Skip to main content

Samengevat_Bedrijfseconomie_vwo_9789006771732

Page 1


Slim leren, zeker slagen

Wil jij slim leren, zeker slagen?

Examenbundel

Oefen met echte examenopgaven per onderwerp en met complete examens. In het boek en online.

Oefenen, oefenen, oefenen

Uitleg b� de antwoorden

Oriëntatietoets geeft aan hoe je ervoor staat

Examenidioom

Speciaal voor de examens Duits, Engels en Frans.

Een grote woordenschat zorgt voor beter tekstbegrip

Duidel�ke voorbeeldzinnen

Ook voor de schoolexamens

Samengevat

De perfecte samenvatting om je voor te bereiden op je examen.

Zo leer je precies wat je moet weten.

Complete examenstof

R�tjes en definities

Geen lappen tekst

Zeker Slagen!

Zo leer je efficiënter leren.

Je leert hoe je moet leren

Hulp b� plannen

Je kr�gt zelfinzicht en zelfvertrouwen

vwo

www.samengevat.nl

Bedrijfseconomie, ondernemerschap en financiële zelfredzaamheid drs. A. Maurer drs. J. Stevens

Gratis oefenen en allebelangrijkeexameninfo

Colofon

Redactie

Timon Meynen, Enschede

Vormgeving

Criterium, Arnhem

Opmaak

Crius Group, Hulshout (België)

Omslagfoto

Unsplash, Dylan Ferreira

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is een educatieve uitgeverij die zich inzet voor het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. De mensen van ThiemeMeulenhoff zijn er voor onderwijsprofessionals - met ervaring, expertise en doeltreffende leermiddelen. Ontwikkeld in doorlopende samenwerking met de mensen in het onderwijs om samen het onderwijs nog beter te maken.

We ontwikkelen lesmethodes die goed te combineren zijn met andere leermiddelen, naar eigen inzicht aan te passen en bewezen effectief zijn. En natuurlijk worden al onze lesmethodes zo duurzaam mogelijk geproduceerd.

Zo bouwen we samen met de mensen in het onderwijs aan een mooie toekomst voor de volgende generatie.

Samen leren vernieuwen.

www.thiememeulenhoff.nl

ISBN 978 90 06 77173 2 Editie 1, druk 3, oplage 1, 2026

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2026

Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining, AI-training en vergelijkbare technologieën niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.

ClimatePartner certified product climate-id.com/YI43H3

CO2 measure reduce contribute

Voorwoord

Beste examenkandidaat,

Voor je ligt de geheel vernieuwde Samengevat, aangepast aan de exameneisen die met ingang van het centraal examen 2027 van kracht zijn.

In dit boek vind je de leerstof en de vaardigheden voor het centraal examen vwo bedrijfseconomie kort en systematisch weergegeven.

Deze samenvatting stelt je in staat om in korte tijd grote hoeveelheden stof te herhalen en te overzien. Hoofd- en bijzaken worden onderscheiden, waardoor je inzicht krijgt in de grote lijn van de stof en in de samenhang tussen de verschillende onderwerpen.

Met Samengevat bereid je je zelfstandig voor op het examen. Gecombineerd met de Examenbundel vwo bedrijfseconomie vormt deze Samengevat de beste voorbereiding op je examen. De theorie vind je in Samengevat en je oefent met de opgaven uit de Examenbundel !

Samengevat en Examenbundel zijn naast elke methode te gebruiken.

Heb je opmerkingen? Meld het ons via vo@thiememeulenhoff.nl.

Amersfoort, juli 2026

opmerking

Hoewel dit boekje met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kunnen auteur en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor aanwijzingen naar aanleiding van publicaties van de overheid betreffende specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens het examen mag gebruiken, duur en datum van je examen et cetera.

Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.

Hoe werk je met dit boek?

Samengevat laat je in beknopte vorm zien wat belangrijk is bij Bedrijfseconomie. Je krijgt antwoord op de volgende vragen over de theorie:

• welke begrippen moet je kennen?

• wat betekenen deze begrippen?

• wordt het begrip in een formule weergegeven?

• waarin verschilt het ene begrip van het andere begrip?

• welke samenhang er is tussen de begrippen?

• welke opgaven moet je kunnen maken?

Sommige begrippen hebben een voorbeeldopgave met uitwerking. Een voorbeeld:

enkelvoudige interest, samengestelde interest begrippen begrip omschrijving interest vergoeding over het vermogen

enkelvoudige interest interest alleen berekenen over het beginkapitaal samengestelde interest interest berekenen over beginkapitaal + gekweekte interest (‘interest over interest’)

enkelvoudige interest en samengestelde interest verschillen

enkelvoudige interest

samengestelde interest interest elke periode berekenen over: beginkapitaal interest berekenen over: beginkapitaal + interest

eindwaarde stijgt lineair: elke periode met hetzelfde bedrag

eindwaarde stijgt exponentieel: elke periode met een groter bedrag

enkelvoudige interest: lineaire lening voorbeeldopgave

Een onderneming sluit op 1 januari 2026 een lening af van € 200.000 tegen 6% per jaar.

De lening wordt in 10 jaar afgelost met gelijke bedragen per jaar.

De eerste aflossing is op 31 december 2026.

De interest wordt elk halfjaar achteraf betaald op 30 juni en 31 december.

a. Bereken de interest die op 30 juni 2026 betaald wordt.

b. Bereken de jaarlijkse aflossing.

c. Bereken het totale bedrag dat betaald wordt aan aflossing en interest op 31 december 2029.

a. Interest = K × P × T = € 200.000 × 0,06 × 6 12 = € 6.000

b. Aflossing = € 200.000 10 jaar = € 20.000

c. Aflossing: € 20.000

Interest = (€ 200.000 ‒ 3 × € 20.000) × 0,06 × 6 12 = € 4.200 + Totaal aflossing en interest: € 24.200

Toelichting: op 1 januari 2029 is er drie keer afgelost: 2026, 2027, 2028.

Inhoud

Voorwoord

Hoe werk je met dit boek?

Domein A: Vaardigheden 6

Domein B: Van persoon naar rechtspersoon 21

Domein C: Interne organisatie en personeelsbeleid 76

Domein D: Investeren en financieren

Domein E: Marketing

Domein F: Financieel beleid, voorcalculatie

Domein A Vaardigheden

Het vak Bedrijfseconomie kent drie groepen vaardigheden:

1. informatievaardigheden;

2. onderzoeksvaardigheden;

3. rekenvaardigheden en grafische vaardigheden.

Bij informatie- en onderzoeksvaardigheden gaat het vooral om het stellen van de juiste vragen en de beantwoording daarvan.

informatievaardigheden

Informatievragen zijn:

• selectievragen

• begripsvragen

• bewerkingsvragen

• aanvaardbaarheidsvragen

soort informatievraag toelichting

selectievraag welke informatie is nodig en bruikbaar?

begripsvraag wat is de betekenis van een begrip?

bewerkingsvraag welke berekeningen etc. kun je met de informatie maken aanvaardbaarheidsvraag

• is de informatie betrouwbaar, dus juist en waar?

• is de informatie representatief, dus kun je betrouwbare conclusies trekken?

informatievragen voorbeeld

soort vraag voorbeeld

selectievraag welke gegevens staan op een balans en welke niet?

• omzet

• hypothecaire lening

• voorraad goederen

• afschrijvingskosten

begripsvraag wat is een balans?

bewerkingsvraag hoe kun je met de balansgegevens het eigen vermogen berekenen?

aanvaardbaarheidsvraag in welke gevallen is de quick ratio een betere maatstaf voor de liquiditeit dan de current ratio?

onderzoeksvaardigheden onderzoeksvragen opstellen en beantwoorden

soort onderzoeksvraag

probleemstellingsvraag

werkplanvragen

standpunt bepalen

• argumentenvragen

• standpuntvragen

• afwegingsvragen

conclusievragen

toelichting

welke hoofdvraag wil je beantwoorden?

welke deelvragen levert de probleemstellingsvraag op:

• wat zijn hoofdzaken en wat bijzaken?

• wat is oorzaak en wat is gevolg?

• wat zijn feiten en wat zijn meningen?

een standpunt vraagt om afwegingen:

• argumentenvragen: wat zijn voor- en tegenargumenten?

• standpuntvragen: welke argumenten zijn voor of tegen een standpunt?

• afwegingsvragen: wat is je eigen mening, gezien de argumenten?

welke conclusies trek je uit het onderzoek?

onderzoeksvragen: standpunt bepalen

In een krantenartikel staat de volgende kop: ‘Salaris topman Jansen bij BB- bank stijgt 50%.’ In het artikel staat onder andere dat de verhoging nodig en verantwoord is, omdat Jansen te weinig verdiende in vergelijking met zijn Europese collega’s.

soort vraag

argumentenvragen

standpuntvragen

afwegingsvraag

voorbeeld

• wat zijn argumenten voor de salarisverhoging?

• wat zijn argumenten tegen de salarisverhoging?

• wat pleit voor een bepaald standpunt?

• wat pleit tegen een bepaald standpunt*?

is de salarisverhoging, ook maatschappelijk gezien, redelijk goed te verantwoorden?

* Bijvoorbeeld: is een gekozen standpunt juridisch toelaatbaar?

werken met informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Onderdelen van het informatie- en communicatieproces zijn:

onderdeel voorbeeld

verzamelen, ordenen van informatie

informatie in spreadsheetdocument opnemen, via een browser informatie verzamelen, AI

informatie presenteren PowerPoint, video, Word-document werken met internet e-mailen, videobellen

spreadsheetprogramma’s voordelen nadelen

snelle berekeningen ontwerpen model kan veel tijd kosten

snelle herberekening bij nieuwe gegevens controle op fouten kan veel tijd kosten

snel overzichten beschikbaar

spreadsheetprogramma voorbeeldopgave

Handelsonderneming Azul bv handelt uitsluitend in één product. Zij wil een werkblad in een spreadsheetprogramma maken om zo te berekenen hoe groot de breakevenafzet is. Dit zijn de invoergegevens:

• verkoopprijs per product: € 80

• inkoopprijs per product: € 40

• variabele bedrijfskosten per product: € 10

• totale constante per maand: € 420.000

Bepaal de formule voor de cellen D6 (dekkingsbijdrage per product) en D9 (break-evenafzet) in onderstaand werkblad.

9 break-evenafzet

D6 = verkoopprijs per product ‒ variabele kosten per product = D3 ‒ D4 ‒ D5

D9 = totale constante kosten / dekkingsbijdrage per product = D8/D6

informatie ‘vertalen’ voorbeeldopgave

Een fabrikant van ijsjes produceert grote ijsjes (G) en kleine ijsjes (K).

De verkoop is in 2025 als volgt over de vier kwartalen verdeeld:

G: 800, 1.200, 2.000, 1.500; K: 600, 1.000, 1.600, 1.200

‘Vertaal’ deze gegevens over de verkoop in:

• een tabel,

• een lijndiagram en

• een staafdiagram.

lijndiagram staafdiagram

aantal ijsjes x 1.000

volgorde bij berekeningen welke berekening doe je eerst?

Bij het maken van berekeningen is er een vaste, dwingende volgorde.

Hieronder staat die dwingende volgorde.

1. wat tussen haakjes staat

2. machtsverheffen

3. worteltrekken

4. vermenigvuldigen

5. delen

6. optellen

7. aftrekken

volgorde bij berekeningen voorbeelden

soort berekening voorbeeld

Haakjes: eerst uitrekenen wat tussen ( ) staat (1,02 × 4) × 6 = 4,08 × 6 = 24,48

Machtsverheffen 23 = 2^3 = 8

Worteltrekken

Vermenigvuldigen

Delen

Optellen

Aftrekken

√9 = 3

5 × 12 = 60

8 : 4 = 2 of 8 4 = 2

6 + 3 = 9

9 ‒ 4 = 5

Samen vormen de eerste letters van de zeven berekeningen een ezelsbruggetje:

H, M, W, V, D, O, A = Hoe Moeten Wij Van Die Onvoldoendes Afkomen?

volgorde bij berekeningen voorbeeldopgave

Bereken de antwoorden en geef de volgorde van de berekeningen aan. opgave

2 × 32 = 2 × 9 = 18

30 ‒ 2 × 5 = 30 ‒ 10 = 20

(30 ‒ 2) × 5 = 28 × 5 =140

500 × (1 + 0,04)6 = 500 × 1,046 = 500 × 1,265319018 = 632,66

632,66

(1 + 0,04)6 = 632,66 1,046 = 632,66 1,265319018 = 500

• machtsverheffen

• vermenigvuldigen

• vermenigvuldigen

• aftrekken

• tussen haakjes

• vermenigvuldigen

• tussen haakjes

• machtsverheffen

• vermenigvuldigen

• tussen haakjes

• machtsverheffen

• delen

procent, percentage, perunage, procentpunt

De dekkingsbijdrage van Feliz bv is in 2024 40% van de omzet en in 2025 45%.

begrip

procent = per 100 (%)

toelichting

1% = 1 100 en 40% = 40 100

percentage = aantal procenten 40

perunage = percentage 100 40 100 = 0,40

procentpunt = verschil van twee percentages stijging dekkingsbijdrage in procentpunten = 45 ‒ 40 = 5

procenten voorbeeldopgave

Het resultaat (de winst) van Stappengoor bv over 2025 bedraagt € 300.000.

De tarieven voor de vennootschapsbelasting zijn in 2025:

resultaat (winst) tarief

0 tot en met € 200.000 19,0%

> € 200.000 25,8%

Bereken de vennootschapsbelasting over 2025.

Vennootschapsbelasting = 0,19 × € 200.000 + 0,258 × (€ 300.000 ‒ € 200.000) = € 63.800

perunage voorbeeldopgave

De totale constante kosten van Feliz bv zijn € 120.000 per jaar.

De dekkingsbijdrage van Feliz bv is in 2024 40% van de omzet.

Bereken de breakeven-omzet voor Feliz in 2024.

Break-evenomzet = totale constante kosten dekkingsbijdrage in een perunage = € 120.000 0,40 = € 300.000

procenten en procentpunten voorbeeldopgave

Het marktaandeel van Buenos bv stijgt van 23% (2025) naar 30% (2026).

a. Bereken met hoeveel procentpunten het marktaandeel is gestegen.

b. Bereken met hoeveel procent het marktaandeel is gestegen.

a. Marktaandeel stijgt met: 30 ‒ 23 = 7 procentpunten.

b. In procenten: 30% ‒ 23% 23% × 100% = 30,4%

promille voorbeeld

Een partij goederen is verzekerd voor € 80.000. De verzekeringspremie is 4‰.

Verzekeringspremie = 0,004 × € 80.000 = € 320

breuk, teller, noemer, teller- en noemereffecten

begrip

omschrijving, toelichting

breuk je deelt een getal (a) door een ander getal (b) breuk = a b

teller getal boven de deelstreep  a noemer getal onder de deelstreep  b tellereffect verandering van de breuk omdat de teller verandert noemereffect verandering van de breuk omdat de noemer verandert teller- en noemereffect verandering van de breuk omdat teller én noemer beide veranderen

current ratio: teller- en noemereffect voorbeeldopgave

Een klant koopt bij leverancier Gusto bv contant goederen voor € 12.000. De inkoopprijs van deze goederen is € 8.000.

Leg uit of de current ratio van Gusto verbetert, verslechtert of gelijk blijft.

Current ratio = vlottende activa kort vreemd vermogen

• Tellereffect. De liquide middelen nemen met € 12.000 toe. De voorraad goederen neemt met € 8.000 af. De teller stijgt.

• Noemereffect. Het kort vreemd vermogen blijft gelijk.

• Conclusie: de current ratio stijgt.

In (examen)opgaven kan de teller veranderen en de noemer gelijk blijven, of omgekeerd. Geef dan in het antwoord altijd aan dat de noemer of de teller gelijk blijft. Dit voorkomt puntenverlies.

verhoudingstabel of kruistabel voorbeeldopgave

Maak de volgende berekeningen met behulp van een verhoudingstabel.

a. Bereken hoeveel procent € 224 van € 700 is.

b. Tijmen geeft 98% van zijn maandelijkse zakgeld uit en heeft nog € 4 over.

Bereken hoeveel zakgeld Tijmen maandelijks heeft.

a. € 700 | € 224 100% | ?  1% van € 700 = € 7  € 224 € 7 × 1% = 32%

b. ? |€ 4 100% | 2%  1% = € 4 2 = € 2  100% = 100 × € 2 = € 200

procentberekeningen bij bedrijfseconomie

• procentuele veranderingen met hoeveel procent verandert getal a?

• hoeveel procent van hoeveel procent is getal b van getal a?

• hoeveel procent meer dan hoeveel procent is getal a meer dan getal b?

• hoeveel procent minder dan hoeveel procent is getal b minder dan getal a?

• btw en procenten

procentuele veranderingen

Dit type procentberekening wordt gebruikt als iets toe- of afneemt. Hierbij geldt:

procentuele verandering = nieuw ‒ oud oud × 100%

procentuele verandering voorbeeldopgave

Van Topper bv zijn de volgende gegevens van de omzet en het totale resultaat bekend. In beide jaren blijft de verkoopprijs gelijk en zijn de variabele kosten proportioneel variabel.

jaar omzet resultaat

2024

2025

€ 6.000.000

€ 5.800.000

€ 380.000

Bereken met hoeveel procent de omzet in 2025 daalt ten opzichte van 2024.

Procentuele afname = € 5.800.000 ‒ € 6.000.000

€ 6.000.000 × 100% = 3,3%

procenten ‘van’ en ‘dan’ voorbeeldopgave, zie bovenstaande tabel

a. Hoeveel procent is het resultaat in 2024 van de omzet in 2024?

b. Hoeveel procent is het resultaat in 2025 minder dan het resultaat in 2024?

c. Hoeveel procent is de omzet in 2024 meer dan de omzet in 2025?

Bereken de antwoorden van a, b en c.

a. € 420.000

€ 6.000.000 × 100% = 7%  ‘van’ is € 6.000.000

b. € 380.000 ‒ € 420.000

€ 420.000 × 100% = 9,5%  ‘dan’ is € 420.000

c. € 6.000.00 ‒ € 5.800.000

€ 5.800.000 × 100% = 3,4%  ‘dan’ is € 5.800.000

De getallen na (achter) ‘van’ en ‘dan’ zijn altijd 100%.

Deze getallen staan in de noemer.

btw en procenten

De winkelprijs van een kledingstuk kan als volgt zijn samengesteld:

Inkoopprijs:

Bedrijfskosten: €

Totale kosten:

Resultaat- (winst-) marge: € ……….. +

Verkoopprijs exclusief btw: € ………..

Btw: € +

Verkoopprijs inclusief btw: € .……….

winkelprijs en btw voorbeeldopgave

Marina koopt in een winkel een nieuwe trui voor € 96,80, inclusief 21% btw.

a. Bereken de winkelprijs van de trui exclusief btw.

b. Bereken hoeveel btw in euro’s Marina betaalt.

a. Winkelprijs exclusief btw: € ……… = 100%

Btw € …...... = 21%

Winkelprijs inclusief btw € 96,80 = 121%

Winkelprijs exclusief btw = € 96,80 121 × 100 = € 80

b. Btw = € 96,80 121 × 21 = € 16,80

positieve en negatieve getallen

Bij bedrijfseconomie heb je te maken met voordelige en nadelige resultaten.

Een voordelig resultaat is een positief getal (+).

Een nadelig resultaat een is een negatief getal (‒ of ‒/‒).

Bijvoorbeeld: totale resultaat = bedrijfsresultaat + financieringsresultaat

Bedrijfsresultaat: € 230.000 voordelig (+)

Financieringsresultaat: €    50.000 nadelig (‒ of ‒/‒) + Totale resultaat: € 180.000 voordelig (+)

positieve en negatieve getallen voorbeeldopgave Het resultaat van een nv herstelt zich in het eerste halfjaar van 2026 ten opzichte van dezelfde periode in 2025. In het derde kwartaal van 2026 zet dit herstel zich door. Bereken deze verbetering in het derde kwartaal van 2026 ten opzichte van het derde kwartaal van 2025.

(× € 1 miljoen)

totale resultaat kwartaal 1 en 2

totale resultaat kwartaal 1 t/m 3

2025 ‒/‒ € 2.971 ‒/‒ € 3.164

2026 ‒/‒ € 228 +  €  232

Resultaat kwartaal 3 = resultaat kwartaal 1 t/m 3 ‒ resultaat kwartaal 1 t/m 2

• 2025 kwartaal 3 van ‒/‒ € 2.971 naar ‒/‒ € 3.164 = ‒/‒ € 193 miljoen

• 2026 kwartaal 3 van ‒/‒228 naar + € 232 = + €  460 miljoen + Verbetering resultaat = € 193 + € 460 = + €  653 miljoen

eerstegraadsvergelijking y = ax + b kenmerk toelichting

algemene vorm y = ax + b

verband tussen de variabelen lineair (geen machten zoals bijvoorbeeld x2) grafiek rechte lijn

variabelen x en y kunnen verschillende waarden hebben

x = onafhankelijke variabele bijvoorbeeld aantal verkochte producten

y = afhankelijke variabele bijvoorbeeld totale kosten

a = hellingshoek getal waarmee y toe- of afneemt als x met 1 toeneemt

b = startgetal snijpunt met de x-as of de y-as

opbrengsten, kosten, resultaat

begrip en afkorting vergelijking (formule) omzet = TO

TO = afzet × verkoopprijs per product = q × p

totale variabele kosten = TVK TVK = afzet × variabele kosten per stuk = q × v

totale constante kosten = TCK TCK = vast bedrag per periode

totale kosten = TK

TK = TVK + TCK = q × v + TCK

totale dekkingsbijdrage = TDB TDB = TO ‒ TVK = q × p ‒ q × v = q × (p ‒ v)

totale resultaat = TR (of TW) TR = TO ‒ TK = q × p ‒ (q × v + TCK)

eerstegraadsvergelijkingen voorbeeldopgave

Van een massaproduct zijn de volgende gegevens verzameld:

• De totale kosten bestaan uit constante kosten en proportioneel variabele kosten.

• De constante kosten, de variabele kosten per product en de verkoopprijs zijn in de genoemde jaren niet gewijzigd.

a. Bereken de variabele kosten per product, de verkoopprijs per product en de totale constante kosten per jaar.

b. Geef de vergelijkingen van:

• de totale opbrengsten (TO)

• de totale kosten (TK)

• de totale dekkingsbijdrage (TDB)

• het totale resultaat (TR)

c. Teken TO, TK, TDB en TR in een grafiek.

a. Variabele kosten per stuk = € 2.140.000 ‒ € 2.110.000 90.000 ‒ 85.000 = € 6

Verkoopprijs per stuk = € 850.000 85.000 = € 10

Totale constante kosten = TK ‒ TVK

b.

• TO = 10q

• TK = TVK + TCK = 6q + 1.600.000

• TDB = (p ‒ v) × q = 10q ‒ 6q = 4q

• TR = 10q ‒ (6q + 1.600.000) = 4q ‒ 1.600.000

c. TDB TCK euro's × 1.000 – 1.600 + 1.600 400 afzet × 1.000

dekkingsbijdrage, totale constante kosten voorbeeldopgave Van het product Tamar is de break-evenafzet grafisch weergegeven.

3.600.000

150.000 afzet

De variabele kosten per product bestaan uit:

• inkoopprijs: € 96

• overige variabele kosten: 40% van de verkoopprijs per product

a. Bereken de verkoopprijs* per product.

b. Bereken de variabele kosten per product.

c. Bereken de break-evenomzet.

d. Bereken het totale resultaat bij een verwachte afzet van 200.000 producten.

* verkoopprijs = p

a. De break-evenafzet ligt bij 150.000 stuks; dan geldt: TDB = TCK

Totale dekkingsbijdrage = afzet × (p ‒ variabele kosten per product)

€ 3.600.000 = 150.000 × (p ‒ € 96 ‒ 0,40 × p)

€ 3.600.000 = 90.000 × p ‒ € 14.400.000 p = verkoopprijs = € 200 per product

b. Variabele kosten per product = € 96 + 0,40 × € 200 = € 176

c. Break-evenomzet = break-evenafzet × verkoopprijs = 150.000 × € 200 = € 30.000.000

d. Totale resultaat = omzet ‒ totale kosten = 200.000 × € 200 ‒ (€ 3.600.000 + 200.000 × € 176) = € 1.200.000 voordelig

indexcijfers begrippen

begrip

indexcijfer

omschrijving

• een indexcijfer is een verhoudingsgetal

• hoe is iets veranderd ten opzichte van het basisjaar basis basis = 100, waarneming die het uitgangspunt is basisjaar jaar waarin de basiswaarneming voorkomt basis verleggen waarneming in een ander jaar geldt als basis = 100

indexcijfer berekenen (verkoopprijs) indexcijfer verkoopprijs jaar t = verkoopprijs jaar t verkoopprijs basisjaar × 100

indexcijfers voorbeeldopgave

jaar verkoopprijs in euro’s

indexcijfer verkoopprijs (2023 = 100)

2025 € 30 120 2026 € 31 …

a. Bereken de verkoopprijs in euro’s in het basisjaar 2023.

b. Bereken het indexcijfer van de verkoopprijs in 2026.

c. Bereken het indexcijfer van de verkoopprijs als 2025 het basisjaar is.

a. Verkoopprijs 2023 in euro’s = € 30 120 × 100 = € 25

Toelichting: in de kruistabel correspondeert € 30 met 120.

b. Indexcijfer verkoopprijs 2026 = € 31 € 25 × 100 = 124 (of: € 31 € 30 × 120 = 124)

c. Indexcijfer verkoopprijs 2026 = € 31 € 30 × 100 = 103,33

rekenen met perioden

• 1 jaar = 365 dagen (soms in opgaven: 1 jaar = 360 dagen)

• 1 jaar = 52 weken

• 1 jaar = 12 maanden

• 1 jaar = 4 kwartalen

• 1 kwartaal = 1 4 jaar = 3 maanden en ook: 1 4 jaar = 52 4 = 13 weken

Let erop dat 1 maand niet gelijk is aan 4 weken. Als dat wel zo zou zijn, dan zouden er maar 12 × 4 = 48 weken in een jaar zitten (en niet 52).

perioden voorbeeldopgave

Het resultaat van onderneming Buruma wordt gelijkmatig over het jaar behaald.

Het resultaat bedraagt € 1.570 per week.

Bereken het resultaat per maand.

Resultaat per maand = 52 × € 1.570 12 = € 6.803,33 (dus niet 4 weken × € 1.570)

gemiddelden berekeningen

• ongewogen gemiddelde

• tel alle getallen op

• deel het resultaat door het aantal getallen

• gewogen gemiddelde

• tel alle getallen × hun eigen gewicht op

• deel het resultaat door de som van de gewichten

gemiddelden voorbeeldopgave

Onderneming Casa bv heeft een 4% hypothecaire lening van € 100.000 en een 3,5% hypothecaire lening van € 300.000.

a. Bereken het ongewogen gemiddelde interestpercentage van de hypothecaire leningen.

b. Bereken het gewogen gemiddelde interestpercentage van de hypothecaire leningen.

a. Ongewogen gemiddelde = 4% + 3,5& 2 = 3,75%

b. Gewogen gemiddelde = 4% × € 100.000 + 3,5% × € 300.000 € 100.000 + € 300.000 = 3,625%

diagram grafische weergave (‘plaatje’) van het verband tussen twee grootheden.

Bedrijfseconomie kent de volgende soorten diagrammen:

• staafdiagram

• samengesteld staafdiagram

• lijndiagram

• cirkeldiagram

staafdiagram

Omzetbijdrage filialen

Utrecht
Rotterdam Nijmegen
Den Haag Eindhoven

samengesteld staafdiagram

lijndiagram cirkeldiagram

Jacobs

Tom Lars Bart
Peacock
Leverling
Callahan

Domein B: Van persoon naar rechtspersoon

keuze van een opleiding

Het volgen van een opleiding is een investering in jezelf. Een investering in menselijk kapitaal. De keuze van een opleiding hangt onder andere af van de hierna genoemde factoren.

factoren bij kiezen opleiding toelichting

aanleg (talent)

kosten opleiding

persoonlijke opbrengsten opleiding

ben je goed in de exacte vakken of in talen?

• college- of cursusgeld

• studieboeken

• kamerhuur

• gemiste inkomsten (je kunt niet fulltime werken)

• meer kansen op de arbeidsmarkt

• hogere beloning na je studie maatschappelijke opbrengsten opleiding

• hogere productiviteit van de beroepsbevolking

• hogere belastinginkomsten

verzekeren begrippen

• verzekeren het bij een verzekeraar afdekken van financiële risico’s als gevolg van een onzekere gebeurtenis of situatie.

• verzekerde (begunstigde): ontvangt de uitkering.

• verzekeraar: verzekeringsmaatschappij.

verzekeringen begrippen

begrippen toelichting

verzekeringsovereenkomst of -polis regelt de voorwaarden van een verzekering premiebetaling premie = vergoeding voor het verzekerd zijn uitkering uitkering kan één bedrag zijn of een reeks bedragen

onzekerheid (belangrijkste kenmerk)

onzekerheid kan slaan op:

• wanneer wordt er uitgekeerd, welk bedrag wordt uitgekeerd

• duur van de uitkering

verzekeren: voor- en nadelen voor verzekerde

voordelen nadelen

verzekeren kan goedkoper zijn dan zelf de schade (kosten) betalen

premie kan hoog zijn in verhouding tot het risico

verzekerd zijn geeft een veiliger gevoel mogelijk conflict over de hoogte van de schade of uitkering

verzekeren is een vorm van onderlinge solidariteit

onzorgvuldig handelen (moreel wangedrag) kan betekenen dat de verzekeringsmaatschappij de verzekering stopzet

schadeverzekeringen en levensverzekeringen

• schadeverzekering dekt de nadelige financiële gevolgen van schade.

• levensverzekering keert bedrag uit bij leven op een afgesproken moment of bij overlijden van een persoon.

schadeverzekering en levensverzekering verschillen

schadeverzekering levensverzekering heeft betrekking op objecten, soms op personen heeft betrekking op personen uitkering = schade, vermogensverlies uitkering = afgesproken bedrag(en)

schadeverzekering voorbeelden

soort schadeverzekering toelichting reisverzekering dekt schade opgelopen tijdens een reis inboedelverzekering dekt schade aan goederen in huis, zoals meubels opstalverzekering dekt schade aan de woning (opstal), bijvoorbeeld door brand en storm; deze verzekering is verplicht voor een woning waar een hypotheek op rust aansprakelijkheidsverzekering dekt de schade die bijvoorbeeld kinderen bij derden veroorzaken en waarvoor hun ouders aansprakelijk zijn bedrijfsschadeverzekering dekt de schade als een bedrijf stilligt en inkomsten mist, bijvoorbeeld door brand

rechtsbijstandsverzekering dekt kosten voor juridische hulp en proceskosten zorgverzekering dekt gemaakte ziektekosten

levensverzekering voorbeelden soort levensverzekering toelichting

overlijdensverzekering uitkering aan nabestaanden als de verzekerde overlijdt overlijdensrisicoverzekering uitkering aan nabestaanden als de verzekerde een hypothecaire lening heeft

lijfrenteverzekering jaarlijkse uitkering aan verzekerde, al of niet levenslang levensverzekering

• uitkering bij in leven zijn van verzekerde op een bepaald moment, of

• uitkering bij overlijden van verzekerde

overlijdensrisicoverzekering

Deze verzekering wordt vaak afgesloten bij het aangaan van een hypothecaire lening. Als de verzekerde overlijdt voordat de lening is afgelost, dan kan het voor de nabestaanden moeilijk zijn om de aflossing en interest te betalen. Een uitkering aan de nabestaanden maakt het mogelijk de hypotheekuitgaven te betalen.

verzekeringen voorbeeldopgave

Marjan heeft een tandartsverzekering en een opstalverzekering.

• Tandartsverzekering: de jaarlijkse verzekeringspremie is € 120. Een bezoek aan de tandarts kost € 480; de kans op een bezoek is 20% (= eens per 5 jaar).

• Opstalverzekering. Jaarlijkse premie 1,3 promille. Verzekerde waarde van de woning: € 340.000.

a. Bereken wat voordeliger is: de tandartsverzekering of de tandartskosten zelf betalen.

b. Bereken de jaarlijkse premie van de opstalverzekering in euro’s.

c. Is er bij een aansprakelijkheidsverzekering sprake van een schadeverzekering of van een levensverzekering? Licht het antwoord toe.

a. Zelf betalen kost: 0,20 × € 480 = € 96; dat is minder dan de verzekeringspremie: € 120.

b. Jaarlijkse premie = 0,0013 × € 340.000 = € 442

c. Een schadeverzekering, omdat de aansprakelijkheidsverzekering is bedoeld voor de opvang van schade die aan anderen is aangericht.

hypothecaire lening begrippen

• hypothecaire lening: lening met onroerend goed als onderpand (zekerheid)

• soorten hypothecaire lening

• lineaire lening

• annuïteitenlening

• onroerend goed: bijvoorbeeld een woonhuis, een bedrijfspand

• bijkomende kosten naast de interestkosten van de hypothecaire lening

• notariskosten

• taxatiekosten

• kosten hypotheekadviseur

• recht van hypotheek = recht van de geldgever dat die het onroerend goed mag verkopen als de geldnemer niet aan diens verplichtingen voldoet

hypotheekgever, hypotheeknemer

Linda Miedema koopt een woning. Voor deze aankoop sluit ze een hypothecaire lening af bij de A-bank. De bank krijgt het recht van hypotheek van Linda.

Wie is wat?

• Linda Miedema = geldnemer = hypotheekgever

• A-bank = geldgever = hypotheeknemer

WOONHUIS BANK

geldnemer = hypotheekgever

aflossing + interest recht van hypotheek

hypothecaire lening

geldgever = hypotheeknemer

lineaire en annuïteitenhypotheek kenmerken

• lineaire lening = lening waarbij elke periode een gelijk bedrag wordt afgelost

• annuïteitenlening = lening waarbij in elke periode interest + aflossing een gelijk bedrag is

lineaire lening annuïteitenlening

aflossing per periode gelijk bedrag aflossing + bruto interest = gelijk bedrag per periode = annuïteit bruto interest per periode daalt lineair (rechtlijnig)

schuld daalt lineair (rechtlijnig) daalt versneld, omdat aflossing elke volgende periode stijgt

hypothecaire lening en belastingvoordeel

De betaalde interest op een hypothecaire lening geeft een belastingvoordeel.

Je mag de betaalde interest aftrekken van je belastbaar inkomen. En een lager belastbaar inkomen betekent dat je minder inkomstenbelasting betaalt.

• Bruto interestbedrag = betaalde interest

• Belastingvoordeel = belastingpercentage × betaalde interest

• Netto interestbedrag = bruto interestbedrag ‒ belastingvoordeel

• Bruto maanduitgaven = betaalde interest + aflossing

• Netto maanduitgaven = betaalde interest + aflossing ‒ belastingvoordeel

lineaire hypothecaire lening voorbeeldopgave

Een 6% lineaire hypothecaire lening bedraagt € 200.000; de looptijd is 20 jaar.

Elk jaar wordt een gelijk bedrag afgelost op 31 december.

De interest wordt elk jaar achteraf betaald op 31 december.

Het belastingvoordeel is 40% van de betaalde interest.

a. Bereken welke bedragen aan afl ossing en bruto interest worden betaald in het eerste jaar.

b. Bereken welke bedragen aan afl ossing en bruto interest worden betaald in het derde jaar.

c. Bereken de netto maanduitgaven in het tweede jaar.

a. Aflossing = € 200.000 20 jaar = € 10.000

Interest eerste jaar= 0,06 × € 200.000 = € 12.000

b. Aflossing = € 10.000

Interest derde jaar = 0,06 × (€ 200.000 ‒ 2 × € 10.000) = € 10.800

c. Aflossing: € 10.000

Interest tweede jaar = 0,06 × (€ 200.000 ‒ 1 × € 10.000) = € 11.400 +

Bruto uitgaven tweede jaar: € 21.400

Belastingvoordeel = 0,40 × € 11.400 = € 4.560 ‒

Netto uitgave tweede jaar € 16.840

Per maand: € 16.840 12 = € 1.403,33

15 tot 25 testvragen

Slim leren, zeker slagen

Score per examenonderwerp

Gericht verder leren en oefenen

Gratis quickscan

Test snel je kennis

Wil je snel inzicht in wat je al beheerst van de examenstof en waar je nog aan moet werken? Maak per vak de gratis quickscan op examenbundel.nl/quickscan en check hoe je ervoor staat. Met handige verw�zingen naar de leerstof in je Samengevat!

#ikgazekerslagen

Ontdek Mijn Examenbundel

Ga nu naar m�nexamenbundel.nl en maak je account aan.

Je kr�gt dan gratis toegang tot jouw persoonl�ke dashboard met je examenrooster, oefenexamens, uitlegvideo’s, studietips en meer.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Samengevat_Bedrijfseconomie_vwo_9789006771732 by ThiemeMeulenhoff - Issuu