Maat
Groep 4
Blok
3
Lekker knutselen Covers Taal_Maat_groep 4 v4 6
27/01/2022 11:36
Taal
Maat • Groep 4 • Blok 3 Hoofdstuk 5 en 6 Antwoorden
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 1
12/01/2022 14:40
Pictoʼs Deze opdracht doe je als je tijd hebt. Deze opdracht doe je alleen. Deze opdracht doe je samen. Deze opdracht doe je in een groepje. Dit is een bewegingsopdracht. Deze opdracht schrijf je op een blaadje.
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 2
12/01/2022 14:40
Hoofdstuk 5
Hoe gaat het? ?⃝ ik moet het nog leren
Doelenkaart
⃝↑ ik moet het nog oefenen ⃝✓ ik kan het!
Spreken en luisteren • Ik kan spreken in een kleine groep.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik weet hoe ik bij mijn onderwerp kan blijven.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan controleren of iedereen mij goed heeft begrepen
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan luisteren naar een doetekst.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan vertellen wat ik van de doetekst vind en waarom.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan bedenken wat mijn leesdoel is bij een beeldverhaal.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik weet hoe afbeeldingen en tekst bij elkaar passen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan de opbouw van een weettekst herkennen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan verbanden in een tekst herkennen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan lidwoorden, zelfstandige naamwoorden (enkelvoud en meervoud) en ?⃝ verkleinwoorden gebruiken.
⃝↑
⃝✓
⃝↑
⃝✓
Woordenschat • Ik ken de betekenis van 45 nieuwe woorden.
Lezen
Taal verkennen
Schrijven • Ik kan een doetekst schrijven.
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 3
?⃝
12/01/2022 14:40
Hoofdstuk 5
Les 1
Spreken en luisteren • Ik leer spreken in een kleine groep. • Ik leer bij mijn onderwerp blijven. • Ik leer controleren of iedereen mij goed heeft begrepen.
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 20 nieuwe woorden.
Kijkwoorden
Leeswoorden
het gereedschap
het papier-maché: een papje van papier en lijm waarmee je (net als klei) een beeld kunt maken De kinderen hebben Krieko nagemaakt van papier-maché. de hoeveelheid: hoeveel het is; de portie Om papier-maché te maken, heb je een grote hoeveelheid lijm nodig.
het kunstwerk
de oplossing: het antwoord op een probleem Emre is slim en weet de oplossing voor het probleem. de houding: hoe een mens of dier staat, loopt, zit of ligt Krieko moet in de juiste houding stilzitten.
het lichaam
de schroevendraaier
de samenwerking: twee of meer mensen die aan hetzelfde werken Door een goede samenwerking tussen de kinderen zal het knutseldier op tijd klaar zijn.
Weetwoorden glibberig de kalender de kunstenaar de meetlat de opdracht
het penseel het schepje de schroef de smoes de werkplaats
het standbeeld 4
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 4
12/01/2022 14:41
Knutselen
1
Bekijk de tekening.
5
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 5
12/01/2022 14:41
2
Maak de vragen. 1 Wat is de verrassing van Paul?
2 Wat gaan de kinderen maken?
3 Waarom gaan ze dat maken?
3
Luister en kijk naar het verhaal.
4
Je gaat in je groepje vertellen over een smoes. Bedenk eerst: 1 Over welke smoes ga je vertellen? 2 Hoe ga je dat aan je groepje vertellen? 3 Vul het in een paar woorden in.
5
Spreektip Kijk naar je publiek als je iets vertelt. Praat luid en duidelijk. Stop niet, maar ga door. Blijf bij je onderwerp.
Wat vertel jij in je groepje? 1 Wat is er echt gebeurd? 2 Welke smoes heb je daarna verteld? 3 Geloofden mensen je smoes?
6
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 6
12/01/2022 14:41
6
Bedenk smoezen. Verzin een goede en een slechte smoes.
7
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 7
12/01/2022 14:41
Hoofdstuk 5
Les 2 1
Spreken en luisteren • Ik leer luisteren naar een doetekst. • Ik leer vertellen wat ik van de doetekst vind en waarom.
Woordenschat • Ik oefen de betekenis van de 20 woorden uit les 1.
Maak de vragen. 1 Waarom ga je naar deze tekst luisteren? ◯ Je wilt iets leuks lezen. ◯ Je wilt een mooi gedicht horen. ◯ Je wilt meer weten over papier-maché. 2 Wat voor soort tekst is dit? Kies de goede antwoorden. ▢ een tekst om meer te weten te komen ▢ een tekst om je te amuseren ▢ een spannend verhaal ▢ een tekst om iets te maken
2
Luister naar de tekst.
8
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 8
12/01/2022 14:41
3
4
Goed of fout? goed
fout
1 Je moet de kranten in snippers knippen met een schaar.
◯
◯
2 Na een paar minuten in het water zijn de snippers al goed.
◯
◯
3 Als het papier uit het water komt, moet je het water eruit knijpen.
◯
◯
4 Als je lijm wilt maken, meng je lijmpoeder met water.
◯
◯
Maak de vragen. 1 Vond je de tekst duidelijk? ◯ Ja ◯ Nee 2 Wat heb je tijdens het luisteren gedaan om alles goed te onthouden? Kies de goede antwoorden. ▢ Ik heb goed opgelet. ▢ Ik heb aantekeningen gemaakt.
5
Welk plaatje hoort er niet bij?
◯
◯
◯
◯
9
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 9
12/01/2022 14:41
6
7
8
Wat is het? Teken een lijn. De vloer is glad, ik glijd bijna uit.
•
•
de oplossing
Het is moeilijk, maar ik heb iets bedacht.
•
•
de werkplaats
Hierop kun je alle dagen van het jaar zien.
•
•
glibberig
Mijn vader doet hier allerlei klusjes.
•
•
het kunstwerk
De kunstenaar maakt een standbeeld van hout.
•
•
de kalender
Wat is hetzelfde? Teken een lijn. een schepje
•
•
hoeveel het is
de samenwerking
•
•
hoe je zit of staat
de opdracht
•
•
samen aan hetzelfde werken
de houding
•
•
een lepeltje om iets af te meten
de hoeveelheid
•
•
wat je moet doen
Maak een woordspin met het woord papier-maché. Je mag er ook bij tekenen.
papier-maché
10
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 10
12/01/2022 14:41
Hoofdstuk 5
Les 3
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 15 nieuwe woorden.
Lezen • Ik leer bedenken wat mijn leesdoel is bij een beeldverhaal. • Ik leer hoe afbeeldingen en tekst bij elkaar passen.
Kijkwoorden
Leeswoorden
het flapoor
een gat in de lucht springen: erg blij zijn De robot mag een gat in de lucht springen dat hij acteur wordt, want iedereen wil dat wel. het staat vast: het is zeker; er is geen twijfel Het staat vast dat professor Bolleboos een robot kan maken.
de mammoet
in elkaar zetten: delen of stukjes bij elkaar doen tot het heel is De professor zet zo de hele mammoet in elkaar. klaar is Kees: dat is af ’Klaar is Kees,’ zegt de professor, als de robot doet wat hij moet doen.
de robot
uitdagen: spannend vinden omdat het moeilijk is De professor houdt van een moeilijke opdracht, want dat daagt hem uit.
Weetwoorden het skelet de acteur de baan de bolleboos de professor de vacht de slagtand
11
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 11
12/01/2022 14:41
Professor Bolleboos Professor Bolleboos maakt een mammoet. Het is een robot voor in de film: Het uitsterven van de mammoet. Het is een opdracht die hem uitdaagt. Maar hij kan het goed. Dat staat vast! Snel gaat de professor aan het werk. Hij maakt het skelet. Daar bouwt hij een computer in. De mammoet kan nu reageren. Hij doet precies wat je zegt. De professor maakt slagtanden en een slurf. Boven de tanden komen de flaporen. Dan geeft hij het dier een dikke vacht. Zo zet hij de mammoet in elkaar. ‘Nu even proberen’, zegt de professor. ‘Ga liggen!’ De mammoet gaat braaf liggen. ‘Klaar is Kees!’, zegt professor Bolleboos. ‘Mammoet, jij kunt als acteur aan het werk. Een mooie baan bij de film. Je mag wel een gat in de lucht springen!’
1
Bekijk de tekst en de plaatjes. Lees de tekst nog niet.
2
Maak de vragen. 1 Wat voor soort tekst is dit?
2 Wat weet jij al over de mammoet?
12
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 12
12/01/2022 14:41
3
Maak de vragen. 1 Je leest een tekst nooit zomaar. Met welke doelen kun je een tekst lezen?
2 Met welk doel lees je deze tekst? Kies de goede antwoorden. ▢ Je kunt deze tekst lezen omdat je meer te weten wilt komen ▢ Je kunt deze tekst lezen omdat je je wilt vermaken. ▢ Je kunt deze tekst lezen omdat je iets wilt doen en wilt weten hoe dat moet. 3 Moet je deze tekst lezen als je meer wilt weten over de mammoet?
4
Bespreek de vragen. 1 Kijk alleen naar de plaatjes. Snap je waar de tekst over gaat? 2 Lees alleen de tekst. Snap je waar de tekst over gaat? 3 Lees de tekst en kijk naar de plaatjes. Bij welke plaatjes zeggen plaatje en tekst hetzelfde?
13
TV_Taal_MAAT_G4_B3_H5.indd 13
29/04/2022 11:34
5
Lees de tekst en maak de vragen. 1 Hoe heet de film?
2 Waarom bouwt de professor een computer in het skelet?
6
Leg aan een klasgenootje uit hoe een mammoet eruitziet.
14
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 14
12/01/2022 14:41
Hoofdstuk 5
Les 4
Woordenschat
Lezen
• Ik oefen de betekenis van 10 nieuwe woorden en van de woorden uit les 3.
• Ik leer de opbouw van een weettekst herkennen. • Ik leer verbanden in een tekst herkennen.
Robot Niet iedere machine is een robot. Een robot kan ontelbare dingen. Maar niet zo veel als een mens. Robots zijn onderdeel van het leven in huis. Een robot voert een opdracht uit. Meestal is die opdracht saai of zwaar. Fijn! Dan hoef je het niet zelf te doen. Je kunt een robot besturen. Dat kan soms met alleen maar een knopje. De wasmachine bijvoorbeeld. Die doet de was voor je. Hoeveel robots heb jij in huis?
1
Lees de zinnen in de tekst Robot.
2
Waar verwijst het vetgedrukte woord naar? Teken een lijn. Sommige woorden geven een verband aan. Twee dingen hebben dan met elkaar te maken.
automaat, apparaat heel veel; niet te tellen zo veel deel van een opdracht of taak doen
de goede kant op laten gaan
Fijn, dan hoef je het niet zelf te doen!
•
•
een wasmachine
Dat kan soms met alleen maar een knopje.
•
•
een saaie opdracht kan een robot doen
Die doet de was voor je.
•
•
een robot besturen
15
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 15
12/01/2022 14:41
3
4
Wat betekent hetzelfde? Teken een lijn. witregel
•
•
geeft aan waar de tekst over gaat
titel
•
•
regel tussen twee stukjes tekst
kopje
•
•
plaatje
afbeelding
•
•
geeft aan waar een stukje tekst over gaat
Welk woord past in de zin? Kies het goede antwoord. Kies uit: vacht | in elkaar zetten | uitdaging | lucht | staat vast | skelet | Klaar is Kees | slagtanden | flaporen .
1 De professor gaat mijn nieuwe kast 2 Een olifant heeft heel grote oren, het zijn
.
3 Schapen hebben in de winter een dikke 4 Ik weet het zeker, het
. .
5 De bolleboos heeft alles af, hij roept
!
6 Dat is een spannende klus, het is een 7 Wat een grote tanden, het zijn 8 Al je botten bij elkaar noem je een 9 Joost is blij, hij springt een gat in de
. . . .
16
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 16
12/01/2022 14:41
5
6
7
Waar of niet waar? Kijk naar het voorbeeld. waar
niet waar
1 Een robot kan meer dan een mens.
◯
◯
2 Een robot heeft een baan.
◯
◯
3 Een robot voert alleen saaie opdrachten uit.
◯
◯
ja
nee
1 machine | besturen
◯
◯
2 mammoet | uitvoeren
◯
◯
3 ontelbaar | zo veel
◯
◯
4 acteur | onderdeel van
◯
◯
5 soms | meestal
◯
◯
6 wasmachine | knopje
◯
◯
Horen de woorden bij elkaar?
Welke robots heb jij in huis? Noem er twee.
17
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 17
12/01/2022 14:41
8
Maak een tekening van jouw twee robots.
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
18
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 18
12/01/2022 14:41
Hoofdstuk 5
Les 5
Woordenschat Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden uit blok 1.
Dit kan ik nu • Ik herhaal woorden uit les 1, 3 en 4.
Dit kan ik nog 1
Vul de puzzel in. Let op! Je houdt twee woorden over. Kies uit: snorkel | sprong | hangmat | drempel | dakgoot | zitting | steiger 1 smal plankje op de grond in een deuropening 2 houten vloer boven het water 3 buisje waardoor je ademhaalt onder water 4 het springen 5 gedeelte van een stoel waar je op zit
1 2 3 4 5
Welk woord lees je van boven naar beneden in de gekleurde vakjes?
2
Wat hoort er niet bij? Onderstreep het woord dat niet bij het vetgedrukte woord hoort. 1 de bodem: de emmer | de vaas | de arts 2 een handvol: voer | keffen | graankorrels 3 schitterend:
regelmatig | prachtig | heel mooi
4 je een hoedje schrikken: angstig | bang | de camping 5 bezorgd zijn: ziek | de verzorging | de schaduw
19
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 19
12/01/2022 14:41
3
Welk woord hoort bij de nummers? Let op! Je houdt twee woorden over. Kies uit: het botje | het insect | de darmen | de prooi | de wond | de maag | de geur 1 2 3 4 5
Dit kan ik nu 1
Welk woord past in de zin? Let op: je houdt twee woorden over. Kies uit: robot | slagtand | gereedschap | standbeeld | flaporen | schroevendraaier | kunstwerk 1 Op het plein staat een 2 De kunstenaar heeft met dit 3 Mijn vader heeft veel 4 Een vaatwasser is eigenlijk een knopje aan. 5 Een olifant heeft
van de dichter. een prijs gewonnen. in zijn werkplaats. . Je zet hem met een
. Hij kan vast goed horen.
20
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 20
12/01/2022 14:41
2
Wat betekent hetzelfde? Let op: je houdt twee woorden over. Kies uit: in elkaar zetten | de houding | de samenwerking | een gat in de lucht springen | de oplossing | klaar is Kees | de hoeveelheid 1 het antwoord op een probleem 2 de portie 3 delen bij elkaar doen tot het heel is 4 aan hetzelfde werken 5 erg blij zijn
3
Welk woord is goed? Onderstreep het goede woord. 1 Een ander woord voor apparaat is
machine | meetlat.
2 De leerlingen gaan een opdracht
uitdagen | uitvoeren.
3 Papa moet de auto goed
besturen | in elkaar zetten.
4 Een wiel is een onderdeel van 5 De meester kent
een fiets | het skelet.
glibberig | ontelbaar veel sommen.
21
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 21
12/01/2022 14:41
Hoofdstuk 5
Les 6
Taal verkennen • Ik leer lidwoorden, zelfstandige naamwoorden (enkelvoud en meervoud) en verkleinwoorden gebruiken.
Herhaling: zelfstandig naamwoord, lidwoord Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens, dier of ding. enkelvoud één mens, één dier, één ding
meervoud meer dan één -en, -s
verkleinwoord -je, -tje, -pje
de kleuter het paard de duim
de kleuters de paarden de duimen
het kleutertje het paardje het duimpje
De, het en een zijn lidwoorden. Voor een woord in het meervoud staat altijd de. Voor een verkleinwoord staat altijd het.
1
Bekijk het uitlegblokje.
22
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 22
12/01/2022 14:41
2
3
Welk lidwoord past bij het woord? Kies het goede antwoord. de
het
1 kinderen
◯
◯
2 boek
◯
◯
3 bakker
◯
◯
4 schroefje
◯
◯
5 uitdaging
◯
◯
6 schrijver
◯
◯
7 gereedschap
◯
◯
8 meetlat
◯
◯
9 speelgoed
◯
◯
Welk lidwoord past bij het woord? Onderstreep het goede antwoord. 1 Ik vind dat 2 Aan
de | een | het
de | een | het
3 de | een | het
wedstrijd vandaag doen veel kinderen mee.
kunstwerk moet op 21 november binnen zijn.
4 Ze maken een skelet. 5 Gisteren viel
heel leuke opdracht.
de | een | het
de | een | het
skelet van Krieko is van ijzerdraad.
stroom uit.
23
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 23
12/01/2022 14:41
4
Vul het meervoud en het lidwoord in. Lees de poster. 1 Schrijf de woorden voor dingen hieronder op. 2 Schrijf het meervoud erachter. 3 Schrijf het goede lidwoord erbij: de of het. Voorbeeld: het kunstwerk – de kunstwerken
5
Maak de verkleinwoorden. Zet de woorden in het goede rijtje. Gebruik: tak | bij | slager | schrift | schilderij | appel | straat | computer | muis | aap -je
-tje
24
TV_Taal_MAAT_G4_B3_H5.indd 24
29/04/2022 11:35
6
Bedenk woorden bij het plaatje. Kijk naar het plaatje. 1 Vul vier woorden voor dingen in. 2 Vul de verkleinwoorden erachter in. Voorbeeld: de schroef – het schroefje Let op: vul het goede lidwoord de of het erbij in.
7
Maak een tekening. 1 Kies twee verkleinwoorden die je gemaakt hebt bij opdracht 6. 2 Maak er een tekening van. 3 Laat een klasgenootje raden wat jij getekend hebt.
25
TV_Taal_MAAT_G4_B3_H5.indd 25
29/04/2022 11:35
Hoofdstuk 5
Les 7 1
Taal verkennen • Ik oefen het herkennen en gebruiken van lidwoorden, zelfstandige naamwoorden (enkelvoud en meervoud) en verkleinwoorden.
Welk woord voor een mens, dier of ding hoort in de zin? Vul de woorden in. Zet het lidwoord erbij. Kies uit: venster | buurman | slager | mammoet | foto 1 2 Op 3 4 Het skelet van 5 Mijn oma kijkt vaak uit
2
snijdt het vlees in kleine stukjes. kun je mijn opa en oma zien. woont al twintig jaar naast ons. is heel groot. .
Welke zin krijg je? Kies de goede weg.
1
2
26
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 26
12/01/2022 14:41
3
4
Welke letters voor meervoud passen bij het woord? en
s
1 feestje
◯
◯
2 acteur
◯
◯
3 toets
◯
◯
4 arts
◯
◯
5 machine
◯
◯
6 schepje
◯
◯
Welk meervoud past in de zin? Teken een lijn.
•
•
machines
In de fabriek staan grote ... .
•
•
schepjes
Aan deze films doen tien ... mee.
•
•
toetsen
•
•
artsen
•
•
acteurs
•
•
feestjes
De pianiste vliegt met haar handen over de ... .
De kinderen graven met ... een kuil in het zand. Hij geeft elke zomer een paar ... , die zijn altijd heel gezellig. Hij wordt onderzocht door verschillende ... .
27
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 27
12/01/2022 14:41
5
Welk woord voor een mens, dier of ding hoort erbij? In de tabel staat steeds een woord voor mensen, dieren of dingen. Vul eerst het meervoud in. Maak daarna het woord kleiner. Kijk eerst naar het voorbeeld. enkelvoud
meervoud
klein maken
de treinen
het treintje
28
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 28
12/01/2022 14:41
6
Maak het woord kleiner. Maak alle dieren klein. Kijk eerst naar het voorbeeld. tijger – het tijgertje 1 leeuw – 2 olifant – 3 aap – 4 beer –
7
Maak een woordspin met het woord kunstenaar. Schrijf vijf of zes woorden in het meervoud.
kunstenaar
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
29
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 29
12/01/2022 14:41
Hoofdstuk 5
Schrijven
Les 8
• Ik leer hoe ik een doetekst schrijf.
Krieko van papier-maché 1
2
3
5
6
Zet alles klaar. 4
Plak de papier-maché Maak de pootjes en stekels strook voor strook op het van Krieko. Doe het zo: ... skelet. Net zolang totdat ...
1
Laat Krieko eerst drogen. Daarna kun je ...
Kijk naar de titel en de plaatjes. Deze tekst is een doetekst. Lees de tekst nog niet.
30
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 30
12/01/2022 14:41
2
Maak de vragen. 1 Wat is een doetekst?
2 Waar zal de doetekst over gaan? Waarom denk je dat?
3
Elke tekst heeft een doel. Kies het doel van deze tekst. ◯ Meer te weten komen over Krieko. ◯ Iets grappigs lezen over Krieko. ◯ Leren hoe je Krieko kunt namaken.
4
Kijk goed naar plaatje 2 en 3. Hier staat geen tekst. 1 Past deze tekst bij plaatje 2: Maak het skelet van Krieko van ijzerdraad. ◯ Ja ◯ Nee 2 Past deze tekst bij plaatje 3: Maak papier-maché. Scheur krantenpapier in snippers. Meng die met lijm. ◯ Ja ◯ Nee
31
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 31
12/01/2022 14:41
5
Kijk goed naar plaatje 4, 5 en 6. Bij plaatje 4, 5 en 6 is de tekst nog niet af. 1 Wanneer kun je stoppen met het plakken van de stroken papier-maché? Maak de tekst bij plaatje 4 af. 2 Hoe maak je de voorpootjes en stekels van Krieko? Maak de tekst bij plaatje 5 af. 3 Wat kun je doen om Krieko nog mooier te maken? Maak de tekst bij plaatje 6 af.
6
Ben je tevreden met je uitleg? 1 Past je uitleg goed bij elk plaatje? Denk je dat iedereen je uitleg goed begrijpt? 2 Vul in waarom je wel of niet tevreden bent.
7
Hoe zou jij Krieko mooier maken? Maak een mooie tekening van Krieko.
32
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 32
12/01/2022 14:42
33
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 33
12/01/2022 14:42
Hoofdstuk 5
Les 9
Schrijven • Ik oefen het schrijven van een doetekst.
2
3
1
Vouw het papier in 16 vierkantjes. Vouw het dan weer open.
Zet alles klaar. 4
6
5
Plak het vierkantje op als staartje.
1
Vouw de slurf naar buiten. Teken oor en oog.
Bekijk de doetekst. Kijk naar de plaatjes en de tekst. Je gaat een doetekst maken. Soms zie je alleen tekst. Soms zie je alleen een plaatje. Jij gaat het afmaken.
34
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 34
12/01/2022 14:42
2
Waar gaat deze doetekst over? ◯ hoe olifanten leven ◯ hoe je een olifant namaakt
3
Wat moet je doen bij plaatje 2? Kijk goed naar plaatje 2. Je moet het papier in vieren vouwen en daarna weer openvouwen. Schrijf de tekst bij plaatje 2.
4
Wat moet je doen bij plaatje 3? 1 Kijk goed naar de tekst bij plaatje 3. 2 Teken het plaatje.
5
Wat moet je doen bij plaatje 4? 1 In plaatje 4 zijn lijnen getekend. Wat denk je dat je moet doen? Kies het goede antwoord. ◯ de lijnen overtrekken ◯ de lijnen verven ◯ de lijnen knippen 2 Schrijf de tekst bij plaatje 4.
6
Wat moet je doen bij plaatje 5 en 6? 1 Lees de tekst bij plaatje 5 en 6 goed. 2 Teken plaatje 5 en 6.
35
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 35
12/01/2022 14:42
7
Kijk naar de tekst en de plaatjes. Wat vind je van je tekst? Doe het zo: – Goed, want … – Niet zo goed, want …
8
Denk je dat je klasgenootjes de tekst begrijpen? Doe het zo: – Ja, want … – Nee, want …
36
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 36
12/01/2022 14:42
9
Maak een tekening. Je wilt van de olifant een mammoet maken. 1 Welk onderdeel van zijn lichaam mis je nog? 2 Hoe ziet zijn vacht eruit? 3 Maak er een mooie tekening van.
37
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 37
12/01/2022 14:42
Hoofdstuk 5
Les 10
Taal verkennen Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden voor mensen, dieren en dingen uit blok 1. • Ik herhaal namen voor mensen en dieren uit blok 1.
Dit kan ik nu • Ik herhaal zelfstandige naamwoorden en lidwoorden. • Ik herhaal enkelvoud en meervoud en het kleiner maken van woorden.
Dit kan ik nog 1
Welke woorden voor dingen zie je? Onderstreep het goede woord. 1 De goudvis zwemt in het aquarium. 2 Mijn vader ligt in de hangmat. 3 Het insect zit op de schemerlamp. 4 De hond heeft een halsband om. 5 Iris struikelt over de drempel.
2
Welk woord is het? 1 Zij is de zus van je moeder. 2 Je kunt ermee schrijven. 3 Hij is de vader van je vader. 4 Hij kwispelt en zegt waf. 5 Hij speelt in een elftal.
38
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 38
12/01/2022 14:42
3
Welke woorden zijn woorden voor mensen? Kies de goede antwoorden. ▢ de tante ▢ de pen ▢ de opa ▢ de hond ▢ de voetballer ▢ de juf ▢ het huis ▢ de haas ▢ de zon ▢ de zus
4
Schrijf de woorden in het goede rijtje. Gebruik: tijger | oom | Flappie | Esmee | leraar woorden voor mensen
namen voor mensen
woorden voor dieren
namen voor dieren
39
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 39
12/01/2022 14:42
Dit kan ik nu 1
Welke meervouden zie je in het plaatje? 1 Vul er vijf in. 2 Zet het goede lidwoord erbij. 1 2 3 4 5
2
Welk meervoud past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: monsters | ansichtkaarten | uilen | appels | broeken | wedstrijden | films zijn dit jaar vroeg rijp.
1 De 2 Al mijn
zijn vies.
3 Mijn moeder verstuurde tien 4 Hoeveel 5
. heb jij gezien in de bioscoop?
bestaan niet.
40
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 40
12/01/2022 14:42
3
Wat past bij het woord? Maak er verkleinwoorden van. je
tje
1 patat
◯
◯
2 postzegel
◯
◯
3 brief
◯
◯
4 meetlat
◯
◯
5 slager
◯
◯
41
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 41
12/01/2022 14:42
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 42
12/01/2022 14:42
Hoofdstuk 6
Hoe gaat het? ?⃝ ik moet het nog leren
Doelenkaart
⃝↑ ik moet het nog oefenen ⃝✓ ik kan het!
Spreken en luisteren • Ik kan een tweegesprek voeren.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan bedenken wat het doel van het gesprek is.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan duidelijk zeggen wat ik bedoel.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan luisteren naar een verhaal.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een verhaal samenvatten.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan vertellen wat ik van een verhaal vind en waarom.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan informatie opzoeken in een tekst of schema.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan bedenken wat de bedoeling van de schrijver is.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan de opbouw van een reclametekst herkennen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
Woordenschat • Ik ken de betekenis van 45 nieuwe woorden.
Lezen
Taal verkennen • Ik kan samenstellingen maken.
Schrijven • Ik kan een planning maken.
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 43
12/01/2022 14:42
Hoofdstuk 6
Les 1 Kijkwoorden
Spreken en luisteren • Ik leer een tweegesprek voeren. • Ik leer bedenken wat het doel van het gesprek is. • Ik leer duidelijk zeggen wat ik bedoel.
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 20 nieuwe woorden.
Leeswoorden
het geneesmiddel: de pil of het drankje waar je beter van wordt De arts zegt dat het geneesmiddel helpt en dat de zus van tante Jet weer beter wordt. de arts herstellen: beter worden De zus van tante Jet is ziek, maar ze is sterk en zal snel herstellen.
het gebouw
de pupil
het onderzoek: wat gedaan wordt om ergens achter te komen De arts doet een onderzoek om erachter te komen wat voor ziekte de zus van tante Jet heeft. opgenomen (in een ziekenhuis): daar zijn om goede zorg te krijgen Mijn zus is in het ziekenhuis opgenomen en moet daar een tijdje blijven. de toegang: plek waar je naar binnen gaat Tanja staat buiten en kan niet door de toegang naar binnen.
het theater
Weetwoorden aan het woord zijn het gaas hele verhalen hebben hinkelen het klimrek
linksaf slaan het loket de middagpauze rechtsaf slaan uitverkocht
de webcam 44
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 44
12/01/2022 14:42
Een bericht uit een ver land
1
Luister en kijk naar het verhaal.
45
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 45
12/01/2022 14:42
2
Bekijk de tekening. 1 Wie praat eerst met tante Jet? 2 Wie dan? 3 En wie daarna? 4 Waarover praten ze met tante Jet?
3
Krijg jij wel eens een sms-bericht? Praat erover met je klasgenootje. 1 Bedenk eerst wat je wilt vertellen. Bijvoorbeeld: wat stond er in het bericht? 2 Zeg duidelijk wat je bedoelt. Kijk de ander aan. Luister goed. 3 Begrijpt de ander wat je bedoelt?
4
Gesprekstip Luister en kijk naar elkaar als je iets vertelt. Ga goed zitten. Laat zien dat je luistert. Begrijpt de ander wat jij bedoelt?
Wat doet een arts? Vul drie dingen in. 1 2 3
46
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 46
12/01/2022 14:42
Hoofdstuk 6
Spreken en luisteren
Les 2
• Ik leer luisteren naar een verhaal. • Ik leer een verhaal samenvatten. • Ik leer vertellen wat ik van een verhaal vind en waarom.
1
Luister naar het verhaal.
2
Waar is iedereen?
Woordenschat • Ik oefen de betekenis van de 20 woorden uit les 1.
Kies uit: ziekenhuis | tafel | theater | land 1 Tanja heeft hele verhalen aan
.
2 Tante Jet is in een ver
.
3 Haar zus is opgenomen in het 4 Paul is al in het
3
. .
Wat gebeurt er in het verhaal? Onderstreep het goede antwoord. 1 Tanja is aan tafel
heel stil | steeds aan het woord.
2 Tante Jet praat door 3 De kinderen spelen op 4 Tanja en haar ouders
de telefoon | de webcam. de schommel | het klimrek. hebben geen toegang meer | kopen kaartjes bij het loket.
47
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 47
12/01/2022 14:42
4
Wat vind jij? Tanja doet mee met de wedstrijd. Ze heeft geen kaartje. Wat vind jij daarvan?
5
Welk plaatje past bij het woord? Teken een lijn.
•
•
De arts kijkt met een lampje in de pupil.
•
•
Sorry, de kaartjes zijn uitverkocht.
•
•
De kinderen hinkelen en hangen aan het klimrek.
6
Wat hoort bij elkaar? Teken een lijn. het onderzoek
•
•
de pil of het drankje waar je beter van wordt
geneesmiddel
•
•
beter worden
opgenomen
•
•
dit wordt gedaan om ergens achter te komen
herstellen
•
•
in een ziekenhuis zijn om goede zorg te krijgen
48
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 48
12/01/2022 14:42
7
8
Welke woorden horen erbij? Teken een lijn. Je gaat rechts de hoek om.
•
•
middagpauze
Je gaat links de hoek om.
•
•
gebouw
Gemaakt van veel stenen.
•
•
rechts afslaan
’s Middags even uitrusten.
•
•
gaas
Hiermee bedek je een wond.
•
•
links afslaan
Maak een tekening. 1 Teken een toegangskaartje voor het theater. 2 Op de tekening zie je: – Hoe het gebouw eruitziet. – Hoeveel het toegangskaartje kost. – De datum van de voorstelling: 21 november. 3 Wat kan er nog meer op het toegangskaartje staan? 4 Teken dit erbij.
49
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 49
12/01/2022 14:42
50
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 50
12/01/2022 14:42
Hoofdstuk 6
Les 3
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 15 nieuwe woorden.
Lezen • Ik leer informatie opzoeken in een tekst of schema.
Kijkwoorden
Leeswoorden
de dwarsfluit
het concert: muziek maken voor mensen die luisteren Je kunt het concert ook horen op de radio. klassiek: van lang geleden Mijn vader houdt van rustige, klassieke muziek.
de fluitist
rappen: pratend en zingend een verhaal vertellen Sla jij op de trommel, terwijl ik mijn tekst rap? het toneelstuk: verhaal door mensen nagespeeld Het toneelstuk gaat over een zielige clown in het circus.
het orkest
het vervolg: wat erna komt Ik wil weten hoe het verdergaat met De Griezels, dus wil ik het vervolg zien.
Weetwoorden de pianiste de acrobaat de griezel muzikaal de tekenfilm de zeemeermin de violiste
51
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 51
12/01/2022 14:42
UITLADDER UTERDAM Programma’s voor kinderen
1
Wanneer?
Hoe heet het?
Wat is het?
Door wie?
Waar?
15 november 16:00 uur
De Kleine Karin
Muziekspel Karin wil rappen. Haar ouders willen dat ze pianiste wordt.
Het orkest De Bengels
Studio Het zonnetje
16 november 14:00 uur
Daar zijn de Griezels weer
18 november 15:00 uur
De fluitende visser
18 november 16:00 uur
Tekenfilm Vervolg op De Griezels.
Alfa, zaal 2
Muziekspel Een zeemeermin hoort muziek. Ze zwemt naar het strand. Daar staat een jongen met een dwarsfluit.
Toneelgroep Triangel
Circustent
De Kleine Acrobaat
Toneelstuk Een acrobaatje loopt weg uit het circus.
Toneelgroep Uterdam
Theater De Triangel
21 november 19:30 uur
Knutsel een dier
Prijsuitreiking Wie wint de wedstrijd Knutsel een dier?
TMA
Theater De Boog
21 november 20:00 uur
De haas die geen konijn was
Klassiek concert Het is een muzikaal verhaal. Een haas komt erachter wie hij is. Voor een deel gesproken en gezongen.
Stem: Johan de Haan Fluitist: Henk Zwart Violiste: Irma Spot
Theater De Boog
Bekijk eerst de tekeningen en lees daarna de tekst.
52
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 52
12/01/2022 14:42
2
Maak de vragen. 1 Hoe heet de tekenfilm? 2 Waar is het toneelstuk 'De Kleine Acrobaat'? 3 Hoe laat begint het muziekspel 'De fluitende visser'?
3
Maak een woordparaplu. 1 Lees nog eens de Uitladder Uterdam. 2 Kijk goed bij het rijtje Wat is het? 3 Schrijf nog drie voorstellingen op. de voorstelling
muziekspel
4
Wie is het? Kijk in de Uitladder. 1 Hij werkt in het circus. 2 Zij zwemt in de zee. 3 Hij speelt in een enge film.
5
Wat denk jij? De haas die geen konijn was is een klassiek concert. Hoe zal die voorstelling zijn, denk je?
53
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 53
12/01/2022 14:42
Hoofdstuk 6
Les 4
Woordenschat
Lezen
• Ik oefen de betekenis van 10 nieuwe woorden en van de woorden uit les 3.
• Ik leer bedenken wat de bedoeling van de schrijver is. • Ik leer de opbouw van een reclametekst herkennen.
Het Technisch Museum Amsterdam In een museum mag je nergens aankomen. Die regel geldt in ieder museum. Maar niet bij ons! Het TMA is een bijzonder museum. Hier kun je zelf ontdekken hoe techniek werkt. Zo maak je kennis met de wetenschap. Verder mag je zelf uitvindingen doen. Dat is niet alleen erg leuk, je leert er ook veel van! Ben je nieuwsgierig? Kies dan het TMA voor een dagje uit!
1
Lees de tekst Het Technisch Museum Amsterdam.
2
Waar gaat de tekst over?
je moet je eraan houden manier waarop iets gemaakt is en hoe het werkt iemand of iets leren kennen alles wat je kunt leren en weten door onderzoek iets wat voor het eerst bedacht of gemaakt is
◯ De tekst gaat over een bijzonder museum. ◯ De tekst gaat over een dagje uit.
54
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 54
12/01/2022 14:42
3
Maak de vragen. 1 Wat bedoelt de schrijver met het woordje ‘zo’ in de zin ‘Zo maak je kennis met de wetenschap.’? ◯ Op die manier maak je kennis met de wetenschap. ◯ Straks maak je kennis met de wetenschap. 2 Wat bedoelt de schrijver met het woordje ‘verder’ in de zin ‘Verder mag je zelf uitvindingen doen.’? ◯ Je mag uitvindingen doen in een ander gebouw. ◯ Je mag ook nog zelf uitvindingen doen.
4
5
Wat betekent hetzelfde? Teken een lijn. een klassiek concert
•
•
je moet je eraan houden
ontdekken
•
•
iets te weten komen wat je nog niet wist
gelden
•
•
muziek maken van lang geleden
Welk woord past in de zin? Kies uit: griezel | fluitist | vervolg | muzikaal 1 De zeemeermin in de tekenfilm hoort de 2 Ze kan goed rappen en is heel 3 Ze schrikt van een 4 Ieder verhaal heeft een
. .
naast haar. .
55
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 55
12/01/2022 14:42
6
7
Welk plaatje past bij het woord? Teken een lijn.
de acrobaat
•
•
de dwarsfluit
•
•
het dagje uit
•
•
Welke woorden passen bij het plaatje? Kies de goede antwoorden. ▢ het orkest
▢ de techniek
▢ de griezel
▢ de pianiste
▢ de violiste
▢ het toneelstuk
56
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 56
12/01/2022 14:42
8
Welke uitvinding zou jij willen doen? Teken je uitvinding.
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
57
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 57
12/01/2022 14:42
Hoofdstuk 6
Les 5
Woordenschat Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden uit blok 1.
Dit kan ik nu • Ik herhaal woorden uit les 1, 3 en 4.
Dit kan ik nog 1
Maak van twee woorden één samenstelling. Kies uit: goot | mat | pijp | stap | korrels bliksem
snel
bliksemsnel
de regen het dak de voet het graan de deur
2
Welk woord past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: keffen | belevenis | heimwee | bodem | dagelijks | schitterend | verdieping .
1 De vliegreis was een hele 2 Het uitzicht was echt
.
3 Tante Jet moet haar zus wel 4 Ik heb een beetje
verzorgen. .
5 Tante Jet hoopt dat ze Robbie gauw weer kan horen
.
58
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 58
12/01/2022 14:42
3
Welk woord betekent hetzelfde? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: de geur | het botje | regelmatig | het afval | het wondje | de prooi | het insect 1 vaak 2 een diertje met zes poten en vaak met vleugels 3 wat je kunt ruiken 4 huid die kapot is en soms bloedt 5 dier dat door een ander dier wordt opgegeten
Dit kan ik nu 1
Over wie of wat gaat het? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: de pianiste | de pupil | de arts | de violiste | de webcam | het orkest | het theater 1 Hij onderzoekt de zieke. 2 Hiermee kun je elkaar zien en samen praten. 3 Daar worden voorstellingen gehouden. 4 Zij drukt met haar vingers de toetsen in. 5 Zij maakt muziek met een strijkstok.
59
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 59
12/01/2022 14:42
2
3
Wat hoort bij elkaar? Teken een lijn. van lang geleden
•
•
herstellen
zingen en praten
•
•
de toegang
beter worden
•
•
klassiek
zo kom je binnen
•
•
het geneesmiddel
dit geeft de dokter
•
•
rappen
Welk woord hoort in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: een uitvinding | de acrobaat | gelden | de wetenschap | maken kennis met | het vervolg | de wetenschap 1 De kinderen 2 Daar
het museum. heel bijzondere regels.
3 Er is veel te lezen over 4 Ieder mag zelf 5 Je moet wel wat verstand hebben van
. doen. !
60
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 60
12/01/2022 14:42
Hoofdstuk 6
Les 6
Taal verkennen • Ik leer samenstellingen maken.
Herhaling: samenstellingen Als je twee (of meer) woorden aan elkaar plakt, krijg je een samenstelling. Wil je weten of er de of het voor de samenstelling hoort? Kijk dan naar het laatste woord. de school + het bord → het schoolbord het snoep + de zak → de snoepzak
1
Bekijk het uitlegblokje.
2
Welke woorden zijn samenstellingen? Onderstreep het goede antwoord. 1 De kinderen hebben middagpauze. 2 Ze hangen aan het klimrek. 3 Ze gaan straks met de juf naar een tekenfilm. 4 Die gaat over een fluitspeler. 5 Als hij op zijn blokfluit speelt ...
61
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 61
12/01/2022 14:43
3
Van welke twee woorden is het blauwe woord gemaakt? Voorbeeld: tafelkleed = tafel + kleed 1 De kinderen hebben middagpauze. 2 Ze hangen aan het klimrek.
+ +
3 Ze gaan straks met juf naar een tekenfilm. 4 Die gaat over een fluitspeler. 5 Als hij op zijn blokfluit speelt ...
4
+ + +
Maak de samenstelling. Let op: is het ‘de’ of ‘het’? 1 de vogel + de kooi = 2 de hand + de schoen = 3 de school + het plein = 4 de hals + de band =
62
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 62
12/01/2022 14:43
5
Maak de samenstelling. Het zijn verkleinwoorden. Let op: vergeet ook ‘het’ niet. Doe het zo: Het is een bordje voor de taart. het taartbordje 1 Het is een kopje voor de thee. 2 Het is een boekje voor adressen. 3 Het is een schaaltje voor de vla. 4 Het is een kamertje op zolder. 5 Het is een kistje voor een schat. 6 Het is een reisje dat je op zee maakt. 7 Het is een lepeltje voor de soep. 8 Het is een bootje dat op stoom vaart.
6
Van welke twee woorden is de samenstelling gemaakt? Maak er twee woorden van. Let op 'de' of 'het'. Doe het zo: de zeilboot = het zeil + de boot
1
de fruitmand =
+
2
de soepkom =
+
3
de zakdoek =
4
het windscherm =
5
het sportveld =
+
+
+ 63
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 63
12/01/2022 14:43
7
Maak een tekening. Lees nog eens de samenstellingen van opdracht 4, 5 en 6. 1 Kies uit elke opdracht één samenstelling. 2 Maak er een tekening van. 3 Laat een klasgenootje raden welke samenstellingen jij getekend hebt.
64
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 64
12/01/2022 14:43
Hoofdstuk 6
Les 7 1
Taal verkennen • Ik oefen het herkennen en maken van samenstellingen.
Welk woorden zijn samenstellingen? Onderstreep het goede woord. 1 Wie vliegt daar op haar bezemsteel? 2 Ze vliegt door het maanlicht. 3 Dat is Saar de toverheks. 4 Zij heeft een rare feestmuts op. 5 Zal ze op die boomstronk landen?
2
Wat hoort bij elkaar? Teken een lijn. verf
•
•
film
teken
•
•
werk
kunst
•
•
speler
toneel
•
•
kwast
65
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 65
12/01/2022 14:43
3
4
Maak van de twee woorden een samenstelling. Vergeet ‘de’ of ‘het’ niet.
1
De bel van de fiets =
2
Het mes om brood te snijden =
3
De kom voor de sla =
4
De kast voor de kleren =
5
Het kleed op de vloer =
Maak van het woord een samenstelling. Vergeet ‘de’ of ‘het’ niet. Kies uit: de voetbal | de tuin | de lamp | de krenten | de stoel 1 het veld – 2 de poot – 3 de deur – 4 het brood – 5 de zak –
66
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 66
12/01/2022 14:43
5
Welke twee woorden zie je? Maak de omschrijving af. Kijk naar de afbeelding hiernaast voor het voorbeeld. een weg voor de auto
Doe het zo:
6
1
= een
van de
2
= een
waar je op kunt
3
= een
voor je
Maak een tekening. Lees de samenstellingen van opdracht 3 en 4 nog eens. 1 Kies uit elke opdracht één samenstelling. 2 Maak er een tekening van. 3 Klaar? Vraag je klasgenootje of hij de samenstelling weet.
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
67
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 67
12/01/2022 14:43
Hoofdstuk 6
Schrijven
Les 8
• Ik leer hoe ik een planning maak.
Boven een planning schrijf je waar de planning over gaat.
Verzorging dieren van tante Jet Week 12
Maandag 2 maart
Dinsdag 3 maart
Woensdag 4 maart
Hier lees je voor welke dagen de planning is. Donderdag 5 maart
Vrijdag 6 maart
Hier zie je wie voor de dieren moeten zorgen.
Verzorging
Dieren Tanja
Emre
Devi
Paul
Tanja
Om 9 uur voer en water.
Tanja
Emre
Devi
Paul
Tanja
Om 9 uur voer en water. 1 x per dag vacht borstelen, 4 x per dag uitlaten.
Tanja
Emre
Devi
Paul
Tanja
Om 9 uur voer en water. Kattenbak verschonen als het nodig is.
Tanja
Emre
Devi
Paul
Tanja 1 x per 3 dagen 1 schepje voer.
68
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 68
Devi
Paul
Tanja
Emre
Devi
Om 9 uur voer en water. 1 x per week het hok verschonen.
Devi
Paul
Tanja
Emre
Devi
1 x per 3 dagen voer en drinken geven. De kooi verschonen als het nodig is.
Devi
Paul
Tanja
Emre
Devi
1 x per week voer en drinken geven. De bak verschonen als het nodig is.
Hier zie je om welke dieren het gaat.
Hier lees je hoe het dier verzorgd moet worden.
12/01/2022 14:43
1
Bekijk de planning.
2
Maak de vragen. 1 Waar is dit een planning voor? Waar staat dat?
2 Voor hoeveel dagen is de planning gemaakt? Voor
dagen.
3 Hoeveel dieren moeten de kinderen verzorgen? De kinderen verzorgen
dieren.
4 Is deze planning wel of niet nodig? Waarom denk je dat?
3
Maak de zinnen af. Lees de planning nog eens. 1 Op maandag 2 maart zorgen 2 De drinken.
en de
3 Emre en Paul zorgen deze week
en
voor de dieren.
krijgen 1 keer per drie dagen eten en
dagen voor de dieren.
69
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 69
12/01/2022 14:43
4
Maak de zinnen af. 1 Boven de planning staat 2 Kijk naar de eerste regel. Daar staan van links naar rechts de
van week 12.
3 Bekijk de linkerkant van boven naar beneden. Daar staan de 4 Lees de rechterkant van boven naar beneden. Daar lees je hoe je de dieren moet
5
.
Maak de vragen. 1 Staat alles in de planning wat erin moet staan? Ja/Nee, omdat
2 Vind je de planning duidelijk? Ja/Nee, omdat
70
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 70
12/01/2022 14:43
6
Maak een planning. Vul in: de tijd, de dag en wie Robbie uitlaat. Week Namen
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag Verzorging
71
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 71
12/01/2022 14:43
Hoofdstuk 6
Schrijven
Les 9
• Ik oefen het maken van een planning.
Boven een planning zet je een naam. Dan weet je waar de planning over gaat.
Verzorging dieren in het asiel Week 11
Namen
Hier lees je voor welke dagen de planning is. Donderdag
Vrijdag
Maandag
Dinsdag
Woensdag
23
24
25
februari
februari
februari
februari
februari
Paul en Emre
Devi en Paul
Tanja en Emre
Tanja en Devi
Devi en Emre
27
Devi
Hond: Banjer
Hier lees je wie voor de dieren moeten zorgen.
Verzorging 1 x per dag vacht borstelen, 4 x per dag uitlaten.
Poes: Minoes
Paul
Om 9 uur voer en water. Kattenbak verschonen als het nodig is.
Hamster: Knabbel
Devi
Om 9 uur voer en water. 1 x per week het hok verschonen.
Kanarie: Pietje
Emre
Schildpad: Sloompie
Tanja
Hier lees je om welke dieren het gaat.
1 x per 3 dagen voer en drinken geven. De kooi verschonen als het nodig is. 1 x per week voer en drinken geven. De bak verschonen als het nodig is.
Hier lees je hoe het dier verzorgd moet worden.
72
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 72
12/01/2022 14:43
1
Bekijk de planning.
2
In de voorjaarsvakantie helpen de kinderen in het dierenasiel. 1 Voor hoeveel dagen is deze planning? Voor
dagen.
2 De datum is niet bij iedere dag ingevuld. Vul de datum in bij de donderdag.
3
Welke kinderen helpen mee? De kinderen
4
,
,
helpen mee.
Welk dier is het? Onderstreep het goede antwoord. 1 Ik word 4 keer per dag uitgelaten. 2 Ik lust graag kattenbrokjes. 3 Ik krijg 1 keer per week voer.
5
en
Knabbel | Pietje | Banjer | Minoes | Sloompie
Knabbel | Pietje | Banjer | Minoes | Sloompie Knabbel | Pietje | Banjer | Minoes | Sloompie
Wie verzorgt de dieren? Zoek in het schema wie aan de beurt is. 1 Wie geeft op dinsdag poes Minoes te eten? 2 Wie maakt op vrijdag de kooi schoon van kanarie Pietje? 3 Wie geeft op dinsdag hamster Knabbel te eten?
73
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 73
12/01/2022 14:43
6
Maak de planning verder af. Paul, Emre, Devi en Tanja helpen mee. Schrijf de namen in de planning. Je mag zelf weten hoe vaak iedereen aan de beurt komt.
7
Lees je weekplanning na. Zijn alle hokjes van de planning ingevuld?
8
Wat is je lievelingsdier uit het asiel? Maak er een tekening van.
74
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 74
12/01/2022 14:43
Hoofdstuk 6
Les 10
Taal verkennen Dit kan ik nog • Ik herhaal lidwoorden uit blok 1. • Ik herhaal enkelvoud en meervoud uit blok 1.
Dit kan ik nu • Ik herhaal het maken van samenstellingen.
Dit kan ik nog 1
Vul het enkelvoud in. Doe het zo: kaarten – kaart 1 halsbanden – 2 brokjes – 3 vensters – 4 parkieten – 5 hamsters –
2
Kijk goed. Bedenk woorden bij het plaatje. Bekijk het plaatje. 1 Bedenk drie woorden in enkelvoud. 2 Bedenk twee woorden in meervoud. Let op: vul bij elk woord ook het lidwoord in.
75
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 75
12/01/2022 14:43
3
Lees de zin. 1 Kleur de lidwoorden blauw. 2 Kleur de woorden in enkelvoud groen. 3 Kleur het woord in meervoud geel. Op de bodem van het kooitje liggen graankorrels.
Dit kan ik nu 1
Welke woorden zijn samenstellingen? Onderstreep de samenstellingen in het rijmpje. Mijn buurmeisje heeft een paardenstaart. Die stopt ze in de slagroomtaart. De krekel zit op een grassprietje en zingt een heel mooi slaapliedje.
2
Maak de samenstelling. Let op: is het de of het? Kies uit: de speler | de tuin | de kamer | het reisje | de bak het afval
de bak
de afvalbak
de school de toneel het dier het huis
76
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 76
12/01/2022 14:43
3
Maak van één woord twee woorden. Kijk goed naar het plaatje. Let op: is het de of het?
Doe het zo:
de werkplaats = het werk – de plaats
1
de tandenborstel =
2
de voetbal =
3
het zeepbakje =
4
de halsband =
–
5
de snoepzak =
–
–
–
–
77
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 77
12/01/2022 14:43
Hoofdstuk 5 en 6
Herhalen en toepassen 1
Raad het woord. 1 Kies een spelleider. 2 De spelleider kiest een woord uit. Kies uit: het lichaam | het kunstwerk | de schroevendraaier | het standbeeld | de robot | het flapoor | de arts | de pupil | de dwarsfluit 3 4 5 6
2
De spelleider tekent dit woord. Hij zegt het niet. De anderen schrijven op wat het is. Doe dit twee keer en kijk na. Nu is een ander de spelleider.
Welke vijf samenstellingen zitten in de woordrups verstopt?
o v s a t s
l c
h
o
o
e
t
b
a
b
l
s
s
e
t r
e
a
l
a
t
t f
e
e
s
o
e
k
s
t r i p v e r
h
a
a
l
78
TV_Taal_MAAT_G4_B3_H6.indd 78
29/04/2022 11:36
Maak nu met elk woord een zin. 1 2 3 4 5
3
Welke zin hoort bij het plaatje? Schrijf de juiste letter op. 1 de bolleboos
4 hele verhalen hebben
2 een gat in de lucht springen
5 klaar is Kees
3 aan het woord zijn b
a
d
c
e
79
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 79
12/01/2022 14:43
Hulp Zelfstandig naamwoord Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens, dier of ding. Namen schrijf je met een hoofdletter. mens
dier
ding
de tante
de hond
het hotel
Anna
Bello
hotel Duinzicht
Meer uitleg vind je in hoofdstuk 1 les 6.
Enkelvoud en meervoud, lidwoord Enkelvoud = één mens, dier of ding. Meervoud = meer dan één mens, dier of ding. Lidwoord = de, het en een. Voor het meervoud staat altijd de. de meester het hert
de meesters de herten
Meer uitleg vind je in hoofdstuk 2 les 6.
Samenstellingen Als je twee (of meer) woorden aan elkaar plakt, krijg je een samenstelling. bad + juf → de badjuf voet + bal → de voetbal voet + bal + schoen → de voetbalschoen Wil je weten of er de of het voor de samenstelling hoort? Kijk dan naar het laatste woord. de school + het plein = het schoolplein de school + de tas = de schooltas Meer uitleg vind je in hoofdstuk 3 les 6.
80
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 80
12/01/2022 14:43
Verkleinwoord Een verkleinwoord laat zien dat iets klein is. Voor een verkleinwoord staat altijd het. de muis de bakker het raam
het muisje het bakkertje het raampje
Meer uitleg vind je in hoofdstuk 4 les 6.
81
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 81
12/01/2022 14:43
Mijn pittige woorden woord
uitleg
82
TV_Taal_MAAT_G4_B3_H6.indd 82
1/02/2022 08:03
Mijn pittige woorden woord
uitleg
83
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 83
12/01/2022 14:43
Colofon Verhalen en leesteksten Hetty van den Berg Annemarie van den Brink Jørgen Hofmans Auteurs Hetty van den Berg Tamara van den Berg Jannie van Driel-Copper Irene Engelbertink Wies Gloudemans Jeannette Miś Cokky Stolze-van der Vegte Saskia Tromp-Lantman Gerda Verhey Anne Coos Vuurmans
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 66282 5 Versie 1.1 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort
Redactie Projectteam ThiemeMeulenhoff Vormgeving Flowdesign, Utrecht Opmaak Crius Group Beeldverwerving Eduardo media Illustraties De Boer illustraties / Michel de Boer Edith Stultiens (hoofdstukopeningen) Foto's Shutterstock
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
84
TV_Taal_MAAT_G4_Blok3.indb 84
12/01/2022 14:43
Taal
Maat • Groep 4 Blok 3
9 789006 662825
Covers Taal_Maat_groep 4 v4 5
27/01/2022 11:36