Skip to main content

Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg MZ niveau 4 werkboek

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 4

Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg MZ Deel A

Deze uitgave Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. P3-K1-W1 Stelt het ondersteuningsplan op P3-K1-W2 Ondersteunt cliënt/naastbetrokkenen bij het voeren van de regie P3-K1-W3 Ondersteunt en motiveert een groep cliënten bij activiteiten P3-K1-W4 Ondersteunt de cliënt bij het leggen en onderhouden van contacten en betrekt naastbetrokkenen P3-K1-W5 Voert verpleegtechnische handelingen uit P3-K1-W6 Voert beheertaken uit P3-K1-W7 Voert coördinerende taken uit P3-K1-W8 Begeleidt nieuwe collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers

m a at s c h a p p e l i j k e zorg

MZ Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg MZ Deel A WERKBOEK

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Auteurs: C. Telman A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622447

MBO_WB_PersBegelGehandicaptenzorg MZ-DeelA_210x297mm.indd All Pages

15/01/18 14:33


Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg MZ Niveau 4

C. Telman A.C. Verhoef


Colofon Auteurs C. Telman A.C. Verhoef

Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff learning design company. Wezich brengen content, leerontwerp ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve uitgeverij toten een learning technologie samen. onze content, groeiende expertise,en ervaring en design company. WeMet brengen leerontwerp technologie samen. leeroplossingen zijn we een partner voor bij het vernieuwen Met onze groeiende expertise, ervaring enscholen leeroplossingen zijn we eenen verbeteren onderwijs. kunnen we betervan recht doen aan partner voorvan scholen bij hetZo vernieuwen ensamen verbeteren onderwijs. Zode verschillen endoen scholen ervoor zorgen datlerenden leren steeds kunnen we tussen samen lerenden beter recht aan en de verschillen tussen persoonlijker, en efficiënter wordt.persoonlijker, effectiever en en scholen en effectiever ervoor zorgen dat leren steeds efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Fotografie omslag Mathilde Karrèr

ISBN 978 90 06 62244 7 www.thiememeulenhoff.nl Eerste druk, eerste oplage, 2018

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Technisch tekenwerk Tiekstra Media

ISBN 978 90 066 224 4Amersfoort, 7 © ThiemeMeulenhoff, 2018 Eerste druk, eerste oplage, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, verveelvoudigd, opgeslagen in een 2018 geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, Alle rechten door voorbehouden. Niets uit dezeofuitgave mag manier, worden zonder mechanisch, fotokopieën, opnamen, enig andere verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, fotokopieën, opnamen, of enigisandere manier, zonder Voor zover hetdoor maken van kopieën uit deze uitgave toegestaan op grond voorafgaande toestemming van van de 23 uitgever. van artikel 16B schriftelijke Auteurswet 1912 j° het Besluit augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde Voor zover hettemaken van kopieën uitPublicatiedeze uitgave is toegestaan op vergoedingen voldoen aan Stichting en Reproductierechten grond van artikel Auteurswet 1912 het Besluit(www.stichting-pro.nl). van 23 augustus 1985, Organisatie (PRO),16B Postbus 3060, 2130 KBj°Hoofddorp Stbl. 471 overnemen en artikel 17 dient men de daarvoor wettelijk Voor het vanAuteurswet gedeelte(n)1912, uit deze uitgave in bloemlezingen, verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Publicatieenzich tot readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Stichting Auteurswet) dient men Reproductierechten Organisatie Postbus 2130 KB de uitgever te wenden. Voor meer(PRO), informatie over3060, het gebruik vanHoofddorp muziek, film (www.stichting-pro.nl). Voor overnemen gedeelte(n) uit deze uitgave en het maken van kopieën in het het onderwijs zievan www.auteursrechtenonderwijs.nl. in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient ernaar men zich tot de de uitgever te wenden. Voor meer De uitgever heeft gestreefd auteursrechten te regelen volgens de informatie over het gebruik van die muziek, film en menen het maken vanrechten kopieën wettelijke bepalingen. Degenen desondanks zekere tein het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten Deze uitgavedoen is volledig CO2kunnen -neutraalzich geproduceerd. te kunnen gelden, alsnog tot de uitgever wenden. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Sociaal-agogisch werk 1 1

1

1

Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.

8

b

1

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

2

Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?

c

Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.

d

Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.

De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

1 9

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.

Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?

Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

1

1

Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.

Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.

1 18

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Evaluatie Studiehulp

1 Sociaal-agogisch werk 1

Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.

Juist Onjuist

◯ ◯

◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Pedagogisch werk 2

Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.

1 28

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren

1 1

1 2 3

Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.

4

Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?

5

Oefenen 6 7

Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

309

1 22

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Oriëntatie op de gehandicaptenzorg

10

Verwerking 11 Verwerkingsopdrachten 11 Hoofdstuk 1 Cliënten in de gehandicaptenzorg 11 Hoofdstuk 2 Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen Hoofdstuk 3 Van intake tot beëindiging van de hulpverlening 19 Hoofdstuk 4 Het ondersteuningsproces 21

15

Toepassing 29 Praktijksituaties 29 Renske kan het leren 29 Duncan is van een steiger gevallen 32 Lisa overdenkt haar beroepskeuze 35 Themaopdrachten 38 Evaluatie 41 Studiehulp 41 Hoofdstuk 1 Cliënten in de gehandicaptenzorg 41 Hoofdstuk 2 Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen Hoofdstuk 3 Van intake tot beëindiging van de hulpverlening 42 Hoofdstuk 4 Het ondersteuningsproces 43 Evaluatie en reflectie 44

Thema 2 Deskundige ondersteuning en begeleiding bieden

42

46

Verwerking 47 Verwerkingsopdrachten 47 Hoofdstuk 5 Deskundige zorg en ondersteuning 47 Hoofdstuk 6 Begeleiden bij wonen 51 Hoofdstuk 7 Begeleiden bij activiteiten 58 Hoofdstuk 8 Samenwerken met en begeleiden van ouders en mantelzorgers Toepassing 67 Praktijksituaties 67 Een vacature bij Marie-José, Rachman en Rihana 67 Het is maar hoe je het bekijkt 70 Marco zoekt dagactiviteiten voor Teun en Immanuelle 73 Vaardigheden 75 De sfeer kunnen weergeven van een woongroep 75 Gebruikmaken van een sociogram bij beïnvloeden van groepsprocessen 78 Opbouwen en onderhouden van een vertrouwensrelatie met een cliënt met een beperking 82 Adequaat contact leggen en onderhouden met ouders 86 Themaopdrachten 90

1 6

61


Evaluatie 92 Studiehulp 92 Hoofdstuk 5 Deskundige zorg en ondersteuning 92 Hoofdstuk 6 Begeleiden bij wonen 92 Hoofdstuk 7 Begeleiden bij activiteiten 93 Hoofdstuk 8 Samenwerken met en begeleiden van ouders en mantelzorgers Evaluatie en reflectie 95

Thema 3 Cliënten met een verstandelijke beperking

94

97

Verwerking 98 Verwerkingsopdrachten 98 Hoofdstuk 9 Mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking 98 Hoofdstuk 10 Ondersteunen van mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking 102 Hoofdstuk 11 Mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking 111 Hoofdstuk 12 Ondersteunen van mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking 115 Toepassing 122 Praktijksituaties 122 Het gezin Mantel met twee kinderen die een verstandelijke beperking hebben Osman heeft het fragiele-X-syndroom 126 Laura heeft een verstandelijke beperking en is erg nieuwsgierig 130 Vaardigheden 133 Gebruikmaken van totale communicatie 133 Structuur bieden aan cliënten met een ernstige verstandelijke beperking 136 Themaopdrachten 139

122

Evaluatie 142 Studiehulp 142 Hoofdstuk 9 Mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking 142 Hoofdstuk 10 Ondersteunen van mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking 143 Hoofdstuk 11 Mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking 144 Hoofdstuk 12 Ondersteunen van mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking 144 Evaluatie en reflectie 146

Thema 4 Ondersteuning bij levensloop en bij bijzonder gedrag

148

Verwerking 149 Verwerkingsopdrachten 149 Hoofdstuk 13 De ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking 149 Hoofdstuk 14 Bijzonder gedrag bij mensen met een verstandelijke beperking 156

1 7


Toepassing 171 Praktijksituaties 171 Het gaat niet goed met Iris 171 Peter wordt ouder en begint te dementeren 174 Rouw en verdriet om de dood van Janita 178 Vaardigheden 182 Ondersteunen van cliënten met probleemgedrag 182 Begeleiden van een cliënt die een epileptische aanval krijgt 186 Zorgvuldig omgaan met macht en onmacht in de ondersteuning van cliënten Gevoelens van eigenwaarde stimuleren bij cliënten met een verstandelijke beperking 192 Themaopdrachten 196

189

Evaluatie 198 Studiehulp 198 Hoofdstuk 13 De ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking 198 Hoofdstuk 14 Bijzonder gedrag bij mensen met een verstandelijke beperking 199 Evaluatie en reflectie 200

Thema 5 Cliënten met aandoeningen aan het centraal zenuwstelsel Verwerking 203 Verwerkingsopdrachten 203 Hoofdstuk 15 Anatomie en fysiologie van het centraal zenuwstelsel 203 Hoofdstuk 16 Hersenletsel 206 Hoofdstuk 17 Multiple sclerose en amyotrofische laterale sclerose 215 Hoofdstuk 18 Spina bifida en dwarslaesie 222 Toepassing 227 Praktijksituaties 227 Het leven van Pien is totaal veranderd door haar hersenletsel 227 Mevrouw Breure heeft multiple sclerose en is vaak erg moe 231 Farah en Ingeborg zijn op een symposium over dwarslaesie 235 Themaopdrachten 240 Evaluatie 245 Studiehulp 245 Hoofdstuk 15 Anatomie en fysiologie van het centraal zenuwstelsel 245 Hoofdstuk 16 Hersenletsel 245 Hoofdstuk 17 Multiple sclerose en amyotrofische laterale sclerose 246 Hoofdstuk 18 Spina bifida en dwarslaesie 247 Evaluatie en reflectie 249

Thema 6 Cliënten met aandoeningen aan de zintuigen Verwerking 252 Verwerkingsopdrachten 252 Hoofdstuk 19 Slechthorendheid en doofheid 252 Hoofdstuk 20 Slechtziendheid en blindheid 258

1 8

251

202


Toepassing 263 Praktijksituaties 263 Rogier wil van zijn achter-het-oor hoortoestellen af 263 Mevrouw Alvares wil meedoen met de muziekgroep voor slechtzienden Vaardigheden 271 Het inbrengen en reinigen van een hoortoestel 271 Themaopdrachten 275

267

Evaluatie 278 Studiehulp 278 Hoofdstuk 19 Slechthorendheid en doofheid 278 Hoofdstuk 20 Slechtziendheid en blindheid 279 Evaluatie en reflectie 280

Thema 7

Cliënten met aandoeningen aan het bewegingsstelsel

282

Verwerking 283 Verwerkingsopdrachten 283 Hoofdstuk 21 Anatomie en fysiologie van het bewegingsstelsel 283 Hoofdstuk 22 Spierdystrofie 285 Hoofdstuk 23 Gewrichtsaandoeningen 288 Hoofdstuk 24 Osteoporose, amputaties en complex regionaal pijnsyndroom Toepassing 301 Praktijksituaties 301 Mevrouw Duval heeft artrose in haar rug 301 Max is zelfstandiger dankzij zijn hulpmiddelen 306 Vaardigheden 309 Een tillift gebruiken bij een cliënt met spierdystrofie Themaopdrachten 313

309

Evaluatie 316 Studiehulp 316 Hoofdstuk 21 Anatomie en fysiologie van het bewegingsstelsel 316 Hoofdstuk 22 Spierdystrofie 316 Hoofdstuk 23 Gewrichtsaandoeningen 317 Hoofdstuk 24 Osteoporose, amputaties en complex regionaal pijnsyndroom Evaluatie en reflectie 319

Observatielijsten

321

Thema 8 tot en met 13 vind je in deel B.

1 9

293

318


Thema 1 Oriëntatie op de gehandicaptenzorg

1

Werken in de gehandicaptenzorg houdt in: in relatie staan met mensen met een beperking. Cliënten doorlopen een traject, dat begint bij de intake en eindigt bij de beëindiging van de hulpverlening. Tijdens het ondersteuningsproces wordt vaak gebruikgemaakt van een ondersteunings- of handelingsplan. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Cliënten in de gehandicaptenzorg • wat is gehandicaptenzorg? • mensen met een verstandelijke beperking • mensen met een lichte verstandelijke beperking en gedragsstoornis • mensen met een meervoudige beperking • mensen met een lichamelijke beperking Hoofdstuk 2: Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen • geschiedenis vóór 1900 • van 1900 tot 1955 • van 1955 tot 1990 • recente geschiedenis (vanaf 1990) • woon(zorg)mogelijkheden verstandelijk-gehandicaptenzorg • dagbesteding verstandelijk-gehandicaptenzorg • woon(zorg)mogelijkheden lichamelijk-gehandicaptenzorg Hoofdstuk 3: Van intake tot beëindiging van de hulpverlening • CIZ en toekenning • intake • beëindiging van de zorgverlening Hoofdstuk 4: Het ondersteuningsproces • ondersteuningsplan en kwaliteit • opzet en structuur ondersteuningsplan • inhoud ondersteuningsplan • totstandkoming ondersteuningsplan • evaluatie, tussentijdse evaluaties en rapportage

1 10


Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Cliënten in de gehandicaptenzorg 1

1

In de gehandicaptenzorg gaat het om zorg, begeleiding en opvang op het gebied van wonen, werk, dagbesteding en onderwijs. De doelgroep is ‘mensen met een beperking’. Welke soorten beperkingen kun je bij deze doelgroep tegenkomen? Noem er drie.

2

Het is belangrijk om uit te gaan van een goede definitie van een verstandelijke beperking. a Kies telkens het juiste woord. Bij een verstandelijke beperking is sprake van duidelijke beperkingen in het intellectuele / lichamelijke functioneren en in het aanpassingsvermogen / het uitvoeren van praktische vaardigheden. b Waarom is het voor iemand met een verstandelijke beperking vaak niet mogelijk om zelfstandig te wonen? Geef drie redenen.

3

Mensen met een verstandelijke beperking kun je op verschillende manieren indelen, namelijk op basis van intelligentie, op basis van functioneringsniveau en op basis van ervaring. a Bij een indeling op basis van intelligentie kijk je onder andere naar het IQ. Welke andere aandachtspunten zijn hierbij ook van belang?

1 11


THEMA 1 OriĂŤntatie op de gehandicaptenzorg

b

In de tabel staat een aantal omschrijvingen van mensen met een beperking. Geef bij elke omschrijving aan of er sprake is van een lichte, een matige of een zeer ernstige verstandelijke beperking.

Omschrijving

Lichte verstandelijke beperking

Matige verstandelijke beperking

Zeer ernstige verstandelijke beperking

Deze mensen leven in een eigen wereld. Deze mensen hebben meestal geen zorg en begeleiding nodig. Deze mensen hebben een beperkte woordenschat, maar kunnen zich wel verbaal uiten. Deze mensen zijn onvoldoende ontwikkeld qua motoriek. Deze mensen hebben wel zorg en begeleiding nodig, meestal vooral gericht op ondersteuning en voorlichting.

c

d

Hoe heet de indeling waarbij vooral gekeken wordt naar hoe iemand met een verstandelijke beperking zichzelf en de wereld om zich heen beleeft? Kies het juiste antwoord. a de indeling naar ervaringsordening b de indeling naar niveaus c de indeling op basis van intelligentie Lees de volgende situatieschets.

Madeleine woont in een woongroep voor begeleid wonen. Haar moeder komt haar om 15.00 uur met de auto ophalen om de stad in te gaan. Madeleine heeft geleerd dat ze, voordat ze de deur uitgaat, altijd het volgende moet doen: naar de wc gaan, haar schoenen aandoen, haar jas aandoen en dag zeggen tegen haar medebewoners.

Van welk soort ervaren is er sprake bij Madeleine? Licht je antwoord toe.

1 12


Verwerkingsopdrachten

1 CliĂŤnten in de gehandicaptenzorg

4

Vind jij het een goed idee om mensen met een verstandelijke beperking in te delen in groepen? Licht je antwoord toe.

5

Bij de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking krijg je ook te maken met cliĂŤnten met SGLVG. Waarom wordt de lichte verstandelijke beperking bij mensen met SGLVG soms (te) laat opgemerkt?

6

Lees de volgende situatieschets.

Hisham heeft een zeer ernstige meervoudige beperking. Hij heeft een ernstige verstandelijke beperking en hij is doof. Evengoed is hij erg nieuwsgierig. Het lijkt of alles telkens weer nieuw is voor Hisham. Als hij iets in zijn handen krijgt, zal hij er steevast eerst aan ruiken en het voorwerp daarna in zijn mond steken. Hisham geniet ervan om aan het raam te likken. Hij kan tijden achtereen naar buiten kijken. Het is onduidelijk of er iets tot hem doordringt van wat hij ziet. Als de anderen in de groep te druk worden, gaat Hisham huilen. Dan vindt hij het prettig om bij een begeleider te zitten om tot rust te komen. Hisham knuffelt graag. Hij heeft een eigen teddybeer, waar hij eindeloos aan kan frummelen. Uiteraard belandt ook de teddybeer in zijn mond.

a

Welke beperkingen heeft Hisham?

b

In plaats van naar beperkingen te kijken, kun je je ook op de mogelijkheden van een persoon richten. Wat zijn de (zintuigelijke) mogelijkheden van Hisham?

1 13


THEMA 1 Oriëntatie op de gehandicaptenzorg

7

Lichamelijke beperkingen kun je indelen op basis van de aard van de beperking. Geef aan of de volgende stellingen juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

Onjuist

Afasie levert zelden problemen op in de dagelijkse communicatie. Blindheid en slechtziendheid zijn auditieve stoornissen. De meeste mensen met een lichamelijke beperking hebben een motorische beperking. Diabetes is een voorbeeld van een orgaanbeperking. Een dwarslaesie en het ontbreken van een onderarm zijn voorbeelden van motorische beperkingen. Een verstandelijke beperking kan leiden tot spraak- en taalstoornissen. Epilepsie is een voorbeeld van een bewustzijnsstoornis waarbij de prikkeloverdracht in de hersenen niet goed werkt. Mensen in een vegetatieve toestand hebben een zeer laag bewustzijn. Niet-aangeboren hersenletsel is hetzelfde als een verstandelijke beperking. Zintuiglijke beperkingen hebben te maken met horen en zien.

8

Lichamelijke beperkingen kunnen aangeboren en niet-aangeboren zijn. Vul telkens het juiste woord in. Kies uit: aangeboren beperking – verstandelijke beperking – verworven beperking a

Een

kan leiden tot zowel een .

lichamelijke als een b

Een niet-aangeboren beperking noem je ook wel een .

9

Er zijn zichtbare beperkingen en onzichtbare beperkingen. a Wat is een voordeel van een zichtbare beperking? Kies het juiste antwoord. a De omgeving houdt er rekening mee. b Mensen reageren vaak hard en bot. c Onbekenden zien de persoon als ‘normaal’. d Onbekenden houden geen rekening met de beperking.

1 14


Verwerkingsopdrachten

b

c

d

2 Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen

Wat is een nadeel van een zichtbare beperking? Kies het juiste antwoord. a De omgeving houdt er rekening mee. b Mensen reageren vaak hard en bot. c Onbekenden zien de persoon als ‘normaal’. d Onbekenden houden geen rekening met de beperking. Wat is een voordeel van een onzichtbare beperking? Kies het juiste antwoord. a De omgeving houdt er rekening mee. b Mensen reageren vaak hard en bot. c Onbekenden zien de persoon als ‘normaal’. d Onbekenden houden geen rekening met de beperking. Wat is een nadeel van een onzichtbare beperking? Kies het juiste antwoord. a De omgeving houdt er rekening mee. b Mensen reageren vaak hard en bot. c Onbekenden zien de persoon als ‘normaal’. d Onbekenden houden geen rekening met de beperking.

10

Een beperking kan progressief en niet-progressief verlopen. Kies het juiste woord. a Een beperking waarbij je weet ‘wat ik vandaag kan, kan ik over tien jaar ook’ is een progressieve / niet-progressieve beperking. b Een beperking waarbij sprake is van een voortdurende lichamelijke en/of geestelijke achteruitgang is een: progressieve / niet-progressieve beperking.

11

De meeste mensen met een lichamelijke beperking leiden hun leven zelfstandig en geven het zelf vorm, ondanks de beperkingen. Geef aan of de volgende stellingen juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

Onjuist

Ondanks allerlei voorzieningen is deelname aan het maatschappelijk leven nog steeds niet eenvoudig voor iemand met een lichamelijke beperking. Iemand die in een rolstoel zit, heeft meer hulp nodig dan iemand die blind is. Mensen met een lichamelijke beperking kunnen in principe alles, als ze maar willen. Zelfredzaamheid is het vermogen van een mens om zelfzorgactiviteiten uit te voeren zonder hulp van anderen.

van de gehandicaptenzorg en 1 Geschiedenis voorzieningen 2

1

De manier waarop naar mensen met een beperking wordt gekeken en hoe ze worden behandeld, is in de loop der jaren veranderd. In de tabel staat een aantal inzichten. Geef bij elk inzicht aan in welke periode dit inzicht werd aangehangen.

1 15


THEMA 1 OriĂŤntatie op de gehandicaptenzorg

Inzicht

Voor 1900

19001955

19551990

Vanaf 1990

De nadruk ligt op de mogelijkheden en niet op de beperkingen die iemand heeft. Er wordt geprobeerd mensen met een beperking ander gedrag aan te leren. Men vindt dat iemand met een beperking zelf keuzemogelijkheden heeft. Krankzinnigen hebben recht op verpleging en moeten worden genezen. Mensen met een beperking zijn gewone burgers die moeten kunnen deelnemen aan de samenleving. Mensen met een beperking zijn er om het volk te vermaken. Mensen met een beperking kunnen zich niet op eigen kracht in de samenleving handhaven. Het hebben van een verstandelijke beperking heeft niets te maken met afkomst of milieu. Verpleging en medische zorg staan centraal bij mensen met een beperking.

2

Vanaf 1990 komt er voor mensen met een beperking steeds meer zelfbeschikking en steeds meer zorg op maat. a Geef hier drie voorbeelden van.

b

De zorg- en ondersteuningsvraag van de individuele persoon met een beperking is steeds meer uitgangspunt voor de begeleiding en zorgverlening. Hoe noem je dit?

c

Een belangrijk uitgangspunt is dat iedereen moet kunnen participeren in de samenleving. Hoe noem je dit participeren in de samenleving?

1 16


Verwerkingsopdrachten

3

2 Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen

Het aantal verschillende woonvoorzieningen voor mensen met een verstandelijke beperking is sterk in ontwikkeling, evenals de benamingen die hiervoor gebruikt worden. a Voor het zorgaanbod zoekt men aansluiting bij de zorgprofielen (voorheen zorgzwaartepakketten), zoals die door de overheid zijn vastgesteld. Wat wordt omschreven in een zorgprofiel?

b

Wat is een voordeel van een woonvoorziening waar heel weinig én heel veel ondersteuning geboden kan worden?

c

Wat is een groot verschil tussen ondersteund of begeleid wonen en wonen in een zorgcentrum?

4

Op dagactiviteitencentra krijgen cliënten activiteiten aangeboden die aansluiten op hun belevingswereld. Wat is het doel van de activiteiten voor kindergroepen? Kies het juiste antwoord. a het in stand houden van aanwezige vaardigheden b de ontwikkeling van creativiteit c de voorbereiding op (speciaal) onderwijs d het stimuleren van de zintuigen

5

De meeste mensen met een lichamelijke beperking wonen zelfstandig in een huur- of koopwoning. Er zijn echter ook nog andere woonvormen. Vul telkens het juiste woord in. a

Als iemand met een lichamelijk beperking zelfstandig woont, zijn er meestal aanpassingen aan de woning nodig. De financiële middelen voor deze aanpassingen kun je aanvragen via de Wmo. Wmo staat voor .

b

Er zijn speciaal aangepaste woningen voor mensen met een ernstige lichamelijke beperking die zelfstandig willen wonen en ADL-assistentie op afroep nodig hebben. Zo’n woning heet een ADL-clusterwoning of een

1 17

.


THEMA 1 Oriëntatie op de gehandicaptenzorg

c

Mensen met een lichamelijke beperking kunnen ook in een GVT wonen. GVT .

staat voor 6

Je leest een aantal situatieschetsen van cliënten. Welk type zorgvoorziening is het meest geschikt voor de cliënt in de situatieschets? Kies uit: beschermd wonen binnen een grote woonvorm – Fokuswoning – GVT – revalidatiecentrum – verpleeghuis Let op: Je hoeft niet alle woorden te gebruiken. a Situatieschets Maryse

Maryse is 24 jaar. Ze heeft een dwarslaesie door een ernstig auto-ongeluk. Na haar revalidatie heeft ze als restverschijnsel stoornissen in de cognitie. Hierdoor heeft ze blijvend begeleiding nodig. Ze staat positief in het leven en wil heel graag actief zijn met anderen.

Wat is de meest geschikte woonvoorziening voor Maryse? Licht je antwoord toe.

b

Situatieschets mevrouw Ligthart

Mevrouw Ligthart is 52 jaar. Ze heeft een CVA doorgemaakt. Over twee dagen wordt ze uit het ziekenhuis ontslagen. Haar man en twee kinderen zijn daar erg blij om. Ze zal de komende tijd veel moeten oefenen om haar linkerzijde te verbeteren.

Wat is de meest geschikte woonvoorziening voor mevrouw Ligthart? Licht je antwoord toe.

c

Situatieschets de heer en mevrouw Rietveld

De heer en mevrouw Rietveld hebben allebei spina bifida. Ze regelen alles graag zelf; van het huishouden tot dagjes uit. Mevrouw Rietveld zegt altijd: ‘Waar een wil is, is een weg.’

Wat is de meest geschikte woonvoorziening voor meneer en mevrouw Rietveld? Licht je antwoord toe.

1 18


Verwerkingsopdrachten

3 Van intake tot beëindiging van de hulpverlening

1 Van intake tot beëindiging van de hulpverlening 3

1

Er zijn verschillende wetten die de hulpverlening regelen. a Om gebruik te kunnen maken van Wlz-zorg is een indicatiestelling nodig. Waar staat de afkorting Wlz voor?

b

Een cliënt vraagt een indicatiestelling aan bij het CIZ. Waar staat de afkorting CIZ voor?

c

Geef aan of de volgende stellingen over CIZ en Wlz juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

Onjuist

De aanvraag van een indicatiestelling wordt door de cliënt of door zijn ouders of partner gedaan. Bij intramurale zorg wordt het indicatiebesluit vertaald in een zorgprofiel. Het CIZ houdt bij het beoordelen van de aanvraag voor Wlzzorg rekening met de persoonlijke situatie van de cliënt. In een indicatiebesluit voor extramurale zorg wordt een onderscheid gemaakt in twee Wlz-functies: persoonlijke verzorging en behandeling. In een zorgprofiel kun je vinden op hoeveel zorg een cliënt recht heeft.

2

Er zijn verschillende zorgprofielen voor verschillende cliënten. a Waarom zijn er verschillende zorgprofielen?

b

3

Waarom moet je als begeleider gehandicaptenzorg weten welk zorgprofiel een cliënt heeft?

Als een cliënt met een intramurale indicatie thuis wil blijven wonen, dan kan hij een zorgorganisatie zoeken die de benodigde zorg thuis levert. a Wat betekenen de volgende afkortingen? mpt: pgb: vpt:

1 19


THEMA 1 Oriëntatie op de gehandicaptenzorg

b

In de tabel staat een aantal omschrijvingen van zorgvormen. Combineer elke omschrijving met de bijbehorende afkorting.

Omschrijving zorgvorm

4

Afkorting

1

De cliënt kiest zelf welke delen van een zorgpakket hij wil ontvangen.

A

mpt

2

De cliënt krijgt alle zorg die hij ook zou krijgen als hij in een instelling zou wonen.

B

pgb

3

3. De cliënt krijgt een geldbedrag waarmee hij zelf de zorg regelt en inkoopt. Hij kiest zelf zijn zorgverleners of begeleiders uit.

C

vpt

In de theorie komen het pgb en zorg in natura aan bod. a Lees de volgende situatieschets.

Meneer Badal (82 jaar) woont sinds drie maanden in een verpleeghuis. Zijn dochter vindt het fijn dat haar vader nu een plek heeft waar hij in goede handen is, zodat zij zich niet steeds druk hoeft te maken over de zorg die hij nodig heeft.

b

Geef aan of de volgende stellingen juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

Onjuist

De kosten voor de verzorging van meneer Badal worden deels door de Wlz en deels door meneer Badal zelf betaald. Meneer Badal heeft een pgb. Meneer Badal kiest zelf zijn zorgverleners en begeleiders. Meneer Badal ontvangt zorg in natura.

5

Voor de zorgorganisatie en voor jou als persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg begint de zorgverlening pas op het moment dat het intakegesprek plaatsvindt. Wat is het doel van de intake?

1 20


Verwerkingsopdrachten

4 Het ondersteuningsproces

6

Als de aanmelding rond is, dan sluiten zorgorganisatie en cliënt een zorgovereenkomst met elkaar. Dit is een formele overeenkomst waarin onder andere de rechten en plichten van de zorgorganisatie en de cliënt staan. a Aan welke wetten voldoet de zorginstelling door het formuleren van een zorgovereenkomst?

7

In de zorg voor mensen met een beperking is de zorgverlening vaak langdurig of levenslang nodig. Wat zijn in de lichamelijk-gehandicaptenzorg redenen om een zorgovereenkomst te verbreken? Noem er ten minste twee.

1 Het ondersteuningsproces 4

1

In een ondersteuningsplan staan alle afspraken die cliënt en zorgorganisatie met elkaar maken op de verschillende levensdomeinen. a Geef een ander woord voor ‘levensdomein’.

b

2

Geef vijf voorbeelden van levensdomeinen.

Een ondersteuningsplan is een belangrijk middel om de kwaliteit van de zorg voor en ondersteuning van een cliënt te garanderen. a Een ondersteuningsplan heeft een cyclisch karakter, die bestaat uit verschillende stappen. Zet deze stappen in de juiste volgorde. Zet een 1 voor de eerste stap, een 2 voor de volgende stap en zo verder. Let op: Omdat hier sprake is van een cyclisch karakter, is de eerste stap al genummerd. Bijstellen Evalueren 1

Uitvoeren Vaststellen

1 21


THEMA 1 Oriëntatie op de gehandicaptenzorg

b

c

Kies het juiste woord. Een ondersteuningsplan in de gehandicaptenzorg moet minstens één keer per maand / kwartaal / halfjaar / jaar worden bijgesteld. In de tabel staat een aantal kenmerken. Geef bij elk kenmerk aan of het wel of niet bij een ondersteuningsplan hoort.

Kenmerk

Hoort bij een ondersteuningsplan

Hoort niet bij een ondersteuningsplan

Het houdt rekening met hulp die mensen rond de cliënt kunnen bieden. Het komt tegemoet aan veranderingen in vragen en behoeften van de cliënt. Het is een uniform sjabloon voor alle mensen met een beperking. Het is doelgericht en methodisch. Het is een voorwaarde voor een goede begeleiding van en een goede zorgverlening aan mensen met een beperking. Het wordt gebruikt door verschillende disciplines die bij de zorg betrokken zijn.

3

In de theorie komt de opzet en de structuur van het ondersteuningsplan aan bod. Geef aan of de volgende stellingen juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

De omvang van een ondersteuningsplan is afhankelijk van de problematiek van de cliënt. De ondersteuningsplannen voor cliënten met een verstandelijke of lichamelijke beperking zijn inhoudelijk hetzelfde. Er wordt eerst een concept-ondersteuningsplan gemaakt dat meestal na ongeveer twee weken definitief wordt gemaakt. Het ondersteuningsplan voor een cliënt wordt opgesteld tijdens het intakegesprek. Het ondersteuningsplan wordt ondertekend als de cliënt en de zorgorganisatie ermee akkoord zijn.

1 22

Onjuist


Verwerkingsopdrachten

4

4 Het ondersteuningsproces

De inhoud van een ondersteuningsplan kan per zorgorganisatie verschillen. Een aantal onderdelen komt echter in alle ondersteuningsplannen voor. a Lees de volgende situatieschets.

Begeleider gehandicaptenzorg Katy is vorige week begonnen bij zorgorganisatie ‘Samen verder’. Ze kijkt het ondersteuningsplan van Samuel (21) door, een cliënt die er sinds een paar weken woont. De moeder van Samuel komt elke dag even bij hem langs. In het ondersteuningsplan komen de volgende onderdelen voor: • algemene gegevens van de cliënt; • algemene gegevens over het ondersteuningsplan; • levensverhaal en persoonsbeeld; • perspectief en hoofddoelen en evaluatie; • activiteiten, afspraken en gewenste bejegening; • tussentijdse evaluatie en rapportage.

b

c

5

Katy vraagt zich af in hoeverre Samuel betrokken is geweest bij opstellen van het ondersteuningsplan. Bij welk onderdeel kan ze dit vinden? Kies het juiste antwoord. a algemene gegevens van de cliënt b algemene gegevens over het ondersteuningsplan c levensverhaal en persoonsbeeld d perspectief en hoofddoelen en evaluatie e activiteiten, afspraken en gewenste bejegening f tussentijdse evaluatie en rapportage Katy kan in het ondersteuningsplan niet vinden of de moeder van Samuel een rol speelt in de verzorging. Welk onderdeel ontbreekt (geheel of gedeeltelijk) in het ondersteuningsplan? Kies het juiste antwoord. a algemene gegevens van de cliënt b algemene gegevens over het ondersteuningsplan c levensverhaal en persoonsbeeld d perspectief en hoofddoelen en evaluatie e activiteiten, afspraken en gewenste bejegening f tussentijdse evaluatie en rapportage

Bij de totstandkoming van een ondersteuningsplan spelen verschillende (groepen) mensen een rol. a Welke drie groepen zijn van belang bij de totstandkoming van een ondersteuningsplan?

1 23


THEMA 1 Oriëntatie op de gehandicaptenzorg

b

c

6

Welke rol moet de cliënt krijgen bij het maken van afspraken over de zorg en ondersteuning? Kies het juiste antwoord. a een centrale, actieve rol b een centrale, passieve rol c een decentrale, actieve rol d een decentrale, passieve rol Het ondersteuningsplan zelf moet voor de cliënt zo veel mogelijk te begrijpen zijn. Hoe kun je hiervoor zorgen? Geef twee voorbeelden.

Het ondersteuningsplan wordt meestal opgesteld door een gedragskundige en/of de persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg van de cliënt. a Geef aan of de volgende stellingen juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

Onjuist

‘Contactverzorgende’ en ‘coördinerend begeleider’ zijn andere woorden voor ‘persoonlijk begeleider’. De persoonlijk begeleider is meestal een niveau 3medewerker. De persoonlijk begeleider is verantwoordelijk voor de dagbesteding van de cliënt. De persoonlijk begeleider is verantwoordelijk voor de uitvoering van gemaakte afspraken.

b

Is het verstandig om bij het opstellen van een ondersteuningsplan een gedragsdeskundige te betrekken? Licht je antwoord toe.

7

Voor het opstellen van een ondersteuningsplan moet je allerlei gegevens verzamelen, zoals intakegegevens, gegevens uit gesprekken, resultaten van vragenlijsten, enzovoort. Waarom heb je al deze gegevens nodig?

8

Bij de beschrijving van het levensverhaal van de cliënt gaat het niet alleen om feitelijke gebeurtenissen, maar ook om hoe de cliënt deze gebeurtenissen heeft beleefd.

1 24


Verwerkingsopdrachten

a

4 Het ondersteuningsproces

In de tabel staan drie gebeurtenissen uit het leven van een cliënt. Geef bij elke gebeurtenis kort aan waarom het belangrijk is om deze gebeurtenis (en de emoties die de cliënt daarbij heeft ervaren) te vermelden.

Belangrijke gebeurtenis

Waarom belangrijk?

verhuizing naar een (andere) zorgvoorziening

het overlijden van één of beide ouders

ziekenhuisopnames en gepleegde ingrepen

b

Vul telkens het juist woord in. a

Het

geeft een actuele beschrijving van de cliënt

en zijn huidige situatie. Hiermee kun je inschatten welke zorg- en ondersteuningsbehoeften een cliënt heeft. b

Om een completer beeld te krijgen van de kwaliteit van leven van de cliënt is er de kwaliteitswaaier

met

verschillende schalen en lijsten die de cliënt kan invullen. 9

In de verstandelijk-gehandicaptenzorg wordt bij het ondersteuningsplan zo veel mogelijk gekeken naar de wensen van de cliënt voor de toekomst. Dit heet het perspectief. a Moet je bij het bespreken van het perspectief grenzen stellen? Licht je antwoord toe.

1 25


WERKBOEK NIVEAU 4

Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg MZ Deel A

Deze uitgave Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. P3-K1-W1 Stelt het ondersteuningsplan op P3-K1-W2 Ondersteunt cliënt/naastbetrokkenen bij het voeren van de regie P3-K1-W3 Ondersteunt en motiveert een groep cliënten bij activiteiten P3-K1-W4 Ondersteunt de cliënt bij het leggen en onderhouden van contacten en betrekt naastbetrokkenen P3-K1-W5 Voert verpleegtechnische handelingen uit P3-K1-W6 Voert beheertaken uit P3-K1-W7 Voert coördinerende taken uit P3-K1-W8 Begeleidt nieuwe collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers

m a at s c h a p p e l i j k e zorg

MZ Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg MZ Deel A WERKBOEK

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Auteurs: C. Telman A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622447

MBO_WB_PersBegelGehandicaptenzorg MZ-DeelA_210x297mm.indd All Pages

15/01/18 14:33


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg MZ niveau 4 werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu