Rekenmeesters Werkboek
Rekenmeesters
Werkboek COLOFON Auteurs Lidy Groen, Ton van Houtert, Janneke Huizing, Marco Maas, Marcel de Reuver Binnenwerk: Aigu Ontwerpstudio, Dronten Ontwerp omslag: Eduardo Media Illustraties Ingrid ter Koele Opmaak PPMP Prepress, Wolvega
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 31472 4 Tweede druk, eerste oplage 2019 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2010 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Inhoud 1
Jasmijns uitnodiging
4
2 Verzamelaars
6
3 Schateiland
8
4 Boodschappen
10
Pijltjes gooien
12
5
6 Jarig
14
7
De troeteldieren van Mirthe
16
8
In het oerwoud
18
9
Aan het plein
20
10
Ruimtereis
22
11
Assepoester
24
12
Hutten bouwen
26
13
SuperDuko!
28
14 Waar gaan we spelen?
30
15
Pinguïns
32
16
In Spiegelland
34
17
Zwemles
36
18 De grote graver
38
19 Teken ’t maar
40
20
De opdracht
42
21
Het pretklokje
44
22 Een bijzondere reis
46
23
De boekenwurm
48
24
De wisseltruc
50
25
Beestenboel
52
26 Een levende piramide
54
Onderweg
56
28 Naar het strand
58
27
29
De kersenpit
60
30
Boerderijwerk
62
Hoe ver ben je?
64
1
Jasmijns uitnodiging 1 Jasmijn is bijna jarig. Wat staat er op haar uitnodiging?
Dit is Rekentaal. Bij elke letter hoort een getal. Welk? 70 = 68 + A
100 − 25 = J
70 − 48 = R
65 − 36 = B
K − 22 = 42
43 − 39 = S
17 + C = 51
L × 7 = 49
18 − T = 9
12 + 45 = D
24 + 76 = M
U + 9 = 71
E + 19 = 32
27 − N = 9
83 − 14 = V
65 − 29 = F
O + 74 = 94
W + 16 = 66
11 × 9 = G
3 × P = 30
30 + 29 = X
29 + 39 = H
61 + 19 = Q
60 − IJ = 44
65 − 59 = I
32 − 27 = Z
2
F − 36
Q − 80
V − 69
B − 29
G − 99
R − 22
W − 50
C − 34
H − 68
K−
64
N − 18
S−
4
X − 59
6
L−
7
O − 20
T−
9
IJ − 16
M − 100
P − 10
U − 62
A−
D − 57
I−
E − 13
J − 75
Z−
5
Heb je de code gekraakt? Kijk dan wat er in de uitnodiging staat. Maak de sommen. Zoek bij de uitkomst de letter en vul die in het letterblok in op de volgende bladzijde. 82 − 18 = 64
45 − 27 = 18
n
34 + 34 = 68
h
20 o
21 − 19 =
2
a
39 − 26 = 13
e
75 + 25 = 100 m
24 − 22 =
2
a
67 − 58 =
9
t
51 − 29 = 22
r 54 − 48 =
6
i
70 − 52 = 18
n
90 − 70 =
4
k
83 − 73 =
10 p
34 − 27 =
7 l
29 − 16 =
13 e
Naam k
o
m
n
a
a
r
h
e
t
p
l
e
i
n
En ja hoor, daar wacht iedereen op de jarige. Het feest kan beginnen!
2 Jasmijn schrijft in rekentaal wat ze straks gaan eten. Haar gasten bedenken er sommen bij.
w 100 − 25 − 25 = 50
p
= 10
ij eigen
= 16
a
= 2
e sommen
= 13
t
= 9
t
= 9
a
= 2
e
= 13
t
= 9
n
= 18
w
ij
e
t
e
n
p
a
t
a
t
3 Jasmijn schrijft in rekentaal wat iedereen op haar feest doet.
39 + 18 = 57 d
52 − 39 = 13 e
92 − 58 = 34 c
2 a
2 × 9 = 18 n
85 − 17 = 68 h
91 − 89 =
67 − 49 = 18 n
44 − 37 =
7 l
49 − 36 = 13 e
4 s
41 − 39 =
2 a
49 − 31 = 18 n
61 − 57 =
Iedereen is aan het
d
a
n
s
e
n
en
l
a
c
h
e
n
5
Verzamelaars
2
1 Joris spaart stuiterballen. Hij gaat ermee naar een ruilbeurs. Hoeveel stuiterballen neemt hij mee?
6 × 12 = 72 stuiterballen. 2 Joris heeft een mooie stuiterbal gezien en wil graag ruilen. Hij heeft nog wat mooie plaatjes.
Voor hoeveel plaatjes krijgt Joris de stuiterbal? Voor
3 × 12 = 36 plaatjes.
3 ‘Ik heb de meeste stuiterballen,’ roepen deze kinderen. Wie heeft er gelijk?
9 × 11 = 99
8 × 12 = 96
Tarik heeft de meeste stuiterballen
10 × 10 = 100 6
7 × 13 = 91
Naam 4 Joris kijkt ook bij de andere kraampjes. Hoeveel is er? Zet de letters ervan onder het antwoord.
poppenschoentjes i olifantjes m
fietsbellen i
gummetjes t
zonnebrillen o
eierdopjes s
ringen o
zaklantaarntjes d
Joris denkt voetbalsjaaltjes i
52 72 88 42 56 64 36 49 84
d
i
t
i
s m
o
o
i
!
7
3
Schateiland 1 Piraat Pandor heeft een schatkaart. Maar van welk eiland is die kaart? Kleur dat eiland blauw.
2 Zeerover Pandor heeft het schateiland gevonden. En nu zoekt hij de schat. Hoe loopt hij met zijn mannen? Dat kun je tekenen. Kijk op de volgende bladzijde en zet de letters van onderweg in het letterblok.
De schat zit in een
8
1
a
d
2
e
l
3
a
a
4
r
s
5
n
e
6
s
t
Naam 1 Piraat Pandor staat met zijn mannen op het strand. 2 Ze lopen langs het bos. 3 Halverwege trekken ze door het Zompmoeras. 4 Na lang zwoegen komen ze bij de palm. 5 Pandor loopt langs de rivier naar de stenen. Ze steken de rivier over bij de waterval. 6 De schat is vast te vinden in de woeste bergen!
3 De mannen klimmen naar de nesten. Meet hoe hoog die boven de grond zitten. Zet de letters in het letterblok.
1 cm = mun 2 cm = gou 3 cm = man 4 cm = dia 5 cm = ten 6 cm = ren 7 cm = eie 8 cm = ken
Pandor en zijn mannen vinden 1
d
i
a
2
m
a
n
3
t
e
n
4
e
i
e
5
r
e
n
Met deze kostbare schat sjouwen ze terug naar hun schip. Wat een geweldige schat!
9
4
Boodschappen 1 Sita doet boodschappen voor haar oma. Kijk maar wat ze koopt. Kleur de munten waarmee ze gepast betaalt.
Een zakje krieltjes
Een flesje hoestsiroop
Een Donald Duck
Lekkere koekjes
2 Sita heeft nog wat geld over. Wat kan ze gepast betalen? Kleur de vakjes met die bedragen.
10
1,51
2,60
3,12
2,18
3,50
1,60
1,63
1,65
5,00
1,10
1,95
2,00
3,95
1,14
1,54
3,10
4,60
3,34
3,62
1,50
4,12
4,00
5,80
1,75
6,25
1,55
1,70
2,10
2,05
3,20
1,30
4,80
2,50
2,25
3,15
Naam 3 Oma geeft Sita iets omdat ze haar lief vindt. Wat? Beantwoord de vragen en kleur het rondje om de letter bij het goede antwoord.
1 Met welke munten kun je € 1,45
5 Een pakje kauwgom kost 65 c.
gepast betalen?
Waarmee kun je gepast betalen?
p € 1,–, 20 c, 20 c en 5 c
u 2 × 20 c, 1 × 10 c en 1 × 5 c
e € 1,–, 20 c, 10 c en 10 c
a 2 × 20 c en 3 × 10 c
d € 1,–, 50 c en 5 c
e 1 × 50 c, 1 × 10 c, 1 × 5 c
2 Wat krijg je terug als je een zak appels
6 Met welke munten kun je € 0,75
van € 1,95 met € 2,– betaalt?
gepast betalen?
b 50 c
r 1 × 50 c, 2 × 10 c, en 5 × 1 c
p € 1,– en 5 c
u 1 × 50 c, 2 × 10 c en 3 × 2 c
a 5c
w 1 × 50 c, 3 × 20 c en 2 × 10 c
3 Hoeveel is 3 munten van € 0,50 en
7 Wat krijg je terug als je een zakje drop
2 munten van € 0,10 samen?
van € 0,65 met € 1,– betaalt?
r € 1,20
n 2 × 20 c en 2 × 2 c
k € 1,70
p 1 × 20 c, 3 × 2 c en 1 × 1 c
s € 1,60
d 1 × 20 c, 1 × 10 c, 1 × 5 c
4 Een netje paaseitjes kost € 1,45. Je kunt dit gepast betalen met € 1,– en ... r 4 × 10 c en 2 × 2 c k 2 × 20 c en 1 × 5 c h 2 × 10 c en 1 × 5 c
Sita krijgt van oma een
1
p
2
a
3
k
4
k
5
e
6
r
7
d 11
5
Pijltjes gooien 1 Het is druk op het plein. De kinderen houden een wedstrijd en gooien pijltjes. Iedereen probeert zo snel mogelijk bij 0 punten te komen. Ze hebben alledrie al 2 pijltjes gegooid. Trek die punten er eerst af.
Joachim
Brenda
Nog 54 punten.
nog 49 punten.
Kelly
Nog 36 punten.
Kleur in welk vlak
Kleur in welk vlak Brenda
Kleur het goede
Joachim gooit om
moet gooien om bij nul
vlakje voor Kelly.
bij nul te komen.
te komen.
54 – 25 − 25 =
Dus nog 12
4
4 punten.
49 − 19 −
5 = 25
Vlakje 25
36 –
8 − 20 = 8 Vlakje
8
Naam 2 Kijk maar naar de borden en de 3 pijltjes die zijn gegooid. Wie komt er het dichtst bij de o? Die heeft gewonnen. Wie wordt er kampioen?
Juultje Nog 54 punten.
Ron Nog 63 punten. Nog 28 punten.
Nog 12 punten.
Isaac Nog 79 punten.
Over 18 punten.
Nanja Nog 52 punten.
Over
8 punten.
Wie is de nieuwe kampioen? Juultje
13
6
Jarig 1 Wat staan er veel jarigen in de schoolkrant! Allemaal kinderen die in de zomervakantie jarig zijn. Kleur de verjaardagen op de kalender.
Als je alle verjaardagen hebt gekleurd, zie je een getal. Welk? 24 In groep 4 zitten toevallig ook vierentwintig kinderen!
Wanneer is iedereen jarig? • Jocaste, zondag 1 augustus • Maarten, precies twee weken na Jocaste.
• Bart, de eerste woensdag van juli.
• Desireé, de eerste zondag van juli.
• Roos, woensdag 18 augustus.
• Doris, een dag later dan Jocaste.
• Janet, 8 juli.
• Sandra, de zondag na Desireé.
• Beatrijs, de dinsdag na Janet.
• Benito, 20 juli.
• Ingrid, precies een week na Janet.
• Michael, twee dagen eerder dan Benito
• Paul, dinsdag 6 juli.
• Wiebe, maandag 19 juli
• Willem, de derde maandag van augustus
• Daan, precies een maand later dan Wiebe.
• Delina, 22 juli.
• Jos, José, Joris en Jasja, in augustus op allemaal verschillende dinsdagen.
14
Naam 2 In groep 4 hebben ze een eigen verjaardagsslinger gemaakt. Maar een windvlaag heeft de slinger door elkaar geblazen. Kijk naar de namen van de kaartjes onderaan. Zet de namen in de slinger bij de goede datum.
Eline
Michiel
Tarik
Ewald Sanne
E l ke R oland
Pelle
e
Raya
Enya
Ed i t h Nanja
B
eer
Esther
ich Kad
a Kalle
Isa
Hoe heet de meester van de klas? Kijk naar de nieuwe naamkaartjes in de slinger. Zet de eerste letter van elke jarige achter elkaar.
De meester heet:
m e
e
s
t
e
r
P
r
i
k
k
e
b
e
e
n
15
7
De troeteldieren van Mirthe 1 Mirthe is dol op dieren. En ze zorgt er goed voor. Je kunt ontdekken welke dieren ze extra vertroetelt. Verbind steeds de punten en de dieren verschijnen.
1 Dit dier ontdek je als je stappen van 2 maakt. Begin bij de dikke stip. 2 Dit dier ontdek je met sprongen van 25. 3 Maak sprongen van 5.
2 1
3
16
Naam 2 Mirthe laat haar dieren aan
Hana
een vriendinnetje zien. Maar die
Brit
10
20
30 200 190 50 200 200
20
90
40
70 170 180 190 160
ze? Ze nemen stappen van 10.
30
60
50
60
Ga hen achterna.
80
70 120 130 140 150 180 190
schrikt en ze rent weg. Mirthe gaat haar achterna. Welke weg nemen
Begin bij 10, en ga verder tot je bij 200 bent. Zet er steeds een pijltje (
Lotte
80 160 170 150
100 80 110 160 150 180 190 200
Sterre
110 90 100 140 170 40 170 200
Aspacia
100 130 110 120 180 190 80 180
) tussen. Je mag niet schuin.
120 70 150 160 20 200 100 110
De hokjes moeten elkaar raken.
Kleur de naam die naast het goede vakje 200 staat. Dat is de vriendin van Mirthe.
3 Die vriendin schrok wel,
8
16
22
24
64
60
6
12
24
16
24
30
16
8
56
12
18
32
24
96
88
56
16
52
18
24
30
van 4 en daarna van 6. Kleur die
32 104 96
4
40
36
24
78
72
hokjes en je leest de naam van
40
64
88
8
16
32
30
36
66
het lievelingsdier van Sterre.
48
56
80
12
28
28
36
72
60
56
64
72
16
20
24
42
48
54
maar thuis heeft ze ook een dier. Hoe hij heet? Maak maar sprongen. Eerst van 8, dan
17
8
In het oerwoud 1 Iwan en Isolde zwerven door het oerwoud. Met lianen zwaaien ze boven het moeras naar de overkant. Halen ze dat? Want sommige lianen zijn te zwaar. Als de getallen in een liaan samen meer zijn dan 50 dan breken ze wanneer de kinderen er aan gaan hangen. Kleur de lianen die niet sterk genoeg zijn.
2 Isolde en Iwan moeten dit riviertje oversteken. Ze weten dat dit op 3 plaatsen veilig kan. Want dan stappen ze steeds op stenen, die samen 100 zijn. Het kan in 4, in 5 en in 6 stappen. Kleur de 3 manieren waarop ze veilig over de stenen lopen. Ze mogen ook schuin en opzij.
18
Naam
6 stappen 4 stappen
3 Iwan en Isolde krijgen trek. Gelukkig vinden ze prachtige vruchten. Maar welke vruchten kunnen ze veilig eten? Dat ontdekken ze als ze de vruchtensommen gemaakt hebben.
Kleur de vruchten 74 rood en die van 78 groen. Kleur de 73 vruchten geel en de 85 vruchten oranje. De vier 74 vruchten zijn giftig. De rest is lekker en gezond!
19
Aan het plein
9
1 Deze vijf kinderen boffen. Ze wonen aan een plein waar ze heerlijk kunnen spelen. Dat doen ze dan ook. Maar waar wonen ze en wat is hun lievelingsspel? Zoek dat maar uit!
Akemi: Ik woon in huis nummer 1. Eén van mijn vriendinnen houdt van voetbal. Jorn: Naast mij woont Akemi. Aan de andere kant naast me woont Boussaina. Joeri: Mijn overbuurvrouw op nr. 1 houdt van verstoppertje. Het meisje op de hoek van het plein vindt stoepkrijten leuk. Melany: De jongen die tussen mijn vriendinnen in woont, vindt buskruiten leuk. Boussaina: Mijn vriendin Melany woont rechts van me aan dit plein. De jongen die niet in mijn rijtje woont, vindt tikkertje leuk.
20
nr.
lievelingsspel
Jorn
3
buskruiten
Akemi
1
verstoppertje
Joeri
4
tikkertje
Melany
2
voetballen
Boussaina
5
stoepkrijten
Naam 2 Vandaag spelen de kinderen van de buurt verstoppertje op het plein. Boussaina is hem.
Wie kan ze buten vanaf de plek waar ze staat.
Akemi Wie ziet ze als ze bij X staat?
Melany en Jorn Wie ontdekt Boussaina dus nog niet?
Joeri
3 Bij de buutboom willen de kinderen gaan stoepkrijten. Hier zie je dat stuk. Hoeveel tegels kunnen ze versieren?
20 × 17 = 340 − 12 × 12 = 144 = 196 tegels
21
10
Ruimtereis 1 Zestien marsmannetjes bouwen een ruimteschip. Maar dit ruimtevaartuig is nog niet klaar. Waar moeten de ontbrekende stukjes komen? Geef die allemaal een eigen kleurtje. En welke stukken passen daar? Geef die dezelfde kleur.
2 In zo’n ruimteschip kunnen vier marsmannetjes. Hoeveel ruimteschepen moeten ze bouwen, zodat ze allemaal mee kunnen?
4 ruimteschepen.
22
Naam 3 Er zijn ook andere ruimtevaartuigen. Dat kun je ontdekken door van punt tot punt een lijntje te trekken.
Begin op: A2, A7, B7, B13, C14, C15, B15, B16, C16, C17, B17, B19, C19, C20, D20, E21, E22, F22, G23, G24, H24, I25, K25, L24, M24, M23, N22, O22, O21, P20, Q20, Q19, R19, R17, Q17, Q16, R16, R15, Q15, Q14, R13, R7, S7, S2, Q2, Q4, R4, R6, L6, P2, D2, H6, B6, B4, C4, C2, A2. a
b
c
d
e
f
g
h
i
k
l
m
n
o
p
q
r
s
26
26
25
25
24
24
23
23
22
22
21
21
20
20
19
19
18
18
17
17
16
16
15
15
14
14
13
13
12
12
11
11
10
10
9
9
8
8
7
7
6
6
5
5
4
4
3
3
2
2
1
1
0
a
b
c
d
e
f
g
h
i
k
l
m
n
o
p
q
r
s
0
23
Assepoester
11
1 Er komt een groot feest op het kasteel. De fee heeft Assepoester beloofd een prachtige jurk mee te nemen. Assepoester kijkt nog steeds vol spanning naar de klok. Zet de letter van het passende zinnetje maar in het letterblok.
Over een kwartier is het half acht.
t
Dan komt de fee me met de koets halen. Drie uur geleden was het half 4.
n
a
s
Ik vroeg de fee om hulp. g
Over tweeëneenhalf uur is het kwart voor 8. Dan ben ik eindelijk in de feestzaal.
u
t
Over 3 kwartier is het half acht.
a
Dan komt de koets me halen. s
g
ij
Over 5 uur slaat de klok 12 uur. Ik moet dan weg van het feest. Een uur en een kwartier geleden
ij
u
was het 3 uur. De fee beloofde mij een jurk. u
Over twee uur is het 8 uur. Dan dans ik heerlijk met mijn prins.
u
Over anderhalf uur is het kwart voor 8. Dan begint het feest.
Assepoester gaat naar het feest voor prins 1
24
A
2
u
3
g
4
u
5
s
6
t
7
ij
8
n
n
Naam 2 Assepoester moet om 12 uur weg. Daarom houdt ze de klok steeds in de gaten. Hoeveel tijd heeft ze nog?
Nog
40 Nog
25
3
2
Nog
uur en
25
minuten.
uur en
minuten.
1
Nog
50
0
uur en
minuten.
uur en
Nog
minuten.
3
0
uur en
minuten.
3 Heeft Assepoester het naar haar zin? En let ze op de tijd? Schrijf maar op.
8.00 uur Om precies 8 uur stap ik uit de koets. 8.07 uur Het is een lange trap naar boven. Ik ben daar 7 minuten later. 8.15 uur En 8 minuten later dans ik in de danszaal. 8.45 uur Een half uur later zie ik eindelijk mijn droomprins. 8.50 uur Na 5 minuten gaan we wat lekkers drinken. 9.50 uur Een uur lang dansen we. Daarna gaan we zitten en praten samen.
10.10 uur 20 minuten praat de prins aan een stuk door. Ik word onrustig.
10.25 uur Een kwartier later praat de prins nog steeds. Ik geeuw een beetje.
11.25 uur Daarna dans ik een uur met een lakei. Heerlijk is dat. 11.55 uur Dertig minuten later zit ik in de koets. Wat een saaie prins, maar wat een leuk feest!
25
12
Hutten bouwen In de bouwspeeltuin ‘De Blokhut’ mag je je eigen hut bouwen. De baas van de speeltuin heet Sandra. Zij wil een mooie huttenflat in ‘De Blokhut’. Ze vraagt aan de kinderen om daarvoor een tekening te maken. Die tekenen hun flat van 4 kanten: voor – achter – links en rechts. Dan kun je goed zien hoe hij er van alle kanten uit komt te zien. En ze maken ook nog een tekening van bovenaf. De flat moet 4 blokken hoog worden en er mogen 14 blokken worden gebruikt.
1 Hieronder zie je wat de kinderen tekenden. Maar ze zijn nog niet klaar. Maak het maar af. Als je wilt, kun je de huttenflats met kleine blokjes nabouwen.
Rosa
430 321 0 1 0 boven
Hoeveel blokken 14
321 221 1 1 2 boven
Hoeveel blokken 15
51 32 2 1 boven
Hoeveel blokken 14
Ilse
Ravi
Wie heeft er een toren van precies 4 hoog en 14 blokken? Rosa 26
Naam 2 Sandra bouwt met de kinderen de huttenflat. Wat wordt hij mooi! Dat vinden de katten uit de buurt ook. Zo’n mooie kattenbak hebben ze nog nooit gehad! De kinderen maken daarom de gaten dicht.
Het gaat om de gaten die in de tekening 2 centimeter hoog en 1 centimeter breed zijn. Kleur die groen. Hoeveel gaten moeten er nog dicht?
3 gaten.
Gelukt? Dan kan de prachtige huttenflat in gebruik worden genomen!
27
SuperDuko!
13
1 Dorijn en Ilona spelen een computerspel. Met het mannetje SuperDuko rennen ze over het scherm. SuperDuko plukt bloemen. Elke kleine bloem is 15 punten waard. Elke grote bloem is 25 punten.
Als SuperDuko alle kleine bloemen plukt, hoeveel punten heeft hij dan?
23 Ă— 15 = 345 punten. Als SuperDuko alle grote bloemen plukt, hoeveel punten heeft hij dan?
13 Ă— 25 = 325 punten. Hoeveel punten kan SuperDuko in totaal halen? 670 punten.
2 Dorijn heeft 300 punten gehaald. En Ilona 345. Hoeveel kleine en hoeveel grote bloemen hebben zij elk geplukt? Dat kan op een paar manieren. Kies er eentje.
Een kleine bloem (KB) geeft 15 punten. Een grote bloem (GB) geeft 25 punten.
Dorijn 300 pnt.
28
Ilona 345 pnt.
GB
KB
GB
KB
12
0
0
23
0
20
3
18
9
5
6
13
6
10
9
8
3
15
12
3
Naam 3 In het spel verschijnen steeds rupsen, geiten en paarden. Die proberen de bloemen op te eten. En dus probeert SuperDuko die dieren te ontwijken. Maar dat lukt niet altijd! Hoe vaak zijn de dieren langsgekomen? Bedenk daar zelf een paar manieren voor. Zet die in het overzicht. Als een rups een Dorijn verliest 70 pnt.
Ilona verliest 100 pnt.
rups
geit
paard
rups
geit
paard
0
1
2
0
0
4
Als een geit een
1
2
1
1
1
3
bloem opeet, verlies
2
3
0
2
2
2
je 20 punten.
4
0
2
3
3
1
5
1
1
4
4
0
bloem opeet, verlies je 5 punten.
Als een paard een bloem opeet, verlies je 25 punten.
4 Hier lees je wat SuperDuko verzamelt. Soms gaan de punten omhoog. Dan heeft hij een grote bloem (GB) of een kleine bloem (KB) geplukt. Als de punten omlaag gaan kwam er een rups (R), een geit (G) of een paard (P) langs. Schrijf in de lege vakjes wat er gebeurt.
25
GB
40
KB
35
R
KB
45
KB
30
G
15
70
GB
85
KB
60
P
P
75
GB
100
KB
75
90
KB
85
R
100
KB
29
14
Waar gaan we spelen? 1 Het is lekker weer. Emin, Imre, Jan en Hanne zoeken allemaal een grasveld om lekker te luieren en te spelen. Tel de vakjes. Welk grasveld is het grootst? Zet daar een G bij. En welk is het kleinst? Zet daar maar een K bij.
69
60
65
57
K
G
2 Oei, dat gras is wel erg lang en het kriebelt. Dat moet hoognodig gemaaid worden. Ze hebben allemaal verschillende grasmaaiers. Hoelang doet iedereen over zijn grasveld? Waar kunnen ze dus het snelst lekker liggen?
Hanne’s grasmaaier maait
per minuut.
Ze doet 17 minuten over haar grasveld.
Emins grasmaaier maait
per minuut.
Ze doet 30 minuten over haar grasveld.
Imre’s grasmaaier maait
per minuut.
Ze doet 23 minuten over haar grasveld.
Jans grasmaaier maait
per minuut.
Hij doet 22 minuten over zijn grasveld.
Welk grasveld is het snelst gemaaid? Het grasveld van
30
Hanne
Naam 3 Aan elk grasveld ligt een terras en ook nog een vijver. Welk terras hoort bij welk grasveld? Geef die dezelfde kleur. Kleur ook de vijver die daarbij hoort.
En nu? Spelen maar!
31
15
Pinguïns 1 De pinguïns hebben mooie glijbanen. Kleur de goede. Je mag recht naar beneden, schuin naar beneden en opzij. Begin bij 405.
Begin bij 325.
Tel terug in
Tel terug in
stappen van 1.
stappen van 5.
2 De pinguïns hebben trek in een visje. De vissen zwemmen in scholen rond. Welke school vissen is het grootst? Tel de hokjes waar de vissen in zwemmen en je weet het.
A telt 25 hokjes. B telt 20 hokjes. C telt 22 hokjes. D telt 28 hokjes. In school
32
D kunnen de pinguïns de meeste vis vangen.
Naam 3 De pinguïns willen slapen. Maar ze zitten teveel op een kluitje. Daardoor kantelen de ijsschotsen. Hoeveel moeten er aan elke kant liggen om de ijsschots in evenwicht te houden? Schrijf dat er maar bij.
24 pinguïns willen hier slapen.
30 pinguïns willen hier slapen.
12
46 pinguïns willen hier slapen.
23
12
60 pinguïns willen hier slapen.
23
30
30
33
16
In Spiegelland 1 Maxim en Kitty zijn met hun hondje Flappie in Spiegelland. Ze lopen eerst langs de lachspiegels. Daar kijken ze hun ogen uit. Hoe zien ze eruit in de spiegels? Teken dat maar.
Dit is Kitty. Deze spiegel maakt haar twee keer zo dun.
Maxim zie je hier rechts. De spiegel ernaast maakt hem twee keer zo lang.
34
Naam Dit is Flappie. Deze spiegel maakt je twee keer zo breed.
2 In het spiegeldoolhof zie je soms vreemde dingen. Kitty moet erg lachen om Maxim. En Flappie ziet er ook grappig uit! Teken Maxim en Flappie in de spiegels.
35
Zwemles
17
1 In het zwembad wordt hard gewerkt! De kinderen oefenen voor hun zwemproef. Eerst moeten ze minstens 10 meter onder water zwemmen. Hoe ver komen ze?
Mirjam: 10 meter
5 meter
Luuk: Davina
12 meter
Hassan
6 meter
2 Teken bij 1 maar waar deze kinderen boven water komen.
Raisa:
15 meter
Emile:
7 meter
Robbert: 9 meter Robin:
14 meter
3 Kijk naar de kinderen en de zwembadrand. Zet de goede letter in het letterblok.
36
Mirjam
Luuk
Davina
Hassan
Raisa
Emile
Robbert
Robin
Dan ontdek je hoe het zwembad heet.
d
e
k
w
a
k
e
l
Naam 4 Er moet natuurlijk flink gezwommen worden. De kinderen zwemmen eerst twee baantjes schoolslag. Dan twee baantjes borstcrawl en dan twee baantjes vlinderslag.
Zoek uit in welk baantje de kinderen zwemmen en welke zwemslag ze doen.
Hassan is al net zo ver als Davina. Luuk zwemt in borstcrawl. Raisa heeft bijna haar vierde baantje af. Mirjam heeft Luuk al ingehaald. Davina zwemt in vlinderslag. Robbert is net ingehaald door Mirjam.
Welk baantje?
Welke slag?
Hassan
zesde
vlinderslag
Robbert
vierde
borstcrawl
Mirjam
vierde
borstcrawl
Luuk
derde
borstcrawl
Raisa
vierde
borstcrawl
Davina
zesde
vlinderslag
37
18
De grote graver 1 Sam en Maud mogen een konijntje kopen. In de dierenwinkel zien ze een prachtig diertje: Speurneus. Die kopen ze. En ze willen meteen ook konijnenvoer voor Speurneus. In alle pakken zit evenveel voer. Welk voer is het goedkoopst?
Wipstaart kost
€
1,–
per pak.
Konijnenvriend kost €
1,50 per pak.
Lievelingskostje kost €
0,50 per pak.
Het goedkoopst is
Lievelingskostje
2 Maud en Sam zetten het hok van Speurneus in hun tuin. Ze willen er een mooie ren omheen maken. Daarvoor gebruiken ze gaas van 4 hokjes hoog en 18 hokjes breed. Welke 4 rennen kunnen ze maken? Geef die een kleurtje.
38
Naam 3 Na een paar dagen kunnen ze Speurneus niet vinden. Ze zien wel dat hij allemaal gangen heeft gegraven. En Sam en Maud zien allemaal konijnenholen. Waar zou Speurneus zitten? Dat kun je ontdekken door goed te meten. Waar kom je uit? Kleur die letters en schrijf ze in het letterblok.
1 Speurneus groef een gang en kwam bij de schutting boven. Op het kaartje zit dat holletje precies 5 cm van het holletje in zijn hok. 2 Het konijn groef in de richting van de boom. Hij kwam boven op precies 4 cm van het holletje in zijn hok. 3 Speurneus groef in de richting van de tuinkabouter. Na precies 3 cm van het holletje in zijn hok kwam hij weer boven. 4 Speurneus groef een gang en kwam midden op het pad boven. Op de kaart precies 5 cm van het holletje in zijn hok. 5 Het konijn kwam middenin het riet boven. Op de kaart precies 3 cm van het holletje in zijn hok. 1
i
n
z
2
ij
n
e
3
i
g
4
e
n
h
o
5
k
j
e 39
Teken ’t maar
19
In tekenfilmstudio ‘Teken ’t maar’ wordt hard gewerkt. Ze maken daar een nieuwe film. Niemand mag erin want de film moet geheim blijven.
1 Ook de titel van de nieuwe film is nog geheim. Maar je kunt hem wel ontdekken. Dan moet je de getallen op de goede plaats zetten. Maak de optelsommen links en keersommen rechts. Probeer het maar.
Gebruik:
Gebruik:
12 – 37 – 27 – 10 – 10 – 20
3 – 3 – 4 – 9 – 15 – 20
u
o
s
+ i
+
5
s
a
=
v
4
=
n
×
e
×
+
27 + 10 = 37 =
l
k
12 + 10 = 22
× ×
e
=
m
× u
= 12
3 =
n
39 + 20 = 59
f
= 15
3
20 ×
t
= r
= 180
9
Zet de lettertjes in de goede hokjes onder de getallen. Dan ontdek je hoe de film heet. 12
u
10
s
22
k
3
e
10
s
37
a
4
v
5
o
20
n
9
t
12
u
180
r
2 Er moet nog één plaatje komen. Teken dat maar van punt tot punt. 1 rijtje is 1 lijntje. 1e lijntje 9 × 5 = 45
8 × 4 = 32
6 × 5 = 30
8 × 6 = 48
8 × 5 = 40
8 × 9 = 72
3 × 5 = 15
12 × 8 = 96
7 × 5 = 35
8 × 8 = 64
5 × 9 = 45 40
2e lijntje
3
e
20
n
15
f
27
i
39
l
59
m
Naam 3e lijntje
4e lijntje
5e lijntje
7e lijntje
6 × 9 = 54
46 − 17 = 29
14 + 19 = 33
4 × 6 = 24
9 × 9 = 81
88 − 55 = 33
39 + 44 = 83
8 × 6 = 48
4 × 9 = 36
92 − 46 = 46
5 × 9 = 45
72 − 37 = 35
6e lijntje
4 × 8 = 32
9 × 4 = 36
53 − 39 = 14
7 × 3 = 21
8 × 2 = 16
8 × 9 = 72
67 − 48 = 19
6 × 7 = 42
5 × 8 = 40
7 × 9 = 63
46 − 28 = 18
7 × 7 = 49
7 × 8 = 56
2 × 8 = 16
7 × 8 = 56 4 × 7 = 28 7 × 3 = 21
41
20
De opdracht 1 Peter heeft een geheime opdracht van de koning. Daarom is hij op reis en komt bij een heel diep ravijn. De brug is nog niet af. Help maar om de brug af te maken.
2 Na een tijdje komt Peter bij een grote poort. De wachters zeggen bars: ‘Je mag pas verder als je de sleutels met de goede antwoorden hebt gevonden. Daarom moet je een paar raadsels oplossen.’ Kleur de goede sleutel.
• Dit getal zit in de tafel van 6 en van 9. Het getal is groter dan 40. • Dit getal ligt tussen 35 en 54. Als je de cijfers verwisselt, lees je hetzelfde. • Neem het getal. Tel het getal erboven en het getal eronder erbij. Je krijgt dan 33. • Dit is een even getal. Het ligt tussen de 20 en 30. Het zit in de tafel van 3, niet in de tafel van 9. • Dit getal ligt tussen 12 en 17. Je kunt het alleen door zichzelf delen en door 1.
42
67 56 46 37 29 22 16 11
Naam 3 Nu komt de grote opdracht van de koning, weet Peter. Hij komt bij een steile rotswand. Helemaal daarboven bevindt zich het geheim van de koning. Dat wordt klimmen! Dat gaat steeds met stappen van 8. Hij mag schuin naar boven, opzij en recht naar boven. Kleur de weg die Peter neemt. Hij begint onderaan op 23.
Zet de letters in de gekleurde hokjes in volgorde in het letterblok. Wat heeft Peter voor de koning gevonden?
De
k
o
n
i
n
g
s
s
c
h
a
t
t
e
n
43
21
Het pretklokje Eline heeft laatst een klokje gevonden, een heel bijzonder klokje. Want als ze de wijzers verzet, gaat ze terug in de tijd. Of juist vooruit. Zo gaan vervelende dingen gauw voorbij. Een echte pretklokje dus!
1 Hoeveel springt de klok vooruit? Of achteruit?
• Het is 10.15 uur. Eline wil graag paardrijden. Ze zet de klok op 15.15 uur. De tijd springt
5 uur vooruit
• Het is 13.30 uur. Eline wil graag zingen. Zet zet de klok terug op 10.15 uur. Dat is
3 uur 15 minuten achteruit
• Het is 19.30 uur. Eline wil een extra toetje. Ze zet de klok op 18.15 uur. Dat is
1 uur 15 minuten achteruit
• Het is 7.15 uur. Eline wil nog niet opstaan. Ze zet het klokje op 00.30 uur. Dat is
6 uur 45 minuten achteruit
• Het is 16.50 uur. Eline wil slapen. Ze zet de klok op 23.00. Het klokje springt
6 uur 10 minuten vooruit
2 Leuk, zo’n klokje. Maar het klokje krijgt kuren. Steeds als er iets leuks gaat gebeuren, flitst Eline vooruit in de tijd. Hoeveel tijd is ze vooruit gegaan? Geef de goede klok en het nummer van de zin de zelfde kleur. Zet de letters in het letterblok.
1 Het is vijf voor twee 2 – Flits – Eline kijkt op haar klokje. Nu is het ineens vijf over vier. Haar paardrijles is voorbij. 3 Die was om tien voor vier afgelopen. En ze heeft nog niet eens op haar paard gezeten! 4 Om kwart over vijf heeft Eline reuze honger. 5 Gelukkig eten ze al om tien over half zes. 44
Naam 6 Om kwart voor zes heeft ze een lekker bord spaghetti voor zich. Juist wil ze een hap nemen als het klokje begint te trillen. 7 – Flits – weer in een andere tijd. Het is vijf voor vijf. Nu moet Eline dus nog bijna een uur wachten. En ze heeft zo’n honger! 8 Om negen uur ligt Eline lekker in haar bed. Haar klokje begint te zoemen en over het nachtkastje te schuiven. 9 – Flits – Alweer opstaan want het is tien over half acht. Eline begint boos te worden. 10 Om half acht gaat Eline naar de douche. Het klokje begint te trillen en te schuiven. 11 – Flits – Het is vijf over acht. Geen tijd meer om te douchen. 12 Ze moet om tien voor half negen weg. 13 Want om half negen begint haar school.
Opeens begint het klokje weer te trillen. Het schuift naar de rand van de tafel en ... valt. Eline pakt het op en begint te lachen.
Haar klokje
1
i
2
s
3
k
4
a
5
p
6
o
7
t
8
g
9
e
10
g
11
a
12
a
13
n
!
45
22
Een bijzondere reis 1 De families Zwaan en Adelaar gaan met vakantie. Per boot! Dat gaat goed zolang de beide boten in evenwicht zijn. Dus in elke boot aan de linkerkant evenveel gewicht als aan de rechterkant. Hoe moet de familie Zwaan gaan zitten? Verdeel de gewichten en teken die in de eerste plattegrond van de boot. Moeder Zwaan 55 kg – Jona 25 kg – Diede 10 kg – Vader Zwaan 73 kg – Jurre 17 kg – Dirk 20 kg
Dirk wil een stukje zwemmen. Hoe moet
55
10
20
73
25
17
het gewicht nu verdeeld worden? Schrijf dat maar in de tweede
55 10
73
25
17
plattegrond.
2 De familie Adelaar heeft zijn eigen boot. Hoe moet deze familie gaan zitten? Teken dat maar in de plattegrond. Moeder Adelaar 61 kg – Anouschka 30 kg – Pjotr 15 kg – Olga 14 kg – Vader Adelaar 75 kg – Mascha 29 kg – Peter 16 kg
Anouschka gaat op de surfplank achter de boot.
75
61
Hoe moet de
75
61
15
30
familie nu in
14
29
14
29
de boot gaan
16
15
16
zitten? Teken dat maar.
46
Naam 3 Steeds moet er links en rechts evenveel in de boot zitten. Want anders kiepert de boot om. 3 keer is het ongelijk. Kleur die 6 sommen.
4 Na een hele tijd leggen de beide families aan.
2×6
3×4
5×6
10 × 3
4×7
5×6
2×8
4×4
5×3
2×9
6×6
9×4
5×8
4 × 10
7×6
5×9
Want hier is een bijzonder hotel. Je kunt ontdekken wat de naam van het hotel is. Kijk maar welke keersom rechts dezelfde uitkomst heeft als de keersom links. Geef die keersommen dezelfde kleur. Vul de bijbehorende letter in in het letterblok.
w
5×6
3×8
n
1 × 12 m
10 × 3 w
7×5
p
6×4
5×7
i
2 × 13 o
3×9
p
8×3
a
7×5
4×9
a
6×8
u
5×7
t
9×4
i
4×9
5×8
d
8×3
a
6×6
e
7×6
i
7×6
4×9
s
6×7
r
6×6
k
4×8
p
4×8
6×6
b
5×7
s
8×4
p
6×9
a
2×8
5×3
t
4×6
n
4×4
r
3×4
d
3×4
6×3
a
3×5
k
6×2
e
2×9
p
9×3
8×4
l
7×5
b
3×9
t
2×6
c
a
t
e
r
p
r
e
t
47
23
De boekenwurm 1 Ken je Lodovicus, de boekenwurm? Die heeft een leventje als een prins. Elke dag hoor je hem knisperen, peuzelen, knapperen en smikkelen. En dat komt allemaal van de letters die hij vreet. Hij heeft een uitstekende smaak. Alleen de beste boeken peuzelt hij op! En daarvan alleen de heerlijkste bladzijden! Vandaag heeft hij al van 8 bladzijden zitten genieten. Van welke? Kijk maar welke bladzijden bij welke hokjes horen. Schrijf die er ook in. En zet de letters ervan in het letterblok.
Kies uit:
g 15 – z 162 – b 95 – e 199 – i 87 – e 105 – o 203 – n 83 – s 275 – d 220 – l 230 – a 299 – r 55 – ij 201 – m 25 – e 245 – k 225
5 7 10 8 55
162
199 230
275
In welk boek is Lodovicus vandaag begonnen? In
48
1
g
2
r
3
i
4
e
5
z
6
e
7
l
8
s
Naam 2 Opeens verschijnt Duif Doef. Die lust wel een wurmpje! Snel vlucht Lodovicus. Red hij het?
• Lodovicus zit op bladzijde 265. Hij kruipt snel 50 bladzijden terug. Op welke bladzijde zit hij nu? Zet daar een streepje en schrijf het getal erboven. • Duif Doef bladert de bladzijden 300 tot en met 250 door. Kleur het deel dat Duif Doef bekijkt. • Lodovicus heeft niet stilgezeten. Hij vluchtte van bladzijde 250 naar 215. En van bladzijde 215 wurmde hij zich snel 35 bladzijden terug. Op welke bladzijde zit hij nu? Zet daar een streepje en schrijf het getal erbij. Hoeveel scheelt het tot Duif Doef? 70 bladzijden. • Duif Doef bladert van bladzijde 230 terug naar bladzijde 190. Kleur dat. Hoeveel moet zij doorbladeren om de boekenwurm te pakken te krijgen? Nog 10 bladzijden. • Lodovicus is snel verder gekropen. Hij zit al op bladzijde 134 en kruipt 25 bladzijden terug. Op welke bladzijde zit hij nu? Zet weer een streepje en schrijf het getal op. • Duif Doef wordt ongeduldig en begint van voren in het boek Griezels. Ze bladert tussen bladzijde 10 en bladzijde 65. Kleur dat deel. Maar Duif Doef vindt de wurm nog niet. En Lodovicus? De boekenwurm wurmt rustig door.
10
0
65
109
100
180
215
200
265
300
49
De wisseltruc
24
1 Bas’ grote vriend is verdwenen. Bas vindt wel een briefje: ‘Vraag naar mij in het bos. Neem geld mee.’ Bas vindt het raar. Maar hij gaat toch het bos in. Daar komt hij steeds bijzondere mensen tegen. Ze wijzen hem de weg voor geld. Raar, hoor! Kleur het rondje van het goede antwoord. Zet die letters in het letterblok.
Een griezelig vrouwtje vraagt € 2,20 voor
Een wielrenner zonder fiets vraagt € 1,05
een aanwijzing. Ze pakt € 2,– en € 1,– van
voor een aanwijzing. Hij pakt € 2,– van Bas
Bas en geeft € 0,50 en € 0,20 en
en geeft € 0,50 en € 0,20 en € 0,20 terug.
€ 0,10 terug.
in Het klopt
kn Het klopt
lk Bas betaalt teveel
vr Bas betaalt teveel
be Bas betaalt te weinig
pa Bas betaalt te weinig
Een schelpenzoeker in het bos vraagt € 1,60.
Een huppelend oud mannetje vraagt € 3,80
Hij pakt € 2,– en € 0,50 en geeft € 1,– terug.
voor een aanwijzing. Hij pakt € 2,– en € 2,–
di Het klopt
en € 0,20 en geeft € 0,50 terug.
on Teveel terug
ie Het klopt
rd Te weinig terug
ar Bas betaalt teveel
Een man die een boom paars verft vraagt
uf Bas betaalt te weinig
€ 1,95 voor een aanwijzing. Hij pakt € 2,–
Een gillende keukenmeid vraagt € 0,60.
en geeft € 0,05 terug.
Zij pakt € 1,– en € 0,10 van Bas en geeft
ijn Het klopt
€ 0,50 terug.
je Teveel terug
fe Het klopt
en Te weinig terug
nd Bas betaalt teveel de Bas betaalt te weinig
Bas is op zoek naar zijn
k
50
n
u
f
f
e
l
k
o
n
ij
n
Naam 2 Het geld van Bas raakt op. Gelukkig vindt hij geld tussen de bladeren. Kleur de munten die hij vindt.
Bas vindt 5 munten. Samen is dat € 0,55.
Bas vindt 6 munten. Samen is dat € 2,45.
3 Opeens ziet Bas zijn grote vriend in een hoge boom. Onderaan de boom zit een wachter. Gelukkig, deze keer hoeft Bas niet te betalen. Hij moet wel een paar opdrachten maken. Kleur het rondje van het goede antwoord en zet de letters in het letterblok.
Je moet € 1,85 betalen. Dit zit in je portemonnee: € 2,– • € 1,– • € 1,– • € 0,10 • € 0,50 • € 0,05.
Je betaalt met twee munten en krijgt € 0,20 terug. Hoe betaal je? dr € 2,– en € 0,05
be € 1,– en € 1,–
ve € 2,– en € 0,10
Je betaalt met 2 × € 2,– en € 1,– en € 0,50. Je krijgt € 0,20 en € 0,05 terug. Wat moest je betalen? a
€ 4,80
o € 5,25
t
€ 5,75
Je wisselt 16 munten van € 0,05 in voor 4 dezelfde munten. Welke munten krijg je terug? le € 0,10
om € 0,20
il € 0,50
Hoe loopt het af? Bas schrikt, wat een nare
d
r
o
o
m
Zijn grote vriend ligt gelukkig veilig in zijn armen.
51
25
Beestenboel 1 Wat een vreemde dieren zijn hier bij Professor Bril. Zou er iets fout gegaan zijn met zijn nieuwe machine? Hij ziet wel dat de drie stukken van elk dier samen 100 zijn. Welke stukken horen dus bij elkaar? Geef die dezelfde kleur.
2 Professor Bril ziet dat de dieren niet gelukkig zijn. En dus wil hij een machine maken om alles weer in orde te maken. Hij is druk bezig. Maar de dieren moet weer allemaal precies 100 waard zijn. Wat moet er dus op de staarten komen? Schrijf dat er maar op.
22
43
9
10
52
Naam 3 En wat maken die dieren een herrie! blaf = 3 elke blaf erbij is × 3 Het lijkt wel of ze praten. Maar het is
sis
geheimtaal, denkt Professor Bril.
klap = 2 elke klap erbij is × 2
En hij bedenkt de vertaalsleutel.
blub = 5 elke blub erbij is × 5
= 4 elke sis erbij is
×4
4 + (3 × 3 × 3 =) 27 +
1 sis + blaf blaf blaf + blub + blaf =
2 blaf blaf blaf + sis + blub + sis + blub + blaf = 27 +
5 +
4 +
5 +
4 +
3 klap klap klap + sis sis + blaf + klap klap =
8 + 16 +
3 +
4 = 31
4 blaf + sis + klap + blub blub + blaf =
3 +
4 +
2 + 25 +
16 +
4 +
5 = 25
5 sis sis + klap klap + blub =
3 = 39
5 +
3 = 48
3 = 37
3 + 25 + 64 = 92
6 blaf + blub blub + sis sis sis = 7 blub blub + blaf blaf + blub + blaf =
25 +
9 +
5 +
8 klap klap klap klap + blaf blaf + klap klap =
16 +
9 +
4 = 29
9 +
5 +
3 +
5 +
10 klap klap klap + blub blub + klap klap + sis =
8 + 25 +
4 +
4 = 41
11 blaf blaf + sis sis + blaf + blub blub =
9 + 16 +
3 + 25 = 53
9 blaf blaf + blub + blaf + blub + sis =
3 = 42 4 = 26
sleutel: 39 = z 26 = e 31 = n 41 = r 29 = v 53 = d 48 = ij 42 = o
Wat zeggen de dieren? We
1
z
2
ij
3
n
4
b
5
e
6
t
7
o
8
v
9
e
10
r
11
d
92 = t 37 = b 25 = e 53
26
Een levende piramide 1 De show van Circus Bennie is in volle gang. Zojuist is het nummer van de acrobaten begonnen. De trommels roffelen. Iedereen is doodstil. De acrobaten bouwen een levende piramide. Dat is spannend!
Dit is een levende piramide van 3 verdiepingen. Hoeveel acrobaten zijn er?
1 + 2 + 3 = 6
Dit is een levende piramide van 4 verdiepingen. Hoeveel acrobaten zijn er?
1 + 2 + 3 = 4 = 10 2 De directeur van Circus Bennie droomt van een nog hogere piramide. Wat zullen daar veel mensen op af komen! Hoeveel acrobaten telt een piramide van 5 verdiepingen? Hoe reken je?
1 +
2 +
3 +
4 +
5 = 15
Dus 15 acrobaten. Hoeveel acrobaten telt een piramide van 6 verdiepingen? Dat is:
1 +
2 +
3 +
4 +
5 +
6 = 21 acrobaten
Hoeveel verdiepingen telt een piramide met 45 acrobaten?
9 verdiepingen En hoeveel verdiepingen bij 55 acrobaten?
10 verdiepingen
54
Naam 3 Die levende piramides zien er prachtig uit. Maar de acrobaten moeten elkaar natuurlijk wel kunnen dragen. Weet jij wat deze 5 mannen wegen? Aad: De bovenste 3 mannen wegen samen twee keer zoveel als Stijn en Ricardo samen. Boris vertelt: Aad is 10 kg lichter dan ik. Bastiaan zegt: Aad is zwaarder dan ik.
Bastiaan
40 kg
Ricardo: Ik ben 15 kilo zwaarder dan Stijn.
Aad
60 kg
Stijn: Boris weegt twee keer zo veel als ik.
Boris
70 kg
Stijn
35 kg
Ricardo
50 kg
Kies uit: 35 kg – 40 kg – 50 kg – 60 kg – 70 kg
4 Er staan al 5 mannen in de levende piramide. Maar waar blijft de bovenste, nummer 6? De trommels roffelen, en steeds luider klinkt: vijftien ... , eenenzestig ... , tweeëntachtig ... , honderdrieënzeventig ... , tweehonderdveertig ... , driehonderddrieënvijftig ... , achthonderdeenendertig ... , achthonderdvierennegentig... , negenhonderdtweeëntwintig ... , negenhonderddrieëntachtig. Wie rent daar binnen? De zesde man! Eindelijk is de piramide compleet.
Streep de getallen door. Welke getallen houd je over? Zet de letters daarvan in het letterblok. a t z i s w
9 3 6 1 5 8
e k g i l l
2 5 1 7 5 9
s v v j a a
2 3 6 3 6 4
b a r r r p
h
8
d
9
g
1
h
3
a
2
e
1
r
3
v
8
e
5
z
8
e
4
n
2
1 3 6 2 0 5
Nummer 6 was te laat omdat hij zich had
v
e
r
s
l
a
p
e
n
55
27
Onderweg De familie Bruin gaat met vakantie. Ze hebben een mooi zomerhuisje gehuurd. Het is ‘Zon rondom’ in het dorpje Weltevree.
1 Dat huisje is 201 kilometer rijden. Kleur hun huis en zomerhuisje maar geel.
Na een uurtje komen ze in een dorpje. Dat is na 62 kilometer. Daar willen ze wel even rondkijken en wat drinken. In welk plaatsje is dat? Kleur die plaats blauw
De familie rijdt weer verder, maar stopt ook nog om te picknicken. Ze zijn dan 132 kilometer van huis. Kleur die plaats rood.
2 Een paar richtingaanwijzers zijn slecht te lezen. Ron en Kim proberen te bedenken wat er op zou moeten staan. Doe maar mee.
Hoeveel kilometer is het van Houtdam naar Bloemfoort? Het bord bij Duindorp kan je helpen. Vanaf Duindorp is het 70 km naar Bloemfoort en 34 km naar Houtdam.
56
Naam Naar Bloemfoort is het dus 70 − 34 = 36 Dus van Houtdam naar Bloemfoort is 36 kilometer.
Hoever is het van Bloemfoort naar Asterdaal? Ron rekent: bij Bloemfoort is het nog 53 km naar Huiszicht. Bij Asterdaal is het nog 26 km. Het is dus
53 − 26 = 27 km van Bloemfoort naar Asterdaal. Kim bedenkt wat er op het bord bij Huiszicht moet staan. Vanaf Asterdaal is het 42 km naar Weltevree. Vanaf Asterdaal is het 26 km naar Huiszicht. Het is dus 42 − 26 =
16 km van Huiszicht naar Weltevree. Op het bord bij Duindorp kon Kim niet goed zien hoever het is naar Huiszicht. Ze bedenkt eerst hoeveel kilometer het van Duindorp naar Bloemfoort is. Dat is 70 km. En van Bloemfoort naar Huiszicht is 53 km. Dus van Duindorp naar Huiszicht is het 123 km.
3 Het lampje van de benzinemeter begint te branden als ze bijna 80 kilometer hebben gereden. Ze willen niet te lang wachten met tanken. Waar doen ze dat dus? Kleur dit tankstation groen.
Bij het benzinestation zoekt iedereen een heerlijk
6
ijsje uit. Op het bonnetje valt wat ijs. Wat stond er precies?
5
57
28
Naar het strand 1 Leanne en Fasi willen een dagje naar Zandvoort, naar het strand, samen met hun vriendinnen. Ze gaan met de trein en kopen natuurlijk retourtjes. Ook hun zusje Shirley en hun vaders gaan mee. Hoeveel gaat de treinreis kosten?
enkeltje
retour
aantal kaartjes
Kinderen tot 4 jaar
gratis
gratis
1
€
0,–
Kinderen 4 t/m 11 jaar
€ 2,–
€ 3,–
3
€
9,–
Ouder dan 11 jaar
€ 3,–
€ 5,–
3
€ 15,–
Naar Zandvoort
prijs
Totaal € 24,–
2 Er zijn prachtige golven. Ze zwemmen, stoeien en spelen. En dan is het tijd om iets lekkers te kopen. Maar de snoepverkoper heeft geen wisselgeld. Welke 8 soorten snoep kunnen ze gepast betalen? Kleur de letters die daarbij horen. En schrijf ze in het letterblok. 2 cent al drop 7 cent be schuimpjes 11 cent ad gevulde koek 50 cent rk nougatreep
58
3 cent te chocoladereep 9 cent
it
koekjes 12 cent es chips 21 cent us fruittoffees
4 cent
le
pepermunt 8 cent ap nootjes 13 cent
in
keelpastilles 22 cent en toffees
3 cent
sl
kauwgom 6 cent he dropstaafjes 14 cent nu winegums 53 cent st caramel
Naam De meisjes lopen terug naar hun vaders. Ineens beginnen ze te lachen. Waarom?
De vaders liggen
a
l
l
e
b
e
i
t
e
s
n
u
r
k
e
n
3 Als de vaders wakker zijn nemen ze een duik in het water. De vader van Fasi probeert daarna samen met de kinderen een menselijke toren te bouwen. Hij kan in totaal 65 kilo tillen op zijn schouders. Ze maken een toren van 4 mensen. Wie staan er op zijn schouders? Er zijn 3 mogelijkheden.
Rascha weegt 32 kilo. Inga weegt 26 kilo. Fasi weegt 24 kilo. Leanne weegt 21 kilo. Shirley weegt 15 kilo.
1 Inga, Leanne en Shirley
26 + 21 + 15 = 62 kg
2 Inga, Fasi en Shirley
26 + 24 + 15 = 65 kg
3 Fasi, Leanne en Shirley
24 + 21 + 15 = 61 kg
59
29
De kersenpit 1 Ron logeert bij zijn oom en tante op de boerderij. De kersen zijn rijp en Ron mag helpen met plukken. De kersen gaan in kratjes en worden geregeld gewogen. Teken eerst de wijzers op de weegschaal bij het goede gewicht.
10 uur ’s ochtends 26 kg
1 uur ’s middags 41 kg
4 uur ’s middags 44 kg
5 uur ’s middags 18 kg
2 Hoeveel kilo hebben ze vandaag afgewogen?
129 kilogram 3 De kratjes wegen 1 kilogram. Kijk op de weegschalen. Tel de kratjes. Haal die er vanaf. Hoeveel kg kersen hebben ze geplukt?
107 kilogram
4 Ron plukt niet alleen kersen, hij eet ze ook. Hij laat een heel pittenspoor achter. Hoeveel kersen heeft Ron opgesmikkeld? Volg het spoor maar en zet de goede aantallen erbij. Tip: je kunt alle getallen delen door 12.
12
84 72 36
60
48
96 180 168
120 132
144
156
Naam 5 Ron helpt ook met het afwegen van de kersen. De kersen gaan in doosjes van 250 gram en 500 gram.
Het is moeilijk om precies 250 gram of 500 gram in een doosje te krijgen. Tante zegt ‘er mag 15 gram meer of minder in zitten, dan is het goed’.
Kleur de doosje die teveel of te weinig kersen hebben rood.
6 Na het middageten mag Ron helpen met het verkopen van de kersen. Bij de kraam staat een groot bord.
Klant 1
2 dozen van 500 gram. Dat kost € 5,– Ron zegt: u kunt beter 4 doosjes van 250 gram nemen. Dat kost € 4,50
Klant 2
4 dozen van 500 gram. Dat kost € 7,50
Klant 3
3 dozen van 500 gram. Dat kost € 7,50 Ron zegt: u kunt net zo goed 4 doosjes kopen. Dat kost € 7,50
Klant 4
2 dozen van 250 gram. Dat kost € 3,– Ron zegt: u kunt beter 1 doos van 500 gram kopen. Dat kost € 2,50
61
30
Boerderijwerk 1 Op stadsboerderij Lunet mogen kinderen helpen bij het werk. Nada en Jeroen helpen met het voeren van de dieren. Hoeveel voeren geven ze? Kleur dit. Ponywei
Geitenwei
hooi
brokjes
Eendenvijver
Koeienwei
gemengd zaad
hooi
2 hooivorken
1 kilo per 4 geiten
1 kilo voor 4 ganzen
3 hooivorken per koe
per merrie
1 kilo per 8 jongen
1 kilo voor 6 eenden
2 hooivorken voor
1 hooivork per 3 kleintjes dus
dus
7
2 kilo
dus
2 kilo zaad
3 kalfjes dus 14
droogvoer
porties hooi
porties hooi
2 De stallen en hokken worden regelmatig schoongemaakt. Er komt dan ook nieuw stro of zaagsel op de grond.
Voor de stallen van de
Voor de stallen van de
Voor de hokken van de
paarden zijn elke week
schapen zijn elke week
konijnen zijn elke week
3 balen stro nodig.
4 balen stro nodig.
8 zakken zaagsel nodig.
Voor hoeveel weken ligt er?
Voor hoeveel weken ligt er?
Voor hoeveel weken ligt er?
10 weken
62
6 weken
8 weken
Naam 3 Er worden elk jaar heel wat dieren geboren op boerderij Lunet. Bij elke stal of wei staat wanneer er jongen geboren zijn. Wat moeten Jeroen en Nadade op de bordjes zetten? Lees maar wat Arne vertelt.
29 maart
Schapenwei 1 lammetje op 29 maart 2 lammetjes op 15 april
15 april Schapenwei Varkensstal
16 april
10 biggetjes op 11 mei 16 biggetjes op 4 mei
4 mei 11 mei
4 april Eendenvijver 5 kuikens op 15 maart 6 kuikens op 16 april
15 maart
8 kuikens op 4 april Varkenstal
Arne, de beheerder van Lunet, vertelt: • De eendeneieren kwamen het eerste uit. Het was ons kleinste nest met kuikens van dit jaar. • Ons varken Simone kreeg begin mei een grote worp biggetjes. • Eind maart werd het eerste lammetje geboren. • In april kwamen de eendenkuikens als eerste. Het was het grootste nest met kuikentjes van dit jaar. • Schaap Dotty was de tweede die in april jongen kreeg, twee zwarte. • Precies een week na Simone kreeg haar zus Nancy ook biggetjes. Dat waren er wel wat minder. • Een dag na de lammetjes van Dotty kwam het laatste nest van de eenden uit.
63
Hoe ver ben je?
64