2e editie
www.mundo-online.nl Mens en maatschappij leerjaar 1 / lwoo-bk
Thema 4 Rampen en plagen
thema schrift
06488081_LWB_BK4.indd 1
4
09-08-2011 09:08:28
Inhoud Hoe werk je met Mundo?
4
Start
6
Blok 1
Natuurrampen Menukaart 1
8 16
Blok 2
Rampen in Afrika Menukaart 2
20 28
Blok 3
Rampen in de middeleeuwen Menukaart 3
32 40
Blok 4
Is een ramp te voorkomen?
44
Afsluitende opdracht Rampen in kaart Begrippen
50
Tijdwijzer Illustratieverantwoording
54
52
55
ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 15.
ISBN 978 9006 48808 1 Tweede druk, eerste oplage
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2011 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Mundo 2e editie is mede gebaseerd op Mundo 1e editie. Aan Mundo 1e editie werkten mee: Kirsten Bos, Liesbeth Coffeng, Jeanine Cronie, Mariska Jansen, Marieke Kleinhuis, Jeannette Kooistra, Juul Lelieveld, Brigitte van Meurs, Eva Noort, Marieke van Osch, Theo Peenstra, Paul Scholte, Ferry Siemensma, Floris Ternede, Barbara Visschedijk, Jaap-Hein Vruggink. Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
06488081_LWB_BK4.indd 2
09-08-2011 09:08:29
Mens en maatschappij
2 e editie
Themaschrift 4 Rampen en plagen leerjaar 1 / lwoo-bk
Auteurs: Hannebeth Haffmans & Anita ter Hofte, Bureau Sproet Eindredactie: Liesbeth Coffeng & Theo Peenstra
06488081_LWB_BK4.indd 3
09-08-2011 09:08:29
4
Hoe werk je met Mundo? Voor je ligt het themaschrift van Mundo. Je hebt dit themaschrift elke les nodig voor het vak mens en maatschappij. Op deze pagina’s zie je hoe je met het themaschrift gaat werken. Het themaschrift is op een vaste manier opgebouwd: • Een themaopening (Start) • Blokken met opdrachten • Na blok 1, 2 en 3 een menukaart met keuzeopdrachten • Afsluitende opdracht • Begrippenlijst • In de Tijdwijzer vind je een grote tijdbalk die je helpt het thema te plaatsen in de tijd opdrachten
De opdrachten die je gaat maken, kunnen door jou of je leraar of lerares worden aangekruist. Bij de opdrachten heb je soms nog andere hulpmiddelen nodig. Dat wordt aangegeven met symbolen. Hieronder zie je wat deze symbolen betekenen:
Aa
Bij deze opdracht heb je de atlas nodig.
Bb
Bij deze opdracht heb je de computer nodig.
Cc
Bij deze opdracht ga je samenwerken.
d
Bij deze opdracht heb je extra spullen nodig, bijvoorbeeld een schaar of lijm.
www.mundo-online.nl
Mundo heeft een eigen website. Hier vind je: • Ict-opdrachten • Vaardigheden: bijvoorbeeld: hoe houd je een presentatie? • Filmpjes bij begrippen en stukjes leerstof • Tijdwijzer • Test jezelf!
Blokken
In de blokken staan leerteksten, bronnen en opdrachten. Leertekst In de leerteksten staat wat je moet leren. De leerteksten hebben allemaal dezelfde kleur.
10
opdracht 5
Bekijk bron 1. Gebruik BB 90 (GB 162-163) 5a In welk werelddeel ligt de Sahara-woestijn?
a
5b K ies de goede antwoorden. In de Sahara valt het hele jaar door minder dan 25 mm / meer dan 25 mm neerslag. Het is daar dus erg nat / droog. 5c De wind die vanuit de Sahara naar het Middellandse Zeegebied waait is dus warm / koud en droog / nat.
Januari
Juli
Temperatuur
15 – 25 °C
30 – 35 °C
Neerslag
minder dan 25 mm
minder dan 25 mm
Bron 1
opdracht 6
edenk waarom er zo veel mensen op vakantie B naar de Middellandse Zee gaan.
Het land
Zin in een sinaasappel? Ze hangen gewoon aan de bomen! Als jij niet van de warmte houdt, ben je liever in een koud land. Zo is het met planten ook. In het Middellandse Zeegebied groeien alleen planten en bomen die van de hete, droge zomers en zachte winters houden. Olijfbomen bijvoorbeeld of sinaasappelbomen. Deze bomen hebben dikke bladeren met een vetlaagje, zodat ze het water goed vasthouden. Dan hebben ze niet zo veel last van de droogte. De bomen blijven ook in de winter groen, omdat de winters zacht zijn. In het Middellandse Zeegebied zijn ook bergen. In het binnenland kun je bergen beklimmen, want daar zijn de hoogteverschillen erg groot. De verschillen tussen hoog en laag in het landschap noem je reliëf. Hoog in de bergen groeien andere planten en bomen dan in de lage gebieden. Dat komt doordat het hoog in de bergen kouder is dan beneden. Als je duizend meter omhoog gaat, wordt het zes graden kouder. Het is boven de 2100 meter zo koud, dat er geen bomen meer kunnen groeien. De vlakke gebieden in het Middellandse Zeegebied liggen meestal aan de kust.
Bron 2 Landschap met olijfbomen in Italië.
Bron 3 Bergen in Italië.
Bronnen Bronnen zijn plaatjes en teksten over een onderwerp. Begrippen Belangrijke woorden staan vetgedrukt. In de begrippenlijst achterin wordt de betekenis van een begrip uitgelegd. Je moet de begrippen en hun betekenis kennen. Verdieping Soms mag je deze opdracht maken van je docent, bijvoorbeeld als je tijd over hebt.
06488081_LWB_BK4.indd 4
09-08-2011 09:08:30
5
Start Thema 3 Toerisme Start
6
figuren Figuren zijn plaatjes en tabellen waarin jij iets moet doen: kleuren, tekenen of schrijven.
START Thema 3: Toerisme
opdracht 1
d
Cc • • • • •
Vel papier (A2), kleurpotloden of stiften. Doe deze opdracht met z’n vieren. Lees de inleiding. Teken in het midden van het papier een groot vierkant. Teken vier vakken om het vierkant heen. Kies allemaal één vak. Aan welke woorden denk je bij landen als Italië, Griekenland en Turkije? Schrijf zes woorden op in jouw vak. Schrijf allemaal met een andere kleur. Kies samen de woorden uit die jullie het belangrijkst vinden. Schrijf die in het lege vierkant in het midden. Hang jullie vel papier op in de klas. Bekijk ook de posters van de andere groepjes. opdracht 2
Bekijk de foto op de bladzijde hiernaast. Kleurpotloden. 2a Wat zie je op de foto? Schrijf zo veel mogelijk dingen op.
d
Kennen en kunnen Aan het einde van ieder blok lees je nog een keer wat je moet kennen en kunnen.
2b Alle dingen die je op de foto ziet, komen voor in het Middellandse Zeegebied. Van welke dingen vind je dat verrassend? 2c
Wat doe jij het liefst in de zomervakantie? Lekker lui op het strand
27
Jezus vertelde de mensen over de god van de joden. De Grieken gingen handelen en stichtten koloniën.
In Athene was democratie.
Roeiers mochten ook meebeslissen.
Arme Atheense mannen konden roeier worden.
Alle mannen die konden vechten, mochten meebeslissen.
Het joodse volk gelooft in één god.
De keizer liet graan halen uit Afrika.
Figuur 5 opdracht 20
Bb
a naar www.mundo-online.nl en maak de G opdracht ‘Rome’. opdracht 21
d
opdracht 22
22a
22b 22c 22d 22e 22f 22g
op een rij
kleurpotloden Kleur in figuur 5 de vakjes die bij elkaar horen in dezelfde kleur. Er zijn steeds maar twee vakjes die bij elkaar horen. deelvraag
De deelvraag is: Hoe komt het dat er zo veel Griekse en Romeinse resten zijn in het Middellandse Zeegebied? Als je op vakantie naar het Middellandse Zeegebied gaat, kom je veel / weinig resten tegen uit de tijd van de Grieken en Romeinen. Griekenland was goed / niet erg geschikt voor landbouw. Daarom hadden de Grieken veel / weinig kolonies. De mensen leefden hier als Grieken / net als de plaatselijke bevolking. De Romeinen hadden een kleiner / groter rijk dan de Grieken. Hierdoor hadden de Romeinen veel / weinig invloed in het Middellandse Zeegebied. De Romeinen verspreidden hun cultuur over een groot deel van Europa / Italië.
ExTRA oEfEnBlAd vAARdiGhEdEn Vraag aan je docent of je het extra oefenblad Bronnen gebruiken moet maken.
Kennen en kunnen
2 opdracht 3
mensen op vakantie naar de landen rond de Middellandse Zee.
d
Bijvoorbeeld naar Spanje, Italië en Turkije. Je kunt daar veel dingen
Cc
doen én het is in de zomer bijna altijd mooi weer.
4d De titel van blok 4 is ‘Toerisme en recreatie in Nijmegen’. Noem iets bij jou in de buurt waar toeristen naar komen kijken.
Hoofdvraag van dit thema: Waarom komen er zo veel toeristen naar het Middellandse Zeegebied?
• • • •
Deelvraag 1:
Reisfolders, vel papier (A3), schaar en lijm. Doe deze opdracht met z’n tweeën. Maak samen een poster van jullie ideale vakantie. Bedenk: Naar welk land gaan jullie? Blijven jullie op één plek of ga je rondtrekken? Hoe lang gaan jullie? Hoe ga je ernaar toe?
Deelvraag 2:
Deelvraag 3: Deelvraag 4:
Hoe ziet het Middellandse Zeegebied eruit en wat kun je er als toerist doen? Hoe komt het dat er zo veel Griekse en Romeinse resten zijn in het Middellandse Zeegebied? Wat kun je verwachten als je naar Turkije op vakantie gaat? Wat kunnen toeristen en recreanten allemaal doen in jouw omgeving?
Dit is het begin van ieder thema. Hier zie je waar het thema over gaat.
Menukaart Thema 3 Toerisme Menukaart 2
28
Als je klaar bent met dit blok kun je: • uitleggen waarom Griekenland in de tijd van Grieken en Romeinen geen land was. • uitleggen hoe de Atheense democratie werkte. • een verschil noemen tussen de Atheense democratie en onze democratie. • uitleggen waarin de Grieken en de Romeinen geloofden. • verklaren waarom Griekenland niet geschikt was voor landbouw. • beschrijven welke oplossingen de Grieken bedachten om te kunnen overleven. • uitleggen waarom het Romeinse rijk een wereldrijk was. • uitleggen waardoor het christendom zich gemakkelijk kon verspreiden in het Romeinse rijk. • voorbeelden geven van wat er in onze tijd nog over is van de Grieken en Romeinen.
29
Menukaart 2 A De eerste Olympische Spelen Ter ere van Zeus
In 776 v.Chr. werden de eerste Olympische Spelen gehouden, in de stad Olympia. De Spelen waren georganiseerd voor de oppergod Zeus. Als de Spelen werden gehouden, mochten de Griekse steden geen oorlog voeren. Er was eerst maar één wedstrijd: een hardloopwedstrijd in het stadion. De lopers liepen een afstand van één ‘stadie’. Dat was zeshonderd maal de voet van de god Herakles. Dat is bijna 200 meter. BRON 17 Deze vaas werd uitgereikt als hoofdprijs van de hardloopwedstrijd. Op de achterkant stond een uil afgebeeld: het symbool van de godin Athena.
De wedstrijd
De wedstrijd begon bij het beeld van Zeus. Daar moesten de deelnemers beloven dat zij sportief meededen. Daarna gingen de lopers achter een houten hek staan. Ze zetten hun voeten achter een drempel van marmer. Voor elke loper hing een dunne houten lat aan een touwtje. Als de loper die lat te vroeg raakte, was het een valse start. De starter blies op een grote hoorn. Dat was het startsein. Helpers trokken tegelijk het houten hek weg. Wie te vroeg vertrok, kreeg een pak slaag met een roe. De hardlopers liepen in één rechte lijn. Het stadion was dus bijna 200 meter lang! De winnaar kreeg een krans, die gemaakt was van twee takken van de heilige olijfboom in Olympia. Hij kreeg ook een standbeeld in het heilige bos bij Olympia. De winnaar hoefde nooit meer belasting te betalen en hij mocht gratis naar het theater.
BRON 19 Olympisch stadion Amsterdam.
d
c BRON 18 Het stadion van Olympia.
• Bedenk vier dingen die nu bij de Olympische
Lees de teksten ‘Ter ere van Zeus’ en ‘De wedstrijd’ en bekijk bron 17, 18 en 19. Karton, schaar, stiften of kleurpotloden. Je gaat nu met z’n vieren een memoryspel maken over de Olympische Spelen.
Spelen horen.
1 2
• Teken op het karton 16 vierkantjes van 7 bij 7
3
centimeter. • Knip de vierkantjes netjes uit. • Bedenk vier dingen die bij de eerste Olympische Spelen hoorden. Als je het niet weet, lees dan de teksten nog even. Denk aan sport, prijzen, gedrag, goden.
4
• Maak nu van alle dingen die je bedacht hebt
een eenvoudig tekeningetje op een vierkant kartonnetje.
• Nu heb je acht kartonnetjes vol. Maak daarna ieder tekeningetje nog een keer op de andere acht vierkante kartonnetjes.
1
• Leg alle kartonnetjes met de tekening naar
2
beneden op tafel. Schuif ze goed door elkaar. Speel nu het spel. Doe het sportief, net als op de Olympische Spelen.
3 4
•
B Zoek de goden
b
Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Zoek de goden’.
•
Begrippen: democratie kolonie mythe christendom
Ga naar:
www.mundo-online.nl
Hier mag je kiezen welke van de twee opdrachten je wilt maken.
Afsluitende opdracht Thema 3 Toerisme Afsluitende opdracht
50
Afsluitende opdracht
Orpheus en Eurydice
Tentoonstelling over het Middellandse Zeegebied
J e hebt in dit thema veel geleerd over het Middellandse Zeegebied en de Tijd van Grieken en Romeinen. Het thema ging over de hoofdvraag: Waarom komen er zo veel toeristen naar het Middellandse Zeegebied? Jullie gaan antwoord geven op deze vraag met een tentoonstelling.
d
c Je werkt in groepjes van twee of drie.
Op een rij Met deze opdracht oefen je wat je hebt geleerd in het blok. Extra Vraag aan je docent of je dit extra oefenblad mag maken. Dit kan een oefenblad vaardigheden of een oefenblad economie zijn.
E en groot vel papier, lijm, kleurpotloden en stiften, schaar, spelden met een gekleurd knopje. Met de hele klas samen maak je een tentoonstelling over het Middellandse Zeegebied. Elk groepje werkt voor de tentoonstelling aan één onderwerp. Kies een onderwerp: A Het landschap en het klimaat B De Grieken en de Romeinen C Turkije (of een ander land in het Middellandse Zeegebied) D Toerisme Vertel aan je docent welk onderwerp jullie hebben gekozen. De docent let erop dat elk onderwerp ten minste door één groepje wordt gedaan.
A Het landschap en het klimaat a Gebruik BB 76-77 (GB 72-73).
a
Maak een kaart van het Middellandse Zeegebied. Kleur op de kaart: • de zee: blauw; • de gebieden aan de kust: geel; • de bergen boven de 2000 meter: bruin. Gebruik BB 56B (GB 77C). b Schrijf op de kaart de temperatuur in juli in: 1 Madrid 2 Rome 3 Athene Gebruik internet. c Zoek de temperatuur in juli op in: 4 Ankara 5 Algiers 6 Cairo Schrijf die temperaturen ook weer op de kaart.
a
b
Orpheus was de zoon van een koning. Hij maakte prachtige muziek. Zelfs de wilde dieren en de bomen luisterden als hij speelde.
Welke planten en bomen groeien er goed in het Middellandse Zeegebied?
Eurydice was zijn mooie, jonge vrouw. Op een dag trapte Eurydice op een slang. De slang beet haar en Eurydice ging dood. Orpheus was heel verdrietig.
Wat eten de mensen er daarom veel?
d
06488081_LWB_BK4.indd 5
4b De titel van blok 2 is ‘Grieken en Romeinen’. Bedenk over welke twee landen dit blok gaat. Denk bij Romeinen aan de stad Rome.
1
Vakantie is een stuk leuker als het mooi weer is. Daarom gaan veel
(in de docentenhandleiding)
In Rome was niet genoeg te eten voor iedereen.
opdracht 4
Blader door thema 3. Lees en bekijk: de titels, de tussenkopjes, de foto’s. 4a De titel van blok 1 is Landen rond de Middellandse Zee. Schrijf één land op dat aan de Middellandse Zee ligt. Als je er meer weet, mag je die ook opschrijven.
Op de foto gaan mensen met de auto op vakantie. Hoe kun je ook naar het Middellandse Zeegebied reizen? Noem twee manieren.
beklimmen of oude gebouwen bekijken?
MeT vooRleeSveRhAAl!
Griekenland is niet geschikt voor de landbouw.
Wat gaan jullie doen? Hoe is het klimaat? Hoe is het landschap? Waar gaan jullie overnachten?
4c De titel van blok 3 is ‘Op vakantie naar Turkije’. Bekijk de foto’s van de bronnen 20, 21 en 25 op de bladzijden 32, 34 en 38. Wat staat er op deze foto’s?
liggen en bruin worden? Of ga je liever zwemmen, surfen, berg-
Thema 3 Toerisme Blok 2 Grieken en Romeinen
7
• • • •
e
f
Hij ging naar Hades. Hades was de god van de onderwereld en de baas van de doden. Hij vroeg Hades of hij zijn vrouw weer mee mocht nemen. Hades zei nee.
Laat een paar van deze producten zien op de tentoonstelling. Je kunt ook plaatjes knippen uit reclamefolders van de supermarkt of zelf tekenen. Zoek een recept uit een van de landen rond de Middellandse Zee. Bijvoorbeeld: moussaka, pizza, falafel. Schrijf het recept over. Je kunt het natuurlijk ook maken. Dan kunnen je klasgenoten het proeven. Plak alles wat je in deze opdacht gemaakt hebt op een groot vel papier. Maak je poster zo mooi mogelijk. Leg spullen die je gemaakt of meegenomen hebt op een tafel.
Toen zong Orpheus een prachtig liefdeslied. Daar kon Hades niet tegen. Hij vond het toch goed dat Eurydice met Orpheus meeging. Maar Orpheus moest dan wel eerst de onderwereld verlaten. Euridyce zou achter hem aanlopen. En Orpheus mocht niet achterom kijken tot ze in de gewone wereld waren. Orpheus ging weg. Hij wilde zijn vrouw zo graag zien. Hij kon niet wachten en keek toch om. Toen hij omkeek, verdween Eurydice weer naar de onderwereld. Orpheus kon haar niet meer terughalen.
B De Grieken en de Romeinen a
Kijk nog eens in blok 2. Maak een kaart van het Middellandse Zeegebied. Kleur de landen die bij het Romeinse rijk hoorden rood. Gebruik internet. b De Grieken en de Romeinen bouwden tempels voor hun goden. Zoek plaatjes van Griekse en Romeinse tempels. Gebruik www.mundo-online.nl. Op www.mundo-online.nl vind je een bouwplaat van een Griekse tempel. Volg de aanwijzingen en bouw zelf een (kleine) Griekse tempel. c De Romeinen en Grieken vertelden elkaar mythen. Mythen zijn verhalen over goden / dieren. Lees bron 33. d Maak een stripverhaal van de mythe over Orpheus en Eurydice. Maak bij elk stukje van het verhaal een tekening. e Plak alles wat je in deze opdacht gemaakt hebt op een groot vel papier. Maak je poster zo mooi mogelijk. De maquette zet je op een tafel.
b
b
51
b
c
d
e
D Toerisme a Gebruik BB64 (GB 91A). a
b
Bron 33 De mythe over Orpheus en Eurydice.
C T urkije (of een ander land aan de Middellandse Zee)
In deze opdracht maak je een mooie kaart van een land aan de Middellandse Zee. In deze opdracht is Turkije als voorbeeld genomen. Je kunt ook een ander land kiezen en de opdrachten voor dat land maken. Overleg met je docent. Gebruik BB 82 (GB 122). a Maak een grote kaart van Turkije. • Zet de grote en belangrijke steden met een stip en een naam op de kaart. • Zet de ruïnes met een speciaal teken en hun naam op de kaart. • Zet de namen van de wateren (zeeën, rivieren, meren) op de juiste plaats op de kaart. • Teken de gebergten op de kaart en zet de juiste naam erin.
a
Zoek op internet naar een plaatje bij elke naam die je op de kaart hebt getekend. Plak dat op de kaart. Zoek op internet naar toeristische attracties in Turkije. • Zoek uit waar de toeristische attractie ligt en teken die op de juiste plek op de kaart. • Plak er weer een plaatje bij. Vraag aan familie, vrienden en klasgenoten of ze naar Turkije op vakantie zijn geweest. Vraag ook waar ze zijn geweest. Prik voor iedereen een speld op de juiste plaats van de kaart. Maak de kaart zo mooi mogelijk. In blok 3 heb je een reisgidsje gemaakt van Turkije. Leg dat ook bij de kaart.
c d
Maak een kaart van het Middellandse Zeegebied. Kleur de gebieden waar veel toeristen naartoe gaan. Kleur blauw: waar de toeristen voor de zee en het strand komen. Kleur groen: waar de toeristen voor de bergen komen. Kleur geel: waar de toeristen komen voor cultuur. Kies een stad in een land in het Middellandse Zeegebied. Verzamel plaatjes of dingen die bij deze stad horen. Als je genoeg tijd hebt, kies je nog een stad in een ander land. Plak de kaart en de plaatjes op een groot vel papier. Schrijf bij alle plaatjes wat het is. Zoek muziek van dat land. Kies muziek in de taal van het land. De muziek laat je straks horen tijdens de tentoonstelling.
De tentoonstelling c Iedereen in de klas.
Richt de tentoonstelling in. Maak het klaslokaal mooi met alle spullen die jullie gemaakt en gevonden hebben. Elk groepje vertelt aan de klas over hun onderwerp. Laat de spullen zien die je hebt gemaakt en de spullen die je hebt meegenomen. Vertel waarom je ze meegenomen hebt en waarom ze bij het Middellandse Zeegebied horen. Ga door tot alle groepjes geweest zijn. Nu weten jullie heel veel van het Middellandse Zeegebied.
Dit is meestal een grote groepsopdracht. Samen werk je aan een project om het thema af te sluiten.
09-08-2011 09:08:34
6
START Thema 4: Rampen en plagen
Een vulkaanuitbarsting, een aardbeving, een overstroming. Als er zoiets gebeurt, is dat een ramp voor de mensen die het overkomt. Er vallen doden en gewonden, gebouwen en wegen worden verwoest. Hoe gaan mensen weer verder na een ramp? Kunnen we ervoor zorgen dat er geen rampen gebeuren? In dit thema kijk je naar rampen van vroeger en nu.
Met voorleesverhaal!
(in de docentenhandleiding)
06488081_LWB_BK4.indd 6
09-08-2011 09:08:37
Thema 4 Rampen en plagen Start
7
opdracht 1
opdracht 3
Bekijk de fotocollage. 1a Welke rampen zie je op de collage?
3a Welke ramp herinner jij je goed? Schrijf ook op waar die ramp gebeurde.
1b Wat doen de mensen links vooraan op de collage?
Gebied: 3b Hoe hoorde jij van die ramp? Eigen antwoord
1c Wat hebben die mensen bij zich? opdracht 2
Bekijk de fotocollage nog een keer. 2a Na een ramp krijgen de slachtoffers vaak hulp. Op deze collage zie je de namen van twee organisaties die hulp bieden bij rampen. Welke twee namen zijn dat?
1
Ramp:
3c Met welke rampen kun jij in Nederland te maken krijgen, denk je? een kernramp een aardbeving een ongeluk met een trein of vrachtauto die giftige stoffen vervoert een besmettelijke ziekte een vulkaanuitbarsting een overstroming opdracht 4
Wat weet jij al van rampen? Trek in figuur 1 lijnen tussen wat bij elkaar hoort.
2 2b Wat voor soort hulp bieden deze organisaties? Als je het niet weet, kun je het opzoeken op internet.
Figuur 1
aardbeving
vloedgolf
epidemie
schaal van Richter
overstroming
lava
vulkaanuitbarsting
pest
aanvallen
Vikingen
2c Rampen gebeuren soms aan de andere kant van de wereld. Toch weten wij er veel over. Waar zie je dat aan in deze collage?
Hoofdvraag van dit thema: Hoe gaan mensen om met rampen?
Deelvraag blok 1:
Deelvragen Waardoor komen er in Afrika blok 2: veel rampen voor? Welke gevolgen hebben deze rampen? Deelvraag Wat waren de oorzaken en blok 3: gevolgen van rampen in de middeleeuwen? Deelvraag blok 4:
06488081_LWB_BK4.indd 7
Waardoor ontstaan natuurrampen?
Is een ramp te voorkomen?
09-08-2011 09:08:37
8
Blok 1 Natuurrampen
Aardbevingen, vloedgolven en uitbarstingen van vulkanen zijn voorbeelden van natuurrampen. Ze veroorzaken vaak veel gewonden en zelfs doden. De mensen die er slachtoffer van zijn, kunnen er vaak niets tegen doen. Of toch wel? In dit blok zoek je uit hoe natuurrampen ontstaan.
DEELVRAAG VAN DIT BLOK: Waardoor ontstaan natuurrampen?
Dodental aardbeving Japan loopt op 31 maart 2011 – Het dodental van de ramp in Japan op 11 maart loopt nog steeds op. De aardbeving van 9,0 op de schaal van Richter liet de wolkenkrabbers in de hoofdstad Tokyo heen en weer zwiepen, maar daarbij vielen geen doden. In het gebied dat werd overstroomd door de vloedgolf na de aardbeving, zijn 11.000 doden gevonden. Er zijn nog 17.000 mensen vermist. Bron 2 opdracht 2
opdracht 1
1a 1b
Bekijk de titels, teksten en bronnen van blok 1. Wat valt je op aan de titels? Ze gaan bijna allemaal over de . Wat betekent het woord ramp?
Lees bron 1. 2a In de tekst worden oorzaken genoemd, waardoor de aardbeving in Haïti zoveel schade en slachtoffers veroorzaakte. Schrijf twee oorzaken op. 1
En wat is dan een natuurramp? 2 1c
Noem drie natuurrampen waarover je wel eens hebt gehoord in het nieuws. 1 2 3
VEEL DODEN DOOR AARDBEVING IN HAÏTI 12 januari 2010 – In Haïti is een aardbeving geweest van 7,0 op de schaal van Richter. Het epicentrum van de aardbeving lag vlak buiten de hoofdstad Port-au-Prince. Deze stad heeft meer dan twee miljoen inwoners. Direct na de aardbeving brak er paniek uit. Omdat het gebied zo dichtbevolkt is, de bevolking arm is en de huizen slecht zijn gebouwd, is de schade enorm. Er vielen 230.000 doden.
Lees bron 2 2b De aardbeving in Japan was zwaarder / lichter dan die in Haïti. Er vielen in Japan meer / minder doden door de aardbeving. 2c Bedenk waarom de mensen in Japan beter voorbereid waren op de aardbeving.
Bron 3 Port-au-Prince na de aardbeving.
Bron 1 In 2010 was er een aardbeving in haïti, het armste land van Noord- en Zuid-Amerika.
06488081_LWB_BK4.indd 8
09-08-2011 09:08:43
Thema 4 Rampen en plagen Blok 1 Natuurrampen
opdracht 3
Bekijk bron 3. 3a Hoe kun je op deze foto zien dat er een aardbeving is geweest? 3b Je ziet twee mannen en een soldaat op de foto. Wat zijn de twee mannen aan het doen? 3c Bedenk waarom er na de aardbeving soldaten de stad in werden gestuurd. 3d Stel dat jij die soldaat bent. Wat zeg je tegen de mannen die met de stoelen slepen?
9
De aarde onder je voeten
De aarde onder je voeten bestaat uit verschillende lagen. De buitenste laag is hard en stevig. Het is de grond waarop je loopt. Dit is de aardkorst. De aardkorst is ongeveer 35 kilometer dik. Toch is de aardkorst erg dun vergeleken met de aardmantel die eronder zit, want die is duizenden kilometers dik. De aardmantel is een zachte en gloeiend hete laag. Zó heet dat zelfs gesteente smelt! Dat gesmolten gesteente heet magma. Het magma in de aardmantel stroomt langzaam rond als een dikke soep. Telkens schuift het magma langs de aardkorst. De aardkorst drijft op het magma en beweegt met het stromende magma mee. In het midden van de aarde zit de aardkern. De aardkern is hard en ontzettend heet. Het is er meer dan 5000 0C!
opdracht 4
Lees de tekst ‘De aarde onder je voeten’. Bekijk bron 4. 4a Je kunt de aarde vergelijken met een perzik. Ze bestaan allebei uit verschillende lagen. Zet de volgende woorden op de goede plek in figuur 1: aardmantel – aardkorst – aardkern. 4b De aardkorst is hard / zacht. De aardmantel is hard / zacht. De aardkern is hard / zacht. Wij wonen op de aardkorst / aardmantel / aardkern. 4c Wat is magma?
06488081_LWB_BK4.indd 9
Figuur 1
Perzik
Aarde
Schil Vruchtvlees Pit
Bron 4 De lagen in de aarde lijken op de lagen van een perzik.
09-08-2011 09:08:43
10
opdracht 6
De aarde beweegt
a Gebruik BB 98 en 101 (GB 182-183).
De aardkorst is op sommige plekken gebarsten: er zitten breuken in. Die losse stukken aardkorst heten platen. De platen drijven op het magma. Door stromingen in het magma schuiven de platen langs elkaar of onder elkaar. Bij Haïti schuiven de platen met ongeveer twee centimeter per jaar langs elkaar, dus dat schuiven gebeurt erg langzaam. De zijkanten van de platen zijn niet mooi vlak, waardoor de platen niet soepel langs elkaar schuiven. De platen langs de breuk schieten soms met een schok een stuk verder: dat is een aardbeving. De plek waar de aardbeving het hevigst is, heet het epicentrum. Niet alle aardbevingen zijn even sterk. De kracht van een aardbeving wordt aangeven met de schaal van Richter.
Gebruik figuur 2. 6a Schrijf de namen van de volgende landen op de juiste plaats in de kaart van figuur 2. Verenigde Staten (VS) Guatemala Mexico Honduras Cuba Nicaragua Haïti Panama Dominicaanse Republiek (DREP.) Colombia Curaçao Venezuela 6b Schrijf achter de letters de naam van de zee.
A
B
C
D opdracht 7
opdracht 5
d
5c Waarom is de schade van een aardbeving bij het epicentrum het grootst?
asser p Gebruik figuur 2. 7a Zet je passerpunt in Port-au-Prince. Daar lag ongeveer het epicentrum van de aardbeving. 7b Teken cirkels. Houd steeds ongeveer 1 cm tussen de cirkels. De buitenste cirkel gaat over de kust van Venezuela. Daar werd de aardbeving van 12 januari 2010 nog gevoeld! 7c Hoeveel kilometer is het ongeveer van het epicentrum tot de buitenste cirkel?
Lees de tekst ‘De aarde beweegt’. 5a Wat zijn platen? 5b Waardoor verschuiven platen?
Figuur 2 Caribisch gebied en Golf van Mexico.
....................................
D
B .................................... Port-au-Prince ....................................
....................................
.................................... .................................... ....................................
A
....................................
C
.................................... ....................................
.................................... 0
250
500 km
....................................
A ..........................................................................................................................
C ..........................................................................................................................
B ..........................................................................................................................
D ..........................................................................................................................
06488081_LWB_BK4.indd 10
09-08-2011 09:08:44
Thema 4 Rampen en plagen Blok 1 Natuurrampen
Kracht
Wat merk je ervan?
0, 1, 2 Niets 3 Lichte trilling; alsof er een vrachtauto door de straat rijdt 4 Matig tot sterk; deuren rammelen, schilderijen slingeren 5 Sterk; voorwerpen (zoals vazen) vallen om, bomen bewegen 5,5 Zeer sterk; schade aan gebouwen, schoorstenen breken 6 Vernielend; paniek, grote schade aan gebouwen 7 Verwoestend; gebouwen zwaar beschadigd, gasleidingen breken waardoor branden ontstaan, viaducten storten in 8 Catastrofaal; meeste gebouwen verwoest, rails buigen 8,5 Zeer catastrofaal; hele steden verwoest, rotsen scheuren Bron 5 De schaal van Richter. opdracht 8
Bekijk bron 5. 8a Hoe wordt de kracht van een aardbeving gemeten?
ij welke kracht kunnen mensen een aardbeving B voelen?
8b Lees nog eens bron 1. Welke kracht had de aardbeving in Haïti in 2010? 8c Bekijk nog eens bron 3 met de schade in Haïti. Klopt de foto met de omschrijving in bron 5? Ja / Nee. Leg ook uit waarom. 8d De schade bij de aardbeving in Japan was catastrofaal. Bedenk wat catastrofaal betekent.
06488081_LWB_BK4.indd 11
11
De aarde verandert
De aardkorst bestaat uit losse stukken: platen. Doordat de platen bewegen, verandert de vorm van de aardkorst. Er zijn vier verschillende bewegingen. 1 Twee platen duwen tegen elkaar aan. Ze duwen elkaar omhoog. Zo ontstaat een hoog gebergte. Een voorbeeld is de Himalaya in Azië. 2 De ene plaat schuift onder de andere plaat. Eén plaat gaat omhoog en er ontstaat een gebergte. De plaat die naar beneden gaat, smelt in de hete aardmantel. Het gesmolten gesteente borrelt omhoog en vormt een vulkaan. Als platen in een oceaan naar beneden worden geduwd, ontstaan er diepe gleuven in de zeebodem. Dat zijn troggen. Die troggen kunnen wel tien kilometer diep zijn! 3 Twee platen schuiven langs elkaar. Soms gebeurt er heel lang niets, maar plotseling kunnen de platen verder schuiven. Daardoor ontstaat vaak een zware aardbeving. 4 Twee platen schuiven uit elkaar. Bijvoorbeeld de plaat waar Afrika op ligt en de plaat waar Zuid-Amerika op ligt. Midden in de Atlantische Oceaan zit de breuk tussen deze platen en magma stroomt daar naar buiten. Uit de gestolde magma ontstaat een soort bergrug op de bodem van de oceaan. Afrika en ZuidAmerika drijven steeds verder uit elkaar. Aan de vorm van Afrika en Zuid-Amerika kun je wel zien dat ze vroeger tegen elkaar hebben gelegen. opdracht 9
Lees de tekst ‘De aarde verandert’. Gebruik figuur 3 op de volgende bladzijde. 9a In de leertekst staan nummers voor de vier soorten bewegingen die platen maken. Zet het nummer van de beweging voor de juiste tekening in figuur 3. 9b In de tekeningen van figuur 3 staan steeds twee lijnen. Maak van die lijnen pijlen om aan te geven in welke richting de platen bewegen. 9c Kleur in de juiste tekening van figuur 5: • de trog: blauw. • de bergrug die op de bodem van de oceaan ontstaat: geel. • de vlakken waar aardbevingen ontstaan: rood.
09-08-2011 09:08:44
12
De aarde brandt!
West-Europa, april 2010: Een vulkaan op IJsland barst uit en er komt enorm veel as in de lucht. De wind blaast de as richting Europa, waardoor vliegtuigen dagenlang niet mogen opstijgen. Want door vulkaanas kunnen de vliegtuigmotoren uitvallen. Op sommige plaatsen komt magma door breuken in de aardkorst naar boven. Zo’n plaats heet een vulkaan. Als het gloeiende magma uit de vulkaan stroomt, heet het lava. Het gat in de vulkaan waar de lava uitkomt, is de krater. Uit een vulkaan komt niet alleen stromende lava. Er komen ook klodders rondvliegende lava uit. Die klodders koelen in de lucht aan de buitenkant af, maar van binnen blijven ze gloeiend heet. Op de grond spatten ze weer uit elkaar en heten daarom vulkanische bommen. Daarnaast komen er uit de vulkaan as en hete, giftige gassen. Een vulkaan kan jarenlang rustig zijn, maar plotseling actief worden. Als hij uitbarst, is dat gevaarlijk voor mensen en dieren. Een lavastroom kan hele dorpen vernielen. De hitte van de lava en de as kunnen voor heftige regenbuien zorgen. Door zulke buien kunnen rivieren veranderen in gevaarlijke modderstromen. Jaren later, als de grond is afgekoeld, is zo’n plek bij de vulkaan juist gunstig om te wonen. Vulkanische as is namelijk erg vruchtbaar.
....
....
....
....
Figuur 3 opdracht 10
a Gebruik BB 113B en C (GB 192B en D).
10a Op BB 113C (GB 192D) zie je in welke gebieden veel aardbevingen voorkomen. Vergelijk deze kaart nu met BB 113B (GB 192B). Waarom komen aardbevingen vooral in die gebieden voor?
10b Schrijf deze landen op de goede plek in figuur 4: Verenigde Staten – Australië – Italië – Suriname – Turkije – Zweden. Figuur 4
Veel aardbevingen
Geen aardbevingen
Bron 6 In 2010 stootte de vulkaan Eyjafjallajökull in IJsland veel as uit.
06488081_LWB_BK4.indd 12
09-08-2011 09:08:46
Thema 4 Rampen en plagen Blok 1 Natuurrampen
13 12b Bedenk voor wie het vervelend is als er een week lang geen vliegtuigen meer kunnen vliegen. Leg ook uit waarom het voor die mensen vervelend is. opdracht 13
a Zoek in de atlas de kaart ‘De aarde –
natuurkundig’. 13a Wat is op deze kaart het tekentje voor een werkzame vulkaan?
lava magma aswolk vulkanische bommen Figuur 5 Een vulkaan barst uit. opdracht 11
d
leurpotloden k Lees de tekst ‘De aarde brandt!’. Gebruik figuur 5. 11a In figuur 5 staat een doorsnede van een vulkaan. Kleur de figuur volgens de legenda. 11b Zet in figuur 5 pijltjes bij de krater en de aardkorst en schrijf deze woorden erbij. 11c Gloeiend hete lava is erg gevaarlijk. Bedenk wat er gebeurt als de lava een bos bereikt.
11d Lava stroomt snel op een steile helling, maar langzamer op een flauwere helling. Bedenk waarom as en gassen uit een vulkaan vaak gevaarlijker zijn dan lava. opdracht 12
Bekijk bron 6. 12a Leg uit waarom het gevaarlijk is om door de aswolk van een vulkaan te vliegen.
06488081_LWB_BK4.indd 13
13b Gebruik ook BB 113B (GB 192B). Kruis de vier goede uitspraken aan. Vulkanen liggen vaak in lange rijen bij elkaar. Veel vulkanen liggen op eilanden. In Europa komen veel vulkanen voor. Langs de randen van Azië in Japan en Indonesië komen veel vulkanen voor. Vulkanen komen vooral aan de randen van platen voor. De meeste vulkanen liggen in het midden van platen.
Toen en daar: Pompeii, stad onder de as
Pompeii 79 n.Chr.: … Je kon het huilen van vrouwen horen, het janken van kinderen, het schreeuwen van mannen ... Wat was er gebeurd? In het jaar 79 n.Chr. barstte de vulkaan Vesuvius in Italië onverwacht uit. Al een aantal dagen waren er aardschokken, maar dat gebeurde wel vaker. Als de aarde rommelde en trilde, dachten de mensen dat de god Vulcanus ondergronds in zijn smederij aan het werk was. Op 24 augustus 79 schoot er een lavaprop uit de krater en werd lava duizenden meters de lucht in geslingerd. In 1738 vonden onderzoekers de stad Pompeii onder een dikke aslaag terug. De stad was heel goed bewaard gebleven. Het leven was als het ware stilgezet op het moment van de uitbarsting. Zo is veel bekend geworden over het leven van de mensen in die tijd.
09-08-2011 09:08:47
14
Een dikke wolk steeg op uit de Vesuvius. Mijn oom voer met zijn schip recht op de berg af. Hij wilde de bewoners van de berg redden. Onderweg viel er warme as op het schip. Enorme vlammen stegen op uit de Vesuvius. Toen hij aan land kwam, was het avond. Hij ging slapen bij een vriend. De binnenplaats van het huis viel vol met as en stenen. Net op tijd werd mijn oom wakker gemaakt. Het huis wankelde door zware aardschokken en buiten vielen stenen uit de lucht. Toch besloten ze het huis te verlaten. Ze bonden kussens op hun hoofd om zich te beschermen tegen de vallende stenen. Het was dag, maar buiten leek het nacht. Ze gingen terug naar het schip om te kijken of ze via de zee konden vluchten. Maar de zee was ruig en onbevaarbaar. Mijn oom ging op een laken liggen, misselijk van de zwavelgeur. Ik vermoed dat hij stikte in de zware rook. Een dag later vond men zijn lichaam. Zijn houding leek op die van iemand die sliep …
opdracht 14
Lees op de vorige bladzijde de tekst ‘Toen en daar: Pompeii, stad onder de as’. 14a In welk jaar barstte de vulkaan Vesuvius uit? Gebruik de Tijdwijzer achter in het boek. Bij welk tijdvak hoort dat jaar? 14b De aarde in de buurt van de vulkaan rommelde en trilde al een tijdje. Hoe kwam dat?
14c De mensen in die tijd dachten dat het rommelen en trillen ergens anders door kwam. Wat dachten zij?
15d Bedenk waarom de mensen dat dachten.
vrij naar: Plinius Minor, epistula vI 20 Bron 7 Plinius schreef een brief over de tocht van zijn oom naar Pompeii. opdracht 16 Bron 8 Bij de opgravingen in Pompeii zijn afgietsels gemaakt van de dode mensen. Bijvoorbeeld van deze slapende man.
16a
c
verdieping
Deze opdracht doe je met z’n tweeën. Lees bron 7. Bekijk bron 8. Waarom bonden de mensen die uit de huizen kwamen kussens op hun hoofd?
16b Waaraan is de oom van Plinius waarschijnlijk gestorven?
16c In Pompeii zijn veel mensen verrast en gestorven tijdens de uitbarsting. Denken jullie dat er nu ook nog veel mensen sterven aan de gevolgen van een vulkaanuitbarsting? Leg je antwoord uit.
06488081_LWB_BK4.indd 14
09-08-2011 09:08:49
Thema 4 Rampen en plagen Blok 1 Natuurrampen
16d Zouden jullie vlak bij een vulkaan willen wonen? Waarom wel of niet? 16e Waarom wonen veel mensen toch in de buurt van een vulkaan? opdracht 17
b
Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘De aarde beeft’. opdracht 18
b
Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘De aarde brandt’.
15
opdracht 20
deelvraag
20a Waardoor worden aardbevingen veroorzaakt? 20b Waardoor worden vulkaanuitbarstingen veroorzaakt?
Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: • vertellen hoe de aarde is opgebouwd. • uitleggen hoe aardbevingen ontstaan. • drie factoren noemen die bepalen hoe groot de schade van een aardbeving is. • vertellen welke vier soorten bewegingen van platen er zijn. • uitleggen wat er gebeurt als platen botsen. • uitleggen wat er gebeurt als platen uit elkaar drijven. • op een kaart met platen en de bewegingen van die platen, aanwijzen waar aardbevingen en vulkanen kunnen ontstaan. • uitleggen wat er bij een vulkaanuitbarsting gebeurt. • uitleggen op welke manieren een vulkaanuitbarsting gevaarlijk kan zijn.
•
•
Figuur 6 opdracht 19
op een rij
19a Maak de puzzel in figuur 6. 1 Vuurspuwende berg. 2 Diepe gleuf in de zeebodem. 3 Losse stukken aardkorst. 4 De plek waar de aardbeving het hevigst is. 5 Stad verdwenen onder aslaag in 79 n.Chr. 6 Buitenste laag van de aarde. 19b Welk woord staat er in de grijze kolom? 19c Leg uit wat dit woord betekent en wat hier soms uitkomt.
Begrippen: aardbeving aardkern aardkorst aardmantel epicentrum krater
lava magma platen trog vulkaan
Tijdwijzer: Tijd van Grieken en Romeinen (3000 v.Chr.-500 n.Chr.)
06488081_LWB_BK4.indd 15
Ga naar:
www.mundo-online.nl
09-08-2011 09:08:49
16
Menukaart 1
A Overstromingen in Pakistan
In de zomer van 2010 waren er overstromingen in Pakistan. Meer dan twee maanden stonden grote delen van het land onder water. Het was een van de grootste overstromingsrampen ooit. De Pakistaanse regering is zwak en kon de bevolking niet goed helpen. Een paar hulporganisaties durfden in sommige delen van Pakistan niet te helpen, omdat de regering de hulporganisaties niet kon beveiligen. Maar er waren nog meer redenen waarom de hulp moeizaam op gang kwam.
nat gebied overstroomd gebied Hoogte
AFGHANISTAN
0-200 meter 200-1000 meter
AFGHANISTAN
Islamabad
Islamabad
1000-2000 meter 2000-3000 meter meer dan 3000 meter
Lahore
Lahore
PAKISTAN
PAKISTAN
INDIA
INDIA
Hyderabad
Hyderabad
Karachi
Karachi
13 juli 2010
0
100
200 km
31 juli 2010
Islamabad
AFGHANISTAN
0
100
200 km
Islamabad
AFGHANISTAN
Lahore
Lahore
PAKISTAN
PAKISTAN
INDIA
INDIA
Hyderabad
Hyderabad
Karachi
Karachi
9 augustus 2010
0
100
200 km
13 september 2010
0
100
200 km
Bron 9 De overstromingen in Pakistan in de zomer van 2010. opdracht 1
Lees de tekst ’Overstromingen in Pakistan’. Bekijk de bronnen 9 en 10. Gebruik de atlas. 1a Zoek Pakistan op in de atlas. Welke rivier stroomt door Pakistan?
a
1b In welk gebergte ontstaat die rivier? 1c De overstromingen waren niet steeds in hetzelfde deel van Pakistan, maar verplaatsten zich. In welke richting verplaatsten de overstromingen zich? van noord naar zuid van zuid naar noord van oost naar west van west naar oost
06488081_LWB_BK4.indd 16
1d Leg uit waarom de overstromingen zich zo verplaatsten. opdracht 2
2a Waarom durfden enkele hulporganisaties niet in Pakistan te helpen? 2b Wat weet je al van Pakistan? Maak steeds een keuze: arm / rijk sterke regering / zwakke regering aardbevingsgebied / geen aardbevingsgebied
09-08-2011 09:08:50
Thema 4 Rampen en plagen Menukaart 1
17
Bron 10 Foto (de Volkskrant) in Pakistan in 2010. In Zuid-Pakistan verbleven de bewoners op een smal strookje land dat net niet was overstroomd.
2c Bij de overstromingen vielen veel minder doden dan bij de aardbeving in Haïti, die een half jaar voor deze overstromingen plaatsvond. Bedenk waardoor het aantal dodelijke slachtoffers bij overstromingen vaak minder is dan bij een grote aardbeving. 2d Wat deed jij in de zomer van 2010? 2e Het duurde een tijd voor de hulp op gang kwam. In Nederland was er op 26 augustus een televisieactie. Toen stonden sommige gebieden in Pakistan al zes weken onder water. Bedenk waarom de hulp aan Pakistan zo moeilijk op gang kwam. Kruis die redenen aan. Acties voor slachtoffers van overstromingen brengen nooit veel geld op. De organisatoren waren bang voor een lage opbrengst van de actie. Omdat het in de zomer was, waren veel kijkers namelijk nog op vakantie. De meeste Nederlanders weten niet veel van Pakistan. De meeste Nederlanders hebben een negatief beeld van Pakistan door de strijd in Afghanistan en sommige delen van Pakistan. Eerder dat jaar hadden de Nederlanders al veel geld gegeven voor de actie voor Haïti. Er waren geen bekende Nederlanders die mee wilden helpen met de actie.
opdracht 3
c Deze opdracht doe je met z'n tweeën of drieën. b Gebruik een computer met internet.
Bij een grote geldinzamelingsactie voor hulp bij een ramp, worden ook televisiespotjes gemaakt. Jullie gaan zo’n spotje met een bekende Nederlander bedenken. Het spotje laten jullie zien in de klas. • Bekijk op www.youtube.com drie tot vijf filmpjes over de overstromingen in Pakistan en zoek op internet foto’s van de overstroming. Tip: gebruik als (Engelse) zoekwoorden: Pakistan flood 2010. • Bedenk voor welke zender en welke groep kijkers jullie het spotje willen maken. • Bedenk welke bekende Nederlander geschikt zou zijn om in jullie spotje geld te vragen voor de noodhulp. • Schrijf een korte tekst, die de bekende Nederlander in het spotje vertelt. • Een van jullie speelt de bekende Nederlander en leert de tekst uit het hoofd. • Kies uit de gekozen filmpjes en afbeeldingen één minuut film of maximaal vijf foto’s die je in het spotje wilt laten zien. • Maak het spotje. Om het filmpje snel te kunnen laten zien, kopieer je de link naar het filmpje op Youtube in een document, dat je snel kunt openen (test de link voor je het voor de klas doet!). Als je kiest voor foto’s, dan kun je ze in een powerpointpresentatie zetten. • Presenteer je spotje voor de klas.
B Rampen deze week
b
G a naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Rampen deze week’.
06488081_LWB_BK4.indd 17
09-08-2011 09:08:51
18
06488081_LWB_BK4.indd 18
09-08-2011 09:08:51
Thema 4 Rampen en plagen Blok 1 Aantekeningen
06488081_LWB_BK4.indd 19
19
09-08-2011 09:08:51
20
Blok 2 Rampen in Afrika
steeds meer / minder mensen
ls Afrika in het nieuws is, gaat het A vaak over rampen. Soms is de natuur de oorzaak, maar vaak ook de mens. Oorlogen komen helaas veel voor in Afrika. En ook ziekten die door mensen worden verspreid, zoals aids.
meer / minder voedsel nodig meer / minder akkers nodig akkers in gebieden die daarvoor geschikt / ongeschikt zijn
DEELVRAGEN VAN DIT BLOK: Waardoor komen er in Afrika veel rampen voor? Welke gevolgen hebben deze rampen?
gewassen kunnen goed / slecht tegen droogte door droogte goede / slechte oogst honger Figuur 1
opdracht 1
L ees de tekst hierboven en bekijk de titels, teksten en bronnen van blok 2. 1a Welke natuurrampen komen veel voor in Afrika?
1b Welke ziekte is een groot probleem in Afrika? 1c In welk gebied in Afrika was een oorlog in 2006?
opdracht 2
Lees de tekst ’Honger en droogte’. 2a Vul figuur 1 in. 2b Waarom kun je honger een natuurramp noemen? 2c Waarom kun je honger een menselijke ramp noemen? opdracht 3
a Gebruik BB 90-91 en 114C (GB 164-165 en 195C). Honger en droogte
Afrika heeft grote problemen. Als je over die problemen hoort, gaat het vaak over droogte, overstromingen of diersoorten die worden bedreigd. Dat lijken problemen die worden veroorzaakt door de natuur. Maar de mens speelt er een grote rol in. De bevolking van Afrika groeit enorm snel. Al die mensen hebben eten nodig. Daarom worden er akkers aangelegd in gebieden die daar niet zo geschikt voor zijn. De planten die de boeren op de akkers verbouwen, kunnen niet goed tegen droogte. Als het dan lange tijd droog is, is de oogst slecht en is er te weinig te eten. De boeren houden dan dus ook niets over om op de markt te verkopen, waardoor andere mensen ook geen eten kunnen kopen. De regering kan de mensen niet helpen, want zij heeft vaak te weinig geld om eten in het buitenland te kopen.
06488081_LWB_BK4.indd 20
Gebruik figuur 2. 3a Schrijf achter de hoofdletters de landennamen.
A
G
B
H
C
I
D
J
E
K
F L 3b Schrijf achter de cijfers de namen van de steden.
1
6
2
7
3
8
4
9
5
09-08-2011 09:08:52
Thema 4 Rampen en plagen Blok 2 Rampen in Afrika
21
1
c A 2
B
a
d
3 C a L
D
9
E b
b
G
F 4
K
b
8
H
e
f
I
5 6 Jaarlijkse neerslag
J
minder dan 250 mm 250 tot 1000 mm meer dan 1000 mm
7
0
500
1000 km
Figuur 2 Afrika.
3c Schrijf achter de letters de namen van de rivieren en zeeĂŤn.
a
d
b
e
c f 3d Schrijf de volgende namen op de juiste plaats in de kaart: Sahara, Sahel, Kalahari en Kongobekken. opdracht 4
4a Kleur in figuur 2 de gebieden met meer dan 1000 mm neerslag per jaar blauw. 4b Kleur in figuur 2 de gebieden met minder dan 250 mm neerslag per jaar geel. 4c Kleur ook de legenda.
06488081_LWB_BK4.indd 21
Overstromingen
Vaak worden er bomen gekapt om nieuwe akkers aan te leggen. Maar bij heftige regen beschermen bomen de grond. De bladeren vangen veel water op en de wortels van de bomen houden de grond vast. Als de bomen weg zijn, valt de regen direct op de kale akkers en spoelt het water de vruchtbare grond weg. Het water stroomt over een akker ook sneller weg dan in een bos, waardoor rivieren verderop vaker overstromen. Er komen ook meer overstromingen omdat het klimaat verandert. Doordat er meer broeikasgassen in de lucht komen wordt het wereldwijd warmer. Daardoor is er meer verdamping en ook meer neerslag. Bovendien worden de verschillen in het weer groter: er komen langere periodes met droogte en er zijn hardere stormen en heviger regenbuien.
09-08-2011 09:08:52
22
opdracht 6
Bekijk bron 11. 6a Zie je op deze foto reliëf? Ja / Nee, want 6b Leg met de foto uit waarom het voor de bevolking van Mozambique lastig is om voor de overstroming te vluchten.
opdracht 7
verdieping
Lees bron 12. 7a Hoe lang duurt de droogte in Somalia al? Bron 11 Overstromingen in Mozambique in 2008. opdracht 5
L ees de tekst ‘Overstromingen’ op de vorige bladzijde. 5a Er worden bomen gekapt om akkers aan te leggen. Wat zijn de gevolgen hiervan? Zet de zinnen in de juiste volgorde. Zet een 1 voor de eerste zin, een 2 voor de tweede zin en zo verder.
Rivieren overstromen.
Vruchtbare grond spoelt weg.
De grond wordt minder beschermd.
Het water stroomt sneller naar de rivier.
Er valt meer water op de grond. 5b Er zijn verschillende oorzaken voor de rampen met veel schade en slachtoffers in Afrika. Schrijf de volgende oorzaken in de juiste kolom in figuur 3. uitstoot van broeikasgassen – snelle bevolkingsgroei – storten van giftig industrieafval in Afrika – armoede Figuur 3
Oorzaken van rampen in Afrika zelf
Oorzaken van rampen in Afrika buiten Afrika
jaar. 7b Waardoor wordt de bevolking van Somalia nog extra getroffen? 7c Bedenk waarom het erg is voor een gezin om het vee te verkopen. 7d Waarom is de prijs van het vee zo enorm gedaald? Bron 12 Hongersnood in Oost-Afrika.
Ernstige droogte in Oost-Afrika Door droogte in het oosten van Afrika dreigt voor miljoenen mensen hongersnood. Dat heeft de Britse hulporganisatie Oxfam donderdag gezegd. Er is in sommige gebieden minder dan vijf procent van de normale hoeveelheid regen gevallen. Voor Somalia is het al het zesde seizoen dat het te droog is. Het land is al jaren in oorlog en heeft nu te maken met de ergste droogte in twintig jaar. Ook in Uganda, Tanzania, Kenia en Ethiopië zijn veel mensen ondervoed. De prijzen voor vee zijn gedaald van tweehonderd dollar tot vier dollar per dier, omdat gezinnen de beesten verkopen om voedsel te kunnen kopen. Vrij naar: De Pers, 17-12-2009
06488081_LWB_BK4.indd 22
09-08-2011 09:08:53
Thema 4 Rampen en plagen Blok 2 Rampen in Afrika
23
Oorlog in Afrika
In Afrika worden veel oorlogen uitgevochten. Veel mensen hebben familieleden verloren en er zijn ook heel veel mensen voor het geweld op de vlucht. De oorlogen hebben verschillende oorzaken. • Veel Afrikaanse landen hebben een zwakke regering. Hierdoor hebben gewapende bendes de macht in een deel van het land. Die bendes vechten tegen elkaar en tegen het leger. • Vaak verdienen deze bendes geld met de handel in kostbare grondstoffen, zoals diamanten. Met dat geld kopen ze wapens en zo worden ze steeds machtiger. • Veel jongeren zijn werkloos en sluiten zich bij de gewapende bendes aan. Soms krijgen die jongeren drugs, zodat ze gewelddadige dingen doen die ze anders niet zouden doen. • Door de snelle bevolkingsgroei is er gebrek aan vruchtbaar land. Volken strijden tegen elkaar om aan grond te komen. opdracht 8
Lees de tekst ‘Oorlog in Afrika’. Deze opdracht doe je met z’n tweeën. Leg de oorzaken van oorlogen in Afrika uit: 8a zwakke regering:
Cc
8b gebrek aan vruchtbaar land:
Oorlog in Darfur
Darfur is een gebied in Sudan. In Darfur is oorlog ontstaan tussen twee groepen mensen. De ene groep bestaat uit zwarte boeren. Zij bewerken in Darfur hun akkers. De andere groep bestaat uit Arabische nomaden. Zij trekken in Darfur rond met hun kudden. Beide groepen hebben water nodig en vruchtbare grond. Dat geeft problemen. Vluchtelingen zeggen dat hun dorpen zijn overvallen door de nomaden. Door de boeren te verjagen, krijgen de nomaden meer grond voor hun vee. Sinds 2003 zijn al meer dan 2 miljoen mensen op de vlucht geslagen en 70.000 mensen gedood. opdracht 9
Lees de tekst ‘Oorlog in Darfur’. Bekijk bron 13. 9a Welke twee bevolkingsgroepen wonen in Darfur?
1
2 9b Waarvan leven de twee bevolkingsgroepen? 9c Waardoor is er oorlog ontstaan tussen de twee groepen?
8c criminele bendes:
9d Waardoor is elke oorlog een ramp voor de inwoners van een land?
8d werkloosheid:
Bron 13 Vluchtelingen uit Darfur. Foto uit 2006.
06488081_LWB_BK4.indd 23
Kinderen zijn slachtoffer
Mgone woont in Kongo. Ze maakte mee hoe tijdens gevechten haar ouders door rebellen werden vermoord. Ze overleefde door zich in een put te verstoppen. Ik sliep slecht. Ik keek op straat steeds achterom. Bij elk hard geluid schrok ik. Soms beefden mijn handen, zomaar opeens. In Afrika maken veel kinderen geweld mee. Ze blijven daarna vaak bang en verdrietig. Soms hebben ze er de rest van hun leven last van. Organisaties als War Child proberen deze kinderen te helpen. War Child doet dat door kinderen creatieve dingen te laten doen: muziek maken, tekenen en schrijven over je dromen. Daardoor krijgen kinderen vaak weer zelfvertrouwen.
09-08-2011 09:08:54
24
opdracht 10
Lees de tekst ‘Kinderen zijn slachtoffer’ op de vorige bladzijde. Bekijk bron 14. 10a Kinderen die een oorlog hebben meegemaakt, hebben veel problemen. Bedenk er drie.
1
2
3 10b Hoe probeert War Child kinderen uit oorlogsgebieden te helpen? Bron 14 Kindsoldaten maken zich klaar voor de strijd. Beeld uit de film Wit Licht.
10c De rampen in Kongo komen bijna nooit in het nieuws. Bedenk daarvoor een reden.
Aids
Veel Afrikanen sterven aan de ziekte aids. Als veel mensen in korte tijd dezelfde ziekte krijgen, heet dat een epidemie. Aids wordt veroorzaakt door een virus: hiv. Dat virus gaat meestal van de ene naar de andere mens door seks zonder condoom. Aids is niet te genezen. Maar er zijn wel medicijnen die de ziekte afremmen: aidsremmers. Met die medicijnen kun je goed leven met de ziekte. Waarom sterven vooral in Afrika zo veel mensen aan aids? 1 In veel Afrikaanse landen zijn seks en aids een taboe. Dat betekent dat je er niet over mag praten. Daardoor weten de mensen weinig over veilig vrijen. En dat is belangrijk, want door onveilig te vrijen, raken veel mensen besmet met hiv. Bovendien durven mensen ook niet te zeggen dat ze aids hebben. Want ze zijn bang dat ze dan uit de groep worden gestoten. Zo kunnen ze hun partner ook besmetten. 2 Aidsremmers zijn erg dure medicijnen. Arme mensen kunnen die medicijnen niet betalen. Daardoor worden de mensen met hiv ziek en sterven ze.
Bron 15 De verspreiding van hiv en aids in de wereld in 2008.
Aids in de wereld % volwassenbevolking (15 jaar), geĂŻnfecteerd met hiv < 0,5% 0,5 - 1% 1 - 5% 5 - 15% 15 - 40% geen gegevens
06488081_LWB_BK4.indd 24
0
2000
4000 km
09-08-2011 09:08:55
Thema 4 Rampen en plagen Blok 2 Rampen in Afrika
25
opdracht 11
Aantal mensen dat is gestorven aan aids
Lees de tekst ‘Aids’. 11a Hoe komt het dat vooral in Afrika zo veel mensen besmet zijn met hiv? 11b Ook in Europa zijn mensen besmet met hiv. Maar de kans dat zij sterven aan aids, is kleiner dan voor mensen in Afrika. Hoe komt dat?
1,8 miljoen
Afrika
1,3 miljoen
rest van de wereld
0,5 miljoen
Aantal mensen dat in 2009 hiv kreeg
Wereldwijd
Wereldwijd
2,6 miljoen
Afrika
1,9 miljoen
Rest van de wereld
0,7 miljoen
Bron 16 Gegevens van World Health Organization. opdracht 12 opdracht 13
Bekijk bron 15. 12a Is er in Afrika een aids-epidemie?
Ja / Nee, want
12b In welk werelddeel zijn er de meeste mensen met hiv? 12c In welk deel van Afrika komt hiv het meest voor? 12d In welk niet-Afrikaans land is het aantal mensen met hiv groot?
Bekijk bron 16. 13a Maak van de gegevens in bron 16 twee cirkeldiagrammen in figuur 4. 13b Welke conclusie kun je trekken uit figuur 4? Bijna de helft / tweederde van de mensen die aids heeft, leeft in Afrika. Bijna de helft / driekwart van de mensen die in 2009 met hiv besmet raakte, leeft in Afrika. De meeste Afrikanen zijn arm en kunnen dus wel / geen aidsremmers kopen. De aids-epidemie zal in Afrika dus snel / voorlopig niet stoppen.
Figuur 4
Mensen gestorven aan aids
Mensen met hiv
100%
100% 10%
90%
10%
90%
80%
20%
80%
20%
70%
30%
70%
30%
40%
60% 50%
06488081_LWB_BK4.indd 25
40%
60% 50%
09-08-2011 09:08:56
26
Gevolgen van aids
Aids treft vooral mensen tussen de 15 en 45 jaar. Dat zijn de mensen die kinderen hebben en die het geld verdienen in het land. Veel kinderen in Afrika verliezen hun ouders aan aids. Soms worden zij opgevangen door hun familie, maar vaak leven zij op straat. Zij lopen gevaar en gaan niet naar school. Doordat de groep mensen die kan werken steeds kleiner wordt, is er in sommige landen een gebrek aan geschoolde mensen en wordt er minder geld verdiend. Daardoor is er te weinig geld voor de gezondheidszorg en onderwijs. Hierdoor kan aids zich nog sneller verspreiden.
Bron 17 De zestienjarige Pinky Zondi uit Uganda heeft een herinneringsdoos gemaakt over haar moeder die aan aids is overleden.
Wist je dat? • De Sahara de grootste woestijn ter wereld is? • De Sahara zich de laatste jaren heeft uitgebreid door de droogte? • Een groot deel van Afrika voor 1800 onbekend was bij Europeanen?
De schade beperken
Het beste is natuurlijk om rampen te voorkomen. Dat kan door de oorzaken van de ramp aan te pakken. Bij aids kan dat door voorlichting te geven over hoe je aids kunt voorkomen. Maar je kunt niet alle rampen voorkomen. Een overstroming of een droge tijd komt nu eenmaal af en toe voor. Je kunt wel proberen de gevolgen van zulke rampen te beperken. Bijvoorbeeld door dijken aan te leggen of voedselvoorraden aan te leggen. Deze maatregelen zijn vaak duur en ingewikkeld. De regeringen van Afrikaanse landen hebben daarom hulp nodig van rijke landen om zich te beschermen tegen rampen. Als er dan toch een ramp gebeurd is, geven hulporganisaties noodhulp. Dat is hulp die mensen nodig hebben om te overleven, zoals voedsel, medicijnen en tenten.
Bron 18 Waarschuwingsbord tegen aids in Mali. De tekst op het bord betekent: Hiv/aids is overal. Bescherm uzelf. Foto uit 2008.
opdracht 14
Lees de tekst ‘Gevolgen van aids’. Bekijk bron 17. 14a Welk gevolg van aids laat bron 17 zien? 14b Leg uit dat aids leidt tot meer armoede in Afrika. 14c Waarom zijn de gevolgen van aids in Afrika veel groter dan in rijke landen? Geef twee redenen.
1
2
06488081_LWB_BK4.indd 26
09-08-2011 09:08:58
Thema 4 Rampen en plagen Blok 2 Rampen in Afrika
27
opdracht 15
Lees de tekst ‘De schade beperken’. Bekijk bron 18. 15a Wat is het doel van de grote poster in bron 20? 15b In de tekst staan drie soorten hulp bij rampen. Welke zijn dat?
1
2
3 15c Van wat voor soort hulp is de poster van bron 20 een voorbeeld? 15d Geef van de volgende voorbeelden aan wat voor soort hulp er gegeven wordt. 1 Na de overstroming worden mensen naar veiliger gebied gebracht. 2 Na de overstroming worden de dijken verbeterd. 3 Een hulporganisatie deelt gratis condooms uit in een land waar veel aids is. opdracht 16
Lees figuur 5. 16a Onderstreep de hulp die het Rode Kruis geeft. 16b Welke hulp is meteen nodig? Kleur die woorden rood. 16c Welk hulp is pas later belangrijk? Kleur die woorden groen. Figuur 5 Wat het Rode Kruis doet.
Noodhulp geven is al tachtig jaar een belangrijke activiteit van het Rode Kruis. Allereerst gaat het om het redden van levens: het opvangen van slachtoffers, zorgen voor drinkwater, eten en gezondheidszorg. Daarna gaat het om herstelwerkzaamheden en wederopbouw. De hulp van het Rode Kruis gaat jarenlang door. Vrij naar: www.rodekruis.nl
opdracht 17
b
Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Afrika in het nieuws’. Deze opdracht doe je met z’n tweeën.
Cc
06488081_LWB_BK4.indd 27
opdracht 18
op een rij
18a Noem de belangrijkste oorzaak van aids in Afrika. 18b Noem een conflict in Afrika. 18c Noem drie soorten hulp bij rampen.
1 2
3 opdracht 19
deelvraag
T eken op bladzijde 30-31 een tabel van drie kolommen. Boven de eerste kolom schrijf je ‘Ramp’. Boven de tweede kolom zet je ‘Oorzaken’ en boven de derde kolom ‘Gevolgen’. Vul nu voor drie rampen die in Afrika voorkomen je tabel in. Extra oefenblad ECONOMIE Vraag aan je docent of je het extra oefenblad Ontwikkelingshulp van de Nederlandse overheid moet maken.
Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: • de belangrijkste landen, steden en rivieren van Afrika aanwijzen op een kaart; • beschrijven met welke rampen Afrika te maken heeft; • verklaren waarom die rampen voorkomen in Afrika; • verklaren waarom er in Afrika veel conflicten zijn; • de oorzaken noemen van het conflict in Darfur; • uitleggen welke gevolgen oorlogen hebben voor kinderen; • oorzaken noemen waarom aids Afrika zo hard treft; • de gevolgen van aids in Afrika noemen; • beschrijven welke soorten hulp er geboden wordt bij rampen. Begrippen: epidemie
noodhulp
Ga naar:
www.mundo-online.nl
09-08-2011 09:08:59
28
Menukaart 2
A Conflicten in de wereld
b
Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Conflicten in de wereld’.
B Ramp met de Titanic
Bron 19 De film Titanic, gemaakt in 1997.
Onzinkbaar
Het schip de Titanic vertrekt op 11 april 1912 uit Engeland voor zijn eerste tocht naar Amerika. Het is het grootste en modernste stoomschip van die tijd. Aan boord zijn 2223 mensen. Het schip kan niet zinken, denken de bouwers. Drie dagen later vaart de Titanic door een gebied met ijsbergen. Het schip vaart gewoon door. ’s Nachts raakt het schip een ijsberg. Er ontstaan scheuren in de wand van het schip. Daardoor stroomt water naar binnen. De mensen blijven rustig: het schip kan toch niet zinken? Maar na een half uur zendt de kapitein een noodsignaal uit: Come Quick, Danger. Kom snel, gevaar!
06488081_LWB_BK4.indd 28
Rijke mensen eerst!
De bemanning maakt de twintig reddingsboten klaar. De rijke passagiers mogen als eerste in de boten stappen, vrouwen en kinderen eerst. Maar veel passagiers willen niet of durven niet. Sommige reddingsboten blijven voor de helft leeg. Om twee uur ’s nachts gaat de laatste reddingsboot omlaag. Daarna mogen de andere passagiers aan dek komen. Voor hen zijn er een paar opblaasboten. Tegen half drie breekt de Titanic in tweeën en zinkt. 1517 mensen sterven in het ijskoude water.
09-08-2011 09:09:00
Thema 4 Rampen en plagen Menukaart 2
L ees de teksten ‘Onzinkbaar’ en ‘Rijke mensen eerst!’. Bekijk de bronnen 19 en 20. Kies welke opdracht je wilt doen: Ik schrijf een verslag over de ramp, alsof ik er zelf bij was. Wij maken een poster over de ramp.
Verslag d papier, stiften/kleurpotloden Je hebt de ramp met de Titanic overleefd. Schrijf een verslag over de ramp. Schrijf er het volgende in: • of je arm of rijk was • waarom je meeging op de Titanic • hoe het schip eruitzag • hoe de reis verliep • hoe je merkte dat er een ongeluk was gebeurd Bron 20 Advertentie voor een reis op de Titanic.
06488081_LWB_BK4.indd 29
29
• wat je toen hebt gedaan • hoe je werd gered
Je mag natuurlijk naar informatie zoeken op internet, de mediatheek of de bibliotheek. Of bekijk de film Titanic. Maak ook een tekening bij je verslag.
Poster D eze opdracht doe je met z’n tweeën. d groot vel papier, stiften/kleurpotloden, schaar, lijm Maak een mooie poster over de ramp met de Titanic. Zoek als je tijd hebt extra informatie in de bibliotheek of op internet. Op je poster moet in ieder geval staan: • een tekening of plaatje van het schip • de route van het schip • hoe het schip verongelukte • wat er daarna gebeurde
Cc
09-08-2011 09:09:03
30
06488081_LWB_BK4.indd 30
09-08-2011 09:09:03
Thema 4 Rampen en plagen Blok 2 Aantekeningen
06488081_LWB_BK4.indd 31
31
09-08-2011 09:09:03
32
Blok 3 Rampen in de middeleeuwen
Taak
et gebied dat nu Nederland is, werd in H de middeleeuwen regelmatig getroffen door rampen. Oorlogen, ziekten en overstromingen eisten veel slachtoffers.
DEELVRAAG VAN DIT BLOK: Wat waren de oorzaken en gevolgen van rampen in de middeleeuwen?
opdracht 1
1a
Bekijk de titels, teksten en bronnen van blok 3. Welke tekst gaat over honger?
1b
Welke tekst en bron gaan over ziekten?
Bidden Vechten en besturen Werken op het land Figuur 1 opdracht 3
3a
Voor het tijdvak van dit blok ging het over de tijd van Grieken en Romeinen. Bedenk: Wat gebeurde er vlak voordat de tijd van monniken en ridders begon? de eerste ridder werd geboren het Romeinse rijk viel uit elkaar het christendom ontstond 3b Welke drie groepen waren er in de tijd van monniken en ridders? 1
Tekst:
1c
Bron: Welke teksten en bron gaan over geweld? Teksten:
1d
Bron: Welke teksten en bronnen gaan over natuurrampen? Teksten:
Bronnen: opdracht 2
Bekijk op bladzijde 54 de Tijdwijzer. 2a Bij welke tijdvakken horen de iconen die voor de titel van blok 3 staan?
Groep
2 3c
3 Elke groep had zijn eigen taak. Schrijf in figuur 1 de goede groep achter de volgende taken.
hongersnood vroeger
‘Mijn oogst is mislukt: mijn familie en ik lijden honger.’ In arme landen lijden boerenfamilies vaak honger als hun oogst mislukt. In Europa was dat vroeger ook zo. In de tijd tussen 500 en 1000 waren er regelmatig hongersnoden. In die tijd waren de wegen slecht en er was veel oorlog. Daardoor was er bijna geen handel. De boeren konden dus geen voedsel kopen. Zij moesten alles zelf verbouwen: het graan en de groente. Daarvoor gebruikten zij eenvoudig gereedschap. Ze specialiseerden zich niet in een product dat het in hun gebied goed deed. De landbouw bracht daarom niet veel op. De boeren werkten op het land van een heer. Een deel van de oogst moesten zij aan hem afstaan. Ook als de oogst mislukte. De boeren leden dan honger en de heer hielp hen niet.
2b Hoe noem je die twee tijdvakken samen?
06488081_LWB_BK4.indd 32
09-08-2011 09:09:05
Thema 4 Rampen en plagen Blok 3 Rampen in de middeleeuwen
33
Bron 22 Landbouw in Tsjaad (Afrika). opdracht 5
Bron 21 Boeren werkten voor hun heer. Een tekening uit circa 900. opdracht 4
Lees de tekst ‘Hongersnood vroeger’. Bekijk bron 21 4a Met welk gereedschap werken de boeren op deze bron? 4b De boeren mochten niet alle oogst zelf houden. Bij welk deel van bron 21 horen de volgende zinnen? • Een deel van de oogst is voor de heer in het kasteel. boven / midden / onder • Een deel van de oogst wordt gebruikt om weer in te zaaien. boven / midden / onder 4c Welke twee oorzaken van hongersnood voor de boeren zie je in deze afbeelding?
1
2
06488081_LWB_BK4.indd 33
Bekijk bron 22. 5a Wat past bij deze bron? • eenvoudig gereedschap / moderne machines • veel mensen bewerken een stuk grond / weinig mensen bewerken een stuk grond • verbouwen eigen voedsel / verbouwen producten voor de handel 5b Vergelijk deze bron met bron 21. Zie je vooral verschillen of overeenkomsten?
De Vikingen vallen aan
Help! De Vikingen komen! Rond het jaar 800 voeren boeren uit Denemarken, Noorwegen en Zweden elk voorjaar naar andere landen. Ze namen dierenhuiden, hout en gedroogde vis mee om te ruilen voor andere producten. Deze boerenhandelaars werden Vikingen genoemd. Ze ontdekten dat Europa zwak was. Europa bestond uit kleine gebiedjes waar steeds iemand anders de baas was. Er was niet één groot leger dat Europa kon beschermen. Steeds vaker overvielen Vikingen in kleine groepen boerderijen, kloosters en dorpen langs de kusten van Europa. Ze graaiden kostbare spullen bij elkaar en namen die mee. Zo kregen zij hun spullen gratis. De Vikingen voeren zelfs naar de Middellandse Zee om daar te plunderen.
09-08-2011 09:09:07
34
Bron 23 De Vikingen plunderen Dorestad. Een tekening van J.H. Isings, ongeveer 1930. opdracht 6
L ees op de vorige bladzijde de tekst ‘De Vikingen vallen aan’. 6a Wie waren de Vikingen?
6b Waarom gingen zij op reis? 6c Waarom hadden de Vikingen succes met hun aanvallen op de kust van Europa? opdracht 7
verdieping
Bekijk bron 23. Vond de tekenaar van bron 23 het een ramp wat de Vikingen deden? Vul de volgende zinnen in. Leg uit hoe je dat ziet. Hij vond de aanvallen wel een ramp / geen ramp. Dat zie ik aan opdracht 8
a Gebruik de atlas en figuur 2.
8a Kleur de landen waar de Vikingen vandaan kwamen rood. 8b Kleur de Middellandse Zee blauw. 8c Kleur Nederland groen en Italië geel. 8d Laat zien hoe de Vikingen via Nederland naar Italië voeren. Teken de route als een rode lijn. 8e Schat hoeveel kilometer de Vikingen aflegden.
06488081_LWB_BK4.indd 34
Figuur 1
Toen de Vikingen weg waren ...
Een klooster is een gebouw waar mensen wonen die al hun aandacht willen richten op god. In de meeste kloosters was een bibliotheek met zeldzame boeken. De mannen die in het klooster leefden, monniken, waren dag in dag uit bezig om geleerde oude boeken over te schrijven. Boeken werden namelijk niet gedrukt zoals nu. Door de aanvallen van de Vikingen waren veel boeken verbrand. Met die boeken ging veel kennis verloren. Ook voor de handel waren de aanvallen van de Vikingen een ramp. Doordat de Vikingen kusten en rivieren onveilig maakten, durfden handelaren niet meer op reis. De mensen wilden zich beschermen tegen de aanvallen van de Vikingen. Daarom versterkten rijke boeren hun huizen en boerderijen. Eerst gebruikten zij hout, maar later bouwden zij hun huizen en boerderijen van steen. Een versterkt huis noemen we nu een kasteel. Als er gevaar dreigde, mochten de arme boeren vluchten naar het kasteel. De meeste kasteelheren waren ridders. Een ridder kon een paard en een wapenuitrusting betalen en vocht in het leger van de koning.
Wist je dat? • Vikingen hun schatten begroeven, maar vaak stierven voordat ze ze konden opgraven? Die schatten werden pas eeuwen later gevonden.
09-08-2011 09:09:08
Thema 4 Rampen en plagen Blok 3 Rampen in de middeleeuwen
opdracht 9
Lees de tekst ‘Toen de Vikingen weg waren ... ’. 9a De aanvallen van de Vikingen hadden gevolgen voor de wetenschap en de handel. Vul in: Vikingen maakten
kusten onveilig.
en durfden
niet meer op reis. Daardoor kwam de bijna stil te liggen. 9b Hoe beschermden de mensen zich tegen de aanvallen van Vikingen?
35
10c In Nederland staan nog steeds veel kastelen. Zoek uit waar in jouw eigen omgeving een kasteel of versterkte boerderij staat. 10d Gebruik een apart vel papier of maak deze opdracht op de bladzijden 42 en 43. Zoek een foto van het kasteel bij jou in de buurt. Kijk eerst welke onderdelen van opdracht 10a jouw kasteel heeft. Of misschien zijn er resten van die onderdelen. Schrijf dan op hoe het kasteel eruitziet. Je mag ook een plattegrond tekenen. Zet er dan bij welke onderdelen het kasteel heeft.
opdracht 11
9c Waarom waren de aanvallen van de Vikingen ook een ramp voor de wetenschap? opdracht 10
Gebruik figuur 2. 10a Figuur 3 is een tekening van een versterkte boerderij rond 900. Schrijf de nummers op de goede plaats: 1 uitkijktoren 5 huis van de heer 2 gracht 6 plaats voor het vee 3 brug 7 aarden wal 4 houten omheining 8 toegangspoort 10b Welke vijf onderdelen van de versterkte boerderij houden vijanden tegen? Schrijf de nummers op. FIGUUR 2
c Deze opdracht doe je met z’n tweeën.
A4-papier en kleurpotloden 11a Welke gevolgen hadden de Vikingaanvallen voor de kleine boeren? Streep de foute woorden door. Kleine boeren konden niet goed zichzelf verdedigen / aanvallen. Zij zochten in tijden van rust / onrust bescherming bij een rijke boer in de buurt. De rijke boeren werden daardoor machtiger / zwakker. 11b Stel, jullie zijn de heer van de boerderij. Je wordt aangevallen door de Vikingen. Bedenk hoe je je gaat verdedigen. De wapens die je hebt zijn: • speren • pijl en boog • zwaarden Doe het zo: Teken figuur 2 na op een groot vel papier of maak een grote kopie. Leg uit hoe je jezelf en de andere mensen in de boerderij verdedigt. Denk aan deze dingen: • Waar kunnen de Vikingen vandaan komen? • Op welke plekken moet je mensen neerzetten om ze tegen te houden? • Wat voor soort aanval kun je daar verwachten? • Welke wapens kun je gebruiken? • Hoe bescherm je het vee en de huizen? Gebruik de tekening om met kleuren en tekeningen of plaatjes van mensen, dieren of symbolen uit te beelden hoe je gaat verdedigen. Schrijf onder de tekening een toelichting van wat je hebt bedacht.
d
Wist je dat? • Vikingkoningen angstaanjagende bijnamen hadden, zoals ‘de wrede’, ‘de ijzeren arm’, ‘bloedbijl’ en ‘scherpe tong’?
06488081_LWB_BK4.indd 35
09-08-2011 09:09:08
36
Watersnood: Sint-Elisabethsvloed 1421
In de middeleeuwen stonden stukken van Nederland vaak onder water door overstromingen. Op de naamdag van de heilige Elisabeth in 1421 was er een overstroming die rampzalig was voor Zuid-Holland. De dijken van de polder De Grote Waard braken door en dertig dorpen verdwenen in het water. Dat was een echte watersnood. Waarschijnlijk waren de dijken slecht onderhouden, omdat de steden geen tijd en geld hadden om de dijken te onderhouden. Zij waren namelijk druk met oorlog voeren tegen elkaar. Na deze overstroming legde men nieuwe dijken aan. De ondergelopen polders werden weer drooggelegd. Ook de polder De Grote Waard. Het werk duurde drie jaar. Maar toen gebeurde er een nieuwe ramp: nog een Sint-Elisabethsvloed. Deze overstroming verwoestte in één klap alles wat net was opgebouwd. Toen heeft men niet meer geprobeerd De Grote Waard te herstellen en ontstond op die plek de Biesbosch.
Bron 24 De Sint-Elisabethsvloed van 1421. Het dorp Wieldrecht raakte overstroomd. De inwoners van Wieldrecht gingen naar Dordrecht en kregen in de kerk een eigen altaar. Voor dat altaar lieten zij dit schilderij maken om de ramp nooit te vergeten. Schilderij uit circa 1470.
opdracht 12
opdracht 14
L ees de tekst ‘Watersnood: Elisabethsvloed 1421’. 12a Wat is een watersnood?
12b Noem één manier waarop mensen zich in de middeleeuwen beschermden tegen hoog water. 12c Waarom was dat in de de tijd van de eerste Elisabethsvloed niet genoeg?
Bekijk bron 24. 14a Welke ramp is hier afgebeeld? 14b Wat deden de mensen direct na de ramp? 14c Wie hebben opdracht gegeven om dit schilderij te maken? 14d Waarom gaven juist zij de opdracht?
opdracht 15 opdracht 13
verdieping
Gebruik BB12 en 12A (GB35 en 35A). Bedenk waarom Nederland in het verleden veel last heeft gehad van watersnoden.
Lees de tekst ‘Hier en toen: Watersnood 1953’. 15a Noem twee overeenkomsten tussen de watersnood van 1953 en de SintElisabethsvloeden in de vijftiende eeuw.
06488081_LWB_BK4.indd 36
09-08-2011 09:09:13
Thema 4 Rampen en plagen Blok 3 Rampen in de middeleeuwen
Hier en toen: Watersnood 1953
ZUID-HOLLAND
or dz e o N
ZEELAND
ZeeuwsVlaanderen
4
5 16b Na de watersnood van 1953 zijn er dammen aangelegd. Teken in figuur 3 de dammen die deze zeearmen afsluiten. 16c Kleur de gebieden groen die in 1953 bij de Watersnoodramp overstroomden.
06488081_LWB_BK4.indd 37
10
20 km
‘Ik heb twee van mijn kinderen binnen een paar uur in mijn armen zien sterven.’ Deze kinderen stierven aan de pest. Die ziekte verspreidde zich tussen 1347 en 1350 over heel Europa. Meer dan een kwart van de mensen in Europa overleed aan deze epidemie. De pest werd overgebracht door rattenvlooien. Via de beet van een rattenvlo kwam de pestbacterie het lichaam van een mens binnen. De pestbacterie verspreidde zich snel. Dat kwam doordat: 1 er in Europa na het jaar 1000 veel steden waren ontstaan. In die steden lag afval op straat. Daar voelden de ratten zich prima thuis! 2 er tussen de steden veel handel was. Kooplieden en schippers namen de vlooien in hun kleren mee naar andere steden. In de middeleeuwen wist niemand hoe de ziekte werd verspreid. Ook wist niemand hoe de ziekte genezen kon worden. Veel mensen dachten dat de pest een straf van God was.
16a Op de kaart van Zeeland en Zuid-Holland zie je vijf zeearmen. Welke zeearmen zijn dat? Let op: de vierde is heel klein. Kleur ze in figuur 3 blauw.
0
De pest
a Gebruik BB 18-19 en 45B (GB 42-43 en 48A).
3
Terneuzen
Figuur 3 De overstromingsgebieden.
opdracht 16
NOORDBRABANT
Roosendaal Bergen op Zoom
BELGIË
2
Biesbosch
Breda Tholen
Walcheren Goes MiddelZuidburg Beveland Vlissingen
Goeree Overflakkee Middelharnis Schouwen Duiveland
NoordBeveland
15b Noem een verschil tussen de watersnoden.
1
Rotterdam
e
De grootste ramp in Nederland na 1900 was de watersnoodramp in 1953. Op 1 februari 1953 braken in Zeeland, Zuid-Holland en WestBrabant de dijken door. Een groot gebied kwam onder water te staan. Er verdronken 1836 mensen en 200.000 dieren. Veel mensen moesten hun huizen verlaten. Hoe kon deze ramp gebeuren? Vooral doordat de dijken te laag en slecht onderhouden waren. In deze nacht stond er een zware noordwesterstorm. Bovendien was het springvloed. Springvloed komt twee keer per maand voor. Het water staat dan hoger dan bij een normale vloed. De beelden van de ramp waren in de bioscopen in Nederland en in het buitenland te zien. Ook de krant en radio berichtten over de ramp. Vanuit de hele wereld werden geld, tenten, dekens, kleding en andere spullen gestuurd voor de slachtoffers. Na de ramp werd een plan bedacht om een nieuwe watersnood te voorkomen. Volgens dit deltaplan werden dijken verhoogd en een aantal zeearmen afgesloten.
37
opdracht 17
Lees de tekst ‘De pest’. 17a Wat is een epidemie? 17b Hoe werd de pest verspreid?
09-08-2011 09:09:13
38
Figuur 4
17c Waarom kon de pest zich in de steden zo makkelijk verspreiden?
Ellende in Europa
Na de pestepidemie was er veel ellende in Europa. De steden waren kleiner en armer geworden, veel dorpen stonden leeg. De mensen hadden honger, omdat er te weinig boeren over waren om het land te bewerken. Voedsel werd duur, omdat er zo weinig was. De overgebleven boeren konden nu eisen stellen: zij wilden meer betaald krijgen en niet langer gratis klussen doen voor hun heer. In een moeilijke tijd zoeken mensen vaak een zondebok, een groep onschuldige mensen die ze de schuld van de ellende kunnen geven. In het middeleeuwse Europa waren de joden een minderheid. Zij werden gediscrimineerd: ze mochten bijvoorbeeld veel beroepen niet uitoefenen. Al snel ging het verhaal rond dat de pest het gevolg was van waterbronnen die vergiftigd waren door joden. De christenen namen op een afschuwelijke manier wraak: hele joodse gemeenschappen werden vermoord of verdreven.
17d Waarom kon de pest zich zo gemakkelijk in heel Nederland en zelfs heel Europa verspreiden?
opdracht 18
Lees nogmaals de tekst ‘De pest’. Bekijk op bladzijde 54 de Tijdwijzer. Gebruik figuur 4. 18a Wanneer was de tijd van monniken en ridders? Kleur die tijd: geel. 18b Wanneer was de tijd van steden en staten? Kleur die tijd: bruin. 18c Teken nu een rode lijn om de twee tijdvakken samen. Schrijf onder de twee tijdvakken: middeleeuwen. 18d Zet schuine streepjes in de periode van de Vikingaanvallen. Zet een kruisje bij het begin van de pest.
Figuur 5
opdracht 19
Lees de tekst ‘Ellende in Europa’. Gebruik figuur 5. Vaak leidt de ene gebeurtenis tot de andere. Zet de nummers van de volgende gebeurtenissen op de goede plek in figuur 5. 1 Voedsel wordt duur. 2 Er zijn te weinig boeren. 3 Er is te weinig voedsel. 4 Veel mensen sterven. 5 Boeren kunnen eisen stellen. 6 Boeren krijgen beter betaald. 7 Mensen geven joden de schuld.
Joden worden vervolgd
de pest breekt uit
opdracht 20
Bb
opdracht 21
Bb
06488081_LWB_BK4.indd 38
Ga naar www.mundo-online.nl en maak de quiz over het leven in de tijd van monniken en ridders.
Ga naar www.mundo-online en maak de opdracht ‘Watersnood in Zeeland’.
09-08-2011 09:09:13
Thema 4 Rampen en plagen Blok 3 Rampen in de middeleeuwen
Oorzaak
39 Gevolg
1 De landbouw in de middeleeuwen was A De handel werd minder en veel kloosters eenvoudig. werden verwoest. 2 Vikingen maakten de kusten en rivieren B Er ontstonden kastelen waar arme boeren onveilig. bescherming zochten in tijden van gevaar. 3 Rijke boeren versterkten hun boerderijen.
C Er waren regelmatig hongersnoden.
4 Handelaren trokken van stad naar stad.
D De pest verspreidde zich over heel Europa.
5 Dijken waren in de vijftiende eeuw door oorlogen slecht onderhouden.
E Er vonden grote overstromingen plaats.
opdracht 22
Figuur 6
op een rij
Trek in figuur 6 lijnen tussen oorzaak en gevolg. opdracht 23
deelvraag
Wat waren de oorzaken en gevolgen van de rampen in de middeleeuwen? Vul figuur 7 in. Figuur 7
Oorzaken
Gevolgen
Hongersnood
Aanvallen van de Vikingen Watersnood
De pest
Bron 25 Stad en platteland in de middeleeuwen.
Extra oefenblad vaardigheden Vraag aan je docent of je het extra oefen blad Beschrijven over het rijk van Karel de Grote moet maken.
Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: • uitleggen waarom hongersnoden regelmatig voorkwamen in de tijd van monniken en ridders; • uitleggen waarom Vikingen Europa konden aanvallen in de negende eeuw; • uitleggen wat de gevolgen waren van de aanvallen van Vikingen; • de oorzaken en gevolgen noemen van de SintElisabethsvloed in 1421; • de oorzaken en gevolgen noemen van de watersnood in 1953; • uitleggen waarom de pest in de veertiende eeuw zich zo snel kon verspreiden; • uitleggen wat de gevolgen waren van de pest in de veertiende eeuw.
•
• Begrippen: kasteel ridder springvloed watersnood
Ga naar:
www.mundo-online.nl 06488081_LWB_BK4.indd 39
09-08-2011 09:09:14
40
Menukaart 3
A Moord op Bonifatius
b
Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Moord op Bonifatius’.
B Kastelen
Verdedig het kasteel
Rond het jaar 1000 bestond Europa uit allemaal kleine gebieden waar een ridder de baas was. De ridder moest zijn gebied en de mensen die er woonden beschermen. Daarom bouwde hij een versterkt huis, een kasteel. Het kasteel moest zo gebouwd zijn, dat de vijand het niet gemakkelijk kon veroveren. Toch waren er manieren om een kasteel te veroveren. Die technieken hadden de aanvallers afgekeken van de Romeinen. • Er werden hoge torens gebouwd, die tegen de kasteelmuur aangereden werden. De aanvallers konden vanuit de toren makkelijk op de muren van het kasteel komen. • De aanvallers probeerden met een zware houten paal, een stormram, de poort open te beuken. Om de stormram was vaak een soort hutje gebouwd, om de mannen te beschermen tegen kokende olie of pijlen die vanaf het kasteel naar beneden werden geschoten.
Bron 27 Wapens om een kasteel mee te bestormen.
Bron 26 Het Muiderslot, gebouwd circa 1300.
06488081_LWB_BK4.indd 40
09-08-2011 09:09:18
Thema 4 Rampen en plagen Menukaart 3
41
Figuur 1 Plattegrond van een kasteel.
Cc Deze opdracht doe je met z’n vieren.
L ees de tekst ‘Kastelen’ en bekijk de bronnen 26 en 27. d groot vel wit karton, vellen bruin karton, schaar, lijm, kleurpotloden of verf Jullie gaan zelf een kasteel maken. Als het kasteel klaar is, leggen jullie voor de klas uit hoe jullie kasteel wordt verdedigd bij een aanval. Kijk daarvoor goed naar bron 27. Daarin kun je zien welke wapens en voorwerpen de aanvallers gebruikten om het kasteel te bestormen. Bouw nu zelf een kasteel. Als het kasteel klaar is, leggen jullie voor de klas uit hoe jullie kasteel wordt verdedigd bij een aanval.
06488081_LWB_BK4.indd 41
Figuur 2 Tekening van een kasteel.
Doe het zo: • Kopieer de plattegrond in figuur 1 zo groot mogelijk. • Knip de plattegrond uit en plak hem op een groot vel wit karton. • Maak van het bruine karton: – de torens – de muren tussen de torens – het poortgebouw – de twee andere gebouwen • Plak alle onderdelen op de plattegrond. Kijk naar het voorbeeld in figuur 2. • Maak de omgeving van het kasteel. Schilder bijvoorbeeld een slotgracht en daaromheen akkers. • Bedenk goed hoe je het kasteel kunt beschermen tegen aanvallen van buiten.
09-08-2011 09:09:20
42
06488081_LWB_BK4.indd 42
09-08-2011 09:09:20
Thema 4 Rampen en plagen Blok 3 Aantekeningen
06488081_LWB_BK4.indd 43
43
09-08-2011 09:09:20
44
Blok 4 Is een ramp te voorkomen?
opdracht 1
E en ongeluk zit in een klein hoekje, hoor je wel eens. Daarmee bedoelen mensen dat ongelukken en rampen vaak onverwacht gebeuren. Juist daardoor zijn mensen niet goed voorbereid op wat er kan gebeuren. Wat voor rampen kunnen er in Nederland voorkomen? Wat doen we eraan om ze te voorkomen? En welke maatregelen kun je zelf nemen om ongelukken, rampen en ziekten te voorkomen? Daarover gaat het in dit blok.
Bekijk de titels, teksten en bronnen van blok 4. 1a Hoeveel teksten heeft blok 4? 1b Hoeveel beeldbronnen heeft blok 4? 1c Over welk soort ongeluk of ramp heb jij kort geleden nog nagedacht dat je zou kunnen overkomen?
DEELVRAAG VAN DIT BLOK: Is een ramp te voorkomen?
opdracht 2
Bekijk bron 28. 2a In elk openbaar gebouw in Nederland hangen plattegronden met vluchtroutes. Waar hangen deze plattengronden in jouw school? 2b Wat betekenen de pijlen op die plattegrond?
Bron 28 Vluchtroutes voor de begane grond van een
school in Elburg.
vluchtroute begane grond Lambert Franckens College, Elburg
mediatheek
podium
bewegingsonderwijs
gemeenschapsruimte
001
002
003 kantine garderobe
101
102 103
t
conciërge
techniek 104
s • Schakel gas- en/of elektrische apparaten uit. • Sluit deuren en ramen. • Neem klassenlijst en absentenlijst mee. • Wijs leerlingen de kortste afstand naar buiten. • Zorg ervoor dat tassen en jassen achterblijven. • Begeleid leerlingen naar de verzamelplaats. • Sluit de tochtdeuren. • Controleer buiten of iedereen in veiligheid is gebracht.
06488081_LWB_BK4.indd 44
110
109
106
108
107
09-08-2011 09:09:21
Thema 4 Rampen en plagen Blok 4 Is een ramp te voorkomen?
45
2c Bedenk waarom deuren en ramen gesloten moeten worden als er brand is. 2d Bedenk waarom bij een brand- en bommelding tassen en jassen moeten achterblijven. opdracht 3
Verbind in figuur 1 met een lijn wat bij elkaar hoort. Figuur 1
Bron 29 Heb jij een noodpakket in huis?
Ramp
Wat doen?
Brandalarm in school
Maak een afspraak met de huisarts
Besmet met een ziekte
Bel 112
Getuige van geweld op straat
Neem de kortste vluchtroute
Sirene in de wijk gaat
Bel 112
Getuige van een verkeersongeluk met gewonden
Ga naar binnen, sluit ramen en deuren. Luister naar de lokale omroep.
opdracht 4
4a Stel, de sirene in je wijk gaat, en het is niet de test die iedere eerste maandag van de maand om 12 uur wordt gehouden. Welke drie dingen moet je nu doen? Als je het niet weet, kijk dan eens op www.rijksoverheid.nl en zoek naar wat moet ik doen als de sirene gaat?.
1
2
3
06488081_LWB_BK4.indd 45
Bekijk bron 29. 4b De overheid adviseert iedereen om een noodpakket in huis te hebben. In dat pakket zitten spullen die je nodig hebt als je de deur niet uit kunt en de stroom uitvalt. Dat pakket bewaar je op een handige plaats. Bedenk welke spullen in het noodpakket thuishoren.
Wat kun je zelf doen?
Wat kun jij doen om je tegen een ramp te beschermen? Kun je een ramp misschien zelfs voorkomen? Dat kan, en daar hoef je niet eens een held voor te zijn! Tegen sommige besmettelijke ziekten kun je je beschermen door je te laten inenten. Waarschijnlijk ben je als klein kind al tegen bepaalde ziekten ingeÍnt. Je kunt ziekten ook voorkomen door verstandig te leven. Bijvoorbeeld door gezond te eten, veilig deel te nemen aan het verkeer en veilig te vrijen als bescherming tegen aids en andere soa’s (seksueel overdraagbare aandoeningen). Ook tegen brandgevaar thuis en op school kun je veel doen. Zoals het ophangen van rookmelders en het gebruik van brandwerende deuren en ramen.
09-08-2011 09:09:24
46
Ramp
Hiertegen kan ik mezelf beschermen Hoe bescherm jij je hiertegen?
Terroristische aanslag Aids Vitaminetekort Brandwonden (Besmettelijke) ziekten Verkeersongeluk Figuur 2
Hoe beschermt de overheid je tegen een ramp?
Bron 30 Meisjes kunnen zich laten inenten tegen baarmoederhalskanker. opdracht 5
L ees op de vorige bladzijde de tekst ‘Wat kun je zelf doen?’. Bekijk bron 30. 5a Zet in figuur 2 een kruisje achter de rampen waartegen jij je zelf kunt beschermen. 5b Zet ook in figuur 2 hoe jij je tegen die ramp kunt beschermen. Bron 31 De stormvloedkering Oosterschelde beschermt Zeeland tegen overstromingen.
06488081_LWB_BK4.indd 46
Natuurrampen kun je helaas niet voorkomen. De bewoners van mogelijke rampgebieden kunnen wel proberen de gevolgen van een ramp te beperken. Daarvoor is vooral kennis en geld nodig, want de maatregelen om schade te beperken zijn vaak ingewikkeld en duur. Daarom neemt de overheid ook veel maatregelen om de bevolking te beschermen. Wat doet de Nederlandse overheid? • Dijken en dammen bouwen tegen overstromingen. Na de overstroming in 1953 werden de dijken flink verhoogd. In Zeeland werden de zeearmen van de zee afgesloten. • Het maken van bouwvoorschriften: regels waaraan gebouwen moeten voldoen. Denk aan: – de materialen die in gebouwen gebruikt mogen worden: zijn die brandveilig? – de constructie: stort een gebouw bij brand niet snel in? – de vluchtwegen: hoe snel kun je van iedere plek in een gebouw naar een veilige plek of naar buiten? De overheid controleert ook of iedereen zich aan die regels houdt. • Elke gemeente moet een rampenplan hebben. In zo’n plan staat bijvoorbeeld hoe je mensen kunt evacueren. Evacueren is het in veiligheid brengen van mensen in een rampgebied.
09-08-2011 09:09:27
Thema 4 Rampen en plagen Blok 4 Is een ramp te voorkomen?
47
8c brand
opdracht 6
L ees de tekst ‘Hoe beschermt de overheid je tegen een ramp?’. 6a Zijn natuurrampen te voorkomen? Leg je antwoord uit.
opdracht 9
verdieping
Deze opdracht doe je met z’n tweeën. Zijn de bouwvoorschriften voor gebouwen waar veel mensen komen hetzelfde als voor huizen? 9a Kies een soort gebouw uit, bijvoorbeeld: bioscoop, theater, school of een warenhuis.
c
6b Noem drie voorbeelden van maatregelen die de Nederlandse overheid heeft genomen om een ramp te voorkomen of een ramp zo klein mogelijk te houden.
1
2
3
Wij kiezen: 9b Kijk nog eens naar jullie antwoorden bij opdracht 8. Bedenk of de voorschriften voor jullie gebouw anders zijn dan voor een ‘gewoon’ huis. Beschrijf de verschillen en ook de extra voorschriften die jullie bedenken.
opdracht 7
Z oek in de atlas de kaart Nederland: hoog en laag (BB) of Nederland: Reliëf (GB). Bekijk bron 31. Een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel en moet beschermd worden tegen hoog water. 7a Hoe hoog ligt de zeespiegel, denk je?
a
opdracht 10
10a Wat is een rampenplan?
7b Welke drie provincies liggen bijna helemaal onder de zeespiegel?
1
2
3
10b Bedenk welke beroepen veel te maken hebben met een rampenplan.
7c Hoe hoog ligt jouw woonplaats? N.A.P. Mijn woonplaats stroomt dus wel / niet onder door zeewater als er geen dijken zijn. opdracht 8
verdieping
Bedenk welke bouwvoorschriften voor huizen de overheid heeft gemaakt die rekening houden met: 8a overstromingen
opdracht 11
Bb
8b storm
06488081_LWB_BK4.indd 47
G a naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Prikken’. opdracht 12
10c Er zijn rampenplannen voor heel Nederland, maar ook rampenplannen voor iedere gemeente. Bedenk waarom het belangrijk is dat elke gemeente zijn eigen rampenplan heeft.
Bb
G a naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Hoe veilig is mijn buurt?’.
09-08-2011 09:09:27
48
Overstromen van een rivier Aardbeving De ziekte tetanus Brand Vitaminetekort Terroristische aanslag Aids Overstroming van de zee Storm
op een rij
In figuur 4 staan oorzaken van verschillende rampen. 13a Kleur de rampen, ziekten of ongelukken die de overheid kan voorkomen geel. 13b Kleur de rampen, ziekten of ongelukken die je zelf kunt voorkomen blauw. 13c Kleur de rampen, ziekten of ongelukken die moeilijk te voorkomen zijn rood. opdracht 14
Als je klaar bent met dit blok kun je: • voorbeelden geven van maatregelen die je vóór een ramp kunt nemen en maatregelen die je tijdens en na een ramp neemt; • vertellen hoe Nederland zich beschermt tegen hoogwater van zee en rivieren; • voorbeelden noemen van rampen waartegen je jezelf kunt beschermen; • voorbeelden noemen van rampen waartegen je je niet zelf kunt beschermen;
•
Figuur 4 opdracht 13
Kennen en kunnen
Begrippen: evacueren rampenplan
Ga naar:
www.mundo-online.nl
deelvraag
14a Vul achter ieder soort ramp een voorbeeld in van een maatregel die jij of de overheid kan nemen om bij die ramp de schade te beperken.
Ziekte:
Brand:
Overstroming:
14b Met welk plan kun je ervoor zorgen dat je ook tijdens en na een ramp goede maatregelen kunt treffen om de schade van een ramp te beperken?
06488081_LWB_BK4.indd 48
09-08-2011 09:09:28
Thema 4 Rampen en plagen Blok 4 Aantekeningen
06488081_LWB_BK4.indd 49
49
09-08-2011 09:09:28
50
Afsluitende opdracht Rampen in kaart Je hebt in dit thema veel geleerd over rampen die mensen kunnen overkomen. Vroeger en nu, dichtbij en ver weg. Natuurrampen en menselijke rampen. In deze opdracht gaan jullie rampen in kaart brengen. Jullie zoeken informatie over allerlei soorten rampen. Aan het eind van de opdracht houden jullie een presentatie. Daarna zetten jullie alle rampen op de wereldkaart. opdracht 1
Je gaat informatie zoeken over verschillende soorten rampen: • aardbevingen en tsunami’s • overstromingen • vulkaanuitbarstingen • orkanen en tornado’s • oorlogen en aanslagen • epidemieën • andere rampen, zoals scheepsrampen en ontploffingen Blader nog eens door dit thema. Welk onderwerp vind jij het meest interessant?
c M aak een groepje met nog vier leerlingen die hetzelfde onderwerp hebben gekozen.
opdracht 2
Ga op zoek naar de vijf ergste of opvallendste rampen van de soort die jij gekozen hebt. Dus de vijf ergste aardbevingen of overstromingen of scheepsrampen, enzovoort die ooit zijn gebeurd. Denk daarbij aan: • hoeveel doden en gewonden waren er? • hoeveel mensen werden dakloos? • hoeveel mensen sloegen op de vlucht? • hoeveel landen waren erbij betrokken? • hoe groot was het getroffen gebied? • hoe lang waren de gevolgen nog te merken? Maak van deze vijf rampen een powerpointpresentatie of een poster met veel informatie en foto’s.
06488081_LWB_BK4.indd 50
Over natuurrampen Aardbevingen Aarde en ruimte Bergen en onze bewegende aarde Branden en overstromingen Extreem weer Natuur versus mens Orkanen en tornado’s Overstromingen Vulkanen Over menselijke rampen Beroemde scheepsrampen Hongersnood Oorlog Oorlogen en conflicten Terrorisme Wapens en oorlogvoering Bron 32 Trefwoorden om boeken te zoeken met informatie.
Bb
Gebruik internet. papier, kleurpotloden of stiften 2a Verzamel de informatie om de vragen te beantwoorden. Die informatie kun je zoeken: • in dit boek • op internet. Kijk op www.mundo-online.nl voor goede links. • in de bibliotheek. In bron 32 staan voorbeelden van trefwoorden waar je wat aan hebt bij het zoeken. Weten jullie over welke vijf rampen jullie een presentatie of poster gaan maken? Verdeel ze dan in je groepje. Ieder gaat over één ramp meer informatie verzamelen. 2b Zoek naar informatie die je helpt om de vragen te beantwoorden. 2c Kopieer of print goede plaatjes of teken ze na. Voor de powerpoint moet je ze dan ook scannen. 2d Schrijf de informatie op en gebruik die als uitleg bij de plaatjes. Schrijf ook op waar en wanneer de ramp is gebeurd! 2e Let op: schrijf altijd op waar je een tekst of een plaatje hebt gevonden. Zo kun je het boek of de website weer terugvinden.
d
09-08-2011 09:09:28
Thema 4 Rampen en plagen Afsluitende opdracht
opdracht 3
grote vellen papier (A3 of groter), schaar, lijm, plakband, dikke stift Hebben jullie genoeg informatie om alle vragen te beantwoorden? Dan gaan jullie de presentatie of de poster maken! 3a Zoek eerst per ramp alle informatie bij elkaar. 3b Bedenk hoe jullie de informatie willen verdelen. Maak een soort inhoudsopgave voor je powerpoint of leg alle informatie los neer. Kijk of het duidelijk is of je genoeg hebt. Maak dan per ramp een of twee pagina’s in de powerpoint of verdeel de informatie over je poster. Als het niet past, plak je meer vellen papier aan elkaar. 3c Als het duidelijk is, kun je de foto’s op de pagina kopiëren en er bijschriften bij maken. De poster kun je nu ook afmaken, plak alles op. Schrijf bij alle foto’s: • wat voor soort ramp het was • waar het is gebeurd • wanneer het gebeurd is
d
figuur 1 Kaart van de wereld.
51
opdracht 4
Nu presenteert elke groep zijn powerpoint of poster. Dat doen jullie zo: • Vraag aan de leraar of hij de beamer klaar wil zetten of hang de poster op het bord. • Iedere leerling vertelt iets over zijn eigen ramp en laat zien wat hij heeft gevonden. • Hebben alle leerlingen van een groep hun onderwerp gepresenteerd? Dan mogen de andere leerlingen vragen stellen. opdracht 5
5a Zet de plaats van jouw ramp op de kaart van figuur 1. Als je niet precies weet waar het is, gebruik dan de Bosatlas om de plek op te zoeken. Zet ook de plaatsen van de andere leerlingen uit jouw groep op de kaart. Je docent hangt nu een grote wereldkaart voor het bord. 5b Alle leerlingen geven met een vlaggetje of een post-it aan waar hun ramp plaatsvond. 5c Bespreek daarna samen de wereldkaart. Wat valt jullie op? Zijn de rampen gelijk verdeeld over de wereld? Of worden sommige gebieden vaker getroffen dan andere? Hoe komt dat?
0
06488081_LWB_BK4.indd 51
2000
4000 km
09-08-2011 09:09:29
52
Begrippen aardbeving (blok 1 blz. 8) Een schok die ontstaat doordat twee aardplaten plotseling langs elkaar schuiven. • Door een zware aardbeving ontstaat grote schade. Gebouwen en bruggen storten in en de elektriciteit kan uitvallen. aardkern (blok 1 blz. 9) Het binnenste, vaste deel van de aarde. • De aardkern is vast en erg heet: 5000 graden Celsius. aardkorst (blok 1 blz. 9) De buitenste, harde laag van de aarde. • De aardkorst is de grond waarop je loopt. aardmantel (blok 1 blz. 9) De zachte en gloeiend hete laag tussen de aardkorst en de aardkern. • In de aardmantel stroomt vloeibaar gesteente, waardoor de platen van de aardkorst bewegen. epicentrum (blok 1 blz. 10) De plek waar een aardbeving het sterkst is. • Het epicentrum van de aardbeving in Pakistan in 2005 lag in een slecht bereikbaar berggebied. epidemie (blok 2 blz. 24) Een besmettelijke ziekte die veel mensen in korte tijd krijgen. • Door de pestepidemie rond 1350 stierven miljoenen mensen. evacueren (blok 4 blz. 46) Vluchten voor of tijdens een ramp. • Het hoge water bedreigt de dorpen langs de rivier. Daarom zijn de mensen geëvacueerd. kasteel (blok 3 blz. 34) Versterkt huis of boerderij, gebouwd van steen. • Ridders bouwden kastelen om zich te beschermen tegen rovers en andere ridders.
06488081_LWB_BK4.indd 52
krater (blok 1 blz. 12) Het gat in de vulkaan waar de lava uitkomt. • Uit een krater komt niet alleen lava. Er komen ook vulkanische bommen, as en hete, giftige gassen uit. lava (blok 1 blz. 12) Het gloeiend hete gesteente dat uit de vulkaan stroomt. • Bos en houten gebouwen vliegen door de gloeiende lava in brand. magma (blok 1 blz. 12) Het gesmolten gesteente in de aardmantel. • Als het gloeiend hete magma uit de vulkaan stroomt, heet het lava. noodhulp (blok 2 blz. 26) Hulp die meteen na de ramp wordt gegeven, zodat mensen kunnen overleven. • Na de aardbeving gaf het Rode Kruis noodhulp: voedsel, medicijnen en tenten gingen direct naar het rampgebied. platen (blok 1 blz. 10) De losse stukken waaruit de aardkorst is opgebouwd. • Doordat platen bewegen, ontstaan er aardbevingen. rampenplan (blok 4 blz. 46) Een plan van de overheid of een bedrijf waarin staat wat er bij een ramp moet gebeuren. • Elke gemeente heeft een rampenplan voor grote ongelukken of overstromingen. ridder (blok 3 blz. 34) Een edelman die voor de koning het land moest verdedigen. Hij woonde in een kasteel. • Ridders hielden toernooien om te oefenen met vechten. springvloed (blok 3 blz. 37) Een extra hoge vloed in de zee. Springvloed komt twee keer per maand voor. • De watersnood van 1953 werd veroorzaakt door een combinatie van springvloed en een zware noordwesterstorm.
09-08-2011 09:09:30
Thema 4 Rampen en plagen Begrippen
53
trog (blok 1 blz. 11) Een zeer diepe gleuf in de zeebodem, op de plaats waar de ene plaat onder de andere schuift. • Troggen zijn de diepste stukken van de zee, soms wel meer dan tien kilometer diep. De diepste troggen zijn dieper dan de hoogste berg. vulkaan (blok 1 blz. 11) Een plek waar magma door scheuren tussen de platen naar boven komt. De lava stolt op het aardoppervlak en daardoor ontstaat er een berg. • In Italië liggen de vulkanen Etna en Vesuvius. watersnood (blok 3 blz. 36) Een overstromingsramp. • In 1953 was er een grote watersnood in ZuidwestNederland. Ga naar:
www.mundo-online.nl
06488081_LWB_BK4.indd 53
09-08-2011 09:09:30
54
Tijdwijzer het begin
Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo’n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de tijdbalk. Maar dan heb je aan één bladzijde niet genoeg! Bedenk dus wel dat de tijd van jagers en boeren veel langer is dan je hier ziet. Het is het allerlangste tijdvak.
TIJD VAN
-3000
voor en na Christus
JAGERS EN BOEREN
TIJD VAN
Het jaartal 2010 betekent: 2010 jaar na de geboorte van Jezus Christus. Voor christenen was de geboorte van Christus zo belangrijk dat ze de jaren zijn gaan tellen vanaf dat moment. De jaren voor de geboorte van Christus geef je aan met: voor Christus (v.Chr.). Bijvoorbeeld: 200 jaar v.Chr. betekent 200 jaar voor de geboorte van Christus.
GRIEKEN EN ROMEINEN
1
500
TIJD VAN MONNIKEN EN RIDDERS
TIJD VAN
1000
STEDEN EN STATEN TIJD VAN REGENTEN EN VORSTEN
1500 1600 1700
TIJD VAN BURGERS EN STOOMMACHINES TIJD VAN
1800 1900 1950
TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS
TIJD VAN PRUIKEN EN REVOLUTIES
TIJD VAN WERELDOORLOGEN
TELEVISIE EN COMPUTER
06488081_LWB_BK4.indd 54
09-08-2011 09:09:42
Thema 4 Rampen en plagen Tijdwijzer en illustratieverantwoording
55
Illustratieverantwoording Vormgeving & opmaak: Cartografie: Technisch tekenwerk: Beeldresearch:
In2vorm, Barchem EMK, Deventer Tiekstra Media, Groningen Lineair Fotoarchief, Arnhem Verbaal Bureau voor Visuele Communicatie, Velp
Foto omslag: Collage: Foto’s collage: Foto’s binnenwerk:
Asahi Shimbun / Reuters In2vorm, Barchem A.T.Willett/Alamy Anja Niedringhaus/ANP Patrick Post/Hollandse Hoogte Peter Hilz/Hollandse Hoogte David Trood/Hollandse Hoogte Washington Post/Getty Images: p. 8 Lee Frost/Getty Images: p. 12 Associated Press/Reporters: p. 17 Reuters: p. 22 Brian Harris/Alamy: p. 23 Independent Film: p. 24 Gideon Mende/Corbis: p. 26 (l) Bert Spiertz/Hollandse Hoogte: p. 26 (r) KPA/TCS: p. 28 Leonard de Selva/Corbis: p. 29 Jacques Jangoux/Alamy: p. 33 Noordhoff Uitgevers B.V. Groningen/Houten: p. 34 Collectie Rijksmuseum Amsterdam: p. 36 Whitemay / iStockphoto: p. 40 (b) Richard Semik: p. 40 (o) DPC/Campagnes: p. 45 Hoogteyling / Hollandse Hoogte: p. 46 (b) Joern Sackermann/Alamy: p. 46 (0)
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
06488081_LWB_BK4.indd 55
09-08-2011 09:09:43
www.mundo-online.nl
06488081_LWB_BK4.indd 56
09-08-2011 09:08:23