Skip to main content

Helpende zorg en welzijn niveau 2 werkboek

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 2

Helpende zorg en welzijn

Het werkboek Helpende zorg en welzijn maakt deel uit van de serie Traject Dienstverlening Helpende zorg en welzijn sluit volledig aan bij de beroeps specifieke onderdelen van het basisdeel kwalificatiedossier Dienstverlening niveau 2. Dit werkboek hoort bij het theorieboek Helpende zorg en welzijn: de thema’s en de hoofdstukken komen overeen. De opdrachten helpen je om de theorie te verwerken en de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken voor jouw (toekomstige) beroep. Ook ga je concreet aan de slag met realistische situaties die je in je beroepspraktijk kan tegenkomen.

Door de thematische opbouw is Traject Dienstverlening geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen. De leermiddelen uit de serie Traject Dienstverlening zijn bestemd voor de opleidingen medewerker facilitaire dienstverlening, helpende zorg en welzijn en medewerker sport en recreatie. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Dienstverlening? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectdienstverlening

Helpende zorg en welzijn WERKBOEK

Soorten opdrachten Per thema zijn er verschillende soorten opdrachten: - Verwerkingsopdrachten: deze helpen je de theorie te verwerken te begrijpen. - Praktijksituaties: hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. - Vaardigheden: hiermee leer je de benodigde beroepsvaardigheden aan. - Themaopdrachten: grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt bij themaopdrachten tegelijkertijd aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken en plannen. - Studiehulp: een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. - Evaluatie: evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden: zo zet je na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.

Auteur: N. Bus E. Kremers R.F.M. van Midde M.M.M. Riemsdijk S. Schoneveld S. Sjollema Onder redactie van: R.F.M van Midde

9 789006 071108

D_MBO_WB_helpendezorgenwelzijn.indd All Pages

23/02/17 08:56


Helpende Zorg en Welzijn Niveau 2

N. Bus E. Kremers R.F.M. van Midde M.M.M. Riemsdijk S. Schoneveld S. Sjollema


Colofon Auteurs N. Bus E. Kremers R.F.M. van Midde M.M.M. Riemsdijk S. Schoneveld S. Sjollema

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff Over zich van vaneducatieve educatieveuitgeverij uitgeverijtot tot een ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich learning design company. We We brengen content, leerontwerp en een learning design company. brengen content, leerontwerp technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring enen en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring we een eenpartner partnervoor voorscholen scholenbijbijhet het vernieuwen leeroplossingen zijn we vernieuwen verbeteren van van onderwijs. onderwijs.Zo Zokunnen kunnenwe wesamen samenbeter beterrecht recht doen en verbeteren doen verschillen tussen tussenlerenden lerendenen enscholen scholenenenervoor ervoorzorgen zorgen aan de verschillen datdat steeds persoonlijker, persoonlijker, effectiever effectieveren enefficiënter efficiënterwordt. wordt. leren steeds

Redactie R.F.M. van Midde

vernieuwen. Samen leren vernieuwen.

Taalredactie

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze www.thiememeulenhoff.nl educatieve oplossingen: ISBN 978 90 06 07110 8 www.thiememeulenhoff.nl via de Klantenservice 033 448 37 00 Eerste druk, eerste oplage,of 2017

Susan Hol

Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Illustraties Tiekstra Media, Groningen ThiemeMeulenhoff, Amersfoort

ISBN 9789006071108 Amersfoort, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Eerste druk, eerste oplage, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij Alle rechten mechanisch, voorbehouden. uit dezeopnamen, uitgave mag worden elektronisch, doorNiets fotokopieën, of enig andere verveelvoudigd, opgeslagen schriftelijke in een geautomatiseerd manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze,zover hetzijhet elektronisch, dooruitgave fotokopieën, opnamen, Voor maken vanmechanisch, kopieën uit deze is toegestaan op of enigvan andere zonder voorafgaande schriftelijke grond artikelmanier, 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus toestemming de uitgever. 1985, Stbl. 471van en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Voor zover en hetReproductierechten maken van kopieënOrganisatie uit deze uitgave toegestaan Publicatie(PRO), is Postbus 3060, op grond van artikel(www.stichting-pro.nl). 16B Auteurswet 1912 Voor j° hethet Besluit van 2130 KB Hoofddorp overnemen 23 augustus 1985, en artikel 17 Auteurswet 1912,en dient van gedeelte(n) uit Stbl. deze 471 uitgave in bloemlezingen, readers men decompilatiewerken daarvoor wettelijk(artikel verschuldigde vergoedingen te zich voldoen andere 16 Auteurswet) dient men tot aanuitgever StichtingtePublicatieen Reproductierechten de wenden. Voor meer informatie overOrganisatie het gebruik(PRO), van Postbus film 3060, KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). muziek, en2130 het maken van kopieën in het onderwijs zieVoor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, www.auteursrechtenonderwijs.nl. readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient menuitgever zich totheeft de uitgever te wenden. meer informatie over het De ernaar gestreefd de Voor auteursrechten te regelen gebruik de vanwettelijke muziek, film en het maken van die kopieën in het onderwijs volgens bepalingen. Degenen desondanks menen zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. uitgever wenden. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. -neutraal geproduceerd. Het voor deze Dit betekent datisdevolledig bosbouwCO op 2een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. Deze uitgave

uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

In dit thema maak je kennis met het beroep en het werkveld waar jij als dienstverlener na je opleiding in terechtkomt. In de dienstverlening heb je heel veel mogelijkheden. Bijvoorbeeld medewerker facilitaire dienstverlening, helpende zorg en welzijn of medewerker sport en recreatie. Wat je functie wordt en welke taken je krijgt, hangt af van je uitstroomprofiel. Als je in dienst komt bij een bedrijf krijg je een arbeidsovereenkomst. Jij moet je aan bepaalde arbeidsvoorwaarden houden. Om ervoor te zorgen dat je je werk goed kunt doen krijg je op je werk begeleiding. Hoofdstuk 1 Dienstverlening • Medewerker facilitaire dienstverlening • Helpende zorg en welzijn • Medewerker sport en recreatie Hoofdstuk 2 De functie • Taken voor elke dienstverlener • Taken en werkzaamheden bij de drie uitstroomprofielen Hoofdstuk 3 De arbeidsovereenkomst • Arbeidsovereenkomst • Arbeidsvoorwaarden • Begeleiding op je werk

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Dienstverlening 1

1

Je gaat werken in de dienstverlening. Dat betekent dat je diensten verleent aan iemand anders. Leg uit dat een dienst iets anders is dan een artikel.

2

In het theorieboek ‘Jij als dienstverlener’ kom je bijna altijd de term ‘klant’ tegen. Hoe noem je die klant eigenlijk in de verschillende organisaties?

1 9

Kies uit: bewoner - gast - kind – klant – patiënt restaurant

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

ziekenhuis woonzorgorganisatie squashcentrum buitenschoolse opvang

3

Voor welke drie opleidingen is het theorieboek ‘Jij als dienstverlener’ bedoeld?

4

Jij kunt straks aan de slag bij veel verschillende organisaties. Zet de juiste organisatie achter de juiste beschrijving.

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

Kies uit: gehandicaptenzorg - gespecialiseerd facilitair bedrijf – ggz – kinderopvang – recreatiebedrijf – sportorganisatie – thuiszorg – vergadercentrum – verpleeghuis – ziekenhuis

1 10

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in alledaagse praktijkbeschrijvingen. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren.

Toepassing Praktijksituatie Verschillende beroepen met dezelfde taak Chantal werkt als helpende zorg en welzijn in een verpleeghuis. Ze heeft pauze. Ze zit aan tafel met Abdel en Henri. Abdel werkt als schoonmaker. Het verpleeghuis heeft geen eigen schoonmakers. Ze huren die dienst in van een commercieel bedrijf. Henri is wel in dienst. Hij werkt als activiteitenbegeleider. Tijdens het gesprek hebben Chantal, Abdel en Henri het over schoonmaken. Al snel blijkt dat ze dit alle drie voor hun beroep doen. ‘Ja’, zegt Chantal ‘en dan maak ik ook nog schoon bij mijn moeder. Die kan veel dingen niet meer. Maar ze woont wel zelfstandig.’ ‘Ik maak ook schoon’, zegt Henri, ‘vooral thuis, maar ik haal ook wel eens een bezem door het activiteitencentrum.’ ‘Wat krijgen jullie eigenlijk voor dat schoonmaken?’, vraag Abdel. ‘Ik maak niet alleen schoon hoor’, reageert Chantal. ‘Bovendien weet ik niet wat je met je vraag bedoelt’. ‘Da’s toch logisch. Geld, loon, salaris, poen, doekoe!’ ‘Oh’, antwoordt Chantal. ‘Da’s hetzelfde antwoord: ik krijg er niet alleen geld voor terug hoor.’ Nou, daar kon Abdel het mee doen. De pauze van Chantal zat erop. 1

Welk uitstroomprofiel heeft Abdel gedaan, denk je?

2

Het verpleeghuis huurt een dienst in. Wat betekent dat?

1 19

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld

Evaluatie Studiehulp Stelling Juist Onjuist 1 Een dienst is hetzelfde als een artikel. ◯ ◯ 2 Met het woord klant kun je ook een patiënt, gast of cliënt bedoelen. ◯ ◯ 3 Sport draait vooral om inspanning, recreatie meer om ontspanning. ◯ ◯ 4 Een verpleeghuis is bedoeld voor ouderen die samen willen wonen. ◯ ◯ 5 Ggz staat voor geestelijke gezondheidszorg. ◯ ◯ 6 Een profit-organisatie heeft als doel: winst maken. ◯ ◯ 7 Cao betekent Collectieve Arbeidsovereenkomst. ◯ ◯ 8 Als je volledig werkt, heb je recht op ten minste veertig ◯ ◯ vakantiedagen per jaar. 9 Een proeftijd mag maximaal drie maanden duren. ◯ ◯ 10 Diefstal is een reden voor ontslag op staande voet. ◯ ◯ 11 Een functie bestaat uit taken, bevoegdheden en ◯ ◯ verantwoordelijkheden. 12 Ondersteuning is een ander woord voor hulp. ◯ ◯ 13 Adl staat voor algemene dagelijkse logistiek. ◯ ◯ 14 Een representatief gebouw is schoon en onderhouden. ◯ ◯ 15 Als je een opdracht niet begrijpt vraag je het aan je begeleider of ◯ ◯ leidinggevende.

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 30

Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oriënteren Oefenen Toepassen Transfer

Vaardigheden Wensen en behoeften van de klant bepalen

1 1

Oriënteren 1 2

Lees de theorie over klantgericht en klantvriendelijk nog eens goed door. Bekijk het filmpje: https://youtu.be/ZsV6Pp_qdfc Dit is een onderzoek naar de behoeften en wensen van de klant. a Geef een voorbeeld uit het filmpje van een open vraag.

b Geef een voorbeeld uit het filmpje van een gesloten vraag.

c

Geef een voorbeeld uit het filmpje van een keuzevraag.

d Heeft de verkoper succes met het ‘trechteren’? Leg uit waarom wel of niet.

Oefenen Vaardigheden

Wensen en behoeften van de klant bepalen

Observatielijst: De wensen van de klant achterhalen

oefenen wel

Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter de vaardigheid. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

groet de klant en geeft een hand maakt oogcontact zorgt voor een goede sfeer is beleefd is behulpzaam past de techniek van trechteren toe stelt goede open vragen stelt goede keuze vragen stelt goede gesloten vragen luistert naar de antwoorden kijkt naar lichaamstaal controleert of het klopt wat zij of hij denkt dat de klant wil

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

toepassen

niet n.v.t. wel

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

niet n.v.t.

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

1

3

Het trechteren kun je oefenen. Je gaat proberen achter de wensen van een klant te komen die een artikel wil kopen. • Maak drietallen voor een rollenspel. Een iemand is de klant de ander is de verkoper, de derde observeert. • Je wisselt de rollen af, zodat iedereen een keer klant, verkoper en observator is. • Als je observeert, let je vooral op degene die de verkoper speelt. Vul van degene die je observeert de observatielijst ‘De wensen van de klant achterhalen’ in de kolom ‘oefenen’ in. • Als je de klant speelt, neem je een artikel in gedachten dat je nu of binnenkort nodig hebt. Bedenk erbij hoe het eruit ziet en wat het moet kunnen. • Als je de verkoper bent, probeer je door vragen te stellen achter de behoefte (het artikel) van de klant te komen.

1 133

Leerdoelen:

1 135

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1

Helpende zorg en welzijn

11

Verwerking 12 Verwerkingsopdrachten 12 Hoofdstuk 1 Begeleiden van cliënten Hoofdstuk 2 Bijzondere situaties 18

12

Toepassing 23 Praktijksituaties 23 Maatwerk leveren 23 Rouwverwerking 24 Themaopdrachten 25 Vaardigheden 31 Handen wassen 31 Evaluatie 34 Studiehulp 34 Evaluatie 35

Thema 2

Cliënten

37

Verwerking 38 Verwerkingsopdrachten 38 Hoofdstuk 3 Verschillende leeftijden Hoofdstuk 4 Zieke cliënten 42 Hoofdstuk 5 Diversiteit 46

38

Toepassing 48 Praktijksituaties 48 Mevrouw Bekkers krijgt last van dementie 48 Intervisie 50 Themaopdrachten 52 Evaluatie 56 Studiehulp 56 Evaluatie 57

Thema 3

Ondersteunen bij huishouden en wonen

59

Verwerking 60 Verwerkingsopdrachten 60 Hoofdstuk 6 Werkzaamheden bij huishouden en wonen Hoofdstuk 7 Schoonmaken 63 Hoofdstuk 8 Zorg voor het bed 69

60


Toepassing 73 Praktijksituaties 73 Aan de slag! 73 Is het bed goed? 75 Themaopdrachten 77 Vaardigheden 81 Moppen 81 Ramen reinigen 85 Stof wissen 89 Schrobben 93 Vochtig en nat reinigen met microvezels 96 Toiletruimte desinfecteren 100 Schoonmaken van ruimten die extra hygiĂŤne vragen Bed afhalen en opmaken 111 Wieg of ledikant opmaken 116 Evaluatie 119 Studiehulp 119 Evaluatie 120

Thema 4

Was verzorgen

123

Verwerking 124 Verwerkingsopdrachten 124 Hoofdstuk 9 Wassen 124 Hoofdstuk 10 Was drogen en opruimen Hoofdstuk 11 Schoeisel 132

130

Toepassing 134 Praktijksituaties 134 Wat een berg! 134 Een hele administratie 136 Themaopdrachten 138 Vaardigheden 142 Was sorteren en een machinewas doen 142 Besmet wasgoed verzorgen 147 Vlekken verwijderen 151 Wasgoed drogen in een wasdroger 156 Handwas verzorgen 159 Strijken 163 Evaluatie 170 Studiehulp 170 Evaluatie 171

105


Thema 5

Voeding

174

Verwerking 175 Verwerkingsopdrachten 175 Hoofdstuk 12 Voeding in verschillende levensfasen 175 Hoofdstuk 13 Levensmiddelen kopen en bewaren 180 Hoofdstuk 14 Rondom de maaltijd 183 Toepassing 190 Praktijksituaties 190 De maaltijd 190 Voeding voor de baby’s en peuters 193 Themaopdrachten 195 Vaardigheden 199 Poederflesvoeding maken 199 Flesvoeding geven 204 Babyvoeding maken met behulp van een staafmixer 208 Boodschappen doen 212 Levensmiddelenvoorraad beheren 215 Dranken voorbereiden en serveren 218 Warme maaltijden voorbereiden en serveren 223 Tussengerechten voorbereiden en serveren 227 Koelkast/diepvries ontdooien en reinigen 231 Helpen bij het invullen van een menukeuzekaart 235 Gebruik van de magnetron 238 Afwassen in de afwasmachine 242 Evaluatie 246 Studiehulp 246 Evaluatie 247

Thema 6

Relevante ziektebeelden

Verwerking 252 Verwerkingsopdrachten 252 Hoofdstuk 15 Aandoeningen Hoofdstuk 16 Aandoeningen Hoofdstuk 17 Aandoeningen voedingsproblemen 257 Hoofdstuk 18 Aandoeningen Hoofdstuk 19 Aandoeningen Toepassing 265 Praktijksituaties 265 De cliëntenbespreking Thuiszorg 267 Themaopdrachten 269

265

251

aan het hart en de bloedvaten 252 aan de luchtwegen 256 aan het spijsverteringskanaal en aan het bewegingsapparaat 260 aan de hersenen en het zenuwstelsel

263


Evaluatie 274 Studiehulp 274 Evaluatie 275

Thema 7

Lichaamshygiëne

277

Verwerking 278 Verwerkingsopdrachten 278 Hoofdstuk 20 Persoonlijke verzorging 278 Hoofdstuk 21 Verzorging van baby’s en jonge kinderen

284

Toepassing 288 Praktijksituaties 288 Baby in bad doen 288 Hulp bieden bij de persoonlijke verzorging 289 Themaopdrachten 291 Vaardigheden 297 Haren wassen op bed met behulp van een haarwaskap 297 Cliënt wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 301 Gebitsprothese van een cliënt verzorgen 306 Tandenpoetsen 311 Nagels knippen 314 Elektrisch scheren 318 Nat scheren 322 Haren wassen op bed 326 Therapeutische elastische kousen aantrekken 330 Het baden van de baby 334 Evaluatie 338 Studiehulp 338 Evaluatie 339

Thema 8

Specifieke aandachtsgebieden

342

Verwerking 343 Verwerkingsopdrachten 343 Hoofdstuk 22 Slapen 343 Hoofdstuk 23 Lichaamstemperatuur en koorts

346

Toepassing 349 Praktijksituaties 349 Omgevingsfactoren beïnvloeden de slaap 349 Hoe zorg je dat een kind slaapt? 350 Themaopdrachten 351 Vaardigheden 355 Lichaamstemperatuur opnemen met een oorthermometer Lichaamstemperatuur rectaal opnemen 358

355


Evaluatie 362 Studiehulp 362 Evaluatie 363

Thema 9

Hulp bieden

365

Verwerking 366 Verwerkingsopdrachten 366 Hoofdstuk 24 Hulp bieden bij mobiliteit 366 Hoofdstuk 25 Hulp bieden bij de uitscheiding 374 Hoofdstuk 26 Hulp bieden bij eten en drinken 381 Toepassing 385 Praktijksituaties 385 Hulp bieden bij urineren en defeceren 385 Hulp bieden bij eten en drinken 386 Themaopdrachten 388 Vaardigheden 391 Cliënt in de juiste houding in een stoel neerzetten 391 Cliënt die niet kan lopen maar wel staan, uit bed helpen 395 Cliënt verplaatsen met een passieve tillift 399 Hulp bieden bij het gebruik van een urinaal op bed 403 Hulp bieden bij het gebruik van een po en steek 408 Met de rolstoel naar het toilet 413 Incontinentieverband verwisselen 417 De luier van een baby verschonen 420 Hulp bieden bij braken 424 Evaluatie 427 Studiehulp 427 Evaluatie 428

Thema 10

Assisteren bij activiteiten

431

Verwerking 432 Verwerkingsopdrachten 432 Hoofdstuk 27 Het belang van activiteiten 432 Hoofdstuk 28 Het begeleiden van activiteiten 434 Toepassing 439 Praktijksituaties 439 Wennen aan een nieuwe woonomgeving Ken je doelgroep 441 Themaopdrachten 442 Evaluatie 449 Studiehulp 449 Evaluatie 450

439


Thema 1 Helpende zorg en welzijn

1

In dit thema krijg je informatie over je werk als helpende zorg en welzijn. Je kunt aan de slag in veel verschillende organisaties. Je belangrijkste werkzaamheden zijn huishoudelijke werkzaamheden, persoonlijke zorg en ondersteunen bij activiteiten. Daarnaast is het stimuleren van zelfredzaamheid belangrijk. Dit betekent dat de cliënt zoveel mogelijk dingen zelf doet. Als helpende werk je methodisch, volgens een stappenplan. Je werkt met cliënten van verschillende leeftijden, van baby’s tot ouderen. Je maakt dan ook allerlei gebeurtenissen in het leven van je cliënten mee, van geboorte tot overlijden. Bij overlijden moet je weten hoe je hiermee omgaat en wat er van jou verwacht wordt. Je cliënten verschillen ook in gedrag. Hoe ga je bijvoorbeeld om met negatieve emoties? Hoofdstuk 1 Begeleiden van cliënten • Verschillende organisaties • Verschillende werkzaamheden • Ondersteunen bij wonen en huishouden • Ondersteunen bij persoonlijke zorg en adl • Ondersteunen bij sociale en recreatieve activiteiten • Ondersteunen bij zelfredzaamheid • Methodisch werken • Hygiënisch werken • Hoe wordt dat betaald? Hoofdstuk 2 Bijzondere situaties • Omgaan met de dood • Het rouwproces • Omgaan met negatieve emoties • Omgaan met pesten • Omgaan met geweld thuis • Calamiteiten

1 11


THEMA 1 Helpende zorg en welzijn

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Begeleiden van cliënten 1

1

Als helpende kun je werken in verschillende organisaties. a Welke hulp hoort bij welke organisatie? Schrijf het in het schema. • extramurale hulp • intramurale hulp • semimurale hulp organisatie

hulp

ziekenhuis thuiszorg dagopvang

b Geef een ander woord voor extramurale hulp.

c

2

Welke soort hulp lijkt jou het leukste om te geven? Verklaar je antwoord.

Als helpende voer je verschillende werkzaamheden uit. a Geef een ander woord voor ‘ondersteuning’.

b Bij welke vier gebieden kan de ondersteuning door een helpende nodig zijn? 1 2 3 4

1 12


Verwerkingsopdrachten

c

3

1 Begeleiden van cliënten

Begeleiden is meer dan ondersteunen. In de theorie staat een omschrijving van ‘begeleiding’. Schrijf deze omschrijving op.

Bij wonen en huishouden gaat het over een prettige leefomgeving, schoonmaken, de was doen en eten klaar maken. a Lees de stellingen: zijn ze juist of onjuist? Zet een kruisje in de juiste kolom. juist

onjuist

Een verzorgd huis is belangrijk voor de gezondheid en het welzijn van de cliënt. Bij vraaggericht werken bepaal je samen met je leidinggevende de hulp die de cliënt krijgt. In een zorgplan staan de mogelijkheden en beperkingen van de cliënt. In een zorgplan staan de afspraken over hulp door naastbetrokkenen. Het is belangrijk om de cliënt te stimuleren om zoveel mogelijk zelfredzaam te zijn.

b Wat vind jij het leukste aan ondersteunen bij wonen en huishouden?

c

4

Wat vind jij het minst leuke aan ondersteunen bij wonen en huishouden?

Jij ondersteunt de cliënt en naastbetrokkenen bij adl. a Wat betekent de afkorting adl?

b Geef twee voorbeelden van adl.

1 13


THEMA 1 Helpende zorg en welzijn

c

Wat vind jij het leukste aan ondersteunen bij adl?

d Wat vind jij het minst leuke aan ondersteunen bij adl?

5

De vrijwillige zorg van naastbetrokkenen noem je ook wel mantelzorg. a Noteer drie voordelen van mantelzorg voor de cliënt die in de theorie genoemd worden. 1 2 3 b Noteer een nadeel van deze vrijwillige zorg voor de naastbetrokkene.

6

Ondersteunen bij activiteiten is ook een van jouw taken als helpende. a Omcirkel steeds de letter voor het het juiste antwoord. Wat is het belangrijkste bij een recreatieve activiteit? a Ontspannen. b Leren. c Werken. d Contact maken met anderen. Wat is het belangrijkste bij een sociale activiteit? a Onspannen. b Leren. c Werken. d Contact maken met anderen. Motiveren betekent: a Cliënten aansporen om mee te doen. b Cliënten aansporen om door te gaan. c Cliënten doelgericht in de gaten houden. d Cliënten vragen wat ze van de activiteit vonden. Stimuleren betekent: a Cliënten aansporen om mee te doen. b Cliënten aansporen om door te gaan. c Cliënten doelgericht in de gaten houden. d Cliënten vragen wat ze van de activiteit vonden.

1 14


Verwerkingsopdrachten

1 Begeleiden van cliënten

Observeren betekent: a Cliënten aansporen om mee te doen. b Cliënten aansporen om door te gaan. c Cliënten doelgericht in de gaten houden. d Cliënten vragen wat ze van de activiteit vonden. b Wat vind jij het leukste aan ondersteunen bij activiteiten?

c

7

1

Wat vind jij het minst leuke aan ondersteunen bij activiteiten?

Een activiteit is niet zomaar een succes. Veel hangt af van jouw houding. Het gaat om cliënten motiveren, stimuleren, observeren, toezicht houden, ondersteunen bij het opruimen en nabespreken. a Ga in tweetallen bij elkaar zitten. b Lees eerst de theorie over cliënten motiveren. c Lees de situatie. Schrijf op wat je volgens jullie het beste kunt doen.

Situatie Een instelling biedt zorg aan mensen met een lichamelijke beperking. Jij werkt daar in de activiteitenbegeleiding. De groep kent elkaar goed. Er is een nieuw spel op de afdeling. Jij wilt dit spel met ze gaan spelen. Hoe zou jij de bewoners motiveren om mee te doen?

1 2 3 4 5 6 8

Bij al je werkzaamheden ondersteun je ook de zelfredzaamheid van de cliënt. a Wanneer is iemand zelfredzaam?

1 15


THEMA 1 Helpende zorg en welzijn

b Wat ‘heeft’ een cliënt die niet zelfredzaam is?

c

Waarom is zorg op maat zo belangrijk?

d Wat is het grote voordeel van ketenzorg?

e Wat wordt bedoeld met ‘hospitalisatie’?

f

Lees de situaties en uitspraken. Stimuleer je daarmee de zelfredzaamheid wel of niet? Zet een kruisje in de juiste kolom. situatie/uitspraak

stimuleert de zelfredzaamheid wel

Hanneke ziet dat het de cliënt niet lukt om haar blouse dicht te maken. Ze zegt: ‘Ik doe het wel even voor u.’ Safina ziet dat het de cliënt niet lukt om te eten. Ze stelt voor om aangepast bestek te kopen, zodat de cliënt het wel weer zelf kan. In het zorgplan staat dat je helpt bij het douchen. Wassen aan de wastafel laat je de cliënt zelf doen. Meneer de Groot kan alleen met moeite zijn sokken aandoen. Je helpt hem daarbij. Justin zit sinds kort in een rolstoel. Hij wil graag verschillende sporten uitproberen. Je brengt hem in contact met de beweegcoach. Helpende: ‘Ik kan niet iedere keer vertelen wat ik ga doen hoor.’ Helpende: ‘Kom op, schiet eens op, ik heb niet de hele dag de tijd.’

1 16

stimuleert de zelfredzaamheid niet


Verwerkingsopdrachten

1 Begeleiden van cliënten

g Hoe heet de vorm van zorg waarbij het stimuleren van zelfredzaamheid geen zin meer heeft?

9

Bij alle werkzaamheden die je uitvoert, werk je methodisch. Je volgt een stappenplan, dat bestaat uit vijf stappen. a Vul het schema in met de juiste woorden. stap 1 stap 2 stap 3 stap 4 stap 5

b Zet het juiste woord achter de juiste zin. Plaats alleen de letter. Kies uit: zorgplan – EVV’er – zorgdossier – zorgleefplan Dit plan gaat over alle aspecten die belangrijk zijn voor de cliënt. Hierin vind je de zorgovereenkomst. Deze term voor het plan van aanpak kom je het vaakst tegen in de zorgsector. Het opstellen van het plan van aanpak gebeurt door deze persoon.

10

Hygiënisch werken is in het belang van je cliënt en jezelf. a Wat betekent hygiënisch werken?

1 17


THEMA 1 Helpende zorg en welzijn

1

b Maak tweetallen. Stel dat je nu, op dit moment, als helpende aan het werk zou gaan in het ziekenhuis. Welke maatregelen moet je dan nemen om hygiĂŤnisch te werken? Kijk samen naar de regels, let op handen, je haar, sieraden enzovoort. Schrijf op welke maatregelen je moet nemen.

11

Als het gaat om het betalen van zorg, kom je veel afkortingen tegen. Wat betekent: a Zvw?

b Wlz?

c

Wmo?

d Pgb?

e VV?

1 Bijzondere situaties 2

1

Als helpende moet je leren om met sterven en dood om te gaan. a Waarom is dat belangrijk?

b Wat is een hospice?

1 18


Verwerkingsopdrachten

c

2 Bijzondere situaties

Hoe noem je het ondersteunen van cliënten bij hun laatste levensdagen?

d Denk je dat jij dit aan zou kunnen? Verklaar je antwoord.

2

Als een dierbare overlijdt, moeten nabestaanden dat verlies verwerken. a Uit welke vijf stappen bestaat het rouwproces?

b Als helpende moet je leren omgaan met mensen die in een rouwproces zitten. Lees de uitspraken van je collega’s. Helpt dit de cliënt wel of niet bij rouwverwerking? Zet een kruisje in de juiste kolom. uitspraak helpende

helpt helpt wel niet

Kom op, het is nu al een maand geleden. Het wordt tijd dat u weer eens onder de mensen komt. Hoe voelt u zich? Ja, ja, interessant hoor … Hoezo, in de hemel? Zou u niet weer eens een keer koffie willen komen drinken met de andere cliënten? Zeg, waarom bent u nou zo boos?

c

In het theorieboek staan verschillende tips voor begeleiden tijdens het rouwproces. Lees nogmaals de uitspraken van de helpenden. Omcirkel in de tabel op de volgende pagina de uitspraken die niet helpen. Dat zijn je antwoorden op vraag b. Schrijf een tip op voor de helpende achter deze uitspraken. Welke tip geef je aan de helpende wiens uitspraak niet helpt?

1 19


THEMA 1 Helpende zorg en welzijn

uitspraak helpende

tip

Kom op, het is nu al een maand geleden. Het wordt tijd dat u weer eens onder de mensen komt. Hoe voelt u zich? Ja, ja, interessant hoor …

Hoezo, in de hemel?

Zou u niet weer eens een keer koffie willen komen drinken met de andere cliënten? Zeg, waarom bent u nou zo boos?

3

In je werk krijg je met emoties te maken. a Geef drie voorbeelden van emoties. 1 2 3 b Lees het voorbeeld. Wat had Martijn beter kunnen zeggen?

Martijn helpt regelmatig in een gezin waarvan de moeder erg ziek is. Een van de kinderen, Eelco van elf jaar, moet vandaag naar het ziekenhuis om bloed te laten prikken. Eelco is er ontzettend bang voor. Martijn snapt daar niets van. ‘Stel je niet zo aan man, je moeder klaagt toch ook nooit?’, zegt hij tegen Eelco.

1 2 c

Hoe ga je om met een cliënt die boos is? Noem drie manieren. 1 2 3

1 20


Verwerkingsopdrachten

2 Bijzondere situaties

d Wat kan het nadeel zijn als jij als helpende ook je emoties toont?

4

Pesten is een serieus probleem. a Wat wordt bedoeld met pesten?

b Geef een voorbeeld dat pesten niet alleen bij kinderen voorkomt.

c

Welke drie partijen zijn betrokken bij pesten?

d Hoe ga je als helpende om met pestsituaties? 1 2 3 4 5 5

Als je bij de cliĂŤnt thuis werkt, kun je te maken krijgen met geweld. a Zet de juiste woorden in de eerste kolom. Zet de juiste getallen in de laatste kolom. soort geweld

omschrijving

aantal slachtoffers

geweld gepleegd door partners, gezinsleden, familieleden of huisvrienden geweld door partners, familieleden, huisvrienden of zorgverleners tegen mensen van boven de 67 jaar lichamelijk of geestelijk geweld tegen kinderen, inclusief verwaarlozing en seksueel misbruik

1 21


THEMA 1 Helpende zorg en welzijn

b Waar vind je informatie over wat je moet doen als je te maken krijgt met deze vormen van geweld?

6

In de inleiding van het hoofdstuk ging het over calamiteiten. Omcirkel het juiste antwoord. a Wat is een ander woord voor calamiteit? a ramp b brand c bommelding b Waar kun je terugvinden wat je moet doen als je met een calamiteit te maken krijgt? a meldcode huiselijk geweld b wet c protocol c Naar welke personeelsleden luister je in het geval van een calamiteit? a bhv‘ers b managers c EVV’ers

1 22


Toepassing Praktijksituaties Maatwerk leveren ‘Mevrouw, zal ik u even helpen met uw haren of kunt u het zelf? Ik vind trouwens dat u mooie schoenen hebt gekocht. Wilt u ze nu al aan of zal ik ze straks even aangeven?’ Linda werkt op afdeling 6 van zorgcentrum De Wilg. Ze heeft mevrouw Merks geholpen met wassen en aankleden. Nu is ze bezig de boel op te ruimen terwijl mevrouw Merks zelf haar haren verzorgt. Als ze hulp nodig heeft, kan Linda even bijspringen. Op afdeling 6 wonen nog meer mensen die geholpen moeten worden met hun dagelijkse verzorging. Sommigen hebben alleen maar een beetje ondersteuning nodig. Bij anderen moet Linda alles overnemen, omdat deze cliënten het zelf niet meer kunnen. Linda vindt het wel belangrijk om goed te blijven kijken wat de mensen nog zelf kunnen. ‘Als je te veel overneemt, kunnen ze het al snel helemaal niet meer.’ 1

Leg uit waarom er bij mevrouw Merks sprake is van een zelfzorgtekort.

2

Hoe stimuleert Linda bij mevrouw Merks de zelfredzaamheid?

3

Vind jij dat Linda maatwerk levert?

4

Verklaar je antwoord.

5

Hoe heet de zorg die Linda verleent aan cliënten die niets meer zelf kunnen?

6

Naar welk probleem verwijst Linda als ze zegt: ‘Als je te veel overneemt, kunnen ze het al snel helemaal niet meer.’?

1 23


THEMA 1 Helpende zorg en welzijn

Rouwverwerking Maryam werkt in de thuiszorg. Vandaag gaat ze naar meneer Kusters. Hij zit in een rolstoel. Voorheen deed zijn vrouw alles in het huishouden, maar zij is twee weken geleden gestorven. Hij praat voortdurend over zijn vrouw en af en toe snikt hij opeens zacht. ‘Het kan toch niet waar zijn’, zegt hij dan. ‘Ik geloof het gewoon niet…’. Maryam doet haar best om meneer Kusters zo goed mogelijk op te vangen. Ze neemt de tijd om naar zijn verhalen te luisteren. De zoon van meneer en mevrouw Kusters is vooral boos. Op alles en iedereen. ‘Potverdorie, 78 jaar is toch nog helemaal niet zo oud? Waarom heeft God dit gedaan? Mijn moeder had toch nog een taak in het leven?’ De familie Kusters is protestant. Maryam is een moslima. Toch heeft ze geen enkele moeite om hen te steunen. Zo groot is het verschil tussen de islam en het christendom trouwens helemaal niet, denkt ze regelmatig. 1

In welke fase van het rouwproces zit meneer Kusters?

2

In welke fase van het rouwproces zit de zoon?

3

Waarom is het belangrijk dat Maryam de fasen van het rouwproces kent?

4

Verloopt het rouwproces bij iedereen op dezelfde manier? Leg je antwoord uit met behulp van de casus.

5

Geef twee voorbeelden uit de casus waaraan je ziet dat Maryam goed omgaat met deze situatie.

1 24


Themaopdrachten 1

Samenvatting Zet de ontbrekende woorden op de juiste plaats. Kies uit: • adl • begeleiding • besmetting • dagelijkse leven • extramurale hulp • hospice • intramurale hulp • levensdagen • meldcode • methodisch werken • ondersteuning • overlijden • pesten • semimurale hulp • zelfzorgtekort Jij wordt opgeleid tot helpende zorg en welzijn. Dat betekent dat er veel van je wordt verwacht. Je hebt allerlei taken. Je kunt in heel veel organisaties aan de slag. Als een cliënt langer dan 24 uur verblijft in een organisatie, spreek je . Als een cliënt ondersteuning en hulp

van

.

krijgt buiten een organisatie spreek je van . Hierbij gaat de cliënt

Een tussenvorm is overdag naar een organisatie, maar hij woont thuis.

Wat een helpende doet is sterk afhankelijk van de situatie van de cliënt. Er kan zowel ondersteuning als begeleiding nodig zijn. is eigenlijk een ander woord voor hulp. betekent de cliënt sterker maken op lichamelijk, verstandelijk en sociaal gebied. Begeleiden en ondersteunen doe je bij werkzaamheden op het gebied van: •

wonen en huishouden

•

persoonlijke zorg en

•

sociale en recreatieve activiteiten

1 25


WERKBOEK NIVEAU 2

Helpende zorg en welzijn

Het werkboek Helpende zorg en welzijn maakt deel uit van de serie Traject Dienstverlening Helpende zorg en welzijn sluit volledig aan bij de beroeps specifieke onderdelen van het basisdeel kwalificatiedossier Dienstverlening niveau 2. Dit werkboek hoort bij het theorieboek Helpende zorg en welzijn: de thema’s en de hoofdstukken komen overeen. De opdrachten helpen je om de theorie te verwerken en de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken voor jouw (toekomstige) beroep. Ook ga je concreet aan de slag met realistische situaties die je in je beroepspraktijk kan tegenkomen.

Door de thematische opbouw is Traject Dienstverlening geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen. De leermiddelen uit de serie Traject Dienstverlening zijn bestemd voor de opleidingen medewerker facilitaire dienstverlening, helpende zorg en welzijn en medewerker sport en recreatie. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Dienstverlening? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectdienstverlening

Helpende zorg en welzijn WERKBOEK

Soorten opdrachten Per thema zijn er verschillende soorten opdrachten: - Verwerkingsopdrachten: deze helpen je de theorie te verwerken te begrijpen. - Praktijksituaties: hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. - Vaardigheden: hiermee leer je de benodigde beroepsvaardigheden aan. - Themaopdrachten: grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt bij themaopdrachten tegelijkertijd aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken en plannen. - Studiehulp: een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. - Evaluatie: evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden: zo zet je na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.

Auteur: N. Bus E. Kremers R.F.M. van Midde M.M.M. Riemsdijk S. Schoneveld S. Sjollema Onder redactie van: R.F.M van Midde

9 789006 071108

D_MBO_WB_helpendezorgenwelzijn.indd All Pages

23/02/17 08:56


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Helpende zorg en welzijn niveau 2 werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu