WERKBOEK van:
niveau
Niveau 5 ch (t) au – ou uw – eeuw – ieuw klankgroepen – luistervink
Doelenkaart niveau 5 Hoe goed kan jij dit?
ch(t)
bijna goed
goed
heel goed
bijna goed
goed
heel goed
bijna goed
goed
heel goed
ch(t)
cht en gt
ch(t) en g(t) au – ou au ou
au, ou uw – eeuw – ieuw
Spelling in de lift werd ontwikkeld met medewerking van het Centrum Educatieve Dienstverlening/ Pedologisch Instituut te Rotterdam. Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.
uw
eeuw
uw, eeuw, ieuw klankgroepen – luistervink
bijna goed
goed
Samen leren vernieuwen.
heel goed
www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 95464 7 Versie 1.1 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort
twee betekenisvolle klankgroepen luistervink
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
klankgroepen, luistervink
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro. nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www. auteursrechtenonderwijs.nl. Redactie: Projectteam ThiemeMeulenhoff Vormgeving en opmaak: Podivium, Haarlem Illustraties: Zwart/wit: Richard Flohr Overig: Marijn v/d Wateren, Podivium
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
werkboek niveau 5 ch(t) au – ou uw – eeuw – ieuw klankgroepen – luistervink
ch(t)
ch(t)
3
Vul zich in waar het kan.
Wat een pech! Och wat heeft Jeroen toch een pech! Het is feest en hij is ziek. Hij heeft pijn in zijn kies en voelt zich heel rot. Moeder troost hem en zegt: ‘Ach, morgen is het weer over, dan lach je erom’.
Zij wast
Hij staat
Zij schaamt
Hij loopt
Hij buigt
Hij beweegt
Hij haast
Hij scheert
Hij eet
Welk woord kan je maken? Kies uit de buitenste schijf één letter.
ch(t)
ch(t)
Vul een goed woord in met ch op het eind. Lees het verhaal. Zet een streep onder de woorden met ch. Schrijf ze nog eens op.
1 Ben je 2 Hij laat niets van
Schrijf de zinnen goed op.
nog gekomen? horen.
3 Wat heb jij toch altijd een
!
4
was ik maar thuis gebleven!
5
je mij uit?
6 Zij wast
met zeep.
7 Hij staat met
langs de weg.
8 Ik vind je
wel lief.
Welk woord staat hier?
1. 2.
4
3.
Geheimschrift. 1 = a 2 = c 3 = e 4 = h 5 = i 6 = l 7 = o 8 = p 9 = t 10 = z
4.
10 – 5 – 2 – 4 :
1 – 2 – 4
5.
7 – 2 – 4
:
9 – 7 – 2 – 4 :
6.
8 – 3 – 2 – 4
:
6 – 1 – 2 – 4 :
:
5
Als je na een korte klank gt hoort, schrijf je meestal cht, behalve bij: hij ligt, hij legt, hij zegt. De korte klanken zijn a, e, i, o, u. a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x ij z Dit is het alfabet. De a, e, i, o, u, zijn klinkers. De a, e, i, o, u, worden ook wel korte klanken genoemd. Twee dezelfde korte klanken samen heten lange klanken, dus: aa, ee, oo, uu. Korte klanken hoor je kort en ze zien er kort uit. Lange klanken hoor je lang en ze zien er lang uit. Luister maar en kijk maar: korte klank: a e i o u lange klank: aa ee oo uu
Dus je schrijft: acht, recht, dicht, bocht, lucht.
Vul een korte klank in. z
cht gr
cht d
cht vr
cht
r
cht vl
cht j
cht sl
cht
l
cht r
chts
cht
v
cht
n
cht t
cht k
cht kl
cht
ch(t)
ch(t)
Kleur de zakken waarin een woord met een korte klank getekend is.
Zet de woorden in de goede rij.
woorden met korte klank
woorden met lange klank
Vul steeds een korte klank in. Maak woorden met een korte of een lange klank. woorden met korte klank
woorden met lange klank
1. Doe het h 2. Hij l 3. Z
kd
cht naar zijn z s erbij twee is
sje. cht.
4. Mijn n
cht woont in een d
5. Niet r
chts maar l
6. Zij z 7. Een k
t op de t rs is een vr
8. De poes heeft een z
6
cht.
rp.
nks. cht. cht. cht v
l.
7
Maak steeds drie cht-woorden.
Denk eraan: na een korte klank schrijf je meestal cht, behalve bij: hij ligt, hij legt, hij zegt.
Denk eraan! Alleen na een korte klank schrijf je cht. Kies nu: gt of cht.
Rijmen maar. 1. Tijdens de jacht praten de jagers
vlie
wee
bui
gra
zu
sle
e
bo
re
di
plaa
droo
ch(t)
ch(t)
krij
.
4. Hij gooide met kracht een fiets in de
. .
6. Mijn neef en nicht houden altijd de deuren
.
7. Hij stond op wacht tot diep in de 8. Een rotte vrucht vloog door de
kra
.
3. Met een zucht ging de dief op de 5. Die toren staat echt helemaal
klaa
Vul in: ch of g.
.
2. Ik heb snoep gekocht, omdat ik dat
wa
. .
Zet de zinnen in het goede vak. Hij krijgt een acht voor zijn werk. Zij droogt met vocht. Wie klaagt, heeft een klacht. Hij veegt de lucht. Tante draagt de tocht. Milton vraagt om een vrucht. Mijn oom zaagt de deur dicht. De man weegt zijn vracht. Mijn neef plaagt mijn nicht. De voetbal lacht.
Schrijf het woord met ch dat niet in de zin past, achter de zin. Ruil de woorden daarna om en maak goede zinnen. 1. Een druif is een vlucht. 2. Hij doet de deur zacht.
kan
3. In de vrucht is geen wolk te zien. 4. De dief sloeg op de bocht. 5. Waarom praat jij zo dicht? 6. Er zit een lucht in de weg.
kan niet
Controledictee
8
9