Skip to main content

Schoolverkeersexamen theorie oefeningenboek 2020 - 2021

Page 1

groep 7-8 2020-2021

SVE_2021_Oefeningendeel_def.indd 1

naam:

11-03-20 11:19


Jij en het verkeer! Zodra je naar buiten gaat, krijg je te maken met verkeer. Als je naar school gaat, op de fiets zit, naar het sporten gaat. Of als je buiten speelt of je vrienden gaat bezoeken. Verkeer is overal en het wordt steeds drukker. Het is belangrijk dat je de verkeersregels goed kent en weet hoe je je in het verkeer moet gedragen. In april is het zover. Dan ga je meedoen aan het landelijk verkeersexamen van Veilig Verkeer Nederland. In dit boekje vind je twaalf oefeningen om daarvoor te oefenen. Tips bij het maken van een oefening: • neem rustig de tijd om de opgave goed te lezen; • denk goed na over alle mogelijke antwoorden; • vul dan pas een antwoord in. Tips ná het maken van een oefening: • vul je goede en fout gemaakte opgaven in; • schrijf de rode nummers op die bij de fout gemaakte opgaven horen; • oefen die rode nummers nog eens met het Opzoekboek. Veel plezier bij het oefenen en succes straks bij het examen!

Vul hier in welke opgaven je goed of fout had en wat je nog moet oefenen: Oefening

opgaven goed

opgaven fout

nog oefenen in Opzoekboek

Voorbeeld

1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 12

2, 9, 10, 11

15, 46, 82, 121, 53, 55, 56

Oefening 1 Oefening 2 Oefening 3 Oefening 4 Oefening 5 Oefening 6 Oefening 7 Oefening 8 Oefening 9 Oefening 10 Oefening 11 Oefening 12

Handig! Opzoekboek voor het schoolverkeersexamen

tureerde manier en. Op een gestruc ondersteuning verkeersexam boek een handige voor het school het gezet. Zo is het Oefeningen Daardoor wordt hoort bij het en op een rijtje ar naslagwerk. en de begripp ! Dit Opzoekboek zeer bruikba erkeersexamen sregels, de borden en tevens een voor het Schoolv worden de verkeer het schoolverkeersexamen leerlingen vast voor en slagen de elijker bij het oefenen oefeningen gemakk maken van de ulenhoff.nl po@thiememe 17 T 088-800 20 service Afdeling Klanten hoff ThiemeMeulen

In dit Opzoekboek staan alle verkeersregels, -borden en -begrippen voor voetgangers en fietsers. Na het maken van de oefeningen gebruik je dit Opzoekboek als volgt: • Bij iedere opgave zie je een icoontje: XX . Dit is een verwijzing naar een tekstnummer uit het Opzoekboek voor het schoolverkeersexamen. • Je ontdekt dan zelfstandig of met de hele groep waaróm een antwoord op een opgave goed of fout is. Daar leer je meer van dan door alleen een fout te verbeteren!

SVE_2021_Oefeningendeel_def.indd 2

XX

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. Auteurs:

H.J. Schrama H.J.P. Struijlaart Foto’s: ARKA media BV Cartoons: Job van Gelder Ontwerp omslag: Eduardo Media Vormgeving: Inpladi bv, Cuijk ISBN 978 90 064 3542 9 ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, © 2019 Alle rechten voorbehouden.

11-03-20 11:19


Oefening 1 Fietsen in de herfst Thijs en Emma zijn broer en zus. Ze zitten in groep 7 van de basisschool. Thijs is iets ouder dan Emma. Ze wonen

1

6

Zie foto A

in een buitenwijk van een kleine stad. Elke dag gaan ze samen op de fiets naar school. Zo hebben ze iedere dag met het verkeer te maken. Het is herfst. Als ze naar huis rijden, is het al bijna donker. Onderweg zien ze twee meisjes lopen.

A

Mogen de meisjes hier op het fietspad lopen?  Ja, dat mag.  Nee, ze moeten aan de andere kant van het fietspad lopen. Ja, dat mag, maar ze kunnen beter achter elkaar  lopen. Nee, ze mogen hier niet lopen. 

2

4

5

Soms is het niet duidelijk of iemand wel of geen voetganger is. Kruis de verkeersdeelnemers aan als ze tot de voetgangers worden gerekend.  Iemand in een rolstoel.  Iemand met de fiets aan de hand.  Iemand die achterop een fiets zit.  Iemand die een rollator duwt.  Iemand die met een paard aan de hand loopt.

3

51 52 53

Welke uitspraken over inhalende fietsers zijn juist? Kruis de goede antwoorden aan.  Een fietser mag alleen inhalen als hij tegenliggers niet hindert. je gaat inhalen moet je over je Eric  Voordat rechterschouder kijken.  Ga na het inhalen niet te snel naar rechts. Anders kun je weggebruikers ‘snijden’.  Bel even voordat je gaat inhalen.

3

SVE_2021_Oefeningendeel_def.indd 3

11-03-20 11:19


De woonwijk waar Thijs en Emma wonen, is meestal rustig. De vogeltjes fluiten, maar het is best al koud. Ze zien twee klasgenoten een straat inrijden.

6

87

Zie foto C

Mogen de fietsers deze weg inrijden?  Ja, maar vanaf de andere kant mag dat niet.  Nee, maar vanaf de andere kant mag dat wel.  Ja, het bord geldt alleen voor bestuurders van auto’s.

7 Eline

87 88

Zie foto C

Bij welk twee borden mag je als fietser wel de straat inrijden?

Mark

B Verderop zien ze Mark en Eline rijden. Ze zitten in dezelfde klas als Thijs en Emma. Ze hebben haast. Het is koud en ze willen snel binnen zijn.

4

Zie foto B

51 52 53

Eline haalt Mark hier in. Is dat verstandig?  Ja, er is genoeg ruimte op de weg.  Ja, de passagier die wil uitstappen moet wachten.  Nee, ze rijdt helemaal op de linkerkant van de weg.  Nee, ze kan beter stoppen.

5

51 52 53

Wanneer mag een fietser bestuurders rechts inhalen? Kruis de goede antwoorden aan.  Als de bestuurder heeft aangegeven dat hij rechts af wil slaan en al is voorgesorteerd.  Als auto’s in een file staan en er genoeg ruimte rechts is om in te halen.  Op een rotonde als er voldoende ruimte of een apart fietspad is.  Als auto’s bij een zebrapad stilstaan.  Als een tram stilstaat.

C

4

SVE_2021_Oefeningendeel_def.indd 4

11-03-20 11:19


8

89

Bij welk bord moet je als fietser voorrang geven aan het verkeer dat je tegemoetkomt?

D

Stefan

Welke regels gelden voor fietsers? Kruis de goede antwoorden aan.  Fietsers moeten rechts op de rijweg fietsen.  Fietsers mogen op de stoep fietsen.  Fietsers moeten in een rechte lijn fietsen.  Fietsers hebben geen maximumsnelheid.  Voor fietsers gelden dezelfde regels als voor snorfietsen. Drie fietsers mogen naast elkaar fietsen, als ze het  verkeer niet hinderen.

Maarten

Vlakbij huis zien ze Stefan en Maarten fietsen. Het zijn de beste vrienden van Thijs. Ook zij klaagden vandaag over de herfst. Voortaan warm aankleden!

9

Zie foto D

17

Mogen Stefan en Maarten hier naast elkaar rijden?  Ja, want ze rijden in een woonwijk.  Nee, want op een kruispunt mag je nooit naast elkaar fietsen. Ja, ze hinderen het verkeer niet.   Nee, ze hinderen het verkeer.

10

Zie foto D

16 17 18

11

Die straat is altijd superrustig. Daarom mag je best even vanaf deze kant de straat inrijden. Dat is echt veilig.

12

Je moet je aan de regels houden, dat is veilig verkeersgedrag. Het bord geeft aan dat je vanaf deze kant de weg niet mag inrijden. Dan moet je dat ook niet doen.

2 17 87

Zie foto C

Thijs en Emma bespreken met hun moeder of de twee fietsers veilig verkeersgedrag vertonen. Wie heeft gelijk? Dat bord is eigenlijk vooral bedoeld voor auto’s. Die rijden soms heel hard door de straat. Fietsers moeten alleen goed opletten en kunnen dan de straat inrijden.

56

Wie heeft voorrang?  De auto  Stefan en Maarten

Thijs

Emma

moeder

5

SVE_2021_Oefeningendeel_def.indd 5

11-03-20 11:19


Oefening 2 Naar opa en oma Het is zaterdag. Thijs en Emma gaan op bezoek bij

Onderweg zien ze Jamilla fietsen. Zij gaat ook naar

hun opa en oma. Opa is 86 en oma is 83. Ze wonen

haar oma toe, die in hetzelfde gebouw woont als de

zelfstandig in een appartement vlakbij hun huis.

opa en oma van Emma.

1

3

10 11 12

2

 6

7

Waar mogen voetgangers lopen? Kruis de juiste antwoorden aan.  Op een ruiterpad.  Op een autosnelweg.  Op een fietspad, als er geen voetpad is.  Op een erf.  In de berm, naast het voetpad.  In een voetgangersgebied.

Zie foto A

55

Deze twee wegen vormen samen een:  gewone kruising.  voorrangskruising.  woonerf.  uitrit.

5

A

Jamilla

4 8

Onderweg zien ze twee kinderen de straat oversteken. Ze zitten op dezelfde school als Thijs en Emma.

56

De fietser wil rechtdoor. Uit de zijstraat komt Jamilla. Wie heeft er voorrang?  Jamilla, want die komt van rechts.  De fietser die rechtdoor wil gaan, want rechtdoor op dezelfde weg gaat voor.  Jamilla, want zij maakt een kleine bocht.

Bij welk bord mag je als voetganger verder gaan?

Zie foto A

B

56 91 99

Kruis de goede antwoorden aan. Kom je als fietser van rechts, dan moet je op een gewoon kruispunt altijd voorrang geven aan:  politieauto’s.  politieauto’s met zwaailicht en sirene.  andere fietsers.  trams.  voetgangers.

6

Zie foto B

82

Het meisje op de fiets wil afslaan. De voetgangers steken over. Moeten de voetgangers voorrang krijgen?  Nee, afslaand rijverkeer gaat altijd voor.  Nee, voetgangers gaan nooit voor op fietsers.  Ja, want hier geldt de regel ‘rechtdoor gaat voor’.  Ja, want hier geldt de regel ‘rechtdoor op dezelfde weg gaat voor’.

7

Zie foto B

45

Het fietsende meisje wil naar rechts. Ze geeft richting aan met haar hand. Is dat wel nodig?  Nee, ze rijdt achter de voetgangers dus die zien haar toch niet. Nee, dat moet ze alleen doen als ze links af wil  slaan. Ja, als je van richting verandert, moet je dat altijd  duidelijk laten zien aan andere weggebruikers. Ja, maar het is beter als ze even belt met haar  fietsbel.

6

SVE_2021_Oefeningendeel_def.indd 6

11-03-20 11:20


90

8

De hoofdregel is: Voetgangers moeten bestuurders voor laten gaan. Maar wanneer gaan voetgangers wel voor? Kies de goede antwoorden.  Als een bestuurder uit een uitrit komt.  Als een voetganger een zebrapad nadert.  Als een voetganger op een voorrangsweg loopt.  Als het verkeerslicht van de voetganger op groen staat. Als een bestuurder achteruit rijdt. 

10

Zie foto C

6 22 24

D

lekker veel te snoepen. Thijs en Emma fietsen door het bos terug naar huis. Vlak voor hen zien ze Damian rijden. Zie foto C

een nieuw bord. Eigenlijk weten ze niet helemaal zeker

Welke weggebruikers mogen gebruikmaken van dit fietspad? Kruis de goede antwoorden aan.  Fietsers die dezelfde kant op rijden als de fietser.  Fietsers die van de andere kant komen.  Bromfietsers die dezelfde kant op rijden als de fietser.  Bromfietsers die van de andere kant komen.  Voetgangers die dezelfde kant op lopen als de fietser.  Voetgangers die van de andere kant komen.

Het was gezellig bij opa en oma. Ze krijgen altijd

9

Sinds kort staat er in de woonwijk van Thijs en Emma wat het betekent.

11

Zie foto D

Welke weggebruikers mogen hier ook komen? Kruis de goede antwoorden aan.  Voetgangers  Bromfietsers  Langzaam rijdende auto’s  Tegemoetkomende fietsers  Skaters

12

Zie foto D

Smombie praat met Max en Leo over het nieuwe bord bij hen in de wijk. Wie heeft gelijk?

22 23

Houdt Damian zich aan de verkeersregels?  Nee, hij moet gebruikmaken van het fietspad.  Ja, hij mag kiezen of hij gebruikmaakt van het fietspad of niet.  Nee, hij fietst in het vak om rechts af te slaan, maar hij steekt zijn hand niet uit.  Ja, hij rijdt aan de rechterkant van de weg.

C

Damian

Max

Dit bord betekent dat andere bestuurders wel hier mogen rijden, maar dat ze extra goed moeten opletten op fietsers. Ze moeten daarom langzaam rijden.

Smombie

Op dit pad mogen alleen maar fietsers komen. Het is gewoon een fietspad. Dat kun je ook zien aan de rode kleur van de straat.

Leo

Dit bord betekent dat fietsers achter elkaar moeten rijden, omdat de auto’s (die als ‘gast’ naar de huizen gaan) anders te weinig ruimte hebben.

7

SVE_2021_Oefeningendeel_def.indd 7

11-03-20 11:20


Oefening 3 Een lekke band Het is dinsdagmiddag. Thijs zou samen met zijn klasgenoot Douwe naar het dierenasiel gaan. Maar de fiets van Douwe heeft een lekke band. Hij moet daarom lopen. Thijs fietst alvast vooruit. Wel ongezellig.

1

A

Zie foto A

14

Douwe loopt hier met zijn fiets aan de hand. Loopt hij op de goede plek?  Ja, zo ziet hij het verkeer goed aankomen.  Ja, als er geen voetpad is, moet je rechts van de weg lopen. Nee, hij moet op de stoep aan de overkant gaan  lopen. Nee, zo ziet hij het verkeer niet goed aankomen. 

2

13 14

Welke uitspraken zijn juist?  Als je op straat speelt, moeten andere weggebruikers je daarvoor de ruimte bieden. Bij een bushalte mogen voetgangers wachtende  mensen niet hinderen. Als je met de fiets aan de hand loopt, ben je een  fietser. Een groep kinderen op de hoek van de straat kan het  uitzicht belemmeren. Dat is gevaarlijk.

3

15

Waarom moet je als fietser buiten de bebouwde kom extra goed opletten?  Buiten de bebouwde kom mogen auto’s sneller rijden.  Buiten de bebouwde kom moet je een bus die vertrekt voorrang geven. Buiten de bebouwde kom rijden bromfietsers vaak  op de rijbaan, niet op het fietspad. Onderweg naar het dierenasiel moet Thijs een stukje over een erf fietsen. Hij ziet kinderen spelen.

4 Douwe

Zie foto B

57

Welke uitspraak is waar?  Thijs moet de spelende kinderen de ruimte geven.  De spelende kinderen moeten Thijs de ruimte geven. Thijs mag hier niet fietsen.   De kinderen mogen hier niet spelen.

Thijs

B 5

59

Hieronder staan vier uitspraken. Eén uitspraak is waar. Welke?  Verkeer op een onverharde weg moet voorrang geven aan alle verkeer op een verharde weg. Bestuurders op een onverharde weg moeten alleen  voorrang geven aan bestuurders van rechts op de verharde weg.  Bestuurders op een onverharde weg moeten voorrang geven aan alle bestuurders op de verharde weg. Bestuurders op een onverharde weg moeten  voorrang geven aan voetgangers op de verharde weg.

8

SVE_2021_Oefeningendeel_def.indd 8

11-03-20 11:20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Schoolverkeersexamen theorie oefeningenboek 2020 - 2021 by ThiemeMeulenhoff - Issuu