Skip to main content

Taal-Begrijpend_lezen_Leesmaatjes_Gr4B_150dpi_antw

Page 1

Begrijpend lezen Leesmaatjes B


Begrijpend lezen

Leesmaatjes B COLOFON Auteur Henk Hokke Illustraties Roger Klaassen Omslag Eduardo Media Vormgeving Spil Design, Baarn Opmaak PPMP Prepress, Wolvega

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 31490 8 Tweede druk, eerste oplage, 2019 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2010 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


inhoud 1

In galop!

4

2

Naar het circus

6

3

Naar de film

8

4

Lekker schoon!

10

5 Wolven

12

6 Schaatsen

14

7

Met wie spreek ik?

8 Kerst

16 18

9

Alles weer schoon

20

10

Wat donker!

22

11 Bijen

24

12 Lekker slim?

26

13 Kijk goed uit!

28

Teckel Taco

30

15 Een mooie prijs

32

16 In het leger

34

17 Vlinders

36

18 Welk woord is dat?

38

19 Wat een taal!

40

20 Oud en nieuw

42

14

21

Op les

44

22

Vaderdag

46

23 De ijsbeer

48

24 Een grapje?

50

25 Maak zelf ... pindakaas!

52

26 Sparen

54

27 Een kast vol boeken

56

28 Waar blijft de post?

58

Hoe ver ben je?

60

3


1

In galop! Jelle en Mare blijven staan. Wat is dat voor raar geluid? Een man schreeuwt iets. En dan gebeurt er iets geks. Er komt een paard de hoek om! Het rent heel hard. Een man fietst achter het paard aan. ‘Aan de kant!’ roept hij steeds. Jelle en Mare gaan achter een auto staan. Het paard holt hen voorbij. Ze kijken met open mond toe.

1 Wie doen er mee in het verhaal? Kleur de goede hokjes blauw. Mare

de moeder van Jelle

een agent

de vader van Mare

een man op een fiets

Jelle

2 Waarom is deze tekst geschreven? De schrijver wil je iets leren. De schrijver wil je iets vragen. De schrijver wil je een spannend verhaal vertellen. De schrijver wil je iets laten doen.

3 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

t eugel A B C D E 4

m anen F

G H

h oef I

J

K

s taart

z adel

r uiter

L M N O P Q R S T U V W X

Y Z


Naam 4 Wie zijn Mare en Jelle? Naam: Mare

Naam: Jelle

Haar: lang en donker

Haar: stekeltjes

Kleding: broek, trui met strepen,

Kleding: korte broek, T-shirt,

sandalen

gewone schoenen

Verder nog: pleister op haar knie

Verder nog: draagt een rugzak

5 Wat zou jij doen als er een paard losliep? Ik zou eigen keuze

, want heb je verteld waarom je dit kiest?

dan is je antwoord goed!  J

5


Naar het circus

2

Jelle en Mare staan bij een bord. Ze lezen wat erop staat:

1 Is het waar of niet waar? Kleur het juiste vakje.

6

waar

1 De voorstelling begint om half acht.

2 Het kost per persoon 10 euro.

3 Er kunnen 400 mensen in de tent.

4 De tent staat buiten de stad.

5 Er treden ook clowns op.

niet waar


Naam 2 Wat hoort bij een circus? Trek er lijnen naartoe.   clown    kaartje    draaimolen

ober      HET CIRCUS      piste

zitplaats    tent    trapeze

3 Vul het goede woord in. Kies uit: in – op – naast

Hij staat naast

Hij staat in

Hij zit op

de kast.

de kast.

de kast.

4 Wat vind jij het mooist in een circus? Ik vind eigen keuze

het mooist in een circus, omdat heb je verteld waarom

je dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

7


3

Naar de film Jelle zit in de bioscoop. Met zijn broer Bob. Hij (1) is al zestien jaar. Jelle heeft ook nog een zus. Zij (2) heet Liza. Maar Liza is er niet bij. Ze kijken naar een tekenfilm. Die is heel grappig. Het gaat over een kat en een muis. De kat wil de muis vangen. Maar de muis is te slim. Hij (3) wint steeds.

1 Wie is het? Kleur het goede hokje. Hij (1)

Zij (2)

Bob

Jelles moeder

de muis

Jelle

de kat

Jelle

de muis

Liza

Bob

2 Hoort het wel of niet bij Bob? Kleur het goede hokje. ja een bril een baard een hoed een snor een pet een trui laarzen gympen

8

Hij (3)

nee


Naam 3 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

k aartje

u itgang

a pplaus

s toel

f ilm

j assen

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z 4 Wat voor film vind jij het leukst? Ik vind een eigen keuze

het leukst, want heb je verteld waarom je dit kiest?

dan is je antwoord goed!  J

9


4

Lekker schoon! Schoon

Schoon zijn mijn oren, schoon zijn mijn tenen. Schoon zijn mijn wangen, schoon zijn mijn benen.

Schoon zijn mijn voeten, schoon zijn mijn handen. Schoon is mijn rug, schoon zijn mijn tanden.

Schoon is mijn buik, schoon is mijn nek. Alleen het bad is vies, ja, vind je ’t gek?

Myra Sterk

1 Wat is dit voor soort tekst? een mop een gedicht een sprookje een spannend verhaal

2 Wie is Myra Sterk? Vul maar in. Kies uit: de tekenaar – de schrijver – de drukker Myra Sterk is de schrijver

10


Naam 3 Welk plaatje hoort bij de tekst?

4 Vul het goede woord in. Kies uit: maar – of – want 1 Ik moet in bad, want

ik ben vies.

2 Ik moet in bad, maar

ik heb geen zin.

3 Ik moet in bad of

onder de douche.

5 Wat is de goede volgorde? Zet 1, 2, 3 en 4 in de hokjes.

2 wassen

1 uitkleden

4 aankleden

3 afdrogen

6 Vind jij het gek dat het bad vies is? Kies uit: wel – niet Ik vind het eigen keuze

gek dat het bad vies is, want heb je verteld waarom je

dit kiest? dan is je antwoord goed!  J 11


5

Wolven Mare leest een boek over wolven.

De wolf is familie van de hond. Hij hoort goed en hij ruikt goed. Het lichaam van een wolf is slank. De ogen van een wolf zijn geel. Een wolf leeft in een groep. Zo’n groep heet een roedel. Een wolf eet vlees. Wolven jagen vaak samen op een prooi. Een jonge wolf heet een welp.

1 Wat is dit voor soort tekst? een tekst waar je iets van leert een gedicht een spannend verhaal een tekst die je leert hoe je iets maakt

Waarom is deze tekst geschreven? De schrijver wil je iets vragen. De schrijver wil je iets laten doen. De schrijver wil je iets leren. De schrijver wil je een spannend verhaal vertellen.

2 Op welk plaatje zie je een roedel wolven?

12


Naam 3 Is het goed of fout? Kleur de goede hokjes.

goed

1 Een welp is een jonge wolf.

2 Een wolf lijkt op een hond.

3 Een wolf lust geen vlees.

4 Een wolf ruikt en hoort heel goed.

fout

4 Vul het goede woord in. Kies uit: dik – slecht – samen 1 Niet goed, maar slecht 2 Niet slank, maar dik 3 Niet alleen, maar samen

5 Vind jij een wolf een mooi dier? Kies uit: wel – niet Ik vind een wolf eigen keuze

mooi, omdat heb je verteld waarom je dit kiest?

dan is je antwoord goed!  J

13


Schaatsen

6

Jelle en Mare staan op het ijs. ‘Daar ga ik dan,’ zegt Jelle. Hij schaatst de ijsbaan op. ‘Kijk uit!’ roept Mare hem na. Maar het is te laat. Een man rijdt keihard tegen Jelle aan. Jelle valt op het ijs. Gelukkig doet hij zich geen pijn. De man schudt zijn hoofd. ‘Kijk wat beter uit,’ zegt hij boos. Dan schaatst hij door. Mare steekt haar tong naar hem uit.

1 Wie doet het? Kies uit: Jelle – Mare – de man 1 Wie waarschuwt Jelle?

Dat is Mare

2 Wie is boos?

Dat is de man

3 Wie valt?

Dat is Jelle

4 Wie steekt de tong uit?

Dat is Mare

5 Wie schaatst de baan op? Dat is Jelle 6 Wie schudt zijn hoofd?

Dat is de man

2 Kijk naar de plaatjes. Vul het goede nummer in.

2

3 4

1

14

1 De schaatser die start is nr. 3

3 De schaatser die wint is nr. 2

2 De schaatser die valt is nr. 1

4 De schaatser die traint is nr. 4


Naam 3 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

w ak A B C D E

m uts F

G H

s chaats I

J

K

ij sbaan

h andschoen

L M N O P Q R S T

p ubliek

U V W X IJ Z

4 Vind jij schaatsen leuk om naar te kijken? Kies uit: wel – niet Ik vind schaatsen eigen keuze

leuk om naar te kijken, want heb je verteld

waarom je dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

15


7

Met wie spreek ik? Jelle en Mare maken zelf een telefoon. Ze kijken in een boek hoe dat moet. Dit staat er:

Wat je nodig hebt: ❍ 2 blikken ❍ een grote spijker ❍ een hamer ❍ een touw ❍ een schaar

1 Hoe doe je het? De plaatjes staan al in de goede volgorde. Schrijf de vier zinnen op de goede plaats eronder. Leg er een knoop in. Knip een stuk touw af. Maak met de spijker een gat in de bodems. Steek het touw door de gaten.

Maak met de

Knip een stuk.

Steek het touw

Leg er een

spijker een gat

touw af.

door de gaten.

knoop in.

in de bodems.

16


Naam 2 Waarom schrijft een schrijver zo’n tekst? Hij wil je iets vragen. Hij wil je leren hoe je iets maakt. Hij wil je iets verkopen. Hij wil je een spannend verhaal vertellen.

3 Wat hoort er niet in het rijtje? Zet er een rondje om. hamer touw bladzijde zaag

snoer

schaar

schroef koord hoofdstuk beitel

knoop tekening

4 Wanneer doet de telefoon het? Zet een kruisje in het goede hokje.

5 Denk je dat de telefoon werkt? Kies uit: wel – niet Ik denk dat de telefoon eigen keuze

werkt, omdat heb je verteld waarom je

dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

17


8

Kerst Mare versiert de kerstboom. Ze hangt er lichtjes in. Mama helpt ook. Zij zet de piek in de top. Mare pakt een slinger. Hij lijkt wel van zilver. Ze hangt de slinger in de kerstboom. Dan geeft ze mama een bal. Mama hangt de bal ook in de boom. Het ziet er echt prachtig uit.

1 Wie doet het? Kies uit: mama – Mare 1 Wie hangt de lichtjes op?

Dat is Mare

2 Wie pakt een slinger?

Dat is Mare

3 Wie zet de piek in de top?

Dat is mama

4 Wie hangt de slinger op?

Dat is Mare

5 Wie geeft mam een bal?

Dat is Mare

6 Wie hangt de bal op?

Dat is mama

Wie doet het meest?

Dat is Mare

Wie is dus de hoofdpersoon?

Dat is Mare

2 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

r endier 18

A B C D E

p iek F

G H

s tal I

J

k erstman

b oom

e ngel

K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Naam 3 Vul het goede woord in. Kies uit: met – naar – uit 1 Mare pakt een bal uit 2 Ze loopt naar 3 Samen met

een doos. de boom. mama versiert ze de boom.

4 Wat hoort bij elkaar? Trek er lijntjes tussen.

5 Vind jij kerst een leuk feest? Kies uit: wel – niet Ik vind kerst eigen keuze

een leuk feest, omdat heb je verteld waarom je

dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

19


Alles weer schoon

9

Jelle raapt een papier op. Hij leest wat erop staat:

Aan de bewoner van dit huis,

Zijn uw ramen vies? Wij maken ze weer schoon. Niet alleen op de grond, maar ook boven. Bel ons voor een afspraak.

W. de Vegt glazenwasser 0234-232129

1 Wat voor soort tekst is dit?

Wie is W. de Vegt?

een sprookje

de schrijver

een spannend verhaal

een tekenaar

een gedicht

de broer van Jelle

een brief

de postbode

2 Waar is het van gemaakt? Trek er lijnen naartoe.

20

raam

papier

deur

ijzer

folder

karton

doos

glas

spijker

hout


Naam 3 Wat staat er in het lege praatwolkje? Kleur het juiste hokje.

Hoe lang duurt het? Wat kost het? Hoe heet u?

4 Kun je er iets mee schoonmaken? Zet er dan een rondje om. bezem – potlood – spons – zeem – schaar – hamer – tandenborstel

5 Lijkt glazenwasser je een leuk beroep? Kies uit: wel – niet Mij lijkt glazenwasser eigen keuze

een leuk beroep, want heb je verteld waarom

je dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

21


10

Wat donker! Mare zit in de kamer. Samen met haar vader. Ze kijken naar de tv. Opeens is alles donker! De tv doet het niet meer. En alle lichten zijn uitgegaan. Mare geeft een gil van schrik. Ze hoort dat papa opstaat. Hij pakt iets uit de kast. Ha, hij steekt een kaars aan. Er is weer een beetje licht. Niet veel, maar het is wel knus.

1 Wanneer speelt het verhaal?

Wat is een goede naam voor het verhaal?

’s morgens

De tv is stuk

’s middags

Alles is donker!

’s avonds

De kaars

’s nachts

Papa en Mare

2 Welk plaatje past bij het verhaal? Kleur het goede hokje.

22


Naam 3 Schrijf op van klein naar groot. lucifer – lantaarnpaal – zaklamp – schemerlamp – aansteker

lucifer

aansteker

zaklamp

schemerlamp   lantaarnpaal

4 In welk boek staat een spannend verhaal in het donker? Kleur het goede hokje.

5 Het is knus in de kamer. Welke zin betekent precies hetzelfde? Het is gezellig in de kamer. Het is koud in de kamer. Het is donker in de kamer. Het is warm in de kamer.

6 Wat zou jij doen als het licht uitviel? Ik zou eigen keuze

, want heb je verteld waarom je

dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

23


11

Bijen Jelle is bij zijn opa. Opa houdt bijen in een kast. Hij laat Jelle een boek zien. Dit staat er in:

E e n b i j i s e e r s t e e n e i tje. Dan wordt het een larve. E n d a n w o r d t h e t e e n p o p. N a e e n p o o s k o m t e r e e n bij uit de pop. E r z i j n d r i e s o o r t e n b i jen: 1 de koningin 2 de werksters 3 de darren I e m a n d d i e b i j e n h o u d t , heet een imker.

1 Wat is dit voor soort tekst? een tekst waar je iets van leert een spannend verhaal een brief een tekst die je leert hoe je iets moet doen

Waarom is deze tekst geschreven? De schrijver wil je iets vragen. De schrijver wil je iets verkopen. De schrijver wil je iets leren. De schrijver wil je leren hoe je iets moet doen.

24


Naam 2 Hoe ziet een bij eruit? Schrijf de nummers in de hokjes. 1 voelsprieten 2 kop

3

5

3 borststuk 4 poten

2

6

5 vleugels

1

7

6 achterlijf

4

7 angel

3 Wat is de goede volgorde? Zet 1, 2, 3 en 4 in de hokjes.

2 larve

4 bij

3 pop

1 eitje

4 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

k orf A B C D E

h oning F

G H

b loem I

J

i mker

w esp

t uin

K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

5 Zou jij het een leuke hobby vinden om bijen te houden? Kies uit: wel – niet Ik zou het eigen keuze

een leuke hobby vinden, omdat heb je verteld waarom je

dit kiest? dan is je antwoord goed!

J

25


12

Lekker slim? Mare heeft een schepnet in haar hand. Ze schept bladeren uit de vijver. Jelle heeft een bezem. Hij veegt de stoep schoon. Al het blad moet weg. Er ligt al een grote hoop. Dan steekt de wind op. Het blad waait weer weg. Hup, zo de vijver in. Mare kijkt boos naar Jelle. ‘Lekker slim,’ zegt ze.

1 Wat is een goede naam voor het verhaal? De vijver Blad in de tuin Mare en Jelle De bezem

2 De wind steekt op. Wat betekent dat? Het stopt met waaien. Het stormt. Het regent en het waait. Het begint te waaien.

3 Welk plaatje past bij het verhaal?

26


Naam 4 Vul het goede woord in. Kies uit: omdat – en – dus – maar 1 Jelle en

Mare werken in de tuin.

2 Mare is boos, omdat

het blad weer in de vijver waait.

3 De wind steekt op, dus

waait het blad weg.

5 Van welke boom is het blad? Schrijf de naam eronder. Kies uit: kastanje – eik – berk – wilg

eik

wilg

kastanje

berk

6 Mare geeft Jelle de schuld. Wat vind jij daarvan? Kies uit: wel – niet Dat vind ik eigen keuze

goed, want heb je verteld waarom je dit kiest?

dan is je antwoord goed!  J

27


13

Kijk goed uit!

1 Wat gebeurt er in de strip? Kleur het goede hokje. Jelle en Mare moeten voor een stoplicht wachten. Jelle en Mare krijgen geen voorrang van een auto. Jelle en Mare botsen tegen een auto. Jelle en Mare rijden in een auto.

2 Welke vorm heeft het bord? Schrijf het eronder. Kies uit: rond – rechthoek – vierkant – driehoek

28

driehoek

rond

rechthoek

driehoek

vierkant

rond


Naam 3 Wat is de laatste zin? Kleur het goede hokje blauw. Jelle rijdt op zijn fiets. Er klinkt gerinkel van een bel. Het stoplicht springt op oranje. De spoorbomen gaan naar beneden. Daarna springt het op groen.

Er komt een trein aan.

Daarna springt het op rood.

Er komt een bus aan.

Daarna springt het op wit.

Er komt een vliegtuig aan.

4 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

a gent

f ietser

A B C D E F G H I

m otor J

z ebrapad

k ruispunt

t ram

K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

5 Hoe ga jij naar school? Kies uit: lopend – op de fiets – met de auto Ik ga eigen keuze

naar school, want heb je verteld

waarom je dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

29


14

Teckel Taco Jelle loopt met Taco op straat. Taco is zijn hond. Het is een teckel. Er komt een man aan. Hij heeft een grote hond aan de lijn. De hond blaft tegen Taco. Taco laat zijn tanden zien. Hij gromt een paar keer. De grote hond schrikt. Dan rent hij ervandoor. Hij sleept de man met zich mee. ‘Goed zo, Taco,’ zegt Jelle.

1 Is het goed of fout of staat het er niet in? Kleur het goede hokje. goed 1 De andere hond is een herdershond. 2 Taco is de hond van Mare. 3 De man is boos op Jelle. 4 Taco laat zijn tanden zien en gromt.

30

fout

dat staat er niet in


Naam 2 Welke hond is van Jelle? Kleur dat hokje blauw.

3 Hoeveel mensen en dieren komen er samen in het verhaal voor? Zet er een rondje om. 1    2    3    4    5    6

4 Wat hoort niet in het rijtje thuis? Zet er een rondje om. blaffen hardlopen hand grommen

eten staart

keffen rennen poten bijten hollen bek

5 Wat vind jij van Taco? Schrijf het op. Ik vind Taco eigen keuze

, omdat heb je verteld waarom je

dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

31


15

Een mooie prijs Er ligt een krant op tafel. Mare leest wat er voorop staat.

Sam wint prijs Ommen,

Sam de Vries is heel blij. Ze won de derde prijs bij een kleurwedstrijd. Ze mag gratis naar een pretpark. En ze mag ook iemand meenemen. ‘Ik denk mijn zus,’ zegt ze, ‘want zij hielp me met kleuren.’

1 Wat leest Mare?

Hoe heet de zus van Sam?

een brief

Mare

een verhaal uit een boek

dat staat er niet in

de tv-gids

Debbie

een bericht uit de krant

Ommen

2 Vul het goede woord in. Kies uit: tot – met – naar – bij 1 Sam gaat naar

32

een pretpark.

2 Het park is tot

zes uur open.

3 De ingang is bij

de kassa.


Naam 3 Schrijf het goede woord eronder. Kies uit: kleurdoos – kleurplaat – kleurboek – kleurkrijt

kleurboek

kleurdoos

kleurkrijt

kleurplaat

4 Wat betekent gratis? bijna voor niks voor 1 euro voor veel geld voor niks

5 Wat is de goede volgorde van de zinnetjes? Schrijf 1, 2 en 3 in de hokjes.

2 Ik kleur de plaat. 3 Ik ga het pretpark in. 1 Ik pak mijn kleurtjes. 1 Ik loop naar de kassa. 3 Ik stuur de plaat op. 2 Ik betaal. 6 Vind jij het een mooie prijs die Sam wint? Kies uit: wel – niet Ik vind het eigen keuze

een mooie prijs, omdat heb je verteld waarom je

dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

33


16

In het leger Mare zit in de kamer. Er is een vriendin van mama op bezoek. Ze (1) heet Mick. Mick werkt in het leger. Ze (2) rijdt vaak in een jeep. Mick stoot Mare aan. ‘Het leger is heel leuk. Is het niks voor jou?’ Mare schudt haar hoofd. ‘Ik word later dokter,’ zegt ze (3). Mama aait over haar hoofd. ‘De beste dokter die er is,’ zegt ze (4).

1 Wie is ze? Kleur het goede hokje. Mick

Mare

1 Ze (1) = 2 Ze (2) = 3 ze (3) = 4 ze (4) =

2 Wat is het voor soort tekst? een verhaal een gedicht een sprookje een brief

Hoeveel personen doen er mee? een twee drie vier 34

mama


Naam 3 Op welk plaatje zie je een jeep? Kleur het goede hokje blauw.

4 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

s oldaat A B C D E

g eweer F G H

b aret I

J

K

h elm

u niform

v eldfles

L M N O P Q R S T U V W X

Y

Z

5 Zou jij later in het leger willen werken? Kies uit: wel – misschien – niet Ik wil later eigen keuze

in het leger werken, omdat heb je verteld waarom je

dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

35


17

Vlinders Juf laat een boek aan de klas zien. Dit staat er in:

Een vlinder is een insect. Zijn leven begint als een eitje. Uit dat eitje komt een rups. De rups wordt een pop. Uit de pop komt een volwassen vlinder. Een vlinder leeft van nectar. Dat is een soort honing. Hij zuigt de nectar uit een bloem.

1 Wat voor soort tekst is het? een gedicht een tekst die je leert hoe je iets maakt een spannend verhaal een tekst waar je iets van leert

Waarom heeft de schrijver de tekst geschreven? Hij wil je iets leren. Hij wil je iets vragen. Hij wil je leren hoe je iets moet doen. Hij wil je iets verkopen.

36


Naam 2 Hoe ziet het boek van juf eruit? Kleur het goede hokje.

3 Welke woorden horen bij een vlinder? Trek er lijnen naartoe. vleugels    snavel    antennes

haren    DE VLINDER    veren

poten    tanden    ogen

4 Zet er een rondje om als het een vlinder is. blauwtje – groentje – geeltje – bruintje – zwartje – witje

5 Vind jij het leuk om iets te leren van een tekst? Kies uit: wel – soms – niet Ik vind het eigen keuze

leuk om iets te leren van een tekst, want heb je verteld

waarom je dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

37


18

Welk woord is dat? Jelle speelt scrabble met mama. Jelle is aan de beurt en hij denkt heel lang na. Dan legt hij eindelijk een woord op het bord. Mama kijkt verbaasd. ‘Speut?’ zegt ze. ‘Wat is een speut?’ Jelle krabt op zijn hoofd. ‘Dat is een eh... soort beest,’ zegt hij. Mama lacht en steekt haar vinger op. ‘Ja, een liegbeest zeker,’ zegt ze. Jelle pakt met een zucht de letters weer terug.

1 Wat is een goede naam voor het verhaal? Jelle wint Jelle speelt vals Jelle en mama Een goed woord

Kleur het hokje voor de goede zin. Een speut is een soort beest. Een speut is een beest dat liegt. Een speut bestaat niet. Een speut is een letter.

2 Op welk plaatje zie je geen bordspel?

38


Naam 3 Wat betekent ongeveer hetzelfde? Trek er een lijn naartoe. vals peinzen verbaasd oneerlijk beest moeder mama verwonderd denken dier

4 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

w oord A B C D E

p unt F

G H

z in I

J

v raagteken

l etter

k omma

K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

5 Speel jij wel eens vals? Kies uit: soms – nooit – vaak Ik speel eigen keuze

vals, omdat heb je verteld waarom je dit kiest?

dan is je antwoord goed!  J

39


Wat een taal!

19

1 Bij welke naam hoort het? Kleur het goede hokje.

40

Ans

Freek

Jos

Jopie

Gijs

1 Wie verkoopt broodjes?

2 Wie gaat verhuizen?

3 Wie is verliefd op Mare?

4 Wie komt zingen?

5 Wie is gek?

6 Wie verkoopt ijs?

Urad


Naam 2 Waar zie je het op de tekening? Kies uit: rechtsboven – linksonder – linksboven – rechtsonder 1 De duif zit rechtsboven 2 De agent staat linksonder 3 De vrouw met het kind loopt rechtsonder 4 De klok hangt linksboven

3 Wat hoort niet in het rijtje? Zet er een streep door. winkeldief hoekhuis fietspad winkelruit landhuis voetpad winkelkind stadhuis zebrapad winkeldeur

klokhuis

waterpad

4 Is het druk in de plaats waar jij woont? Kies uit: vaak – soms – altijd – nooit Waar ik woon is het eigen keuze

druk, want heb je verteld waarom je dit kiest?

dan is je antwoord goed!  J

41


20

Oud en nieuw Het is bijna Nieuwjaar. Jelle gaat naar zijn vader in de keuken. ‘Papa, mag ik ook vuurwerk kopen dit jaar?’ Papa schudt zijn hoofd. ‘Nee hoor, daar ben je nog veel te jong voor. Het is echt te gevaarlijk voor jouw leeftijd.’ Jelle loopt boos naar buiten. Hij snapt er niks van. Pim mag wel vuurwerk kopen. En hij is net zo oud als Pim. Wat is er nou gevaarlijk aan vuurwerk?

1 Is het waar of niet waar of staat het er niet in? Kleur het goede hokje. waar 1 Pim zit bij Jelle in de klas. 2 Papa is boos op Jelle. 3 Jelle wil graag vuurwerk. 4 Jelle is net zo oud als Pim. 5 Papa koopt zelf wel vuurwerk.

42

niet waar

dat staat er niet in


Naam 2 Wat is de goede volgorde? Zet de letters in de hokjes. 1

2

3

4

5

R

O

T

J

E

3 Is het een goed woord? Zet er dan een rondje om. melkfles – colafles – suikerfles – bierfles – glasfles – wijnfles – zuigfles

4 Vul het goede woord in. Kies uit: tot – naar – op – bij 1 Ik vul de fles tot

de rand.

2 Er kan nu niets meer bij 3 Ik draag de fles naar

buiten.

5 Vind jij vuurwerk gevaarlijk voor iemand in groep 4? Kies uit: wel – niet Ik vind vuurwerk eigen keuze

gevaarlijk voor iemand in groep 4, want heb je

verteld waarom je dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

43


21

Op les Hoi Jelle, Ik heb net mijn eerste pianoles gehad. Het was heel erg leuk. Een mevrouw deed het voor en dan moest ik het nadoen. Ik kan al een grappig liedje spelen. Nog niet echt heel goed, hoor. Het is best moeilijk. Er zijn ook zoveel toetsen. Papa koopt misschien een piano voor me, maar alleen als ik echt op les blijf. Tot morgen op school. groeten van Mare

1 Welke twee zinnen zijn goed? Kleur die hokjes blauw. Mare krijgt van Jelle een e-mail. Jelle stuurt Mare een e-mail. Mare stuurt Jelle een e-mail. Jelle krijgt van Mare een e-mail.

2 Wat hoort bij een piano? Trek er lijntjes naartoe. klep

44

toetsen

mondstuk

PIANO

pedaal

concert

strijkstok

kruk

buis


Naam 3 Is het goed of fout? Kleur het goede hokje.

goed

1 In een kerk staat vaak een orgel.

2 Op een fluit blaas je.

3 Een harp heeft toetsen.

4 Een trommel heeft snaren.

fout

4 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

t rompet A B C D E

o rgel F G H

d rumstel I

J

K

s axofoon

p auk

g itaar

L M N O P Q R S T U V W X

Y

Z

5 Welke muziek vind jij het leukst? Ik vind eigen keuze

het leukst, omdat heb je verteld

waarom je dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

45


22

Vaderdag ‘Papa, ben je al wakker?’ fluistert Jelle. Hij doet zachtjes de deur van de slaapkamer open. Hij heeft een pakje in zijn hand. Jelle duikt op het bed. Zijn vader geeft een gil van schrik. ‘Wat... wat is dat?’ stottert hij. ‘Ik ben het,’ zegt Jelle. Hij geeft papa het pakje. Papa haalt het papier eraf. ‘Een wekker!’ roept hij lachend. ‘Nou, die heb ik niet echt nodig.’

1 Wie doen er mee in het

Waar speelt het verhaal?

Wanneer speelt het verhaal?

verhaal?

46

Jelle en mama

in de keuken

’s morgens

Jelle, mama en papa

in de slaapkamer

’s middags

Jelle en papa

in de schuur

’s avonds

Jelle en Mare

in de kamer

’s nachts


Naam 2 Schrijf de zinnen onder de goede klok. 1 De school begint. 2 Ik ga uit bed. 3 Ik loop naar school. 4 De school gaat uit.

De school gaat

Ik loop naar

De school begint.

Ik ga uit bed.

uit.

school.

3 Vul het goede woord in. Kies uit: oma – zus – tante – opa – oom 1 De vader van je vader is je opa 2 De broer van je moeder is je oom 3 De moeder van je moeder is je oma 4 De zus van je vader is je tante

4 Jelle maakt zijn vader heel vroeg wakker. Wat vind jij daarvan? Dat vind ik eigen keuze

, want heb je verteld waarom je

dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

47


23

De ijsbeer Mare leest een boek over ijsberen. Dit staat er in:

De ijsbeer leeft op de Noordpool. Daar is het heel erg koud. Gelukkig heeft de ijsbeer een dikke vacht. Die vacht is wit of soms wat geel. Onder de vacht zit een laag vet. Zo blijft hij goed warm in die kou. Een ijsbeer eet vooral zeehonden. Hij heeft heel scherpe nagels. Daar grijpt hij zijn prooi mee vast.

1 Wat is dit voor soort tekst? Kleur het goede hokje blauw. een spannend verhaal een tekst die je leert hoe je iets maakt een tekst waar je iets van leert een gedicht

Waarom heeft de schrijver deze tekst geschreven? Hij wil je iets leren. Hij wil je iets vragen. Hij wil je een spannend verhaal laten lezen. Hij wil je leren hoe je iets moet doen.

48


Naam 2 Wat is het voor beer? Schrijf het op. Kies uit: wasbeer – bruine beer – ijsbeer – panda

ijsbeer

wasbeer

panda

bruine beer

3 Waardoor blijft de ijsbeer warm? Kijk goed naar de tekst. 1 Door zijn dikke v acht 2 Door een laag v et

4 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

k lauw A B C D E

e skimo F

G H

z eehond I

J

w ak

s chots

p oolvos

K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

5 Mensen jagen soms ook op zeehonden. Wat vind je daarvan? Dat vind ik eigen keuze

, want heb je verteld waarom je

dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

49


24

Een grapje? Jelle kijkt naar juf Anna, maar die staat bij het raam. Jelle pakt zijn kladblok uit zijn vak. Hij scheurt er voorzichtig een blaadje af. Daar maakt hij een dikke prop van. Jelle maakt de prop nat met spuug. Dan smijt hij de prop naar Lodewijk. Pats, precies in zijn nek! ‘Bah!’ schreeuwt Lodewijk keihard door de klas. Juf Anna loopt geschrokken naar hem toe. Jelle doet net of hij werkt.

1 Waar speelt het verhaal?

Wat is een goede naam voor het verhaal?

op het plein

Een vies grapje

in de klas

Juf is boos

op de gang

De grap van Lodewijk

in de gymzaal

Het kladblok

2 Wie doet het? Kies uit: juf – Jelle – Lodewijk

50

1 Wie pakt zijn kladblok?

Dat is Jelle

2 Wie staat bij het raam?

Dat is juf

3 Wie maakt een prop?

Dat is Jelle

4 Wie maakt de prop nat met spuug?

Dat is Jelle

5 Wie gooit met de prop?

Dat is Jelle

6 Wie schreeuwt heel hard?

Dat is Lodewijk

7 Wie loopt naar Lodewijk toe?

Dat is juf

8 Wie doet net of hij werkt?

Dat is Jelle

Wie doet het meest?

Dat is Jelle

Wie is dus de hoofdpersoon?

Dat is Jelle


Naam 3 Wie is juf Anna? Kleur het goede hokje. Naam: juf Anna Haar: paardenstaart Kleding: spijkerboek, trui Verder nog: bril aan een touwtje

4 Wat vind jij van de grap van Jelle? Ik vind de grap van Jelle eigen keuze

, omdat heb je verteld waarom je dit kiest?

dan is je antwoord goed!  J

51


25

Maak zelf ... pindakaas! Mare maakt zelf pindakaas! Ze haalt het recept uit een boek:

Wat heb je nodig? * een zak pelpinda’s * een staafmixer * een glazen pot met deksel

1 Wat is dit voor soort tekst? een tekst die je leert hoe je iets moet doen een spannend verhaal een brief een gedicht

2 De plaatjes staan in de goede volgorde. Schrijf de zinnen onder het goede plaatje. Maak de pinda’s fijn. Draai het deksel erop. Pel alle pinda’s. Doe de pindakaas in het potje.

Pel alle pinda’s.

52

Maak de pinda’s

Doe de pindakaas

Draai het deksel

fijn.

in het potje.

erop.


Naam 3 Zit het wel of niet in een pot? Schrijf de woorden in de goede rij. melk – augurken – mosterd – cola – pindakaas – azijn – ham – chocopasta wel in een pot

niet in een pot

augurken

melk

mosterd

cola

pindakaas

azijn

chocopasta

ham

4 Welk boek is een kookboek? Kleur het goede hokje blauw.

5 Lijkt het je lekker wat Mare maakt? Kies uit: wel – niet De pindakaas lijkt me eigen keuze

lekker, omdat heb je verteld waarom je

dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

53


26

Sparen Jelle en Mare zitten in de tuin. ‘Nog twee euro,’ zegt Jelle. Mare kijkt hem verbaasd aan. ‘Dan kan ik een voetbal kopen,’ legt Jelle uit. ‘Eentje van leer.’ ‘Heb je lang gespaard?’ vraagt Mare. Jelle knikt. ‘Meer dan drie weken.’ ‘Ik spaar al een maand,’ zegt Mare. ‘Ik spaar voor een boek. Ik moet nog vijf euro sparen.’

1 Is het waar of niet waar? Kleur de goede hokjes. waar 1 Jelle en Mare zitten binnen. 2 Jelle spaart voor een voetbal. 3 Mare heeft nog niet genoeg voor een boek. 4 Mare spaart langer dan Jelle. 5 Jelle heeft nog vijf euro nodig.

54

niet waar


Naam 2 Waar ligt het geld? Vanaf jouw plaats gezien. Kies uit: achter – voor – naast – op – onder

op

voor

onder

naast

achter

de spaarpot

de spaarpot

de spaarpot

de spaarpot

de spaarpot

3 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

m unten A B C D E

v oetbal F

G H

b oek I

J

k alender

s paarpot

e uro

K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

4 Spaar jij wel eens voor iets moois? Kies uit: soms – vaak – nooit – altijd Ik spaar eigen keuze

voor iets moois, omdat heb je verteld waarom je dit kiest?

dan is je antwoord goed!  J

55


27

Een kast vol boeken Dit is de boekenkast van Mare. Sjonge, wat heeft ze veel boeken!

1 Welk boek pak je? Vul het nummer in.

56

1 Ik houd van sprookjes.

Ik pak boek nummer 5

2 Ik houd van spannende boeken.

Ik pak boek nummer 6

3 Ik weet niet wat een woord betekent.

Ik pak boek nummer 7

4 Ik wil iets weten over Amerika.

Ik pak boek nummer 9

5 Ik wil graag een hamster.

Ik pak boek nummer 10

6 Ik houd van Suske en Wiske.

Ik pak boek nummer 1


Naam 2 Wat hoort bij een boek? Trek er lijnen naartoe. schrijver

titel

knop

tekenaar

BOEK

schijfje

verhaal

bladzijde

kaft

3 Vul het goede woord in. Kies uit: rug – hals – neus – voet – hand 1 De neus

van een schoen.

2 De rug

van een boek.

3 Aan de voet 4 De hals

van de berg. van een fles.

4 Welk woord hoort niet in het rijtje? Zet er een streepje door. leesmap

kookboek

hoofdstuk

leeslamp

dagboek

pen

leesman

fotoboek

stift

leesles

kiesboek

potlood

5 Welk boek uit de boekenkast van Mare zou jij het liefst lezen? Ik zou het liefst eigen keuze

waarom je dit kiest? dan is je antwoord goed!

lezen, omdat heb je verteld

J

57


28

Waar blijft de post? Postbode Bertus

Elke morgen om half negen fietste hij in onze straat. Stoepje op en stoepje af en nooit was hij te laat.

Door de wind en in de regen bracht hij alle brieven rond. Hij zong een vrolijk wijsje waar je nooit iets van verstond.

De mensen kijken uit hun raam, het is al kwart over tien. Waar zou Bertus toch blijven? Heb jij hem misschien gezien?

Frans de Kuiper

1 Wat voor soort tekst is het? een mop een sprookje een verhaal een gedicht

Wie is Frans de Kuiper? de tekenaar de schrijver de drukker de broer van Bertus

58


Naam 2 Is het goed of fout? Kleur de goede hokjes.

goed

1 Bertus is al meer dan een uur te laat.

2 Bertus brengt de post rond in zijn auto.

3 Bertus zong altijd.

4 Bij slecht weer bleef Bertus thuis.

fout

3 Waar staat de letter? Vul eerst de goede letter onder elk plaatje in. Schrijf die letter ook steeds op de goede plek in het alfabet.

b rief

p ostzegel

A B C D E F G H I

e nvelop J

K

f iets

L M N O P Q R

a dres S

T

i nktvlek

U V W X

Y

Z

4 Wat kan er met postbode Bertus gebeurd zijn? Ik denk dat postbode Bertus eigen keuze

, omdat heb je

verteld waarom je dit kiest? dan is je antwoord goed!  J

59


Hoe ver ben je?

60


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Taal-Begrijpend_lezen_Leesmaatjes_Gr4B_150dpi_antw by ThiemeMeulenhoff - Issuu