Skip to main content

Organiseren van een activiteit

Page 1

ORGANISEREN VAN EEN ACTIVITEIT

LEERWERKBOEK

BB / KB / GL • LEERJAAR 3 & 4

EK LE E RW E R KBO DIENSTVERLENING & PRODUCTEN

9 789006 627480

DIENSTVERLENING & PRODUCTEN


ORGANISEREN VAN EEN ACTIVITEIT Dienstverlening en producten


COLOFON Auteur Auteur oriëntatie op het beroep

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling.

RadarTalent Assessment & Ontwikkeling

ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling.

Inge Berg en Henk Tijssen

Eindredactie Judy Tienhoven

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 033 448 36 00

Bureauredactie

Dit leerwerkboek wordt op twee manieren geleverd:

Singeling Tekstproducties - leerwerkboek plus startlicentie (ISBN 9789006627480) - leerwerkboek plus totaallicentie (ISBN 9789006627565) (combi-pakket) Eerste druk, eerste oplage, 2016 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2016 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www. stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. 2

Deze uitgave is volledig co -neutraal geproduceerd. ® Deze uitgave is voorzien van het FSC -keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


WOORD VOORAF Het voortgezet onderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen. Ook de beroepspraktijk verandert hierdoor en daarmee ook het onderwijs. Met de start van het nieuwe examenprogramma voor de beroepsgerichte profielen in het vmbo introduceert ThiemeMeulenhoff de nieuwe methode MIXED. Deze methode is voor leerlingen in leerjaar 3 en 4 voor de niveaus basis beroepsgerichte leerweg, kader beroepsgerichte leerweg en de gemengde leerweg. Wij hebben MIXED ontwikkeld in nauwe samenwerking met pilotscholen. Belangrijke kenmerken van MIXED zijn: ■ Beroepspraktijk staat centraal. Door een krachtige didactiek met realistische werkplekken en werkbedrijven bereiden de leerlingen zich goed voorop hun examen. ■ Loopbaanoriëntatie en -begeleiding is geïntegreerd in het lesmateriaal en is sterk gekoppeld aan de werkplek en het werkbedrijf. ■ Ieder zijn eigen MIXED. Scholen kunnen kiezen uit leerwerkboeken, een volledige digitale leeromgeving of de mogelijkheid om deze te combineren. ■ De lesstof is gedifferentieerd op basis van de exameneisen, zodat elke leerling de lessen kan volgen op zijn eigen niveau. ■ Werkkaarten helpen de leerling stap voor stap belangrijke vaardigheden zich eigen te maken. ■ Video's verduidelijken de theorie in realistische settings.

Leerlingen en docenten kunnen snel aan de slag dankzij de overzichtelijke opbouw± ■ Het leerwerkboek bestaat uit acht blokken, gevolgd door de theorie en een begrippenlijst. ■ Een blok begint met een introductie en een overzicht van de inhoud en leerdoelen. ■ In een blok maak je praktijkopdrachten en theorieopdrachten. ■ Elk blok sluit af met Oriëntatie op het beroep. Deze opdrachten helpen je met het kiezen van een vervolgopleiding die bij je past. ■ Achter in het boek staat alle theorie op alfabetische volgorde. ■ Achter de theorie staat ook een uitgebreide begrippenlijst. De vetgedrukte woorden in de theorie worden hier uitgelegd.

Wij hebben de methode MIXED met de grootste zorg ontwikkeld. Meer informatie kunt u vinden op www.thiememeulenhoff.nl/mixed. Hebt u vragen of suggesties? Neem dan gerust contact op met onze klantenservice via 033 448 3600. Wij wensen u en uw leerlingen een fijne en leerzame tijd met MIXED! De auteurs, het ontwikkelteam en de uitgever


TOELICHTING OP DE PICTOGRAMMEN Oriënteren Opdracht voor tweetal Opdracht voor drietal Groepsopdracht Computeropdracht Theorie-opdracht Rollenspel Tip Werkkaart

A Let op: opdracht voor BB of KB of KB/Gl


INHOUDSOPGAVE Start Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

9

19

Over dit blok 21 Partymix 22 Innotrack 30 Gemeente Mixdam 36 Oriëntatie op het beroep (LOB) 41

Blok 2 Activiteiten onderzoeken

47

Over dit blok 49 Partymix 50 Muziekfestival Mixdam 54 Loopfit 61 Oriëntatie op het beroep (LOB) 64

Blok 3 Activiteiten opzetten

71

Over dit blok 73 Loopfit 74 Scholengemeenschap Mixer 79 Gemeente Mixdam 84 Oriëntatie op het beroep (LOB) 88

Blok 4 Benodigdheden regelen 93 Over dit blok 95 Partymix 96 Scholengemeenschap Mixer 101 Gemeente Mixdam 105 Oriëntatie op het beroep (LOB) 108

Blok 5 Geldzaken en evaluatie

113

Over dit blok 115 Mixer 116 Gemeente Mixdam 122 Huis Groenendijk 126 Oriëntatie op het beroep (LOB) 131

Blok 6 Gastvrijheid en werkuitvoering Over dit blok 141 Loopfit 142 Scholengemeenschap Mixer 147 Gemeente Mixdam 156 Oriëntatie op het beroep (LOB) 158

Blok 7 Schoonmaak en afval Over dit blok 167 Partymix 168

165

139


Innotrack 174 Gemeente Mixdam 182 Oriëntatie op het beroep (LOB) 188

Blok 8 Veiligheid tijdens activiteiten Over dit blok 197 Scholengemeenschap Mixer 198 Innotrack 202 Partymix 209 Oriëntatie op het beroep (LOB) 213

Theorie

220

Aan de telefoon 221 Apparatuur aansluiten 222 APV en lokaal evenementenbeleid 223 Afvalbeheer 224 Begrijpen en begrepen worden 226 Bestellijst 228 Beveiliging 229 Bezoeker begroeten 231 Brainstormen 232 BTW 234 Contacten en afspraken 235 Doordraaischema 236 Draaiboek maken 237 Drank- en horecawet 239 Ergonomie en Arbo 240 Gevolgen voor het milieu 242 Goed voor het milieu 243 Hulpdiensten 244 Hygiëne 245 Hygiënezorg 248 Interview voorbereiden 249 Kostenberekening maken 250 Kosten van een activiteit 251 Kostenverschillen 252 Klachten 253 Knock-outschema 255 Koken 256 Lichaamstaal en gesprekken 261 Luistervaardigheid 264 Medewerkers 266 Milieu-oplossingen 267 Milieustraat 268 Nood- en hulpposten 269 Offertes 270 Onderzoek doen 271 Opbrengstberekening maken 272 Opdrachtomschrijving 273 Opdracht vertalen 274

195


Overtuigen 275 Pictogrammen voor veiligheid en milieu 276 Plan van aanpak 279 Plattegrond 280 Pouleschema 283 Presentatie en etiquette 284 Presentatie voorbereiden 286 Presenteren 287 Rapporteren 289 Recycling 290 Rooster maken 292 Routing maken 293 Ruimte inrichten 294 Samenwerken in een team 295 Schoonmaakmiddelen en het milieu 296 Schoonmaakplan 300 Schoonmaken 302 Schriftelijk verslag maken 304 Subsidie 305 Van brainstorm naar plan 306 Veiligheid in openbare gebouwen 307 Vergunningen 311 Vergunningen aanvragen 313 Verkeersmaatregelen 315 Voorzieningen aanvragen 316 Vragenlijst 317 Vragenlijst opstellen 318 Vuurwerkbesluit 321 Werkplanning 322 Werkvolgorde 323 Wet geluidshinder en bepalingen inzake geluidsoverlast Wet op de kansspelen 325 Zorg voor veiligheid van personeel en bezoekers 326

Begrippen

331

324


START

ORGANISEREN VAN EEN ACTIVITEIT


Organiseren van een activiteit Start

10

Organiseren van een activiteit


START ORGANISEREN VAN EEN ACTIVITEIT

De naam van deze module is Organiseren van een activiteit. Het organiseren van een activiteit kan een onderdeel zijn in allerlei beroepen. Denk aan commerciële beroepen of beroepen in de sector zorg en welzijn. In de commerciële beroepen laat je een artikel zien of een dienst. Je maakt daarvoor reclame of verkoopt het artikel of de dienst aan een klant. Voorbeelden van beroepen in deze sector zijn verkoper, vertegenwoordiger, marketingmedewerker of accountmanager. Je organiseert dan activiteiten en evenementen om producten te promoten en verkopen. Het contact met de klant is hierbij erg belangrijk. Als je in de sector zorg en welzijn werkt, organiseer je ook vaak activiteiten. Je organiseert dan activiteiten of evenementen om mensen te vermaken of afleiding te geven. Voorbeelden hiervan zijn een sporttoernooi, een wandeltocht of een activiteit voor kinderen (een speurtocht of knutselmiddag). Opdracht 1 Maak een woordwolk

Er worden in Nederland heel wat activiteiten georganiseerd. Denk aan sporttoernooien, bijeenkomsten, festivals, concerten, beurzen en activiteiten voor jongeren en ouderen in bijvoorbeeld buurthuizen.

Opdracht 1.1 Ben jij in het afgelopen jaar naar een evenement of activiteit geweest? Beschrijf om wat voor evenement het ging en wat je ervan vond.

Opdracht 1.2 Vond je de activiteit goed georganiseerd? Zou jij het anders georganiseerd hebben? Leg je antwoord uit.

11


Organiseren van een activiteit Start

Organiseren van een activiteit

Opdracht 1.3 Verzin woorden rondom ‘Organiseren van een activiteit’. Maak een woordwolk. ■ Zoek twee klasgenoten om mee samen te werken. ■ Ga samen aan een tafel zitten. ■ Leg een pen en een vel papier op tafel. Vanaf nu mag er niets meer gezegd worden! ■ Verzin woorden die bij ‘organiseren van een activiteit’ horen. ■ Schrijf ieder om de beurt een woord op het vel papier. ■ Weet je geen woord meer, dan geef je de pen aan de volgende. ■ Ga door totdat jullie minimaal 20 woorden hebben.

Opdracht 1.4 Ook de andere groepjes hebben woorden bedacht. Welke woorden hebben jullie gevonden? En welke woorden komen vaak terug? Dit kun je zien in een woordwolk! ■ Maak een map. Geef de map een logische naam, bijvoorbeeld ‘Blok 0 AO’. ■ Zet de woorden van alle groepjes bij elkaar in een document. Als een woord twee keer genoemd wordt, dan neem je het ook twee keer op. Een woord dat vaker genoemd wordt, wordt namelijk groter afgedrukt in de woordwolk. ■ Sla het document op in je map. ■ Ga naar een site om een woordwolk (of word cloud) te maken. Bijvoorbeeld Wordle of Worditout. ■ Plak de woorden uit het document in het tekstvak. ■ Maak de woordwolk. ■ Verander eventueel het lettertype of de kleuren. ■ Maak een afdruk van de woordwolk en hang deze op in het lokaal. Opdracht 2 Kennis en vaardigheden

Voor het organiseren van activiteiten moet je dingen kennen en kunnen. Je hebt dus kennis en vaardigheden nodig.

12


Organiseren van een activiteit Start

Organiseren van een activiteit

Opdracht 2.1 Welke taken van een organisator lijken jou leuk en interessant? Lees de volgende teksten van vacatures. Kies daarna de vacature uit die jij het leukst vindt. Leg uit waarom dit werk je leuk lijkt. Maak een verslag en sla het verslag op in je map. 1. Medewerker evenementen (m/v) 8-32 uur Regio Amsterdam Functieomschrijving Wil jij werken op festivals, bij concerten, congrescentra, hotels of andere bijzondere locaties wanneer en hoe vaak jij wilt? Reageer dan nu! Functie-eisen We zijn op zoek naar enthousiaste medewerkers evenementen. Voor deze functie moet je: ■ bereid zijn hard te werken totdat alle werkzaamheden afgerond zijn zonder dat vooraf de werktijden helemaal bekend zijn; ■ een gastvrije en gastgerichte houding hebben; ■ aantoonbare ervaring hebben met het organiseren van evenementen, partijen, banqueting, borrels of andere horeca-ervaring; ■ met jouw vriendelijke service de bezoekers/gasten helpen en ze een onvergetelijke dag bezorgen! Bedrijfsprofiel Wil jij werken op mooie festivals, bij gave concerten, bijzondere borrels, congressen, bruiloften en partijen? Jij wordt ingepland voor een van de functies bij een van onze toonaangevende opdrachtgevers. Je werkzaamheden bestaan onder andere uit: ■ klaarzetten van de ruimtes; ■ opnemen van bestellingen en tappen van drinken; ■ counter- en kassawerkzaamheden; ■ uitgifte van drinken; ■ met dienbladen hapjes en drankjes uitlopen; ■ debarrasseren; ■ bijhouden van de voorraad (bijmaken en weggooien van te oude producten); ■ netjes houden van de ruimtes; ■ gasten goed te woord staan; ■ afbouwen en opruimen van de ruimte.

2. Medewerker Beurzen & Evenementen (40 uur) Gezocht: Enthousiaste duizendpoot die de uitdaging aangaat! Wat houdt het werk in? ■ Je beantwoordt (telefonisch, per mail/post) vragen van standhouders en bezoekers. ■ Je verzorgt de administratie van beurzen, zoals mails, brieven en het bijhouden van de database. ■ Je controleert bestellingen en verzorgt de logistiek rondom de opbouw tijdens het event en de afbouw.

13


Organiseren van een activiteit Start

■

Organiseren van een activiteit

Je organiseert deelactiviteiten, zoals voordrachten, theaterprogramma’s, netwerkavonden en exposities.

3. Medewerker Sales & Projectmanagement Wat houdt het werk in? Je draait volledig mee in ons team. Het betreft een baan waarbij je alle facetten meekrijgt van projectmanagement. Je werkzaamheden bestaan onder andere uit: ■ behandelen van telefoonverkeer; ■ ondersteuning van de afdeling sales met betrekking tot het maken van offertes en contracten; ■ ondersteunen bij informatievoorziening naar de klant; ■ onder begeleiding gesprekken voeren met klanten; ■ uitwerken en verwerken van gegevens in het systeem; ■ maken van voor- en nacalculaties; ■ maken van personele planningen; ■ maken van draaiboeken; ■ verwerken van evaluaties.

Opdracht 3 Ontwikkelingen in beroepenveld

Bij het organiseren van activiteiten is nieuwe technologie steeds belangrijker. Via internet kunnen mensen heel snel zien wat er allemaal te doen is. Via social media en apps kun in een zeer korte tijd grote groepen mensen bij elkaar brengen maar ook managen. En via allerlei apps kan de organisatie van een evenement in de gaten houden hoeveel mensen er komen en hoe die mensen zich gedragen.

Opdracht 3.1 Heb je jezelf weleens opgegeven voor een activiteit via social media of via een app? Geef een voorbeeld.

14


Organiseren van een activiteit Start

Organiseren van een activiteit

Opdracht 3.2 Welke apps zou je goed kunnen gebruiken bij het organiseren van een activiteit? Denk bijvoorbeeld aan apps waarmee je agenda’s kunt beheren, mensen kunt uitnodigen of planningen kunt maken. Maak een top 3 met handige apps voor het organiseren van een activiteit.

Tip Zoek hiervoor informatie op internet en gebruik de zoekwoorden ‘apps organiseren activiteit’.

Welke apps heb je gevonden?

Opdracht 3.3 Kies een app uit. Beschrijf in een kort verslag hoe jij deze app zou gebruiken bij het organiseren van een activiteit. Beschrijf ten minste één taak die je met de app kunt uitvoeren, bijvoorbeeld agenda’s maken, planningen bijhouden of mensen uitnodigen. Sla het verslag op in je map.

15

!


Organiseren van een activiteit Start

16

Organiseren van een activiteit


BLOK 1

OPDRACHTEN AANNEMEN

OVER DIT BLOK

21

PARTYMIX 22 Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht

1 2 3 4 5 6 7 8

Werk voorbereiden 22 Begrijp je mij? 23 Begrijpen en begrepen worden Luister! 26 Luisteren aan de telefoon 27 Verslag maken 28 Lichaamstaal 29 Controleren en opruimen 30

24

INNOTRACK 30 Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht

9 Werk voorbereiden 31 10 Samenwerken in een team 31 11 Samen kun je meer dan alleen 32 12 Onderzoek doen met een interview 13 Vragenlijst maken 35 14 Interview afnemen 35 15 Controleren en opruimen 36

GEMEENTE MIXDAM Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht

16 17 18 19 20 21 22

33

36

Werk voorbereiden 37 Heb jij veel ideeën? 37 Brainstorm 38 Van brainstorm naar plan 39 Opdrachtomschrijving 40 Presenteren 40 Controleren en opruimen 41

ORIËNTATIE OP HET BEROEP (LOB)

41

Opdracht 23 Sociale activiteiten organiseren 41 Opdracht 24 De techniek achter de organisatie 43


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

20


BLOK 1 OPDRACHTEN AANNEMEN

Over dit blok Een activiteit organiseren doe je in opdracht van iemand anders. Dit is de opdrachtgever. Om de opdracht goed uit te voeren moet je precies weten wat de opdrachtgever van jou verwacht. Daar kom je achter door goed te luisteren. Als je de opdracht zorgvuldig bespreekt, kun je de activiteit goed uitvoeren.

Waar werk je? Evenementenbureau PartyMix Evenementenbureau PartyMix is een jong bedrijf in Mixdam met 35 medewerkers. Het bedrijf organiseert grote en kleine activiteiten. Soms grote feesten, soms kleine beurzen waar klanten hun producten laten zien. Bedrijven uit de omgeving zijn de opdrachtgevers van Partymix. Het zijn soms ook gewone mensen die iets willen organiseren, bijvoorbeeld een huwelijksfeest. Jij werkt sinds kort als Medewerker Evenementen bij PartyMix. Erg gezellig, want er werken veel jonge mensen. Innotrack Innotrack verkoopt activity trackers. Dit zijn draagbare apparaten die al je bewegingen meten. De trackers worden veel gebruikt door sporters, maar ook door mensen die gewoon meer willen bewegen. Innotrack gaat een grote gezondheidsbeurs organiseren. Je bent aangenomen door Innotrack om de beurs te organiseren. Gemeente Mixdam Mixdam is een kleine stad aan het water. Er zijn verschillende bedrijven. Het gemeentehuis van de stad ligt midden in de oude stad, op de markt tegenover de oude kerk. De gemeente vindt sport en welzijn belangrijk. Daarom organiseert de gemeente veel gezonde activiteiten. Je werkt er als secretarieel medewerker.

Wat leer je?

â–Ą

onderzoeken wat een opdrachtgever wil en verwacht;

21


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

□ □

het onderzoek doen naar een activiteit die je organiseert; presenteren.

Hoe ga je het doen? Plannen is belangrijk voor je beroep en voor je studie. Aan het begin van elk blok maak je een planning voor de rest van de week. Bekijk wat je deze week allemaal moet doen en verdeel de opdrachten over de lesuren. 1 Open het document Planning. 2 Bekijk hoeveel tijd voor de opdrachten gepland is. 3 Vul in wanneer je welke opdracht doet. 4 Bewaar de planning in je map. 5 Ga je aan Mixed werken? Bekijk dan telkens eerst je planning. 6 Ben je klaar met je werk? Open dan je planning en vul in wat je hebt gedaan.

Partymix

Evenementenbureau PartyMix Je werkt bij evenementenbureau PartyMix. Het is een jong bedrijf dat veel activiteiten organiseert. Grote en kleine activiteiten. Van grote feesten tot kleine beurzen waar klanten hun producten laten zien. Het bedrijf krijgt veel opdrachten. Er zijn veel nieuwe mensen aangenomen om al het werk te doen. Jij werkt sinds kort als Medewerker Evenementen bij PartyMix. Je leidinggevende heet Samira.

Opdracht 1 Werk voorbereiden

Je hebt allerlei documenten nodig om je werk goed te kunnen doen. Daarom richt je eerst je werkplek in.

Opdracht 1.1 Maak een map. Geef de map een logische naam, bijvoorbeeld ‘Partymix’. Opdracht 1.2 Download de volgende documenten en bewaar ze in je map. ■ document Dubbele Betekenis; 22


Organiseren van een activiteit Blok 1

■ ■ ■

Opdrachten aannemen

document KlantAlfredvanDoorn; document KlantKeremKurt; document KlantDorienBoersma.

Opdracht 1.3 Maak ook een map om mediabestanden zoals audiofiles in te bewaren. Opdracht 2 Begrijp je mij?

In je werk bij PartyMix overleg je met een opdrachtgever. Het is heel belangrijk om te begrijpen wat de opdrachtgever precies wil. Misschien organiseer je anders de activiteit op een andere manier dan de bedoeling is.

Als je met mensen praat, kunnen er misverstanden ontstaan. Jij denkt dat de ander je begrijpt, maar dat is soms niet zo. Je moet er zeker van zijn dat je het over hetzelfde hebt. Opdracht 2.1 Bekijk de afbeelding.

Bedenk een voorbeeld van een misverstand in je eigen omgeving. Heb jij je ouders, een vriend, vriendin of leraar weleens verkeerd begrepen? Schrijf op wat er gebeurd is.

Opdracht 2.2 mx_dp_duoBespreek met een klasgenoot jullie voorbeelden.

23


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

Opdracht 3 Begrijpen en begrepen worden

Vandaag heb je een trainingsdag. Er zijn veel nieuwe medewerkers en PartyMix wil dat iedereen op dezelfde manier werkt. De trainer heet Ivan. Hij stelt zich voor en vertelt: ‘Vandaag gaan we oefenen met begrijpen en begrepen worden. Als jullie een opdracht van een opdrachtgever aannemen, is het heel belangrijk dat je precies weet wat hij eigenlijk wil.’

mx_dp_thLees de theorie Begrijpen en begrepen worden. Voer daarna de volgende opdrachten uit. Opdracht 3.1 Ivan doet de eerste oefening met jullie. Hij vraagt om 30 seconden je ogen dicht te doen en aan een ballon te denken. De docent houdt de tijd bij.

■ ■ ■

Sluit je ogen. Stel je in gedachten de meest perfecte ballon voor die je kunt bedenken. Open je ogen.

Schrijf in het kort op hoe jouw ballon eruitziet. ■ Hoe groot is de ballon ongeveer?

■

Van welk materiaal is de ballon gemaakt?

■

Is de ballon doorzichtig of juist niet?

■

Welke kleur heeft de ballon?

Opdracht 3.2 Bespreek met je klasgenoten hoe de ballonnen eruitzien. Tel hoeveel verschillende soorten ballonnen er zijn bedacht. Zijn er evenveel leerlingen in de klas als ballonnen?

Opdracht 3.3 Ivan doet de tweede oefening met de medewerkers. Jullie bekijken tekeningen. Ivan vertelt: ‘In de volgende tekeningen kun je meerdere dingen zien. Je kunt echter altijd maar een ding tegelijk zien.’ Open het document Dubbele Betekenis. Kruis aan wat je ziet.

24


Organiseren van een activiteit Blok 1

Opdrachten aannemen

Indiaan Eskimo

Tekening 2:

Jonge vrouw Oude vrouw

Tekening 3:

25


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

Hoeveel poten heeft deze olifant?

Opdracht 3.4 Bekijk de tekeningen opnieuw en probeer erin te zien wat je eerst niet zag. Zag je bijvoorbeeld eerst de indiaan, probeer dan nu de Eskimo te zien. Opdracht 4 Luister!

Samira stuurt je een mail. Hallo, Er is een nieuwe klant, Alfred van Doorn. Wil jij het eerste gesprek voeren? Dan weten we vast wat deze klant precies wil laten organiseren. Zorg dus dat je weet waar het precies over gaat! De klant komt om 10.00 uur. Haal jij hem op bij de balie? Alvast bedankt, Samira Iets na tien uur zit je met Alfred van Doorn in de ontvangstruimte. Je luistert naar zijn wensen. Je schrijft de belangrijkste punten uit het gesprek op en maakt een korte samenvatting. De samenvatting spreek je in op je mobiele telefoon, zodat je deze aan Samira kunt laten horen.

Lees de theorie Luistervaardigheid. Voer daarna de volgende opdracht uit. Voor deze opdracht werk je samen met een klasgenoot. Opdracht 4.1 Open het document KlantAlfredvanDoorn.

26


Organiseren van een activiteit Blok 1

■ ■

■ ■ ■

Opdrachten aannemen

Ga samen zitten en zorg dat je de juiste documenten bij de hand hebt. Een leerling speelt de klant en leest voor wat de wensen zijn. Gebruik hiervoor deel 1 van het document. De andere leerling vat deze wensen kort samen en neemt deze samenvatting op. Daarna draai je de rollen om. Nu gebruik je deel 2 van het document. Sla de opname van jouw samenvatting op als audiofile in je map.

Opdracht 4.2 Luister de opname terug. Hebben jullie duidelijke samenvattingen gemaakt? Zo niet, hoe zou je het de volgende keer anders doen?

Opdracht 5 Luisteren aan de telefoon

Er belt een klant, Kerem Kurt. Hij wil een bedrijfsfeest laten organiseren door PartyMix. Je luistert naar de wensen van Kerem. Je vat deze kort samen. De samenvatting spreek je in op je mobiele telefoon, zodat je deze later aan Samira kunt laten horen.

Voor deze opdracht werk je samen met een klasgenoot. Opdracht 5.1 Open het document KlantKeremKurt. ■ Een leerling speelt de klant en belt de andere leerling. ■ Aan de telefoon leest hij voor wat de wensen zijn. Gebruik hiervoor deel 1 van het document. ■ De andere leerling vat deze wensen kort samen en neemt deze samenvatting op. ■ Daarna draai je de rollen om. Nu gebruik je deel 2 van het document. ■ Sla de opname van jouw samenvatting op als audiofile in je map. Opdracht 5.2 Luister de opname terug. Hebben jullie duidelijke samenvattingen gemaakt? Zo niet, hoe zou je het de volgende keer anders doen?

27


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

Opdracht 6 Verslag maken

Samira stuurt je nog een mail. Hoi, Er is weer een nieuwe klant, Dorien Boersma. Wil jij het eerste gesprek voeren? Dan weten we vast wat deze klant precies wil laten organiseren. De klant komt om 15.00 uur. Haal jij haar dan op bij de balie? Alvast bedankt, Samira Iets na 3 uur zit je met Dorien Boersma in de ontvangstruimte. Je luistert naar de wensen van Dorien. Je vat deze kort samen op papier.

mx_dp_thLees de theorie Verslag maken. Voer daarna de volgende opdracht uit. Voor deze opdracht werk je samen met een klasgenoot. Opdracht 6.1 Open het document KlantDorienBoersma. ■ Ga samen zitten en zorg dat je de juiste documenten bij de hand hebt. ■ Een leerling speelt de klant en leest voor wat de wensen zijn. Gebruik hiervoor deel 1 van het document. ■ De andere leerling vat deze wensen kort samen en schrijft deze samenvatting op. ■ Daarna draai je de rollen om. Nu gebruik je deel 2 van het document. ■ Sla jouw samenvatting op in je map. Opdracht 6.2 Lees de samenvattingen samen nog eens. Hebben jullie duidelijke samenvattingen gemaakt? Zo niet, hoe zou je het de volgende keer anders doen?

28


Organiseren van een activiteit Blok 1

Opdrachten aannemen

Opdracht 7 Lichaamstaal

Samira komt naar je toe: ‘Ik sprak net Alfred van Doorn. Ik had al geluisterd naar je samenvatting van het gesprek. Je samenvatting was goed. Alfred zei dat je zo’n goede luisterhouding had tijdens het gesprek. Hij voelde zich echt begrepen door jou. Zou jij met een collega het gesprek kunnen naspelen en een filmpje daarvan maken met je telefoon? Dan kan ik aan de anderen laten zien hoe ze zich moeten gedragen bij een eerste klantgesprek.

Lees de theorie Lichaamstaal en gesprekken. Voer daarna de volgende opdrachten uit. Voor deze opdracht werk je samen met twee klasgenoten. Opdracht 7.1 ■ Ga samen zitten en zorg dat je de juiste documenten bij de hand hebt. ■ Een leerling speelt de klant en leest voor wat de wensen zijn. Gebruik hiervoor deel 1 van het document KlantAlfred vanDoorn. ■ De andere leerling vat deze wensen kort samen. ■ De leerling die de medewerker speelt, gebruikt de juiste lichaamstaal. ■ De leerling die de klant speelt, maakt een filmpje met zijn mobiele telefoon. ■ Daarna draai je de rollen om. ■ Bewaar het filmpje waarop je zelf te zien bent in je map. Opdracht 7.2 Bekijk de filmpjes samen nog eens. Hebben jullie duidelijke filmpjes gemaakt? Zo niet, hoe zou je het de volgende keer anders doen?

29


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

Opdracht 8 Controleren en opruimen

Klaar! Je werkdag zit erop. Of toch niet?

Opdracht 8.1 ■ Controleer of je alle opdrachten hebt gemaakt. ■ Controleer of je de volgende resultaten hebt: ■ beschrijving van een misverstand; ■ beschrijving van de ballon; ■ opname van de samenvatting Alfred van Doorn; ■ opname van de telefonische samenvatting Kerem Kurt; ■ schriftelijke samenvatting Dorien Boersma; ■ filmpje luisterhouding. ■ Maak de vergeten opdracht(en) alsnog. ■ Bewaar de resultaten in je map. ■ Ruim je werkplek op.

Innotrack

Innotrack verkoopt activity trackers. Dit zijn draagbare apparaten die al je bewegingen meten: bij het wandelen, fietsen, lopen, sporten en zelfs bij het slapen. De trackers worden veel gebruikt door sporters, maar ook door mensen die meer willen bewegen. Innotrack gaat een grote gezondheidsbeurs organiseren. Je bent aangenomen door Innotrack om te helpen bij de organisatie. Er werken ongeveer dertig (vooral jonge) mensen bij Innotrack. De directeuren heten Daniel en Ilona.

Activity trackers zijn erg populair

30


Organiseren van een activiteit Blok 1

Opdrachten aannemen

Opdracht 9 Werk voorbereiden

Je hebt allerlei documenten nodig om je werk goed te kunnen doen. Daarom richt je eerst je werkplek in.

Opdracht 9.1 Maak een map. Geef de map een logische naam, bijvoorbeeld ‘Innotrack’. Opdracht 9.2 Maak ook een map om mediabestanden zoals audiofiles in te bewaren. Opdracht 10 Samenwerken in een team

Samen kun je meer dan alleen. Hoe vind jij het om met anderen samen te werken? Geef antwoord op de volgende vragen. Opdracht 10.1 Zit je op een sport? Is dat een teamsport of een sport die je alleen doet?

Opdracht 10.2 Wat gebeurt er als een team niet goed samenwerkt? Denk bijvoorbeeld aan een voetbalteam waarin de spelers niet goed naar elkaar of de coach luisteren.

31


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

Opdracht 10.3 Werk je op school weleens met anderen samen? Wat vind je daarvan? Vind je dit leuk of niet leuk? Leg uit.

Opdracht 11 Samen kun je meer dan alleen

Daniel vindt het heel belangrijk dat iedereen goed samenwerkt. Hij denkt dat het organiseren van de gezondheidsbeurs alleen lukt als iedereen goed samenwerkt. Maar er zijn mensen in het team die liever in hun eentje werken. Daarom doet Daniel tijdens een werkoverleg een oefening met het team. Hij wil laten zien dat je samen meer kunt dan alleen.

mx_dp_thLees de theorie Samenwerken in een team. Voer daarna de volgende opdracht uit. Opdracht 11.1 Pak een paperclip. Noteer binnen tien minuten zoveel mogelijk dingen die je met een paperclip kunt doen.

Opdracht 11.2 Ga dan samen met vier andere leerlingen rond een tafel zitten. Bekijk elkaars lijst. Zijn er veel verschillen?

32


Organiseren van een activiteit Blok 1

Opdrachten aannemen

Opdracht 11.3 Bedenk samen tien minuten lang nog meer dingen. Je hebt door de ideeën van de anderen vast weer nieuwe ideeën. Noteer ze.

Opdracht 11.4 ■ Tel alle dingen op die je volgens jouw groep met een paperclip kunt doen. ■ Bekijk samen met de hele klas hoeveel dingen er bedacht zijn. ■ Een leerling of de docent schrijft alle dingen op het bord. Dingen die twee keer of vaker genoemd zijn, tellen maar één keer mee! ■ Tel op hoeveel dingen de klas samen verzonnen heeft. De lijst is vast veel langer dan de lijst die je alleen hebt gemaakt! Opdracht 12 Onderzoek doen met een interview

Je bent aangenomen door Innotrack om de gezondheidsbeurs te organiseren. Om meer te weten te komen over de opdracht ga je de directeur van Innotrack interviewen. Je wilt namelijk weten wat voor soort beurs Daniel wil organiseren en hoeveel mensen hij verwacht.

Lees de theorie Interview voorbereiden. Voer daarna de volgende opdrachten uit. Opdracht 12.1 Voordat je naar een interview gaat, denk je na over manieren om het gesprek vast te leggen. Welke voor- en nadelen horen bij welke methode? Noteer het nummer in de juiste kolom. 1 Je hebt tijd om even na te denken tijdens het gesprek. 2 Je opname kan mislukken.

33


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

3 4 5 6

Je Je Je Je

kunt kunt hebt kunt

aantekeningen kwijtraken. het interview later nog eens terugluisteren. je handen vrij. je helemaal concentreren op het gesprek.

Opnameapparatuur

Pen en papier of laptop

Opdracht 12.2 Je wilt Daniel bellen om een afspraak te maken voor het interview. Schrijf op wat je wilt vragen en wat je precies gaat zeggen.

Opdracht 12.3 ■ Vorm samen met twee andere leerlingen een groepje. ■ Oefen het telefoongesprek met een klasgenoot. ■ Je klasgenoot speelt de directeur en jij speelt de medewerker. Een derde klasgenoot maakt een opname. ■ Je wisselt van rol totdat iedereen aan de beurt is geweest. ■ Sla de opname van jouw gesprek op in een audiofile. Opdracht 12.4 Luister met je groepje naar de opnames. ■ Wat ging er goed?

■

Wat ging er minder goed?

■

Wat zou je de volgende keer anders doen?

■

Schrijf dit op en sla het op in je map.

34


Organiseren van een activiteit Blok 1

Opdrachten aannemen

Opdracht 12.5 Je gaat samen met twee collega’s het interview afnemen in een volgende opdracht. Maak alvast een taakverdeling. Schrijf op wie wat zal doen tijdens het gesprek.

Opdracht 13 Vragenlijst maken

Je hebt een afspraak gemaakt met Daniel. Overmorgen heeft hij tien minuten de tijd.

Maak een vragenlijst. Je doel is zoveel mogelijk informatie te krijgen over de gezondheidsbeurs die jij gaat helpen organiseren. Lees de theorie Vragenlijst. Voer daarna de volgende opdracht uit. Opdracht 13.1 ■ Maak een lijst van de vragen die jij wilt stellen. ■ Zet de vragen in de volgorde waarin je ze wilt stellen. ■ Ga naar de checklist Vragenlijst en kijk of je alle soorten vragen hebt. ■ Heb je niet alle soorten vragen? Vul je lijst dan aan. ■ Sla het document op in je map. Opdracht 14 Interview afnemen

Vandaag is het zover: je gaat Daniel interviewen. Je bent best zenuwachtig. Gelukkig ben je goed voorbereid.

Opdracht 14.1 Vorm samen met twee andere leerlingen een groepje. Houd het interview met een klasgenoot. Deze speelt Daniel en jij speelt de medewerker. Een derde leerling maakt een filmpje van het interview.

35


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

Degene die de directeur speelt, mag zelf antwoorden op de vragen verzinnen. Je kunt dus je eigen ideale gezondheidsbeurs bedenken! Bereid je hierop voor door na te denken over hoe de beurs eruit moet zien. ■ Je wisselt van rol totdat iedereen een interview heeft gedaan. ■ Sla de opname op in je map. Opdracht 14.2 Bespreek samen hoe het ging. Wat ging er goed? Wat ging er minder goed? Wat zou je de volgende keer anders doen?

Opdracht 15 Controleren en opruimen

Klaar! Je werkdag zit erop. Of toch niet?

Opdracht 15.1 ■ Controleer of je alle opdrachten hebt gemaakt. ■ Controleer of je de volgende resultaten hebt: ■ verslag over samenwerken; ■ audiofile telefoongesprek; ■ vragenlijst; ■ film interview. ■ Maak de vergeten opdracht(en) alsnog. ■ Bewaar de resultaten in je map. ■ Ruim je werkplek op.

Gemeente Mixdam - ERROR figuur ontbreekt? MIX_036_01_017 -

Mixdam is een kleine stad aan het water. Je vindt er verschillende bedrijven. Het gemeentehuis ligt midden in de oude stad, op de markt tegenover de oude kerk. De gemeente is heel actief op het gebied van sport en welzijn. Je werkt er als secretarieel medewerker. De gemeente wil een groot sportevenement organiseren en heeft jou gevraagd te helpen met de organisatie. Je leidinggevende heet Henry.

36


Organiseren van een activiteit Blok 1

Opdrachten aannemen

Opdracht 16 Werk voorbereiden

Je hebt allerlei documenten nodig om je werk goed te kunnen doen. Daarom richt je eerst je werkplek in.

Opdracht 16.1 Maak een map. Geef de map een logische naam, bijvoorbeeld ‘Partymix’. Opdracht 16.2 Maak ook een map om mediabestanden zoals audiofiles in te bewaren. Opdracht 17 Heb jij veel ideeën?

Dagdromen is goed voor je creativiteit. Wie activiteiten organiseert, moet creatief kunnen zijn! Daarom mag je nu zelf ontdekken hoe creatief jij bent. Stel je voor dat je een feest mag organiseren voor je verjaardag. Omdat je je fantasie in deze opdracht mag laten gaan, is alles mogelijk. Geef antwoord op de volgende vragen. Opdracht 17.1 Waar zal het feest zijn? Op een tropisch eiland? In je achtertuin? Of op een andere plek?

Opdracht 17.2 Wie mogen er komen? Alleen je beste vrienden? Je familie? Je klasgenoten? Of nodig je ook beroemdheden uit?

Opdracht 17.3 Wat ga je eten en drinken?

37


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

Opdracht 17.4 Welke muziek is er te horen op jouw feest? Komt er een band of een dj?

Opdracht 17.5 Zijn er speciale dingen te doen of te zien op jouw feest?

Opdracht 17.6 Maak een document Mijn ideale feest en sla het op in je map. Opdracht 18 Brainstorm

Henry wil graag dat je ideeën verzamelt voor het sportevenement. Hij vraagt jou een brainstormsessie te organiseren met collega’s.

Lees de theorie Brainstormen. Beantwoord daarna de volgende vragen. Opdracht 18.1 Wat is het voordeel van brainstormen?

Opdracht 18.2 Wat is een nadeel van brainstormen?

Opdracht 18.3 Je gaat brainstormen met een groepje van vijf leerlingen. Een leerling is de leider. Kies een mooie plek voor de brainstormsessie: op het sportveld of in de gymzaal of in een park bij de school. Bespreek dit met je docent. Gebruik in ieder geval twee brainstormtechnieken uit de theorie. Het doel van de brainstormsessie is: ideeën bedenken voor een sportevenement voor tieners om ze enthousiast te maken om meer te bewegen. Bedenk ideeën over: ■ de plek: waar zal het evenement plaatsvinden? ■ de dag: doordeweekse dag of juist in het weekend? Welk seizoen? ■ de sportactiviteiten: hoeveel soorten sporten? Welke sporten?

38


Organiseren van een activiteit Blok 1

Opdrachten aannemen

Opdracht 18.4 Schrijf alle ideeën van de brainstorm op een groot vel papier en bewaar deze in je map. Je kunt er ook een foto van maken en deze digitaal opslaan. Je hebt nu dus drie lijsten: ■ ideeën voor de plek; ■ ideeën voor de dag; ■ ideeën voor de activiteiten. Opdracht 19 Van brainstorm naar plan

Henry is erg onder de indruk van jullie ideeën. Nu moeten jullie uit de ideeën de beste kiezen. Daniel wil een lijst van ideeën die je snel en gemakkelijk kunt uitvoeren. Ook moeten ze goed zijn voor het milieu.

Lees de theorie Van brainstorm naar plan en Goed voor het milieu. Voer daarna de volgende opdrachten uit. Werk samen met de vijf leerlingen uit de vorige opdracht. Opdracht 19.1 Jullie gaan met de stickermethode naar de ideeën kijken. Iedereen krijgt een setje gekleurde stickers of post-its. Plak nu op de poster stickers bij de ideeën: ■ een groene sticker bij ideeën die je snel en gemakkelijk kunt uitvoeren; ■ een rode sticker bij ideeën waarover je langer moet nadenken; ■ een blauwe sticker bij de meest originele ideeën; ■ een gele sticker bij ideeën die goed zijn voor het milieu; ■ een zwarte sticker bij ideeën die wel leuk zijn maar eigenlijk niet kunnen.

39


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

Opdracht 19.2 Maak dan een lijst van ideeën met een rode en groene sticker. Sla de lijst op in je map. Opdracht 20 Opdrachtomschrijving

Henry is tevreden over jullie lijst met milieuvriendelijke ideeën die je snel kunt uitvoeren. Hij wil graag een opdrachtomschrijving aan het eind van de week, zodat hij dit met zijn baas kan bespreken.

Lees de theorie Opdrachtomschrijving. Voer daarna de opdracht uit. Opdracht 20.1 Maak van de lijst een opdrachtomschrijving voor Henry. Beschrijf daarin: ■ waar het evenement zal plaatsvinden; ■ op welke dag/datum het evenement zal plaatsvinden; ■ welke sporten er op het evenement te doen zijn. Opdracht 20.2 Vergelijk je opdrachtomschrijving met die van de andere leerlingen uit je groepje. Staat er hetzelfde in? Kun je jouw opdrachtomschrijving nog beter maken? Bewaar het verslag onder de naam Opdrachtomschrijving in je map. Opdracht 21 Presenteren

Jullie hebben de opdrachtomschrijvingen klaar en zijn erg enthousiast over jullie ideeën. Daarom hebben jullie Henry gevraagd of jullie ze tijdens het werkoverleg mogen presenteren. Dat mag!

Lees de theorie Presentatie voorbereiden en Presenteren. Voer daarna de volgende opdrachten uit. Opdracht 21.1 Bereid een presentatie voor van vier à vijf minuten over jullie ideeën voor het sportevenement. Kies samen voor de beste opdrachtomschrijving uit jullie groepje. Gebruik deze voor je presentatie.

40


Organiseren van een activiteit Blok 1

Opdrachten aannemen

Opdracht 21.2 ■ Ga met twee groepjes bij elkaar zitten. ■ Presenteer je ideeën aan elkaar. ■ Film elkaars presentatie met een mobiele telefoon. ■ Sla de film digitaal op in een map. Opdracht 21.3 Geef de andere groep drie tips en drie tops. Welke drie tips en tops heb je gekregen? Tips:

Tops:

Opdracht 22 Controleren en opruimen

Klaar! Je werkdag zit erop. Of toch niet?

Opdracht 22.1 ■ Controleer of je alle opdrachten hebt gemaakt. ■ Controleer of je de volgende resultaten hebt: ■ document Mijn ideale feest; ■ verslag brainstorm; ■ overzicht beste ideeën brainstorm; ■ document Opdrachtomschrijving; ■ filmpjes presentatie. ■ Maak de vergeten opdracht(en) alsnog. ■ Bewaar de resultaten in je map. ■ Ruim je werkplek op.

Oriëntatie op het beroep (LOB) Bedenk eens waar jij goed in bent. Werken is namelijk veel leuker als je het leuk vindt om te doen of iets goed kunt. In de volgende opdrachten ga je nadenken welke opleidingen goed bij jou passen. Opdracht 23 Sociale activiteiten organiseren Opdracht 23.1 Ben jij goed in luisteren? Leg je antwoord uit met een voorbeeld.

41


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

!

Tip

Je kunt een voorbeeld gebruiken van de luisteroefeningen.

Opdracht 23.2 Een talent is iets dat je heel goed kunt en wat je bijna geen moeite kost om te doen. Als je bezig bent met je talent geeft dit je juist energie. ■ Wat is jouw grootste talent?

■

Is luisteren een talent van jou? Leg je antwoord uit.

Opdracht 23.3 Als je activiteiten organiseert, hoef je niet altijd grote muziek- of sportevenementen te organiseren. Er zijn veel leuke beroepen waarbij je kleinere activiteiten bedenkt. Die kleinere activiteiten kunnen heel belangrijk zijn voor een groep mensen, zoals ouderen in een verzorgingshuis, of voor jouw buurbewoners. ■ Werk jij graag samen met mensen? Leg je antwoord uit.

Opdracht 23.4 Wil jij later graag met mensen werken? Bedenk bijvoorbeeld of jij goed kunt luisteren, behulpzaam bent, makkelijk met mensen kunt opschieten of graag wat voor anderen wilt betekenen. Leg je antwoord uit.

Opdracht 23.5 Als jij graag met mensen wilt werken en goed kunt luisteren, is het beroep van sociaal-cultureel werker misschien iets voor jou. Zoek meer informatie op internet over dit beroep. ■ Is het een mbo-opleiding?

42


Organiseren van een activiteit Blok 1

■

Opdrachten aannemen

Welk niveau is het?

■ ■

Welke leerweg kun je doen: BOL of BBL?

■

Wat doe je als sociaal-cultureel werker?

■

Waar ga je werken als sociaal-cultureel werker?

■

Wat moet jij als persoon goed kunnen om dit werk te kunnen doen? Denk bijvoorbeeld aan goed kunnen luisteren.

■

Als je een tijdje als sociaal-cultureel werker bent geweest kun je vaak doorgroeien naar een hogere functie. Welke functies kun je dan gaan doen?

Opdracht 23.6 Is het beroep van sociaal-cultureel werker iets voor jou? ■ Leg uit wat je er wel leuk aan lijkt.

■

Leg uit wat je er niet leuk aan lijkt.

Opdracht 24 De techniek achter de organisatie Bij evenementen zijn er allerlei taken. Een van die taken is het regelen van licht, geluid en beeld. Ben jij handig met computers? Leg je antwoord uit. ■ ■

Vind jij het leuk om te werken met computers of techniek? Leg je antwoord uit. ■ ■ ■

43


Organiseren van een activiteit Blok 1 Opdrachten aannemen

Opdracht 24.1 Als jij graag met techniek wilt werken, is het beroep van podium- en evenemententechnicus misschien iets voor jou. Zoek meer informatie op internet over dit beroep. ■ Is het een mbo-opleiding?

■

Welk niveau is het?

■

Welke leerweg kun je doen: BOL of BBL?

■

Wat doe je als podium- en evenemententechnicus?

■

Waar kun je gaan werken als podium- en evenemententechnicus?

■

Wat moet jij als persoon goed kunnen om dit beroep te gaan doen? Denk bijvoorbeeld aan handig zijn met techniek.

■

Als je een tijdje podium- en evenemententechnicus bent geweest kun je vaak doorgroeien naar een hogere functie. Welke functies kun je dan gaan doen?

Opdracht 24.2 Is het beroep van podium- en evenemententechnicus iets voor jou? ■ Leg uit wat je er wel leuk aan lijkt.

■

44

Leg uit wat je er niet leuk aan lijkt.


Organiseren van een activiteit Theorie

Brainstormen In drie stappen kun je een plan voor een opdrachtgever maken. ■ stap 1: Brainstormen. Hierbij verzamel je ideeën en ben je creatief bezig; ■ stap 2: Van brainstorm naar plan. Hierbij kies je de beste ideeën uit; ■ stap 3: Het plan. De beste ideeën leg je netjes vast in een plan (dit wordt ook wel de opdrachtomschrijving genoemd).

Stap 1: Brainstormen Om nieuwe ideeën te krijgen, kun je gebruikmaken van brainstormen. Brainstormen betekent dat je samen hardop nadenkt. Iedereen zet een idee op papier en vervolgens worden alle ideeën verzameld. Samen bespreek je daarna alle ideeën en bepaal je welk idee het beste is. Houd je bij het brainstormen aan de volgende regels. ■ Hoe meer ideeën hoe beter. ■ Iedereen is gelijk en alle ideeën zijn evenveel waard. ■ Je mag ideeën van anderen gebruiken en daarover verder praten. Wanneer je een activiteit wilt uitwerken is brainstormen een handige techniek. Dit kun je samen met je opdrachtgever doen. ■ Je maakt een groep met een paar collega’s en de opdrachtgever. ■ Je zoekt een rustige vergaderplek. ■ Je stelt een doel. Bijvoorbeeld: we willen na een half uur een activiteit hebben gekozen. Of: we willen tien goede ideeën voor een activiteit verzamelen. ■ Iedereen noemt de ideeën die hij heeft. Iemand schrijft deze ideeën op, bijvoorbeeld op een flipover. Hierna streep je de ideeën door die niet goed uit te voeren zijn of te duur zijn. ■ ■ Daarna praat je verder over de ideeën die over zijn. ■ Het is belangrijk dat je goed luistert naar de anderen en geen kritiek geeft.

Stap 2: Van brainstorm naar plan Het is de bedoeling dat je bij stap 2 de beste ideeën uitkiest. Dit kun je doen door te stickeren, te clusteren en te stemmen. Het gaat er immers om dat jullie allemaal achter het plan staan.

Stickeren en clusteren Naast het opschrijven van ideeën kun je ook stickeren. Iedereen schrijft zijn idee op een sticker en plakt de sticker op een bord. Deze stickers kun je daarna verdelen in groepen, bijvoorbeeld dure

232


Organiseren van een activiteit Theorie

Goed voor het milieu Het milieu Je zorgt bij het organiseren van activiteiten dat je geen milieuvervuiling veroorzaakt. Dit is de vervuiling van het milieu door de mens. Denk aan vervuiling van de lucht (luchtvervuiling), het water (watervervuiling) en de grond (grondvervuiling). Milieuvervuiling zorgt voor beschadiging van de natuur en het leefgebied van dieren. Als je een plan hebt gemaakt voor je opdrachtgever is het goed om daarin te zetten hoe je let op het milieu. Bijvoorbeeld bij punt 4, Uitvoering. Is je plan goed voor het milieu? Hoe gebruik je zo min mogelijk papier? Welke grondstoffen? Kost de activiteit veel stroom of gas of water? Hoe kun je ervoor zorgen dat je zoveel mogelijk bespaart en het milieu zo min mogelijk belast?

Een goede activiteit die goed voor het milieu is! Ook kun je ervoor kiezen om een activiteit te organiseren die goed voor het milieu en gezond voor de opdrachtgever is. Denk bijvoorbeeld aan het onderhouden van een bos of een activiteit waarbij veel beweging komt kijken. Het mooiste zou zijn dat je een gezonde activiteit voor een opdrachtgever bedenkt die dus zowel voor het milieu als voor de opdrachtgever zelf oké is. Je zult daarover goed moeten nadenken. Als het jou lukt om zoiets voor een opdrachtgever te bedenken zullen deelnemers dat zeker waarderen. Je kunt bij het nadenken hierover gebruikmaken van: ■ natuurverenigingen; ■ Staatsbosbeheer; ■ Wereld Natuur Fonds; ■ Natuurmonumenten; ■ je plaatselijke gemeente.

243


Organiseren van een activiteit Theorie

Interview voorbereiden Als je een activiteit organiseert, begin je vaak met een interview. Van tevoren denk je na of je het interview telefonisch of persoonlijk wilt doen. Een telefonisch interview is meestal korter en kost minder tijd. Maar het is minder persoonlijk. Als je zelf naar een bedrijf toegaat en je interviewt degene die de opdracht geeft, dan heb je beter contact. Zowel bij een telefonisch als een persoonlijk interview moet je je voorbereiden. Dit houdt in dat je pen en papier (of laptop) bij de hand hebt en een agenda voor een afspraak. Voordat je het interview afneemt, vraag je jezelf af hoe je dit gaat doen. Neem je het op je smartphone op? Schrijf je alles op? Maak je alleen een samenvatting? Hoe werk je het interview uit? Ga je alleen of doe je het met klasgenoten? Allemaal vragen die je van tevoren kunt beantwoorden. Het voordeel van opschrijven is dat je tijdens het opschrijven kunt nadenken over de volgende vraag. Ook kun je je gedachten ordenen. Het nadeel is dat je moet luisteren én schrijven. Het opnemen op de smartphone is handig, omdat je je helemaal op het interview kunt richten. Later kun je dan nog eens rustig terugluisteren. Ook kun je het volledige interview uittypen in een verslag. Het nadeel van opnemen is dat niet iedereen dit wil. Je moet dus van tevoren toestemming vragen.

Bedenk vooraf ook welke vragen je wilt stellen. Hoeveel vragen wil je stellen? Welke vragen stel je? Sven houdt een interview met de heer Van Mierlo. Hij heeft drie vragen: ‘Hoelang werkt u al bij dit bedrijf?’ ‘Wat moet ik precies doen?’ ‘Welke activiteit moet ik organiseren?’ Het draait natuurlijk om de laatste vraag, maar het is goed om te beginnen met een vraag naar de heer Van Mierlo zelf. Wat is zijn functie? Hoe lang werkt hij al bij het bedrijf? Wat doet hij precies? De meeste mensen vinden het namelijk leuk om iets over zichzelf te vertellen.

Tips voor een interview Hoe ga je het interview afnemen?

Pen en papier, smartphone of beiden?

Welke vragen ga je stellen?

Open vragen of gesloten vragen?

Hoeveel vragen ga je stellen? Hoe ga je het interview uitwerken?

Helemaal overtypen of je eigen samenvatting?

Hoeveel pagina’s mag het interview zijn?

249


Organiseren van een activiteit Theorie

Lichaamstaal en gesprekken Lichaamstaal zegt ook iets over jou. Als je bijvoorbeeld je hoofd tussen je schouders doet, zie je er bang uit (of heb je het koud.) Sommige mensen plukken de hele tijd aan hun kleren of vingers (en lijken geen aandacht voor jou te hebben). Anderen zitten op het randje van hun stoel of kijken op hun horloge (en lijken te willen vertrekken). Goed luisteren laat je zien door je lichaamstaal.

Spiegelen is iets anders dan in de spiegel kijken. Als je lichaamstaal spiegelt, zeg je: ‘Kijk, ik ben precies hetzelfde en er is weinig verschil tussen ons.’ Als iemand dezelfde beweging maakt, geeft dat een gevoel van veiligheid. Dan hoor je bij elkaar. Spiegelen kun je heel goed herkennen bij het voetbalveld. De fans van de voetbalclub doen hetzelfde en zingen hetzelfde. Ze laten daarmee zien dat ze bij elkaar horen. Op je stagebedrijf spiegel je ook. Let maar eens op als iemand met je praat en bijvoorbeeld zijn armen over elkaar doet. De kans is groot dat jij het ook doet. Meestal ben je jezelf hiervan niet bewust. Je kunt ook bewust spiegelen om de ander gerust te stellen.

Samenvatten Als iemand uitgepraat is, kun je kort samenvatten wat hij zegt. Goed samenvatten is iets anders dan ‘papegaaien’. Alleen zinnen herhalen heeft geen zin. Als je samenvat, zeg je wat de ander zei in je eigen woorden. De ander kan zo horen of je het begrepen hebt. Als de ander vindt dat je het niet goed begrepen hebt, dan kan hij of zij aanvullen of extra uitleg geven. Dus je moet niet alleen samenvatten in je gedachten, maar de samenvatting ook uitspreken. Je ziet dan aan de reactie van de ander of je goed hebt geluisterd. Ook kun je doorvragen als je zelf iets niet duidelijk vindt. Achmed staat met je te praten. Hij vertelt over een auto-ongeluk bij hem in de buurt. ‘Nou, die auto zag eruit, zeg. Verschrikkelijk. Maar de bestuurder heeft het overleefd. Dat had ik niet verwacht. De auto is tegen een boom aangereden. En de politie kwam laat, joh. De ambulance was er veel eerder.’ Achmed is uitgepraat. ‘Tjonge’, zeg je. ‘Dus die man is tegen een boom gereden en de politie was heel laat. Gelukkig dat die man nog leeft.’ ‘Ja, inderdaad’, zegt Achmed.

Samenvatten doe je op de volgende manier: ■ Je luistert goed wat de ander zegt. ■ Je kijkt de ander aan en je zegt wat je hebt begrepen. (Let op: niet precies napraten) ■ Je vraagt of het klopt wat je samengevat hebt. ■ Als de ander ‘ja’ zegt is het goed. Zegt de ander ‘nee’, dan vraag je of diegene wil herhalen wat hij gezegd heeft.

261


Organiseren van een activiteit Theorie

Luistervaardigheid Goed luisteren is belangrijk. Als je goed luistert, laat je zien dat je geïnteresseerd bent in de ander. Je stagebegeleider vraagt je om de tablet waarop je aan het werk bent. Je zegt niets, omdat je te ingespannen bezig bent. Je begeleider vraagt nog een keer om de tablet. ‘O, de tablet…’, zeg je. De tweede keer dringt het pas tot je door dat iemand iets aan je vraagt. Je ziet dat het belangrijk is, dat je gelijk luistert als iemand een vraag stelt. Je bent dan serieus en aandachtig. Je draait je gezicht naar de spreker en kijkt hem aan. Je zoekt oogcontact.

Goed luisteren kun je leren. Om goed te luisteren let je op waar het gesprek over gaat. Onze hersenen kunnen 400 woorden per minuut verwerken. Je spreekt ongeveer 150 woorden per minuut. Goed luisteren moet dus lukken! Het is belangrijk dat je goed luistert, want we onthouden maar 20% van wat we horen. Soms is het handig om op te schrijven wat iemand zegt. Zo kun je het beter onthouden.

Luisterhouding Je kunt de ander laten zien dat je luistert. Als iemand iets vertelt, kun je knikken. Je geeft dan aan dat je het begrijpt. Je kijkt de ander aan, zolang deze praat. Dit is non-verbaal. Verder laat je zien dat je luistert door terug te praten tegen de ander. Dit is verbaal.

Luistertips Goed luisteren begint dus met aandacht hebben voor iemand. Dat betekent dat je alleen naar degene kijkt met wie je praat. Als je intussen alle kanten op kijkt, toon je geen interesse in de ander. Je

264


Organiseren van een activiteit Theorie

Opdrachtomschrijving Je hebt het gesprek gevoerd met je opdrachtgever en je eerste plan besproken. Nu maak je hiervan een opdrachtomschrijving. Dit is een beschrijving waarin je alles benoemt wat er afgesproken is en hoe je de opdracht aanpakt. 1 Voorkant (een mooie voorkant met daarop de naam van de opdracht) 2 Inleiding ■ Wat ga je in dit plan beschrijven? ■ Wie ben jij/is jouw bedrijf. ■ Wie is de opdrachtgever en wat was zijn vraag? 3 Beschrijving van de activiteit ■ Waar is de activiteit? ■ Wanneer is de activiteit? ■ Wat ga je doen? 4 Uitvoering ■ Je schrijft op hoe je de opdracht wilt uitvoeren en wie jou daarbij helpen. ■ Je maakt een checklist waarin staat wie, wat, waar en wanneer. 5 Tijdsplanning (SMART) ■ Hoeveel tijd ga je eraan besteden? ■ Wanneer precies en wie controleert dat? 6 Betrokken personen ■ Uit welke personen bestaat jouw groepje? ■ Wie is de opdrachtgever? ■ Welke andere mensen of bedrijven heb je nodig? 7 Kosten ■ Hoeveel geld kost elk onderdeel?

273


Organiseren van een activiteit Theorie

Presentatie voorbereiden Moet je een presentatie houden? Dan is het handig als je deze goed voorbereidt.

Doel en doelgroep Bedenk vooraf wat je wilt bereiken met je presentatie. Wil je je publiek iets leren? Moet je de directie overtuigen van jouw plannen? Of wil je misschien een product verkopen? Zorg ervoor dat je met je presentatie je doel bereikt. De inhoud van je presentatie moet ook passen bij je doelgroep. Het maakt verschil voor wie jij een presentatie houdt. Voor je collega’s, voor de directie van het bedrijf of voor mogelijke kopers van je product? Ook tijdens het voorbereiden van de presentatie houd je rekening met je doelgroep. ■ Wat weten ze al over het onderwerp? ■ Wat vinden ze leuk of interessant? ■ Welke informatie willen ze krijgen?

Een goede opbouw Een goede presentatie heeft een heldere structuur, met een duidelijk begin en eind. Trek met je opening de aandacht van je luisteraars. Grote kans dat ze dan aandachtig blijven luisteren naar de rest van je verhaal. Enkele manieren om te openen: ■ Begin met iets dat pas is gebeurd. ■ Begin met een grapje. ■ Vertel een grappige of opvallende uitspraak die iemand ooit over jouw onderwerp heeft gedaan. ■ Vervolgens geef je je publiek een overzicht van wat je gaat vertellen. ■ Dan komt de inhoud van je presentatie. Breng je boodschap zo eenvoudig mogelijk over: vertel alleen de belangrijkste informatie en gebruik gewone mensentaal. ■ Gebruik veel foto's of tekeningen en soms korte teksten. ■ Aan het eind van je verhaal herhaal je de belangrijkste punten nog eens. - ERROR figuur ontbreekt? MIX_037_th_014 -

Ondersteuning van je verhaal Het is handig om een spiekbriefje te maken met de hoofdpunten van je verhaal. Dat helpt je om niets te vergeten en alles in de goede volgorde te vertellen.

286


Organiseren van een activiteit Theorie

Presenteren Bij een presentatie is niet alleen je verhaal belangrijk. Ook hoé je presenteert.

Ga stevig staan Met je lichaam vertel je de helft van het verhaal. Je lichaamshouding is de manier waarop je staat, praat en beweegt. Je lichaamshouding laat zien of jij je verhaal zelf leuk vindt. Je lichaamshouding drukt ook uit of je open staat voor contact. Maar aan je lichaamshouding is ook te zien of je zenuwachtig of onzeker bent. - ERROR figuur ontbreekt? MIX_037_th_010 Ga daarom stevig staan: voeten op schouderbreedte. Je zult merken dat je niet alleen zekerder overkomt, maar je ook zekerder voelt. - ERROR figuur ontbreekt? MIX_037_th_011 Zet niet je voeten over elkaar. Je staat dan niet alleen wankel en onzeker, maar je voelt je ook zo.

Gebruik je handen om je verhaal te ondersteunen Stel je een spreker voor die stokstijf staat te presenteren. Vergelijk hem met iemand die losjes en ontspannen over het podium beweegt. Of met iemand die zijn verhaal enthousiast ondersteunt met gebaren. Waarschijnlijk vind je de tweede en de derde spreker veel prettiger om naar te kijken en te luisteren. Met beweging kun je de aandacht van je publiek vasthouden. ■ Beeld dingen uit. Bijvoorbeeld: er zijn twee dingen om op te letten. ■ Gebruik je handen om iets aan te wijzen. - ERROR figuur ontbreekt? MIX_037_th_012 Je bewegingen moeten je verhaal wel ondersteunen. Ze moeten de aandacht niet afleiden. Let bijvoorbeeld op de volgende dingen. ■ Friemel niet met je vingers aan je kleding. ■ Sta niet met de armen over elkaar. ■ Stop je handen niet in je zakken. ■ Blijf van je neus af! Merk je dat je bewegingen afleiden, dan kun je het volgende doen.

287


Organiseren van een activiteit Theorie

Vragenlijst Open en gesloten vragen Open vragen beginnen met: wat, wie, waar, waarom, hoe. We noemen ze wel de w- en de h- vragen. Je kunt er niet met ‘ja’ of ‘nee’ op antwoorden. Deze vragen zorgen ervoor dat je meer te weten komt over de ander. Bijvoorbeeld: wat houdt uw werk precies in? Wat moet ik me voorstellen bij uw functie? Dit zijn voorbeelden van open vragen. Gesloten vragen beginnen met een werkwoord, bijvoorbeeld: ‘Heeft u die auto gezien?’ Je kunt hierop ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden.

Directe en indirecte vragen Naast open en gesloten vragen kennen we directe en indirecte vragen. Een directe vraag is gericht op je doel. Je vraagt precies wat je wilt weten. Je kunt ook indirecte vragen stellen. Een indirecte vraag gaat niet recht op het doel af, je neemt een omweg.

Hoofdvragen en bijvragen Als je je interview voorbereidt, begin je met de hoofdvragen. Hoofdvragen zijn belangrijke vragen. Bijvoorbeeld: ‘Welke activiteit heeft u voor mij in gedachten?’ Of: ‘Welke middelen mag ik gebruiken?’ De bijvragen die je stelt, komen meestal na een hoofdvraag. Ze zijn bedoeld om meer details te krijgen. Bijvoorbeeld: ‘Wilt u ook hapjes en drankjes tijdens de activiteit?’

317


BEGRIPPEN


Organiseren van een activiteit Begrippen

332


Organiseren van een activiteit Begrippen

BEGRIPPEN

aandacht hebben

Naar een ander kijken en interesse laten zien.

AED-apparaat

Apparaat dat iemand met hartfalen elektrische schokken toedient om het hart weer op ritme te krijgen.

Algemene Plaatselijke Verordening

(APV) Verordening van de gemeente waarin precies omschreven staat wat de regels zijn voor meldingen en vergunningen.

ambulance

Hulpdienst om zo snel mogelijk mensen in nood te kunnen helpen.

Arbowet

Wet op de arbeidsomstandigheden. Hierin staan regels voor veilig en gezond werken. Bedrijven moeten zich aan deze regels houden.

bakken

Verhitten van voedsel in de oven of in een pan.

bederfelijke artikelen

Artikelen die kunnen bederven en ziektes kunnen overbrengen.

bedrijfshulpverlener

Medewerker die in een bedrijf eerste hulp verleent bij een ongeluk.

bedrijfshulpverlening (BHV)

Groep mensen die een gebouw kan ontruimen en eventueel eerste hulp kan verlenen.

beeld

Idee of gedachte over iets, bijvoorbeeld een gedachte over je toekomstige vakantie.

begrote kosten

Kosten die je denkt te maken voordat de activiteit begint.

bestellijst

Lijst van materialen en middelen die nodig zijn voor een activiteit.

beveiligingsplan

Plan om de beveiliging goed te regelen.

333


Organiseren van een activiteit Begrippen

bezuinigen

Besparen op uitgaven door bijvoorbeeld bepaalde zaken niet te kopen.

bijvraag

Minder belangrijke vraag; vraag naar verduidelijking, meer uitleg van het antwoord op een hoofdvraag.

blusdeken

Brandwerende en blussende deken die je kunt gebruiken om personen te blussen.

boodschap

Wat er gezegd wordt.

brainstorm

Creatieve manier om op ideeën te komen. Door de vele ideeën ontstaan er vanzelf ook weer nieuwe.

Brandbeveiligingsverordening

Verordening op het gebied van de brandveiligheid. De brandbeveiligingsverordening biedt ook regels voor de aanvraag van een gebruiksvergunning voor ‘bouwwerken, geen gebouw zijnde’ (tenten, markten, en dergelijke).

brandklasse

Groep branden die op elkaar lijken.

Brandklasse A

Brand van vaste stoffen.

Brandklasse B

Brand van vloeibare stoffen.

Brandklasse C

Brand van gassen.

Brandklasse D

Brand van brandbare metalen.

Brandklasse E

Elektrische brand.

Brandklasse F

Brand van zeer hete olie en vet.

brandslang

Slang die aangesloten is op het waterleidingnetwerk en waarmee branden kunnen worden geblust.

brandweer

Hulpdienst ter bestrijding van branden.

budget

Bedrag dat je gebruikt voor al je uitgaven. Om te weten of je voldoende budget hebt, maak je een overzicht van alle verwachte opbrengsten en uitgaven.

budget

Bedrag dat je gebruikt voor al je uitgaven. Om te weten of je voldoende budget hebt, maak je een overzicht van alle verwachte opbrengsten en uitgaven.

clusteren

Methode bij het brainstormen waarbij je gestickerde ideeën groepeert.

334


Organiseren van een activiteit Begrippen

communiceren

Proces waarin Iemand (zender) iets (boodschap) zegt tegen een ander (ontvanger).

compartimenteren

Opdelen van een groep mensen in kleinere groepen.

controleren

Regelmatig nakijken van blusapparaten en noodverlichting om te zien of alles nog goed werkt.

coĂśrdinaten

Code die aangeeft waar iets staat in een plattegrond. De hokjes van de plattegrond zijn genummerd met een letter en een cijfer die samen de code vormen.

crowd control

Het controleren van een grote groep mensen en eventuele problemen aanpakken.

crowd management

Het leiden van een grote groep mensen in goede banen.

deadline

Uiterste datum dat iets af moet zijn.

dia

Scherm in een presentatieprogramma, bijvoorbeeld PowerPoint. Op een dia kun je tekst, beeld of geluid zetten.

diavoorstelling

Reeks dia’s die na elkaar getoond worden. Gemaakt met een presentatieprogramma, bijvoorbeeld PowerPoint of Prezi.

digitale agenda

Programma waarin je kunt bijhouden wanneer je wat doet.

directe vraag

Vraag die doelgericht is. Je vraagt precies wat je wilt weten.

doel

Wat wil je bereiken, waar je naartoe werkt.

doelgroep

Groep mensen voor wie je informatie of product bedoeld is.

doelgroep

Groep mensen voor wie je de activiteit organiseert. Een activiteit kan meerdere doelgroepen hebben.

doelgroep

Groep mensen voor wie je een activiteit wil organiseren.

doordraaischema

Schema met wedstrijdvolgordes. Als je met meerdere teams op meerdere velden/ruimtes speelt, is het handig om een schema te maken waarin de teams doordraaien en zo elkaar allemaal tegenkomen.

doorvragen

Nieuwe vragen stellen over iets wat nog niet helemaal duidelijk is.

draaiboek

Stap-voor-stapoverzicht van alle dingen die je moet doen en hoe je alles moet organiseren.

335


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Organiseren van een activiteit by ThiemeMeulenhoff - Issuu