Skip to main content

Pedagogisch klimaat PW werkboek

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 3&4

Pedagogisch klimaat PW

Deze uitgave Pedagogisch klimaat PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande kerntaak uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. B1-K1-W7 Zorgt voor een veilig pedagogisch klimaat De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

pedagogisch werk

PW Pedagogisch klimaat PW WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.

Herz

ien

Auteur: M. Baseler Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 978506

MBO_WB_Welzijn_pedagogisch klimaat_PW_210x297mm.indd All Pages

19/04/18 08:47


Pedagogisch klimaat Niveau 3 & 4

M. Baseler


Colofon Auteur M. Baseler

Redactie R.F.M. van Midde M.H.A.J. Gloudemans

Taalkundige redactie Tekst 2000, Utrecht

Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam

Fotografie omslag Mathilde Karrèr Photography, Rotterdam

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Technisch tekenwerk Tiekstra Media, Groningen

Foto’s Shutterstock, blz. 21,93 Loesje.nl, blz. 47

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff learning design company. Wezich brengen content, leerontwerp ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve uitgeverij toten een learning technologie samen. onze content, groeiende expertise,en ervaring en design company. WeMet brengen leerontwerp technologie samen. leeroplossingen zijn we een partner voor bij het vernieuwen Met onze groeiende expertise, ervaring enscholen leeroplossingen zijn we eenen verbeteren onderwijs. kunnen we betervan recht doen aan partner voorvan scholen bij hetZo vernieuwen ensamen verbeteren onderwijs. Zode verschillen endoen scholen ervoor zorgen datlerenden leren steeds kunnen we tussen samen lerenden beter recht aan en de verschillen tussen persoonlijker, en efficiënter wordt.persoonlijker, effectiever en en scholen en effectiever ervoor zorgen dat leren steeds efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 069 7850 6 Tweede 2018 ISBN 978druk, 90 06eerste 97850 oplage, 6 Tweede druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2016 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen Niets in een of Alle rechten voorbehouden. uitgeautomatiseerd deze uitgave maggegevensbestand, worden openbaar gemaakt, in enige in vorm op enige wijze,gegevensbestand, hetzij elektronisch, verveelvoudigd, opgeslagen een of geautomatiseerd mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, voorafgaande schriftelijke toestemming van mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of de eniguitgever. andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van het artikel 16Bvan Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Voor zover maken kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient de daarvoor van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit vanmen 23 augustus 1985,wettelijk Stbl. 471 verschuldigde vergoedingen voldoen aan Stichting Publicatieen en artikel 17 Auteurswet 1912, te dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde Reproductierechten Organisatie (PRO),PublicatiePostbus 3060, 2130 KB Hoofddorp vergoedingen te voldoen aan Stichting en Reproductierechten (www.stichting-pro.nl). Voor3060, het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave Organisatie (PRO), Postbus 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). in bloemlezingen, en andere (artikel 16 Voor het overnemenreaders van gedeelte(n) uitcompilatiewerken deze uitgave in bloemlezingen, Auteurswet) dient compilatiewerken men zich tot de uitgever wenden. Voor readers en andere (artikel 16teAuteurswet) dientmeer men zich tot informatie het gebruik van muziek, filmover en het gebruik maken van kopieënfilm in de uitgeverover te wenden. Voor meer informatie van muziek, het onderwijs zie kopieën www.auteursrechtenonderwijs.nl. en het maken van in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever uitgever heeft heeft ernaar ernaargestreefd gestreefdde deauteursrechten auteursrechtenteteregelen regelenvolgens volgens de de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te te kunnen doen gelden, kunnen alsnog totuitgever de uitgever wenden. kunnen doen gelden, kunnen zichzich alsnog tot de wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. plaatsgevonden.

Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Sociaal-agogisch werk 1 1

1

1

Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.

8

b

1

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

2

Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?

c

Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.

d

Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.

De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

1 9

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.

Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?

Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

1

1

Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.

Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.

1 18

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Evaluatie Studiehulp

1 Sociaal-agogisch werk 1

Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.

Juist Onjuist

◯ ◯

◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Pedagogisch werk 2

Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.

1 28

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren

1 1

1 2 3

Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.

4

Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?

5

Oefenen 6 7

Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

309

1 22

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Opvoeden en pedagogiek

9

Verwerking 10 Verwerkingsopdrachten 10 Hoofdstuk 1 Opvoeden en pedagogiek 10 Hoofdstuk 2 Pedagogen en hun visie 14 Hoofdstuk 3 Opvoeden en begeleiden 20 Hoofdstuk 4 Opvoeding van kinderen en pubers Toepassing 29 Praktijksituaties 29 Janusz Korczak op basisschool De Appelboom Kevin en Mitchel krijgen straf 32 Museumles blijkt voor kleuters te moeilijk 34 Vaardigheden 36 Opvoedingsmiddelen gebruiken 36 Themaopdrachten 39

29

Evaluatie 41 Studiehulp 41 Hoofdstuk 1 Opvoeden en pedagogiek 41 Hoofdstuk 2 Pedagogen en hun visie 41 Hoofdstuk 3 Opvoeden en begeleiden 42 Hoofdstuk 4 Opvoeding van kinderen en pubers Evaluatie en reectie 43

Thema 2 Diversiteit

25

42

45

Verwerking 46 Verwerkingsopdrachten 46 Hoofdstuk 5 De diversiteit in de maatschappij Hoofdstuk 6 Diversiteit in de organisatie 49 Hoofdstuk 7 Diversiteit in de groep 52

46

Toepassing 56 Praktijksituaties 56 Kinderdagverblijven vangen vaker zorgkinderen op 56 Geloof in soorten en maten 58 Meester Joep draagt een roze schortje 60 Vaardigheden 62 Reecteren op diversiteit 62 Themaopdrachten 65


Evaluatie 67 Studiehulp 67 Hoofdstuk 5 Diversiteit in de maatschappij 67 Hoofdstuk 6 Diversiteit in de organisatie 67 Hoofdstuk 7 Diversiteit in de groep 68 Evaluatie en reflectie 69

Thema 3 Begeleiden in de groep

71

Verwerking 72 Verwerkingsopdrachten 72 Hoofdstuk 8 Een veilige basis 72 Hoofdstuk 9 De groep 75 Hoofdstuk 10 De sfeer in de groep 79 Hoofdstuk 11 Problemen in de groep 83 Toepassing 87 Praktijksituaties 87 Een echte ‘rotklas’ 87 Kan mindfulness de groepssfeer verbeteren? 89 Troosten in een rollenspel 92 Vaardigheden 93 Interactievaardigheden in het contact met het kind Themaopdrachten 96

93

Evaluatie 99 Studiehulp 99 Hoofdstuk 8 Een veilige basis 99 Hoofdstuk 9 De groep 99 Hoofdstuk 10 De sfeer in de groep 100 Hoofdstuk 11 Problemen in de groep 100 Zelfreflectielijst 101 Evaluatie en reflectie 103

Thema 4 Opvoeden doe je samen

105

Verwerking 106 Verwerkingsopdrachten 106 Hoofdstuk 12 Opvoeding delen 106 Hoofdstuk 13 Informatie uitwisselen 109 Hoofdstuk 14 Opvoedingsproblemen 112 Toepassing 116 Praktijksituaties 116 Mag een kind zonder vaccinatie naar de opvang? 116 De ouders van Lisanne hebben hulp nodig 119 ʻPm’er speelt grote rol bij aanpak kindermishandeling’ 121 Vaardigheden 123 Informeel gesprek oefenen 123 Themaopdrachten 127


Evaluatie 130 Studiehulp 130 Hoofdstuk 12 Opvoeding delen 130 Hoofdstuk 13 Informatie uitwisselen 130 Hoofdstuk 14 Opvoedingsproblemen 131 Evaluatie en reectie 132


Thema 1 Opvoeden en pedagogiek

1

Een belangrijke taak voor een professional in het onderwijs of de kinderopvang is de zorg voor een pedagogisch klimaat waarin kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Om te zorgen voor een veilig en positief pedagogisch klimaat heb je kennis en vaardigheden nodig. Veel mensen hebben in het verleden nagedacht over de opvoeding van kinderen. Je kunt leren van de visie die pedagogen van vroeger en nu hebben op de ontwikkeling van het kind en hoe je daarin het beste kunt begeleiden. Dit helpt bij het vormen van een eigen visie en het ontwikkelen van een eigen opvoedingsstijl. Als opvoeder heb je bepaalde doelen, je doet niet zomaar wat. Je kiest de juiste opvoedingsmiddelen om die doelen te bereiken. Als pedagogisch werker ondersteun je kinderen op professionele wijze bij hun ontwikkeling. Je hebt daarbij aandacht voor het individuele kind en houdt rekening met de verschillende behoeften en ontwikkelingsfasen van kinderen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Opvoeden en pedagogiek • wat is opvoeden? • opvoeden in een organisatie • opvattingen over opvoeden • wat is pedagogiek? • pedagogisch klimaat Hoofdstuk 2: Pedagogen en hun visie • pedagogische visie • pedagogische stromingen • pedagogen over hun visie op opvoeden Hoofdstuk 3: Opvoeden en begeleiden • structuur en grenzen • opvoedingsstijlen • pedagogische ondersteuning • opvoedingsmiddelen • soorten opvoedingsmiddelen Hoofdstuk 4: Opvoeding van kinderen en pubers • baby’s • peuters • kleuters en schoolkinderen • pubers

1 9


THEMA 1 Opvoeden en pedagogiek

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Opvoeden en pedagogiek 1

1

Een pedagogisch werker houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen. a Vul de juiste woorden in. Opvoeden is het v

en b

en jongeren naar z v b

c

d

2

van kinderen , zelfverantwoordelijkheid en

.

Welke vier opvoedingsdoelen noemt de Wet Kinderopvang? Kies de juiste antwoorden. a Bieden van fysieke veiligheid b Overdracht van waarden en normen c Stimuleren van de ontwikkeling van sociale competenties d Bieden van emotionele veiligheid e Stimuleren van de ontwikkeling van cognitieve competenties f Stimuleren van de ontwikkeling van persoonlijke competenties Stel, je bent zelf ouder of aanstaande ouder van een kind. Wat zou jouw belangrijkste opvoedingsdoel zijn? Leg dit uit in één zin.

Leg uit waarom het opvoedingsdoel dat jij als ouder zou hebben, belangrijk voor je is.

Zolang er mensen bestaan, is er al opvoeding. a Plaats telkens het juiste woord in de juiste plek in de tekst. Kies uit: luxe – mens – noodzaak – ontwikkelen – opvoeden – schade maar

Opvoeden is geen leidt tot onherstelbare van kind tot

. Niet

bij kinderen. Opvoeden is nodig om te

1 10

.


Verwerkingsopdrachten

b

1 Opvoeden en pedagogiek

Lees de eerst de tekst over Amala en Kamala en beantwoord daarna de vraag.

Het verhaal van Amala en Kamala In 1920 vindt een dominee twee meisjes bij een wolvenhol in India. Hij noemt de meisjes Amala en Kamala. Beide meisjes gedragen zich als wolven: ze lopen op handen en voeten, eten zonder hun handen te gebruiken en slapen opgerold in een hoekje. Het is opmerkelijk dat ze in het donker goed kunnen zien en dat ze een scherp reukvermogen hebben. Ze hebben ‘typische’ eigenschappen van een wolf. Amala, de jongste, sterft binnen een jaar. Kamala leeft tot 1929. Tijdens die negen jaar blijkt dat het onmogelijk is om haar op te voeden tot een ‘normaal’ mens. Het lukt niet haar te leren praten, op twee benen te lopen of menselijk contact te hebben.

c

3

Welke onherstelbare schades hebben deze ´wolvenkinderen´ opgelopen doordat zij ‘niet opgevoed’ zijn? Kies de juiste antwoorden. a Niet op twee benen kunnen lopen b Niet goed in het donker kunnen zien c Geen scherp reukvermogen hebben d Niet in staat zijn tot een gesprek e Niet in staat zijn menselijk contact te hebben Noem drie voorbeelden vanuit je eigen ontwikkeling van kind tot volwassene waaruit blijkt waarom opvoeding belangrijk is.

Het is de bedoeling dat je als pedagogisch werker gezag uitstraalt in je werk met kinderen. a Kies de juiste woorden. Gezag is iets anders dan macht. Macht / Gezag is gebaseerd op wederzijds respect. Er is sprake van een natuurlijk overwicht. Bij macht / gezag wil je dat het kind doet wat jij zegt. b Beschrijf een situatie uit je BPV waarin sprake was van gezag.

c

Beschrijf een situatie uit je BPV waarin sprake was van macht.

1 11


THEMA 1 Opvoeden en pedagogiek

4

De relatie met het kind is de basis van waaruit je opvoedt. a Welke uitspraak over de relatie tussen pedagogisch werkers en kinderen in de opvang is juist? Kies het juiste antwoord. a De emotionele band van het kind met de pedagogisch werkers is even sterk als die met zijn ouder(s). b Er is sprake van een professionele afstand. c Als pedagogisch werker heb je geen warme, persoonlijke relatie met het kind. d Op een kinderdagverblijf is er evenveel vanzelfsprekende aandacht voor het individuele kind als thuis. b Binnen je werk is er verschil in de relatie die jij als pedagogisch medewerker hebt met een kind en die een ouder heeft met het kind. Beschrijf een voorbeeld uit je BPV waaruit dit verschil in opvoedingsrelatie blijkt.

c

In In a b c d e f

5

je werk moet sprake zijn van een professionele afstand tussen jou en het kind. welke situatie is dat niet het geval? Kies de juiste antwoorden. Een knuffel na een valpartij Een van de peuters is niet zo lekker en zit na elke ‘verplichte’ korte activiteit weer op je schoot Even op schoot wakker laten worden na een middagslaapje Kusje op de mond bij het afscheid Een van de kinderen mag altijd naast jou zitten in de kring Ouders willen jou als vaste oppas voor hun kind als ze een avondje weggaan

Opvoeden gaat vanzelfsprekender in een positief pedagogisch klimaat. a Plaats telkens het juiste woord in de juiste plek in de tekst. Kies uit: emotioneel – klinisch – meer – minder – negatief – pedagogisch – positief – rationeel – sfeer Let op: je hoeft niet alle woorden te gebruiken. Je persoonlijkheid is van invloed op het

die wordt geschapen waarin kinderen zich

groep. Dat is de sociaal,

klimaat in de

en intellectueel kunnen ontwikkelen. Opvoeden

gaat vanzelfsprekender in een

opvoedingsklimaat. Als de sfeer

in de groep goed is, bereik je

. Je hoeft dan vaak

te waarschuwen.

1 12


Verwerkingsopdrachten

b

1 Opvoeden en pedagogiek

Van welk pedagogisch klimaat is er sprake in onderstaande situaties? Kies het juiste antwoord: positief of negatief.

Kinderen hebben met grote kartonnen dozen en kleden een huisje gebouwd in de speelzaal. Aan het eind van de dag spreekt de pedagogische werkster met de kinderen af dat het huisje mag blijven staan zodat ze morgen verder kunnen spelen.

Positief / Negatief

Chantalle is een spontane pedagogisch werker. Tijdens het Positief / Negatief eten begint ze een liedje te zingen. Ze pakt een vork en begint ermee op de borden te slaan. Ook de drinkbekers zijn muziekinstrumenten. Alle kinderen doen mee. Dan slaat de vrolijke boel om in een dolle boel. Bekers vliegen van de tafel. Chantalle schrikt en probeert boos de peuters weer tot rust te brengen. Milou van 2,5 jaar rijdt op een autootje. Leeftijdsgenootje Thomas loopt ernaartoe, trekt aan de auto en duwt tegen Milou. ‘Ikke auto’ roept Thomas. Milou begint te huilen. Pedagogisch werker Sofie knielt tussen beide peuters en zegt tegen Thomas: ‘Wil jij ook graag op de auto?’ Ze spreken af dat Thomas op de auto mag zodra Milou klaar is met de auto. Sofie zoekt ondertussen samen met Thomas naar ander speelgoed.

c

Positief / Negatief

Vul de juiste woorden in. Pedagogiek is de w

die de

van het

bestudeert.

1

6

Bij opvoeden gaat het om het pedagogisch handelen van de opvoeder. a Lees eerst de tekst over Veerle en beantwoord daarna de vraag.

Veerle Veerle zit stilletjes in een hoekje van het schoolplein. Ze kijkt een beetje voor zich uit en merkt nauwelijks dat juf Maaike naast haar komt zitten. De juf geeft haar een aai over haar bol. ‘Mis je Arthur?’ Veerle knikt. Sinds haar vriendje verhuisd is, is alles anders op school. ‘Ik merk aan je dat je verdrietig bent, je hebt geen zin om te spelen, je lacht helemaal niet.’ ‘Mama zegt dat ik er niet steeds aan moet denken, maar dat lukt niet’, zegt Veerle. Je kunt Arthur wel een brief schrijven’, zegt juf Maaike. ‘Misschien kun je hem vertellen over de les over boerderijdieren.’ Veerle knikt blij. ‘Dan maak ik er ook een tekening bij van het konijn in de binnentuin!’ Ze rent naar binnen en pakt een blaadje.

1 13


THEMA 1 Opvoeden en pedagogiek

b

De juf stimuleert Veerle om zich te ontwikkelen. Op welke gebieden? Kies de juiste antwoorden. a Emotioneel gebied b Lichamelijk gebied c Maatschappelijk gebied d Sociaal gebied e Verstandelijk gebied Onderbouw of weerleg de volgende stelling: in deze casus zorgt juf Maaike voor een prettig pedagogisch klimaat.

1 Pedagogen en hun visie 2

1

Het is belangrijk dat je als pedagogisch werker werkt vanuit een pedagogische visie. a Vul de juiste woorden in. Kies uit: feiten – missie – ontwikkeling – opvattingen – opvoeding – visie Let op: je hoeft niet alle woorden te gebruiken. Een pedagogische over de b

is een samenhangend geheel van van kinderen.

Op wie is welke uitspraak van toepassing? Zet de juiste doelgroep naast de uitspraak die erop van toepassing is. Kies uit: kinderen – individuele pedagogisch werkers – teams – ouders Werken met een verplicht pedagogisch beleidsplan met de gemeenschappelijke visie als houvast en duidelijkheid voor het dagelijkse werk. Kunnen op basis van openbaar gemaakte visies kiezen welke organisatie de pedagogische visie heeft die het meest overeenkomt met hun eigen ideeën. Weten waar ze aan toe zijn, ook al hebben ze met verschillende professionals te maken. Pedagogische visies ervaren en vergelijken om eigen visie te ontwikkelen.

1 14


Verwerkingsopdrachten

c

2 Pedagogen en hun visie

Maak in 10 minuten een mindmap met het begrip ‘pedagogische visie’. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: pedagogische visie) noteert.

Pedagogische visie

1

Je kunt hiervoor de afbeelding natekenen. Je kunt ook een digitale mindmap maken via ‘Coggle’. Log daarvoor in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden. Lever je mindmap in bij je docent.

1 15


THEMA 1 Opvoeden en pedagogiek

2

De Franse onderwijzer Célestin Freinet (1896-1966) vond het belangrijk om te werken vanuit de belevings- en ervaringswereld van kinderen. a Welke taken voor een pedagogisch werker geven het beste de uitgangspunten van Freinet weer?

1

Het kind begeleiden bij zijn drang om te onderzoeken en te experimenteren. Positieve resultaten benadrukken. Geen dwang uitoefenen.

2

Hanteren van duidelijke regels. Geheugen versterken aan de hand van ritme en beweging. Rust brengen op de groep.

3

De omgeving voorbereiden. Je als begeleider bescheiden opstellen en alle vertrouwen hebben in kinderen. Rekening houden met de gevoelige periodes van kinderen.

4

Met, in plaats van over, het kind spreken. Observaties schriftelijk bijhouden. Gelijkwaardigheid, respectvolle omgang met elkaar.

Vul het juiste cijfer in: b

c

3

.

Maak de uitspraak van Freinet af. Kies de juiste woorden. ‘Ik hoor en ik onthoud / begrijp / vergeet, ik zie en ik onthoud / begrijp / vergeet, ik doe en ik onthoud / begrijp / vergeet.’ Leg uit wat Freinet bedoelt met zijn uitspraak over horen, zien en doen.

Thomas Gordon: ‘Neem kinderen serieus, laat zien dat je hen respecteert en dat je rekening met hen houdt.’ a Kies de uitgangspunten en kenmerken die horen bij Thomas Gordon. samen afspraken maken, zodat iedereen zich eraan kan houden / natuurlijke materialen gebruiken / ik-boodschap / wij-boodschap / kinderen zijn elkaars eerste pedagoog / luisteren, zodat het kind zich begrepen voelt / meehelpen met huishoudelijke klusjes / conflicten zo oplossen dat niemand verliest b Als je de opvattingen van Thomas Gordon vergelijkt met je eigen opvoeding, wat zijn daarin dan de overeenkomsten en/of verschillen?

1 16


Verwerkingsopdrachten

4

2 Pedagogen en hun visie

De Hongaars-Oostenrijkse kinderarts Emmi Pikler (1902-1984) is de grondlegster van de Pikler-methode voor babygroepen. a Vul de juiste woorden in. Kies uit: aandacht – activiteiten – balans – contact – kracht – liefde – regels – ruimte – rust – vertrouwen – verzorging – wereld – zelfvertrouwen Let op, je hoeft niet alle woorden te gebruiken. De methode van Pikler is gebaseerd op het de

dat zij heeft in

van kinderen.

Zij staat voor een persoonlijke hechte band met het kind en voor het kind om de

te ontdekken.

De opvoeder organiseert het leven van een kind zo, dat er een evenwichtige is tussen persoonlijk

, vrije

en met veel persoonlijke

De nadruk ligt op respectvolle

1 5

. .

b

Wat maakt de dagelijkse verzorging zoals wassen, aankleden en voeden zo belangrijk volgens Pikler?

c

Zoek op YouTube een filmpje over de dagelijkse verzorging van baby’s. Beschrijf drie voorbeelden die voldoen aan de uitgangspunten van Pikler.

Reggio Emilia is een pedagogische benadering van kinderen tot een jaar of zes, ontwikkeld in de Italiaanse stad Reggio Emilia. Het is geen methode, maar een manier van leven. a De grondgedachte van Reggio Emilia is: kinderen worden geboren met vele mogelijkheden, zijn sterk, krachtig en creatief. Vul de juiste woorden in. Kies uit: communicatie – educatie – luisteren – muziek – natuur – talen Let op: je hoeft niet alle woorden te gebruiken. Binnen de ontwikkeling en

van kinderen is

een centraal begrip. Een kind gebruikt wel honderd

. Niet

alleen gesproken taal, maar kinderen drukken zich ook uit in drama, klei en op papier. b

‘De rol van de pedagogisch medewerker bij Reggio Emilia lijkt klein maar is groot.’ Wat wordt met deze uitspraak bedoeld?

1 17

,


THEMA 1 Opvoeden en pedagogiek

c

1

6

‘De rol van de pedagogisch medewerker bij Reggio Emilia lijkt klein maar is groot.’ Beschrijf een activiteit die je met de kinderen in je groep kunt doen met deze uitspraak als uitgangspunt.

Als pedagogisch medewerker handel je op basis van een visie. Die visie is vaak gebaseerd op de visie van bekende pedagogen. a Er zijn pedagogische visies en stromingen. Wat is een pedagogische stroming? Kies het juiste antwoord. a Een sfeer waarin kinderen zich sociaal, emotioneel en intellectueel kunnen ontwikkelen. b Een samenhangend geheel van opvattingen van kinderen over hun eigen opvoeding. c Een theorie over opvoeding, ontwikkeld door een deskundige. d Een beweging in de overtuiging van ouders. b Bij welke pedagoog horen de volgende kenmerken/uitgangspunten? Kies de juiste namen. Ontwikkeling in fasen in een vaste volgorde, maar in eigen tempo: Freinet / Gordon / Korczak / Montessori / Pikler / Steiner Grondlegger van de antroposofie: Freinet / Gordon / Korczak / Montessori / Pikler / Steiner Spel neem je net zo serieus als werk: Freinet / Gordon / Korczak / Montessori / Pikler / Steiner Je handelt nooit zonder duidelijk aan te geven wat je doet: Freinet / Gordon / Korczak / Montessori / Pikler / Steiner Gelijkwaardigheid: een kind is nooit je bezit: Freinet / Gordon / Korczak / Montessori / Pikler / Steiner Conflicten zo oplossen dat niemand verliest: Freinet / Gordon / Korczak / Montessori / Pikler / Steiner De ruimte voor baby’s is verdeeld in drie zones: Freinet / Gordon / Korczak / Montessori / Pikler / Steiner c Zet naast elke uitspraak de bijbehorende naam. Kies uit: Emmi Pikler – Reggio Emilia – Maria Montessori – Janus Korczak – Rudolf Steiner – Célestin Freinet – Thomas Gordon ‘Kijk alleen maar naar kinderen, en ze vertellen je wie ze zijn en wat ze nodig hebben.’ ‘Ieder kind is uniek en vraagt om een eigen benadering.’ ‘Voor ieder probleem, ieder kind, iedere dag is een unieke reactie van de opvoeder nodig.’ ‘Kinderen zijn elkaars eerste pedagoog.’ ‘Ik hoor en ik vergeet, ik zie en ik onthoud, ik doe en ik begrijp.’

1 18


Verwerkingsopdrachten

2 Pedagogen en hun visie

‘Neem kinderen serieus, laat zien dat je hen respecteert en dat je rekening met hen houdt.’ ‘Wanneer we de mogelijkheden van het kind en zijn zelfstandige activiteit vertrouwen en het voor zijn eigen leerontwikkeling een ondersteunende omgeving bieden, is het tot veel meer in staat dan over het algemeen aangenomen wordt.’

d

Bij wiens pedagogische visie passen de volgende situaties? Zet de juiste pedagoog naast de situatie. Kies uit: Montessori – Gordon – Freinet – Pikler De school werkt deze maand met het thema ‘stad’ en groep 5 heeft bedacht dat de molen ook in onze stad hoort. Ze zijn woensdag op bezoek geweest in de molen en door de molenaar rondgeleid. Een leerling maakte een verslag voor in de groepskrant: ‘We mochten heel veel spannende trappen op. We kregen een handmolen en een zakje graan mee om op school te gaan malen. Daar gaan we nog iets lekkers van bakken.’ In het lokaal zijn alle kinderen met wat anders bezig. Een meisje probeert strikken te maken op een raam met veters. Een jongen ordent bellen op klank van laag naar hoog. Weer een ander kind legt getalkaartjes van 1 t/m 100 op een bord. Aan een tafel gaat een meisje met haar vinger over letters van schuurpapier. De letters die ze gevoeld heeft, tekent ze met potlood na op een blaadje. Op een kleedje zitten twee kinderen die een toren bouwen van roze blokken. De leerkracht observeert hoe de kinderen omgaan met de omgeving, elkaar en met het materiaal. Deze leraar praat veel vanuit zijn eigen gevoelens en behoeften (ik-boodschappen). Hij zegt bijvoorbeeld: ‘Ik word erg afgeleid als jij er doorheen praat.’ In plaats van: ‘Jij laat anderen nooit uitpraten.’ Hij probeert ook te begrijpen waarom leerlingen iets doen. Hij praat met ze over hun (achterliggende) gevoelens en behoeften. Hij begrijpt dat de leerling erg enthousiast is en ook iets wil vertellen. Hij laat de leerlingen dan zelf een oplossing bedenken waar anderen geen last van hebben. De leidster laat de kinderen zo veel mogelijk vrij bewegen en spelen, onderzoeken en ontdekken op eigen initiatief. Dat betekent niet dat ze geen aandacht aan kinderen besteedt. Ze verzorgt ze, ze praat met ze (ze verwoordt wat ze doen en vertelt wat ze zelf gaat doen). Zo geeft ze elk kind de tijd die het nodig heeft om zichzelf, zijn omgeving en de anderen te leren kennen.

1 19


THEMA 1 Opvoeden en pedagogiek

e

Bedenk wat de sterke kanten zijn van de visie van Gordon. Licht je antwoord toe.

f

Stel je voor dat jij als pedagoog genoemd zou zijn in het boek. • Wat zijn dan jouw opvattingen over de opvoeding van kinderen? • Wat zijn de kenmerken van jouw visie en uitgangspunten? Beschrijf op een A4’tje. Lever in bij je docent.

1 Opvoeden en begeleiden 3

1

Iedere opvoeder heeft zijn eigen manier van opvoeden. Deze opvoedingsstijl bepaalt in grote mate hoe je met kinderen omgaat en welke opvoedingsmiddelen je hanteert. We onderscheiden grofweg vier verschillende opvoedingsstijlen. a Kies de beschrijving die past bij een autoritaire opvoedingsstijl. Kies het juiste antwoord. a De opvoeders hebben veel aandacht voor de wensen en behoeften van het kind. b De opvoeders stellen veel regels maar bieden ruimte voor discussie. c De opvoeders stellen veel regels en geven geen ruimte voor discussie. d De opvoeders stellen weinig regels en bieden weinig geborgenheid, steun, veiligheid en betrokkenheid. b Kies de juiste woorden. Bij een autoritaire opvoedingsstijl stelt de opvoeder hoge / lage eisen aan het kind. Er zijn veel overlegmomenten / regels. De opvoeder is de coach / baas. Deze opvoedingsstijl kan een kind angstig / impulsief maken, of juist boos / mondig en ervoor zorgen dat een kind weinig zelfvertrouwen / vaste gewoonten opbouwt. Deze dwingende manier van opvoeden kan voor veel strijd / tijd zorgen.

2

De opvoedingsstijl kan ook democratisch zijn. a Kies de kenmerken die passen bij de democratische opvoedingsstijl. regels worden niet uitgelegd / leiding met liefde / weinig regels / overleggen / gehoorzamen b Vul de juiste woorden in. Kies uit: ondermijnt – strijd – gehoorzamen – zelfvertrouwen – respecteert – openheid Let op: je hoeft niet alle woorden te gebruiken. De democratische opvoedingsstijl stimuleert het de zelfstandigheid van het kind. De opvoeder persoon en volgt zijn ontwikkeling. Er is opvoeder.

1 20

en het kind als tussen kind en


Verwerkingsopdrachten

c

3

3 Opvoeden en begeleiden

Welke nadelen zitten er aan de democratische opvoedingsstijl? Kies de juiste antwoorden. a Het kind kan angstig en volgzaam worden. b Het kind kan te vrij en te mondig worden omdat opvoeders blijven praten in plaats van grenzen te stellen. c Het kind kan zich eenzaam voelen. d Het kost tijd en energie om steeds met het kind in gesprek te gaan.

Denk terug aan je eigen opvoeding. a Welke opvoedingsstijl hanteerden jouw ouders/verzorgers? Vul het corresponderende cijfer in van de opvoedingsschaal:

Autoritaire opvoedingsstijl

1

2

.

Democratische opvoedingsstijl

3

4

5

6

7

8

9

10

b

Noem twee voorbeelden waaruit de opvoedingsstijl van je ouders blijkt.

c

Wat is je mening over de opvoedingsstijl van je ouders/verzorgers?

d

1 21


THEMA 1 Opvoeden en pedagogiek

Autoritaire opvoedingsstijl

1

2

Democratische opvoedingsstijl

3

4

5

6

7

8

9

10

Vul het cijfer in dat voor jouw gevoel het best correspondeert met de situatie op de afbeelding:

4

.

e

Bekijk de afbeelding bij opdracht d. Van welke opvoedingsstijl is hier sprake denk je? Hoe zal het kind zich voelen?

f

Welke aanpassingen aan de lichaamshouding zou de schaal verplaatsen naar een andere stijl?

Elke opvoedstijl kent voordelen en nadelen. a Zet de juiste opvoedingsstijl naast de beschrijving van de nadelen van die stijl. Kies uit: verwaarlozende opvoedingsstijl – democratische opvoedingsstijl – toegeeflijke opvoedingsstijl

Het kind zal de opvoeder niet zomaar gehoorzamen, maar wil argumenten horen. In gesprek gaan kost tijd en geduld. Het gevaar is dat opvoeders maar blijven praten en argumenteren in plaats van grenzen te stellen. Een kind leert geen grenzen kennen. Hij krijgt weinig feedback, wordt gemakzuchtig en leert niet om rekening te houden met anderen. Bovendien leert hij niet om met zijn emoties om te gaan en om zichzelf te beheersen. Dit kan een kind impulsief en agressief maken. Een kind leert niets: hij leert niet wat verstandig is, of eerlijk. Daardoor loopt een kind eerder het risico om met verkeerde vriendjes in aanraking te komen. In ieder geval voelt een kind zich vaak eenzaam, in de steek gelaten en niet geliefd.

1 22


Verwerkingsopdrachten

b

5

3 Opvoeden en begeleiden

Bij welke opvoedingsstijl past de volgende uitspraak: ‘Ach, laat die jongen toch. Als dat kind nou geen zin heeft om naar bed te gaan, dan hoeft dat toch niet.’ Kies het juiste antwoord. a Bij een autoritaire opvoedingsstijl b Bij een toegeeflijke opvoedingsstijl c Bij een democratische opvoedingsstijl d Bij een verwaarlozende opvoedingsstijl

Als opvoeder geef je bewust pedagogische ondersteuning om kinderen te helpen bij hun ontwikkeling. a Welke drie soorten pedagogische ondersteuning zijn er?

b

1: e

ondersteuning

2: i

ondersteuning

3: g

ondersteuning

Zet de juiste soort ondersteuning naast de beschrijving. Kies uit: informatieve ondersteuning – gedragsregulerende ondersteuning – emotionele ondersteuning Gesprekken voeren met het kind en uitleg geven. Duidelijke regels stellen, aanmoedigen. Laten merken dat je betrokken bent bij wat een kind beleeft, voelt en ervaart.

c

6

Geef van elke soort pedagogische ondersteuning een voorbeeld uit je BPV.

Bij de opvoeding kun je kiezen uit verschillende opvoedingsmiddelen zoals straf of aanmoediging. a Welke uitspraken zijn juist? Kies de juiste antwoorden. a Aanmoediging kan wraakgevoelens tot gevolg hebben. b Met aanmoediging leren kinderen wat er van ze wordt verwacht. c Straf werkt maar tijdelijk. d Van straf krijgen de kinderen een positief beeld over zichzelf. e Straf werkt alleen als de opvoeder in de buurt is. b Wanneer kies jij in je BPV voor straf? Leg in je antwoord ook uit waarom je daarvoor kiest.

1 23


THEMA 1 Opvoeden en pedagogiek

c

1

7

Zou je die situatie ook met een ander opvoedingsmiddel kunnen oplossen? Of als je ‘nooit’ hebt ingevuld, van welk ander opvoedingsmiddel maak jij meestal gebruik wanneer een kind zich niet aan de regels houdt?

Omdat ieder mens anders is, heeft elke opvoeder een eigen opvoedingsstijl. a Lees eerst de tekst en beantwoord daarna de vraag.

Ismael praat in de pauze met de andere pedagogisch werkers. ‘Gisteren was ik na het werk nog even in de supermarkt hier om de hoek. Toen ik binnenstapte, hoorde ik Micha al roepen. Zijn moeder stond met haar winkelwagentje bij de groenten en hij was in het gangpad bij de snoepjes. Hij bleef maar roepen dat hij snoepjes wilde en zij reageerde geen moment. Ze was druk met haar boodschappenlijstje en de groenten die ze nodig had. Op een gegeven moment kwam hij aangelopen met een grote zak drop en die deed hij zo in het winkelwagentje. Ik geloof dat ze het bij de kassa pas in de gaten had. Ze keek wat verbaasd naar de zak, maar legde hem vervolgens gewoon op de band, zonder iets te zeggen! Dat kon ook niet. Want Micha was op dat moment allang weer buiten.’ Een van de collega’s reageert: ‘Als dat mijn kind was geweest, had ik het wel geweten. Ik had het heel anders aangepakt.’

b

Welke opvoedstijl past bij de houding van de moeder in deze situatie? Kies het juiste antwoord. a Autoritair b Democratisch c Verwaarlozend d Toegeeflijk Beschrijf het mogelijke verloop van deze situatie als de moeder een autoritaire stijl had toegepast.

c

Beschrijf het mogelijke verloop van deze situatie als de moeder een toegeeflijke stijl had toegepast.

d

Beschrijf het mogelijke verloop van deze situatie als de moeder een democratische stijl had toegepast.

1 24


Verwerkingsopdrachten

e

4 Opvoeding van kinderen en pubers

Welke opvoedingsstijl sluit het meest aan bij jouw manier van doen in je BPV op je leerbedrijf? Licht je antwoord toe.

1 Opvoeding van kinderen en pubers 4

1

Een baby is afhankelijk van de volwassenen om hem heen. a Welke uitspraak is juist? Kies het juiste antwoord. a Direct als een baby geboren wordt, begint het echte opvoeden. b Een baby kan nog niet praten en dus ook niet communiceren. c Met een baby kun je al communiceren. d Een baby heeft nog geen behoefte aan contact en aandacht. b Op welke manier kun je met een baby communiceren? Noem drie voorbeelden.

c

2

Als je al ervaring hebt met baby’s: hoe voelt het voor jou om te communiceren met een baby? Als je nog geen ervaring hebt: hoe zou je het vinden om met een baby te communiceren?

Na de babyfase volgt de peuterfase. a Vul de juiste woorden in. Een peuter is een kind tussen de anderhalf en

jaar. Zodra een

kindje begint te kruipen en van alles gaat ontdekken, begint de De begeleiding van een peuter vraag veel leert door van alles uit te proberen, moet er wel genoeg zijn. b

Noem vijf aandachtspunten in de begeleiding van peuters.

1 25

. Omdat een peuter

.


WERKBOEK NIVEAU 3&4

Pedagogisch klimaat PW

Deze uitgave Pedagogisch klimaat PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande kerntaak uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. B1-K1-W7 Zorgt voor een veilig pedagogisch klimaat De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

pedagogisch werk

PW Pedagogisch klimaat PW WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.

Herz

ien

Auteur: M. Baseler Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 978506

MBO_WB_Welzijn_pedagogisch klimaat_PW_210x297mm.indd All Pages

19/04/18 08:47


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Pedagogisch klimaat PW werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu