WERKBOEK NIVEAU 2 Het werkboek Medewerker sport en recreatie maakt deel uit van de serie Traject Dienstverlening.
Dit werkboek hoort bij het theorieboek Medewerker sport en recreatie: de thema’s en de hoofdstukken komen overeen. De opdrachten helpen je om de theorie te verwerken en de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken voor jouw (toekomstige) beroep. Ook ga je concreet aan de slag met realistische situaties die je in je beroepspraktijk kan tegenkomen.
Door de thematische opbouw is Traject Dienstverlening geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen. De leermiddelen uit de serie Traject Dienstverlening zijn bestemd voor de opleidingen medewerker facilitaire dienstverlening, helpende zorg en welzijn en medewerker sport en recreatie. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Dienstverlening? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectdienstverlening.
Medewerker sport en recreatie
Medewerker sport en recreatie WERKBOEK
Soorten opdrachten Per thema zijn er verschillende soorten opdrachten: - Verwerkingsopdrachten: deze helpen je de theorie te verwerken en te begrijpen. - Praktijksituaties: hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. - Vaardigheden: hiermee leer je de benodigde beroepsvaardigheden aan. - Themaopdrachten: grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt bij themaopdrachten tegelijkertijd aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken en plannen. - Studiehulp: een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. - Evaluatie: evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden: zo zet je na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
TRAJECT DIENSTVERLENING
Medewerker sport en recreatie sluit volledig aan bij het profieldeel Medewerker sport en recreatie van het kwalificatiedossier Dienstverlening niveau 2.
Auteur: J. Bouman N. Bus M.M.M. Riemsdijk Onder redactie van: R.F.M. van Midde
9 789006 071115
D_WB_medewerker_sport_recreatie_210x297mm.indd All Pages
12/06/17 08:51
Medewerker sport en recreatie
J. Bouman N. Bus M.M.M. Riemsdijk
Colofon Auteurs J. Bouman N. Bus M.M.M. Riemsdijk
Redactie R.F.M. van Midde
Over Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt ontwikkelt zich zich van vaneducatieve educatieveuitgeverij uitgeverijtot tot een een learning design company. brengen content, leerontwerp learning design company. We We brengen content, leerontwerp en en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaringenen technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring leeroplossingen zijn vernieuwen zijn we we een eenpartner partnervoor voorscholen scholenbijbijhet het vernieuwen en verbeteren doen verbeteren van van onderwijs. onderwijs.Zo Zokunnen kunnenwe wesamen samenbeter beterrecht recht doen aan de zorgen datdat de verschillen verschillen tussen tussenlerenden lerendenen enscholen scholenenenervoor ervoor zorgen leren steeds steeds persoonlijker, persoonlijker,effectiever effectieveren enefficiënter efficiënterwordt. wordt.
Taalredactie Jacqueline de KokHoeksema
Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
Illustraties Tiekstra Media, Groningen ThiemeMeulenhoff, Amersfoort
Samen leren leren vernieuwen. vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: ISBN 978 90 06 07111 5 Eerste druk, eerste oplage,of 2017 www.thiememeulenhoff.nl via de Klantenservice 033 448 37 00 © ThiemeMeulenhoff, ISBN 9 789006 071115Amersfoort, 2017 Eerste druk, eerste oplage, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, doorNiets fotokopieën, of enig andere Alle rechten mechanisch, voorbehouden. uit deze opnamen, uitgave mag worden manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. verveelvoudigd, opgeslagen schriftelijke in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige Voor maken vanmechanisch, kopieën uit deze is toegestaan op wijze,zover hetzijhet elektronisch, dooruitgave fotokopieën, opnamen, grond artikelmanier, 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus of enigvan andere zonder voorafgaande schriftelijke 1985, Stbl. 471van en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor toestemming de uitgever. wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie(PRO), is Postbus 3060, Voor zover en hetReproductierechten maken van kopieënOrganisatie uit deze uitgave toegestaan 2130 KB Hoofddorp overnemen op grond van artikel(www.stichting-pro.nl). 16B Auteurswet 1912 Voor j° hethet Besluit van van gedeelte(n) uit Stbl. deze 471 uitgave in bloemlezingen, readers 23 augustus 1985, en artikel 17 Auteurswet 1912,en dient andere 16 Auteurswet) dient men tot men decompilatiewerken daarvoor wettelijk(artikel verschuldigde vergoedingen te zich voldoen de tePublicatiewenden. Voor meer informatie overOrganisatie het gebruik(PRO), van aanuitgever Stichting en Reproductierechten muziek, en2130 het maken van kopieën in het onderwijs zieVoor het Postbus film 3060, KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). www.auteursrechtenonderwijs.nl. overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient De ernaar gestreefd de Voor auteursrechten te regelen menuitgever zich totheeft de uitgever te wenden. meer informatie over het volgens bepalingen. Degenen desondanks menen gebruik de vanwettelijke muziek, film en het maken van die kopieën in het onderwijs zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. uitgever wenden. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. uitgever wenden. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
In dit thema maak je kennis met het beroep en het werkveld waar jij als dienstverlener na je opleiding in terechtkomt. In de dienstverlening heb je heel veel mogelijkheden. Bijvoorbeeld medewerker facilitaire dienstverlening, helpende zorg en welzijn of medewerker sport en recreatie. Wat je functie wordt en welke taken je krijgt, hangt af van je uitstroomprofiel. Als je in dienst komt bij een bedrijf krijg je een arbeidsovereenkomst. Jij moet je aan bepaalde arbeidsvoorwaarden houden. Om ervoor te zorgen dat je je werk goed kunt doen krijg je op je werk begeleiding. Hoofdstuk 1 Dienstverlening • Medewerker facilitaire dienstverlening • Helpende zorg en welzijn • Medewerker sport en recreatie Hoofdstuk 2 De functie • Taken voor elke dienstverlener • Taken en werkzaamheden bij de drie uitstroomprofielen Hoofdstuk 3 De arbeidsovereenkomst • Arbeidsovereenkomst • Arbeidsvoorwaarden • Begeleiding op je werk
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Dienstverlening 1
1
Je gaat werken in de dienstverlening. Dat betekent dat je diensten verleent aan iemand anders. Leg uit dat een dienst iets anders is dan een artikel.
2
In het theorieboek ‘Jij als dienstverlener’ kom je bijna altijd de term ‘klant’ tegen. Hoe noem je die klant eigenlijk in de verschillende organisaties?
1 9
Kies uit: bewoner - gast - kind – klant – patiënt restaurant
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
ziekenhuis woonzorgorganisatie squashcentrum buitenschoolse opvang
3
Voor welke drie opleidingen is het theorieboek ‘Jij als dienstverlener’ bedoeld?
4
Jij kunt straks aan de slag bij veel verschillende organisaties. Zet de juiste organisatie achter de juiste beschrijving.
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
Kies uit: gehandicaptenzorg - gespecialiseerd facilitair bedrijf – ggz – kinderopvang – recreatiebedrijf – sportorganisatie – thuiszorg – vergadercentrum – verpleeghuis – ziekenhuis
1 10
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in alledaagse praktijkbeschrijvingen. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren.
Toepassing Praktijksituatie Verschillende beroepen met dezelfde taak Chantal werkt als helpende zorg en welzijn in een verpleeghuis. Ze heeft pauze. Ze zit aan tafel met Abdel en Henri. Abdel werkt als schoonmaker. Het verpleeghuis heeft geen eigen schoonmakers. Ze huren die dienst in van een commercieel bedrijf. Henri is wel in dienst. Hij werkt als activiteitenbegeleider. Tijdens het gesprek hebben Chantal, Abdel en Henri het over schoonmaken. Al snel blijkt dat ze dit alle drie voor hun beroep doen. ‘Ja’, zegt Chantal ‘en dan maak ik ook nog schoon bij mijn moeder. Die kan veel dingen niet meer. Maar ze woont wel zelfstandig.’ ‘Ik maak ook schoon’, zegt Henri, ‘vooral thuis, maar ik haal ook wel eens een bezem door het activiteitencentrum.’ ‘Wat krijgen jullie eigenlijk voor dat schoonmaken?’, vraag Abdel. ‘Ik maak niet alleen schoon hoor’, reageert Chantal. ‘Bovendien weet ik niet wat je met je vraag bedoelt’. ‘Da’s toch logisch. Geld, loon, salaris, poen, doekoe!’ ‘Oh’, antwoordt Chantal. ‘Da’s hetzelfde antwoord: ik krijg er niet alleen geld voor terug hoor.’ Nou, daar kon Abdel het mee doen. De pauze van Chantal zat erop. 1
Welk uitstroomprofiel heeft Abdel gedaan, denk je?
2
Het verpleeghuis huurt een dienst in. Wat betekent dat?
1 19
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld
Evaluatie Studiehulp Stelling Juist Onjuist 1 Een dienst is hetzelfde als een artikel. ◯ ◯ 2 Met het woord klant kun je ook een patiënt, gast of cliënt bedoelen. ◯ ◯ 3 Sport draait vooral om inspanning, recreatie meer om ontspanning. ◯ ◯ 4 Een verpleeghuis is bedoeld voor ouderen die samen willen wonen. ◯ ◯ 5 Ggz staat voor geestelijke gezondheidszorg. ◯ ◯ 6 Een profit-organisatie heeft als doel: winst maken. ◯ ◯ 7 Cao betekent Collectieve Arbeidsovereenkomst. ◯ ◯ 8 Als je volledig werkt, heb je recht op ten minste veertig ◯ ◯ vakantiedagen per jaar. 9 Een proeftijd mag maximaal drie maanden duren. ◯ ◯ 10 Diefstal is een reden voor ontslag op staande voet. ◯ ◯ 11 Een functie bestaat uit taken, bevoegdheden en ◯ ◯ verantwoordelijkheden. 12 Ondersteuning is een ander woord voor hulp. ◯ ◯ 13 Adl staat voor algemene dagelijkse logistiek. ◯ ◯ 14 Een representatief gebouw is schoon en onderhouden. ◯ ◯ 15 Als je een opdracht niet begrijpt vraag je het aan je begeleider of ◯ ◯ leidinggevende.
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 30
Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden Wensen en behoeften van de klant bepalen
1 1
Oriënteren 1 2
Lees de theorie over klantgericht en klantvriendelijk nog eens goed door. Bekijk het filmpje: https://youtu.be/ZsV6Pp_qdfc Dit is een onderzoek naar de behoeften en wensen van de klant. a Geef een voorbeeld uit het filmpje van een open vraag.
b Geef een voorbeeld uit het filmpje van een gesloten vraag.
c
Geef een voorbeeld uit het filmpje van een keuzevraag.
d Heeft de verkoper succes met het ‘trechteren’? Leg uit waarom wel of niet.
Oefenen Vaardigheden
Wensen en behoeften van de klant bepalen
Observatielijst: De wensen van de klant achterhalen
oefenen wel
Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter de vaardigheid. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
groet de klant en geeft een hand maakt oogcontact zorgt voor een goede sfeer is beleefd is behulpzaam past de techniek van trechteren toe stelt goede open vragen stelt goede keuze vragen stelt goede gesloten vragen luistert naar de antwoorden kijkt naar lichaamstaal controleert of het klopt wat zij of hij denkt dat de klant wil
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
toepassen
niet n.v.t. wel
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
niet n.v.t.
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
1
3
Het trechteren kun je oefenen. Je gaat proberen achter de wensen van een klant te komen die een artikel wil kopen. • Maak drietallen voor een rollenspel. Een iemand is de klant de ander is de verkoper, de derde observeert. • Je wisselt de rollen af, zodat iedereen een keer klant, verkoper en observator is. • Als je observeert, let je vooral op degene die de verkoper speelt. Vul van degene die je observeert de observatielijst ‘De wensen van de klant achterhalen’ in de kolom ‘oefenen’ in. • Als je de klant speelt, neem je een artikel in gedachten dat je nu of binnenkort nodig hebt. Bedenk erbij hoe het eruit ziet en wat het moet kunnen. • Als je de verkoper bent, probeer je door vragen te stellen achter de behoefte (het artikel) van de klant te komen.
1 133
Leerdoelen:
1 135
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1
Werken in de sport en recreatie
Verwerking 10 Verwerkingsopdrachten 10 Hoofdstuk 1 Het werkgebied 10 Hoofdstuk 2 Wat moet je kunnen? Hoofdstuk 3 Doelgroepen 21
9
14
Toepassen 29 Praktijksituatie 29 Themaopdrachten 31 Evaluatie 36 Studiehulp 36 Evaluatie 37
Thema 2
Communicatie
39
Verwerking 40 Verwerkingsopdrachten 40 Hoofdstuk 4 Professioneel contact met gasten en deelnemers Hoofdstuk 5 Presenteren 50 Hoofdstuk 6 Promotie van activiteiten 54 Hoofdstuk 7 Contact met je team 55 Toepassen 59 Praktijksituatie 59 Themaopdrachten 61 Vaardigheden 66 Gasten ontvangen, informeren en/of adviseren Presenteren 70
66
Evaluatie 74 Studiehulp 74 Evaluatie 75
Thema 3
Gezond en veilig sporten en bewegen
77
Verwerking 78 Verwerkingsopdrachten 78 Hoofdstuk 8 Gezond bewegen verschilt per persoon 78 Hoofdstuk 9 Omgaan met blessures en ongevallen 83 Toepassen 91 Praktijksituatie 91 Themaopdrachten 94
1 6
40
Vaardigheden 100 Omgaan met blessures 100 Verlenen eerste hulp bij ongevallen (EHBO)
104
Evaluatie 108 Studiehulp 108 Evaluatie 109
Thema 4
Toezicht houden
111
Verwerking 112 Verwerkingsopdrachten 112 Hoofdstuk 10 Hoofdtaken bij toezicht houden 112 Hoofdstuk 11 Waarnemen en observeren 116 Hoofdstuk 12 Lifeguard 122 Toepassen 123 Praktijksituatie 123 Themaopdrachten 125 Vaardigheden 131 Toezicht houden in een zwembad
131
Evaluatie 135 Studiehulp 135 Evaluatie 136
Thema 5
Planmatig werken
138
Verwerking 139 Verwerkingsopdrachten 139 Hoofdstuk 13 Activiteitenplanning 139 Hoofdstuk 14 Zelf je werk plannen 145 Hoofdstuk 15 Materiaalkennis 148 Toepassen 152 Praktijksituatie 152 Themaopdrachten 155 Vaardigheden 163 Het maken van een activiteitenplan Verhuren van materialen 168
163
Evaluatie 172 Studiehulp 172 Evaluatie 173
1 7
Thema 6
Activiteiten uitvoeren
175
Verwerking 176 Verwerkingsopdrachten 176 Hoofdstuk 16 Voor de activiteit van start gaat 176 Hoofdstuk 17 Begeleiden tijdens de activiteit 181 Hoofdstuk 18 Na de activiteit 186 Toepassen 191 Praktijksituatie 191 Themaopdrachten 194 Vaardigheden 200 Het geven van een instructie
200
Evaluatie 204 Studiehulp 204 Evaluatie 205
Thema 7
Recreatieve en sportieve activiteiten
Verwerking 208 Verwerkingsopdrachten 208 Hoofdstuk 19 Recreatieve activiteiten 208 Hoofdstuk 20 Sportieve activiteiten 215 Toepassen 221 Praktijksituatie 221 Themaopdrachten 224 Evaluatie 231 Studiehulp 231 Evaluatie 232
1 8
207
Thema 1 Werken in de sport en recreatie
1
Medewerker sport en recreatie is een leuke afwisselende baan. Dit thema geeft je een algemeen beeld van de taken en werkzaamheden die jij straks als medewerker sport en recreatie gaat doen. Dat zijn er best veel. Er komt heel wat bij kijken als je op een professionele manier gaat assisteren bij het uitvoeren en begeleiden van recreatieve en sportieve activiteiten. Wat moet je daar allemaal voor weten en kunnen? Welke soorten activiteiten zijn er eigenlijk? En ook niet onbelangrijk: waar kun je straks gaan solliciteren? In eerste instantie denk je misschien aan animatieteams op vakantieparken en campings, maar er zijn meer mogelijkheden. Je hebt dit profiel ook gekozen omdat je graag met mensen werkt. Goed kunnen communiceren is dan belangrijk. In je manier van communiceren en keuze van activiteiten is het belangrijk dat je rekening houdt met verschillen in leeftijd, interesses en mogelijkheden. Met andere woorden: met de doelgroep. Het maakt namelijk nogal uit of je een groep kinderen, volwassenen of ouderen begeleidt. Daarom bevat dit thema ook een hoofdstuk over de kenmerken van verschillende doelgroepen. Hoofdstuk 1 Het werkgebied • Waar kun je gaan werken? • Taken en werkzaamheden Hoofdstuk 2 Wat moet je kunnen? • Soorten activiteiten • Kennis van de regels • Materiaalkennis • Professionele beroepshouding Hoofdstuk 3 Doelgroepen • Activiteit en doelgroep • Baby’s • Peuters • Kleuters • Schoolkinderen • Jongeren • Volwassenen • Ouderen • Mensen met een beperking
1 9
THEMA 1 Werken in de sport en recreatie
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Het werkgebied 1
1
Als medewerker sport en recreatie werk je met allerlei verschillende doelgroepen. a Leg uit wat jouw taak als medewerker sport en recreatie is.
b Welke werkzaamheden horen bij het werk van een medewerker sport en recreatie? Omcirkel de juiste antwoorden. a bloemen verkopen op de markt b de groenvoorziening verzorgen c de werkomgeving opruimen en schoonhouden d een huilend kind troosten e een praatje maken met de gasten of deelnemers f een wondje verzorgen g helpen in de kantine h klein onderhoud uitvoeren i koken in een sterrenrestaurant j luiers verschonen in een kinderdagverblijf k patiënten verzorgen in een ziekenhuis l uitleg geven en toezicht houden m voorraadbeheer 2
1
Sport en recreatie komt niet alleen voor bij recreatiebedrijven of sportorganisaties, maar ook bij de (semi-)overheid of gezondheidscentra. Zoek op YouTube op het zoekwoord ‘medewerker sport en recreatie’. Dan vind je een aantal filmpjes (bijvoorbeeld van een sportclub of camping). Bekijk een paar filmpjes. Kies er één uit die je aanspreekt. Beantwoord de volgende vragen over het filmpje dat jij bekeken hebt. a Schrijf op welk filmpje je gezien hebt. Over welke organisatie gaat dit filmpje?
b Wat spreekt jou aan in het werk als medewerker sport en recreatie bij deze organisatie?
1 10
Verwerkingsopdrachten
c
1
1 Het werkgebied
Wat lijkt jou minder leuk aan het werk als medewerker sport en recreatie bij deze organisatie?
d Bespreek je antwoorden in groepjes van vier. Vat in één zin samen wat jullie aanspreekt in het werk van een medewerker sport en recreatie.
e Bespreek ook hoe je kunt omgaan met de minder leuke kanten van het werk. Noteer twee tips.
3
Met je diploma medewerker sport en recreatie kun je gaan werken bij verschillende organisaties. a Omcirkel in elke zin het juiste antwoord. • Wil je een afwisselend programma verzorgen voor mensen die meerdere dagen in een toeristisch bedrijf verblijven, dan ga je werken bij een gezondheidscentrum / recreatiebedrijf / semioverheidsinstelling / sportorganisatie. • Mensen die het wedstrijdelement of het verbeteren van een prestatie belangrijk vinden, gaan naar een gezondheidscentrum / recreatiebedrijf / semi-overheidsinstelling / sportorganisatie. • Werk je in de dagopvang met bijvoorbeeld ouderen, mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, dan werk je in een gezondheidscentrum / recreatiebedrijf / semi-overheidsinstelling / sportorganisatie. • Mensen begeleiden die na ziekte of ongeval fysiotherapie krijgen, doe je bij een gezondheidscentrum / recreatiebedrijf / semioverheidsinstelling / sportorganisatie. b Onder welk van de soorten organisaties valt jouw leerbedrijf? Leg je antwoord uit.
c
Welk soort organisatie spreekt jou het meest aan? Leg je antwoord uit.
1 11
THEMA 1 Werken in de sport en recreatie
4
Organisaties waarbij je als medewerker sport en recreatie kunt gaan werken, kun je indelen in verschillende groepen. a Om welk soort organisatie gaat het? Zet een kruisje in de juiste kolom. semirecreatieoverheidsbedrijf of dagrecreatie instelling
gezondheidscentrum
sportorganisatie
attractiepark buitenschoolse opvang buurthuis camping ďŹ tnesscentrum kanoverhuur klimhal revalidatiecentrum school skihal voetbalclub
b Wat vergroot je kansen om werk te vinden binnen een sportorganisatie?
5
De taken die je als medewerker sport en recreatie kunt hebben, kun je verdelen in drie groepen. a Sorteer de volgende taken. Noteer alleen de letters in de juiste kolom. A eenvoudige administratieve taken uitvoeren B deelnemers stimuleren om actief mee te doen C de veiligheid van deelnemers bewaken D eerste hulp verlenen bij ongevallen E gasten en deelnemers ontvangen F gebruikte materialen onderhouden G interactie in de groep bevorderen H klaarzetten van materialen voor een activiteit I opletten dat iedereen zich aan de regels houdt
1 12
Verwerkingsopdrachten
1 Het werkgebied
assisteren bij het uitvoeren van activiteiten
gasten en deelnemers begeleiden
toezicht houden
b Leg uit waarom het niet waarschijnlijk is dat je alleen taken uit ĂŠĂŠn van de drie groepen uitvoert.
6
Als medewerker sport en recreatie moet je het leuk vinden om met mensen om te gaan, gastvrij zijn en het mensen naar de zin willen maken. a Omcirkel de eigenschappen die volgens jou passen bij gastvrijheid. afstandelijk - attent - beleefd - formeel - nauwkeurig - verzorgd vriendelijk - zelfstandig b Leg uit op welke manier gastvrijheid in jouw leerbedrijf belangrijk is.
c
Wat vind jij, moet je als je gastvrij wilt zijn het iedereen altijd naar de zin maken? Leg je antwoord uit.
d Wat is volgens jou het verschil tussen het werk van een gymdocent op school en dat van een medewerker sport en recreatie?
1
7
Smaken kunnen verschillen over wat er zo leuk aan je werk is. Werk in tweetallen. a Bespreek je ervaringen uit je BPV. Bepaal samen wat jullie boeiende onderdelen uit je werk vinden. Noteer twee onderdelen.
1 13
THEMA 1 Werken in de sport en recreatie
b Wat zijn de minder leuke activiteiten of taken? Bedenk ook tips waarmee je die taken leuker kunt maken. Minder leuke activiteiten of taken:
Tips:
8
Lees de situatie.
Situatie Ingeborg werkt als medewerker sport en recreatie op een camping. Ingeborg geniet van haar werk, maar vandaag gaat alles mis. Een van de andere medewerkers sport en recreatie is ziek en er moet nog van alles gebeuren. Vanmorgen bij het ochtendprogramma was het een chaos en was Ingeborg druk met een ruzie tussen twee kinderen. De knutselspullen moeten daardoor nog worden opgeruimd. De afďŹ ches met de aankondiging voor de karaokeshow van volgende week moeten worden opgehangen. De speurtocht van vanmiddag moet worden uitgezet. En de spullen voor het sportevenement van morgen moeten worden uitgezocht. En dan komt een van de campinggasten vragen of Ingeborg vanavond wil helpen bij het kampvuur.
a
Wat zou jij Ingeborg aanraden? Geef twee tips.
b Ingeborg besluit aan haar leidinggevende te vragen wat zij als eerste moet doen. Wat zou jij als eerste doen? Leg je antwoord uit.
1 Wat moet je kunnen? 1 2
1
Om al jouw taken en werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren, moet je over bepaalde kennis en vaardigheden beschikken. Werk in tweetallen. a Bespreek welke van de kennis en vaardigheden uit de theorie je bij de ander en bij jezelf herkent. Noteer hierna wat jouw sterke kant is en noteer ook wat je zou kunnen verbeteren.
1 14
Verwerkingsopdrachten
2 Wat moet je kunnen?
Sterke kant:
Verbeterpunt:
b Bespreek samen op welke manier je iets aan die verbeterpunten zou kunnen doen. Noteer hier twee tips.
2
In je werk als medewerker sport en recreatie krijg je te maken met verschillende soorten activiteiten. a Leg uit wat het verschil is tussen een sportieve activiteit en een recreatieve activiteit.
b Geef een voorbeeld van een sportieve activiteit.
c
Geef ook een voorbeeld van een recreatieve activiteit.
d Welk soort activiteiten vind jij zelf het leukst, sportieve of recreatieve? Leg uit waarom je dat vindt.
1
e Bespreek je antwoorden in groepjes van vier. Noteer van elk soort activiteit een argument waarom mensen dit leuk vinden.
1 15
THEMA 1 Werken in de sport en recreatie
1 1
3
Leeftijd speelt een belangrijke rol bij de keuze van activiteiten. a Werk in tweetallen. Gebruik het internet en zoek bij elk activiteitengebied een activiteit die bij de doelgroep past. Vul het schema in. kleuters
jongeren
volwassenen
ouderen
sport, spel en bewegen entertainment creativiteit
culinair
informatie / educatie
b Of er begeleiding nodig is, hangt af van het soort activiteit ĂŠn van de leeftijd van de deelnemers. Bedenk een voorbeeld van een activiteit waarbij kleine kinderen meer begeleiding nodig hebben dan volwassenen.
4
Als medewerker sport en recreatie krijg je te maken met allerlei regels en wetten. Lees de uitspraken. Zet een kruisje in de juiste kolom. juist Het is de verantwoordelijkheid van een bedrijf dat het personeel op de hoogte is van alle wetten. Regels zijn bedoeld om de veiligheid te bevorderen en het werk zo goed mogelijk te laten verlopen. Naast regels die zijn vastgelegd in wetten, kan een organisatie ook eigen regels hanteren.
1 16
onjuist
Verwerkingsopdrachten
5
2 Wat moet je kunnen?
Als medewerker sport en recreatie krijg je te maken met verschillende wetten. Verbind de omschrijving met de juiste wet. Combineer in de laatste kolom de letters met de getallen (bijvoorbeeld 1C). omschrijving
6
wet
1
Hierin staan onder andere eisen aan de kwaliteit van het zwemwater en de schoonmaak van doucheruimtes.
A
Arbowet
2
Hierin staan de regels die te maken hebben met veiligheid, gezondheid en welzijn van de werknemers.
B
Warenwet
3
Deze wet geeft algemene regels over C volksgezondheid en veiligheid van producten.
WHVBZ
Hieronder staan verschillende onderwerpen waarover in wetten regels zijn vastgelegd. Binnen welke wet is het onderwerp geregeld? Zet een kruisje in de juiste kolom. Arbowet In het logboek moet worden genoteerd op welke tijd en door wie de kwaliteit van het water gecontroleerd is. De werkgever moet ervoor zorgen dat zaken als stress, pesten, agressie en discriminatie zoveel mogelijk voorkomen worden. De werkplek moet zo ingericht zijn dat er geen onveilige situaties ontstaan. Een apparaat dat veel lawaai maakt, wordt vervangen door een stiller type. Het ďŹ ltersysteem moet passen bij het aantal gasten dat per dag gebruikmaakt van het zwembad. Hierin staat aan welke veiligheidseisen speelgoed moet voldoen. Producten die over de houdbaarheidsdatum zijn, moeten worden weggegooid. Voedsel moet op de juiste temperatuur bewaard worden.
1 17
Warenwet
WHVBZ
THEMA 1 Werken in de sport en recreatie
7
Er zijn nog meer wetten waar sport- en recreatiebedrijven zich aan moeten houden. a Met welke regels moet je rekening houden als je een discofeest wilt organiseren in de kantine van de camping? Omcirkel het juiste antwoord. Regels met betrekking tot: a Campinggasten b Geluidsoverlast c Milieuschade d WHVBZ b Wat is een evenementenvergunning?
c
8
Geef twee voorbeelden van mogelijke gevaren bij het verwerken van voedingsmiddelen.
Als medewerker sport en recreatie werk je vaak volgens huisregels, richtlijnen en protocollen. Lees de uitspraken. Zet een kruisje in de juiste kolom. juist Een protocol is een advies. Je kunt ervan afwijken. Een richtlijn is een advies. Je kunt ervan afwijken. Een protocol is een uitgewerkt voorschrift. Het moet op deze manier uitgevoerd worden. Een ontruimingsplan is een voorbeeld van een richtlijn. In een calamiteitenplan staat precies wat er moet gebeuren bij calamiteiten, zoals brand, verdrinking en ongevallen. Huisregels zijn gedragsregels waaraan alleen de medewerkers zich moeten houden. Huisregels gelden alleen binnen in het gebouw. Bij schoonmaakwerkzaamheden heb je te maken met een protocol. Een protocol wordt na een evenement geĂŤvalueerd en bijgesteld. Huisregels zijn bedoeld om veiligheid, hygiĂŤne en gezondheid van mensen te beschermen.
1 18
onjuist
Verwerkingsopdrachten
a
2 Wat moet je kunnen?
Wat is de overeenkomst tussen een protocol en een richtlijn?
b Komt het uit een huisregel, protocol of een richtlijn? Zet een kruisje in de juiste kolom huisregel
protocol
Beëindig agressief gedrag onmiddellijk en keur dit duidelijk af. Betrokkenen moeten weten dat dit gedrag niet geaccepteerd wordt. Geef aan wat de deelnemer wél moet doen. Dit alternatief wordt positief geformuleerd. Kinderen tot en met 7 jaar hebben alleen toegang onder begeleiding van een volwassene. Huisdieren niet toegestaan (of aan de lijn). Na afloop van een evenement wordt een kort verslag geplaatst op Intranet. Dit verslag moet circa 200 woorden lang zijn. Foto’s moeten aan de volgende eisen voldoen: – Alle personen op de foto’s moeten toestemming hebben gegeven voor plaatsing. – De foto’s mogen de organisatie niet in diskrediet brengen.
c
Geef een voorbeeld van een protocol uit jouw BPV.
d Geef een voorbeeld van een richtlijn uit jouw BPV.
1 19
richtlijn
THEMA 1 Werken in de sport en recreatie
9
Als medewerker sport en recreatie kom je met allerlei sport-, spel- en recreatief materiaal in aanraking. a Noteer twee redenen waarom het belangrijk is dat jij weet hoe iets werkt en wat er wel en niet mee kan.
b Waarom is het belangrijk om materiaal goed te onderhouden? Noteer twee redenen.
10
Als medewerker sport en recreatie heb je veel contact met gasten en deelnemers. Je bent het visitekaartje van het bedrijf. a Wat wordt er bedoeld met het visitekaartje van het bedrijf?
b Verbind de situatie met de juiste eigenschap. Combineer in de laatste kolom de letters met de getallen (bijvoorbeeld 1C). situatie
eigenschap
1
Je legt een extra mat neer om pijnlijke valpartijen te voorkomen.
A
assertief
2
Je zegt vriendelijk dat je geen tijd hebt en denkt mee over een oplossing.
B
initiatief
3
Je blijft beleefd als een klant onvriendelijk doet.
C
inleving
4
Je ziet er netjes en verzorgd uit.
D
integer
5
Je vraagt toestemming aan de deelnemers voor je een foto van hen op de site plaatst.
E
representatief
6
Je doet je best om te begrijpen waarom de deelnemer zo boos wordt.
F
respectvol
1 20
Verwerkingsopdrachten
11
1 1
3 Doelgroepen
Werkzaamheden van een medewerker sport en recreatie zijn zeer divers. a Over welke eigenschappen moet een medewerker sport en recreatie volgens jou beschikken? Noteer er minstens drie.
b Bespreek de antwoorden in tweetallen. Maak de lijst samen langer. c Zoek op internet een vacature voor een medewerker sport en recreatie. Vergelijk de gestelde eisen met jullie lijst. Noteer wat je opvalt.
d Past een baan als medewerker sport en recreatie bij jou? Leg je antwoord uit.
1 Doelgroepen 3
1
Het is belangrijk de activiteiten die je organiseert af te stemmen op de interesses en mogelijkheden van de mensen die je begeleidt. a Noteer drie belangrijke aandachtspunten.
b Bedenk uit je eigen ervaring op school, thuis, elders een voorbeeld van een activiteit of een opdracht die veel te moeilijk of veel te makkelijk voor je was. Wat gebeurde er? Beschrijf je ervaring in het kort en leg uit welk gevoel je erbij had.
1 21
THEMA 1 Werken in de sport en recreatie
c
Leg uit waarom het goed kan zijn een activiteit bij te stellen als een activiteit … • te makkelijk is:
•
2
te moeilijk is:
In de theorie worden op basis van leeftijd zes verschillende doelgroepen onderscheiden: baby’s, peuters, kleuters, schoolkinderen, jongeren, volwassenen, ouderen. a Geef van elke doelgroep aan welke leeftijden erbij passen. doelgroep
leeftijden
baby’s peuters kleuters schoolkinderen jongeren volwassenen ouderen
1 22
Verwerkingsopdrachten
3 Doelgroepen
b Verbind de omschrijving met de juiste doelgroep. Combineer in de laatste kolom de letters met de getallen (bijvoorbeeld 1C). omschrijving
doelgroep
1
Je kunt uitgaan van hun eigen verantwoordelijkheid en je kunt makkelijk met ze praten. Ze begrijpen wat je bedoelt en zo niet, dan stellen ze vragen aan je.
A
baby’s
2
Ze zijn soms moeilijk te motiveren. Ze onderschatten vaak gevaar en proberen soms de gekste dingen uit.
B
peuters
3
Ze waarderen het als je even de tijd neemt voor een praatje. Hun wereldje wordt kleiner en ze kunnen zich erg eenzaam voelen.
C
kleuters
4
D Ze doen graag samen spelletjes en gedragen zich steeds socialer. Ze begrijpen al beter waarom iets niet mag en kunnen regels beter onthouden. Maar ook speelt fantasie en spel nog een grote rol.
schoolkinderen
5
E Ze willen graag alles zelf doen. Zorg ervoor dat dit niet mislukt, anders kunnen ze erg driftig worden.
jongeren
6
Ze zijn volledig afhankelijk van F de verzorging van anderen.
volwassenen
7
Buiten de groep vallen, is op deze leeftijd zo ongeveer het ergste wat er is. Daarom passen ze zich gemakkelijk aan in een groep. Het is een ďŹ jne groep om mee te werken, ze doen graag mee met activiteiten.
1 23
G
ouderen
THEMA 1 Werken in de sport en recreatie
3
Je zult als medewerker sport en recreatie niet vaak activiteiten organiseren voor baby’s. Toch kunnen er situaties zijn waarin je wel met baby’s te maken krijgt. a Bedenk een situatie in je werk waarbij je met een baby te maken kan krijgen.
b Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij baby’s? Omcirkel de juiste antwoorden. a Baby’s stoppen alles in hun mond. Zorg dus dat er veel eetbaars in de buurt is zoals druiven, nootjes of popcorn. b Baby’s stoppen alles in hun mond. Zorg dus dat ze geen kleine dingen in de buurt hebben waarin ze kunnen stikken. c De ouder moet zelf op het kind letten en het vermaken. Dat is niet jouw taak. d Een pion met grote ringen of zachte blokken om te stapelen is geschikt speelgoed. e Het is fijn als er een plekje is waar een baby verschoond kan worden. 4
Peuters klimmen overal op en zitten overal aan. Als je met peuters werkt, moet je goed opletten. a Waarom is het niet verstandig een peuter veel te verbieden? Omcirkel het juiste antwoord. a Als een peuter steeds hoort ‘niet doen’, raakt hij geïrriteerd. b Een peuter is koppig en doet toch zijn eigen zin. c Een peuter kan al die regels niet onthouden. b Wat moet je wel doen als je wilt dat een peuter ergens mee stopt? Noteer twee tips
c
Waarop moet je letten als je een peuter wilt aanspreken?
1 24
Verwerkingsopdrachten
5
3 Doelgroepen
Kleuters en schoolkinderen gaan beiden naar de basisschool. Lees de uitspraken. Zet een kruisje in de juiste kolom. juist
onjuist
Kleuters ĂŠn schoolkinderen kunnen allebei lezen en schrijven. Kleuters ĂŠn schoolkinderen zijn beiden gewend aan spelen met leeftijdsgenootjes. Kleuters hebben nog steeds een rijke fantasie. Schoolkinderen kunnen goed en lang stilzitten. Ren-, beweeg- en klimspelletjes zijn geschikt voor zowel kleuters als schoolkinderen. Schoolkinderen kunnen nog niet zo goed onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid. Schoolkinderen kunnen al goed omgaan met verlies, je kunt het belang van winnen daarom rustig groot maken. Rond hun tiende krijgen schoolkinderen meer behoefte aan privacy.
6
Jongeren vinden al snel dingen saai of niet stoer genoeg. Met knutselen of kinderachtige spelletjes hoef je niet aan te komen. a Noteer een binnenactiviteit die jongeren wel leuk zullen vinden.
b Wat is een voorwaarde voor een geschikte buitenactiviteit met jongeren?
c
1
7
De groepsdruk is erg groot. Wat is een belangrijk aandachtspunt als je werkt met een groep jongeren?
Met humor maak je een situatie minder zwaar en verleg je de aandacht. a Bespreek in tweetallen een situatie met jongeren (bijvoorbeeld bij jou op een sportclub of school) waarin de begeleider (docent) humor gebruikte om gedrag te corrigeren. Noteer enkele steekwoorden.
1 25
WERKBOEK NIVEAU 2 Het werkboek Medewerker sport en recreatie maakt deel uit van de serie Traject Dienstverlening.
Dit werkboek hoort bij het theorieboek Medewerker sport en recreatie: de thema’s en de hoofdstukken komen overeen. De opdrachten helpen je om de theorie te verwerken en de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken voor jouw (toekomstige) beroep. Ook ga je concreet aan de slag met realistische situaties die je in je beroepspraktijk kan tegenkomen.
Door de thematische opbouw is Traject Dienstverlening geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen. De leermiddelen uit de serie Traject Dienstverlening zijn bestemd voor de opleidingen medewerker facilitaire dienstverlening, helpende zorg en welzijn en medewerker sport en recreatie. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Dienstverlening? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectdienstverlening.
Medewerker sport en recreatie
Medewerker sport en recreatie WERKBOEK
Soorten opdrachten Per thema zijn er verschillende soorten opdrachten: - Verwerkingsopdrachten: deze helpen je de theorie te verwerken en te begrijpen. - Praktijksituaties: hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. - Vaardigheden: hiermee leer je de benodigde beroepsvaardigheden aan. - Themaopdrachten: grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt bij themaopdrachten tegelijkertijd aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken en plannen. - Studiehulp: een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. - Evaluatie: evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden: zo zet je na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
TRAJECT DIENSTVERLENING
Medewerker sport en recreatie sluit volledig aan bij het profieldeel Medewerker sport en recreatie van het kwalificatiedossier Dienstverlening niveau 2.
Auteur: J. Bouman N. Bus M.M.M. Riemsdijk Onder redactie van: R.F.M. van Midde
9 789006 071115
D_WB_medewerker_sport_recreatie_210x297mm.indd All Pages
12/06/17 08:51