1 vmbo
1 vmbo derde druk
Joost Overmars Ruth van de Putte Wouter Tempelaar (eindredactie) Mirjam Timmer Huub de Vriend Michiel Zweers
DIT BOEK IS VAN:
Intro voor de onderbouw Intro 1 vmbo leerwerkboek + online Intro 2 vmbo leerwerkboek + online
Intro voor tto Intro 1 vmbo-t/hv leerwerkboek + online Intro 2 vmbo-t/hv leerwerkboek + online Intro 3 vmbo-t/hv leerwerkboek + online
Intro English edition volume 1 Intro English edition volume 2
Intro voor de bovenbouw havo/vwo Intro Informatieboek Intro Werkmap 1 + dvd-rom Intro Werkmap 2
Vormgeving Ontwerpbureau NEO, Velp Illustratieverantwoording Beeldresearch: B en U International Picture Service, Diemen Omslag: Arjmage (Arjun Chennu, Chennai, India) ABC Press, Amsterdam: p. 4, 9, 11 Stock.xchng: p. 6-7 Overgenomen uit ‘Kunst van de 20e eeuw’, Ruhrberg, Schneckenburger, Fricke en Honnef, uitgeverij Taschen Keulen, 2005: blz. 8 (1) Documenta 5, Kassel: p. 8 (2) Deen van Meer Photography, Amsterdam: p. 8 (3) AKG / ANP Foto, Rijswijk: p. 8 (4), 99 ANP Foto, Rijswijk: p. 8 (5), 12, 17, 43, 73, 77, 100, 102, 109, 128b www.toon-wallpapers.com: p. 10 (2x) Teddy Kalanda / www.archive.org: p. 14 Archief ThiemeMeulenhoff, Zutphen: p. 15, 47, 58, 85, 130, 131lb, 131m ImageSelect, Wassenaar: p. 19, 21, 37lb, 41, 50, 66 (3), 94-95, 118,129, 131rb, 131o, 133mo, 134ml, 135lo, 136ml Corbis, Londen: p. 34-35, 36 (4),66 (1), 66 (2), 67 Reuters / WFA, Den Haag: p. 36 (1), 74, 100 Danielburen.com: p. 36 (2) Granger Collection / Lineair Fotoarchief, Arnhem: p. 36 (3) Tony Craig / Cass Sculpture Foundation, Chichester: p. 36 (5) Camera Press / Hollandse Hoogte, Amsterdam: p. 37rb Scope Features / Hollandse Hoogte, Amsterdam: p. 37lo, 37ro, 48 Frans Jansen Photographs: p. 39l Paul van der Steen: p. 39r Getty Images, Amsterdam: p. 45, 64-65, 71, 75, 107 Voices of Wonder: p. 46 www.thetownsendclan.com: p. 49 Polyvore, www.polyvore.com: p. 53, 54 Jeannette Tas / B en U, Diemen: p. 66 (4) PaceWildenstein, New York: p. 66 (5) Picture-Alliance, Frankfurt: p. 79 WFA, Den Haag: p. 80 MM Fotografie, Amsterdam: p. 96 (1) Shutterstock: p. 96 (2) Maros Mraz / Wikimedia Commons: p. 96 (3) Lago Spa, Villa del Conte: p. 96 (4) iStockPhoto: p. 96 (5) Hollandse Hoogte, Amsterdam: p. 105 Missionimpossible.com: p. 111 Tekeningen Henk Visscher: p. 20 Mirjam Vissers Artwork, Bussum: p. 86 Susan Visser: p. 128o
Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Van werken van kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie zijn de publicatierechten geregeld met Stichting Pictoright te Amsterdam © c/o Pictoright, Amsterdam 2009 Over ThiemeMeulenhof ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 15 ISBN 978 90 06 48752 7 Derde druk, zevende oplage, 2013 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2009 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Zo zit Intro in elkaar
4
1 Close Encounters Motief en herhaling Verkennen Musiceren Componeren Luisteren Kennen
8 12 22 25 28
2 Let’s start the engines Variatie
Verkennen Musiceren Componeren Luisteren Kennen
36 40 51 55 59
3 Ready steady go Contrast
Verkennen Musiceren Componeren Luisteren Kennen
66 70 81 84 88
4 Take it easy Vorm
Verkennen Musiceren Componeren Luisteren Kennen
96 100 112 116 121
Tips en overzichten Tips voor musiceren, luisteren en componeren De stem en zangtips Het drumstel en speeltips Het keyboard en speeltips De gitaar en speeltips
126 128 129 130 131
Instrumentenoverzicht Begrippen
132 137
Je maakt kennis met het onderwerp van het hoofdstuk. Daarbij kijk je ook naar andere kunstvormen dan alleen muziek. Op de Intro-website vind je een andere manier van Verkennen, met stukjes film, beeld en muziek.
In deze paragraaf staan vier liedjes, waarvan twee met speelpartijen en twee losse speelstukken. Bij elk lied en speelstuk horen een paar vragen. Op de Intro-website vind je de partijen, extra partijen en kun je met de mixer begeleidingstracks beluisteren om te oefenen.
You're ta - kin
Vier opdrachten waarbij je gaat componeren en improviseren. Dat doe je met de instrumenten in de klas of met speciale componeersoftware op de computer. Je neemt je compositie op of presenteert hem aan de klas. Op de Intro-website vind je de partijen en kun je met de mixer begeleidingstracks beluisteren om te oefenen.
Deze paragraaf bestaat uit drie luisteropdrachten. Met behulp van verschillende muziekfragmenten oefen je de belangrijkste begrippen van dit hoofdstuk. De eerste luisteropdracht doe je meestal klassikaal, de andere twee kun je zelfstandig maken. De vierde luisteropdracht vind je op de Intro-website.
H1.Kennen.1 H1.Kennen.2
H1.Kennen.3
H1.
H1.Kennen.4 H1.Kennen.4 H1.
Noten Een overzicht van wat je bij dit hoofdstuk moet weten over het notenschrift. Bekijk en beluister de uitleg nog eens rustig op de Intro-website.
Horen Luisteroefeningen met het notenschrift.
Zien Kijkoefeningen met het notenschrift.
Schrijven Schrijfoefeningen met het notenschrift.
Begrippen Alle leerstof die in dit hoofdstuk behandeld is. Test je kennis op de Intro-website bij Overhoor jezelf.
In Intro worden symbolen gebruikt om: • extra informatie te geven; • te verwijzen naar onderdelen die je niet in het boek vindt.
Deze opdracht doe je met een groepje van 4 – 5 personen.
Deze opdracht doe je met 2 personen.
Deze opdracht doe je alleen.
Bij deze opdracht heb je de componeersoftware nodig. Die staat op de cd-rom die in je boek zit.
Op de Intro-website: www.intro-online.nl vind je extra materiaal. Alle luisterfragmenten en alle interactieve onderdelen die je bij dit boek nodig hebt, staan op de Intro-website: www.intro-online.nl. De betekenis van alle vetgedrukte woorden vind je in de begrippenlijst in Kennen.
H1.Kennen.5 H1.Kennen.5 H1.Kennen.5 H1.Kennen. H1.KeH
blz.
• Muzikale ontmoeting Intro op motief en herhaling
opdracht 1
8
• Pa Gezongen door Doe Maar • Jambo Een lied uit Kenia • Ease on down the road Een lied uit de musical
opdracht 2 opdracht 3 opdracht 4
12 14 16
• Superstar Swingen met Jamelia • Keep on walking Een eerste speelstuk • Cruise Control Elke partij een eigen motief
opdracht 5 opdracht 6 opdracht 7
18 20 21
• Close Encounters Maak een ruimtemotief, zend het
opdracht 8
22
opdracht 9
23
opdracht 10
24
The Wizard of Oz
uit en probeer het na te spelen • Pick up Maak een motief dat je goed kunt herhalen op de muziek. Stop op tijd! • Ease on up / ease on down Maak een rap met een dans die daarbij past • R&Buildingblocks Werk met de componeersoftware
• Luisteropdracht 12 Signalen uit de ruimte • Luisteropdracht 13 • Luisteropdracht 14 • Extra luisteropdracht
opdracht 11
opdracht 12 opdracht 13 opdracht 14 extra
• Noten
• Horen • Zien • Schrijven • Begrippen • Overhoor jezelf
25 26 27
28
opdracht 15 opdracht 16 opdracht 17
29 30 31 32
8
1
2
3
4
5 Christo & Jeanne-Claude, De paraplu’s Japan – VS (Californische locatie), 1984-1991 Klaus Rinke, Verandering van locatie in intervallen, 1972
1
2
Het showballet van de musical A Chorus Line
3
Paul Klee, Revolutie van het viaduct, 1937
4
1000 drummers project van Cesar Zuiderwijk, Rotterdam, 1992
5
9
1
Muzikale ontmoeting De grond trilt. Het licht van de militaire basis valt uit. In de donkere nacht is een vreemd licht te zien. Langzaam wordt een groot ruimteschip zichtbaar. Met ingehouden adem zien ze het grote voertuig dichterbij komen. Langzaam, heel langzaam, steeds groter. De lichten van de basis gaan weer aan. Ze vormen een groot kruis op de grond. En daar, in het midden, komt het ruimteschip naar beneden. Tot vlak boven de grond. Vanuit de commandopost klinkt een signaal van vijf tonen. Zullen de wezens in dit enorme voertuig het signaal ontvangen? En zullen zij het beantwoorden? Plotseling klinkt er een harde, lage toon. Er springt een ruit kapot. Het ruimteschip reageert. Er volgen meer tonen. De commandopost zendt opnieuw het motief uit. En weer klinken diezelfde tonen. Is het een antwoord? Nóg een keer zendt de commandopost het signaal uit. Ja! Het ruimteschip reageert! ‘Blijven herhalen!’ Eerst komen er twee tonen, maar even later komen ze alle vijf. Het buitenaardse ruimteschip doet het motief na. Dit is een stukje uit de film Close encounters of the third kind (1978). De muziek is van de componist John Williams. In het verhaal zijn twee woorden belangrijk: • motief, • herhalen. Over deze twee begrippen gaat het eerste hoofdstuk.
Op zoek naar het begin Het maken van een muziekstuk begint met een idee. Je probeert een paar tonen te spelen of te zingen. Als je iets gevonden hebt wat goed klinkt, dan heb je een idee. Het begin is er. In het stukje uit de film is dat idee een motief van vijf tonen:
De componist Ludwig von Beethoven schreef een H1.vmbo.Verkennen.2 muziekstuk dat heel bekend is geworden. Het idee voor dat muziekstuk was een motief van vier tonen: H1.vmbo.Verkennen.2
Als je dat tekent in notenschrift, ziet het er zo uit:
In noten opgeschreven ziet dat er zo uit:
10
Het begin is er! Kijk nu eens naar een wat groter voorbeeld. In The Flintstones is het motief heel belangrijk. Het komt maar liefst acht keer voor. Lees de tekst mee terwijl je luistert. Beantwoord daarna meteen vraag 1a.
Flintstones, Meet the Flintstones They’re a modern stone age family
Flint - stones
From the town of Bedrock They’re a page right out of history Let’s ride with family down the street Through the courtesy of Fred’s two feet
Flint - stones
When you’re with the Flintstones Have a yabba dabba doo time, a yabba doo time We’ll have a gay old time
= motief = herhaling
Bekijk de interactieve ontdekkingstocht bij Verkennen op de Intro-website.
Een motief is een stukje muziek van een paar tonen. Het is belangrijk, omdat het een aantal keren herhaald wordt. Je kunt een motief op verschillende manieren herhalen: • dezelfde toonhoogte, • hoger, • lager.
11
Motief en herhalen 1a
Voor deze vraag bekijk je het lied The Flintstones (bladzijde 10). Naast het lied staat een leeg hokje. Teken met lijntjes het motief in dat hokje. Tip: zing het motief een paar keer in jezelf.
1b
Bekijk Studie voor Reptielen. In de tekening wordt één motief vaak herhaald. Kleur één van de motieven in.
1c
Bekijk nu de foto’s op bladzijde 8. Beschrijf of teken drie van de motieven die je daar ziet. M.C. Escher, Studie voor reptielen, 1939
1
1d
2
3
Mijn motief. Kijk eens rond in de klas. Noem een voorbeeld van een motief. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............
Zoek een liedje met een duidelijk motief, dat herhaald wordt. Je mag zoeken uit het boek of van internet. Schrijf de titel van het lied op. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............
12
2
Pa De groep Doe Maar heeft slechts een paar jaar bestaan, maar was erg populair in Nederland. Uitverkochte zalen, gillende fans, flauwvallende meisjes, het was allemaal heel gewoon. En dat voor een groep die alleen maar Nederlandstalige popmuziek gemaakt heeft. Toen Doe Maar in 1984 aankondigde dat ze ging stoppen, stond Nederland op z’n kop. In 2007 is van de liedjes een succesvolle musical gemaakt.
Couplet 1 Zoals je daar nu zit, je haren bijna wit De rimpels op je handen Zo vriendelijk en zacht, wie had dat ooit gedacht
1 1
zo als zo -- als
je je
daar daar nu nu
zit zit
zo als zo - als
je je
daar daar nu nu
zit zit
Je bent zoveel veranderd Ik werd niet wat je wou, maar papa luister nou Ik doe de dingen die ik doe met m’n ogen dicht
Couplet 2 Jij was heel wat van plan, maar daar kwam weinig van Ik lever geen prestaties Ik heb niet veel geleerd, deed alles net verkeerd Heb moeite met relaties Ik loop niet in de rij, ik breek en vecht me vrij En doe de dingen die ik doe met m’n ogen dicht
13
Refrein Knoop je jas dicht, doe een das om, was eerst je handen Kam je haren, recht je schouders, denk aan je tanden Blijf niet hangen, recht naar huis toe, spreek met twee woorden Stel je netjes voor, eet zoals het hoort, en zeg u
Couplet 3 Ik sta hier en ik zing, ik doe geen ander ding Dat moet je accepteren Ach luister nou toch pa, het is nog niet te laat Het leven kun je leren Ik weet niet waar ik sta, loop niemand achterna Maar doe de dingen die ik doe met m’n ogen dicht
Refrein
2a
Dit lied begint met het motief: ‘zoals je daar nu zit’. In het couplet wordt het motief een paar keer herhaald. Hoe vaak wordt het motief in totaal gezongen? Twee keer. Drie keer. Vier keer. Zes keer.
2b
Bekijk de zes noten van het motief. Welke zin is juist? Alle zes noten duren even lang. Alleen de eerste vijf noten duren even lang. Alleen de middelste vier noten duren even lang.
2c
Het refrein begint met het motief ‘Knoop je jas dicht’ Dit motief wordt vaak herhaald in het refrein. Waarom past dat goed bij de tekst? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ............. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ............. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............
14
3
Jambo Jambo is in 1980 geschreven door Teddy Kalanda Harrison, een componist uit Kenia. Het is misschien wel het bekendste toeristenlied in Kenia. De bezoeker wordt welkom geheten. Deel A Jambo
Hallo
Jambo Bwana
Hallo meneer
Habari gani
Hoe gaat het met U
Mzuri sana
Het gaat goed met mij
Wageni
Vreemdelingen
Mwakari bishwa
Jullie zijn welkom
Kenya yetu
In ons Kenia
Hakuna matata
Maak je geen zorgen
Deel B Kenya nchi nzuri
Kenia is een mooi land
Hakuna matata
Maak je geen zorgen
Nchiya Maajabu
Een schitterend land
Hakuna matata
Maak je geen zorgen
Nchiyenye amani
Een vreedzaam land
Hakuna matata
Maak je geen zorgen
Nchiyenye amani
Een vreedzaam land
Hakuna matata
Maak je geen zorgen
Jam - bo
Jam - bo
15
Musiceren Musiceren 4a Musiceren 4a 4a
3a
Het belangrijkste motief in dit lied is het Jambo-motief. Je ziet het naast de liedtekst. Bekijk de grafiekjes hieronder. Welk grafiekje past bij het Jambo-motief? Teken je keuze in het lege hokje op bladzijde 14.
Jam - Jam bo - Jam bo -Jambo - Jam bo - Jam bo Jam - bo - Jam bo - Jam bo -
1
3b
3c
2
bo
3
Dit motief wordt in het lied een paar keer gezongen. Bij welk woord wordt het op dezelfde hoogte als Jambo herhaald? gani. sana. bishwa. yetu.
H1.vmbo.Musiceren.6
Op Bwana wordt het motief op een andere hoogte gezongen. Is dat hoger of lager? Hoger. Lager. maatstreep
herhalen
Partij 1
Partij 2
Partij 3
Partij 4
Drums
(rust)
16
4
Ease on down the road Dit lied komt uit de musical The Wizard of Oz (1978). In dit verhaal maakt het meisje Dorothy een avontuurlijke reis naar Emerald City, waar de strenge tovenaar van Oz heerst. Ze ontmoet een aantal fantasiefiguren zoals de vogelverschrikker. Hij is van zijn paal af gekomen en ontdekt tot zijn blijdschap dat hij de ene voet voor de andere kan zetten en kan lopen! En hij zingt een vrolijk lied ... Ease on down the road.
Refrein Come on and – ease on down, ease on down the road Come on and – ease on down, ease on down the road
ease ease
on on
down down
Don’t you carry nothing that might be a load Come on and – ease on down, ease on down the road ease on down
Couplet 1
ease on down
Pick your left foot up when your right foot’s down Come on legs keep movin’ don’t you lose no ground You just keep on keepin’
Refrein
on the road that you choose Don’t you give up walkin’
Couplet 3
‘cause you gave up shoes, no
Oh, there may be times that you wish you wasn’t born
Refrein
And you wake one morning just to find your courage gone
Couplet 2
But just know that feeling
‘Cause there may be times
only lasts a little while
when you think you lost your mind
You just stick with us
And the steps you’re taking
and we’ll show you how to smile, yeah
leave you three, four steps behind But the road you’re walking
Get ‘em up, goin’ down – ease on down
might be long sometimes
Get ‘em up, goin’ down – ease on down
You just keep on steppin’
Get ‘em up, get ‘em up – ease on down
and you’ll be just fine, yeah
Get ’em up, get ‘em up - ease on down the road
17
4a
In het lied zie je een refrein en enkele coupletten. In het refrein zit het belangrijkste motief. Het staat in H1.Easeondown4a.01 noten naast de liedtekst. Welke grafiek past bij dit motief? Teken je keuze in het hokje onder de noten op bladzijde 16.
1
4b
2
3
4
Het couplet heeft zijn eigen motief op de tekst ‘Pick your left foot up’. Hoeveel tonen heeft dit motief? Het motief heeft
...........
tonen.
Bij welke tekst hoor je nog een keer hetzelfde motief als ‘Pick your left foot up’? ‘don’t you lose no ground’. ‘on the road that you choose’. ‘cause you gave up shoes’.
4c
Dit is een vrolijk lied. Hoe klinkt volgens jou vrolijke muziek? Zet per regel één kruisje. die muziek gaat snel
die muziek gaat langzaam
die muziek klinkt hard
die muziek klinkt zacht
veel lage tonen
veel hoge tonen
18
5
Superstar Het lied Superstar van Jamelia gaat over een leuke jongen op de dansvloer. Het meisje danst vol bewondering met hem. Zij hoopt dat het iets kan worden tussen hen. Het lied zit vol met motieven die herhaald worden.
Couplet 1 People always talk about (ey oh ey oh ey oh) All the things they’re all about (ey oh ey oh ey oh)
Peo - ple al - ways talk a - bout
Write it on a piece of paper Got a feeling I’ll see you later
Peo - ple al - ways talk a - bout
There’s something ‘bout this Let’s keep it moving And if it’s good let’s just get something cooking ‘cause I really wanna rock with you I’m feeling some connection to the things you do (you do, you do)
Refrein I don’t know what it is
I don't know what it
is
I don't know what it
is
That makes me feel like this I don’t know who you are But you must be some kind of superstar ‘cause you’ve got all eyes on you no matter where you are (you just make me wanna play)
Couplet 2 Baby take a look around (ey oh ey oh ey oh)
There’s something ‘bout you
Everybody’s getting down (ey oh ey oh ey oh)
Let’s keep it moving
Deal with all the problems later
And if it’s good let’s just get something cooking
Bad boys on their best behavior
‘cause I really wanna rock with you I’m feeling some connection to the things you do (you do, you do)
Refrein
Couplet 3 I like the way you’re moving (ey oh ey oh ey oh) I just get into the groove and then (you just make me wanna play) If you just put pen to paper (ey oh ey oh ey oh) Got that feeling I’ll see you later
19 Bridge Make your move, can’t we get a little closer move
You rock it just like you’re supposed to Hey boy I ain’t got nothing more to say
move
‘cause you just make me wanna play I don’t know what it is That makes me feel like this I don’t know, got to be, got to be a superstar All eyes on you Refrein 2x
5a
Deze vraag gaat over de muziek van couplet 1. Hoe vaak komt het eerste motief (‘People always talk about ’) voor? Een keer. Twee keer. Drie keer. Deze vraag gaat over de muziek van het refrein. Hoe vaak komt het derde motief (‘I don’t know what it is’) voor? Twee keer. Drie keer. Vier keer.
5b
In het gedeelte dat ‘bridge’ heet komt een kort motief voor (move). Op welke woorden wordt dit motief precies zo herhaald? Schrijf die woorden op. .................................
5c
. . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
.................................
Het meisje vindt hem geweldig. Iedereen kijkt naar hem, hij is een Superstar. Wat gebeurt er in de melodie als zij ‘But you must be some kind of superstar’ zingt? Superstar 05 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ............. 1
2
3
Partij 1 F
E
D
E
B
4
E
F
E
D
B
5
E
F
G
A
E
E
F
E
D
E
B
6
E
D
D
B
F
7
D
1
E
B
D
B
D
B
2
D
E
E
D
Superstar 06 F
E
E
A
G
3
Partij 2 A
G
F
G
4
A
G
F
G
5
G
A
B
c
A
G
F
G
6
B
F
7
F
1
F
F
A
2
Superstar 07
A
G
G
3
Partij 3 E 4
E
E
5
E
E
E
E
E
E
B
D
D
E
E
6
7
D
D
D
B
F
E
20
6
Keep on walking Keep on walking begint met een motief van vijf tonen. Dat motief wordt een paar keer herhaald: de ene keer precies gelijk, de andere keer iets anders. H1.vmbo.musiceren.10 Maar niet alleen het motief wordt herhaald, je kunt ook de hele melodie herhalen. H1.vmbo.Musiceren.10 Daarvoor is het herhalingsteken. Zo blijft het maar doorlopen. motief 1
herhaling 1 2
E
F
Gmotief A
3
G 2
E
6a
F
G
A
4
E
5
F herhaling G A 1G
3
G
4
E
herhaling 2
F
G
A
6
A
7
B herhaling c d 2c
5
G
6
A
herhaling 3
B
c
d
8
B
c
d e herhaling 3c
7
c
herhalen
8
B
c
d
e
c herhalingsteken
Vergelijk het motief met herhaling 1. Streep de foute antwoorden door. Herhaling 1 is op dezelfde toonhoogte / hoger / lager dan het motief. Vergelijk het motief nu met herhaling 2. Herhaling 2 is op dezelfde toonhoogte / hoger / lager dan het motief.
6b
Vergelijk het motief met herhaling 3. Deze herhaling is hoger. Kijk nu heel goed. Is het precies een herhaling? Ja, Nee, want
6c
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ........
Dit speelstuk heet Keep on walking. Dat betekent ‘blijf lopen’. Kijk naar de vier lopende mensen op de tekening. Ze hebben allemaal een naam. Wat hebben ze te maken met het motief en de drie herhalingen? Vul de juiste namen in. Het motief is Michael. Herhaling 1 is
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ........
Herhaling 2 is
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ........
Herhaling 3 is
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ........
21
7
H1.vmbo.Musiceren.12
Cruise Control
Veel muziek bestaat uit motieven die herhaald worden. Een drummer herhaalt bijvoorbeeld heel vaak een motief, waardoor een lekker ritme ontstaat om op te dansen. Cruise Control bestaat uit drie partijen. Elke partij heeft zijn eigen motief dat herhaald wordt. maatstreep 1
herhalen 2
3
4
Partij 1 d
A
d
B
G
A
d
A
d
B
G
A
Partij 2 F
G
A
E
A
G
F
E
D
E
F
E
A
Partij 3 D
7a
D
D
D
Uit hoeveel maten bestaat het motief van partij 1? Een maat. Twee maten. Vier maten. Dit motief (van partij 1) wordt herhaald. Hoe? Op dezelfde toonhoogte. Op een andere toonhoogte.
7b
De motieven van partij 1, 2 en 3 zijn allemaal even lang. Kijk nu naar partij 2. Hoe wordt dit motief herhaald? Op dezelfde toonhoogte. Op een andere toonhoogte. En hoe wordt het motief van partij 3 herhaald? Op dezelfde toonhoogte. Op een andere toonhoogte.
7c
Het hele stuk wordt herhaald. Dit kun je zien aan het herhalingsteken. Teken het herhalingsteken op de lege notenbalk.
E
D
C
22
8
Close encounters Een ruimtewezen probeert op aarde te landen. Hij zendt een motief uit. De mensen op aarde proberen het na te spelen. Zal het lukken om contact te maken? H1.vmbo.Componeren.1
Wat ga je maken
Je maakt een motief van vier tonen. Dat motief speel je voor aan je groep. Jouw groep probeert het na te spelen.
Hoe doe je dat H1.vmbo.Componeren.1 H1.vmbo.Componeren.1 H1.vmbo.Componeren.1 H1.vmbo.Componeren.1 H1.vmbo.Componeren.1
Je mag kiezen uit de volgende noten:
D
E
G
A
c
DDDDD EEEEE GGGG G AAAAA ccccc
• • • •
Je eerste toon is een A. Kies verder uit de tonen hierboven. Als je een motief bedacht hebt, schrijf je de letters in het hokje. Let op: laat je motief aan niemand zien!
Mijn motief:
A ......
......
......
Hoe voer je het uit Speel je eigen motief voor je groep. Jouw groep probeert het na te spelen. Als het gelukt is mag een ander uit je groep zijn motief voorspelen. Zijn alle motieven nagespeeld? Dan ben je klaar.
Vooraf. Let op!
Na afloop. Dit ging:
• Dat je het motief altijd precies hetzelfde voorspeelt.
goed
redelijk
matig
slecht
• Dat je het motief zonder fouten naspeelt.
goed
redelijk
matig
slecht
• Dat het afwisselen tussen voorspelen en naspelen goed gaat.
goed
redelijk
matig
slecht
23
9
Pick up Luister naar de muziek en maak zelf een motief. De muziek vertelt je ook wanneer je moet stoppen. H1.vmbo.Componeren.3
Wat ga je maken
Je maakt zelf een motief. Dat motief speel je met de muziek mee.
Hoe doe je dat • Je gebruikt deze drie noten:
E
G
A
E EE
G GG
A AA
H1.vmbo.Componeren.3 H1.vmbo.Componeren.3 H1.vmbo.Componeren.3
• Eindig op de toon A. • Oefen tot je het goed kent. • Schrijf hieronder je motief op.
Vooraf. Let op!
Na afloop. Dit ging:
• Dat je in de maat speelt.
goed
redelijk
matig
slecht
• Dat je het motief steeds hetzelfde speelt.
goed
redelijk
matig
slecht
• Dat je precies op tijd stopt.
goed
redelijk
matig
slecht
24
10
Ease on up / Ease on down Rappen doe je met tekst. Rappen doe je ook met bewegen. De teksten zijn de motieven. Met de bewegingen erbij laat je duidelijk zien wat je bedoelt.
Wat ga je maken Je maakt een rap met stukjes tekst van liedjes uit dit hoofdstuk. Je gaat er ook bij bewegen.
Hoe doe je dat Kies uit een liedje uit dit hoofdstuk één kort zinnetje. Bijvoorbeeld ‘knoop je jas dicht’. Mijn zin:
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .........
• Verander het ritme van jouw zin. Dat doe je door sommige woorden langer of korter te maken. Je hebt nu je eigen ritmisch motief gemaakt. • Rap nu jouw motief op de beat. Soms alleen en soms door elkaar heen. • Spreek af wie zijn motief hoog en wie het laag rapt. • Verzin samen een verrassend einde.
Beweging erbij • Verzin een beweging die bij jouw motief past. • Als je hoog rapt doe je de beweging hoog, als je laag rapt doe je de beweging laag. • Verzin een beweging die je samen op het einde doet.
Vooraf. Let op!
11
Na afloop. Dit ging:
• Dat de rap verstaanbaar is.
goed
redelijk
matig
slecht
• Dat het samen rappen goed gelijk gaat. Ook het einde!
goed
redelijk
matig
slecht
• Dat je beweging heel duidelijk is.
goed
redelijk
matig
slecht
R&Buildingblocks Deze componeeropdracht maak je met de Intro componeersoftware op je computer.
25
12
Signalen uit de ruimte Bij deze opdracht luister je naar drie stukjes muziek. Het zijn stukjes waarbij speciale motieven (signalen) een rol spelen. Close Encounters of the Third Kind – John Williams Voor Close Encounters of the Third Kind schreef John Williams een motief van vijf tonen.
12a
Hoeveel keer wordt het motief gespeeld? Vijf keer. Zes keer. Zeven keer.
12b
Het lijkt alsof de instrumenten een vraag- en antwoordspel spelen. Wat is het verschil tussen het antwoord en de vraag? Omcirkel het goede antwoord. De vraag wordt hoger / lager gespeeld dan het antwoord.
12c
Wonder – DJ Tiësto & Armin van Buuren In Wonder komen meerdere motieven voor. Hier staan drie motieven afgebeeld. Welke grafiek klopt niet? Zet een kruis door het motief dat niet klopt.
1
2
3
12d
Zoek op bladzijde 32 de betekenis van het woord ostinato op. Waarom zul je in muziek van Tiësto en Armin van Buuren vaak een ostinato tegenkomen? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ............. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............
Mars – Gustav Holst De componist Gustav Holst heeft muziek geschreven bij de planeten van ons zonnestelsel. Hij gaf elke planeet zijn eigen muziek en een bijnaam.
12e
Als je let op de muziek, welke bijnaam past dan bij Mars? De brenger van vrolijkheid. De brenger van oorlog. De brenger van verdriet. De brenger van moed.
12f
Wat het meest opvalt is dit motief: Zoek op bladzijde 32-33 de betekenis van de woorden ritme en melodie op. Welke antwoord is juist? Het Mars-motief is een ritme. Het Mars-motief is een melodie.
26
Luisteropdracht 13 13a
Move your feet – Junior Senior In dit nummer komt een paar keer een motief van vier tonen voor op de tekst ‘Ev’rybody’. In het schema moet de derde toon (‘bo’) nog worden ingekleurd. Wordt ‘bo’ hoger, even hoog of lager gezongen? Kleur het juiste vakje in. bo Ev’
ry
bo
dy
bo
13b
Duj Duj – Fanfare Ciocarlia Fanfare Ciocarlia is een zigeunerband uit Roemenië. De band speelt een ostinato van zes tonen. Welke grafiek geeft dat het beste weer?
1
2
3
De stem zingt daarna een paar keer een motief op ‘Duj Duj .’ Bedenk zelf een tekening voor dat motief.
13c
Gloria – Antonio Vivaldi In deze compositie komt vaak het woord ‘Gloria’ voor. Je hoort het hier vier keer. Welke grafiek past het beste bij de muziek?
Gloria
1
13d
Gloria
Gloria Gloria
Gloria Gloria
2
Gloria Gloria
Gloria
3
Gloria Gloria
Gloria
Vraag jezelf eens af – Brace Zoek op bladzijde 32 – 33 de betekenis op van de woorden couplet en refrein. Luister naar het hele fragment. Kruis dan het juiste antwoord aan. Het fragment bestaat uit: drie coupletten – refrein – couplet. drie refreinen – couplet – refrein. Vraag jezelf eens af is een langzaam nummer. Vind je dat bij de tekst passen? Leg uit. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ........ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ........
27
Luisteropdracht 14 14a
Last tango in Paris – Gotan In dit muziekstuk zetten de instrumenten na elkaar in. Elk instrument speelt zijn eigen motief. Als eerste hoor je drums en klapgeluiden. Welke instrumenten hoor je daarna? Vul het rijtje aan. Kies uit: piano, bas, slagwerk. 1 Drums en klapgeluiden.
14b
2
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ............
3
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ............
4
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ............
Senorita – Justin Timberlake In Senorita komt een motief voor dat steeds herhaald wordt. Welke grafiek geeft dit motief het beste weer?
2
1
14c
3
Vijfde symfonie – Ludwig van Beethoven Het motief uit de Vijfde symfonie is misschien wel het bekendste motief dat er is. Aan het begin van de compositie wordt het motief twee keer hard door het orkest gespeeld. Wat gebeurt er daarna met het motief? Omcirkel de juiste antwoorden. Het motief wordt sneller / langzamer gespeeld. Het motief wordt op dezelfde / verschillende toonhoogte(s) gespeeld. Hoe vaak wordt het motief na die eerste twee keer gespeeld? Let op: het gaat heel snel. ...........
14d
keer.
Played-A-live (The Bongo Song) – Safri Duo Played-A-Live van het Deense drumduo Savery en Friis was in 2001 een wereldhit. Het begin duurt achttien seconden. Na het begin hoor je twee motieven. Kruis de juiste antwoorden aan. Motief 1 wordt gespeeld op twee trommels met verschillende toonhoogte. Motief 2 wordt gespeeld op twee trommels met verschillende toonhoogte. Motief 1 is langer dan motief 2. Motief 2 is moeilijker na te spelen dan motief 1.
Op de Intro-website vind je nog een extra luisteropdracht.
28 H1.vmbo.Kennen.1
Noten Toonduur Noten hebben verschillende vormen. Ze kunnen open of dicht zijn, ze kunnen een stok hebben en ook een vlaggetje. Aan de vorm van een noot kun je zien hoe lang hij duurt. Open noten
duren bijvoorbeeld langer dan dichte noten
.
De vorm van een noot geeft dus aan: • hoe lang je een toon moet zingen, of • hoe lang je de toets van een keyboard ingedrukt moet houden. Kort of lang: dat noem je toonduur.
Een noot is wat je ziet, een toon is wat je hoort.
Twee achtste noten achter elkaar kun je zo schrijven: maar ook zo:
Maat
H1.vmbo.Kennen.9
hele noot
Elk muziekstuk is verdeeld in maten. Dit zijn vakjes die allemaal even lang duren. De maten zijn van elkaar gescheiden door een maatstreep. Maten zijn genummerd. Zo kun je snel iets vinden. Die nummers staan aan het begin van de maat, boven de maatstreep.
notenbalk 1
3
A maat 1
halve noot
2 tellen
kwart noot
1 tel
achtste noot
½ tel
maatstreep 2
G
4 tellen
A
4
B
B
B
B
c
c
c
c
maat 2
c
c
c
c einde
H1.Kennen.1
Herhalen Soms moet je iets herhalen. Daar wordt dit teken voor gebruikt:
H1.Kennen.2
herhalen H1.Kennen.3
H1.Kenne
H1.Kennen.4 H1.Kennen.4 H1.Kenne
Ga naar de Intro-website voor een interactieve uitleg van Noten.
H1.Horen.1
15
Horen
15a
Drie noten worden langer gespeeld. Zet een cirkel om die noten.
29
H1.vmbo.Horen.3
1
15b
15c
2
4
3
5
6
7
8
9
10
11
Welke twee noten worden korter gespeeld? Maak van die twee noten achtste noten. Dit doe je door de stokken met een streep te verbinden: wordt wordt wordt
12
13
H1.vmbo.Horen.4
Hieronder zie je vier maten. 1
2
3
4 H1.vmbo.Horen.5
Ze worden in een andere volgorde gespeeld. Schrijf de juiste volgorde op:
15d
..........
..........
..........
..........
..........
..........
Hieronder zie je vier maten. 1
2
3
4 H1.vmbo.Horen.6
Ze worden in een andere volgorde gespeeld. Schrijf de juiste volgorde op:
15e
Welke noot wordt niet gespeeld? Zet een cirkel om die noot.
15f
De maten zijn nog niet af. Luister en vul de open plek in. Kies uit: wordt of wordt
15g
2
Schrijf de juiste volgorde op:
H1.vmbo.Horen.10
3
...........
..........
H1.vmbo.Horen.9
In welke volgorde worden de maten gespeeld? 1
..........
...........
...........
30
16
Zien Close encounters of the third kind – John Williams 1
2
3
4
5
Alle vragen gaan over het notenbeeld hierboven.
16a
Uit hoeveel maten bestaat deze regel? . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .........
16b
Wordt de regel herhaald? Ja. Nee.
16c
Zoek een hele noot in het voorbeeld. Zet een cirkel om die hele noot.
16d
In welke maat staan alleen maar kwart noten? Maat
...........
16e
De eerste noot van de regel is een: achtste noot. kwart noot. halve noot. hele noot.
16f
Welke noten staan in maat 2? Kwart noten en achtste noten. Halve noten en kwart noten. Achtste noten en hele noten. Halve noten en achtste noten.
16g
Welke maat heeft precies hetzelfde ritme als maat 2? Maat
16h
...........
Waar staat het Close encounters-motief? Zet een streep onder die noten. Let op: het motief heeft vijf tonen.
H1.vmbo.Kennen.3
31
H1.vmbo.Kennen.1
17 17a
Schrijven H1.vmbo.Kennen.2
Teken elke noot precies na in het vakje ernaast. H1.vmbo.Kennen.6 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . .
H1.vmbo.Schrijven.6
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . .
17b
Schrijf nu achter elke noot van opdracht 17a de juiste naam.
17c
Maak twee ritmes van vier tellen. Gebruik de kwart noot en de halve noot.
H1.vmbo.Schrijven.6
Ritme 1:
H1.vmbo.Schrijven.7
Ritme 2:
H1.vmbo.Schrijven.8 H1.vmbo.Schrijven.9
17d
In elke maat staat ĂŠĂŠn noot te weinig. Teken deze noot erbij. Let op, in elke maat moeten vier tellen staan.
H1.vmbo.Schrijven.10
1
H1.vmbo.Schrijven.11
2
3
4
17e
Teken deze regel precies na op de lege notenbalk. Controleer goed. Ben je echt niets vergeten? 1
2
H1.vmbo.Schrijven.12 3
32
Begrippen Op de bladzijden met begrippen staat de leerstof die in het hoofdstuk is behandeld. Je vindt hier de betekenis van de vetgedrukte woorden in het boek. Op de Intro-website kun je de betekenis van de begrippen vinden in de digitale begrippenlijst (via de tabbladen). In deze digitale begrippenlijst staan ook de afbeeldingen en klanken van de muziekinstrumenten uit het Instrumentenoverzicht. Op de Intro-website kun je zelf testen of je de leerstof uit het hoofdstuk goed genoeg kent. Zo kun je je meteen voorbereiden op een proefwerk of SO.
componeren
motief
Componeren is muziek bedenken.
Een motief is een klein stukje muziek van een paar tonen. Je kunt een motief op verschillende manieren herhalen: • op dezelfde toonhoogte, • hoger, • lager.
componist Een componist is iemand die muziek bedenkt.
compositie Een compositie is een ander woord voor muziekstuk.
couplet Een couplet is een gedeelte van een lied. Er zijn altijd meerdere coupletten. Elk couplet heeft een eigen tekst, maar wel dezelfde melodie.
herhalen, herhaling Herhalen is iets nog een keer zingen (of spelen) zonder er iets aan te veranderen. Je kunt bijvoorbeeld een motief herhalen, of een refrein. Herhalen kan op twee manieren: • op dezelfde toonhoogte, • iets hoger of iets lager.
melodie Als je een liedje zingt, zing je de melodie. Je zingt dan verschillende toonhoogtes, bijvoorbeeld hoge tonen en lage tonen.
musiceren Musiceren is muziek maken: het zingen van een lied of het spelen op een instrument.
noten en tonen Een noot is wat je ziet, die staat opgeschreven. Een toon is wat je hoort, dat is dus geluid.
ostinato Als een motief vaak achter elkaar herhaald wordt, noem je zo’n motief een ostinato.
partij Een muziekstuk bestaat uit één of meerdere partijen. Bijvoorbeeld een melodiepartij, een zangpartij en een baspartij.
33
refrein Een refrein is het gedeelte van een lied dat meerdere keren gezongen wordt. De tekst en de melodie blijven hetzelfde. Een refrein kan je meestal snel meezingen.
ritme Als je een liedje klapt, klap je het ritme. Je klapt dan korte en lange tonen. Je kunt een ritme ook drummen of rappen.
toonduur Een toon kun je ‘lang’ zingen of spelen. Maar ook ‘kort’. Dat noem je toonduur.
toonhoogte Je kunt een lage toon zingen of spelen, maar ook een hoge toon. Dat noem je toonhoogte.
Ken je alle begrippen? Ga naar de Intro-website en overhoor jezelf.