THEORIEBOEK SERVICES
Bedrijfseconomie elementair
Bedrijfseconomie elementair
Inhoudsopgave Voorwoord
3
DEEL I BEDRIJFSECONOMIE
x
1
x Introductie xx Theorie xx 1 Van organisatie naar onderneming xx 2 Doelen van een onderneming xx 3 Belanghebbenden van een onderneming xx 4 Werkterrein van een onderneming xx 5 Handelsondernemingen xx 6 Bedrijfskolommen xx 7 Organisatievormen xx Begrippen xx
2
BEE02 Opbrengsten en kosten, ontvangsten en uitgaven
xx Introductie xx Theorie xx 1 De productiefactoren ‘KANO’ xx 2 Opbrengsten en kosten xx 3 Kostencategorieën xx 4 Opbrengsten, kosten, ontvangsten en uitgaven xx Begrippen xx
3
BEE03 Kosten van grond- en hulpstoffen xx Introductie xx Theorie xx 1 De grondstofkosten xx 2 Wat kost de grondstof? xx Begrippen xx
4
BEE04 Kosten van arbeid
xx Introductie xx Theorie xx 1 De arbeidsovereenkomst xx 2 Van brutoloon naar nettoloon xx 3 Van brutoloon naar arbeidskosten xx 4 Loonstelsels xx 5 Uurtarief en werkplaatstarief xx Begrippen xx
5
BEE05 Kosten van duurzame productiemiddelen
BEE01 Van organisatie naar onderneming
Introductie Theorie 1 Technische en economische gebruiksduur 2 Kosten van een duurzaam productiemiddel 3 Afschrijven 4 Complementaire kosten en interestkosten 5
xx xx xx xx xx xx xx
Begrippen xx
6
BEE06 Overige kostensoorten
xx Introductie xx Theorie xx 1 De kosten van grond xx 2 De kosten van diensten van derden xx 3 De kosten van belastingen xx 4 De kosten van financiering xx Begrippen xx
DEEL II ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE
xx
7
BEE07 Verkooporder en verkoopfactuur samenstellen xx Introductie xx Theorie xx 1 Eisen aan een factuur xx 2 Verkooporder en verkoopfactuur xx 3 Voorfacturering en nafacturering xx 4 Bijzondere informatie op een verkoopfactuur xx 5 Creditfactuur xx 6 Factureren binnen de EU xx Begrippen xx
8
BEE08 Omzetbelasting berekenen en verwerken
xx Introductie xx Theorie xx 1 Omzetbelasting xx 2 Aangifte omzetbelasting doen xx 3 Belasting over de toegevoegde waarde xx 4 Wet op de omzetbelasting xx 5 Verschillende tarieven voor de omzetbelasting xx Begrippen xx
9
BEE09 Administratieve organisatie van bedrijfsprocessen
xx Introductie xx Theorie xx 1 De schoenenzaak van Jan van Dalen xx 2 Administratieve organisatie xx 3 Bedrijfsprocessen xx 4 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) xx Begrippen xx
Register
xx
6
Deel I Bedrijfseconomie
SERVICES
BEE01
1
Van organisatie naar onderneming
Auteur Edward van Balen Eindredactie Pieter Mijnster
BEE01
Van organisatie naar onderneming
THEORIE Introductie De uitdaging Met regelmaat houden bedrijven bijeenkomsten voor belanghebbenden. Bekend zijn aandeelhoudersvergaderingen of bijeenkomsten voor trouwe afnemers of leveranciers. Het is gebruikelijk dat een van de voorlichters van de onderneming daarbij informatie verstrekt over de ontwikkelingen die de organisatie doormaakt. In de aankomende bijeenkomst voor diverse belanghebbenden moet er in een onderneming een presentatie worden gehouden over: • • • • •
de visie en missie van de onderneming; de ontwikkelingen rond duurzaam ondernemen (Triple P); de productiesector(en) waarin de onderneming actief is; welke rol de onderneming in de handel speelt; hoe de onderneming is georganiseerd, verduidelijkt met een organogram.
Aan de slag: Kun jij deze presentatie van inhoud voorzien?
Figuur 1
Shutterstock
10
Leerdoelen Wat heb ik voor deze uitdaging nodig? Kennis: • Ik kan de begrippen organisatie, bedrijf, onderneming, visie, missie, belanghebbenden, Tripple P, productiesector, organogram beschrijven. Begrip: • Ik kan de verschillen aangeven tussen een organisatie, een bedrijf en een onderneming. • Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen visie en missie van een onderneming. • Ik kan de verschillende functies van de handel aangeven. Vaardigheid: • Ik kan ondernemingen in productiesectoren plaatsen. • Ik kan een bedrijfskolom op basis van verstrekte gegevens samenstellen. • Ik kan een organogram tekenen en daar de lijn- en staffuncties in aangeven.
11
BEE01
Van organisatie naar onderneming
1
Van organisatie naar onderneming
1.1
De visie en missie van een organisatie Een organisatie is een groep mensen die samenwerkt om een bepaald doel te bereiken. Dat doel moet zo helder mogelijk zijn beschreven. Anders weet je nooit of je je doel hebt bereikt. Het gaat om wie, wat en hoe. Voor een organisatie is het belangrijk om een planning te hebben waarin staat beschreven hoe zij haar doel of meerdere doelen wil bereiken. Hierbij maakt de organisatie gebruik van de productiefactoren natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap. Je vindt deze productiefactoren terug als machines, grond, werknemers, grondstoffen, elektriciteit en management. Een organisatie zorgt voor een doelmatig gebruik van deze middelen. Een organisatie moet vaststellen waar zij voor staat. Dat is de missie. Bij het beschrijven van een missie gaat het onder meer om vragen als: • • • •
Wie zijn wij? Waarom bestaan wij? Wat kunnen wij voor onze belanghebbenden doen? Wat zijn onze waarden, normen en overtuigingen?
Een onderneming moet een aansprekend toekomstbeeld bieden. Dat is de visie. Bij het beschrijven van een visie is de kernvraag: • Wat willen we bereiken? In de visie van een organisatie is het doel opgenomen dat de organisatie nastreeft. Het gaat bij een visie om het maken van verschil voor klanten en de maatschappij. Wat wil de organisatie bereiken en waar zitten klanten op te wachten? Missie en visie van Philips Missie Het leven van mensen verbeteren met zinvolle innovaties. Visie Philips streeft ernaar middels innovaties de wereld om ons heen gezonder en duurzamer te maken. Ons doel is om in 2025 de levens van drie miljard mensen te hebben verbeterd. Wij bieden de beste werkomgeving voor mensen die onze passie delen en samen bieden we onze klanten en aandeelhouders ongekende meerwaarde. Bron: philips.nl Een organisatie moet ook beschrijven hoe zij de beschreven doelen wil bereiken. Daarom werkt een organisatie met verschillende toekomstscenario’s. Een scenario is een beschrijving van de toekomst waarin staat hoe mensen zijn betrokken bij de missie, de visie, de keuzes die er zijn en welke voordelen en nadelen samenhangen met die keuzes. Er is vaak een optimistisch, een normaal en een pessimistisch scenario. Hierbij houd je rekening met de omgeving van de onderneming op het gebied van economie, bevolking, politiek, techniek, milieu en cultuur. Daarna kijk je naar de zaken waar je wel en waar je geen invloed op hebt.
12
Doelen van een onderneming
1.2 Bedrijf en onderneming Een organisatie is economisch zelfstandig als ze zelf voldoende opbrengsten kan verwerven om alle kosten te dekken. Als je van de overheid subsidie nodig hebt om te kunnen bestaan, dan ben je niet economisch zelfstandig. Een bedrijf is een economisch zelfstandige organisatie die zich toelegt op de productie van goederen en diensten. Een onderneming is een bedrijf dat naar winst streeft en naar voortbestaan op de lange termijn. Je kunt dus zeggen dat een onderneming altijd een bedrijf is, maar niet dat een bedrijf altijd een onderneming is.
Figuur 2 Van bedrijf naar onderneming
2
Roel Seidell
Doelen van een onderneming Het doel van een onderneming is niet zomaar winst maken en verder niets. Doelen worden vaak heel precies omschreven en gaan ook om andere zaken dan alleen maar het behalen van winst. Een verantwoordelijke ondernemer houdt zich aan bepaalde principes en houdt rekening met de verschillende groepen die er belang bij hebben dat het goed gaat met de onderneming. Duurzaam ondernemen Iedere onderneming moet een doel hebben en een plan om dat doel te bereiken. Nu vinden veel ondernemers dat niet alles is toegestaan om zo veel mogelijk winst te behalen. Behalve winst vinden ze dat ook milieu en mensen een belangrijke rol spelen. Bij duurzaam ondernemen gaat het dan om ‘Triple P’. Dat zijn de drie P’s van People, Planet en Profit. Planet Planet staat voor het milieu. Op milieugebied is het van belang dat ondernemingen met zorg omgaan met energie en natuurlijke hulpbronnen, dat ze aan recycling doen en dat ze hun afvalgassen en afvalwater zuiveren. Als je een product niet meer kunt gebruiken, kun je het als afval verbranden. Maar je kunt ook de gebruikte materialen terugwinnen. Dat is recycling of hergebruik.
13
BEE01
Van organisatie naar onderneming Als je geen restafval meer hoeft te verbranden maak je gebruik van een circulaire economie. Daarbij hoef je geen nieuwe grondstoffen meer te gebruiken. HERGEBRUIK ECONOMIE
CIRCULAIRE ECONOMIE Grondstoffen
Grondstoffen Productie Productie
Recycling
Recycling Gebruik
Gebruik
Restafval Figuur 3 Bij Planet staat het milieu centraal.
Tiekstramedia
Maar kan ook om de vraag gaan of je een streek mag ombouwen tot toeristisch gebied. Misschien is een andere bestemming voor dat gebied op de langere termijn veel beter voor de bevolking of het milieu. Denk maar aan de aanleg van skigebieden in Oostenrijk waarbij veel bomen zijn verdwenen en waar lawines en overstromingen nu voor steeds meer gevaar zorgen. In eigen land is de schade van de aardbevingen in Groningen als gevolg van de aardgaswinning een duidelijk voorbeeld van maatschappelijke kosten. De kosten hiervan had de NAM (een onderneming van Shell, Exxon en de overheid) in de aardgasprijs moeten doorberekenen.
Figuur 4 The Footprint Challenge
Footprint Challenge
Om inzicht te krijgen in de kosten voor de samenleving kun je de voetafdruk (footprint) van een bedrijf of een mens berekenen. Met een voetafdruk bereken je hoeveel hectare van de aarde jij als mens nodig hebt. Dat is meestal meer dan je denkt. Om je voetafdruk kleiner te maken kun je denken aan: • • • •
Wees zuinig met elektriciteit en gas. Eet vaker biologisch en plantaardig en neem verse producten uit je eigen regio. Ga duurzaam met vakantie: vlieg minder en kies vaker het openbaar vervoer. Doe langer met je spullen en kies vaker voor tweedehands in plaats van het nieuwste van het nieuwste. 14
Belanghebbenden van een onderneming Bedrijven kunnen dit gedrag beïnvloeden door beloning. Ook de overheid kan maatregelen nemen om gedrag te veranderen. Op footprintchallenge vind je meer informatie over je voetafdruk. People Op sociaal vlak (People) gaat het om het welzijn van mensen. Pas geen kinderarbeid toe en laat geen gevaarlijke situaties bestaan bij de productie. Zorg wel voor mogelijkheden voor de opleiding van werknemers en bied kinderopvang aan. Profit De derde P staat voor Profit. Winst maken betekent inkomen voor eigenaars. Maar ook alle andere belanghebbenden van een onderneming vinden het voortbestaan van de onderneming belangrijk. Winst is nodig als buffer voor als het wat minder gaat met de onderneming en is noodzakelijk voor de financiering van nieuwe projecten van de onderneming.
3
Belanghebbenden van een onderneming
3.1
Verschillende belanghebbenden Veel groepen hebben er belang bij dat het goed gaat met een onderneming. Elke groep heeft een eigen doel dat ze nastreeft. De volgende groepen zijn belanghebbenden van een onderneming
Werknemers Werknemers hebben hun arbeid als inbreng. In ruil daarvoor krijgen ze een inkomen. Voor degenen die dat willen, zijn er mogelijkheden om opleidingen te volgen. Aspecten als je nuttig voelen, jezelf ontplooien en zekerheid voor je bestaan zijn voor werknemers ook belangrijk.
Leidinggevenden Leidinggevenden brengen hun arbeid en hun ondernemerscapaciteiten in een onderneming in. Zij krijgen naast hun vaste inkomen een extra beloning als ze een bepaald minimumresultaat of target bereiken. Ook aspecten als status en zelfontplooiing spelen voor deze groep mee.
Uitzendbureaus Uitzendbureaus krijgen steeds meer invloed op ondernemingen, omdat zij het mogelijk maken dat ondernemingen op korte termijn werknemers kunnen inhuren voor een bepaalde periode. Een onderneming kan dan in minder drukke tijden met minder personeel werken.
15
BEE01
Van organisatie naar onderneming
Vakbonden
Figuur 5 Werknemers, laat je horen!
Shutterstock
Vakbonden treden vaak namens werknemers op. Zij zorgen ervoor dat allerlei zaken rondom arbeid goed zijn geregeld en ze onderhandelen met een onderneming over arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid. Afspraken over de hoogte van het pensioen en de leeftijd waarop je met pensioen mag, zijn de laatste jaren steeds vaker onderwerp van gesprek.
Vermogenverschaffers Vermogenverschaffers van eigen en vreemd vermogen geven een onderneming de mogelijkheid projecten te financieren. Als beloning ontvangen de eigenaren een deel van de winst en zeggenschap. De verschaffers van vreemd vermogen, zoals banken en beleggers met obligaties, ontvangen rente en in bijzondere gevallen ook zeggenschap.
Leveranciers Leveranciers leveren grondstoffen en duurzame productiemiddelen. Maar ook verzekeringen, transport, advies en andere dienstverlening horen hierbij.
16
Belanghebbenden van een onderneming
Overheid De overheid zorgt voor randvoorwaarden zoals veiligheid, infrastructuur, regelgeving en wetgeving. De overheid ontvangt ook een deel van de winst in de vorm van belasting, maar er is geen rechtstreeks verband tussen wat de overheid geeft en wat ze ontvangt.
Figuur 6 Belastingdienst: iedereen heeft ermee te maken.
Shutterstock
Milieuorganisaties proberen invloed uit te oefenen op de bedrijven en de overheid zodat beleid ten aanzien van afval, recyclen van materialen en ontwikkeling van nieuwe productiemethoden verbetert.
Figuur 7 Vervuiling
Shutterstock
Afnemers Tot slot zorgen de afnemers van producten ervoor dat een onderneming haar producten en diensten kan verkopen. De invloed van afnemers hangt af van het soort producten en diensten dat wordt geleverd en hoe belangrijk een afnemer voor de onderneming is. Als afnemers andere eisen aan producten stellen, zal de onderneming hierop moeten inspelen. 17
BEE01
Van organisatie naar onderneming
3.2 Lastige beslissingen voor ondernemers Belanghebbenden streven allemaal verschillende doelen na. Er is dus nooit sprake van één doel. Als het goed gaat met de onderneming, gaat het ook goed met de verschillende groepen. Toch zijn er gebeurtenissen die verschillend uitpakken voor verschillende groepen, bijvoorbeeld: • Een onderneming ontslaat vaste werknemers en werkt meer met uitzendbureaus. • Een onderneming gebruikt goedkopere grondstoffen, die meer afval veroorzaken. • Er worden hogere lonen uitgekeerd, waardoor er minder winst voor aandeelhouders is. • De overheid kondigt strengere milieueisen aan, waardoor de productie duurder of misschien wel onmogelijk wordt.
ve rh ei d
Door deze strijdige belangen is leidinggeven aan een onderneming vaak een heel lastig spel.
O
Vermogenverschaffers Leidinggevenden
Bedrijf
Gemeente
g
in
m
rs
aa
r ke ze
r Ve
ne
er
Le ve r
nd
an
O
cie
rs
Afnemers Banken Fiscus Accountant Aandeelhouders Vakbonden Werkgevers
Figuur 8
4
Werkterrein van een onderneming
4.1
Productiesectoren Er zijn zoveel verschillende soorten bedrijven dat er bijna net zoveel manieren zijn om bedrijven in te delen. Een bedrijf kan helemaal aan het begin van een productieproces staan, maar ook helemaal aan het eind. Sommige bedrijven houden zich met elke fase van een productieproces bezig. Goederen leggen vaak een lange weg af. Er zijn telkens bedrijven die iets met het product doen, zodat het meer waard wordt. Produceren is dan ook waarde toevoegen. Als je de weg die een product aflegt weergeeft in een schema, noem je dat een bedrijfskolom. Je kunt alle bedrijven indelen in vier productiesectoren.
18
Werkterrein van een onderneming
Primaire sector Bedrijven in de primaire sector winnen hun producten uit de natuur. Voorbeelden zijn mijnbouw, landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij.
Figuur 9 De natuur levert grondstoffen voor de primaire sector.
Shutterstock
Secundaire sector Bedrijven in de secundaire sector verwerken grondstoffen en natuurproducten uit de primaire sector en maken daar eindproducten en halffabricaten van. Voorbeelden zijn worstmakerijen, meubelfabrieken, olieraffinaderijen en margarinefabrieken.
Figuur 10 Veel fabrieksarbeid in de secundaire sector.
Shutterstock
Tertiaire sector Bedrijven in de tertiaire sector zijn dienstverlenende bedrijven. Ze houden zich onder meer bezig met handel, transport, verzekering, administratie en advisering. Voorbeelden zijn verzekeringsmaatschappijen, benzinestations, patatbakkers, accountantskantoren, supermarkten en juweliers. Bedrijven in de tertiaire sector zijn altijd ondernemingen, omdat ze naar winst streven. Een andere naam voor deze sector is de commerciële dienstensector.
Figuur 11 Commerciële bedrijven vind je in de tertiaire sector.
19
Shutterstock
BEE01
Van organisatie naar onderneming
Quartaire sector Bedrijven in de quartaire sector zijn ook dienstverlenende bedrijven, maar ze streven niet naar winst. Een andere naam is dan ook de niet-commerciële dienstensector. Het is mogelijk dat deze bedrijven kostendekkend moeten werken, maar het is ook mogelijk dat deze bedrijven alleen met subsidies kunnen blijven bestaan. Ze zijn dan niet economisch zelfstandig. Voorbeelden van bedrijven in de quartaire sector zijn ziekenhuizen, brandweer, politie en verzorgingshuizen.
Figuur 12 Brandweer en ziekenhuizen zijn dienstverlenend.
Shutterstock
4.2 Van bedrijf naar onderneming Er is de laatste tijd steeds meer sprake van instellingen die kostendekkend moeten werken of zelfs winstgevend moeten worden. Vroeger moesten de Nederlandse Spoorwegen met subsidie zorgen voor openbaar vervoer per trein. Tegenwoordig moet de NS ook winst maken om te blijven bestaan. De NS is dus van de quartaire sector naar de tertiaire sector gegaan. Zo is het ook met veel energiebedrijven gegaan. Het betreft bedrijven die onderneming zijn geworden.
5
Handelsondernemingen Een handelsonderneming maakt niet zelf producten, maar koopt producten in. Dat kan rechtstreeks van een producent zijn, maar een handelaar kan ook bij een groothandel artikelen kopen. Deze groothandel koopt de artikelen dan bij producenten op. Een handelaar is dus eigenaar van goederen, niet zomaar een tussenpersoon.
5.1 Taken van de handel De handel heeft een aantal taken. Collecteren Een handelaar koopt goederen bij een aantal producenten. Op deze manier verzamelt de handelaar verschillende soorten goederen. Opslaan Als een handelaar het verschil in tijd wil overbruggen, moet hij goederen opslaan. De handelaar heeft voorraden, zo kan hij op elk gewenst moment zijn klanten voorzien. Tijdens de opslag moet hij de goederen onderhouden. Soms zijn aan het opslaan hoge kosten verbonden voor bijvoorbeeld koeling of bewaking.
20
Handelsondernemingen Sorteren Niet alle producten zijn van gelijke kwaliteit of van dezelfde grootte. Tijdens de opslag kan een handelaar sorteren. Dit komt vooral bij verzamelende handel voor. Zo is er bijvoorbeeld sortering naar grootte (bij aardappels) en naar kwaliteit (bij koffiebonen). Assorteren Een handelaar wil zijn afnemers verschillende producten of kwaliteiten aanbieden. Daarom probeert hij een assortiment producten aan te bieden. Dit zal zich voornamelijk voordoen bij distribuerende handelaren. Dit is assorteren. Distribueren Als goederen door een klein aantal handelaren zijn opgekocht, zorgen deze handelaren er ook voor dat de goederen bij de consument terechtkomen. Meestal zorgt de handel ervoor dat er veel verkooppunten voor deze producten zijn. Een ander woord voor distribueren is verdelen.
Figuur 13 Producten in een distributiecentrum.
Shutterstock
Financieren Een producent van landbouwproducten moet de oogst afwachten voordat hij geld voor zijn goederen krijgt. Om te kunnen leven zal een boer vaak worden gefinancierd door een handelaar. In dit geval ontvangt de boer dus eerst geld, een hele tijd later levert hij landbouwproducten.
Verkoop bevorderen Klanten weten niet altijd wat je allemaal met een nieuw product kunt doen. Of ze weten niet welk product ze moeten kiezen en welk product het beste is. Eén van de taken van een handelaar is producten onder de aandacht van klanten te brengen en zo de verkoop bevorderen. Reclame kan deze keus beïnvloeden.
21
BEE01
Van organisatie naar onderneming
Figuur 14 Keus genoeg.
Shutterstock
5.2 Van verkoopprijs naar nettowinst Een onderneming krijgt goederen in grote hoeveelheden geleverd. Behalve de inkoopprijs komen ook de transportkosten en de kosten van verzekering erbij. Dat is waar de onderneming mee begint. Daarna komen de kosten voor de opslag, het bewaren, het verpakken en het verkopen. Verkoopkosten kunnen onder andere bestaan uit transportkosten, reclamekosten, de kosten van de vertegenwoordigers en kosten van de verkoopruimten. Een handelaar heeft een idee over de inkoopprijs en de verkoopprijs. Het verschil is de brutowinst per product. Van deze brutowinst moet dan nog een bedrag af voor de bedrijfskosten. Wat overblijft, is de nettowinst per product. Opbrengst van de verkopen − Inkoopwaarde van de verkopen Brutowinst − Bedrijfskosten Nettowinst
6
Bedrijfskolommen
6.1
De bedrijfskolom: van oerproducent tot consument De weg die een product aflegt van de allereerste (oer)producent tot aan de consument is de bedrijfskolom. Zo’n bedrijfskolom kun je voor alle producten tekenen. Een onderneming vervult één of meer fasen in een bedrijfskolom. Dit kan de daadwerkelijke productie zijn, maar het kan ook om handel gaan. De schematische bedrijfskolom en de bedrijfskolom van brood kun je als volgt weergeven.
22
Bedrijfskolommen
Oerproducent markt
Graanboeren markt
Groothandel markt
Opkoper/ graanhandelaar markt
Industrie markt
Meelfabriek markt
Kleinhandel markt
Bakkerij markt
Figuur 15 Bedrijfskolom
Tiekstramedia
In werkelijkheid is er sprake van een groot aantal graanboeren en bakkers. Het aantal graanhandelaren is minder groot en van meelfabrieken zijn er maar enkele. De gezamenlijke graanboeren vormen samen een bedrijfstak. Zo vormen ook de gezamenlijke graanhandelaren en de bakkers een bedrijfstak. Een bedrijfstak bestaat dus uit bedrijven (ondernemingen) die eenzelfde soort productie in een bedrijfskolom uitvoeren. Tussen deze bedrijfstakken zitten markten. Tussen graanboeren en graanhandelaren bevindt zich een graanmarkt. Voor een graanboer is dit een verkoopmarkt en voor een graanhandelaar een inkoopmarkt. De goederen leggen een weg af naar beneden en krijgen een steeds grotere waarde. Vervoerders, verzekeraars en banken zorgen ervoor dat het proces soepel verloopt. Zo belanden de goederen bij de uiteindelijke afnemer: de consument. De consument is een eindverbruiker en hoort niet bij de bedrijfskolom. Bedenk dat de transportsector diensten verleent aan verschillende bedrijven van de bedrijfskolom. Maar transportbedrijven zijn geen eigenaar van goederen, dus blijven ze onzichtbaar en ze horen dus niet bij de bedrijven van die bedrijfskolom.
6.2 De plaats van een onderneming in de bedrijfskolom Een onderneming vervult een of meer functies in een bedrijfskolom. Sommige ondernemingen houden zich bezig met de productie, terwijl andere ondernemingen zich richten op het inkopen en verkopen van producten. Een onderneming kan ook produceren en handelen. Vooral ondernemingen die handelen in producten lossen problemen op als het gaat om de hoeveelheid, de kwaliteit, het tijdstip en de plaats. De activiteit van zo’n onderneming bepaalt mede de plaats van die onderneming in de bedrijfskolom. Collecterende handel De collecterende handel (ook wel de verzamelende handel) koopt eerst goederen op. Vervolgens worden de goederen gesorteerd in verschillende maten en kwaliteiten. De handelaar slaat de goederen voor korte of langere tijd op en vervoert ze daarna naar een bepaalde plaats. Collecterende handel vind je vooral voor in de bedrijfskolom. Distribuerende handel De distribuerende handel koopt groot in en verkoopt vaak in kleinere hoeveelheden aan bedrijven en consumenten in een bepaald land of een bepaalde regio. Distribuerende handel vind je dan ook onder in de bedrijfskolom.
23
BEE01
Van organisatie naar onderneming Groot- en kleinhandel Als een bedrijf aan een ander bedrijf verkoopt, is er sprake van groothandel. Opkopers, exporteurs en importeurs zijn voorbeelden van groothandel. Een groothandel collecteert, omdat hij goederen opkoopt bij producenten en distribueert, omdat hij deze goederen verdeelt over meerdere detaillisten. Groothandels vind je dan ook vooral midden in een bedrijfskolom.
Figuur 16 In de stad vind je kleinhandel; verkoop aan consumenten.
Shutterstock
Bedrijven die leveren aan de consument noem je kleinhandel. Het zijn de detaillisten die de goederen aan de eindverbruikers verkopen en ze vallen hierdoor onder de distribuerende handel die zich aan het eind van een bedrijfskolom bevindt. Al met al kun je zeggen dat je in een bedrijfskolom ondernemingen vindt die zich toeleggen op de productie van goederen en diensten en ervoor zorgen dat deze producten aan de uiteindelijke afnemers worden geleverd.
6.3 Veranderingen in de bedrijfskolom Goederen veranderen elke keer van eigenaar. Vervoerders, verzekeraars en financiers worden geen eigenaar, maar krijgen uiteraard wel betaald voor hun diensten. Dit zijn de diensten van derden. Om verschillende redenen kunnen bedrijfskolommen veranderen. Deze veranderingen hebben bijvoorbeeld te maken met nieuwe productietechnieken, andere grondstoffen, bedrijven die samengaan of bedrijven die zich opsplitsen. Er zijn vier vormen: • • • •
integratie differentiatie parallellisatie specialisatie
24
Bedrijfskolommen Integratie Als een bedrijf wordt samengevoegd met een ander bedrijf uit een vorige of volgende bedrijfstak in dezelfde bedrijfskolom, is er sprake van integratie. Dit kan gebeuren als een leverancier en een afnemer samengaan of, zoals in de afbeelding, dat een handelaar in graan dit zelf gaat malen en als meel verkoopt. Een bedrijfskolom wordt door integratie korter. VOOR
NA
Graanboer
Graanboer
Groothandelaar
Meelfabriek die direct van graanboeren koopt
Meelfabriek
Bakker
Bakker
Figuur 17 Integratie
Tiekstramedia
Differentiatie Als een bedrijf juist wordt opgesplitst in twee opeenvolgende fasen in dezelfde bedrijfskolom is dat differentiatie. Bakkers die zelf brood bakken en verkopen besluiten brood in te kopen bij grote broodbakkerijen en het in hun bakkerij te verkopen. Een bedrijfskolom wordt door differentiatie langer. VOOR
NA
meelfabriek
meelfabriek
bakker
bakkerijen
broodboetieks en supermarkten
Figuur 18 Differentiatie
Tiekstramedia
25
BEE01
Van organisatie naar onderneming Parallellisatie Als een bedrijf uit de ene bedrijfskolom een bedrijf uit een andere bedrijfskolom overneemt, is er sprake van parallellisatie. Een voorbeeld is een tankstation dat een kleine supermarkt begint. Of een bakker die een kaaswinkel overneemt. Een bedrijfskolom wordt door parallellisatie breder.
Figuur 19 Hier kun je meer kopen dan alleen benzine.
Shutterstock
Specialisatie Bij specialisatie legt een bedrijf zich uitsluitend toe op een deel van de activiteiten in een bedrijfstak. Een bakker die besluit zich helemaal te richten op luxe gebak en lekkernijen en het bakken van brood overlaat aan een gewone bakker of supermarkten is hier een voorbeeld van. Je kunt dan zeggen dat een bedrijfskolom door specialisatie smaller wordt. VOOR
NA
Meelfabriek
Meelfabriek
Bakker
Boulanger
Figuur 20 Specialisatie
Gewone bakker
Tiekstramedia
26
Organisatievormen
7
Organisatievormen Een onderneming is een organisatie en streeft één of meer doelen na. Om die doelen te bereiken, moeten mensen samenwerken. Er moeten taken worden uitgevoerd. In een functie zitten altijd verschillende taken. Het is belangrijk afspraken te maken wie in een organisatie leiding geeft aan een ander.
7.1 Relaties in organisaties Bij een lijnrelatie is er een baas en een ondergeschikte. De baas geeft een opdracht en de ondergeschikte voert die opdracht uit. In een leger is een sergeant de baas van een korporaal en een korporaal is weer de baas van een soldaat. Bij een stafrelatie is er ook sprake van een baas, maar de stafmedewerkers adviseren hun baas en geven geen opdrachten ‘naar beneden’. Een echte organisatie heeft zowel lijnfuncties als staffuncties. In de volgende afbeelding staat een schema van de interne organisatie van een bedrijf. De interne organisatie is de manier waarop een organisatie alles wat betreft personen, functies, taken en verantwoordelijkheden heeft georganiseerd. Zo’n schema heet ook wel een organogram. Directeur Directie-assistent
Hoofd productie
Uitvoerder 1
Uitvoerder 2
Hoofd verkoop
Uitvoerder 3
Uitvoerder 4
Figuur 21 Organogram
In dit organogram kun je zien dat er lijnbevoegdheid bestaat tussen de directeur en de hoofden van de afdeling productie en de afdeling verkoop. Ook tussen de hoofden en de uitvoerders bestaat deze lijnbevoegdheid. Maar het hoofd verkoop kan geen opdrachten geven aan de uitvoerders 1 en 2. De directie-assistent heeft een staffunctie. Hij of zij geeft de directeur advies; de directeur kan de directie-assistent opdrachten geven. Afdelingen kun je op verschillende manieren organiseren: • Zo kan een bedrijf afdelingen creëren naar land, zoals binnenland en buitenland. En zo kan binnenland weer zijn verdeeld in noord, midden en zuid. Dit is de geografische indeling. • Je kunt afdelingen ook indelen naar de functie die zij vervullen. Zoals Productie, Inkoop, Verkoop, Administratie en Technische Dienst. Dit is de functionele indeling. • Nog een andere indeling is die naar product, zoals koffie en thee.
27
BEE01
Van organisatie naar onderneming
Begrippen Bedrijf
Economisch zelfstandige organisatie die zich toelegt op de productie van goederen en diensten.
Bedrijfskolom
Weg die een product aflegt van oerproducent tot consument.
Bedrijfskosten
Kosten die een bedrijf maakt voor het productieproces.
Bedrijfstak
Bedrijven die in een bedrijfskolom dezelfde functie vervullen.
Belanghebbende
Groep (personen) die belang heeft bij het goed functioneren van een onderneming.
Brutowinst
Verschil tussen verkoopprijs en inkoopprijs.
Collecterende handel
Handel die goederen opkoopt en opslaat; verzamelende handel.
Diensten van derden
Activiteiten die door tussenpersonen worden uitgevoerd zonder dat zij eigenaar van de goederen worden, bijvoorbeeld een transportbedrijf.
Differentiatie
Splitsen van één fase in twee opeenvolgende fasen in dezelfde bedrijfskolom.
Distribuerende handel
Handel die goederen verspreidt onder afnemers; verdelende handel.
Duurzaam ondernemen
Streven naar niet alleen winst (Profit), maar met oog voor de mensen (People) in en om het bedrijf en de wereld (Planet) om zich heen, bijvoorbeeld het milieu.
Economisch zelfstandig
In staat zijn om als bedrijf zelf voldoende opbrengsten te verwerven om alle kosten te dekken.
Groothandel
Bedrijven die verkopen aan andere bedrijven.
Integratie
Samenvoegen van twee opeenvolgende fasen in een bedrijfskolom tot één fase.
Kleinhandel
Bedrijven die leveren aan consumenten, de eindverbruikers.
Lijnrelatie
Werkrelatie in een organisatie waarbij iemand de verantwoordelijkheid heeft over een ander.
Missie
Kenmerken waar een organisatie voor staat.
Nettowinst
Brutowinst verminderd met de bedrijfskosten.
Onderneming
Bedrijf dat naar winst streeft en naar voortbestaan op de lange termijn.
Organisatie
Groep mensen die samenwerken om een bepaald doel te bereiken.
Organogram
Grafische weergave van de manier waarop een organisatie is georganiseerd.
Parallellisatie
Samenvoegen van twee gelijkwaardige bedrijven uit verschillende bedrijfskolommen tot één bedrijf.
Productiefactor
Middel dat een organisatie inzet om een bepaald doel zo efficiënt mogelijk te bereiken.
Recycling
Terugwinnen van materialen om deze weer te kunnen hergebruiken.
Specialisatie
Toeleggen op een bepaald deel van het productieproces. Ook: splitsen van een bedrijf in een bedrijfskolom tot twee gelijkwaardige bedrijven.
Stafrelatie
Werkrelatie in een organisatie waarbij iemand adviserend optreedt ten opzichte van een ander.
Toekomstscenario
Geeft aan hoe de mensen zijn betrokken bij een missie, een visie, de keuzes die er zijn en welke voordelen en nadelen er aan die keuzes zitten.
Triple P
Wens om de drie elementen People, Planet en Profit op harmonieuze wijze te combineren in het kader van duurzame ontwikkeling.
Visie
Toekomstbeeld waar een organisatie voor gaat.
28
OPDRACHTEN BEE01
1
Aan de slag met ‘Van organisatie naar onderneming’
Van organisatie naar onderneming 1 2 3 4 5 6 7
Van organisatie naar onderneming Doelen van een onderneming Belanghebbenden van een onderneming Werkterrein van een onderneming Handelsondernemingen Bedrijfskolommen Organisatievormen
Leerdoelen Na deze module kan ik: Kennis: • de begrippen organisatie, bedrijf, onderneming, visie, missie, belanghebbenden, Triple P, productiesector en organogram beschrijven. Begrip: • de verschillen aangeven tussen een organisatie, een bedrijf en een onderneming. • uitleggen wat het verschil is tussen de visie en de missie van een onderneming. • de verschillende functies van de handel aangeven. Vaardigheid: • ondernemingen in productiesectoren plaatsen. • een bedrijfskolom op basis van verstrekte gegevens samenstellen. • een organogram tekenen en daar de lijn- en staffuncties in aangeven.
BEE01
Van organisatie naar onderneming
Oriëntatievragen Wat weet je al van ondernemingen? En wat is het verschil tussen een bedrijf en een onderneming? De oriëntatievragen vormen een goede inleiding op deze module en zijn prima geschikt om klassikaal te bespreken.
1
Streven naar winst Er bestaan heel wat organisaties. Kijk maar eens om je heen. Veel organisaties zijn bedrijven die streven naar zoveel mogelijk winst, terwijl er ook bedrijven zijn die dat niet als prioriteit stellen. Noem vijf organisaties die je kent, waarvan jij denkt dat ze winst proberen te behalen uit de activiteiten die ze verrichten.
2
Geen winstdoelstelling Gegeven Belanghebbenden van bedrijven zijn personen of organisaties die zeer betrokken zijn bij de activiteiten van een bedrijf. Neem KLM, een grote onderneming. Niet alleen het personeel is betrokken bij hoe het met dit bedrijf gaat, er zijn veel meer mensen die er belang bij hebben hoe KLM presteert. Noem vijf organisaties die je kent, waarvan jij denkt dat ze niet direct naar winst streven.
3
Belanghebbenden Bedenk zoveel mogelijk belanghebbenden van KLM en geef ook aan waarom zij belang hebben bij deze onderneming. belanghebbende KLM
omdat
Oriëntatievragen
4
Verschillen in productieproces Je kent ongetwijfeld beroepen als boer, meubelmaker, verzekeringsadviseur, docent. Ze verschillen in de manier van produceren, onder andere door hoe ze aan grondstof komen en wat ze maken. Kun je, eventueel in overleg met een studiegenoot, bedenken waar dit verschil in zit?
5
Bedrijven Zoek eventueel via internet bij onderstaande activiteiten steeds drie bedrijven die zich bezighouden met het: • inkopen, opslaan en doorverkopen van goederen; • aanbieden van een breed assortiment aan goederen; • transporteren van goederen; • maken van eindproducten; • verlenen van een dienst voor anderen waarbij winst wordt behaald; • verlenen van een dienst voor anderen waarbij geen winst wordt behaald.
BEE01
Van organisatie naar onderneming
Kennisvragen Neem de inhoud van de module ‘Van organisatie naar onderneming’ goed door. Beantwoord daarna de kennisvragen en controleer zo of je de leerstof begrijpt.
1
Van organisatie naar onderneming 1
Onderneming Kies de juiste antwoorden. De eerste twee regels zijn als voorbeeld al ingevuld.
2
Organisatie
Bedrijf
Onderneming
Unilever
□
□
□
Green-peace
□
□
□
Nederlandse Spoorwegen
□
□
□
Artsen zonder Grenzen
□
□
□
Postcodeloterij
□
□
□
Rijksmuseum Amsterdam
□
□
□
Financieel Dagblad (FD)
□
□
□
Johan Cruijff Arena
□
□
□
Erasmus MC
□
□
□
Bergman Clinics
□
□
□
Albert Schweitzer ziekenhuis
□
□
□
Diergaarde Blijdorp
□
□
□
Visie en missie Noem het verschil tussen de visie en de missie van een onderneming.
Kennisvragen
2
Doelen van een onderneming 3
3 P's Kies je juiste optie(s), People, Planet of Profit. Omzet is als voorbeeld al ingevuld. Tip! Herken je een begrip niet, google dan even naar de betekenis ervan.
4
People
Planet
Profit
waterschap
□
□
□
Zero waste
□
□
□
Chocolonely
□
□
□
plastic soup
□
□
□
SA8000
□
□
□
Greenpeace
□
□
□
loonkosten
□
□
□
omzet
□
□
□
fosfor
□
□
□
groter marktaandeel
□
□
□
meer mensen in een trein
□
□
□
vakbond
□
□
□
geen kinderarbeid
□
□
□
spijkerbroeken
□
□
□
Kloppende zinnen Maak de volgende zinnen af. Een organisatie is economisch zelfstandig als
Duurzaam ondernemen is
BEE01
Van organisatie naar onderneming
5
Aandacht voor het milieu Hieronder staan tien tips om zuiniger om te gaan met de planeet. Zet in de rechterkolom de tips in de volgorde van belangrijkheid volgens jou. afval gescheiden inleveren deel apparaten, kleding, kampeeruitrusting eet minder vlees hergebruik bouwafval huren in plaats van kopen (Greenwheels) Koop duurzame kleding Koop tweedehands lever defecte apparaten in repareren in plaats van vervangen voorkom voedselverspilling
6
Uitspraken Juist
Onjuist
Met een voetafdruk bereken je hoeveel van de bruikbare oppervlakte van de aarde jij als mens nodig hebt.
◯
◯
Bij een circulaire economie hoef je geen nieuwe grondstoffen meer te gebruiken.
◯
◯
Recycling is hetzelfde als afval voorkomen.
◯
◯
In de toekomst hebben we meer arbeiders nodig die kunnen repareren.
◯
◯
De verwijderingsbijdrage is een deel van de verkoopprijs.
◯
◯
Kennisvragen
3
Belanghebbenden van een onderneming 7
Tegenstrijdige belangen Er zijn tegenstrijdige belangen. Geef aan welke belanghebbende(n) voordeel of nadeel hebben van onderstaande verschijnselen. De eerste regel is als voorbeeld al ingevuld.
hogere lonen
Voordeel
Nadeel
personeel
werkgevers
hogere omzetbelasting inkoopfacturen snel betalen regelmatig grondstoffenverbruik meer vaste contracten hogere winst hogere winstbonus stijgende rente meer werknemers inlenen stabiele verkoopprijzen
4
Werkterrein van een onderneming 8
Productiesectoren Kies het juiste antwoord. Juist
Onjuist
Het verschil tussen de tertiaire en de quartaire sector is dat de tertiaire sector naar winst streeft en de quartaire sector niet.
◯
◯
De secundaire sector houdt zich bezig met het verwerken van grondstoffen.
◯
◯
De quartaire sector is gericht op het winnen van grondstoffen.
◯
◯
De tertiaire sector is gericht op ‘winstgevende’ dienstverlening.
◯
◯
De primaire sector is gericht op het winnen van grondstoffen.
◯
◯
Een overeenkomst van de tertiaire en de quartaire sector is het verlenen van diensten aan bedrijven en consumenten.
◯
◯
BEE01
9
Van organisatie naar onderneming
Organisaties en productiesectoren Plaats de volgende organisaties of activiteiten in de tabel onder de juiste sector. autodealer, mijnbouw, bejaardenzorg, theeplantage, broodfabriek, distributie, fabriek, gevangenis, landbouw, timmerman, transport, containerschip, verzekering, ziekenhuiszorg Primaire sector
5
Secundaire sector
Tertiaire sector
Quartaire sector
Handelsondernemingen 10
Begrip en omschrijving Vul de lege cellen van de tabel in. Begrip
Omschrijving
groothandel goederen opkopen en opslaan; verzamelen sorteren goederen verspreiden onder afnemers; verdelende handel dienst door derden
11
Verkoopbevordering Geef van de onderstaande acties aan of hier sprake is van verkoopbevordering van een product. □ Winkelwagentjes kun je gratis gebruiken in plaats van een borg van één euro te betalen. □ Niet goed, geld terug. □ Een klant krijgt een gratis monster van een nieuw product overhandigd. □ Voortaan is de winkel een uur langer open. □ Boodschappen worden voor tien euro thuisgebracht. □ Twee betalen, drie halen.
Kennisvragen
6
Bedrijfskolommen 12
Specialisatie Een voorbeeld van specialisatie in een bedrijfskolom is: ◯ een banketbakker gaat ook broodbeleg verkopen. ◯ een slager besluit alleen nog maar vleesvervangers te verkopen. ◯ een supermarkt bakt voortaan zelf het brood. ◯ een tapijthandel besluit opslag en distributie door derden te laten verrichten.
13
Differentiatie Een voorbeeld van differentiatie in een bedrijfskolom is: ◯ een banketbakker gaat ook broodbeleg verkopen. ◯ een slager besluit alleen nog maar vleesvervangers te verkopen. ◯ een supermarkt bakt voortaan zelf het brood. ◯ een tapijthandel besluit opslag en distributie door derden te laten verrichten.
14
Integratie Een voorbeeld van integratie in een bedrijfskolom is: ◯ een banketbakker gaat ook broodbeleg verkopen. ◯ een slager besluit alleen nog maar kipproducten te verkopen. ◯ een supermarkt bakt voortaan zelf het brood. ◯ een tapijthandel besluit opslag en distributie door derden te laten verrichten.
15
Parallellisatie Een voorbeeld van parallellisatie in een bedrijfskolom is: ◯ een banketbakker gaat ook broodbeleg verkopen. ◯ een slager besluit alleen nog maar kipproducten te verkopen. ◯ een supermarkt bakt voortaan zelf het brood. ◯ een tapijthandel besluit opslag en distributie door derden te laten verrichten.
16
Bedrijfstakken Zet de bedrijfstakken in de juiste volgorde in de bedrijfskolom.
1
Bedrijfskolom exporteur detailhandel fabriek oerproducent buitenland importeur
BEE01
17
Van organisatie naar onderneming
Bedrijfskolom Zet de bedrijfskolom in de juiste volgorde en ontdek het woord dat dan ontstaat.
7
A
scheren
N
kledingindustrie
V
schapenfokkerij
K
wassen
O
verven
D
modeketen
B
spinnen
Organisatievormen 18
Organogram Teken een eenvoudig organogram van een lijnstaforganisatie.
19
Verschil lijnrelatie, stafrelatie Wat is het verschil tussen een lijnrelatie en een stafrelatie?
20
Financiële afdeling Waarom is de financiële administratie meestal een stafafdeling?
Kijk je uitwerking van het onderdeel Kennis na, voordat je verdergaat met de routineopgaven. Klop bij onduidelijkheden aan bij je docent en vraag om uitleg. Gebruik je weer een rode pen?
Routineopgaven
Routineopgaven Over ‘Van organisatie naar onderneming’ is op internet erg veel te vinden. Pak je laptop erbij, lees goed wat de bedoeling is en ga op zoek naar de juiste informatie. Uiteraard kun je ook de theorie erop naslaan als je het even niet meer weet.
1
Van organisatie naar onderneming R1
Footprint Gegeven Een footprint of voetafdruk laat zien welke impact jouw persoonlijke levensstijl heeft op onze aarde. Ga naar voetafdruktest.wnf.nl. Gevraagd
a Hoeveel hectare van de aarde is er voor jou nodig?
Tip! Vergelijk jouw antwoord met dat van een ander.
b Wat zou je kunnen ondernemen om jouw footprint te verkleinen?
2
Doelen van een onderneming R2
RET Gegeven Er was een tijd dat niet veel mensen een auto hadden. Het openbaar vervoer was belangrijk. Reizen deden mensen met de bus, de tram en de trein. Om een kaartje niet te duur te laten zijn, legde het rijk of een gemeente een bedrag bij in de vorm van een subsidie. Of zij vulden het verlies aan als de Nederlandse Spoorwegen meer kosten dan opbrengsten hadden. Uit die tijd stammen ook bedrijven als de RET in Rotterdam, de HTM in Den Haag en het GVB in Amsterdam. Ga naar corporate.ret.nl > over-ret > historie. Gevraagd
a Wat gebeurde er op 15 oktober 1927 met de RETM? b Wat gebeurde in 2007 (‘Weer op eigen benen’)?
BEE01
Van organisatie naar onderneming
c Wie is eigenaar van de RET (jaarverslagen)?
d Maakt de RET winst (jaarverslagen)? e Wie zijn de belanghebbenden van de RET?
f Zijn er tegenstrijdige belangen?
Routineopgaven
3 R3
Belanghebbenden van een onderneming Belanghebbenden Gegeven Dertien logo’s van belanghebbenden of groeperingen.
Tip! Ken je een logo niet, zoek het dan op internet op en lees waar de organisatie voor staat.
Gevraagd Voor wie bestaat deze organisatie? ANWB Vereniging Eigen Huis Milieukeur Thuiswinkel Waarborg FNV Consumentenbond FSC Fairtrade ANBI VNG CNV BOVAG
BEE01
4 R4
Van organisatie naar onderneming
Werkterrein van een onderneming Productiesector Gegeven Allerlei bedrijven die in Nederland actief zijn of in de rest van de wereld. Gevraagd Zoek uit in welke productiesector de volgende bedrijven hun belangrijkste activiteiten hebben en wat zij produceren. De eerste regel is als voorbeeld al voor je ingevuld. Aegon Essent Univé Nutreco Douwe Egberts Albert Heijn Maersk Koninklijke Vopak Cleve en Zonen Shell Erasmus MC Parlevliet & Van der Plas Newmont Da Vinci college
tertiaire sector − verzekeringen
Routineopgaven
R5
Hoogelandseboerenzuivel Gegeven Ga naar hoogelandseboerenzuivel.nl. Gevraagd
a Lees de informatie over producten > productieproces. Welke zes zuivelproducten zijn bij het productieproces beschreven? Zes zuivelproducten: 1 2 3 4 5 6
b Welke activiteiten van dit bedrijf horen in de tertiaire sector? c Wie controleert dit bedrijf?
5 R6
Handelsondernemingen Winst Gegeven Kandavan is een handelsonderneming die het artikel Bolax verkoopt. De onderneming koopt het artikel in voor € 2. De verkoopprijs bedraagt € 4,80. De bedrijfskosten van de onderneming bedragen € 30.000. Tip! brutowinst = afzet × winst per product nettowinst = brutowinst − bedrijfskosten
Gevraagd
a Bereken de brutowinst bij een afzet van 20.000 artikelen. b Bereken de nettowinst bij een afzet van 20.000 artikelen.
BEE01
R7
Van organisatie naar onderneming
Bellevue Gegeven Bellevue verhandelt het artikel Vola. Bellevue koopt het artikel in voor € 1,60. De bedrijfskosten van Bellevue bedragen € 26.000. De verkoopprijs bedraagt € 2,85. Gevraagd
a Bereken de nettowinst bij een afzet van 20.800 artikelen.
b Als Bellevue de prijs acceptabel vindt, is Bellevue dan een onderneming?
6 R8
Bedrijfskolommen Primark Gegeven Een leuke broek bij H&M of een T-shirt bij Primark heeft al een heel lange weg afgelegd. Gevraagd
a Schrijf in maximaal zes regels op welke weg een spijkerbroek aflegt vanaf de allereerste stap in het productieproces. Begin bij de teelt van katoen op de katoenplantage.
b Teken een bedrijfskolom die zoveel mogelijk past bij de door jou gevonden stappen. c Welke tegenstrijdige belangen hebben de klanten van Primark en de productiemedewerkers van de kleding van Primark?
d Welke tegenstrijdige belangen hebben de werknemers van Primark en de eigenaren van Primark?
Routineopgaven
R9
Producten Gegeven Een slager, een bakker, in elk winkelcentrum vind je deze winkels. Gevraagd
a Noem drie producten die een slager verkoopt, maar die eigenlijk niet bij een slager horen. Drie producten: 1 2 3
b Noem drie producten die een bakker verkoopt, maar die eigenlijk niet bij een bakker horen. Drie producten: 1 2 3
c Hoe noem je dit verschijnsel als je let op de veranderingen in de bedrijfskolom?
R 10
Veranderingen Gegeven In Meerdijk zijn al een paar jaar veranderingen aan de gang. Er zijn nieuwe bedrijven gekomen, bedrijven zijn gefuseerd en in het winkelcentrum zijn er winkels bijgekomen, maar ook een aantal bedrijven weggegaan. Gevraagd Benoem van onderstaande veranderingen van welke wijziging in de bedrijfskolom sprake is. a Een loempiafabriek gaat een loempiakarretje in het winkelcentrum exploiteren op donderdag, vrijdag en zaterdag.
b De lokale kaashandel gaat wijnen en noten verkopen.
c Een Italiaans specialiteitenrestaurant gaat alleen nog maar pizza’s en pasta’s verkopen.
d De slager gaat zijn eigen dieren houden op een boerderij, om zo altijd kwaliteitsvlees te kunnen leveren.
e Een boer stopt met kaas maken en levert voortaan alles aan de melkfabriek.
BEE01
7 R 11
Van organisatie naar onderneming
Organisatievormen Uitspraken Gegeven Bekijk de volgende afbeelding. Directeur dhr. Van de Berg Directie-assistente mw. Da Silva
Secretaris dhr. Dennenboom
Productie dhr. Singh jr.
Dhr. Dreesman
Dhr. De Boer
Verkoop mw. Vlak
Dhr. Jamin
Dhr. Heijn
Gevraagd Zijn de uitspraken juist of onjuist? Juist
Onjuist
De heer Heijn kan de heer Jamin opdrachten geven.
◯
◯
Er is sprake van een geografische indeling.
◯
◯
De heer Dennenboom kan mevrouw Da Silva opdrachten geven.
◯
◯
De heer Singh jr. kan de heer De Boer opdrachten geven.
◯
◯
Tussen de heer Singh jr. en mevrouw Vlak bestaat een lijnrelatie.
◯
◯
De heer Dennenboom adviseert de heer Van de Berg.
◯
◯
Kijk de antwoorden van de routineopgaven na. Niet alle antwoorden zijn in de uitwerkingen terug te vinden. Indien je twijfelt of jouw antwoord juist is, kun je altijd bij je docent terecht.
Praktijktaken
Praktijktaken Lees de praktijktaken goed door. Als je het even niet weer, kun je veel informatie vinden in de theorie of op internet. Schakel bij twijfel de hulp in van een medestudent of van je docent.
T1
Jouw missie! Jouw missie: op zoek naar hun visie Gegeven Ga naar zakelijk.infonu.nl/management en zoek op ‘visie missie overzicht’. Open het zoekresultaat ‘Visie en missie: Een handig overzicht’. Geef van drie bedrijven de missie en de visie weer en beschrijf ook de bedrijfstak of bedrijfskolom waarin de onderneming actief is. 1 Naam bedrijf:
a Actief in: b Visie: c Missie: 2 Naam bedrijf: a Actief in: b Visie: c Missie: 3 Naam bedrijf: a Actief in: b Visie: c Missie:
T2
Belang hebben! Welk belang hebben belanghebbenden? Gegeven Verschillende belanghebbenden zijn allemaal te vinden op internet. Dat is een onderzoekje waard. Je onderzoekt achtereenvolgens het belang van de volgende belanghebbenden: • • • • •
FNV bondgenoten MKB Nederland Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Belastingdienst Consumentenbond
BEE01
Van organisatie naar onderneming Gevraagd Ga naar de website van FNV bondgenoten. Ga naar het nieuws.
a Geef de kop van drie artikelen weer en beschrijf in het kort welk probleem er speelt. 1
2 3 Ga naar de website van MKB-Nederland. Ga naar het nieuws.
b Geef de kop van drie artikelen weer en beschrijf in het kort welk probleem er speelt. 1
2 3 Ga naar de website van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Ga naar het nieuws.
c Geef de kop van drie artikelen weer en beschrijf in het kort welk probleem er speelt. 1
2 3 Ga naar de website van de Belastingdienst zakelijk.
d Wat is de belangrijkste verandering voor dit of komend jaar op drie terreinen? Btw: Winst: Werkgevers: Ga naar de website van de Consumentenbond. Zoek naar ‘actie voeren’.
e Beschrijf de belangen van de consument bij drie acties die je het meest aanspreken en beschrijf wat de actie inhoudt. Actie 1: Actie 2: Actie 3:
Praktijktaken
T3
Aviko Is Aviko een duurzame onderneming? Gegeven Je hebt na je studie werk gevonden op de afdeling administratie van Aviko. Omdat veel mensen zich afvragen of bedrijven wel duurzaam produceren, doe je een onderzoekje. Gevraagd Ga naar corporate.aviko.com/nl/over-aviko en onderzoek de volgende aspecten.
a Waar staan de letters van Aviko voor?
Kies: ‘Over Aviko’.
b Welke drie zaken of punten vallen jou op bij de onderneming Aviko? De volgende drie punten vallen mij op: 1
2 3 Kies: ‘Onze kernwaarden’.
c Wat valt jou op bij de kernwaarden van Aviko? De volgende drie punten vallen mij op: 1
2 3 Kies: ‘De Aviko keten’.
d Welke fasen herken je in het proces dat aardappelproducten doorlopen? e Geef aan in hoeverre je herkent dat Aviko bezig is met: • parallellisatie of specialisatie • differentiatie of integratie
BEE01
Van organisatie naar onderneming Kies: ‘Aviko in cijfers’.
f Beanwoord de vragen. • Aan hoeveel landen levert Aviko? • Hoeveel personen eten dagelijks Aviko-producten? • Hoeveel kilo aardappelen verwerkt Aviko jaarlijks?
g Wat herken je van duurzaam ondernemen bij Aviko?
Kijk je antwoorden van de taken na. Gebruik hierbij weer een rode pen. Niet alle antwoorden vind je in de uitwerkingen, omdat er ook zoekopdrachten zijn. Laat bij twijfel je antwoord door je docent controleren.
Integrale casus
Integrale casus Nog een laatste klus. Je eigen onderneming, wie droomt daar niet van? Goed om deze samen met iemand op te zetten, kies een medestudent als vennoot en beslis samen wat voor jullie van belang is voor de onderneming. Succes.
C1
Eigen onderneming Een eigen onderneming, wat komt daar allemaal bij kijken? Gegeven Je hebt het plan opgevat een eigen onderneming te beginnen. Je wilt oude cartridges voor printers inzamelen en ze vullen en recyclen. Voordat je het plan uitvoert, zet je voor jezelf een aantal dingen op een rijtje. Je vraagt je af wat voor jou belangrijk is: het geld, de manier van werken, hoe je met personeel omgaat, enzovoort? Zet jouw ideeën voor de onderneming op een rij. Gevraagd
a Omschrijf hoe je met de volgende zaken om wilt gaan. • Milieu: • Personeel: • Winst: • Leveranciers: • Afnemers:
b Schrijf een (korte) missie voor je onderneming.
c Schrijf een (korte) visie voor je onderneming.
BEE01
Van organisatie naar onderneming Gegeven De tijd gaat snel. Je onderneming groeit. Lang geleden begon je alleen, maar nu heb je veertien mensen in dienst. Je hebt een secretaresse, een adviseur voor personeelszaken en drie afdelingen: • de afdeling Inzameling, waar de heer Collect de leiding heeft over twee andere personeelsleden; • de afdeling Vullen, waar mevrouw Legerstee leiding geeft aan drie vullers; • de afdeling Verkoop, waar twee vertegenwoordigers proberen de producten te verkopen. Dirk Schut zorgt voor Noord-Nederland, terwijl Kees Krakeel Zuid-Nederland onder zijn hoede heeft. Ten slotte heb je ook een schoonmaakploegje voor vier uur per week. Deze ploeg bestaat uit Bep van de Hoek en Safura Hoesseini. Ze vallen onder jouw directe toezicht. Om jouw organisatie overzichtelijk te houden, besluit je een organogram voor je bedrijf te maken. Gevraagd
d Maak een organogram van je bedrijf. Laat hierin duidelijk zien dat er lijn- en staffuncties zijn.
Kijk je antwoorden voor zover mogelijk na en informeer bij je docent hoe de internetopdrachten worden beoordeeld.
Samenvattingsopdracht Neem de theorie nog eens grondig door. Maak dan de samenvatting compleet in de online leeromgeving van InBusiness.
Extra opgaven voor BEE01 Ben je nog niet zeker van je kennis en vaardigheid over van organisatie naar onderneming, maak dan de extra vragen en opgaven die je vindt in de online leeromgeving van InBusiness. Overleg eventueel met je docent welke opgaven voor jou van belang zijn!
Evaluatie & reflectie
Evaluatie & reflectie Checklist Gebruik de checklist om na te gaan of je de inhoud van deze module hebt begrepen. Ja
Nee
Ik kan de begrippen organisatie, bedrijf, onderneming, visie, missie, belanghebbenden, Triple P, productiesector en organogram beschrijven.
◯
◯
Ik kan de verschillen aangeven tussen een organisatie, een bedrijf en een onderneming.
◯
◯
Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen de visie en de missie van een onderneming.
◯
◯
Ik kan de verschillende functies van de handel aangeven.
◯
◯
Ik kan ondernemingen in productiesectoren plaatsen.
◯
◯
Ik kan een bedrijfskolom op basis van verstrekte gegevens samenstellen.
◯
◯
Ik kan een organogram tekenen en daar de lijn- en staffuncties in aangeven.
◯
◯
Test je kennis en inzicht Test je kennis en inzicht in de online leeromgeving van InBusiness.
Reflecteer op je werkzaamheden 1
Tevreden? Geef op een schaal van 1 t/m 10 aan hoe tevreden je bent over hoe je dit hoofdstuk hebt doorgewerkt.
2
□
□
□
□
□
□
□
□
□
□
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Aandachtspunt Welk aandachtspunt geef je jezelf om jouw score bij vraag 1 te verbeteren
BEE01
Van organisatie naar onderneming
3
Opgedane kennis Geef op een schaal van 1 t/m 10 aan hoe tevreden je bent over je opgedane kennis tijdens het doorwerken van dit hoofdstuk.
4
□
□
□
□
□
□
□
□
□
□
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Herhaling Ga je gemaakte werk nog eens goed na en noteer de vragen, opgaven, taken en casussen die je niet goed had of niet wist.
De zojuist door jou opgeschreven vragen, opgaven, taken en/of casussen zijn zeer de moeite waard om ze tijdig en regelmatig te herhalen voor je toets of examen!
5
Uitdaging Lees ‘De uitdaging’ bij de inleiding van dit hoofdstuk nog eens door en beschrijf de vaardigheden die je je hebt eigen gemaakt om deze opdracht uit te kunnen voeren.
Neem je reflectie door met je docent en vraag om goedkeuring van je antwoorden.