Skip to main content

Libre service junior 2 vmbo gt a

Page 1

LIBRE SE RV ICE JUNIOR T E X T E S & A C T I V I T É S | 2 V MBO G T | A |

r o i n u J

FR ANS VOOR DE ONDERBOUW

LIBRE SE RV ICE JUNIOR |

FR ANS VOOR DE ONDERBOUW

Als je in Frankrijk bij een benzinestation, wegrestaurant of supermarkt libre service ziet staan, weet je dat het om ‘zelfbediening’ gaat. Je moet zélf aan de slag, je maakt keuzes, je gaat op je eigen manier te werk. Libre Service Junior biedt je veel mogelijkheden om tot het beste resultaat te komen!

9 789006 690323

TEXTES & ACTIVITÉS 2 VMBO GT A


Â


Frans voor de onderbouw

r o i n u J

Auteurs

u Karin van der Kant u Bert Nap Eindredactie

u Sheila Faessen, Erika Welgraven (U1)

TEXTES & ACTIVITÉS 2 VMBO GT A


LIBRE SERVICE JUNIOR • METHODEOVERZICHT / COLOFON

2

METHODEOVERZICHT LIBRE SERVICE JUNIOR

Textes & Activités

havo/vwo

vwo

vmbo gt/h

1 hv A 1 hv B 2 havo A 2 havo B 3 havo A 3 havo B

1 vwo A 1 vwo B 2 vwo A 2 vwo B 3 vwo A 3 vwo B

1 vmbo gt/h A 1 vmbo gt/h B 2 vmbo gt A 2 vmbo gt B 3/4 vmbo gt A 3/4 vmbo gt B

Digitaal leerplatform ­eDition

Alle boeken worden geleverd met een totaallicentie die bestaat uit de theorie en alle opdrachten voorzien van uitgebreide feedback.

Docenttotaallicentie

Toegang tot alle docentmaterialen zoals: docentenhandleiding, antwoorden, lesplanner, audio en video, toetsen, de digibordapplicatie Schooltas, VensterFrans, Panorama’s. Daarnaast toegang tot eDition: het digitale leerlingmateriaal en leerlingvolgsysteem voor docenten.

COLOFON Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 9789006690323 Eerste druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


WERKEN MET LIBRE SERVICE JUNIOR

3

WERKEN MET LIBRE SERVICE JUNIOR Als je in Frankrijk bij een benzinestation, wegrestaurant of supermarkt libre service ziet staan, weet je dat het om ‘zelfbediening’ gaat. Je moet zélf aan de slag, je maakt keuzes, je gaat op je eigen manier te werk. Libre Service Junior biedt je veel mogelijkheden om goed Frans te leren!

LEERJAAR 2 Het Textes & Activités voor leerjaar 2 is op dezelfde manier opgebouwd als voor leerjaar 1. Nieuw in leerjaar 2 zijn de woordenboekopdrachten bij Écrire: Dictionnaire. Hier krijg je handige tips om Franse woorden op te zoeken in het woordenboek. De tips gelden meestal zowel voor een papieren woordenboek als voor een online woordenboek.

HANDIG OM TE WETEN u  QR-CODE

De audiofragmenten kun je via de site of met een QR-code beluisteren. Ook de vlog kun je met een QR-code bekijken. Voor de QR-code moet je een gratis app installeren. Schrijf niet op de QR-code, want dan doet hij het niet meer. u  NIEUWE FRANSE SPELLING

In Libre Service Junior wordt de nieuwe Franse spelling toegepast, net zoals de meeste Franse educatieve uitgeverijen vanaf 2016 doen. De nieuwe spelling is bedoeld om video het Frans makkelijker en moderner te maken. Meer informatie: www.orthographe-recommandee.info

u  MENU AU CHOIX

Aan het eind van elk onderdeel vind je een menu au choix. Dit keuzemenu biedt extra opdrachten op drie niveaus:   het herhalingsniveau;   het basisniveau waarop je extra kunt oefenen, bijvoorbeeld voor de toets;   en het niveau met een uitdagende opdracht. In het boek vind je een korte beschrijving van deze opdracht, die verder staat uitgelegd op de website. Meestal zal je docent aangeven welke opdracht je moet maken, maar je kunt natuurlijk altijd zelf naar de website gaan om extra te oefenen. u  DIGITALE LEEROMGEVING

Bij Libre Service Junior hoort de digitale leer­ omgeving eDition: leren.libreservice-online.nl. eDition bestaat uit: • alle opdrachten uit het boek in digitale vorm; • uitgebreide beoordelingsmogelijkheden met ­rubrics bij de mise en pratique van Écrire en Parler; • alle opdrachten uit het menu au choix; • alle bronnen (audio, video, leesteksten); • alle theorie (het grammaticaoverzicht, audio examenvraag en bij verschillende grammaticaonderdelen vind je ook uitleg in de vorm van een korte animatie).

sprek

PICTOGRAMMEN In dit boek wordenmanuel de volgende gebruikt: (Fr) / leren (Engpictogrammen en Du) woordenboek Kijken / Regarder

Online

lezen

groepsopdracht

schrij

Groepsopdracht

Lezen / Lire

Website tweetallen

Grammatica / Grammaire

Herhalings- of reproductieve opdracht

Luisteren / Écouter

Opdracht op toetsniveau

Spreken /nakijken Parler

Uitdagende opdracht

Schrijven / Écrire

Woordenboek

Apprendre

Creatieve opdracht waarbij je verschillende eigentijdse vaardigheden gebruikt

Opdrachtleertip in tweetallen

21st century skills

B1

Grammar

B2

A

kijken rega


LIBRE SERVICE JUNIOR • TABLE DES MATIÈRES

4

UNITÉ

THÈMES

1

Sports & passions

REGARDER Je kunt de vlog over het thema van dit hoofdstuk begrijpen.

LIRE Je kunt een artikel begrijpen in een tijdschrift, krant of op een website.

I révision: être (zijn), avoir (hebben), faire (maken, doen)

Menu au choix

Menu au choix

Je kunt een korte tekst en korte mededelingen over mobiele communicatie begrijpen.

I pouvoir (kunnen, mogen) en vouloir (willen)

A1 Differentiatie

2

En ligne A1

Je kunt de vlog over het thema van dit hoofdstuk begrijpen.

GRAMMAIRE I + II

II bezittelijk voornaamwoord

révision: regelmatige werkwoorden op -er II voltooide tijd met avoir (hebben)

Differentiatie

3

Çest qui, çest quoi ?

Je kunt de vlog over het thema van dit hoofdstuk begrijpen.

Menu au choix

Menu au choix

Je kunt een korte tekst en korte mededelingen over films begrijpen.

I regelmatige werkwoorden op -ir

A1

révision: tegenwoordige tijd van de werkwoorden avoir, être, faire, prendre II bijvoeglijk naamwoord: bijzondere vormen

Menu au choix

Differentiatie

P 4

La passion de ...

• Je kunt een klasgenoot interviewen en een reportage maken. • Herhaling productieve vaardigheden unité 1-3.

Paris visite

Je kunt de vlog over het thema van dit hoofdstuk begrijpen.

A2

Je kunt een eenvoudig reisverslag begrijpen.

Menu au choix

I partir (vertrekken) révision: finir / choisir II voltooide tijd (passé composé) met être révision: voltooide tijd (passé composé) met avoir

Differentiatie

5

Santé A2

Je kunt de vlog over het thema van dit hoofdstuk begrijpen.

Menu au choix

Menu au choix

Je kunt berichten op een forum over gezondheid begrijpen.

I werkwoorden op -re (attendre) révision: aller (+ futur proche) II imparfait révision: nous-vormen

Differentiatie

6

Émotions A2

Je kunt de vlog over het thema van dit hoofdstuk begrijpen.

Menu au choix

Menu au choix

Je kunt een forum over problemen begrijpen.

I venir révision: alle werkwoorden II aanwijzend voornaamwoord révision: nous-vormen

Menu au choix

Differentiatie

P

• Een verslag maken van een activiteit. • Herhaling productieve vaardigheden unité 4-6.

MENU AU CHOIX

Bij de vaardigheden Lire, Grammaire, Écouter, Parler, Écrire komen differentiatie-opdrachten voor op drie niveaus:

Menu au choix


LIBRE SERVICE JUNIOR • TABLE DES MATIÈRES ÉCOUTER

PARLER

ÉCRIRE

VOCABULAIRE

• Je kunt een eenvoudig gesprek over sport begrijpen. • Je kunt begrijpen waar een sportprogramma op de radio over gaat.

Je kunt telefonisch een afspraak maken en iets vertellen over je sport of hobby.

Je kunt een bericht schrijven om je aan te melden voor een activiteit.

Menu au choix

Menu au choix

Menu au choix

Je kunt gesprekken over mobiele Je kunt een probleem communicatie begrijpen. uitleggen en om hulp vragen.

Je kunt persoonlijke gegevens invullen op een formulier.

Menu au choix

Menu au choix

Menu au choix

Je kunt een gesprek met een beschrijving begrijpen.

Je kunt in korte zinnen dieren en dingen beschrijven.

Je kunt in korte zinnen een persoon beschrijven.

Menu au choix

Menu au choix

Menu au choix

• Je kunt een gesprek over reizen Je kunt de weg vragen in het met het openbaar vervoer openbaar vervoer. verstaan. • Je kunt omroepberichten en weerberichten begrijpen. • Je kunt berichten over reizen per trein en vliegtuig begrijpen. • uitspraak -tion

Je kunt een eenvoudig reisverslag van een stedentrip schrijven.

Menu au choix

Menu au choix

Menu au choix

• Je kunt een gesprek bij de dokter en bij de apotheek begrijpen. • Je kunt reclameboodschappen begrijpen. • uitspraak: é/è/uh

Je kunt een gesprek bij de dokter voeren.

Je schrijft een absentiebriefje en bedenkt zelf een smoes.

Menu au choix

Menu au choix

Menu au choix

• Je begrijpt dialogen waarin jongeren vertellen hoe ze zich voelen en hoe ze elkaar complimenten geven. • Je begrijpt berichten op een antwoordapparaat en chansons waarin emoties voorkomen. • de qu als k

Je kunt vertellen hoe je je voelt en waarom.

Je kunt een chatbericht schrijven aan de hand van emoticons.

Menu au choix

Menu au choix

Menu au choix

Grammaire 154 Vocabulaire N-F Franse instructies 180

sporten

social media

omschrijven, beschrijven van personen, voorwerpen, dieren, uiterlijk

• het weer • vervoersmiddelen

lichaamsdelen

• emoties • signaalwoorden

Tips en strategieën La France 182 Plan de Paris 183

5


6

1

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS

SPORTS & PASSIONS

Sport d’équipe Veel Franse jongeren beoefenen een teamsport. Le foot is in Frankrijk een van de grootste sporten. Le rugby is met meer dan 350.000 spelers een veel grotere sport dan in Nederland. Maar le hockey is met maar 9.000 sporters in Frankrijk veel minder populair dan bij ons.

Sport individuel Behalve teamsporten zijn ook individuele sporten, zoals zwemmen en atletiek, erg populair. En er zijn veel sportverenigingen waar jongeren binnen sporten in een salle de sport. Ze doen daar aan judo bijvoorbeeld, of aan handbal. Wie wil paardrijden kan in Frankrijk bijna in elke stad of dorp terecht bij een centre équestre (ook wel club d’équitation).

Sports aventure Frankrijk heeft veel bergen. In die bergen wordt veel aan buitensport gedaan, zoals le canoëkayak, le VTT (mountainbiken) of le cyclisme. Ook de bergsporten zijn behoorlijk populair. Voor sportklimmen hoef je overigens niet meer naar een berggebied, want er zijn steeds meer salles d’escalade.

La Maison des Jeunes In veel stadswijken en dorpen verzorgt een Maison des Jeunes et de la Culture (MJC) buitenschoolse activiteiten. Als je niet van sporten houdt, kun je daar bijvoorbeeld meedoen aan een kookcursus, muziekles of een atelier de danse. Je kunt er natuurlijk ook terecht voor een spelletje babyfoot (tafelvoetballen) of tennis de table.


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS

7

UNITÉ 1 REGARDER A1 [titel vlog] [beschrijving vlog] LIRE A1 Leur numéro 14 est une fille Een meisje dat rugby speelt. GRAMMAIRE I De werkwoorden être (zijn), avoir (hebben) en faire (maken, doen). ÉCOUTER A1

La pétanque Het bekendste Franse spel is misschien wel le jeu de boules. Nederlanders zien het vaak als een eenvoudig spelletje voor op de camping, maar in Frankrijk is la pétanque een serieuze sport. Het spel kent verschillende varianten en er zijn maar liefst 300.000 geregistreerde spelers. En dat zijn zeker niet alleen oude mensen.

14 ans et déjà championne de judo ; Rendez-vous devant la salle des fêtes ; Journal des sports Twee gesprekken over sport en vrijetijdsbesteding en een sportjournaal. GRAMMAIRE II Het bezittenlijk voornaamwoord enkelvoud en meervoud. PARLER A1 14 ans et déjà championne de judo ; Rendez-vous devant la salle des fêtes Afspraken maken om samen iets leuks te gaan doen. Vertellen over je sport of hobby. ÉCRIRE A1 Activités du camping La Pinède Je aanmelden voor een activiteit. APPRENDRE Woorden, zinnen en grammatica: al het leerwerk bij elkaar. NA DEZE UNITÉ KUN JE …

RÉPONDS AUX QUESTIONS

1 Welke sport wordt er gespeeld in het stadion van Roland Garros?

2 Noem nog twee grote sportevenementen die in Frankrijk plaatsvinden.

• een eenvoudige vlog over [00] begrijpen. • een artikel over een sporter begrijpen. • korte gesprekken over sport en vrijetijdsbesteding begrijpen. • afspraken maken en vertellen over je sport of hobby. • je schriftelijk aanmelden voor een activiteit.


8

1

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • REGARDER

REGARDER

A1

SPORTS & PASSIONS

Leer de woorden van Apprendre 1: pagina 34


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • LIRE

LIRE A1

DOEL: je kunt een artikel begrijpen in een tijdschrift, krant of op een website.

EXERCICE 3 - START A Écoute et choisis. Luister naar de jongeren die vertellen over hun sport of hobby. Noteer het juiste cijfer onder elke activiteit. Er blijven twee activiteiten over. a

e

i

b

f

c

d

g

h

j

B Travaillez à deux. Als jij mag kiezen uit de activiteiten hierboven, welke zou jij dan kiezen? Kies ieder twee activiteiten en stel elkaar om de beurt een vraag en probeer er zo achter te komen welke activiteiten de ander heeft gekozen.

Stel vragen als: • Tu aimes le sport ? • Tu as de l’imagination ? • Qu’est-ce que tu aimes ? • Qu’est-ce que tu voudrais faire ?

J’aime jouer / faire ...

Ma passion est ... Je voudrais ...

9


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • LIRE

10

Leur numéro 14 est une fille 1

5

Pendant les vacances, nous avons rencontré Mélanie. Elle a 14 ans, elle fait 1m60 pour 50 kg et ... elle est joueuse de rugby. Elle a fait un stage « Passion Sport », organisé par le centre sportif. Chose remarquable : Mélanie est la seule fille de son équipe. Et les garçons sont très contents de leur « numéro quatorze ». De notre reporteur Benjamin Cadet

Sport d’équipe 10

20

Mélanie : « Je suis sportive. Je cours assez vite, parce que j’ai fait un an d’athlétisme. Mais l’athlétisme est un sport individuel et je préfère un sport d’équipe. Je fais du rugby depuis un an maintenant. Notre équipe gagne souvent. Cette année, nous sommes même champions dans notre catégorie.

Respect 25

Jouer contre des garçons 15

Je suis une fille. Jouer contre des garçons n’est pas facile. Ils ne me font pas de cadeau ! Je ne suis pas très forte, mais je n’ai pas peur. Je joue à droite. C’est là qu’il y a le moins de contact. J’aime attaquer, mais il faut aussi défendre.

Passion Loisirs

Mon père est un joueur de rugby professionnel. Il n’est pas d’accord que je joue au rugby. Il dit : ‘Ce n’est pas une bonne idée pour une fille.’ Mais ma mère est de mon côté.

30

Le rugby est un sport de contact qui peut être violent. Une blessure ou un bleu de temps en temps, ça fait mal. C’est pourquoi le respect est très important. Il faut respecter l’arbitre, les adversaires, l’entraineur et le public. C’est dur de jouer au rugby, mais c’est aussi super cool et je me fais des très bons amis. C’est important de s’amuser dans son sport. Le rugby est un sport pour tout le monde. Aussi pour les filles. L’année prochaine je veux former une équipe féminine. »

Le centre sportif et culturel organise des activités pour

Atelier Miam miam ! –

partager votre passion avec vos amis.

cuisiner avec tes amis La cuisine du collège Mistral

Studio DJ ! – exclusivement

Perfectionnement !

propose de préparer une

pour les jeunes

12-15 ans – Stade municipal

sauce tomate maison, des

À partir de 14 ans tu peux

Pour améliorer ton niveau

frites santé et un dessert super

venir mixer ta musique

de foot ou de rugby, il y a

bon. Attention : seulement

au studio de l’espace

2 heures d’entrainement

12 places disponibles et

pédagogique de Radio France

par semaine avec des

seulement pour collégiens.

Bleu. Pour l’art du mix et du

instructeurs expérimentés !

La recette du jour :

scratch !

Tu vas perfectionner ton

• Pizzas personnalisées

contrôle du ballon, ta frappe,

• Frites pas frites (sans friture !)

ton dribble, ton placement.

• Brochettes banana-split


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • LIRE EXERCICE 4 - VOCABULAIRE Lis et combine. Lees de zinnen en schrijf de vertaling van de vetgedrukte woorden op. Kies uit: aanvallen | bang zijn | iedereen | ontmoeten | pijn doen | rennen | tegen | zwaar 1

Après le match, je voudrais rencontrer mon idole.

2

Tu peux courir le 60 mètres en 10 secondes ?

3

Maxime veut jouer une partie de tennis contre moi.

4

Une blessure au rugby peut faire mal.

5

Tu préfères attaquer ou défendre?

6

Il ne faut pas avoir peur de l’adversaire.

7

Le match de ce weekend va être très dur.

8

Nous sommes champions ! Tout le monde est content !

EXERCICE 5 - GLOBAAL LEZEN

TIP

Lis et écoute les textes. Luister naar de teksten en lees mee. Beantwoord de vragen.

Als je de afbeeldingen en de titel bekijkt, kun je vaak voorspellen waar een tekst over gaat.

1 Bekijk de afbeeldingen en de titel van de tekst Leur numéro 14 est une fille.

a Voorspel waar de teksten volgens jou over gaan.

b Dat kun je zien aan de titel / de afbeeldingen / allebei.

2 Wie heeft het artikel over Mélanie geschreven? 3 Kijk naar de tekst Passion Loisirs. De activiteiten zijn bedoeld voor jongeren / volwassenen. EXERCICE 6 - DE TEKST BEGRIJPEN Lis les textes et réponds aux questions. Lees de teksten en beantwoord de vragen.

1 Wanneer heeft de verslaggever Melanie geïnterviewd?

2 Waarom vindt Mélanie rugby leuker dan atletiek? ££A Er doen geen jongens mee aan atletiek. ££B Ze houdt meer van een teamsport. ££C Ze kan niet hard genoeg rennen voor atletiek.

QUIZ Voor welke sport heb je une raquette nodig? £  A boksen £  B tennis £  C volleybal

11


12

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • LIRE 3 Chose remarquable : Mélanie est la seule fille de son équipe. (regel 4-5) Zoek in het woordenboekfragment welke vertaling van remarquable het beste past bij de zin over Mélanie. Onderstreep de juiste vertaling. remarquable (bijv. nw) 1 enorm une victoire remarquable; een enorme overwinning 2 opmerkelijk une situation remarquable; een opmerkelijke situatie 3 voortreffelijk une qualité remarquable; een voortreffelijke kwaliteit

4 Wat is er remarquable aan de situatie van Mélanie en haar team?

5 « Ils ne me font pas de cadeau ! » (regel 16) Naar wie verwijst ils in deze zin?

6 Kruis aan of de volgende beweringen vrai of faux zijn. Sport d’équipe a Mélanie speelt sinds een jaar rugby. b Haar team is dit jaar kampioen geworden.

vrai faux

£ £

£ £

Jouer contre des garçons c Ze speelt aan de linkerkant van het veld. d De vader van Mélanie is enthousiast dat ze rugby speelt.

£ £

£ £

Respect e Je loopt met rugby regelmatig blauwe plekken op. f Mélanie heeft geen vrienden in haar team.

£ £

£ £

7 « Au rugby, le respect est très important. » (regel 26)

a

Waarom is respect bij rugby vooral belangrijk volgens Mélanie?

b Voor wie moet je respect tonen?

8 In wat voor team wil Mélanie volgend jaar gaan spelen? 9 Zoek de zin op in de tekst en vul het ontbrekende bezittelijk voornaamwoord in. a De jongens zijn heel tevreden over hun nummer veertien.

Les garçons sont très contents de

« numéro quatorze. »  (regel 6)

b Mélanie: ‘Ons team wint vaak.’

Mélanie: «

équipe gagne souvent. »  (regel 11)

Antwoord op de quizvraag: B tennis.


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • LIRE J Lees de tekst Passion Loisirs. a Voor welke activiteit zou Mélanie zich het liefst inschrijven?

£  Studio DJ !

£ Perfectionnement !

£  Atelier Miam miam !

b Welke activiteit zou jij kiezen? En waarom? EXERCICE 7 - DOEN!

Wat voor materiaal heb je nodig voor jouw sport of hobby? Ga naar de website van een Franse winkel (bijvoorbeeld decathlon.fr) en zoek daar op hoe de materialen die je nodig hebt in het Frans heten. Open een Wordbestand en stel een pagina in op A3-formaat. Kopieer de woorden en afbeeldingen en plak ze in je Wordbestand. Zo maak je een handige woordenposter. Exemple

un casque een cap

une selle d’équitation een zadel

une cravache een zweep

Leer de woorden van Apprendre 2: pagina 34.

MENU AU CHOIX moeilijk

ging wel

makkelijk

Hoe vond je het lezen van het artikel over Mélanie? Lees de tekst Ma passion : e-sport op pagina 38 en maak de opdrachten. Lees de tekst Ma passion : e-sport op pagina 38 en maak de opdrachten. Lees de tekst Ma passion : e-sport op pagina 38 en maak de opdrachten.

13


14

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • GRAMMAIRE I

GRAMMAIRE I

RÉVISION: ÊTRE (ZIJN), AVOIR (HEBBEN), FAIRE (MAKEN, DOEN)

EXERCICE 8A - LUISTEREN

1 De volgende zinnen komen uit de tekst bij Lire. Luister naar de zinnen en onderstreep in elke zin de werkwoordsvorm die je hoort. a Nous sommes / avons rencontré Mélanie. b Mélanie est / a la seule fille de son équipe. c Je suis / fais sportive. d Nous sommes / avons champions. e Ils ne me font / sont pas de cadeau ! f Mon père est / fait un joueur de rugby professionnel. g Le sport peut être / avoir violent. h Ça peut faire / être mal.

2 Markeer in de volgende tekstregels de vormen van être, avoir en faire. Geef elk werkwoord een aparte kleur (bijvoorbeeld alle vormen van avoir blauw, van être zwart en van faire rood). Pendant les vacances, nous avons rencontré Mélanie. Elle a 14 ans, elle fait 1m60 pour 50 kg et ... elle est joueuse de rugby. Elle a fait un stage « Passion Sport » , organisé par le centre sportif. Chose remarquable : Mélanie est la seule fille de son équipe. Et les garçons sont très contents de leur « numéro quatorze » .

3 Bekijk de vormen van de onregelmatige werkwoorden être, avoir en faire. Lees mee, luister naar de uitspraak en zeg de woorden na. Leer de rijtjes nog eens uit je hoofd. DE WERKWOORDEN ÊTRE, AVOIR EN FAIRE 1.1 de werkwoorden être (zijn) en avoir (hebben) être zijn avoir je suis ik ben j’ai tu es jij bent tu as il est hij is il a elle est zij is elle a on est wij zijn, men is on a nous sommes vous êtes ils sont elles sont

wij zijn jullie zijn, u bent zij zijn (m) zij zijn (v)

nous avons vous avez ils ont elles ont

hebben ik heb jij hebt hij heeft zij heeft wij hebben, men heeft wij hebben jullie hebben, u heeft zij hebben (m) zij hebben (v)

De vormen c’est (het is, dat is) en ce sont (het zijn, dat zijn) worden veel gebruikt:

C’est une bonne idée. Ce n’est pas une bonne idée. Ce sont des footballeurs professionnels.

Dat is een goed idee. Dat is geen goed idee. Het zijn profvoetballers.


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • GRAMMAIRE I 1.2 het werkwoord faire (maken, doen) faire maken, doen je fais ik maak, ik doe tu fais jij maakt, jij doet il fait hij maakt, hij doet elle fait zij maakt, zij doet on fait wij maken, wij doen; men maakt, men doet nous faisons vous faites ils font elles font

wij maken, wij doen jullie maken, jullie doen; u maakt, u doet zij maken, zij doen (m) zij maken, zij doen (v)

Tu fais de la musique ? Maak je muziek? Tu fais du sport ? Doe je aan sport?

Het werkwoord faire wordt veel gebruikt bij sporten en activiteiten.

faire du cheval faire de la danse faire de l’escalade

Je fais du cheval. Ik doe aan paardrijden / Ik rijd paard. Tu fais de la danse ? Dans je? Thomas fait de l’escalade. Thomas klimt.

EXERCICE 8B - OEFENEN Vul de juiste vormen van être, avoir of faire in. être 1

contents de notre équipe.

wij zijn

2

artistique ?

jij bent

3

champions de la région.

zij zijn (m)

avoir 4

un ballon pour jouer au foot ?

jullie hebben

5

une guitare.

ik heb

6

un très bon contrôle du ballon !

hij heeft

faire 7

du rugby depuis un an.

Mélanie doet

8

un cours de théâtre.

zij doen (v)

9

un sport dangereux !

jullie doen

EXERCICE 8C - OEFENEN Vul de juiste vormen van être, avoir of faire in. Bedenk zelf welk werkwoord er in de zin past. Vul eerst het werkwoord in de Nederlandse zin in. 1

Ze

2 3 Wij l’équipe.

een fantastische actrice. jij aan judo?

Elle Tu

maar één meisje in ons team. Nous

une actrice fantastique. du judo ? seulement une fille dans

15


16

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • GRAMMAIRE I 4

Zijn jullie kampioen? Dat

5

Zij

goed! Vous êtes champions ? C’

een goede coach.

6

Ils

jullie aan sport?

bien !

un bon entraineur.

Vous

du sport ?

EXERCICE 8D - DOEN! Vertaal de zinnen. Gebruik de gegeven woorden. Let op dat je de goede werkwoordsvorm gebruikt. une photo

du rugby

beaucoup de plaisir

11 joueurs dans mon équipe des instructeurs professionnels

6 amies

mes amis

très forts

un stage de foot

un bon joueur

1 a faire

Ik doe aan rugby.

b avoir

Ik heb elf spelers in mijn team.

c être

Ik ben een goede speler.

2 a faire

Wij maken een foto.

b avoir

Wij hebben veel plezier.

c être

Wij zijn zes vriendinnen.

3 a faire

Mijn vrienden doen een voetbalstage.

b avoir

Ze hebben professionele instructeurs.

c être

Ze zijn heel sterk.

Leer Apprendre 3: Grammaire I op pagina 35.

MENU AU CHOIX nee

gaat wel

ja

Ik ken de werkwoorden être, avoir en faire goed. Maak exercice 8E op pagina 41 of op de site. Maak exercice 8F op pagina 41 of op de site. Maak exercice 8G op pagina 42 of op de site. Doe de quiz op Socrative om te testen of je de werkwoorden goed kent.


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • ÉCOUTER

17

ÉCOUTER A1

DOEL: • je kunt een eenvoudig gesprek over sport begrijpen. • je kunt begrijpen waar een sportprogramma op de radio over gaat. EXERCICE 9 - START A Rendez-vous. Écoute les conversations et coche. Een afspraak maken. Luister naar de gesprekken en kruis aan: gaat de afspraak wel of niet door?

gaat wel door

1 £ 2 £ 3 £

gaat niet door

£ £ £

B Travaillez à deux. Invite et réagis. Nodig elkaar om de beurt uit om iets samen te doen en reageer. • Kies zelf of iets doorgaat. Eén afspraak gaat door, de andere niet. • Bedenk zelf een reden als je nee zegt (bijvoorbeeld huiswerk of training). • Gebruik de gegeven woorden en zinnen. c plaisir. Super ! Ave Non, d ésolé(e Uitnodiging ). 1 On va au concert de Soprano demain soir ? Je ne peux pas. 2 Je vais au skatepark cet après-midi. Tu viens avec moi ? 3 Je vais au musée avec mes parents. Tu veux venir aussi ? ens avec toi 4 On va jouer au tennis cet après-midi ? Bien sûr. Je vi Dommage, c’est impossible.

Oui, bonne idée

D’accord. Je veux bien !

!

Je dois faire mes devoirs.

J’ai mon entrainement de ... (kies een spor

t).

EXERCICE 10 - VOCABULAIRE A Lis les phrases et choisis. Lees de zinnen. Wat betekenen de vetgedrukte woorden? Kies de juiste betekenis. Er blijft één woord over. deelnemen | geloof je | hard werken | heeft gescoord | sinds | spelers | het team | toernooien | uitzending 1 Je joue au volley depuis l’âge de six ans.

2 Milan va participer à un tournoi de tennis.

3 Dans une équipe de foot, il y a onze joueurs.

4 Tu crois qu'ils vont gagner ?

5 Marie a du talent. Elle a déjà gagné plusieurs tournois ! 6 Tu as écouté l’émission de sport à la radio ?

7 Pour devenir champion, il faut travailler dur.

8 Super ! Lemar a marqué un but : 1-0 pour la France !


18

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • ÉCOUTER B Complète les phrases. Vul de zinnen aan. Hoe laat is het? 1 Il est

. J’ai cours de maths.

één uur

2 Il est

. Je rentre à la maison.

vier uur

3 Il est

. Mon entrainement de judo est fini.

4 Il est

. Je vais au lit.

zeven uur tien uur

C Lis et complète. Lees de uitleg over kloktijden en vul daarna de zinnen aan. KLOKTIJDEN a

b

c

Il est cinq heures et quart.

Il est cinq heures et demie.

Il est six heures moins le quart.

e

d

12 uur ‘s middags = il est midi

12 uur ’s nachts = il est minuit

Vul de zinnen aan.

Exemple Les cours commencent. Il est huit heures et quart .

1 Arthur ! Il est

– tu vas être en retard !

2 Mon entrainement de foot est à 3 Il est

. . À table ! On mange tôt, ce soir.

4 Il est déjà

. Je ne peux pas dormir.

D Travaillez à deux. Combine et parle. Kies om de beurt een klokje en een zin die daarbij past. Vertel hoe laat het is en wat er gebeurt. Exemple Il est huit heures et quart. Les cours commencent. 1

a  b  c  d

2

Je mange. Je vais au collège. Je ne peux pas dormir. J’ai mon entrainement de foot.

3

4


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • ÉCOUTER EXERCICE 11 - HOE KLINKT HET FRANS? In het Frans spreek je de letter ‘s’ soms uit als een scherpe s-klank en soms als een zachte z-klank. Het is belangrijk om de juiste uitspraak te gebruiken, omdat Fransen je anders verkeerd kunnen begrijpen. Sommige woorden betekenen heel wat anders als je ze niet goed uitspreekt. Kijk en luister maar.

un dessert

un désert

A Écoute les mots. Luister naar de woorden en kruis aan welke klank je hoort. 1 un dessert 2 un désert 3 le poisson 4 le poison 5 possible 6 désolé 7 la passion 8 les loisirs 9 la maison 10 une adresse

s z £ £ een toetje £ £ een woestijn £ £ de vis £ £ het vergif £ £ mogelijk £ £ het spijt me £ £ de grote liefde £ £ de vrije tijd £ £ het huis £ £ een adres

B Kijk nog eens naar de woorden bij A. Onderstreep het goede antwoord. 1 Als er in een woord dubbel-ss staat, spreek je die uit als s / z. 2 Als er in een woord één s tussen twee klinkers (a, e, i, o, u, y) staat, spreek je die uit als s / z. C Écoute et répète. Luister naar de woorden en spreek ze na. une voisine une terrasse une classe un message un magasin un blouson

choisir un croissant une fraise une boisson excusez-moi la musique

D Travaillez à deux. Prononcez. Lees om de beurt een naam hardop voor. Let op of je een s-klank of een z-klank moet gebruiken. 1 Alessandro 2 Alessia 3 Basile 4 César

5 Élise 6 Louise 7 Matisse 8 Mélissa

19


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • ÉCOUTER

20

EXERCICE 12 - LUISTEREN A Écoute et choisis. Luister naar de gesprekken.

1 In gesprek 1 vertelt Aline ££A dat ze bijna elke dag met haar sport bezig is. ££B dat ze de Olympische Spelen nooit zal halen. ££C dat ze niet kan sporten omdat ze geblesseerd is. ££D dat ze weinig tijd heeft om te trainen.

2 In gesprek 2 nodigt Camille Léo uit ££A om samen te gaan sporten. ££B voor een concert van een rapper. ££C voor een film bij haar thuis.

DIALOGUE 1

DIALOGUE 2

EXERCICE 13 - BEGRIJPEN A Écoute et réponds aux questions. Luister naar gesprek 1 en beantwoord de vragen. DIALOGUE 1

1 Écoute et souligne. Onderstreep de juiste cijfers.

a Aline is 14 / 15 / 17 jaar. b Ze begon met judo toen ze 4 / 5 / 6 jaar was. c Ze traint 5 / 6 / 7 keer per week.

2 Écoute et souligne. Onderstreep de juiste woorden. a De vader / broer van Aline doet ook aan judo. b Aline vindt trainen leuk / vervelend. c Om Olympisch kampioen te worden gaat ze een coach zoeken / hard werken. B Écoute et souligne. Luister naar gesprek 2 en onderstreep.

DIALOGUE 2

1 Als Camille Léo opbelt kiest ze eerst een verkeerd nummer / krijgt ze de voicemail van Léo. 2 Camille en Léo spreken bij de feestzaal af om acht uur / om kwart over acht. 3 Léo gaat in op de uitnodiging van Camille omdat hij dol is op rapmuziek / hij Camille aardig vindt. EXERCICE 14 - LUISTEREN NAAR EEN SPORTJOURNAAL A Écoute et coche. Luister naar de fragmenten en kruis aan over welke sport ze gaan. formule 1

tennis

voetbal

wielrennen

fragment 1 fragment 2 fragment 3 fragment 4 B Écoute encore une fois et souligne. Luister nog een keer. Onderstreep de juiste woorden. 1 Frankrijk / Portugal gaat naar de finale. 2 De eerste twee plaatsen waren voor de auto’s van Mercedes / Ferrari. 3 Volgende week rijden de wielrenners in de Pyreneeën / Parijs. 4 De uitzendingen van Radio Sport starten 's ochtends / 's middags.


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • ÉCOUTER EXERCICE 15 - DOEN: SPREEK FRANS! A Écoute les réactions. Luister naar de reacties op de uitnodigingen. Trek een lijn tussen de activiteit en de reactie die je hoort. Avec plaisir ! basketballen Bonne idée ! film kijken Ça marche ! naar een concert D’accord ! tennissen Je veux bien ! voetballen

C’est impossible. Ce n’est pas possible. Désolé(e). Je ne peux pas. Non, merci.

B Travaillez à deux. Hoe zou jij reageren op de uitnodigingen? Trek lijnen van de uitnodiging naar jouw reactie. Voer de gesprekken met een klasgenoot. Nodig elkaar om de beurt uit en reageer. Uitnodigingen

Reacties

1 On va jouer au basket ?

Avec plaisir !

2 Je vais à un concert de piano. Tu veux venir ?

Bonne idée !

3 Tu veux jouer au foot avec moi ?

Ce n’est pas possible.

4 On va regarder un film au cinéma ?

Désolé(e). Je ne peux pas.

5 Je vais faire du shopping. Tu viens avec moi ?

Je veux bien.

6 On va jouer au tennis demain ?

Non, merci.

QUIZ Wat is de bijnaam van het Franse voetbalelftal? £  A Les Bleus £  B Les Verts £  C Les Rouges Leer de woorden van Apprendre 4: pagina 35.

MENU AU CHOIX moeilijk

ging wel

makkelijk

Ik vond het begrijpen van de gesprekken over sport: Luister op de website naar het gesprek tussen Gaëlle en Bastien en vul de ontbrekende woorden in. Luister op de website naar het gesprek tussen Gaëlle en Bastien en beantwoord de vragen. Luister op de website naar een telefoongesprek en beantwoord de havo-vragen.

21


22

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • GRAMMAIRE II

GRAMMAIRE II

HET BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

EXERCICE 16A - HERHALEN

1 Luister en lees mee. Vul de bezittelijke voornaamwoorden in die je hoort.

Interview avec Maeva.

Elle parle de de

hobby, de

passion et

copines.

C’est quoi,

C’est

hobby ?

–

passion ?

–

copines aiment ça aussi ? –

hobby, c’est la musique. Oui, être DJ est Oui,

passion.

copines trouvent ça trop bien !

2 Onderstreep het goede antwoord. a Mon, ton of son staan voor een mannelijk / vrouwelijk woord, zoals frère et oncle. b Ma, ta of sa staan voor een mannelijk / vrouwelijk woord, zoals soeur et tante. c Mes, tes of ses staan voor een woord dat enkelvoud / meervoud is, zoals copines.

3 Vul de bezittelijke voornaamwoorden in. a

Salut Estelle. Comment s’appellent

b

mijn

copines s’appellent Kiara et Marine.

c Kiara est

e Qui est

jouw

copine ?

d Oui. Et Dimitri est

f

jouw

copines ?

haar

copain.

jouw

copain ?

mijn

copain s’appelle Enzo.

g Il est le frère de

mijn

copine Tessa.

h Elle aime aller au cinéma avec i Enzo joue au tennis de table avec

haar

amies.

zijn

sœur.

EXERCICE 16B - ONTDEKKEN

1 Lees het interview. Vul de ontbrekende bezittelijke voornaamwoorden in het Nederlands in. Interview met Rachid en Karim. Ze praten over hun team en over vrienden.

Antwoord op de quizvraag: A Les Bleus.

Interview avec Rachid et Karim. Ils parlent de leur équipe et de leurs amis.


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • GRAMMAIRE II a

Comment s’appelle votre équipe de basket ?

b

Notre équipe, s’appelle Les Panthères.

c

Comment sont vos joueurs ?

d

Nos joueurs sont des vrais champions !

e

Ça, c’est leur photo ?

Is dat

f

Oui. Là, ils jouent contre leurs adversaires.

Ja. Daar spelen ze tegen tegenstanders.

Hoe heet

basketbalteam?

team heet De Panters. Hoe zijn

spelers?

spelers zijn echte kampioenen! foto?

2 Kies het goede antwoord. Hoe vertaal je de bezittelijke voornaamwoorden die in de tekst staan? a Notre of nos vertaal je met £  ons of onze b Votre of vos vertaal je met £  ons of onze c Leur of leurs vertaal je met £  ons of onze

£ jullie

£ hun

£ jullie

£ hun

£ jullie

£ hun

HET BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD 1.1 In leerjaar 1 leerde je de bezittelijke voornaamwoorden enkelvoud. Er zijn verschillende bezittelijke voornaamwoorden voor mannelijke, vrouwelijke of meervoudswoorden.

mijn jouw zijn haar

mannelijk enkelvoud mon frère ton frère son frère son frère

vrouwelijk enkelvoud ma sœur ta sœur sa sœur sa sœur

meervoud mes parents tes parents ses parents ses parents

Let op! Als een vrouwelijk zelfstandig naamwoord begint met een klinker of een stomme h, gebruik je in het enkelvoud altijd mon, ton of son.

mijn vriendin jouw vriendin zijn / haar vriendin

ma amie ta amie sa amie

  mon amie   ton amie   son amie

1.2 Bij de bezittelijke voornaamwoorden ons / onze, jullie / uw en hun is er alleen verschil tussen enkelvoud en meervoud.

ons / onze jullie / uw hun

enkelvoud notre équipe votre collège leur enfant

meervoud ons team nos joueurs jullie / uw school vos copains hun kind leurs parents

De uitspraak van nos en vos is noo en voo.

onze spelers jullie / uw vrienden hun ouders

23


24

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • GRAMMAIRE II EXERCICE 16C - BEGRIJPEN

1 Vertaal de zinnen. a Salut Carlo et Milan ! Votre match est à 11 heures ? b Non, notre match est à 10 heures. c Où sont vos enfants, madame ? d Ils font du tennis avec leurs amis.

2 Onderstreep het juiste bezittelijk voornaamwoord. a Votre / Vos chien a quel âge ? b Notre / Nos chien a cinq ans. c Ella et Louise sont en vacances avec leur / leurs grands-parents. d Leur / Leurs grand-mère habite à Marseille. e Ce sont votre / vos amis ? f Notre / Nos amis sont au cinéma. EXERCICE 16D - OEFENEN

1 Vertaal de vetgedrukte woorden. a Wat is uw adres?

Quelle est

adresse ?

b Heeft u onze boeken?

Vous avez

livres ?

c Dat is hun team.

C’est

équipe.

d Onze kat heet Simba.

e Daar zijn hun ouders.

chat s’appelle Simba. Voilà

parents.

2 Vul de ontbrekende woorden in. a J’ai

.

mijn boek

b

fait du ski.

onze familie

c

sont sympas.

jouw ouders

d Ils adorent

.

hun sport

e Martine est

.

zijn vriendin

f Où sont

?

hun vrienden


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • GRAMMAIRE II EXERCICE 16E - DOEN! Schrijf de antwoorden in het Frans. Gebruik in elk antwoord een bezittelijk voornaamwoord en maak de zinnen logisch af. Gebruik de gegeven woorden. Er blijft er een over. des labradors des photos

Alice

tout près

ma passion

dix points

13, rue Pasteur

Exemple Natalie est ta copine ? Non, ma copine s’appelle Alice.

mijn vriendin heet ...

1

Bonjour, Rose et Ava. Vous avez une bonne équipe ?

Oui,

2

Tu as l’adresse de Kim ?

Oui,

3

La sœur de Manon a une passion ?

Oui,

4

Le collège de tes frères est loin ?

Non,

5

Vous avez des chiens ?

ons team heeft ...

haar adres is ...

haar zus maakt ...

hun school is ...

Oui,

onze honden zijn ...

Leer Apprendre 5: grammaire II op pagina 36.

MENU AU CHOIX moeilijk

ging wel

makkelijk

De oefeningen met notre, votre, leur, enz. vond ik: Bekijk de video over het bezittelijk voornaamwoord en maak exercice 16F op pagina 43 of op de site. Maak exercice 16G op pagina 43 of op de site. Maak exercice 16H en 16I op pagina 43 of op de site. Doe de quiz op Socrative om te testen of je de werkwoorden goed kent.

25


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • PARLER

26

PARLER A1

DOEL: je kunt telefonisch een afspraak maken en iets vertellen over je sport of hobby.

EXERCICE 17 - START Travaillez à deux. Regarde l’agenda de Valentin. Bekijk de agenda van Valentin. Noem om de beurt iets wat in zijn agenda staat en hoe laat hij dat doet. Gebruik het voorbeeld. Begin bij maandag en ga door tot jullie alle afspraken van Valentin hebben genoemd. Lundi matin, il va au collège à huit heures moins le quart.

Exemple LUNDI

MARDI

MERCREDI

JEUDI

VENDREDI

SAMEDI

DIMANCHE

matin

matin

matin

matin

matin

matin

matin

après-midi

jouer au foot avec Enzo 11h après-midi

après-midi

soir

regarder un film avec Léo 14h30 soir

au collège 7h45

après-midi

après-midi

après-midi

après-midi

à l’atelier de théâtre 12h45 soir

soir

à l’entrainement de foot 19h15

soir

soir

soir

au cours faire les de guitare devoirs 18h45 avec Léa 20h30

au concert avec Arthur 20h15

EXERCICE 18 - HERHALING GRAMMATICA Complète l’interview avec Valentin. Vul het interview aan. Let op: vul in elke zin twee woorden in. Gebruik de bezittelijke voornaamwoorden notre, nos, votre, vos, leur, leurs. Journaliste: Salut, Valentin. Tu joues au foot. Votre entraineur est sympa ? Valentin:

Oui,

(1) est très sympa.

onze coach

Journaliste: Vos entrainements sont durs ? Valentin: Oui, Journaliste: Valentin:

(3) est grand ?

jullie club

Oui, notre club est très grand.

Journaliste: Valentin:

(2) sont très durs. onze trainingen

(4) joueurs sont forts ?

jullie spelers

Oui, nos joueurs sont très forts.

Journaliste: Tes frères jouent aussi ? Ils ont une bonne équipe ? Valentin: Oui,

(5) est excellente.

hun team


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • PARLER

27

EXERCICE 19 - LUISTEREN Écoute et complète. Luister naar het eerste gesprek en vul de ontbrekende woorden in.

1

14 ANS ET DÉJÀ CHAMPIONNE DE JUDO

DIALOGUE 1

Journaliste Bonjour et bienvenus à notre émission Sports et passions. Aujourd’hui, à nos micros une jeune judokate. Elle a 14 ans, elle a du talent : elle a déjà gagné beaucoup de tournois. Journaliste Bonjour, Aline Martin. Alors, tu es très forte en . Aline Bonjour. Oui, je suis assez forte. Journaliste Depuis quand est-ce que tu fais du judo ? Aline Depuis l’âge de six ans. Journaliste Et pourquoi tu fais du judo ? Aline Parce que ... euh ... Le judo, c’est vraiment mon truc. J’adore mon sport et judo aussi.

. Mon grand

Thomas fait du

Journaliste Tu es championne régionale. Tu t’entraines combien de fois par semaine ? Aline Je m’entraine par semaine. Journaliste Presque tous les jours, alors. C’est beaucoup ! Aline Oui, mais j’aime ça. C’est ma passion ! Journaliste Quel est ton rêve pour l’avenir ? Aline Je voudrais participer aux Jeux olympiques en 2020. Journaliste Tu crois que c’est possible ? Aline Oui, c’est possible. Mais je dois travailler dur Journaliste Merci, Aline ! Bonne chance ! EXERCICE 20 - HANDIGE ZINNEN Souligne. Zoek de zinnen op in het gesprek en onderstreep ze. 1 2 3 4

Judo is echt mijn ding. Welke droom heb je voor de toekomst? Ik train vijf keer per week. Dat is mijn passie!

QUIZ Welke sport wordt beoefend in het stadion Roland Garros in Parijs? £ A l’athlétisme £ B le rugby £ C le tennis

des années.


28

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • PARLER EXERCICE 21 - HANDIGE ZINNEN A Écoute et lis. Luister naar gesprek en lees mee.

DIALOGUE 2

2

RENDEZ-VOUS

Camille Allo, Léo ? Pardon, qui demandez-vous ? Camille Eh ... Léo Morel. Je ne connais pas. Camille Oh, excusez-moi, c’est un faux numéro. ... Léo Allo ? Camille Allo, c’est Camille. C’est toi, Léo ? Léo Bien sûr. Pourquoi ? Camille Oh, rien. Dis, il y a un concert de rap ce soir à la salle des fêtes. J’ai des billets. Ça t’intéresse ? Léo Un concert ? C’est à quelle heure ? Camille À huit heures et demie. Tu viens avec moi ? Léo Oui, je veux bien. Camille Alors on se voit à huit heures et quart ? Léo Oui ... Rendez-vous à huit heures et quart. Camille ... devant l’entrée de la salle des fêtes. Léo D’accord. Ça marche ! Camille Super. Léo Dis euh ... Camille ... Camille Quoi ? Léo Euh ... le rap ... je n’aime pas vraiment le rap. Je n’écoute jamais de rap. Mais avec toi, Camille, je vais sûrement passer une soirée fantastique ! B Zoek de zinnen op in de tekst en schrijf ze op. 1 Ja, dat wil ik wel.

2 Heb je interesse?

3 We spreken af om kwart over acht.

4 Oké, prima! EXERCICE 22 - VOCABULAIRE Cherche les mots. Zoek de woorden in gesprek 1 en 2 en vul ze in. Le club de tennis est petit,

2

Tu joues combien de

3

Je joue

50 personnes. par semaine ?

slechts keer elke dag

après l’école.

4 de Roland, c’est de participer aux Jeux olympiques !

de droom

5

de ingang

6

Alors, rendez-vous devant

du théâtre. D’accord ?

? Tu n’as pas invité Liam ? Mais pourquoi ?

wat?

Antwoord op de quizvraag: C le tennis.

1


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • PARLER EXERCICE 23 - EEN AFSPRAAK MAKEN

Reageren

Uitnodigen

Travaillez à deux. Téléphonez. Pak je telefoon en maak een afspraak met een klasgenoot. Kijk naar de spreekkaart voor deze opdracht. Voer zes verschillende gesprekjes. De een nodigt uit, de ander reageert. Maak hele zinnen. Wissel steeds van rol en gebruik alle kaartjes. winkelen (faire du shopping)

een film kijken (regarder un film)

tennissen (jouer au tennis)

morgenmiddag 15:30 uur

zaterdagochtend 11 uur

vanmiddag 14:30 uur

samen huiswerk maken (faire les devoirs ensemble)

voetballen (jouer au foot)

naar de bioscoop (aller au cinéma)

donderdagmiddag 15:45 uur

zaterdagochtend 12 uur

vrijdagavond 20:15 uur

Ja, leuk! Goed idee!

Oké, (maar ander tijdstip).

Sorry, ik ga naar basketbaltraining.

Nee, ik kan niet.

Dat is niet mogelijk, ik ga huiswerk maken.

Ik wil graag, (maar ander tijdstip).

Ça marche !

Désolé(e).

Avec plaisir !

Bonne idée !

Je veux bien !

Je ne peux pas.

C’est gentil, mais ...

Ce n’est pas possible.

D’accord !

C’est impossible.

EXERCICE 24 - DOEN! SPREEK FRANS A Bereid een korte presentatie voor over je sport of hobby. Schrijf de zinnen die je nodig hebt op een kladblaadje. Maak minimaal zes zinnen en leer ze uit je hoofd.

Denk bijvoorbeeld aan: • Mijn sport / hobby is ... • Ik ben goed in ... • ... keer per week. Voeg zelf nog twee dingen toe.

• Noem de dag(en). • Ik vind ... heel leuk.

B Maak een spiekbriefje met losse woorden en doe je presentatie voor de klas of voor een klasgenoot. Leer de woorden en zinnen van Apprendre 6 en 7: pagina 36 en 37.

MENU AU CHOIX moeilijk

ging wel

Het praten over mijn sport of hobby vond ik: Vul een gesprek aan over sport en hobby. Vertel over de sport of hobby van een klasgenoot. Interview een klasgenoot over zijn / haar sport of hobby.

makkelijk

29


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • ÉCRIRE

30

ÉCRIRE A1

DOEL: Je kunt een bericht schrijven om je aan te melden voor een activiteit.

EXERCICE 25 - START Voor het opzoeken van woorden kun je gebruikmaken van een woordenboek of een vertaalprogramma als mijnwoordenboek.nl. Meestal vind je daar het juiste woord, maar let op: soms geeft een programma een verkeerd woord als vertaling. A Gebruik eerst een keer Google translate en zoek het Franse woord voor 1 doelpunt

2 doelpunt!

Als er gescoord wordt, roepen de supporters:

B Zoek in een (digitaal) woordenboek ook de Franse woorden voor 1 rockband

2 computergame 3 knutselen

4 boogschieten 5 doelman

6 verdediger

7 aanvaller

8 buitenspel

EXERCICE 26 - HERHALEN: GRAMMATICA A Kijk nog eens naar grammaire 0.0 op pagina 00 hoe je een Franse ontkennende zin maakt. Onderstreep in de volgende zinnen de persoonsvorm en zet ne en pas op de goede plaats in de zin. Exemple: Je suis sportif.

Je ne suis pas sportif.

1 Martine gagne toujours.

2 Ils regardent le match de tennis. 3 Vous êtes au cinéma ?

4 Tu aimes le foot ?

5 Ce sont ses copains.

6 J’ai peur.

7 Vous jouez au tennis ?

8 C’est gentil.


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • ÉCRIRE B Wat is er te doen op camping La Pinède? Lees de briefjes op het mededelingenbord.

Info Activités du camping La Pinède Contact : +33 6 00 00 00 00

a

Tennis – Cherche adversaire

Bonjour. Je m’appelle Sébastien. J’aime jouer au tennis. Je suis débutant. Je cherche un garçon ou une fille pour jouer cet après-midi à trois heures. Qui veut jouer avec moi ? Laisse un message à la réception du camping.

b

Pétanque

Sébastien

c Mercredi – match de foot

Ce soir, nous organisons un concours de pétanque. La participation est gratuite. On va jouer en équipes de trois personnes. Vous avez une équipe de trois personnes ? Inscrivez-vous à la réception du camping.

inscris-toi pour faire Tu aimes faire du foot ? Alors g. par tie de l’équipe du campin de 11 joueurs. ipes équ x deu e fair lons Nous vou --------------------------------------tch de foot. -Oui, je veux par ticiper au ma ________________________ Je m’inscris : Nom : ____________ nt) / Je préfère être : attaquant (ava de but. défenseur (arrière) / gardien

d

Excursion canoë sur l’Ardèche Vous aimez l’aventure en eau rapide ? Notre camping propose une excursion en canoë, dimanche. Nous allons descendre la rivière en canoë biplace. Départ du camping : à 7 heures. Retour au camping : à 18 heures. Prix location du canoë : 30 € (un canoë biplace). Inscription : au bureau ou +33 6 00 00 00 00

e

Promenades à cheval – Ranch Le Vallon Vous êtes débutant ? Vous êtes expert ? Nous proposons des promenades pour tous les niveaux. Offrez-vous une promenade à cheval ! Il y a trois parcours différents pour 15 personnes maximum. Inscription à la réception du camping La Pinède.

31


32

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • ÉCRIRE EXERCICE 27 - VOCABULAIRE Cherche les mots. Zoek de woorden in de teksten op het mededelingenbord en vul ze in. 1

Nous sommes dans une caravane au

La Pinède.

camping

2

Christian fait du cheval pour la première fois. Il est

.

beginner

3

L’excursion en canoë est une grande

.

avontuur

4

On va faire du canoë sur

Ardèche

de rivier

5

Le départ est à 09h00 et

6

On va faire une

de 19 kilomètres

wandeling

7

Vous avez quel

? Débutant ? Expert ?

niveau

8

De la pétanque ou du canoë ? C’est très

.

verschillend

est à 18h00. de terugkomst

EXERCICE 28 - HANDIGE ZINNEN Cherche les phrases. Zoek de Franse zinnen op het mededelingenbord en noteer ze. 1

Ik ben beginner.

2

Wie wil met mij spelen?

3

De deelname is gratis

4

Schrijf u in bij de receptie.

5

Houd je van voetballen?

6

Ik wil meedoen met de voetbalwedstrijd.

7

Ik schrijf me in.

8

Ik ben het liefst keeper.

QUIZ Hoe heet deze sport? £  A l’équitation £  B le golf £  C la natation


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • ÉCRIRE

33

EXERCICE 29 - ZELF ZINNEN MAKEN Combine et traduis. Combineer de woorden tot een logische zin en schrijf de vertaling eronder. 1

avec moi – jouer – tu veux

?

?

2

je m’inscris – de pétanque – le concours – pour

.

3

à cheval – faire – je veux – une promenade

.

.

.

4

dans – je joue – de onze joueurs – une équipe

.

.

EXERCICE 30 - DOEN! Je logeert op camping La Pinède en je wilt meedoen aan een activiteit van het mededelingenbord. Je schrijft op je smartphone een bericht aan de receptie van de camping om je aan te melden. Begin met een groet Schrijf: – hoe je heet – wat je leuk vindt – voor welke activiteit je je inschrijft – iets over je niveau of ervaring – iets wat je ook nog wilt vermelden Sluit je berichtje af Leer de woorden en zinnen van Apprendre 8 en 9: pagina 37.

MENU AU CHOIX moeilijk

ging wel

Mezelf inschrijven voor een activiteit vond ik: Geef je op voor een leuke cursus. Maak een poster over je favoriete sport of hobby. Beschrijf je favoriete bezigheid.

makkelijk


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • APPRENDRE

34

APPRENDRE A1

NA DIT HOOFDSTUK

Wat kun je na dit hoofdstuk? Wat moet je leren voor de toets?

Ik kan: • een vlog over [nog invullen] begrijpen. • korte artikelen in een tijdschrift, krant of op een website begrijpen. • eenvoudige gesprekken over sport begrijpen. • telefonisch een afspraak maken. • een bericht schrijven om je aan te melden voor een activiteit. Ik ken: Grammaire: £ de onregelmatige werkwoorden être, avoir en faire £ het bezittelijk voornaamwoord meervoud £ de kloktijden heel, half en kwart £ exercices 8, 16, 18, 26

3  5  4

ja

£ £

vaak wel nee £ £ £ ££

£ £ £

£ £ £

£ £ £

Vocabulaire: £ basisvocabulaire NF-FN  1 £ lire NF-FN  2 £ écouter NF-FN  4 £ parler + phrases NF-FN  6 + 7 £ écrire + phrases NF-FN  8 + 9 £ exercices 4, 10, 20, 21B, 22, 27, 29

Maak de diagnostische toets. APPRENDRE 1 – BASISVOCABULAIRE

££de vrije tijd les loisirs ££de passie, de la passion ££schattig mignon, mignonne grote liefde ££paardrijden faire du cheval ££fietsen faire du vélo ££muziek maken jouer de la ££voetballen jouer au foot musique ££lezen lire ££het bericht le message ££het team l’équipe (v) ££de speler le joueur ££het spel le jeu ££de wedstrijd le match ££de competitie la compétition ££de voetbal le ballon de foot ££een beetje un peu ££veel beaucoup ££samen ensemble ££oké d’accord ££mijn lievelingssport préféré, mon sport~ APPRENDRE 2 – LIRE

dat doet pijn

££het eens zijn ££aanvallen ££zwaar ££iedereen

rencontrer gagner avoir peur de faire mal, ça fait mal être d’accord attaquer dur tout le monde

££ik ren (rennen) ££tegen ££blauwe plek ££de verwonding,

je cours (courir) contre le bleu la blessure

de blessure

££nogal ££verdedigen ££de tegenstander ££sterk

assez defender l’adversaire (m) fort

Antwoord op de quizvraag: C la natation.

££ontmoeten ££winnen ££bang zijn ££pijn doen,


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • APPRENDRE APPRENDRE 3 – GRAMMAIRE I ~ DE WERKWOORDEN ÊTRE, AVOIR EN FAIRE 1.1 de werkwoorden être (zijn) en avoir (hebben) être zijn avoir je suis ik ben j’ai tu es jij bent tu as il est hij is il a elle est zij is elle a on est wij zijn, men is on a nous sommes vous êtes ils sont elles sont

wij zijn jullie zijn, u bent zij zijn (m) zij zijn (v)

nous avons vous avez ils ont elles ont

hebben ik heb jij hebt hij heeft zij heeft wij hebben, men heeft wij hebben jullie hebben, u heeft zij hebben (m) zij hebben (v)

De vormen c’est (het is, dat is) en ce sont (het zijn, dat zijn) worden veel gebruikt:

C’est une bonne idée. Ce n’est pas une bonne idée. Ce sont des footballeurs professionnels.

Dat is een goed idee. Dat is geen goed idee. Het zijn profvoetballers.

1.2 het werkwoord faire (maken, doen) faire maken, doen je fais ik maak, ik doe tu fais jij maakt, jij doet il fait hij maakt, hij doet elle fait zij maakt, zij doet on fait wij maken, wij doen; men maakt, men doet nous faisons vous faites ils font elles font

wij maken, wij doen jullie maken, jullie doen; u maakt, u doet zij maken, zij doen (m) zij maken, zij doen (v)

Tu fais de la musique ? Maak je muziek? Tu fais du sport ? Doe je aan sport?

Het werkwoord faire wordt veel gebruikt bij sporten en activiteiten.

faire du cheval faire de la danse faire de l’escalade

Je fais du cheval. Ik doe aan paardrijden / Ik rijd paard. Tu fais de la danse ? Dans je? Thomas fait de l’escalade. Thomas klimt.

APPRENDRE 4 – ÉCOUTER

££de uitzending ££de kampioen, de kampioenne

££de toekomst ££hard werken ££het doelpunt, een doelpunt maken ££het begin ££de verrassing

l’émission (v) le champion, la championne l’avenir travailler dur le but, marquer un but le début la surprise

££het jaar l’anneé ££sinds depuis ££de speler le joueur, la joueuse ££denk je?, geloof je? tu crois ? ££de droom le rêve ££was, waren étaient ££het toernooi le tournoi ££het nieuwtje la nouvelle ££alleen, enig seul, seule

35


36

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • APPRENDRE KLOKTIJDEN a

c

b

Il est cinq heures et quart.

Il est cinq heures et demie.

Il est six heures moins le quart.

e

d

12 uur ‘s middags = il est midi

12 uur ’s nachts = il est minuit

APPRENDRE 5 – GRAMMAIRE II ~ HET BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD 1.1 In leerjaar 1 leerde je de bezittelijke voornaamwoorden enkelvoud. Er zijn verschillende bezittelijke voornaamwoorden voor mannelijke, vrouwelijke of meervoudswoorden. mijn jouw zijn haar

mannelijk enkelvoud mon frère ton frère son frère son frère

vrouwelijk enkelvoud ma sœur ta sœur sa sœur sa sœur

meervoud mes parents tes parents ses parents ses parents

Let op! Als een vrouwelijk zelfstandig naamwoord begint met een klinker of een stomme h, gebruik je in het enkelvoud altijd mon, ton of son.

mijn vriendin jouw vriendin zijn / haar vriendin

ma amie ta amie sa amie

  mon amie   ton amie   son amie

1.2 Bij de bezittelijke voornaamwoorden ons / onze, jullie / uw en hun is er alleen verschil tussen enkelvoud en meervoud. ons / onze jullie / uw hun

enkelvoud notre équipe votre collège leur enfant

meervoud ons team nos joueurs jullie / uw school vos copains hun kind leurs parents

onze spelers jullie / uw vrienden hun ouders

De uitspraak van nos en vos is noo en voo. APPRENDRE 6 – PARLER

££de trainer ££de keer ££wat? ££veel succes ££graag

l’entraineur la fois quoi ? bonne chance je veux bien

££de ingang ££nooit ££een verkeerd

l’entrée (ne) … jamais un faux numéro

nummer ££het ding

le truc


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • APPRENDRE ££iedere dag ££meedoen ££het kaartje ££ik ken

tous les jours participer le billet je connais

££de afspraak ££slechts,

le rendez-vous seulement

alleen maar

££sorry

excusez moi

APPRENDRE 7 – PARLER ~ PHRASES

££Tennis is echt mijn ding Le tennis, c’est vraiment mon truc.

££Het is mijn passie. C’est ma passion !

££Vind je dat leuk

££Ik hou van mijn sport J’aime mon sport.

££Wie is er aan de lijn? C’est qui à l’appareil ?

££Ja, dat vind ik leuk Oui, ça m’intéresse.

Ça t’intéresse ?

££We spreken om vier uur af. Rendez-vous à quatre heures.

££Oké, afgesproken! D’accord, ça marche !

APPRENDRE 8 – ÉCRIRE

££de camping ££de rivier ££de terugreis ££de wandeling,

le camping la rivière le retour la promenade

de tocht

££verschillend ££afdalen ££de route ££de inschrijving

différent descendre le parcours l’inscription

££de beginner ££het vertrek ££het avontuur ££het niveau ££organiseren ££de excursie ££de deelname ££de persoon

le débutant le depart l’aventure (v) le niveau organizer l’excursion (v) la participation la personne

APPRENDRE 9 – ÉCRIRE ~ PHRASES

££Wie wil met ons spelen? Qui veut jouer avec nous ?

££Ik ben beginner. Je suis débutant.

££We willen twee teams van elf spelers maken. Nous voulons faire deux équipes de 11 joueurs.

££Schrijf u in bij de receptie. Inscrivez-vous à la réception.

££Hou je van voetballen? Tu aimes faire du foot ?

££Ik wil meedoen met de voetbalwedstrijd. Je veux participer au match de foot.

££Ik wil het liefst keeper zijn. Je préfère être gardien de but.

££Ik schrijf me in. Je m’inscris.

37


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • LIRE EXTRA

38

LIRE EXTRA

Jouer au foot... sur Internet Tout le monde connait les sports comme le tennis, le foot, le handball, etcetera. Normalement, les joueurs s’entrainent sur des terrains de sport ou dans des gymnases. Mais il existe aussi une compétition qu’on peut pratiquer sur ordinateur, à 5 la maison, derrière le bureau ou sur le canapé. Beaucoup de joueurs pratiquent le sport électronique ou l’e-sport. 1

FIFA Noah (14 ans) est un joueur fanatique. de footballeurs virtuels dans deux 20 divisions : une division pour les Il joue en ligne à plusieurs jeux, joueurs de PlayStation et une autre 10 comme Starcraft et League of Legends. Mais il est surtout spécialiste du jeu pour les joueurs de XboxOne. de simulation de football électronique FIFA. Et il est bon ! Un sport professionnel Noah: « Le sport électronique, c’est L’e-sport est un vrai sport. Pour 25 gagner un jeu, je dois faire 400 15 ma passion. Je participe au tournoi FIFA Interactive World Cup (FIWC). mouvements par minute. Un bon C’est le plus grand tournoi de jeux joueur est un vrai athlète : il faut vidéo du monde. Il y a six millions avoir une bonne condition physique,

Quoi ? La Maison de la Jeunesse organise un tournoi en ligne « FIFA ».

Quand ? Samedi 15 avril de 14h à 18h.

bien manger et bien dormir. Pour arriver au plus haut niveau, il faut s’entrainer au moins cinq heures par jour. Tous les jours ! Beaucoup de garçons veulent devenir joueurs de foot professionnels. Moi aussi, je 35 veux devenir pro. Et un jour, je vais me classer pour la Grande Finale ! Pour battre les meilleurs footballeurs virtuels du monde et devenir champion du jeu FIFA ! »

30

Comment ? Les participants peuvent jouer sur un grand écran et deux petits écrans avec trois consoles PlayStation 4.

Qui ? Le tournoi est ouvert à tous les jeunes de treize à dix-sept ans. La participation est gratuite.

Pour les jeunes Valenciennes – Tournoi e-foot

Combien de joueurs? Il y a un maximum de seize joueurs. Il est donc nécessaire de s’inscrire à l’avance. Renseignements et inscriptions par mail (mjeunesse@ valenciennes.fr).


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • LIRE EXTRA MA PASSION : E-SPORT

TIP

Regarde les photos et les titres. Kijk naar de foto’s en de titels.

1 Voorspel waar de tekst Ma passion : e-sport over gaat.

Als je de afbeeldingen en de titel en tussenkopjes bekijkt, kun je vaak voorspellen waar een tekst over gaat.

a

b Volgens mij gaat het over

c Noteer drie woorden uit de titels en tussenkopjes die daarmee te maken hebben:

Op de afbeeldingen zie ik

Lis les textes. Lees de teksten en beantwoord de vragen.

2 Tout le monde ... gymnases. (regel 1-3) Kruis de sporten aan die in deze regels worden

genoemd. £ A computersporten £ B veldsporten £ C zaalsporten

3 Lees de de tekst onder het kopje ‘FIFA’ (regel 8-39). Zijn de volgende zinnen vrai of faux? a Noah speelt alleen voetbalgames. b Noah is specialist in het spel FIFA. c Noah doet mee aan online-competities. d Je kunt alleen met een Playstation meedoen.

vrai £ £ £ £

4 Noah vindt zijn hobby wel / geen echte sport. 5 Kijk naar de uitnodiging Pour les jeunes. Welke activiteit organiseert het jongerencentrum van Valenciennes?

6 Noteer de gegevens van de uitnodiging. Dag

Tijd

Aantal PlayStations

Leeftijd

Maximum aantal deelnemers

MA PASSION : E-SPORT

1 Welke sport is een e-sport? £ athlétisme £ foot

£ FIFA

2 Mais il existe aussi une compétition ... le canapé. (regel 3-5)

Welk voordeel hebben spelers van een e-sport?

3 Is Noah even goed in Starcraft, League of Legends en FIFA?

Ja / Nee, want in de tekst staat

£ handball

faux

£ £ £ £

39


40

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • LIRE EXTRA 4 Kruis de uitspraken aan die juist zijn. £ A Noah organiseert toernooien voor andere gamers. £ B Noah speelt mee in een internationale gamecompetitie. £ C FIFA heeft de grootste gamecompetitie ter wereld. £ D Gamers met een PlayStation spelen tegen gamers met een X-box. 5 « Pour arriver au plus haut niveau ... » (regel 26-32) Noem drie dingen die Noah doet om op het hoogste niveau te komen.

6 Kijk naar de uitnodiging Pour les jeunes. Je wilt je samen met je broertje van twaalf inschrijven voor het gametoernooi. Dat kan wel / niet, omdat MA PASSION : E-SPORT

1 Lees de inleiding onder de kop Jouer au foot ... sur Internet. (regel 1-6) Welk verschil wordt er genoemd tussen e-sport en andere sporten?

2 Noah vertelt over het toernooi van de FIWC. (regel 14-22)

Kruis de zin aan die hij niet zegt.

£ A Het is het grootste gametoernooi ter wereld. £ B Er doen zes miljoen deelnemers aan mee. £ C Alle deelnemers spelen in dezelfde competitie.

3 « Pour gagner ... par minute. » (regel 24-26) Wat wil Noah daarmee aantonen?

4 « Un bon joueur ... Tous les jours ! » (regel 26-32) Noem drie dingen die je moet doen om het hoogste niveau in e-sport te bereiken.

5 Wat is de droom van Noah? Onderstreep in de tekst de regel waarin hij dat zegt. 6 Lees de tekst Pour les jeunes. Zou Noah willen meedoen aan dit toernooi volgens jou?

Volgens mij wel / niet, want

.

LIRE EXTRA - ROMAN PHOTO Ga naar de site leren.libreservice-online.nl. Daar vind je een roman-photo en vragen.

Le Le Lematch match matchde de derugby rugby rugby

C’est C’est C’estlalalaFrance France France contre contre contrel’Australie. l’Australie. l’Australie.

Ce Ce Cesoir, soir, soir,ilililyyyaaaun un unmatch match match de de derugby. rugby. rugby.On On Onva va varegarder. regarder. regarder. Tu Tu Tuviens viens viensavec avec avecnous? nous? nous?

C’est C’est C’estquel quel quelmatch? match? match?

Vous Vous Vousallez allez allezoù où où pour pour pourregarder? regarder? regarder?

Chez Chez ChezJulie. Julie. Julie.Cet Cet Cetaprèsaprèsaprèsmidi, midi, midi,on on onva va vaacheter acheter acheterplein plein plein de de detrucs trucs trucsbleus. bleus. bleus.

D’accord, D’accord, D’accord,jeje je viens viens viensaussi. aussi. aussi.C’est C’est C’est àààquelle quelle quelleheure? heure? heure?


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • GRAMMAIRE I EXTRA

GRAMMAIRE I EXTRA

ÊTRE, AVOIR, FAIRE

EXERCICE 8E Kijk nog eens naar Grammaire I: de werkwoorden être, avoir, faire op pagina 14-15. Vul de juiste vormen van deze werkwoorden in. être 1

à Paris pendant le weekend ?

jullie zijn

2

très sportif.

ik ben

3

des amis de mon frère.

het zijn

4

fantastique !

het is

5

un match de foot cet après-midi.

wij hebben

6

mon livre ?

jij hebt

7

trois frères.

zij heeft

avoir

8

Mes parents ?

zij hebben

deux enfants.

faire 9

mes devoirs après le diner.

ik maak

10

des photos artistiques.

wij maken

11 Qu’est-ce que 12 Mes sœurs ?

jullie doen

?

zij maken

un exercice.

EXERCICE 8F - OEFENEN Vul de juiste vormen van être, avoir of faire in. Bedenk zelf welk werkwoord er in de zin past. Vul eerst het werkwoord in de Nederlandse zin in. 1

Het

een goede voetbalclub

C’

un bon club de football.

2

u een blessure?

Vous

une blessure ?

3

Éline aan paardrijden?

Éline

du cheval ?

4

Wij

drie meisjes in ons team.

Nous

trois filles dans notre équipe.

5

Wij

samen aan sport.

Nous

du sport ensemble.

6

je op school?

Tu

au collège ?

41


42

UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • GRAMMAIRE I EXTRA EXERCICE 8G - DOEN!

PRENDRE

Beantwoord de vragen. 1

Tu fais du sport ? (oui, rugby)

Oui, je

2

Vous faites de la danse, Marion et Fanny ? (oui, de la street dance)

Oui, nous

3

Roland fait un vlog ? (oui, un vlog avec ses copains)

4

Tu es un bon joueur ? (non, ne … pas)

5

Vous êtes à la piscine, Kevin et Pierre ? (non, terrain de foot)

6

Jérôme a des sœurs ? (oui, deux)

7

Nous avons encore du coca ? (oui, une bouteille)

8

Vous avez un chien, monsieur ? (oui, petit chien)


UNITÉ 1 • SPORTS & PASSIONS • GRAMMAIRE II EXTRA

GRAMMAIRE II EXTRA

43

BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

EXERCICE 16F Onderstreep het juiste bezittelijk voornaamwoord. 1 2 3 4 5 6

Votre / vos père est au collège ? Notre / nos amis jouent au foot. Thomas et Théo sont à la plage avec leur / leurs copains. Notre / nos prof est malade. Madame Giraud est leur / leurs prof de français. Vous cherchez votre / vos parents ?

jullie, uw onze hun onze hun jullie

EXERCICE 16G

1 Vertaal de vetgedrukte woorden. a Onze school is ver weg.

b Waar is jullie klas?

Où est

c Is David hun broer?

David est

d Dat zijn onze vrienden.

Ce sont

collège est loin. classe ? frère ? copains.

e Ze zijn in het park met hun honden. Ils sont dans le parc avec

chiens.

2 Vul de ontbrekende woorden in. a Lucien est

.

mijn broer

b

est au deuxième étage.

ons appartement

c

sont à la piscine ?

jouw vrienden

.

hun grootouders

e

s‘appelle Martin.

haar vriend

f

est en vacances.

zijn vriendin

d Eva et Nina habitent chez

EXERCICE 16H Beantwoord de vragen in het Frans. Gebruik in elk antwoord een bezittelijk voornaamwoord en maak de zinnen logisch af. Gebruik de gegeven woorden. Er blijft er een over. au foot 1 Bonjour, madame et monsieur. Vous avez un fils ?

Oui,

2

Tu as une passion ?

Oui, 3

!

4

L’équipe de Valentin et ses amis est bien ?

Oui,

5

Où est votre collège ?

à Lyon

(onze zoon heet …) faire du cheval

.

Le frère de Clara joue au rugby ?

Non,

très forte

(mijn passie is ...)

Louis

Louis et Mar yse

.

(haar broer speelt ...)

.

(hun team is ...)

.

(onze school is in ...)


LIBRE SE RV ICE JUNIOR T E X T E S & A C T I V I T É S | 2 V MBO G T | A |

r o i n u J

FR ANS VOOR DE ONDERBOUW

LIBRE SE RV ICE JUNIOR |

FR ANS VOOR DE ONDERBOUW

Als je in Frankrijk bij een benzinestation, wegrestaurant of supermarkt libre service ziet staan, weet je dat het om ‘zelfbediening’ gaat. Je moet zélf aan de slag, je maakt keuzes, je gaat op je eigen manier te werk. Libre Service Junior biedt je veel mogelijkheden om tot het beste resultaat te komen!

9 789006 690323

TEXTES & ACTIVITÉS 2 VMBO GT A


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Libre service junior 2 vmbo gt a by ThiemeMeulenhoff - Issuu