Skip to main content

Rekenblok_Vertrouwd_3_150dpi_antw

Page 1

Rekenblok Werkboek


Rekenblok

Werkboek COLOFON Auteur Gré Schreuder D. Huigen Ontwerp omslag: Eduardo Media Illustraties Ben Horsthuis Richard Flohr Opmaak PPMP Prepress, Wolvega

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 31476 2 Tweede druk, eerste oplage, 2019 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2010 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2–neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®–keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Blad 1 Hoeveel wordt het? 49 + 50 = 99

23 + 52 = 75

67 − 30 = 37

59 − 28 = 31

50 + 39 = 89

14 + 61 = 75

53 − 40 = 13

67 − 36 = 31

26 + 50 = 76

17 + 82 = 99

81 − 60 = 21

88 − 45 = 43

70 + 21 = 91

25 + 34 = 59

98 − 40 = 58

94 − 43 = 51

52 + 30 = 82

18 + 61 = 79

78 − 20 = 58

78 − 37 = 41

Hoeveel is het?

9 + 100

105 = 100 +

5

100 + 7 = 107

109 =

104 = 100 +

4

100 + 1 = 101

106 = 100 +

102 = 100 +

2

100 + 9 = 109

107 =

103 = 100 +

3

100 + 8 = 108

104 = 100 +

106 = 100 +

6

100 + 2 = 102

108 =

6

7 + 100 4

8 + 100

100 +   60 = 160

180 = 80 + 100

20 + 100 = 120

190 = 100 + 90

100 +   30 = 130

120 = 20 + 100

40 + 100 = 140

160 = 100 + 60

100 +   50 = 150

140 = 40 + 100

En nu keersommen.   4 × 3 = 12

6 × 6 = 36

6 × 7 = 42

8 × 9 = 72

8 × 4 = 32

5 × 8 = 40

4

7 × 9 = 63

10 × 5 = 50

8 × 8 = 64

2×2=

4 × 7 = 28 2×

6 = 12

5 × 8 = 40 3×

8 = 24

2 × 5 = 10

6×

3 = 18

1 ×1=1 10 ×

6 = 60

2 ×4=8 9×

9 = 81

3


Blad 2 Trek een lijn van 1 naar 2, van 2 naar 3 en zo verder naar 75.

4


Blad 3 Eraf en erbij. 48 − 40 = 8

30 + 52 = 82

68 − 26 = 42

24 + 37 = 61

79 − 70 = 9

60 + 18 = 78

85 − 54 = 31

32 + 39 = 71

62 − 60 = 2

70 + 21 = 91

97 − 74 = 23

56 + 28 = 84

87 − 80 = 7

20 + 56 = 76

76 − 41 = 35

39 + 47 = 86

93 − 90 = 3

50 + 39 = 89

48 − 34 = 14

45 + 38 = 83

120 + 60 = 180

100 +    4 = 104

109 = 9 + 100

230 + 40 = 270

37 + 100 = 137

118 = 18 + 100

340 + 50 = 390

100 +    3 = 103

150 = 50 + 100

450 + 20 = 470

99 + 100 = 199

110 = 10 + 100

560 + 30 = 590

100 +    5 = 105

190 = 90 + 100

50 = 43 + 70 =

8 + 62

90 = 85 + 40 =

7 5

4 + 36

60 = 51 +

9

45 + 35 =

80

57 + 34 = 91

53 + 27 =

80

78 + 19 = 97

48 + 34 =

82

44 + 28 = 72

76 + 14 =

90

25 + 67 = 92

64 + 36 = 100

63 + 29 = 92

Wat komt er op de stippellijn?

3 ×3=  9 8×

9 = 72

1 ×7=  7 5×

3 = 15

8 × 2 = 16

1 ×

2 =2

4 × 4 = 16

6 ×

5 = 30

1 × 10 = 10 9 ×

6 = 54

1 ×3=3 7×

9 = 63

10 × 2 = 20 8×

1 =8

8 × 5 = 40

1×

8 =8

2 × 10 = 20 9×

7 = 63

9 ×   4 = 36 6×

8 = 48

5


Blad 4 Kees en Joery verdelen alles. Hoeveel krijgen ze allebei? Kleur wat Kees krijgt rood en wat Joery krijgt blauw.

6

12 : 2 =

6

4:2=

2

6:2=

3

14 : 2 =

7

16 : 2 =

8

2:2=

1

18 : 2 =

9

10 : 2 =

5

20 : 2 = 10

8:2=

4


Blad 5 Eraf en erbij. 100 − 34 = 66

80 − 49 = 31

68 + 19 =

87

100 − 55 = 45

90 − 48 = 42

63 + 28 =

91

100 − 45 = 55

70 − 47 = 23

57 + 34 =

91

100 − 27 = 73

60 − 42 = 18

76 + 26 = 102

100 − 54 = 46

90 − 58 = 32

65 + 18 =

83

70 + 40 = 110

120 − 40 = 80

80 + 50 = 130

130 − 60 = 70

90 + 30 = 120

150 − 60 = 90

60 + 50 = 110

140 − 80 = 60

80 + 40 = 120

110 − 60 = 50

Maak eerst de keersom. 2 × 8 + 18 = 34

9 × 9 − 38 = 43

9 × 8 + 23 = 95

3 × 9 + 44 = 71

8 × 8 − 29 = 35

7 × 8 + 27 = 83

4 × 8 + 35 = 67

7 × 7 − 24 = 25

8 × 7 + 22 = 78

5 × 7 + 46 = 81

6 × 8 − 19 = 29

9 × 6 + 37 = 91

6 × 6 + 47 = 83

5 × 5 − 14 = 11

7 × 9 + 29 = 92

Nog meer keersommen. 1 × 15 = 15

2 × 20 =

40

100 = 50 ×

2 × 15 = 30

3 × 20 =

60

100 =

3 × 15 = 45

4 × 20 =

80

100 = 25 ×

4 × 15 = 60

5 × 20 = 100

5 × 15 = 75

1 × 20 =

20

2

5 × 20 4

100 = 10 × 10 100 = 5 × 20

7


Blad 6 Mei-Ling gaat koken. Kleur de hoeveelheden die ze gebruikt. Kies zelf de kleuren.

meel

zout

suiker

rijst

melk

cacao

Mei-Ling gebruik 75 g suiker, 100 g meel en 14 l melk. rozijnen

griesmeel

cacao

rijst

suiker

meel

Daarna 150 g cacao, 100 g suiker en 75 g rozijnen. rijst

havermout

water

zout

meel

En hier gebruikt ze 30 g meel, 18 l water en 50 g rijst.

8

suiker


Blad 7 Maak eerst de keersom. 5 × 9 − 16 = 29

4 × 7 − 19 =

9

9 × 7 + 16 = 79

3 × 7 − 18 =

3

7 × 6 − 14 = 28

2 × 8 + 18 = 34

8 × 4 − 24 =

8

6 × 8 − 29 = 19

3 × 6 + 17 = 35

9

7 × 4 + 18 = 46

9

8 × 9 − 53 = 19

9 × 5 + 16 = 61

250 + 30 = 280

480 − 50 = 430

700 + 200 = 900

460 + 20 = 480

390 − 40 = 350

300 + 300 = 600

540 + 40 = 580

660 − 60 = 600

800 + 100 = 900

720 + 70 = 790

850 − 40 = 810

400 + 200 = 600

650 + 40 = 690

570 − 30 = 540

600 + 300 = 900

120 + 150 = 270

180 − 150 = 30

110 + 64 = 174

130 + 140 = 270

190 − 140 = 50

150 + 43 = 193

180 + 110 = 290

170 − 160 = 10

130 + 36 = 166

150 + 130 = 280

160 − 120 = 40

120 + 73 = 193

110 + 160 = 270

150 − 130 = 20

160 + 12 = 172

9 × 9 − 47 = 34 2×9−  9=

5 × 7 − 26 =

Erbij en eraf.

Wat staat er op de stippellijn? 4 ×

3 = 12

5 × 4 = 20 4 ×

8 = 32

6 × 4 = 24 4 × 16 = 64

5 ×

5 = 25

9 × 5 = 45 5 ×

7 = 35

6 × 5 = 30 5 ×

4 = 20

6 ×

8 = 48

5 × 6 = 30 6 ×

6 = 36

9 × 6 = 54 6 ×

7 = 42

9


Blad 8 Meet alle lijnen bij deze molen maar eens.

11

4

cm

+

7

mm

cm +

3

7

m m

cm

5

+

mm

4 cm + 1 mm 4 cm + 6 mm m 4 cm + 6 m m+ 4 c

m 8 m

4

3 cm + 7 mm

+

1 mm

10

+

cm

cm

8

cm

5

cm

+

2

8

7

m

m

3 cm + 3 mm

+

3 m

m

mm


Blad 9 Hoeveel erbij en hoeveel eraf? 140 + 50 = 190

890 − 30 = 860

700 − 300 = 400

320 + 50 = 370

670 − 40 = 630

900 − 400 = 500

560 + 30 = 590

490 − 20 = 470

800 − 200 = 600

850 + 20 = 870

850 − 10 = 840

400 − 100 = 300

230 + 60 = 290

770 − 50 = 720

600 − 100 = 500

8 + 100

188 = 100 + 80 +

8

168 = 60 +

135 = 100 + 30 +

5

159 = 50 +

174 = 100 + 70 +

4

143 = 40 +

123 = 100 + 20 +

3

181 = 80 + 1 + 100

169 = 100 + 60 +

9

175 = 70 +

9 + 100 3 + 100 5 + 100

500 + 300 = 800

900 − 600 = 300

180 − 140 = 40

400 + 400 = 800

800 − 400 = 400

170 − 150 = 20

200 + 600 = 800

700 − 200 = 500

150 − 130 = 20

300 + 100 = 400

600 − 300 = 300

190 − 160 = 30

100 + 500 = 600

500 − 400 = 100

160 − 120 = 40

Wat staat er op de stippellijn? 8×

9 = 72

8 × 8 = 64 8×

4 = 32

6 × 8 = 48 8×

7 = 56

9 = 63

9 × 10 = 90

6 × 7 = 42

3 × 9 = 27

7×

7×

4 = 28

8 × 7 = 56 7×

5 = 35

9×

5 = 45

7 × 9 = 63 9×

8 = 72

11


Blad 10 Sita, Joeke en Brigit plukken elk evenveel bloemen. Hoeveel plukken ze elk? De bloemen van Joeke kleur je groen, die van Sita rood en die van Brigit blauw.

12

15 : 3 =

5

3:3=

1

18 : 3 =

6

27 : 3 =

9

6:3=

2

21 : 3 =

7

24 : 3 =

8

9:3=

3

12 : 3 =

4

30 : 3 = 10


Blad 11 Erbij en eraf. 900 = 300 + 600

800 = 900 − 100

400 = 800 − 400

800 = 200 + 600

600 = 900 − 300

300 = 800 − 500

400 = 200 + 200

500 = 900 − 400

500 = 700 − 200

600 = 300 + 300

400 = 900 − 500

800 = 900 − 100

125 + 23 = 148

146 − 34 = 112

152 + 129 = 281

132 + 42 = 174

158 − 25 = 133

174 + 117 = 291

34 + 112 = 146

163 − 32 = 131

146 + 139 = 285

25 + 124 = 149

185 − 23 = 162

168 + 125 = 293

115 + 43 = 158

179 − 36 = 143

158 + 133 = 291

Keersommen. 2 × 200 =

400

2 × 250 = 500

800 = 2 × 400

3 × 300 =

900

2 × 350 = 700

600 = 300 × 2

4 × 200 =

800

2 × 150 = 300

400 = 2 × 200

5 × 100 =

500

2 × 450 = 900

200 = 100 × 2

2 × 500 = 1000

3 × 150 = 450

1000 = 2 × 500

Tel steeds 100 terug. 500

800

400

600

700

400

700

300

500

600

300

600

200

400

500

200

500

100

300

400

100

400

0

200

300

13


Blad 12 Trek een lijn van 1 naar 2, van 2 naar 3 en zo verder naar 100.

14


Blad 13 Reken maar uit. 85 + 25 = 110

120 − 45 = 75

110 = 85 + 25

75 + 45 = 120

130 − 65 = 65

180 = 115 + 65

55 + 75 = 130

140 − 55 = 85

170 = 95 + 75

65 + 55 = 120

180 − 85 = 95

140 = 85 + 55

45 + 85 = 130

170 − 95 = 75

130 = 45 + 85

84 + 36 = 120

120 − 84 = 36

120 = 84 + 36

72 + 48 = 120

130 − 63 = 67

130 = 58 + 72

66 + 54 = 120

140 − 52 = 88

150 = 63 + 87

43 + 77 = 120

150 − 68 = 82

160 = 75 + 85

87 + 43 = 130

160 − 87 = 73

180 = 97 + 83

84 + 35 = 119

129 − 74 = 55

119 = 84 + 35

73 + 64 = 137

144 − 73 = 71

156 = 63 + 93

62 + 57 = 119

138 − 85 = 53

136 = 85 + 51

91 + 45 = 136

156 − 64 = 92

147 = 83 + 64

85 + 74 = 159

179 − 94 = 85

175 = 79 + 96

5 × 24 = 5 × 20 = 100

5 × 26 = 130

5 × 63 = 315

5 × 4 = 20

5 × 28 = 140

5 × 67 = 335

5 × 24 = 120

5 × 46 = 230

5 × 69 = 345

5 × 44 = 220

5 × 61 = 305

Kijk eerst naar het voorbeeld.

15


Blad 14 Vul telkens het ontbrekende getal in.

200

300

500 601

800

499

300

899 801

1000

16


Blad 15 Tel maar op. 240 + 250 + 6 = 496

8 + 20 + 400 = 428

500 + 220 + 9 = 729

6 + 50 + 500 = 556

200 + 210 + 8 = 418

9 + 80 + 600 = 698

200 + 230 + 7 = 437

20 +   8 + 400 = 428

300 + 330 + 8 = 638

70 +   5 + 300 = 375

240 + 270 + 18 = 528

260 + 58 + 10 = 328

230 + 280 + 19 = 529

330 + 88 + 30 = 448

270 + 240 + 17 = 527

460 + 58 + 40 = 558

350 + 270 + 18 = 638

580 + 48 + 20 = 648

320 + 290 + 16 = 626

720 + 98 + 50 = 868

En nu aftrekken. 80 − 33 = 47

90 − 43 = 47

130 − 25 = 105

70 − 27 = 43

50 − 36 = 14

170 − 55 = 115

90 − 44 = 46

70 − 23 = 47

120 − 15 = 105

60 − 31 = 29

30 − 17 = 13

150 − 35 = 115

40 − 18 = 22

90 − 54 = 36

160 − 25 = 135

4 × 7 + 9 = 37

8 × 9 + 23 = 95

8 × 5 − 23 = 17

5 × 6 + 8 = 38

7 × 8 + 35 = 91

9 × 7 − 36 = 27

8 × 9 + 4 = 76

6 × 9 + 27 = 81

6 × 8 − 32 = 16

3 × 6 + 7 = 25

3 × 7 + 39 = 60

9 × 6 − 23 = 31

5 × 9 + 8 = 53

4 × 8 + 49 = 81

8 × 9 − 31 = 41

Maak eerst de keersom.

17


Blad 16 Angela, Rachida, Bregje en Luna verdelen hun snoepgoed. Hoeveel krijgt iedereen? Kleur wat Angela krijgt rood, wat Rachida krijgt groen, dat van Bregje geel en het snoep van Luna blauw.

18

4:4=

1

24 : 4 =

6

32 : 4 =

8

8:4=

2

12 : 4 =

3

28 : 4 =

7

36 : 4 =

9

16 : 4 =

4

20 : 4 =

5

40 : 4 = 10


Blad 17 Hoeveel eurocent is het? 1 euro +   3 ct = 103 ct

2 euro + 25 ct = 225 ct

2 euro + 40 ct = 240 ct

3 euro +   5 ct = 305 ct

3 euro + 47 ct = 347 ct

4 euro + 10 ct = 410 ct

4 euro +   9 ct = 409 ct

5 euro + 80 ct = 580 ct

5 euro + 18 ct = 518 ct

6 euro + 20 ct = 620 ct

2 euro − 40 ct = 160 ct

5 euro − 30 ct = 470 ct

3 euro − 25 ct = 275 ct

4 euro − 10 ct = 390 ct

4 euro − 15 ct = 385 ct

7 euro − 75 ct = 625 ct

5 euro − 35 ct = 465 ct

6 euro − 40 ct = 560 ct

6 euro − 55 ct = 545 ct

3 euro − 35 ct = 265 ct

50 ct + 50 ct

274 ct =

2 euro + 74 ct

2 euro = 150 ct + 50 ct

436 ct =

4 euro + 36 ct

3 euro = 250 ct + 50 ct

344 ct =

3 euro + 44 ct

1 euro =

75 ct + 25 ct

628 ct =

6 euro + 28 ct

1 euro =

80 ct + 20 ct

551 ct =

5 euro + 51 ct

1 euro =

Zet deze getallen in volgorde. Met het kleinste getal boven. 108 108

125 113

287 161

965 387

134 117

159 125

185 185

579 415

141 134

113 142

161 192

387 579

117 141

142 159

192 287

415 965

19


Blad 18 Wisselen! Gaat dat goed? Vul in. Kleur het vak dat goed is.

20

1 € 20 ct

1 € –

1 € 10 ct

1 € 30 ct

1 € 60 ct

1 € 50 ct

1 € 70 ct

1 € 30 ct

2 € 50 ct

1 € 50 ct

2 € –

1 € 80 ct

ct

ct


Blad 19 Hoeveel komt er nog bij? 93

83

76

66

52

37

55

59

98

49

99

77

52

58

26

85

49

86

200

200

200

200

200

200

Erbij en eraf. 120 + 180 = 300

600 − 150 = 450

700 − 460 = 240

240 + 360 = 600

500 − 280 = 220

900 − 520 = 380

150 + 250 = 400

700 − 320 = 380

800 − 240 = 560

110 + 390 = 500

800 − 540 = 260

600 − 330 = 270

130 + 370 = 500

400 − 170 = 230

500 − 170 = 330

152 + 9 = 161

184 − 8 = 176

172 − 164 = 8

136 + 8 = 144

172 − 6 = 166

194 − 187 = 7

144 + 9 = 153

168 − 9 = 159

186 − 178 = 8

165 + 7 = 172

194 − 7 = 187

178 − 169 = 9

183 + 9 = 192

186 − 8 = 178

185 − 178 = 7

Maak nu de keersommen.

50

2 × 50

8 × 12 = 96

2 × 25 =

7 × 11 = 77

4 × 25 = 100

100 = 20 ×

6 × 12 = 72

6 × 25 = 150

100 =

5 × 11 = 55

8 × 25 = 200

100 = 5 × 20

4 × 12 = 48

9 × 25 = 225

100 = 10 × 10

100 =

5

4 × 25

21


Blad 20 Geef de voetballers die bij elkaar horen dezelfde kleur.

22


Blad 21 Maak de sommen. 420 + 240 = 660

770 − 520 = 250

530 + 240 = 770

430 + 220 = 650

980 − 340 = 640

610 + 330 = 940

640 + 140 = 780

670 − 450 = 220

760 + 230 = 990

750 + 130 = 880

590 − 340 = 250

520 + 170 = 690

540 + 150 = 690

460 − 250 = 210

440 + 450 = 890

179 − 48 = 131

400 − 39 = 361

161 − 27 = 134

188 − 67 = 121

300 − 42 = 258

185 − 28 = 157

198 − 92 = 106

500 − 57 = 443

263 − 39 = 224

156 − 45 = 111

700 − 63 = 637

287 − 58 = 229

Neem eerst de getallen die bij elkaar passen.

90

63 + 28 + 22 + 37 = 150

45 + 23 + 5 + 17 =

38 + 35 + 62 + 25 = 160

48 + 24 + 16 + 12 = 100

49 + 51 + 16 + 14 = 130

37 + 19 + 23 + 31 = 110

61 + 17 + 39 + 23 = 140

34 + 26 + 28 + 12 = 100

36 + 22 + 58 + 64 = 180

19 + 17 + 33 + 21 =

90

Wat hoort er op de stippellijn? Kies uit : − × + 4 ×

5 = 20

35 : 7 = 5

20 −

11 −

4= 7

11 − 7 = 4

50 + 18 = 68

28 :

4= 7

14 : 7 = 2

12 :

3= 4

68 − 18 = 50

5 + 7 = 12

7 ×

9 = 63

4 = 16

23


Blad 22 Trek een lijn van 1 naar 2, van 2 naar 3 en zo verder naar 125.

De afstand van 60 naar 62 is

4 cm.

De afstand van 79 naar 16 is 14 cm. De afstand van 1 naar 71 is

24

17 cm.


Blad 23 Maak de sommen. 185 = 120 + 65

540 + 200 + 19 = 759

360 : 3 = 120

158 = 140 + 18

360 + 300 + 21 = 681

480 : 4 = 120

179 = 150 + 29

820 + 100 + 68 = 988

540 : 6 =

143 = 120 + 23

740 + 200 + 51 = 991

840 : 4 = 210

161 = 110 + 51

430 + 300 + 42 = 772

720 : 6 = 120

800 − 50 = 750

600 −

700 − 60 = 640

200 − 180 = 20

600 − 90 = 510

400 −

500 − 20 = 480

300 − 270 = 30

300 − 40 = 260

700 −

7 × 12 = 84 12 ×

5 = 60

3 × 12 = 36 12 ×

4 = 48

8 × 12 = 96

60 = 540

40 = 360

70 = 630

90

300 − 50 = 250 500 −

60 = 440

600 − 20 = 580 800 −

40 = 760

700 − 10 = 690

4 = 44

12 × 4 = 48

5 × 11 = 55

4 × 15 = 60

8 = 88

13 × 4 = 52

2 × 11 = 22

4 × 14 = 56

7 = 77

17 × 4 = 68

11 ×

11 ×

11 ×

De helft van: 280 140

470 235

320 160

460 230

690 345

340 170

840 420

250 125

360 180

620 130

890 445

380 190

25


Blad 24 Kleur de hoeveelheden die Max gebruikt. Kies zelf de kleuren.

rijst

griesmeel

melk

zout

suiker

water

Max gebruikt 75 g suiker, 12 l melk en 75 g rijst. griesmeel

havermout

suiker

water

melk

zout

Nu gebruikt hij 75 g griesmeel, 50 g suiker en 18 l melk. melk

zout

cacao

rijst

suiker

En hier gebruikt hij 10 g cacao, 15 g suiker en 14 l melk.

26

meel


Blad 25 Hoeveel eraf of erbij? 800 − 450 = 350

700 − 550 = 150

270 + 230 = 500

600 − 250 = 350

600 − 350 = 250

180 + 220 = 400

700 − 550 = 150

500 − 350 = 150

360 + 240 = 600

900 − 350 = 550

800 − 450 = 350

630 + 170 = 800

400 − 150 = 250

400 − 150 = 250

720 + 180 = 900

320 + 250 = 570

460 + 130 = 590

220 + 640 = 860

230 + 410 = 640

710 + 270 = 980

330 + 260 = 590

560 + 320 = 880

470 + 520 = 990

540 + 240 = 780

140 + 450 = 590

340 + 430 = 770

610 + 250 = 860

720 + 230 = 950

170 + 630 = 800

350 + 340 = 690

7 × 7 = 49

9 × 9 = 81

6 × 7 = 42

6 × 2 = 12

8 × 7 = 56

4 × 9 = 36

9 × 3 = 27

5 × 8 = 40

8×0=

3 × 4 = 12

8 × 6 = 48

9 × 8 = 72

5 × 6 = 30

7 × 5 = 35

6 × 5 = 30

200 − 55 = 145

290 − 23 = 267

283 − 28 = 255

200 − 24 = 176

180 − 56 = 124

356 − 29 = 327

200 − 38 = 162

370 − 48 = 322

242 − 17 = 225

200 − 42 = 158

250 − 27 = 223

581 − 58 = 523

200 − 56 = 144

460 − 34 = 426

463 − 25 = 438

Maak de keersommen.

0

En nu weer aftrekken.

27


Blad 26 Kleur blauw waar 500 uit komt, groen waar 1000, geel waar 700 en rood waar 200 uit komt.

28


Blad 27 Erbij en eraf. 70 + 60 = 130

130 − 60 = 70

75 + 40 = 115

60 + 50 = 110

140 − 80 = 60

55 + 70 = 125

90 + 30 = 120

170 − 90 = 80

95 + 50 = 145

50 + 80 = 130

120 − 70 = 50

45 + 80 = 125

180 + 40 = 220

220 − 40 = 180

185 + 40 = 225

160 + 50 = 210

240 − 70 = 170

145 + 70 = 215

150 + 70 = 220

250 − 60 = 190

135 + 70 = 205

140 + 90 = 230

230 − 80 = 150

125 + 90 = 215

170 + 50 = 220

260 − 90 = 170

155 + 50 = 205

280 + 40 = 320

280 − 90 = 190

285 + 40 = 325

270 + 80 = 350

260 − 80 = 180

375 + 90 = 465

260 + 50 = 310

230 − 70 = 160

465 + 80 = 545

290 + 60 = 350

220 − 60 = 160

755 + 70 = 825

250 + 70 = 320

240 − 50 = 190

845 + 80 = 925

Het derde deel van: 180

60

159

53

162

54

420 140

426 142

435 145

90

543 181

558 186

390 130

579 193

582 194

510 170

486 162

498 166

270

29


Blad 28

Kijk eerst naar de kalender hieronder. Dit jaar is een schrikkeljaar. Het vorige jaar had februari dus 28 dagen. 14 januari was toen op een 5 december op een

woensdag.

26 juni op een

dinsdag.

13 november op een

dinsdag.

6 mei op een

zondag.

zondag.

30 april op een

maandag.

vrijdag.

17 maart op een

zaterdag.

28 oktober op een 7 september op een 9 augustus op een

30

zondag.

donderdag.

3 februari op een

zaterdag.


Blad 29 Hoeveel eurocent is het? 50 ct + 20 ct +   3 ct + 127 ct = 2 euro 1 euro + 40 ct +   5 ct + 55 ct = 2 euro 1 euro + 60 ct + 20 ct + 20 ct = 2 euro 50 ct + 50 ct + 60 ct + 40 ct = 2 euro 50 ct + 60 ct + 80 ct + 10 ct = 2 euro

50 ct + 20 ct = 70 ct

1 euro −   40 ct −   40 ct =

20 ct

20 ct +   2 ct = 22 ct

2 euro −   60 ct −   60 ct =

80 ct

2 ct + 50 ct = 52 ct

3 euro −   80 ct −   80 ct = 140 ct

10 ct + 20 ct = 30 ct

4 euro − 100 ct − 100 ct = 200 ct

40 ct +   3 ct = 43 ct

5 euro − 120 ct − 120 ct = 260 ct

Reken om.   1 m = 100 cm

3 dm + 5 cm =

35 cm

800 cm = 8 m

3 m = 300 cm

1 m + 2 dm =

12 dm

30 cm = 3 dm

2 m =

20 dm

2 cm + 3 mm =

23 mm

20 mm = 2 cm

30 cm =

3 dm

1 m + 6 cm = 106 cm

500 mm = 5 dm

40 dm =

4m

2 dm + 3 mm = 203 mm

50 dm = 5 m

De helft van: 284 142

474 237

384 192

374 187

888 444

256 128

388 194

358 179

662 331

694 347

362 181

332 166

448 224

878 439

548 274

318 159

31


Blad 30 Wisselen! Gaat dat goed? Vul in. Kleur het vak dat goed is.

32

1 € 90 ct

2 € –

2 €

– ct

1 € 95 ct

2 € 60 ct

3 € 50 ct

3 €

2 € 50 ct

– ct

3 € 50 ct

2 € –

2 € 50 ct

2 €

ct

ct

– ct


Blad 31 Erbij en eraf. 800 − 54 = 746

600 − 52 = 548

900 − 73 = 827

700 − 32 = 668

400 − 48 = 352

600 − 85 = 515

600 − 52 = 548

900 − 63 = 837

400 − 39 = 361

300 − 38 = 262

800 − 39 = 761

300 − 37 = 263

500 − 43 = 457

700 − 42 = 658

200 − 41 = 159

740 + 80 = 820

280 + 140 = 420

840 − 43 = 797

530 + 80 = 610

390 + 160 = 550

920 − 27 = 893

640 + 90 = 730

150 + 180 = 330

760 − 66 = 694

320 + 90 = 410

740 + 170 = 910

660 − 64 = 596

470 + 70 = 540

620 + 190 = 810

430 − 38 = 392

850 + 90 = 940

740 + 87 = 827

843 + 88 = 931

740 + 80 = 820

630 + 88 = 718

626 + 83 = 709

620 + 90 = 710

530 + 93 = 623

728 + 94 = 822

580 + 90 = 670

450 + 85 = 535

659 + 87 = 746

380 + 70 = 450

290 + 37 = 327

328 + 96 = 424

Tel maar op! 48

64

85

99

48

57

75

77

64

62

69

92

88

25

79

93

267

+

68

299

+

53

303

+

37

225

+

56

245

+

33


Blad 32 Trek een lijn van 5 naar 10, van 10 naar 15 en zo verder naar 150. Dan weer van 5 naar 10 en zo verder.

De afstand van 5 onder naar 65 boven is 10 cm. De afstand van 20 boven naar 150 onder is 10 cm. De afstand van 70 boven naar 75 onder is

34

3 cm.


Blad 33 Maak de sommen. 100 −

85 = 15

100 − 73 = 27 100 −

53 = 47

100 − 33 = 67 100 −

49 = 51

1000 − 150 = 850

1000 − 854 = 146

1000 − 640 = 360

1000 − 453 = 547

1000 − 280 = 720

1000 − 638 = 362

1000 − 530 = 470

1000 − 467 = 533

1000 − 540 = 460

1000 − 446 = 554

178 +   85 = 263

930 + 55 = 985

275 + 560 = 835

760 + 56 = 816

191 +   95 = 286

444 + 29 = 473

450 + 250 = 700

103 + 94 = 197

266 + 670 = 936

625 + 56 = 681

8 × 7 = 56

6 × 3 = 18

3 × 180 = 540

9 × 4 = 36

8 × 9 = 72

2 × 450 = 900

8 × 6 = 48

7 × 7 = 49

7 × 140 = 980

7 × 8 = 56

7×0=

0

4 × 160 = 640

7 × 9 = 63

9 × 4 = 36

6 × 125 = 750

54 :   9 =

6

280 : 4 = 70

72 = 8 ×

70 : 10 =

7

490 : 7 = 70

54 =

48 :   8 =

6

630 : 9 = 70

35 = 7 ×

27 :   9 =

3

250 : 5 = 50

28 =

30 :   5 =

6

810 : 9 = 90

30 = 5 ×

9

6 ×9 5

4 ×7 6

35


Blad 34 Meet alle lijnen.

3

6

8 mm

9 mm

mm

2 cm +

5 mm

4 cm +

4 mm

cm

mm

4

5

mm

cm +

+

9

3 mm

2

0

5 mm

2

+

4 cm +

5

8 mm

mm

0 cm +

2 cm +

3 cm +

+

5 cm +

mm

5 cm +

cm

samen 121 cm

+

1 mm

+

+

1

1 cm +

cm

+ 8 cm

8 cm +

mm

m 6 m

4 mm

11

12

13

mm

7

36

cm

11

cm

Alle lijnen

cm

cm

+

+

4

7

mm

mm

7

mm


Blad 35 Maak de rijtjes af. 800 =

1000 =

1000 =

4 × 200

5 × 200

20 ×

50

5 × 160

4 × 250

40 ×

25

8 × 100

2 × 500

50 ×

20

2 × 400

8 × 125

10 × 100

84 =

72 =

96 =

36 =

3×

28

3×

24

3×

32

3×

12

4×

21

4×

18

4×

24

4×

9

6×

14

6×

12

6×

16

6×

6

7×

12

8×

9

8×

12

9×

4

2×

42

2×

36

2×

48

2×

18

Eraf en erbij. 880 − 30 = 850

640 + 30 = 670

980 − 140 = 840

760 − 30 = 730

520 + 50 = 570

840 − 110 = 730

940 − 20 = 920

420 + 40 = 460

630 − 120 = 510

580 − 70 = 510

710 + 80 = 790

790 − 160 = 630

3 × 12 = 36

2 × 13 = 26

6 × 13 = 78

4 × 15 = 60

2 × 12 = 24

3 × 14 = 42

5 × 14 = 70

4 × 14 = 56

4 × 13 = 52

3 × 16 = 48

3 × 15 = 45

6 × 15 = 90

5 × 12 = 60

2 × 16 = 32

3 × 13 = 39

Maak nu de keersommen.

37


Blad 36 Kleur rood waar 12 uitkomt, groen waar 13, geel waar 14 en blauw waar 15 uitkomt.

7×

15

1 × 12 = 12

=1

05

2 × 14 = 28

= 36 2 1 3×

9×

7 × 14 = 98 9 × 13 = 117

6 2 =9 1 8× 52 13 =

4× 10 × 12 = 120

3×

13

= 39

0

6 × 13 = 78

3 × 12 = 36

0

=2 2 1

1 × 15 = 15

5 × 13 = 65

=9

= 96

4 = 42 3× 1

=3

4 × 15 = 60

= 98 7 × 14

9 × 15 = 135

4× 1 2= 48 3 × 15 = 45 1× 1 2= 12 84 4 = 1 6× 1 × 14 6 × 12 = 14 = 72 2 × 13 4 =2 = 26 2 1 1× 1 × 2 5= 15

38

×

4 = 140 10 × 1

4

2×

10

4 × 14 = 56

2 × 12 = 24

8 × 12

0

2 =1 12

15

×

1

08

15

8

15

=

20

7 × 14 = 98

7 × 15 = 105

6×

13

9

=3

=1

4 × 12 = 48

2×

3×

12

70 5 × 14 =


Blad 37 Erbij en eraf. 143 34

177

92 65

+

157

92 24

68

84 65

+

149

30 16

−

14

85 71

+

156

153 24

−

129

76 86

+

162

87 59

−

28

+

82 34

−

48

Tel met 12 terug

804

792

780

768

756

744

Tel met 100 terug

804

704

604

504

404

304

Tel met

5 terug

804

799

794

789

784

779

Tel met

4 terug

804

800

796

792

788

784

−

Tel op van links naar rechts. En van boven naar beneden. €

0,83 + €

0,05 = € 0,88

€

0,36 + €

0,09 = € 0,45

€

0,75 + €

0,97 = € 1,72

€

0,68 + €

0,89 = € 1,57

€

0,88 + €

0,09 = € 0,97

€

0,89 + €

0,36 = € 1,25

€

0,65 + €

0,74 = € 1,39

€

0,09 + €

2,12 = € 2,21

€ 2,02 + € 3,46 = € 5,48

€ 3,11 + € 1,85 = € 4,96

90 : 9 = 10

56 =

8 ×7

28 = 7 ×

4

72 : 8 =

9

50 =

5 × 10

72 = 9 ×

8

63 : 7 =

9

40 =

8 ×5

36 = 3 × 12

42 : 3 = 14

54 =

6 ×9

40 = 8 ×

5

39


Blad 38 Vul telkens het ontbrekende getal in.

575

182

325

738

471

249

929

3

650

89

248

890

479

129

660

339

40

530


Blad 39 Optellen en aftrekken. 385 + 25 = 410

610 − 25 = 585

385 = 610 − 225

475 + 35 = 510

820 − 35 = 785

495 = 570 − 75

165 + 65 = 230

740 − 55 = 685

275 = 340 − 65

585 + 75 = 660

630 − 65 = 565

565 = 620 − 55

625 + 85 = 710

550 − 85 = 465

655 = 820 − 165

184 + 136 = 320

820 − 126 = 694

830 = 696 + 134

176 + 134 = 310

720 − 224 = 496

620 = 126 + 494

165 + 145 = 310

640 − 148 = 492

540 = 398 + 142

158 + 162 = 320

530 − 137 = 393

750 = 154 + 596

143 + 177 = 320

410 − 113 = 297

460 = 293 + 167

184 + 19 = 203

273 + 128 = 401

832 − 235 = 597

467 + 36 = 503

364 + 139 = 503

624 − 227 = 397

548 + 58 = 606

487 + 117 = 604

546 − 249 = 297

783 + 19 = 802

656 + 146 = 802

753 − 256 = 497

639 + 68 = 707

775 + 129 = 904

465 − 268 = 197

640 =

480 =

Maak de rijtjes. 840 = 10 × 84

64 × 10

240 ×

2

20 × 42

32 × 20

160 ×

3

30 × 28

16 × 40

120 ×

4

40 × 21

8 × 80

80 ×

6

41


Blad 40 Kleur geel waar 10 uit komt, groen waar 9, rood waar 7, blauw waar 6 en bruin waar 5 uit komt.

70 : 7 20 : 4 63 : 7

7

63 :

72 : 8

45 : 9

28 : 4 30 : 6

15 : 3

81 : 9 45 : 5

40

54 : 6 63 : 9

10 : 2

:4

:1

36 : 4

30 : 3

6

10 : 1

36 : 6

42 : 6

12

100 : 10

:9

:2

48 : 8

18 : 3

14

:2

90

60 : 6

80 : 8

27 : 3

54 : 9

24 : 4 70 : 7 50 : 5 40 : 8

42

56

:8

35

:5

20 : 2

42 : 7 30 : 5 49 : 7

21 : 3


Blad 41 Maak de sommen. 280 + 140 = 420

320 − 140 = 180

285 + 140 = 425

180 + 150 = 330

540 − 160 = 380

388 + 130 = 518

380 + 160 = 540

630 − 150 = 480

664 + 150 = 814

480 + 190 = 670

720 − 180 = 540

573 + 170 = 743

580 + 170 = 750

810 − 120 = 690

467 + 160 = 627

280 + 240 = 520

520 − 240 = 280

285 + 240 = 525

270 + 150 = 420

840 − 260 = 580

374 + 160 = 534

240 + 280 = 520

920 − 280 = 640

168 + 450 = 618

230 + 390 = 620

780 − 290 = 490

456 + 270 = 726

250 + 480 = 730

670 − 290 = 380

587 + 130 = 717

380 + 348 = 728

700 − 348 = 352

385 + 348 = 733

470 + 257 = 727

600 − 246 = 354

492 + 219 = 711

560 + 376 = 936

800 − 452 = 348

588 + 324 = 912

780 + 154 = 934

900 − 575 = 325

679 + 124 = 803

690 + 239 = 929

500 − 172 = 328

791 + 132 = 923

Hoeveel oeveel is het bij elkaar? 4× 4×

36

3×

60 = 240

3×

9=

9=

27

80 = 240

4 × 100 = 400

3 × 200 = 600

4 × 169 = 676

3 × 289 = 867

43


Blad 42 Meet alle lijnen.

3 cm + 8 mm 0 mm

cm +

9

4 mm

3 mm 7 cm +

8 cm + 44

3 mm

3 mm

8 mm

– mm

7 mm

5 cm +

6 cm +

5 cm +

4 cm +

14

cm +

1

mm

7 m m

5 2 mm

3 cm +

13 cm +

5 cm +

cm +

9

mm

6 cm +

3 mm


Blad 43 Hoeveel is het?

3

824 = 800 + 20 +

4

903 = 900 +

736 = 700 + 30 +

6

720 = 700 + 20

914 = 900 + 10 +

4

615 = 600 + 15

525 = 500 + 20 +

5

705 = 700 +

678 = 600 + 70 +

8

920 = 900 + 20

1000 =

1000 =

1000 =

825 + 175

675 + 325

650 + 350

375 + 625

625 + 375

550 + 450

425 + 575

275 + 725

250 + 750

775 + 225

525 + 475

850 + 150

840 − 48 = 792

390 − 98 = 292

820 − 28 = 792

750 − 52 = 698

530 − 37 = 493

760 − 65 = 695

610 − 19 = 591

680 − 84 = 596

420 − 29 = 391

580 − 84 = 496

390 − 97 = 293

640 − 46 = 594

370 − 77 = 293

490 − 92 = 398

930 − 34 = 896

400 =

700 =

600 =

10 × 40

14 × 50

30 × 20

20 × 20

28 × 25

20 × 30

40 × 10

20 × 35

15 × 40

8

35 × 20

12 × 50

5

En nu aftrekken.

50 ×

45


Blad 44 Acht kinderen verdelen dit fruit. Hoeveel krijgt iedereen? Neem voor elk kind een andere kleur.

46

8:8=

1

24 : 8 =

3

32 : 8 =

4

16 : 8 =

2

48 : 8 =

6

40 : 8 =

5


Blad 45 Wat moet er op de stippellijn staan? 140

108

128

154

163

38

45

25

28

19

22

47

+

200

47

+

200

200

9 × 10

90 =

80 = 10 ×

18

+

8

+

200

3 × 12

6 × 26 = 156

81 =

9 ×

9

6 × 22 = 132

100 = 10 × 10

6 × 24 = 144

5 × 10

6 × 23 = 138

6 × 10

32 =

2 × 16

50 =

54 =

3 × 18

66 = 11 ×

6

+

200

36 =

60 =

18

6 × 27 = 162

Tel maar op! 230 + 210 + 8 = 448

360 + 47 + 20 = 427

210 + 320 + 9 = 539

320 + 81 + 30 = 431

260 + 120 + 7 = 387

450 + 53 + 40 = 543

340 + 230 + 8 = 578

460 + 48 + 20 = 528

310 + 260 + 6 = 576

520 + 85 + 30 = 635

248

168

285

192

348

169

275

172

258

207

253

193

193

123

165

130 800

+

164 800

+

150 800

+

227 800

+

80

+

800

47


Blad 46 In welke racewagen rijden deze mannen? Geef de helm en de auto die bij elkaar horen dezelfde kleur.

60 : 6

16 : 2 24 : 2

66 : 6

54 : 9 63 : 7

49 : 7 25 : 5 28 : 7 48 : 4

50 : 10

56 : 8 99 : 9 9:3

64 : 8 12 : 4

8:8

48

12 : 6


Blad 47 Eraf. 612

528 119

409

218

−

394

374 −

185

189

402 187

−

215

310 130

−

180

−

Tel maar op. 100 + 400 + 200 = 700

400 + 300 + 200 = 900

280 + 40 + 120 = 440

500 + 130 + 90 = 720

341 + 80 + 200 = 621

452 + 70 + 130 = 652

306 + 154 + 57 = 517

260 + 160 + 49 = 469

680 + 30 + 100 = 810

730 + 180 + 51 = 961

Hoeveel is het samen?

48

35

6×

5 × 20 = 100

6×

5 × 100 = 500

6 × 100 = 600

5 × 127 = 535

6 × 148 = 888

5×

7=

8=

40 = 240

Het vierde deel van: 84

21

104 26

124 31

180

45

96

24

112 28

148 37

188

47

88

22

108 27

156 39

192

48

92

23

116 29

160 40

196

49

76

19

120 30

168 42

184

46

49


Blad 48 Kleur bruin waar 5 uit komt, geel waar 6, blauw waar 7, rood waar 9 en groen waar 10 uit komt.

7

25

=

54

= 42

×

2

=4

7

9

80 = 8 × 10

5 = 40

8×

6

6

6 = 60

10 ×

=

7 = 63

9×

7×

12 6 =

2×

6 = 36

6×

5

7 = 14

2×

5×

10 × = 50 5

7=1×

6×

4 6 =2

4×

9 = 18

2×

0

28

72

=

7 4×

8

×4 40 20 = 2 × 10

3×

7 = 21

×

6 = 30

9 = 36

9

=6

3

7

=

70

7

5× 4×

6 = 48

=2

9 = 54

10

8×

9

7 = 56

35 7 =

× =3

5×

6×

9 = 81

3×

5

= 1 0

=7

10

=4

= 35

9

5

9×

7×

7

5×

7×

8×

30

50

9 7 =4

7×

6 = 18

3×

5 = 10

1×

×

9

=

4×

=2

5

2×

90 = 9 × 10

60 = 6 × 10


Blad 49 Alles door elkaar! 800 − 300 = 500 4 × 17 =

68

6=

4

88 − 19 =

69

79 + 19 =

98

24 :

85 + 47 = 132

120 : 10 =

12

65

8× 0=

0

5 × 13 = 56 :

8 : 0 = kan niet

7

8=

800 − 700 = 100

8+ 0=

8

81

8− 0=

8

9×

9=

Tel maar op. 35

47

26

25

43

46

58

98

36

58

68

149

+

76

181

17

+

141

+

Een gewoon jaar heeft

18

16

+

79

117

+

Een schrikkeljaar heeft

366 dagen

365 dagen in augustus

31 dagen

in december

31 dagen

in juli

31 dagen

in juni

30 dagen

in april

30 dagen

in september

30 dagen

De helft van:

Het derde deel van:

Het vierde deel van:

38

19

36

12

36

9

78

39

27

9

28

7

56

28

15

5

48

12

92

46

21

7

44

11

94

47

24

8

24

6

51


Blad 50 Kijk goed naar de kalender en maak de vragen.

Een kwartaal heeft

3 maanden. Een jaar heeft

4 kwartalen.

Januari, februari en maart zijn de maanden van het eerste kwartaal. Dit kwartaal heeft 90 dagen. Dat zijn 12 weken en

6 dagen.

De maanden van het tweede kwartaal zijn

april

, mei

en juni

.

en september

.

en december

.

Die van het derde kwartaal zijn

juli

, augustus

En die van het laatste kwartaal zijn

oktober

, november

Een jaar heeft 12 maanden. Een kwartaal is een vierde

52

deel van een jaar.


Blad 51 Hoeveel potloden zijn het? 4 dozijn potloden = 48 potloden

9 dozijn potloden = 108 potloden

8 dozijn potloden = 96 potloden

7 dozijn potloden =

84 potloden

5 dozijn potloden = 60 potloden

2 dozijn potloden =

24 potloden

3 dozijn potloden = 36 potloden

10 dozijn potloden = 120 potloden

6 dozijn potloden = 72 potloden

1 dozijn potloden =

12 potloden

Hoeveel is het? 4 postzegels van 40 ct = €

1,60

1 uur + 1 kwartier =

75 min.

5 postzegels van 60 ct = €

3,–

1 uur − 1 kwartier =

45 min.

6 postzegels van 85 ct = €

5,10

1 uur + 3 kwartier = 105 min.

5 postzegels van 110 ct = €

5,50

1 uur − 3 kwartier =

15 min.

1 uur − 12 uur

30 min.

samen

€ 15,20

=

22 = 100

55 − 17 =

38

1000 − 99 = 901

78 +

77 − 39 =

38

1000 − 11 = 989

90 −

84 − 28 =

56

1000 − 35 = 965

30 + 70 = 100

58 − 39 =

19

1000 − 85 = 915

90 − 47 = 43

61 − 29 =

32

1000 − 100 = 900

85 +

900 : 5 = 180

675 − 200 = 475

4 × 11 =

44

0=

0=

90

85

5 = 480

9 × 12 = 108

650 : 10 =

65

485 −

2 × 18 =

36

400 : 8 =

50

395 − 90 = 305

3 × 17 =

51

850 : 10 =

85

565 − 500 =

0 × 16 =

0

180 : 10 =

18

345 − 45 = 300

65

53


Blad 52 Maak groepen van een dozijn potloden.

Een gros is 12 dozijn. Er zijn 24 dozijn potloden. Dat is

54

2 gros.


Blad 53 Reken om. 1 jaar =

12 maanden

48 maanden =

4 jaar

6 jaar =

72 maanden

36 maanden =

3 jaar

3 jaar =

36 maanden

72 maanden =

6 jaar

7 jaar =

84 maanden

24 maanden =

2 jaar

8 jaar =

96 maanden

60 maanden =

5 jaar

1 uur =

60 minuten

60 minuten =

1 uur

3 uur = 180 minuten

180 minuten =

3 uur

2 uur = 120 minuten

240 minuten =

4 uur

5 uur = 300 minuten

360 minuten =

6 uur

4 uur = 240 minuten

300 minuten =

5 uur

1 jaar + 1 mnd. = 13 maanden

1 kwartaal =

3 maanden

2 jaar + 3 mnd. = 27 maanden

9 maanden =

3 kwartalen

3 jaar + 5 mnd. = 41 maanden

3 maanden =

1 kwartaal

2 jaar + 7 mnd. = 31 maanden

15 maanden =

5 kwartalen

4 jaar + 3 mnd. = 51 maanden

12 maanden =

4 kwartalen

1 kwartier =

15 minuten

1 uur en 30 min. =

6 kwartier

3 kwartier =

45 minuten

1 uur en 15 min. =

5 kwartier

8 kwartier = 120 minuten

1 uur en 45 min. =

7 kwartier

6 kwartier =

90 minuten

2 uur en 15 min. =

9 kwartier

5 kwartier =

75 minuten

2 uur en 30 min. = 10 kwartier

55


Blad 54

2

6

mm

8 3 +

5

mm

cm

+

mm

8

1

cm +

7 mm 1 cm +

cm

8

mm mm

– mm

m

2

m

m

8

cm +

mm

56

6

1

m

4

m

4 cm +

+

0 mm

+

1 cm +

m 9 m

cm

+

4

cm +

8 mm

+

3

cm

5

cm

6 cm +

1 cm + m 5 c

7 1

mm

Meet alle lijnen.

3

6

cm

cm

+

+

9

+ 4 cm

2 cm + 3 cm +

m

m

m

9 mm 8 mm 8 mm


Blad 55 12 × 39 =

24 × 36 =

10 × 39 = 390

20 ×

18 × 48 =

36 = 720

10 × 48 = 480

78

4 × 36 = 144

8 × 48 = 384

12 × 39 = 468

24 × 36 = 864

18 × 48 = 864

2 × 39 =

Eraf. 990 − 657 = 333

990 − 892 =

98

500 − 15 = 485

980 − 384 = 596

980 − 893 =

87

800 − 115 = 685

950 − 462 = 488

950 − 896 =

54

900 − 511 = 389

940 − 624 = 316

940 − 897 =

43

600 − 151 = 449

970 − 543 = 427

970 − 894 =

76

700 − 155 = 545

Hoeveel euro is het samen? 3 biljetten van € 10,– = € 30,–

10 munten van 1 cent =

10 cent

8 biljetten van € 5,– = € 40,–

20 munten van 2 cent =

40 cent

40 biljetten van € 5,– = € 200,–

10 munten van 5 cent =

50 cent

20 biljetten van € 10,– = € 200,–

10 munten van 10 cent = 100 cent

samen € 470,–

samen = 200 cent

Hoe betaal je? € 43,05 met

2 biljetten van € 20,– en

3 euro's van

€ 55,10 met

2 biljetten van € 20,– en

3 biljetten van € 5,– en 10 ct

€ 50,20 met

2 biljetten van € 20,– en

2 biljetten van € 5,– en 20 ct

€ 44,50 met

2 biljetten van € 20,– en

4 euro's van

€ 1,– en

5 ct

€ 1,– en 50 ct

57


Blad 56 Wisselen! Gaat dat goed? Kleur het vak dat goed is.

2 €

58

– ct

1 € 90 ct

1 € 80 ct

2 €

– ct

2 € 50 ct

2 € 50 ct

2 € 20 ct

2 € 40 ct

2 € 55 ct

2 € 55 ct

2 € 20 ct

2 € 65 ct


Blad 57 Hoeveel is het samen? 7 biljetten van € 5,– = €

35,–

9 biljetten van € 20,– = € 180,–

7 biljetten van € 10,– = €

70,–

9 biljetten van € 5,– = €

45,–

7 biljetten van € 20,– = € 140,–

9 biljetten van € 10,– = €

90,–

9 × 35 = € 315,–

7 × 35 = € 245,– Tel maar op. 285

316

196

117

318

245

189

257

147

271

346

408

250

168

+

1000

269

+

1000

218

+

1000

+

1000

Neem eerst de getallen die bij elkaar passen. 900 − 315 − 235 = 350

600 − 243 − 157 = 200

800 − 425 − 245 = 130

700 − 352 − 248 = 100

600 − 135 − 315 = 150

800 − 211 − 189 = 400

500 − 235 − 125 = 140

900 − 326 − 474 = 100

400 − 145 − 145 = 110

500 − 113 − 287 = 100

5 × 16 =

80

180 = 12 × 15

60 × 16 =

960 640

7 × 16 = 112

120 =

8 × 15

40 × 16 =

8 × 16 = 128

135 =

9 × 15

80 × 16 = 1280

6 × 16 =

96

105 =

7 × 15

70 × 16 = 1120

4 × 16 =

64

165 = 11 × 15

50 × 16 =

800

59


Blad 58 Geef de meisjes die bij elkaar horen dezelfde kleur.

66 : 6

63 : 9

40 : 4 21 : 7

10 : 10

81 : 9

40 : 8 36 : 3 60 : 6 18 : 3

49 : 7

10 : 5

88 : 8 56 : 7

24 : 3 18 : 2 60 : 5

60

24 : 6


Blad 59

2 uur

half 3

kwart voor 3

kwart over 3

1 kwartier later

2.15

2.45

3.00

3.30

1 2

2.30

3.00

3.15

3.45

3 kwartier vroeger

1.15

1.45

2.00

2.30

5 minuten vroeger

1.55

2.25

2.40

3.10

10 minuten later

2.10

2.40

2.55

3.25

20 minuten later

2.20

2.50

3.05

3.35

25 minuten vroeger

1.35

2.05

2.20

2.50

35 minuten vroeger

1.25

1.55

2.10

2.40

40 minuten later

2.40

3.10

3.25

3.55

50 minuten later

2.50

3.20

3.35

4.05

50 minuten vroeger

1.10

1.40

1.55

2.25

55 minuten vroeger

1.05

1.35

1.50

2.20

uur later

Hoeveel eurocent is het?   8 munten van 10 ct = 80 ct

10 munten van 20 ct = 200 ct

3 munten van 20 ct = 60 ct

2 munten van 10 ct = 20 ct

4 munten van   5 ct = 20 ct

4 munten van   5 ct = 20 ct

15 munten van 10 ct = 150 ct

20 munten van 10 ct = 200 ct

20 munten van 20 ct = 400 ct

1 munt    van 20 ct = 20 ct

61


Blad 60 Kleur rood waar 6 uit komt, blauw waar 7, groen waar 9 en geel waar 10 uit komt.

45 : 5

20 : 2

98 : 14

28 : 4

36 : 6 72 : 8

108

: 12

54 : 6

21 : 3

42 : 6

36 : 6

18 : 2

35 : 5

78 : 13 91 : 13

48 : 8 84 : 14

90 : 15

21 : 3

99 : 11

66 : 11

72 : 12

40 : 4

84 : 12

27 : 3

63 : 9 96 : 16

60 : 10

62

:4

81 : 9

77 : 11 54 : 9

36

80 : 8

90 : 10

7:1

63 : 7

30 : 3

30 : 3

100 : 10

70 : 7

50 : 5

12 : 2 90 : 9

60 : 6

14 : 2

30 : 5


Blad 61 Tel op. Van links naar rechts. En van boven naar beneden. 43 +

39 − 34 + 21 =

69

69 +

35 − 36 + 23 =

91

164 + 77 +

26 − 16 = 251

89 + 65 + 135 − 87 = 202

65 + 309 − 61 + 83 = 396

62 + 43 +

38 − 69 =

74

315 + 185 + 199 −172 = 527

177 + 383 − 131 + 127 = 556 Wissel om. 1 euro =

2 munten van 50 eurocent

1 euro =

5 munten van 20 eurocent

1 euro =

10 munten van 10 eurocent

1 euro =

20 munten van 5 eurocent

2 euro =

2 munten van 1 euro

2 euro =

4 munten van 50 eurocent

2 euro =

10 munten van 20 eurocent

2 euro =

20 munten van 10 eurocent

Verdubbel steeds. 13

26

52

104

208

416

832

19

38

76

152

304

608

1216

23

46

92

184

368

736

1472

Reken om. 3 jaar + 3 mnd. =

39 mnd.

12 weken =

84 dagen

2 jaar + 5 mnd. =

29 mnd.

14 weken =

98 dagen

4 jaar + 7 mnd. =

55 mnd.

16 weken = 112 dagen

7 jaar + 9 mnd. =

93 mnd.

18 weken = 126 dagen

9 jaar + 8 mnd. = 116 mnd.

19 weken = 133 dagen

63


Blad 62 Welke maand is het nu? Vul dat in boven de kalender. Maak de kalender verder af.

Maand

z m d w d v z Vandaag is het eigen antwoord

.

De vorige maand was

.

De volgende maand is

.

Streep door wat fout is. Het is nu: lente, zomer, herfst, winter.

64

Vorige zondag was het

.

Eergisteren was het

.

Overmorgen is het

.

Zondag over een week is het

.


Blad 63 Tel maar op. 103

289

403

276

507

397

958

373

670

638

513

289

489

1769

435

+

1759

427

+

2301

317

+

1255

+

Hoeveel is het samen? 15 munten van 20 euroct = 300 ct

1 kg = 1000 gram

10 munten van 50 euroct = 500 ct

2 hg =

200 gram

5 munten van 20 euroct = 100 ct

40 dg =

4 gram

30 ct

1 hg =

100 gram

3 munten van 10 euroct =

samen = 1304 gram

samen 930 ct

Vermeerder steeds met het getal vóór de streep. 36

72

–

24

48

–

48

96

–

108 – 144 – 180 72 –

96 – 120

144 – 192 – 240

Hoeveel is het? 9 dozijn potloden = 108 potloden

7 weken =

49 dagen

12 dozijn potloden = 144 potloden

13 weken =

91 dagen

15 dozijn potloden = 180 potloden

15 weken = 105 dagen

13 dozijn potloden = 156 potloden

18 weken = 126 dagen

14 dozijn potloden = 168 potloden

19 weken = 133 dagen

65


Blad 64 Geef de motorrijders die bij elkaar horen dezelfde kleur.

66


Blad 65 Reken maar uit. 700 − 341 = 359

144 : 18 =

8

291 × 3 = 873

800 − 259 = 541

228 : 19 = 12

387 × 2 = 774

900 − 334 = 566

221 : 17 = 13

239 × 4 = 956

600 − 427 = 173

224 : 14 = 16

159 × 6 = 954

500 − 263 = 237

272 : 16 = 17

329 × 3 = 987

Hoeveel is het samen? 7 × 46 = 322

4 × 37 = 148

9 × 29 = 261

3 × 46 = 138

5 × 37 = 185

5 × 29 = 145

4 × 46 = 184

3 × 37 = 111

4 × 29 = 116

6 × 46 = 276

8 × 37 = 296

2 × 29 =

20 × 46 = 920

20 × 37 = 740

58

20 × 29 = 580

Steeds de helft. 976

–

488 – 244 – 122 –

61

944

–

472 – 236 – 118 –

59

902

–

456 – 228 – 114 –

57

Hoeveel is het? 1 dozijn potloden = 12 potloden

1 2

dozijn potloden =

6 potloden

3 dozijn potloden = 36 potloden

1 2

jaar

=

6 maanden

5 dozijn potloden = 60 potloden

1 2

jaar

= 26 weken

4 dozijn potloden = 48 potloden

1 2

gros potloden

= 72 potloden

6 dozijn potloden = 72 potloden

67


Blad 66 Maak groepjes van 10 sets kleurpotloden.

Hoeveel sets blijven er over? Hoeveel potloden zijn dat?

68

2 24


Blad 67 Reken maar uit. 1000 − 542 = 448

84 : 28 =

3

6 × 144 = 864

1000 − 369 = 631

92 : 23 =

4

7 × 136 = 952

1000 − 473 = 527

81 : 27 =

3

6 × 158 = 948

1000 − 657 = 343

96 : 24 =

4

4 × 169 = 676

1000 − 786 = 214

87 : 29 =

3

5 × 197 = 985

347 + 494 = 341 + 500 = 841

935 − 496 = 939 − 500 = 439

286 + 595 = 281 + 600 = 881

878 − 591 = 887 − 600 = 287

477 + 296 = 473 + 300 = 773

766 − 492 = 774 − 500 = 274

532 + 191 = 523 + 200 = 723

698 − 399 = 699 − 400 = 299

769 + 194 = 763 + 200 = 963

947 − 694 = 953 − 700 = 253

Verminder steeds met het getal vóór de streep. 35

175

–

140 – 105 –

70 –

35

45

225

–

180 – 135 –

90 –

45

55

275

–

220 – 165 – 110 –

55

Hoeveel is het?   9 dozijn – 13 stuks

= 95 stuks

8 dozijn

+ 11 stuks = 107 stuks

15 weken –   6 dagen

= 99 dagen

3 jaar

+   7 weken = 163 weken

12 dozijn –   4 dozijn

= 96 stuks

2 × 50 cent + 15 cent = 115 cent

2 jaar

–   8 weken

= 96 weken

14 weken

9 jaar

– 11 maanden = 97 maanden

+   6 dagen = 104 dagen

10 × 2 cent +   1 euro = 120 cent

69


Blad 68 Kijk goed naar de kalender en maak de vragen.

februari z

m

d

w

d

v

z

18

19

20

21

22

23

24

Het is een schrikkeljaar. Pas op! Februari heeft nu 29 dagen. Doe alsof het 18 februari is.

4 februari

Zondag twee weken geleden was het

.

Vandaag over elf dagen is het donderdag

29 februari

.

Vandaag over twaalf dagen is het vrijdag

1 maart

.

6 maart

Woensdag over twee weken is het

.

Komende donderdag is het 22 februari. Vorige week donderdag was het

15 februari

.

De donderdag daarvoor was het

8 februari

.

Volgende week vrijdag is het

1 maart 2 maart

Zaterdag over een week is het De lente begint op

70

.

21 maart

. .


Blad 69 1000 =

1000 =

1000 =

500 + 500

800 + 200

100 + 300 + 600

600 + 400

600 + 400

400 + 400 + 200

300 + 700

900 + 100

200 + 500 + 300

200 + 800

200 + 800

300 + 300 + 400

800 − 50 = 750

600 − 60 = 540

300 − 50 = 250

700 − 60 = 640

200 − 20 = 180

500 − 60 = 440

600 − 90 = 510

400 − 40 = 360

600 − 80 = 520

500 − 20 = 480

300 − 30 = 270

800 − 40 = 760

300 − 40 = 260

700 − 70 = 630

700 − 10 = 690

1000 =

1000 =

1000 =

720 + 280

250 + 750

340 + 640

840 + 160

420 + 580

550 + 450

630 + 370

530 + 470

840 + 160

540 + 460

370 + 630

720 + 280

6 × 12 = 72

9 × 14 = 126

8 × 13 = 104

6 × 14 = 84

9 × 15 = 135

8 × 15 = 120

5 × 16 = 80

7 × 16 = 112

7 × 14 =

5 × 17 = 85

6 × 17 = 102

7 × 15 = 105

6 × 16 = 96

7 × 13 =

91

8 × 16 = 128

Maak de aftreksommen.

En nu vermenigvuldigen!

98

71


Blad 70 Wisselen! Gaat dat goed? Vul in. Kleur het vak dat goed is.

72

1 € 10 ct

1 € − ct

1 € 20 ct

− € 95 ct

4 € − ct

3 € 50 ct

4 € 50 ct

3 € 90 ct

1 € 40 ct

1 € 50 ct

1 € 40 ct

1 € 65 ct


Blad 71 Zet in gewone getallen. I =

1

III =

3

VIII =

8

V =

5

VII =

7

IX =

9

X = 10

XI = 11

VI =

6

2

XII = 12

IV =

4

II =

16 15

15 16

×

240

14 12

×

240

18 13

×

168

26 ×

234

13

×

338

Delen met een staartje. 4 / 572

6 / 744

8 / 936

400 100 × 172 160 12

40 ×

12 3× 0 143

124

117

23 l melk.

Dat is in 1 week

161 liter.

3 koeien geven per dag

69 l melk.

Dat is in 1 week

483 liter.

4 koeien geven per dag

92 l melk.

Dat is in 2 weken 1288 liter.

5 koeien geven per dag 115 l melk.

Dat is in 3 weken 2415 liter.

1 koe geeft per dag

73


Blad 72 Vul in met Romeinse cijfers.

Het is VII uur.

Het is

III uur.

Het is XII uur.

Het is

74

VI uur.


Blad 73 Schrijf in Romeinse cijfers. 9=

IX

12 = XII

15 = XV

3=

III

11 =

XI

13 = XIII

2=

II

4=

IV

20 = XX

5=

V

6=

VI

7 = VII

Delen met een staartje 9 / 882

8 / 248

98

9 / 621

7 / 623

31

7 / 616

69

89

6 / 354

88

59

Reken maar uit. 1101 − 24 = 1077

6 × 98 = 588

1000 :   2 = 500

974

12 × 52 = 624

1000 :   8 = 125

1100 − 19 = 1081

14 × 53 = 742

1000 : 50 =  20

987

15 × 54 = 810

1000 : 40 =  25

1010 − 36 =

1001 − 14 =

75


Blad 74 Mike en Daan verdelen alles. Hoeveel krijgen ze allebei? Kleur wat Mike krijgt rood en wat Daan krijgt blauw.

7 : 2 = 32

1

13 : 2 = 6 2

15 : 2 = 7 2

1

5 : 2 = 22

1

3 : 2 = 12

11 : 2 = 5 2

76

1

1

1


Blad 75 Schrijf als gewone getallen.

9

XX = 20

XVI = 16

IX =

XV = 15

XVII = 17

XIX = 19

XXI = 21

XXVI = 26

XXIX = 29

XXV = 25

XXX = 30

XXIV = 24

XXII = 22

XXXI = 31

XIV = 14

Eerst vermenigvuldigen. 5 × 12 −   3 =

57

7 × 15 −   3 = 102

8 × 13 +   9 = 113

4 × 15 −   7 =

53

8 × 25 − 31 = 169

9 × 16 + 17 = 161

8 × 25 − 23 = 177

3 × 25 − 29 =

46

8 × 18 + 29 = 173

7 × 30 − 51 = 159

6 × 35 − 12 = 198

6 × 19 + 37 = 151

6 × 35 − 39 = 171

5 × 45 − 28 = 197

7 × 17 + 29 = 148

Delen met een staartje. 12 / 492

13 / 533

41

14 / 448

41

32

Hoeveel erbij? 265 + 735 = 1000

15 + 985 = 1000

1000 − 557 =   443

396 + 604 = 1000

17 + 983 = 1000

532 + 468 = 1000

446 + 554 = 1000

19 + 981 = 1000

1 + 999 = 1000

226 + 774 = 1000

18 + 982 = 1000

996 +     4 = 1000

77


Blad 76 Geef de kinderen die bij elkaar horen dezelfde kleur.

88 : 8 20 : 5 3:3

40 : 5 42 : 6

56 : 4

42 : 7

60 : 5 20 : 4

14 : 7 52 : 4

90 : 9

18 : 6 45 : 3

78

81 : 9


Blad 77 Vermenigvuldigen en delen. 42

28 17

12

×

17 / 476

49

12 / 504

42

38

26

24

×

22 / 572

49

34 26

×

24 / 912

26

×

14 / 686

28

22

14

×

×

26 / 884

38

34

79


Blad 78 Vul in met Romeinse cijfers.

Het is VIII uur. Het is V

Het is I Het is XI

80

uur.

uur.

uur.


Blad 79 Hoeveel is het samen? 7 schriften van 35 ct = € 2,45

3  dozijn pennen =

36 pennen

8 schriften van 28 ct = € 2,24

2  dozijn pennen =

24 pennen

9 schriften van 26 ct = € 2,34 samen = € 7,03

4  dozijn pennen =

48 pennen

1  dozijn pennen =

12 pennen

Ik geef € 10,–; terug € 2,97

10 dozijn pennen = 120 pennen 34

=

48

het tiende deel van 340 =

het derde deel van 144 =

48

het vierde deel van 460 = 115

het vierde deel van 144 =

36

het derde deel van 735 = 245

de helft van 96

de helft van 342

= 171

samen = 303

= 384

de helft van 768

samen = 778

2.40 uur

3.20 uur

4.10 uur

5.30 uur

45 minuten later

3.25

4.05

4.55

6.15

25 minuten later

3.05

3.45

4.35

5.55

45 minuten vroeger

1.55

2.35

3.25

4.45

25 minuten vroeger

2.15

2.55

3.45

5.05

Reken maar uit. 7 × 13 =

91

368 : 4 = 92

185

6 × 15 =

90

420 : 7 = 60

397

9 × 17 = 153

279 : 3 = 93

283

0

426 : 6 = 71

8 × 24 = 192

115 : 5 = 23

1330

9×  0=

465

+

81


Blad 80 Farida en Tom verdelen alles. Hoeveel krijgen ze beiden? Kleur wat Farida krijgt groen en wat Tom krijgt rood.

1

1

17 : 2 = 8 2

23 : 2 = 11 2

1

19 : 2 = 9 2

1

27 : 2 = 13 2

25 : 2 = 12 2

21 : 2 = 10 2

82

1

1


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Rekenblok_Vertrouwd_3_150dpi_antw by ThiemeMeulenhoff - Issuu