LEERWERKBOEK COMMERCIEEL NIVEAU 3 & 4
Algemene economie
Inhoudsopgave 1. AE01 Een duurzame economie 2. AE02 Productiefactoren 3. AE03 Sectoren en de economische kringloop 4. AE04 Koopkracht
EP T
5. AE05 Markten en vraag
C
O
N
C
6. AE06 Handel
COMMERCIEEL
AE01
Een duurzame economie ThiemeMeulenhoff
Auteur Henk Tijssen Eindredactie Evelien van Dijk Jacqueline de Kok
AE01
Een duurzame economie
THEORIE
Introductie Schone vuilniswagens voor een duurzame economie Vanaf 2030 geen nieuwe vervuilende vuilniswagens in de straat en in de jaren erna álle vuilniswagens volledig zonder uitstoot van uitlaatgassen. Die afspraak maken het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, diverse gemeenten en een aantal partijen uit de reinigingsbranche vandaag op een grote bijeenkomst over duurzaam vervoer. Emissieloze reinigingsvoertuigen stoten geen CO2, stikstof en fijnstof uit tijdens het rijden. Daarmee zijn ze goed voor het klimaat en de schone lucht in de steden. En ze zijn vaak ook nog eens een stuk stiller, wat de leefbaarheid ten goede komt. Diverse gemeenten maakten hier afspraken over. Verantwoordelijk staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) vindt het een mooie stap in de uitvoering van het eerder gesloten klimaatakkoord: “De woorden ‘schoon’ en ‘vuilniswagen’ klinken misschien niet meteen als een logische combinatie. Maar als je bedenkt dat er zo’n 6000 reinigingsvoertuigen door onze straten rijden moet het dat wel worden.” Bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-economie/nieuws/2019/10/01/ rijk-en-gemeenten-maken-afspraken-over-schone-vuilniswagens
Figuur 1 Een elektrische vuilniswagen in Amsterdam
Shutterstock
2
Leerdoelen Kennis: • Ik kan de begrippen behoeften en middelen beschrijven. • Ik kan de begrippen consumptiehuishouding, maatschappelijk verantwoord ondernemen en ecologisch evenwicht beschrijven. • Ik kan de begrippen culturele factoren, fair trade en macro-, meso en microfactoren beschrijven. • Ik kan het begrip economische kringloop en economische middelen beschrijven. • Ik kan uitleggen wat milleniumdoelen zijn. • Ik kan de begrippen reputatie, relatie en ruil uitleggen. • Ik kan de begrippen welvaart, welstand en welzijn benoemen. • Ik kan de begrippen people, planet en profit beschrijven. Begrip: • Ik kan toelichten wat economie is. • Ik kan uitleggen wat een duurzame economie is. • Ik kan uitleggen hoe mensen ervoor zorgen dat ze met bepaalde middelen aan hun behoeften voldoen. • Ik kan toelichten waarom duurzame ontwikkeling zo belangrijk is. • Ik kan toelichten wat maatschappelijk verantwoord ondernemen is.
3
AE01
1
Een duurzame economie
Een duurzame economie In deze leereenheid leer je meer over een duurzame economie. Wat is economie eigenlijk? En wat betekent duurzaamheid? Ook gaat deze leereenheid in op behoeften en middelen in de economie en waarom deze samenhangen met een duurzame economie. Immers behoeften zijn eindeloos, maar de middelen zijn schaars en daarom moeten we daar zorgvuldig mee omgaan. Wat zijn behoeften en middelen en wat is de betekenis van ‘schaars’? Wat kunnen bedrijven bijdragen aan een duurzaam milieu, een duurzame economie en een beter klimaat? Hoe kan de armoede optimaal bestreden worden? En waarom zijn de begrippen people, planet en profit zo belangrijk voor jou en je bedrijf? Behoeften zijn onbeperkt, middelen zijn echter beperkt. In een duurzame economie worden de middelen zo aangewend dat zoveel mogelijk behoeften op een duurzame, milieubewuste en eerlijke manier worden verdeeld. Elke dag komt het woord economie wel een keer voorbij op het nieuws. ‘Het gaat beter met de economie in Nederland’. Of: ‘Het effect van de economie op de huizenmarkt is groot.’ Economie lijkt een groot, vaag en lastig begrip. Maar is dat wel zo?
Figuur 1 Volle tassen? Veel vertrouwen!
Shutterstock
1.1 Wat is economie? Het begrip economie kan verschillende betekenissen hebben. Een daarvan is: Economie is een wetenschap die zich bezighoudt met de productie, consumptie en distributie van schaarse goederen en diensten. De verschillende termen in deze definitie kun je als volgt omschrijven. Productie is het maken van goederen en diensten. Consumptie is het gebruiken van die goederen en diensten. Distributie is het verdelen van goederen en diensten. Schaars zijn betekent dat iets moeilijk te krijgen is. Je moet er moeite voor doen (tijd en/of geld). 4
Een duurzame economie Productie is dus het maken van producten (tastbare zaken zoals een brood, een auto) en het leveren van diensten (niet-tastbare zaken zoals een bezoek aan de bioscoop of een les economie op school). Bij consumptie gaat het erom dat die producten en diensten gebruikt worden: het brood eet je op, de automobilist gebruikt de auto, de les volg je op school. Luxe goederen zijn vaak moeilijk te krijgen. Je moet er veel moeite voor doen. Dat houdt in dat ze schaars zijn. Stel dat je een duur Rolex-horloge wil kopen. Dan moet je daar lange tijd voor sparen en dat betekent dat je andere dingen niet kunt kopen. Rolex-horloges zijn niet zo gemakkelijk te verkrijgen, er zijn maar enkele juweliers in Nederland die deze verkopen. Hoe schaarser een goed is, hoe meer je moet betalen voor zo’n goed. Deze definitie van economie gaat over wetenschap: geleerden, in dit geval economen, die onderzoek doen naar economische verschijnselen. Ze zoeken antwoord op vragen als: wat produceert een land? Landbouwproducten of vooral goedkope kleding? Wat gebruiken mensen in een land? Zijn ze vooral geïnteresseerd in lekker eten of willen ze allemaal de nieuwste spelcomputer? Hoe gaan spullen van land A naar land B? Waarom komen boontjes uit Afrika hier met het vliegtuig naartoe en nemen bananen de boot? Als het gaat om de beschrijving van de economie van een bepaald land, heeft het begrip economie een heel andere betekenis. Dan gaat het niet om de wetenschap. Economie gaat over de behoeftebevrediging van een land en zijn inwoners. Daar wordt het interessant. Voor jou als persoon, maar ook voor jou als toekomstige medewerker. Economie gaat er namelijk over of jij jouw behoeften kunt bevredigen. Of je een dak boven je hoofd hebt. Of je de spullen kunt kopen die je graag wilt hebben. Het gaat ook over de behoeften van andere mensen. En hoe zij proberen daaraan te voldoen. Voor zichzelf, voor hun gezin, of misschien voor hun werknemers. Dat is voor medewerkers van een organisatie interessant, want daar kunnen zij op inspelen met zaken als marketing, reclame en promotie. Binnen marketing en communicatie staan economische begrippen als ruil, relatie en reputatie centraal. Als mensen producten of diensten aanschaffen is er sprake van ruil: je ruilt geld voor een product of dienst. Of je ruilt producten en diensten voor andere producten en diensten. Dit heet bartering.
Figuur 2 Bartering Tiekstramedia
Om tot een ruil te kunnen komen moet je een relatie hebben: er moet een bepaalde verstandhouding zijn tussen de personen die ruilen. Denk aan een verkoper en een klant. Daarnaast speelt het begrip reputatie een grote rol: als je namelijk iets wilt ruilen dan is het belangrijk dat er vertrouwen is in je ruilpartner. De koper wil erop vertrouwen dat het bedrijf waarvan hij iets koopt een ‘goed’ bedrijf is. Dat ‘goed’ kan van alles betekenen: van het leveren van kwaliteitsproducten tot het meewerken aan een beter milieu. Andersom wil een bedrijf ook vertrouwen hebben in de kopers: dat zij bijvoorbeeld aan hun ruilverplichting kunnen voldoen (= kunnen betalen). Of dat zij zullen bijdragen aan een goede reputatie van het bedrijf. Ruil is de vrijwillige uitwisseling van ruilobjecten tussen ten minste twee partijen.
5
AE01
Een duurzame economie Een relatie is de interactie gedurende langere tijd tussen twee of meer partijen, bijvoorbeeld aanbieder en afnemer, waardoor binding of loyaliteit ontstaat en verandert. Reputatie is visie die anderen op je bedrijf hebben. Deze is ontstaan door het gedrag van het bedrijf door de jaren heen. Bartering is de ruil van goederen en/of diensten tegen andere goederen en/of diensten, dus zonder inschakeling van geld.
Soorten economie Omdat het begrip economie zo breed is, wordt het opgedeeld in macro-economie, mesoeconomie en micro-economie. Macro-economie is de economie die zich bezighoudt met de economie in de macroomgeving, op grote schaal, zoals de huishouding van een heel land. Meso-economie bestudeert de economische processen op bedrijfstakniveau, oftewel in de meso-omgeving. Micro-economie houdt zich bezig met het gedrag van één consument (consumptiehuishouding of gezinshuishouding) of één producent (productiehuishouding), dus binnen de micro-omgeving.
Macro omgevingselementen Meso bedrijfstakniveau Micro eigen organisatie
Figuur 4 Invloeden van de economie
Tiekstramedia
Feitelijk gaat het van ‘groot’ naar ‘klein’. De macro-omgeving omvat de hele economie. De meso-omgeving betreft de bedrijfstakken en de micro-omgeving is op het niveau van het bedrijf zelf. Er zijn allerlei factoren die de economie beïnvloeden. Deze zijn te groeperen aan de hand van het niveau waarop die factoren plaatsvinden. Op macroniveau spelen de macro-omgevingselementen een rol: het gaat dan meestal om factoren die voor een bepaald gebied belangrijk zijn, die van ‘buiten’ komen en waar mensen geen invloed op hebben.
6
Een duurzame economie Macro-omgevingselementen zijn bijvoorbeeld: • geografische factoren: Nederland ligt bijvoorbeeld voor een deel onder de zeespiegel. Dit heeft ervoor gezorgd dat Nederlanders heel goed zijn in watermanagement en dat heeft invloed op de economie; • demografische factoren: denk aan de vergrijzing van de bevolking. De gemiddelde leeftijd van mensen in Nederland stijgt; • sociaaleconomische factoren: bijvoorbeeld hoe de belastingdruk is in een land. Of wat mensen denken over uitkeringen; • sociaal-culturele factoren: hierbij gaat het om zaken als hoe mensen vinden dat we voor ouderen moeten zorgen in Nederland; • culturele factoren: de Nederlandse cultuur is bijvoorbeeld heel erg gericht op samenwerking en handel. Dit is al eeuwen zo; • economische factoren: denk bijvoorbeeld aan een economische crisis in China. Deze heeft invloed op Nederland zonder dat iemand er iets aan kan doen; • technische of technologische factoren: de opkomst van internet is een belangrijke economische factor. Het heeft de wereld veranderd; • politieke/ juridische factoren: kijk bijvoorbeeld naar oorlogen in andere landen. Of naar andere overheidsbeslissingen; • fysieke/milieu factoren: dit is bijvoorbeeld lucht- of bodemvervuiling in een bepaald gebied. Of het verdwijnen van de ozonlaag; • institutionele factoren: dit zijn bijvoorbeeld de regels en wetten die het aanbod van arbeidskrachten bepalen. Macroniveau is het geheel van veelal onbeheersbare en niet-beïnvloedbare externe omgevingsfactoren die gelden voor alle personen en organisaties in een bepaald gebied. Macrofactoren zijn veelal onbeheersbare invloeden vanuit de maatschappij. Binnen de meso-omgeving, dus op bedrijfstakniveau, krijg je te maken met mesoomgevingsfactoren. Bij de factoren hieronder zie je voorbeelden uit de autobranche. • veranderingen in aantallen concurrenten: als er een nieuw automerk op de markt komt, heeft Volvo er een concurrent bij; • veranderingen in de intensiteit van de concurrentie: als Kia een auto maakt die erg lijkt op een Volvo, zal Volvo daar last van kunnen hebben; • veranderingen bij afnemers of leveranciers: door een economische crisis zullen er minder auto’s verkocht worden; • veranderingen bij publieks- en belangengroepen: het kan gebeuren dat mensen meer elektrische auto’s gaan rijden omdat dat beter is voor het milieu. Mesoniveau zijn de beperkt beheersbare omgevingsfactoren op het niveau van de bedrijfstak of bedrijfssector. Op microniveau, dus het niveau van de eigen organisatie, heb je te maken met microomgevingsfactoren. Denk aan zaken als: • • • • • •
organisatiestructuur- en cultuur; personeelsbeleid; financieel beleid; marketingbeleid; productiebeleid; logistiek beleid.
Microniveau zijn de in principe beheersbare en beïnvloedbare interne omgevingsfactoren op het niveau van de eigen organisatie. Al deze factoren, dus op alle drie de niveaus, zijn van invloed op de economie. 7
AE01
Een duurzame economie In de economie staan de begrippen vraag en aanbod centraal. Het is meestal zo, dat als het aanbod van een bepaald product stijgt ten opzichte van de vraag, de prijs zal dalen. Als het aanbod van een product daalt ten opzichte van de vraag, zal de prijs stijgen. Zo zie je bijvoorbeeld dat de prijs van eieren vaak stijgt vlak voor Pasen. Daarna is er minder vraag en daalt de prijs. Consumenten, dus de consumptiehuishoudingen, vormen de vraagzijde van de economie. De productiehuishoudingen vormen de aanbodzijde van de economie. Er is altijd een wisselwerking tussen deze twee kanten. Dit heet de economische kringloop. Een consument is een persoon die consumeert, dat wil zeggen goederen of diensten koopt zonder de intentie te hebben deze te verkopen of te verwerken voor de verkoop. Een consumptiehuishouding is een persoon of gezin die consument is. De economische kringloop is een schematisch model van de werking van de economie als systeem. Deze kringloop is een abstracte voorstelling van de relaties tussen de consumenten en de bedrijven in een land. In een schema ziet deze economische kringloop er zo uit: Goederen en diensten
Consumentenuitgaven
Loon, huur, dividend Huishoudens Bedrijfsleven Productiefactoren Figuur 5 Economische kringloop
Tiekstramedia
In dit schema zie je dat goederen en diensten van een bedrijf naar een huishouden gaan. In ruil daarvoor levert een huishouden productiefactoren (zoals arbeid en kapitaal) aan de bedrijven. In deze leereenheid leer je over de behoeften van mensen en over de manieren waarop zij daarmee omgaan. Je leert waarom economen bijna alle goederen schaars noemen, ook al zijn er heel veel van. Je leert ook over twee belangrijke begrippen in dit verband, namelijk welvaart en welzijn.
1.2 Behoeften Ieder mens heeft behoeften. Van de wieg tot het graf: je zult altijd ergens behoefte aan hebben. Economen gaan ervan uit dat mensen een oneindig aantal behoeften hebben. Je kunt ook zeggen: behoeften zijn een gegeven. Je hoeft je immers niet af te vragen of mensen ze wel of niet hebben. Ze zijn er gewoon. Het begrip behoefte kan gedefinieerd worden als bewustzijn van een ontbering en begeren wat ontbreekt. Ontbering is als je iets niet hebt. Begeren betekent dat je iets heel graag wilt hebben.
8
Een duurzame economie Behoeften worden door economen ook wel op een andere manier ingedeeld: • primaire behoeften: dit zijn behoeften die bevredigd moeten worden om als mensheid in leven te blijven, zoals eten, drinken, slapen en seks; • secundaire behoeften: dit zijn behoeften zoals het functioneren in een bepaalde cultuur, de behoefte aan onderwijs of sport, en de behoefte aan waardering, aanzien en macht; • tertiaire behoeften: dit zijn de behoeften aan luxe goederen zoals vakanties, alcoholische dranken, bloemen, enzovoort. Deze behoeften kun je ook wensen noemen: ze zijn niet echt nodig, maar maken het leven wel veel leuker; • opgelegde behoeften: je bent verplicht om deze te bevredigen, denk aan het betalen van belasting of het gehoorzamen aan de regels van de wet of van het sociale leven (niet met je mond open eten, geen winden laten in gezelschap, het mobieltje uitzetten in de bioscoop). Deze verschillen sterk per cultuur. Mensen bevredigen hun behoeften vaak met behulp van producten, zoals goederen en diensten. Goederen zijn tastbaar, je kunt ze beetpakken. Denk aan een fiets, een zaklamp, voedingsmiddelen, een markeerstift. Diensten zijn juist niet-tastbare zaken. Een reis is bijvoorbeeld een dienst, net als een middag naar de bioscoop, een knipbeurt bij de kapper, of, iets minder prettig, een bezoekje aan de tandarts.
1.3 Middelen Mensen kunnen niet altijd hun behoeften bevredigen. Dit komt meestal omdat er niet genoeg producten en diensten (middelen) zijn om dat te doen. Je zult dus altijd moeten kiezen. Welke behoefte is het meest belangrijk voor je? Je zult ook iets moeten opofferen om aan je behoeften te voldoen. Je zult bijvoorbeeld moeten werken. Dit gaat ten koste van je vrije tijd. Als je voor een product een offer moet brengen, dan noemen economen dit product een schaars goed. Er is meer dan genoeg melk in Nederland, toch is dit in de economie ook een schaars goed. Je moet immers middelen opofferen om die melk te maken. Denk aan de gewerkte uren van de boer, maar ook aan machines en vrachtwagens die de melk naar de supermarkt brengen.
Figuur 6 In de economie is melk een schaars goed.
Shutterstock
Mensen kunnen niet altijd hun behoeften bevredigen. Dit komt meestal omdat er niet genoeg producten en diensten (middelen) zijn om dat te doen. Je zult dus altijd moeten kiezen. Welke behoefte is het meest belangrijk voor je? Je zult ook iets moeten opofferen om aan je behoeften te voldoen. Je zult bijvoorbeeld moeten werken. Dit gaat ten koste 9
AE01
Een duurzame economie van je vrije tijd. Als je voor een product een offer moet brengen, dan noemen economen dit product een schaars goed. Er is meer dan genoeg melk in Nederland, toch is dit in de economie ook een schaars goed. Je moet immers middelen opofferen om die melk te maken. Denk aan de gewerkte uren van de boer, maar ook aan machines en vrachtwagens die de melk naar de supermarkt brengen. Er zijn verschillende soorten middelen: Reële middelen zijn de productiemiddelen (of goederen) of arbeid die iemand kan gebruiken. Financiële middelen zijn de geldmiddelen die iemand tot zijn beschikking heeft. Vrije goederen zijn geen economische middelen. Ze zijn niet schaars en je hoeft er geen moeite voor te doen. Economische middelen zijn goederen en diensten. Zuurstof is een van de weinige voorbeelden van een vrij goed. De oermens had veel meer vrije goederen tot zijn beschikking dan wij nu. Denk aan schoon drinkwater: dat was duizenden jaren geleden overal te vinden. Nu is drinkwater een economisch (schaars) goed geworden. De meeste mensen proberen niet alleen hun behoeften zo goed mogelijk te bevredi gen, ze willen ook zoveel mogelijk behoeften bevredigen. Hoe meer behoeften je kunt bevredigen, hoe welvarender je bent. Omdat goederen schaars zijn, moet je keuzes maken. Je moet kiezen welke behoeften je op dit moment wilt bevredigen en welke je niet of nog niet zal bevredigen. Omdat behoeften oneindig zijn en middelen beperkt, moet je dus economisch handelen.
1.4 Welvaart en welzijn
Figuur 7 Heeft welvaart altijd met welzijn te maken?
Shutterstock
Welzijn is een gevoel van welbevinden, door sommigen ook wel beschreven als geluk.
10
Duurzaamheid Welzijn is voor iedereen anders en dus een subjectief begrip. De ene mens zal eerder tevreden zijn met wat hij heeft dan de ander. De een heeft een gevoel van welzijn op een feest, omringd door vrienden. De ander voelt zich het prettigst alleen thuis, met een glas cola voor de computer. Toch heeft het welzijn van de bevolking ook te maken met hoe het gaat in het land: de welvaart. Welvaart is de mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien met behulp van de middelen die hen tot beschikking staan. Bij welvaart zijn er twee varianten. • Welvaart in enge zin (welvaart in materiële zin) gaat over de hoeveelheid goederen en diensten die iemand tot zijn beschikking heeft. Welvaart in enge zin wordt gemeten via de hoogte van het (nationaal) inkomen. • Bij welvaart in ruime zin (welvaart in immateriële zin) behoren ook behoeften aan goede gezondheid, geluk of een schoon milieu. Deze zaken hebben niet allemaal met geld te maken. Welvaart in ruime zin is lastig te meten, omdat de behoeften daarvoor te subjectief zijn. Dan is er ook nog het begrip welstand. Welstand is een toestand van voorspoed, geluk en gunstige omstandigheden. Economisch gezien betekent welstand, dat iemand veel bezittingen heeft vergaard. Welvaart is de mate waarin de mens zijn behoeften kan bevredigen; welstand betekent dat iemand een hoog welvaartsniveau heeft bereikt. Als je kijkt naar de vijfhonderd rijkste Nederlanders die voorkomen op de jaarlijkse lijst van het tijdschrift Quote, kun je zeggen dat zij in grote welstand leven. Die lijst zegt echter weer niets over hun welzijn. Welstand is een subjectief begrip. De gemiddelde Nederlander is niet arm, maar de welstand van de gemiddelde Nederlander verbleekt bij de welstand van de mensen die bijvoorbeeld op de Quote-lijst voorkomen.
2
Duurzaamheid Sinds 1978 wordt er door beleidsmakers en overheden hard gewerkt om een betere aarde te krijgen. Het rapport van de Club van Rome maakte de mensheid wakker. Als we zo zouden doorgaan, dan zou de aarde binnen niet al te lange tijd onleefbaar worden. Vanaf die tijd probeert men duurzaam te ontwikkelen met zo min mogelijk schade aan mens en milieu. Duurzaam houdt dus in dat je als bedrijf voor nu en in de toekomst geen schade toebrengt aan de aarde, het milieu of andere mensen.
2.1 Wat is duurzaamheid? Duurzaamheid is afkomstig van het begrip ‘duurzaam’. Duurzame consumptiegoederen zijn goederen die voor langdurig en veel gebruik bedoeld zijn, zoals auto’s, koelkasten, wasmachines, enzovoort. Minstens drie jaar moet je kunnen doen met duurzame consumptiegoederen. Duurzaam is dus iets voor een langere termijn. Mensen willen graag dat de wereld bewoonbaar blijft en dat de armoede bestreden wordt. Om die reden is het belangrijk dat iedereen gaat voor duurzaamheid. Duurzame producten kunnen helpen om de klimaatverandering en de armoede te bestrijden. Duurzame ontwikkeling is dus noodzakelijk om de aarde bewoonbaar en leefbaar te houden.
11
AE01
Een duurzame economie Duurzaamheid betekent dat iets duurzaam is voor nu en in de toekomst, en geen schade toebrengt aan de aarde, het milieu of andere mensen. Mensen streven naar economische ontwikkeling en economische groei. Duurzame economische groei realiseren is beter. Je spreekt dan van duurzame ontwikkeling. Als je bijvoorbeeld een boom kapt, moet je weer een nieuwe boom planten. Er mag dus niet méér uit de natuur gehaald worden dan erbij komt. Je let ook op zaken als het milieu, je medemens en de cultuur, ook wel aangeduid als ‘people, planet en profit’. Is het in het belang van het milieu om een winstgevend zwaar vervuilend bedrijf op een bepaalde plaats neer te zetten? Wat zijn de effecten van deze vervuiling op de lange termijn? Mogen mensen de aarde (planet) zo wel gebruiken? Hoe staat het met de mondiale voetafdruk van mensen? Het ideaal is dat economische ontwikkeling een duurzame ontwikkeling is. Dit is niet altijd mogelijk. De overheid moet dan beslissen wat zij voorrang geeft. Denk aan de aardgaswinning in Groningen. De bevolking in Loppersum werd in toenemende mate geconfronteerd met aardbevingen als gevolg van de gaswinning. Er ontstonden scheuren in de muren van huizen, er was instortingsgevaar en woningen werden minder waard. Kortom: het woongenot van de mensen uit Loppersum nam fors af. De overheid besloot om de aardgasproductie te verminderen. Om aan de vraag naar aardgas te blijven voldoen, moest zij een alternatief zoeken. De overheid wil nu de aardgasproductie in de Noordzee verhogen. Hierdoor zal echter de leefomgeving van vissen verslechteren. Bovendien zullen het ecologische evenwicht en de ecologische ontwikkeling daar gaan veranderen. Duurzame ontwikkeling is een voortdurende zoektocht naar een oplossing die voor alle partijen acceptabel is. Nog te vaak delft het milieu hierbij het onderspit. Toch is onze leefomgeving van levensbelang. Er zijn drie soorten milieuproblematiek. • vervuiling en verontreiniging: hierbij komen gevaarlijke stoffen in de leefomgeving terecht; • verbruik en uitputting: verbruik van fossiele brandstoffen (olie, gas, hout) en uitputting van de bodem of de zeeën (overbevissing); • verandering en aantasting: vaak gebeurt dit door de mens, bijvoorbeeld bij de bouw van nieuwe wijken en steden, overmatig antibioticagebruik bij dieren en genetische manipulatie (van gewassen). People, planet en profit betekent in het kort mensen, aarde en voordeel. Wat de aarde voortbrengt en wij met zijn allen produceren, moet in het belang van iedereen zijn. Ecologisch evenwicht is een evenwicht tussen aan de ene kant de belangen van het bedrijfsleven en de economie en aan de andere kant de belangen van de natuur en de mens. Ecologische ontwikkeling is verandering op het gebied van de fysieke omgeving of de leefomgeving, bijvoorbeeld huizenbouw, wegenbouw, enzovoort, maar ook de aandacht voor het leefmilieu hierin (bijvoorbeeld aanleg van natuurgebieden). Milieuproblemen zijn problemen die veroorzaakt worden doordat mensen verkeerd met het milieu omgaan. Culturele factoren zijn van invloed op het beleid van een organisatie in een bepaald gebied. Zij hebben betrekking op de kenmerken van een maatschappij en maatschappelijke verhoudingen (waarden en normen). Sociale factoren of welstandsfactoren geven de redenen aan van een plaats van een individu in een groep. 12
Duurzaamheid De mondiale voetafdruk is de druk die een individu uitoefent op de aarde door zijn/haar consumptie en de potentiĂŤle schade die dit aanbrengt.
Figuur 8 People, planet, profit. Een groene aarde voor iedereen‌
Shutterstock
2.2 Waarom is duurzame ontwikkeling belangrijk? Sinds 1978 weet men dat de natuurlijke hulpbronnen zoals metalen (goud, zilver, ijzererts), aardolie en aardgas, landbouwgrond, enzovoort beperkt zijn. We moeten er dus zorgvuldig mee omgaan. Dat is niet alleen een taak van de overheden, maar van ons allen. In 2000 formuleerde de Verenigde Naties (VN) millenniumdoelen, die in 2015 zijn aangepast. In 2030 wil de VN deze doelen graag verwezenlijkt hebben. Hieronder zie je de nieuwe doelen die in 2015 zijn geformuleerd.
13
AE01
Een duurzame economie
De nieuwe doelen van de VN zijn: • Einde aan armoede. Zorg dat niemand meer onder de extreme armoedegrens van 1,25 dollar per dag leeft en halveer het aantal armen. • Geen honger. Zorg dat iedereen het hele jaar genoeg te eten heeft, stop ondervoeding en verhoog de opbrengst en duurzaamheid van landbouw. • Gezondheidszorg voor iedereen. Verminder moeder- en kindersterfte, voorkom hiv/aids, tuberculose en malaria, en ziektes als kanker en diabetes. Verminder ook het aantal verkeersdoden en mentale ziektes. • Goed onderwijs. Zorg dat alle meisjes en jongens de basis- en middelbare school afmaken en dat iedereen goed technisch-, beroeps- of universitair onderwijs kan volgen. • Vrouwen en mannen gelijk. Beëindig discriminatie en geweld tegen meisjes en vrouwen. Doorbreek het glazen plafond en regel goede gezondheidszorg rond seksualiteit en voortplanting. • Schoon water en wc’s. Zorg dat iedereen veilig en betaalbaar drinkwater, goede riolering en toiletten heeft, en verminder watervervuiling en waterschaarste. • Groene energie. Zorg dat iedereen betaalbare en moderne energie heeft, dat meer energie uit hernieuwbare bronnen komt en dat we efficiënter met energie omgaan. • Banen en economische groei. Zorg voor economische groei, werk voor mannen en vrouwen, veilige werkomstandigheden, arbeidsrecht, banen voor jongeren en beëindig dwangarbeid, slavernij en kinderarbeid. • Infrastructuur en duurzame industrialisatie. Betere en duurzame infrastructuur om economische ontwikkeling en het welzijn van mensen te vergroten. Meer, schonere en innovatieve industrie en betaalbaar internet voor iedereen. • Kleinere kloof tussen arm en rijk. Zorg dat de inkomens van de armste mensen sneller groeien. Geef ontwikkelingslanden inspraak in internationale financiële instituties. Gelijke kansen voor iedereen, onafhankelijk van leeftijd, sekse, handicap, afkomst en religie. • Veilige en groene steden. Zorg dat iedereen veilig, schoon en betaalbaar kan wonen met voldoende groen en openbaar vervoer. • Duurzame consumptie en productie. Zorg voor duurzaam beheer en efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen en halveer voedselverspilling. Verminder chemicaliën en ander afval in de lucht, water en bodem. Stimuleer duurzame bedrijfsvoering en zorg dat iedereen voldoende informatie heeft over een groene levensstijl. • Klimaatverandering aanpakken. Zorg dat landen beter bestand zijn tegen natuurrampen, zorg dat landen klimaatbeleid invoeren en meer mensen zich bewust worden van klimaatverandering. • Bescherm de zeeën. Bescherm de zeeën en oceanen, voorkom vervuiling, stop overbevissing, illegale visserij en stop subsidies die daaraan bijdragen. • Bescherm de natuur. Zorg voor het behoud, herstel en duurzaam gebruik van ecosystemen op het land, met name bossen, bergen, moerassen en droge gebieden. Stop het verlies aan biodiversiteit en bescherm bedreigde diersoorten. • Vrede en veiligheid. Bevorder de rechtsstaat. Verminder corruptie en alle vormen van geweld. Beëindig misbruik, exploitatie en mishandeling van kinderen. • Samenwerken aan de werelddoelen. Om alle doelen te behalen in 2030 moeten landen, bedrijven, organisaties en burgers samenwerken met de nadruk op technologie, kennisoverdracht, handel, data, beleidscoherentie en financiële stromen.
14
Klimaatverandering en duurzame energie Zoals je ziet besteedt de VN veel aandacht aan vraagstukken als welvaartsverdeling, ontwikkelingsmogelijkheden en armoedebestrijding. Verder wil de VN dat wij minder milieubelastend consumeren. De mondiale voetafdruk van een Nederlander is vele malen groter dan die van iemand uit Mali in Afrika. Dit houdt in dat een Nederlander voor een grotere milieubelasting zorgt dan een Malinees. Werelddoelen zijn doelen die de Verenigde Naties hebben geformuleerd om de wereld leefbaar, bewoonbaar en gezond te houden. In 2030 willen de Verenigde Naties de doelen bereikt hebben. Millenniumdoelen waren de doelen die de Verenigde Naties hadden geformuleerd in 2000 om de wereld bewoonbaar en gezond te houden. In 2015 moesten deze doelen gerealiseerd zijn.
3
Klimaatverandering en duurzame energie
3.1 Klimaatverandering Al vanaf de negentiende eeuw is er sprake van milieuverontreiniging. Rond de jaren zestig van de vorige eeuw begon het probleem urgent te worden. De overheid greep in. Men wilde niet langer dat het leefmilieu werd aangetast. Men wilde vervuiling, uitputting en aantasting van het milieu tegengaan. Een van de effecten van de milieuvervuiling is het broeikaseffect. Dit wordt veroorzaakt door een hoge CO2-uitstoot. Het gevolg is dat de aarde langzamerhand warmer wordt. De temperatuurstijgingen lijken allemaal aan de lage kant, maar vergis je niet in de effecten. Een temperatuurstijging van ĂŠĂŠn graad heeft al grote gevolgen voor mens en milieu. Een van de effecten is smeltend poolijs. Hierdoor komen de leefgebieden van bijvoorbeeld de ijsbeer in gevaar en stijgt de zeespiegel. En door smeltende gletsjers, bijvoorbeeld in de Himalaya, komt de zoetwatervoorraad voor miljoenen mensen in gevaar. In Nederland zorgen veel bedrijven voor hoge concentraties stikstof in de atmosfeer, waardoor het milieu zwaar aangetast wordt. De overheid heeft maatregelen genomen om deze uitstoot terug te dringen. Dat geldt ook voor PFAS. Dat is een bepaald soort plastic dat de volksgezondheid niet ten goede komt. De overheid probeert dus zowel de PFAS concentratie als de stikstofconcentratie te verminderen en heeft maatregelen afgekondigd waar beroepsgroepen zich volgens de wet aan moeten houden. Niet alle beroepsgroepen zijn het daarmee eens, denk aan de boeren en het stikstofbeleid.
3.2 Duurzame energie De winning van olie en gas kan niet eindeloos doorgaan. De olie- en gasvoorraad zijn immers eindig. Een alternatief is duurzame energie. Duurzame energie verdwijnt niet. Denk bijvoorbeeld aan zonne-energie en windenergie, of aan vergistingsinstallaties die draaien op dierlijk mest of waterkrachtcentrales in de bergen. Deze vormen van energie komen duurzaam tot stand en de energie is in principe eindeloos. De zon schijnt altijd en kan nog miljarden jaren branden, en er is ook altijd wind en water. Helaas kunnen deze vormen van energieopwekking de behoefte aan energie nog niet dekken. Sommigen pleiten daarom voor atoomenergie, opgewekt door kerncentrales. Deze vorm van energieopwekking is goedkoop, maar er kleven veel risico’s aan. Als er een ongeluk met een kerncentrale gebeurt, dan is de ramp niet te overzien. Denk aan de 15
AE01
Een duurzame economie Japanse kerncentrale die door de tsunami in de problemen kwam. Het lekkende kernafval zorgde voor grote milieuproblemen. Ook de ramp met de kerncentrale van Tsjernobyl was een waarschuwing om niet te lichtzinnig met kernenergie om te gaan. Nog steeds ondervindt men in delen van de Oekraïne en Rusland de gevolgen van de ontploffing in 1986.
Figuur 9 Duurzame energie
Shutterstock
3.3 Overheidsbeleid De overheid doet er alles aan om verdere aantasting van het milieu te voorkomen. Ze neemt hiervoor verschillende soorten maatregelen. Structuurgerichte maatregelen Structuurgerichte maatregelen zijn gericht op de aard van productie- en consumptieprocessen. Denk aan vermindering van afval in het productieproces van een bedrijf. Als het gaat om consumptieprocessen moet je meer denken aan maatregelen om de consument bewust te maken van bepaalde handelingen. Je kunt bijvoorbeeld het hele jaar door kiwi’s kopen. Als dit een zware milieubelasting vormt, kan de overheid bijvoorbeeld verbieden om een bepaald gedeelte van het jaar kiwi’s te verkopen. Het doel is dan het consumptiegedrag van de consument voor langere tijd te reguleren. Emissie- of uitstootgerichte maatregelen katalysatoren voor auto’s, filters op fabriekspijpen en maatregelen inzake mest. Volumegerichte maatregelen Als de overheid deze maatregel neemt, dan is het haar bedoeling om het gebruik van schadelijke stoffen te verminderen. Een voorbeeld is de verhoging van de belasting op vervuilende auto’s. Subsidies op duurzame energie Om de burgers zoveel mogelijk te stimuleren tot duurzaam energiegebruik verstrekt de overheid subsidies. Sommige gemeenten bevorderden de aankoop van zonnepanelen een deel van het aankoopbedrag aan de koper terug te betalen (subsidie). De overheid doet er alles aan om het milieubewustzijn bij de burgers zo groot mogelijk te maken.
16
Klimaatverandering en duurzame energie
Klimaatakkoord In 2019 is er een klimaatakkoord gesloten waarbij de Nederlandse overheid in 2030 49% minder CO2 wil uitstoten ten opzichte van 1990. Dit heeft gevolgen voor alle Nederlanders. Het klimaatakkoord is een pakket aan maatregelen met een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak, dat de actieve steun heeft van zoveel mogelijk partijen waarmee de overheid de doelen wil realiseren. Dit staat ook in het klimaatverdrag van Parijs, waarin Nederland samen met 195 andere landen afgesproken heeft dat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot 2 graden Celsius en zo mogelijk tot 1,5 graden Celsius in 2050. Milieuverontreiniging is vervuiling en verontreiniging van de leefomgeving waardoor ons leefklimaat achteruitgaat met alle gevolgen van dien. Broeikaseffect is de langzame opwarming van de aarde door het gebruik van bijvoorbeeld fossiele brandstoffen als olie, gas, steenkool en hout. Duurzame energie is energie die op een duurzame manier is opgewekt, zoals windenergie, zonne-energie en waterkracht.
3.4 Armoedebestrijding In het kader van duurzaamheid moet je ook denken aan het bestrijden van armoede in de wereld. De Nederlandse overheid zorgt ervoor dat de burgers niet onder een armoedegrens komen door allerlei uitkeringen te verstrekken. Door middel van ontwikkelingshulp probeert ze ook de armoede in andere delen van de wereld te bestrijden. Inmiddels zijn daarin grote vorderingen gemaakt. Steeds meer mensen leven nu boven de armoedegrens van 1,25 dollar per dag. Steeds minder kinderen sterven vanwege armoede en honger en steeds meer kinderen gaan naar school. Dit zijn hoopvolle ontwikkelingen, maar er is nog genoeg te doen.
Figuur 10 Armoedebestrijding Shutterstock
17
AE01
4
Een duurzame economie
Maatschappelijk verantwoord ondernemen Een tegenwoordig veelgehoorde term is maatschappelijk verantwoord ondernemen of MVO. Er wordt mee bedoeld dat een onderneming behoedzaam met het welzijn van de mensen en dieren en de planeet moet omgaan. Bij MVO houdt de onderneming dus rekening met het milieu en de sociale aspecten in het ondernemen. Denk aan de zogenaamde fair trade-producten. Ook doen MVO-ondernemingen veel aan energiebesparing. Hulpbronnen worden vaak misbruikt. Men stelt dan het persoonlijk belang en het ondernemingsbelang dan boven het groepsbelang. Dat vindt nog veel te veel plaats en heeft alles te maken met de visie op rijkdom en welvaart. Lange tijd leek Volkswagen een maatschappelijk verantwoord automerk. In 2015 bleek echter dat Volkswagen sjoemelsoftware in haar auto’s had ingebouwd. Hoe werkte het? Tijdens de controle in de garage constateert de software dat de auto op de rollerbank staat en de emissiecontroleapparatuur wordt aangezet. Deze apparatuur regelt de uitstoot, zodat die onder de wettelijke norm blijft. Zodra de auto echter weer op de weg is, gaat de emissiecontroleapparatuur weer uit. De uitstoot wordt niet meer gereguleerd, de auto trekt sneller op en rijdt veel prettiger, maar wel met uitstoot boven de gestelde norm. Toen dit uitkwam, moest de topman van Volkswagen opstappen.
Figuur 11 Maatschappelijk verantwoord geld verdienen
Shutterstock
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is ondernemen waarbij men niet alleen gericht is op winst maken, maar ook op de belangen van leveranciers en consument en het milieu. Het is een vorm van ondernemen zonder het milieu grote schade toe te brengen en toch winstgevend te zijn. Fair trade-producten worden op een eerlijke manier gefabriceerd, waarbij de maker/ boer een faire of eerlijke prijs voor zijn product heeft gekregen.
18
Begrippen
Video Bekijk de volgende video's over een duurzame economie: Wat is de ecologische voetafdruk?: https://qr.linktm.nl/purl-1034 Circulaire economie en milieu 1: https://qr.linktm.nl/purl-1035 Circulaire economie en milieu 2: https://qr.linktm.nl/purl-1036 Circulaire economie en milieu 3: https://qr.linktm.nl/purl-1037 Circulaire economie en milieu 4: https://qr.linktm.nl/purl-1038
Begrippen Bartering
Ruil van goederen en/of diensten tegen andere goederen en/of diensten, dus zonder inschakeling van geld.
Broeikaseffect
Langzame opwarming van de aarde door het gebruik van bijvoorbeeld fossiele brandstoffen als olie, gas, steenkool en hout.
Consument
Persoon die consumeert, dat wil zeggen goederen of diensten koopt zonder de intentie te hebben deze te verkopen of te verwerken voor de verkoop.
Consumptie
Gebruik van goederen en diensten.
Consumptiehuishouding
Persoon of gezin die consument is.
Culturele factoren
Factoren die van invloed zijn op het beleid van een organisatie in een bepaald gebied, die betrekking hebben op de kenmerken van een maatschappij en maatschappelijke verhoudingen (waarden en normen).
Distributie
Verdeling van goederen en diensten.
Duurzaamheid
Duurzaam voor nu en in de toekomst en brengt geen schade toe aan de aarde, het milieu of andere mensen.
Duurzame energie
Energie die op een duurzame manier is opgewekt, bijvoorbeeld windenergie, zonneenergie en waterkracht.
Ecologisch evenwicht
Evenwicht tussen aan de ene kant de belangen van het bedrijfsleven en de economie en aan de andere kant de belangen van de natuur en de mens.
Ecologische ontwikkeling
Veranderingen op het gebied van de fysieke omgeving of de leefomgeving, bijvoorbeeld huizenbouw, wegenbouw, enzovoort, maar ook de aandacht voor het leefmilieu hierin (bijvoorbeeld aanleg van natuurgebieden).
Economie (als wetenschap)
Wetenschap die zich bezighoudt met de productie, consumptie en distributie van schaarse goederen en diensten.
Economie (van een land)
Behoeftebevrediging van een land en zijn inwoners.
Economische kringloop
Schematisch model van de werking van de economie als systeem. Deze kringloop is een abstracte voorstelling van de relaties tussen de consumenten en de bedrijven in een land.
Economische middelen
Goederen en diensten.
Fair trade-product
Product dat op een eerlijke manier is gefabriceerd, waarbij de maker/boer een eerlijke prijs voor zijn product heeft gehad.
FinanciĂŤle middelen
Geldmiddelen die iemand tot zijn beschikking heeft.
Maatschappelijk Ondernemen waarbij men niet alleen gericht is op winst maken, maar ook op verantwoord ondernemen de belangen van leveranciers, consument en het milieu. Het is een vorm van ondernemen zonder het milieu grote schade toe te brengen en toch winstgevend te zijn. Macro-economie
Economie die zich bezighoudt met de economie op grote schaal, zoals de huishouding van een heel land.
Macrofactor
Veelal onbeheersbare invloed vanuit de maatschappij.
19
AE01
Een duurzame economie Macroniveau
Geheel van veelal onbeheersbare en niet-beïnvloedbare externe omgevingsfactoren, die gelden voor alle personen en organisaties in een bepaald gebied.
Meso-economie
Economie die de economische processen op bedrijfstakniveau bestudeert.
Mesoniveau
Beperkt beheersbare omgevingsfactoren op het niveau van de bedrijfstak of bedrijfssector.
Micro-economie
Economie die zich bezighoudt met het gedrag van één consument (consumptiehuishouding of gezinshuishouding) of één producent (productiehuishouding).
Microniveau
In principe beheersbare en beïnvloedbare interne omgevingsfactoren op het niveau van de eigen organisatie.
Millenniumdoelen
Doelen die de Verenigde Naties hadden geformuleerd in 2000 om de wereld bewoonbaar en gezond te houden. In 2015 moesten deze doelen gerealiseerd zijn.
Milieuproblemen
Problemen die veroorzaakt worden doordat mensen verkeerd met het milieu omgaan.
Milieuverontreiniging
Vervuiling en verontreiniging van de leefomgeving waardoor ons leefklimaat achteruitgaat met alle gevolgen van dien.
Mondiale voetafdruk
Druk die een individu uitoefent op de aarde door zijn/haar consumptie en de potentiële schade die dit aanbrengt.
People, planet en profit
Mensen, aarde en voordeel. Wat de aarde voortbrengt en wij met z’n allen produceren moet in het belang van iedereen zijn.
Productie
Het maken van goederen en diensten.
Reële middelen
Productiemiddelen (of goederen) of arbeid die iemand kan gebruiken.
Relatie
Interactie gedurende langere tijd tussen twee of meer partijen, bijvoorbeeld aanbieder en afnemer, waardoor binding of loyaliteit ontstaat en verandert.
Reputatie
Reputatie is visie die anderen op je bedrijf hebben. Deze is ontstaan door het gedrag van het bedrijf door de jaren heen.
Ruil
Vrijwillige uitwisseling van ruilobjecten tussen ten minste twee partijen.
Schaars
Moeilijk te krijgen. Je moet er moeite voor doen (tijd en/of geld).
Sociale factoren of welstandsfactoren
Geven de redenen aan van een plaats van een individu in een groep.
Vrije goederen
Tegengestelde van economische middelen. Ze zijn niet schaars en je hoeft er geen moeite voor te doen.
Welvaart
Mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien met behulp van de middelen die hen ter beschikking staan.
Welstand
Toestand van voorspoed, geluk en gunstige omstandigheden.
Welzijn
Gevoel van welbevinden, door sommigen ook wel beschreven als geluk.
Werelddoelen
Doelen die de Verenigde Naties hebben geformuleerd om de wereld leefbaar, bewoonbaar en gezond te houden. In 2030 willen de Verenigde Naties de doelen bereikt hebben.
20
Verwerkingsvragen
OPDRACHTEN Verwerkingsvragen 1
Wat is economie? 1 Producten Is de stelling juist of onjuist? Productie gaat over het vervoer van producten. Distributie gaat over hoe spullen gemaakt worden. Consumptie gaat over wat en hoe mensen spullen gebruiken.
2 Ruil Omschrijf het begrip ruil in je eigen woorden.
3 Micro- en macro-economie Wat is het verschil tussen micro- en macro-economie?
4 Huishouding Omschrijf in je eigen woorden wat een consumptiehuishouding en wat een productiehuishouding is.
5 Economische kringloop Maak een tekening van de economische kringloop.
21
Juist / Onjuist Juist / Onjuist Juist / Onjuist
AE01
Een duurzame economie
6 Economische kringloop Geef aan wat je eigen plek is in de economische kringloop.
7 Omgevingsfactoren Geef voorbeelden van: • macro-omgevingsfactoren: • meso-omgevingsfactoren: • micro-omgevingsfactoren:
2
Behoeften
8 Tertiaire behoeften Wat zijn tertiaire behoeften?
9 Producten en diensten Wat is het verschil tussen producten en diensten?
10 Behoeften Heb jij andere behoeften dan je ouders? Leg je antwoord uit.
11 Opgelegde behoeften Je hebt voorbeelden gezien van opgelegde behoeften. Bedenk drie voorbeelden die je niet tegen bent gekomen.
22
Verwerkingsvragen
3
Middelen
12 Vrij goed Geef een voorbeeld van een vrij goed.
13 Schaars Wanneer is een product schaars volgens economen?
14 Economisch handelen Waarom moet je economisch handelen?
15 Vrij Waarom is vrij niet hetzelfde als gratis?
16 Wel of niet schaars Geef aan: schaars of niet schaars. Wel
Niet
Regenwater in november in Nederland
◯
◯
Leidingwater
◯
◯
Een lift naar huis krijgen
◯
◯
Met een taxi naar huis gaan
◯
◯
Een vel proefwerkpapier
◯
◯
Vlooien op een hond
◯
◯
4 Welvaart en welzijn 17 Welvaart en welzijn Kies het juiste antwoord. Welvaart is wel / niet noodzakelijk. Een gevoel van welzijn is wel / niet tastbaar. Ieder persoon ervaart welzijn hetzelfde / verschillend. Milieu past het beste bij het begrip welvaart / welzijn.
23
AE01
Een duurzame economie
18 Definitie Geef in je eigen woorden een definitie van de volgende begrippen. • welzijn: • welvaart: • welstand:
19 Geld maakt niet gelukkig Verklaar de zin: ‘Geld maakt niet gelukkig.’
20 Welvaart Wat is het verschil tussen welvaart in enge zin en welvaart in ruime zin?
5
Duurzaamheid
21 Stellingen Geef van de volgende stellingen aan of je het er wel of niet mee eens bent. Leg je antwoord uit. a Alles op de wereld draait om economische groei.
b Voor elke boom een nieuwe terugplanten heet duurzaamheid.
c People, planet en profit moeten in elke bedrijfsstrategie terugkomen.
d Bedrijven moeten rekening houden met sociale en culturele factoren.
24
Verwerkingsvragen
22 Overheidmaatregelen Beantwoord de volgende vragen over de gebeurtenissen in Loppersum. Zoek eventueel informatie op internet.
23 Overheidsmaatregelen Wat is er aan de hand in Loppersum?
24 Overheidsmaatregelen Wat vind jij van de genomen overheidsmaatregelen?
25 Overheidsmaatregelen Waarom is er over de te nemen overheidsmaatregelen die gaat over de gaswinning zoveel discussie gevoerd?
26 Dilemma’s Keuzes voor het milieu of de leefomgeving leveren veel dilemma’s op. Wat betekent dat?
25
AE01
Een duurzame economie
27 Milieuproblematiek Beantwoord de vragen over milieuproblematiek
a Combineer de milieuproblematiek met de juist omschrijving.
vervuiling en verontreiniging
•
•
Bouw van nieuwe wijken en steden, overmatig antibioticagebruik bij dieren en genetische manipulatie (van voedselgewassen).
verbruik en uitputting
•
•
Hierbij komen gevaarlijke stoffen in de leefomgeving terecht, denk hierbij aan bijvoorbeeld afval van drugslaboratoria etc.
verandering en aantasting
•
•
Verbruik van fossiele brandstoffen (olie, gas en hout) en uitputting van de bodem of de zeeën (overbevissing).
b Welke van de drie soorten milieuproblematiek van de vorige vraag, is onherroepelijk?
c Naar welke van de drie soorten milieuproblematief moet, volgens jou, de meeste aandacht uitgaan?
28 Club van Rome Zoek op internet op wat er te vinden is over de Club van Rome (1978). Noteer wat je hebt gevonden.
29 Ecologie Wat is de betekenis van ‘ecologie’?
26
Verwerkingsvragen
30 Duurzaamheid Wat kun jij bijdragen aan duurzaamheid?
31 Gelijke behandeling Waarom is gelijke behandeling van mannen en vrouwen belangrijk? Noem enkele landen op de wereld waar dat nog niet het geval is.
32 Ziekte Noem een voorbeeld van een ziekte die door een falende gezondheidszorg kon uitbreiden. Denk hierbij aan Afrika.
33 Kloof tussen arm en rijk Geef een voorbeeld van de ‘kloof tussen arm en rijk.’
34 Veilige en groene steden Wat versta jij onder veilige en groene steden?
27
AE01
Een duurzame economie
35 Aardbeving Wat kan een land doen tegen een natuurramp als een aardbeving?
36 Overbevissing Overbevissing is een groot wereldwijd probleem. Leg dat eens uit.
37 Rechtsstaat Leg uit wat een rechtsstaat is.
38 Stellingen Geef van de volgende stellingen aan of je het er wel of niet mee eens bent. Leg je antwoord uit. a Samenwerken aan doelen leidt tot verwezenlijking ervan.
b Rijke landen moeten meer bijdragen aan de VN dan arme landen.
c Het is noodzakelijk dat overal ter wereld internet is.
d Goede wegen zijn niet van belang.
28
Verwerkingsvragen
6
Klimaatverandering en duurzame energie
39 Duurzame energie Wat is duurzame energie? Geef vier voorbeelden.
40 Temperatuurstijgingen Waarom zijn gemiddelde temperatuurstijgingen ‘gevaarlijk’ voor de aarde?
41 Broeikaseffect Leg het broeikaseffect uit.
42 Aantasting milieu Welke vier maatregelen neemt de overheid tegen aantasting van het milieu? Noem van elke maatregel een voorbeeld.
43 Armoedebestrijding Wat is armoedebestrijding?
29
AE01
Een duurzame economie
44 Atoomenergie Atoomenergie staat ter discussie.
a Wat vind je van het gebruik van atoomenergie?
b Wat is de negatieve kant van deze vorm van energie? c Kun je ook een positieve kant van deze energievorm noemen?
7
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
45 MVO Wat is MVO?
46 Fair trade-producten Wat zijn fair trade-producten?
47 Volkswagen Lees nog eens wat in de theorie over Volkswagen staat.
a Wat deed VW verkeerd? b Waarom is dit een vorm van fraude of bedrog?
30
Verwerkingsvragen
48 Hulpbronnen Hoe komt het dat we al heel snel misbruik maken van hulpbronnen?
49 Bedrijfsimago Wat is een bedrijfsimago?
50 Risico Welk risico moet een bedrijf zoveel mogelijk beperken?
51 Productinformatie Waarom is de veiligheid van een product en productinformatie zo belangrijk?
52 Fair trade Fair trade is erg succesvol. Hoe komt dat, denk je?
53 Topmanagers Veel topmanagers verdienen in de ogen van het publiek te veel. Wat vind jij daarvan?
31
AE01
Een duurzame economie
54 Gedragscode Wat is een gedragscode? Noem enkele zaken die in een gedragscode staan.
55 Extra verwerkingsvragen over een duurzame economie Meer oefenen? Ga naar de online omgeving van InBusiness. Hier vind je meer verwerkingsvragen over het onderwerp een duurzame economie.
Toepassingsvragen 1 Welvaart en welzijn Mariëtte en Marc zijn getrouwd en werken allebei. Mariëtte bevalt van een kerngezonde tweeling. Ze geeft noodgedwongen haar baan op.
a Heeft het opgeven van de baan door Mariëtte invloed op de welvaart van het gezin? Motiveer je antwoord.
b Stijgt of daalt het welzijn van Mariëtte? Motiveer je antwoord.
c Wat blijkt na een tijdje: Mariëtte vindt het heerlijk zo met de tweeling thuis en Marc is trots op zijn drie vrouwen. Wat kun je nu over het welzijn van het gezin zeggen?
d Maak groepjes van drie of vier leerlingen en bespreek met elkaar jullie antwoorden op vraag a, b en c. Verklaar waarom jullie antwoorden verschillend zijn.
32
Toepassingsvragen
2 Behoeften en wensen Noteer je uitgaven van de afgelopen week. Geef aan of deze uitgaven betrekking hadden op behoeften of op wensen.
3 Pikkety De Franse econoom Thomas Pikkety stelt in zijn boek Capital dat er een wetmatigheid is die maakt dat rijken (relatief) steeds rijker worden. Daarom vindt hij bijvoorbeeld dat rijke mensen veel meer belasting zouden moeten betalen. Sinds zijn boek verschenen is, is daarover heel veel gediscussieerd en onderzocht.
a Zoek op internet voorbeelden van mensen die het eens zijn met Pikkety. Zoek ook voorbeelden van mensen die het oneens zijn met Pikkety. Maak een kort verslag van je voorbeelden.
b Noteer in een paar zinnen wat jouw mening is over de voorbeelden bij vraag a.
4 Migratie Lees de volgende tekst en beantwoord de vragen. In de zeventiende eeuw kwamen grote groepen vluchtelingen en economische migranten naar Nederland. Ons land had toen meer ambitie dan arbeidskrachten en massaal kwamen de zeelieden, soldaten en arbeiders onze kant op om te werken. Maar ook grote groepen calvinisten, op de vlucht voor oorlog en vervolging, vestigden zich hier. Het effect was een enorme economische boost. Zonder hen geen Gouden Eeuw! Cultureel gezien waren er wel wat spanningen. Godsdienst was toen ongelooflijk belangrijk in Nederland en de strenge calvinisten uit de zuidelijke Nederlanden, het huidige BelgiĂŤ en Noord-Frankrijk, hebben hun stempel gedrukt op wat we nu als typisch Nederlands zien. Lang niet iedereen was blij met hun fanatisme en het land heeft op de rand van een burgeroorlog gestaan. Maar op de lange termijn ging dat scherpe er vanaf en bleef slechts een kleine minderheid streng orthodox. Bron: http://www.kennislink.nl/publicaties/migratie-is-nog-nooit-faliekantmisgegaan
33
AE01
Een duurzame economie
a Wat was het effect van de migratie in de zeventiende eeuw? b Ging het hier om economische vluchtelingen of hadden deze vluchtelingen andere redenen om te vluchten?
c Beschrijf welke invloed een grootscheepse migratie nu op Nederland zou hebben. Hoe ziet de toekomst er dan volgens jou uit?
5 Meso-omgevingsfactoren Online winkelen wordt in Nederland steeds populairder. Opvallend: winkels die verkoop via internet erbij doen (dus niet als hoofdactiviteit hebben) hebben een grotere omzetstijging dan webwinkels die hun spullen alleen via internet verkopen.
a Beschrijf hoe dit volgens jou komt. Winkelen mensen liever bij een webwinkel die ook een echte, stenen winkel heeft? Zo ja, wat zouden hiervoor redenen kunnen zijn? Of is er een andere verklaring voor de omzetgroei?
b Hoe kijk jij hier zelf tegen aan? Waar koop jij het liefst online?
6 Werelddoelen Lees de volgende tekst en beantwoord de vragen. Kleurt de toekomst groen en krijgen we armoede de wereld uit? In september 2015 bogen wereldleiders zich over de ontwikkelingsagenda tot aan 2030, het vervolg op de millenniumdoelen. Is de politieke wil er om de grootste problemen van onze tijd aan te pakken? En wat kunnen we zelf doen? Hoe wil jij dat de wereld eruit ziet over vijftien jaar? De Verenigde Naties werken al drie jaar aan een alomvattend plan voor een betere toekomst. Acht vragen over de werelddoelen. Werelddoelen, wat moet ik me daar nou weer bij voorstellen? Dat zijn zeventien ‘Sustainable Development Goals’ om de wereld tot ‘een betere plek te maken in 2030’, schrijven de Verenigde Naties in hun voorstel voor een nieuwe mondiale agenda. Het eerste en belangrijkste doel is het beëindigen van de extreme armoede, volgens de VN ‘de grootste uitdaging 34
Toepassingsvragen van deze tijd’. Verder zijn er doelen over gezondheid, onderwijs en schoon drinkwater, maar ook doelen over duurzame energie, minder ongelijkheid en het aanpakken van klimaatverandering. We hadden toch al millenniumdoelen die armoede moesten beëindigen? De VN bedachten in 2000 voor het eerst ontwikkelingsdoelen voor de hele wereld: de acht millenniumdoelen die dit jaar aflopen. Dat zijn: ‘De armoede halveren en minder mensen honger; alle kinderen naar school; mannen en vrouwen gelijkwaardig; minder kindersterfte; verbetering van de gezondheid van moeders; bestrijding van hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziektes; meer mensen in een duurzaam leefmilieu; mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling. Wat we daarmee precies bereikt hebben, is lastig te meten en we weten niet hoe de wereld er zonder de doelen uit zou hebben gezien. Het doel om het aantal mensen dat in extreme armoede leeft te halveren, is volgens de VN gehaald, hoewel dat zonder de economische groei van China niet was gelukt. Doelen over moeder- en kindersterfte waren minder succesvol: nog steeds sterven elk jaar 300.000 vrouwen tijdens hun zwangerschap, bevalling, of in de dagen daarna. De werelddoelen gaan daarom door waar de millenniumdoelen ophouden, maar zijn ‘veel ambitieuzer’ stellen de VN. Wat is er zo anders aan deze nieuwe doelen? Ze gaan niet alleen over ontwikkeling, maar ook over duurzaamheid. Bovendien zijn de werelddoelen, in tegenstelling tot de millenniumdoelen, niet alleen binnen de muren van de VN bedacht. Iedereen mocht erover meepraten. Via de online enquête MyWorld konden burgers stemmen op thema’s die zij belangrijk vinden, zoals onderwijs en internettoegang. VNmedewerkers gingen met pen en papier het platteland op in de armste landen. Zo hebben wereldwijd bijna 7,8 miljoen mensen gestemd op hun favoriete thema. Er werd ook een speciaal High Level Panel benoemd en een VN-werkgroep met 70 landen stelde de lijst op met zeventien doelen waar de 193 lidstaten de afgelopen maanden over onderhandelden. De nieuwe ontwikkelingsagenda geldt voor alle landen, en is niet alleen ‘hulp’ van rijke landen aan arme landen. Daarom noemen wij ze de werelddoelen. En ze hebben aandacht voor mensenrechten, economische groei, vrede en veiligheid en klimaat. In 2000, bij de start van de millenniumdoelen, had niemand het daarover. Leuk dat er zoveel mensen betrokken zijn geweest, maar zijn zeventien doelen niet teveel? ‘Mozes daalde de Sinaïberg af met tien geboden. Was de lijst van de VN maar zo beknopt’, schreef The Economist in maart 2015. Volgens het gezaghebbende Britse tijdschrift is zo’n uitgebreide lijst doelen hetzelfde als geen doelen, en zijn ze onhaalbaar duur. Koen Davidse, directeur Multilaterale Instellingen en Mensenrechten en ‘speciaal gezant voor de post-2015 agenda’ bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, denkt daar anders over. ‘Zeventien doelen zijn misschien veel, maar de kracht zit juist in de brede aanpak’, zegt hij. ‘Naast sociale doelen over armoede en onderwijs zijn er doelen over duurzaamheid, vreedzame samenlevingen en inclusieve groei, en er is aandacht voor de rechten van de burgers. De agenda is gewoon complex.’ Zijn de doelen inderdaad onhaalbaar duur? Wie gaat ze betalen? De doelen zullen ‘geen miljarden, maar biljoenen’ kosten, stelt de
35
AE01
Een duurzame economie Wereldbank. Schattingen lopen uiteen van 2 biljoen tot 4,5 biljoen dollar per jaar, of ongeveer 4 procent van het mondiale BNP. Rijke landen beloofden in juli, tijdens een grote financieringstop in Addis Abeba opnieuw om 0,7 procent van hun bruto nationaal product aan ontwikkelingssamenwerking te besteden, maar slechts een handjevol landen houdt zich daaraan. ‘We hebben heel lang aan die norm voldaan en zijn nog steeds een substantiële donor (Nederland gaf in 2014 0,64 procent), maar moesten door de economische crisis bezuinigen’, vertelt Koen Davidse. ‘Internationaal staat het ontwikkelingsbudget op recordhoogte (135 miljard dollar) en door investeringen van bedrijven kunnen we lokale economieën stimuleren. Maar het gaat niet alleen over geld: voor bijvoorbeeld het doel over gelijkheid tussen mannen en vrouwen kun je de juridische positie van vrouwen verbeteren, iets wat relatief weinig geld kost.” (…) Weten we al wat Nederland met de doelen gaat doen? De Nederlandse regering gaat met de werelddoelen aan de slag, vertelt Davidse. En niet alleen bij het buitenlandbeleid. De doelen gelden voor alle landen, dus ook voor Nederland. ‘We kunnen ook hier naar vrouwenrechten, duurzame consumptie en productie en klimaat kijken’, zegt hij. Het Nederlandse bedrijfsleven staat al in de startblokken. Ruim zeventig maatschappelijke organisaties en bedrijven, waaronder Unilever, Philips, DSM, ondertekenden het ‘Post-2015 Charter’ in september 2014. Erik Thijs Wedershoven, voorzitter van de denktank Worldconnectors die het initiatief nam: ‘Er zijn al samenwerkingsverbanden rond thema’s als innovatieve financiering, gezondheid, steden, en een nationale agenda. Dit laatste gaat bijvoorbeeld over duurzame energie en gelijkheid in Nederland, denk aan vaderschapsverlof. We zijn vroeg begonnen omdat bedrijven ongeduldig zijn en zelf willen vormgeven waaraan ze bijdragen. En we willen dat iedereen klaarstaat om de plannen uit te voeren, zodat we de doelen het liefste al in 2025 behalen.’ Leuk die bedrijven, maar wat hebben de doelen met mij te maken? Ze gaan ook over jou. Kleding bij de Zara en H&M komt grotendeels uit het buitenland, zoals Bangladesh of Ethiopië. Door jouw shirtje ben je verbonden met werkomstandigheden daar, de hoeveelheid water die er wordt gebruikt en vervuild tijdens de productie, en hoe duurzaam de katoen verbouwd wordt. Dat geldt voor heel veel van de spullen die je koopt en gebruikt. En de uitlaatgassen die onze auto’s uitstoten, zorgen voor droogte of meer regen in andere landen.=
a Welke wereld wil jij? Beschrijf in tien zinnen jouw droomwereld.
b Wat zijn werelddoelen? Wat is het verschil met de millenniumdoelen?
36
Toepassingsvragen
c Welke doelen waren minder succesvol? Hoe
dat?
d 7,8 miljoen mensen hebben aan de enquête meegewerkt. Hoe komt men aan zo’n groot aantal?
e Hoeveel kost het om de werelddoelen te bereiken? Vind je het realistisch dat ze gehaald kunnen worden?
f Welk(e) doel(en) kost(en) relatief weinig geld? g Wat heb jij met deze werelddoelen te maken?
h Geef aan hoe de Nederlandse overheid meewerkt om de doelen te halen.
7 Extra toepassingsvragen over een duurzaame economie Meer oefenen? Ga naar de online omgeving van InBusiness. Hier vind je meer toepassingsvragen over het onderwerp een duurzame economie.
37
AE01
Een duurzame economie
Evaluatie en reflectie Samenvatting Lees de samenvatting Meer oefenen? Ga naar de online leeromgeving van InBusiness en lees de samenvatting.
Checklist Leerdoelen Gebruik de checklist om na te gaan of je de inhoud van deze leereenheid hebt begrepen. Ja
Nee
Je begrijpt dat mensen verschillende soorten behoeften hebben.
◯
◯
Je begrijpt dat economie zich afspeelt op verschillende niveaus.
◯
◯
Je begrijpt dat de economie afhankelijk is van allerlei omgevingsfactoren.
◯
◯
Je begrijpt dat economie gaat over productie en consumptie.
◯
◯
Je begrijpt dat bedrijven rekening moeten houden met het milieu.
◯
◯
Je begrijpt dat het verbruik van hulpbronnen eindig is.
◯
◯
Je begrijpt dat het ontwikkelen van duurzame energie erg belangrijk is.
◯
◯
Je begrijpt dat MVO een noodzaak voor een bedrijf is.
◯
◯
Je begrijpt dat er middelen nodig zijn om behoeften te bevredigen.
◯
◯
Je begrijpt dat het binnen de economie draait om onder andere schaarse goederen.
◯
◯
Je begrijpt dat duurzame ontwikkeling in het belang van de mensheid is.
◯
◯
Je begrijpt dat de discussie over MVO en haar toepassing niet nieuw is.
◯
◯
Je begrijpt dat de Verenigde Naties er alles aan doen om de werelddoelen te verwezenlijken.
◯
◯
Je herkent dat welvaart en welzijn verschillende dingen zijn.
◯
◯
Je herkent dat je de hele dag bezig bent om je behoeften te bevredigen.
◯
◯
Je herkent dat het streven naar winst en MVO nogal eens haaks op elkaar staan.
◯
◯
Je herkent dat veel bedrijven moeite hebben met een goede toepassing van MVO.
◯
◯
Test je kennis en inzicht Test jezelf Test je kennis en inzicht in de online leeromgeving van InBusiness. 38
COMMERCIEEL
AE02
Productiefactoren ThiemeMeulenhoff
Auteur Inge Berg Eindredactie Evelien van Dijk Jacqueline de Kok
AE02
Productiefactoren
THEORIE
Introductie Waarom wordt de Davos-elite rijker, terwijl werkenden hun inkomen amper zien stijgen? Het is een van de boeiendste raadsels van de wereldeconomie. Is de aardappeloogst overvloedig, dan stort de frietprijs in. Wanneer de Verenigde Staten massaal schalieolie gaan produceren, maakt de olieprijs een duikeling en verliezen oliestaten als SaoediArabië invloed. Maar als de euro’s en dollars tegen de plinten klotsen, is het niet zo dat geld aan belang inboet… Rara, hoe kan dat? Waarom wordt de elite (rijken der aarde) die bijeen is in Davos steeds rijker en machtiger – miljardairs kregen er volgens Oxfam opnieuw een kleine 2.200.000.000 euro bij, per dag - terwijl werkenden hun inkomen amper zien stijgen? Economisch gezien zou je het omgekeerde verwachten. Ruim een kwart van de Nederlandse werkgevers zegt anno 2019 inmiddels te lijden onder een tekort aan personeel. Arbeid is dus krap. En kapitaal? Er is kapitaal in overvloed. Logisch: alleen al de Europese Centrale Bank heeft de afgelopen jaren 2.570 miljard euro’s in de economie gepompt. Dat bedrag komt bovenop de zogenoemde savings glut. Zo noemen economen de poen-tsunami die namens de vergrijzende bevolkingen van Europa tot China de wereld afstruint op zoek naar rendement. In je spaarcenten is geen hond meer geïnteresseerd. Bron: De Volkskrant, 22 januari 2019
Figuur 1 Productiefactor kapitaal is ruimschoots aanwezig.
2
Shutterstock
Leerdoelen Kennis: • Ik kan de begrippen productiefactoren en natuurlijke hulpbronnen beschrijven. • Ik kan de begrippen arbeid, kapitaal en ondernemerschap beschrijven. Begrip: • Ik kan uitleggen wat een productiefactor is. • Ik kan toelichten dat het totaal aan beloningen voor de productiefactoren gelijk is aan het nationaal inkomen. • Ik kan uitleggen hoe mensen geld kunnen verdienen door arbeid, natuur, kapitaal en ondernemerschap. • Ik kan uitleggen dat pacht de beloning van de natuur is. • Ik kan uitleggen dat huur, dividend en rente de beloningsmogelijkheden van kapitaal zijn. • Ik kan uitleggen dat loon de beloning van arbeid is. • Ik kan uitleggen dat winst de beloning van ondernemerschap is. • Ik kan uitleggen wat investeringen zijn en waarom deze belangrijk zijn voor de economie.
3
AE02
1
Productiefactoren
Soorten productiefactoren
1.1 Natuurlijke hulpbronnen De belangrijkste productiefactor is de natuur. Energie wordt geleverd door nietvernieuwbare hulpbronnen als aardgas, olie en steenkool. Ook zon, wind en water horen bij deze productiefactor, net als de bodem, de planten en de dieren. Niet-vernieuwbaar betekent dat de natuur deze hulpbronnen niet of heel langzaam opnieuw maakt. Denk aan aardgas. Dat wordt maar heel langzaam opnieuw geproduceerd door de aarde. Zon en wind zijn daarentegen onuitputtelijk. Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn en onmisbaar zijn voor de levenskwaliteit van de mens. De mensheid doet een groot beroep op de natuurlijke hulpbronnen en daarom is er steeds meer aandacht voor duurzaamheid. De overheid en allerlei andere organisaties onderzoeken of het mogelijk is om de natuurlijke hulpbronnen zo te gebruiken dat zij niet of minder snel verdwijnen. Natuurlijke hulpbronnen zijn vrije goederen als zij gratis zijn. Landbouwgrond is geen vrij goed, want de boer moet ervoor betalen.
Figuur 3 De wind is een gratis natuurlijke hulpbron.
Shutterstock
Productiefactoren Alle goederen en diensten waarmee je aan je behoeften voldoet, moeten worden gemaakt. Om deze producten te produceren, heb je productiefactoren nodig. Vroeger maakten mensen veel zelf, nu wordt (bijna) alles door anderen gemaakt. In deze leereenheid leer je over de volgende productiefactoren: • • • •
natuurlijke hulpbronnen; arbeid; kapitaal; ondernemerschap.
4
Arbeid Productiefactoren zijn de middelen die nodig zijn voor het productieproces. Ook leer je in deze leereenheid over een belangrijk aspect van produceren: namelijk het doen van investeringen.
Figuur 2 Mensen zijn een belangrijke productiefactor.
2
Shutterstock
Arbeid Zonder arbeid, dus menselijke inspanning, zou er niets geproduceerd kunnen worden. Arbeid kent twee vormen. De eerste vorm is lichamelijke inspanning, zoals het bouwen van een huis of het rondbrengen van de krant. De tweede vorm is kennis. Nederland is een kenniseconomie; er wordt meer geld verdiend met kennis dan met het maken van producten met lichamelijke inspanning. Arbeid is het verrichten van bezigheden die nut hebben voor diegene die de arbeid verricht, voor zijn of haar naaste omgeving en/of voor de maatschappij als geheel. De kosten voor de productiefactor arbeid zijn de loonkosten voor de mensen die het werk doen. De lonen in Nederland liggen hoog. Daarom worden veel producten niet meer in Nederland gemaakt, maar in landen waar de loonkosten lager liggen. Onbetaalde arbeid, zoals het werk van een huisvrouw of vrijwilligerswerk, valt niet onder deze productiefactor. Alle mensen tussen de 15 jaar en de wettelijke pensioenleeftijd vormen samen de mogelijke beroepsbevolking: dat deel van de mensen dat arbeid kan verrichten. De meeste mensen in Nederland verdienen hun inkomen uit arbeid. Ze werken een bepaald aantal uren en krijgen daarvoor een salaris. Salaris komt van het woord ‘soldij’ dat de Romeinse soldaten kregen. Ook wordt er wel van loon gesproken. Loon is een beloning voor werk dat iemand doet. In veel bedrijven betaalt de directie een vast salaris met daarbovenop een bonus voor geleverde prestaties. Als bijvoorbeeld een verkoper zijn targets (doelstellingen) heeft behaald, dan krijgt hij extra geld (prestatiebeloning). Naast het salaris hebben veel mensen in loondienst recht op vakantiegeld. Dat is gemiddeld ongeveer 8% van het salaris. Soms hebben werknemers ook nog recht op een dertiende maand. Dat houdt in dat iemand in de maand december nog eens een extra maandsalaris krijgt. 5
AE02
Productiefactoren Salaris of loon is de beloning die een werknemer ontvangt omdat hij arbeid levert. Prestatiebeloning betreft een vast salaris met daarbovenop een extra salaris voor geleverde prestaties. Een bedrijf kan ook loon in natura geven. Stel dat iemand in een groente en fruitzaak werkt, dan kan bijvoorbeeld een deel van het salaris in groente en fruit worden uitgekeerd.
3
Kapitaal De productiefactor kapitaal kan twee dingen betekenen: • de hoeveelheid geld; dit kan de hoeveelheid geld zijn van een bedrijf of van de overheid. Voorbeeld: ‘Het bedrijf heeft een kapitaal van 10 miljard euro’; • geld geïnvesteerd in goederen; dit zijn kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen of duurzame productiegoederen worden aangewend in bedrijven. Het zijn goederen waarmee je andere producten kunt maken. Denk aan zaken als hijskranen, graafmachines, maar ook apparatuur bijvoorbeeld 3D-printers die muren en allerlei andere zaken kunnen printen en apparatuur om op grote schaal voedsel te maken en naaimachines in een kledingfabriek. Ook alle producten die bewerkt zijn en die op voorraad liggen, behoren tot deze productiefactor. Denk aan koffie (is geplukt, gebrand en gemalen), groente in blik of frisdrank. Zodra die fles cola bij jou in de koelkast staat, is het geen kapitaalgoed meer, maar een consumptiegoed. Kapitaal is het totaal van de kapitaalgoederen waarin het vermogen van een onderneming is vastgelegd (en soms het vermogen van die onderneming zelf). Consumptiegoederen zijn goederen die benut worden voor de bevrediging van de dagelijkse en de niet-dagelijkse behoeften van mensen. Kapitaalgoederen maak je altijd met gebruik van andere productiefactoren. Om een machine te maken, heb je mensen nodig (productiefactor arbeid) en materialen (productiefactor natuurlijke hulpbronnen). Daarom heet kapitaal ook wel een afgeleide productiefactor: het staat nooit op zich. Kapitaalgoederen kosten altijd veel geld. De vergoeding voor kapitaal heet rente of interest. Er zijn verschillende soorten kapitaalgoederen.
Tabel 1 Soort
Levensduur
Gebruik
Voorbeeld
Vlottende kapitaalgoederen
maximaal een jaar
één of een paar keer te gebruiken
Vaste kapitaalgoederen
langer dan een jaar
langdurig te gebruiken
voorraden grondstoffen en materialen machines, computer, kantoormeubelen, gebouwen
6
Kapitaal Op de balans van een bedrijf staan de kapitaalgoederen bij de vaste activa. In tabel 2 zie je een voorbeeld van een balans. Aan de debetzijde van de balans staan de bezittingen en aan de creditzijde de schulden en het eigen vermogen. Debet
Balans €
470.000
€
190.000
Crediteuren
€
30.000
Nog te betalen bedragen
€
22.500
€
712.500
Eigen vermogen
Vaste activa Gebouwen
€
315.000
Langlopende schulden
Transportmiddelen
€
145.000
Hypotheek
Inventaris
€
35.000
Voorraden
€
135.000
Debiteuren
€
37.500
Liquide middelen
€
45.000
€
712.500
Vlottende activa
Kortlopende schulden
De ene mens heeft meer kapitaalgoederen dan de andere. Sommige mensen hebben inkomen uit bezit. Denk bijvoorbeeld aan rente op een spaarrekening. Rente ontvang je, omdat je geld uitgeleend hebt aan de bank (sparen) die dat geld weer gebruikt om zelf uit te lenen en er geld mee te verdienen. Jij ontvangt daarvoor een vergoeding. Als de rente laag is, heeft de bank niet zoveel behoefte aan jouw geld. Als de rente daarentegen hoog is, hoopt de bank dat je wilt sparen. Rente is de vergoeding van de bank voor het gebruiken van het geld van de spaarder. Stel dat je veel geld hebt gespaard en je wilt een hoger rendement. Dan kun je aandelen in een bedrijf kopen. Dat kan alleen als het bedrijf aan de beurs genoteerd is (bijvoorbeeld de Amsterdamse Effectenbeurs) en nv als ondernemingsvorm heeft. De aandelen in een bv zijn immers niet vrij verhandelbaar, bij een nv (uitzonderingen daargelaten) wel. Als je een aandeel in een bedrijf hebt, ben je een beetje mede-eigenaar. Hiervoor krijg je jaarlijks een deel van de winst. Immers een eigenaar heeft recht op de winst! Dit noemen we dividend. Als de Aandeelhoudersvergadering (AVA) geweest is, nemen de directie en de aandeelhouders een besluit over de hoogte van het dividend. Dividend is daarom een vorm van inkomen uit kapitaal en ondernemerschap. Dividend is een vorm van inkomen uit kapitaal en ondernemerschap doordat iemand een aandeel of aandelen heeft in een bedrijf. Er is nog een andere manier waarop mensen met kapitaalgoederen geld kunnen verdienen. Denk maar aan de verhuur van bijvoorbeeld een bedrijfspand (onroerend goed) of een woning. Iemand koopt een woning voor bijvoorbeeld 250.000 euro en verhuurt deze voor 12.000 euro per jaar. Hiervoor is een huurovereenkomst noodzakelijk. Sommige mensen verdienen zoveel met de verhuur van woningen dat ze ervan kunnen leven. Je begrijpt wel dat iemand dan veel geïnvesteerd moet hebben. Huur is daarom een vorm van inkomen uit kapitaal. Huur is een vergoeding van de huurder voor het gebruiken van een pand (onroerend goed). Een andere vorm om te verhuren is verpachten. Verpachten houdt in dat je een stuk landbouwgrond (natuur) aan een boer ‘verhuurt.’ Hij betaalt daarvoor pacht. Hiervoor is een pachtovereenkomst noodzakelijk. Deze overeenkomst wordt getoetst door de Pachtkamer. Een verpachter mag namelijk niet teveel pacht van een boer eisen. De overheid heeft hiervoor regels opgesteld en deze worden streng gehandhaafd. Pacht is daarom een vorm van inkomen uit natuur (gronden).
7
Credit
AE02
Productiefactoren Pacht is een vergoeding van de pachter voor het gebruiken van een stuk grond. Een laatste mogelijkheid is dat iemand zelf een onderneming heeft en daaruit winst ontvangt. Winst is daarom een vorm van inkomen uit ondernemerschap. Winst is de beloning voor ondernemerschap.
4
Ondernemerschap
4.1 Ondernemerschap als productiefactor Stel dat je drie productiefactoren hebt: natuurlijke hulpbronnen, arbeid en kapitaal. Om daar iets zinvols mee te doen, heb je nog iets meer nodig: het initiatief van een persoon of van een groep personen. Je hebt mensen nodig met plannen, ideeĂŤn en daadkracht. Deze productiefactor heet ondernemerschap. De ondernemer combineert de andere productiefactoren en wordt daarmee zelf een productiefactor. Zonder Bill Gates was er geen Windows geweest, zonder Jeff Bezos geen grootste online boekwinkel ter wereld (amazon.com), zonder Richard Branson geen doorbraak in de vliegindustrie (Virgin Airways), en zonder Elon Musk geen Tesla.
Figuur 4 Calculeren is belangrijk voor een ondernemer
Shutterstock
Een ondernemer (ook wel: zakenman, zakenvrouw of entrepreneur) is een persoon die iets onderneemt en daarmee een of andere maatschappelijke bijdrage levert. Ondernemerschap is de hoedanigheid van ondernemer zijn. Als een ondernemer het goed doet, maakt hij ondernemerswinst. Gaat het niet goed, dan maakt hij verlies. Dit heet het ondernemersrisico.
8
Investeringen
4.2 Ondernemingsvormen Onderneming is een ander woord voor bedrijf of organisatie. Een ondernemer kan een onderneming op verschillende manieren vormgeven. Het verschil zit hem vooral in de wettelijke status van de soort onderneming. En bijvoorbeeld in de vraag wie er verantwoordelijk is als het misloopt met de onderneming en de zaak failliet gaat.
In Nederland kan een ondernemer kiezen uit een aantal vormen • eenmanszaak of ZZP (zelfstandige zonder personeel): bedrijfsvorm waarbij één persoon in alle opzichten verantwoordelijk is voor de onderneming; • maatschap: twee of meer personen of rechtspersonen (de maten) die een bepaalde samenwerking aangaan; • vennootschap onder firma (vof), de man/vrouw-firma: manier waarop twee of meer personen samen een onderneming kunnen oprichten. Het betekent in feite dat zij onder een gezamenlijke naam of firma optreden, bijvoorbeeld ‘Kurt en Demir’; • commanditaire vennootschap (cv): een of meer beherende vennoten en een of meer stille vennoten. De stille vennoten hebben alleen een financiële inbreng en worden ook wel commanditaire vennoten genoemd; • besloten vennootschap (bv): bedrijfsvorm met aandelen, dus delen van het bedrijf, die allemaal op naam van een of meerdere personen staan; • naamloze vennootschap (nv): bedrijfsvorm met aandelen die vrij verhandelbaar zijn; • vereniging: verzameling mensen die een gezamenlijk doel hebben; • stichting: een verzameling mensen die een doel hebben dat sociaal of ideëel is; • coöperatie: vorm van zelforganisatie van producenten of verbruikers. Vroeger zag je dit veel in de landbouw en melkveehouderij. Ondernemerschap wordt steeds belangrijker. De laatste jaren beginnen steeds meer mensen voor zichzelf. Dat doen ze omdat ze daardoor onafhankelijker zijn en hun eigen beslissingen kunnen nemen inzake hun werk, maar ook omdat ze het ‘spannend’ vinden. Als een onderneming die klein begonnen is steeds groter wordt, geeft dat een kick. Zo is bijvoorbeeld een wereldwijde miljardenonderneming als IKEA ooit klein begonnen in een plattelandsstadje in Zweden. Ingvar Kamprad, de oprichter begon daar met de verkoop van meubelen. Het handelen zat in zijn bloed, want als kind was hij al bezig met het kopen en verkopen van spulletjes. Beginnende bedrijven die veelbelovend zijn, noemen we start-ups. Soms worden deze bedrijven gefinancierd door investeringsbedrijven. Dat zijn bedrijven die een risico willen nemen door geld uit te lenen aan beginnende ondernemers die veelbelovend lijken. Niet altijd zullen ze uiteraard hun geld terugkrijgen.
5
Investeringen Net zoals veel natuurlijke hulpbronnen blijven kapitaalgoederen niet altijd goed bruikbaar. Machines slijten, computers verouderen, stoelen gaan kapot. Gelukkig kunnen ze meestal eenvoudig vervangen worden. Dit doen bedrijven door te investeren. Een investering is een opoffering in tijd, geld of mankracht (personeel) ten behoeve van een doel dat pas op de lange termijn wordt behaald.
9
AE02
Productiefactoren
Figuur 5 Een school investeert in degelijk meubilair
Shutterstock
Er zijn verschillende soorten investeringen. • uitbreidingsinvesteringen: de hoeveelheid kapitaalgoederen binnen een bedrijf neemt toe. Bijvoorbeeld als er extra gebouwen worden gekocht, extra meubilair, grotere machines. Met uitbreidingsinvesteringen neemt de productiecapaciteit meestal toe; • breedte-investeringen: een bedrijf koopt meer van de duurzame kapitaalgoederen die ze al hebben. Bijvoorbeeld meer van dezelfde machines, maar geen grotere; • diepte-investeringen: daarbij gaat het om kapitaalgoederen die zijn ontwikkeld op basis van de nieuwste technologische ontwikkelingen en die bijvoorbeeld minder afval produceren, minder energie verbruiken of eenvoudiger en met minder mensen zijn te bedienen. Dit soort investeringen kunnen leiden tot een vermindering van het aantal arbeidsplaatsen. De ondernemer koopt dus een dure nieuwe machine, maar bespaart daarmee op de loonkosten. Het gebruik van nieuwe technologie kan ook arbeidsplaatsen opleveren: door gebruik van robots bijvoorbeeld verdwijnt er lichamelijk zwaar werk, maar komt er meer vraag naar kennis van programmeurs en technici. Bedrijven kunnen op verschillende manieren aan geld komen om deze investeringen te doen: • Ze kunnen een deel van de winst gebruiken om te investeren in nieuwe kapitaalgoederen. • Een bedrijf kan geld lenen bij een bank of een andere geldschieter. Over deze lening zal het bedrijf dan rente moeten betalen. • Een bedrijf kan proberen geld in te zamelen door middel van crowdfunding. Hierbij wordt het publiek gevraagd om mee te doen aan een investering. In ruil daarvoor krijgt iedereen dan bijvoorbeeld een klein deel van de financiële waarde van het bedrijf (aandelen), het product zelf of je krijgt in de toekomst je investering met rente terug. Crowdfunding is een vorm van financiering waarbij ondernemers, stichtingen maar ook particulieren een beroep doen op het publiek (‘the crowd’) om hun kredietbehoefte ingevuld te krijgen.
10
Begrippen
Video Bekijk de video's over het onderwerp productiefactoren: Productiefactoren: https://qr.linktm.nl/purl-1040 Productiefactoren op de maan: https://qr.linktm.nl/purl-1041
Begrippenlijst Arbeid
Het verrichten van bezigheden die nut hebben voor diegene die de arbeid verricht, voor zijn of haar naaste omgeving en/of voor de maatschappij als geheel.
Besloten vennootschap (bv)
Bedrijfsvorm met aandelen, dus waarbij delen van het bedrijf allemaal op naam van een of meerdere personen staan.
Commanditaire vennootschap (cv)
Bedrijfsvorm met een of meer beherende vennoten en een of meer stille vennoten. De stille vennoten hebben alleen een financiële inbreng en worden ook wel commanditaire vennoten genoemd.
Coöperatie
Vorm van zelforganisatie van producenten of verbruikers. Vroeger zag je dit veel in de landbouw en melkveehouderij.
Crowdfunding
Vorm van financiering waarbij ondernemers, stichtingen maar ook particulieren een beroep doen op het publiek (‘the crowd’) om hun kredietbehoefte ingevuld te krijgen.
Dividend
Vorm van inkomen uit kapitaal en ondernemerschap doordat iemand een aandeel of aandelen heeft in een bedrijf.
Eenmanszaak of zzp (zelfstandige zonder personeel)
Bedrijfsvorm waarbij één persoon in alle opzichten verantwoordelijk is voor de onderneming.
Huur
Vergoeding voor het gebruiken van een pand (onroerend goed).
Investering
Opoffering in tijd, geld of mankracht (personeel) ten behoeve van een doel dat pas op de lange termijn wordt behaald.
Kapitaal
Totaal van de kapitaalgoederen waarin het vermogen van een onderneming is vastgelegd (en soms het vermogen van die onderneming zelf).
Kapitaalgoederen
Goederen waarmee je andere producten kunt maken.
Maatschap
Bedrijfsvorm waarbij twee of meer personen of rechtspersonen (de maten) een bepaalde samenwerking aangaan.
Naamloze vennootschap (nv)
Bedrijfsvorm met aandelen die vrij verhandelbaar zijn.
Natuurlijke hulpbronnen
In de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn en onmisbaar zijn voor de levenskwaliteit van de mens.
Ondernemer
Persoon die iets onderneemt, en daarmee een of andere maatschappelijke bijdrage levert. Ook wel: zakenman, zakenvrouw of entrepreneur.
Ondernemerschap
Ondernemer zijn.
Pacht
Vergoeding van de pachter voor het gebruiken van een stuk grond.
Prestatiebeloning
Vast salaris met daarbovenop een extra salaris voor geleverde prestaties.
Productiefactoren
Middelen die nodig zijn voor het productieproces.
Rente
Vergoeding van de bank voor het gebruiken van het geld van de spaarder.
Salaris of loon
De beloning die een werknemer ontvangt omdat hij arbeid levert.
Stichting
Verzameling mensen die een doel hebben dat sociaal of ideëel is.
Vennootschap onder firma (vof), de man/ vrouw-firma
Bedrijfsvorm waarbij twee of meer personen samen het bedrijf hebben opgericht. Het betekent in feite dat zij onder een gezamenlijke naam of firma optreden, bijvoorbeeld ‘Kurt en Demir’.
Winst
Beloning voor ondernemerschap.
11
AE02
Productiefactoren
OPDRACHTEN Verwerkingsvragen 1
Soorten productiefactoren 1 Productiefactor Geef in je eigen woorden een definitie van de productiefactor natuurlijke hulpbronnen.
2 Zeewater Is zeewater een vrij goed? ◯ Ja ◯ Nee
3 Natuurlijke hulpbron Wat betekent het als een natuurlijke hulpbron niet-vernieuwbaar is?
4 Niet-vernieuwbaar Welke van deze natuurlijke hulpbronnen zijn niet-vernieuwbaar? Kies de juiste antwoorden. □ □ □ □ □
aardgas zon steenkool olie wind
5 Vrij goed Welke natuurlijke hulpbron is een vrij goed? ◯ zeewater ◯ bomen ◯ bouwgrond
6 Landbouwgrond Is landbouwgrond een vrij goed? Motiveer je antwoord.
12
Verwerkingsvragen
2
Arbeid 7 Kenniseconomie Wat is een kenniseconomie?
8 Productiefactor arbeid Hoe noem je de kosten voor de productiefactor arbeid?
9 Loonkosten In welk land zijn de loonkosten het hoogst? ◯ Duitsland ◯ Thailand ◯ Bangladesh
3
Kapitaal
10 Kapitaal Noem de twee betekenissen van kapitaal.
11 Kapitaal- of consumptiegoed Wanneer is een suikerklontje een kapitaalgoed en wanneer is het een consumptiegoed?
12 Kapitaalgoederen Kies het juiste woord in de zin. Kapitaalgoederen die je een of een paar keer gebruikt zijn vlottende / vastekapitaalgoederen. Kapitaalgoederen die langer dan een jaar meegaan zijn vlottende / vastekapitaalgoederen.
13 Voorraad papier Een uitgever gebruikt papier om boeken te maken. Is de voorraad papier een vast of een vlottend kapitaalgoed?
13
AE02
Productiefactoren
14 Boot Een visser koopt een boot om te kunnen vissen. Is de boot een vast of een vlottend kapitaalgoed?
15 Vlottende kapitaalgoederen Geef drie voorbeelden van vlottende kapitaalgoederen.
16 Vaste kapitaalgoederen Wat zijn vaste kapitaalgoederen voor een school? Kies de juiste antwoorden. □ □ □ □ □ □
het gebouw pennen schriftjes het digibord tablets koffie en thee
4 Ondernemerschap als productiefactor 17 Ondernemerschap Waarom is ondernemerschap een productiefactor?
18 Ondernemer Hoe noem je een ondernemer in het Engels? ◯ entrepreneur ◯ businessman ◯ undertaker
19 Coöperatie of naamloze venootschap Hoort het bij een coöperatie of bij een naamloze venootschap? Coöperatie
Naamloze vennootschap
Aandelen
◯
◯
Komt veel voor in de landbouw
◯
◯
Aandelenhandel
◯
◯
Samenwerking van producenten
◯
◯
14
Verwerkingsvragen
20 Stichting of vereniging Kies het juiste woord in de zin. Een drietal mensen willen de klimaatverandering keren en richten een stichting / vereniging op. Een grote groep personen wil graag samen volleyballen en richten een stichting / vereniging op.
21 Vrij verhandelbaar Welke ondernemingsvorm heeft aandelen die vrij verhandelbaar zijn? ◯ NV ◯ Eenmanszaak ◯ Vennootschap onder firma ◯ BV
22 Bedrijfsvorm Hoe heet de bedrijfsvorm waarbij twee of meer personen (maten) een bepaalde samenwerking aangaan?
5
Investeringen
23 Soorten investeringen Noem drie soorten investeringen.
24 Totale kosten Waarom kunnen de totale kosten gelijk blijven als een ondernemer een nieuwe machine koopt?
25 Productiefactor Waarom is ondernemerschap een productiefactor?
26 Kapitaalgoed Wanneer is een suikerklontje een kapitaalgoed?
15
AE02
Productiefactoren
27 Consumptiegoed Wanneer is een suikerklontje een consumptiegoed?
28 Beroemde ondernemers Noem drie beroemde ondernemers en de naam van hun bedrijf.
29 Crowdfunding Wat is crowdfunding? Kies het juiste antwoord. ◯ ◯ ◯ ◯
Ondernemers zamelen geld in via (veel) particulieren (het publiek). Ondernemers lenen geld van de bank. Ondernemers zamelen geld in via filantropische stichtingen. Ondernemers lenen geld van elkaar.
30 Extra verwerkingsvragen over productiefactoren Meer oefenen? Ga naar de online omgeving van InBusiness. Hier vind je meer verwerkingsvragen over het onderwerp productiefactoren.
Toepassingsvragen 1 Arbeid Beantwoord de volgende vragen. Je kunt de antwoorden zoeken op internet. Gebruik steeds de meest actuele informatie die je kunt vinden.
a Hoe groot is de beroepsbevolking in Nederland? b Wat is het minimum loon voor iemand van zeventien jaar in Nederland?
c Wat is het gemiddelde uurloon in India voor een software developer?
d Wat is het gemiddelde uurloon voor een Chinese fabrieksarbeider?
16
Toepassingsvragen
2 Robotica a Zoek samen met twee klasgenoten een antwoord op de vraag: ‘Kosten robots banen?’ Maak een verslag van 400-600 woorden. Vermeld duidelijk je bronnen.
3 Werkloosheid Arbeid is een belangrijke productiefactor. Toch zijn er veel mensen werkloos. Zoek op internet naar antwoord op de volgende vraag en maak een kort verslag.
a Hoeveel mensen zijn er werkloos in Nederland?
b Hoeveel procent van de beroepsbevolking is dat? c Is de werkloosheid het afgelopen jaar gestegen of gedaald? d Wat is de voornaamste oorzaak van de stijging of daling?
4 Natuurlijke hulpbronnen De gaswinning in Groningen levert veel problemen op. De aardbevingen die worden veroorzaakt door de gaswinning geven veel onrust onder de bevolking. Toch wil men er niet zomaar helemaal mee stoppen: de gaswinning is een economische factor voor Nederland. Zoek op internet naar antwoorden op de volgende vragen.
a De NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij) exploiteert de gaswinning in Groningen. Wat zijn de gevolgen voor de NAM als zij minder gas mogen winnen?
b Hoeveel mag de gasproductie de komende jaren zijn? c Wat gebeurt er met de lokale economie als veel mensen vertrekken uit het gebied van de aardbevingen?
17
AE02
Productiefactoren
5 Investeringen Om wat voor soort investering gaat het? a Een boer koopt een melkrobot.
b Een fabriek vervangt een deel van het personeel door robots.
c Een architectenbureau schaft een 3D-printer aan.
Om wat voor soort investering gaat het? Een boer koopt een melkrobot. breedte investering / diepte investering Een fabriek vervangt een deel van het personeel door robots. breedte investering / diepte investering Een architectenbureau schaft een 3D-printer aan. breedte investering / diepte investering
6 Ondernemers Tijdens de Week van de ondernemer wordt de beste ondernemer van Nederland uitgeroepen. Welke ondernemer was het dit jaar? En waarom heeft hij/zij gewonnen? Zie (http://www.weekvandeondernemer.nl/debesteondernemer)
7 Kosten van arbeid Veel mensen denken dat het goed zou zijn om het jeugdloon af te schaffen. Zet de voor- en nadelen van het jeugdloon op een rij en bekijk wat jij zelf het beste zou vinden. Maak hiervan een kort verslag
18
Toepassingsvragen
8 Zzp Lees het fragment en beantwoord de vraag. Uit De Volkskrant, 25 juni 2018, door Peter de Waard. Nederland Europees koploper aantal thuiswerkers: 13,7 procent van Nederlanders werkt vanuit huis In geen enkel ander Europees land werken zo veel mensen thuis als in Nederland. Van de werkenden tussen de 15 en 64 jaar gaat het om 13,7 procent. Na Nederland komen Luxemburg (12,7 procent) en Finland (12,3 procent). In Oost-Europese landen als Bulgarije (0,3 procent) en Roemenië (0,4 procent) werken relatief de minste mensen thuis Gemiddeld is het aantal thuiswerkenden in de EU 5 procent. In de meeste landen is het aandeel vrouwen dat thuiswerkt groter dan het aandeel mannen: 5,3 tegenover 4,7 procent. Ook in dit geval is Nederland een uitzondering: hier werkt 14,7 procent van de mannen thuis en 12,6 procent van de vrouwen. Veel zzp’ers Het aantal werkenden dat soms thuiswerkt is twee keer zo groot. In de afgelopen tien jaar steeg het percentage van 7,7 tot 9,6 procent. Het overgrote deel van hen is zzp’er (18,1 procent). Van de mensen in vaste dienst werkt maar 2,8 procent soms thuis. Hoe ouder mensen worden, hoe vaker ze thuiswerken. Slechts 1,6 procent van de mensen tussen 15 en 24 jaar werkt gewoonlijk thuis, in de leeftijdsgroep 25-49 jaar is dat 4,7 procent en in de groep 50-74 jaar 6,4 procent. In Nederland zijn die percentages 4,2 (15-24), 14,8 (25-49) en 16,6 (50-64 jaar). Geen verrassing Dat relatief veel Nederlanders thuiswerken is geen verrassing. Het werken in vast dienstverband neemt hier het snelst af. Nederland telt inmiddels meer dan één miljoen zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers), aldus cijfers van het CBS. En dat aantal stijgt nog steeds. In ongeveer de helft van de huidige EU-lidstaten is het aandeel zzp’ers van de werkzame beroepsbevolking de afgelopen tien jaar toegenomen. Nederland hoort tot de grootste groeiers, met een groei die twee keer zo groot is als in Duitsland. Het gaat hierbij om personen voor wie het zzp-schap de hoofdverdienste is. Als ook mensen worden meegeteld voor wie het zzp-schap een bijverdienste is, dan ligt dit aantal nog hoger. Diverse groep Wanneer rekening gehouden wordt met inkomsten uit uitkeringen en pensioen dan zijn er bijna 900 duizend personen voor wie het zzp-schap hun belangrijkste inkomensbron was. De groep zzp’ers is zeer divers en bevindt zich in allerlei sectoren. De meerderheid is tussen de 35 en 55 jaar oud en het zijn voornamelijk mannen. Nederland is overigens ook kampioen flexwerken in Europa. In de afgelopen tien jaar steeg het aantal flexbanen van 875 duizend tot twee miljoen.
19
AE02
Productiefactoren
a Hoe komt het dat zoveel Nederlanders thuiswerken?
b Wat zijn de voordelen van zzp’er zijn? c Wat zijn de nadelen? d Zijn er in het afgelopen jaar ontwikkelingen geweest? Is er bijvoorbeeld nieuwe wetgeving voor zelfstandigen zonder personeel?
9 Crowdfunding Lees het fragment en beantwoord de vraag. Wanneer men denkt aan crowdfunding, dan denkt men al snel aan de culturele en creatieve sector. Hier is crowdfunding namelijk ontstaan. Inmiddels zijn er verschillende varianten van crowdfunding, allemaal met hetzelfde basisprincipe: vele kleine geldgevers brengen samen het doelkapitaal bij elkaar. Vaak gebeurt crowdfunding online en wordt er een professioneel platform gebruikt. Crowdfunding is een dynamische vorm van financiering. Zeker voor ondernemingen kan crowdfunding veel voordelen hebben en we zien dan ook dat crowdfunding meer en meer een bewuste keuze wordt voor het ophalen van de gewenste financiering. Voordelen van crowdfunding zijn onder andere: • Tarieven en voorwaarden bepaalt de ondernemer vaak zelf. • Crowdfunding zorgt voor veel investeerders. Investeerders kunnen uitgroeien tot klanten en/of ambassadeurs van de onderneming. • Een crowdfundingcampagne is een uitstekende vorm van marktonderzoek. • Crowdfunding sluit aan op een veranderende behoefte van mensen: meer online gericht, grotere behoefte tot ‘community building’, een groeiende deeleconomie, grotere behoefte aan transparantie. • Crowdfunding kan daadwerkelijk een onderdeel zijn van een online marketingstrategie. Steeds vaker zien we dat verschillende vormen van financiering worden samengebracht. Elke vorm van financiering heeft immers voor- en nadelen. Ook banken nemen een meer positieve houding aan ten opzichte van crowdfunding. Er komen steeds meer hybride financieringen, waarbij de bank bijvoorbeeld rekening-courantkrediet verstrekt en een crowdfundingplatform een middellang krediet of eigen vermogen. In 2013 is de Branchevereniging Nederland Crowdfunding opgericht. De Nederlandse crowdfundingplatforms die zich richten op bedrijfsfinanciering organiseren zich nu in deze branchevereniging om de ontwikkeling van crowdfunding in Nederland te versterken en verduurzamen. Inmiddels zijn de
20
Toepassingsvragen platforms Crowdaboutnow, Geldvoorelkaar, One Planet Crowd, Share2start, Symbid en Wekomenerwel aangesloten bij de branchevereniging. Het bestuur wordt gevormd door een afvaardiging van de platforms. Hiermee vertegenwoordigt de branchevereniging meer dan 95% van de markt van crowdfundingplatforms voor bedrijfsfinanciering. Grofweg valt crowdfunding in vijf hoofdgroepen te verdelen. • Donatiemodel. Binnen het donatiemodel doneert een investeerder geld voor een bepaald doel. Dit kan van alles zijn. Bij donaties krijgt de investeerder er niets voor terug, dit is pure liefdadigheid. In Nederland zijn er diverse platformen die dit aanbieden. Voorbeelden zijn www. projectgeld.nl (NL), www.onepercentclub.com (NL), www.4just1.com (NL) en www.121donation.com (NL). Veel van deze platforms worden gebruikt voor projecten in ontwikkelingslanden. • Naturamodel. Onder het naturamodel valt de financieringsvorm sponsoring. Het grootste verschil tussen donaties en sponsoring is dat bij sponsoring de investeerder een niet-financiële beloning ontvangt van de ondernemer. Sponsoring wordt vaak toegepast bij projecten in de creatieve sector. Als tegenprestatie hierbij kan worden gedacht aan een concertkaartje, een exemplaar van een cd of een naamsvermelding in bijvoorbeeld de aftiteling van een film. Verder is het ook mogelijk dat de investeerder een exemplaar van (het nog te ontwerpen) product ontvangt bij sponsoring vanaf een bepaald bedrag. Voorbeelden van platformen die dit aanbieden zijn www.cinecrowd.nl (NL), www.voordekunst.nl (NL), www.kickstarter.com (VS) en www.sellaband.com (DE). • Commerciële model. De snelst groeiende vorm van crowdfunding is het commerciële model waarbij vooral het mkb wordt gefinancierd. Als tegenprestatie krijgen de investeerders een financiële beloning. Dit kan in verschillende vormen zijn. Vaak wordt deze financiële tegenprestatie ook gecombineerd met een product of dienst van de desbetreffende onderneming. • Vreemd vermogen. Hierbij leent de investeerder een som geld uit aan de ondernemer. De ondernemer betaalt deze som terug met rente. Het ligt aan het platform hoe de terugbetaling verloopt. Bij www.geldvoorelkaar. nl (NL) en www.thedutchdeal.nl (NL) krijgt de investeerder zijn inleg op annuïtaire basis terug. Elke maand wordt een gedeelte aflossing en een gedeelte rente gestort waardoor het totaal geïnvesteerde bedrag lager wordt. Bij www.crowdaboutnow.nl (NL) is dit per project verschillend en wordt vooraf gecommuniceerd. • Eigen vermogen. Wanneer een ondernemer aandelen of obligaties verkoopt valt dit onder het eigen vermogen. Een investeerder participeert in het project en in ruil daarvoor delen de investeerders de waardeontwikkeling van de onderneming. Crowdfundingplatforms die hierin bemiddelen zijn onder andere www.leapfunder.nl (NL) en www. symbid.nl (NL).
a Wat is crowdfunding?
b In welke sectoren wordt aan crowdfunding gedaan?
21
AE02
Productiefactoren
c Wat zijn de voordelen van crowdfunding?
d Wat is mogelijk een nadeel van crowdfunding? e Wat zijn de vijf manieren om aan crowdfunding te doen? 1 2 3 4 5
f Noem vijf voorbeelden van platforms. 1 2 3 4 5
g Hoeveel geld is er vorig jaar via crowdfunding binnengehaald in Nederland? Zoek het antwoord op deze vraag op internet.
10 Extra toepassingsvragen over productiefactoren Meer oefenen? Ga naar de online omgeving van InBusiness. Hier vind je meer toepassingsvragen over het onderwerp productiefactoren.
22
Samenvatting
Evaluatie en reflectie Samenvatting Lees de samenvatting Meer oefenen? Ga naar de online leeromgeving van InBusiness en lees de samenvatting.
Checklist Checklist Bepaal voor jezelf welke onderwerpen je goed beheerst en welke je nog beter moet bestuderen. Ja
Nee
Je begrijpt dat er verschillende productiefactoren zijn.
◯
◯
Je begrijpt dat de verschillende productiefactoren natuur, arbeid en kapitaal en ondernemerschap verschillende beloningsvormen kennen, namelijk pacht, loon, huur, rente, dividend en winst.
◯
◯
Je begrijpt dat er verschillende ondernemingsvormen zijn.
◯
◯
Je begrijpt waarom investeringen noodzakelijk zijn.
◯
◯
Je begrijpt dat bedrijven op verschillende manieren aan geld voor investeringen komen.
◯
◯
Je herkent dat alle productiefactoren nodig zijn om ervoor te zorgen dat er goederen en diensten zijn waarmee mensen in hun behoeften kunnen voorzien.
◯
◯
Test je kennis en inzicht Test jezelf Test je kennis en inzicht in de online leeromgeving van InBusiness.
23
AE02
Productiefactoren
24