Skip to main content

Medische terminologie 9042503922 inkijkexemplaar

Page 1

9 789042 503922 >

9

001-001_539407_OMSL.indd 1 9042509322_omslag.indd 1 Proceskleur Cyaan

Proceskleur Geel

789042 503922

08-06-2007 14:07:34 06-01-2011 15:52:12


Medische Terminologie L. Penning J.J. Velthoven

Een volledig vernieuwde geprogrammeerde cursus Gebaseerd op de uitgave ‘Medical Terminology A Programmed Text’ door Genevieve Love Smith en Phyllis E. Davis

Derde druk


Oorspronkelijke titel: Medical Terminology – A Programmed Text; 4th edition Uitgegeven door: John Wiley & Sons – New York – London – Sydney. Authorized translation from the fourth English language edition published by John Wiley & Sons Inc. New York. ©1963, 1967, 1976, 1981 by John Wiley & Sons Inc. All rights reserved. ©1995 Delmar Publishers, A Division of International Thomson Publishing Inc. ©Nederlandse editie: 1985 by B.V. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Rijswijk, The Netherlands. ©Nederlandse tekst: prof. dr. L. Penning, Haren Grafische vormgeving : A/Z grafisch serviceburo b.v., Den Haag

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 16 ISBN 978 90 425 0392 2 Derde druk, vijftiende oplage, 2014 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2010 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Inhoud

Voorwoord

VII

Aanwijzingen voor docent en student Lijst van afbeeldingen

IX

XI

Lijst van belangrijke kaders (+)

XII

Hoe dit studieprogramma te gebruiken (schakels 1 t/m 27) Het opbouwen en ontleden van termen (schakels 28 t/m 67) De manier van studeren (schakels 68 t/m 90)

10

Het studieprogramma medische terminologie

14

Deel 1 (schakels 91 t/m 244) Repetitiebladen deel 1 Deel 2 (schakels 245 t/m 362) Repetitiebladen deel 2 Deel 3 (schakels 363 t/m 506) Repetitiebladen deel 3 Deel 4 (schakels 507 t/m 630) Repetitiebladen deel 4 Deel 5 (schakels 631 t/m 714) Repetitiebladen deel 5 Deel 6 (schakels 715 t/m 835) Repetitiebladen deel 6 Deel 7 (schakels 836 t/m 951) Repetitiebladen deel 7 Deel 8 (schakels 952 t/m 1062) Repetitiebladen deel 8 Deel 9 (schakels 1063 t/m 1170) Repetitiebladen deel 9 Deel 10 (schakels 1171 t/m 1270) Repetitiebladen deel 10 Deel 11 (schakels 1271 t/m 1398) Repetitiebladen deel 11 Deel 12 (schakels 1399 t/m 1549) Repetitiebladen deel 12

34 54 76 96 112 130 147 163 179 196 215 239

1 5

14 36 56 78 98 114 132 149 165 181 198 217

Lijst van enkele gebruikte woorden uit het klassieke Grieks

241

Lijst van enkele gebruikte woorden uit het klassieke Latijn

243

Alfabetische lijst van gebruikte termen en woorddelen

245

V


Voorwoord

De medische terminologie in Nederlandstalige gebieden verschilt belangrijk van die in Angelsaksische landen, onder andere door de vele typisch Nederlandse verbasteringen. De tekst van het Amerikaanse boek van Genevieve Love Smith en Phyllis E. Davis (1963, vierde editie 1981), waarvan Medische Terminologie (1967, 1985) een bewerking was, heeft ditmaal dan ook niet meer als basis gediend voor de huidige uitgave. Wel is gehandhaafd het systeem van invuloefeningen met antwoorden in de kantlijn. In deze grondig herziene uitgave is vooral gepoogd de regels die aan de medische terminologie ten grondslag liggen beter begrijpelijk te maken. Woordbouw, schrijfwijze en klemtoon worden uitvoeriger besproken, en aan uitzonderingen is meer aandacht besteed. De student medische terminologie kan daardoor beter meedenken en krijgt een dieper inzicht in de stof. Door het weglaten van een deel van de breukstrepen zijn de termen beter leesbaar geworden. Zelfstudie wordt vergemakkelijkt door het overal aangeven van de juiste uitspraak en klemtoon. Een aantal ongebruikelijke termen is door nieuwe vervangen. Vaker wordt verwezen naar reeds eerder behandelde leerstof. De repetitiebladen zijn direct achter de betreffende groep schakels geplaatst en geheel vernieuwd, waardoor de student beter kan controleren of zij/hij zich de bestudeerde stof voldoende eigen gemaakt heeft. Ook bieden de repetitiebladen de gelegenheid zich in de juiste klemtoon te oefenen. Het inhoudsregister is vollediger geworden. De gehandhaafde afbeeldingen zijn alle door mij nieuw getekend, waarbij de tekst uit de tekeningen is weggehaald en vervangen door nummers, die in het onderschrift worden verklaard. Voor belangstellenden is ook een tweetal korte lijsten toegevoegd met in het studieprogramma gebruikte woorden uit het klassieke Grieks en Latijn. Met deze wijzigingen is aan een aantal wensen uit de praktijk tegemoetgekomen. In dit verband gaat mijn dank uit naar de dames A. Engelage, E. Henrotte, M. den Hollander, S. Kettlitz, H.H.M. van der Meer en drs M. Wiemenga en naar de heren F.M.M. Helmer, dr V.H. de Lint, E. Vanmechelen (Antwerpen) en drs R. Venekamp, voor de door hen spontaan, of op mijn verzoek, gegeven adviezen. De heer H.J.G. Severens heeft op verzoek van de uitgeverij het uiteindelijke manuscript beoordeeld; zijn deskundige kanttekeningen zijn zoveel mogelijk in de tekst verwerkt.

VII


Mijn medeauteur, de heer J.J. Velthoven, heeft in het verleden een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van het Nederlandse studieprogramma medische terminologie. Helaas heeft hij de voorbereiding van deze nieuwe druk niet meer kunnen meemaken. Groningen, 1995

VIII

Prof. dr L. Penning, arts


Aanwijzingen voor docent en student

Dit studieprogramma is bestemd voor allen die in hun dagelijkse beroep met medische termen in aanraking komen, of voor een dergelijk beroep in opleiding zijn, zoals: verpleegkundigen, studenten geneeskunde, doktersassistenten en medisch laboranten, medisch secretaresses, medisch registratiepersoneel, fysiotherapeuten, manuele therapeuten, medewerkers aan medische en paramedische tijdschriften, medisch bibliotheekpersoneel, vertegenwoordigers in de medische instrumenthandel en farmaceutische industrie, samenstellers van medische computerprogramma’s, enzovoort. Hoewel deze geprogrammeerde instructie is afgestemd op zelfstudie, moet toch de voorkeur worden gegeven aan een klassikaal cursusverband waarbij een medisch deskundige optreedt als docent. Het cursusverband is belangrijk als stimulans voor het studeren: de studieresultaten kunnen door middel van proefwerken worden getoetst en de docent kan de cursist bij moeilijkheden helpen. Het element van zelfstudie dient tot uiting te komen in het van tevoren bestuderen van de groep schakels met bijbehorende repetitiebladen die op het komende lesuur zullen worden behandeld. Om de leerstof voldoende te kunnen laten inwerken en bezinken is een ruimte tussen de lesuren van één à twee weken aan te bevelen. Aan het studieprogramma kan worden deelgenomen door leerlingen met uiteenlopende niveaus van vooropleiding. Wel bepaalt het niveau van vooropleiding het studietempo en de manier van begeleiding door de docent. Het aantal lesuren behoeft niet groter te zijn dan veertien of vijftien. De leerstof is verdeeld over twaalf lesuren, voorafgegaan door een inleiding van twee lesuren. Afgezien van de inleidende lessen kan ieder lesuur steeds beginnen met een schriftelijk proefwerk over de bestudeerde leerstof, waarna de uitkomst van het proefwerk kan worden besproken, vragen kunnen worden beantwoord en uitspraakoefeningen kunnen worden gedaan. Het is belangrijk dat voor elk proefwerk voldoende wordt gescoord (norm: 80%). Hoewel een proefwerk vooral over de stof van de behandelde groep schakels zal gaan, verdient het aanbeveling in latere lessen ook op voorgaande schakels terug te grijpen, zoals in het studieprogramma zelf trouwens ook geregeld wordt gedaan. Er zijn goede ervaringen met de volgende proefwerkelementen: – dictee van behandelde woorddelen in behandelde en niet behandelde samenstellingen; – opsporen van onjuist gespelde termen tussen juist gespelde termen; IX


– bijeenzoeken van gegeven termen volgens enigerlei samenhang; – ontleden en vertalen van termen. Het studieprogramma medische terminologie is niet bedoeld om tussen de bedrijven door ook nog onderwijs in de anatomie, fysiologie of ziektenleer te geven. Anatomische tekeningen en uitweidingen over bepaalde lichaamsfuncties en ziekten dienen slechts om met de daarbij voorkomende termen kennis te kunnen maken en om deze goed te leren uitspreken, spellen en begrijpen. Wel kan inzicht in de medische terminologie een goede voorbereiding voor genoemde vakken zijn. Onderwijs in de anatomie, fysiologie of ziektenleer kan dan ook het best plaatsvinden na voltooiing van de cursus medische terminologie. Deze volgorde zal veel verklaringen van vaktermen overbodig maken en daardoor tijdbesparend werken. Na serieuze studie van de geprogrammeerde instructie medische terminologie zal men een uitgebreide basiskennis hebben verworven, bestaande uit: – parate kennis van de bouwstenen van een groot aantal medische termen; – begrip van de wijze waarop deze termen zijn opgebouwd; – inzicht in de spelling- en klemtoonregels. Deze basiskennis stelt in staat tot: – foutloos schrijven en uitspreken van medische termen, ook die welke niet in dit studieprogramma zijn behandeld; – inzicht in de betekenis van deze termen; – optimaal gebruik van een geneeskundig woordenboek. Vanaf het begin van deze geprogrammeerde instructie is het noodzakelijk een geneeskundig woordenboek bij de hand te hebben. Goed bruikbare woordenboeken zijn: – M.B.Coëlho’s Zakwoordenboek der Geneeskunde Elsevier, Amsterdam, 24ste druk, 1994 – Pinkhof-Hilfman’s Geneeskundig Woordenboek Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Zaventem, 9de druk, 1992

X


Lijst van afbeeldingen

(verwezen wordt naar de schakel vlak v贸贸r de afbeelding) I II III IV V VI VII VIII IX X XI

hart en bloedvaten #152 spijsverteringskanaal #179 hoofd en hals (doorsnede) #264 bekken #408 schedel #423 vrouwelijke geslachtsorganen #570 mannelijke geslachtsorganen, urinewegen #616 skelet #1357 oog (doorsnede) #1399 traanapparaat #1442 gehoororgaan #1481

XI


Lijst van belangrijke kaders (+)

(verwezen wordt naar de schakel vlak vóór het kader) achtervoegsel /ie 117+ achtervoegsels (klassiek en verbasterd) 924+ ae of e 556+ c of k 254+ eindletter(s) woordstam 262+, 365+ klassieke of verbasterde schrijfwijze 282+, 306+, 453+, 651+, 1188+ klemtoon 75+, 95+, 266+, 299+, 316+ klemtoon bij tegenstellingen 357+, 514+, 847+ klemtoonregels 357+ klinkercombinatie ië 425+ klinkercombinatie ii 550+ klinkercombinatie oa 643+ klinkercombinaties oë en oö 567+ klinkercombinatie oï 250+ koppelteken 284+, 467+, 683+ meervoudsvormen 1261+ n vóór p, b en m 1116+ ph of f 282+ pijltjes in antwoordbalk 17+ rh of r 282+ spellingregels 1188+ stam/ie-combinaties 626+ stam/ose-combinaties 1329+ synoniemen Grieks/Latijn 485+, 662+ th of t 301+, 1034+ typisch anatomische namen 556+, 651+, 870+, 1542+ typisch medische termen 1065+, 1162+, 1542+ volgorde woorddelen 506+ voorvoegsels 966+, 1151+, 1232+ weglating van een s 186+ y (i-grec) 944+

XII


Hoe dit studieprogramma te gebruiken (schakels 1 t/m 27)

Dit studieprogramma bestaat uit genummerde eenheden, schakels genaamd, aangeduid met het symbool #. Elke schakel geeft informatie over een stukje medische terminologie, en bevat één of meer invuloefeningen (vragen). Het juiste antwoord vindt men in de antwoordkolom.

schakel, invuloefening

#1 Bedek de antwoordkolom met een papierstrook. U bent thans bezig met de eerste ________________. Controleer uw antwoord door de bedekkende papierstrook omlaag te schuiven.

schakels

#2 Denk in het algemeen enige tijd na alvorens u de papierstrook omlaag schuift. Dit zal ertoe bijdragen de medische terminologie beter in uw geheugen te prenten. De genummerde eenheden in dit studieprogramma noemen wij __________.

studieprogramma

#3 Het systeem van schakels met invuloefeningen vormt de basis van dit studieprogramma. Wanneer u een schakel bestudeert, het goede antwoord tracht te vinden op de gestelde vragen, en dit daarna in de antwoordkolom controleert, bent u bezig met een __________________.

studieprogramma

#4 Door zelfstudie kan men zich een groot gedeelte van de stof eigen maken. Daarbij kunt u uw eigen studietempo aanhouden. Het doen van invuloefeningen en het controleren van het resultaat zijn twee belangrijke onderdelen van dit _______________.

studieprogramma

#5 Door zelfstudie zullen de lessen van uw docent vruchtbaarder zijn, omdat u daar voorbereid komt. U hebt van tevoren een afgesproken gedeelte van dit _______________ doorgewerkt.

medische één

#6 De invuloefeningen vereisen enige nadere toelichting. Op een invullijntje zonder meer bestaat het antwoord uit slechts één woord. In de zin ‘dit is een studieprogramma voor ___________ terminologie’ is het antwoord maar _____ woord lang. Ook als er meerdere goede antwoorden mogelijk zijn, bestaat elk antwoord uit één woord.

1


#7 Soms moet u voor uw antwoord uit twee gegeven mogelijkheden kiezen. Deze staan dan tussen haakjes achter het invullijntje, gescheiden door een schuine breukstreep. Bijvoorbeeld: een korte lijn wijst op een ____ (lang/kort) antwoord.

kort

#8 Als u een invullijntje zonder meer ziet, is het antwoord _____ (één/meer dan één) woord lang. De lengte van het lijntje geeft ongeveer de ______ van het woord aan.

één lengte

#9 Een sterretje aan het begin van een lijntje betekent dat het antwoord méér dan één woord lang is. In de zin ‘dit is een studieprogramma voor *___________________’ vult u *________ (slechts één/méér dan één) woord in.

medische terminologie méér dan één

méér dan één woord

#10 In een lijntje met sterretje zit geen aanwijzing voor de lengte van de woorden of voor het aantal woorden. Belangrijk is om te onthouden dat een sterretje betekent dat u *_______________ moet invullen.

eigen

#11 Twee sterretjes aan het begin van een lijntje betekenen dat het antwoord op verschillende manieren gegeven kan worden en dat u vrij bent uw eigen bewoording(en) te kiezen. Zo kan men ‘normaal’ omschrijven als: de norm betreffend, van de norm, tot de norm behorend, enzovoort. Bij een invuloefening met twee sterretjes bent u dus vrij om uw __________ bewoording(en) te kiezen.

aparte niet

#12 Meerdere vragen (invullijntjes) binnen een schakel worden in de antwoordkolom beantwoord in de volgorde waarin zij zijn gesteld. Bekijk hiervoor nog eens de antwoorden in #8 en #9. De antwoorden op de verschillende vragen komen elk op een _________ regel en worden _________ (niet/wel) door een punt of komma afgesloten.

studieprogramma → medische terminologie

#13 Het antwoord op de invuloefening in de zin: ‘wij zijn nu bezig met het *_________________ ’ is te lang om in één regel weer te geven. Wij maken dan gebruik van pijltjes (→). #14 Pijltjes in de antwoordbalk betekenen dat het antwoord *______________.

op de volgende → regel wordt → voortgezet

#15 Zoals we in #11 gezien hebben, kan het antwoord op één vraag in verschillende bewoordingen gegeven worden. Omschrijf nog eens het begrip ‘normaal’ in eigen bewoording(en): **_____________.

van de norm, de norm betreffend, tot de norm → behorend 2


antwoord komma

aparte komma’s

#16 Uit het antwoord van #15 blijkt dat verschillende antwoorden op dezelfde vraag door komma’s gescheiden worden. Een komma in de antwoordbalk betekent dus altijd dat er nóg een _______ komt. Dit antwoord kan in dezelfde of in de volgende regel staan. Aan het eind van het antwoord staat geen _____ meer; de volgende regel (indien aanwezig) geeft antwoord op de volgende invuloefening. #17 In de antwoordbalk staan de antwoorden op verschillende vragen op __________ (aparte/dezelfde) regels. Als een invuloefening meerdere antwoorden toelaat, zijn de afzonderlijke antwoorden door ______ gescheiden. kader 17+ Soms worden schakels onderbroken door een zogenoemd kader (genummerd als de voorafgaande schakel, gevolgd door een +). De kadertekst bevat informatie die moeilijk in afzonderlijke schakels is onder te brengen. Dit kader vat samen wat over komma’s en pijltjes in de antwoordbalk gezegd is. Als het antwoord op een vraag te lang is voor één regel in de antwoordbalk, dan wordt dit lange antwoord afgebroken met een pijltje (→) en in de volgende regel voortgezet. Is ook deze regel te kort om het antwoord af te maken, dan volgt weer een pijltje en gaat het antwoord tot in de derde regel door. Pijltjes verwijzen dus naar de rest van een lang antwoord in een volgende regel op de antwoordbalk. Komma’s verwijzen naar een volgend antwoord op dezelfde vraag. Dit kan midden in een regel zijn (#1) en/of aan het eind van een regel (#15). Terwijl komma’s dus verwijzen naar een volgend antwoord op dezelfde vraag, verwijzen pijltjes naar de rest van één (lang) antwoord. Aan het eind van een antwoord, of achter het laatste antwoord op dezelfde vraag, staat geen komma meer en ook geen punt. Controleer of de antwoorden van ##13-15 aan deze voorwaarden voldoen.

één lang meer dan één eigen

komma’s niet

#18 We vatten nu de stof uit de voorgaande schakels nog eens samen. Een lijntje zonder meer zegt dat wij _____ woord moeten invullen, terwijl wij ook kunnen zien hoe _____ dat woord ongeveer moet zijn. #19 Een lijntje met één sterretje vraagt om *_____________ woord. Bij een lijntje met twee sterretjes zijn wij vrij ons antwoord in ______ bewoording(en) te geven. #20 Als een invuloefening méérdere antwoorden toelaat, worden deze door ______ gescheiden. Het laatste antwoord op de vraag is _____ (wel/niet) door een komma afgesloten.

3


#21 Een pijltje aan het eind van een antwoordregel betekent dat *______________.

het antwoord op → de volgende regel → wordt voortgezet

vooruit

#22 Een belangrijke regel in dit studieprogramma is om niet vooruit te kijken. De leerstof wordt stap voor stap met regels uitgebreid die in latere schakels hun toepassing vinden. Vóór u aan latere schakels begint, is het belangrijk die regels te kennen. Kijk dus niet ______.

terug

#23 U mag altijd naar vorige schakels en kaders teruggrijpen. Vaak zal in dit studieprogramma naar vorige schakels en kaders terugverwezen worden om u eraan te herinneren dat de betreffende leerstof reeds eerder behandeld is. Kijk dus wel _______. #24 Kijk bij een gemaakt foutje steeds terug om dat foutje op te kunnen sporen. Ga pas verder als de fout gecorrigeerd is. Fouten berusten vaak op onvoldoende kennis van de ________ die in de medische terminologie van toepassing zijn.

regels

#25 Zoals iedere taal beantwoordt ook de medische vaktaal aan een aantal regels. Tracht niet alleen een woordenschat op te bouwen, maar verdiep u vooral ook in de ________. Dit studieprogramma besteedt daar alle aandacht aan.

regels

kernachtig bedoeld

#26 Met behulp van de medische terminologie kan men kernachtig uitdrukken wat men in de geneeskunde precies bedoelt. De van oorsprong Griekse en Latijnse termen zijn hier zeer geschikt voor. De termen die u gaat bestuderen, drukken dus _________ uit wat in de geneeskunde precies wordt ________.

grondig

#27 U zult zich de leerstof van de schakels 1 t/m 90 grondig eigen moeten maken om het eigenlijke studieprogramma medische terminologie op succesvolle wijze te kunnen afronden. Bestudeer deze schakels dus _________.

4


Het opbouwen en ontleden van termen (schakels 28 t/m 67)

woorddelen termen

#28 De medische terminologie is zeer uitgebreid. Dit studieprogramma kan nooit alle medische termen behandelen; het richt daarom zijn aandacht op de afzonderlijke woorddelen waaruit de meeste medische termen zijn opgebouwd. Door deze ____________ als bouwstenen te gebruiken voor medische ___________ kan men een behoorlijke basiskennis van de medische terminologie verwerven.

woorddelen

#29 In de nu volgende schakels zijn uitspraak en betekenis van de gebruikte termen nog niet belangrijk; deze komen later aan de orde. Hier gaat het om de 贸pbouw van die termen. De medische term dia/gnose is uit afzonderlijke ____________ opgebouwd.

dia/ /lyse

#30 In de medische term dia/lyse zijn ___/ en /_____ afzonderlijke woorddelen.

dia/gnose

#31 Vorm nu een medische term uit de woorddelen dia en gnose: ___/_____.

medische term woorddelen

#32 Diagnose is een *____________, die is opgebouwd uit de ______________ dia en gnose.

pro/gnose

#33 Vorm een medische term uit de woorddelen pro en gnose: ___/_____.

hyper/tensie hypo/tensie hyper/plasie hypo/plasie woorddelen medische termen

#34 Probeer nu uit de woorddelen hyper/ en hypo/ enerzijds, en /tensie en /plasie anderzijds, vier medische termen te vormen: _____/______, ____/______, _____/______ en ____/______.

#35 In de gegeven voorbeelden konden uit de afzonderlijke __________ door simpele koppeling *_____________ worden gevormd.

5


im/pressie (n wordt m) sup/pressie (b wordt p)

#36 Soms moeten kleine veranderingen worden aangebracht om het geheel beter te laten klinken. Probeer te ontdekken wat er verandert als de voorvoegsels in/ en sub/ met het woorddeel /pressie gecombineerd worden: __/_______ en ___/_______.

/serv/

#37 In de Nederlandse woorden serveren, conserven, servet en reservaat zit een gemeenschappelijk woorddeel. Dat is /____/.

neur/

#38 Zo’n ‘kaal’ woorddeel, dat niet zelfstandig is maar wel een begrip vertegenwoordigt, heet een woordstam. Zoek een gemeenschappelijke woordstam in neuritis en neuroloog: _____/.

hetzelfde

#39 Met woordstam bedoelen we een woorddeel dat in alle gebruikte termen __________ (hetzelfde/anders) is.

neuro/

#40 Zoals uit #38 blijkt wordt soms de ‘kale’ woordstam gebruikt (neur/itis) en soms de woordstam plus de letter o (neuro/loog). Dit laatste noemen wij een combinerende vorm. De combinerende vorm van neur/ is _______/. #41 Uit vergelijking van de termen diathermie en thermometer blijkt dat _____/ de stam is, en ______/ de combinerende vorm.

therm/ thermo/

#42 Combinerende vormen worden in het algemeen gebruikt als het daaropvolgende woorddeel met een ________ (klinker/medeklinker) begint. Begint het volgende woorddeel met een klinker, dan zal in het algemeen niet de combinerende vorm maar de _________ gebruikt worden.

medeklinker woordstam

#43 De stam therm/ laat zich goed met het woorddeel /ie combineren, maar niet met het woorddeel /meter: therm/meter is nauwelijks uit te spreken. In het laatste geval wordt dus niet de stam therm/ maar de combinerende vorm ________/ gebruikt.

thermo/

#44 Dat de eindklinker van een combinerende vorm een o is, en bijvoorbeeld niet een a of een e, komt omdat die o als regel al onderdeel van het klassieke Griekse woord uitmaakt, zoals in thermos, warm, en neuron, zenuw. De combinerende vormen van deze termen zijn ______/ en _____/.

thermo/ neuro/

6


thermo/ therm/

#45 In dit studieprogramma zullen wij in het algemeen van de combinerende vorm uitgaan, omdat die duidelijker te herkennen is dan een kale woordstam. In medische termen sprekend over warmte gaan we dus uit van de combinerende vorm _______/ en niet van de woordstam _____/.

woordstam

#46 Als de combinerende vorm in medische termen door een klinker gevolgd wordt, zal in het algemeen de o worden weggelaten, en wordt dus alleen de ________ gebruikt.

procto/scoop proct/itis

#47 Combineer nu procto/ met de woorddelen /scoop: _____/_____, /itis: _____/____.

bronch/itis broncho/gram

#48 Maak medische termen van de combinerende vorm broncho/ met /itis: ______/____, /gram: ______/_____.

gastr/itis col/itis ovari/itis

#49 Veel vóórkomende woorddelen zijn voor- en achtervoegsels. We hebben al kennisgemaakt met het achtervoegsel /itis. Koppel dit nu eens achter de volgende combinerende vormen gastro/: _____/___, colo/: _____/___, ovario/: ______/___.

hyp/algesie hypo/plasie hyp/oxie hyp/ /oxie eerste hypo/xie

be/, on/, ver/ /ing, /baar

#50 Combineer het voorvoegsel hypo/ met /algesie, /plasie en /oxie: ___/_______, ____/______ en ___/____.

#51 Probeer nu hypoxie in woorddelen te ontleden: ___/ en /____. Er is dus één o weggevallen, en die is van het _______ (eerste/laatste) woorddeel. Hieruit blijkt dat klinkers aan het begín van een woorddeel niet mogen wegvallen: daardoor zou de betekenis van dit woorddeel verloren gaan. Dus hyp/oxie, en niet ____/___. #52 Eénzelfde woorddeel kan van verschillende voorvoegsels en/of achtervoegsels worden voorzien, waardoor dat woorddeel nadere betekenis krijgt. Denk bijvoorbeeld in het Nederlands aan een combinatie van voor- en/of achtervoegsels met de woordstam /handel/: handeling, behandeling, onhandelbaar, behandelbaar, verhandeling. De voorvoegsels zijn hier *_________________, en de achtervoegsels *__________.

7


uit/, op/, her/, be/, af/, over/, aan/, bijeen/, toe/

#53 Tracht Nederlandse voorvoegsels te bedenken bij /komst: *_______________________.

rijk aan slijm lijkend op slijm

#54 De Nederlandse achtervoegsels /ig en /achtig bij het woord slijm geven de aldus gevormde termen een verschillende betekenis. Men bedoelt met slijmig: *____________, slijmachtig: *_____________. #55 Ook in de medische terminologie geven voor- en achtervoegsels nadere betekenis aan gebruikte woorddelen. Zo betekent artr/itis gewrichtsontsteking en artr/ose gewrichtsslijtage. De woorddelen /itis en /ose zijn _____________. Artr/ is een ____________.

achtervoegsels woordstam

ren/aal

#56 Veel achtervoegsels kennen een Griekse, Latijnse of Grieks-Latijnse vorm (verder klassieke vorm genoemd) en een Nederlandse vorm (verder verbasterde vorm genoemd). Ren/alis betekent: betreffende de nier, of: van de nier. De verbasterde vorm hiervan is ___/____.

uniform mobiel latent uterien

#57 Tracht de verbasterde vormen te vinden van de volgende klassieke termen uniformis (ĂŠĂŠnvormig): _______, mobilis (beweeglijk): _______, latens (verborgen): _______, uterinus (van de baarmoeder): ________.

inademing uitademing

#58 Ook met voorvoegsels kan men nadere betekenis geven aan het woorddeel dat daarop volgt. In tegenstelling tot achtervoegsels kennen voorvoegsels geen verbasterde vormen. Als /spiratio /ademing is, wat betekenen dan inspiratio: ____________, exspiratio: ____________.

woorddelen

#59 Alvorens verder te gaan, herhalen wij wat in de voorgaande schakels is behandeld. Een medische term kan men ontleden in afzonderlijke __________. #60 In de termen nefrectomie, nefritis en nefropathie zit het gemeenschappelijke woorddeel ____/. Men noemt dit woorddeel een _____.

nefr/ woordstam

8


hetzelfde is nefro/ nefro/grafie nefr/itis woordstam achtervoegsel

#61 Het kenmerkende van een woordstam is dat hij in alle betreffende termen **______________. #62 De combinerende vorm van nefr/ is ______/. Vorm nu medische termen uit nefro/ en /grafie: _____/______, nefro/ en /itis: ____/____. #63 In de term nefritis is nefr/ een ______ en /itis een ___________.

klassiek renaal

#64 In de term ren/alis is het achtervoegsel _________ (klassiek/verbasterd). Met verbasterd achtervoegsel luidt de term ________.

voorvoegsel hyp/odontie

#65 Hypo/ is een __________. Bij koppeling aan /odontie wordt de term: ___/_______.

laatste o van hypo

#66 In de term hypodontie is een klinker o weggevallen. Het betreft hier de *________________ (laatste o van hypo/eerste o van odontie). #67 Alvorens met het eigenlijke studieprogramma medische terminologie te beginnen, zullen we eerst nog nadere aandacht moeten schenken aan de manier van studeren.

9


De manier van studeren (schakels 68 t/m 90)

#68 Het bestuderen van medische termen begint met nauwkeurig lezen. Neem bijvoorbeeld gastro/scop/ie. Schuine breukstrepen verdelen deze term in _________. Dit is gedaan om de _________ van de term beter te kunnen begrijpen.

woorddelen betekenis

gas-tro-sco-pie

#69 In gastro/scop/ie zijn de woorddelen gescheiden door *____________. Lettergrepen zijn iets anders dan woorddelen. In lettergrepen verdeeld, ziet de term gastroscopie er zó uit: ___-___-____-__.

klemtoon uitspreken

#70 De horizontale streepjes onder klinkers van de lettergrepen gas en pie hebben te maken met de __________. Dit is gedaan om een woord goed te kunnen _________.

begrijpen klemtoon

#71 Belangrijk is dat u zich bij de uitspraak van een woord niet laat afleiden door de schuine breukstrepen. Deze dienen uitsluitend om een term beter te kunnen ____________. Bij de uitspraak moet men in lettergrepen denken en letten op de ___________.

streepje onder → de klinker(s)

#72 Nadat u met een nieuwe term hebt kennisgemaakt door die te lezen, komt het probleem van de uitspraak. Belangrijk daarbij is om de klemtoon juist te leggen. In dit studieprogramma is de te beklemtonen lettergreep steeds duidelijk herkenbaar aan een *_________________.

schuine breukstrepen

#73 Termen van twee lettergrepen zoals stoma en renaal, en termen van drie lettergrepen als atrium, abdomen en adenoom hebben slechts één ________. Deze voorbeelden verduidelijken dat de plaats van de klemtoon binnen het woord sterk kan verschillen. In dit leerprogramma is daarom de klemtoon van elke term steeds weer aangegeven.

klemtoon

#74 Probeer de termen atrium, abdomen en adenoom nu hardop uit te spreken. De klemtoon valt op de __________ klinker.

onderstreepte

10


twee drie laatste

#75 Langere woorden hebben meer dan één klemtoon. De term atherosclerose heeft _____ klemtonen, en gastroduodenostomie zelfs _____. Van deze klemtonen heeft één de hoofdnadruk. Dit is altijd de láátste klemtoon. Deze hoeft niet overeen te komen met de laatste lettergreep. De meeste nadruk valt op de _____ klemtoon. kader 75+ De laatste klemtoon, de hoofdklemtoon, valt altijd op één van de drie laatste lettergrepen. Uit de praktijk blijkt dat bij termen met achtervoegsels als /ie en /aal de hoofdklemtoon meestal op de laatste lettergreep ligt: duodenostomie, gastroduodenaal. Bij termen met achtervoegsels als /itis en /ose ligt de hoofdklemtoon op de voorlaatste lettergreep: artrose, artritis. Klassieke woorden hebben de klemtoon vaak op de voorvoorlaatste lettergreep: encephalon, leucopenia, arthropathia.

laatste

langer aangehouden

drie -mie langer aan te houden

#76 Probeer nu de term atherosclerose goed uit te spreken. De meeste nadruk valt op de ________ (eerste, laatste) beklemtoonde lettergreep. Geef deze lettergreep extra nadruk door hem wat langer aan te houden. De overige lettergrepen klinken wat korter en duren ongeveer even lang. De lettergreep met de laatste klemtoon wordt *__________. #77 Spreek nu de term gastroduodenostomie enkele malen hardop uit. Er zijn _____ klemtonen. De lettergreep -___ krijgt de hoofdnadruk. Dit bereikt men door deze lettergreep *________________.

repetitiebladen

#78 Het oefenen van de klemtonen van de besproken woorden gebeurt met behulp van de repetitiebladen aan het eind van elk onderdeel van dit studieprogramma. Daarin zijn de klemtonen met opzet niet aangegeven. Men kan zich dus oefenen in de juiste uitspraak met behulp van de _______________.

schakel

#79 Als u bij het studeren in de repetitiebladen de klemtoon niet meer weet, kunt u deze weer terugvinden in de desbetreffende __________.

luister

#80 Hardop spreken helpt niet veel als u niet luistert naar wat u zegt. Spreek de term gastroduodenostomie nog eens hardop uit, en _______ naar wat u zegt.

11


#81 Door te luisteren naar de term die u hardop uitspreekt, prent u die term beter in uw geheugen. Het is de bedoeling dat de stof van dit leerprogramma in uw geheugen wordt verankerd. Spreek dus bij het studeren de termen _______ uit, en _________ naar wat u zegt.

hardop luister

#82 De volgende stap is het begrijpen van de term: uit wat voor woorddelen de term is opgebouwd en wat deze woorddelen betekenen. De afzonderlijke woorddelen kan men herkennen door de *____________.

schuine breukstrepen

#83 We hebben nu dus vier stappen doorlópen bij het bestuderen van een medische term. Noem deze stappen nog eens in de goede volgorde: __________, *__________, ___________ en ___________.

lezen hardop uitspreken luisteren begrijpen

#84 Elk van deze activiteiten zet steeds weer een ánder deel van uw hersenen in werking. Als u de term alleen maar lás, zou slechts een klein gedeelte van de hersenen bij het studeren worden ingeschakeld. Om zich de medische terminologie goed eigen te maken, moet u méér hersengebieden inschakelen, en dus niet alleen lezen, maar ook *____________, ____________ en _____________.

hardop uitspreken luisteren begrijpen

#85 Ten slotte is het belangrijk de termen ook op te schrijven. Daarmee wordt weer een nieuw hersengebied ingeschakeld. Door het opschrijven, worden de termen nog beter in uw geheugen verankerd. Na het lezen, uitspreken, beluisteren en overdenken is ten slotte het ___________ belangrijk.

opschrijven

#86 Bij het bestuderen van een medische term begint u dus met __________. De volgende stap is *___________.

lezen hardop uitspreken

klemtoon streepjes onder de klinkers laatste

#87 Bij het hardop uitspreken van een term is vooral van belang het goed leggen van de _________. Daarvoor let men op de *_______________. De hoofdnadruk valt altijd op de ________ klemtoon.

luistert begrijpen

#88 Hardop uitspreken van een term helpt niet als u niet _________. De volgende stap bij het bestuderen van een term is ___________.

12


woorddelen schuine breukstrepen

#89 Voor een goed begrip van een term is vooral van belang de ontleding in ___________. Dat gebeurt met de hulp van de *____________. #90 We gaan nu beginnen aan het leerprogramma medische terminologie. Als u denkt de leerstof betreffende het opbouwen en ontleden van woorden nog niet helemaal goed te beheersen, herhaal dan de voorgaande schakels nog eens.

13


Het studieprogramma medische terminologie Deel 1 (schakels 91 t/m 244)

woorddelen schuine breukstrepen

#91 Een medische term is opgebouwd uit ___________. Die zijn in dit studieprogramma gescheiden door *_______________.

woordstammen combinerende vormen voorvoegsels achtervoegsels

#92 Noem enkele soorten woorddelen: _____________, *_____________, _____________, _____________.

combinerende vorm woordstam achtervoegsel

#93 We beginnen met de term acro/megal/ie te bekijken. Acro/ is een ________________, megal/ een _____________, /ie een ______________.

acro/

#94 Acro/ heeft betrekking op top, uitsteeksel. Denk aan de Acro/polis in Athene, een hoger gelegen deel (acro/) van de stad (polis), aanvankelijk dienst doende als bolwerk en later rijkelijk voorzien van architectuur (onder andere tempels) en beeldhouwwerk. In de medische terminologie heeft acro/ betrekking op lichaamsuiteinden en lichaamsuitsteeksels. Om lichaamsuiteinden zoals handen en voeten aan te duiden, wordt ____/ gebruikt.

acro/

#95 Ook als het over andere lichaamsuiteinden (letterlijk: Ăşitstekende lichaamsdelen) gaat, zoals oren, neus of kin, kan men ____/ gebruiken. kader 95+ Zoals uit de voorafgaande schakels blijkt, zijn alleen volledige termen en woorden van klemtoonstreepjes voorzien. Woorddelen, zoals voorvoegsels, achtervoegsels, combinerende vormen en woordstammen krijgen geen klemtoonstreepjes omdat zij niet als zelfstandige woorden dienst doen. Bovendien kan in verschillende termen met hetzelfde woorddeel de klemtoon binnen dat woorddeel anders liggen.

14


handen en voeten

lichaamsuiteinden

groot te groot te groot acro/megal/ie

te groot zijn, vergroting spreek uit: ie-ja te groot zijn (vergroting) → van de lichaamsuiteinden toestand

#96 Paralyse betekent verlamming. Omdat verlamming van neuspunt of kin niet vóórkomt, heeft in de term acro/paralyse de combinerende vorm acro/ alleen betrekking op *_______________. #97 In acro/megalie, acro/cyanose en acro/dermatitis gaat het bij de combinerende vorm acro/ in principe over alle soorten ____________. #98 Megalo/ betekent: groot, in de medische terminologie meestal: te groot. Bij megalo/ of megal/ gaat het over iets dat _________ of *_________ is. #99 Acro/megal/ie betekent dat de lichaamsuiteinden *_________ zijn. Als iemand opvallend grote handen, voeten, neus en kin heeft, lijdt hij mogelijk aan ____/_____/__. Zoals bij vrijwel alle termen eindigend op /ie ligt de hoofdklemtoon op de laatste lettergreep. #100 /ie (klassiek: /ia, spreek uit (verder te vervangen door het symbool <) ie-ja) is een verbasterd achtervoegsel dat onder andere een toestand aangeeft. /megalie is dus letterlijk de toestand van **___________. Met <ie-ja wordt bedoeld: **______________. #101 Acro/megalie kan men dus omschrijven als **________________. Het achtervoegsel /ie wijst hier op een ____________.

zelfstandig naamwoord

#102 Ook kan men zeggen dat het achtervoegsel /ie een medische term tot zelfstandig naamwoord maakt. Acromegalie is een *______________.

blauw

#103 Cyano/ betekent blauw. Wie cyan/ose heeft, ziet er ________ uit.

cyan/ose

#104 /ose is een verbasterd achtervoegsel (klassiek: /osis) dat een (meestal abnormale) toestand aangeeft. De abnormale toestand van blauwe verkleuring heet ____/___.

cyan

#105 Acrocyanose betekent blauwheid van de lichaamsuiteinden. Het woorddeel dat hier aangeeft dat er van blauw sprake is, is _____.

acrocyanose

#106 Acro/cyanose is het gevolg van zuurstofgebrek. Wanneer het bloed niet voldoende zuurstof naar bijvoorbeeld handen en voeten voert, heeft dit _____________ tot gevolg. 15


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Medische terminologie 9042503922 inkijkexemplaar by ThiemeMeulenhoff - Issuu