Skip to main content

Onderwijsassistent activiteiten bij leren PW niveau 4 werkboek

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 4 Deze uitgave Onderwijsassistent Activiteiten bij leren PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande kerntaken uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. P3-K1-W1 Bereidt de uitvoering van lesactiviteiten voor P3-K1-W2 Voert lesactiviteiten uit P3-K1-W3 Biedt (specifieke) ontwikkelingsgerichte lesactiviteiten aan

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

PW Onderwijsassistent Activiteiten bij leren PW WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerking - verwerkingsopdrachten, toepassing - praktijksituaties, beroepsvaardigheden en themaopdrachten - test je kennis - reflectie/evaluatie over het gehele thema; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent.

Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Onderwijsassistent Activiteiten bij leren PW

pedagogisch werk

Herz

ien

Auteur: M. Baseler R.F.M. van Midde A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 435405

MBO_WB_190x270mm_OWA_Act-bij-leren.indd All Pages

12/06/19 09:15


Onderwijsassistent Activiteiten bij leren PW Niveau 4

M. Baseler R.F.M. van Midde A.C. Verhoef


Colofon Colofon Auteurs M. Baseler R.F.M. van Midde A.C. Verhoef

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff learning design company. Wezich brengen content, uitgeverij leerontwerp en learning ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve tot een technologie samen. onzecontent, groeiende expertise, en samen. design company. We Met brengen leerontwerp enervaring technologie leeroplossingen zijn expertise, we een partner voor scholen bij het zijn vernieuwen en Met onze groeiende ervaring en leeroplossingen we een partner verbeteren onderwijs. Zo kunnen we samen beter rechtZodoen aanwe de voor scholenvan bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. kunnen verschillen lerenden en verschillen scholen entussen ervoor zorgen en datscholen leren steeds samen betertussen recht doen aan de lerenden en persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.

Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

Samen leren vernieuwen.

Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam

Fotografie omslag Mathilde Karrèr

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Illustraties Erik Eshuis © blz. 85, 86 Shutterstock © blz. 59, 70

Technisch tekenwerk TiekstraMedia, Groningen

ISBN 978 90 06 43540 5 Tweede druk, eerste oplage, 2019 www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 033 448 3800 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2019 ISBN 978 90 06435405 Tweede druk, eerste oplage,Niets 2019uit deze uitgave mag worden Alle rechten voorbehouden. verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, of openbaar gemaakt, in enige vorm2019 of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar invan enige vorm uit of deze op enige wijze, hetzij elektronisch, Voor zovergemaakt, het maken kopieën uitgave is toegestaan op mechanisch, door16B fotokopieën, enig andere grond van artikel Auteurswetopnamen, 1912 j° hetofBesluit van 23 manier, augustuszonder 1985, voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Voor zover het maken van kopieën uit Postbus deze uitgave toegestaan op Reproductierechten Organisatie (PRO), 3060, is 2130 KB Hoofddorp grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het van 23uitaugustus 1985, (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen vanBesluit gedeelte(n) deze Stbl. 471inen artikel 17 Auteurswet 1912, dientcompilatiewerken men de daarvoor(artikel wettelijk uitgave bloemlezingen, readers en andere 16 verschuldigde vergoedingen voldoen aan Stichting Voor Publicatieen Auteurswet) dient men zich tottede uitgever te wenden. meer informatie Reproductierechten 3060, 2130 KB Hoofddorp over het gebruik vanOrganisatie muziek, film(PRO), en het Postbus maken van kopieën in het onderwijs (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient ernaar men zich tot de de uitgever te wenden. Voor meer De uitgever heeft gestreefd auteursrechten te regelen volgens de informatie over het gebruik van die muziek, film en menen het maken vanrechten kopieën wettelijke bepalingen. Degenen desondanks zekere tein het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten Deze uitgavedoen is volledig CO2kunnen -neutraalzich geproduceerd. te kunnen gelden, alsnog tot de uitgever wenden. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Sociaal-agogisch werk 1 1

1

1

Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.

8

b

1

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

2

Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?

c

Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.

d

Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.

De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

1 9

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.

Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?

Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

1

1

Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.

Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.

1 18

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Evaluatie Studiehulp

1 Sociaal-agogisch werk 1

Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.

Juist Onjuist

◯ ◯

◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Pedagogisch werk 2

Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.

1 28

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oriënteren Oefenen Toepassen Transfer

Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren

1 1

1 2 3

Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.

4

Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?

5

Oefenen 6 7

Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

309

1 22

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Lesactiviteiten

10

Verwerking 11 Verwerkingsopdrachten 11 Hoofdstuk 1 Van leerdoel naar werkvorm Hoofdstuk 2 Zorgleerlingen 17

11

Toepassing 26 Praktijksituaties 26 Merel en Caro koppelen lesactiviteiten aan leerdoelen 26 Glenn gaat naar een school voor speciaal basisonderwijs 28 Vaardigheden 31 Een lesactiviteit voor digitale geletterdheid ontwerpen en uitvoeren Structuur bieden aan zorgleerlingen 37 Themaopdrachten 40 Evaluatie 43 Studiehulp 43 Hoofdstuk 1 Van leerdoel naar werkvorm Hoofdstuk 2 Zorgleerlingen 44 Evaluatie en reectie 45

Thema 2 Taal

43

47

Verwerking 49 Verwerkingsopdrachten 49 Hoofdstuk 3 Leergebied Taal 49 Hoofdstuk 4 Woordenschat 51 Hoofdstuk 5 Voorlezen en vertellen 55 Hoofdstuk 6 Luisteren en spreken 59 Hoofdstuk 7 Lezen 62 Hoofdstuk 8 Schrijven 66 Hoofdstuk 9 Stellen 69 Hoofdstuk 10 Spellen 72 Hoofdstuk 11 Engels en Fries 77 Toepassing 80 Praktijksituaties 80 Carmen gebruikt haar ervaring ook thuis 80 Taal en thema Vriendjes 83 Vaardigheden 88 Een lesactiviteit Taal ontwerpen en uitvoeren 88 Voorlezen aan leerlingen 94 Themaopdrachten 96

1 6

31


Evaluatie 98 Studiehulp 98 Hoofdstuk 3 Leergebied Taal 98 Hoofdstuk 4 Woordenschat 98 Hoofdstuk 5 Voorlezen en vertellen 99 Hoofdstuk 6 Luisteren en spreken 100 Hoofdstuk 7 Lezen 101 Hoofdstuk 8 Schrijven 101 Hoofdstuk 9 Stellen 102 Hoofdstuk 10 Spellen 103 Hoofdstuk 11 Engels en Fries 104 Evaluatie en reflectie 105

Thema 3 Rekenen en wiskunde

107

Verwerking 108 Verwerkingsopdrachten 108 Hoofdstuk 12 Leergebied rekenen en wiskunde Hoofdstuk 13 Wiskundig inzicht 113 Hoofdstuk 14 Getallen 119 Hoofdstuk 15 Meten en meetkunde 122

108

Toepassing 125 Praktijksituaties 125 Rekenen en wiskunde 125 Rekenproblemen 126 Vaardigheden 127 Een lesactiviteit voor rekenen ontwerpen en uitvoeren Themaopdrachten 133 Evaluatie 135 Studiehulp 135 Hoofdstuk 12 Leergebied rekenen en wiskunde Hoofdstuk 13 Wiskundig inzicht 135 Hoofdstuk 14 Getallen 136 Hoofdstuk 15 Meten en meetkunde 137 Evaluatie en reflectie 138

Thema 4 Wereldoriëntatie

127

135

140

Verwerking 142 Verwerkingsopdrachten 142 Hoofdstuk 16 Leergebied oriëntatie op jezelf en de wereld Hoofdstuk 17 Jezelf en de ander 145 Hoofdstuk 18 De samenleving 147 Hoofdstuk 19 De ruimte om je heen 152 Hoofdstuk 20 Planten, dieren en de mens 155 Hoofdstuk 21 Tijd 157 Hoofdstuk 22 Natuurkunde en techniek 161

1 7

142


Toepassing 163 Praktijksituaties 163 Nienke denkt na over brede vorming 163 Jena stelt vragen 165 Vaardigheden 166 Een lesactiviteit voor wereldoriëntatie ontwerpen en uitvoeren 166 Themaopdrachten 172 Evaluatie 174 Studiehulp 174 Hoofdstuk 16 Leergebied oriëntatie op jezelf en de wereld Hoofdstuk 17 Jezelf en de ander 174 Hoofdstuk 18 De samenleving 175 Hoofdstuk 19 De ruimte om je heen 175 Hoofdstuk 20 Planten, dieren en de mens 176 Hoofdstuk 21 Tijd 177 Hoofdstuk 22 Natuurkunde en techniek 177 Evaluatie en reflectie 178

Thema 5 Kunstzinnige oriëntatie

174

180

Verwerking 182 Verwerkingsopdrachten 182 Hoofdstuk 23 Leergebied kunstzinnige oriëntatie Hoofdstuk 24 Beeldende vorming 185 Hoofdstuk 25 Muziek 189 Hoofdstuk 26 Drama 193 Hoofdstuk 27 Dans 196 Hoofdstuk 28 Cultureel erfgoed 199

182

Toepassing 204 Praktijksituaties 204 Project ‘Houden van’ 204 Creatief met rolletjes karton 205 Vaardigheden 206 Een lesactiviteit voor kunstzinnige oriëntatie ontwerpen en uitvoeren Themaopdrachten 212 Evaluatie 214 Studiehulp 214 Hoofdstuk 23 Leergebied kunstzinnige oriëntatie Hoofdstuk 24 Beeldende vorming 214 Hoofdstuk 25 Muziek 215 Hoofdstuk 26 Drama 216 Hoofdstuk 27 Dans 216 Hoofdstuk 28 Cultureel erfgoed 217 Evaluatie en reflectie 218

1 8

214

206


Thema 6 Bewegingsonderwijs

220

Verwerking 221 Verwerkingsopdrachten 221 Hoofdstuk 29 Leergebied bewegingsonderwijs Hoofdstuk 30 Bewegingsvormen 224 Hoofdstuk 31 Spelvormen 225 Hoofdstuk 32 Bewegen op muziek 228

221

Toepassing 231 Praktijksituaties 231 Trefbal met groep 4 231 Bastiaan begeleidt groep 7/8 232 Vaardigheden 234 Een lesactiviteit voor bewegingsonderwijs ontwerpen en uitvoeren Themaopdrachten 240 Evaluatie 242 Studiehulp 242 Hoofdstuk 29 Leergebied bewegingsonderwijs Hoofdstuk 30 Bewegingsvormen 243 Hoofdstuk 31 Spelvormen 243 Hoofdstuk 32 Bewegen op muziek 244 Evaluatie en reectie 245

Thema 7

Vo en mbo

242

247

Verwerking 248 Verwerkingsopdrachten 248 Hoofdstuk 33 Activiteiten in vo en mbo 248 Toepassing 253 Praktijksituaties 253 Een aangepaste tuin 253 Emet werkt op een mbo-school 255 Vaardigheden 259 Een lesactiviteit op het vo of mbo ontwerpen en uitvoeren Themaopdrachten 265 Evaluatie 266 Studiehulp 266 Hoofdstuk 33 Activiteiten in vo en mbo 266 Evaluatie en reectie 267

Observatielijsten

269

1 9

259

234


Thema 1 Lesactiviteiten

1

Jij gaat werken als onderwijsassistent. Het overgrote deel van de studenten OA wil aan de slag in het basisonderwijs. Een klein deel kiest bewust voor vo of mbo. We gaan daarom vooral uit van het primair onderwijs, maar nemen, waar dat mogelijk is, jouw taken in andere onderwijsvormen mee. Lesactiviteiten in het primair onderwijs zijn gebaseerd op de kerndoelen. In de praktijk heb je echter vooral te maken met verschillende uitwerkingen van die kerndoelen. Er zijn uitwerkingen op landelijk niveau, uitwerkingen van uitgevers van lesmethoden en natuurlijk uitwerkingen van scholen en leerkrachten zelf. De verschillende leergebieden kun je ook prima (en bij voorkeur) met elkaar combineren. Als je dat doet, werk je aan de brede vorming van je leerlingen of studenten. Bij het uitwerken van lesactiviteiten werk je methodisch. Je brengt achtereenvolgens de beginsituatie, de leerdoelen, de activiteit zelf, de uitvoering en de evaluatie in beeld. Je lesactiviteiten ontwikkel je gericht op een specifieke doelgroep. Dat kan een hele klas zijn, een individuele leerling of een zorgleerling. Een zorgleerling is een leerling die zonder extra zorgbegeleiding op school niet of moeilijk mee kan komen, vanwege een ernstige beperking of ontwikkelingsstoornis. Hoofdstuk 1: Van leerdoel naar werkvorm • doelgericht leren • SLO en leerdoelen • curriculum.nu • eisen voor het voortgezet onderwijs • eisen voor het middelbaar beroepsonderwijs • brede vorming • lesactiviteiten ontwerpen Hoofdstuk 2: Zorgleerlingen • passend onderwijsaanbod • leerlingen met een verstandelijke beperking • leerlingen met autismespectrumstoornis • leerlingen met aandachtsstoornissen • leerlingen met DCD • leerlingen met dyslexie • leerlingen met dyscalculie • leerlingen met NLD • leerlingen met taalontwikkelingsstoornis • leerlingen met gedragsproblemen • leerlingen met hechtingsproblemen • leerlingen die hoogbegaafd zijn

1 10


Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Van leerdoel naar werkvorm 1

1

In het onderwijs werk je resultaatgericht naar een doel toe. Vul de juiste woorden in. Kies uit: didactisch concept – eindtermen – kerndoelen – leerlijnen – visie en

De overheid stelt

vast, die

beschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen. De Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) werkt de kerndoelen uit tot . Op welke manier een school naar het einddoel toewerkt, hangt af van de van de school. Van daaruit werkt de school een uit. 2

Zet op de juiste plaats: behaalde leerdoelen – beschreven leerdoelen – didactisch concept – didactisch model – didactische werkvormen – leerplan

3

Kerndoelen gelden voor alle basisschoolleerlingen. Hoe komt het dat scholen dan toch zo sterk van elkaar kunnen verschillen?

1 11


THEMA 1 Lesactiviteiten

4

Wat is de overeenkomst en wat is het verschil tussen Tule en de inhoudslijnen van het SLO?

5

Kies het juiste antwoord. a Referentieniveaus zijn er voor: a Rekenen en WereldoriĂŤntatie b Taal en Bewegingsonderwijs c Taal en Rekenen d Taal en WereldoriĂŤntatie b Het referentieniveau dat leerlingen van het vmbo moeten halen is: a 1F b 2F c 3F d 4F c Er zijn twee soorten referentieniveaus, namelijk: a 1F en 2F b basisonderwijs en voortgezet onderwijs c F-niveau en S-niveau d referentiekader en referentieniveau

6

Geef aan of de stellingen over Curriculum.nu juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

Onjuist

Curriculum.nu wil de kerndoelen herzien. Ontwikkelteams van het ministerie van onderwijs werken aan nieuwe leerdoelen. Er is ook een ontwikkelteam voor digitale geletterdheid.

7

Wat is het verschil tussen kerndoelen en eindtermen in het voortgezet onderwijs?

1 12


Verwerkingsopdrachten

8

1 Van leerdoel naar werkvorm

Geef aan of de stellingen over het vmbo juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

Onjuist

Er zijn tien profielen waar leerlingen van de beroepsgerichte leerwegen uit kunnen kiezen. Leerlingen van de beroepsgerichte leerwegen volgen geen praktijkvakken. Leerlingen van de beroepsgerichte leerwegen mogen meerdere profielen kiezen.

9

Een kwalificatiedossier voor het mbo bestaat uit de volgende delen: basisdeel, profieldeel en keuzedeel. Combineer het deel uit het kwalificatiedossier met de juiste omschrijving.

Deel uit kwalificatiedossier

10

Omschrijving

1

Basisdeel

a

Dit deel bestaat uit beroepsgerichte taken.

2

Profieldeel

b

Dit deel bestaat uit de verrijking van de kwalificatie. De student kan zijn vakmanschap verbreden of verdiepen.

3

Keuzedeel

c

Dit deel omvat de beroepsspecifieke eisen op het gebied van vakkennis, vaardigheden en houdingsaspecten.

Welke onderdelen horen bij brede vorming? Kies de juiste antwoorden. a Kennis b Beroepsvaardigheden c Sociale vaardigheden d 21e-eeuwse vaardigheden e Burgerschap f Emotionele ontwikkeling g Talentontwikkeling h Persoonlijke groei

1 13


THEMA 1 Lesactiviteiten

1

11

a

Bedenk een activiteit die bijdraagt aan brede vorming. Doe dit door het schema hieronder in te vullen.

Naam activiteit Leeftijdsgroep Doelgebieden Materiaal Aantal Plaats Duur Beschrijving

1

b

12

Deel je idee met een medestudent. Bespreek samen de overeenkomsten en verschillen van jullie plannen.

Het onderwijs heeft drie functies. Zet de functies op de juiste plaats. Kies uit: kwalificatie – selectie – socialisatie Functie

Omschrijving De taak om ervoor te zorgen dat leerlingen op de juiste plek terechtkomen. Het overdragen van waarden en normen, zodat leerlingen ook echt mee kunnen doen in de samenleving. Zorgen dat leerlingen kennis, vaardigheden en houdingen aanleren die relevant zijn voor de arbeidsmarkt en in de samenleving.

1 14


Verwerkingsopdrachten

13

a

1 Van leerdoel naar werkvorm

Bij ontwikkelingsgerichte activiteiten gaat het om zeven ontwikkelingsaspecten. In de tabel vind je een omschrijving van deze ontwikkelingsaspecten. Vul in de linkerkolom in om welk aspect het gaat. Kies uit: cognitieve ontwikkeling – creatieve ontwikkeling – culturele ontwikkeling – emotionele ontwikkeling – lichamelijke ontwikkeling – persoonlijkheidsontwikkeling – sociale ontwikkeling Ontwikkelingsaspect

Omschrijving Ontwikkeling van het gevoelsleven. Ontwikkeling in de omgang met anderen. Ontwikkeling om zelf dingen te bedenken en met oplossingen te komen. Verstandelijke ontwikkeling. Ontwikkeling in groei, spierkracht, zintuigen en motoriek. Ontwikkeling van jezelf als persoon. Ontwikkeling die is gericht op eigen en andermans kunst(uitingen) en erfgoed.

b

Vul steeds de ontwikkelingsaspecten in die het meest gestimuleerd worden. Als je leerlingen in teams een balspel laat spelen, dan stimuleer je zowel de ontwikkeling als de

ontwikkeling.

Als je een leerling met behulp van de website Van A naar Beter de snelste route van A naar B laat bepalen, dan stimuleer je zowel de ontwikkeling als de

ontwikkeling.

Als je een leerling een tekening laat maken op basis van een zelfgekozen ontwikkeling als de

schilderij, dan stimuleer je zowel de ontwikkeling als de

ontwikkeling.

Als je een leerling rijtjes deelsommen laat oefenen, dan stimuleer je alleen de ontwikkeling.

1 15


THEMA 1 Lesactiviteiten

14

Waarom is bij het aanbieden van leerstof in samenhang belangrijk dat je op de hoogte bent van de leerlijnen in de methodes? a De methodes van zaakvakken bieden al vaak samenhangende thema’s aan. b Je kunt dan aansluiten bij wat de kinderen juist aan het leren zijn bij bijvoorbeeld taal en rekenen. c Je kunt ervoor zorgen dat je geen opdrachten bedenkt die kennis en vaardigheden vragen die de kinderen nog niet hebben. d Je weet dan welk thema je niet kunt aanbieden en welk thema wel. e Je weet dan welke voorkennis de kinderen hebben.

15

a

Welk leergebied speelt altijd een cruciale rol als je leergebieden in samenhang wilt aanbieden?

b

Welke onderdelen van dat leergebied kunnen steeds aan de orde komen?

16

Geef in stappen aan hoe samenhang tussen leergebieden bereikt kan worden. Zet een 1 voor de eerste stap, een 2 voor de volgende stap en zo verder.

Stap

Samenhang leergebieden Bestudeer de leerlijnen en kerndoelen van de gekozen vakken. Bedenk bij elk vakgebied hoe je het in het thema kunt inpassen. Bedenk een thema of kies een thema dat zich al voordoet op school. Bestudeer de methodes van de gekozen vakken voor de concrete uitwerking. Bedenk bij welke vakgebieden het thema kan aansluiten.

1

17

In een drukke straat dicht bij school is een ongeluk gebeurd. Gelukkig niet met dodelijke aoop, maar op school wordt er veel over gepraat. Ouders en leerkrachten maken zich zorgen over de veiligheid, want veel kinderen moeten de straat oversteken om op school te komen. Jij bent onderwijsassistent in groep 4/5. Bedenk een project dat je in de klas kunt doen naar aanleiding van deze gebeurtenis.

1 16


Verwerkingsopdrachten

18

2 Zorgleerlingen

Geef aan of de stellingen juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

Onjuist

Neem kinderen zo veel mogelijk uit handen. Dan leren ze zelfstandig te werken. Door samen te spelen en samen te werken leren kinderen zichzelf beter kennen. Creatief denken wil zeggen dat je langs nieuwe wegen naar oplossingen zoekt. Woordjes leren zonder context is een goede manier om de woordenschat van kinderen uit te breiden.

1

19

Je bent onderwijsassistent in groep 7/8 en de leerkracht vraagt of je een groepje leerlingen wilt begeleiden bij het ontwerpen van een speeltuin. Leg uit op welke manier je daarbij drie van de volgende aspecten kunt stimuleren. Kies uit: communicatie – creativiteit en motoriek – ondernemend gedrag – samenwerken – zelfstandig werken

20

Het ontwerpen van een lesactiviteit doe je in vijf stappen. Zet de volgende onderdelen op de juiste plaats in het schema. Kies uit: inleiding – kennis – leeftijd – leefwereld – materiaal – tevreden? – thema – tijd – toepassing Beginsituatie

Leerdoel

Activiteit

Uitvoeren

Evalueren

1 Zorgleerlingen 2

1

Zet de woorden op de juiste plek. Kies uit: passend onderwijs – reguliere onderwijs – samenwerkingsverband – speciaal basisonderwijs – zorgplicht – zorgleerlingen Als onderwijsassistent heb je te maken met leerlingen die verschillen qua culturele achtergrond, qua persoonlijkheid en in niveau. In elke groep zijn er ook te vinden. Zij hebben recht op

1 17


THEMA 1 Lesactiviteiten

, het liefst binnen het geldt dat scholen een

. Hierbij hebben. Kan de school een zorgleerling

niet zelf plaatsen, dan hoeven ouders/verzorgers niet zelf op zoek naar een andere werken scholen voor

school. In het

samen met reguliere basisscholen om leerlingen een passende plek te bieden. 2

In de gespecialiseerde opvang werk je met kinderen en jongeren met een ontwikkelingsstoornis. a Welke stellingen over ontwikkelingsstoornissen zijn juist? Kies de juiste antwoorden. a Bij een ontwikkelingsstoornis is er een direct verband tussen de stoornis en het gedrag. b De belangrijkste oorzaak van een ontwikkelingsstoornis is de omgeving. c Door een ontwikkelingsstoornis wordt de zone van de naaste ontwikkeling aangetast. d Een ontwikkelingsstoornis treedt meestal op na de puberteit. b Wat is een veelvoorkomende groep ontwikkelingsstoornissen waar jij als onderwijsassistent mee te maken kunt krijgen?

3

a

Wat is een opvoedingsprobleem? Kies het juiste antwoord. a Als de kinderen geen vertrouwen meer hebben in de opvoedkundige kwaliteiten van hun ouders. b Als de straffen van de ouders geen invloed hebben op het grensoverschrijdende gedrag van de kinderen. c Als ouders en kinderen niet goed naar elkaar luisteren. d Als problemen tussen ouders en kinderen niet meer binnen het gezin opgelost kunnen worden.

1 18


Verwerkingsopdrachten

b

2 Zorgleerlingen

Bij opvoedingsproblemen hebben de ouders hulp van buiten het gezin nodig. Het opvoedingsprobleem kan verschillende niveaus van zwaarte hebben. Welke zwaarte hoort bij welke omschrijving? Noteer de juiste term en zet in de eerste kolom de zwaarte erbij genummerd van 1 (licht) t/m 4 (zwaar).

Zwaarte

c

d

Omschrijving a

Er is sprake van een complexe hulpvraag en ouders ervaren hun situatie als uitzichtloos.

b

Het gaat om enkelvoudige, praktische en herkenbare problemen die ouders zelf nog niet zo goed kunnen hanteren.

c

Het gaat om opvoedproblemen die al wat langer bestaan. Ouders kunnen niet goed met de problemen omgaan.

d

Ouders zijn paniekerig en gestrest en ze hebben het idee dat er iets moet gebeuren omdat de situatie anders uit de hand loopt.

Bij de opvoeding is communicatie erg belangrijk. Vooral bij oudere kinderen is dat het geval. Waarom moeten ouders goed met hun kinderen communiceren? Kies de juiste antwoorden. a Als kinderen beter kunnen communiceren dan de ouders, nemen ze het huishouden over. b Als ouders niet kunnen communiceren, gaan ze hun kinderen slaan. c Kinderen voelen zich verwaarloosd als ouders slecht communiceren. d Kinderen willen dat ouders uitleggen waarom iets niet mag. e Kinderen willen onderhandelen over regels. Sommige groepen ouders hebben meer problemen met opvoeden van hun kinderen dan andere groepen ouders. Welke groepen ouders zijn dat? Kies de juiste antwoorden. a Alleenstaande ouders in vergelijking met twee-oudergezinnen. b Arme ouders, in vergelijking met ouders die modaal verdienen. c Gezinnen die in steden wonen, in vergelijking met gezinnen die in dorpen wonen. d Gezinnen waarbij opa’s en oma’s overleden zijn, in vergelijking met gezinnen waar opa’s en oma’s regelmatig op bezoek komen. e Gezinnen waarin beide ouders fulltime werken in vergelijking met gezinnen waar ouders niet fulltime werken. f Meertalige ouders, in vergelijk met ouders die dezelfde moedertaal spreken. g Minder begaafde ouders in vergelijking met begaafde ouders.

1 19


THEMA 1 Lesactiviteiten

4

Geef bij ieder kenmerk aan of het een ontwikkelingsprobleem of ontwikkelingsstoornis is.

Ontwikkelingsprobleem

Ontwikkelingsstoornis

Zorgt voor grote belemmering in de ontwikkeling. Omgeving is belangrijkste oorzaak. Geen rechtstreeks verband tussen probleem en gedrag. Zone van naaste ontwikkeling is aangetast. Heeft vooral invloed op huidige ontwikkeling van het kind.

5

Een verstandelijke beperking wordt duidelijk voor het achttiende levensjaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking is er sprake van een andere ontwikkeling. Vul de juiste woorden in. Kies uit: incomplete ontwikkeling – stilstand in de ontwikkeling – te trage ontwikkeling – terugval in de ontwikkeling a

Als de ontwikkeling van een foetus tijdens de zwangerschap niet volledig is, dan is er sprake van een

b

.

Als een kind door een ontwikkelingsstoornis een grote achterstand oploopt, is er .

sprake van een c

Als een kind eerst een bepaalde vaardigheid heeft, maar die vaardigheid weer .

verliest, is er sprake van een d

Als een kind zich tijdelijk niet verder ontwikkelt op een bepaald gebied, zonder aanwijsbare reden, dan is er sprake van een .

6

Lees de volgende situatieschets.

Myra is 14 jaar oud en heeft een verstandelijke beperking. Ze kan praten, maar gebruikt alleen eenvoudige woorden en zinnen. Op school kan ze zelfstandig eenvoudige taken uitvoeren, zoals plantjes water geven en brood smeren. Myra is snel afgeleid en neemt snel de mening over van anderen die een grotere mond hebben. Wat betreft haar motoriek valt op dat Myra een beetje onhandig en houterig beweegt.

1 20


Verwerkingsopdrachten

a

b

c

2 Zorgleerlingen

Welke bewering is juist? a Myra heeft waarschijnlijk een autismespectrumstoornis. b Myra heeft waarschijnlijk een leerstoornis én aandachtsstoornis. c Myra heeft waarschijnlijk een lichte verstandelijke beperking. d Myra heeft waarschijnlijk een matige verstandelijke beperking. Leerlingen met een verstandelijke beperking ontwikkelen vaak een negatief zelfbeeld. Hoe komt dat? Kies de juiste antwoorden. a Deze leerlingen doen vaker faalervaringen op. b Deze leerlingen hebben minder fantasie. c Deze leerlingen laten zich gemakkelijk beïnvloeden door anderen. d Deze leerlingen worden gemakkelijk overschat. In de tabel staat een aantal syndromen. Combineer elk syndroom met de bijbehorende omschrijving.

Syndroom

7

Omschrijving

1

Syndroom van Down

a

Afwijking van het geslachtschromosoom door overerving via moeder.

2

FAS

b

Wordt veroorzaakt door een extra paar chromosomen.

3

Fragiele-X-syndroom

c

Wordt veroorzaakt door overmatig alcoholgebruik van de moeder tijdens de zwangerschap.

Lees de volgende situatieschets.

Op de basisschool waar jij als onderwijsassistent werkt, zit Jayden. Jayden heeft een autismespectrumstoornis (ASS). Er komt een nieuwe stagiair onderwijsassistent. Jij gaat haar een kort, algemeen advies geven over de manier van omgaan met Jayden.

Noteer je advies aan de stagiair. Gebruik hierin de termen: omgaan met veranderingen – structuur – variatie

1 21


THEMA 1 Lesactiviteiten

8

In de tabel staat een aantal symptomen. Geef aan welke symptomen bij ADHD horen en welke bij ADD.

Symptoom

ADHD

ADD

Apathisch gedrag Concentratieproblemen Eerst doen, dan denken Overbeweeglijk

9

Lees de volgende situatieschets.

Michael heeft ADHD. Tijdens het buitenspelen laat de onderwijsassistent Michael niet meedoen met het partijtje voetbal, omdat hij zo wild is. Ook mag hij niet in het klimrek, omdat hij daar al een keer uit is gevallen. In plaats daarvan geeft de onderwijsassistent Michael stoepkrijt, zodat hij rustig kan gaan tekenen.

Is de handelwijze van de onderwijsassistent juist? Licht je antwoord toe.

10

Lees de volgende situatieschets.

Tye is 6 jaar en heeft DCD. Bij het buitenspelen kiest hij altijd voor de zandbak. Als de andere kinderen gaan ďŹ etsen of op het klimrek gaan spelen, houdt hij zich afzijdig. Jij bent onderwijsassistent en vraagt aan Tye of hij niet ook een keer op de ďŹ ets wil. Hij zegt dat hij dat niet wil.

Hoe reageer je hierop? Neem in je antwoord mee wat de juiste handelwijze is bij het werken met kinderen met DCD.

1 22


Verwerkingsopdrachten

11

In iedere klas zitten wel kinderen met een leerstoornis. a Welke uitspraken zijn juist? Kies de juiste antwoorden. a Bij dyslexie heeft een leerling moeite om het verschil te horen tussen klanken die op elkaar lijken of klanken in de goede volgorde te zetten. b Bij een leerstoornis is het kind normaal begaafd. c Bij zowel dyslexie als dyscalculie speelt erfelijke aanleg een rol. d De meest voorkomende leerstoornis is dyscalculie. e Dyscalculie is een leerstoornis die van tijdelijke aard is. f Dyslexie wordt meestal vastgesteld in groep 2. g Het stappenplan van een school voor signalering en begeleiding van leerlingen met dyslexie of een vermoeden daarvan noem je dyslexieprotocol. h Leerlingen met dyslexie schrijven vaak onleesbaar met veel doorhalingen van woorden. b Leg uit waarom het belangrijk is dat een leerling met dyscalculie het rekenen weer leuk gaat vinden.

c

12

2 Zorgleerlingen

Wat kun jij als onderwijsassistent doen om te zorgen dat een leerlingen het rekenen weer leuk gaat vinden? Noem drie mogelijkheden.

Leerlingen kunnen verschillende stoornissen hebben. a Welke leerlingen hebben een grote woordenschat, zonder dat sprake is van taalbegrip? Kies het juiste antwoord. a leerlingen met ADHD b leerlingen met ASS c leerlingen met DCD d leerlingen met NLD e leerlingen met TOS b Welke leerlingen hebben op meerdere vlakken last van motorische stoornissen? Kies het juiste antwoord. a leerlingen met ADHD b leerlingen met ASS c leerlingen met DCD d leerlingen met NLD e leerlingen met TOS

1 23


THEMA 1 Lesactiviteiten

13

Gedragsproblemen kunnen veel verschillende vormen aannemen. a Welke omschrijving hoort bij welk type gedragsprobleem? Noteer het gedragsprobleem in de eerste kolom. Kies uit: agressief gedrag – angstig gedrag – automutilatie – destructief gedrag – dwangmatig gedrag – oppositioneel gedrag – stereotiep gedrag b Noteer bij elk type gedragsprobleem ook een voorbeeld in de derde kolom. Kies uit: continu met de tong klakken – boeken in de kast steeds recht moeten zetten en bij omvallen opnieuw beginnen – kleine snijwondjes aanbrengen in de onderarmen – snel enorm gefrustreerd zijn, frustratie afreageren – tekening van een andere leerling bekrassen – niet naar school willen, per se thuis willen blijven – gemeen zijn naar andere leerlingen Type gedragsprobleem

Omschrijving

Voorbeelden

Zich continu verzetten tegen regels die van bovenaf opgelegd worden. Een bepaalde handeling moeten doen of een bepaald ritueel volledig moeten afwerken. Met opzet spullen kapot maken. Anderen pijn doen: lichamelijk of psychisch. Zichzelf pijn doen. Voortdurend herhalen van een bepaalde handeling zonder doel. Niet-reële angstgevoelens hebben: bang zijn zonder reële dreiging of overdreven angstig zijn.

14

Er zijn drie groepen risicofactoren van gedragsproblemen. Welke risicofactoren liggen bij de leerling zelf? Kies de juiste antwoorden. a gebrek aan aandacht b gepest worden c lichamelijk niet in orde zijn d onveilig gehecht zijn e te prikkelvolle klas f te weinig regels g zich gefrustreerd voelen

1 24


Verwerkingsopdrachten

2 Zorgleerlingen

15

Welke stellingen over hechtingsproblemen zijn juist? Kies de juiste antwoorden. a Een hechtingsprobleem kan aangeboren zijn. b Een hechtingsprobleem wordt vaak veroorzaakt door een traumatische ervaring uit het verleden. c Een inconsequente opvoeding leidt vaak tot een hechtingsprobleem bij het kind. d Kinderen met een hechtingsprobleem ontwikkelen soms extreme scheidingsangst.

16

Lees de volgende situatie.

Sam is 8 jaar. Hij kon in groep 1 al lezen en in groep 2 was hij al snel bezig met vermenigvuldigen. Toen de leerkracht van groep 1 met de tafels aankwam, had dat echter niet zijn interesse. Hij vond tafels saai. In groep 3 vond hij het leren van breuken wel interessant en leerde hij zichzelf Engels door het spelen van Engelstalige games. Soms vroeg hij een enkel woord aan zijn vader, maar verder zocht hij het zelf uit. Sam is erg geĂŻnteresseerd in de plasticsoep in de oceaan. Hij is bezig het helemaal uit te zoeken wat betreft oorzaken, gevolgen en oplossingen. In de klas is Sam vaak erg vervelend. Hij vraagt voortdurend (negatieve) aandacht van de leerkracht en bekritiseert de andere kinderen.

a

Welke signalen van hoogbegaafdheid zie je bij Sam terug? Noem er drie.

b

Wat zal de oorzaak zijn van het gedrag van Sam in de klas?

c

Geef een kort advies aan de leerkrachten van Sam.

1 25


WERKBOEK NIVEAU 4 Deze uitgave Onderwijsassistent Activiteiten bij leren PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande kerntaken uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. P3-K1-W1 Bereidt de uitvoering van lesactiviteiten voor P3-K1-W2 Voert lesactiviteiten uit P3-K1-W3 Biedt (specifieke) ontwikkelingsgerichte lesactiviteiten aan

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

PW Onderwijsassistent Activiteiten bij leren PW WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerking - verwerkingsopdrachten, toepassing - praktijksituaties, beroepsvaardigheden en themaopdrachten - test je kennis - reflectie/evaluatie over het gehele thema; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent.

Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Onderwijsassistent Activiteiten bij leren PW

pedagogisch werk

Herz

ien

Auteur: M. Baseler R.F.M. van Midde A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 435405

MBO_WB_190x270mm_OWA_Act-bij-leren.indd All Pages

12/06/19 09:15


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Onderwijsassistent activiteiten bij leren PW niveau 4 werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu