Spelling oefenen 1 Werkboek
Spelling oefenen 1 Werkboek COLOFON Auteurs Marielle van der Borgh, Marcel de Reuver, Hans Vermeer, Ezra van Wilgenburg, Magda van der Wulp, Alyce Zandbergen Coördinatie Nico van Beusekom Ontwerp omslag Eduardo Media Illustraties Egbert Koopmans Opmaak binnenwerk PPMP Prepress, Wolvega
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 31481 6 Tweede druk, eerste oplage 2019 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2010 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Inhoud K1-Hoofdstuktitel Spelling oefenen 1 1 rijgen – categorie 1 – Luisterwoorden: aa – ee – oo – uu
5
2 wie is wie? – categorie 1 – Luisterwoorden: aa – ee – oo – uu
6
3 waar is de kat? – categorie 1 – Luisterwoorden: a – e
7
4 poes, poes – categorie 1 – Luisterwoorden: o – i – u
8
5 op de muur – categorie 1 /1 – Luisterwoorden: a – e – o – i – u
9
6 op weg – categorie 1 .1 /1.2 – Luisterwoorden: e – ee
10
7 eef de fee – categorie 1 .1 /1 .2 – Luisterwoorden: a – aa
11
8 tom de kok – categorie 1 .1 /1.2 – Luisterwoorden: o – oo
12
9 wat zeg je? – categorie 1 .1 /1 .2 – Luisterwoorden: u – uu
13
10 twee bij twee – Toepassingsoefening Luisterwoorden
14
11 de brief – categorie 2.2 – Luisterwoorden: b
15
12 henk hap – categorie 2.2 – Luisterwoorden: d
16
13 een raar beest – categorie 2.2 – Luisterwoorden: p
17
14 wie van de drie? – categorie 2.2 – Luisterwoorden: b – d – p
18
15 van maan naar maan – categorie 2.3 – Luisterwoorden: m – v
19
16 noor en wil – categorie 1.3 – Luisterwoorden: oe
20
17 om de hoek – categorie 2.3 – Luisterwoorden: m – n
21
18 wat staat er? – categorie 2.3 – Luisterwoorden: w – v
22
19 letter-puzzels – categorie 2.3 – Luisterwoorden: m – n – w – v
23
20 letters dobbelen – Toepassingsoefening Luisterwoorden
24
21 kwartet – categorie 1.3 – Luisterwoorden: ie
25
zij aan zij – categorie 1.3 – Luisterwoorden: ij
26
23 uiensoep – categorie 1.3 – Luisterwoorden: ui
27
24 teus de reus – categorie 1.3 – Luisterwoorden: eu
28
25 waar is boer roel? – categorie 1.3 – Luisterwoorden: oe
29
26 heel lief – categorie 1.3 – Luisterwoorden: ie – ij
30
27 op de muur – categorie 18.5 – Luisterwoorden: eu – ui
31
28 maar één anders – categorie 1.3 – Luisterwoorden: tweetekenklanken
32
29 raad maar! – categorie 1.3 – Luisterwoorden: tweetekenklanken
33
30 in de war – Toepassingsoefening Luisterwoorden: tweetekenklanken
34
22
K1-Hoofdstuktitel Inhoud Spelling oefenen 1 31 de s van sasha – categorie 13.2 – Luisterwoorden: s
35
32 ziek in bed – categorie 13.2 – Luisterwoorden: z
36
33 in de dierentuin – categorie 13.2 – Luisterwoorden: s – z
37
34 ping-pong – categorie 4.1 – Net-als-woorden: -ng
38
35
stank voor dank – categorie 4.1 – Net-als-woorden: -nk
36 bingo! – categorie 4.1 – Net-als-woorden: -ng -nk
39 40
de vogel en de vos – categorie 12.2 – Luisterwoorden: v
41
38 het feest van floor – categorie 12.2 – Luisterwoorden: f
42
39 sterren van de fee – categorie 12.2 – Luisterwoorden: v – f
43
37
40
heel veel fout! – Toepassingsoefening Luisterwoorden: s – z – f – v – ng – nk
44
41 in de schuur – categorie 14.1 – Net-als-woorden: sch
45
42 wat raar! – categorie 6.1 – Luisterwoorden: mmkm
46
43 blokken – categorie 6.2 – Luisterwoorden: mkmm
47
44 wat vieren de dieren? – categorie 6.2/6.1 – Luisterwoorden: mkmm/mmkm
48
45 puzzel – categorie 6.2/6.1 – Luisterwoorden: mkmm/mmkm
49
46 mooie bloemen – categorie 13 – Net-als-woorden: -eer -oor -eur
50
47 de post – categorie 13 – Net-als-woorden: -eer -oor -eur
51
48 wie wint er? – categorie 4.2 – Net-als-woorden: aai – ooi – oei
52
49 oei, wies knoeit! – categorie 4.2 – Net-als-woorden: aai – ooi – oei
53
50 beestenboel – Toepassingsoefening Klinkers – tweeklanken
54
51 het feest – Toepassingsoefening Klinkers – tweeklanken
55
52 ik zie een ster – Toepassingsoefening Klinkers – tweetekenklanken
56
53 help je mee? – Toepassingsoefening Net-als-woorden
57
54 ballonnen – Toepassingsoefening Net-als-woorden
58
55 de sportdag – Toepassingsoefening Medeklinkers
59
56 woordpuzzels – Toepassingsoefening Medeklinkers
60
57
een vreemd dictee – Toepassingsoefening mmkm/mkmm
61
58 de neus van bas – Toepassingsoefening mmkm/mkmm
62
59 spiekblad – Woordenlijst Weetwoorden
63
60 hoe ver ben je? – Vorderingen
64
rijgen
1
Naam
1 kim rijgt een mooi snoer. schrijf de kraaltjes een voor een over. welke woorden lees je?
boom
muur
raak
keel
huur
raam
meel
loop
jaar
reep
poot
tuur
zuur
rook
kaal
leeg
deeg
gaat
vuur
room
maak
kook
duur
raak
koop
peen
boot
teen
naam
2 doe de kraaltjes in het goede bakje.
raak
gaat
keel
leeg
boom
room
muur
zuur
raam
maak
meel
deeg
loop
kook
huur
vuur
naam
raak
reep
peen
poot
koop
tuur
duur
kaal
jaar
teen
rook
boot 7
wie is wie?
2
Naam
ali plakt plaatjes in. maar wie is nu wie? help ali en rijm maar. zet de goede naam bij de plaatjes.
kees
mees
koos
roos
keet
mee
kuur
room
kees
kees
kaas
koos
toon
jaap
tuur
jaas
kees kaas is de baas mees mee zegt vaak nee moor moot woont op een boot toon tuur komt om drie uur
jaap jaas eet graag kaas kees koos is erg boos koot kuur klimt op de muur kees keet heeft het heet
leen leef is mijn neef koos kuur kijkt naar het vuur roos room klimt in de boom daan daar heeft lang haar
8
koot
leen
moor
daan
kuur
leef
moot
daar
3
waar is de kat?
Naam
1 vul het goede woord in. tak hek bal bel dak kat pan mes pet weg heg jas
dak tak
kat
mes hek
bel
heg
pan pet
bal
jas
weg
2 vul in a of e. snoept hij uit de melkk a
teun zoekt zijn k a
t.
hij kijkt op het d a
k en bij de h e
maar zijn poes is w e zit hij op het h e
hij zit niet op k a of in zijn j a
g.
k of in de p a
g.
n?
n?
r
s.
o, wist hij maar waar zijn poes w a
s!
9
4
poes, poes
Naam
1 welke katjes horen bij elkaar? kleur de u-katjes blauw. kleur de o-katjes geel. kleur de i-katjes rood.
no g
so m
wi t
do m
wi p
nu l
hu t
bo m
zu s
mu g
ho l
do l
bi g
du n
to l
ju f
pi n
di k
ku s
2 in welke mand wonen de katjes? schrijf hun naam op.
o dom
dol
mug
dun
wit
dik
hol
som
nul
juf
wip
pin
nog
tol
hut
zus
bom
10
i
u
kus
big
op de muur
5
Naam
rik is blij. hij heeft een stuk krijt en schrijft de muur vol.
1 zoek de 15 woorden en kleur ze. schrijf ze in de goede rij.
p
o
p
d
u
l
b
u
s
r
e
g
b
a
l
n
e
k
j
a
s
p
e
n
g
u
k
b
o
s
k
i
p
m
i
p
w
i
p
k
u
s
w
o
t
w
a
m
r
o
k
m
i
s
h
u
t
w
e
g
k
a
n
a
e
i
o
u
bal
nek
kip
pop
bus
jas
pen
wip
bos
kus
kan
weg
mis
rok
hut
2 de muur is vies. rik maakt de muur schoon. welk woord stond er? vul in a, u, i, o, of e. b i g j a s k a r l a m d a g h e g n o g t a s s o m wa s
3 schrijf de woorden nog eens op.
big
nog
dag
was
heg
lam
das
tas
kar
som 11
op weg
6
Naam
roos doet mee met een tocht, een speur-tocht. welke weg moet ze kiezen?
1 weet je de goede weg? kleur de weg. schrijf het woord op.
e b l ee
bel
e r m rem ee
e b s bes ee
e m l ee
meel
e h k ee
hek
e r k ee
rek e t n ee
teen
neef
deeg
e n f ee
peen
mes
fee
pet
e g l geel ee e d g ee
2 langs de weg hangen plaatjes. schrijf het goede woord er maar bij.
pen
zeep
12
net
been
eef de fee
7
Naam
1 eef de fee maakt wat ze maar wil. help haar maar.
aa = a man
haak
aa = a hak
kam
m=t kat
haar
r=n haan
raam
aa = a ram
maan
tas
s=k tak
pan
n=p pap
jas
j=w was
2 vul in a of aa:
het d a
de h aa n de d a de l a
de aa p
t de h aa s
de n aa m
g het p a
t
de k a
k
het j aa r
k het h aa r
de p a
n
13
tom de kok
8
Naam
vul het goede woord in. oom om
tom is mijn oom
boot bot
hij werkt op een boot
kook kok
hij is daar kok
woont tom woont wont
. .
.
daar fijn.
kookt kokt
en hij kookt
kool kol
maar soms bakt zijn kool
boos bos
en dan wordt tom boos
snoor snor
dan trilt zijn snor
erg goed.
aan.
.
. poot pot
hij knijpt in de poot
rook rok
er komt rook
boom bom
hij lijkt dan net een bom
hoog hog
hij gilt hard en hoog
doof dof
ron, zijn maat, wordt er doof
roos ros
ron plukt dan snel een roos
oop op
die zet hij op
en alles is weer goed! 14
van een kip.
uit zijn oor.
.
.
van.
.
de hoed van tom.
9
wat zeg je?
Naam
1 weet je wat ze zeggen? schrijf de woorden met u of uu op.
de mus zit op de muur.
mus, muur
ik geef de juf een kus.
guus maakt een
juf, kus
hut bij de put.
guus, hut, put de bus gaat om
er zit een mug
drie uur.
op je rug.
bus, uur
mug, rug
2 wat zeggen deze mensen?
uu z r
zuur
uu r d
r m uu
muur
duur
smu
mus
vuur
nlu
uu r v
tpu
nul
put
htu
hut
15
10
twee bij twee
Naam
steeds horen twee plaatjes bij elkaar! 1 schrijf eerst de woorden bij het plaatje.
bel
kan
hak
kin
haak
rok
peen
teen
bus
rook
rok
dak
bos
bus
teen
vuur
muur
muur
been
jas
tas
kin
2 kleur steeds de twee plaatjes, die bij elkaar horen. welke heb je over?
been
16
haak
 en  dak
boom
boot
bal
boom
tas
bel
boot
de brief
11
Naam
1 waar is mamma? ben komt thuis. maar het huis is leeg. op tafel ligt een brief. snap jij het? 1
1 boos
2
2 ben
3
3 bus
4
4 baas
5
5 bok
6
6 big
7
7 bot
8
8 bos
9
9 bak
10
10 bal
11
11 boom
12
12 bof
13
13 bel
14
14 bas
15
15 boot
2 vul nu het goede woord in. kijk maar naar de puzzel.
dag lieve ben, wees niet (1) boos ik (2) ben
en leg het in de (9) bak
met de (3) bus
haal je de (10) bal
ik ga naar mijn (4) baas
de (11) boom
wil je wat voor me doen?
ben je klaar? fijn!
geef jij de (5) bok de (6) big
en
voer?
?
wat (12) bof (13) bel
uit
ik toch met jou. dan (14) bas
en geef fik maar een (7) bot
die neemt je mee met zijn
zoek wat hout in het (8) bos
(15) boot
op.
.
17
henk hap
12
Naam
henk hap is er weer. hij gaat als een gek te keer. kijk maar in zijn buik. dan kom je er wel uit! 1 vul de goede letter in. doo s
di k
dee g
de k
schrijf de woorden nog eens op.
doos
deeg
dik
dek
dit
doek
2 vul de goede letter in. duu r
de n
doo f
di t
schrijf de woorden nog eens op.
duur
doof
den
3 vul de goede letter in. daa r
dee g
do p
doe k
schrijf de woorden nog eens op.
daar
dop
deeg
4 Zoek het woord in zijn buik.
18
dak
dreu deur
dka
mod dom
fied dief
oeld doel
dgee deeg
uikd duik
gad
und
dun
dag
een raar beest
13
Naam
1 in het bos loopt een beest los. hij doet wat raar. maar het is echt waar. lees maar wat hij kan. wat denk jij ervan?
hij kraakt een noot met zijn poot
gaat hij in het net dan draagt hij een pet
op het dak draagt hij een mooi pak
van zoete pap neemt hij graag een hap
in een wip eet hij een dikke kip
weet je wat hij kan? hij kookt in een pan
wat hij niet wil is een witte pil
hij wast zijn kop in een bak met sop
2 welke woorden kun je maken?
pot
toos
dak
bot
poos
pak
top
poot
pad
net
loop
lip
pet
koop
wip
pen
kool
pil 19
wie van de drie?
14
Naam
welkom bij het spel ‘wie van de drie’. kies steeds het goede woord. en wie weet win je wel! 1 vul het goede woord in. ben ik pak mijn boek en pen
.
pen ik weet niet waar ik ben
.
den in het bos staat een den
.
bak de mus zit op het dak pak ik bak dak
boos ik sta hier al een poos poos wat kijk je boos
.
een taart.
papa doet een pak
aan.
.
.
doos er zit iets in de doos
.
beuk in de bus zit een deuk
.
leuk in het bos staat een beuk deuk dat spel is heel leuk 2 maak een goed woord. kies de juiste letter.
d
d
d
p uis
p ap
p uim
b
b
b
buis
duim
d
d
d
p oer
p ig
p ag
b
b
b
boer 20
pap
big
dag
. .
van maan naar maan
15
Naam
jan gaat naar de maan! vlieg maar mee. vlieg in het rond. steeds wordt een letter anders. schrijf het maar op.
maan
g=r
maar
aa = ee
meer
n=g
maag meet
t=k
maak
meel
v=m
ee = aa
maat
r=l
veel
ee = uu
muur
l=t
m=v
vuur
uu = aa
vaar
aa = ee
veer
21
noor en wil
16
Naam
zij maken woorden. woorden met de n van noor.
dit is noor.
dit is wil.
en woorden met de w van wil. soms kan de n. soms kan de w. kies maar en schrijf de woorden op. doe dit bij noor of bij wil.
n oot w
n ij w
n ijn w
n eeg w
n eg w
n oem w
n ip w
n it w
n ak w
n eus w
n eem w
n am w
n aam w
n eet w
n oon w
n ul w
n iet w
n og w
n as w
n in w
n ijs w
noor
22
wil
weeg
weg
wijn
niet
wip
wit
wak
naam
noem
was
weet
woon
nul
nam
wij
win
wijs
noot
neem
neus
nog
om de hoek
17
Naam
wat raar! om de hoek staat weer een woord. lees heen en weer. welk woord staat er? welk woord staat om de hoek? vul maar in.
raam
maan
van
maar
naam
naar
tien
kom
een
niet
mok
nee
pen
tam
man
nep
mat
nam
som
lam
kam
mos
mal
mak
23
18
wat staat er?
Naam
wat gek! wat staat er?
24
kun je het lezen?
=w
=a
=o
=r
schrijf het dan maar op.
=v
=i
=t
=n
=s
=e
=g
=l
wit
vat
was
vaar
weg
veeg
vet
wat
ver
vaas
vis
weeg
win
vin
wol
vol
wel
vel
19
letter-puzzels
Naam
maak van twee stukjes één woord. schrijf dat maar op.
1 maag
7
woon
13
vuur
2 maan
8
haar
14
waar
3 maak
9
naam
15
weet
4 meet
10
noot
16
weeg
5 baan
11
muur
17
veel
6 haan
12
heet
18
woon
25
letters dobbelen
20
Naam
maak zoveel mogelijk goede woorden. schrijf maar op.
peen
been
boon
waar
win
daar
woon
muur
wim
duur
min
maar
mooi
raam
26
vak
van
kan
kam
man
kap
map
mak
pan
pak
kwartet
21
Naam
mies, lien, miep en wies spelen kwartet. vier woorden met ie zijn een kwartet. schrijf de woorden op. kleur het kwartet.
nies miep
lief
mies
nies
muur
maan
lief
tien piep
piep vies
vies
niet
niet kies
kaal
roos
wies
wiel kies
lien
bus
mier
riet
noot
poot hier kier dief
dier hier
dier teen
kier
riem
wieg
wieg
27
zij aan zij
22
Naam
1 kim en jan staan in de rij. kim praat. juf zegt: sstt! vul het goede woord in. mij 1 kim staat in de rij bij 2 zij jij
gaat naar huis.
3 kom je bij
mij spelen, jan?
wij 4 kom je om half vier bij mij zij 5 jij
kunt met ons mee.
rij 6 wij
zijn op de fiets.
hij
7 jan lacht, hij
?
is blij.
2 mees en jan spelen in de tent. ze maken woorden. woorden met de ij. weet je welke?
dijk
wijk
rijp
fijn
28
kijk
r
ij p p
k
zijn
wijn
mijn
w ij
f ij z
rijk
r
w ij d
pijp
n
m
n
ij k
bijl
k
pijl
p
ij
b l
23
uiensoep
Naam
in elke pan zit soep. soep met een ui. maar ook andere letters. maak twee woorden met ui bij elke pan.
ruik
duif
ruit
buik
duim
tuit
muis
huis
vuil
muil/luis
buis
buil
tuin
luis
huil
puin
luik/kuil
luik/kuil
29
teus de reus
24
Naam
1 zet een hokje om de woorden met een eu. dit is teus, de lieve reus. hij heeft een grote neus. vaak heeft hij jeuk. en dat is niet leuk. hij heeft dan geen keus. en kriebelt aan zijn neus. hij ziet dan alleen zijn neus. ja, het is heus. en botst hij tegen een beuk, dan heeft zijn neus een deuk.
2 schrijf de woorden met een eu op. 1
teus
leuk 5
 9 heus
2
reus
keus 6
beuk 10
3
neus
neus 7
neus 11
4
jeuk
neus 8
deuk 12
3 maak een goede zin.
30
1 reus teus is een.
teus is een reus
2 neus zijn is groot.
zijn neus is groot
3 reus de heeft jeuk.
de reus heeft jeuk
4 ziet de beuk teus niet.
teus ziet de beuk niet
5 een deuk er zit zijn neus in.
er zit een deuk in zijn neus
waar is boer roel?
25
Naam
1 zet een hokje om de woorden met een oe. waar is boer roel?
ze zet de soep op het vuur.
het is stil bij zijn huis.
ze snoept uit de pan.
de koe staat in de wei.
en wie komt daar om de hoek?
de poes loopt op het dak.
dat is oom koen.
ze is op zoek naar een mus.
hij is de broer van moe.
moe is in de tuin.
ze geeft hem een zoen.
ze leest een boek.
en wie komt daar ook?
joep is ook in de tuin.
papa roel!
loes is in huis.
papa roel is de boer!
2 schrijf alle oe-woorden uit het verhaal op. 1
boer
snoept 10
2
koe
hoek 11
3
poes
koen 12
4
zoek
broer 13
5
moe
moe 14
6
boek
zoen 15
7
joep
roel 16
8
loes
roel 17
9
soep
boer 18
3 lees het verhaal nog eens. schrijf de woorden met een oe.
oek oep oer zoek
joep
boer
boek
soep
broer
hoek
snoept
31
heel lief
26
Naam
1 vul in ie of ij. kom je b ij
b ij
m ij
?
ons in huis is wat te z ie
nee, ik l ie
n.
g n ie t.
het is er nog maar net. ik ben er heel bl ij
mee.
maar je moet wel stil z ij kijk maar in de w ie vind je haar n ie
n.
g.
t l ie f?
2 schrijf de woorden nog eens op. zet ze in de goede rij.
ij
ie zien
bij
lieg
mij
niet
bij
wieg
blij
niet
zijn
lief 3 in huis moet ik nu vaak stil zijn.
lief
bijt
lijf
biet
wiel
rijm
en dan speel ik dit spel. doe je mee?
riem
maak van de ij een ie of van de ie een ij. twee keertjes klopt het niet.
pijp
zien
kleur dat hokje.
piep
zijn
kies
vijl viel
32
op de muur
27
Naam
er staat een letter op elke steen. zoek de woorden op de muur. schrijf ze in de goede rij.
b
h r
v
ui eu
o
h
a
ui r
g
eu
s
eu
k r
b
k h
eu
l
d j
f
n
k
s
r eu
p
ui
ui ui
g
s b
l d
s
s
l d
v
geur
huis
buis
reus
heus
uit
duif
leuk
deuk
buik
kuil
ruit
ruik
luis
uil
b m
ui r
neus
jeuk
f
p k
ui
t
t
s f
n eu
r ui
ui k
ui
l t
eu
k
33
28
maar één anders
Naam
schrijf het woord. één letter wordt anders. dan is het een ander woord!
b=h
boek
peuk
buik
neus
huil
hoek
schrijf dat woord ook.
huis
boer
bier
koek
biet
34
h=m
b=r
b=m
k=d
b=r
p=d
b=d
n=r
muis
roer
mier
doek
riet
−h
deuk
duik
reus
uil
29
raad maar!
Naam
mamma geeft raadsels. han raadt. help hem maar.
niet stout, maar l ief
ik kan niet staan. het water is d iep
de bal gaat in het d oel
ik heb slaap. ik ben m oe
geen pink, maar een d uim
niet je mond, maar je n eus
niet gezond, maar z iek
niet je rug, maar je b uik
niet een, maar een r eus
het regent dat het g iet
niet in, maar uit
een kus is een z oen
niet naar, maar l euk
je kleine teen zit aan je v oet
lach niet! ik h uil
geen mens, maar een d ier
geen tand, maar een k ies
niet schoon, maar heel v ies
35
30
in de war
Naam
jet is in de war. ze legt woorden, maar de letters staan door elkaar. schrijf ze maar goed op.
36
11 r
s
eu
reus
12 s
ui
l
luis
1 ie
k
s
kies
13 s
ie
n
nies
2 f
b
oe
boef
14 k
b
oe
boek
3 ui
n
t
tuin
15 l
k
ui
kuil/luik
4 k
j
eu
jeuk
5 r
m
ie
riem/mier 16 eu
k
l
leuk
17 w
g
ie
wieg
18 oe
k
k
koek
19 d
r
ie
dier
20 d
k
ui
duik
6 r
oe
b
boer
7 f
d
ui
duif
8 s
n
eu
neus/sneu
9 p
p
ie
piep
10 h
k
oe
hoek
de s van sasha
31
Naam
1 de s is van sasha. sasha houdt van die letter. en daarom spaart ze plaatjes met de letter s. zet het goede woord bij het plaatje. kies uit: slang – sok – ster – sint – staf – slot
sok
slot
sint
staf
ster
slang
kies uit: slee – spin – stier – slak – soep – stoel
stier
stoel
spin
soep
slee
slak
2 vul als het kan de s van sasha in. kleur het hokje.
s
laap
s
tok
s
om
s
lak
s
kan
s
uit
s
lim
s
pel aas
toep
s
tuk
mam
s
noep
pin
s
til
welke letter zie je? de letter s 37
ziek in bed
32
Naam
1 vul het goede woord in. zoet
nada is ziek
zeep mama zit zingt ze zorgt zoen
op haar bed. goed voor nada.
eerst wast ze haar met zeep
ziek dan krijgt ze een zoet zit
drankje.
mama geeft haar een zoen
zorgt en ze zingt
een liedje voor haar.
zwaan de zus
van nada is niet ziek.
zon ze zit
stil voor het raam.
zegt de zon
schijnt.
zin ze ziet een witte zwaan zus die zwemt
in de sloot.
zit ze heeft nergens zin zwemt ze zegt
in.
: was nada maar weer beter!
2 de zus van nada heeft een plan. ze maakt een spel, een spel voor nada. kijk maar eens. let op onzin-woorden. zet daar een kruisje achter.
38
1=z
8=g
2 = ee
9=k
3 = aa
10 = n
4 = oo
11 = s
5=e
12 = f
6=a
13 = l
7=0
14 = p
1 – 7 – 10
1 – 2 – 11
zon
zees ×
1–3–8
1 – 5 – 11
zaag
zes
1 – 7 – 14
1 – 6 – 13 – 12
zop ×
zalf
1–3–9
1–6–9
zaak
zak
1 – 2 – 14
1 – 2 – 12
zeep
zeef
33
in de dierentuin
Naam
1 wat een dieren! lotje kijkt haar ogen uit. weet je hoe het dier heet? kies hier maar uit: zwaan – spin – zeehond – slang – stier
zeehond
slang
spin
zwaan
stier 2 kijk maar mee met lotje. vul in s of z. lotje z iet een aap.
een bij z oemt in haar oor.
kijk, daar z it er nog één.
in het meer z wemt een z waan.
hij heeft een mooie s taart.
dan loopt ze naar de s tal.
het aapje z oekt een noot.
daar s taat een s tier.
hij ligt in de z on.
wat is die z waar en groot!
lotje gaat op z oek naar de s lang.
s nel loopt ze door.
ze ziet er wel z es.
kijk, daar s laapt een beer .
één s ist haar gedag.
wat heeft die een lieve s nuit!
in de boom z ingt een vink een lied. 39
ping-pong
34
Naam
ping en pong spelen ping-pong. pang, zegt de ping-pong-bal. welke ping-pong-woorden kun je maken? schrijf ze maar op:
40
long
wang
sprong
kring
lang
ving
tong
gang
bang
tang
hang
ding
zing
breng
slang
zong
pang
ring
stang
jong
gong
stank voor dank
35
Naam
ank laat haar hond uit. de hond van ank geeft stank voor dank. vul waar het kan nk in. kan dat niet? schrijf dan de eerste letter beneden in het hokje.
pi nk fli nk
ete
pla nk
ee
de nk
kli nk
dri nk
gaa
nege
da nk
re
ma nk
aa
zi nk
sla nk
pe eve
vi nk
het is maar 
e
e
sta nk
n
g
r
a
je
p
j
sti nk
e
41
bingo!
36
Naam
henk, ling en jan spelen bingo.
pla nk
ki n
ze zien steeds een half woord.
pe n
sta nk kla nk
la ng
vul dat aan met: nk, ng of n. schrijf het woord in de goede rij.
spi n
wi n
schrijf je een nk, streep die dan door
ka n
schoe n di ng
sche nk
op de kaart van henk.
en de n streep je door op jans kaart.
wie wint er? jan
bee n
stre ng
de ng streep je door op de kaart van ling.
wint.
fli nk
bli nk
spro ng
pi nk
ga ng
jo ng kri ng
spee n
nk
nk
nk nk
ng
nk
ng
nk
ng
ng
ng
ng
n
ng
n
ng
n
n
n n
n
n
plank
pink
sprong
ding
pen
spin
flink
klank
kring
streng
kan
kin
stank
blink
lang
jong
schoen
win
speen
been
schenk
42
nk
nk
gang
37
de vogel en de vos
Naam
1 de vos is slim. de vogel vraagt hem wat. de vos zegt het woord. schrijf dat maar op. alle woorden zijn met een v. 1 niet leeg, maar vol 2 aan een been zit een voet 3 geen vogel, maar een vis 4 bloemen staan in een vaas 5 niet weinig, maar veel 6 mes, lepel en vork 7 één meer dan drie vier 8 niet schoon, maar vies 9 één minder dan zes vijf 10 niet dichtbij, maar ver
2 nu moet de vos rijmen. hij maakt een rijm-woord met een v. wat maakt hij? maag vaag
tent vent
lijf vijf
pan van
traag vraag
lieg vlieg
buil vuil
boer voer
bel vel
meel veel
stug vlug
lak vak
43
38
het feest van floor
Naam
het is feest bij floor. kijk maar.
1 vul het goede woord in. een woord met een f. de kinderen kijken naar een film
iedereen krijgt snoep en fruit
mark speelt op de fluit
het is een mooi feest
de ranja zit in een fles
floor zegt: ‘ fijn
lies heeft de muts van een fee
er zijn.’
2 rijm maar. het rijmwoord begint met een f. beest feest bel fel niets fiets
44
lijn fijn drink flink nee fee
lik fik
kluit fluit
zit fit
les fles
dat jullie
sterren van de fee
39
Naam
de fee tovert woorden. het zijn woorden met een f en woorden met een v. vul de goede letter maar in. zet daarna het woord bij de fee of bij de vos.
f eest
v ijf
f link
f ruit f ilm
v lot
v lam
f luit f ik
v is
v uur
f ris v aas
v lees v lag
v aag f iets
v erf v ier
f ijn v lek
v lug v lieg
f les
fee
vos
feest
fris
vijf
vlees
fruit
fik
vlot
vlag
flink
fiets
vlam
vier
fluit
fijn
vis
verf
film
fles
vuur
vlug
vaas
vlieg
vaag
vlek 45
heel veel fout!
40
Naam
1 schrijf van elke zin de drie langste woorden op. 6 maak de vlam niet te fel.
1 het schip vaart erg lang.
schip vaart lang
7 de som van frank is fout.
2 de vogel zit op de bank.
vogel zit
bank
zing voor zieke
vang vis
zee
spring van
slim niet bang
10 de drank in de fles is vies.
5 ik spring van de plank.
slak sluipt vloer
9 ank is slim en niet bang.
4 ik vang de vis in zee.
som frank fout
8 de slak sluipt op de vloer.
3 ik zing voor de zieke juf.
maak vlam niet
plank
drank fles
vies
2 schrijf het goede woord in de puzzel. er is een letter weg. 1 za a k
5 zaa g
9 st r aat
2 fij n
6 str e ng
10 ba n g
3 a ngst
7 da n k
4 pl a nk
8 vl a m
z
a
2
f
ij
a
n
g
s
t
p
l
a
n
k
5
z
a
a
6
s
t
r
d
a
n
k
8
v
l
a
m
9
s
t
10
b
a
3 4
7
46
3 4
7
a
1
1
2
8
n
r 10
k
n
5 6
9
g e
a g
n
g
a
t
vul de letters bij de nummers hier in. 1
k
2
n
3
a
4
p
5
g
6
e
7
d
8
a
9
a
10
n
in de schuur
41
Naam
1 onze schuur ligt vol. kijk maar eens. schrijf de woorden op de goede plaats. schaap
schelp
schaar
schep
schip
schat
schoen
schaal
schil
schil
schaar
schip
schelp schoen
schaap
schep
schaal schat 2 pappa ruimt de schuur op. vul in sch of g. pappa maakt de sch uur lee g
Ik sch op met mijn sch oen.
en hij maakt de sch uur ook sch oon.
maar de kist blijft dicht.
hij doet veel we g
ook met een sch aar of
g eeft mij een kist.
een sch ep
in die kist zit een sch at.
weet je wat?
dat ze g t hij.
ik neem hem mee naar sch ool.
hij
de kist is hij
g eel.
g aat het niet.
wie weet kan de juf het wel!
g aat niet open. 47
42
wat raar!
Naam
1 wat is dat raar! zela snapt er niets van. alles plakt aan elkaar. maak ze maar los.
1 kraan
4 snoep
2 bloem
5 droom
3 sloot
6 groep
1 slak
4 glas
2 stem
5 bril
3 trap
6 fles
1 slaap
4 slim
2 troep
5 klas
3 druif
6 stoel
2 en wat is er nu weer? alle letters staan door elkaar. wat moet er staan?
48
aatpl
frtui
plaat
fruit
nstee
insp
steen
spin
nkroo
frieb
kroon
asgl glas
brief
aakdr draak
43
blokken
Naam
1 hans bouwt. op elke toren komen woorden. kijk maar. zet het goede blok neer.
hee ft maa kt
li nt
ga ns
he rt
gee ft
nee mt
la mp
mu nt
ke rs
koo kt
rij mt
kaa rs
wa nt
laa rs
ba kt
pu nt
po mp
te nt
taa rt
li kt/ft
si nt
raa rs
ha ns
ko rt
lee ft
kli mt
kaa rs
2 zet de blokken maar goed. maak een woord.
mens
dans
heks
haast
paars
pomp
beest
rups
49
wat vieren de dieren?
44
Naam
het is feest in het bos. maar wat vieren de dieren? zoek de cijfers. schrijf het woord in de puzzel. dan weet je waarom het feest is.
1
l
a
m
s
2
f
l
e
s
p
i
n
4
t
a
a
k
e
r
s
3
5
p 10
r
r
i
e
t
7
n
e
s
er is feest, want het is
50
1
l
h
e r
9
s
t
e
k
i
s
t
k
s
t 11
b
l
o
p
o
m
p
13
s
p
i
12
6
8
e
m
n
t
2
e
3
n
4
t
5
e
6
i
7
n
8
h
9
e
10
t
11
b
12
o
13
s
45
puzzel
Naam
het is feest op school. wat gaan ze doen? paul weet het niet. maar op het bord staat een puzzel. los hem maar op. dan weet je wat de klas van paul gaat doen.
1
t
6
8
b
10
1
de klas van paul gaat n
2
a
3
a
4
r
5
d
6
e
f
a
a
n
2
k
r
a
a
n
3
t
a
a
r
t
4
k
e
r
s
5
d
r
a
a
k
t
e
n
t
7
f
l
e
s
u
i
t
9
l
a
m
p
l
l
7
r
o
f
8
i
e
9
l
m
10
m
51
mooie bloemen
46
Naam
1 je ziet een bloem met eer. en ook een bloem met oor. en een bloem met eur. schrijf de woorden maar op.
beer
peer
heer
veer
leer
weer
meer
zeer
boor
koor
door
noor
goor
voor
hoor
deur
sleur
geur
speur
treur
zeur
kleur
1 kleur de eer bloemen rood. maak de oor bloemen blauw. kleur de eur bloemen geel.
zeurt
scheer poort voor
koorts
spoor
beer hoorn
eerst soort neer 52
scheur
veer stoor
keer
beurt
de post
47
Naam
help je de postbode? de post moet naar de speerstraat, naar de spoorstraat en naar de speurstraat. schrijf de achternamen in de goede straat.
mevr. doorn
h. beurt m. keur
jos boor k. kleur h. hoorn
p. veer
kees voor r. soort
zuster zeer
speerstraat
zuster zeer
ank koor
p. veer
v. deur
j. speer
j. speer p. zeur
de heer beer
piet poort l. scheur
de heer beer
m. keur
l. scheur
k. kleur
p. zeur
v. deur
ank koor
h. hoorn
piet poort
r. soort
mevr. doorn
h. beurt
kees voor
jos boor
53
48
wie wint er?
Naam
er vliegen vogels bij het kasteel. de prinses krijgt de ooi vogels. de knecht krijgt de oei vogels. de ridder krijgt de aai vogels.
wie heeft de meeste vogels? de ridder raai
prinses
knecht
ridder
prooi
knoei
raai
dooi
mooi
bloei
roei
fraai
taai
fooi
nooit
groei
stoei
haai
draai
hooi
plooi
foei
snoei
kraai
maai
saai
zaai
kooi
54
wint!
oei
oei, wies knoeit!
49
Naam
jet schrijft een verhaal. haar zusje wies speelt met verf. maar oei, ze knoeit op het verhaal van jet. weet je wat er staat? vul het maar in. kies uit aai, ooi of oei.
het weer is m ooi
.
de bloemen in de tuin staan in bl oei pappa z aai
t meer bloemen.
hij str ooi hij g ooi
.
t zaad in de tuin. t er wat zand op.
dan spr oei
t hij de tuin.
zodat het zaad kan gaan gr oei
en.
wat hoort hij? pappa dr aai
t zich om.
in de sloot r oei
t jan.
het is zwaar, want het w aai pappa zw aai jan zw aai maar oei r oei
t nogal.
t naar jan. t naar pappa.
, zijn r oei
en en zw aai
met veel m oei
spaan valt. en gaat niet samen!
te pakt jan de r oei
spaan.
hij lacht nu weer. hij roept: ik zw aai
niet meer, ik r oei
!
55
50
beestenboel
Naam
vul de goede woorden in.
ik zie een bee r
bij de grot
er loopt een spoor
.
naar het meer
.
de beer zwaait met zijn poot. er vliegt een wesp
naast zijn oo r
.
er vaart een sch ip
op zee.
in de zee zwemt een haai op de boot zit een kraai
. in een kooi
op het strand ligt een sch elp .
naast de sch uur loopt een gans in het web zit de sp in in het gras aan zijn hoorn
.
.
staat een st ier
.
hangt een doek.
het sch aap staat naast de sl oot er zit een nest
in de boom.
er zit een rups
op het blad.
die heeft een groene kl eur 56
.
.
.
het feest
51
Naam
heksje fletsje geeft een feest. alle heksen, feeën, tovenaars en draakjes komen. fletsje haalt eten en drinken. ze heeft een lange lijst. maar wel een rare lijst. snap je wat ze gaat kopen? schrijf het maar op.
snoep
fr
t
fruit
s
p
sap/soep
peer
ei
noot
ui
kers
ijsje
vis
n
t
v
s
st
k z
p
kip
druif
b
koek
dr
rookworst
h
stuk zeep kaas
taart
s bl
drop
p
f br
half brood
d
k
vl
bos bloemen
men
s voor de dr
rsen
k
kaarsen vlees voor de draak 57
ik zie een ster
52
Naam
1 het is nacht. tom ziet een ster. hij kijkt nog eens goed. nu ziet hij er heel veel. k
vul in i, ie of ee. b
schrijf de woorden op.
b
i g
b
ee r
p
w
s
m ie r
m
l
i
n
big
beer
kip
been
d s
t
p
r
ie n
m
f
ee l p
mier
mis
tien
reep
wiel
sip
dief
meel
2 torn ziet nog meer sterren. vul in ui, eu, u of uu.
d k
ui l m
kuil
mus
n
kus
eu s
r
duim
k m
s
u s s
reus neus m
duif
d uu r
duur muur
r
j h
v
u t f
d
hut juf
58
ui f l
vuil
53
help je mee?
Naam
1 en wat vlekt de pen van henk. weet je wat er moet staan? vul het maar in. 1 het is moo weer mooi 2 in de s uur staat een schep. schuur 3 er staat een h r voor de deur. heer 4 de mus zin t een mooi lied. zingt 5 mijn zus is heel sla k. slank 6 ik zw i naar de kraai. zwaai 7 ik zoek een sp r van de beer. spoor 8 de juf staat bij de deur van de s
ool. school
9 ik aa de poes. aai 10 anna eet weer een p r. peer
2 weet je wat er moet staan? vul het maar in. 1 ik draag een ri om mijn pink. ring 2 in de wei loopt een aap. schaap 3 Ik z om een ijsje. zeur 4 wies zw naar opa en oma. zwaait 5 wat is die sla
lang! slang
6 er vaart een ip op zee. schip 7 wat heeft je jas een mooie kl . kleur 8 ik n de knoop aan mijn jas. naai 9 in het dorp is maar één ool. school 10 jan spri t van de bank. springt
59
ballonnen
54 54
Naam
1 kleur het goede woord.
5
3
tek
tang
1 deur
duk
d
h
k
t
2
spoor poor
s
mooi
mool
pink
i
e
i
8
6 bool school
g
h
boep
groei
o
e
e
l
k
p
lang
kal
g
k
13
12
11 boor
book
deem
weer
o
e
i
e
10
kleur
kel
peek
e
kir
9
7 peer
l
4
kof
dank
i
d
vul de letters uit de gekleurde vakjes hier in. 1
d
2
i
3
t
4
5
i
s
6
h
7
e
8
e
9
l
10
g
11
o
12
e
13
d
2 waar past de letter op de ballon? vul die daar in.
z
d
z eer z eur oor
d eur d oor
s
eer
s aai ooi
v v oor
oei
h oei
v eer eur
h aai h ooi
t oei
t ooi t aai
60
55
de sportdag
Naam
de parkschool heeft een sportdag. alle kinderen doen mee. juf jet staat bij het hardlopen. ze schrijft alle namen op. en hoe hard de kinderen lopen. dan begint het opeens hard te regenen. de lijst wordt nat. kun je de namen nog lezen? schrijf ze maar op. wie heeft er gewonnen? dirk 7 sec. aan
bijvoorbeeld daan
8 sec. iet
piet/riet
6 sec. as
bas/kas
7 sec. hen
henk
8 sec. ascal
pascal
6 sec. ri
rik
9 sec. ees
kees/mees
6 sec. om
tom
8 sec. ja
jan
5 sec. irk
dirk
6 sec. jaa
jaap
6 sec. a
ali
7 sec. bar
bart
9 sec. oos
roos/koos
9 sec. ilde
hilde
8 sec. mie
mies/miep
9 sec. ax
max
9 sec. eert
geert
6 sec. anne
sanne/janne
7 sec. arm
harm
7 sec. ijs
gijs/tijs
7 sec. lail
laila
7 sec. el
els
8 sec. out
wout/nout
8 sec. pau
paul
6 sec. fati a
fatima
9 sec. uus
guus
7 sec. ach ed
achmed
6 sec. jo
job/jos
8 sec. oost
joost
i
61
woordpuzzels
56
Naam
kijk naar de plaatjes. schrijf de woorden op de goede plaats.
1
wat staat er onder de pijl?
h
o
k
2
m
i
e
r
3
p
ij
l
a
n
er staat kip
5
7
4
r
e
s
p
i
n
6
p
e
t
g
u
m
u
s
er staat riem
10
8
b
u
i
9
s
o
e
p
w
i
e
g
11
k
a
a
k
l 12
er staat boek
k
u
s
13
m
o
l
14
m
a
er staat som
16
18
r
15
z
a
d
i
e
f
17
n
e
u
e
e
p
er staat zeep 62
a
s
g
57
een vreemd dictee
Naam
de juf heeft een rebus op het bord geschreven. wat staat er?
pak
een
pen
en
schrijf
maar
op
de
vlieg
zeurt
bij
mijn
oor
het
schip
vaart
langs
ons
huis
spring
jij
maar
op
die
plank
63
58
de neus van bas
Naam
weet je wat er moet staan? vul het maar in. in het bos staat een groot h s. huis
dan is hij kl r. klaar
en daar woont bas de r s. reus
nu kan hij n r de zon klimmen. naar
bas houdt van de on. zon
stap voor stap gaat hij omh g. voor
als die s ijnt, dan is hij blij. schijnt
en het bos wordt h l klein. heel
het bos is dan moo , mooi
maar de zon wordt gr t en warm. groot
en bas wordt mooi br n bruin
bas draa t zijn neus naar de zon. draait
hij heeft het dan erg naar zijn in. zin kon de zon er m r altijd zijn! maar dat den t Bas heel vaak. denkt dan is het altijd mooi w r. weer en alles heeft een mooie kl r. kleur ik wil de zon, egt bas opeens. zegt hij staat op en loopt naar de s uur.
schuur
zijn neus is rood en doet eer. zeer
hij pakt een s ep. schep
snel gaat bas weer naar oml g. omlaag
hij l pt het bos in. loopt
want dit vindt hij niet l k. leuk
hij graaft en maakt een berg van and.
hij rent de ber af. berg
zand en werkt wel een paar r. uur
64
en plots geeft hij een iI. gil
zijn vel is br n, bruin maar zijn n s is rood. neus
spiekblad
59
Naam
b
m
bij
mijn
blij bijten
d
p
dijk
pijl pijp
f
r
fijn
rijk rijmen rijp
j
s
jij
schijnen
k
w
kijken
wijk
klein
l
ij
lijf
ijs
lijst
z zijn
65
60
66
hoe ver ben je?
Naam