Dit boek is onderdeel van InBusiness, een modulaire methode voor mbo economie. Een breed aanbod van modules dekt alle onderwerpen voor de commerciële en financiële opleidingen. In de serie InBusiness Financieel worden modules aangeboden voor dekking van het kwalificatiedossier Financieel administratieve beroepen.
Bewezen didactiek De methode InBusiness is ontwikkeld door ervaren auteurs, die in de modules een duidelijke verbinding leggen tussen theorie en praktijk. De didactische opbouw van elke module is gebaseerd op het bewezen effectieve zes-leerfasen model: 1 Introductie 2 Theorie 3 Verwerking 4 Toepassing 5 Evaluatie/zelftoets 6 Toetsing De methode is compleet en van hoge kwaliteit. InBusiness is samen met docenten ontwikkeld, inhoudelijk sterk, prettig leesbaar, visueel aantrekkelijk en voldoet aan de eisen van de kwalificatiedossiers en aan de exameneisen. Digitaal, boeken of blended InBusiness Financieel is leverbaar op papier, volledig digitaal en als combinatie van beide (blended). De theorieboeken geven een heldere uitleg over de verschillende onderwerpen. Bij het theorieboek wordt een basislicentie geleverd, met extra theorie en opdrachten aangeboden in de interactieve digitale leeromgeving eDition. De werkboeken bevatten oriëntatievragen, kennisvragen, routineopgaven, praktijktaken en een integrale casus.
Statistiek LEERWERKBOEK
Leerwerkboek Statistiek omvat vijf modules over statistisch onderzoek. Aan bod komen bekende onderwerpen zoals tabellen en grafieken, het verwerken en analyseren van gegevens en indexcijfers.
Statistiek
LEERWERKBOEK FINANCIEEL NIVEAU 3&4
InBusiness Financieel
Als docent kun je bovendien een keuze maken uit het totale aanbod modules van InBusiness en die samenstellen tot een boek OpMaat. Digitaal is de methode beschikbaar voor scholen als Totaallicentie (volledig digitaal) of als Verwerkingslicentie (opdrachten digitaal, theorie op papier) in de interactieve leeromgeving eDition.
Eindredactie: Pieter Mijnster
• MET ING O EV
LEEROM INE G NL
Auteurs: Edward van Balen
LEEROM INE G NL
• MET ING O EV
InBusiness bevat modules die geschikt zijn voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (crebo: 25139) - Bedrijfsadministrateur (crebo: 25138) - Junior assistent-accountant (crebo: 25140)
Statistiek
Colofon Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 9789006662498 1e druk, 1e oplage, 2021 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2021
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Voorwoord Het middelbaar beroepsonderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en in het bijzonder door de eisen die de beroepspraktijk aan de opleidingen stelt. Daartoe behoren nieuwe kwalificatiedossiers, maar ook ontwikkelingen zoals een breed eerste jaar voor economie opleidingen. Voor die opleidingen brengt ThiemeMeulenhoff nu de modulaire economie methode InBusiness uit: • Als vervolg op de methode BV in Balans voor de financiële beroepsopleidingen, is er nu InBusiness Financieel. • Als vervolg op de methode Rendement voor de commerciële beroepsopleidingen is er nu InBusiness Commercieel. InBusiness is opgebouwd uit een groot aantal modules, die op drie verschillende manieren aangeboden worden: • Als hoofdstukken in een standaardboek met een vaste volgorde over één vakgebied of hoofdonderwerp; • Als hoofdstukken in een door de docent zelf samen te stellen Boek Opmaat, desgewenst met verschillende onderwerpen commercieel en financieel, in een zelf te bepalen volgorde; • Als complete modules in de interactieve digitale leeromgeving eDition met directe feedback en resultatenoverzicht. Deze bevat de volledige theorie en alle opdrachten, zeer geschikt voor meer zelfstandig werken door studenten en voor afstandsonderwijs. De methode InBusiness is ontwikkeld door ervaren auteurs, die in de modules een duidelijke verbinding leggen tussen theorie en praktijk. De didactische opbouw van elke module is gebaseerd op het zes-leerfasen model: Introductie, Theorie, Verwerking, Toepassing, Evaluatie/zelftoets, Toetsing. LET OP: Bij dit standaardboek behoort een basislicentie voor toegang tot de digitale leeromgeving eDition. Iconen helpen je daarbij op weg. Hiermee word je verwezen naar de digitale leeromgeving eDition, waar je de volgende onderdelen vindt die behoren tot de standaardinhoud van elke module van InBusiness Financieel: • Extra opdrachten (zoals extra kennisvragen, routineopgaven, praktijktaken en/of integrale casus) • Test je kennis en inzicht • Samenvattingsopdracht Hier krijg je een belangrijk advies voor de voortgang van jouw leerproces. De serie InBusiness is met de grootste zorg ontwikkeld. Wij hopen dat je met plezier met InBusiness werkt. Wanneer je vragen of suggesties hebt, neem dan contact met ons op. De auteurs en uitgever
3
Inhoudsopgave
Voorwoord
1
STAT01 Statistisch onderzoek
x Introductie x Theorie x 1 Kennismaking met statistisch onderzoek x 2 Verzamelen van gegevens x 3 Verwerken en analyseren van gegevens x 4 Big data x 5 Een kwalitatief onderzoek x Begrippen x Aan de slag met ‘Statistisch onderzoek’ x Oriëntatievragen x Kennisvragen x Routineopgaven x Praktijktaken x Integrale casus x Evaluatie en reflectie x Checklist x Test je kennis en inzicht (online) x Reflecteer op je werkzaamheden x
2
STAT02 Tabellen en grafieken
x Introductie x Theorie x 1 Tabellen x 2 Grafieken x Begrippen x Aan de slag met ‘Tabellen en grafieken’ x Oriëntatievragen x Kennisvragen x Routineopgaven x Praktijktaken x Integrale casus x Evaluatie en reflectie x Checklist x Test je kennis en inzicht (online) x Reflecteer op je werkzaamheden x
3
STAT03 Gegevens verwerken en analyseren x Introductie x Theorie x 1 Het kolommendiagram x 2 De frequentiepolygoon x 3 Het gemiddelde, de modus en de mediaan x 4 Het gemiddelde, de modus en de mediaan bij klassen x 5 Spreiding x Begrippen x Aan de slag met ‘Gegevens verwerken en analyseren’ x
3
5
Oriëntatievragen x Kennisvragen x Routineopgaven x Praktijktaken x Integrale casus x Evaluatie en reflectie x Checklist x Test je kennis en inzicht (online) x Reflecteer op je werkzaamheden x
4
x Introductie x Theorie x 1 De cumulatieve frequentie x 2 De cumulatieve frequentiepolygoon x 3 Een tabel en grafiek met ongelijke klassenbreedten x 4 Lezen van meervoudige tabellen x 5 De 80-20-regel x 6 De Z-grafiek x Begrippen x Aan de slag met ‘Cumulatieve en meervoudige tabellen’ x Oriëntatievragen x Kennisvragen x Routineopgaven x Praktijktaken x Integrale casus x Evaluatie en reflectie x Checklist x Test je kennis en inzicht (online) x Reflecteer op je werkzaamheden x
5
STAT05 Indexcijfers x Introductie x Theorie x 1 Indexcijfers x 2 Enkelvoudige indexcijfers x 3 Het verband tussen EPI, EHI en EWI x 4 Het verleggen van de basisperiode x 5 Samengesteld gewogen prijdindexcijfer x 6 Indexcijfers in de praktijk x Begrippen x Aan de slag met ‘Indexcijfers’ x Oriëntatievragen x Kennisvragen x Routineopgaven x Praktijktaken x Integrale casus x Evaluatie en reflectie x Checklist x Test je kennis en inzicht (online) x Reflecteer op je werkzaamheden x
Register
STAT04 Cumulatieve en meervoudige tabellen
x 6
FINANCIEEL
STAT01
1
Statistisch onderzoek
Auteur Edward van Balen Eindredactie Pieter Mijnster
STAT01
Statistisch onderzoek
THEORIE Introductie De uitdaging Om inzicht te krijgen in alles wat er om je heen gebeurt, verzamel je gegevens. Zonder het verzamelen van gegevens heb je geen inzicht en kun je geen onderbouwde voorspellingen doen. Met een statistisch onderzoek verzamel je gegevens en kun je conclusies trekken over bepaalde ‘problemen’ of ‘vragen’ die er leven. Een goed onderzoek bestaat altijd uit opeenvolgende stappen en is gericht op het behalen van een zeker doel: wat onderzoek je?
Figuur 1
© parool.nl
Uiteindelijk wil je met statistisch onderzoek inzicht krijgen in het onderwerp dat je onderzoekt. Je kunt onderzoek doen naar de omvang of de structuur van een groep. Je kunt ook twee groepen met elkaar vergelijken. Het is zelfs mogelijk om na een grondig onderzoek voorspellingen te doen: ‘Wat zijn de gevolgen van een besmetting met het covid-19-virus?’ Tabellen en grafieken spelen een belangrijke rol bij het verwerken, ordenen en presenteren van de verzamelde gegevens van een onderzoek.
Figuur 2
© Shutterstock / oatawa
Aan de slag: Onderzoek of klanten tevreden zijn over het product dat onlangs is geïntroduceerd. Gebruik hiervoor een steekproef. Volg stapsgewijs de fasen van een statistisch onderzoek. Houd rekening met de grootte van de massa, verwerk de gegevens in een tabel en geef de uitkomst weer in een grafiek. Uiteraard stel je een uitgebreid verslag samen nadat je de gegevens hebt geanalyseerd.
8
Leerdoelen Wat heb ik voor deze uitdaging nodig? Kennis: • Ik kan de begrippen bronnen, populatie, massa, element, enquête, steekproef, aselect, representatief, sturend, kwalitatief en kwantitatief omschrijven. • Ik kan de fasen van een statistisch onderzoek beschrijven. Begrip: • Ik kan uitleggen dat statistiek zich bezighoudt met het verzamelen, ordenen en analyseren van gegevens. • Ik kan uitleggen dat je een massa kunt onderzoeken naar omvang, structuur of samenhang. • Ik kan het verschil aangeven tussen een primaire en een secundaire bron. • Ik kan het verschil aangeven tussen een steekproef en een volledig onderzoek. • Ik kan het verschil aangeven tussen kwantitatieve en kwalitatieve gegevens. • Ik kan de eisen aangeven waar vragen aan moeten voldoen. • Ik kan de eisen aangeven die aan je een steekproef moet stellen. • Ik kan de betekenis van big data aangeven. • Ik kan de gevaren van big data aangeven. Vaardigheid: • Ik kan een enkelvoudige tabel lezen. • Ik kan een eenvoudig kwalitatief onderzoek lezen. • Ik kan een 5-puntsschaal gebruiken.
9
STAT01
Statistisch onderzoek
1
Kennismaking met statistisch onderzoek
1.1
Opbouw van een onderzoek Het vak statistiek houdt zich bezig met het verzamelen en ordenen van gegevens. Als statisticus analyseer je deze gegevens om te kijken of bepaalde verschijnselen iets met elkaar hebben te maken. Je moet de gegevens sorteren en rangschikken. Vervolgens onderzoek je of er verbanden bestaan en of je conclusies kunt trekken. Als laatste presenteer je de resultaten van je onderzoek. Onthoud! Statistiek houdt zich bezig met het verzamelen, ordenen, verwerken en analyseren van gegevens om vervolgens conclusies te trekken.
Door je onderzoek te publiceren kunnen anderen controle uitoefenen en kijken of zij ook tot dezelfde conclusies komen.
Element en massa Twee begrippen zijn heel belangrijk: element en massa. De massa of populatie is de verzameling elementen die je kunt onderzoeken. Een element is het kleinste deel van een massa.
Figuur 3 Een massa of populatie bestaat uit elementen.
© Tiekstramedia
Massa kan van alles zijn: • alle vrouwen met een zwemdiploma; • alle auto’s met een trekhaak; • het aantal dagen zonder neerslag in Nederland. De elementen die daarbij horen, zijn dan bijvoorbeeld: • Mien met haar zwemdiploma; • een Mercedes met een trekhaak; • een donderdag zonder neerslag in Nederland. Het aantal elementen kan heel groot, maar ook heel klein zijn. Het aantal vrouwen in Nederland is ruim acht miljoen, maar het aantal vrouwelijke miljonairs in Nederland is niet zo groot.
Tabellen en grafieken Om een gegevens overzichtelijk en leesbaar te maken, gebruik je in de statistiek tabellen en grafieken. Een tabel is een cijfermatig overzicht met gegevens in rijen en kolommen. Een grafiek is dan de afbeelding die bij zo’n overzicht hoort. 10
Kennismaking met statistisch onderzoek
Praktijkvoorbeeld 1 CBS onderzoekt gasten en overnachtingen in Nederland Gegeven Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) houdt het aantal gasten in Nederlandse hotels bij. Dit kunnen gasten zijn uit Nederland en uit het buitenland. Deze gasten verblijven lang of kort in die hotels. Dit meet je met het aantal overnachtingen. Hieronder vind je de tabel en een bijbehorende grafiek. Aantal gasten en overnachtingen van gasten (× 1.000) in Nederland van 2012 t/m 2020 Perioden 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020
Gasten uit Overnachtingen van gasten uit Alle landen Nederland Buitenland Alle landen Nederland Buitenland 21.014 11.288 9.726 36.536 18.709 17.827 21.521 11.504 10.017 37.390 19.039 18.351 23.122 12.143 10.979 39.864 19.680 20.184 24.176 12.410 11.766 41.617 19.910 21.707 25.758 13.349 12.409 44.590 21.421 23.169 28.572 14.419 14.153 48.873 22.529 26.344 29.646 14.975 14.671 51.611 23.743 27.868 30.569 15.058 15.511 54.403 24.272 30.131 16.378 11.213 5.165 29.080 18.664 10.416
Tabel 1
Bron: CBS
Gasten in hotels in Nederland (x 1.000) 35000 30000 25 000 20 000 15 000 10000 5000 0
2012
2013
2014
2015
Nederland
2016
2017
2018
2019 2020
Buitenland
Figuur 5
© Tiekstramedia
Gevraagd + uitwerking a Bepaal het aantal gasten uit het buitenland in 2019. Bij gasten uit – buitenland – 2019 staat 15.511. Dat zijn dan 15.511 × 1.000 = 15.511.000 gasten. b Bepaal het aantal gasten uit het buitenland in 2020. Bij gasten uit – buitenland – 2020 staat 5.165. Dat zijn dan 5.165 × 1.000 = 5.165.000 gasten. c Geef een verklaring de daling van dit aantal. Problemen bij reizen in de coronatijd. d Bereken het gemiddeld aantal overnachtingen in 2018 van een gast uit het buitenland. Bij overnachtingen van gasten uit – buitenland – 2018 staat 27.868. Dat zijn dan 27.868 × 1.000 = 27.868.000 overnachtingen. Bij gasten uit – buitenland – 2018 staat 14.671. Dat zijn 14.671 × 1.000 = 14.671.000 gasten. Het gemiddeld aantal overnachtingen is 27.868.000 / 14.671.000 = 1,899 = 1,9. 11
STAT01
Statistisch onderzoek e Bereken het gemiddeld aantal overnachtingen in 2018 van een gast uit Nederland. Bij overnachtingen van gasten uit – Nederland – 2018 staat 23.743. Dat zijn dan 27.743 × 1.000 = 27.743.000 overnachtingen. Bij gasten uit – Nederland – 2018 staat 14.975. Dat zijn 14.975 × 1.000 = 14.975.000 gasten. Het gemiddeld aantal overnachtingen is 27.743.000 / 14.975.000 = 1,852 = 1,9. f Bereken de procentuele stijging van het aantal gasten in 2018-2019. Bij gasten uit – alle landen – 2018 staat 29.646. Dat zijn 29.646 × 1.000 = 29.646.000 gasten. Bij gasten uit – alle landen – 2019 staat 30.569. Dat zijn 30.569 × 1.000 = 30.569.000 gasten. De stijging bedraagt 30.569.000 − 29.646.000 = 923.000. Dat is procentueel 923.000 / 29.646.000 = 0,0311 = 3,1%. g Hoe kun je in de grafiek zien dat de toename van het aantal gasten bijna geheel van gasten uit het buitenland kwam? Het onderste gedeelte blijft gelijk. Het bovenste gedeelte wordt groter. h In welk jaar kwamen er meer gasten uit het buitenland dan uit Nederland? In 2019 kwamen 15.511.000 uit het buitenland en 15.058.000 uit Nederland. i Welke massa is groter? De gasten van hotels in Nederland of de buitenlandse gasten van hotels in Nederland? De gasten van hotels in Nederland is de grootste massa. De buitenlandse gasten zijn een deel daarvan. Tip! Bij een procentuele verandering in de tijd is een handige regel: (nieuw − oud) / oud × 100%
1.2
Doelen van onderzoek Niet doelloos onderzoeken Je gaat niet zomaar zoeken in en naar allerlei gegevens. Je onderzoekt altijd met een bepaald doel. Statistisch onderzoek kent verschillende doelen: • • • • •
weten wat de totale omvang van de massa is (het aantal elementen); de kenmerken en de structuur van de massa kennen; de samenhang tussen verschijnselen kennen; gelijkwaardige massa’s met elkaar vergelijken; weten wat de ontwikkeling van een verschijnsel in de loop van de tijd is. Weetje! Een ander woord voor gegevens is data. Gegevens verzamelen = data verzamelen
Omvang Er zijn verschillende redenen om de omvang van de massa te willen weten. Voor de overheid is het aantal AOW’ers belangrijk in verband met het aantal uitkeringen. Voor een bedrijf dat fietsen verkoopt, is het aantal kinderen dat in een jaar geboren belangrijk om te weten. Dat aantal zegt iets over het aantal kinderfietsjes dat het bedrijf kan verkopen.
12
Kennismaking met statistisch onderzoek
Structuur De overheid is ook op allerlei manieren geïnteresseerd in de structuur van een massa. Ze wil bijvoorbeeld een aantal kenmerken van de bevolking van Nederland weten. De statistiek onderzoekt dan de leeftijdsopbouw, de nationaliteit, het geslacht of de burgerlijke staat.
Samenhang Een voorbeeld van een onderzoek naar de samenhang tussen verschijnselen is het onderzoek naar het verband tussen het aantal ongevallen in en om het huis door een toename van doe-het-zelfwerkzaamheden.
Figuur 6 Twee linkerhanden?
© Shutterstock / tommaso79
Vergelijken Bij het vergelijken van massa’s kun je veel verschillen en overeenkomsten vinden. Bijvoorbeeld de verschillen tussen Nederland en Spanje wat betreft het aantal artsen per duizend inwoners, het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking of het aantal kinderen met een bepaalde ziekte.
Ontwikkeling Veel landen onderzoeken de ontwikkeling van verschijnselen in de tijd, zoals veranderingen van het klimaat, de stijging van het zeeniveau en de uitstoot van CO2 en stikstof. Ze kunnen dan maatregelen afspreken om de nadelige gevolgen zo klein mogelijk te houden.
1.3
Fasen van statistisch onderzoek Onderzoek voer je met een vooropgezet doel uit. Dat betekent dat je een statistisch onderzoek voorbereidt. Je volgt hierbij een bepaalde aanpak en doorloopt verschillende fasen. 1 2 3 4
Probleem stellen en voorbereiding van het onderzoek Verzamelen van gegevens Verwerken en analyseren van gegevens Verslagleggen van het onderzoek
13
STAT01
Statistisch onderzoek
Ad 1 Probleem stellen en voorbereiding van het onderzoek Eerst stel je vast wat je wilt onderzoeken. De probleemstelling is altijd een vraag waarop je een antwoord wilt hebben. Hoe beter de vraag, hoe meer kans op een waardevol antwoord. In ‘De uitdaging’ van deze module is de probleemstelling: Hoe tevreden zijn klanten met het pas geïntroduceerde product? Als het te onderzoeken probleem bekend is, • • • •
dan bepaal je of zelf gegevens verzamelt of dat je bestaande bronnen gebruikt; vervolgens kijk je of de gegevens kwantitatief of kwalitatief zijn; dan moet je kiezen of je iedereen onderzoekt of dat je met een steekproef gaat werken; ten slotte formuleer je de meest geschikte vragen. Onthoud! In de voorbereiding van een statistisch onderzoek maak je een plan van aanpak hoe je een probleem onderzoekt.
Ad 2 Verzamelen van gegevens Je kunt op verschillende manieren gegevens verzamelen. Je kunt zelf verzamelen, maar je kunt ook gebruikmaken van het materiaal dat anderen hebben verzameld. Ook stel je de eenheid van meting vast. Bij de eenheid van meting denk je aan: aantallen, kilo’s, meters, graden, leuk, enzovoort. Hierna gaan we verder in op het verzamelen van gegevens.
Ad 3 Verwerken en analyseren van gegevens Je gaat de gegevens verwerken. Dat doe je door gegevens te tellen, te sorteren en te rangschikken. Uiteindelijk komen de verzamelde gegevens in een tabel en/of grafiek te staan, waardoor de omvang en de structuur van de massa duidelijk wordt. Dat noemen we analyseren. Het belangrijkste is dat je een conclusie kunt trekken waarbij je een antwoord op de onderzoeksvraag vindt.
Figuur 7 In New Cuyama in Californië staat dit grappige bord. Wat is nu de eenheid van meting? © commons.wikimedia.org
Ad 4 Verslag leggen van het onderzoek Bij de verslaglegging of rapportage laat je zien wat het antwoord is op de onderzoeksvraag bij de probleemstelling. Je toont de tabellen en de grafieken en je stelt een lijst op met bronnen die je hebt gebruikt.
14
Verzamelen van gegevens
2
Verzamelen van gegevens
2.1
Volledige telling of een steekproef Als je kijkt naar de omvang van het onderzoek is er een onderscheid tussen een volledige telling van de massa of van een steekproef. Bij een volledige telling onderzoek je alle elementen. Bij een steekproef onderzoek je alleen een beperkt aantal elementen.
Steekproef Er zijn drie eisen aan een steekproef. 1 Een steekproef moet voldoende groot zijn: • het aantal elementen moet groot genoeg zijn om de invloed van toevallige afwijkingen heel klein te laten zijn. 2 De onderzochte elementen kies je aselect: • een steekproef is aselect als elk element een even grote kans heeft om in de steekproef te komen. 3 De steekproef is representatief: • een steekproef is representatief als de verbanden en de conclusies op basis van een steekproef dezelfde zijn als de verbanden en conclusies op basis van een volledig onderzoek.
2.2
Primaire of secundaire bron Gegevens verzamelen is een soort waarnemen. De gegevens noem je ook wel het grondmateriaal. Je moet dan een keuze maken welke bron je gaat gebruiken om je gegevens te zoeken.
Bronnen voor gegevens Een primaire bron bevat gegevens die je zelf hebt verzameld. Een secundaire bron is een al bestaande bron. Een secundaire bron is veel goedkoper, maar misschien zijn de benodigde gegevens niet verzameld op de door jou gewenste manier. Big data zijn gegevens die nog op een heel grote hoop liggen, zie het onderwerp big data verderop.
Figuur 8 Big data sorteer je niet zomaar…
© Shutterstock / Dario Rigon
15
STAT01
Statistisch onderzoek
Ad 1 Primaire bronnen Er zijn veel manieren om gegevens te verzamelen. Denk maar aan je eigen contacten in je smartphone. Of de cijferadministratie van je school. Er zijn organisaties die van dat verzamelen hun werk hebben gemaakt. Maar je hebt meestal de bereidwilligheid van een ander nodig om de gegevens beschikbaar te krijgen.
Enquête Veel gegevens kun je verzamelen door een enquête. Bij een enquête stel je aan een aantal personen een aantal vragen aan de hand van een vragenlijst. Het afnemen van een enquête kan op verschillende manieren: • mondeling; • schriftelijk; • via internet. Bij een mondelinge enquête benader je personen op straat of via de telefoon. Tegenwoordig heet dat face-to-face-interviewen. Deze manier van enquêteren is wel kostbaar, omdat de enquêteur een hele lijst vragen met de ondervraagde moet afwerken. Of de enquête representatief is, blijft een zorg. Je moet voldoende personen benaderen om een juist beeld van de massa te krijgen. Weetje! Het onderzoek naar de contacten van een persoon met een coronabesmetting gebeurt op deze manier.
Een schriftelijke enquête is goedkoper dan een mondelinge. Je hebt geen enquêteurs nodig die op bezoek gaan. Een nadeel is dat niet iedereen de enquête terugstuurt. De onderzochte groep is dan misschien niet meer representatief. Via een website is een enquête heel toegankelijk. Een panel is een vaste groep personen die representatief zijn voor de te onderzoeken massa en aan wie je vragen kunt voorleggen. Zo kun je zelf lid zijn van een onderzoekspanel. Als je bijvoorbeeld lid bent van het panel van EenVandaag word je geregeld gevraagd om je mening te geven over actuele vraagstukken en ontwikkelingen. Zo kunnen bedrijven aan een consumentenpanel vragen naar de tevredenheid over een product. Bij een onderzoek staat meestal de tijd die nodig is voor het beantwoorden van de vragen erbij. Mensen doen er dan eerder aan mee. ‘Het invullen van deze enquête kost u slechts 3 minuten.’
16
Verzamelen van gegevens
Ad 2 Secundaire bronnen Er zijn heel veel organisaties die gegevens verzamelen om deze aan anderen te verstrekken. Of de klant ervoor moet betalen, hangt van het soort informatie af. Bepaalde gegevens kun je kosteloos opvragen. In sommige gevallen moet je ervoor betalen. Voor het bedrijfsleven zijn de volgende organisaties belangrijk. • Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verzamelt, bewerkt en publiceert statistieken over de ontwikkeling van Nederland als geheel en per regio. Het CBS publiceert verschillende dossiers met kerncijfers over het ondernemersklimaat. Statline is de database, waarop je veel informatie kunt vinden. • Eurostat is het statistische bureau van de Europese Unie. • De Kamer van Koophandel (KvK) heeft veel informatie beschikbaar voor en over het midden- en kleinbedrijf in Nederland. De vraag naar gegevens die je nodig hebt en met welk doel is een vraag voor de KvK. • EenVandaag heeft een heel snelle werkwijze en kan enquêtes houden waarvan de resultaten op dezelfde dag bekend worden gemaakt. Bijvoorbeeld de voorspelling bij verkiezingen of de meningen van Nederlanders bij speciale gebeurtenissen. De resultaten worden dan in tv-uitzendingen gebruikt of bekendgemaakt.
Figuur 9
© ANPfoto / Lex van Lieshout
17
STAT01
2.3
Statistisch onderzoek
Kwantitatief of kwalitatief Wat meet je? Bij het verzamelen van grondmateriaal moet je meten. Maar het is niet altijd even eenvoudig om verschijnselen te meten. Hoe moet je bijvoorbeeld tevredenheid meten? En hoe meet je hoeveelheden?
Kwantitatieve gegevens Gegevens zijn kwantitatief als je meet in bijvoorbeeld liters, meters, kilo’s, kubieke meters, decibellen.
Figuur 10 Liters kun je meten = kwantitatief
© Shutterstock/ Imfoto
Met de uitkomsten van kwantitatieve gegevens kun je echt rekenen. Zo kun je berekenen dat de gemiddelde volwassen Nederlandse man 1,82 m lang is. Bij de bepaling hoeveel Nederlanders oud zijn, moet je eerst vaststellen bij welke leeftijd je iemand oud noemt. Bij de uitspraak ‘zestig jaar en ouder’ is het voor iedereen duidelijk en kun je meten. Ouderdom is wat je meet en zestig jaar en ouder is hoe je meet.
Kwalitatieve gegevens Kwalitatieve gegevens kun je moeilijk in getallen uitdrukken. Mensen zeggen niet dat ze citroenijs acht lekker vinden. Wel kunnen ze zeggen dat ze aardbeienijs lekkerder vinden dan citroenijs. Dus je kunt wel een rangorde vaststellen als gegevens kwalitatief zijn. ‘Tevreden’ en ‘ontevreden’, ‘voldoende’ en ‘onvoldoende’ zijn ook voorbeelden. Net als belangrijk en onbelangrijk.
Figuur 11 Over smaak kun je twisten = kwalitatief
© Shutterstock / Krasula
18
Verzamelen van gegevens
2.4 Eisen aan vragen Vragen moeten aan een aantal eisen voldoen. • De vraag moet begrijpelijk zijn. • De vraag mag niet sturend zijn. De vraag ‘Vind je de kwaliteit van het product goed of uitstekend?’ is sturend, omdat je het antwoord ‘slecht’ niet kunt kiezen. • De vraag mag je maar op één manier kunnen uitleggen (eenduidig). • Het aantal vragen mag niet te groot zijn. • De vraag moet bij voorkeur gesloten zijn, bijvoorbeeld door ja-neevragen of meerkeuzevragen te stellen. Weetje! De statisticus Rensis Likert heeft al lang geleden een antwoordschaal met 5 of 7 mogelijkheden bedacht.
Gesloten vragen Bij het onderzoeken van kwalitatieve gegevens gebruik je vaak de 5-puntsschaal. Aan de hand van stellingen moet je een keus maken wat je vindt.
prima
goed
tja
nee
ramp
Figuur 12
© Tiekstramedia
Voor een mening kan dat zijn: helemaal mee eens / mee eens / niet eens of oneens / oneens / helemaal oneens Voor een frequentie kan dat zijn: heel vaak / vaak / soms / zelden / nooit Voor belangrijkheid kan dat zijn: zeer belangrijk / belangrijk / redelijk belangrijk / een beetje belangrijk / onbelangrijkEvaluatie en reflectie Soms is er ook nog een keus ‘weet niet’ of ‘geen mening’. Het nadeel van een keus uit vijf is dat mensen vaak de uitersten niet willen kiezen. Dan krijg je toch te weinig verschil in antwoorden. Dan kun je beter een 7-puntsschaal gebruiken.
Reflecteer op je werkzaamheden
1
Tevreden? Geef op een schaal van 1 t/m 10 aan hoe tevreden je bent over hoe je deze module hebt doorgewerkt.
□ 1
□
□
□
□
□
□
□
□
2
3
4
5
6
7
8
9
Ook het2 gebruik van een cijferschaal, zoals bij de reflectie, is een goede manier. Aandachtspunt Welk aandachtspunt geef je jezelf om je score bij vraag 1 te verbeteren?
Eigen antwoord.
3
Opgedane kennis Geef op een schaal van 1 t/m 10 aan hoe tevreden je bent over je opgedane kennis tijdens 19 het doorwerken van deze module.
□ 10
STAT01
3
Statistisch onderzoek
Verwerken en analyseren van gegevens Sorteren en rangschikken Als de gegevens zijn verzameld, moet je daarna groepen maken (sorteren) en volgorde vaststellen (rangschikken). Dat zijn de criteria. Vervolgens maak je dan tabellen en grafieken. Hieronder vind je een vereenvoudigd voorbeeld van wat sorteren en rangschikken nu precies inhoudt.
Figuur 13
© Tiekstramedia
De figuren kun je sorteren in rood en groen. Maar ook in driehoeken en vierkanten. Je kunt de figuren ook op volgorde zetten van groot naar klein of juist van klein naar groot. Een kleine groene driehoek kan dus in de groep groen staan of in de groep driehoeken. Maar de driehoek staat ook achter in de rij in de volgorde van groot naar klein.
Verwerken in tabellen en grafieken Een tabel is een geordend overzicht van de resultaten van een onderzoek. Als je iets in een tabel duidelijk wilt maken, moet de lezer die informatie snel en probleemloos uit de tabel kunnen halen. Te veel cijfers in een tabel is dan ook niet goed. Alleen de cijfers waar het om gaat, moeten in de tabel staan. Een tabel moet uitnodigen tot lezen. Van een tabel maak je vervolgens een grafiek. Een grafiek is een afbeelding van een tabel waarvan je eenvoudig de nodige informatie kunt aflezen.
Knu ers
Droezels 70 60 50 40 30 20 10 0
30 50
Knu ers Droezels 0-100
100-200 konartels
Afname
100 0
200-300
15% 1
knu ers
Knu ers Toename
Totaa
30
2 3 konartels
60%
25%
50
knu ers 3 2
150
50
100 50
20
20
30
0%
0 1
1
2
20%
3
40% konartels
60%
80%
100%
knu ers
Figuur 14 Er zijn veel soorten grafieken.
© Tiekstramedia
20
Big data
Big data Digitale informatie
Likes
Volgers
Trackers
Als je online bent, laat je digitale informatie achter: waar je bent, welke sites je bezoekt, welke winkels je leuk vindt, wie je vrienden zijn en wie jij volgt of wie jou volgt. Techbedrijven zoals Facebook en Google verzamelen die gegevens (data) en verdienen daar veel geld mee als zij de gegevens doorverkopen via veilingen aan bedrijven.
Hits
Apps Amazon
Enquete Vragen
CBS
Google Klantenkaart
Datamining Big data
4
Panels
Cookies Datalek
Privacy
Figuur 15
© Tiekstramedia
Verzamelen van big data Big data zijn gegevensverzamelingen (datasets) die zo groot en zo weinig gestructureerd zijn dat je die niet met gewone systemen kunt onderhouden. Behalve gegevens over wie en wat verzamelen techbedrijven ook metadata. Door middel van cookies verzamelen ze extra gegevens over de tijd, de locatie, jouw toestel, jouw provider en nog veel meer. Je wordt wel door middel van een melding over cookies gewaarschuwd. Maar er zijn maar weinig mensen die cookie-voorwaarden echt lezen. Je kunt wel kiezen welke cookies bedrijven mogen plaatsen. Standaard en bij niet akkoord
Bij akkoord
Functionele cookies
ja
ja
Analytische cookies
ja
ja
Cookies om te optimaliseren
nee
ja
UoyTube-cookies
nee
ja
Advertenite-cookies
nee
ja
Figuur 16
© Tiekstramedia
Steeds meer organisaties willen weten welke betekenis big data heeft voor hun producten, diensten en processen. De hoeveelheid data verdubbelt elk jaar wereldwijd. Maar ook de verschillen in data en de snelheid waarmee data zich vernieuwen neemt zeer snel toe. 21
STAT01
Statistisch onderzoek De technologie van computers wordt steeds kleiner, goedkoper, krachtiger, draadloos en verbonden met andere producten en diensten. Sensoren, antennes, netwerken en applicaties verzamelen gegevens om die ergens aan netwerken te koppelen. Elektronica, kleding, meubels, gebouwen, auto’s en andere producten en diensten worden ondersteund en gekoppeld aan netwerken. Bij mobiele telefoons, smartwatches, brillen, gehoorapparaten en zelfs pacemakers spreek je van het internet der dingen.
Figuur 17
© Shutterstock / Erik Koole Photography
Weetje! De corona-app is een voorbeeld waarin metadata van veel personen wordt gekoppeld.
Werken met big data Datamining houdt zich bezig met het verwerken en bewerken van ongestructureerde data. Het doel is nuttige inzichten of waardevolle goederen en diensten voor de wetenschap, de journalistiek, de overheid of voor commerciële bedrijven te ontdekken. Daarvoor heb je algoritmes als gereedschap nodig. Een algoritme is een logische serie stappen en instructies die zich herhalen en naar een bepaald doel leiden. Voor dit werk is geheugencapaciteit en verwerkingscapaciteit nodig. Om alle databestanden te bewaren en te onderzoeken zijn enorme datacenters gebouwd met ook een enorm hoog energieverbruik.
Figuur 18
© Shutterstock / Aerovista Luchtfotografie
22
Een kwalitatief onderzoek
Gevaren van big data De overheid moet zorgen voor wetten en beleid om de rechten van belanghebbenden te beschermen. De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) regelt binnen Europa hoe organisaties moeten omgaan met persoonsgegevens en legt de rechten van individuen en de plichten voor partijen die persoonsgegevens verwerken vast. Regelmatig vind je berichten over hackers en datalekken. Een hacker is een persoon die binnendringt in een computernetwerk door de beveiliging te omzeilen. Voor hackers zijn big data ook een goudmijn. Als een bedrijf zijn verzamelde gegevens niet goed beveiligt, kunnen hackers inbreken en de gegevens te koop aanbieden. Maar ze kunnen ook door een cyberaanval het systeem gijzelen en losgeld vragen. Een ethisch hacker test systemen en netwerken en meldt gevonden fouten en zwaktes aan de bedrijven en instanties. Ze staan dus aan de goede kant. Gegevens van mogelijk miljoenen Nederlanders zijn door criminelen gestolen bij RDC, een bedrijf dat autogarages ICT-diensten aanbiedt. Dat meldt de NOS donderdag op basis van eigen onderzoek. Het gaat om onder meer privéadressen, telefoonnummers, e-mailadressen en geboortedata van klanten van de autogarages. De gegevens worden verkocht op een hackersforum. Hoeveel mensen gedupeerd zijn, is onbekend. De hacker die de data verkoopt, zegt gegevens van 7,3 miljoen personen te hebben. De NOS schrijft dat sommige klanten mogelijk meerdere keren zijn meegeteld. Bron: Nu.nl
5
Een kwalitatief onderzoek Onderzoek naar consumentenvertrouwen Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) verzamelt veel gegevens om inzicht te krijgen in heel veel verschijnselen. Eén daarvan is het consumentenvertrouwen. Of consumenten wel of geen vertrouwen hebben is van belang voor de plannen van bedrijven. Hoe beter het inzicht, hoe beter bedrijven beslissingen kunnen nemen over investeringen, voorraad en productie.
5.1
Onderzoeksvraag consumentenvertrouwen De vraag die het CBS onderzoekt is: ‘Hoe ontwikkelt zich het oordeel van de consumenten over de economische situatie in een land, de financiële situatie van de consument en de bereidheid om duurzame goederen aan te schaffen’? Het CBS stelt de vragen in de eerste tien dagen van de maand en maakt aan het eind van elke maand de uitslag bekend in de vorm van een indicator van het consumentenvertrouwen.
23
STAT01
5.2
Statistisch onderzoek
Verzamelen van gegevens over consumentenvertrouwen Het CBS wil weten hoe de Nederlanders de economische situatie van Nederland en hun eigen financiële situatie beoordelen. Dit doet het CBS op basis van vijf vragen. Elke maand maakt het CBS de index bekend. De enquête bestaat uit vijf gesloten vragen. Deze vragen moet een groep van 10.000 consumenten beantwoorden. 1 Is de economische situatie in Nederland in de laatste 12 maanden beter of slechter geworden of hetzelfde gebleven? 2 Gaat de economische situatie in Nederland in de komende 12 maanden beter of slechter worden of hetzelfde blijven? 3 Is uw eigen financiële situatie in de laatste 12 maanden beter of slechter geworden of hetzelfde gebleven? 4 Verwacht u dat uw eigen financiële situatie de komende 12 maanden beter of slechter zal worden of hetzelfde blijven? 5 Is het een gunstig moment om duurzame consumptiegoederen te kopen?
Mogelijke antwoorden Bij de berekening van het consumentenvertrouwen maakt het CBS onderscheid tussen optimisten, pessimisten en mensen die vinden dat er geen verandering is of het niet weten. Bij de eerste vier vragen zijn de mogelijke antwoorden: O Duidelijk verbeteren O Iets verbeteren O Ongewijzigd blijven O Iets verslechteren O Duidelijk verslechteren O Weet niet De antwoorden bij de laatste vraag zijn: O Gunstig O Beetje gunstig O Neutraal O Beetje ongunstig O Ongunstig O Weet niet Het CBS bepaalt welk percentage optimistisch, pessimistisch en neutraal is. • Optimistisch: duidelijk verbeteren, iets verbeteren, gunstig en beetje gunstig • Pessimistisch: iets verslechteren, duidelijk verslechteren, beetje ongunstig en ongunstig • Neutraal: ongewijzigd blijven, neutraal, weet niet
24
Een kwalitatief onderzoek
5.3 Weergeven in een tabel en grafiek Relatieve gegevens in een meervoudige tabel De gegevens zijn verzameld en uitgedrukt in een percentage van het totaal. beter
slechter
gelijk of weet niet
totaal
verschil
33
56
11
100
-23
42
36
22
100
6
31
34
35
100
-3
42
25
33
100
17
gunstig
ongunstig
neutraal weet niet
totaal
44
26
30
100
Is de economische situatie in Nederland in de laatste 12 maanden beter of slechter geworden of hetzelfde gebleven? Gaat de economische situatie in Nederland in de komende 12 maanden beter of slechter worden of hetzelfde blijven? Is uw eigen financiële situatie in de laatste 12 maanden beter of slechter geworden of hetzelfde gebleven? Verwacht u dat uw eigen financiële situatie de komende 12 maanden beter of slechter zal worden of hetzelfde blijven?
Is het een gunstig moment om duurzame consumptiegoederen te kopen?
18
Het consumentenvertrouwen meet je als verschil tussen de optimisten en de pessimisten. Met de antwoorden ‘gelijk’, ‘neutraal’ en ‘weet niet’ doe je verder niets. Per vraag bepaal je het verschil, het totaal van de verschillen en het gemiddelde van de verschillen. beter
slechter
gelijk of weet niet
totaal
verschil
33
56
11
100
-23
42
36
22
100
6
31
34
35
100
-3
42
25
33
100
17
gunstig
ongunstig
neutraal weet niet
totaal
44
26
30
100
Is de economische situatie in Nederland in de laatste 12 maanden beter of slechter geworden of hetzelfde gebleven? Gaat de economische situatie in Nederland in de komende 12 maanden beter of slechter worden of hetzelfde blijven? Is uw eigen financiële situatie in de laatste 12 maanden beter of slechter geworden of hetzelfde gebleven? Verwacht u dat uw eigen financiële situatie de komende 12 maanden beter of slechter zal worden of hetzelfde blijven?
Is het een gunstig moment om duurzame consumptiegoederen te kopen?
18
15
Totaal van de verschillen Gemiddelde van de verschillen
3
25
STAT01
Statistisch onderzoek
Enkelvoudig relatief staafdiagram met negatieve waarden Dit gemiddelde kun je in een overzicht van één of twee jaren zetten, maar je kunt ook de ontwikkeling van vijftien jaar maken. Consumentenvertrouwen, december gemiddelde van de deelvragen 30 20 10 0 -10 -20 -30 -40 -50 2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
Figuur 19
2018
2019
© Tiekstramedia
Saldo van de deelvragen 2 0 -2 -4 -6 -8 -10 -12 -14 -16 -18 -20 -22 -24 -26 -28
-30 jan 19
mrt 19
jun 19
sep 19
dec 19
mrt 20
jun 20
sep 20
dec 20 jan 21
Perioden
Figuur 20
© Tiekstramedia
Zoals je ziet schommelt het consumentenvertrouwen en kun je verdergaan met het zoeken van verklaringen. Zoals de kredietcrisis van 2008-2013 en de coranacrisis vanaf maart 2020.
26
Begrippen
Begrippen Aselect
Eigenschap van een steekproef, waarbij elk element een even grote kans heeft om in de steekproef te komen.
AVG
Algemene verordening gegevensbescherming
Big data
Gegevensverzamelingen (datasets) die zo groot en zo weinig gestructureerd zijn dat je die niet met gewone systemen kunt onderhouden.
Bron
Vindplaats van gegevens.
Cookies
Een cookie is een klein tekstbestand dat door een website op je computer, tablet of mobiele telefoon wordt geplaatst om gegevens te bewaren over je websitebezoek of jou als bezoeker.
Database
Gegevens.
Datamining
Het systematisch en geautomatiseerd doorzoeken van een database om patronen en verbanden te ontdekken.
Eenheid van meting
Eenheid waarin je waarde toekent aan een verschijnsel.
Element
Kleinste deel van een massa.
Enquête
Geheel van samenhangende vragen en antwoordmogelijkheden.
Grafiek
Grafische voorstelling van de gegevens uit een tabel.
Hacker
Iemand die binnendringt in een computernetwerk door de beveiliging te omzeilen.
Kwalitatief gegeven
Gegeven dat je moeilijk in getallen kunt uitdrukken.
Kwantitatief gegeven
Gegeven dat je kunt meten in liters, grammen, meters, decibellen, enzovoort.
Massa
Verzameling elementen die je kunt onderzoeken.
Metadata
Extra gegevens over de tijd, jouw locatie, jouw toestel en jouw provider die door bedrijven worden verzameld.
Panel
Vaste groep personen die representatief is voor de te onderzoeken massa en aan wie je vragen kunt stellen.
Populatie
Verzameling elementen die je kunt onderzoeken.
Primaire bron
Zelf verzamelde gegevens.
Representatief
Eigenschap van een steekproef, waarbij de steekproef een getrouwe afspiegeling is van de samenstelling van een populatie.
Secundaire bron
Gegeven dat je gebruikt, maar dat door een ander is verzameld.
Statistiek
Wetenschap die zich bezighoudt met het verzamelen, ordenen, presenteren en analyseren van gegevens om een beter inzicht te krijgen in massaverschijnselen. Maar ook: een tabel of een grafiek.
Steekproef
Gedeeltelijk onderzoek van de massa.
Tabel
Geordend overzicht van de resultaten van een onderzoek.
27
STAT01
Statistisch onderzoek
28
OPDRACHTEN Aan de slag met ‘Statistisch onderzoek’ Statistisch onderzoek 1 2 3 4 5
Kennismaking met statistisch onderzoek Verzamelen van gegevens Verwerken en analyseren van gegevens Big data Een kwalitatief onderzoek
Leerdoelen Na deze module kan ik: Kennis: • de begrippen bronnen, populatie, massa, element, enquête, steekproef, aselect, representatief, sturend, kwalitatief en kwantitatief omschrijven. • de fasen van een statistisch onderzoek beschrijven. Begrip: • uitleggen dat statistiek zich bezighoudt met het verzamelen, ordenen en analyseren van gegevens. • uitleggen dat je een massa kunt onderzoeken naar omvang, structuur of samenhang. • het verschil aangeven tussen een primaire en een secundaire bron. • het verschil aangeven tussen een steekproef en een volledig onderzoek. • het verschil aangeven tussen kwantitatieve en kwalitatieve gegevens. • de eisen aangeven waar vragen aan moeten voldoen. • de eisen aangeven die aan je een steekproef moet stellen. • de betekenis van big data aangeven. • de gevaren van big data aangeven. Vaardigheid: • een enkelvoudige tabel lezen. • een eenvoudig kwalitatief onderzoek lezen. • een 5-puntsschaal gebruiken.
29
STAT01
Statistisch onderzoek
Oriëntatievragen Wat weet je al over statistiek? Wat doet statistiek? Heb je weleens meegedaan aan een statistisch onderzoek? Beantwoord de oriëntatievragen en kom er zo achter wat je allemaal nog hebt te leren.
1
Onderzoeken Noem vijf onderwerpen in de wereld om je heen die je zou kunnen onderzoeken.
2
Onderwerpen Noem bij de vijf onderwerpen wat je dan kunt onderzoeken.
3
Enquête
a Heb je zelf weleens meegedaan aan een onderzoek zoals bijvoorbeeld een enquête op internet?
b Zo ja, waar ging de enquête over en op welke manier zijn er gegevens aan jou gevraagd?
4
Cookies
a Wat zijn volgens jou de voordelen van cookies?
b Wat zijn volgens jou de nadelen van cookies?
5
Bekende? Wat weet Netflix of Ziggo van jou?
30
Oriëntatievragen
6
Wat is oud? Wanneer is iemand oud?
7
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
a Zijn er volgens jou meer mannen dan vrouwen in Nederland?
b Schat hoeveel het vermogen van alle Nederlandse huishoudens bij elkaar in Nederland bedraagt. Splits dit vermogen in bezittingen en schulden Bezit €
− Schuld €
= Vermogen €
Tip! Het CBS heeft dit al voor jou onderzocht.
8
Gemiddelde Nederlander Hoe ziet een gemiddelde Nederlander eruit?
9
Zoek de juiste combinatie Organisaties verzamelen data. Combineer de juiste organisatie met het juiste gedrag. Google
•
•
Interesses en sociale connecties
•
•
Kijkgedrag
Netflix
•
•
Koopgedrag
Amazon
•
•
Luistergedrag
Spotify
•
•
Websites en zoekgedrag
31
STAT01
Statistisch onderzoek
Kennisvragen Neem de inhoud van de module Statistisch onderzoek aandachtig door. Beantwoord daarna de kennisvragen en controleer zo of je de leerstof begrijpt.
1
Kennismaking met statistisch onderzoek 1
Statistiek Waar houdt het vak statistiek zich mee bezig? ◯ het maken van tabellen en grafieken ◯ het verzamelen en ordenen van gegevens ◯ het houden van steekproeven
2
Element en massa Combineer het juiste element met de juiste massa.
3
Fiets
•
•
Fietsen
Tompouce
•
•
Gebak
Biefstuk
•
•
Stripfiguur
Rode fiets
•
•
Vlees
Tom Poes
•
•
Vervoermiddelen
Statistische begrippen Zet achter de omschrijving het juiste begrip. Omschrijving
Begrip
Kleinste deel van een populatie Ander woord voor populatie Onderzoek van een beperkt aantal elementen van de populatie Cijfermatig overzicht met gegevens in rijen en kolommen Ander woord voor gegevens
32
Kennisvragen
4
Organisaties Welke vier van de onderstaande zes organisaties houden zich bezig met het verzamelen en verstrekken van gegevens aan bijvoorbeeld ondernemers? Tip! Weet je het even niet, google er dan naar!
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
5
a CBR b KvK c ANWB d VVD e Kantar f EIM
Fasen van onderzoek Zet de activiteiten van een statistisch onderzoek in de juiste volgorde.
2
1 2 3 4
Verwerken en analyseren van de gegevens; Verslaggeving van het onderzoek; Verzamelen van de gegevens; Probleemstelling en voorbereiding.
◯ ◯ ◯ ◯
a b c d
3–4–1–2 4–3–1–2 4–1–3–2 3–4–2–1
Verzamelen van gegevens 6
Begrip of omschrijving Vul de lege cellen in. Begrip
Omschrijving Onderzoek van alle elementen van een populatie
Primaire bron Ieder element heeft een even grote kans om in een steekproef te komen. CBS Als de conclusies gelijk zijn bij steekproef en volledige telling.
33
STAT01
7
Statistisch onderzoek
Juist of onjuist Ken de theorie. Geef aan of de uitspraken juist of onjuist zijn.
8
Juist
Onjuist
Een populatie is een verzameling elementen.
◯
◯
Een steekproef moet representatief zijn.
◯
◯
Een primaire bron kun je gratis of tegen een geringe betaling krijgen bij het CBS.
◯
◯
Goede vragen zijn niet sturend, maar op één manier uit te leggen en schriftelijk.
◯
◯
Populatie of steekproef? Geef het verschil aan tussen een volledige telling en een steekproef.
9
Steekproef Welke twee voorwaarden voor een steekproef horen niet in het rijtje thuis? □ Nauwkeurig gekozen □ Aselect □ Voldoende groot □ Representatief □ Actueel
10
Kwalitatief Omschrijf het begrip kwalitatief en geef hiervan drie voorbeelden.
11
Kwantitatief Omschrijf het begrip kwantitatief en geef hiervan drie voorbeelden.
34
Kennisvragen
12
Enquêtevragen (1) Aan welke vier voorwaarden moeten enquêtevragen in ieder geval voldoen? 1 2 3 4
13
Enquêtevragen (2)
a Hoe kun je enquêtevragen naar kwaliteit gesloten maken? b Geef een voorbeeld van een antwoordmodel op een vraag naar een mening.
3
Verwerken en analyseren van gegevens 14
Maak de zinnen kloppend Maak de twee onderstaande zinnen compleet door de juiste woorden in te vullen. Als de gegevens zijn verzameld, moet je ze daarna Vervolgens maak je dan een
15
en een
Juiste volgorde Plaats de volgende vier begrippen in de juiste volgorde. Grafieken Rangschikken Sorteren Tabellen
35
en .
.
STAT01
Statistisch onderzoek
4
Big data 16
Begrip of omschrijving Vul de lege cellen in. Begrip
Omschrijving Gegevensverzamelingen die je die niet met gewone systemen kunt onderhouden
Hacker
Gegevensverzameling Datamining
Een logische serie stappen en instructies die zich herhalen en naar een bepaald doel leiden Cookie
17
Gevaren van big data
a Welke gevaren kleven er aan het verzamelen van big data?
b Wat doet de overheid om gevaren met betrekking tot big data te beperken?
36
Kennisvragen
5
Een kwalitatief onderzoek 18
Consumentenvertrouwen Het CBS doet regelmatig onderzoek naar consumentenvertrouwen. Beantwoordt de volgende vragen.
a Waarom is onderzoek naar consumentenvertrouwen van belang voor bedrijven?
b Hoe luidt de vraag die het CBS als probleemstelling gebruikt bij het onderzoek naar consumentenvertrouwen?
c Met welke regelmaat voert het CBS het onderzoek naar consumentenvertrouwen uit? d Op welke manier verzamelt het CBS gegevens over het consumentenvertrouwen? e Hoeveel consumenten betrekt het CBS bij dit onderzoek? f Is hier sprake van een steekproef of van een volledige telling? g Noem twee voorwaarden waar deze steekproef aan moet voldoen om de uitkomst representatief te laten zijn voor de gehele Nederlandse bevolking.
h Gebruikt het CBS open of gesloten vragen bij het onderzoek naar consumentenvertrouwen? Motiveer je antwoord.
i Is hier sprake van een kwalitatief of kwantitatief onderzoek?
j Het CBS verwerkt de gegevens van het onderzoek in tabellen. Het bureau gebruikt hier relatieve gegevens voor. Wat zijn relatieve gegevens?
37
STAT01
Statistisch onderzoek
k Ook maakt het CBS grafieken van dit onderzoek. Wat is het voordeel van een grafiek ten opzichte van een tabel?
l Wat kun je zeggen over het consumentenvertrouwen vanaf maart 2020 en heb je daar een verklaring voor?
Kijk het onderdeel kennisvragen na. Verbeter je fouten met een rode pen. Je kunt dan later eenvoudig zien aan welke onderwerpen je extra aandacht moet besteden omdat je vragen erover foutief of onvolledig hebt beantwoord.
38
Routineopgaven
Routineopgaven Er zijn geen routineopgaven voor deze module waarin je kennismaakt met statistisch onderzoek.
39
STAT01
Statistisch onderzoek
Praktijktaken Lees de praktijktaken aandachtig door en voer de opdrachten uit. Loop je vast, vraag dan je docent om een oplossing. Zorg dat je begrijpt wat je aan het doen bent en koppel je werkzaamheden aan de theorie die je in deze module hebt geleerd.
T 1
Doe mee aan een marktonderzoek Gegeven Ga naar www.survio.com en registreer je. Log vervolgens in. Gevraagd
a Ga naar ‘marktonderzoek’. Ga vervolgens naar ‘multimedia consument enquête’. Ga daarna naar ‘voorvertoning & test’. De voorbeeldenquête die je hebt geopend, bestaat uit tien vragen.
b Geef per vraag aan of hij open of gesloten is en of er wordt gevraagd naar kwalitatieve of kwantitatieve gegevens. Open
Gesloten
Kwalitatief
Kwantitatief
• Vraag 1
□
□
□
□
• Vraag 2
□
□
□
□
• Vraag 3
□
□
□
□
• Vraag 4
□
□
□
□
• Vraag 5
□
□
□
□
• Vraag 6
□
□
□
□
• Vraag 7
□
□
□
□
• Vraag 8
□
□
□
□
• Vraag 9
□
□
□
□
• Vraag 10
□
□
□
□
c Wat valt je op als je de ingevulde gegevens van vraag b goed bekijkt?
Gegeven Dit is slechts een voorbeeldenquête. Gevraagd
d Wat zou jij veranderen aan deze enquête als je naar de verdeling van kruisjes in de tabel kijkt?
40
Praktijktaken
T 2
Consumentenvertrouwen (1) Gegeven Het CBS voert maandelijks onderzoek uit naar het consumentenvertrouwen. De uitkomst is van belang voor bedrijven voor het plannen van investeringen, productie en voorraden. Kijk nog eens goed naar de uitkomst van dit onderzoek. Consumentenvertrouwen, december Gemiddelde van de deelvragen 30 20 10 0 -10 -20 -30 -40 -50 2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
Figuur 1
2014
2015
2016
2017
2018
2019
© Tiekstramedia
Gevraagd
a In welk jaar was het consumentenvertrouwen het laagst? En in welk jaar het hoogst?
b In welke jaren daalde het consumentenvertrouwen? c In welke jaren waren de grootste twee dalingen?
d Wat is de laagst mogelijke score?
e Verklaar het verloop van het consumentenvertrouwen met het verloop van de financiële crisis.
f Wat is de hoogste en laagste score van het consumentenvertrouwen in het afgelopen jaar geweest? Zoek op www.cbs.nl, consumentenvertrouwen.
41
STAT01
T 3
Statistisch onderzoek
Consumentenvertrouwen (2) Gegeven Het CBS voert maandelijks onderzoek uit naar het consumentenvertrouwen. De uitkomst is van belang voor bedrijven voor het plannen van investeringen, productie en voorraden. In 2021 zijn in een maand de volgende gegevens verzameld. beter
slechter
gelijk of weet niet
totaal
verschil
Is de economische situatie in Nederland in de laatste 12 maanden beter of slechter geworden of hetzelfde gebleven?
34
55
11
100
-21
Gaat de economische situatie in Nederland in de komende 12 maanden beter of slechter worden of hetzelfde blijven?
52
30
18
100
22
Is uw eigen financiële situatie in de laatste 12 maanden beter of slechter geworden of hetzelfde gebleven?
33
39
28
100
-6
Verwacht u dat uw eigen financiële situatie de komende 12 maanden beter of slechter zal worden of hetzelfde blijven?
54
22
24
100
32
gunstig
ongunstig
neutraal weet niet
totaal
55
27
18
100
Is het een gunstig moment om duurzame consumptiegoederen te kopen?
Tip! Kijk per regel. In regel 1 zijn er 34 optimisten en 55 pessimisten, dat betekent 21 pessimisten meer. Je kunt het vertrouwen meten als −21.
Gevraagd Bereken het (gemiddelde) consumentenvertrouwen naar aanleiding van de vijf onderzochte vragen.
42
28
Praktijktaken
T 4
Consumentenvertrouwen in Europa Gegeven De Europese Unie voert ook maandelijks onderzoek uit naar het consumentenvertrouwen. De vragen zijn iets anders dan in Nederland. In 2021 zijn in een maand de volgende gegevens verzameld. beter
slechter
gelijk of weet niet
totaal
verschil
Verwacht u dat de economische situatie in de komende 12 maanden beter of slechter zal worden of hetzelfde blijven?
36
18
46
100
18
Verwacht u dat uw eigen financiële situatie de komende 12 maanden beter of slechter zal worden of hetzelfde blijven?
34
22
44
100
12
Verwacht u dat de werkloosheid in de komende 12 maanden zal dalen (beter worden) of zal stijgen (slechter worden) of hetzelfde blijven?
46
34
20
100
12
Verwacht u dat de mogelijkheid om te sparen in de komende 12 maanden beter of slechter zal worden of hetzelfde blijven?
30
28
42
100
2
Tip! Kijk weer per regel. In regel 1 zijn er 36 optimisten en 18 pessimisten, dat betekent 18 optimisten meer.
Gevraagd
a Bereken het (gemiddelde) consumentenvertrouwen met de gegevens van de Europese Unie.
b Vind je de manier van onderzoeken van Nederland beter dan die van de Europese Unie, slechter of vind je beide manieren even goed? Motiveer je antwoord.
Kijk je praktijktaken na. Kloppen je antwoorden met de uitwerkingen? Is dat het geval, dan heb je door hoe statische onderzoeken zijn opgebouwd en ben je in staat uitkomsten te lezen en te analyseren.
43
STAT01
Statistisch onderzoek
Integrale casus Alles wat je hebt geleerd in deze module komt samen in een onderzoek dat je gaat uitvoeren. Als je de theorie hebt begrepen, weet je precies wat er van je wordt verwacht. Loop je vast, lees dan de tekst in deze module nog eens na. Succes!
C 1
Dat is het onderzoeken waard Gegeven Samen met één of twee collega-studenten voer je een onderzoek uit. In deze module maak je een begin met dit onderzoek. De gegevens die je verzamelt gebruik je in de volgende module voor het verwerken in tabellen en grafieken. Het wordt een primair onderzoek. Dat wil zeggen dat je zelf de gegevens gaat verzamelen. Gevraagd
a Overleg met je docent wat de tijdsplanning is voor het uitvoeren van het onderzoek.
b Stel een groepje samen van twee of drie studenten waarmee je samen een onderzoek gaat doen.
c Overleg met je groepje over een onderwerp dat je gaat onderzoeken.
d Formuleer een onderzoeksvraag en laat hem door je vakdocent goedkeuren. e Overleg met elkaar welke gegevens je wilt verzamelen en hoe je die gegevens gaat verzamelen. Tip! Denk aan steekproef, aselect, representatief, kwaliteit, kwantiteit, enzovoort.
f Maak met elkaar een tijdsplanning van de uit te voeren acties en wie waar verantwoordelijk voor is. Opmerking: Spreek elkaar erop aan als iemand zich niet aan de afspraken houdt.
44
Integrale casus
g Stel de enquête samen en laat de vragen door je docent beoordelen. Opmerking: Let op dat de vragen voldoen aan de voorwaarden voor goede enquêtevragen.
h Voer het onderzoek uit. i Verzamel de gegevens. Sorteer de gegevens en breng een mogelijk rangschikking aan om ze te kunnen verwerken in een tabel. Tip! De tabel hoef je in deze module nog niet te maken.
Ben je tevreden over je werk? Bewaar de gegevens goed. Je hebt ze nodig bij module 2.
45
STAT01
Statistisch onderzoek
Samenvattingsopdracht Een samenvatting maken Neem de theorie nog eens grondig door. Maak dan de samenvatting compleet in de online leeromgeving van InBusiness Financieel.
Extra opgaven voor STAT01 Er zijn geen extra opgaven voor deze module in de online omgeving beschikbaar.
46
Evaluatie en reflectie
Evaluatie en reflectie Checklist Gebruik de checklist om na te gaan of je de inhoud van deze module hebt begrepen. Ja
Nee
Ik kan de begrippen bronnen, populatie, massa, element, enquête, steekproef, aselect, representatief, sturend, kwalitatief en kwantitatief omschrijven.
◯
◯
Ik kan de fasen van een statistisch onderzoek beschrijven.
◯
◯
Ik kan uitleggen dat statistiek zich bezighoudt met het verzamelen, ordenen en analyseren van gegevens.
◯
◯
Ik kan uitleggen dat je een massa kunt onderzoeken naar omvang, structuur of samenhang.
◯
◯
Ik kan het verschil aangeven tussen een primaire en een secundaire bron.
◯
◯
Ik kan het verschil aangeven tussen een steekproef en een volledig onderzoek.
◯
◯
Ik kan het verschil aangeven tussen kwantitatieve en kwalitatieve gegevens.
◯
◯
Ik kan de eisen aangeven waar vragen aan moeten voldoen.
◯
◯
Ik kan de eisen aangeven die aan je een steekproef moet stellen.
◯
◯
Ik kan de betekenis van big data aangeven.
◯
◯
Ik kan de gevaren van big data aangeven.
◯
◯
Ik kan een enkelvoudige tabel lezen.
◯
◯
Ik kan een eenvoudig kwalitatief onderzoek lezen.
◯
◯
Ik kan een 5-puntsschaal gebruiken.
◯
◯
Test je kennis en inzicht Test je kennis en inzicht in de online leeromgeving van InBusiness Financieel.
47
STAT01
Statistisch onderzoek
Reflecteer op je werkzaamheden 1
Tevreden? Geef op een schaal van 1 t/m 10 aan hoe tevreden je bent over hoe je deze module hebt doorgewerkt.
□
□
□
□
□
□
□
□
□
□
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
2
Aandachtspunt Welk aandachtspunt geef je jezelf om je score bij vraag 1 te verbeteren?
3
Opgedane kennis Geef op een schaal van 1 t/m 10 aan hoe tevreden je bent over je opgedane kennis tijdens het doorwerken van deze module.
□
□
□
□
□
□
□
□
□
□
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
4
Herhaling Ga je gemaakte werk nog eens goed na en noteer de vragen, opgaven, taken en casussen die je niet goed had of niet wist.
De zojuist door jou opgeschreven vragen, opgaven, taken en/of casussen zijn zeer de moeite waard om ze tijdig en regelmatig te herhalen voor je toets of examen!
5
Uitdaging Lees ‘De uitdaging’ bij de inleiding van deze module nog eens door en beschrijf de vaardigheden die je je hebt eigen gemaakt om deze opdracht uit te kunnen voeren.
Neem je reflectie door met je docent en vraag om goedkeuring van je antwoorden.
48
Dit boek is onderdeel van InBusiness, een modulaire methode voor mbo economie. Een breed aanbod van modules dekt alle onderwerpen voor de commerciële en financiële opleidingen. In de serie InBusiness Financieel worden modules aangeboden voor dekking van het kwalificatiedossier Financieel administratieve beroepen.
Bewezen didactiek De methode InBusiness is ontwikkeld door ervaren auteurs, die in de modules een duidelijke verbinding leggen tussen theorie en praktijk. De didactische opbouw van elke module is gebaseerd op het bewezen effectieve zes-leerfasen model: 1 Introductie 2 Theorie 3 Verwerking 4 Toepassing 5 Evaluatie/zelftoets 6 Toetsing De methode is compleet en van hoge kwaliteit. InBusiness is samen met docenten ontwikkeld, inhoudelijk sterk, prettig leesbaar, visueel aantrekkelijk en voldoet aan de eisen van de kwalificatiedossiers en aan de exameneisen. Digitaal, boeken of blended InBusiness Financieel is leverbaar op papier, volledig digitaal en als combinatie van beide (blended). De theorieboeken geven een heldere uitleg over de verschillende onderwerpen. Bij het theorieboek wordt een basislicentie geleverd, met extra theorie en opdrachten aangeboden in de interactieve digitale leeromgeving eDition. De werkboeken bevatten oriëntatievragen, kennisvragen, routineopgaven, praktijktaken en een integrale casus.
Statistiek LEERWERKBOEK
Leerwerkboek Statistiek omvat vijf modules over statistisch onderzoek. Aan bod komen bekende onderwerpen zoals tabellen en grafieken, het verwerken en analyseren van gegevens en indexcijfers.
Statistiek
LEERWERKBOEK FINANCIEEL NIVEAU 3&4
InBusiness Financieel
Als docent kun je bovendien een keuze maken uit het totale aanbod modules van InBusiness en die samenstellen tot een boek OpMaat. Digitaal is de methode beschikbaar voor scholen als Totaallicentie (volledig digitaal) of als Verwerkingslicentie (opdrachten digitaal, theorie op papier) in de interactieve leeromgeving eDition.
Eindredactie: Pieter Mijnster
• MET ING O EV
LEEROM INE G NL
Auteurs: Edward van Balen
LEEROM INE G NL
• MET ING O EV
InBusiness bevat modules die geschikt zijn voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (crebo: 25139) - Bedrijfsadministrateur (crebo: 25138) - Junior assistent-accountant (crebo: 25140)