Skip to main content

Traject Welzijn - Pedagogisch klimaat - module 4 Opvoeden doe je samen

Page 1

PEK MOD ULE

4

Opvoeden doe je samen In deze module staat de samenwerking met ouders centraal. Je leert op welke manier je die opvoeding samen kunt delen en met elkaar afstemt hoe dit gebeurt. Een goede communicatie bevordert een goede samenwerking met ouders. Je leert hoe je kunt werken aan een goede relatie met ouders en op welke verschillende manieren je informatie kunt uitwisselen met elkaar. Ook leer je hoe je op een goede manier omgaat met kritiek. Verder kom je te weten welke inspraakmogelijkheden ouders hebben. Opvoeden is geen eenvoudige taak. Je leert welke opvoedingsproblemen kunnen ontstaan en hoe je daarmee het beste kunt omgaan. Je leert hoe opvoedingsondersteuning ouders kan helpen hun kind beter te begeleiden.

Auteur M.C. Baseler Eindredactie R.F.M. van Midde


PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

©

Je helpt de ouders van Sherley wennen op De Paddenstoel Vandaag komt Sherley voor het eerst een hele dag op de groep van kinderdagverblijf De Paddenstoel. Een paar weken terug hebben haar ouders in een intakegesprek veel verteld over hun dochter. 'Bij de controle op het consultatiebureau was alles goed', vertelden ze je. 'Ze ontwikkelt zich goed.' Ze vertelden welke liedjes Sherley al kent, hoe je kunt zien dat ze moe wordt en welke manier van troosten ze het fijnste vindt. Al deze 'weetjes' helpen je om Jesse snel te leren kennen. Je hebt ze, na de intake en het invullen van het kindformulier, rondgeleid en een informatieboekje meegegeven met daarin alle relevante informatie. Je hebt ze verteld over het wenbeleid. Je hebt de ouders uitgenodigd met Sherley een keer mee te draaien op de groep. Ze konden zo wennen aan het ritme en de gang van zaken op de groep. Maar nu is het wennen voorbij. Je ziet meteen dat ze het er moeilijk mee hebben. 'Ik vind het best lastig hoor', zegt de moeder van Sherley. 'We hebben haar zo lang gezellig thuis gehad'. Je stelt de ouders gerust en vertelt dat de eerste periode voor ouders vaak moeilijker is dan voor het kind zelf. Je zegt: 'Je mag vandaag gerust een keer bellen hoor. En natuurlijk zet ik ook in de app hoe het is gegaan'.

2


ORIËNTATIE

1 O R GA N I SAT I E S Ouders staan er niet alleen voor in de opvoeding. Als oriëntatie op je werkveld is het goed te weten welke organisaties betrokken zijn bij de opvoeding en educatie van kinderen. Vorm tweetallen. Beschrijf met welke organisaties jullie ouders bij de opvoeding en de educatie van hun kind(eren) te maken hebben gehad.

2 SA M E N W E R K I N G M E T O U D E R S Vorm tweetallen. Benoem welke kennis, vaardigheden en beroepshouding van jullie worden verwacht bij de samenwerking met ouders.

3 ST E R K T E S E N O N T W I K K E L P U N T E N B I J D E SA M E N W E R K I N G M E T O U D E R S Vorm tweetallen. Welke sterktes kunnen jullie inzetten bij de samenwerking met ouders en aan welke ontwikkelpunten moeten jullie nog werken?

4 M O E I L I J K E WO O R D E N I N D E Z E M O D U L E In deze module kunnen woorden voorkomen waarvan je de betekenis nog niet kent. Dit kunnen beroepswoorden of vaktaalwoorden zijn, die je nog nooit eerder hebt gelezen. Zorg ervoor dat je ze begrijpt en kunt gebruiken in de module. Als je de woorden begrijpt, is het gemakkelijker om opdrachten in deze module te maken. Noteer tijdens het lezen van de theorie de woorden die je niet begrijpt. Geef van elk woord de betekenis en een voorbeeldzin. Woord

Betekenis

Voorbeeldzin

3


PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Woord

Betekenis

Voorbeeldzin

Tip:  In de begrippenlijst van deze module vind je alvast een selectie van vaktaalwoorden die met deze module te maken hebben. 4


Opvoeding delen

1

Opvoeding delen 1 LEERDOELEN

• • • • • • •

Je kunt verwoorden wat het belang is van goed contact met ouders. Je kunt benoemen wat de aandachtspunten zijn van het werken aan een goede relatie met ouders. Je kunt benoemen wat het verschil is tussen betrokkenheid en professionele afstand. Je kunt beschrijven wat de inspraakmogelijkheden zijn van ouders. Je kunt uitleggen hoe je goed kunt omgaan met kritiek. Je kunt uitleggen wat de klachtenregeling inhoudt. Je kunt uitleggen wat de STOP-methode inhoudt.

In je werk krijg je niet alleen te maken met kinderen maar ook met hun ouders. In dit hoofdstuk leer je op welke manier je het beste met ouders kunt samenwerken en een goede relatie met ze kunt opbouwen. Je leest hoe ouders kunnen meedenken en waar ze terechtkunnen met een klacht. Ook kom je te weten hoe je het beste kunt reageren op kritiek van ouders.

1.1

Samenwerken met ouders

1.1.1 Wie doet de opvoeding? Wie helpen er allemaal mee bij het opvoeden van een kind? Om te beginnen helpen veel grootouders bij het verzorgen en opvoeden van hun kleinkinderen. Maar buiten de familie zijn er ook tal van instanties. Er is 24-uursopvang voor baby's en peuters. Met voor-, tussen- en naschoolse opvang zit een kind zomaar hele dagen op school. In een gezinshuis of leefgroep verblijven kinderen dag en nacht. Er zijn daarnaast verschillende vormen voor opvoedingsondersteuning, zoals de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) waar ouders en andere opvoeders met hun vragen over gezondheid, opvoeden en opgroeien terecht kunnen. Ook jongerenwerk en sportverenigingen dragen bij aan een gezonde ontwikkeling van het kind. De hele samenleving heeft er tenslotte baat bij als een kind de kans krijgt zijn talenten te ontdekken en te ontplooien.

Kinderen groeien hoofdzakelijk op in een gezin. Het grootste deel van de opvoeding vindt thuis plaats. De opvoeders zijn in de eerste plaats de ouders. Zij zijn essentieel voor de opvoeding van het kind. Maar een kind heeft meerdere opvoeders. Afhankelijk van de omstandigheden waaronder een kind opgroeit, komen daar al snel andere volwassenen bij: vrienden, opa's en oma's, de oppas, de pedagogisch medewerker van het kinderdagverblijf, de leerkracht en onderwijsassistent op school of de trainer op de sportclub. Als ouders gaan scheiden of een van de ouders overlijdt, krijgen kinderen er soms een stiefvader of stiefmoeder bij die voor ze zorgt. Ouders dragen de verantwoordelijkheid voor de opvoeding dus niet alleen.

5


1

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

1.1.2 Elkaar steunen in de ­opvoeding

Ouders worden steeds vaker ingezet op school als 'luizenouder' of 'voorleesouder', ze hebben zitting in de oudercommissie of worden ingezet bij activiteiten. Aan de ene kant wordt meer van ouders gevraagd en aan de andere kant vragen ouders ook meer van de opvang en van school. 'Een baby in een week tijd zindelijk maken of de hele dag in een draagdoek bij je dragen, dat verlangen ouders soms wel', vertelt leidster Kim. En onderwijsassistent Maurice: 'Kinderen zijn niet meer gewend hun rommel op te ruimen en als je het ze vraagt, krijg je een grote mond. Dan heb ik soms het gevoel dat ik de opvoeding doe voor ouders.'

Als pedagogisch werker ben je een van de opvoeders met wie een kind te maken krijgt. Je zorgt ervoor dat ze een plezierige tijd hebben in het kindercentrum of op school. Je zorgt voor hun lichamelijke en emotionele veiligheid, maar je draagt ook bij aan hun sociale en intellectuele ontwikkeling en hebt een belangrijke taak bij het overdragen van waarden, normen en omgangsregels. In dat opzicht hebben niet alleen de ouders, maar ook kinderopvang en school een belangrijke taak. Daarmee heb je invloed op de ontwikkeling van het kind naar volwassenheid. Die is sterker als je de opvoeding echt kunt delen met de ouders: je informeert elkaar en houdt elkaar op de hoogte van wat er speelt of nodig is. Je probeert een zo goed mogelijk contact op te bouwen met ouders zodat je de wederzijdse verwachtingen en verantwoordelijkheden op elkaar kunt afstemmen.

'It takes a whole village to raise a child.' Dit is een oud Afrikaans gezegde waarmee bedoeld wordt dat bij het opvoeden van kinderen meerdere mensen in de directe omgeving van het kind betrokken zijn.

Samen opvoeden Kinderen opvoeden is niet altijd gemakkelijk. Als pedagogisch werker kun je ouders hierin steunen en ouders kunnen jou helpen bij het vinden van de juiste aanpak voor hun kind. Zowel ouders als professionals zijn deskundig als het gaat om de ontwikkeling van het kind. Ouders kennen hun kind door en door en maken het dag en nacht mee. Professionals zoals jij hebben zich door hun studie verdiept in de ontwikkeling en opvoeding van kinderen. Samen opvoeden is in het belang van alle betrokkenen. Het maakt ouders en professionals tot betere opvoeders en het kind kan profiteren van de sterke kanten die iedere opvoeder heeft. Door informatie met elkaar uit te wisselen, begrijp je een kind en kun je een kind beter begeleiden. Wat de een niet weet of opmerkt, ziet een ander wel. Zo kun je elkaar versterken. Als ouders en pedagogisch professionals in de kinderopvang en op school elkaars deskundigheid accepteren, kunnen ze veel van elkaar leren.

Figuur 1.1  Ouders staan er niet alleen voor  © Shutterstock (bewerkt)

Voorbeeld Bij Klokje Rond kan alles. Klokje Rond is altijd open, 24/7 en 365 dagen per jaar. Je kunt als ouders je uren zelf indelen. Zelfs een uurtje voor de tandarts is geen probleem. Onze opvang biedt voor ieder wat wils: dagopvang, avond- en nachtopvang, weekendopvang. Wij hanteren geen breng- en haaltijden – je kunt je kind brengen op elk moment van de dag. Bij Klokje Rond kom je nooit te laat en nooit te vroeg.

6


Opvoeding delen

1.1.3 Opvoeding afstemmen

1

'De kinderen krijgen soms huiswerk mee als voorbereiding op de middelbare school. Hier wat tips om ze daar zo goed mogelijk bij te helpen: • Zorg voor een rustige studieplek voor uw kind en plan samen een vaste tijd in voor huiswerk. • Laat kinderen niet meteen huiswerk maken, maar geef ze bij thuiskomst even de tijd om te ontspannen. • Probeer uw kind alleen te helpen, maar maak het huiswerk niet zelf voor ze want daar leren ze niets van. • Geef complimenten als het huiswerk af is.'

Je deelt als pedagogisch werker de opvoeding met de ouders. Samen met de ouders deel je een stukje van de opvoeding van hun kind. Dat vraagt om afstemming. Opvoeders verschillen van elkaar over hoe zij kinderen opvoeden. Tussen al die verschillen probeer je een aanpak te vinden die goed is voor het kind en waar ouders zich in kunnen vinden. Bij jonge kinderen gaat dat over onderwerpen als slapen, eten en zindelijk maken. Bij oudere kinderen gaat het over omgangsregels, verantwoordelijkheid, zelfstandigheid, gebruik van sociale media en huiswerk. Het is prima als ouders 's avonds laat nog lekker met hun kind willen spelen, maar niet als het kind daardoor de volgende dag doodmoe naar het kindercentrum komt. Het omgekeerde geldt ook: als een kind 's nachts zijn ouders uit de slaap houdt, kan dat liggen aan het dagritme op het kinderdagverblijf. Krijgt het wel uitdaging genoeg? Wat minder slapen overdag en wat meer activiteiten kunnen ervoor zorgen dat het kind 's nachts beter doorslaapt. Door verwachtingen uit te spreken en elkaar te informeren zorg je ervoor dat de opvoeding zo goed mogelijk op elkaar aansluit.

Dagopvang: brengen en ophalen De dagopvang hanteert vaak duidelijke regels voor het brengen en ophalen van kinderen. • Wij gaan ervan uit dat u, als ouder, uw kind zelf komt brengen en ophalen. Wordt uw kind op vaste dagen of incidenteel door een andere volwassene opgehaald (buren, opa/ oma), dan dient de locatie dit vooraf te weten. U dient hierover zelf de pedagogisch medewerkers te informeren, anders geven zij uw kind niet mee! • Met de schriftelijke toestemmingsverklaring van de ouder mag het kind ook opgehaald worden door een minderjarige (bijvoorbeeld broer of zus). Deze verklaring kunt u opvragen bij de locatiedirecteur van uw locatie.'

Voorbeelden Kinderdagverblijf Panda In het schriftje van kinderdagverblijf Panda: • 'Jaimie slaapt de laatste tijd niet hier. Slaapt hij thuis wel goed?' • 'Thuis gaat het ook niet zo goed, hij slaapt weer met een speen. Hij heeft de laatste tijd soms last van nachtmerries over spoken tegen de muur, hijskranen die hem achtervolgen en slakken in zijn pyjama.' • 'Misschien kunnen we deze week eens afspreken en kijken wat we kunnen doen, zodat Jaimie beter slaapt.'

1.1.4 Het belang van een goed ­contact Goed contact met ouders is noodzakelijk om het gedrag van een kind te begrijpen, om samen één lijn te vinden in de opvoeding, om elkaar te steunen en om een band met het kind op te bouwen. Om die reden investeer je als professioneel opvoeder in een goed contact met ouders. Daar werk je aan tijdens de dagelijkse ontmoetingen bij het brengen en halen en tijdens de meer formele contacten, zoals een ouderavond. Bij de samenwerking tussen opvang, school en ouders is het belangrijk om wederzijdse verwachtingen uit te spreken. Wat kun je van elkaar vragen? Waarop kun je elkaar aanspreken? Wat wil je voor elkaar betekenen? Het contact is gericht op

Basisschool de Boomhut Op de website van basisschool de Boomhut staat een bericht voor de ouders van kinderen in groep 8.

7


1

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

een positieve sfeer en wederzijds vertrouwen. Je wisselt dagelijkse gebeurtenissen uit en een goed contact helpt ook om de opvoeding zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. In een gezinshuis of leefgroep maak je de kinderen langer mee en op andere momenten van de dag; ook tijdens het eten, 's avonds, 's nachts en in het weekend. De ouders zie je juist minder vaak. Ouders mogen daarom hun kinderen bellen en op bezoek komen, zodat zij contact blijven houden met hun kind.

Voorbeeld In het schriftje van kinderdagverblijf Panda: 'Als Ruben over een doode man begint: vandaag is het volgende gebeurt. Ik ging met de kinderen buiten, onze kerstbomen stonden netjes onder het afdakje. Alle kinderen liepen natuurlijk te kijken, plotseling roept Ruben: “Er ligt een doode man achter de bomen.” Ik kijken en ja inderdaad, daar lag een zwerfer lekker te slapen. Van de kinderen werd de zwerfer wakker en ging weg. Ruben was daar helemaal onder de indruk van. Hij kon niet begrijpen dat de man daar sliep.' Groetjes Lena en Daniëlle

Voorbeeld In het gezinshuis probeert pedagogisch medewerker Hans een afspraak te maken met de moeder van Finn. Moeder is verslaafd aan drugs en vindt reizen met het openbaar vervoer erg ingewikkeld. Hans stuurt een berichtje naar haar mobiel met het nummer van het perron en de vertrektijd van de trein. Zo hoopt hij voor elkaar te krijgen dat Finns moeder op tijd op de afspraak verschijnt en ze elkaar kunnen spreken.

Eén lijn in de opvoeding Niet alleen om het gedrag van een kind beter te begrijpen is een goed contact tussen de organisatie en ouders nodig, maar het helpt jullie ook om samen één lijn te vinden in de opvoeding van het kind. Dat wil niet zeggen dat men thuis, op school en op het kindercentrum op dezelfde manier opvoedt. Verschillen mogen er best zijn, dat is onvermijdelijk. Tijdens je werk ben je tenslotte bezig met het opvoeden in een groep. In een groep zijn andere regels nodig dan thuis. Het gaat meer om de afstemming waardoor voor zowel ouders, pedagogisch werkers als kinderen duidelijk is hoe het er thuis, op school en in de opvang aan toegaat. Zo zijn er op veel kindercentra en scholen richtlijnen over wat kinderen mogen meenemen aan tussendoortjes en traktaties: fruit mag, snoep niet.

Als pedagogisch werker zie je de meeste kinderen maar een deel van de dag. Wat zich daarvoor en daarna afspeelt, weet je niet. Kinderen begrijp je beter als je hun achtergrond kent en weet wat er zich thuis afspeelt. Jonge kinderen kunnen nog niet vertellen wat hen dwarszit of wat er thuis is voorgevallen. Oudere kinderen willen het soms niet met andere volwassenen delen als er iets speelt. Toch is het nodig dat je iets af weet van hun wereldje thuis. Zo kun je een kind beter opvangen. Voorbeeld In het schriftje van kinderdagverblijf Panda: • 'Ruben is thuis erg druk en luistert slecht. Vast de zenuwen voor Sinterklaas.' • 'Bij ons op Panda is Ruben ook druk. De andere kinderen zijn ook behoorlijk uitgelaten. Het zijn in elk geval spannende weken op Panda en ook natuurlijk thuis.' Voor ouders geldt hetzelfde. Als hun kind in de opvang ruzie heeft gehad of iets vervelends heeft meegemaakt, willen ze hiervan op de hoogte zijn. Met een goede communicatie kun je ze informeren en help je misverstanden te voorkomen.

Figuur 1.2  Fruit mag, snoep niet  © Shutterstock / Olena Mykhaylova

8


Opvoeding delen

1

Voorbeeld: traktatierichtlijn Op dagopvang De Vrije Vogels krijgen ouders een lijst mee naar huis met ingrediënten waar een traktatie of tussendoortje uit mag bestaan. 'Fruit, popcorn, een eierkoek, een soepstengel of een rijstwafel mogen wel. Lolly's, chocoladerepen en snoepzakjes mogen niet. Zoete traktaties of tussendoortjes als chocolade geven we weer mee naar huis.'

Voor ouders is het een grote stap hun jonge kind aan de opvang toe te vertrouwen. Het is logisch dat zij kritisch zijn: heeft de groepsleiding wel genoeg tijd voor hun kind? Krijgt hun kind in een volle klas wel individuele aandacht? Tegelijkertijd realiseren veel ouders zich meestal wel dat je op school en in een kindercentrum niet evenveel tijd en aandacht aan kinderen kunt geven als in een gezinssituatie.

Positief voor contact met het kind Goed contact met ouders is niet alleen nodig om problemen te voorkomen, het werkt ook positief op het contact dat jij hebt met het kind. Niet alle kinderen vertellen even gemakkelijk iets uit zichzelf. Of zijn er nog te jong voor om zelf iets te vertellen. Als je van de ouders hoort dat oma jarig is geweest of dat ze zondag naar het strand zijn geweest, kun je hierover samen een gezellig praatje hebben. Dat draagt bij aan een fijne band tussen jou en het kind. Als een ouder vertrouwen heeft in jouw kwaliteiten als opvoeder, merkt een kind dat en zal het zich gemakkelijker hechten aan jou. Ouders vinden het fijn als je iets bijzonders vertelt over hoe de dag van hun kind is geweest. Ze weten daardoor dat je aandacht hebt voor hun kind. Ze kunnen er samen met hun kind nog over doorpraten. Vertel wat hun kind die dag heeft gedaan en koppel dat aan zijn ontwikkeling. Bijvoorbeeld: 'Nisa heeft vandaag zelf haar boterham gesmeerd met een mes. Ze was zo trots.' Ook hoe jij tegen de ouder aankijkt heeft invloed op jullie contact. Heb je er begrip voor dat ouders soms druk zijn of gehaast? En dat ze daardoor misschien weinig tijd hebben en soms weleens iets vergeten?

1.2.1 Vertrouwen opbouwen De basis van het contact tussen de pedagogisch werker en de ouders is vertrouwen. Ouders die erop vertrouwen dat hun kind bij de opvang in goede handen is, stralen dit ook uit naar hun kind. Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de opvang in alle opzichten kwaliteit biedt en dat de pedagogisch werker hun kind liefdevolle aandacht geeft, zodat het kind zich thuis voelt. Vertrouwen opbouwen lukt het best door veel informatie en uitleg te geven over hoe alles op school en in het kindercentrum gaat. Zo krijgen ouders een beeld van hoe de dag en het programma verloopt. Je houdt daarbij rekening met verschillen tussen ouders. Ouders met dezelfde culturele achtergrond als jij zul je gemakkelijker begrijpen dan ouders met een andere achtergrond. Toch is het belangrijk dat je met alle ouders een goede relatie hebt, dat je de opvoeding van de kinderen werkelijk met elkaar kunt delen en elkaar begrijpt. Daarvoor is goede communicatie noodzakelijk.

ME NTOR I N DE OP VA NG In de kinderopvang is een eigen mentor voor elk kind verplicht. Dit is een pedagogisch medewerker die werkt op de groep van het kind. Het is het vaste aanspreekpunt voor ouders. Als mentor volg je de ontwikkeling van het kind en praat je hierover met de ouders. Je bouwt een vertrouwensrelatie op met het kind, kent het karakter, de gezinssituatie en kunt problemen vroeg signaleren.

1.2 Werken aan een goede relatie Kenmerkend voor een goede relatie is dat je belangstelling hebt voor elkaar, dat er een gezamenlijke interesse is voor het kind, dat je respect hebt voor elkaar en dat er sprake is van openheid en eerlijkheid. Als een kind net nieuw is op de groep, moeten ouders en pedagogisch werkers nog aan elkaar wennen. Je weet nog niet wat je aan elkaar hebt. Daarvoor is tijd nodig. 9


1

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Belangstelling voor elkaar Laat in je houding duidelijk merken dat je oprechte belangstelling hebt voor wat ouders jou te vertellen hebben. Zo leer je elkaar steeds beter kennen en raak je vertrouwd met elkaar. Pas dan is er ruimte om over zaken te spreken die gevoeliger liggen, zoals gedragsproblemen bij het kind. Neem initiatief tot contact. Dit betekent dat je zelf de eerste stap zet, niet afwacht maar actie onderneemt en een praatje begint. Daar is soms durf voor nodig, vooral als ouders een stuk ouder zijn dan jij. Maar je zult al snel merken dat ze eigen initiatief van jou op prijs stellen, en zelfs verwachten, en maar wat graag reageren op een vraag of vriendelijke opmerking van jouw kant. Ouders willen het gevoel hebben dat je hen serieus neemt en dat je met aandacht naar ze luistert. Als een ouder 's morgens vertelt dat hij rijexamen moet doen, is het natuurlijk wel zo aardig als je bij het afhalen informeert hoe dat is afgelopen. Natuurlijk kun je weleens wat vergeten of haal je soms informatie van ouders door elkaar. Je hebt tenslotte meer aan je hoofd. Probeer er wel op te letten, dat je zo goed mogelijk onthoudt wat iemand je vertelt. Train jezelf daarin.

dan meer vorm krijgen. Ook minder gemakkelijke zaken, zoals problemen met de opvoeding, kunnen dan aan de orde komen. Soms gebeurt dat door gerichte vragen van de ouder, soms merk je zelf dat er iets niet lekker zit. Stel vragen en vraag door. Wees niet bang om lastige kwesties te benoemen: 'Dat klinkt alsof het voor jullie een erg moeilijke periode was. Is dat ook zo?' Realiseer je wel dat het kind er bij dit soort gesprekken vaak bij staat. Kinderen, zo klein als ze zijn, horen heel goed waarover jullie praten, ook al begrijpen ze nog niet alles, dus maak ze niet onnodig ongerust. Probeer zo veel mogelijk te voorkomen dat je over het hoofd van het kind heen praat bij gevoelige onderwerpen. Betrek het kind eventueel bij het gesprek als dat wel uitkomt. Voorbeeld Marinka is onderwijsassistent. Ze staat 's morgens bij de deur van het lokaal als de kinderen en hun ouders binnenkomen. Daar ziet ze Wesley aankomen met zijn oma. Marinka geeft oma een hand. 'Goedemorgen mevrouw. Wat leuk om u te ontmoeten, ik heb al zoveel over u gehoord van Wesley. Hij vertelde dat u helemaal uit Suriname hierheen zou komen om hem te bezoeken. Welkom in onze klas'.

Ouders willen graag het gevoel hebben dat je hen serieus neemt en dat er naar hen wordt geluisterd.

Aandachtspunten voor een goed contact met ouders • Neem zelf initiatief tot contact. Begin zelf een gesprekje door iets te vertellen over wat er die dag is gebeurd. Let op wat ouders bezighoudt. Stel vragen en vraag door als dit nodig is. • Laat een open, geïnteresseerde houding zien. Maak een opmerking of stel een vraag over iets dat met de ouder of het kind te maken heeft of dat bij ze speelt. • Wees eerlijk. Vertel altijd de waarheid zonder er omheen te draaien. Gebruik woorden die de ouders begrijpen. • Toon respect. Je praat niet over, maar met ouders, wees vriendelijk. • Zet fouten recht. Iedereen maakt wel eens fouten. Geef ze toe en bied je excuses aan. • Kom toezeggingen altijd na. Zeg wat je doet en doe wat je zegt.

Figuur 1.3  Neem initiatief en maak contact met ouders© Getty Images / SDI Productions

Naarmate het vertrouwen tussen jou en de ouder groeit, zullen ouders meer vertellen over hun kind. Het samen bezig zijn met de opvoeding kan 10


Opvoeding delen

•

•

Schep duidelijkheid over verwachtingen. Ouders weten waar ze aan toe zijn als jij duidelijk bent in wat je van ze verwacht.

• 1.2.2 Actief luisteren

1

Let op je houding. Laat ook door middel van je houding en gezichtsuitdrukking zien dat je belangstellend bent. Stel vragen als je iets niet begrijpt of als iets nog niet helemaal duidelijk is. Zeg bijvoorbeeld: 'Begrijp ik het goed dat je…'

Actief luisteren naar de ouders bij het ophalen en brengen is ook een manier om een goed contact op te bouwen.

Actief luisteren is een manier van luisteren waarbij de ontvanger in zijn gedrag laat zien dat hij aandacht heeft voor de ander en die ander probeert te begrijpen.

Dit doe je door echt en met aandacht te luisteren. Je spreekt ook wel van empathisch luisteren. Alle ouders vertellen weer andere dingen tegen je. Je moet dus veel kunnen onthouden. Ook zijn er vaak meer ouders die je iets willen vertellen of snel iets willen zeggen. Luisteren is dan niet altijd gemakkelijk. Je moet je goed kunnen concentreren op wat iemand zegt en dat is bij de drukke breng- en haalmomenten soms lastig. Als je geen tijd hebt, maar uit beleefdheid toch doet alsof je luistert, sta je niet echt voor open voor het gesprek. In die situatie kun je beter eerlijk tegen de ouder te zeggen dat je nu geen tijd hebt, maar op een ander moment wel. Aandachtspunten bij actief luisteren • Kijk de ander aan. Dat is voor de ouder vaak al een teken dat je luistert. • Luister naar ouders. Luister niet alleen naar de woorden, maar ook naar het verhaal achter die woorden. Heb ook oog voor de moeilijke kanten van de opvoeding. • Reageer op wat de ander zegt. Dit doe je bijvoorbeeld door te knikken of in je eigen woorden te herhalen wat je hebt gehoord. Als je op die manier reageert, merkt diegene dat je echt luistert en belangstelling hebt. • Probeer je in te leven en de ouder echt te begrijpen. Probeer je voor te stellen wat er in de ander omgaat.

Figuur 1.4  Kijk ouders aan als je met ze praat  © Mirador media / Anke Gielen

1.2.3 Grenzen in het contact Het contact met ouders vindt op verschillende momenten plaats. Niet alleen bij het brengen en ophalen, maar ook bij ouderactiviteiten. Je werkt aan een goed contact door een belangstellende houding en door met ouders mee te leven. Daar zitten tegelijk ook grenzen aan. Je laat je betrokkenheid zien, maar moet tegelijkertijd afstand te bewaren.

Betrokkenheid is echte belangstelling en aandacht voor ouders hebben, maar ook professionele afstand weten te bewaren.

Je hebt met elkaar een werkrelatie, maar dit betekent niet dat je met elkaar bevriend bent. Het is goed om een professionele afstand te bewaren. Stel je voor dat je een vader tegenkomt in de supermarkt en hij een gesprek begint over een probleem met zijn kind. In je vrije tijd wil je je even losmaken van je werk. Een supermarkt is niet de aangewezen plek voor een ernstig gesprek over een kind. Je kunt dan best zeggen: 'Ik vind het 11


1

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

prima om hierover met je te praten, maar niet op dit moment.' Ook kunnen ouders de neiging hebben om je in hun kennissenkring op te nemen. Ze nodigen je bijvoorbeeld uit voor het verjaardagsfeestje van hun kind, vragen of je eens een kop koffie komt drinken of willen je als oppas. Een ouder die is verwikkeld in een scheiding kan behoefte hebben aan een gesprek buiten de schooltijden om. Of je hier op in wilt gaan is een keuze die je zelf maakt en hangt af van de afspraken van de organisatie waar je werkt. Bedenk dat het ingaan op dit soort verzoeken verwachtingen schept ten aanzien van andere ouders. Ook hier geldt dat je nagaat wat jij wilt en wat de organisatie van je verwacht. Als je dingen niet wilt, doe dan geen vage toezeggingen, maar wees tegenover de ouders duidelijk over waar je werk eindigt en je eigen privacy begint. Houd je eigen grenzen in de gaten en houd professionele afstand in de relatie met ouders buiten het werk om.

Richtlijnen gebruik sociale media Ga verantwoord om met sociale media. Dit komt neer op nadenken wat je doet en bedenken of je daarmee op de korte of lange termijn je organisatie of andere betrokkenen zou kunnen schaden. Door sociale media is de scheiding tussen werk en privé minder duidelijk, dus zul jij je daar zelf bewust van moeten zijn. • Zolang er sprake is van een professionele relatie, is het op veel scholen en kindercentra niet toegestaan dat medewerkers via sociale media privécontact onderhouden met kinderen en ouders. • Wees voorzichtig met het uitwisselen van informatie over kinderen en ouders met collega's via sociale media. • Publiceer, zonder expliciete toestemming, geen vertrouwelijke informatie, foto's of filmpjes van kinderen en hun ouders op sociale media. • Wees als medewerker voorzichtig met het geven van je mening op discussieof internetfora die te maken hebben met je vakgebied. Maak duidelijk of je spreekt namens je organisatie of op persoonlijke titel. • Verspreid geen informatie op het internet die belastend kan zijn voor jezelf, anderen of organisatie.

Professionele afstand is de beroepsmatige afstand tot de ouder. De juiste balans tussen betrokkenheid en afstand nemen om de objectiviteit te bewaren. Ook wel: professionele distantie.

1.3 Inspraak van ouders Voorzichtig met sociale media Natuurlijk hebben veel kindercentra en scholen zelf een besloten Facebookpagina of gebruiken ze een app om berichtjes met elkaar te delen. Maar wees altijd voorzichtig met sociale media in het contact met ouders. Nodig ouders niet uit en voeg geen ouders toe aan je persoonlijke Facebook. Word geen vrienden met ouders of kinderen op sociale media. Voor je het weet is jullie onderlinge contact te persoonlijk en weet je dingen van elkaar die je liever niet wilt weten. De meeste organisaties hebben duidelijke richtlijnen en een gedragscode ten aanzien van sociale media.

Ouders vertrouwen de zorg van hun kind toe aan een kindercentrum, school, leefgroep of gezinshuis. Het spreekt vanzelf dat zij willen meepraten en meedenken over hoe alles is geregeld. Het ligt dan ook voor de hand dat ouders niet alleen worden geïnformeerd over de gang van zaken in de instelling, maar dat ze ook inspraak hebben. Deze inspraak is wettelijk geregeld: ouders hebben hier recht op en het levert ook voor de organisatie voordelen op. Vanuit hun visie en ervaringen als ouders kijken zij soms anders naar een bepaalde situatie dan de directie, pedagogisch werker of leerkracht. De eerste verantwoordelijkheid voor kinderen ligt bij de ouders. Ook ouders van een kind dat gedwongen verblijft in een instelling, blijven ouders. 12


Opvoeding delen

1

Ouders hebben adviesrecht op een aantal vastgestelde onderwerpen. Jeugdzorginstellingen hebben een cliëntenraad en de school en kinderopvang hebben een oudercommissie. Bij grote instellingen is er meestal een centrale oudercommissie of cliëntenraad en hebben de verschillende locaties een eigen oudercommissie.

1.3.1 Oudercommissie

Figuur 1.5  De oudercommissie denkt en praat mee

De oudercommissie bestaat uit een groep mensen die mee wil denken en adviseren over onderwerpen die te maken hebben met de opvang van kinderen. De oudercommissie vertegenwoordigt daarmee de stem van alle ouders en vormt een schakel tussen bestuur en ouders op school of in het kindercentrum.

© Shutterstock / AYA images

Voorbeelden • Bas (36): 'Het is leuk en interessant om als ouder mee te denken. Maar vooral een kijkje achter de schermen bij de kinderopvang vind ik boeiend. Je kijkt nu toch met een andere blik en je kunt echt verschil maken in hoe alles hier loopt.' • Renate (41): 'Ik heb me aangemeld bij de oudercommissie om zo meer betrokken te zijn bij het reilen en zeilen van de school. Ik hoop een positieve bijdrage te kunnen leveren aan de kwaliteit van het onderwijs, want er is heus nog veel te verbeteren. Dit alles natuurlijk in samenspraak en samenwerking met de professionals op school.'

De oudercommissie is een inspraakorgaan van ouders op school en in de kinderopvang. Een oudercommissie heeft inspraak bij één onderdeel van de organisatie.

De oudercommissie op school komt geregeld bijeen om over zaken te overleggen en de directie of het management eventueel van advies te voorzien. Onderwerpen die aan de orde komen in een kindercentrum zijn bijvoorbeeld de veiligheid of het uurtarief. Op school kunnen ouders in de oudercommissie meedenken over bijvoorbeeld het schoolkamp, het jaarlijkse schoolfeest of de pedagogische aanpak. De oudercommissie ondersteunt het team bij het bedenken en samen met andere ouders uitvoeren van die plannen. Het samen verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van de kinderen wordt op die manier in de praktijk gebracht. Dat komt de kwaliteit van de opvang ten goede.

1.3.2 De mening van ouders peilen Niet alle ouders voelen zich bekwaam of zijn in staat om aan een bestuur of oudercommissie deel te nemen. Toch is het voor de organisatie zelf belangrijk te weten wat er bij ouders speelt. Je probeert daarom ouders te betrekken bij de dagelijkse gang van zaken en het beleid. Dat kun je op verschillende manieren doen. Goed luisteren naar wat ouders je vertellen is een manier. Tijdens de gesprekjes bij het halen en brengen hoor je vaak vanzelf van ouders waar ze tevreden over zijn of zich juist druk over maken. Toon belangstelling voor hun ideeën en ervaringen. Voorbeeld Moeder van Mischa (3) tegen de pedagogisch medewerker van de peuterspeelzaal: 'Ik was net even bij de kindertoiletjes. Meid wat stinkt 13


1

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

•

het daar. Maken de schoonmakers er wel goed genoeg schoon of moet er misschien overdag wat vaker een mop doorheen?' Gewoon ouders om hun mening vragen is een andere manier. Een ouderavond is een geschikt moment om bij ouders te vragen hoe alles loopt. Je kunt de mening van ouders ook peilen door middel van een enquête met een vragenlijst. Zo krijg je een goed beeld van de kwaliteit van de organisatie, het oordeel van ouders over allerlei zaken en van de punten die voor verbetering vatbaar zijn.

'U had inderdaad verteld dat Sophie allergisch is voor koemelk. Het spijt me, ik had me niet gerealiseerd dat ze dan ook niet tegen chocomel kan. Ik zal er voortaan extra goed op letten dat dit niet nog eens gebeurt.'

Openstaan voor kritiek Vaak vinden ouders het moeilijk om kritiek te leveren. Ze willen niet overkomen als 'zeur' of zijn bang dat hun opmerking gevolgen heeft voor de positie van hun kind. Ook kritiek krijgen roept soms wrijving en irritatie op bij de medewerkers in een team. Bekijk het eens van een andere kant. Dat ouders met kritiek durven te komen, is een teken dat er een open sfeer is en dat ze je vertrouwen. In een goede werksituatie is het immers mogelijk om kritiek te geven en te ontvangen. Door kritiek blijf je alert op je manier van werken. Maak daarom in je houding en reactie duidelijk dat ouders zonder gevolgen kritiek kunnen leveren. Openstaan voor de reactie van ouders is een goed begin. Je geeft ouders daarmee het gevoel dat hun mening belangrijk is. Je begint daarom met goed luisteren. Wat wil de ouder aan jou vertellen? Je probeert de kritiek helder en concreet te krijgen. Wat is de kern van het probleem, zit er misschien een ander verhaal achter de uitgesproken kritiek? Een beter beeld krijg je door het stellen van gerichte vragen: wat, wanneer en hoe. Bijvoorbeeld: Wat gebeurde er precies? Wanneer gebeurde het? Hoe denk je dat we dit het beste kunnen oplossen? Kritiek is niet altijd persoonlijk bedoeld. Probeer je in te leven in de ouders, probeer de zaak eens vanuit hun standpunt te bekijken. Dat levert vaak meer begrip op en vanuit dat begrip is verder praten mogelijk. Als je ouders het gevoel geeft dat je hen begrijpt, is de situatie al voor de helft opgelost.

1.3.3 Omgaan met kritiek Kinderen opvoeden en begeleiden is een mooi beroep, maar soms gaat er wel eens iets mis. Ondanks je goede bedoelingen kun je toch een foute beslissing nemen, iets vergeten of nalatig zijn. Hoe goed alles ook is geregeld, het is onvermijdelijk dat er af en toe situaties voorkomen waar een ouder het niet mee eens is, teleurgesteld in is of boos over is. Als ouders je dit laten weten, dan geven ze je kritiek. Als een ouder ergens een probleem mee heeft, dan is het vanzelfsprekend dat je er alles aan doet om die situatie zo snel en zo goed mogelijk op te lossen. Vaak ben jij als pedagogisch werker de eerste naar wie ouders toe komen met hun kritiek. Kritiek is niet iets waarvan je hoeft te schrikken. Maar hoe ga je om met de zorg of onvrede van ouders? Neem een kritische opmerking in elk geval altijd serieus. Zie kritiek als een gratis advies of tip waarmee je de kwaliteit van je werk kunt verbeteren. Voorbeeld Verschillende reacties op kritiek: • 'Het hekje naar de speelzolder open? Dat is echt niet de bedoeling! Ik doe het meteen dicht en zal mijn collega's er direct op wijzen dat ze er goed op moeten letten het altijd meteen te sluiten.' • • 'Wat vervelend dat jullie zoon is gestruikeld op de speelplaats en zo hard is gevallen. Waar is het precies gebeurd? Ik zal kijken of er misschien een tegel los ligt op die plek.'

Door kritiek blijf je alert op je manier van werken. Neem kritiek serieus Het valt niet altijd mee om goed te reageren op kritiek van ouders. De ene keer zul je er meer voor openstaan dan de andere keer. Bij een ouder die vaak met kritiek komt, is het moeilijker om voor 14


OpvOedInG delen

de zoveelste keer vriendelijk te reageren. Met verkeerde reacties als in de verdediging gaan, onvriendelijk reageren of je terugtrekken en niets zeggen maak je de situatie alleen maar erger. In al deze gevallen neem je de kritiek niet serieus. je reageert niet op wat de ouders je duidelijk willen maken, maar op het gevoel dat de kritiek bij jou oproept. door je reactie maak je aan de ouders op een indirecte manier duidelijk dat je hun kritiek niet accepteert. Zo'n reactie is menselijk, maar vanuit je beroepshouding onacceptabel. niet alleen omdat ouders het recht hebben om kritisch te zijn, maar ook omdat je hiermee een conflict in de hand werkt. een goede reactie op kritiek voorkomt dat je in een moeilijk op te lossen conflict verzeild raakt. door je bewust te zijn van je reactie kun je jezelf oefenen om op een positieve manier te reageren. Want als de kritiek terecht blijkt te zijn, kun je die maar het beste bevestigen en vervolgens kijken hoe je hier in de praktijk iets mee kunt doen. Bedenk wat je kunt veranderen om aan de kritiek tegemoet te komen en het probleem op te lossen.

1

Ik kan het niet hebben als iemand me zegt dat ik niet tegen kritiek kan

Figuur 1.6 Ga niet in de verdediging, maar sta open voor

kritiek © Shutterstock (bewerkt)

Met een te snelle reactie ontken je misschien de kritiek die een ouder heeft. je schiet misschien wel in de verdediging: 'dat klopt niet wat u nu zegt hoor, want onze peuterspeelzaal is altijd telefonisch bereikbaar.' als je er rustig over nadenkt en er eens met een collega over praat, kun je de kritiek beter vanuit verschillende invalshoeken bekijken en nagaan of de ouder gelijk heeft met de kritiek. je kunt dan naar de beste weg zoeken om op een goede manier met de kritiek om te gaan.

Er later op terugkomen als ouders met kritiek komen, hoef je niet meteen op dat moment met een antwoord klaar te staan of een oplossing te bedenken. na eerst een toelichting te hebben gevraagd, kun je afspreken dat je over de kritiek en de mogelijke oplossing na zult denken of het met je collega's gaat bespreken.

Kritiek voorkomen Het krijgen van kritiek is niet erg. je kunt ervan leren. Maar het is natuurlijk nog beter als je weet te voorkomen dat ouders ontevreden zijn. je kunt er persoonlijk en als organisatie veel aan doen om kritiek te voorkomen. In het kort komt dit neer op: zeggen wat je doet en doen wat je zegt. Zorg ervoor dat ouders kunnen rekenen op wat afgesproken is. staat in de richtlijnen van de peuterspeelzaal dat kinderen dagelijks een fruithapje krijgen, dan verwachten ouders dit ook. Werk veilig, zodat kinderen geen gevaar lopen op ongevallen. en heb je beloofd een kind dagelijks medicijnen te geven, dan mag je dit niet vergeten. Hang desnoods een post-it op een goed zichtbare plaats.

Voorbeeld 'Ik ben blij dat je me dit vertelt. Het is nu even erg druk met halen en brengen. Ik bespreek dit straks met mijn collega en kom er eind van de middag zeker op terug.' Bij een overhaaste reactie loop je het risico dat je de verkeerde dingen zegt en iets belooft wat je niet waar kunt maken. Zoals in het voorbeeld dat collega's je terugfluiten, omdat er over dit onderwerp al andere afspraken zijn gemaakt. Het is heel vervelend als je in zo'n geval moet terugkomen op jouw toezegging.

15


1

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Informeer ouders op tijd, in voor hen begrijpelijke taal, over ingrijpende beslissingen. Zorg ervoor dat zij zich niet overvallen voelen door nieuwe maatregelen. Doe er alles aan om te voorkomen dat de dingen die je zegt en doet aanleiding geven tot kritiek. Door op die manier een zo goed mogelijke en constante kwaliteit te leveren, zullen ouders tevreden zijn.

De klachtenprocedure is de vaste gang van zaken bij een organisatie bij het ontvangen en afhandelen van klachten.

Een onafhankelijke klachtencommissie biedt ouders de garantie dat deze hun klachten zorgvuldig behandelt. Mocht ook dit niet tot een oplossing leiden, dan is het nog altijd mogelijk de klacht bij een landelijke klachtencommissie van de kinderopvang of scholen in te dienen.

Kritiek voorkomen door zeggen wat je doet en doen wat je zegt.

1.3.4 Klachtrecht

Voorbeeld Jan-Willem is vader van drie kinderen op basisschool de Boemerang. Hij is gescheiden en zijn kinderen wonen bij de moeder. Het is al herhaaldelijk voorgekomen dat Jan-Willem niet op de hoogte was gebracht van de 10-minutengesprekjes op school. Zelfs na gesprekken met de leerkrachten hierover bereikt belangrijke informatie vanuit de school hem in veel gevallen nog steeds niet. Jan-Willem besluit hierover een officiële klacht in te dienen bij de klachtencommissie van de school.

De meeste kleine punten van kritiek van ouders zijn snel en simpel op te lossen. Is er een groter probleem, dan kan mogelijk een leidinggevende, directielid of het bestuur erbij bemiddelen. Heeft dit ook niet het gewenste resultaat en blijft de ouder ontevreden, dan kun je spreken van een echte klacht. Dat wil zeggen, een mondelinge of schriftelijke ernstige uiting van ontevredenheid over iets of iemand door een ouder. Een klacht van ouders kun je beter in de hand houden wanneer het voor iedereen duidelijk is welke procedure hierbij gevolgd moet worden. Ouders hebben klachtrecht, een wettelijk recht om te klagen. Behalve een wet waarmee de inspraak van ouders is geregeld, is er ook een wettelijke regeling over de wijze waarop een instelling met klachten van ouders hoort om te gaan.

1.3.5 Omgaan met boze ouders Een goede reactie op kritiek kan voorkomen dat er een moeilijk op te lossen conflict ontstaat. Toch kan het gebeuren dat je met boze of agressieve ouders te maken krijgt. In de jeugdzorg bijvoorbeeld krijgen ouders soms ingrijpende maatregelen te horen die veel emotie oproepen. Het is niet niks als je kind uit huis wordt geplaatst. Een kind op de buitenschoolse opvang kan thuis iets vertellen dat door ouders verkeerd wordt opgevat. Hoe reageer je als er opeens een boze ouder voor je staat? Elke organisatie moet daarop zijn voorbereid. Er zijn huisregels voor kinderen, ouders en medewerkers die zorgen voor orde, rust en veiligheid. Bijvoorbeeld: • Plaats uw fietsen in het fietsenrek. • Rijd stapvoets met uw auto in de directe omgeving van ons kinderdagverblijf. • Doe slofjes aan of schoenen uit bij het brengen en halen van uw kind.

Klachtenregeling Ouders hebben in principe het gezag over hun kind. Zolang een kind nog geen achttien jaar is, hebben zij eindverantwoordelijkheid over belangrijke besluiten in het leven van hun kind. Zij bepalen hoe ze hun kind opvoeden en naar welke kinderopvang of school het kind gaat. De organisatie waar hun kind terechtkomt geeft ouders daarom meer dan alleen alle nodige informatie. Zij geeft ouders ook de ruimte om met kritiek en klachten te komen en om mee te denken over het beleid. Instellingen zijn hiertoe verplicht, want dat is in de wet zo geregeld. Elke school of kindercentrum moet een regeling voor ouders hebben. In deze klachtenprocedure staat precies beschreven hoe de instelling met klachten omgaat. 16


Opvoeding delen

• •

De jassen en tassen van de kinderen horen aan de kapstok in de gang. De buitenschoolse opvang is open tot 18 uur dus haal uw kind voor die tijd op.

1

Een agressietraining voor medewerkers kan helpen signalen te herkennen en te zorgen voor een zelfverzekerde, professionele en positieve houding bij de medewerkers. Dit kan al meteen de agressie bij de ouder verminderen. Bespreek met elkaar op welke manier nazorg geregeld is als er iets vervelends is gebeurd. Nazorg wil ook zeggen: incidenten registreren en kijken hoe het een volgende keer beter kan.

Je praat met collega's in je team over risicovolle situaties en maakt afspraken over hoe daarmee om te gaan. Een voorbeeld van een gestructureerde manier om met een boze ouder te praten is de STOP-methode. STOP-methode Als je tegenover een woedende ouder staat, kun je gebruikmaken van de STOP-methode. Die bestaat uit vier stappen: 1 S Stoom afblazen. Laat de ander even uitrazen. De woede wordt daardoor waarschijnlijk vanzelf alweer minder. Hoelang kan iemand zo ontzettend boos blijven? 2 T Tot de orde roepen. Blijft de ouder boos of agressief? Maak de ouder duidelijk dat je op deze manier het gesprek niet voortzet. Vraag de ouder om op gewone toon te praten en zijn klacht te uiten. 3 O Opnieuw beginnen. Begin het gesprek opnieuw, als de kwaadheid is gezakt. Laat de ouder zijn verhaal op een rustige manier doen. 4 P Passen bij herhaling. Passen wil zeggen, niet verder gaan. Wordt de ander opnieuw heel kwaad, beëindig dan het gesprek. Als je moet 'passen', is het verstandig om je leidinggevende erbij te halen. Daarnaast kun je ook een collega roepen. Dit kun je ook doen als je verwacht dat een ouder in herhaling zal vallen of als je jezelf niet veilig voelt en bang bent. In het uiterste geval bel je 112. Met je collega's bespreek je de manier waarop je een moeilijke situatie met ouders aanpakt. Je kunt ook onderling afspreken op welke plek je het beste een moeilijk gesprek kunt voeren. Doe dit bij voorkeur in een ruimte waar andere collega's je kunnen zien. Voer een lastig gesprek bij voorkeur in tweetallen en niet alleen. 17


1

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

B EGR IJP JE D E THEORIE? Geef bij iedere stelling aan of deze juist of onjuist is. Juist

Onjuist

1 Eén lijn trekken in de opvoeding wil zeggen dat je thuis en op school volgens precies dezelfde regels werkt.

◯

◯

2 De basis voor het contact tussen de pedagogisch werker en ouders is vertrouwen.

◯

◯

3 Vragen stellen is een voorbeeld van actief luisteren.

◯

◯

4 In het contact met ouders mag je grenzeloos zijn.

◯

◯

5 Ouders in de kinderopvang hebben een oudercommissie.

◯

◯

6 Voor ouders op school is er een cliëntenraad.

◯

◯

7 Kritiek is gratis advies waarmee je de kwaliteit van je werk kunt verbeteren.

◯

◯

8 Klachtrecht is het wettelijk recht van ouders om te klagen.

◯

◯

9 Kritiek is altijd persoonlijk bedoeld, dus moet je er meteen persoonlijk op reageren.

◯

◯

10 Een klachtenprocedure is een vaste gang van zaken bij het ontvangen en afhandelen van klachten.

◯

◯

18


Informatie uitwisselen

2

Informatie uitwisselen 2 LEERDOELEN

• • • • • • •

Je kunt verwoorden wat het verschil is tussen formele en informele contacten met ouders. Je kunt uitleggen wat informeel contact is. Je kunt uitleggen wat formeel contact is. Je kunt benoemen wat de aandachtspunten zijn van een informatief gesprek. Je kunt benoemen wat de aandachtspunten zijn van een helpend gesprek. Je kunt benoemen wat de aandachtspunten zijn van een slechtnieuwsgesprek. Je kunt uitleggen op welke manieren je ouders kunt informeren als groep.

Contactmomenten tussen pedagogisch werkers en ouders zijn erg belangrijk. Het initiatief daartoe kan van jou komen, maar ook van de ouders zelf. Met ouders wissel je op verschillende momenten en op verschillende manieren informatie uit. De meeste contacten zijn informeel. Tijdens het ophalen en brengen praat je even met elkaar als daar tijd voor is. Je vertelt wat een kind die dag heeft gedaan en wisselt informatie uit: 'Eva heeft heerlijk lang geslapen vanmiddag', 'Denken jullie nog aan de koffieochtend morgen?' Soms kan het ook nodig zijn om een afspraak te maken met ouders. Als je wilt bespreken dat jij je zorgen maakt over het kind, heeft dit gesprek een meer formeel karakter. Ouders kun je als groep benaderen via een nieuwsbrief of berichtje in een groepsapp of je nodigt ze uit voor een ouderavond.

2.1 Informele contacten

Ook de ontwikkeling van een baby volg je samen. Zeker het eerste jaar verloopt die in een heel hoog tempo. Het is dan leuk om van elkaar te horen of hij iets nieuws heeft gedaan, maar je moet ook op de hoogte zijn van zijn ontwikkelingen met het oog op de veiligheid. Bijvoorbeeld als de baby zich thuis al omrolt, moet de dagopvang dit weten, zodat de baby niet onverwacht van de aankleedtafel kan rollen.

Informele contacten heb je vooral bij het halen en brengen en tijdens activiteiten voor en met ouders. Ook al is het begin of het eind van de dag een druk moment, er is meestal wel even tijd voor een belangstellende vraag of vriendelijke opmerking. Informele gesprekken zijn zowel voor de ouders als voor jezelf nodig om het kind goed te kunnen begeleiden. Bij ouders met baby's en peuters zijn die contacten vanzelfsprekend. Voor een goede verzorging is het noodzakelijk dat je van elkaar weet wanneer de peuter heeft gegeten, hoeveel hij heeft geslapen en hoe het met zijn luiers staat.

Een informeel gesprek is een spontaan, vrijblijvend gesprek dat men om die reden niet of nauwelijks voorbereidt en min of meer op elk moment kan beëindigen. 19


2

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

2.1.1 Haal- en brengcontacten

Tien minuten later stapt de vader vrolijk pratend met Enid aan zijn hand naar buiten. John kan ervan op aan dat hij vanaf nu vaker binnen zal lopen.

Tijdens het brengen en ophalen van de kinderen heb je veel mogelijkheden voor informeel contact met de ouders. Je kunt de haal- en brengmomenten bewust benutten om contact op te bouwen. Zorg ervoor dat je de namen en de gezinssituatie van ouders kent. Straal in je houding uit dat je aandacht hebt voor het kind en voor de ouders. Merk dingen op. Dit helpt ouders zich op hun gemak te voelen. De eerste periode dat een kind op school of in het kindercentrum komt, is een goed moment om hieraan extra aandacht te besteden. Dat kun je doen door zelf initiatief te nemen en een gesprekje te beginnen. Niet alle ouders maken even gemakkelijk contact. Is dat het geval, begin dan zelf een gesprek. Vertel bijvoorbeeld even wat het kind die dag heeft gedaan. Vraag nieuwe ouders hoe zij het hebben ervaren om het kind bij jou achter te laten. Als een ouder helemaal niet binnenkomt, kun je deze bewust uitnodigen om eens binnen te lopen. Sommige ouders vergeten dat ook andere ouders en kinderen aandacht nodig hebben en blijven doorpraten. Een gesprek vriendelijk afronden hoort ook bij je kwaliteiten als professional. Vat kort samen wat de ouder heeft verteld, wens hem of haar een fijne avond en zeg dat je nu even tijd maakt voor een andere ouder.

2.1.2 Het contactschriftje Informatie-uitwisseling gebeurt niet alleen mondeling, maar ook schriftelijk. Voor ouders met een baby of peuter is het 'heen-en-weerschriftje' of app een handig hulpmiddel om informatie uit te wisselen.

Het heen-en-weerschriftje is een contactschriftje of dagboek waarin zowel de pedagogisch medewerkers als de ouders verslag doen van belangrijke gebeurtenissen in het leven van een kind.

Je kunt aan de hand hiervan op de hoogte blijven en de dagelijkse dingen doornemen. Ouders en pedagogisch werkers schrijven erin hoe een kind heeft geslapen, wat het heeft gegeten en hoeveel vieze luiers het had. Daarnaast is er ruimte om leuke gebeurtenissen op te schrijven of een vraag te stellen: 'Willen jullie eraan denken extra kleertjes mee te nemen voor in het mandje?' Zo wordt het schrift een soort dagboekje.

Voorbeeld Enid zit nu al twee maanden op de buitenschoolse opvang, maar John, leider van de groep, heeft haar ouders nog nooit gezien. Enid komt zelf naar de bso toe, die aan het schoolplein grenst. Om half zes klinkt de claxon van de auto als teken dat haar vader haar komt ophalen. 'Vraag even of je vader binnen wil komen', vraagt John op een keer aan Enid. Gelukkig gaat de vader hierop in. Met een bezorgd gezicht komt hij binnen. 'Gaat het niet goed met haar?' Al pratende komt John erachter dat de vader van Enid van zijn eigen, vroegere schoolsituatie uitging. Ouders kwamen toen niet in school. Alleen als er iets ernstigs aan de hand was, hadden ze een gesprek met de meester. Dat het hier tegenwoordig heel anders gaat, wist hij niet.

Figuur 2.1  Contactschriftje voor de dagelijkse dingen  © Marja Baseler

Voorbeeld • 'Hoi, alles gaat goed met Bart. Hij vertelt weer veel verhalen en is even druk bezig met spelen. Vanochtend heeft hij de hele tijd met Duane gespeeld in de huishoek en met auto's.' 20


Informatie uitwisselen

•

2

'Bart is kortademig. Hij heeft daar medicijnen voor. Willen jullie hem helpen zich niet te druk te maken en zo rustig mogelijk te spelen (hoe moeilijk dit ook is)?'

Let wel altijd op wat je schrijft en hoe je dit doet. Lees teksten goed na en bedenk dat ze voor iedereen duidelijk moeten zijn, ook voor ouders die de Nederlandse taal minder goed beheersen. Staat er helder wat je bedoelt of is de tekst ook voor een andere uitleg vatbaar? Behalve het traditionele schriftje kan de kinderopvang ook gebruikmaken van een digitaal schrift. Daarmee zijn ouders via hun mobiele telefoon of computer nog voor ze hun kind ophalen op de hoogte van hoe de dag is verlopen. Ook voor kinderen in een gezinshuis, leefgroep of behandelingsinstelling is een (digitaal) contactschriftje een goed communicatiemiddel. Veel kinderen gaan alleen in het weekend naar huis en als beroepskracht heb je minder informele contacten met ouders. Je bent een voorval misschien weer vergeten op het moment dat er contact is. Een (vervelende) gebeurtenis kan doorspelen in het gedrag van het kind. Het is daarom niet alleen leuk om te weten wat het kind thuis of op de opvang heeft meegemaakt, maar ook in veel gevallen noodzakelijk.

Figuur 2.2  Tijdens de koffie-ochtend zien de ouders waar

de kinderen aan hebben gewerkt  © ANPfoto / Marc Hanssen

Voorbeeld 'Het leek deze week wel een dierentuin bij ons in de leefgroep. We wilden meer over zoogdieren weten omdat we in de dierentuin nieuwe dieren geboren zagen worden. We kozen in groepjes van twee allemaal één dier. We gingen op zoek naar wat ze eten, waar ze wonen en wat ze doen. We haalden boeken uit de bibliotheek en we hebben op internet filmpjes en foto's bekeken. Zo kom je veel te weten. In de groepjes maakten we een dierenpaspoort en daar hebben we alles in gezet om aan de anderen te laten zien.'

2.1.4 Ouderactiviteiten Tijdens informele ouderactiviteiten, zoals de koffieochtend, heb je meer gelegenheid voor een gesprek met ouders. Ouders kunnen dan ook met elkaar ervaringen uit wisselen. Ook kunnen ze zien waar de kinderen aan hebben gewerkt, bijvoorbeeld een project. Een peuterspeelzaal organiseert vaak een koffieochtend, bijvoorbeeld op een vaste ochtend in de maand. Maar ook op scholen komt het voor. Voor een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of internaat ligt het meer voor de hand om zo'n informele bijeenkomst aan het eind van de dag te plannen. Soms gebeurt dit eens in het jaar voor alle ouders en kinderen: het eindfeest. Bij de buitenschoolse opvang, waar er minder vaak contact is met de ouders, vormen dit soort informele bijeenkomsten een mooie gelegenheid voor ouders om nader kennis te maken met de opvang en de medewerkers. Zorg ervoor dat je bij

2.1.3 Het groepslogboek In een groepslogboek kunnen ouders lezen wat de kinderen die dag hebben gedaan. Oudere kinderen kunnen het groepsverslag zelf schrijven. Het (digitale) logboek bestaat uit notities waardoor een totaaloverzicht ontstaat van de hele dag of week. In het volgende voorbeeld zie je hoe ouders, van wie het kind niet thuis maar in een leefgroep woont, via een logboek kunnen lezen wat er zoal in de groep gebeurt.

21


2

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

•

een bijeenkomst je aandacht verdeelt over zo veel mogelijk ouders en niet de hele tijd bij dezelfde ouders blijft zitten. Het wordt erg op prijs gesteld als je met meerdere ouders een praatje maakt.

Meer begrip tussen ouders, de school en de opvang. Samen dingen doen is een goede manier om het contact tussen de ouder en de pedagogisch werker te verbeteren.

Tijdens informele ouderactiviteiten is er meer gelegenheid voor een gesprek met ouders. Voorbeeld Wat verheugen de kinderen zich op de koffieochtend. Ze zijn al twee weken bezig met het project 'Winter'. Op de ramen hebben ze wattenbolletjes geplakt. En midden op de groep staat een wintertafel met werkjes die ze hebben gemaakt. Als iedereen er is, houden de kinderen een sneeuwballengevecht met proppen krantenpapier. En er is geen koffie, maar voor iedereen warme chocolademelk met een speculaasje.

Figuur 2.3  Veel ouders vinden het leuk om een keer mee

te helpen bij een activiteit  © Charlotte Bogaert

Ook samen klussen, schoonmaken of het vieren van een feest is een mooie kans voor ouders om op een informele manier contact te hebben met elkaar en met de medewerkers. Veel ouders vinden het leuk om een keer mee te helpen bij een activiteit of een uitstapje. En is een ouder toevallig een bekende schrijver of werkzaam bij de politie of brandweer? Dan wordt een presentatie van dat beroep op school vast op prijs gesteld. Het meehelpen van ouders bij activiteiten heeft de volgende voordelen: • Er kan meer als ouders meehelpen. Vooral als je optimaal gebruikmaakt van de kennis, ervaring en talenten van alle ouders. Meer hulp komt de kwaliteit van de organisatie en de activiteiten ten goede. • Kinderen vinden het prettig als ouders meehelpen. Ouders laten door hun inbreng aan hun kind zien dat de plek waar hun kind veel tijd doorbrengt, belangrijk voor ze is. • Ouders weten meer over de opvang of school. Ze zien hoe de pedagogisch werkers met de kinderen omgaan en wat de kinderen doen. Ouders kunnen daardoor gemakkelijker met hun kind praten over de ervaringen die het opdoet. Zij krijgen inzicht in wat er leeft in de groep.

2.2 Formele contacten Naast informele contacten met ouders heb je ook formele contacten, zoals een afspraak voor een 'officieel' oudergesprek. Zo'n afspraak maak je wanneer je iets speciaals wilt bespreken. Dat gebeurt niet alleen bij problemen. Het is een goed idee om regelmatig met de ouders te bespreken hoe het kind zich ontwikkelt. Zo kunnen jij en de ouders de opvoeding thuis en de opvoeding op school, het kindercentrum of de leefgroep beter op elkaar afstemmen. Zeker als je ouders weinig ziet, is dat van groot belang. Formele gesprekken met ouders Hoe vaak een formeel gesprek wordt gevoerd, hangt af van de aard van de instelling. Bij een peuterspeelzaal zal er misschien alleen een gesprek plaatsvinden in de beginperiode. Een kinderdagverblijf, waar een kind veel langer verblijft, vraagt om meer vaste afspraken. Op school vindt een 10-minutengesprek vaak twee keer per jaar plaats en bij een residentiële instelling zijn de afspraken met de ouders een onderdeel van de behandeling.

22


Informatie uitwisselen

Een formeel gesprek is een betekenisvol gesprek met een bepaald doel, op een vooraf afgesproken tijdstip. Het gesprek wordt voorbereid.

2

Informeren is inlichtingen verstrekken, iemand iets laten weten.

Bespreek met elkaar de overeenkomsten en verschillen tussen de situatie thuis, op school en in de opvang. Denk daarbij aan het slapen, het eten, de zindelijkheidstraining, het gedrag en de vorderingen. Moedig ouders aan om te vertellen en vraag door: 'Kun je mij misschien meer vertellen over…' Of: 'Zijn er nog andere dingen die ik moet weten?' Komt in het gesprek wel een probleem ter sprake, dan kun je met elkaar bespreken hoe je daarmee om wilt gaan: 'Wij kunnen het volgende doen… Wat vindt u daarvan?' In tegenstelling tot de informele contacten bedenk je bij een formeel gesprek vooraf welke informatie je gaat geven en welke informatie je van de ouder nodig hebt. Een vaste lijst met aandachtspunten is daarbij een handig hulpmiddel. Sommige organisaties hebben een standaardvragenlijst, waarvan alle pedagogisch werkers bij een formeel gesprek gebruikmaken.

Ook ouders zelf kunnen behoefte hebben aan een persoonlijk gesprek om eens rustig te praten, bijvoorbeeld over voeding, gedrag, medicijnen of over een bepaalde aanpak van het kind. Zij kunnen dan ook zelf initiatief nemen voor het maken van een afspraak. Voorbeeld De ouders van Sem (7) en Roos (5) gaan scheiden. Ze vragen een gesprek aan bij de leerkrachten van de groep om het ze persoonlijk te vertellen. 'Willen jullie de komende tijd wat extra op Sem en Roos letten? We merken dat ze erg geschrokken zijn van dit bericht. Laat het ons meteen weten als het niet goed gaat op school of als er iets anders is wat jullie opvalt.'

Voorbeeld Vragen die je kunt stellen tijdens een informatief gesprek: • 'Ik zie bij jullie kind… klinkt dat bekend voor jullie?' • 'In de groep is jullie kind… hoe is dat thuis?' • 'Herkennen jullie dit bij jullie kind?' • 'Hoe is het gedrag thuis?'

Aandacht voor het kind Bij een formeel gesprek maak je van te voren een afspraak met de ouders. Het voordeel van een afspraak is dat ouders weten dat jullie het samen over hun kind gaan hebben. Beide partijen kunnen zich erop voorbereiden en trekken er tijd voor uit. Zo kun je in alle rust samen praten. De basis van het formeel gesprek is vertrouwen. Het gesprek vraagt om een goede voorbereiding. Daarbij houd je rekening met de aard van het gesprek: een informatief gesprek, adviserend gesprek of slechtnieuwsgesprek.

Aandachtspunten bij een informatief gesprek Open houding. Stel je positief op. Zo ervaren ouders de ruimte en veiligheid om over hun kind te praten. Luister goed en controleer of jouw informatie goed is overgekomen. Let erop dat je geen waardeoordelen geeft. • Houd rekening met een verschil in inzicht. • Jouw visie op het kind kan verschillen met die van de ouders, bedenk dat kinderen thuis ander gedrag kunnen vertonen dan in de groep. Een kind kan thuis onrustig zijn en druk en in de groep helemaal niet, of omgekeerd. • In een gezin is de situatie heel anders dan in een grote groep met leeftijdgenootjes.

•

2.2.1 Informatief gesprek Bij een informatief gesprek wissel je informatie uit over het kind. De aanleiding is meestal niet een probleem. Je wilt elkaar informeren: op de hoogte brengen van hoe het thuis gaat, op school en in de opvang..

23


2

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Obser vatielijst groep 2: Sociaal-emotioneel Obser vatielijst groep 2: Sociaal-emotioneel Naam kind: Naam kind: Sociaal emotioneel Sociaal emotioneel

Eigen gevoelens herkennen, benoemen en uiten Eigen gevoelens herkennen, benoemen en uiten Gevoelens van anderen herkennen van en benoemen Gevoelens anderen herkennen en benoemen Omgaan met eigen gevoelens en eigen ervaringen Omgaan met gevoelens en ervaringen

Schooljaar: Schooljaar:

Groep: Groep:

Het kind … Het kind …

heeft kennis van zichzelf, herkent emoties van het eigen lichaam, kan deze uiten, woorden nabootsen heeft kennis vanonder zichzelf, herkentbrengen emotiesen van het eigen lichaam, deze uiten,van onder brengen en nabootsen kan de sterkte eenwoorden gevoel herkennen (een beetje of heel erg) en heeft controle kan de sterkte vanover een eigen gevoelemoties herkennen (een beetje of heel erg) en heeft controle over eigen emoties herkent emoties van anderen, kan deze interpreteren, benoemen en nadoen herkent emoties van anderen, kan deze interpreteren, benoemen en nadoen ervaart de verschillen en overeenkomsten tussen zichzelf en de andere in en de overeenkomsten groep ervaart de kinderen verschillen tussen zichzelf en de andere kinderen in de groep kan gericht een activiteit kiezen kan gericht een activiteit kiezen kent alle kinderen en zoekt contact met anderen, wil met anderen spelen kent alle kinderen en zoekt contact met anderen, wil met anderen spelen kan gedurende een langere periode (minstens 15 minuten) rustig werken, heeft doorzettingsvermogen en werkt zelfstandig kan gedurende een langere periode (minstens 15 minuten) rustig werken, heeft doorzettingsvermogen en werktongewone zelfstandig kan omgaan met nieuwe, onbekende, situaties en teleurstellingen kan omgaan met nieuwe, onbekende, ongewone situaties en teleurstellingen vraagt om hulp en laat zich troosten vraagt om hulp en laat zich troosten

1 1

2 2

3 3

Relaties aangaan, omgaan en samenwerken Relaties aangaan,met omgaan anderen en samenwerken met anderen

merkt op of en wanneer een ander kind hulp nodig heeft, biedt hulp is in staat te helpen, troosten hulp nodig heeft,of verzorgen merkt op ofaan en en wanneer eenanderen ander kind biedt aangepaste en is in staat anderen te ander helpen, troosten ofhij verzorgen maakthulp op een manier aan een duidelijk wat of zij wel of niet wil;gepaste geeft demanier eigen mening maakt op een aan een ander duidelijk wat hij of zij wel niet wil; geeft de eigen mening kan of met een ander overleggen over en zich aanpassen aan plannen of ideeën kan met een ander overleggen over en zich aanpassen aan plannen ofconflicten ideeën en lost deze adequaat op onderkent (probleem conflicten verwoorden onderhandelen) onderkent en en lostzelfstandig deze adequaat op (probleem verwoorden en zelfstandig kan zich inleven in en rekening houdenonderhandelen) met een ander; leiden)met een ander; kan zich posities innemen kan inleven in en (volgen rekeningenhouden kan posities innemen (volgen en leiden) kan met respect omgaan met de leefomgeving (planten en dieren) Sociale redzaamheid: thuis enredzaamheid: in de leefomgeving kan met respect omgaan met de leefomgeving (planten en dieren) Sociale thuis en in de leefomgeving onderkent verschillen in thuissituatie en weet wat veilig/onveilig is onderkent verschillen in thuissituatie en weet wat veilig/onveilig is weet hoe situaties in het dagelijkse leven gaan (winkel, bus, dokter) en kanhoe een rol spelen weet situaties in het dagelijkse leven gaan (winkel, bus, dokter) enzelfredzaam kan een rol spelen is (heeft geen hulp nodig bij het aan- en uitkleden) is zelfredzaam (heeft geen hulp nodig bij het aan- en uitkleden) Sociale redzaamheid: de school en wat daar Sociale redzaamheid: direct meeen samenhangt de school wat daar direct mee samenhangt

houdt zich aan regels binnen de klas en school houdt zich aan regels binnen de klas en school weet waar dingen binnen de school te vinden zijn weet waar dingen binnen de school te vinden zijn gaat zorgvuldig om met materialen en ruimt zelfstandig op gaat zorgvuldig om met materialen en ruimt zelfstandig op

Onderzoeken en initiatief nemen Onderzoeken en initiatief nemen

is betrokken, stelt gerichte vragen, heeft zelfvertrouwen, experimenteert, bedenkt oplossingen en trekt conclusies is betrokken, stelt gerichte vragen, heeft zelfvertrouwen, experimenteert, bedenkt oplossingen en trekt conclusies

Schatkist

Kleutervolgsysteem

Schatkist

Kleutervolgsysteem

1 1

Figuur 2.4  Voorbeeld standaardvragenlijst  © uit: Schatkist / Zwijssen.nl 24

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg


Informatie uitwisselen

2.2.2 Helpend gesprek Een informatief gesprek kan gemakkelijk overgaan in een helpend gesprek. Ouders vragen soms zelf om hulp bij een opvoedingsprobleem. Bijvoorbeeld: 'Het stotteren wordt de laatste tijd steeds erger. Wat kunnen we daaraan doen?', of: 'Hij is zo brutaal, hoe moet ik daar op reageren?' Ouders weten niet altijd bij wie ze terechtkunnen met hun problemen of ze durven de stap ernaartoe niet te zetten. Jij kunt hen daarbij helpen. Bedenk in een dergelijk gesprek dat ouders een andere relatie met hun kind hebben dan jij. Zij hebben alleen met hun eigen kinderen te maken, voor wie ze dag en nacht verantwoordelijk zijn. Bovendien hebben ze naast het opvoeden van de kinderen nog allerlei andere taken thuis. Jij werkt met een groep kinderen in een omgeving die op kinderen is afgestemd. Bovendien houdt jouw verantwoordelijkheid op als het kind naar huis is. Maak altijd duidelijk dat je praat vanuit jouw eigen situatie: 'Zo doe ik het in de groep en daar werkt die aanpak goed.' Het geven van een tip, advies of hulp is geen eenrichtingsverkeer. Elke ouder is anders en elk kind is anders. Ouders weten vaak meer dan zij zelf denken. Doorvragen helpt om hier inzicht in te krijgen. Vraag ook door naar wat wel goed gaat en lukt. Als de ouders iets dwarszit is het handiger om de ouders eerst te laten vertellen. Door met elkaar over het probleem te praten kun je samen tot een oplossing komen. In een behandelingsinstelling kan een helpend gesprek onderdeel zijn van het behandelingsplan. Dit gesprek voer je als pedagogisch werker meestal niet alleen en je bent er ook niet altijd bij betrokken. Je werkt samen met een team van deskundigen met ieder hun eigen taak. Aandachtspunten bij een helpend gesprek • Wees je bewust van je eigen beperkingen. Je kunt ouders wel bepaalde adviezen geven, maar je bent geen therapeut. • Leg je advies niet dwingend op. Geef ouders de ruimte om te reageren. Iedereen die met

• •

•

2

kinderen bezig is, doet dat vanuit een eigen visie op opvoeden. Probeer duidelijk te krijgen wat er speelt. Neem daar de tijd voor. Waar vraagt de ouder hulp bij, speelt er misschien meer? Kom samen tot een oplossing. Ouders verwachten vaak van jou als pedagogisch werker dat je vanuit je beroepservaring op alle vragen een antwoord weet. Maar in de opvoeding bestaan geen kant-en-klare oplossingen. Verwijs ouders eventueel door. Niet bij alle problemen en vragen van ouders kun je als pedagogisch werker helpen. Gaat het om ernstige problemen, dan kan een doorverwijzing het beste advies zijn.

2.2.3 Slechtnieuwsgesprek Een slechtnieuwsgesprek heeft een probleem als onderwerp. Het gesprek kan gaan over opvallend gedrag van het kind. Bijvoorbeeld een kind dat de laatste tijd stil is en zich teruggetrokken gedraagt. Of juist agressief is en andere kinderen pijn doet. Misschien moet je vertellen dat een kind in een gezinshuis in de weekenden niet naar huis kan. Een slechtnieuwsgesprek kan ook nodig zijn als er iets is gebeurd, bijvoorbeeld als een kind geld heeft gestolen. Zo'n mededeling kan schokkend of teleurstellend zijn en jij bent als pedagogisch werker de boodschapper van het slechte nieuws. Ouders kunnen het als bedreigend ervaren om te horen dat het niet goed gaat met hun kind. In eerste instantie zullen ze het misschien ontkennen of kleiner maken door te zeggen dat ieder kind weleens een moeilijke periode heeft. Vaak erkennen de ouders het probleem wel als je het op een goede manier presenteert. Praat alleen over waarneembaar gedrag bij het kind: Wat zie je gebeuren? Wat heeft het voor praktische gevolgen? Voorbeeld: 'Ik zie bij uw kind…' Let er goed op dat je geen oordeel laat doorklinken, want dat gebeurt soms onbewust. Je kiest de juiste woorden, maar door je intonatie, je houding of gezichtsuitdrukking kan er toch iets doorklinken van veroordeling.

25


2

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Praat vanuit jezelf als professional. Jij ervaart een probleem. Of de ouders het als een probleem zien, is nog maar de vraag.

probleem: 'Na alles wat we nu met elkaar besproken hebben, lijkt jullie kind … nodig te hebben.' Misschien zijn jullie al pratende tot een mogelijke oplossing gekomen. Dat hangt ook af van de ernst van het probleem. Aan het eind van het gesprek kun je met elkaar nadenken over de volgende stappen. 'Wat moet er nu gebeuren?', 'Hoe gaat het nu verder?' Soms is het nodig een vervolgafspraak te maken. Aandachtspunten bij een slechtnieuwsgesprek • Begin het gesprek doelgericht en zonder aarzelen. Breng de boodschap en geef een korte toelichting. • Houd goed in de gaten of de ouders nog luisteren en volgen wat je zegt. Dat kun je zien aan hun lichaamstaal. Zijn ze geëmotioneerd, dan kun je beter je verhaal even onderbreken en op die emoties inspelen. Geef ouders de ruimte om hun emoties te uiten. Blijf zelf niet te lang achter elkaar aan het woord, maar geef ouders de gelegenheid om te reageren. • Heb je jouw kant van het verhaal verteld en heb je de ouders ruimte gegeven voor een eerste reactie, dan kun je samen verder werken. Jij bekijkt het probleem vanuit de organisatie. Maar hoe zien de ouders de situatie? Laat merken dat hun mening ertoe doet. • Vat het gesprek tussendoor regelmatig samen: 'Als ik jullie goed begrepen heb, dan… Klopt dat?' Zo weet je zeker dat je de ouders goed begrijpt. Aan het slot van dit deel van het gesprek zullen jij en de ouders, als het goed is, een gezamenlijke visie op het probleem hebben. • Eindig het gesprek met een samenvatting van de afspraken: 'We hebben samen besloten om…' Maak zo nodig een vervolgafspraak. Zorg dat duidelijk is waar jullie het dan over zullen hebben.

Voor ouders kan het bedreigend zijn om te horen dat het niet goed gaat met hun kind.. Een slechtnieuwsgesprek kent drie fasen die in een vaste volgorde verlopen. Fase 1: Voorbereiding en vertellen van het slechte nieuws Denk van te voren na over wat je precies gaat vertellen. Zorg voor een rustige plek en neem de tijd voor het gesprek. Draai er niet omheen, maar breng het onderwerp meteen ter sprake. Zeg bijvoorbeeld: 'Ik heb een naar bericht voor u', of: 'Ik moet je iets moeilijks vertellen.' Fase 2: Het nieuws verwerken Ouders hebben tijd nodig om het nieuws binnen te laten komen en te verwerken. Ze reageren bijvoorbeeld met: 'Hoe kan dat nou?', of: 'Dit is echt onbegrijpelijk.' Ga niet in discussie, maar geef ouders de kans om stoom af te blazen. Als je het idee hebt dat de ouders eraan toe zijn, kun je verdere uitleg geven.

Figuur 2.5  Begin het slechtnieuwsgesprek meteen met

de boodschap  © Mirador media / Koen Bakx

Fase 2: Het nieuws verwerken Ouders hebben tijd nodig om het nieuws binnen te laten komen en te verwerken. Ze reageren bijvoorbeeld met: 'Hoe kan dat nou?', of: 'Dit is echt onbegrijpelijk.' Ga niet in discussie, maar geef ouders de kans om stoom af te blazen. Als je het idee hebt dat de ouders eraan toe zijn, kun je verdere uitleg geven. Fase 3: Oplossingen en vervolg Kom tot een gezamenlijke formulering van het

2.3 Ouders informeren als groep Een goede communicatie met ouders bevordert een goede samenwerking. Om te kunnen meedenken en meepraten moeten ouders goed op de hoogte zijn van de gang van zaken. Je hebt 26


Informatie uitwisselen

•

daarom niet alleen contact met individuele ouders over hun kind, maar ook met de ouders als groep. Bij deze contacten staat niet hun eigen kind centraal, maar gaat het vooral om de groep en de organisatie van de instelling. Je wisselt informatie uit die voor alle ouders interessant is. Er zijn verschillende redenen om ouders als groep te informeren. Het kan gaan om praktische informatie over activiteiten in de leefgroep, om informatie over het pedagogisch beleid van de school of om informatie over de ontwikkeling van kinderen in het algemeen. Je kunt de ouders op verschillende manieren benaderen. Welke manier het meest geschikt is, hangt onder meer van het doel af. Wil je bijvoorbeeld alleen informatie geven, dan kun je voor de schriftelijke vorm kiezen. Wil je een reactie van de ouders hebben, dan ligt een mondelinge vorm, zoals een ouderavond, meer voor de hand.

•

2

Vertel kort de inhoud aan ouders die het niet zelf kunnen lezen en/of vraag of een ander de tekst voor hen kan vertalen. Geef informatie als een nieuwsbrief op een vast tijdstip, zodat ouders ernaar uitkijken.

2.3.1 Informatieboekje Elke school is verplicht een schoolgids te hebben en jaarlijks aan ouders en leerlingen uit te reiken. Ouders krijgen deze dus aan het begin van elk schooljaar van de school, op papier of digitaal. De meeste scholen hebben de schoolgids ook op de website staan. Dit informatieboekje geeft ouders informatie over de organisatie, het beleid en de dagelijkse gang van zaken in de groep, zoals de schooltijden, het dagprogramma en hoe de overblijf en gym geregeld zijn. Ouders vinden in deze gids de antwoorden op de meest gangbare vragen, zoals de data van de vrije dagen en vakanties, de openingstijden tijdens de vakantie en de ouderavonden.

Schriftelijke informatie Als je informatie aan ouders wilt geven, hoef je daar niet altijd een bijeenkomst voor te organiseren. Je kunt het ook schriftelijk doen. Het voordeel daarvan is dat alle ouders de informatie ontvangen en kunnen bewaren. Er zijn verschillende manieren om schriftelijke informatie te geven, zoals een brief, e-mail, informatieboekje, nieuwsbrief, website, mededelingenbord of via een app en sociale media zoals een besloten Facebookgroep. Ook gebruiken organisaties één systeem voor ouders waarin de app, website, email en social media bijeen zijn gebracht. Op die manier is iedereen gemakkelijk en snel op de hoogte van het laatste nieuws en belangrijke mededelingen. Ouders kunnen via digitale media hun vragen en opmerkingen direct kwijt via de juiste formulieren. Aandachtspunten voor schriftelijke communicatie • Presenteer de tekst op een aantrekkelijke en verzorgde manier, ook als het om digitale informatie gaat. • Controleer de tekst op goed Nederlands. • Gebruik de vaste huisstijl en houd je aan de richtlijnen. • Zorg, als dit nodig en mogelijk is, voor een vertaling.

Voorbeeld 'Beste ouders en/of verzorgers, Binnenkort wordt uw kind vier jaar, het moment dat hij/zij naar de basisschool gaat. Voor uw kind een ingrijpend moment, maar ook voor u. Om u en uw kind voor te bereiden, willen wij u zo veel mogelijk informatie geven over de werkwijze in de groepen 1/2. Wij hopen dat dit informatieboekje daarbij helpt. Voor vragen kunt u altijd terecht bij de groepsleerkracht of de directeur. Wij hopen dat uw kind een fijne tijd heeft op onze school. Namens het team van basisschool Mikado.'

2.3.2 Nieuwsbrief Naast het informatieboekje of schoolgids hebben veel organisaties een (digitale) nieuwsbrief, die op regelmatige tijden verschijnt. Wat erin komt te staan, hangt af van het doel dat je ermee hebt. Is het vooral op de kinderen gericht? Staan er stukjes in die ouders steun kunnen geven bij de opvoeding van hun kind of oproepjes om hulp? 27


2

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Komen er beleidsonderwerpen aan de orde? Of staan vooral de activiteiten voor de komende periode vermeld?

stellingen van de organisatie. Soms geven de kinderen zelf informatie over hun groep, al dan niet met foto's, en ouders kunnen documenten en formulieren downloaden. Houd er rekening mee dat iedereen de informatie kan bekijken. Het lijkt heel leuk om foto's van kinderen te plaatsen of via een webcam actuele beelden te laten zien, maar je loopt wel het risico dat anderen er misbruik van maken. Dit soort informatie kun je dus beter op een afgeschermd gedeelte van de website zetten, waar ouders op kunnen inloggen. Voor de foto's die je wel op het openbare deel zet, vraag je toestemming aan de ouders.

Voorbeeld Uit de digitale nieuwsbrief van Jenaplanschool Wittevrouwen in Utrecht: Ouderhulp Het einde van het schooljaar is bijna in zicht. We kunnen uw hulp goed gebruiken voor het schoonmaken van de klassen en materialen. Wilt u helpen, dan heel graag. Teken u in bij de leerkracht! Spelletjesochtend Het eindfeest, waarbij wij afscheid nemen van onze oudste kleuters, staat ook in het teken van ons thema: Nooitgedachtland. Op woensdag 8 juli vindt de jaarlijkse spelletjesochtend plaats. Inmiddels hebben we al heel wat ouders die ons willen helpen op deze ochtend, bedankt.

Privacy Algemene informatie over de organisatie, de pedagogische werkwijze en de activiteiten staat op de website of op Facebook. Ga hier altijd zorgvuldig mee om. Bedenk dat informatie die via internet wordt verspreid openbaar is, tenzij je de toegang goed beveiligt.

2.3.3 Website

Als pedagogisch werker lever je mogelijk ook zelf teksten aan voor de website. Zorg dan voor heldere, transparante en toegankelijke informatie in foutloos Nederlands. Bedenk bij de keuze van onderwerpen wat ouders graag willen weten.

Vrijwel alle organisaties hebben een website met praktische informatie die voor ouders van belang is, zoals de jaarkalender en duidelijke informatie over het pedagogisch beleid, de visie en doel-

Figuur 2.6  Website van een basisschool  © screenshot Jenaplanschool / Wittevrouwen

28


Informatie uitwisselen

Aandachtspunten voor teksten op de website • Houd de teksten kort. • Schrijf actief in korte zinnen. • Gebruik kopjes om de tekst beter leesbaar te maken. • Houd de indeling en vormgeving eenvoudig..

2

Een Facebookpagina van de organisatie zelf is een mooie manier zijn om te laten zien wat de school, het kindercentrum of gezinshuis doet en waar het voor staat. Op het besloten deel kunnen berichten worden geplaatst. Voorbeelden • Op de groepsapp van kinderdagverblijf de Vrije Vogels staat een oproep: 'Hallo allemaal, we hebben nog vijf ouders nodig die willen helpen met het kerstontbijt. Wie meldt zich aan?' • Op de Facebook-pagina van bso Schateiland staat een foto van Neline die haar BPV komt doen. In de bijgaande tekst aan alle ouders en kinderen vertelt Neline iets over zichzelf en haar studie. • Op de Facebook-pagina van peuterspeelzaal Villa Kakelbont staan twee filmpjes waarin de nieuwe leden van de oudercommissie zich voorstellen.

2.3.4 Mededelingenbord Het (digitale) mededelingenbord van de organisatie is een prima plek om praktische informatie voor ouders weer te geven. Bijvoorbeeld dat de groepen in de onderbouw een bezoek brengen aan de kinderboerderij, dat er hoofdluis is gesignaleerd of dat de schoolfotograaf komt. Op het mededelingenbord in je eigen groep kun je de maandkalender voor iedereen zichtbaar ophangen. Aandachtspunten voor het mededelingenbord: • Zorg voor een overzichtelijke indeling. • Selecteer de mededelingen zorgvuldig, zodat er niet te veel hangt. • Werk het bord regelmatig bij en haal oude informatie weg. • Zorg dat het er aantrekkelijk uitziet. Werk veel met foto's en tekeningen. • Zorg voor nieuws dat ouders aantrekt om regelmatig op het bord te kijken. Schrijf bijvoorbeeld iedere week of maand nieuwe grappige uitspraken van kinderen in de groep op. • Denk bij de aankleding van het bord en de berichtgeving aan de verschillende culturele achtergronden van de ouders. Hoe kun je die hier tot uiting laten komen?

Het gebruik van sociale media heeft ook nadelen. Met één druk op de knop staat je bericht online en het is soms moeilijk om een gedeeld bericht te verwijderen. Bedenk dus goed wat je plaatst. Je hebt als medewerker een bijzondere verantwoordelijkheid bij het gebruik van sociale media. Aan de andere kant bieden sociale media kansen om te laten zien dat je trots bent op je werk. Berichten die je plaatst kunnen bijdragen aan een positief imago van je organisatie.

2.3.5 Sociale media Sociale media bieden veel mogelijkheden om met elkaar contact te hebben, informatie uit te wisselen en foto's of filmpjes te delen. Om te communiceren met ouders of met oudere kinderen op een bso is een besloten groep op Facebook of via een app ideaal. Berichten in die groep zijn alleen zichtbaar voor leden van de groep. Op die manier kun je wel het contact aangaan en dingen delen zoals foto's of filmpjes.

Figuur 2.7  Actuele informatie op de website van de

school  © Shutterstock / A StockStudio

29


2

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Voorbeeld 'Kinderdagverblijf Meneer Kaktus bestaat vandaag vijfentwintig jaar. Wat is het leuk om bij dit bedrijf te werken!'

Voorbeeld Aankondiging voor alle ouders: Kennismaking met mindful opvoeden Kom op onze ouderavond kennismaken met mindful opvoeden. Mindful opvoeden gaat over aanwezig zijn in het hier en nu. Voor ouders een unieke kans om te leren 'in het moment' te zijn met hun kind en meer te genieten van wat je met ze doet. De workshop wordt geleid door een kindercoach die u aan de hand van oefeningen laat ervaren wat mindful opvoeden betekent. Meer informatie op de website!

Realiseer je wel dat je met berichten op sociale media (ongewild) de goede naam van je werk ook kunt schaden. Voorbeeld 'Wat een schrik, vandaag kwam opeens een plafondplaat naar beneden bij ons op de groep. Gelukkig niemand geraakt!' #kdvbontekoe. Het is van belang dat je als pedagogisch werker bewust met sociale media omgaat.

2.3.6 Ouderavond Wil je meer gericht met ouders praten over de gang van zaken in je eigen groep, dan kun je het beste een ouderbijeenkomst organiseren. Zorg voor een ontspannen en veilige sfeer, zodat ouders met hun vragen durven komen. Op een bijeenkomst voor hun eigen groep zullen ouders gemakkelijker met hun vragen en meningen komen dan op een avond die voor de hele school of het hele kindercentrum is bedoeld. Er kunnen ook verschillende redenen zijn om een ouderavond te organiseren voor de hele school of het hele kindercentrum. Plan de ouderavond aan het begin van het schooljaar, zodat alle ouders er in hun agenda rekening mee kunnen houden. Betrek ouders bij de voorbereiding en de organisatie. Vraag ze om andere ouders op te roepen om te komen. Spreek ook zelf ouders persoonlijk aan: 'Jullie komen toch ook? Het wordt vast leuk.' Kies met je team een informatief, actueel en opvoedkundig thema dat leeft bij ouders, bijvoorbeeld pesten of sociale media. Laat weten wat ouders kunnen verwachten en wat ze eraan kunnen hebben. Laat van tevoren als extra lokkertje weten dat er na afloop een hapje en een drankje klaarstaat. Een ouderavond is voor ouders een goede gelegenheid om elkaar te ontmoeten.

30


Informatie uitwisselen

2

B EGR IJP JE D E THEORIE? Geef bij iedere stelling aan of deze juist of onjuist is. Juist

Onjuist

1 Informeel is een ander woord voor informeren.

◯

◯

2 Een slechtnieuwsgesprek is een voorbeeld van een informeel ouder­ contact.

◯

◯

3 Een informeel gesprek vindt altijd plaats op een afgesproken tijdstip.

◯

◯

4 Een slechtnieuwsgesprek is hetzelfde als een informatief gesprek.

◯

◯

5 Een lijst met aandachtspunten kan een hulpmiddel zijn bij een informatief gesprek.

◯

◯

6 Bij een helpend gesprek adviseer je de ouders hoe ze thuis het beste kunnen omgaan met hun kind.

◯

◯

7 Een e-mail sturen is een voorbeeld van schriftelijk informatie doorgeven aan ouders.

◯

◯

8 Bij het informeren van de ouders als groep staat het kind centraal.

◯

◯

9 De informatie op het mededelingenbord moet actueel zijn.

◯

◯

10 Via sociale media kun je bijdragen aan het positieve imago van je bedrijf.

◯

◯

31


3

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Opvoedingsproblemen 3 LEERDOELEN

• • • • • • • •

Je kunt voorbeelden geven van opvoedingsproblemen. Je kunt opnoemen wat de signalen kunnen zijn van kindermishandeling. Je kunt vertellen wat je moet doen bij het vermoeden van kindermishandeling. Je kunt opnoemen uit welke vijf stappen de Meldcode bestaat. Je kunt uitleggen wat het doel van opvoedingsondersteuning is. Je kunt voorbeelden noemen van opvoedingsondersteuning. Je kunt uitleggen wat de taak is van Bureau Jeugdzorg. Je kunt beschrijven wat het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) doet.

Om in een auto te mogen rijden heb je een rijbewijs nodig. Voor het opvoeden van andermans kinderen in een kindercentrum of school is een opleiding vereist. Maar iedereen mag kinderen krijgen en vader en moeder worden. Daar heb je geen diploma voor nodig. Dat is wel een beetje vreemd, want opvoeden is geen eenvoudige taak. Gelukkig gaat het meestal goed. Toch is opvoeden voor sommige ouders moeilijker dan voor andere ouders. Dat kan met problemen te maken hebben, zoals ziekte, werkloosheid en huisvestingsproblemen, of met onmacht, als ouders niet weten hoe het moet. Bij het opvoeden komt heel veel kijken. Want hoe voed je kinderen op tot gelukkige, zelfstandige en verantwoordelijke volwassenen?

3.1 Opvoedingsonzekerheid

Die ouders hebben behoefte aan professionele hulp. Veel ouders zoeken zelf hulp als ze problemen tegenkomen bij het opvoeden. Andere ouders zoeken geen hulp en hebben soms zelf niet in de gaten dat het misgaat. Denk aan ouders die hun kinderen verwaarlozen, maar dit door drank- of drugsgebruik zelf niet inzien.

Het grootste deel van de ouders is tevreden over de opvoeding van hun kinderen en vindt zichzelf goed in staat om voor ze te zorgen. Met een beetje hulp van vrienden, familie, buren, het kindercentrum en school gaat het opvoeden van kinderen in de meeste gezinnen gemakkelijk. Tegelijk vinden veel ouders opvoeden toch moeilijker dan gedacht. Het ouderschap brengt naast blijdschap ook onzekerheid met zich mee en roept vragen op. Er is veel informatie te vinden over opvoeden. De keuze uit boeken, tijdschriften, blogs en websites is enorm. Toch leeft er bij veel ouders onzekerheid of ze het wel goed doen.

32


Opvoedingsproblemen

3

Opvoedingsproblemen van klein tot groot • van dwars gedrag tot gedragsprobleem; • van druk kind tot ADHD; • van grensoverschrijdend gedrag tot criminaliteit; • van bang zijn tot fobie; • van gewone dip tot depressie; • van plagen tot pesten; • van geen zin hebben in school tot school­ uitval; • van een keertje proberen tot drugs- en alcoholmisbruik; • van seksuele interesse tot seksuele grenzeloosheid; • van ongezonde levensstijl tot overgewicht.

Figuur 3.1  Ouders vinden het moeilijk als hun puber

slecht luistert of zich niet aan de regels houdt  © Shutterstock / Galina Barskaya

3.2 Soorten opvoedingsproblemen

3.2.1 Kindermishandeling Kindermishandeling komt vaak voor. In elke schoolklas zit wel een kind dat te maken heeft met een vorm van kindermishandeling. Dagelijks leven die kinderen in grote angst en stress. Gemiddeld komt elke week een kind in Nederland door mishandeling om het leven. Kindermishandeling is een ernstig probleem waar je in je werk mee te maken kunt krijgen. Daarom besteden we er in dit hoofdstuk uitgebreid aandacht aan. Maar wanneer spreek je van kindermishandeling? Is daarvan sprake als ouders hun peuter een stevige tik op de luierbroek geven? Of als je een gillende peuter even op de gang zet?

Opvoeden is niet altijd gemakkelijk, gaat niet altijd vanzelf en er kan van alles misgaan. Onderwerpen waar ouders nogal eens mee zitten en waar ze hulp bij of extra informatie over willen, zijn: zindelijkheid en driftbuien, gezondheid van hun kind, slapen, eten en groeien, niet of slecht luisteren, zich niet aan regels houden, druk of agressief gedrag, moeizaam contact met andere kinderen, grenzen stellen, corrigeren en straffen. Opvoedingsproblemen hebben verschillende oorzaken. Gebrek aan kennis over de ontwikkeling van kinderen is er een van. Sommige ouders hebben onvoldoende nagedacht over wat de komst van een kind met zich meebrengt en hebben zich er geen voorstelling van gemaakt wat de dagelijkse zorg nu echt inhoudt. Hoe maak je een kind zindelijk? Wat doe je als het voortdurend huilt? Hoe straf je een kind zonder het te slaan? Ouders van kinderen met een (ernstige) beperking, ziekte of aandoening kunnen tegen problemen aanlopen waar ze zelf niet uitkomen. Kinderen zelf kunnen het tijdelijk moeilijk hebben, bijvoorbeeld als hun ouders gaan scheiden of bij het overlijden van een ouder of andere naaste. Ook kan er in gezinnen sprake zijn van relatieproblemen, financiële zorgen of kindermishandeling

Kindermishandeling is elke vorm van mishandeling (lichamelijk, psychisch of seksueel) die voor een minderjarige bedreigend of gewelddadig is en waarbij schade of letsel (zichtbaar of onzichtbaar) bij de minderjarige ontstaat of waarbij verwacht mag worden dat die zal ontstaan.

33


3

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Kindermishandeling gebeurt niet alleen thuis, in het gezin. Het komt ook voor op de peuterspeelzaal, op het kinderdagverblijf, op school, bij familie of op het sportveld. Oorzaken van kindermishandeling Kindermishandeling komt in alle milieus voor: bij arme en rijke mensen, bij mensen met een lage opleiding en bij mensen met een hoge opleiding. Kindermishandeling komt vaak voort uit onmacht bij de ouders en gebeurt meestal niet opzettelijk. Het voortdurende gehuil, de ruzies, de zorg om voldoende inkomen, de werkdruk…, het is soms allemaal te veel voor ouders en dit reageren ze dan af op hun kind. Ouders die hun kind mishandelen hebben vaak zelf een minder prettige jeugd gehad. Ze zijn zelf mishandeld of hebben zelf nooit liefde, tederheid en aandacht van hun ouders gehad. Wanneer zij kinderen krijgen, nemen ze zich vaak stellig voor om het anders en vooral beter te doen dan hun eigen ouders. Ze willen hun kind een fijne, prettige jeugd geven en goed opvoeden. Maar dat lukt soms niet, omdat ze niet weten hoe ze problemen in de opvoeding moeten oplossen zonder geweld. Of het lukt ze niet hun kind een knusse thuissituatie en warmte te geven omdat ze gewoonweg niet weten hoe dat moet. Sommige ouders hebben te hoge verwachtingen. Hun kind blijkt niet zo intelligent, gezond, lief of volgzaam te zijn als ze hadden verwacht. De ouders kunnen het gevoel hebben te falen wat tot woede-uitbarstingen kan leiden: gevoelens van teleurstelling, minderwaardigheid en onmacht die worden afgereageerd op het kind. Ook spelen er bij kindermishandeling vaak nog andere problemen in het gezin, zoals huisvestingproblemen, ziekte, overspannenheid, huwelijksproblemen, geldproblemen, werkloosheid of verslaving

Figuur 3.2  Door kindermishandeling leven veel kinderen

dagelijks in angst  © Shutterstock / Suzanne Tucker

Kindermishandeling is niet alleen lichamelijk geweld. Het gaat ook om emotionele mishandeling, seksueel misbruik en verwaarlozing. • Lichamelijke mishandeling: alle vormen van lichamelijk geweld, zoals slaan, schoppen, knijpen, vastbinden, door elkaar rammelen. • Emotionele mishandeling: het kind geen aandacht geven, lange tijd niet tegen het kind spreken, niet naar school sturen, contacten met anderen verbieden, zonder toezicht achterlaten, uitschelden, pesten, afsnauwen, bang maken, opsluiten, bedreigen, in het openbaar vernederen of afwijzen. • Seksueel misbruik: (laten) betasten, naar porno laten kijken, seksuele spelletjes doen, zich laten bevredigen, dreigen met seksuele handelingen, onjuiste en bang makende seksuele informatie geven, incest, kinderen inzetten in prostitutie en meisjesbesnijdenis. • Uitbuiting: kinderen inzetten in de prostitutie, kinderen als goedkope werkkracht gebruiken of bijvoorbeeld het aanzetten van jonge kinderen tot vloggen als commerciële activiteit. • Verwaarlozing: te weinig eten geven, te dun gekleed laten gaan, op straat zetten bij slecht weer, urenlang met een poepluier laten liggen of te veel laten eten, een doorlopend tekort aan positieve aandacht, het negeren van de behoefte van het kind aan liefde, warmte en geborgenheid. Hieronder valt ook de situatie waarbij een kind getuige is van geweld tussen ouders of verzorgers.

Gevolgen van kindermishandeling Kindermishandeling kan de meest uiteenlopende gevolgen hebben. Veel hangt af van de vorm van kindermishandeling en hoe lang het duurt. Lichamelijke kindermishandeling kan zichtbare verwondingen tot gevolg hebben. Vaak zullen deze 34


Opvoedingsproblemen

genezen, al dan niet na medische behandeling. Maar de lichamelijke kindermishandeling kan ook zo ernstig zijn dat het kind zijn hele leven lang de gevolgen ervan met zich meedraagt, bijvoorbeeld een blijvende beperking. Sommige kinderen overlijden zelfs aan de gevolgen van lichamelijke mishandeling. Naast de lichamelijke gevolgen zijn er altijd ook psychische gevolgen. Deze moeten niet worden onderschat, zeker niet als kinderen langdurig en regelmatig worden mishandeld. Deze kinderen groeien vaak op in eenzaamheid: ze dragen een groot geheim met zich mee waarover ze met niemand kunnen, mogen of willen praten. Kindermishandeling betekent vooral een beschadiging van de identiteit, het zelfbeeld en het zelfvertrouwen. Het kan kinderen heel onzeker maken, waardoor ze zich steeds meer gaan afsluiten voor anderen. Deze beschadiging raakt het kind niet kwijt op het moment dat de mishandeling stopt. Kinderen kunnen hun hele verdere leven veel last hebben van de psychische gevolgen van kindermishandeling. In je functie als pedagogisch werker moet je signalen die wijzen op kindermishandeling kunnen herkennen en bespreken

3

Symptomen bij ouders: • tonen geen belangstelling voor het kind; • veel wisselingen van adres, partner, school, dokters; • psychische problemen, zoals alcoholmisbruik of depressies; • geen huisarts, geen verzekering, geen vaccinaties; • afwezig op ouderavonden en geen contact met school of de opvang; • ouders mijden huisbezoek; • onzekere of agressieve houding ten opzichte van het kind. Wat kun je doen bij een vermoeden van mishandeling? Het mag duidelijk zijn dat het van het grootste belang is om kindermishandeling tijdig te signaleren. Let daarom op de hiervoor genoemde signalen bij zowel kinderen als ouders. Sluit je ogen niet voor wat je ziet, hoort of opmerkt, maar breng je vermoedens en 'niet pluis gevoel' in kaart en onder de aandacht van collega's. Is hen ook iets opgevallen? Ken het protocol grensoverschrijdend gedrag van je organisatie. Elke organisatie beschikt over een Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarin staan de afspraken over wat je het beste kunt doen als je een vermoeden hebt van kindermishandeling, zoals het in kaart brengen van signalen, advies vragen aan collega's, een gesprek voeren met de ouders en het organiseren van hulp.

Signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling Lichamelijke symptomen bij het kind: • slechte hygiëne: verzorging, kleding, huid, haar; • vaak ziek zijn; • veel blauwe plekken; • brandwonden, schaafwonden, striemen op de rug; • littekens; • achterblijvende groei of onregelmatige groei; • bedplassen; • vaginaal bloedverlies anders dan menstruatie; • pijn en jeuk aan geslachtsdelen; • zwangerschap.

Veilig Thuis: advies en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling.

Psychische symptomen bij het kind: • leerproblemen of leerachterstand; • emotionele problemen: labiel, huilen, nerveus, faalangst, niet graag naar huis gaan.

35


3

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Figuur 3.3  Meldcode  © Tiekstramedia

Niets doen is geen optie Als pedagogisch werker in opleiding heb je een signaleringsverantwoordelijkheid. Wanneer je signalen opvangt van een vermoeden van kindermishandeling, verwaarlozing of huiselijk

geweld, dan geef je dat door aan de pedagogisch medewerker, de leidinggevende of aandachtsfunctionaris kindermishandeling. Als er sprake is van letsel, dan vermeld je daarbij de plaats van het letsel. Je geeft alleen signalen door aan de 36


Opvoedingsproblemen

pedagogisch medewerker of leidinggevende. Je bespreekt dit niet met andere mensen. Bron: www.handelingsprotocol.nl

3

Positief opvoeden: Triple P Positief opvoeden: Triple P Dit programma is erop gericht ouders te helpen op een opbouwende manier om te gaan met het gedrag van hun kind, zodat het zich op een goede manier kan ontwikkelen. Triple P staat voor Positive Parenting Programme. Het programma heeft vier doelen: 1 Positief contact bevorderen • Tijd en aandacht aan je kind besteden. • Praten met je kind. • Je kind laten zien dat je van hem houdt 2 Nieuwe vaardigheden en gedrag leren • Zelf het goede voorbeeld geven. • Gebruikmaken van spontane leermomenten. • Vragen, vertellen en voordoen. • Gedragskaarten gebruiken (een beloningssysteem met stickertjes of stempels). 3 Gewenst gedrag bevorderen • Je kind complimentjes geven en prijzen. • Positieve aandacht geven. • Je kind boeiende activiteiten aanbieden 4 Omgaan met ongewenst gedrag – Duidelijke basisregels hanteren. • Je kind direct aanspreken op zijn gedrag. • Ongewenst gedrag gepast negeren. • Heldere instructies geven. • Logische consequenties verbinden aan het gedrag van je kind. • Je kind even laten stilzitten. • Een time-out geven bij ernstig ongewenst gedrag.

Veilig thuis Veilig Thuis is het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, dat door de overheid is ingesteld. Veilig Thuis is er voor iedereen die met huiselijk geweld te maken heeft of krijgt, dus ook voor bezorgde buren en professionals. Telefoonnummer: 0800 - 2000. Bron: www.vooreenveiligthuis.nl

3.3 Opvoedingsondersteuning Opvoedingsondersteuning bestaat uit al die activiteiten die tot doel hebben de opvoedingssituatie van kinderen te verbeteren. Deze activiteiten richten zich vooral op het ondersteunen van de ouders. Opvoedingsondersteuning kan ouders helpen hun kind beter te begeleiden bij zijn ontwikkeling. Zo krijgt elk kind optimale kansen.

Opvoedingsondersteuning is het helpen van ouders bij de opvoeding van hun kinderen, waarbij de bekwaamheid en het zelfvertrouwen van ouders wordt versterkt.

Er zijn verschillende vormen van opvoedingsondersteuning. Het omvat alle soorten ondersteuning van ouders die een opvoedvraag of opvoedprobleem hebben. Denk aan informatie en voorlichting over opvoeden en ontwikkeling, opvoedkundige adviezen en praktische steun. Ook het bevestigen van ouders in hun opvoedaanpak is een voorbeeld van opvoedingsondersteuning. In sommige gezinnen is meer nodig. Voor die ouders zijn er speciale programma's voor opvoedingsondersteuning of opvoedingshulp. Ze kunnen bijvoorbeeld een oudercursus volgen, advies krijgen op een consultatiebureau of meedoen aan een programma voor opvoedingsondersteuning zoals Triple P.

Het ondersteuningsprogramma Triple P wordt op grote schaal in Nederland ingevoerd. Dit gebeurt onder meer via gemeenten, GGD'en en de Centra voor Jeugd en Gezin.

37


3

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Bureau Jeugdzorg kan besluiten tot plaatsing in een gezinshuis of leefgroep als dit in het belang is van het kind. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij verwaarlozing of mishandeling van het kind. Opvoedingsondersteuning heeft als doel ouders helpen opvoeden. Het doel van opvoedingsondersteuning is: • voorzien in de behoefte van ouders aan opvoedingsondersteuning; • bieden van maximale ontwikkelingsmogelijkheden voor kinderen; • voorkomen of verminderen van problemen als kindermishandeling, gedragsproblemen, gezondheidsproblemen, onderwijsachterstand en jeugddelinquentie. In de afbeelding kun je zien dat de steun zich kan richten op het kind, de ouder en de omgeving. Figuur 3.4  Flyer met informatie voor ouders

3.3.2 Vormen van opvoedings­ ondersteuning

© voedingscentrum.nl

Er zijn verschillende vormen van opvoedingsondersteuning beschikbaar voor zowel ouders als kinderen. Voorbeelden: een flyer over de gevaren van alcohol bij pubers, een website over gezonde voeding voor kinderen, een oudercursus 'opvoeding en gedrag', individuele begeleiding van een kind met faalangst, een spreekuur voor opvoedvragen of een praatgroep voor ouders over overgewicht bij hun kind. Vormen van opvoedingsondersteuning: • informatie en voorlichting over opvoeden en ontwikkeling; • opvoedkundige adviezen en lichte hulp; • signaleren en verwijzen; • praktische steun; • emotionele en sociale steun (versterken van het netwerk); • bevorderen van een stimulerende omgeving.

3.3.1 Doel van opvoedingsondersteuning Opvoedingsondersteuning is bedoeld om ouders te helpen bij de opvoeding om zo een optimale ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Het richt zich op ouders vanaf de zwangerschapsperiode tot het moment dat het kind 23 jaar is. De vraag om ondersteuning kan vanuit de ouders zelf komen, bijvoorbeeld een vraag over zindelijkheidstraining aan het consultatiebureau of aan een medewerker van het kinderdagverblijf. Opvoedingsondersteuning in de vorm van bijvoorbeeld intensieve gezinsbegeleiding door een gezinscoach kan ook worden opgelegd door Bureau Jeugdzorg

Bureau Jeugdzorg is de organisatie die kinderen, jongeren en ouders begeleidt en zo nodig doorverwijst naar andere hulpverleners.

38


3

Gezin son de rst eu Op n vo ed

g in

n re le

g in

sti m u

Opvoedingsproblemen

ge

vin

g sfa c

ï t o re n b e

oe n vl

de

s G e zi n

ond

ng

m

ni

O

1. Pedagogische leefomgeving 2. Bevorderen van maatschappelijke participatie 3. Versterken van sociale verbanden 4. Afstemming tussen verschillende leefmilieus 5. Samenwerking tussen (lokale) voorzieningen

n

ondersteuning zins e G Ontwikkelin g

steunen der on

1. Algemene stimulering 1. Informatie en ontwikkeling jeugdigen voorlichting 2. Gerichte stimulering van 2. Pedagogische advisering specifieke ontwikkelingen licht pedagogische hulp gebieden 3. Signalering en 3. Achterstandsvroegtijdige KindOpvoeder bestrijding onderkenning gericht gericht 4. Stimuering 4. Versterken zelfhulp soepele overgang en sociale steun verschillende Omgevingsleefmilieus gericht

t ers

eu

Figuur 3.5  Opvoedingsondersteuning in schema  © Tiekstramedia

3.3.3 Waar kunnen ouders terecht?

In de centra werken bestaande zorg- en welzijnsorganisaties, zoals Bureau Jeugdzorg, kinderopvang en scholen, met elkaar samen. Kinderen kunnen ook zelf met vragen of voor een gesprek bij het CJG terecht. Het CJG geeft informatie, advies, ondersteuning en hulp bij vragen en problemen. Het centrum biedt daarnaast nog tal van cursussen voor ouders en kinderen zoals: • 'Beter omgaan met je puber'; • 'Drukke kinderen'; • 'Opvoeden enzo'.

Veel ouders hebben opvoedingsvragen of lopen vroeg of laat tegen opvoedingsproblemen aan. Er zijn allerlei instanties die zich bezighouden met opvoedingsondersteuning. Voorbeelden zijn: consultatiebureaus, huisartsen, Bureaus Jeugdzorg, Centra voor Jeugd en Gezin en zelfstandig gevestigde psychologen, pedagogen of kindercoaches. Centrum voor Jeugd en Gezin Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) geeft ouders, kinderen, jongeren en professionals advies, ondersteuning en hulp op maat.

En er zijn ontmoetingsgroepen, zoals: 'Brussen: broer of zus met een beperking'; 'Moeders ontmoeten moeders'.

• • Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is het eerste aanspreekpunt voor de jeugdzorg. Het biedt ondersteuning en advies aan gezinnen met vragen over opgroeien en opvoeden.

Behalve het CJG bieden diverse andere organisaties begeleiding, voorlichtingsbijeenkomsten, workshops en cursussen aan, bijvoorbeeld opvoedbureaus als de Opvoedpoli. Ook kunnen ouders terecht bij het Jeugdteam in de wijk. 39


3

PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Voorbeeld 'Nadat Jon (8) de diagnose autisme had gekregen, waren we eerst opgelucht. Eindelijk wisten we wat er met hem aan de hand was. We hebben daarin eigenlijk nooit begeleiding gehad. Maar dan moet je verder. Op een bepaald moment was ik helemaal op. Ik kon niet meer; het gegil, de ruzies, de strijd. Van zijn meester kreeg ik een telefoonnummer van een Jeugdteam bij mij in de gemeente. Daar bleek iemand te kunnen helpen bij kinderen met een beperking. Ze hielp ons met een betere indeling van de dag, meer structuur, meer duidelijkheid voor hem en het gaat nu echt een stuk beter.'

plaatselijke instanties die ondersteuning aanbieden, zodat je ouders goed kunt doorverwijzen. Een grotere organisatie heeft vaak een pedagoog of intern begeleider in dienst bij wie de ouders en pedagogische werkers van de groep terechtkunnen met hun opvoedingsvragen. Voorbeeld Megan (20) is onderwijsassistente op een scholengemeenschap voor moeilijk lerende kinderen. Druk, dwars, agressief. Wij zien kinderen met moeilijk gedrag niet als probleemkinderen. Het is een kind met probleemgedrag dat vaardigheden mist om zich anders te gedragen. Met de school, ouders en kinderen werken we aan die vaardigheden. Een kleine groep kinderen heeft zulke ernstige gedragsproblemen dat passende hulpverlening nodig is.

3.3.4 Jouw rol als pedagogisch ­werker Als pedagogisch werker ben je een van de medeopvoeders die ouders ondersteunt en adviseert bij hun opvoedingsvragen en samen met ouders zoekt naar oplossingen. Dit begint bij het dagelijks contact met de ouder. Jouw houding bepaalt of ouders op je af durven stappen met een opvoedingsvraag. Laat daarom merken dat je ouders serieus neemt als opvoeder. Zo geef je ze een positief gevoel en nodig je ze uit om vragen te stellen. Laat een open en toegankelijke houding zien en wees gemakkelijk aanspreekbaar. Maak direct contact en stap op ouders af. Vraag door als dit nodig is en deel je bezorgdheid over een situatie met collega's.

Opvoedingsondersteuning in het contact met ouders is observeren, signaleren, adviseren en doorverwijzen. Je hebt daarbij de volgende taken: • Beantwoord vragen van ouders over dagelijkse opvoedingszaken. • Geef informatie en/of voorlichting over dagelijkse opvoedingszaken. (Bijvoorbeeld in de vorm van thema-avonden.) • Zoek informatie op om vragen van ouders te kunnen beantwoorden. • Bied praktische en emotionele steun aan ouders. • Wees onbevooroordeeld en oprecht geïnteresseerd in ouders met uiteenlopende achtergronden. • Weet hoe je vertrouwelijke informatie moet behandelen. • Heb een kritische blik. Stel vragen en ga op zoek naar de oorzaak van het opvoedingsprobleem. • Durf bezorgdheid en een 'niet-pluisgevoel' uit te spreken. Pik signalen op die de aandacht vragen en weet hoe je moet handelen en tot actie overgaat. • Deel observaties met collega's en professionals. • Wees op de hoogte van de verschillende vormen van hulp- en dienstverlening. Weet wanneer en hoe je moet doorverwijzen. • Weet waar je eigen grenzen liggen en hoe je hiermee om moet gaan.

Voorbeelden • Bij jonge kinderen op een kinderdagverblijf kan de pedagogisch medewerker een achterstand of ontwikkelingsstoornis signaleren, waardoor preventief gewerkt kan worden. • Op de basisschool kan de onderwijsassistent buitensporig agressief gedrag van een kind op de speelplaats onder de aandacht brengen bij collega's. Hierdoor kan later probleemgedrag worden voorkomen. Het is daarvoor nodig dat je als pedagogisch werker inzicht hebt in de veranderingen in de ontwikkeling van kinderen. Zorg er daarnaast voor dat je goed op de hoogte bent van het netwerk van 40


Opvoedingsproblemen

3

B EGR IJP JE D E? Geef bij iedere stelling aan of deze juist of onjuist is. Juist

Onjuist

1 In elke schoolklas zit wel een kind dat mishandeld wordt.

◯

◯

2 Een kind verwaarlozen is ook kindermishandeling.

◯

◯

3 Het mishandelen van kinderen gebeurt altijd opzettelijk.

◯

◯

4 Kindermishandeling komt in alle milieus, van arm tot rijk, voor.

◯

◯

5 Kindermishandeling heeft alleen lichamelijke gevolgen.

◯

◯

6 De Meldcode beschrijft wat de professional kan doen bij vermoedens van kindermishandeling.

◯

◯

7 De eerste stap van de Meldcode is een gesprek voeren met de ouder.

◯

◯

8 Opvoedingsondersteuning is bedoeld om de professional te helpen bij de opvoeding.

◯

◯

9 Praktische steun is een voorbeeld van opvoedingsondersteuning.

◯

◯

10 Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) kan besluiten een kind uit huis te plaatsen.

◯

◯

41


PEK MODULE 4 Opvoeden doe je samen

Begrippen Module 4 Opvoeden doe je samen

Actief luisteren

Manier van luisteren waarbij de ontvanger in zijn gedrag laat zien dat hij aandacht heeft voor de ander en die ander probeert te begrijpen. Ook wel: empathisch luisteren.

Betrokkenheid

Echte belangstelling en aandacht voor ouders hebben, maar ook professionele afstand weten te bewaren.

Bureau Jeugdzorg

Organisatie die kinderen, jongeren en ouders begeleidt en zo nodig doorverwijst naar andere hulpverleners.

Centrum voor Jeugd en Gezin

Het CJG is het eerste aanspreekpunt voor de jeugdzorg. Het biedt ondersteuning en advies aan gezinnen met vragen over opgroeien en opvoeden.

Formeel gesprek

Betekenisvol gesprek met een bepaald doel, op een vooraf afgesproken tijdstip. Het gesprek wordt voorbereid.

Heen-en-weerschriftje

Contactschriftje of dagboek waarin zowel de pedagogisch medewerkers als de ouders verslag doen van belangrijke gebeurtenissen in het leven van een kind.

Informeel gesprek

Spontaan, vrijblijvend gesprek dat men om die reden niet of nauwelijks voorbereidt en min of meer op elk moment kan beëindigen.

Informeren

Inlichtingen verstrekken; iemand iets laten weten.

Kindermishandeling

Elke vorm van mishandeling of verwaarlozing (lichamelijk, psychisch of seksueel) die voor een minderjarige bedreigend of gewelddadig is en waarbij schade of letsel (zichtbaar of onzichtbaar) bij de minderjarige ontstaan of waarbij verwacht mag worden dat die zullen ontstaan.

Klachtenprocedure

Vaste gang van zaken bij een organisatie bij het ontvangen en afhandelen van klachten..

Klachtrecht

Wettelijk recht van de ouder om te klagen.

Opvoedings­ ondersteuning

Het helpen van ouders bij de opvoeding van hun kinderen, waarbij de bekwaamheid en het zelfvertrouwen van ouders wordt versterkt.

Oudercommissie

Inspraakorgaan van ouders op school en in de kinderopvang. Een oudercommissie heeft inspraak bij één onderdeel van de organisatie.

42


BEGRIPPEN

Professionele afstand

Beroepsmatige afstand tot de ouder. De juiste balans tussen betrokkenheid en afstand nemen om de objectiviteit te bewaren.Ook wel: professionele distantie..

Veilig Thuis

Advies en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling.

43


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Traject Welzijn - Pedagogisch klimaat - module 4 Opvoeden doe je samen by ThiemeMeulenhoff - Issuu