Spelling oefenen 2 Werkboek
Spelling oefenen 2 Werkboek COLOFON Auteurs Marielle van der Borgh, Marcel de Reuver, Hans Vermeer, Ezra van Wilgenburg, Magda van der Wulp, Alyce Zandbergen Coördinatie Nico van Beusekom Ontwerp omslag Eduardo Media Illustraties Egbert Koopmans Opmaak binnenwerk PPMP Prepress, Wolvega
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 31482 3 Tweede druk, eerste oplage 2019 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2010 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Inhoud Spelling oefenen 2 1 Het letterspel – categorie 2 – Luisterwoorden: mkmm
6
2 Woordpuzzel – categorie 4 – Luisterwoorden: mmkmm
7
3 De tablets van slag… – categorie 7 – Net-als-woorden: ng – nk
8
4 Een schoolrebus – categorie 5 – Net-als-woorden: sch – schr
9
5 Een rare brief – categorie 3 – Net-als-woorden: ongeschreven tussenklank
10
6 Onder het schuine dak – categorie 5 – Net-als-woorden: sch en schr
11
7 Hinkelen – categorie 1/2 – Luisterwoorden: m(m)k(m)m
12
8 Alles goed jongen? – categorie 7 – Net-als-woorden: ng – nk
13
9 Is de juf verliefd? – categorie 3 – Net-als-woorden: ongeschreven tussenklank
14
10 Bingo – Toepassingsoefening
15
11 Beer in de mist – categorie 13 – Net-als-woorden: eer – oor – eur
16
12 Pretletters – categorie 8 – Luisterwoorden: mm(m)km
17
13 Wat zijn ze van plan? – categorie 10a – Weetwoorden: ei
18
14 Wie is wie? – categorie 8 – Luisterwoorden: m(m)k(m)mm
19
15 Ra, ra, raadsels – categorie 10b – Weetwoorden: ij
20
16 De letterslikker – categorie 8 – Luisterwoorden: m(m)(m)k(m)(m)m
21
17 Wil je een eitje of een ijsje? – categorie 10 – Weetwoorden: ei – ij
22
18 Woorddorp – categorie 13 – Net-als-woorden: eer – oor – eur
23
19 Wat een rommel! – categorie 8 – Luisterwoorden: m(m)(m)k(m)(m)m
24
20 Storm-puzzels – Toepassingsoefening
25
21 Een goed feest! – categorie 17 – Regelwoorden: d – t
26
22 Kwartetten – categorie 11 – Net-als-woorden: aai – ooi – oei
27
23 Papa doet de was – categorie 6 – Net als-woorden: je – pje – tje
28
24 Puzzelen met d of t – categorie 17 – Regelwoorden: d – t
29
25 Raadsels – categorie 15a – Weetwoorden: ou
30
26 Het allerdikste boek – categorie 8 – Luisterwoorden: m(m)k(m)(m)m
31
27 De saus van Blauwbaard – categorie 15b – Weetwoorden: au
32
28 Rare flats – categorie 9 – Net-als-woorden: be – ge – ver
33
29 Drie op een rij – categorie 15 – Weetwoorden: au – ou
34
30 Brief aan oma – Toepassingsoefening
35
Inhoud Spelling oefenen 2 31 De beuk en de roos – categorie 14 – Regelwoorden: a – aa – o – oo – e – ee
36
32 Op weg – categorie 16 – Weetwoorden: ch Regelwoorden: cht
37
33 Mijn oom Henk – categorie 20 – Regelwoorden: gesloten lettergreep
38
34 Vogelnestjes – categorie 18 – Net-als-woorden: eeuw – uw – ieuw
39
35 Op slot – categorie 12 – Luisterwoorden: samengestelde woorden
40
36 In de lucht – categorie 16 – Weetwoorden: ch Regelwoorden: cht
41
37 Heksje Rommelpot – categorie 20 – Regelwoorden: gesloten lettergreep
42
38 Een leeuw in Nieuwebrug – categorie 18 – Net-als-woorden: eeuw – uw – ieuw
43
39 De puzzeltocht – categorie 12 – Luisterwoorden: samengestelde woorden
44
40 Klopt dit wel? – Toepassingsoefening
45
41 Mijn oma – categorie 11 – Net-als-woorden: aai – ooi – oei
46
42 Ik houd het meest van – categorie 19 – Regelwoorden: open lettergreep
47
43 De lucht in – categorie 6 – Net-als-woorden: verkleinwoorden
48
44 Woordkwartet – categorie 9 – Net-als-woorden: el – er – en – em
49
45 Kapitein Rob – categorie 19 – Regelwoorden: open lettergreep
50
46 Parkeren maar – categorie 11 – Net-als-woorden: aai – ooi – oei
51
47 Ik ben zo moe – categorie 21 – Regelwoorden: f – v, s – z
52
48 Rare wielen – categorie 9 – Net-als-woorden: el – er – en – em
53
49 Paniek in de stad – categorie 21 – Regelwoorden: f – v, s – z
54
50 Wie zijn dit? – Toepassingsoefening
55
51 Een vreemd tablet – categorie 9 – Net-als-woorden: be – ge – ver
56
52 Eén is maar alleen – Toepassingsoefening
57
53 Een raar lijstje – Toepassingsoefening
58
54 De meester is niet gek! – Toepassingsoefening
59
55 Grijp je kans! – Toepassingsoefening
60
56 Rooksignalen – Toepassingsoefening
61
57 Puzzel – Toepassingsoefening
62
58 Kliederdag – Toepassingsoefening
63
59 Spiekblad – Woordenlijst Weetwoorden
64
60 Hoe ver ben je al? – Vorderingen
65
1
Het letterspel
Naam
Jos, Ali, Mees en Thijs spelen een spel. Ze gooien met letterstenen. Speel je mee? Welk woord kun je met de letters maken?
Je schrijft het woord, zoals je het hoort.
Schrijf dat maar op. Kleur steeds de letter die overblijft. Welk woord kun je met de gekleurde letters maken?
fiets
soms
punt
6
heks
v e s t
gans
kast
w e s p
muts
kaart
want
h e
rits
kaars
mens
laars
beest
taart
post
r
t
m u t s
2
Woordpuzzel
Naam
Kijk naar de plaatjes. Schrijf de woorden op de goede plaatsen.
Je schrijft het woord, zoals je het hoort.
Wat staat er onder de pijl?
Je ziet: Je schrijft: krant
↓ 1
s
2
s
p
t aa
r
t
k
l
o
m
3
o p
n
s
1
spons
2
staart
3
klomp
4
s
l
u
r
f
4
slurf
5
z
w
e
m
t
5
hij zwemt
Er staat: storm ↓
p
l
a
s
6
plas
p
l
a
n
k
7
plank
k
w
a
s
t
8
kwast
r
i
n
s
9
prins
10
s
t
a
10
staf
6
7 8 9
p
f
Er staat: plant
7
3
De tablets van slag...
Naam
De tablets van de klas zijn helemaal van slag! Maak de woorden goed en schrijf ze op.
ank
klank
sl
slank
pl st d
w l sl st g
8
wang slang stang vang lang
stink
dr fl p
dank
vink zink
z st
pink bink drink
b
stank
ang
ink
v
plank
b dr
b v
bank drank
kl
Soms hoor je een ng en dan ook nog een k. Laat dan die g maar lekker weg en schrijf alleen nk.
z
flink
ing
d spr kr r
ding spring zing kring ring
bang
g
ving
gang
v
ging
Een schoolrebus
4
Naam
De juf heeft een rebus op het bord geschreven.
Hoor je na de s een g? Dan schrijf je sch. De g doet niet meer mee.
Wat staat er?
Pak
een
pen
en
schrijf
maar
op
Ik
zie
een
schelp
bij
het
schip
Ik
schuil
in
de
schuur
De
schilder
van
het
schot
schrikt
9
5
Een rare brief
Naam
Harm vindt een rare brief op zijn tafeltje.
Woorden zoals werk en welk, schrijf je net als mark en melk.
Help hem en schrijf de woorden maar goed op.
=l
=f
=r
=k
Wacht tot (ha
) half
(twaa
Ga dan naar het (pa
) park
) kalm
en (zo
Loop daar naar de (be en zet (e
) elf
Je bent nu (wa Zie je de (ba
) berg
) twaalf in het (do
) zorg
Mag ik mee?
10
=g
. ) dorp
.
dat je niet gezien wordt. ) kerk
, kijk naar de (ke
passen vooruit. ) warm
) balk
! met groene (ve
Daaronder liggen twee kaartjes voor de (fi
Achmed
=m
), Harm
Beste (Ha
Blijf (ka
=p
) verf ) film
? .
Onder het schuine dak
6
Naam
Op de zolder, onder het schuine dak liggen
Hoor je na de s een g? Dan schrijf je sch. De g doet niet meer mee.
allemaal dingen die beginnen met sch of schr.
1 Probeer ze te vinden en schrijf ze dan maar op.
schoorsteen schop/schep schepnet schroeven schaal scherven schaar schip schepje schelpen schoenen schaatsen scheermes schuim
2 Zoek rijmwoorden met sch of schr. werp – scherp
duur – schuur
wip
– schip
duin – schuin
fort
– schort
lot
niet
– schiet
boon – schoon
zwam – schram
lijf
– schot
– schijf/schrijf
11
Hinkelen
7
Naam
De kinderen uit het noorden,
Je schrijft het woord, zoals je het hoort.
die hinkelen met woorden! 1 Kun jij ze schrijven? Een paar kinderen maken een fout. Het woord dat zij hinkelen bestaat niet. Kleur de namen van die kinderen.
1
Renske : 2-4-7-8
plan
8
Jort
: 1-2-6-9
spaar
2
Sieb
: 1-2-5-10
speel
9
Jens
: 1-3-6-10
staal
3
Sytse
: 1-3-7-10
stal
10
Gerda
: 1-2-7-9
spar
4
Hidde
: 3-4-5-9
tleer
11
Afke
: 1-2-6-8
spaan
5
Jan
: 1-3-5-8
steen
12
Wiebe
: 2-4-5-9
pleer
6
Sicco
: 1-3-5-10
steel
13
Els
: 1-3-6-9
staar
speer
14
Gepke : 1-2-5-8
speen
7
Maaike : 1-2-5-9
2 Zoek de woorden op. Welke bestaan niet? Kleur de namen van die kinderen. Fedde
2
Foelke : 1-3-6-8
7
Janneke : 3-4-6-8
ster
8
3 Marjolein : 2-5-8-10
park
9
4
Geert
pler
10
Sicco
5
Wietse : 2-3-5-9-10 ptank
11
Rixt
12
Fieke
6
12
: 1-4-5-9-10 slank
1
Bart
: 2-4-6-8
: 1-3-7-10
stok
Peter
: 2-4-6-10
tler plek
Marcel : 1-3-5-9-10 stank : 2-4-5-10
plak
: 1-3-6-8-10 sterk : 1-2-4-5-8
splar
Alles goed jongen?
8
Naam
1 Vul het goede woord in.
Soms hoor je een ng en dan ook nog een k. Laat dan die g maar lekker weg en schrijf alleen nk.
Kies uit: ng, nk of n. He nk zit op de ba nk en dri nk t koude melk uit een ka n . Met zijn to ng likt hij la ng s het glas. Mmm, ik de nk dat ik nog een glas insche nk ! Met een spro ng spri ng t hij van de ba nk . Zijn voet schopt fli nk tegen de kast! Oei, met een bo nk valt een pla nk uit de kast! Een ri ng rolt op de grond, een pe n valt. He nk kijkt ba ng . Mama roept stre ng uit de ga ng : Wat doe je e ng ! Is alles goed, jo ng en?
2 Zet de woorden uit het verhaal in de goede rij. Bedenk er zelf nog een paar bij. ng
nk
n
tong
Henk
kan
langs
drinkt
pen
sprong
denk
springt
inschenk
ring
bank
bang
flink
streng
bonk
gang
plank
eng
Henk
jongen
13
Is de juf verliefd?
9
Naam
1 De juf schrijft woorden op het bord. Maar ze is er met haar hoofd niet bij. Ze staart met een glimlach uit het raam
Woorden zoals werk en welk, schrijf je net als mark en melk.
en lijkt erg in de war. Alle letters staan door elkaar! Weet jij wat ze wil schrijven? De eerste letter is wèl goed.
pakr : park
jrku : jurk
: verf
blak : balk
bgre : berg
im : film
drpo : dorp
klaf : kalf
hplu : hulp
krek : kerk
: golf
zgor : zorg
vrfe
glfo
mlke : melk
amr : arm
lpam : lamp
wlok : wolk
wrmo : worm
wkre : werk
2 Rijmen maar! merk : kerk
hulp
: tulp
erg
: berg
elf
: zelf
kurk
: jurk
arm
: warm
wolf : golf
welk
: melk
worm : storm
schelp : welp
palm : walm
14
park : hark
Bingo
10
Naam
In de klas spelen de kinderen ‘woord-bingo’. De juf laat steeds een woord zien waarin letters ontbreken. 1 Kruis op de kaart letters aan, vul die letters in op de lijntjes. Wie heeft de kaart vol en is dus winnaar?
jong
klank
flink
sch aar
dorp
fiets
warm
vork
schr oef
kw ast
dr
ank
gl
beest
pr
fl
es
Maila
is de winnaar!
ins
euf
2 Er zijn steeds twee woorden die rijmen. Zoek ze en schrijf ze op. Welke twee woorden blijven er dan over, zonder rijmwoord? Kies uit: zang – kwaak – feest – kwast – tong – fluit – kerk – schuit – sprong – tang – gast – zaak – vlees – sterk
zang
en tang
fluit
en schuit
kwaak
en zaak
kerk
en sterk
kwast
en gast
tong
en sprong
Over blijven: feest
en vlees 15
Beer in de mist
11
Naam
1 Vul in: eer, oor of eur.
Beer in de mist Het is donker w eer . De lucht is grijs van kl eur . D oor het bos loopt een man. Hij heeft een gew eer in zijn hand. Hij zoekt een sp oor van een beer. Opeens ruikt hij een vreemde g eur . En dan ziet hij een beer
bij het m eer .
De man ziet hem voor het eer st. Maar nee h oor , hij is niet bang. De beer is licht van kl eur en kijkt droevig v oor zich uit. Nee, denkt de man, ik schiet niet h oor . Ik schiet de b eer niet n eer . Vanavond eet ik voor een k eer wel een p eer .
2 Schrijf de eer, oor, eur woorden in de goede rij. eer
eur
beer
door
kleur
peer
spoor
geur
meer
hoor
kleur
keer
voor
neer
hoor
eerst geweer weer
16
oor
Pretletters
12
Naam
1 Moeder heeft soep gemaakt, soep met ballen en letters.
Je schrijft het woord, zoals je het hoort.
Vader, moeder, Bart en Sanne smullen ervan. De letters bewaren ze. Daar maken ze woorden van. Zoek de woorden op. Geef ieder woord zijn eigen kleur.
Vader
Moeder
sprei
straat
strak
storm
stomp
spruit
Bart
Sanne
streek
sproet
start
strik
spraak
sterk
In elk bord blijft 1 letter over. Daar kun je ook een woord van maken. Dat is het woord pret
2 Schrijf de woorden die ze gemaakt hebben in de goede rij. st
str
spr
1
storm
1
straat
1
spruit
2
stomp
2
strak
2
sprei
3
sterk
3
strik
3
sproet
4
start
4
streek
4
spraak 17
Wat zijn ze van plan?
13
Naam
1 Boris en Henk zitten al jaren in de cel. Maar ze zijn wat van plan. Agent Wout heeft vreemde briefjes gevonden. Maar hij snapt er niks van. Help agent Wout. Los eerst het geheimschrift op. B=
J=
N=
T=
D=
K=
P=
W=
E=
L=
R=
Z=
G=
M=
S=
EI =
trein
dweil
klei
geit
wei
zeil
meisje
reis
plein
teil
brei
klein
prei 2 De woorden die je gevonden hebt, zijn verstopt in de puzzel. Zoek ze op en streep ze weg. Zet de letters die over zijn in een rij en ontdek wat Boris en Henkie van plan zijn.
18
Z
P
R
EI
W
IJ
T
EI
M
EI
S
J
E
R
L
D
D
R
EI
S
EI
OE W
N
N
I
P
N
K
EI
K
L
EI
L
S
G
L
T
EI
L
EI
H
EI OO
B
R
EI
N
W
T
L
EI
N
R
EI
K
w
ij
n
i
d k
o s
e
n
h
o
o
r
!
14
Wie is wie?
Naam
1 Fatima plakt foto’s in. Maar hoe was het ook alweer?
Je schrijft het woord, zoals je het hoort.
Speelde Kees die mooie prins? Of was Kees dat leuke, lieve hondje? Fatima weet het niet meer. Help Fatima maar en streep de naam weg. Dan weet je wat Kees doet.
KEES
LISE
EHAT
KIM
K
B
L
K
R
L
P
E
R
K
I
W
A
E
E
I
A
N
I
H
N
A
M
S
F
S
T
S
T
E
A
T
S
S
E
N
krant
blaft ANNE
prins
PIM
wassen
ANJA
NAJI
A
N
S
S
L
P
S
A
T
D
W
N
L
U
N
A
A
I
N
E
R
A
J
I
R
E
F
M
P
T
J
A
K
E
R
G
slurf
slaapt
sterk
dwerg
2 Fatima spaart plaatjes. Daar schrijft ze st-woordjes bij. Maak de zinnen maar af. De toren is het (hoog) hoogst Het hekje is het (laag) laagst
Dit zijn Henk en Koos. Henk is het (klein) kleinst En Koos is het (groot) grootst
Dit zijn Trees en Trui. Trees is het (dik) dikst
Dit zijn Bob en Rob.
Trui is het (slank) slankst
De haren van Bob zijn het (lang) langst En Rob is het (kaal) kaalst 19
Ra, ra, raadsels
15
Naam
Karin is dol op raadsels. Raad maar met haar mee. 1 Los de raadsels op. Kies uit deze woorden: vijf – blij – prijs – kwijt – lijm – zijn – krijt – vrij – pijn – pijp – bijl – grijs 2
1 15 – 10 = vijf
1
2 Het kleeft en het plakt. Dat is lijm
v
l ij
f
m 4
3
pijn
4
bijl
3
p
b ij
n
l 6
5 Ik hoef niet naar school. Dan ben ik vrij
l
6 Hans lacht, Grietje kijkt vrolijk. Ze zijn blij 8
7
zijn
8
pijp
7
z
b
5
v
r
ij
p ij
n
10
g
p 9 Ik kan mijn sok niet vinden. Hij is kwijt 10 Hij is niet zwart, niet wit. Het is grijs
r 9
k
w
ij
t
s
12
k
11 Ze verloren met voetbal. Ze winnen geen prijs 12 Hiermee schrijf je op het bord. Dat is krijt
r 11
p
r
ij t
2 Rijm – raadsel. Rijm met de woorden uit 1.
20
rijm
– lijm
pijl
– bijl
lijf
– vijf
rijp
– pijp
bij
– vrij
en blij
fijn
– zijn
en pijn
wijs
– grijs
en prijs
spijt
– kwijt en krijt
s
De letterslikker
16
Naam
De letterslikkers sluipen door je boek. Ze zoeken lekkere letters.
Je schrijft het woord, zoals je het hoort.
Ze hebben al heel wat letters op. Kijk maar eens. 1 Dit beest hapt de eerste letter op. Kijk maar in zijn buik! Zet iedere letter weer op zijn plaats.
2 Deze letterslikker hapt de laatste letter weg.
Kleur de letter in de buik en schrijf het woord op. 1
k wast – kwast
6 stom p – stomp
2
s taart – staart
7 mark t – markt
3
k ramp – kramp
8 plaat s – plaats
4
t rots – trots
9 schel p – schelp
5
s preek – spreek
10 strak s – straks
Dit woord heeft hij helemaal opgehapt:
d
r
o
p
Dit woord heeft hij helemaal opgehapt:
p
r
u
i
m
of dorp
3 Dit dier hapt in het midden weg.
4 Deze letterslikker hapt overal letters weg!
11 st r and – strand
16 ster k
12 sta n k – stank
17 kun s t – kunst
13 sp r uit – spruit
18 st r af
14 g l ans – glans
19
15 s l urf
20 st r ip
– slurf
Dit woord heeft hij helemaal opgehapt:
k
e
r
s
– sterk
– straf
s maak – smaak – strip
Dit woord heeft hij helemaal opgehapt:
d
r
u
i
f
21
Wil je een eitje of een ijsje? NaamNaam
17
1 Smullen maar. Zijn het eitje-woorden? Schrijf ze in het eitje. Of zijn het ijsje-woorden? Zet ze dan in het ijsje. z ei l
Vul in ei of ij. tr ei n
b ij l
g ei t
bijl
kr ij t
trein
p ij p
pr ij s
meisje
krijt prijs lijm
geit
m ei sje
pijp
dw ei l
zeil
pl ei n
dweil plein
pr ei
l ij m
prei
2 Schrijf de 6 eitje-woorden en de 4 ijsje-woorden uit het letterblok hieronder op. Streep door wat je gehad hebt. ei
P
L
EI
N
M
R
L
L
E
K
EI
plein
grijs
IJ
K
IJ
P
L
S
meisje
pijp
S
G
M
IJ
EI
J
teil
krijt
T
EI
K
P
N
E
klein
lijm
EI
T
K
R
IJ
T
reis
L
E
R
EI
S
R
geit
Welke letters blijven er over?
l
22
ij
G
e
k
k
e
r
!
Woorddorp
18
Naam
1 Ken je Woorddorp al? Daar staan de mooiste woordtorens.
Kijk goed wat je schrijft bij eer, eur en oor. Denk maar aan de woorden keer, keur en koor.
Maar soms valt er een steen uit. Kun je de torens maken?
b ee r
k o rt
m uu r
e rg
g eu r
k o rst
pr i ns
br oo d
kl eu r
h ee r
j u rk
v o rk
ee rst
k oo rts
sp eu r
sch e rp
k u rk
sp oo r
st ee ds
w o rst
z eu rt
sch ee r
sch eu r
s oo rt
sp ee r
b oo r
uu r
vl ee s
d eu r
d o rst
2 Er staan ook woordhuizen in Woorddorp. Help mee met bouwen. Geef elk huis zijn eigen kleur. Schrijf op de stenen. In welk huis horen de stenen? d eu r
ee rst k oo rts m ee r s oo rt tr eu r st oo r p oo rt w ee r b eu rt p ee r kl eu r 23
Wat een rommel!
19
Naam
1 Wat een rommeltje. De tablet van Dik doet heel vreemd. Hij plakt alle woorden aan elkaar. Maak ze maar los.
1
barst
5
hoogst
barststormstrik
2
storm
6
sport
strandhoogst
3
strik
7
smalst
4 strand
sportsmalststop
8 stop
1
streep
5
staart
streepkoortsoogst
2
koorts
6
worst
slaaptstaartworst
3
oogst
7
start
4 slaapt
Je schrijft het woord, zoals je het hoort.
startkrant
8 krant
2 Soms schudt Diks tablet de letters zomaar door elkaar. Wat staat er hier?
stuipr – spruit spreto – sproet spson – spons flist
– flits
srtat
– start
amrkt – markt aatstr – straat rstok – korst
24
Storm-puzzels
20
Naam
1 Kleur steeds het goede woord. 1
grijs G
gres K
6
kwit A
kwast E
2
spor E
speer O
7
kleinst D
klet R
3
smort O
storm E
8
klek K
kleur A
4
masje meisje T D
9
klein A
klint E
5
grootst gorst G W
10
kos R
koorts N
Vul de letters uit de gekleurde vakjes hier in. Wat staat er nu?
1
g
2
o
3
e
4
d
5
g
6
e
7
d
8
a
9
a
10
n
2 Zet de woorden met een streep eronder in de puzzel. ↓ 1
1 De geit loopt in de straat. 2
2 De dweil ligt in de teil.
d
s
t
r
a
w
e
i
l
a
t
l
ij
m
w
e
e
r
o
g
s
t
r
e
i
s
s
p
3
3 Piet plakt alles vast met lijm. 4
4 Achmed wint weer de eerste prijs. 5
5 De toren is het hoogst.
h
o
6 Wij gaan op reis met de trein.
6
7 Hij heeft een sproet op zijn neus.
7
8 Is jouw juf streng? 8
9 De heer volgt het spoor van de beer.
s t 9
10 Het meisje heeft een strik in haar haar.
a
l
l
e
s
g
s
p
o
o
r
e
i
s
j
e
u
r
d
s
g
o
e
e
n
11
i
e
e
m
Wat lees je onder de pijl?
o
r
10
11 De deur is groen van kleur.
r
t
d 25
Een goed feest!
21
Naam
Wat zie je met een t aan het eind?
Krijg je aan het eind een d of t? Maak het woord maar langer. Dan hoor je het meteen.
En wat zie je met een d aan het eind?
met een d
26
met een t
baard
band
tent
lint
brood
hoed
taart
worst
paard
hand
muts
nest
zwaard
pad
hart
pot
hond
kleed
boot
pot
eend
vlot
mat
mand
plant
kist
blad
kwast
Kwartetten
22
Naam
Hanna, Vera, Laurien en Lieke kwartetten. Ze willen vier woorden
Kijk goed wat je schrijft bij aai, ooi en oei. Doe net als bij de woorden fraai, fooi en foei.
met aai hebben. Of vier woorden met ooi. Of met oei, want dan hebben ze een kwartet.
1 Vul de kaarten maar in met aai, ooi of oei. Kleur de aai-woorden rood, de ooi-woorden groen en de oei-woorden blauw. Wie hebben er een kwartet?
Lieke
en Hanna
kr aai t
d ooi t
k ooi
pl ooi
h ooi
oi m o
g ooi t
n aai
r oei t
s aai
kn oei t
kn oei
fr aai
w aai t
g ooi t
h aai
i r oe
bl oei
f ooi
m aai t
str ooi t
z aai t
w aai t
l oei t
2 Schrijf alle kwartetwoorden nu in de goede rij. aai : kraait, naai, saai, fraai, haai, waait, zaait, waait, maait ooi : dooit, gooit, gooit, fooi, strooit, kooi, hooi, plooi, mooi oei : roeit, knoei, bloei, loeit, roei, knoeit 27
23
Papa doet de was
Naam
Papa heeft de was gedaan! Maar hij heeft veel te heet gewassen. Alle kleren zijn gekrompen. Hoe noem je kleren als ze klein zijn? Vul maar in.
De jas van mama is nu een klein jasje
.
Haar jurk en rok zijn nog maar een jurkje
en
een rokje
. De trui van Jet met de grote kraag is nu
een truitje
met een kraagje
! Mijn broek
met die mooie brede zak werd een broekje smal zakje
. Mijn zus had een bloes met lange mouwen en een grote plooi op
de rug. Nu lijkt het een bloesje
plooitje muts een mutsje
hoedje
met een
met korte mouwtjes
op de rug. De babykleren van Sam waren al niet groot, maar nu is de geworden. De hoed met de veer is nu een met een veertje
voor de pop geworden. Onderin liggen
nog een sok, sjaal en een kleed. Eigenlijk een sokje
sjaaltje
en een kleedje
de grote wasmand in een klein wasmandje
28
en een klein
, een
. Al die kleren passen nu in plaats van in .
Puzzelen met d of t
24
Naam Krijg je aan het eind een d of t? Maak het woord maar langer. Dan zie je het meteen.
1 Moet er een d of een t achter? Schrijf de woorden helemaal op. Zet ze daarna in de d of t puzzel op de juiste plek. bed
– bed
herfs – herfst
di
– dit
kin
– kind
kors
– korst
een
– eend
vel
– veld
strij
– strijd
bree
– breed
sloo
– sloot
wors
– worst
laags – laagst
poo
– poot
ten
– tent
gla
– glad
hoe
– hoed
daa
– daad
smi
– smid
ga
– gat
na
– nat
po…
– pot
lie
– lied
taar
– taart
hoof
– hoofd
to…
– tot
plan
– plant
zwar
– zwart
straa – straat
2 Wat lees je onder de pijlen? Dit is de d puzzel
Dit is de t puzzel
↓
h b k
s b
t r v
h o e i s d e r e g e l
↓
o o d n m a e ij e l l i
Hoe is de regel
e f
d d z
d i a n d d a d e
d d d
t
g w
t o
s
p p t
p
s l
d d ?
l t
a a
a b a
m a a k h e t w o o r d l a n g e r
a t r o e n
s
t
t r r t
s f
t s
o t o a i o n a s e t
r
s
t
t a t o t t t s
t
t t
t
Maak het woord langer ! 29
25
Raadsels
Naam
Bert doet een spelletje met zijn moeder. Zij bedenkt een raadsel. Bert geeft antwoord.
Weet je het wel of weet je het niet? Dit moet je leren, zoals je ziet.
Het antwoord is een woord met ou erin. Kies uit deze woorden: bouwen – fout – goud – hout – jou – jouwe – kou – koud – kous – mouw – oud – stout – touwen – trouw – vouw – vrouw – woud – zout
Het is niet warm, maar koud Het zit aan je trui: een mouw Niet jong, maar oud Een dure ring is vaak van goud Niet zoet, maar: zout Niet een man, maar een vrouw Een groot bos heet ook wel een woud Het is niet mijn fiets, maar de jouwe Hij zat niet binnen, maar buiten in de kou Niet goed, maar fout Ik hou van jou, ik blijf je trouw Het is niet van mij, maar van jou De bank in het park is van hout In het papier maak ik een vouw Een lange sok noem je ook wel een kous Niet lief, maar stout Een hut in een boom moet je bouwen Bij gym klim je in de touwen
30
26
Het allerdikste boek
Naam
1 Kees Record spaart plaatjes voor zijn boek. Het is het aller, allerdikste boek, met de aller, allermeeste plaatjes.
Je schrijft het woord, zoals je het hoort.
Kees moet nog wat bij de plaatjes opschrijven. Help hem maar. Kies uit de woorden, maar verander ze wel. lief – zuur – hoog – breed – dik – lang – groot – diep – streng – laag – klein – smal – schoon – kaal – dun
De autoweg is het breedst De Dorpstraat is het smalst Bob is het dikst Jamie is het dunst Deze toren is het hoogst Dit hekje is het laagst Juf Toos is het strengst Ali is het liefst Meneer Joop is het langst Baby Boy is het kleinst Opa Koos is het kaalst Deze appel is het grootst Deze druif is het zuurst De zee is het diepst De was is nu weer het schoonst
2 Schrijf de woorden nog eens helemaal op.
breedst
laagst
kaalst
smalst
strengst
grootst
dikst
liefst
zuurst
dunst
langst
diepst
hoogst
kleinst
schoonst
31
27
De saus van Blauwbaard
Naam
Lees het recept van tovenaar Blauwbaard. Hij maakt zijn beroemde Blauwbaardsaus! Het helpt tegen alle kwalen! 1 Zet een streep onder alle au-woorden. Het recept van de Blauwbaardsaus. Kook drie veren van een kauw in een ruime pan water. Voeg vijf blauwe veren uit de staart van een pauw toe en roer met de klauw van een beer. Laat het vijf minuten koken. Pak gauw de kauwgom van je broertje en roer die door de lauwe saus. Voeg een rauw ei toe. Is de saus wat grauw van kleur? Meng wat blauwe bessen door de saus. Maak het geheel af met enkele druppels ochtenddauw. Smaakt het nog wat flauw? Voeg zout en peper naar smaak toe. Beterschap!
2 Wat heb je nodig voor de Blauwbaardsaus? Vul maar in. Voor de saus
van Blauwbaard :
drie veren van een kauw vijf blauwe
veren van een pauw
de klauw
van een beer
de kauwgom
van je broertje
een rauw de blauwe
ei bessen
druppels ochtend dauw 32
Rare flats
28
Naam
Wie woont waar? En welke flat is nog te huur? Daar kun je zelf achter komen. Schrijf de namen in de goede flat. Maak de flats maar vol. Een flat met be-namen, een flat met ge-namen. En een flat met ver-namen.
ge bak
Fam.
be dankt
Jan
Joost
ge heim
De heer
Mevr.
be doel
K.
Mieke
ver lies
Mees
Guus
ge luk
Piet
P.
be gin ver koop
J.K. Ing. P.
ge gil
Mies
ver huur
J.P.
ver lof
ge duld
ver dord
be drog
Gijs
Mevr. D.
ge snapt ge luid
Rosa K.
be halve
ver driet
Jan
be zit
R.F.
be sluit
K. en M.
M.H.
ge lijk
ver geet
ge bit
E.F.M. De heer Koos
be grip
be schuit
ge sprek
P.L. H.M. Frits
be nauwd ver band
ver voer
1 bedankt
2 geheim
21 verlies
3 bedoel
4 geluk
23 verkoop
5 begin
6 gegil
25 verhuur
7 besluit
8 gebak
27 verlof
9 begrip
10 geduld
29 verdord
11 bedrog
12 gelijk
31 vergeet
13 behalve
14 gebit
33 verdriet
15 bezit
16 gesnapt
35 vervoer
17 beschuit
18 geluid
37 verband
19 benauwd
20 gesprek
39
Flat nr. 39 is nog te huur 33
Drie op een rij
29
Naam
Wout en Maud spelen het spel drie op een rij.
Weet je het wel of weet je het niet? Dit moet je leren, zoals je ziet.
Wout vult de ou’s in. Maud de au’s.
1 Zijn er drie woorden op een rij met een ou? Dan wint Wout. Zijn het er drie met een au? Dan wint Maud. Vul de letters in en kleur de drie vakjes op een rij. bl au w
f ou t
v ou w
s au s
g ou d kl au w
sn au w p au w tr ou w De winnaar is: Maud
j ou w
z ou t
st ou t
t ou w
b ou w vr ou w m ou w
d au w
fl au w
n au w g au w w ou d
l au w gr au w
De winnaar is: Wout
ou d
h ou t
k ou s mi au w
De winnaar is: Wout
2 Schrijf de woorden uit het spel met au en ou in de goede rij. au-woorden
34
ou-woorden
blauw
dauw
fout
stout
saus
gauw
goud
mouw
snauw
miauw
vouw
touw
pauw
trouw
oud
klauw
jouw
kous
flauw
bouw
hout
lauw
zout
woud
grauw
vrouw
30
Brief aan oma
Naam
Joost heeft een brief aan zijn oma geschreven. Maar wat heeft zijn pen gevlekt! Begrijp je wat er moet staan? Vul maar in.
Lieve Oma, Het is al g au w het ei nd van de maan d . Nog een klein week je en dan krijg ik vrij! Mag ik dan in de haven op be zoek komen? Of ligt de boo t daar dan nog niet? Ik z ou al op maandag kunnnen komen. Mijn vriend je Jan wil graag mee. En zijn zus je Els ook. Mag dat? Mama bakt een taar t voor ons. Ik hoop dat het har d waa i t. En mijn bl au we pe t
ver geet ik niet.
Die heb ik be slist nodig aan boor d . Mogen we dan ook in de kleine r oei boot? Ik be gin er al zin in te krijgen! Het is wat flauw maar weet je wat ik w ou ? Dat het n ou al maandag was! Tot g au w, Ik h ou van j ou !
Veel liefs, Joost
35
De beuk en de roos
31
Naam
1 De beuk en de roos. Vul in a of aa. Op een d a g spr a k de kleine beuk: ‘Ik denk d a t ik g a , ik vind het hier niet leuk. Ik st a hier m aa r te st aa n, j a , ik wil hier vand aa n. Ik doe mijn p a en m a verdriet, m aa r ik g a , iets a nders k a n ik niet.’
[31a]
Vul in e of ee. Toen sprak de roos: ‘Dat is ee n goed id ee . We gaan samen, met z’n tw ee . Toe lieve beuk, toe z e g geen n ee , want zo plukt een m e ns me en n ee mt me m ee . We tr e kken naar de z ee of naar de hei. Samen zijn we heel erg blij.’
Vul in o of oo. En z o vertr o kken de r oo s en de beuk, in een blauwe aut o met een deuk. Ze reisden vr o lijk d oo r het land, langs b o ssen, heide en het strand. Maar s o ms pakten ze een fot o van hun oude stekje en dan dachten ze ‘het was t o ch wel een lekker plekje’.
2 In elke slang staan drie woorden. Zoek ze maar op.
laautoja
36
tweefeezee
sleefotonee
1
la
1
twee
1
slee
2
auto
2
fee
2
foto
3
ja
3
zee
3
nee
32
Op weg
Naam Weet je het wel of weet je het niet? Dit moet je leren, zoals je ziet.
1 Vul het goede woord in.
nacht – leeg – bocht – weg – lacht – gracht – zacht – wacht – zucht Het is 12 uur, midden in de nacht Het waait zacht
.
.
De straat is bijna leeg Langs de gracht
. staat een auto.
Hij staat in een bocht
van de weg
Naast de auto wacht De man lacht
.
een man. niet, hij zucht
eens diep.
licht – vracht – zich – verdacht – vlucht – toch – vraagt Koos kijkt uit zijn raam. Hij ziet geen licht
op straat.
Opeens ziet hij een man. Wat doet hij daar toch
vraagt
,
Koos zich
af.
Hij staat bij een auto met een vracht Hij doet nogal verdacht
.
.
Is het een boef op de vlucht
?
zeg – ach – gedacht – wegenwacht – pech Koos ziet nog een auto komen. Maar ach
, wie had dat gedacht
Het is de wegen wacht De man heeft pech
.
. .
Dat valt weer even mee zeg
.
2 In iedere band zit een woord. Op de plaats van het vraagteken hoort een g of een ch. Begin bij de pijl te draaien.
krijgt
recht
gracht
pech
buigt
nicht 37
33
Mijn oom Henk
Naam
Mijn oom Henk heeft een boerderij. Ik help er graag, omdat er altijd wat te doen is. Er is ook veel te zien. Kijk maar goed. Tel hoeveel er zijn en vul het in.
Kleur wat je gedaan hebt. Kies uit: mug – hut – pet – kip – mus – bus – big – wip – bok – mol – ton – hok – kat – bal – rat – hek
38
7 muggen
2 bokken
2 hutten
4 mollen
2 petten
3 tonnen
4 kippen
3 hokken
3 mussen
3 katten
2 bussen
4 ballen
4 biggen
2 ratten
2 wippen
3 hekken
Vogelnestjes
34
Naam
1 Welke vogeltjes horen bij elkaar?
Staat er aan het eind een w? Dan doet de u ook altijd mee.
Kleur de uw vogels blauw, de eeuw vogels rood en de ieuw vogels geel.
geeuw
schuw
du w ru w
schree
uw
sluw
meeuw kieuw
leeuw
nieuw
sneeuw
spreeu
w
2 Naar welk nest komen de vogels? Schrijf de woorden maar op.
1
geeuw
1
ruw
1
nieuw
2
schreeuw
2
duw
2
kieuw
3
leeuw
3
schuw
3
3
meeuw
4
sluw
4
5
spreeuw
5
5
6
sneeuw
6
6
39
Op slot
35
Naam
1 ‘Wie heeft er van de kaas gesnoept?’, roept kok Koos boos. ‘En waar zijn alle dropjes? Alle kastjes zitten toch op slot!’ Marcel, Esther en Achmed staan sip op een rijtje. Wie kent het geheim van de kok? Steek de sleutel in het juiste slot. En open de potten en kasten! Schrijf de woorden in de puzzel. Dan ontdek je het geheim van de kok.
1
s
l
a
g
r
o
o
m
2
t
a
a
r
t
s
c
h
3
k
o
e
l
k
a
s
t
4
s
t
r
o
o
p
p
o
t
5
r
o
o
k
w
o
r
s
t
6
v
l
e
e
s
m
e
s
7
w
e
e
g
s
c
4
h
a
8
m
e
l
k
f
l
5
e
s
9
a
f
w
a
s
10
s
t
s
e
l
a
n
11
ij
s
t
a
a
12
k
o
o
k
b
1
2
p 6
r o
3
t e
2 Jij kent nu het geheim van de kok. Maar wie nog meer? Kijk maar en vul de goede letters in. 1
40
E
2
s
3
t
4
h
5
e
6
r
k
e
a
p
l
In de lucht
36
Naam
1 Elif kan uren naar de lucht turen.
Weet je het wel of weet je het niet? Dit moet je leren, zoals je ziet.
In de nacht kijkt hij met een kijker naar de sterren. En soms ziet hij heel rare sterren. Kijk maar eens. Vul in ch of g.
g
g
ch
ch
ch
g
ch
g
g
2 Overdag kijkt Elif naar de wolken. In wolken kun je de raarste dingen zien. Weet hij wat een wolk voorstelt, dan rijmt hij verder op dat woord. Rijm maar mee.
Deze wolk is net een specht.
Deze wolk is net
Dit is net
een vrouw die lacht.
mijn nicht.
recht
kracht
licht
vlecht
macht
gezicht
knecht
nacht
dicht
hecht
jacht
gewicht
vecht
acht
gedicht
41
37
Heksje Rommelpot
Naam
Heksje Rommelpot maakt rare drankjes. Eentje is niet genoeg. Ik neem er een paar.
Maar vandaag lukt het niet. Help haar eens.
Groeisap
Kriebeldrank
Kook drie vieze sokken .
Pluk drie mooie sterren .
Doe er zes lange tanden
Prak acht rode kersen
bij.
Meng dit met twee zure bommen .
Vang zes muggen en laat ze zoemen.
Kruimel er drie motten
Kook dit met twee lege doppen .
door.
Laat dit even gloeien.
Het klinkt wat gek.
en dan gaat alles groeien.
maar dit kriebelt in je nek.
Krimppap
Vergeet-prut
Neem drie oude br brillen
Pak drie dikke biggen
,
,
en
roer ze met twee pitten
van een meloen.
.
Doe er drie grijze krullen
bij en
Meng dit met kale takken .
roer er drie stijve harken
door.
Maak het heel fijn,
Schud het drie keer
Zo wordt alles klein.
en je weet niets meer.
zes soep jurken twee witte wolken
Liefdesdrank Pak zes dikke kussen . Kook ze met twee rode tulpen Doe er drie volle lippen
.
bij
en druk dit op zes bolle wangen . Gebruik het heel gauw en iedereen houdt van jou.
42
.
38
Een leeuw in Nieuwebrug
Naam
1 Vul in eeuw, uw of ieuw. De leeuw
Staat er aan het eind een w? Dan doet de u ook altijd mee.
in Nieuwebrug
Er was eens een leeuw
in Nieuwebrug,
die lag alleen maar op zijn rug. Hij was niet ruw
en ook niet sluw
en gaf de dieren nooit een duw
.
Hij brulde nooit, gaf nooit een schreeuw . maar gaapte af en toe een dikke geeuw Een meeuw
.
vloog over en dacht
dit had ik van een leeuw Ze vertelde het nieuw
toch niet verwacht. s aan de spreeuw
Die zei: ‘Ach, hij ligt er al een eeuw Hij is niet schuw alleen met sneeuw
.
.
, alleen wat moe, komt hij naar me toe’.
2 Ook al was de leeuw wat moe en traag, een spelletje deed hij maar al te graag. Kijk vanaf de grijze letter hoe het gaat. Dan denk ik dat je het wel raadt.
leeuw
schuw
sluw
kieuw
geeuw
meeuw
spreeuw
nieuws
43
De puzzeltocht
39
Naam
Freek is jarig en dat vieren ze. Weet je wat ze straks gaan doen? Los de puzzels maar op. 4
a
k
m
o
r
b
n
e
k
l
o
5
v
u
u
6
t
a
7
v
8
e
s
e
l
e
u
w
k
h
u
r
p
a
r
e
e
b
r
9
b
10
1
z
2
o
3
s
4
15
2
b
a
i
s
i
j
l
t
s
c
h
r
t
i
e
o
e
k
z
a
k
a
l
p
e
h
u
i
s
d
e
u
r
11
v
o
e
a
l
12
ij
s
b
13
z
e
14
v
15
k
5
8
11
t
b
e
r
e
p
b
i
s
n
e
e
r
k
k
12
14
1
9
6
n
n 10
3
g e
l
13
t l
o
k
Vul de letters in en je weet wat ze doen. 1
44
z
2
e
3
g
4
a
5
a
6
n
7
f
8
r
9
i
10
e
11
t
12
e
13
t
14
e
15
n
l
e
p
Klopt dit wel?
40
Naam
1 Schrijf de woorden met een streep eronder op. Er zitten drie mussen in de boom.
mussen
Moeder zegt dat ze er zo aankomt.
zo
Hij trekt zijn zwembroek aan.
zwembroek
De leeuw sluipt door het bos.
leeuw
Kees ligt nog in zijn bed.
ligt
De jongen is ruw en geeft een duw.
duw
Anja koopt drie mooie jurken.
jurken
De meeuw vliegt door de lucht.
vliegt
2 Pims vulpen heeft erg gevlekt. Weet je wat er onder de vlekken staat? Er vliegen veel mug gen rond.
muggen
De kaas ligt in de koelk ast .
koelkast
Morgen gaan we zwemmen in z ee .
zee
Een spr eeuw is een vogel.
spreeuw
Mijn jas is ni euw .
nieuw
We gaan met de au to
auto
naar de stad.
Daan is gek op vis sen .
vissen
De kok leest in zijn kookb oek .
kookboek
3 Puzzelen maar. Welk woord past netjes in de puzzel? 1
h
e
k
k
nieuws
t
u
l
p
kookboek
t
w
e
e
l
u
c
h
t
k
o
o
k
b
o
n
i
e
u
w
s
r
e
e
u
lucht
tulpen
4
na spreeuw
6
twee
n
2
a
hekken
s
8
p
3
5
2
e
n
e
n Schrijf de letters in het goede vakje en ontdek hoe knap je bent.
e
k
1
h
2
e
3
e
4
l
5
k
6
n
7
a
8
p
!
w
45
41
Mijn oma
Naam
1 Als oma de tuin gaat sproeien, gaan de plantjes goed groeien. Mijn oma kent veel van zulke wijze rijmpjes. Lees ze maar en maak
Kijk goed wat je schrijft bij aai, ooi en oei. Doe net als bij de woorden fraai, fooi en foei.
ze af. Kies uit deze woorden: kraaien – naaien – aaien – waaien – roeien – strooien – dooien – stoeien – bloeien – loeien Naar leeuwen kun je zwaaien. Je kunt ze beter maar niet aaien
. Met pepernoten moet je nooit gooien. Je mag er alleen mee strooien .
Je gaat vast heel erg knoeien, als je met je vulpen gaat stoeien . Als de bloempjes heel goed groeien, zullen ze vast ook mooi gaan bloeien . Als je met Lotje rond gaat draaien, hoor je haar altijd vrolijk kraaien . In een bootje moet je niet stoeien, met de riemen moet je roeien
.
Je kunt je ijsmuts in de hoek gooien, als het weer gaat dooien
. Als het gras gaat groeien, beginnen de koetjes vrolijk te loeien
.
Het is moeilijk vliegen voor de kraaien, als het buiten heel erg hard gaat waaien
. Heb je wel eens van die grote haaien, een klein jurkje voor je nichtje zien naaien
2 Rijm je mee met oma?
46
gooien
groeien
strooien
sproeien
kraaien
dooien
loeien
aaien
hooien
stoeien
zwaaien
kooien
knoeien
haaien
vlooien
roeien
maaien
bloeien
draaien
?
Ik houd het meest van
42
Naam
Thijs en Lieke doen het raadselspelletje ‘Ik houd het meest van...’.
Soms hoor je wel een lange klank en toch schrijf je er maar één. Kijk naar slapen, lopen en tomaten, dan weet je wat je weg moet laten.
Ze schrijven de letters van de antwoorden in een rooster. Waar Thijs van houdt, staat boven het rooster. Streep die letters door. Wat blijft er over? Schrijf dat maar op, want dan weet je waar Lieke het meest van houdt!
Thijs: pelikaan
Thijs: banaan
Thijs: spelen
p
s
t
e
r
l
i
b
a
a
n
n
a
s
p m e
u
u
i
k
s
v
a
a
a
a
n
n
a
s
l
ie e
k
o
g
e
n
l
Lieke: struisvogel
Lieke: ananas
Thijs: gitaar g
i
v
i
t
o
a
a
l
r
Lieke: viool
Thijs: slager
s
k
o
c
h
n
ij
s
a
l
g
a
a
p
n
e
e
n
n
g
e
r
n
t
Lieke: konijnen
Thijs: hardlopen h
a
j
r
d
u
l
o
o
p
e
n
Lieke: judo
Lieke: muziek
Thijs: schapen o
e
Lieke: agent
Thijs: tomaat d
n
z
Thijs: boten
t
h
a
o
r
m
b m o
t
o
t
a
i
n
a
t
g
o
e
n
n
Lieke: haring
r
e
Lieke: motoren 47
De lucht in
43
Naam
1 Hasan mag mee in een ballon.
Soms zijn een huis, een boom en een beest maar klein. Dan moet het huisje, boompje, beestje zijn.
Langzaam gaat hij omhoog. Alles onder hem wordt kleiner. Hasan voelt zich steeds groter worden. Dit ziet Hasan: met een rood (dak) dakje
Hij ziet een klein (huis) huisje In het (huis) huisje
zit een (deur) deurtje
Ervoor ligt een (tuin) tuintje
.
.
en daar staat een (hek) hekje
Het huisje ligt in een (dorp) dorpje Hij ziet een klein (straat) straatje
.
. .
Daar speelt een (kind) kindje
met een (hond) hondje
.
Er rijdt een (vrouw) vrouwtje
op een klein (fiets) fietsje
.
Buiten het dorp ziet hij een (schaap) schaapje Een (paard) paardje
en een (koe) koetje
draaft vrolijk door het (wei) weitje
.
.
Maar dan zit de luchtreis erop. Langzaam zakt de ballon omlaag. Hasan ziet alles onder hem groeien. Alles wordt weer groot.
2 Soms denkt Hassan terug aan zijn reis. En bedenkt hij weer hoe klein alles was. Maak alles nog maar eens klein. stoel
– stoeltje
bank
– bankje
kruk
– krukje
kast
– kastje
lamp
– lampje
stoep – stoepje winkel – winkeltje struik – struikje vogel – vogeltje
school – schooltje meester – meestertje
48
plein
– pleintje
schrift
– schriftje
boek
– boekje
poes
– poesje
44
Woordkwartet
Naam
Murat, Frank, Bert en Peter spelen woordkwartet.
Hoor je el, er, en of em aan het eind van een woord? Dan hoort het bij het bezem- en spiegel-soort.
Op de kaarten staat het woord niet helemaal geschreven. Het laatste stukje ontbreekt. Wat hoort erachter: el, er of en? Schrijf het goede eindstuk maar op de kaarten.
Bij vier kaarten met hetzelfde eindstuk heb je een kwartet! Alle kinderen hebben een kwartet in de hand. Schrijf de woorden van het kwartet maar op.
r
zuster
enk
zage
el
vel heu
n
anker
en az gr
er kleut
vijve
egel
spijker
kwartet van Murat
winkel
sleutel
daken wortel
su
ike
kleuter
heuvel
sleutel
vijver
zuster
winkel
wortel
ramen
r
kwartet van Frank
spijker
boven
hamer
kamer ijzer
jare
n
bla
den
voedse l
st em
pe l
spieg
donker
engel
wagen
dok
tafel
el
ter
kap
ste
r
lde
zo r
kwartet van Bert
kwartet van Peter
boven
jaren
donker
dokter
bladen
ramen
kapster
zolder 49
Kapitein Rob
45
Naam
1 Kapitein Rob vaart al jaren op zee. Maar nu heeft hij iets heel ergs meegemaakt. Hij schrijft erover. Maar het water heeft vlekken in elke zin gemaakt. Maak die goed en zoek uit wat de kapitein heeft meegemaakt! Het w a ter kwam tot aan de mast.
water
We konden de haven niet meer inl o pen.
inlopen
De n a men op de kaart waren niet te lezen.
namen
Het leek d a gen te duren!
dagen
We voeren stuurloos in het k a naal.
kanaal
De lucht had r a re zwarte vegen.
rare
Vooral de a vond was eng.
avond
De c a puchon van mijn jas woei weg.
capuchon
Opeens zagen we de h a ven weer.
haven
Het eerste t e ken van leven!
teken
We d e den de motor weer aan.
deden
E ven had ik tranen in mijn ogen.
even
De r e gen hield gelukkig op.
regen
T e gen achten waren we bij de vuurtoren.
tegen
De mensen kwamen onze boot inh a len.
inhalen
We kregen e ten en drinken.
eten
De n a re tocht was voorbij!
nare
2 Zet alle eerste letters van de woorden die je hebt ingevuld achter elkaar. Dan weet je wat Kapitein Rob heeft meegemaakt!
w
i
n
d
k
r
a
c
3 Schrijf woorden die rijmen op:
50
water
later, pater, slaper, enz.
hopen
kopen, lopen, slopen, enz.
leven
beven, geven, zeven, enz.
uren
duren, buren, turen, enz.
h
t
d
e
r
t
i
e
n
Parkeren maar
46
Naam
1 Hier rijden drie soorten auto’s rond. Wat past er bij aaien? Of ooien? Of oeien? Vul dat maar in.
groeien
2 Kleur de aaien-auto’s blauw, de ooien-auto’s rood en de oeien-auto’s geel.
draaien bloeien naaien
zaaien
zwaaien
kraaien dooien
stoeien gooien sproeien
knoeien roeien
strooien loeien
3 In welke garage staan de auto’s? Schrijf de woorden nog eens op.
kraaien
dooien
bloeien
roeien
draaien
gooien
groeien
sproeien
naaien
strooien
knoeien
stoeien
zaaien
loeien In de oeien
zwaaien -garage staan de meeste auto’s. 51
47
Ik ben zo moe
Naam
1 Klaas Vaak is zo moe. Al vijf nachten gaat hij vroeg naar bed. Maar hij doet geen oog dicht. Moe zit hij in zijn stoel en kijkt uit het raam. Maar wat is dat? Droomt hij? Hij ziet alles dubbel,
Krijg je aan het eind een s of z, een f of v? Maak het woord maar langer. Dan hoor je het meteen.
zo moe is hij. Dit ziet Klaas Vaak. Maak van alles meer.
poes – poezen
boef
– boeven
muis – muizen
neus
– neuzen
druif – druiven
schroef – schroeven
brief – brieven
baars
– baarzen
huis – huizen
wolf
– wolven
Moe van het dubbelzien stapt Klaas Vaak in bed. Maar wat is dat? In zijn bed liggen korreltjes zand. Hij strooit ze in zijn ogen. En wat denk je? Hij slaapt als een roos.
2 Na een nachtje lekker slapen, kijkt Klaas Vaak weer naar buiten. Alles ziet er weer gewoon uit. Maak de woorden maar kort. dieven – dief duiven – duif luizen
– luis
kluiven – kluif buizen – buis ganzen – gans kiezen – kies laarzen – laars prijzen – prijs reuzen – reus
52
48
Rare wielen
Naam
De woordmachine is van slag! In de wieltjes staan woorden die eindigen op: -er, -el of -en. Maar de machine heeft het verkeerde stukje achteraan gezet. Zo wordt lepel tot leper.
Hoor je el, er, en of em aan het eind van een woord? Dan hoort het bij het bezem- en spiegel-soort.
Maak de machine in orde. Schrijf het goede woord er maar onder.
1 anker
7 schouder
13 drempel
2 kachel
8 slinger
14 sleutel
3 panter
9 duiven
15 spiegel
4 druiven
10 enkel
16 dochter
5 heuvel
11 dokter
17 wortel
6 ruiten
12 herder
18 monster
53
49
Paniek in de stad
Naam
1 Er is paniek in de stad.
Krijg je aan het eind een s of z, een f of v? Maak het woord maar langer. Dan hoor je het meteen.
De reus is uit de bergen gekomen en stampt door de straten. Het hele stadje is in rep en roer. De mensen worden bleek rond hun (neus) neuzen Ze vluchten in hun (huis) huizen De (boef) boeven
.
en (dief) dieven
Honden laten hun (kluif) kluiven
.
stoppen met stelen.
staan.
De (poes) poezen
miauwen niet meer.
De (muis) muizen
kruipen weg in grote (laars) laarzen
De (wolf) wolven
.
huilen van angst.
Onder de daken schuilen de (duif) duiven En zelfs de (luis) luizen
.
kruipen diep weg in de haren.
2 Alleen Esther is niet bang. Zij vlucht niet weg, maar wacht op de reus. De reus is vast niet boos en ook niet kwaad. Hij zoekt alleen een vriendin. En dat wil Esther dolgraag zijn. En nu kijken ze samen naar de (golf) golven Ze plukken (druif) druiven En ze (proef) proeven Ze (blijf) blijven
van de zee.
.
ze één voor één. voortaan samen.
Soms (schrijf) schrijven
ze (brief) brieven
naar de stad.
Dan vertellen ze hoe fijn ze het hebben en dat (reus) reuzen
54
reuze aardig zijn!
Wie zijn dit?
50
Naam
1 Je ziet hieronder twee mannen. Maar wie zijn het? Dat kun je zelf ontdekken. Maak eerst alle woorden links maar af. Je kunt kiezen uit: je – el – er – en sokje
s l a g e r
modder likje
s p e k
ma j o o r v l e g e l
b a k k e r t a a r t
appel aap je jokken oksel girafje elfje
onder
-je
-el -er -en
rekenen
sokje
modder
varken
likje
appel
reusje
aapje
jokken
liegen
girafje
oksel
sap je
elfje
onder
pakje
reusje
rekenen
sapje
varken
pakje
liegen
egel eind je
krukje
eindje
egel
glijden
krukje
glijden
ekster
ekster
leuker
leuker
↓
d r
z a a i s p s p a p e g n a s
b a k k e r t a a r t
l a n r n o r a i o o
o i o a
e e e a
i e n n i e n i e n
e o i e e e
i o e n i i
e n i e n n e n e n
2 Schrijf de woorden nu onder het goede plaatje. Zet alle je-woorden onder plaatje 1. Schrijf de andere woorden onder plaatje 2. Werk op volgorde. 3 Lees nu de eerste letters onder plaatje 1 van boven naar beneden. Hoe heet die meneer? Schrijf dat er maar boven. Doe dat ook bij meneer 2. 4 Wie is die derde meneer? Dat ontdek je als je de puzzel invult. Kies uit: aaien – ooien – oeien. Wat lees je van boven naar beneden? Zet die naam maar boven zijn portret. 55
51
Een vreemd tablet
Naam
Het tablet werkt niet goed. Het maakt alle woorden aan elkaar vast. En het zijn net een beetje lastige woorden. Ze beginnen met be-, of met ge-, of met ver-: begin, gemeen, verband. Kijk maar. Zet een streep na elk woord en schrijf de woorden daarna in het goede rijtje.
bedraggebedgebied be-woorden
ge-woorden
ver-woorden
bedrag
gebed
verbaasd
besluit
gebied
verlies
bestaan
geweer
verschil
bewijs
getal
vervoer
bericht
geheim
verkeerd
bevel
gevoel
verhaal
bekend
gezin
verstand
bezwaar
gebouw
verslag
begin
gewoon
vertrek
beroep
gevaar
verkeer verboden
56
verbaasdbesluitverlies verschilgeweergetal bestaanvervoerbewijs geheimberichtverkeerd bevelverhaalbekend bezwaargevoelverstand verslagbegingezin gebouwvertrekberoep gewoonverkeergevaar v
e
r
b
o
d
e
n
EĂŠn is maar alleen
52
Naam
In de dierentuin van Stijn is het voor veel beesten niet zo fijn. De dieren voelen zich er erg alleen,
big
biggen
aap
apen
De muis die voelt zich heel alleen.
haas
hazen
Hij wil meer muisjes om zich heen.
muis
muizen
En ook de kleine, blinde mol
kip
kippen
want van iedere soort is er maar een.
wordt van eenzaamheid nu dol. Ook Stijn heeft veel verdriet, want helpen kan hij zijn dieren niet. Misschien dat jij Stijn wel helpen kan. Maak er maar meer dieren van.
vis
vissen
schaap schapen uil
uilen
wolf
wolven
hen
hennen
bok
bokken
vos
vossen
poes
poezen
rat
ratten
duif
duiven
mus
mussen
beer
beren
luis
luizen
haan
hanen
zwaan zwanen mug
muggen
gans
ganzen
zeester zeesterren baars
baarzen
mol
mollen
57
Een raar lijstje
53
Naam
Mark is bijna jarig. Hij geeft papa en mama zijn verlanglijstje. Het is een lange lijst. Die ziet er raar uit! 1 Snap je wat Mark wil hebben? Schrijf het maar op!
windhond
strandbal
geld voor snoep
soort fluit
blauwe pet
spoor van een trein
beer
verfkwast
speelgoedboot
vrachtauto
kleurpotlood
2 Dit rijmt wel, maar pas op bij het opschrijven.
58
touw
en pauw
klauw
en mouw
taart
en paard
boot
en brood
voet
en hoed
krant
en hand
54
De meester is niet gek!
Naam
Rachid en Maarten spreken samen af hun meester voor de gek te houden! Ze maken in hun taalschrift expres veel fouten. Maar de meester is niet gek. Hij lacht en laat Rachid het schrift van Maarten nakijken. Maarten moet Rachids fouten verbeteren. Help jij Maarten en Rachid maar.
Rachid schreef: In de mooi nacht zag ik veel steren.
In de mooie nacht zag ik veel sterren Ook de man scheen helder.
Ook de maan scheen helder . Zacht waaide de wind door het straten
Zacht waaide de wind door de straten Nog nooit was de lucht ze fraai.
Nog nooit was de lucht zo fraai.
Maarten schreef : Het is heer slech
t weer.
Het is hier slecht Er valt veel regen
en soms zelf hage
Er valt veel regen Het is saai, wan
weer l!
en soms zelfs hag
el!
t niemand gaat b uit spelen.
Het is saai, want niemand gaat buit en spelen
We hopen dat het
snel mooi weer w orden.
We hopen dat het s
nel mooi weer word
t
59
Grijp je kans!
55
Naam
In elke grijpkast zitten woorden. Ze rijmen. Haal een woord uit kast 1. En haal een woord uit kast 2. Er blijven dan drie woorden over. Welke?
klok
en sok
kam
en vlam
krant
en plant
tas
en jas
kurk
en jurk
hengel
en engel
kaars
en laars
bank
en plank
zoen
en schoen
broek
en doek
Deze drie woorden zijn over:
bal
60
, pak
en hark
Rooksignalen
56
Naam
1 Indiaan ‘Jong Hert’ zit bij het vuur. Van de rookwolken maakt hij woorden. Maar de woorden zijn nog niet af. Maak de woorden maar goed. Kies uit: be – ge – ver – el – en – er – je – tje
koek je muis je
vark en
ge luk
enk el
ver haal
herd er
ver driet
morg en spieg el
ge voel
doos je
be gin
ge noeg leeuw tje
be roep
uur tje
moed er
ge heim
dokt er
stemp el
wink el
keuk en
be grip
grap je
school tje stoel tje
2 Schrijf de woorden eens helemaal op. Zet ze achter het juiste wolkje. be-
beroep
begin
begrip
ge-
geluk
gevoel
genoeg
geheim
ver-
verhaal
verdriet
-el
enkel
spiegel
stempel
winkel
-er
herder
dokter
moeder
-en
morgen
varken
keuken
-je
muisje
koekje
doosje
grapje
-tje
leeuwtje
uurtje
stoeltje
schooltje 61
Puzzel
57
Naam
De meester is jarig. Hij wil de klas verrassen. Niemand weet wat de klas gaat doen. Je kunt erachter komen. 1 Los de puzzel maar op. Zet het juiste woord onder het plaatje.
k i e u w
l e e u w
d w e i
l
w o r s t
s t r i k
t r e i n
p ij p
p r i n s
m e e u w
b ij l
2 Streep de woorden die je gevonden hebt maar weg. Welke letters blijven er over? Dan weet je wat de klas gaat doen.
62
L
K
I
E
U
W
E
P
IJ
P
M
P
E
D
N
A
E
R
U
W
A
B
E
I
W
EI
R
IJ
U
N
D
L
E
L
W
S
T
R
EI
N
F
I
L
W
O
R
S
T
S
T
R
I
K
M
Dit gaat de klas doen:
n
a
a
r
d
e
f
i
l
m
58
Kliederdag
Naam
In iedere zin staat een woord onderstreept. Het past niet in de zin. Schrijf het goede woord achter de zin op. Hier ver vandaan ligt het dropje Helder. Het is geen gewonnen plaatsje. Het is het schoonste dorp van het lamp. De agent, de bakkerij, de postbode, en ook de burgemeester, iedereen is er troost op. De mensen van Helder poezen dag en nat. Alles glimt. De rammen lijken net spiegeltjes. En op staat is geen papiertje te zien. Maar op een dacht was alles opeens anders. Agent Bob zag het het eerder. Hij liep over het grote plint midden in het dorp. Hij denkt dat hij droomde. Maar het was waar, de muren stonden vol woord. De agent gaf een harde scheet en keek om zicht heen. Alle muren waren met krant beklad. Wie had dit gedaan? Wie had zijn mooi dorp zo vies gemaakt? Alle mensen gingen goud aan het werk. Het hele dorp moest week gaan glimmen. En agent Bob ging op zoek naar de dapper. Al snel vond hij een stuk blauwe krijt. Hij volgde het sporen van krijtjes door het dorp. En op een stoepje vond hij kleins Freek. Dikte tranen rolden over zijn wangen. Zijn krijtjes waren niew. Hij had Helder nog mooier wil maken. Maar niemand was er bijl mee. Agent Bob keek naar Freek en denk diep na. En ineens had hij een plaan bedacht. En nuut is het ĂŠĂŠn keer per jaar kliederdag. Dan kliederen jong en oud op raam en muren. Maar daarom wordt er hard gewerkt, en dan ziet Helder er week kraakhelder uit.
dorpje gewoon land bakker trots poetsen nacht ramen straat dag eerst plein dacht woorden schreeuw zich krijt mooie gauw weer dader blauw spoor kleine Dikke nieuw willen blij dacht plan nu ramen daarna weer 63
Spiekblad
59
Naam
A
H
M
T
ach
hout
meisje
teil
mouw
toch
B
I
blauw
ijstaart
Blauwbaard
touw N
trein
nauw
trouwen
blij
J
bouw
jou
O
V
bouwen
jouw
oud
vijf
breien
vouwen K
P
vrij
D
kaassaus
pauw
vrouw
dauw
kauw
pech
dochter
kauwgom
pijl
W
dweil
klauw
pijn
wei
klei
pijp
woud
E
klein
plein
eind
kou
prei
Z
koud
prijs
zeil
F
kous
flauw
krijgen
R
zijn
fout
krijt
rauw (niet gekookt)
zout
kwijt
reis
zoutvat
G
zich
rouw (verdriet)
gauw
L
gebouw
lachen
S
geit
lauw
saus
goud
lijm
schijf
grauw
schrijven
grijs
snauw stout
64
60
Hoe ver ben je al?
Naam
65