Dit boek is onderdeel van InBusiness, een modulaire methode voor mbo economie. Een breed aanbod van modules dekt alle onderwerpen voor de commerciële en financiële opleidingen. In de serie InBusiness Financieel worden modules aangeboden voor dekking van het kwalificatiedossier Financieel administratieve beroepen.
Bewezen didactiek De methode InBusiness is ontwikkeld door ervaren auteurs, die in de modules een duidelijke verbinding leggen tussen theorie en praktijk. De didactische opbouw van elke module is gebaseerd op het bewezen effectieve zes-leerfasen model: 1 Introductie 2 Theorie 3 Verwerking 4 Toepassing 5 Evaluatie/zelftoets 6 Toetsing De methode is compleet en van hoge kwaliteit. InBusiness is samen met docenten ontwikkeld, inhoudelijk sterk, prettig leesbaar, visueel aantrekkelijk en voldoet aan de eisen van de kwalificatiedossiers en aan de exameneisen. Digitaal, boeken of blended InBusiness Financieel is leverbaar op papier, volledig digitaal en als combinatie van beide (blended). De theorieboeken geven een heldere uitleg over de verschillende onderwerpen. Bij het theorieboek wordt een basislicentie geleverd, met extra theorie en opdrachten aangeboden in de interactieve digitale leeromgeving eDition. De werkboeken bevatten oriëntatievragen, kennisvragen, routineopgaven, praktijktaken en een integrale casus.
Kennis bedrijfseconomie THEORIEBOEK
Kennis bedrijfseconomie omvat leerstof voor de bedrijfsadministrateur en de junior assistent-accountant. In vijf modules wordt ingegaan op de vermogensbehoefte van de handelsonderneming, rentabiliteit en de liquiditeitsbegroting. Verder is er extra aandacht voor variabele-kostencalculatie en de bedrijfseconomische analyse van de jaarrekening.
Kennis bedrijfseconomie
THEORIEBOEK FINANCIEEL NIVEAU 3&4
InBusiness Financieel
Als docent kun je bovendien een keuze maken uit het totale aanbod modules van InBusiness en die samenstellen tot een boek OpMaat.
• MET ING O EV
LEEROM INE G NL
InBusiness bevat modules die geschikt zijn voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (crebo: 25139) - Bedrijfsadministrateur (crebo: 25138) - Junior assistent-accountant (crebo: 25140)
LEEROM INE G NL
• MET ING O EV
Digitaal is de methode beschikbaar voor scholen als Totaallicentie (volledig digitaal) of als Verwerkingslicentie (opdrachten digitaal, theorie op papier) in de interactieve leeromgeving eDition.
Auteur: Edward van Balen Eindredactie: Pieter Mijnster
Omslag Financieel_A4-KBE-theorie.indd All Pages
7/04/2021 14:20
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 120
7/04/2021 14:31
Kennis bedrijfseconomie
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 1
7/04/2021 14:30
Colofon Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 9789006662528 1e druk, 1e oplage, 2021 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2021
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 2
7/04/2021 14:30
Voorwoord Het middelbaar beroepsonderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en in het bijzonder door de eisen die de beroepspraktijk aan de opleidingen stelt. Daartoe behoren nieuwe kwalificatiedossiers, maar ook ontwikkelingen zoals een breed eerste jaar voor economie opleidingen. Voor die opleidingen brengt ThiemeMeulenhoff nu de modulaire economie methode InBusiness uit: • Als vervolg op de methode BV in Balans voor de financiële beroepsopleidingen, is er nu InBusiness Financieel. • Als vervolg op de methode Rendement voor de commerciële beroepsopleidingen is er nu InBusiness Commercieel. InBusiness is opgebouwd uit een groot aantal modules, die op drie verschillende manieren aangeboden worden: • Als hoofdstukken in een standaardboek met een vaste volgorde over één vakgebied of hoofdonderwerp; • Als hoofdstukken in een door de docent zelf samen te stellen Boek Opmaat, desgewenst met verschillende onderwerpen commercieel en financieel, in een zelf te bepalen volgorde; • Als complete modules in de interactieve digitale leeromgeving eDition met directe feedback en resultatenoverzicht. Deze bevat de volledige theorie en alle opdrachten, zeer geschikt voor meer zelfstandig werken door studenten en voor afstandsonderwijs. De methode InBusiness is ontwikkeld door ervaren auteurs, die in de modules een duidelijke verbinding leggen tussen theorie en praktijk. De didactische opbouw van elke module is gebaseerd op het zes-leerfasen model: Introductie, Theorie, Verwerking, Toepassing, Evaluatie/zelftoets, Toetsing. LET OP: Bij dit standaardboek behoort een basislicentie voor toegang tot de digitale leeromgeving eDition. Iconen helpen je daarbij op weg. Hiermee word je verwezen naar de digitale leeromgeving eDition, waar je de volgende onderdelen vindt die behoren tot de standaardinhoud van elke module van InBusiness Financieel: • Extra opdrachten (zoals extra kennisvragen, routineopgaven, praktijktaken en/of integrale casus) • Test je kennis en inzicht • Samenvattingsopdracht Hier krijg je een belangrijk advies voor de voortgang van jouw leerproces. De serie InBusiness is met de grootste zorg ontwikkeld. Wij hopen dat je met plezier met InBusiness werkt. Wanneer je vragen of suggesties hebt, neem dan contact met ons op. De auteurs en uitgever
3
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 3
7/04/2021 14:30
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 4
7/04/2021 14:30
Inhoudsopgave
Voorwoord
1
KBE01 Vermogensbehoefte 7 Introductie 8 Theorie 8 1 Ondernemersbeslissingen 10 2 Rentabiliteit van een project 11 3 Vermogensbehoefte van de handelsonderneming 14 4 De vermogensbehoefte van vaste activa 25 5 Financiering 29 Begrippen 33
2
KBE02 Liquiditeit en solvabiliteit 35 Introductie 36 Theorie 36 1 Liquiditeit en solvabiliteit 38 2 De liquiditeitsbegroting 39 3 Invloed van krediettermijnen 42 4 Kengetallen van liquiditeit en solvabiliteit 46 5 Vergelijking met bedrijven uit dezelfde branche 51 6 Vergelijking in de tijd 54 7 Consolidatie van schulden 56 8 Problemen met de solvabiliteit 58 Begrippen 59
3
KBE03 Rentabiliteit
61 Introductie 62 Theorie 62 1 Het inkomen van een onderneming 64 2 De winst en rentabiliteit van de bv en de nv 70 3 Risicomijdend en risicozoekend vermogen 72 4 Vergelijking van een onderneming met de branche 78 Begrippen 80
4
KBE04 Analyse van de jaarrekening 81 Introductie 82 Theorie 82 1 Het jaarrapport en de jaarrekening 84 2 De mutatiebalans 85 3 Staat van herkomst en besteding van middelen 88 4 Voorbereiding van het kasstroomoverzicht 90 5 Het kasstroomoverzicht 94 6 Vermogensverloop 98 Begrippen 100
3
5
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 5
7/04/2021 14:30
5
KBE05 Variabele-kostencalculatie 101 Introductie 102 Theorie 102 1 Het bedrijfsresultaat bij variabele-kostencalculatie 104 2 Het bedrijfsresultaat als productie gelijk is aan afzet 106 3 Het bedrijfsresultaat als productie niet gelijk is aan afzet 108 4 Het nut van variabele kostencalculatie 111 Begrippen 116
Register
117
6
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 6
7/04/2021 14:30
FINANCIEEL
KBE01
1
Vermogensbehoefte
Auteur Edward van Balen Eindredactie Pieter Mijnster
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 7
7/04/2021 14:30
KBE01
Vermogensbehoefte
THEORIE Introductie De uitdaging Ondernemers staan dagelijks voor lastige beslissingen. Veel beslissingen hebben direct effect op de behoefte aan vermogen. Denk bijvoorbeeld aan de aanschaf van een nieuwe bedrijfswagen, het vergroten van het assortiment goederen, of nog meer op rekening gaan verkopen, waardoor de post debiteuren zal toenemen. Hoe financier je deze keuzes? Twee belangrijke vragen hierbij zijn hoeveel en hoelang er vermogen nodig is. Voor het antwoord op deze vragen speelt een rol of de investering heeft te maken met vlottende of vaste activa. Als het om vaste activa gaat, zijn de investeringen vaak groter en in ieder geval voor langere duur. Er bestaan dan mogelijkheden om ‘slim’ te investeren. In deze module leer je wat een ideaalcomplex is en wat dat voor gevolgen heeft voor de vermogensbehoefte van een onderneming. Voor een juiste financiering kan een ondernemer de bank of andere vermogenverschaffers benaderen voor geld. Maar naast deze externe financiering kan een ondernemer ook nagaan of hij zijn vermogensbehoefte met eigen middelen kan financieren. Als de ondernemer de winst van voorgaande jaren in de onderneming heeft gehouden, kan het mogelijk zijn dat hij via interne financiering aan de ontstane vermogensbehoefte voldoet. Aan de slag: Ga na hoeveel vermogen er nodig is voor de aanschaf van een aantal nieuwe bedrijfsauto’s. Geef ook aan welke financieringsvorm het meest gunstig is voor het bedrijf. Kijk daarbij naar externe, maar zeker ook naar interne en intensieve financieringsmogelijkheden. Onderzoek ook of het leasen van de nieuwe bedrijfsauto’s financieel gunstig is.
Figuur 1
© Tiekstramedia / foto: Shutterstock / Syda Productions
8
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 8
7/04/2021 14:30
Leerdoelen Wat heb ik voor deze uitdaging nodig? Kennis: • Ik kan de volgende begrippen omschrijven: permanent vermogen, volgtijdelijke aanschaf, gelijktijdige aanschaf, ideaalcomplex, diversiteit, interne financiering, externe financiering, intensieve financiering, partiële financiering, totale financiering, factoring, leasing, cashflow, risicomijdend vermogen, risicozoekend vermogen, voorziening. Begrip: • Ik kan het verschil tussen eigen en vreemd vermogen aangeven. • Ik kan aangeven of een financieringsvorm permanent, langdurig tijdelijk of kortstondig tijdelijk is. • Ik kan voor een gegeven situatie vaststellen welke financieringsvorm geschikt is. • Ik kan verklaren dat volgtijdelijke aanschaf van vaste activa leidt tot een ideaalcomplex. • Ik kan uitleggen dat de voorraad- en debiteurenkern moet worden gefinancierd met permanent of langdurig tijdelijk vermogen. Vaardigheid: • Ik kan voor een gegeven situatie vaststellen hoe groot de vermogensbehoefte is bij gelijktijdige aanschaf van vaste activa. • Ik kan voor een gegeven situatie vaststellen hoe groot de vermogensbehoefte is bij volgtijdelijke aanschaf van vaste activa. • Ik kan de vermogensbehoefte aan vlottende activa vaststellen op basis van de gegeven omzetsnelheid van goederen, gemiddelde krediettermijn debiteuren en bijkomende informatie. • Ik kan aantonen dat je bij een ideaalcomplex de vervanging kunt financieren uit afschrijvingen plus vrijkomende restwaarde. • Ik kan aantonen dat bij gelijktijdige aanschaf de vermogensbehoefte sterk wisselt. • Ik kan met activiteitskengetallen de vermogensbehoefte van vlottende activa vaststellen.
9
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 9
7/04/2021 14:30
KBE01
1
Vermogensbehoefte
Ondernemersbeslissingen Investeren en financieren Ieder bedrijf dat plannen heeft om uit te breiden, moet kijken of de investering rendabel is en welke financiering mogelijk is. Een uitbreiding aan de debetzijde van de balans betekent ook een vergroting van het vermogen. Daarbij moet je de solvabiliteit goed in de gaten houden. Je kunt niet zomaar vreemd vermogen van de bank krijgen als er ook niet een uitbreiding van het eigen vermogen komt. Als een onderneming haar omzet wil vergroten, stelt de leiding een plan op. In dit plan moet ze antwoorden vinden op allerlei vragen, zoals de volgende. • Is de uitvoering van het plan mogelijk binnen de aanwezige capaciteit of moet er een uitbreiding van de vaste activa komen? • Moet er een onlineomgeving komen met nieuwe opslagruimten en computersystemen? • Moeten we de voorraden vergroten, moeten we meer of minder op rekening verkopen, moeten we andere betalingsvoorwaarden afspreken? Beslissingen naar aanleiding van deze vragen hebben gevolgen voor de balans. Door investeringen neemt de debetzijde van de balans toe, waar een financiering aan creditzijde tegenover komt te staan. Meer omzet door investeringen heeft ook gevolgen voor de winst-en-verliesrekening. Meer omzet leidt ook tot hogere kosten, denk aan meer arbeidskosten, verzekeringskosten, energiekosten, reclamekosten en servicekosten.
Op zoek naar vermogen Als alles in kaart is gebracht, stapt de leiding met een uitgewerkt plan naar de bank en andere vermogensverschaffers. Als de vermogensverschaffers goedkeuring geven, hebben zij een goede inschatting kunnen maken van de rentabiliteit van het project. Daarna kan de onderneming aan de uitvoering beginnen.
Figuur 2
© Roel Seidell
10
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 10
7/04/2021 14:30
Rentabiliteit van een project Een vermogensverschaffer (bankier) kijkt bij de beoordeling van een aanvraag vooral naar: 1 2 3 4 5 6
2
Solvabiliteit Rentabiliteit Liquiditeit Cashflow Vermogensbehoefte Aflossingscapaciteit
Rentabiliteit van een project Operationele cashflow Aan het begin van een project doet een onderneming een uitgave voor de benodigde investeringen en aan het eind krijgt ze de restwaarde weer terug. Gedurende het project zijn er ontvangsten en uitgaven. Het verschil tussen deze ontvangsten en uitgaven is de operationele cashflow. De uitgaande geldstroom bestaat uit uitgaven aan grondstoffen, arbeid, diensten van derden en afdracht van belastingen. Let op! Bedenk dat de afschrijvingen wel kosten zijn, maar geen uitgaven.
De cashflow bereken je als volgt. • • • • • •
Neem de omzet als uitgangspunt. Trek van deze omzet de kosten af. De winst vóór belasting blijft over. Trek de verschuldigde belasting van deze winst af. De winst na belasting blijft over. Tel de afschrijvingen er weer bij. Onthoud! De operationele cashflow bestaat uit de winst na belasting plus de afschrijvingen.
Door afschrijvingskosten door te berekenen aan de afnemer, verdien je het verlies aan waarde van de investering terug. De winst is de beloning voor het eigen vermogen.
Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit Bij de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit bereken je de gemiddelde winst per jaar en je vergelijkt die met het gemiddelde geïnvesteerd vermogen over de gehele looptijd. Je berekent dan een percentage. De leiding van een onderneming bekijkt of de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit aan de gestelde eisen voldoet. Praktijkvoorbeeld 1 maakt dit duidelijk.
11
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 11
7/04/2021 14:30
KBE01
Vermogensbehoefte
Praktijkvoorbeeld 1 Bereken de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit Gegeven De onderneming Piershil bv overweegt een investeringsproject met een eerste uitgave van € 165.000 aan het eind van 2022. Dit bedrag is nodig voor de aanschaf van twee machines van € 72.500 per stuk en € 20.000 voor voorraden en debiteuren. De vermoedelijke restwaarde aan het eind van 2025 is € 45.000 (€ 25.000 opbrengst machines en € 20.000 vrijkomend vermogen uit voorraden en debiteuren). Neem aan dat de cashflows aan het eind van een jaar beschikbaar komen. De begrote resultatenrekening van dit project voor elk van de jaren 2023 tot en met 2025 ziet er als volgt uit. Omzet Kosten (zonder afschrijving)
€
180.000
Afschrijving (lineair)
€
40.000
€
300.000
€
220.000
Belastbare winst
€
80.000
Belasting 25%
€
20.000
Winst na belasting
€
60.000
Gevraagd a b c d
Bereken de cashflows voor de jaren 2023 t/m 2025. Bereken het gemiddelde geïnvesteerd vermogen. Bepaal de gemiddelde winst na belasting per jaar. Bereken de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit.
Uitwerking a Bereken de cashflows voor de jaren 2023 t/m 2025. De cashflow is de winst na belasting plus de afschrijvingen. De cashflow 2023 bedraagt € 60.000 + € 40.000 = € 100.000. De cashflow 2024 bedraagt € 60.000 + € 40.000 = € 100.000. Bij de cashflow 2025 komt ook het bedrag aan vrijgekomen restwaarde. De cashflow bestaat dan uit € 60.000 + € 40.000 + € 45.000 = € 145.000. b Bereken het gemiddelde geïnvesteerd vermogen. Begin 2023 is het geïnvesteerd vermogen € 165.000. Eind 2025 is het geïnvesteerd vermogen € 45.000. Het gemiddeld geïnvesteerd vermogen is: (€ 165.000 + € 45.000) / 2 = € 210.000 / 2 = € 105.000 c Bepaal de gemiddelde winst na belasting per jaar. De gemiddelde winst na belasting is: (€ 60.000 + € 60.000 + € 60.000) / 3 = € 180.000 / 3 = € 60.000 d Bereken de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit. De gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit bedraagt: gemiddelde winst na belasting / gemiddeld geïnvesteerd vermogen = € 60.000 / € 105.000 = 0,57143 = 57,1%
12
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 12
7/04/2021 14:30
Rentabiliteit van een project
Figuur 3
© Shutterstock / industryviews
Slim investeren Al ruim tachtig jaar bankiert een familieonderneming bij de bank. Om het bedrijf bestendig te maken voor de toekomst, wil de onderneming fors investeren. Maar de investering gaat voor de bank te ver. Toch wil de bank de relatie graag behouden. De onderneming vraagt een consultant om raad. ABC advies bv bekijkt nu met de onderneming en de bank de mogelijkheden en alternatieven om de investering toch te laten slagen. Eerst bekijkt de consultant met de onderneming de noodzakelijke investeringen. De investeringen die afhankelijk zijn van capaciteit en resultaat hoeft de onderneming niet allemaal tegelijk te doen. De uitbreidingsplannen zijn nu in fasen verdeeld. Hierdoor is de oorspronkelijke vermogensbehoefte voor vaste activa met 30% teruggedrongen. De leverancier van speciale machines financiert de uitbreiding, omdat hij dit concept in heel Europa wil toepassen als het bij dit bedrijf een succes is. Dus is er een winwinsituatie ontstaan, want leasing van deze speciale machines was niet mogelijk. De leasemaatschappij richt zich daarom volledig op het standaardmachinepark. Vervolgens kan de onderneming ook het nieuwe pand, het werkkapitaal in debiteuren en de voorraad financieren door maximaal gebruik te maken van overheidsregelingen. De financiering is nu rond door overeenstemming te vinden met familie, bank, leverancier en leasemaatschappij. Dat is pas slim investeren.
13
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 13
7/04/2021 14:30
KBE01
3
Vermogensbehoefte
ermogensbehoefte van de V handelsonderneming Een vermogensbehoefte ontstaat door de behoefte aan bezittingen van een onderneming. Elke onderneming heeft bezittingen in de vorm van vaste en vlottende activa.
Industriële onderneming Een industriële onderneming heeft een fabriekscomplex met gebouwen, machines en transportmiddelen. Daarbij komen voorraden grondstoffen, halffabricaten en eindproducten, maar ook debiteuren en liquide middelen.
Dienstverlenende onderneming Een onderneming voor de zakelijke dienstverlening heeft andere bezittingen. Een groot of klein kantoor, wel of geen klanten die het bedrijf bezoeken en bijna geen voorraden.
Handelsonderneming Bij een handelsonderneming bestaat er voor terrein en gebouwen een permanente vermogensbehoefte en voor transportmiddelen bestaat er een langdurige vermogensbehoefte. Daarnaast is er soms veel voorraad waar juist voor een kortere duur behoefte aan vermogen nodig is.
Vermogen en investeringsduur Een ondernemer stemt de beschikkingsduur van het vermogen af op de investeringsduur van de bezittingen. • Eigen vermogen is permanent vermogen en dus geschikt voor het financieren van terrein en gebouwen. • Voor vaste activa met een lange investeringsduur is een hypothecaire lening voor gebouwen en terreinen zeer geschikt. • Voor iets kortere investeringsduur zoals vrachtauto’s en andere transportmiddelen is een onderhandse lening of een banklening meer geschikt.
3.1
Vermogensbehoefte van vlottende activa Vermogensbehoefte van voorraden Om goederen bij verkoop gelijk te kunnen leveren, houdt een onderneming een voorraad aan. Een te kleine voorraad kan ertoe leiden dat sommige klanten worden teleurgesteld omdat de onderneming niet op tijd kan leveren. Een te grote voorraad zorgt weer voor hoge kosten voor ruimte, rente en risico. De afzet van producten kan regelmatig over het jaar zijn gespreid, maar er kunnen ook periodes zijn waarin het stil is of juist weer erg druk. Ook bij deze verschillen in drukte moet een onderneming zorgen dat ze de goederen kan leveren. Om die reden is de voorraad niet elke maand of elk kwartaal gelijk. Bovendien moet de voorraad groot zijn als de drukke periode gaat beginnen. Het is belangrijk om inzicht te hebben in de gemiddelde voorraad, de omzetsnelheid en de opslagduur van de voorraad.
14
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 14
7/04/2021 14:30
Vermogensbehoefte van de handelsonderneming
Figuur 4 Veel voorraad betekent een grote vermogensbehoefte en dus financieel risico. © Shutterstock / Beata Becla
De vermogensbehoefte van debiteuren Klanten die producten kopen betalen niet altijd direct. Debiteuren vallen net als voorraden onder de vlottende activa. Bij contante betaling heeft de onderneming direct weer de beschikking over geld. Dat kan in kas zitten of op een bankrekening staan. Bij verkoop op rekening ontstaat er een rekening Debiteuren. De vastgestelde termijn waarin een debiteur de gelegenheid krijgt om de rekening te betalen is de krediettermijn. Gedurende de krediettermijn heeft een onderneming behoefte aan vermogen. De verkochte goederen zijn immers al wel door de onderneming betaald, maar nog niet door de afnemer. De rekening Debiteuren neemt toe als de krediettermijn langer wordt. Maar de rekening Debiteuren neemt ook toe als het gedeelte van de omzet dat de onderneming op rekening verkoopt toeneemt.
De vermogensbehoefte van liquide middelen Een andere post die onder de vlottende activa valt, is het geld in de kas of het geld op een bankrekening. Dit zijn de liquide middelen. Een onderneming moet over contant geld kunnen beschikken om betalingen te verrichten. Deze betalingen kunnen te maken hebben met allerlei kosten zoals loonkosten en autokosten, maar ook met aanschaf van voorraden die een onderneming contant moet betalen. Hoe meer betalingen een onderneming contant moet doen, hoe groter het bedrag aan liquide middelen moet zijn.
Figuur 5 Met een rekening-courant kan een ondernemer altijd over contant geld beschikken.
© Alamy Stock
Photo / Igor Stevanovic
15
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 15
7/04/2021 14:30
KBE01
Vermogensbehoefte De meeste ondernemingen sluiten voor de liquide middelen een rekening-courant bij een bank af. Een onderneming kan hierdoor bij de bank geld opnemen wanneer dat nodig is. Daardoor kan ze met deze rekening rood staan. Meestal is er een maximumbedrag dat een onderneming op die manier mag lenen. Dat maximum noem je de kredietlimiet. Uiteraard betaalt de onderneming interestkosten voor het gebruik van dat krediet.
3.2
Spreiding in vermogensbehoefte De vlottende activa bestaan vooral uit de posten: • voorraden; • debiteuren; • liquide middelen. Wanneer de verwachte afzet toeneemt, moet een onderneming een grotere voorraad aanleggen. Als deze voorraad verkocht is op rekening, ontstaat er tijdelijk een grotere post debiteuren. Als de debiteuren hebben betaald, zijn de liquide middelen tijdelijk groter. Een onderneming houdt hier rekening mee en wil de vermogensbehoefte van de vlottende activa in haar geheel op een zo goed mogelijke manier financieren. Daarbij houdt ze rekening met het verschijnsel dat er altijd een bepaald bedrag aan voorraad nodig is en dat er een bedrag aan debiteuren is. De voorraadkern en de debiteurenkern zijn altijd aanwezig en voor deze minimale vermogensbehoefte moet er voor lange tijd vermogen zijn: permanent of lang vermogen. Een deel van de vlottende activa financiert de onderneming door crediteuren (leverancierskrediet).
Praktijkvoorbeeld 2 Onderzoek de diversiteit Gegeven Divimex bv importeert en exporteert artikelen voor CookingBest. De onderneming heeft de volgende vermogensbehoefte in 2023 in verband met de voorraden, debiteuren en liquide middelen. 01-01-23
01-04-23
01-07-23
01-10-23
31-12-23
Voorraad
€
150.000
€
110.000
€
80.000
€
120.000
€
155.000
Debiteuren
€
55.000
€
70.000
€
60.000
€
50.000
€
58.000
Liquide middelen
€
15.000
€
24.000
€
19.000
€
16.000
€
15.000
Totaal vlottende activa
€
220.000
€
204.000
€
159.000
€
186.000
€
228.000
De veranderingen in de vermogensbehoefte vinden geleidelijk plaats. Gevraagd a Bepaal het verschil tussen de hoogste en laagste vermogensbehoefte van voorraden. b Bepaal het verschil tussen de hoogste en laagste vermogensbehoefte van debiteuren. c Bepaal het verschil tussen de hoogste en laagste vermogensbehoefte van liquide middelen. d Bepaal het verschil tussen de hoogste en laagste vermogensbehoefte van vlottende activa. e Bepaal de som van de maxima van de vlottende activa. f Bepaal de som van de minima van de vlottende activa. g Bepaal het verschil tussen de som van de maxima en de som van de minima. h Geef de reden waarom het verschil van de maximale som en de minimale som kleiner is dan het verschil tussen de som van de maxima en de som van de minima. 16
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 16
7/04/2021 14:30
Vermogensbehoefte van de handelsonderneming Uitwerking a Bepaal het verschil tussen de hoogste en laagste vermogensbehoefte van voorraden. De hoogste vermogensbehoefte van voorraden is € 155.000. De laagste vermogensbehoefte (voorraadkern) is € 80.000. Het verschil bij voorraden is: € 155.000 − € 80.000 = € 75.000. b Bepaal het verschil tussen de hoogste en laagste vermogensbehoefte van debiteuren. De hoogste vermogensbehoefte van debiteuren is € 70.000. De laagste vermogensbehoefte (debiteurenkern) is € 50.000. Het verschil bij debiteuren is: € 70.000 − € 50.000 = € 20.000. c Bepaal het verschil tussen de hoogste en laagste vermogensbehoefte van liquide middelen. De hoogste vermogensbehoefte van liquide middelen is € 24.000. De laagste vermogensbehoefte is € 15.000. Het verschil bij liquide middelen is: € 24.000 − € 15.000 = € 9.000. d Bepaal het verschil tussen de hoogste en laagste vermogensbehoefte van vlottende activa. De hoogste vermogensbehoefte van vlottende activa (maximale som) is € 228.000. De laagste vermogensbehoefte (minimale som) is € 159.000. Het verschil tussen de maximale som en de minimale som is: € 228.000 − € 159.000 = € 69.000. e Bepaal de som van de maxima van de vlottende activa. De som van de maxima is € 155.000 + € 70.000 + € 24.000 = € 249.000. f Bepaal de som van de minima van de vlottende activa. De som van de minima is € 80.000 + € 50.000 + € 15.000 = € 145.000. g Bepaal het verschil tussen de som van de maxima en de som van de minima. Het verschil tussen de som van de maxima en de som van de minima is: € 249.000 − € 145.000 = € 104.000 h Geef de reden waarom het verschil van de maximale som en de minimale som kleiner is dan het verschil tussen de som van de maxima en de som van de minima. De reden voor het verschil tussen € 104.000 en € 69.000 is dat de hoogste vermogensbehoeften per onderdeel niet op hetzelfde moment vallen. De werkelijke vermogensbehoefte is dus meer gespreid en de pieken zijn afgezwakt.
Onthoud! De spreiding van de vermogensbehoefte heet ook wel diversiteit.
Vlottende activa Diversiteit
Opslagduur
Gelijktijdige aanschaf
Kredietplafond
Volgtijdelijke aanschaf
Risicomijdend vermogen
Debiteurensaldo Vaste activa Risicozoekend vermogen
Permanent vermogen Voorraadkern
Ideaalcomplex
Debiteurenkern Figuur 6
Kredietduur
Gemiddelde voorraad
Cashflow
Kredietruimte
Kredietlimiet Omloopsnelheid
Crediteurensaldo
Kredietduur
© Tiekstramedia
17
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 17
7/04/2021 14:30
KBE01
Vermogensbehoefte
Financieringsvraagstukken Het stijgen en dalen van de vlottende activa heeft een aantal consequenties. • De minimale som moet de onderneming met permanent en/of lang vermogen financieren. • De vermogensbehoefte daarboven kan de onderneming met kort vermogen of lang vermogen financieren. Deze keuze tussen lang of kort hangt van verschillende factoren af. • Het verschil tussen de rente op langdurig tijdelijk vermogen (lang vermogen) en de rente op kortstondig tijdelijk vermogen (kort vermogen). • Het gemak waarmee je het lang of het kort vreemd vermogen kunt aanpassen. • De schommelingen in de vermogensbehoefte van vaste activa. Je moet dan de totale vermogensbehoefte bekijken. • De waarde van de liquiditeitskengetallen nettowerkkapitaal, current ratio en quick ratio omdat hier het kort vreemd vermogen van belang is. 01-01-23
01-04-23
01-07-23
01-10-23
31-12-23
Voorraad
€
150.000
€
110.000
€
80.000
€
120.000
€
155.000
Debiteuren
€
55.000
€
70.000
€
60.000
€
50.000
€
58.000
Liquide middelen
€
15.000
€
24.000
€
19.000
€
16.000
€
15.000
Totaal vlottende activa
€
220.000
€
204.000
€
159.000
€
186.000
€
228.000
Permanent / lang
€
159.000
€
159.000
€
Kort
€
61.000
€
45.000
Totaal
€
220.000
€
204.000
159.000
€
159.000
€
159.000
€ -
€
27.000
€
69.000
€
€
186.000
€
228.000
159.000
De kern van de vlottende activa moet de onderneming met een mix van permanent en lang vermogen financieren. Het overblijvend bedrag kun je met lang en kort vreemd vermogen financieren. Crediteuren zijn bereid om leverancierskrediet te verstrekken. Het rekening-courantkrediet voorziet voor een deel in de financiering van de vlottende activa. Aan dit krediet zit een maximum. Dit is het kredietplafond. De kredietruimte is het verschil tussen het maximale krediet en het al gebruikte deel van het krediet. Een onderneming moet dus goed in de gaten houden hoeveel te betalen bedragen zoals lonen, kosten, belastingen en huren er zijn, welk deel van de voorraden zij door leveranciers gefinancierd kan laten voorfinancieren en welk deel in de vorm van rekening-courantkrediet nodig is.
3.3 Verbeteren van diversiteit Diversiteit Als er sprake is van een hoogseizoen en laagseizoen bij de afzet kunnen er flinke schommelingen in de voorraad ontstaan. Dit heeft ook gevolgen voor de debiteuren. Bij een lage afzet zijn er ook weinig debiteuren. Afhankelijk van de krediettermijn kan er dan eerst een grote vermogensbehoefte bestaan bij de voorraad, dan is er na verkoop een piek bij debiteuren en bij betaling is er een piek in de liquide middelen. Het feit dat de pieken zich niet op hetzelfde moment voordoen, heet diversiteit. Als een onderneming het verschil tussen de hoogste en de laagste vermogensbehoefte kleiner maakt, dan kan ze met de vermogensverschaffers betere afspraken maken. Lang vermogen is meestal voordeliger dan kort vermogen en je hebt voor een aantal jaren zekerheid. Het opnemen van bankkrediet en snel weer aflossen is voor een bank onplezierig en ze brengt daarom meer kosten in rekening. Een gelijkblijvende vermogensbehoefte heeft de voorkeur van vermogensverschaffers. 18
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 18
7/04/2021 14:30
Vermogensbehoefte van de handelsonderneming
Voorraad beperken Een handelsonderneming kan de benodigde voorraden producten verlagen door een betere voorraadplanning. Omdat de vermogensbehoefte dan lager is, kan ze een deel van het aanwezige vermogen gebruiken voor nieuwe activiteiten. Risico is wel dat de verkoop kan vertragen als bepaalde voorraden niet op tijd zijn aangevuld. Een ander risico is dat een onderneming niet op tijd kan leveren en daardoor klanten verliest. Logistiek management neemt in veel bedrijven een steeds belangrijkere plaats in. De voorraadplanning is daar een onderdeel van.
Figuur 7 Planning is een voorwaarde voor een optimale vermogensbehoefte.
© Shutterstock / Elle Aon
Debiteuren beperken Voor allerlei uitgaven die je als onderneming al hebt gedaan betalen klanten die op rekening kopen later. Als die post debiteuren oploopt, is er steeds meer vermogen nodig om de debiteuren te financieren. Het verkorten van het krediet zorgt voor een lagere vermogensbehoefte. Mogelijke acties hiertoe zijn als volgt. • Verkoop tegen contante betaling. • Betalingskortingen verstrekken om de post debiteuren zo klein mogelijk te houden. Bovendien leiden kortere krediettermijnen tot minder wanbetaling. • De debiteuren uit handen geven door middel van factoring. Een onderneming draagt de debiteuren over aan een factormaatschappij en deze geeft een voorschot tegen een bepaalde vergoeding. Ook zorgt een factormaatschappij ervoor dat de klanten binnen de krediettermijn betalen of ze voorkomt wanbetaling.
3.4 Activiteitskengetallen Om het nettowerkkapitaal goed in de gaten te houden maakt een onderneming gebruik van activiteitskengetallen.
Voorraad De gemiddelde voorraad van een jaar bereken je uit de gemiddelde voorraden van de kwartalen of van de maanden. De omzetsnelheid van de voorraad is het aantal malen dat je de gemiddelde voorraad per jaar verkoopt. De omzetsnelheid is de inkoopwaarde van de omzet gedeeld door de gemiddelde voorraad tegen inkoopprijzen. 19
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 19
7/04/2021 14:30
KBE01
Vermogensbehoefte De gemiddelde opslagduur is het aantal maanden dat het duurt om de gemiddelde voorraad te verkopen. De gemiddelde opslagduur bereken je door een jaar te delen door de omzetsnelheid van de voorraad. Hoe hoger de omzetsnelheid, hoe korter de opslagduur en hoe lager de gemiddelde voorraad, waardoor de vermogensbehoefte lager is.
Debiteuren Het gemiddelde debiteurenbedrag van een jaar bereken je uit de gemiddelde debiteurenbedragen van de kwartalen of van de maanden. De gemiddelde kredietduur van debiteuren is het gemiddelde debiteurenbedrag gedeeld door de verkoop op rekening maal 360 dagen. Hoe lager het debiteurenbedrag of hoe korter de kredietduur, hoe lager de vermogensbehoefte.
Crediteuren Het gemiddelde crediteurenbedrag bereken je uit de gemiddelden per maand of per kwartaal. De gemiddelde kredietduur is het gemiddeld aantal dagen dat van leveranciers krediet is ontvangen. Hoe hoger het crediteurenbedrag of hoe langer de krediettermijn, hoe meer kort vermogen beschikbaar is om in de vermogensbehoefte te voorzien.
Praktijkvoorbeeld 3 Activiteitskengetallen en vermogensbehoefte Gegeven Divimex bv importeert en exporteert artikelen voor CookingBest. De onderneming heeft de volgende vermogensbehoefte in 2023 in verband met de voorraden, debiteuren en liquide middelen. 01-01-23
01-04-23
01-07-23
01-10-23
31-12-23
Voorraad
€
150.000
€
110.000
€
80.000
€
120.000
€
155.000
Debiteuren
€
55.000
€
70.000
€
60.000
€
50.000
€
58.000
Liquide middelen
€
15.000
€
24.000
€
19.000
€
16.000
€
15.000
Totaal vlottende activa
€
220.000
€
204.000
€
159.000
€
186.000
€
228.000
Crediteuren
€
80.000
€
60.000
€
55.000
€
70.000
€
82.000
• • • •
De veranderingen in de vermogensbehoefte vinden geleidelijk plaats. De omzet van Divimex bv bedraagt € 850.000, waarvan € 626.000 op rekening. De brutowinst bedraagt 25% van de inkoopwaarde. Alle inkopen geschieden op rekening.
20
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 20
7/04/2021 14:30
Vermogensbehoefte van de handelsonderneming Gevraagd a b c d e f g h i j
Bereken de gemiddelde voorraad. Bereken de omzetsnelheid van de voorraad. Bereken de gemiddelde opslagduur. Bereken het gemiddelde debiteurenbedrag. Bereken de gemiddelde kredietduur van debiteuren. Bereken het gemiddelde crediteurenbedrag. Bereken het bedrag aan inkopen. Bereken de gemiddelde kredietduur van crediteuren. Bereken de omzet op rekening per dag. Bereken de inkopen op rekening per dag. Opmerking: Gemakshalve kiezen we voor een jaar met 360 dagen en een maand met 30 dagen.
Uitwerking a Bereken de gemiddelde voorraad. Bereken eerst de gemiddelde voorraad per kwartaal. Gemiddelde voorraad 1e kwartaal = (€ 150.000 + € 110.000) / 2 = € 130.000 Gemiddelde voorraad 2e kwartaal = (€ 110.000 + € 80.000) / 2 = € 95.000 Gemiddelde voorraad 3e kwartaal = (€ 80.000 + € 120.000) / 2 = € 100.000 Gemiddelde voorraad 4e kwartaal = (€ 120.000 + € 155.000) / 2 = € 137.500 De gemiddelde voorraad over 2023 bedraagt dan: (€ 130.000 + € 95.000 + € 100.000 + € 137.500) / 4 = € 462.500 / 4 = € 115.625 Opmerking: Hoe lager de gemiddelde voorraad, hoe kleiner de vermogensbehoefte van vlottende activa.
b Bereken de omzetsnelheid van de voorraad. De inkoopwaarde van de omzet bedroeg 100 / 125 × € 850.000 = € 680.000. De omzetsnelheid van de voorraad is de inkoopwaarde van de voorraad / gemiddelde voorraad tegen inkoopprijzen = € 640.000 / € 115.625 = 5,881 = 5,9. Dat betekent dat de voorraad gemiddeld 5,9 keer per jaar is verkocht. Opmerking: Hoe hoger de omzetsnelheid hoe, lager de gemiddelde voorraad, hoe kleiner de vermogensbehoefte van vlottende activa.
c Bereken de gemiddelde opslagduur. De gemiddelde opslagduur bedraagt 360 dagen / 5,9 = 61 dagen. Opmerking: Hoe korter de gemiddelde opslagduur, hoe lager de gemiddelde voorraad, hoe kleiner de vermogensbehoefte van vlottende activa.
21
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 21
7/04/2021 14:30
KBE01
Vermogensbehoefte d Bereken het gemiddelde debiteurenbedrag. Bereken eerst het gemiddelde debiteurenbedrag per kwartaal. Gemiddeld debiteurenbedrag 1e kwartaal = (€ 55.000 + € 70.000) / 2 = € 62.500 Gemiddeld debiteurenbedrag 2e kwartaal = (€ 70.000 + € 60.000) / 2 = € 65.000 Gemiddeld debiteurenbedrag 3e kwartaal = (€ 60.000 + € 50.000) / 2 = € 55.000 Gemiddeld debiteurenbedrag 4e kwartaal = (€ 50.000 + € 58.000) / 2 = € 54.000 Het gemiddelde debiteurenbedrag over het jaar 2023 bedraagt dan: (€ 62.500 + € 65.000 + € 55.000 + € 54.000) / 4 = € 236.500 / 4 = € 59.125 Opmerking: Hoe lager het gemiddeld debiteurenbedrag, hoe kleiner de vermogensbehoefte van vlottende activa.
e Bereken de gemiddelde kredietduur van debiteuren. De gemiddelde kredietduur is: gemiddelde debiteurenbedrag / verkoop op rekening × 360 dagen € 59.125 / € 626.000 × 360 dagen = 0,09445 × 360 dagen = 34 dagen Opmerking: Hoe korter de gemiddelde kredietduur, hoe lager de gemiddelde voorraad, hoe kleiner de vermogensbehoefte van vlottende activa.
f Bereken het gemiddelde crediteurenbedrag. Bereken eerst het gemiddelde crediteurenbedrag per kwartaal. 1e kwartaal = (€ 80.000 + € 60.000) / 2 = € 70.000 2e kwartaal = (€ 60.000 + € 55.000) / 2 = € 57.500 3e kwartaal = (€ 55.000 + € 70.000) / 2 = € 62.500 4e kwartaal = (€ 70.000 + € 82.000) / 2 = € 76.000 Het gemiddelde crediteurenbedrag over het jaar 2023 bedraagt dan: (€ 70.000 + € 57.500 + € 62.500 + € 76.000) / 4 = € 266.000 / 4 = € 66.500 Opmerking: Hoe hoger het gemiddeld crediteurenbedrag, hoe hoger het kort vermogen dat beschikbaar is.
g Bereken het bedrag aan inkopen. De voorraad was op 1 januari 2023: € 150.000. De voorraad was op 31 december 2023: € 155.000. De voorraad is met € 5.000 toegenomen. De inkopen op rekening gedurende het jaar 2023 bedragen daardoor: inkoopwaarde plus verandering voorraad = € 680.000 + € 5.000 = € 685.000 Er is immers voor € 5.000 extra voorraad ingekocht. h Bereken de gemiddelde kredietduur van crediteuren. De gemiddelde kredietduur van crediteuren is: gemiddeld crediteurenbedrag / inkopen op rekening × 360 dagen = € 66.500 / € 685.000 × 360 dagen = 0,097 × 360 dagen = 35 dagen (afgerond) Opmerking: Hoe langer de gemiddelde kredietduur, hoe langer het kort vermogen dat beschikbaar is.
22
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 22
7/04/2021 14:30
Vermogensbehoefte van de handelsonderneming i Bereken de omzet op rekening per dag. De omzet op rekening per dag is € 626.000 / 360 = € 1.738,88 = € 1.739 afgerond. Opmerking: Voor contante verkopen heb je wel behoefte aan financiering van de voorraad, maar niet voor debiteuren.
j Bereken de inkopen op rekening per dag. De inkopen op rekening per dag zijn € 685.000 / 360 = € 1.903 (afgerond). Opmerking: De inkopen per dag zijn groter dan de omzet op rekening per dag. Er is voldoende krediet. Maar de krediettermijnen van debiteuren en crediteuren kunnen verschillend zijn.
3.5 Cash conversion cycle Tussen het inkopen en verkopen van goederen gebeurt er in de onderneming van alles wat invloed heeft op de vermogensbehoefte van de onderneming.
Verloop van de liquide middelen Als je let op de liquide middelen, zie je het volgende. • De ingekochte goederen betaal je aan het eind van de krediettermijn van crediteuren. • De ingekochte goederen sorteer, verpak en stel je eventueel samen om er eindproducten van te maken die je verkoopt. Dit is de opslagduur van de voorraad. • De goederen die je op rekening verkoopt worden door de debiteuren aan het eind van de krediettermijn betaald.
Cash conversion cycle De cash conversion cycle is de periode tussen het betalen van ingekochte goederen en materialen aan je crediteuren tot het moment dat je afnemers betalen voor de verkochte goederen. De cash conversion cycle geeft aan hoelang de liquide middelen vastzitten in de processen van aankoop, verwerken en verkoop.
Figuur 8
© Roel Seidell
23
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 23
7/04/2021 14:30
KBE01
Vermogensbehoefte Schematisch ziet dit er zo uit. levering en factuur
crediteuren krediettermijn loopt
voorraad en bewerking
voorraadduur
verkoop en aflevering
debiteuren krediettermijn loopt
cash conversion cycle
benodigde liquide middelen
uitgave
ontvangst
Tussen de uitgave en de ontvangst zit de cash conversion cycle. Vandaar dat je de volgende drie kengetallen nodig hebt: 1 de gemiddelde debiteurentermijn; 2 de gemiddelde voorraadduur; 3 de gemiddelde crediteurentermijn. Onthoud! De cash conversion cycle (CCC) = gemiddelde debiteurentermijn + gemiddelde voorraadduur − gemiddelde crediteurentermijn.
Praktijkvoorbeeld 3 De cash conversion cycle bepalen Gegeven Van Cyclex bv zijn de volgende kengetallen bekend: • Gemiddelde kredietduur debiteuren is 30 dagen. • Gemiddelde voorraadduur is 65 dagen. • Gemiddelde kredietduur crediteuren is 40 dagen. Gevraagd a Bereken de duur van de cash conversion cycle. b Bereken de toename van het nettowerkkapitaal als de omzet € 80.000 per jaar groter wordt. Uitwerking a De cash conversion cycle bedraagt 65 + 30 − 40 = 55 dagen. b Het extra werkkapitaal neemt met 55 dagen / 365 dagen × € 80.000 = € 12.055 toe. levering en factuur
crediteuren krediettermijn loopt
voorraad en bewerking
voorraadduur
verkoop en aflevering
debiteuren krediettermijn loopt
cash conversion cycle
benodigde liquide middelen
40
uitgave
65 30
ontvangst
55
Conclusie De voordelen van een korte cash conversion cycle zijn als volgt. • Door minder nettowerkkapitaal is er minder vermogensbehoefte, zijn er minder vermogenskosten en is er dus een hogere rentabiliteit. • De solvabiliteit verbetert, want er is minder lang vreemd vermogen nodig. • Door een betere rentabiliteit en solvabiliteit zijn gunstiger leningsvoorwaarden mogelijk. 24
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 24
7/04/2021 14:30
De vermogensbehoefte van vaste activa
4
De vermogensbehoefte van vaste activa Vaak heeft een onderneming meerdere dezelfde machines in gebruik die ze in één keer heeft aangeschaft. Dit heet dan gelijktijdige aanschaf. Maar het is ook mogelijk om een machinepark op te bouwen door elk jaar één of twee extra machines te kopen. Dat is volgtijdelijke aanschaf. Als de machines volgtijdelijk zijn aangeschaft, hebben ze ook verschillende leeftijden en stoot de onderneming de machines af op verschillende momenten wanneer de economische gebruiksduur voorbij is.
Gelijktijdige aanschaf Bij gelijktijdige aanschaf heb je te maken met een grote vermogensbehoefte aan het begin. Dat is de som van de aanschafprijzen. Aan het eind van de economische gebruiksduur is de vermogensbehoefte het laagst. Dat is de som van alle restwaarden.
Volgtijdelijke aanschaf Bij volgtijdelijke aanschaf hebben de machines verschillende leeftijden. Dat betekent dat ook het afstoten van de verouderde machines op verschillende momenten plaatsvindt. Dit geeft de mogelijkheid om de vermogensbehoefte af te vlakken.
Ideaalcomplex Bij een ideaalcomplex kan de afvlakking van de vermogensbehoefte niet beter. De afschrijvingsbedragen die vrijkomen plus de restwaarde van een afgestoten machine zijn dan ieder jaar precies voldoende om een versleten machine te vervangen. Het totaal aan afschrijvingskosten en interestkosten is dan elk jaar gelijk. De vermogensbehoefte is ieder jaar even groot en dit is in het voordeel van de onderneming bij het bespreken van de voorwaarden waartegen zij vermogen aantrekt.
Figuur 9 Een wagenpark volgens het ideaalcomplex heeft een constante vermogensbehoefte. © Shutterstock / Dafinchi
25
Kennis bedrijfseconomie_Theorie.indb 25
7/04/2021 14:30
Dit boek is onderdeel van InBusiness, een modulaire methode voor mbo economie. Een breed aanbod van modules dekt alle onderwerpen voor de commerciële en financiële opleidingen. In de serie InBusiness Financieel worden modules aangeboden voor dekking van het kwalificatiedossier Financieel administratieve beroepen.
Bewezen didactiek De methode InBusiness is ontwikkeld door ervaren auteurs, die in de modules een duidelijke verbinding leggen tussen theorie en praktijk. De didactische opbouw van elke module is gebaseerd op het bewezen effectieve zes-leerfasen model: 1 Introductie 2 Theorie 3 Verwerking 4 Toepassing 5 Evaluatie/zelftoets 6 Toetsing De methode is compleet en van hoge kwaliteit. InBusiness is samen met docenten ontwikkeld, inhoudelijk sterk, prettig leesbaar, visueel aantrekkelijk en voldoet aan de eisen van de kwalificatiedossiers en aan de exameneisen. Digitaal, boeken of blended InBusiness Financieel is leverbaar op papier, volledig digitaal en als combinatie van beide (blended). De theorieboeken geven een heldere uitleg over de verschillende onderwerpen. Bij het theorieboek wordt een basislicentie geleverd, met extra theorie en opdrachten aangeboden in de interactieve digitale leeromgeving eDition. De werkboeken bevatten oriëntatievragen, kennisvragen, routineopgaven, praktijktaken en een integrale casus.
Kennis bedrijfseconomie THEORIEBOEK
Kennis bedrijfseconomie omvat leerstof voor de bedrijfsadministrateur en de junior assistent-accountant. In vijf modules wordt ingegaan op de vermogensbehoefte van de handelsonderneming, rentabiliteit en de liquiditeitsbegroting. Verder is er extra aandacht voor variabele-kostencalculatie en de bedrijfseconomische analyse van de jaarrekening.
Kennis bedrijfseconomie
THEORIEBOEK FINANCIEEL NIVEAU 3&4
InBusiness Financieel
Als docent kun je bovendien een keuze maken uit het totale aanbod modules van InBusiness en die samenstellen tot een boek OpMaat.
• MET ING O EV
LEEROM INE G NL
InBusiness bevat modules die geschikt zijn voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (crebo: 25139) - Bedrijfsadministrateur (crebo: 25138) - Junior assistent-accountant (crebo: 25140)
LEEROM INE G NL
• MET ING O EV
Digitaal is de methode beschikbaar voor scholen als Totaallicentie (volledig digitaal) of als Verwerkingslicentie (opdrachten digitaal, theorie op papier) in de interactieve leeromgeving eDition.
Auteur: Edward van Balen Eindredactie: Pieter Mijnster
Omslag Financieel_A4-KBE-theorie.indd All Pages
7/04/2021 14:20