Skip to main content

Hoe geef je met voldoening les aan pubers

Page 1

PP

P


COLOFON

Over ThiemeMeulenhoff

redactie ZenderTekst, Utrecht

ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling.

art direction Ineke de Graaff, Amsterdam opmaak binnenwerk Imago Mediabuilders, Amersfoort

ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke student. ontwerp omslag en binnenwerk Studio Fraaj, Rotterdam

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 16. ISBN 978 90 06 95265 0 Tweede druk, eerste oplage, 2013 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2013 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 7 1 De eerste ontmoeting 9 1.1 Het wat, hoe en waarom-model 10 1.2 Regels 11 Kernpunten 19 Stellingen 19 2 Het begin van de les 22 2.1 Oogsten wat je zaait 22 2.2 Dwarsliggers 26 2.3 Het inleveren van een opdracht 27 Kernpunten 29 Stellingen 30 3 Klassikale kennisoverdracht 33 3.1 Relevante kennisoverdracht 33 3.2 Verwachtingen 36 3.3 Begrijpelijk en boeiend kennis overdragen 36 3.4 Voortdurend checken 38 3.5 Het belang van taal 43 Kernpunten 46 Stellingen 47 4 (Werk)sfeer 49 4.1 Vertrouwen 50 4.2 Consequenties 56 Kernpunten 59 Stellingen 60 5 Werkvormen 62 5.1 Verwerkingsopdrachten maken 63 5.2 Onderzoek doen of een (grote) opdracht maken 67 5.3 Zoek de middenweg 72 Kernpunten 75 Stellingen 76


Tot besluit 79 Bijlage DiscussieSpel 80 Over de auteur 85


Lesgeven is een prachtig vak. Leraren die goed met een klas kunnen omgaan, halen enorm veel voldoening uit hun vak. Het algemene beeld van het onderwijs is echter vaak anders. Veel mensen menen dat lesgeven (te) dicht bij het beroep van politieagent staat, terwijl je daar als leraar nu juist niet voor opgeleid bent. In die (vele) gevallen waarin leraren ook daadwerkelijk te maken hebben met ordeproblemen, zien we hen gefrustreerd afhaken. Een groot deel van deze ordeproblemen is echter te voorkomen door bewust les te geven. Dit boek is daar een hulpmiddel bij. Het zijn soms kleine maar cruciale dingen die lesgeven veel voldoening geven. Laat je ze na of handel je niet goed, dan kost dat je te veel energie. Vaak wordt bij ordeproblemen de (volledige) schuld bij de leerlingen gelegd, met als gevolg dat de sfeer in de klas steeds minder wordt. Dit boek is een hulpmiddel bij het doorbreken van zo’n neerwaartse spiraal. Dit boek is met name bedoeld voor (beginnende) leraren die lesgeven aan pubers in de leeftijd van tien tot achttien jaar. Maar of je nu lesgeeft in de boven- of onderbouw van het voortgezet onderwijs of in groep 7 of 8 in het basisonderwijs, en of je nu lesgeeft op een zogenaamde ‘zwarte’ of ‘witte’ school, de uitgangspunten en de daaruit voortkomende tips zijn in elke klassensituatie bruikbaar.

Structuur Gaat het boek in het begin vooral over het houden van orde en het opbouwen van een goede band met klassen en leerlingen, gaandeweg zullen thema’s als het motiveren, uitdagen en inspireren van leerlingen steeds meer aan bod komen. Daarbij zal duidelijk worden dat ‘traditionele’ uitgangspunten vaak onontbeerlijk zijn bij het uitvoeren van ‘modernere’ werkvormen. Uitgangspunt daarbij is dat wanneer leraren zich minder zorgen hoeven te maken over het handhaven van de orde, zij zich veel beter kunnen concentreren op vakkennis en vaardigheden bij leerlingen. Elk hoofdstuk is op dezelfde manier opgebouwd: ik ga uit van bepaalde uitgangspunten en koppel daar vervolgens concrete lessituaties aan, die direct aansluiten bij de realiteit in de klas. Deze aanpak laat (beginnende) leraren zien dat je reacties van leerlingen direct kunt en moet koppelen aan de acties van de leraar. Je kunt het boek geheel zelfstandig gebruiken bij het voorbe-

5


reiden van je les en daarnaast vooral als hulpmiddel bij het evalueren van je eigen les. Na de laatste paragraaf van elk hoofdstuk worden alle besproken uitgangspunten herhaald als ‘kernpunten’, die hiermee een overzichtelijke samenvatting vormen van het betreffende hoofdstuk. Elk hoofdstuk sluit ten slotte af met een aantal stellingen die op het hoofdstuk betrekking hebben. De stellingen die zijn voorzien van reacties van in het totaal vier leraren, die er hun mening over geven en deze onderbouwen. De stellingen zijn afkomstig van DiscussieSpel – een spel gebaseerd op dit boek – dat zowel in de bijlage achter in dit boek als op www.lesaanpubers.nl is opgenomen (zie hierna).

Nieuw in deze druk Deze nieuwe druk is volledig aangepast aan de actuele ontwikkelingen in het onderwijs: ■ Er is speciale aandacht voor de verschillende manieren van kennisoverdracht. ■ Er is speciale aandacht voor het omgaan met lesovergangen. ■ Er is aandacht voor de nieuwste ICT-ontwikkelingen in het onderwijs, zoals de inzet van digitale werkvormen (met een laptop of tablet) en de intrede van de smartphone (bij leerling en leraar!). Nieuw zijn daarnaast – zoals hiervoor al genoemd – de ‘Stellingen’ met bijbehorende reacties die aan het einde van elk hoofdstuk zijn opgenomen en een rol spelen in het DiscussieSpel, dat in de bijlage achter in dit boek en op de website behorend bij dit boek is opgenomen: www.lesaanpubers.nl.

Website lesaanpubers.nl: DiscussieSpel en praktijksituaties Op de website lesaanpubers.nl bij dit boek is het zogenaamde DiscussieSpel opgenomen, een spel dat leraren en studenten aanspoort om met elkaar te praten en te denken over goed onderwijs. Het is een effectieve en gemakkelijk toepasbare invulling van colleges, studiedagen/dagdelen en (team)bijeenkomsten. Meer informatie over dit spel tref je aan in de bijlage achter in dit boek en op de site www.lesaanpubers.nl. Naast het discussiespel bevat de website een aantal verwijzingen naar videomateriaal van de auteur met daarin praktijksituaties in de klas. Ik wens je zowel bij het doornemen van dit boek (en bijbehorende website) als bij het lesgeven veel plezier toe! Arnold Brouwer Speciale dank ben ik verschuldigd aan Joris Burmeister (19 jaar werkzaam in het onderwijs), Marianne Cramer (38 jaar werkzaam in het onderwijs), Reinier Melissen (33 jaar werkzaam in het onderwijs) en Marcel Wessling (5 jaar werkzaam in het onderwijs). Jullie visies op de verschillende stellingen in het boek vormen een waardevolle verrijking: dank jullie wel!

6


In het midden van je lange zomervakantie zit je lekker van de zon te genieten en plotseling dwalen je gedachten ongewild af naar de eerste lessen die er over drie weken alweer aan komen. Iedereen die les geeft of lesgegeven heeft, kent dat vreemde angstige gevoel dat opkomt bij de gedachte aan de eerste lessen van het jaar. Deze vrees is terecht: tijdens de eerste uren van het lesgeven, wanneer een leraar contact maakt met de klas, wordt voor een groot deel bepaald hoe de verstandhouding tussen de klas en de leraar zal zijn in dat schooljaar. De oorzaak van deze angst is tweeledig. Enerzijds hangt het voor een groot deel van jou af (laten we zeggen tachtig procent), anderzijds zijn er factoren die een leraar niet in de hand heeft maar die wel invloed hebben op de sfeer in de klas. Let erop dat je deze factoren niet beschouwd als rechtvaardiging voor ordeproblemen in een klas! Te denken valt aan factoren als: ■ Het tijdstip van de les: algemeen gezegd is het iets makkelijker om dinsdag het eerste uur les te geven dan vrijdag de laatste twee lesuren van de dag! ■ Klassengrootte: tussen de 15 en 25 leerlingen is voor een leraar beter te overzien dan bijvoorbeeld 30 leerlingen. ■ Wie geeft er voor jou les aan de klas? Na een les gym is het vaak iets moeilijker lesgeven dan na een les Frans, maar dat is niet altijd zo. ■ Sneeuwt het? Heb jij je net opgeladen voor een verzoeningsgesprek met de klas, begint het te sneeuwen. Daarbij gelijk gezegd hebbend dat het maar goed

7


is dat we het weer niet in hand hebben, maar het zou voor leraren wel iets gemakkelijker zijn. ■ Wat voor reputatie heeft de klas? Heeft een aantal leraren besloten deze klas als ‘moeilijk’ te bestempelen (om zichzelf daarmee gerust te stellen, wat overigens een logische reactie is) en zegt dat ook meerdere malen uit frustratie tegen de klas, dan is de kans groot dat zij het ‘bevestigende’ gedrag doortrekken naar jouw les. In dit boek heb ik het voornamelijk over die tachtig procent, namelijk het deel van het lesgeven dat je als leraar zelf in de hand hebt. Dit deel is grotendeels trainbaar en leerbaar is. Ik gebruik geen vage theorieën met moeilijke woorden die de diepgang moeten bevestigen, maar simpele uitgangspunten gekoppeld aan concrete voorbeelden uit de praktijk die snel en makkelijk toepasbaar zijn. Als leidraad voor het boek stel ik een aantal aannames centraal, van waaruit het geschreven is: ■ Leerlingen hebben recht op goed onderwijs. ■ Ouders van de leerlingen hebben recht op goed onderwijs voor hun kind. ■ Leerlingen zijn mensen met goede bedoelingen die, net als volwassenen, vervelend worden als zij onrechtvaardig behandeld worden, op wat voor manier dan ook. ■ Lesgeven is een van de mooiste beroepen, maar is niet gemakkelijk. ■ Goed lesgeven kan grotendeels geleerd worden. ■ Leerlingen geven iedere leraar altijd een eerlijke kans. ■ Onderwijs vormt een dermate belangrijk onderdeel van onze maatschappij, dat we altijd moeten blijven kijken naar verbeterpunten. ■ Ordeproblemen leg je als leraar (terecht) bij jezelf en niet bij de klas, want dan ben je verloren. ■ De mogelijkheid voor leerlingen om zelf keuzes te kunnen maken in hun manier van leren motiveert, en motivatie zorgt op haar beurt voor een beter leerrendement. ■ Willen leerlingen verantwoord keuzes kunnen maken, dan dienen de kaders waarbinnen dit moet gebeuren enorm strak en helder te zijn. Dit boek is een hulpmiddel bij het verbeteren van het lesgeven, waardoor het de voldoening in het lesgeven zal vergroten. Door de toegankelijkheid en de prettige vormgeving kunnen zowel nieuwe als ervaren leraren er concrete punten uithalen die direct toepasbaar zijn in hun actuele lessituatie.

8


Een leraar loopt naar het lokaal waarin hij/zij voor de eerste keer de klas gaat zien waar je de komende 42 weken aan ‘vast’ zult zitten. Beide partijen (de leraar en de leerlingen) hebben zo hun verwachtingen van wat er komen gaat. Daarbij hebben ze tegelijkertijd een ideaalbeeld van wat er komen gaat. De leraar hoopt tegen beter weten in dat de leerlingen uit zichzelf precies zullen doen wat hij/zij zegt en dat de leerlingen veel van het vak zullen gaan leren. De leerlingen hopen op iemand die kan lachen, orde kan houden, vakkennis heeft, goed kan uitleggen en niet alleen leuke werkvormen kan bedenken maar deze ook kan uitvoeren met de klas. Als je er als leraar van uitgaat dat een klas jou onderuit wil halen, zullen ze dit waarschijnlijk bevestigen en wordt het schooljaar ‘een hel’. Laten we, voor we verder gaan, vaststellen dat ik sta voor een streng doch rechtvaardig begin van het lesgeven aan een klas, waarin geen enkele onduidelijkheid bestaat over wat jij als leraar van de leerlingen verwacht en waarom jij dit verwacht en mag verwachten. Daar voeg ik echter meteen aan toe dat leerlingen ook deel mogen nemen aan deze eerste ontmoeting. In feite hebben ook zij recht op de mogelijkheid om aan te geven wat zij van jou verwachten.

9


1.1 Het wat, hoe en waarom-model Opvallend is dat wanneer een leraar aan leerlingen vraagt wat zij van hem of haar verwachten, leerlingen zullen aangeven dat zij ‘gewoon’ goed les willen in een ordelijke omgeving, met daar waar dat kan een vleugje humor. De eerste woorden van de leraar zijn woorden die gewogen dienen te worden met uiterste precisie. Laten we uitgaan van het volgende principe: Wanneer leerlingen weten wat zij wel en niet mogen en waarom jij dat zo wilt, heb je als leraar altijd een ‘basis’ om op terug te vallen in geval van strubbelingen. Dit bereik je door het wat, hoe en waarom-model toe te passen.

Wat betekent dit in de praktijk? Als leraar is het belangrijk dat je de leerlingen laat merken dat jij hun veel wilt leren, maar dat jij ook van hen wilt leren. Vertel wat je met hen wilt bereiken. In bijna alle gevallen is dit: ■ een goede sfeer waarin gelachen en geleerd kan worden; ■ tevreden leerlingen en dus ook ouders die tevreden zijn; ■ duidelijkheid. Zoals aangegeven is het wat, hoe en waarom-model een belangrijk hulpmiddel. Na samen met de klas vastgesteld te hebben dat jij een omgeving wilt creëren waarin optimaal geleerd kan worden, komt het wat, hoe en waarommodel in beeld. Als jij wilt dat leerlingen niet door je heen praten, zou je het model direct kunnen toepassen. Een volgend begin van je les zou hierin kunnen passen: ‘Aangezien ik jullie allemaal de mogelijkheid wil geven om tijdens mijn lessen optimaal te kunnen opletten, heb ik de volgende regel: Wanneer ik spreek is iedereen stil, zodat ik niet steeds word afgeleid. Dat betekent dat ik mij beter op de uitleg kan concentreren, waardoor ik jullie beter kan voorbereiden op de toetsen. Wil je iets vragen of zeggen, dan steek je je vinger op en wanneer ik je aanwijs, kun je iets zeggen. Als je het hier niet mee eens bent, dan moet je dat nu zeggen.’ In dit voorbeeld komt het model op de volgende manier terug: ■ Wat: Leerlingen mogen niet zomaar door jouw uitleg heen spreken. ■ Hoe: Wanneer een leerling iets wil vragen dient hij/zij eerst zijn/haar vinger op te steken. ■ Waarom: Je wilt alle leerlingen de mogelijkheid geven om goed op te kunnen letten tijdens jouw uitleg. Leraren met ordeproblemen denken nu: ‘Dan roept de hele klas dat ze daar problemen mee hebben’, maar ik beweer dat dit de eerste les niet zal gebeuren. Je krijgt van leerlingen altijd een kans. Het is natuurlijk wel zo dat wanneer

10


Leraren die kort aangeven waarom vanzelfsprekende regels gelden in de klas, voorkomen veel onnodige, lange discussies.

We zijn nog steeds bij de eerste ontmoeting van een leraar met zijn nieuwe klas. Leerlingen hebben de reputatie leraren altijd uit te proberen en vervolgens te kijken hoever zij kunnen gaan. (Of dit typisch iets is voor leerlingen en niet voor volwassenen zou gelden is een interessante vraag, maar daar gaan we hier niet op in.) Bij veel leraren leeft het idee dat de klas een monster is waarvan gewonnen moet worden, zeker tijdens de eerste les. Laten we voor het gemak uitgaan van dit idee. Ook in dit geval is het een must dat je tijdens de eerste ontmoeting duidelijk maakt wat je met deze klas wilt en hoe je dat wilt bereiken. In gesprekken met leraren die ernstige ordeproblemen hebben en dus logischerwijs de lol in het lesgeven verliezen, blijkt vaak dat zij onduidelijk zijn begonnen. Ik heb het nu expres over onduidelijk en niet over niet-streng. Deze onduidelijkheid werkt vervolgens twee kanten op: voor zowel de leraar als de leerling is het niet duidelijk binnen welk kader het leerproces zich ‘mag’ afspelen. Beiden dwalen, met als gevolg discussies over de regels en consequenties bij overschrijding ervan, waardoor niemand meer gericht is op het vergaren van vakkennis en aanleren van vaardigheden. Je hebt een duidelijk kader nodig wil je leerlingen keuzes kunnen laten maken in de manieren van het eigen maken van de stof, maar daarover later (in hoofdstuk 5) meer. In dit stadium hebben we het nog steeds over het kader waarbinnen zowel de leraar als de leerling zich kan bewegen zonder de ander te irriteren. Ik heb het over dingen als: wel of geen jas aan, wel of geen muziek luisteren, wel of niet zonder te vragen het lokaal verlaten, de leraar wel of niet bij de voornaam mogen noemen, wel of geen vinger opsteken wanneer je als leerling een vraag wilt stellen, wel of niet ‘iets’ te laat mogen komen, enzovoort.

1 De eerste ontmoeting

jij vervolgens met een onsamenhangende, slecht voorbereide uitleg komt het effect van dit duidelijke begin zal wegebben. En wanneer de leerlingen daarna door je heen gaan praten en jij daar niets van zegt, ben je niet consequent en kun je het vergeten als leraar. Dat klinkt hard, maar ik heb ook niet beweerd dat het leraarschap van een leien dakje gaat. Wanneer je jezelf aanleert om een klas zo veel mogelijk via het wat, hoe en waarom-model te benaderen, creëer je een basis waarop je altijd kunt terugvallen. Sommige regels spreken voor zich, maar geef toch kort aan waarom je deze vanzelfsprekende regels wilt laten gelden. Zo voorkom je veel onnodige, lange discussies.

1.2 Regels Je moet als leraar eerlijk zijn tegen jezelf en tegen de klas. Wat vind jij als leraar een prettige leeromgeving waarin leraar en leerlingen optimaal kunnen

11


functioneren? Het klinkt niet vooruitstrevend, maar het lijkt mij verstandig dat de leraar de huisregels bepaalt. De leerlingen krijgen wel het waarom van de regels te horen, maar ze zullen zich er verder bij moeten neerleggen. Zijn de regels te extreem dan zal de leraar merken dat hij of zij dit niet volgens het hoe, wat en waarom-model kan introduceren en dan rijst de vraag of de gestelde regels wel reĂŤel zijn. De leraar is eindverantwoordelijk voor de resultaten en dient dan ook goed na te denken over de omgeving waarin hij of zij dit het best denkt te bereiken. Voor de schoolleiding is het verstandig om goed na te denken over de mate waarin leraren vrij gelaten worden om (school)regels zelf in de klas te bepalen en de mate waarin deze juist schoolbreed worden vastgelegd. Er zijn mijns inziens regels die schoolbreed ingesteld kunnen worden om het zo vooral beginnende leraren makkelijker te maken. Schoolbreed ingestelde regels kunnen bijvoorbeeld zijn: wel of geen petten in de klas, wel of niet eten in de klas, het wel of niet te laat worden toegelaten in de les en het wel of niet aanwezig of zichtbaar mogen zijn van mobieltjes in de klas.

12


Schoolbreed gedragen schoolregels voorkomen veel onnodig energie- en tijdverlies, waardoor zowel leraren als leerlingen meer tijd hebben om samen tot een optimaal leerrendement te komen.

In mijn eerste les stel ik altijd een aantal regels centraal. Samengevat zijn dit de regels die ik aan mijn leerlingen meedeel: ■ Leerlingen (jullie dus) hebben recht op goede leerzame lessen. Ik van mijn kant zal zo goed mogelijk uitleggen, luisteren en nadenken over inspirerende werkvormen (daar waar dat kan), daar word ik namelijk voor betaald en ik vind het ook een uitdaging. Van jullie verwacht ik dat jullie je voor honderd procent inzetten. ■ Wanneer ik spreek/uitleg geef, praat niemand door mij heen. Anders kan ik mij niet goed concentreren en zullen jullie waarschijnlijk minder goed scoren, terwijl ik juist wil dat jullie goede resultaten halen. Wil je iets zeggen, dan steek je je vinger op. ■ In de les wordt niet gegeten en gedronken. Ten eerste is het onhygiënisch en ten tweede geeft mij dat het gevoel dat er niet goed geleerd wordt. Dat vind ik onprettig en gaat ten koste van mijn functioneren. ■ Jullie krijgen van mij door het hele jaar heen te horen wat ik wel en niet goed vind aan jullie functioneren, zodat jullie je steeds verder kunnen ontwikkelen. Van jullie verwacht ik dat jullie ook mij (durven) aan te geven wat ik goed doe en wat ik beter kan doen. ■ Je komt op tijd. ■ Je maakt je huiswerk, anders frustreer je namelijk de vooruitgang van de klas. ■ Mobieltjes staan uit en zitten in de tas, tenzij ik het huiswerk opgeef en je het ‘in je mobiel’ wilt noteren.

1 De eerste ontmoeting

Veel beginnende leraren verliezen veel tijd en energie aan discussies die hierover gevoerd moeten worden. De schoolleiding dient er wel op toe te zien dat leraren die deze regels moedwillig aan hun laars lappen om zo populairder over te komen, daarop worden aangesproken. De ervaring leert dat deze leraren het zichzelf niet makkelijker maken door de schoolregels te negeren. Worden deze regels feitelijk schoolbreed gedragen dan is dit probleem logischerwijs veel en veel kleiner en kunnen leraren zich meer concentreren op datgene waar zij echt voor aangenomen zijn. Het sollicitatiegesprek is een uitstekend moment om vast te stellen hoe de nieuwe leraar zal omgaan met schoolregels.

Als leraar dien je goed over het kader met regels na te denken. Past het bij je, is het een kader waarbinnen goed geleerd kan worden? Realiseer je dat het gevolg van het hanteren van een duidelijk kader is dat je enorm consequent moet zijn. Als je niet consequent bent, ga je af. Consequent zijn vraagt oplettendheid en rechtvaardigheid van een leraar. Wanneer je het kader ‘aan de man hebt

13


kunnen brengen’, is het zaak dat je de leerlingen laat zien dat je de regels niet voor niets gesteld hebt. De consequentie van het hanteren van een duidelijk kader is dat je heel consequent moet zijn.

Als je eist dat leerlingen niet door jou heen praten, kun je wachten op het moment dat iemand tijdens jouw uitleg dwars door je heen praat. Zie daar het moment waar het de eerste les echt om draait. Je ziet leerlingen denken: ‘Wat gaat hij nu doen?’ Er valt zelfs een hoorbare stilte, want nu is er een regel overschreden. En dan rijst de vraag in hoeverre de leraar achter zijn eigen regels staat. Dit is een van die momenten waarop het verdere verloop van het jaar bepaald gaat worden. Het voorbeeld kort uitgewerkt: een leraar heeft volgens het hoe, wat en waarom-model aan de klas verteld dat niemand door hem heen mag praten. De leraar legt vervolgens kort uit hoe het boek werkt van waaruit dat schooljaar gewerkt gaat worden. Een willekeurige leerling roept (uit enthousiasme, om het voorbeeld nog pikanter te maken) door de uitleg heen dat dit boek er in ieder geval beter uitziet dan het boek van vorig jaar. Daar sta je dan als leraar… Laten we kort een aantal mogelijke reacties en gevolgen op een rij zetten.

Reactie 1 op ordeverstorende leerling Consequent als je bent, laat je deze kans niet liggen om te laten zien wie hier de baas is. Je hebt (gelukkig) door het wat, hoe en waarom-model een prima basis gelegd, waarop je nu kunt terugvallen. Je vraagt aan de betreffende leerling waarom zij niet door jou heen mogen praten. De leerling herhaalt vrij precies jouw verhaal aangaande je beste bedoelingen met de uitleg. Jij geeft aan dat je niet anders kunt dan nu consequent te zijn en geeft een klein beetje strafwerk. Is dit consequent? Absoluut. Is het de rest van de les stil? Waarschijnlijk wel. Er schuilt echter een grote adder onder deze reactie. Je hebt in de ogen van de leerlingen (waarschijnlijk onterecht) blijkbaar geen oog voor leerlingen die goed meedoen of zelfs enthousiast zijn. Je bent wel consequent, maar het is een vorm van consequent zijn die het leren niet bevordert. Dat kan de sfeer direct voor langere tijd verpesten. Daarbij: als je rechtvaardig wilt zijn, moet je bij een ander ‘zwaarder’ incident een ‘hogere’ straf geven. Allemaal leuk en aardig, maar wat dan …?

Reactie 2 op ordeverstorende leerling Je ziet als leraar in dat de reactie zoals hiervoor omschreven zeker op de langere termijn weinig zal opleveren en dus negeer je het incident. Maar dan trek je helaas aan het kortste eind. Het kader dat jij zelf stelde is blijkbaar een multi-interpretabel model, waarbinnen leerlingen meer ruimte krijgen dan je bedoeling was. Gevolg is dat de incidenten van kwaad tot erger

14


zullen worden. En bestraf je iemand, dan kun je ervan op aan dat deze leerling alle incidenten op zal noemen die je eerder genegeerd hebt. Je bent nu niet alleen inconsequent, maar ook nog eens onrechtvaardig. Spijtig genoeg krijg je nu bijna niet meer de kans om te laten zien hoe goed je kunt uitleggen, hoe meelevend je kunt zijn, om maar te zwijgen over al die motiverende werkvormen die je in de vakantie hebt bedacht.

Reactie 3 op ordeverstorende leerling 1 De eerste ontmoeting

Tot slot de derde reactie: je wist thuis al dat dit ging gebeuren. Je kijkt de leerling aan en prijst hem voor zijn enthousiasme. Vervolgens geef je in alle openheid aan dat je nu eenmaal consequent moet zijn. Je vraagt de leerling of hij nog weet waarom jij niet wilt dat leerlingen zomaar door je heen praten tijdens een uitleg. Nadat de leerling jou antwoord heeft gegeven, zeg je dat je dit door de vingers zult zien omdat je blij bent met zijn enthousiasme, maar dat je de volgende keer echt niet meer dit soort onderbrekingen wilt. De leerlingen weten nu dat je gelooft in je eigen kader. Je hebt de leerling direct aangesproken. Je hebt hem echter ook geprezen voor zijn inzet. Je hebt twee goede kanten van jezelf laten zien. Sta je wat langer voor de klas, dan kun je het ook met humor brengen. Natuurlijk zal kort daarna hetzelfde gebeuren, want leerlingen willen weten hoe streng je precies bent. Wat dat betreft zijn ze bijna ‘even slecht’ als volwassenen, die pas echt langzamer gaan rijden wanneer de flitspaal daadwerkelijk geplaatst is. Nog even voortbordurend op reactie 3: nu begint een tweede leerling door je heen te praten. Je geeft aan dat je nu toch echt iets harder moet zijn, aangezien de oplettende leerling nu weer moet wachten. Je zegt dat je de leerling na de les wilt spreken. Leerlingen zien dat de consequentie nu iets groter is. Er komt echter geen discussie over de straf die mogelijkerwijs opgelegd zal worden, want die is nog niet bekend. Aan het einde van de les spreek je kort met de leerling, waarin je nog één keer benadrukt waarom jij hebt gekozen voor jouw kader met regels. In plaats van straf geef je hem de opdracht om niet weer door de uitleg heen te praten. Je zult zien dat het rendement in dit geval veel hoger is dan wanneer je met een berg strafwerk komt aanzetten. Wat betreft gehoorzaamheid zijn leerlingen net volwassenen, die pas echt langzamer gaan rijden wanneer de flitspaal daadwerkelijk geplaatst is.

Eerst orde, dan hoog leerrendement Het is essentieel dat je bij het geven van vermaningen steeds blijft aangeven dat je dit doet in het kader van de regels en het belang van de overige leerlingen. Je voelt je verantwoordelijk en wilt iedereen de kans geven om optimaal te kunnen presteren. Ik kom hier nog vaak op terug. Is dit de toon van het boek: hoe houd ik orde door consequent te zijn en te straffen? Absoluut niet. Ik ben ervan overtuigd dat het grootste deel van het leerrendement (van leerlin-

15


gen) bepaald wordt door de manier waarop leraren hun leerlingen weten te motiveren. Dit kan hij bijvoorbeeld bereiken door verschillende werkvormen in te zetten, vertrouwen te geven, een luisterend oor te hebben of door – gewoon – goed te kunnen vertellen en de leerstof goed te kunnen overbrengen. Het is echter goed om vast te stellen dat in veel gevallen leraren eerst een grote mate van orde moeten genereren, willen zij zich van hun beste kant kunnen laten zien. Eerst orde en dan een hoog leerrendement. Ik heb stagiaires gezien die van hun vakdidactiekleraar te horen kregen dat je als leraar leerlingen nooit moet straffen en dat je alleen orde afdwingt door leuke lesvormen te gebruiken en een goede uitleg te geven. Spijtig genoeg is dit een utopie. Het gedrag van volwassenen is het duidelijkste voorbeeld van deze misvatting. Bijvoorbeeld: er zijn twee scholen die op precies dezelfde zes data in het jaar willen dat alle leraren hun cijfers inleveren. Op de ene school spreekt de directie de leraar er direct op aan als hij/zij dit niet op tijd gedaan heeft, op de andere school zijn er geen consequenties. Eén keer raden op welke school ouders er zeker(der) van kunnen zijn dat het rapport op tijd zal komen. Leraren moeten ‘helaas’ vaak eerst een grote mate van orde genereren, willen zij zich (eindelijk) van hun beste kant kunnen laten zien.

Het spreekt voor zich dat bovenstaande suggesties niet alleen voor de eerste les gelden, maar voor het hele jaar, met nadruk op de eerste drie à vier lessen. In veel gevallen weten leerlingen na een paar lessen precies wat het kader met regels is waarbinnen zij zich mogen bewegen. Zo kun jij optimaal functioneren en daardoor de leerlingen ook. Het zou natuurlijk heel erg ‘Nederlands’ zijn om samen met de leerlingen de regels op te stellen. Het klinkt zo ideaal dat er bijna niets tegenin te brengen is. Toch vind ik het grote onzin. Jij als leraar krijgt (zeker in Nederland) zoveel verschillende klassen in een week voor je dat het – naast al het andere wat er van de leraar gevraagd wordt – onmogelijk is om met elke klas apart afspraken te maken. Dat zou zeker ten koste gaan van de kwaliteit van de lessen. En laten we eerlijk zijn, eigenlijk weten leerlingen en leraren precies wat wel en niet van leerlingen verwacht wordt.

16


1 De eerste ontmoeting

Mobieltjes in de les Natuurlijk kom ik even terug op het probleem ‘mobieltjes’, want die zijn nu eenmaal niet meer weg te denken uit het onderwijs. Aan elke mobiel (smartphone) op school zit wel een leerling vast … en wee diegene die ze wil scheiden! Voor ik verderga is het misschien verstandig om eerst even jouw (waarschijnlijke) ‘verslaving aan je eigen mobiel’ vast te stellen. En als dit niet het geval is, dan is er een aannemelijke kans dat ook jij binnenkort minstens dertig keer per dag op je mobiel gaat kijken of je nog vrienden hebt en er dus nog toe doet! Veel pubers lijken (net als volwassenen) hun mate van ‘ertoe doen’ af te meten aan het aantal sms’jes dat ze krijgen en natuurlijk de ‘likes’ op Facebook. Mogelijke ‘likes’ en andere berichtjes worden dan ook even snel gecheckt via de mobiel, de hele dag door. Pubers willen erbij horen en dus kan het echt niet zo zijn dat ze dingen missen! Daarom moet de mobiel in het zicht zijn en natuurlijk aan staan. En daar kom jij aan met je: ‘Oké jongens, mobieltjes uit en in de tas.’ Vrij vertaald: ‘Oké jongens, het komende uurtje ben je onbereikbaar en besta je even niet meer, en dat is zogenaamd voor je eigen bestwil!’ Tja, geen populaire boodschap. Toch ga ik je de tip geven dit wel zo te doen. We kunnen er niet omheen; wil een leerling opletten en geconcentreerd studeren, dan moet er zo min mogelijk afleiding zijn. Een mobiel leidt af (hij trilt, licht op, maakt geluid, wekt de nieuwsgierigheid en ga zo maar door). Natuurlijk moet je ook je eigen mobiel uit het zicht nemen, want ook jij moet je volledig concentreren op het geven van goede lessen. Zeg dit tegen ze. Maak er desnoods een geintje over. Je kunt rustig aangeven dat nu even nie-

17


mand in de klas nog ‘vrienden’ heeft. Ik garandeer je dat leerlingen heel goed begrijpen dat mobieltjes het beste uit het zicht kunnen zijn tijdens de les. Er zijn echter zijn er momenten waarop jij als leraar (jij bent de immers de baas!) wel tijdelijk het gebruik van het mobieltje in de les kunt toestaan, zoals misschien bij het opgeven van het huiswerk of bij een opdracht waar het wenselijk is dat de leerlingen gebruikmaken van het internet. Maar realiseer je dat je dan duidelijke grenzen moet aangeven. Anders is het gevaar groot dat ze digitaal contact met hun vrienden gaan zoeken of andere dingen op hun mobiel gaan doen die niets met jouw opdracht te maken hebben. Wijs leerlingen die het huiswerk ‘in hun mobieltje zetten’ er overigens wel op dat het gevaar bestaat dat ze het leerwerk niet meer plannen. Ervaring leert dat ze dit in een papieren agenda makkelijker kunnen doen omdat deze vaak overzichtelijker voor ze is. Haalt een leerling goede cijfers, dan is er geen probleem. Maar als dat niet zo is, dan kan dat liggen aan het ontbreken van een duidelijke planning. Je kunt natuurlijk ook plannen met behulp van een mobieltje, maar soms moeten leerlingen daar even op gewezen worden. Natuurlijk is de digitale wereld niet meer weg te denken uit het hedendaagse onderwijs. Het brengt enorm veel voordelen met zich mee, maar er zijn ook valkuilen, zoals afgeleid worden. Wees je hiervan bewust en laat leerlingen merken dat je je hiervan bewust bent. Stel grenzen en geef het goede voorbeeld. Mobieltjes leiden zowel de leraar als de leerling enorm af. Het is daarom verstandig leerlingen te vertellen dat de mobiel tijdens de les onzichtbaar moet zijn, tenzij jij toestemming geeft voor (beperkt en tijdelijk) gebruik ervan.

Resultaat: een werkbare situatie Samenvattend zouden we kunnen stellen dat de eerste les heel belangrijk is voor het verdere verloop van het schooljaar. In deze eerste les is het belangrijk dat je als leraar een duidelijk kader met regels neerzet aan de hand van het wat, hoe en waarom-model. Vervolgens willen de leerlingen dat je consequent doch rechtvaardig bent; dat kun je (gelukkig) meteen de eerste les laten zien. Het is verstandig om uit te gaan van de veronderstelling dat je vaak eerst een mate van orde nodig hebt voordat je je als leraar van je beste kant kunt laten zien. Nu we kort een aantal suggesties hebben bekeken aangaande het genereren van een werkbare situatie in de les, komen we eindelijk op het onderwerp waar het in het onderwijs echt over moet gaan: hoe laat je leerlingen veel leren, zowel op het gebied van pure vakkennis als op het vlak van vaardigheden; vaardigheden waarmee ze het ver kunnen schoppen in onze maatschappij? Hoe zorg je ervoor dat iedere leerling zich dermate gemotiveerd voelt dat het leerrendement vanzelf stijgt? Hoe laat je leerlingen trots zijn op zichzelf? Wat maakt dat leerlingen met plezier naar school gaan?

18


Kernpunten ■ Wanneer leerlingen weten wat zij wel en niet mogen en waarom jij dat zo

1 De eerste ontmoeting

wilt, heb je als leraar altijd een ‘basis’ om op terug te vallen in geval van strubbelingen. Dit bereik je door het wat, hoe en waarom-model toe te passen. ■ Leraren die kort aangeven waarom (vanzelfsprekende) regels gelden in de klas, voorkomen veel onnodige, lange discussies. ■ Schoolbreed gedragen schoolregels voorkomen veel onnodig energie- en tijdverlies, waardoor zowel leraren als leerlingen meer tijd hebben om samen tot een optimaal leerrendement te komen. ■ De consequentie van het hanteren van een duidelijk kader met regels is dat je heel consequent moet zijn. ■ Wat betreft gehoorzaamheid zijn leerlingen net volwassenen, die pas echt langzamer gaan rijden wanneer de flitspaal daadwerkelijk geplaatst is. ■ Leraren moeten ‘helaas’ vaak eerst een grote mate van orde genereren, willen zij zich (eindelijk) van hun beste kant kunnen laten zien. ■ Mobieltjes leiden zowel de leraar als de leerling enorm af. Het is daarom verstandig leerlingen te vertellen dat de mobiel tijdens de les onzichtbaar moet zijn, tenzij jij toestemming geeft voor (beperkt en tijdelijk) gebruik ervan.

Stellingen De stellingen met betrekking tot dit hoofdstuk zijn voorzien van reacties van in het totaal vier leraren (zie voorwoord), die er hun mening over geven en deze onderbouwen. Duidelijkheid geven is iets anders dan streng zijn. Onder streng zijn wordt vaak verstaan dat je afkeurt wat leerlingen doen. Zij moeten voldoen aan de eisen die jij stelt, en als zij dat niet doen worden zij daarvoor gestraft. Huiswerk niet gemaakt: dan moet je nablijven. ‘Te laat komen: dan kom je de les niet meer in.’ De vraag is echter of je met deze strengheid naast alle goede zaken niet ook elementen in je les brengt die je eigenlijk niet wilt hebben: angst en een negatieve houding tegenover je vak of tegenover jou als leraar. Ik denk eigenlijk dat leerlingen heel graag willen weten wat wel en wat niet kan in de les. Zij accepteren heel veel regels, maar vinden het afkeurende karakter van strengheid en de boosheid die daarbij komt kijken, vervelend. Duidelijkheid kan ook met vriendelijkheid gepaard gaan, en waarom zou je daar niet voor kiezen? Zeker als jij je zelf aan de regels houdt, zijn leerlingen bereid dat ook te doen. ‘Ik bereid mijn lessen voor; jij maakt je huiswerk.’ ‘Ik kom op tijd; jij komt op tijd.’ ‘Ik ben beleefd tegen jou; jij bent beleefd tegen mij.’ Zorg dat de leerlingen tegen zichzelf zeggen: ‘Sorry, stom van mij, ver-

19


geten’ of ‘Ik snap dat ik de les niet binnen moet komen, als iemand bezig is met een spreekbeurt.’ ‘Even goede vrienden, maar dit doen we niet. Jij niet en ik niet.’ Die taal begrijpen zij heus wel. Iedere leerling zal deze vorm van ‘strengheid’ accepteren.

Door als leraar tijdens de eerste les ‘kleine incidenten’ te negeren laat je zien dat jij je niet gek laat maken. Mijn allereerste les op een middelbare school ging als volgt: de rector liet mij beginnen op een woensdag, bij een slimme klas, op het laatste uur van de dag. Ik viel in, de rest van het rooster zou volgen. Grondig voorbereid stond ik daar, gewapend een stukje video om het verleden dichterbij te brengen. Maar de klas was zelf ook in het bezit van een afstandsbediening ... en dus kwam dat verleden net zo dichtbij als zij dat wilden! Ik had iets dergelijks verwacht en met een gespeelde verbazing, maar ook resoluut, besloot ik snel dat dit gedeelte van de les, aftasten en kennismaken, voorbij was. Ter plekke besloot ik dat dit geen begin van een lange reeks van provocaties kon betekenen. De leraar bepaalt wat ‘kleine’ en ‘minder kleine’ incidenten zijn. En daarbij kan ik het slechts ten dele met de stelling eens zijn. ‘Wij zijn hier niet bij de Verenigde Naties’ krijgt menig stagiair van mij te horen als leerlingen tijdens een en dezelfde les het diverse malen afwisselend ‘bloedheet’ of ‘ijskoud’ blijken te hebben. Het gaat om kleine dingen als: een kachel aan en dan weer uit, ramen open en dan weer dicht. Ze vormen een reeks van kleine incidenten die wel bedoeld kunnen zijn om de geloofwaardigheid van een leraar op de proef te stellen. Een kleine tien keer waarschuwen in Irak zonder vervolg heeft de Verenigde Naties geen goed gedaan. De leraar bepaalt in dit geval of het warm of koud in de klas is, of een ‘klein’ incident een grote lading heeft.

Mobieltjes verbieden in je les heeft geen zin, dit win je nooit! Natuurlijk kun je mobieltjes verbieden in de les. Leerlingen begrijpen heel goed dat je maar één ding tegelijk goed kunt doen. Tijdens de uitleg of het uitwerken van opdrachten gebruikt niemand een mobieltje. Niemand in de klas wil daar ook maar een discussie over voeren. Dat betekent natuurlijk niet dat niemand een poging zal doen om nog snel even zijn whats app bij te werken, zijn mail te lezen of gewoon een leuk filmpje te bekijken. Het hoort bij het gewone spel tussen leerling en leraar om de grenzen op te zoeken van wat wel en niet kan. Duidelijke en goed geformuleerde grenzen worden door leerlingen bijna als vanzelf geaccepteerd. Nu maar hopen dat mijn mobiel niet af gaat en dat ik zelf de verleiding kan weerstaan om nog even snel mijn mail te checken …

20


Regels stel je tijdens de eerste les samen met de leerlingen op.

1 De eerste ontmoeting

Ik denk niet dat het noodzakelijk is dat de regels in de klas door de leraar in samenwerking met de leerlingen worden opgesteld. Zelf leg ik mijn regels in de klas de eerste les uit aan de leerlingen. Ik geef daarbij duidelijk het waarom van de regels aan en ga in op vragen van leerlingen daarover. Ik kan elke regel goed uitleggen (zodra ik dat niet kan, is de regel niet juist) en doorgaans is er geen enkele discussie. Belangrijker vind ik het om tijdens een eerste les duidelijk aan te geven wat de leerlingen van mij als leraar mogen verwachten en wat ik van de leerlingen verwacht. Ik zeg daarbij ook altijd dat ik de leerlingen aanspreek als zij niet aan mijn verwachtingen voldoen, maar dat leerlingen mij daar ook op mogen aanspreken.

21


Net als het gegeven dat de eerste les(sen) essentieel is (zijn) voor een prettig schooljaar voor zowel de leerling als de leraar, is het begin van elke les weer essentieel voor het verloop van de desbetreffende les. Met andere woorden: voor een prettig verloop van de schooldag kan de leraar zich het best voor het begin van elke les opnieuw volledig opladen. Dit opladen kost echter wel veel energie, wat het leraarschap behoorlijk verzwaart.

2.1 Oogsten wat je zaait Elke les opnieuw word je als leraar geconfronteerd met je eigen functioneren; je oogst wat je zaait. Als je leerlingen ziet groeien door dat wat jij ze aanreikt, krijg je zo veel energie dat je een goed evenwicht kunt bereiken tussen geven en nemen. Hoe begin je een les? Allereerst is het belangrijk dat je de leerlingen van harte welkom heet. Je kunt dit klassikaal doen, maar je kunt ook bij de deur gaan staan en iedereen even persoonlijk begroeten. Dit creĂŤert direct een prettige sfeer (zeker als je het als leraar op een gegeven moment echt meent). Maar dit begroeten kun je ook op andere momenten doen. Als je jouw leerlingen op de gang begroet, bouw je vanzelf al een goede band met hen op. Misschien denk je dat dit alleen maar veel energie kost, maar het levert ook

22


wat op: beleefdere leerlingen in de les. En zo houd jij meer energie over. Probeer het gewoon, je zult zien dat het werkt. En je blijft aan het gedag zeggen, want ik raad je aan om ook aan het einde van de les iedereen weer gedag te zeggen. Bij de deur van je lokaal staan en iedereen even persoonlijk begroeten creëert direct een prettige sfeer. Het gewoon gedag zeggen tegen jouw leerlingen op de gang scheelt enorm in de energie die vaak nodig is om een goede band met je leerlingen op te bouwen.

2 Het begin van de les

Terug naar het begin van de les. De leerlingen voelen zich welkom, want jij hebt dit zelf tegen ze gezegd. Maar nu komt het frustrerende. Je denkt: ‘ik ben aardig geweest, dus pakken ze nu vanzelf hun spullen en gaan aan de slag.’ In de praktijk zul je ze echter eerst moeten zeggen dat je wilt gaan beginnen en dat de leerlingen dus hun petten en mutsen moeten afdoen, hun jassen op de stoel hangen, hun tassen van tafel moeten halen en hun spullen op tafel moeten leggen. Zo begin ik mijn les altijd, want ik erger me enorm aan leerlingen die hun jas aanhouden en met een muts op zitten, terwijl mijn lokaal toch echt overdekt is. Dat vertel ik ze ook en ik geef aan dat ik veel minder goed les kan geven als er niet aan deze basisvoorwaarden wordt voldaan. In de praktijk zul je dit vaak moeten herhalen (vaker dan je lief is); leg je daar bij neer en geef niet op. Hoe langer jij het volhoudt, des te minder vaak je het hoeft te zeggen en des te sterker jouw naam op school wordt. Laat je het één keer gaan, dan kun je waarschijnlijk van voren af aan beginnen. Je moet als leraar zorgen dat je goed verstaanbaar bent, hoor ik coaches vaak tegen hun leraren/studenten zeggen: ‘Als ze niet stil worden, moet je gewoon laten weten dat je er bent’ (alsof leerlingen echt niet doorhebben dat je er bent, ik denk eerder dat ze stil worden als je er ineens niet bent). Aan deze tip wordt vervolgens toegevoegd dat je stem daarbij een uitstekend hulpmiddel kan zijn. Klopt als een bus: als je jezelf aanleert nooit harder te praten dan je normaal doet, is je stem een perfect middel om rust te creëren. Dwing jezelf nooit harder te praten dan je normaal doet. Vooral aan het begin van de les zijn leraren geneigd om al snel hard(er) te gaan praten, wanneer het niet snel genoeg stil is. Dat is een begrijpelijke reactie, maar het zet meestal letterlijk de toon voor de rest van les. De leerlingen raken gewend aan een hardere stem en zullen ‘onbewust’ minder goed reageren wanneer je weer zachter gaat praten. De leraar zal zien dat als hij/zij zelf rustig blijft, het ook in de klas rustig blijft. Op een gegeven moment kan en wil de leraar niet anders meer dan praten met een normaal stemvolume. Maar wat doe je als de klas echt niet stil wil worden, ondanks het feit dat jij rustig blijft kijken en met een normaal volume om stilte vraagt? Dwing jezelf te wachten, ga niet schreeuwen (dat staat ook een beetje gênant) en begin je verhaal niet voor het echt stil is. Dit lijkt soms uren te duren, maar in de praktijk is dat meestal echt maar heel kort. Als je dan toch je

23


stem wilt inzetten als middel tot het krijgen van orde, ga dan vooral zachter praten, je zult zien dat de sfeer gemoedelijker zal worden. Als je het volume van je stem wilt inzetten bij het creëren van orde, ga dan vooral zachter praten dan je gewend bent. Dit maakt de sfeer gemoedelijker en overzichtelijker.

Beseffen dat jouw vak niet het enige vak is dat leerlingen volgen, biedt een goed perspectief waarin jij je eigen les moet plaatsen. Pas dan begrijp je een aantal basisvoorwaarden waaraan een les moet voldoen om het leerrendement te verhogen. Veel leraren zijn geneigd om snel met de uitleg te beginnen zonder even kort aan te geven wat je met de leerlingen gaat doen, en ook vaak zonder even kort de voorkennis te testen. De leraar begint meteen te vertellen zonder na te gaan of de leerlingen nog enigszins een beeld hebben van wat er de vorige keer is behandeld. Beseffen dat jouw vak niet het enige vak is dat de leerlingen volgen, biedt een goed perspectief waarin jij je eigen les moet plaatsen.

Als je meteen met de uitleg begint, zie je vaak dat het eerste deel van de uitleg volledig aan de leerlingen voorbij gaat. Er wordt gesmoesd en je raakt geïrriteerd. Reacties als ‘jullie moeten het zelf maar weten, het is jullie verantwoordelijkheid en mij heb je er niet mee’ zijn dan al snel het gevolg. Overzicht hebben is een voorwaarde voor het beter functioneren van mensen en dus ook van leerlingen. Schep aan het begin een duidelijk beeld van de komende les. Geef aan wat je gaat doen, wat je van de leerlingen verwacht en wat je verwachtingen zijn over wat er in deze les wordt geleerd door de leerling. Leg even kort een link naar de vorige les. Je zult zien dat er rust in de les komt. Ook voor jezelf geeft dit overzicht. Begin de uitleg met kort aan te geven wat je met de leerlingen gaat doen in de les en probeer kort de voorkennis te testen. Dit zorgt voor overzicht, wat een voorwaarde is voor het beter functioneren van mensen en dus leerlingen.

Laten we nader ingaan op de reactie ‘jullie moeten het zelf maar weten, het is jullie verantwoordelijkheid en mij heb je er niet mee’. Een reactie die je regelmatig in de klaslokalen hoort, nadat bijvoorbeeld blijkt dat niet alle leerlingen het huiswerk af hebben of wanneer sommige leerlingen niet opletten. Mijns inziens is er zelden een leerling beter gaan werken als gevolg van een dergelijke reactie van de leraar. Ik zou je dan ook afraden op deze manier te reageren.

24


‘Jullie moeten het zelf maar weten!’ Moeten leerlingen het zelf maar weten? Nee, absoluut niet. Ouders betalen geen belasting om vervolgens van hun kinderen te horen dat Paultje – eigenlijk ‘meneer Verdam’ van economie, maar ze mochten hem ‘Paul’ noemen, dus ja, dan wordt het al snel ‘Paultje’ – vindt dat leerlingen zelf maar moeten weten of ze leren. Best makkelijk: de leerling is nu verantwoordelijk en de leraar niet meer afrekenbaar. De ideale baan zou je zeggen. Deze leraar zal waarschijnlijk echter niets menen van wat hij zei. Natuurlijk voelt hij aan dat hij hier de volwassene is, dat hij voor dit vak geleerd heeft en dat hij ervoor moet zorgen dat er geleerd wordt in de les. Hij ergert zich kapot, maar kan niets meer zeggen. Hij heeft immers aangegeven dat de leerlingen het zelf mogen weten; nu moet hij consequent zijn, want dat wordt van leraren verwacht. Op de eerstkomende ouderavond kan hij gelukkig zijn hart luchten bij de ouders van deze leerlingen die zonder stok achter de deur niet hard willen werken. ‘Mij heb je er niet mee!’

2 Het begin van de les

Zeg het alleen als je het meent. En als je het meent, zoek dan een andere baan. Het is immers jouw beroep om leerlingen te laten leren. Als dat niet lukt, kan het toch niet zo zijn dat het jou niets doet. Natuurlijk hebben zij jou ermee. Zeg het hen. Geef aan dat jij er alles aan doet om te zorgen voor een goede les met humor, goede uitleg/instructies en motiverende werkvormen. Vertel dat jij altijd voor je leerlingen probeert klaar te staan, te luisteren en leerlingen van advies wilt voorzien als zij daarom vragen. En dat je door de grond gaat als zij in reactie daarop niet hard genoeg willen werken. Of leerlingen wel of niet leren in de les is niet geheel hun verantwoordelijkheid, maar (grotendeels) de verantwoordelijkheid van de leraar. Je kunt leerlingen wel wijzen op hun deel van de verantwoordelijkheid, maar dat mag voor jou als leraar geen reden zijn om de inzet van jouw kant te (laten) verzwakken.

Het is dan ook niet vreemd dat je leerlingen laat nablijven wanneer ze niet hebben gedaan wat je van hen verwachtte. Sterker nog, nu je hebt aangegeven dat jij verantwoordelijk bent en dat je ervan baalt als zij niet hard genoeg werken, is het zelfs logisch dat jij nu ingrijpt en leerlingen laat nablijven. Heb je de leerlingen aan het einde van les voor je, laat je dan nog eens van je sterke kant zien. Leg aan de hand van het hoe, wat en waarom-model uit waar het volgens jou deze les aan ontbroken heeft waardoor zij nu moeten nablijven. Vraag hoe zij het zien; 99 procent kans dat ze zullen zeggen dat ze je wel begrijpen. Geef nog geen straf (de andere leerlingen hebben al gezien dat je straft, er moet tenslotte ‘nagebleven’ worden), maar zeg dat je van hen ver-

25


wacht dat ze zich de volgende les goed zullen gedragen, net zoals zij ook van jou weer 100 procent inzet (mogen) verwachten.

2.2 Dwarsliggers Wat doen we nu met de overige paar procent leerlingen die hardnekkig blijft dwarsliggen? Overigens zie ik leraren denken ‘het zijn er bij mij meer’, maar ik ben ervan overtuigd dat het echt maar een klein deel is dat hardnekkig dwarsligt. Ik heb ooit een klas gehad waarbij iedereen mijns inziens extreem dwarslag en dat elke leerling, bij wijze van spreken, naar een opvoedkamp had gemoeten. Na een eerlijke (zelf)analyse bleek dat ik veel te populair was begonnen, omdat mij gezegd was dat dit een van de leukste klassen van de school was. Dat was ook zo, alleen waren het geen robots maar mensen, met behoefte aan kaders. Maar goed, als het maar een paar procent is, wat doen we er dan mee? Ten eerste, behandel deze leerlingen in ieder geval hetzelfde als de overige leerlingen. Verder is mijn ervaring dat een rustig individueel gesprek met de desbetreffende ‘moeilijke’ leerling wonderen kan doen. Ga gewoon lekker bijpraten over van alles en nog wat. Laat merken dat ook de goede dingen aan deze leerling je opgevallen zijn, bijvoorbeeld dat hij of zij veel humor heeft of soms goed doordachte antwoorden geeft. Geef ook aan op welke punten zijn of haar gedrag beter zou kunnen. Kortom, probeer een balans te vinden tussen het geven van complimenten en tips ter verbetering. Schrijf echter nooit een leerling af. Zolang een leerling onderdeel uitmaakt van jouw klas zul je ook voor deze leerling moeten blijven zoeken naar ontwikkelmogelijkheden.

26


Ook bij moeilijk te corrigeren leerlingen moet de leraar een balans zien te vinden tussen het geven van complimenten aan de leerling en het maken van corrigerende opmerkingen.

Het straffen van leerlingen is niet in de eerste plaats bedoeld voor het tot stand brengen van een gedragsverandering van de leerling die de straf krijgt opgelegd. Het is eerder bedoeld om het algehele rechtvaardigheidsgevoel in de klas te onderstrepen.

2 Het begin van de les

De ‘rest’ van de klas verwacht dat je te allen tijde consequent zult zijn, dus ook ten opzichte van diegenen die moedwillig dwars blijven liggen. Uitgangspunt bij het geven van straffen als nablijven of het schrijven van strafregels is dat het vooral bedoeld is voor al die leerlingen die ‘braaf’ de les willen volgen. Zo doe je recht aan het rechtvaardigheidsgevoel bij die leerlingen. Het geven van straf is in de eerste plaats een middel om aan te geven wat jouw grenzen zijn, en heeft misschien niet eens altijd tot doel het gedrag van de gestrafte leerling direct te veranderen. Verandert de leerling zijn gedrag als gevolg van de consequentie/maatregel die jij neemt (nablijven, corvee of iets overschrijven) dan is dat mooi meegenomen, maar verwacht er niet teveel van. Wil je het gedrag van een moeilijke leerling veranderen, dan zijn er vaak andere maatregelen nodig dan straffen alleen In dit boek geef ik hier verschillende voorbeelden van (zoals complimenteren, duidelijkheid bieden, persoonlijke belangstelling tonen, uitdagende opdrachten geven en ga zo maar door).

2.3 Het inleveren van een opdracht Leerlingen moeten regelmatig een opdracht maken en op tijd inleveren. Leerlingen moeten dus leren plannen en punctueel te zijn. Laten we dit eens toepassen op het thema van dit hoofdstuk, namelijk ‘het begin van de les’. Als voorbeeld nemen we een les waarin leerlingen een opdracht moeten inleveren. Je geeft aan dat je op 10 maart, aan het begin van de les, van iedere leerling een betoog wilt ontvangen waarin zij aantonen/toelichten dat de oorzaken van het conflict in Israël tussen Joden en Palestijnen niet alleen religieus van aard is, maar ook deels over zoet water gaat. Daarbij geef je de leerlingen de opdracht dat het betoog uit minimaal 250 woorden en maximaal 300 woorden moet bestaan … En dan is het 10 maart, de leerlingen komen binnen en het spel begint. Er zijn grofweg (bijna altijd) drie groepen leerlingen: ■ Groep 1: de leerlingen die alles af hebben en het direct kunnen inleveren. ■ Groep 2: de leerlingen die het wel ‘op schijf’ hebben, maar het alleen nog even moeten printen. ■ Groep 3: de leerlingen die het niet af hebben.

27


Wat nu? Hopelijk heb je als leraar in de voorafgaande les(sen) goed duidelijk gemaakt wat de consequenties zijn voor leerlingen die het niet af hebben. Slim als je bent, heb je toen ook gezegd dat het direct aan het begin van de les ingeleverd moet worden en dat er geen tijd meer is om een en ander uit te printen. Als je echt slim bent, heb je toen ook gezegd dat je niet accepteert dat leerlingen het later inleveren, om de volgende redenen: het is niet eerlijk tegenover diegene die wel hard hebben gewerkt en jij bent nu niet goed in staat om ‘vergelijkende’ cijfers te geven. Maar toch zullen er drie groepen blijven, zij het dat de groepen 2 en 3 niet al te groot zullen zijn. Er is nu een aantal mogelijke ‘oplossingen’, waarvan ik er twee zal bespreken.

Mogelijkheid 1: uitstel geven Je wilt als leraar laten zien dat je hart hebt voor je leerlingen. Straffen heeft volgens jou geen zin, en je wilt dat iedere leerling de opdracht maakt. Je geeft één week uitstel. Je hoort wel ‘gerommel’ in de hoek waar de leerlingen zitten die het wel af hebben, maar daar reageer je niet op. Vervolgens wil je verder met de les, maar in veel gevallen blijft het nu lang rommelig. Een terecht gevoel van onrechtvaardigheid golft door de klas. Eén ding is nu zeker: jouw geloofwaardigheid als leraar is verloren, en terecht. Diezelfde dag was er trouwens ook nog een toets, en enkele leerlingen hebben in verband met het leren voor die toets erop gegokt dat jij wel uitstel zou geven voor het inleveren van de opdracht. De leerlingen die jouw opdracht op tijd af hadden zullen de toets nu misschien minder goed maken dan de leerlingen die meer tijd hadden om te leren, omdat zij niet hebben gewerkt aan de opdracht. Leerlingen voelen altijd een soort ‘tijdsdruk’ als het gaat om huiswerk maken en je kunt erop rekenen dat ze voortaan het eerst ‘bezuinigen’ op jouw huiswerk. Hoe zou het gegaan zijn als de leerlingen geen kinderen waren, maar volwassenen? Zouden de volwassenen die de opdracht wel af hadden geen gevoel van onrechtvaardigheid hebben gekregen? Natuurlijk zeggen wij tegen de leerlingen dat ze op zichzelf moeten letten, maar eigenlijk weten we wel beter. Leraren die al jaren lesgeven, kunnen het zich soms wel veroorloven om een vorm van uitstel te geven, zonder een klas langdurig op hun dak te krijgen. Beginnende leraren kunnen hier beter niet aan beginnen. En, verplaats je eens in de ‘brave’ leerling en vraag je af hoe jij je zou voelen …

Mogelijkheid 2: op tijd inleveren belonen Je vraagt de leerlingen het gemaakte werk in te leveren. In de eerste plaats laat je weten dat je blij bent met het feit dat veel leerlingen de opdracht netjes op tijd inleveren, zodat jij nu snel het gemaakte werk kunt nakijken. Ook geef je aan dat je het knap vindt dat zij ondanks de hoge moeilijkheidsgraad van de opdracht toch in ieder geval een poging hebben gewaagd er een mooi product van te maken. Vervolgens laat je weten dat je erg teleurgesteld bent vanwege het feit dat niet iedereen het af heeft. Je zegt ook dat het ten opzichte van de leerlingen die het wel af hebben zeer onrechtvaardig zou zijn om te accepteren dat mensen het gemaakte werk op een later tijdstip inleveren. Je vertelt ze

28


Zoals gezegd is het belangrijk om aan het begin van de les duidelijk de structuur van de les aan te geven. Die kun je op het bord schrijven, maar alleen het meedelen is vaak al genoeg. De meeste leraren kiezen ervoor om te beginnen met een korte maar effectieve klassikale kennisoverdracht, in de volksmond ook wel ‘uitleg’ genoemd. Een lange uitleg mag natuurlijk ook, zeker als je weet dat je daar goed in bent en de stof zich daarvoor leent. Hoofdstuk 3 gaat over klassikale kennisoverdracht.

2 Het begin van de les

over jouw dilemma. Enerzijds wil je dat iedereen de opdracht maakt – het is namelijk nogal een belangrijke kwestie, de conflicten in Israël tussen joden en Palestijnen – en anderzijds wil je niet dat de leerlingen die het op tijd af hebben zich achtergesteld voelen als je de andere leerlingen uitstel verleent. Want dan hebben de ‘brave’ leerlingen eigenlijk minder tijd gekregen voor hun opdracht. Daarnaast zeg je dat je weet dat wanneer je nu uitstel geeft, leerlingen de volgende keer minder motivatie zullen voelen om een en ander op tijd in te leveren. Je deelt je oplossing mee: je geeft iedereen die het op tijd heeft ingeleverd een punt extra, de overige leerlingen die het een week later inleveren (ook de leerlingen die het ‘op schijf’ hadden) kunnen maximaal een 6 halen. Ik geef toe dat mogelijkheid 2 (waar ik voor zou kiezen) uiteindelijk niet de ideale oplossing is, maar eigenlijk is er geen oplossing te bedenken die voor iedereen ideaal is. Belangrijk is dat de leraar direct zijn gevoel uit en de leerlingen precies laat weten welke gedachte er achter zijn actie zit. Kort gezegd zouden ‘ideale’ oplossingen in deze moeilijke gevallen mijns inziens de volgende elementen moeten hebben: ■ het prijzen van die leerlingen die het werk wel op tijd af hebben; ■ het direct benoemen van de achterliggende gedachte van jouw ‘oplossing’; ■ de deur open houden voor leerlingen die het niet op tijd af hebben.

Kernpunten ■ Bij de deur van je lokaal staan en iedereen even persoonlijk begroeten creëert direct een prettige sfeer. Het gewoon gedag zeggen tegen jouw leerlingen op de gang scheelt enorm in de energie die vaak nodig is om een goede band met je leerlingen op te bouwen. ■ Als je het volume van je stem in wilt zetten bij het creëren van orde, ga dan vooral zachter praten dan je gewend bent. Dit maakt de sfeer gemoedelijker en overzichtelijker. ■ Beseffen dat jouw vak niet het enige vak is dat leerlingen volgen, biedt een goed perspectief waarin jij je eigen les moet plaatsen. ■ Begin de uitleg met in het kort aan te geven wat je met de leerlingen gaat doen in de les en probeer kort de voorkennis te testen. Dit zorgt voor overzicht,

29


een voorwaarde voor het beter functioneren van mensen en dus van leerlingen. ■ Of leerlingen wel of niet leren in de les is niet geheel hun eigen verantwoordelijkheid, maar (grotendeels) de verantwoordelijkheid van de leraar. Je kunt leerlingen wel wijzen op hun deel van de verantwoordelijkheid, maar dat mag voor jou als leraar geen reden zijn om de inzet van jouw kant te (laten) verzwakken. ■ Ook bij moeilijk te corrigeren leerlingen moet de leraar een balans zien te vinden tussen het geven van complimenten aan de leerling en het maken van corrigerende opmerkingen. ■ Het straffen van leerlingen is niet in de eerste plaats bedoeld voor het tot stand brengen van een gedragsverandering van de leerling die de straf krijgt opgelegd. Het is eerder bedoeld om het algehele rechtvaardigheidsgevoel in de klas te onderstrepen.

Stellingen De stellingen met betrekking tot dit hoofdstuk zijn voorzien van reacties van in het totaal vier leraren (zie voorwoord), die er hun mening over geven en deze onderbouwen. Leerlingen zijn zelf geheel verantwoordelijk voor hun leerresultaten. Wie is verantwoordelijk voor de resultaten die een leerling haalt? Ik mag toch hopen niemand redeneert: ‘Als een leerling een onvoldoende haalt, heeft hij niet goed gewerkt en als een leerling een voldoende haalt, heb ik het goed uitgelegd.’ Natuurlijk moet een leerling hard werken om goede resultaten te halen en als hij iets niet begrijpt, ben jij als leraar de aangewezen persoon om hem dat uit te leggen of om een methode aan te dragen, waardoor hij zelf achter de oplossing van het probleem kan komen. Ik denk dat jij goed moet uitleggen en dat de leerling goed moet werken, maar dan nog is succes niet altijd verzekerd. De stelling echter dat een leerling zelf geheel verantwoordelijk is voor de leerresultaten, lijkt mij niet juist. Dat zou ook kunnen betekenen dat je als leraar overbodig bent en dat weiger ik toch te geloven.

De leraar is uiteindelijk verantwoordelijk voor de leerresultaten van zijn/haar leerlingen. Daar ben ik het helemaal mee eens. Leraren die zeggen dat een klas niet wil werken of slecht werkt, moeten ernstig bij zichzelf te rade gaan. Natuurlijk zijn

30


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Hoe geef je met voldoening les aan pubers by ThiemeMeulenhoff - Issuu