Een thuiszorgmedewerkers Een decaan van de middelbare school Een vrijwilliger van VluchtelingenWerk Nederland Een medewerker van bureau Halt Het plaatselijke Centrum voor Jeugd en Gezin
1 17
Organisatie/individu
THEMA 1 Oriëntatie op de thuisbegeleiding
8
De gemeente is verantwoordelijk voor de maatschappelijk zorg en de jeugdzorg. Iedereen die in aanmerking komt voor deze zorg, krijgt een casemanager toegewezen. Deze casemanager coördineert de hulpverlening en heeft contact met alle ketenpartners. a Geef een definitie van het begrip ketenpartners.
b
c
9
Kies de juiste woorden. De thuisbegeleiding hoort wel/niet bij de ketenpartners. Ketenpartners zijn alleen lokale organisaties/alleen landelijke organisaties/alleen regionale organisaties/lokale, regionale en landelijke organisaties. Noem drie voorbeelden van ketenpartners waar je bij de thuisbegeleiding mee te maken kunt krijgen.
De beroepshouding is een soort gedragscode voor een bepaald beroep. a Geef aan welke kenmerken bij de beroepshouding van de thuisbegeleider horen?.
Kenmerken beroepshouding
Van toepassing voor de thuisbegeleider
Sociaal Optimistisch Analytisch Zelfstandig Adequaat Respectvol Sportief Rigide/volgens de regels Flexibel
1 18
Verwerkingsopdrachten
b
2 Thuisbegeleiding
In het contact met cliënten werk je met respect voor de waarden en normen van de cliënt en behandel je de cliënt onbevooroordeeld en rechtvaardig. Soms moet je je ondersteuning aanpassen vanwege andere culturele of religieuze achtergronden. Welke van de volgende punten kunnen belangrijke struikelblokken in de Nederlandse cultuur zijn ten opzichte van andere culturen? Kies de juiste antwoorden. a Het zorgen dat iedereen het eens wordt over een oplossing. b Het delen van privé-informatie, ook als je iemand niet goed kent. c Erg beleefd zijn, niet in de rede vallen of voordringen. d Eerst doen en dan bijsturen. e Directe communicatie en informele aanspreekvorm.
1 19
THEMA 1 Oriëntatie op de thuisbegeleiding
Toepassing Praktijksituaties Lisa overdenkt haar beroepskeuze De twijfel van Lisa Lisa is 16 jaar en zit in het laatste jaar van het vmbo. De laatste weken twijfelt ze sterk welke mbo-niveau 4-opleiding ze wil kiezen. In eerste instantie wilde ze graag de verpleging in, maar bij nader inzien lijken die nachtdiensten haar toch wel erg onprettig. Daarom denkt ze er nu over om als thuisbegeleider te gaan werken. Ze wil in haar latere beroep hoe dan ook mensen helpen om weer gezond of gelukkig te worden. Op tv kijkt ze graag naar programma’s waarin mensen met problemen worden geholpen: over mensen in een vervuild huis waar dan wordt schoongemaakt, of over een nanny die komt helpen bij opvoedproblemen. Als thuisbegeleider werk je bijvoorbeeld met deze mensen en help je hen. Lisa heeft nieuwe plannen Als Lisa vandaag informatie opzoekt over werken in de thuisbegeleiding, leest ze op de website van een thuiszorginstelling allemaal verhalen van cliënten die erg tevreden zijn over de hulp van de thuisbegeleider. Deze mensen kunnen na de hulp allemaal weer zelfstandig leven. ‘Hm’, denkt Lisa, ‘ik vind dit wel erg leuk klinken. Contact met veel mensen, gesprekken voeren, mensen helpen, dat past goed bij mij. Het lijkt daardoor ook wel een beetje op werken in de verpleging, wat ik eerst eigenlijk wilde doen. Ik denk ook dat je echt voldoening voelt als het probleem van de cliënt uiteindelijk is opgelost.’ Ze sluit haar computer af. Wat zou haar moeder van haar nieuwe plannen vinden? Lisa en de buurvrouw Als Lisa haar moeder heeft verteld van haar plannen voor de thuisbegeleiding, zegt haar moeder als eerste: ‘Weet waar je aan begint. Ik denk dat je er wat te gemakkelijk over denkt, Lisa. Praat eens met die nieuwe buurvrouw hier in de straat. Zij is thuisbegeleider. Ze heeft heel verschillende cliënten, heb ik begrepen. Sommigen zijn erg dankbaar dat ze er is, maar ze komt ook veel mensen tegen die boos of neerslachtig zijn. Sommige cliënten vinden het moeilijk te accepteren dat ze hulp nodig hebben of voelen zich machteloos en reageren dat af op haar. Ze komt ook vaak schrijnende situaties tegen hoor, met kinderen die worden verwaarloosd of mensen die slecht voor zichzelf zorgen.’ ’Dat kan ook een uitdaging zijn,’ zegt Lisa. ‘Natuurlijk,’ reageert haar moeder. ‘Maar het is echt geen eenvoudig werk. Dat zei de buurvrouw ook nog, dat je echt stevig in je schoenen moet staan om met al die mensen en hun problemen om te kunnen gaan. Je moet het als je ’s avonds thuiskomt wel van je af kunnen zetten en altijd positief kunnen blijven. Ze vertelde ook dat er steeds meer administratie bij dit werk komt kijken. Je moet elke stap die je met een cliënt neemt nauwkeurig beschrijven in verslagen. Heel precies weet ik het ook allemaal niet. Praat gewoon eens met haar.’ ‘Die buurvrouw lijkt me wel negatief,’ reageert Lisa afwerend. ‘En wat zij meemaakt, zo hoeft het toch niet overal te zijn. Misschien heeft die buurvrouw wel gewoon pech gehad met de cliënten die zij heeft. Dat zij toevallig de cliënten heeft die lastig waren. Dat kan toch?’
1 20
Praktijksituaties
1
Lisa overdenkt haar beroepskeuze
Lisa denkt erover om een andere keuze voor een vervolgopleiding te maken. Ze wil misschien niet meer werken in de verpleging. a Wat is jouw mening over de gedachten die Lisa heeft over de thuisbegeleiding? Licht je mening toe met ten minste twee argumenten.
b
Hoe zou het komen dat Lisa het werk van een thuisbegeleider iets te makkelijk inschat?
2
Lisa heeft een bepaalde behoefte die ze in haar latere beroep wil vervullen: ze wil graag mensen helpen om weer gezond of gelukkig te worden. Zal Lisa deze behoefte kunnen vervullen in de ondersteuning van cliĂŤnten als thuisbegeleider? Licht je antwoord toe.
3
Lisa houdt geen rekening met een aantal lastige of minder leuke onderdelen van het werk als thuisbegeleider. a Welke lastige of minder leuke onderdelen van het werk worden in de praktijksituatie benoemd? Noem er twee.
b
4
Het kan Lisa bij haar keuze helpen om te weten welke persoonlijke eigenschappen je nodig hebt om een goede thuisbegeleider te zijn. Welke eigenschappen zijn dit volgens jou? Noem er drie.
Lisa’s moeder vindt dat Lisa te gemakkelijk denkt over het werken als thuisbegeleider. Lisa denkt dat de ervaring van haar buurvrouw misschien wel een uitzondering is. a Denk jij dat er sprake is van een uitzondering? Licht je antwoord toe.
1 21
THEMA 1 Oriëntatie op de thuisbegeleiding
b
5
Heeft de moeder van Lisa gelijk als ze zegt dat Lisa waarschijnlijk te gemakkelijk denkt over het werk? Licht je antwoord toe.
Wat zou jij Lisa aanraden voordat ze haar definitieve keuze voor een beroep maakt?
1 22
Praktijksituaties
De cliënten van Marian
De cliënten van Marian Thuisbegeleidster Marian Marian is thuisbegeleidster. Ze werkt vanuit een wijkteam in de gemeente Groningen, waar ze momenteel negen cliënten begeleidt. Deze cliënten zijn op verschillende manieren bij haar terechtgekomen: een is bijvoorbeeld doorverwezen door de huisarts, een ander door de psycholoog. Toch hebben de cliënten iets met elkaar gemeen: ze hebben allemaal te maken met een ingewikkelde probleemsituatie en hebben ondersteuning nodig om zichzelf in deze situatie te kunnen redden. Marian doet haar werk al twaalf jaar met groot plezier. Ze houdt van het contact met zo veel verschillende mensen. Elke cliënt is een nieuwe uitdaging. Het werk is ook weleens zwaar, bijvoorbeeld als een cliënt erg depressief is of als ze in aanraking komt met verwaarloosde kinderen. Maar als een cliënt dankzij haar aanpak weer op eigen benen kan staan en daar zelfvertrouwen uit haalt, geeft dat Marian veel voldoening. Vandaag bezoekt Marian twee van haar cliënten: mevrouw Greving en mevrouw Sabura. Mevrouw Greving: zelfstandig leven met een ziekte Mevrouw Greving is een vrouw van 59 jaar met epilepsie. Mensen met epilepsie krijgen aanvallen waarbij ze kort het bewustzijn verliezen en dan omvallen. Mevrouw Greving heeft deze aanvallen dagelijks en dat is heel vermoeiend. Door de ziekte raken haar hersenen beschadigd. Daardoor gaat ze steeds langzamer denken en heeft ze steeds meer moeite met het houden van overzicht. Ze kan haar dag niet goed plannen of vergeet hoe ze de was moet doen. Als andere mensen praten, volgt ze vaak niet goed wat er wordt verteld. In haar eentje naar buiten gaan brengt risico’s met zich mee: ze valt op de weg of wordt beroofd als ze bewusteloos op straat ligt. Als Marian bij mevrouw Greving aankomt, drinken ze samen koffie en vertelt mevrouw Greving hoe haar week is verlopen. Ze hebben afgesproken dat mevrouw Greving het opschrijft als ze iets meemaakt waarover ze wil vertellen. Zonder zo’n lijstje vergeet ze veel. Na een half uurtje gaan ze samen aan tafel zitten om de post te lezen en rekeningen te betalen. Tot slot gaat Marian nog met mevrouw Greving mee om samen boodschappen te doen. Samira Sabura: drie jonge kinderen opvoeden Om 13:15 uur komt Marian aan bij mevrouw Sabura, een alleenstaande moeder van drie kinderen. Er heerst vaak chaos in dit gezin. Mevrouw Sabura’s oudste zoons Joshua en Jair, een tweeling van zeven jaar, hebben allebei ADHD. Hierdoor zijn ze vaak erg druk en luisteren ze niet goed. Bij mevrouw Sabura’s jongste zoon, Joachim van vijf jaar, is kort geleden een vorm van autisme geconstateerd. Hij heeft veel behoefte aan structuur en kan niet goed omgaan met zijn chaotische broers. Mevrouw Sabura voedt haar kinderen alleen op en heeft weinig sociale contacten of hulp. Ze krijgt het niet voor elkaar om het huis schoon en opgeruimd te houden en de kinderen goed op te voeden. Ze raakt steeds meer overspannen en komt al helemaal niet meer aan zichzelf toe. Marian en mevrouw Sabura hebben samen besloten dat de opvoeding de eerste prioriteit krijgt, omdat het drukke gedrag van de oudste kinderen en het autisme van de jongste zo met elkaar botsen. Het veroorzaakt veel van de andere problemen. Ze hebben afgesproken dat mevrouw Sabura elke week een concreet voorbeeld geeft van wat er die week niet zo goed liep met de jongens. Samen bedenken ze dan wat ze hier een volgende keer aan kan doen. Volgende keer vertelt mevrouw Sabura dan hoe dat is gegaan. Soms verliest mevrouw Sabura de moed een beetje. Marian pept haar dan altijd weer op door te zeggen hoe goed ze het doet.
1 23
THEMA 1 Oriëntatie op de thuisbegeleiding
1
Cliënten die hulp krijgen van een thuisbegeleider hebben vaak te maken met meervoudige problemen. Waarom denk je dat thuisbegeleiding juist voor deze mensen goed werkt?
2
Sommige cliënten hebben tijdelijk ondersteuning van een thuisbegeleider nodig. Bij anderen speelt meer langdurige problematiek. Welke cliënt van Marian zal langdurige hulp nodig hebben en welke cliënt waarschijnlijk niet? Leg je antwoord uit.
3
Als thuisbegeleider ondersteun je mensen bij het voeren van de regie over hun dagelijks leven. a Hoe stimuleert Marian deze eigen regie bij mevrouw Greving?
b
4
Hoe zou Marian de eigen regie van mevrouw Greving nog meer kunnen ondersteunen?
Als thuisbegeleider ondersteun je mensen bij het versterken van hun sociale netwerk. Hoe zou Marian mevrouw Sabura hierbij kunnen helpen?
1 24
Praktijksituaties
5
De cliĂŤnten van Marian
In het thema wordt de beroepshouding van de thuisbegeleider besproken. a Welke aspecten van deze beroepshouding zie je terug bij Marian?
b
Waarom is het zo belangrijk dat je als thuisbegeleider exibel bent in je aanpak?
1 25
WERKBOEK NIVEAU 4
Thuisbegeleider MZ
Deze uitgave Thuisbegeleider MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. P5-K1-W1 Maakt samen met de cliënt het ondersteuningsplan P5-K1-W2 Biedt psychosociale ondersteuning P5-K1-W3 Ondersteunt de cliënt bij het voeren van de regie over zijn leven P5-K1-W4 Stimuleert de cliënt het sociale netwerk te versterken P5-K1-W5 Ondersteunt en begeleidt de cliënt bij opvoeding P5-K1-W6 Voert coördinerende taken uit P5-K1-W7 Begeleidt nieuwe collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers
m a at s c h a p p e l i j k e zorg
MZ Thuisbegeleider MZ WERKBOEK
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.
Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 622461
MBO_WB_Thuisbegeleider MZ_210x297mm.indd All Pages
16/01/18 13:00