Maat
Groep 7
Blok
1
De dag van ... TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 1
24/03/2022 09:09
Taal
Maat • Groep 7 • Blok 1 Hoofdstuk 1 en 2 Antwoorden
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 1
24/03/2022 09:09
Pictoʼs Deze opdracht doe je als je tijd hebt. Deze opdracht doe je alleen. Deze opdracht doe je samen. Deze opdracht doe je in een groepje. Dit is een bewegingsopdracht. Deze opdracht schrijf je op een blaadje.
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 2
24/03/2022 09:09
Rochelle
Yvonne
Darren
Youssef
Meester Henk
Maryam
Karel
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 4
Roel
24/03/2022 09:09
Hoofdstuk 1
Hoe gaat het? ?⃝ Ik moet het nog leren.
Doelenkaart
⃝↑ Ik moet het nog oefenen. ⃝✓ Ik kan het!
Spreken en luisteren • Ik kan overleggen in een kleine groep.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik ken de rollen die nodig zijn bij een groepsgesprek.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan gericht luisteren naar een verhaal.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan vertellen wat ik van een verhaal vind en waarom.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan het doel van de schrijver herkennen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik weet welk doel bij een bepaalde tekstsoort hoort.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan mijn leesdoel bepalen bij het lezen van een informatieve tekst.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan voorspellen waar een tekst over gaat.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
Woordenschat • Ik ken de betekenis van 45 nieuwe woorden.
Lezen
Taal verkennen • Ik kan de volgende woordsoorten herkennen en gebruiken: zelfstandig naamwoorden, bijvoeglijk naamwoorden, lidwoorden, persoonlijk voornaamwoorden, voorzetsels, voegwoorden en telwoorden.
Schrijven • Ik kan een betoog schrijven.
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 5
24/03/2022 09:09
Hoofdstuk 1
Les 1 Kijkwoorden
de boetiek
Spreken en luisteren • Ik leer overleggen in een kleine groep. • Ik leer over de rollen die nodig zijn bij een groepsgesprek.
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 20 nieuwe woorden.
Leeswoorden
de aandacht gevangen houden: de aandacht vasthouden Tijdens de presentatie kunnen Darren en Karel de aandacht gevangen houden van de groep. de campagne: grote openbare actie Darren en Karel houden een campagne voor veiliger verkeer.
de claxon
de overdaad: de overvloed, het teveel Er zijn heel veel bijzondere dagen: het is een overdaad! uit je doppen kijken: goed uitkijken Kijk uit je doppen, zodat je tijdig kunt stoppen.
het rijbewijs
het voortgezet onderwijs: onderwijs na de basisschool Alle kinderen van 12 jaar en ouder gaan naar het voortgezet onderwijs.
Weetwoorden het transportmiddel
aandacht schenken aan alert de blikvanger de instructeur/instructrice de kanker
de presentatie presenteren origineel de slogan de verplichting
de vreugde
6
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 6
24/03/2022 09:09
De dag van ...
1
Bekijk de afbeelding.
7
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 7
24/03/2022 09:09
2
Beantwoord de vragen. Leg ook uit waarom je dat denkt. 1 Darren en Karel houden een presentatie. Waarover gaan ze vertellen?
Waarom denk je dat? 2 Heb jij wel eens een presentatie gehouden? 3 Waar ging die over? 4 Hoe vond je het om dat te doen?
3
Luister en kijk naar het verhaal.
4
Wat vind jij van de campagne: De scholen zijn weer begonnen? Praat er samen over.
Gesprekstip
Doe het zo: • De voorzitter leidt het gesprek. 1 Maak eerst afspraken. • Wie zorgt ervoor dat het gesprek goed loopt? • De verslaggever schrijft op wat er gezegd wordt. • Wie schrijft de mening van het groepje op en vertelt die straks aan de klas? • De tijdbewaker houdt de tijd in de gaten. • Wie let op dat iedereen evenveel aan de beurt komt? • Wie spoort de anderen aan om mee te denken en te praten? • De aanmoediger zorgt dat iedereen blijft 2 Vertel elkaar: meedoen. • Waarom is er zo'n campagne? Helpt het, denk je? • Welk verkeerspunt bij jullie in de buurt is gevaarlijk? Leg uit waarom. • Welke slogan vinden jullie beter? 'De scholen zijn weer begonnen' of 'Kijk uit je doppen, zodat je tijdig kunt stoppen.' • Waarom kiezen jullie voor deze slogan?
8
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 8
24/03/2022 09:10
5
Welke bijzondere dagen ken je? 1 Pak een kalender of zoek er één op internet op. Kies een maand. 2 Vul alle bijzondere dagen in. 3 Denk ook aan bijzondere dagen van je familie.
9
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 9
24/03/2022 09:10
Hoofdstuk 1
Les 2
Spreken en luisteren • Ik leer luisteren naar een verhaal. • Ik leer vertellen wat ik van een verhaal vind en waarom.
1
Luister naar het verhaal De dag van ... . Onthoud ten minste vijf dagen die genoemd worden.
2
Vul ten minste vijf dagen uit het verhaal in.
Woordenschat • Ik oefen de betekenis van de 20 woorden uit les 1.
1 2 3 4 5 6 7
3
Welk ander woord past in de zin? Lees de zin. Let goed op de vetgedrukte woorden. Teken een lijn. Elke week komen twee kinderen met een heel nieuw idee.
•
•
alert te zijn op
Darren en Karel vertellen als eerste hun idee aan de klas.
•
•
presenteren
Darren en Karel zorgen ervoor dat alle kinderen goed luisteren.
•
•
origineel
Darren vergeet even om goed te letten op Karel tijdens de presentatie.
•
•
houden de aandacht gevangen
10
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 10
24/03/2022 09:10
4
De leerkrachten hebben een project verzonnen over ‘De dag van ...’. Wat vind je van dat idee? Vul dat in en leg uit waarom.
5
Welk woord past in de zin? Kies uit: transportmiddel | blikvanger | boetiek | overdaad | kanker | voortgezet | verplichting | claxon 1 Wat een lawaai! Wie drukt daar nu zo hard op die
?
2 De bakker heeft heel veel gebak. Echt een 3 Alle goederen worden in het
aan taarten. geladen.
4 We moeten die afspraak nakomen. We hebben een
.
5 Die tas valt op! Die kleur is een echte
.
6 Marjan is dertien jaar. Zij zit op het 7 Mijn tante is ernstig ziek. Zij heeft 8 Wat een fantastische kleding verkopen ze in deze
onderwijs. . .
11
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 11
24/03/2022 09:10
6
Bedenk zinnen. Kijk naar de afbeelding. Bedenk bij elk woord een zin. Vul de zin in. 1 instructeur
2 aandacht schenken aan
3 rijbewijs
4 vreugde
7
Maak de uitdrukkingen af. Kijk eerst naar het voorbeeld. Voorbeeld: Ik kijk uit mijn doppen als ik de straat over moet steken. Ik kijk uit mijn doppen als
ik fiets
.
1 Ik schenk aandacht aan mijn zieke tante. Ik schenk aandacht aan
.
2 Ik houd hun aandacht gevangen door heel mooi te zingen. Ik houd hun aandacht gevangen door
.
12
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 12
24/03/2022 09:10
Hoofdstuk 1
Les 3 Kijkwoorden
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 15 nieuwe woorden.
Lezen • Ik leer het doel van de schrijver herkennen. • Ik leer welk doel bij een bepaalde tekstsoort hoort.
Leeswoorden
ergens werk van maken: iets doen met Ik hoop dat u werk maakt van mijn tips.
de ambulance
geen overbodige luxe: erg nodig Verkeerslichten zijn hier geen overbodige luxe. te doen zijn om: daar gaat het om; dat is belangrijk Een veilige oversteekplaats voor iedereen, daar is het mij om te doen.
de colonne
het verbod: dat wat verboden is Er komt een verbod op te hard rijdende auto's. zich beklagen: een klacht indienen; laten weten dat iets niet goed is Ik wil mij beklagen over de onveilige fietsroute.
Tip Een onbekend woord? Bedenk de betekenis.
de parkeerzone
Weetwoorden tanken
het tankstation
de chaos de situatie verzoeken wijzigen zich bevinden
Stap 1: Kijk naar het woord zelf. Stap 2: Is er een plaatje dat iets over de betekenis vertelt? Stap 3: Kijk naar de context van het woord. Wordt de betekenis gegeven? Staat er een woord dat hetzelfde of juist het tegengestelde betekent? Staan er andere woorden die iets over de betekenis vertellen? Stap 4: Bedenk wat er in plaats van het onbekende woord kan staan. Stap 5: Controleer of jouw betekenis in de tekst past. Stap 6: Twijfel je? Zoek de betekenis op of vraag de betekenis aan iemand.
13
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 13
24/03/2022 09:10
Geachte mevrouw Vermeer, In deze brief wil ik mij beklagen over de onveilige fietsroute van mijn huis naar school. Elke schooldag fiets ik van mijn huis op de Katjeskade naar basisschool De Vlieger. Om bij mijn school te komen, moet je de superdrukke Willemsweg oversteken. De situatie bij het oversteekpunt is rommelig. Je kunt het verkeer niet goed zien aankomen. De auto’s op de Willemsweg rijden vaak heel hard. Ik zal u uitleggen wat er zo gevaarlijk is aan het oversteekpunt. Dat bevindt zich dus op de kruising van de Katjeskade-Willemsweg. Stelt u zich voor dat ik sta te wachten op deze kruising. Aan de linkerkant staan allemaal busjes geparkeerd. Die busjes zijn van Heen en Weer, een bedrijf waar je busjes kunt huren. Een parkeerzone op die plek is onhandig. Als ik naar links kijk, kan ik bijna niks zien. Aan de rechterkant staat een tankstation. Hier komen veel mensen tanken. Als de auto’s weer wegrijden, komen ze uit op de Katjeskade. Precies op de plek waar ik en andere fietsers staan te wachten om over te steken. Veel auto’s rijden daar te hard op de fietsers af. Er zijn geen verkeerslichten op het oversteekpunt. Ik durf vaak niet over te steken of ik moet lang wachten tot alle auto’s voorbij zijn. Ik kom daardoor regelmatig te laat op school. Vlak in de buurt zit ook een begraafplaats. Vaak rijdt er een colonne auto’s langs die op weg is naar die begraafplaats. Ook dan moet je weer wachten tot die auto’s voorbij zijn en je de weg over kunt. Vorige week ging het mis. Een meisje op de fiets wilde oversteken. Ze zag een auto niet aankomen en ze werd aangereden. Een ambulance heeft haar naar het ziekenhuis gebracht. Ik ben de chaos bij de oversteekplaats zat. Het moet anders! Daarom wil ik de gemeente verzoeken de situatie bij de oversteekplaats te veranderen. Dit zou u moeten wijzigen: 1. Weg met auto’s die te hard rijden! Er moet een verbod komen op die auto’s. 2. Verkeerslichten op de kruising Katjeskade-Willemsweg zijn geen overbodige luxe. Verkeerslichten plaatsen dus alstublieft. 3. De parkeerzone met de busjes moet op een andere plek komen. 4. Maak een verkeersdrempel tussen het tankstation en de Katjeskade. Ik hoop dat u werk maakt van mijn tips. Een veilige oversteekplaats voor iedereen, daar is het mij om te doen. Vriendelijke groet van Roel (groep 7 basisschool De Vlieger)
1
Bekijk de tekst door oriënterend te lezen. Bedenk wat je nu al weet.
2
Lees de tekst.
Leestip Oriënterend lezen. Bekijk eerst de opmaak van de tekst. Lees de titel en eventueel vetgedrukte woorden en zinnen. Vaak heb je dan al een idee van de tekstsoort, het onderwerp, de schrijver en het tekstdoel.
14
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 14
24/03/2022 09:10
3
Beantwoord de vragen. 1 Wat voor soort tekst is dit? Kies het goede antwoord. ◯ Een brief over een onveilige oversteekplaats. ◯ Een verhaal over een gevaarlijke oversteekplaats. 2 Wat is de bedoeling van Roel? Kies de goede antwoorden.
4
▢ instructie geven
▢ iets uitleggen
▢ zijn mening geven
▢ overtuigen
Welke tekstsoort past bij welk tekstdoel? Teken een lijn. de schrijver wil de lezer vermaken
•
•
verhaal
de schrijver wil zijn mening geven over een onderwerp
•
•
informatieve tekst
• •
• •
de schrijver wil de lezer informeren de schrijver wil de lezer iets verkopen
reclametekst betoog
15
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 15
24/03/2022 09:10
5
Welke vijf woorden horen bij het plaatje? Kies uit de kijk-, lees- en weetwoorden van deze les. Maak met elk woord een zin. Laat duidelijk zien wat het woord betekent.
6
Teken een plattegrond van de levensgevaarlijke kruising. Lees de omschrijving van Roel en teken een plattegrond.
16
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 16
24/03/2022 09:10
Hoofdstuk 1
Les 4
Woordenschat
Lezen
• Ik oefen de betekenis van 10 nieuwe woorden en van de woorden uit les 3.
• Ik leer mijn leesdoel bepalen bij het lezen van een informatieve tekst. • Ik leer voorspellen waar de tekst over gaat.
Hoe veilig fietst uw kind? Kinderen die veilig zelfstandig naar school fietsen, zijn zich bewust van hun gedrag. Zo fietsen ze niet met z’n drieën naast elkaar. Dat levert gevaar op voor anderen. De kinderen lopen hierdoor zelf ook risico. Vanzelfsprekend moet de fiets voldoen aan eisen voor een veilige fiets. Dat wil zeggen dat de remmen en de verlichting het goed doen. Wilt u uw kind voorbereiden op de fietstocht? Oefen dan samen op zondag. Over het algemeen is het dan rustig buiten. Bekijk welke drukke punten hij het best kan vermijden. De hoofdzaak is dat uw kind weet hoe het zich in het verkeer moet gedragen.
1
doorhebben; weten dat het zo is kans dat iets wat ongewenst is toch gebeurt het hoeft niet te worden uitgelegd
meestal het belangrijkste; voornaamste
Kijk naar het plaatje bij de tekst. Lees de titel en de blauwe woorden. 1 Wat weet je al en wat wil je nog te weten komen over dit onderwerp?
2 Wat is jouw leesdoel als je deze tekst gaat lezen?
3 Waar zal de tekst over gaan, denk je?
4 Lees nu de hele tekst.
17
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 17
24/03/2022 09:10
2
Welke uitdrukking hoort erbij? Teken een lijn. eerst maar eens oefenen iets doen met erg nodig ik bedoel het zo het gaat mij om meestal beseffen
3
• • • • • • •
• • • • • • •
geen overbodige luxe over het algemeen voorbereiden op te doen zijn om zich bewust zijn van dat wil zeggen ergens werk van maken
Welk woord past bij de zin? Kies uit: vermijden | zelfstandig | vanzelfsprekend | opleveren | de hoofdzaak 1 Kun jij dit helemaal alleen? 2 Je kunt er beter niet mee te maken hebben. 3 Dit is het belangrijkste. 4 Dat kan een hoop problemen geven. 5 Zo gebeurt het eigenlijk altijd.
4
Wat hoort bij elkaar? Lees de woorden en de omschrijvingen in de vakken. Geef de vakken die bij elkaar horen dezelfde kleur.
een lange rij van bijvoorbeeld auto's op een bepaalde plaats zijn een klacht indienen kans dat iets wat ongewenst is toch gebeurt wijzigen
veranderen zich bevinden risico colonne zich beklagen
18
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 18
24/03/2022 09:10
5
Welk woord hoort er niet bij? Onderstreep het woord dat niet bij het vetgedrukte woord hoort. 1 het tankstation: 2 de situatie:
tanken | het verbod
de chaos | verzoeken
3 het ziekenhuis: de politiewagen | de ambulance 4 parkeren: bomen | parkeerzone
6
Wat vind jij? 1 Vul ten minste twee dingen in die jij geen overbodige luxe vindt.
2 Bedenk daarna ten minste twee dingen die jij het liefst wilt wijzigen. Schrijf die ook op.
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
19
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 19
24/03/2022 09:10
Hoofdstuk 1
Les 5
Woordenschat Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden uit blok 5 (groep 6).
Dit kan ik nu • Ik herhaal woorden uit les 1, 3 en 4.
Dit kan ik nog 1
Welk woord past bij het plaatje? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: de verkeersregelaar | de sfinx | de mummie | het formulier | de website | de piramide | de kleedruimte
1
4
2
5
3
20
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 20
24/03/2022 09:10
2
Wat betekent hetzelfde? Kijk naar de vetgedrukte woorden. Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over. Mooi weer zal belangrijk zijn bij het houden van die buitensportdag.
Als het niet door kan gaan, moet je niet gelijk treurig en teleurgesteld zijn.
Haha, niemand kan verantwoordelijk zijn voor het slechte weer toch?
3
•
• • • • • • •
• •
Juffen of meesters zijn namens de directeur aanwezig bij de uitreiking van de medailles.
•
De winnaars die zo'n medaille krijgen zijn erg vrolijk.
•
in de put zitten in de wolken zijn verwonden een rol spelen in gebreke blijven aansprakelijk zijn voor iemand vertegenwoordigen
Welk woord past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: voornamelijk | geenszins | uiterst | bestaan uit | minuscuul | behoefte hebt aan | vervangen 1 Wolken 2 Ze vallen
heel kleine waterdruppeltjes. omlaag als regen.
3 Maar als ze bevriezen, worden de regendruppels hagelstenen of sneeuwvlokken. 4 Soms zijn de waterdruppeltjes zo lucht zweven. 5 Als je nog meer
door
dat ze niet vallen maar in de
informatie, kijk op de website van het KNMI.
21
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 21
24/03/2022 09:10
Dit kan ik nu 1
Wat betekent hetzelfde? Lees de zinnen. Kijk naar de blauwe woorden. Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: de vreugde | de parkeerzone | de boetiek | het rijbewijs | de claxon | het tankstation | de colonne 1 Yvonne danst en springt door de kamer van blijdschap. 2 In de winkel wordt de nieuwe herfstmode opgehangen. 3 Mijn tank is bijna leeg. Ik moet langs de benzinepomp. 4 Als ik het pasje met foto laat zien, weet de agent dat ik auto mag rijden. 5 Er rijdt een lange stoet auto’s naar de begraafplaats.
2
Welk woord past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: te doen zijn om | het voortgezet onderwijs | het verbod | geen overbodige luxe | de campagne | een overdaad | zich beklagen 1 Karlijn gaat vandaag voor het eerst naar
.
2 Ze stapt op haar fiets en ziet onderweg Nederland. Op de nieuwe school haalt ze haar boeken op. 3 Nou, het is 4 Wat beschikking stellen? 5 Misschien kan de leerlingenraad
van Veilig Verkeer
dat ze twee schooltassen heeft meegenomen. aan boeken! Kan de school de lesstof niet digitaal ter
bij de directeur.
22
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 22
24/03/2022 09:10
3
Welk woord is het tegengestelde? Kijk naar de vetgedrukte woorden. Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over.
•
afhankelijk
Een gezond milieu is goed voor iedereen, dus een algemeen belang.
•
•
niet automatisch
Het is heus niet zo vanzelfsprekend dat wij elk jaar op vakantie kunnen gaan.
•
•
er zomaar aan beginnen
Ze moeten zich bewust zijn van het verbod. Ik heb ze gewaarschuwd.
•
•
opleveren
Je moet je goed voorbereiden op dit moeilijke werk.
•
•
specifiek
Mijn oma wordt wel ouder maar ze kan nog veel dingen zelfstandig.
•
•
vermijden
•
niet doorhebben
23
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 23
24/03/2022 09:10
Hoofdstuk 1
Les 6
Taal verkennen • Ik herhaal het herkennen en gebruiken van: zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, werkwoorden, lidwoorden, voornaamwoorden, voorzetsels, voegwoorden en telwoorden.
Herhaling: woordsoorten benoemen Elk woord hoort bij een woordsoort. Die woordsoorten kun je benoemen. zelfstandig naamwoord (z nw)
woord voor een mens, dier of ding
lidwoord (lw)
de, het, een
werkwoord (ww)
woord dat vertelt wat iets of iemand doet, of wat er gebeurt
bijvoeglijk naamwoord (bijv nw)
woord dat iets vertelt over het zelfstandig naamwoord
persoonlijk voornaamwoord (pers vnw)
woord dat naar iemand of iets verwijst (ik, mij, jij, jou, hij, hem, het, wij, ons, jullie, zij, hen, hun)
voorzetsel (vz) (tijd, plaats)
woord dat aangeeft wanneer of waar iets is of gebeurt
telwoord
woord dat laat zien hoeveel er van iets is of wat de volgorde is
voegwoord (vw)
woord dat twee zinnen aan elkaar plakt
vraagwoord (vraagw)
woord waarmee je een vraag kunt beginnen (wie, wat, hoe, ...)
Herhaling: bijvoeglijk naamwoord Een bijvoeglijk naamwoord vertelt meer over een zelfstandig naamwoord. Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord vertelt van welk materiaal iets gemaakt is: leer, hout, ijzer, papier, ... het zadel is van leer – het leren zadel de broek is van katoen – de katoenen broek Een bijvoeglijk naamwoord kan afgeleid zijn van een werkwoord. de baby lacht – de lachende baby de brief is verstuurd – de verstuurde brief de muur is gewit – de gewitte muur
24
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 24
24/03/2022 09:10
1
Bekijk het uitlegblokje.
2
Wat is het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord? Onderstreep het goede antwoord. 1 In die boetiek hebben ze papieren tassen. 2 Het servies staat in de glazen kast. 3 De leeuwen zitten in een ijzeren kooi. 4 De oude boerderij heeft een nieuw rieten dak.
3
4
Is het een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord? Kies het goede antwoord. Let op het vetgedrukte woord.
ja
nee
1 de stenen muur
◯
◯
2 de spinnende kat
◯
◯
3 de kartonnen doos
◯
◯
4 de linnen broek
◯
◯
Wat zegt het vetgedrukte woord? Vul het bijvoeglijk naamwoord in het goede rijtje in.
1
de wollen sjaal
3
de schreeuwende broer
2
het gespaarde zakgeld
4
het houten vakantiehuisje
bijvoeglijke naamwoorden die vertellen waar iets van gemaakt is:
die van een werkwoord zijn gemaakt:
25
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 25
24/03/2022 09:10
5
Lees de woordgroepen van opdracht 4 nog eens. Maak er een zin van met een persoonlijk voornaamwoord. Doe het zo: 1 = De wollen sjaal is van mij. 2 3 4
6
Kleur de woordsoorten. Kleur in de zinnen: • het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord rood • het voorzetsel blauw • het telwoord geel • het voegwoord paars • het zelfstandig naamwoord en het lidwoord groen 1 Nadat hij lang gezocht had, vond hij vijf gouden munten onder de grond. 2 Er komen vier stalen hekken voor het kantoor, want er is ingebroken. 3 Mijn hemd was kwijt, omdat hij tussen drie paar wollen sokken lag.
7
Bedenk waarvan het gemaakt kan zijn. Verzin zelf waarvan het ook gemaakt kan zijn en vul het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord in. Doe het zo: • een katoenen jas • een houten kist • een gouden ring 1 een
jas
een
jas
2 een
kist
een
kist
3 een
ring
een
ring
26
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 26
24/03/2022 09:10
Hoofdstuk 1
Taal verkennen
Les 7 1
• Ik oefen zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, werkwoorden, lidwoorden, voornaamwoorden, voorzetsels, voegwoorden en telwoorden.
Waar is het van gemaakt? Maak de zin af. 1 Een houten schuur is gemaakt van
.
2 Een glazen schaal is gemaakt van
.
3 Een papieren zakdoek is gemaakt van
2
Vul het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord in. 1 katoen
3
.
kleding prikt niet.
2 zilver
Oma poetst de
lepels.
3 wol
Mijn zusje heeft een
trui gekocht.
Wat hoort bij elkaar? 1 Teken een lijn. Een baby die lacht. Een hond die blaft. Het boek dat is gekaft. De remmen die piepen. De auto die is gewassen.
• • • • •
• • • • •
2 Het onderstreepte woord is een: 3 Het omcirkelde woord is een:
Een blaffende hond. De piepende remmen. Een lachende baby. De gewassen auto. Het gekafte boek.
lidwoord / zelfstandig naamwoord / werkwoord
lidwoord / zelfstandig naamwoord / werkwoord
4 Het blauwe woord is een: lidwoord / zelfstandig naamwoord / werkwoord
27
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 27
24/03/2022 09:10
4
Vervang de vette woorden door een persoonlijk voornaamwoord. Voorbeeld: De leerkracht geeft een compliment aan Darren en Karel. Hij geeft een compliment aan hen. 1 Darren vraagt aan Karel of hij mee wil doen. vraagt aan
of hij mee wil doen.
2 Darren en Karel stappen op het podium dat de leerkracht heeft gemaakt. stappen op het podium dat
heeft gemaakt.
3 Darren en ik hebben een nieuwe slogan bedacht. hebben
5
bedacht.
Kleur de woordsoorten. Kleur in elke zin: • de lidwoorden blauw • de persoonlijke voornaamwoorden geel 1 De tuinman heeft het gras gemaaid, want het was heel hoog. 2 Voor de schutting staan nu struiken, omdat mijn moeder hem niet meer mooi vond. 3 In de vijver heeft hij waterlelies geplant, ze zijn wit en roze.
6
Maak een nieuwe zin. Verander het voorzetsel, het telwoord en het zelfstandig naamwoord. Vul de nieuwe zin in. Voorbeeld: Doe het zo: Drie paarden staan op stal. Zeven paarden staan in de wei. 1 Boven mijn bed hangen zes foto's.
2 Uit school speel ik met drie vrienden.
28
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 28
24/03/2022 09:10
7
Maak een lange zin over jezelf met twee voegwoorden. Kies uit: omdat | terwijl | want | en | of
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
29
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 29
24/03/2022 09:10
Hoofdstuk 1
Les 8 Hier lees je aan wie Roel het betoog schrijft.
Schrijven • Ik leer hoe ik een betoog schrijf.
Daar is het je om te doen, Roel! Geachte mevrouw Vermeer,
Hier lees je wat Roel wil.
In deze brief wil ik mij beklagen over de onveilige fietsroute van mijn huis naar school. Elke schooldag fiets ik van mijn huis op de Katjeskade naar basisschool De Vlieger. Om bij mijn school te komen, moet je de superdrukke Willemsweg oversteken. De situatie bij het oversteekpunt is rommelig. Je kunt het verkeer niet goed zien aankomen. De auto’s op de Willemsweg rijden vaak heel hard.
In het middenstuk lees je argumenten waarom Roel dat wil.
Ik zal u uitleggen wat er zo gevaarlijk is aan het oversteekpunt. Dat bevindt zich dus op de kruising van de Katjeskade-Willemsweg. Stelt u zich voor dat ik sta te wachten op deze kruising. Aan de linkerkant staan allemaal busjes geparkeerd. Die busjes zijn van Heen en Weer, een bedrijf waar je busjes kunt huren. Een parkeerzone op die plek is onhandig. Als ik naar links kijk, kan ik bijna niks zien. Aan de rechterkant staat een tankstation. Hier komen veel mensen tanken. Als de auto’s weer wegrijden, komen ze uit op de Katjeskade. Precies op de plek waar ik en andere fietsers staan te wachten om over te steken. Veel auto’s rijden daar te hard op de fietsers af. Er zijn geen verkeerslichten op het oversteekpunt. Ik durf vaak niet over te steken of ik moet lang wachten tot alle auto’s voorbij zijn. Ik kom daardoor regelmatig te laat op school. Vlak in de buurt is ook een begraafplaats. Vaak rijdt er een colonne auto’s langs die op weg is naar die begraafplaats. Ook dan moet je weer wachten tot die auto’s voorbij zijn en je de weg over kunt. Vorige week ging het mis. Een meisje op de fiets wilde oversteken. Ze zag een auto niet aankomen en ze werd aangereden. Een ambulance heeft haar naar het ziekenhuis gebracht.
Hier lees je hoe Roel dingen wil veranderen.
Ik ben de chaos bij de oversteekplaats zat. Het moet anders! Daarom wil ik de gemeente verzoeken de situatie bij de oversteekplaats te veranderen. Dit zou u moeten wijzigen: 1. Weg met auto’s die te hard rijden! Er moet een verbod komen op die auto’s. 2. Verkeerslichten op de kruising Katjeskade-Willemsweg zijn geen overbodige luxe. Verkeerslichten plaatsen dus alstublieft. 3. De parkeerzone met de busjes moet op een andere plek komen. 4. Maak een verkeersdrempel tussen het tankstation en de Katjeskade.
Hier lees je waar het Roel om te doen is.
Ik hoop dat u werk maakt van mijn tips. Een veilige oversteekplaats voor iedereen, daar is het mij om te doen. Vriendelijke groet van Roel (groep 7 basisschool De Vlieger)
30
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 30
24/03/2022 09:10
1
Bekijk het betoog van Roel. Lees wat er bij de toelichtingen staat.
2
Lees het eerste stuk van het betoog bij de oranje lijn. 1 Voor wie is deze brief bedoeld?
2 Waarover wil Roel zich beklagen?
3
Lees het middenstuk van het betoog. Vul de argumenten van Roel in. 1 De parkeerzone is onhandig, omdat
Schrijftip Signaalwoorden voor een argument. Gebruik ‘omdat’ en ‘want’ in je betoog. Daarna volgt je argument.
2 De plek van het tankstation is niet goed, want
3 Ik kom regelmatig te laat op school, omdat
4 Vaak komt er ook een colonne auto’s langs, want
31
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 31
24/03/2022 09:11
4
Welk woord past in de zin? Kies uit: overtuigen | je mening vertellen | omdat en want | argumenten 1 Als je een betoog schrijft, wil je 2 Je wilt iemand
. .
3 Daarvoor bedenk je
.
4 Je gebruikt daarbij de woorden
5
.
Lees het laatste stuk van het betoog bij de blauwe lijn Roel wil vier dingen. Bedenk de argumenten voor en tegen. Roel wil
argumenten voor
argumenten tegen
een verbod op auto’s die te hard rijden
verkeerslichten
de parkeerzone verplaatsen
een verkeersdrempel
32
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 32
24/03/2022 09:11
6
Denk je dat de tips in het betoog van Roel zullen helpen? 1 Zullen er voortaan geen aanrijdingen meer op de oversteekplaats gebeuren? 2 Vul je mening in. Leg ook uit waarom je dat vindt.
7
Hoe voelde Roel zich? Bedenk hoe Roel zich voelde toen hij hoorde dat het meisje was aangereden op de oversteekplaats.
33
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 33
24/03/2022 09:11
Hoofdstuk 1
Les 9
Schrijven • Ik oefen het schrijven van een betoog.
Daar is het mij om te doen! Hier schrijf je aan wie je het betoog schrijft. Hier schrijf je wat je wilt.
Hier schrijf je argumenten waarom je het wilt.
Hier schrijf je hoe je dingen wilt veranderen.
34
Hier schrijf je waar het je om te doen is.
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 34
24/03/2022 09:11
1
Bekijk het model. Lees wat er bij de toelichtingen staat.
2
Je gaat een betoog schrijven. Bekijk de zinnen hieronder. Bedenk zelf nog twee onderwerpen en twee personen erbij. Wat zou ik graag willen wijzigen? 1
3
Het pesten op school.
Aan wie kan ik dat het beste schrijven? 1
2
2
3
3
Mijn klasgenoten.
Waar gaat je betoog over? Kijk naar opdracht 2. Maak nu je keuze. Bedenk twee argumenten om anderen te overtuigen van je mening. Leg uit waarom je het wilt veranderen. Gebruik de woorden omdat of want. 1 Ik wil dat graag,
2 Ik wil dat graag,
4
Bedenk argumenten voor en tegen. Gebruik de woorden omdat of want. Ik vind het een goed idee,
Ik vind het een slecht idee,
1
1
2
2
3
3
35
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 35
24/03/2022 09:11
5
Blijf je bij je mening? Ja? Schrijf je betoog op bladzijde 34. Nee? Denk er nog even over na. Schrijf daarna je betoog op bladzijde 34.
6
Ben je tevreden met je betoog? Kijk je betoog na. En let daarbij op het volgende: 1 2 3 4
Heb je de woorden omdat en want op de goede manier gebruikt? Heb je goede argumenten en voldoende tips gegeven? Heb je alinea's gebruikt? Zijn de zinnen goed en zonder spelfouten geschreven?
Vul in of je wel of niet tevreden bent en waarom.
7
Maak een tekening bij je betoog. Teken de situatie zoals die wordt als jouw tips worden uitgevoerd.
36
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 36
24/03/2022 09:11
Hoofdstuk 1
Les 10
Taal verkennen Dit kan ik nog • Ik herhaal zinsdelen in een zin herkennen uit blok 5 (groep 6). • Ik herhaal het verdelen van een zin in zinsdelen uit blok 5 (groep 6).
Dit kan ik nu • Ik herhaal het herkennen en gebruiken van zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, werkwoorden, lidwoorden, voornaamwoorden, voorzetsels, voegwoorden en telwoorden.
Dit kan ik nog 1
2
Hoeveel zinsdelen heeft de zin?
2
3
4
5
6
1 Mijn opa gaf mijn jarige zusje een cadeau.
◯
◯
◯
◯
◯
2 Wij gaan naar de bioscoop.
◯
◯
◯
◯
◯
3 Juf Senna maakt nooit grapjes in de klas.
◯
◯
◯
◯
◯
4 Gaan jullie met het schoolreisje naar een pretpark?
◯
◯
◯
◯
◯
5 Ik oefen vaak met mijn nieuwe camera.
◯
◯
◯
◯
◯
Waar staat het streepje fout? De zinnen zijn verdeeld in zinsdelen. Onderstreep het streepje dat fout staat. 1 Joris en Marco / gaan / naar / een Romeins / badhuis. 2 In / de zweetruimte / hangt / een dichte mist. 3 Een masseur / masseert / de vader / van Marco. 4 Tot slot / duiken / Joris en / Marco / in een koudwaterbad. 5 Een tijdje / later / lopen / zij / fris en schoon / naar buiten.
3
Wat kan een zinsdeel zijn? Onderstreep de goede woorden. in | werkte | gisteren | de | de school | oma | de spreekbeurt
37
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 37
24/03/2022 09:11
Dit kan ik nu 1
Welk zelfstandig naamwoord past in de zin? Vul de zinnen aan met een zelfstandig naamwoord. 1 Hun glazen 2 Een geschreven 3 De drie rieten 4 De acht gebakken 5 Mijn katoenen
2
Zoek de woordsoorten. Doe het zo: 1 2 3 4
Kleur het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord rood. Onderstreep het bijvoeglijk naamwoord dat van een werkwoord is gemaakt. Kleur het telwoord blauw. Omcirkel het lidwoord.
De acht gebakken eitjes liggen op onze glazen borden.
3
Welk voegwoord past in de zin? 1 Vul het goede voegwoord in. 2 Onderstreep in elke zin het voorzetsel. Let op: Je houdt twee antwoorden over. Kies uit: maar | nadat | of | dus | terwijl | want | omdat a Darren zit achter de computer, b Ligt die map nu op zolder, c Meester Henk loopt naast zijn fiets, d
Karel een vriend opbelt. in de woonkamer? zijn band is lek.
iedereen een bal voor zijn voet had gelegd, blies de trainer op zijn fluitje.
e Zij poetst de lamp boven de tafel,
hij vuil is.
38
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 38
24/03/2022 09:11
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 83
24/03/2022 09:12
Taal
Maat • Groep 7 Blok 1
9 789006 504064
TV_Taal_MAAT_G7_Blok1.indb 84
24/03/2022 09:13