Skip to main content

Pedagogisch medewerker kinderopvang PW niveau 3 werkboek

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 3 Deze uitgave Pedagogisch medewerker kinderopvang PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande kerntaken uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. P1-K1-W1 Voert gesprekken met de ouders  / vervangende opvoeders en het kind P1-K1-W2 Stelt een activiteitenprogramma op P1-K1-W3 Maakt een plan van aanpak voor de begeleiding P1-K1-W4 Zorgt voor uitvoering van een dagprogramma P1-K1-W5 Biedt persoonlijke verzorging P1-K1-W6 Draagt zorg voor huishoudelijke werkzaamheden

PW

pedagogisch werk

Pedagogisch medewerker kinderopvang PW WERKBOEK

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

Pedagogisch medewerker kinderopvang PW

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Auteurs: M. Baseler A. van Beurden R.F.M. van Midde Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622553

MBO_WB_PedagMedewKinderopv_PW_210x297mm.indd All Pages

16/01/18 13:15


Pedagogisch medewerker kinderopvang PW Niveau 3

M. Baseler A. van Beurden R.F.M. van Midde


Colofon Colofon Auteurs M. Baseler A. van Beurden R.F.M. van Midde

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff learning design company. Wezich brengen content, leerontwerp ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve uitgeverij toten een learning technologie samen. onzecontent, groeiende expertise,en ervaring en samen. design company. WeMet brengen leerontwerp technologie Met onze groeiende ervaring en scholen leeroplossingen zijn we een en partner leeroplossingen zijn expertise, we een partner voor bij het vernieuwen voor scholenvan bij onderwijs. het vernieuwen en verbeteren vanbeter onderwijs. kunnen verbeteren Zo kunnen we samen recht Zo doen aan we de samen beter recht lerenden doen aan en de scholen verschillen en scholen en verschillen tussen en tussen ervoorlerenden zorgen dat leren steeds ervoor zorgen effectiever dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. persoonlijker, en efficiënter wordt.

Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

Samen leren vernieuwen. vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam

ISBN 978 90 90 06 066 225533 62255 Eerste druk, eerste eerste oplage, oplage, 2018 2018

Fotografie omslag

© ThiemeMeulenhoff, ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, Amersfoort, 2018 2018

Mathilde Karrèr

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Alle rechten rechten voorbehouden. voorbehouden. Niets Nietsuit uitdeze dezeuitgave uitgavemag magworden worden verveelvoudigd, opgeslagen in in een een geautomatiseerd geautomatiseerdgegevensbestand, gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in in enige vorm of openbaar gemaakt, enige vormofofop openige enigewijze, wijze,hetzij hetzij elektronisch, elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, fotokopieën, opnamen, opnamen, of ofenig enigandere anderemanier, manier,zonder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming toestemming van van de deuitgever. uitgever.

Foto’s doenkids.nl © blz. 55 Patrick Siemons © blz. 71

Voor zover zoverhet hetmaken makenvan vankopieën kopieën deze uitgave is toegestaan op uituit deze uitgave is toegestaan op grond grond van 16B artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 231985, augustus van artikel Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus Stbl. 1985, 471 Stbl. 471 17 en Auteurswet artikel 17 Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk en artikel 1912, dient 1912, men de daarvoor wettelijk verschuldigde verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatieen Reproductierechten Reproductierechten Organisatie (PRO), 3060,(www.stichting-pro.nl). 2130 KB Hoofddorp Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KBPostbus Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen gedeelte(n) uit deze uitgave Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze van uitgave in bloemlezingen, readers in readers en andere (artikel en bloemlezingen, andere compilatiewerken (artikel 16 compilatiewerken Auteurswet) dient men zich16tot de Auteurswet) dient men totinformatie de uitgever wenden. meer film en uitgever te wenden. Voorzich meer overtehet gebruikVoor van muziek, informatie overkopieën het gebruik muziek,ziefilm en het maken van kopieën in het maken van in hetvan onderwijs www.auteursrechtenonderwijs.nl. het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de De uitgever heeft ernaar gestreefd auteursrechten regelen volgens wettelijke bepalingen. Degenen die de desondanks menentezekere rechten te de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. plaatsgevonden.

Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Sociaal-agogisch werk 1 1

1

1

Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.

8

b

1

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

2

Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?

c

Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.

d

Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.

De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

1 9

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.

Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?

Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

1

1

Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.

Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.

1 18

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Evaluatie Studiehulp

1 Sociaal-agogisch werk 1

Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.

Juist Onjuist

◯ ◯

◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Pedagogisch werk 2

Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.

1 28

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren

1 1

1 2 3

Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.

4

Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?

5

Oefenen 6 7

Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

309

1 22

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 De kinderopvang

8

Verwerking 9 Verwerkingsopdrachten 9 Hoofdstuk 1 De pedagogisch medewerker kinderopvang 9 Hoofdstuk 2 Opvoeden en begeleiden van kinderen 16 Hoofdstuk 3 Kinderen met specifieke begeleidingsbehoefte 23 Toepassing 32 Praktijksituaties 32 Vluchtelingenkinderen in de kinderopvang 32 Spelenderwijs een nieuwe taal leren 35 Vaardigheden 37 Handelingsplan opstellen voor Liselotte 37 Themaopdrachten 41 Evaluatie 43 Studiehulp 43 Hoofdstuk 1 De pedagogisch medewerker kinderopvang 43 Hoofdstuk 2 Opvoeden en begeleiden van kinderen 43 Hoofdstuk 3 Kinderen met specifieke begeleidingsbehoefte 44 Evaluatie en reflectie 46

Thema 2 Kinderdagverblijf en peuterspeelzaal

48

Verwerking 49 Verwerkingsopdrachten 49 Hoofdstuk 4 Opvang voor 0- tot 4-jarigen 49 Hoofdstuk 5 Organisatie van activiteiten voor 0- tot 4-jarigen 53 Hoofdstuk 6 Het uitvoeren van activiteiten voor 0- tot 4-jarigen 62 Hoofdstuk 7 Huishoudelijke en verzorgende taken bij 0- tot 4-jarigen Toepassing 78 Praktijksituaties 78 Hygiënisch werken 78 Spitsuur op de verticale groep 80 Vaardigheden 82 Checklist ‘Hygiënisch werken in een kinderdagverblijf’ gebruiken Themaopdrachten 89

82

Evaluatie 91 Studiehulp 91 Hoofdstuk 4 Opvang voor 0- tot 4-jarigen 91 Hoofdstuk 5 Organisatie van activiteiten voor 0- tot 4-jarigen 91 Hoofdstuk 6 Het uitvoeren van activiteiten voor 0- tot 4-jarigen 92 Hoofdstuk 7 Huishoudelijke en verzorgende taken bij 0- tot 4-jarigen Evaluatie en reflectie 94

1 6

68

93


Thema 3 De buitenschoolse opvang (bso)

96

Verwerking 98 Verwerkingsopdrachten 98 Hoofdstuk 8 Opvang voor 4- tot 12-jarigen 98 Hoofdstuk 9 Organisatie van activiteiten voor 4- tot 12-jarigen 100 Hoofdstuk 10 Het uitvoeren van activiteiten voor 4- tot 12-jarigen 106 Hoofdstuk 11 Verzorgende en huishoudelijke taken bij 4- tot 12-jarigen Toepassing 118 Praktijksituaties 118 Start van de middag op de bso 118 Groepsoverleg op de Coole Kikkers 120 Vaardigheden 122 Checklist ‘Hygiënisch werken in een bso’ gebruiken Themaopdrachten 129

122

Evaluatie 131 Studiehulp 131 Hoofdstuk 8 Opvang voor 4- tot 12-jarigen 131 Hoofdstuk 9 Organisatie van activiteiten voor 4- tot 12-jarigen 131 Hoofdstuk 10 Het uitvoeren van activiteiten voor 4- tot 12-jarigen 132 Hoofdstuk 11 Verzorgende en huishoudelijke taken bij 4- tot 12-jarigen Evaluatie en reflectie 134

Thema 4 IKC

136

Verwerking 137 Verwerkingsopdrachten 137 Hoofdstuk 12 Het IKC 137 Hoofdstuk 13 Activiteiten 143 Toepassing 148 Praktijksituaties 148 Helderdorp bouwt een nieuw IKC Naar groep 1 149 Vaardigheden 150 Multidisciplinair werken 150 Themaopdrachten 152

148

Evaluatie 153 Studiehulp 153 Hoofdstuk 12 Het IKC 153 Hoofdstuk 13 Activiteiten 153 Evaluatie en reflectie 155

Observatielijsten

157

1 7

114

133


Thema 1 De kinderopvang

1

Als pedagogisch medewerker in de kinderopvang werk je met kinderen. Dat betekent dat je continu op de hoogte bent van de regels die er op dit moment gelden. Je weet veel over het opvoeden en begeleiden van kinderen en hoe je omgaat met kinderen die een achterstand of probleem hebben. De opvoeding, ontwikkeling en het leren van kinderen gaan niet altijd vanzelf. Het is een van jouw taken om inzicht te krijgen hoe dit verloopt. Je wisselt voortdurend informatie uit met ouders, collega’s en – waar nodig – externe deskundigen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: De pedagogisch medewerker kinderopvang • pedagogisch werk door de eeuwen heen • organisaties • doelgroepen • professionele relaties • regels • werken in een team Hoofdstuk 2: Opvoeden en begeleiden van kinderen • visies op opvoeden • pedagogisch kader: doelstellingen en beleidsplan • pedagogische begeleiding • 21e-eeuwse vaardigheden Hoofdstuk 3: Kinderen met specifieke begeleidingsbehoefte • problemen in de ontwikkeling of opvoeding • kenmerken van een handelingsplan • begeleiden bij de uitvoering • informatieoverdracht

1 8


Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 De pedagogisch medewerker kinderopvang 1

1

a

Hoe heeft het vak van pedagogisch medewerker zich door de jaren heen ontwikkeld? Zet op de lege plekken in de tabel de juiste informatie neer. Kies uit: basisschool – bedrijfscrèches – de kerk, kloosters en internaten – kindcentra – kinderbewaarscholen – kindermeisjes en gouvernantes – kleuterscholen – IKC – nanny’s – peuterspeelzalen en kinderdagverblijven Tijdvak

Een deel van de opvoeding van kleuters werd/wordt gedaan door:

500 - 1500 1600 - nu

eerst: dat zijn nu:

1900 1920 1960 1970 - nu 1985 - nu nu - 2020

b

Welke verandering zie je in het doel van de opvang/opvoeding van kinderen (door anderen dan de ouders)?

1 9


THEMA 1 De kinderopvang

2

Er zijn verschillende vormen van kinderopvang. In de tabel vind je korte omschrijvingen hiervan. Combineer de vorm van de kinderopvang met de omschrijving ervan.

Omschrijving

Vorm van kinderopvang

Uitsluitend opvang van kinderen van twee tot vier jaar. De meeste peuters komen hier meerdere keren per week. Een organisatie waarin basisonderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk zijn samengebracht. Er is sprake van één visie met één team. Opvang voor kinderen die tussen de middag op school blijven. Opvang van kinderen tussen de zes weken en vier jaar oud. De kinderen kunnen hier de hele dag blijven in horizontale of verticale groepen. Opvang van kinderen die aansluit op de schooltijden. Kinderen kunnen hier voor en na schooltijd terecht. Opvang en onderwijs van kinderen van nul tot twaalf jaar. Het middelpunt is de basisschool, omringd door andere organisaties, zoals kinderopvang en voorzieningen voor sport en cultuur. Opvang van kinderen tussen de twee en vier jaar. Zij kunnen hier één of meerdere keren per week een paar uur komen spelen. Opvang van kinderen van 0 tot 12 jaar bij iemand thuis of bij de ouders thuis.

3

Hierna vind je een omschrijving van twee gezinssituaties. Geef aan welke vorm(en) van opvang het meest geschikt is (zijn). Leg je keuzes uit. a Lees de situatieschets.

Situatieschets Sumi en haar man Xander werken beide hele dagen. Zij willen dat hun zoon Akito zich na school met zijn hobby’s kan bezighouden, zonder dat hij daarvoor zelf heen en weer moet reizen. Daarvoor zoeken ze een organisatie die helemaal aansluit bij hun eigen opvoedkundige wensen.

1 10


Verwerkingsopdrachten

b

1 De pedagogisch medewerker kinderopvang

Lees de situatieschets.

Situatieschets Myrna en Jens hebben samen een dochter, Josje. Josje is net zeven maanden oud. Myrna gaat wekelijks een paar dagdelen langs bij ouderen om ze te helpen en gezelschap te houden. Myrna werkt vier dagen per week. Zij zouden het ďŹ jn vinden als Josje drie hele dagen per week opvang kan krijgen.

4

Straks ga jij werken in de kinderopvang. a Van welke van de volgende organisaties kun je het beste lid worden als je het belangrijk vindt dat jouw belangen als pedagogisch medewerker goed worden behartigd? Kies het juiste antwoord. a BOinK b BPSW c Brancheorganisatie Kinderopvang d een vakbond Leg je antwoord uit. Dit heb ik gekozen omdat:

5

Lees de volgende tekst.

Nieuwe branchevereniging kinderopvang Een groep maatschappelijke kinderopvangorganisaties is de afgelopen tijd druk bezig geweest met het oprichten van een nieuwe brancheorganisatie voor de kinderopvang: de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK). De boodschap van BMK richting ouders, landelijke politiek, gemeenten, werknemersorganisaties, wetenschap en onderwijs-, zorg- en welzijnsorganisaties is dat de branche draait om kwaliteit. In een brochure waarin BMK kinderopvangorganisaties oproept zich aan te sluiten, staat dat het stelsel van kinderopvang rondom kwaliteit ingericht moet worden en dat prijs niet langer meer het leidende principe is. Rendementen zouden dan ook ten goede moeten komen aan duurzame kwaliteit en innovatie van de kinderopvang. Bron: Kinderopvangtotaal, 29 april 2016

1 11


THEMA 1 De kinderopvang

Welke invloed kan deze ontwikkeling hebben op het werken in de kinderopvang? Leg je antwoord uit.

6

7

In onderstaande tabel zie je voorbeelden van vaardigheden en ondersteuning. Bedenk bij alle kindergroepen nog een ondersteuning die jij kunt geven bij de genoemde vaardigheid.

Kindergroep

Voorbeeld ondersteuning 1

Baby

Doelgericht spelen met een voorwerp

Peuter

Samen spelen

Kleuter

Dingen zelf doen

Schoolkind

Omgaan met fysieke gevaren

Jongere

Ondernemen van activiteiten

Voorbeeld ondersteuning 2

Als pedagogisch medewerker doe jij je best om de kinderen die onder jouw hoede staan op een goede manier te begeleiden. Daarbij zijn drie begrippen heel belangrijk: signaleren, reageren en interpreteren. Zet deze stappen in de juiste volgorde. Wat doe je in elke situatie als eerste? Zet daar een 1 voor. Zet een 2 voor de volgende stap en een 3 voor de laatste stap.

Stap interpreteren reageren signaleren

1 12


Verwerkingsopdrachten

1 De pedagogisch medewerker kinderopvang

8

Kinderen zijn heel veel met hun handen bezig. Soms zijn ze aan het kleien of plakken. Soms zitten ze met hun handen in het zand. En soms maken ze dingen kapot. Hoort dingen kapot maken bij de brede ontwikkeling van een kind? Leg je antwoord uit.

9

Howard Gardner heeft acht intelligenties omschreven. Kies de juiste woorden. a Als je een kind vraagt een verhaaltje te vertellen, doe je vooral een beroep op zijn linguïstische intelligentie / interpersoonlijke intelligentie. b Als je een kind van een gedicht een rap laat maken, doe je vooral een beroep op zijn mathematische intelligentie / ritmische intelligentie. c Als je een kind vraagt om samen met een paar anderen het lokaal op te ruimen, doe je een beroep op zijn interpersoonlijke intelligentie / intrapersoonlijke intelligentie.

10

Jelle van 8 jaar haalt heel voorzichtig een wekker uit elkaar. Hij legt alle onderdelen zo neer, dat hij de wekker even laten weer in elkaar kan zetten. Welke soorten van intelligentie gebruikt hij? Kies de juiste antwoorden. a Verbale intelligentie b Logische intelligentie c Visuele intelligentie d Tactiele intelligentie e Muzische intelligentie f Interpersoonlijke intelligentie g Intrapersoonlijke intelligentie h Natuurgerichte intelligentie

11

Hoe zou je het spel memory kunnen gebruiken om anderstalige kinderen Nederlands te leren? Leg het uit.

12

Wat is een voorbeeld van een één-persoon-één-taalstrategie? Kies het juiste antwoord. a Alle kinderen in de klas moeten Nederlands tegen elkaar praten. b In de klas hangen plaatjes met de bijpassende Nederlandse en Franse woorden eronder. c Meester Frank wijst de klok aan als hij aan de klas vraagt hoe laat het is. d Op de bso is Farina de medewerkster die altijd Turks spreekt met de kinderen.

1 13


THEMA 1 De kinderopvang

1

13

Je hebt een paar heel verlegen kinderen in je groep en een paar vrolijke druktemakers. Waarom moet je er in deze groep goed op letten dat je geen kinderen over het hoofd ziet?

14

In de theorie staan verschillende begrippen die bij professionele relaties van een pedagogisch medewerker horen. Combineer de begrippen met de omschrijving ervan.

Begrip

Omschrijving

1

Functionele relatie

a

Aanvaarde macht. De kinderen weten dat jij het het beste weet.

2

Gezag

b

Anderen jouw wil opleggen. Je dwingt iets af, anders geef je straf.

3

Macht

c

Je hebt gezag en de kinderen doen gemakkelijk wat jij ze vraagt.

4

Overwicht

d

Jij bent een vertrouwenspersoon voor de kinderen en hun ouders, andersom is dat niet het geval.

5

Professionele afstand e

Jij ontmoet als groepsleider kinderen en hun ouders op de bso.

15

Welke maatregelen gelden vanaf 2017 voor de kinderopvang en peuterspeelzalen? Noem er drie.

16

Lees de volgende tekst.

Tineke Plessen van de Stichting Kinderopvang De Bilt over de praktijk: ‘Het vierogenprincipe heeft volgens mij meerdere positieve kanten. Het is een manier om – naast de kinderen – je eigen personeel te beschermen. Maar het is ook gewoon goed dat die extra medewerker kan bijspringen in moeilijke situaties. Bij alle nieuwbouw zorgen we ervoor dat er telkens twee groepen met elkaar zijn verbonden door een tussenliggende verschoonruimte. Door die open verbinding kun je elkaar zien en horen. Bij een vestiging in een voormalig kantoorpand, waar dat bouwkundig

1 14


Verwerkingsopdrachten

1 De pedagogisch medewerker kinderopvang

niet kan, gaat de babyfoon op de andere groep aan als een pedagogisch medewerker pauzeert. Een soort vierorenprincipe. We hebben veel glas in onze vestigingen en spiegels in L-vormige ruimten. Daarnaast hebben we groepshulpen en stagiaires.’

Welke twee voordelen ziet Tineke Plessen in het vierogenprincipe? Leg uit waarom dit voordelen zijn.

17

Hoe weet je als pedagogisch medewerker op een kinderdagverblijf wat je moet doen als je bijvoorbeeld vermoedt dat een kind thuis mishandeld wordt? Kies het juiste antwoord. a Daar moet een duidelijke procedure voor op het kinderdagverblijf aanwezig zijn. b Dat moet je vragen aan je leidinggevende. c Dan moet je de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling bellen.

18

Een team kan pas goed functioneren als er aan verschillende voorwaarden voldaan wordt. Welke voorwaarden zijn dat? Noem er vijf.

19

Er zijn verschillende teamculturen: de machtscultuur, de rollencultuur, de taakcultuur en de personencultuur. In welke cultuur zal een heel meegaand, weinig doortastend persoon zich goed op zijn plaats voelen? Leg je antwoord uit.

20

Welke stellingen zijn juist? Kies de juiste antwoorden. a Een nieuwkomer in een team zal meestal eerst zijn best doen om zich aan het team aan te passen. b Voor een nieuwkomer is het prettig als de anderen hem zo veel mogelijk met rust laten. c Door een stagiair te begeleiden, merk je wat je zelf al weet en kunt. d Bij het begeleiden van een stagiair moet je open staan voor feedback.

1 15


THEMA 1 De kinderopvang

21

Lees het voorbeeld van Maaike.

Situatieschets Vanaf het begin is Maaike op de buitenschoolse opvang de mentor van Tom. Dat is nu al ruim twee jaar, een periode waarin er een hoop is gebeurd. Tom heeft het afgelopen jaar veel in het ziekenhuis gelegen vanwege een zeldzame aandoening. Maaike is toen wel eens bij hem op ziekenbezoek geweest met een fotoboek van de kinderen uit de groep. Vanwege haar betrokkenheid bij zijn ziekteproces heeft ze een speciale band met hem opgebouwd. De moeder van Tom heeft onlangs besloten om te gaan stoppen met werken, dus binnenkort neemt Tom afscheid op de bso. Hij heeft daar wel moeite mee, vooral omdat hij een speciale band heeft opgebouwd met Maaike. De moeder van Tom heeft aan Maaike gevraagd of ze het leuk zou vinden om een vaste avond per week te komen oppassen, zodat ze elkaar kunnen blijven zien.

Stel nu, dat de moeder van Tom aan Maaike had gevraagd om een avond per week te komen eten om zo gezellig bij te kunnen kletsen met Tom. Wat had Maaike dan moeten doen? Leg je antwoord uit. Gebruik in elk geval de woorden: professionele afstand – betrokkenheid.

1 Opvoeden en begeleiden van kinderen 2

1

Wat is een visie? Kies het juiste antwoord. a Een bepaalde kijk op iets. b Een doel waarnaar je streeft. c Een grote hoeveelheid werkervaring.

2

Iedereen heeft ervaring met opvoeding vanuit zijn jeugd thuis, in de kinderopvang en op school. Je kunt jezelf daarover vragen stellen. Als je terugkijkt op je opvoeding, welke herinneringen heb je daaraan en wat is daar je mening over? Wat vind je er goed aan en wat zou je anders doen? Misschien heb je zelf al kinderen en ervaring als opvoeder. Of je hebt al werkervaring opgedaan als professioneel opvoeder tijdens je BPV. Wat is je daarbij opgevallen? Welke aanpak spreekt je meer of juist minder aan en waarom? Hoe is je visie op opvoeden?

1 16


Verwerkingsopdrachten

3

2 Opvoeden en begeleiden van kinderen

Lees de volgende tekst.

De visie van xxx wordt regelmatig gezien als ongelimiteerde vrijheid en brutale kinderen. Niets is minder waar. Het klopt dat xxx vrijheid voorstaat, maar wel vrijheid binnen duidelijke regels en grenzen. De materialen van xxx sluiten aan bij de ontwikkeling van jonge kinderen en zijn gericht op de verschillende zintuigen en ontwikkelingsgebieden van kinderen. Belangrijk is dat materialen aansluiten bij de gevoelige fase van kinderen. In deze fase leert een kind extra bepaalde vaardigheden sneller dan in een andere fase.

a

b

Over welke zienswijze gaat deze tekst? Kies het juiste antwoord. a Freinet b Gordon c Korczak d Montessori e Pikler f Reggio Emilia g Steiner Leg uit waaraan je dat herkent.

4

Een visie van een kindcentrum bestaat uit verschillende componenten. Over welke componenten gaan de beschrijvingen? Kies de juiste woorden. a Het onderdeel waarin staat hoe de organisatie het kind wil voorbereiden op de samenleving is de maatschappelijke / organisatorische component. b Het onderdeel waarin staat hoe het kindcentrum naar de mens en de wereld kijkt is de levensbeschouwelijke / maatschappelijke component. c Het onderdeel waarin staat hoe structuur en planning worden gecombineerd met de zorg aan de kinderen is de organisatorische / pedagogische component. d Het onderdeel waarin staat op welke manier de medewerkers met de kinderen omgaan is de organisatorische / pedagogische component.

5

Geef aan of de stellingen juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

In het Pedagogisch Kader staat wat kinderen moeten leren en hoe je kinderen kunt begeleiden in hun ontwikkeling. Het Pedagogisch kader kun je gratis downloaden.

1 17

Onjuist


THEMA 1 De kinderopvang

6

Waarom hoort hygiĂŤne bij een veilige omgeving?

7

Juf Jarka begint de maaltijd altijd met een eetliedje. a Waar hoort dit bij? Kies het juiste antwoord. a veiligheid en structuur b uitdaging b Wat is hier het voordeel van?

8

Op het speelplein staat een grote stapel blokken van piepschuim. De kinderen mogen hiermee doen wat ze willen. a Waar hoort dit bij? Kies het juiste antwoord. a veiligheid en structuur b uitdaging b Wat is hier het voordeel van?

9

Er zijn vier pedagogische basisdoelen zijn. Combineer deze basisdoelen met een voorbeeld ervan.

Basisdoel

Voorbeeld

1

Emotionele veiligheid

a

De pedagogische medewerkers bieden elk kind de materialen aan waar het kind op dat moment aan toe is.

2

Persoonlijke competenties

b

De pedagogische medewerkers leren de kinderen om samen problemen op te lossen.

3

Sociale competenties

c

De pedagogische medewerkers luisteren echt naar de kinderen, daar nemen ze de tijd voor.

4

Normen en waarden

d

De pedagogische medewerkers zijn heel duidelijk over wat wel en niet mag. Ze leggen de regels ook uit.

1 18


Verwerkingsopdrachten

10

2 Opvoeden en begeleiden van kinderen

Lees de situatieschets.

Situatieschets Dinah (9) komt heel uitgelaten vrolijk de bso binnengerend. Ze vliegt op medewerkster Bahar af en wil haar om de nek vliegen. Bahar doet een paar passen naar achteren en zegt: ‘Je bent wel laat zeg. Ga zitten en eet je appel op.’ Medewerkster Noortje vangt Dinah op als ze naar de eettafel loopt. Ze pakt haar handen vast en maakt samen met haar een klein dansje. Dan zegt ze tegen Dinah: ‘Kun je praten en eten tegelijk? Dan hoor ik heel graag van jou waarom je zo blij bent.’

Wat doet Noortje in dit voorbeeld beter dan Bahar? Leg je antwoord uit.

11

Stel, jij werkt als pedagogisch medewerker op een peutergroep. De kinderen zitten aan tafel voor het fruit. Twee kinderen van drie jaar oud hebben een discussie over de appel en de peer. Ze kunnen allebei niet kiezen, maar hebben geen ruzie. a Welke van de drie is de beste reactie? Kies het juiste antwoord. a Aangezien er fruit genoeg is, is deze discussie echt nergens goed voor. Neem nu snel een beslissing. b Ik vind dat jullie nogal zeuren. Hier, jij neemt deze en jij neemt die. Zo, opgelost! c Jongens, ik heb een idee. Bas neemt die heerlijke groene appel en Yin neemt die lekkere gele peer. b Wat is er goed aan de gekozen reactie, wat is er niet goed aan? Goed:

Niet zo goed:

12

Het is ramadan. Op de bso zitten een paar kinderen die niet willen eten voor zonsondergang. Medewerkster Anne vraagt of deze kinderen het leuk vinden om de groep uitleg te geven over de ramadan. Dat doen de kinderen graag en de andere kinderen zijn heel nieuwsgierig en stellen allemaal vragen. Er ontstaat een heel gezellig groepsgesprek. Welke ontwikkelingsgebieden komen door deze werkwijze aan bod? a Noem er drie en leg uit op welke manier ze aan bod komen.

1 19


THEMA 1 De kinderopvang

b

Welke professionele vaardigheid kiest Anne als ze de kinderen over de ramadan laat vertellen?

13

Na afloop van het gesprek over de ramadan zegt Anne: ‘Jongens, wat was dit leuk. Dank je wel voor alle uitleg. En wat fijn dat jullie allemaal vragen hebben gesteld. Daardoor hebben we heel veel van elkaar geleerd.’ Welke professionele vaardigheid gebruikt Anne hier? Kies het juiste antwoord. a emotionele ondersteuning bieden b autonomie respecteren c leiding geven en structuur bieden d informatie en uitleg geven e interacties in de groep begeleiden f ontwikkeling stimuleren

14

Wie stelt het pedagogisch beleidsplan van een kinderopvangorganisatie op? Kies het juiste antwoord. a De leidinggevenden die de opvang leiden. b De ouders die hun kinderen op de opvang hebben. c De werknemers die op de opvang werken.

15

Er zijn drie componenten van pedagogische ondersteuning. Welke component hoort bij welk voorbeeld van affectieve ondersteuning? Zet de componenten bij het juiste voorbeeld. Kies uit: affectieve ondersteuning – gedragsregulerende ondersteuning – informatieve ondersteuning

Voorbeeld

Pedagogische ondersteuning

Juf Monique vraagt aan Zadaf: ‘Er is nog maar één appel. Er zijn drie kinderen die die appel willen opeten. Hoe zullen we dit oplossen zodat iedereen tevreden is?’ Meester Ronald zegt: ‘Wat lief dat jij je vriendin meteen ging troosten.’ Op de bso geldt de volgende regel: de begeleiders staan bij de deur van de lokalen. Als je binnenkomt geef je een hand en groet je je begeleider.

1 20


Verwerkingsopdrachten

16

a

b

17

a

2 Opvoeden en begeleiden van kinderen

Wat zijn 21st century skills? Kies de juiste antwoorden. a creatief zijn b digivaardig zijn c gezamenlijk naar een doel kunnen toewerken d goed kunnen communiceren e goed kunnen leren f handig zijn met je handen g kritisch denken h kunnen samenwerken met mensen van verschillende achtergronden i ondernemend zijn j problemen kunnen oplossen k zelfregulering Op welk soort maatschappij zijn de 21st century skills gericht?

Er zijn heel wat 21st century skills. In de tabel staan voorbeelden van hoe pedagogisch medewerkers een bepaalde skill bij de kinderen bevorderen. Geef bij elk voorbeeld aan welke 21st century skill door de medewerker bevorderd wordt. Let op! Bij sommige voorbeelden passen meerdere skills.

Voorbeeld

21st century skill

Twee kleuters proberen samen een hoge toren van bekers te bouwen, maar de toren valt steeds om. De pedagogisch medewerker zegt: ‘Jullie zijn geweldig bezig. En wat goed dat jullie zo geduldig zijn. Kunnen jullie nog een andere manier bedenken om de bekers op te stapelen?’

In groep 2 zitten een paar kinderen die een christelijke achtergrond hebben. Zij bidden altijd voor het eten. De klas weet dit en dus is iedereen even stil voordat het eten begint. In groep 1 hebben de kinderen in groepjes aan grote, zelfbedachte tekeningen op het schoolplein gewerkt. Na aoop mag iedereen vertellen wat er goed ging en wat ze de volgende keer anders zouden doen.

1 21


THEMA 1 De kinderopvang

Voorbeeld

21st century skill

De kinderen van groep 1 en 2 beginnen elke maandag met een kringgesprek. De juf vraagt wie er wat wil vertellen. Acht kinderen steken hun hand op. De juf zegt wie er mag beginnen. De anderen luisteren eerst naar het verhaal en mogen vragen stellen. Zij weten dat zij daarna ook zelf aan de beurt zullen komen.

De leerlingen van groep 3 gaan in groepjes een knikkerbaan maken. Het is de uitdaging om de langste knikkerbaan te maken. Ze moeten eerst een ontwerp maken. Elk groepje gaat zijn beste ontwerp uitvoeren en verbeteren.

De kinderen van groep 4 gaan sommen maken. Iedereen krijgt een loginnaam en mag op internet oefenen. De kinderen van de bso mogen na binnenkomst en eten en drinken een kwartier op hun mobieltje of op de computer. Daarna moeten ze daarmee stoppen en gaan ze andere dingen doen.

b

18

In kolom 2 heb je de 21st century skills ingevuld. Wat viel je hierbij op?

Steeds meer kinderen maken dagelijks gebruik van internet. Daar leren ze heel veel van, maar er kleven ook nadelen aan. Wat zijn risico’s die kinderen op internet lopen? Kies de juiste antwoorden. a Dat ze contact kunnen leggen met mensen over de hele wereld. b Dat ze geconfronteerd kunnen worden met porno of geweld. c Dat ze gevoelige informatie over zichzelf openbaar maken. d Dat ze leren omgaan met nettiquette. e Dat ze meedoen aan cyberpesten. f Dat ze onzekerder kunnen worden over hun lichaam. g Dat ze slachtoffer worden van cyberpesten. h Dat ze te maken krijgen met sexting.

1 22


Verwerkingsopdrachten

3 Kinderen met speciďŹ eke begeleidingsbehoefte

19

Nikkie uit groep vijf schept op over het pesten van een klasgenoot op WhatsApp. Jij als pedagogisch medewerker hoort dat. Je besluit er even met Nikkie over te praten. Welke drie vragen kun je haar stellen?

20

Zet de stappen van het Suc6-model voor het opzoeken van informatie in de juiste volgorde. Zet een 1 voor de eerste stap, een 2 voor de tweede stap en zo verder.

Stap Kiezen Starten Terugkijken Vinden Vragen Zoeken

21

Peter Nikken, verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut, vindt het niet terecht dat het gebruik van digitale media door jonge kinderen als negatief wordt bestempeld. Ben jij het met hem eens? Leg je antwoord uit.

1 Kinderen met speciďŹ eke begeleidingsbehoefte 3

1

Soms hebben de ouders van een kind niets gezegd over problemen met het kind. Toch heb jij het idee dat er iets mis is. Waarom is het heel belangrijk om dan met de ouders in overleg te gaan? Kies het juiste antwoord. a Omdat het belangrijk is voor de groep dat alle kinderen weten wat er met iemand aan de hand is. b Omdat het belangrijk is voor het kind om zo jong mogelijk goede opvang of zorg te krijgen. c Omdat het belangrijk is voor jou dat de groep zich gedraagt zoals jij dat wilt.

1 23


THEMA 1 De kinderopvang

2

Welke vier taken heb jij als pedagogisch begeleider bij het op een goede manier begeleiden van zorgkinderen? Leg elke taak kort uit.

3

Wat zijn voorbeelden van objectieve observaties? Kies de juiste antwoorden. a Zahar denkt niet aan de andere kinderen. b Zahar doet vaak onaardig tegen andere kinderen. c Zahar is vaak onbeleefd tegen volwassenen. d Zahar steekt haar tong uit tegen ouders van andere kinderen. e Zahar wacht niet op haar beurt bij het fruit eten. f Zahar is ‘s ochtends het eerste half uur stil en praat met niemand.

4

Waarom stel je een handelingsplan (begeleidingsplan) nooit in je eentje op?

5

Zet de stappen voor het opstellen van een handelingsplan in de juiste volgorde. Zet een 1 voor de eerste stap, een 2 voor de tweede stap en zo verder.

Stap Analyseer wat er aan de hand is en formuleer het probleem. Bedenk wat je wilt bereiken, bepaal het doel. Evalueer het hele proces en kijk of je de begeleiding moet bijstellen. Maak een plan. Noteer over wie het gaat en stel de beginsituatie vast. Voer het plan uit.

6

Formuleer de volgende doelstelling SMART: Ik wil meer leren over kinderopvang.

1 24


Verwerkingsopdrachten

3 Kinderen met specifieke begeleidingsbehoefte

7

Wat is een belangrijk uitgangspunt bij het werken met zorgkinderen? Kies de juiste woorden. a Bij het werken met zorgkinderen ga je zoveel mogelijk uit van de beperkingen / mogelijkheden van het kind. b Bij het werken met zorgkinderen spreek je je zorgen / vertrouwen uit over de toekomst van het kind.

8

Sommige kinderen hebben een lichamelijke of verstandelijke beperking. Anderen hebben een ontwikkelingsachterstand of leerproblemen. En weer anderen hebben gedragsproblemen. Welk kind heeft wat? Zet de namen van de kinderen in de goede kolom. Kies uit: Arjen – Chalid – Malay – Max – Medina – Sarah – Shanti – Sterre • Arjen is drie jaar oud, maar kan nog niet goed lopen. • Chalid doet vaak brutaal. Als hij straf krijgt moet hij lachen. • Max heeft ADHD. Hij is zo nu en dan heel erg druk. • Malay is zeven jaar oud. Maar haar taalniveau is dat van een vierjarige. • Medina wordt heel snel boos. Ze gaat dan schreeuwen, slaan en schoppen. • Sarah is slechthorend. Zij krijgt binnenkort een hoortoestel. • Shanti heeft veel moeite met concentreren. Ze is vaak onrustig. • De botten van Sterre zijn heel zwak. Daardoor kan ze gemakkelijk iets breken. Lichamelijke of verstandelijke beperking

Ontwikkelingsachterstand of leerproblemen

Gedragsproblemen

9

Waarom kijk je bij het observeren van gedrag ook naar het moment waarop het kind het gedrag vertoont en wat er aan het gedrag voorafging?

10

Bij het begeleiden van kinderen met gedragsproblemen is één van de aandachtspunten: bied niet te veel keuzemogelijkheden of vereenvoudig keuzes. Waarom is dit belangrijk voor kinderen met gedragsproblemen?

11

Er is een belangrijk verschil tussen kinderen met ADHD en kinderen met ADD. Kies de juiste woorden. ADHD-kinderen zijn over het algemeen druk en onrustig van binnen / binnen en van buiten / buiten en ADD-kinderen zijn druk en onrustig van binnen / binnen en van buiten / buiten.

1 25


WERKBOEK NIVEAU 3 Deze uitgave Pedagogisch medewerker kinderopvang PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande kerntaken uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. P1-K1-W1 Voert gesprekken met de ouders  / vervangende opvoeders en het kind P1-K1-W2 Stelt een activiteitenprogramma op P1-K1-W3 Maakt een plan van aanpak voor de begeleiding P1-K1-W4 Zorgt voor uitvoering van een dagprogramma P1-K1-W5 Biedt persoonlijke verzorging P1-K1-W6 Draagt zorg voor huishoudelijke werkzaamheden

PW

pedagogisch werk

Pedagogisch medewerker kinderopvang PW WERKBOEK

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

Pedagogisch medewerker kinderopvang PW

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Auteurs: M. Baseler A. van Beurden R.F.M. van Midde Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622553

MBO_WB_PedagMedewKinderopv_PW_210x297mm.indd All Pages

16/01/18 13:15


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Pedagogisch medewerker kinderopvang PW niveau 3 werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu