WERKBOEK NIVEAU 3&4
Kwaliteit en deskundigheid MZ
Deze uitgave Kwaliteit en deskundigheid MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande kerntaak uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. B1-K2 Werken aan kwaliteit en deskundigheid De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.
MZ Kwaliteit en deskundigheid MZ WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie.
m a at s c h a p p e l i j k e zorg
Herz
ien
Auteur: A. Gloudemans R.F.M. van Midde Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 978476
MBO_WB_Welzijn_kwaliteit en deskundigheid_MZ_210x297mm.indd All Pages
2/05/18 12:04
Kwaliteit en deskundigheid MZ Niveau 3 & 4
A. Gloudemans R.F.M. van Midde
Colofon Colofon Auteur A. Gloudemans R.F.M. van Midde
Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
Taalkundige redactie Tekst 2000, Utrecht
Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam
Fotografie omslag Mathilde Karrèr Photography, Rotterdam
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
Illustraties Technisch tekenwerk © TiekstraMedia, Groningen
ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff learning design company. Wezich brengen content, leerontwerp ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve uitgeverij toten een learning technologie samen. onze content, groeiende expertise,en ervaring en design company. WeMet brengen leerontwerp technologie samen. leeroplossingen zijn we een partner voor bij het vernieuwen Met onze groeiende expertise, ervaring enscholen leeroplossingen zijn we eenen verbeteren onderwijs. kunnen we betervan recht doen aan partner voorvan scholen bij hetZo vernieuwen ensamen verbeteren onderwijs. Zode verschillen endoen scholen ervoor zorgen datlerenden leren steeds kunnen we tussen samen lerenden beter recht aan en de verschillen tussen persoonlijker, en efficiënter wordt.persoonlijker, effectiever en en scholen en effectiever ervoor zorgen dat leren steeds efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 069 7847 6 Tweede 2018 ISBN 978druk, 90 06eerste 97847 oplage, 6 Tweede druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2016 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen Niets in een of Alle rechten voorbehouden. uitgeautomatiseerd deze uitgave maggegevensbestand, worden openbaar gemaakt, in enige in vorm op enige wijze,gegevensbestand, hetzij elektronisch, verveelvoudigd, opgeslagen een of geautomatiseerd mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, voorafgaande schriftelijke toestemming van mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of de eniguitgever. andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van het artikel 16Bvan Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Voor zover maken kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient de daarvoor van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit vanmen 23 augustus 1985,wettelijk Stbl. 471 verschuldigde vergoedingen voldoen aan Stichting Publicatieen en artikel 17 Auteurswet 1912, te dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde Reproductierechten Organisatie (PRO),PublicatiePostbus 3060, 2130 KB Hoofddorp vergoedingen te voldoen aan Stichting en Reproductierechten (www.stichting-pro.nl). Voor3060, het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave Organisatie (PRO), Postbus 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). in bloemlezingen, en andere (artikel 16 Voor het overnemenreaders van gedeelte(n) uitcompilatiewerken deze uitgave in bloemlezingen, Auteurswet) dient compilatiewerken men zich tot de uitgever wenden. Voor readers en andere (artikel 16teAuteurswet) dientmeer men zich tot informatie het gebruik van muziek, filmover en het gebruik maken van kopieënfilm in de uitgeverover te wenden. Voor meer informatie van muziek, het onderwijs zie kopieën www.auteursrechtenonderwijs.nl. en het maken van in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever uitgever heeft heeft ernaar ernaargestreefd gestreefdde deauteursrechten auteursrechtenteteregelen regelenvolgens volgens de de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te te kunnen doen gelden, kunnen alsnog totuitgever de uitgever wenden. kunnen doen gelden, kunnen zichzich alsnog tot de wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Deze uitgave isdat volledig CO2-neutraal Dit betekent de bosbouw op geproduceerd. een verantwoorde wijze heeft Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. plaatsgevonden. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Sociaal-agogisch werk 1 1
1
1
Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.
8
b
1
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
2
Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?
c
Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.
d
Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.
De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
1 9
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.
Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?
Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
1
1
Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.
Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.
1 18
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Evaluatie Studiehulp
1 Sociaal-agogisch werk 1
Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.
Juist Onjuist
◯ ◯
◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Pedagogisch werk 2
Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.
1 28
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren
1 1
1 2 3
Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.
4
Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?
5
Oefenen 6 7
Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
309
1 22
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 Beroepskracht maatschappelijke zorg Verwerking 10 Verwerkingsopdrachten 10 Hoofdstuk 1 Werken als professional 10 Hoofdstuk 2 Werken in een team 19 Hoofdstuk 3 Werken in een MZ-organisatie Toepassing 30 Praktijksituaties 30 Motivatieproblemen 30 Teamoverleg 32 Reinaerde 33 Vaardigheden 34 Kunnen reflecteren op je eigen teamgedrag Themaopdrachten 36 Evaluatie 37 Studiehulp 37 Hoofdstuk 1 Werken als professional 37 Hoofdstuk 2 Werken in een team 37 Hoofdstuk 3 Werken in een MZ-organisatie Evaluatie en reflectie 39
Thema 2 Deskundigheidsbevordering
9
26
34
38
41
Verwerking 42 Verwerkingsopdrachten 42 Hoofdstuk 4 Deskundigheid 42 Hoofdstuk 5 Kennis delen 46 Hoofdstuk 6 Kennis en inzicht vergroten 49 Hoofdstuk 7 Netwerken en belangenorganisaties benutten 53 Hoofdstuk 8 POP-gesprek 55 Toepassing 58 Praktijksituaties 58 Motivatie onder druk 58 Zelfreflectie 60 Vaardigheden 61 Kunnen reflecteren op je eigen beroepsdeskundigheid Themaopdrachten 63
61
Evaluatie 67 Studiehulp 67 Hoofdstuk 4 Deskundigheid 67 Hoofdstuk 5 Kennis delen 67 Hoofdstuk 6 Kennis en inzicht vergroten 68 Hoofdstuk 7 Netwerken en belangenorganisaties benutten 68 Hoofdstuk 8 POP-gesprek 69 Evaluatie en reflectie 70
Thema 3 Kwaliteitszorg
72
Verwerking 73 Verwerkingsopdrachten 73 Hoofdstuk 9 Kwaliteit onder de loep 73 Hoofdstuk 10 Kaders voor de beroepskracht Hoofdstuk 11 Kwaliteit verbeteren 81 Hoofdstuk 12 Kwaliteit beoordelen 85
77
Toepassing 88 Praktijksituaties 88 Kwaliteit onder druk 88 De Lepelaar, organisatie in de gehandicaptenzorg, levert kwaliteit Vaardigheden 92 Kunnen reflecteren op je eigen kwaliteiten 92 Deskundigen raadplegen 94 Themaopdrachten 95 Evaluatie 99 Studiehulp 99 Hoofdstuk 9 Kwaliteit onder de loep 99 Hoofdstuk 10 Kaders voor de beroepskracht Hoofdstuk 11 Kwaliteit verbeteren 100 Hoofdstuk 12 Kwaliteit beoordelen 100 Evaluatie en reflectie 102
Thema 4 Wet- en regelgeving
99
104
Verwerking 105 Verwerkingsopdrachten 105 Hoofdstuk 13 Regels 105 Hoofdstuk 14 Algemene regels 106 Hoofdstuk 15 Wet- en regelgeving voor het zorgstelsel Toepassing 113 Praktijksituaties 113 Een nijpend personeelstekort, kan dat zomaar? Mijn neuspiercing eruit, moet dat nou? 115 Vaardigheden 116 Inventariseren van informele regels 116 Themaopdrachten 119
113
109
90
Evaluatie 122 Studiehulp 122 Hoofdstuk 13 Regels 122 Hoofdstuk 14 Algemene regels 122 Hoofdstuk 15 Wet- en regelgeving voor het zorgstelsel Evaluatie en reectie 124
123
Thema 1 Beroepskracht maatschappelijke zorg
1
Als beroepskracht maatschappelijke zorg ga je werken met cliënten die ondersteuning nodig hebben. Wie je cliënten ook zijn, er wordt van jou verwacht dat je een professionele houding hebt. Als je begint met werken, krijg je een aanstellingsbrief en een arbeidscontract. Daarin staan je precieze taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tijdens een inwerkperiode leer je de organisatie en je collega’s kennen. Het is belangrijk om te weten wat de structuur van de organisatie is, omdat je ook met veel andere organisaties te maken krijgt. Samen met je collega’s ben je verantwoordelijk voor de ondersteuning en zorg. Het is daarom belangrijk dat je goed met hen kunt samenwerken. Er wordt van je verwacht dat je open communiceert, flexibel bent, verantwoordelijkheid neemt en geeft, duidelijke doelen stelt, respect toont en initiatief neemt. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Werken als professional • je functie • je aanstelling • de introductie • gemotiveerd werken • overleg Hoofdstuk 2: Werken in een team • teamwerk • succesfactoren • modellen en rollen • teamvorming Hoofdstuk 3: Werken in een MZ-organisatie • organisaties • doelen van organisaties • structuur van organisaties
1 9
THEMA 1 Beroepskracht maatschappelijke zorg
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Werken als professional 1
1
Met de opleiding MZ word je begeleider gehandicaptenzorg, begeleider specifieke doelgroepen, persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg, agogisch medewerker GGZ, thuisbegeleider of persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen. Allemaal functies bij een van de vele maatschappelijke organisaties die groepen of mensen ondersteunen die verminderd zelfredzaam zijn. a Een functie bestaat uit drie onderdelen. Vul het juist woord in. De werkzaamheden die je moet doen in je functie zijn
.
Je kunt aangesproken worden op het wel of niet goed uitvoeren van een taak.
b
c
d
Dit zijn
.
Je mag zelf beslissingen nemen. Dit zijn
.
In een functieomschrijving staat wat de taken zijn die bij de functie horen, welke bevoegdheden en verantwoordelijkheden je in de functie hebt, en welke plaats in de organisatie de functie inneemt. Kies het juiste antwoord. Je krijgt coaching van een begeleider. Deze stuurt je ook aan. Plaats in de organisatie / Taken / Bevoegdheden Je ondersteunt en verzorgt cliënten in hun woonsituatie. Plaats in de organisatie / Taken / Bevoegdheden Je voert de ondersteuningsplannen van cliënten uit. Plaats in de organisatie / Taken / Bevoegdheden Je voert teamtaken uit. Plaats in de organisatie / Taken / Bevoegdheden Wat zijn functie-eisen?
Functie-eisen kunnen objectief of subjectief zijn. Kies het juiste woord. Je bent communicatief vaardig. Dit is een subjectieve / objectieve functie-eis. Je hebt een rijbewijs. Dit is een subjectieve / objectieve functie-eis. Je hebt je mbo-diploma. Dit is een subjectieve / objectieve functie-eis. Je bent bereid te verhuizen. Dit is een subjectieve / objectieve functie-eis. Je bent bewust bezig met je professionele ontwikkeling. Dit is een subjectieve / objectieve functie-eis.
1 10
Verwerkingsopdrachten
e
f
1
g
2
1 Werken als professional
Welke van de onderstaande beschrijvingen horen thuis in een persoonsprofiel? Kies de juiste antwoorden. a Je hebt werkervaring. b Je bent bewust bezig met je persoonlijke ontwikkeling. c Je hebt je mbo-diploma. d Je vindt werken met cliënten fijn. e Je hebt een rijbewijs. f Je bent communicatief. De volgende zinnen komen uit een personeelsadvertentie. Kies het juiste woord. Je hebt een mbo-diploma. Dit is een functie-eis / functieomschrijving / persoonsprofiel. Je ondersteunt en verzorgt cliënten. Dit is een functie-eis / functieomschrijving / persoonsprofiel. Je bent flexibel. Dit is een functie-eis / functieomschrijving / persoonsprofiel. Maak een advertentie voor een vacature die jou aanspreekt. Zorg dat de volgende onderdelen duidelijk herkenbaar zijn: • functieomschrijving • functie-eisen • persoonsprofiel. Lever in bij je docent.
Als je wordt aangenomen bij een MZ-organisatie, krijg je een arbeidsovereenkomst. a Wat krijg je vaak nog voordat je een arbeidsovereenkomst krijgt? Kies het juiste antwoord. a Een gesprek over je rechten en plichten b Een aanstellingsbrief c Een telefoontje of je eerst een weekje mee wilt lopen om te kijken of je geschikt bent voor de functie d Een kennismakingsgesprek met toekomstige collega’s b Welke drie soorten arbeidsovereenkomsten zijn er?
c
Is de uitspraak juist of onjuist?
Een cao is een afspraak tussen werkgevers en werknemers in een bedrijf.
Juist / Onjuist
De afkorting cao staat voor: collectieve arbeidsovereenkomst.
Juist / Onjuist
Een cao is verplicht voor iedereen die bij een MZ-organisatie werkt.
Juist / Onjuist
Een cao is meestal 4 jaar geldig. Daarna moeten er nieuwe afspraken worden gemaakt.
Juist / Onjuist
In een cao staan geen regels over ontslag, maar over arbeidsvoorwaarden (inclusief in de proeftijd).
Juist / Onjuist
1 11
THEMA 1 Beroepskracht maatschappelijke zorg
d
Je salaris kan nooit lager zijn dan wat in de cao staat.
Juist / Onjuist
Hoe meer ervaring je hebt – hoe langer je werkt – hoe dichter je bij het maximummaandloon komt.
Juist / Onjuist
Individuele arbeidsovereenkomsten zijn voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. Zet de begrippen op de juiste plek. Kies uit: arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd – arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd – collectieve arbeidsovereenkomst Let op: je hoeft niet alle begrippen te gebruiken. Janneke krijgt een baan bij een MZ-organisatie. Ze gaat fulltime werken gedurende de looptijd van een project voor ouderen. Ze krijgt een . Janneke krijgt een baan bij een MZ-organisatie. Ze gaat fulltime werken. Er zijn geen afspraken gemaakt over hoe lang de overeenkomst zal duren. Ze krijgt een .
e
f
g
Individuele arbeidsovereenkomsten geven het aantal uren aan dat iemand werkt of kan worden ingezet. Welke drie soorten medewerkers onderscheiden we op basis daarvan? Kies het juiste woord. Pita werkt 36 uur per week. Ze is fulltimer / parttimer / oproepkracht Janna werkt 28 uur per week. Ze is fulltimer / parttimer / oproepkracht Kadesha heeft de zorg voor 2 kinderen. Daarom kan ze niet altijd werken. Ze werkt wanneer de werkgever haar nodig heeft. Ze is fulltimer / parttimer / oproepkracht Kasha heeft een bijbaan van 12 uur per week. Ze is fulltimer / parttimer / oproepkracht Vrijwilligers hebben geen arbeidsovereenkomst. Ze hebben wel recht op een onkostenvergoeding. Hoe hoog mag die maximaal zijn? Kies het juiste antwoord. a € 1200 per maand b € 1500 per jaar c € 1200 per jaar d € 2000 per jaar Wat is mantelzorgwaardering? Vul de juiste woorden in. Mantelzorgwaardering is een financiële blijk van waardering van de waarvoor
van 21 jaar of ouder die langdurig en
intensief een familielid, partner, vriend of kennis verzorgen, in aanmerking kunnen komen.
1 12
Verwerkingsopdrachten
3
1 Werken als professional
h
Mantelzorgers kunnen in aanmerking komen voor een mantelzorgwaardering. Zoek uit of jouw gemeente ook een mantelzorgwaardering heeft. Schrijf op in welke vorm de gemeente haar waardering voor de mantelzorgers toont. Lever in bij je docent.
i
Nadat je bent aangesteld, dus je baan hebt gekregen, wordt er een personeelsdossier gemaakt, met daarin jouw gegevens. Welke zaken vind je in een personeelsdossier? Noem er ten minste drie.
Na je aanstelling start de introductiefase, die nauw verbonden is met het inwerkprogramma. a Zet de woorden op de juiste plek. Kies uit: collega’s – cultuur – informatie – medewerkers – organisatie – visie – werksfeer Een introductiefase is belangrijk. De introductie helpt nieuwe immers de weg te vinden in de
. Zo maken ze onder andere
kennis met hun nieuwe krijgen
, ze proeven de
en
over de huisregels, de doelstellingen, de
en de diverse overlegsituaties. Kortom: ze leren de werkzaamheden, de collega’s en de
van de organisatie kennen.
b
Waarom is het belangrijk dat collega’s zich vanaf het begin openstellen voor hun nieuwe collega?
c
Wat is het doel van een inwerkprogramma? Kies de juiste antwoorden. a De nieuwe medewerker wordt stapsgewijs geconfronteerd met de werkzaamheden die onderdeel uitmaken van de functie en de afdeling. b Collega’s van de nieuwe medewerker hoeven niet zoveel uit te leggen, het meeste staat al in beschreven het inwerkprogramma. c Een goed inwerkprogramma bespaart tijd: het kost eerst tijd om alles uit te leggen, maar daardoor is een nieuwe medewerker sneller ingewerkt.
1 13
THEMA 1 Beroepskracht maatschappelijke zorg
4
d
Beschrijf de manier waarop je in je leerbedrijf bent geĂŻntroduceerd. Wat vond je de positieve en negatieve punten? Heb je (nog) geen leerbedrijf? Ga dan uit van een voorbeeldbedrijf, bijvoorbeeld je bijbaantje. Licht je antwoord toe met concrete voorbeelden.
e
Was er een inwerkprogramma in je leerbedrijf? Zo ja, wat vond je daarvan de positieve en negatieve punten? Licht je antwoord toe met concrete voorbeelden.
f
In veel organisaties word je als nieuwkomer begeleid door een coach. Welke uitspraken over een coach zijn juist? Kies de juiste antwoorden. a Bij een coach kun je terecht met al je vragen. b Een coach organiseert het werk voor alle nieuwkomers. c Een coach is er vooral voor je persoonlijke problemen. d Een coach bouwt vaste evaluatiemomenten in voor je vorderingen/ aandachtspunten. e Een coach is altijd een directe collega.
Mensen kunnen op verschillende manieren gemotiveerd worden. a In welke twee opzichten is motivatie voor een beroepskracht MZ belangrijk?
b
Wat heeft personeelszaken te maken met motivatie? Kies de juiste woorden. Personeelszaken is onder andere verantwoordelijk voor: directe begeleiding / beoordelingsgesprekken, arbeidsomstandigheden / persoonlijke omstandigheden. Ook opleidingstrajecten / studiekeuze vallen daaronder. Organisaties streven ernaar om het beste uit hun medewerkers / organisatie te halen. Motivatie vinden personeelszaken en je direct leidinggevende dus erg belangrijk.
1 14
Verwerkingsopdrachten
c
d
1 Werken als professional
Het personeelsbeleid bestaat uit drie fasen: instroombeleid, doorstroombeleid en uitstroombeleid. Vul in de volgende zinnen het juiste woord in. Verpleeghuis De Zwanenhorst voert een sollicitatiegesprek met Masha. Dit hoort bij het instroombeleid / doorstroombeleid / uitstroombeleid. Lionel werkt 5 jaar in een functie maar hij wil hogerop. Hij heeft daarover een gesprek met zijn leidinggevende. Dit hoort bij het instroombeleid / doorstroombeleid / uitstroombeleid. Liesbeth gaat volgende maand werken bij een andere organisatie. Haar huidige leidinggevende handelt haar ontslagbrief af. Dit hoort bij het instroombeleid / doorstroombeleid / uitstroombeleid. Koen heeft er al heel wat jaartjes op zitten bij de organisatie. Hij gaat bijna met pensioen. Onder welke voorwaarden dat kan, valt onder het instroombeleid / doorstroombeleid / uitstroombeleid. Timon is op heterdaad betrapt op diefstal. Hij krijgt op staande voet ontslag. Dit hoort bij het instroombeleid / doorstroombeleid / uitstroombeleid. Wat betekent de afkorting hrm? H: R: M:
e
Leg uit wat het verschil is tussen personeelsbeleid en hrm.
f
Op welk soort gesprek zijn onderstaande beschrijvingen van toepassing? Afspraken over (nog) beter functioneren: Beoordelingsgesprek / Functioneringsgesprek / POP-gesprek Gericht op het verleden: Beoordelingsgesprek / Functioneringsgesprek / POPgesprek Oordeel en consequenties: Beoordelingsgesprek / Functioneringsgesprek / POPgesprek Toekomstgericht: Beoordelingsgesprek / Functioneringsgesprek / POP-gesprek Tweezijdig gesprek: Beoordelingsgesprek / Functioneringsgesprek / POP-gesprek Vooral eenzijdig gesprek: Beoordelingsgesprek / Functioneringsgesprek / POPgesprek Afspraken over te volgen opleidingen: Beoordelingsgesprek / Functioneringsgesprek / POP-gesprek Vul het juiste woord in.
g
Motivatie die van binnenuit komt, noemen we
1 15
motivatie.
THEMA 1 Beroepskracht maatschappelijke zorg
h
Organisaties kunnen medewerkers met behulp van verschillende technieken motiveren. Zet de door de leidinggevende gehanteerde techniek naast het voorbeeld. Kies uit: intimideren – informeren – waarderen Je weet dat er bezuinigingen aankomen. Misschien word je wel ontslagen. Als je weet dat er ontslagen aan zitten te komen, ga je misschien harder werken. Je leidinggevende was vanochtend boos op je omdat je je taken niet op tijd af had. Je bent blij want je kreeg vanmiddag een compliment van je leidinggevende.
i
j
Kies het juiste woord. Als je regelmatig van taak wisselt met een collega, dan is er sprake van jobrotation / job-enlargement / job-enrichment. Als je meer taken krijgt, heet dat job-rotation / job-enlargement / job-enrichment. Je krijgt er moeilijkere taken bij. Dan spreek je over job-rotation / jobenlargement / job-enrichment. Zet de vijf niveaus van de piramide van Maslow in de juiste volgorde. Zet een 1 voor het eerste niveau, een 2 voor het volgende niveau en zo verder. Behoefte aan veiligheid en zekerheid Behoefte aan waardering en erkenning Zelfontplooiing Lichamelijke behoeften Behoefte aan sociaal contact
k
Zet de woorden op de juiste plek. Kies uit: bedrijfsuitje – behoefte – cursus – derde – eerste – loonsverhoging – motivatie – primaire – secundaire – tertiaire – tweede – verlangen – vierde – vijfde Let op: je hoeft niet alle woorden te gebruiken. Elke laag uit de piramide van Maslow staat voor een Eten, drinken, onderdak, slaap, rust en seks noem je behoeften. laag, respect valt onder de
Sociale acceptatie valt onder de
laag. Deze behoeften noemen we behoeften. Organisaties kunnen de theorie van Maslow gebruiken om de van medewerkers te vergroten. Bijvoorbeeld op het gebied van de primaire behoeften door het geven van een . Of door op het gebied van de tertiaire behoeften een
aan te bieden.
1 16
.
Verwerkingsopdrachten
1
l
1 Werken als professional
Test je eigen motivatie. Doe dit door middel van een prestatiemotivatietest op het internet, bijvoorbeeld de prestatiemotivatietest van 123test. (www.123test.nl/ prestatiemotivatie). Schrijf op wat je opvalt aan de uitslag.
Bespreek met je docent. 5
In iedere organisatie wordt regelmatig overlegd. Overleg zorgt voor betrokkenheid bij cliĂŤnten en medewerkers en vergroot de arbeidsmotivatie. Welke vormen van overleg zijn er bij jouw leerbedrijf? Wat is het doel van elke overlegvorm? Maak een poster met een korte omschrijving (maximaal 50 woorden) per overleg. Doe je (nog) geen BPV? Kies dan een andere organisatie of bedrijf uit waarover je gemakkelijk informatie kunt vinden, bijvoorbeeld je bijbaantje. Lever in bij je docent.
6
Bij een arbeidscontract wordt er een (arbeids)overeenkomst gesloten tussen de werknemer en de werkgever. a Waarom is een arbeidsovereenkomst voor jou als werknemer waardevol?
1 1
b
Zijn er ook voordelen voor de werkgever als deze een arbeidsovereenkomst met een werknemer sluit?
c
Er bestaan collectieve en individuele arbeidsovereenkomsten. Daarop kan een cao van toepassing zijn. Welke uitspraken zijn juist? Kies de juiste antwoorden. a Van een cao mag je nooit afwijken. b Een collectieve arbeidsovereenkomst geldt voor de hele sector waar je in werkt. c In een cao staan de minimumafspraken. In een individuele arbeidsovereenkomst mag je nadere afspraken maken, maar alleen in positieve zin. d De collectieve overeenkomst geldt voor een hele beroepsgroep. Een individuele arbeidsovereenkomst geldt voor een speciďŹ eke werknemer van een organisatie. e Een cao geldt niet voor het bestuur van een welzijnsorganisatie.
1 17
THEMA 1 Beroepskracht maatschappelijke zorg
d
1
7
Welke invloed heeft een collectieve arbeidsovereenkomst op een individuele arbeidsovereenkomst? Kies het juiste antwoord. a Een collectieve arbeidsovereenkomst is geldig voor alle medewerkers in een organisatie. b Een individuele arbeidsovereenkomst mag niet in strijd zijn met een collectieve arbeidsovereenkomst. c Medewerkers kunnen afwijken van een collectieve arbeidsovereenkomst met een organisatie als ze daar in dienst treden. d Een individuele arbeidsovereenkomst staat boven een collectieve arbeidsovereenkomst.
Organisaties kunnen verschillende manieren gebruiken om hun werknemers te motiveren. a Welke manier van motiveren herken je in dit voorbeeld? Vul het juiste woord in. Kies uit: informeren – intimideren – onderhandelen - waarderen
Mark heeft een hekel aan de opruimopdrachten die hij elke dag krijgt. Hij stelt ze vaak uit en doet eerst allerlei andere klusjes. Zijn leidinggevende heeft al vaker uitgelegd dat het belangrijk is dat alles op tijd is opgeruimd. Dit keer wordt ze boos: ‘Als je nu niet heel snel zorgt dat alles in orde is, dan hoef je vanmiddag ook niet mee te doen met de creatieve activiteiten.’ Mark baalt, want hij wil graag met de creatieve activiteiten meedoen. Dan gaat hij mopperend toch maar aan de slag.
Het gaat hier om b
.
Welke manier van motiveren herken je in dit voorbeeld? Vul het juiste woord in. Kies uit: informeren – intimideren – onderhandelen – waarderen
Wendy is verschrikkelijk druk met de voorbereiding van het jaarlijkse uitstapje. Daardoor komt ze nauwelijks toe aan haar gewone taken, ze krijgt het er haast benauwd van. Ze overlegt met haar leidinggevende. ‘Ik wil graag het uitstapje organiseren, maar daardoor kom ik deze weken niet toe aan het begeleiden van de kookgroep. Kan iemand dat tijdelijk van me overnemen?’ Haar leidinggevende zegt: ‘Waarschijnlijk kan Miranda deze week het koken van je overnemen. Volgende week slaan we het wel een keer over, dan kan Tristan in die tijd de cliënten op het uitstapje voorbereiden.’
Het gaat hier om
.
1 18
Verwerkingsopdrachten
c
2 Werken in een team
Welke manier van motiveren herken je in dit voorbeeld? Vul het juiste woord in. Kies uit: informeren – intimideren – onderhandelen – waarderen
Nicole heeft vorig jaar een paar trainingen ‘Effectief luisteren volgens Gordon’ gevolgd. Ze is erg enthousiast over de resultaten van de technieken die ze daar geleerd heeft. Ook haar leidinggevende merkt dat de training effect heeft op de omgang met de cliënten. Zij zegt dit tegen Nicole en vraagt haar of ze hierover een workshop aan haar collega’s wil geven. Nicole voelt zich vereerd. Ze vindt het erg spannend, maar zegt dat ze dat best wil doen.
Het gaat hier om
.
d
Een organisatie kan werknemers motiveren door ze te informeren. Bedenk zelf een voorbeeld daarvan.
e
Geef een voorbeeld van een manier van motiveren die jij zelf een keer hebt meegemaakt en die bij jou goed werkte.
f
Werkt positief motiveren bij jou beter dan negatief motiveren? Waarom? Licht je antwoord toe.
1 Werken in een team 2
1
Als je gaat werken, maak je deel uit van een team. a Wat is een team? Kies het juiste antwoord. a De groep medewerkers die samen een of meerdere taken uitvoert en daarvoor verantwoordelijk is. b De indeling die personeelszaken heeft gemaakt om de organisatie in te delen. b Wat is teamwerk?
1 19
THEMA 1 Beroepskracht maatschappelijke zorg
2
a
Welke zes succesfactoren voor teamwerk onderscheidt Belbin?
b
Met een paar andere beroepskrachten maatschappelijke zorg organiseer je een toernooi voor de sportdag. Daar komt van alles bij kijken. Zet de juiste succesfactor naast de situatie. Kies uit: flexibel aanpassen – open communicatie – initiatief tonen – heldere doelen – gezamenlijke verantwoordelijkheid Een van de sportinstructeurs is ziek. Jullie besluiten de groep die bij hem kwam te verdelen over de andere instructeurs. Je ziet dat een team niet verder kan, omdat de bal in de sloot ligt. Je brengt ze een reservebal en je haalt zelf de bal uit de sloot. Je ziet dat een van je collega’s – beroepskrachten maatschappelijke zorg – op een bankje in het zonnetje zit, terwijl de anderen ontzettend druk zijn met het sjouwen van materialen. Je zegt: ‘Ik vind het vervelend dat jij hier zit, terwijl de anderen de doelen en de ballen aan het sjouwen zijn.’ Een van de medewerkers deelt koffie en thee rond voor de begeleiders. Hij is de suiker vergeten mee te nemen en hij vraagt of jij die wilt ophalen. Jullie bedenken vooraf hoeveel kinderen er zijn en stellen teams samen.
1 20
Verwerkingsopdrachten
3
2 Werken in een team
Er bestaan allerlei theorieën en modellen over teamwerk. Zulke modellen kunnen een handig hulpmiddel zijn om het teamfunctioneren te begrijpen en zelfs te verbeteren. a Belbin zegt dat een team moet bestaan uit verschillende rollen. Daarmee krijg je de beste prestaties. Hij onderscheidt in zijn teamrollenmodel negen teamrollen. Zet de juiste teamrol naast de beschrijving. Kies uit: voorzitter – plant – bedrijfsman – monitor – brononderzoeker – vormer – zorgdrager – specialist – groepswerker
Een denker. Bekijkt zaken van een afstand. Analyseert en is vaak kritisch. Een creatieve denker. Gesloten, teruggetrokken. Kan met verrassende ideeën komen. Creatief, maar meer een open, naar buiten gerichte, doener (een echte netwerker). Een doener. Harde werker. Plichtsgetrouw, praktisch, gedisciplineerd en vooral taakgericht. Een stille eenling. Weet veel van weinig. Is eigenlijk geen echte teamspeler. De coördinator van het team. Kent de kwaliteiten van de teamleden en kan goed delegeren. Ook een leider, maar dan meer een vechter. Is gedreven, wilskrachtig, maar kan ook driftig zijn. Werkt vanuit zijn gevoel. Hij is de bindende factor. Richt zich op sfeer en teambuilding. Werkt ook vanuit zijn gevoel. Voelt vooral goed aan wat er fout kan gaan. Is perfectionistisch, maar ook een beetje pietluttig.
1
b
Een team hoeft volgens Belbin niet per se negen personen te hebben, maar moet wel alle rollen in huis hebben. Hoe krijg je dat dan voor elkaar?
c
Wat zijn jouw natuurlijke teamrollen? Probeer daarachter te komen door de korte teamroltest van Belbin te doen (www.werkenmetteamrollen.nl/vragenlijsten/DeKorte-Belbin-Teamroltest). Wat valt je op aan de uitslag?
1 21
THEMA 1 Beroepskracht maatschappelijke zorg
d
Het enneagrammodel gaat uit van negen persoonlijkheidstypen. Kennis van je eigen en andermans persoonlijkheidstype bevordert jullie teamwerk. Zet het juiste persoonlijkheidstype naast de beschrijving. Kies uit: succesvolle werker – helper – teamspeler – romanticus – bemiddelaar – leider – perfectionist – optimist – waarnemer
Gericht op anderen en wil graag helpen. Gaat voor idealen. Is erg gevoelig en gericht op hechte relaties. De waakzame, plichtsgetrouwe persoon met een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Is uit op macht, krachtbeheersing en overheersing. Degene die per se alles zo goed mogelijk wil doen. Gericht op de wensen, gevoelens en verwachtingen van anderen. Voert het liefst taken uit waar hij goed in is. Degene die alles analyseert en handelt vanuit zijn verstand. Zoekt naar plezier en onbekommerdheid.
1
e
Welk enneagramtype ben jij? Probeer daarachter te komen door een enneagramtest op het internet te maken, bijvoorbeeld de enneagramtest van 123test (www.123test.nl/enneagram). Wat valt je op aan de uitslag?
f
Het model van de Roos van Leary bevat een verticale dominantie-as (bovenonder) en een horizontale sympathie-as (samen-tegen). Zet het juiste gevolg naast de beschrijving van het gedrag. Kies uit: opstandigheid – volgzaamheid – meewerken – terugtrekken Samengedrag roept samengedrag op. Tegengedrag roept tegengedrag op. Bovengedrag roept ondergedrag op. Ondergedrag roept bovengedrag op.
1 22
Verwerkingsopdrachten
1
g
4
2 Werken in een team
Hoe scoor jij in de Roos van Leary? Probeer daarachter te komen door een Roos van Leary-test op het internet te maken, bijvoorbeeld 123test (www.123test.nl/ leary). Wat valt je op aan de uitslag?
Het goed functioneren van een team hangt af van de teamvorming, van de teamcultuur en van de vraag of de teamleden in staat zijn om kritisch naar hun eigen team te kijken. a Teamvorming bestaat uit vijf fasen. Zet de fasen in de juiste volgorde. Zet een 1 voor de eerste fase, een 2 voor de volgende fase en zo verder. Adjourning Forming Norming Performing Storming b
c
Welke fase wordt beschreven? Kies het juiste woord. adjourning / forming / norming / performing / storming In deze fase leren teamgenoten elkaar kennen: adjourning / forming / norming / performing / storming Teamgenoten werken samen om hun doelen te bereiken: adjourning / forming / norming / performing / storming Het team rondt de taak af en gaat weer uit elkaar: adjourning / forming / norming / performing / storming Wie speelt welke rol? De teamverhoudingen worden bepaald: adjourning / forming / norming / performing / storming De normen krijgen vorm, alle (gedrags)regels binnen het team worden duidelijk: adjourning / forming / norming / performing / storming In fase 3 van teamvorming (Norming) worden de gedragsregels van een team duidelijk. In deze fase ontstaat de teamcultuur. Zet de woorden op de juiste plek. Kies uit: afspraken – betrokkenheid – manier – momenten – problemen Let op: je hoeft niet alle woorden te gebruiken. Bij de teamcultuur gaat het om zaken als
maken en de
waarop de teamleden elkaar aanspreken. , respect en de
Belangrijk bij de teamcultuur zijn ook manier waarop
worden aangepakt.
1 23
THEMA 1 Beroepskracht maatschappelijke zorg
d
e
f
1
5
Door zelfreflectie leer je jezelf kennen en ontdekken waar je goed en minder goed in bent. Waarom is bij teamwerk zelfreflectie belangrijk? Kies het juiste antwoord. Door zelfreflectie: a kom je erachter welke teamrol je speelt. b krijg je inzicht in hoe je binnen je team functioneert. c toon je initiatief en ben je dus onmisbaar voor het team. d kun je goed tevoorschijn komen bij een beoordelingsgesprek. e houd je je aan alle afspraken en planningen en weet je dus wat je kunt en wie je bent. Zijn de volgende uitspraken over een teamevaluatie juist of onjuist?
Tijdens een teamevaluatie worden de cliënten besproken.
Juist / Onjuist
Tijdens een teamevaluatie wordt de bijdrage van ieder teamlid besproken.
Juist / Onjuist
Een open sfeer is noodzakelijk voor een zinvolle teamevaluatie.
Juist / Onjuist
Kritiek hoort niet thuis in een teamevaluatie, maar in een persoonlijk gesprek.
Juist / Onjuist
Tijdens een teamevaluatie gaat het om resultaten en wat het team als geheel en elk teamlid afzonderlijk hebben bijgedragen.
Juist / Onjuist
Waarom is teamevaluatie bij samenwerken van belang?
Belbin onderscheidt zes succesfactoren voor teamwerk. a Welke van de zes succesfactoren van Belbin vind jij zelf de belangrijkste voor een goede samenwerking? Licht je antwoord toe.
b
Denk of weet je of anderen vinden dat jij zelf goed bent in de factor die jij het belangrijkste vindt voor een goede samenwerking? Waarom wel of waarom niet? Licht je antwoord toe.
c
Wat doe je als de samenwerking niet goed verloopt? Bedenk ten minste twee oplossingen.
1 24
Verwerkingsopdrachten
1
1
6
2 Werken in een team
d
Werk in tweetallen. Bespreek samen de oplossingen die jullie elk hebben bedacht voor als de samenwerking niet goed verloopt. Welke overeenkomsten en verschillen vallen jullie op?
e
Bedenk een situatie waarin je met anderen samenwerkte. Dat kan zijn in je werk, bij je leerbedrijf, in je vrije tijd of op school. Noteer twee punten waarbij de samenwerking goed verliep. Schrijf erbij welke succesfactor daarbij past.
f
Bedenk een situatie waarin je met anderen samenwerkte. Dat kan zijn in je werk, bij je leerbedrijf, in je vrije tijd of op school. Noteer twee punten waarop de samenwerking minder goed verliep. Schrijf erbij welke succesfactor(en) je aan deze punten kunt koppelen.
Het teamrollenmodel van Belbin is getekend als een wiel.
Schrijf op waarom het teamrollenmodel van Belbin als een wiel getekend is. Denk na over: • Waarom is het rond? • Wat is de functie van de spaken? • Wat gebeurt er als er een slag in zit?
1 25
WERKBOEK NIVEAU 3&4
Kwaliteit en deskundigheid MZ
Deze uitgave Kwaliteit en deskundigheid MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande kerntaak uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. B1-K2 Werken aan kwaliteit en deskundigheid De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.
MZ Kwaliteit en deskundigheid MZ WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie.
m a at s c h a p p e l i j k e zorg
Herz
ien
Auteur: A. Gloudemans R.F.M. van Midde Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 978476
MBO_WB_Welzijn_kwaliteit en deskundigheid_MZ_210x297mm.indd All Pages
2/05/18 12:04