WERKBOEK NIVEAU 4
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW
Deze uitgave Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. P2-K1-W1 Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind P2-K1-W2 Stelt een (gespecialiseerd)activiteitenprogramma op P2-K1-W3 Ontwikkel (mede) een begeleidingsplan P2-K1-W4 Biedt (gespecialiseerde) opvang P2-K1-W5 Biedt persoonlijke verzorging P2-K1-W6 Draagt zorg voor huishoudelijke werkzaamheden P2-K1_W7 Biedt (specifieke) ontwikkelingsgerichte activiteiten aan P2-K2-W1 Voert coรถrdinerende taken uit P2-K2-W2 Bouwt en onderhoudt een netwerk P2-K2-W3 Voert beleidsondersteunende taken uit P2-K2-W4 Voert beheertaken uit
pedagogisch werk
PW Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW WERKBOEK
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- /reflectieop drachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.
Auteurs: M. Baseler J. de Bas A. van Beurden R.F.M. van Midde A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 622560
MBO_WB_GespecPedagMedewPW_210x297mm.indd All Pages
18/01/18 13:18
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW Niveau 4
J. de Bas M. Baseler A. van Beurden R.F.M. van Midde A.C. Verhoef
Colofon Auteurs J. de Bas M. Baseler A. van Beurden R.F.M. van Midde A.C. Verhoef
ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff learning design company. Wezich brengen content, leerontwerp ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve uitgeverij tot en een learning technologie samen. onzecontent, groeiende expertise,enervaring en samen. design company. We Met brengen leerontwerp technologie leeroplossingen zijn expertise, we een partner voor bij het vernieuwen en Met onze groeiende ervaring en scholen leeroplossingen zijn we een partner verbeteren Zo kunnen we samen rechtZo doen aan we de voor scholenvan bij onderwijs. het vernieuwen en verbeteren vanbeter onderwijs. kunnen verschillen tussen scholen entussen ervoorlerenden zorgen dat leren steeds samen beter recht lerenden doen aan en de verschillen en scholen en persoonlijker, en efficiënter wordt. ervoor zorgen effectiever dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.
Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
vernieuwen. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl
Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam
90 06 0662256 6225600 ISBN 978 90 eerste oplage, oplage, 2018 2018 Eerste druk, eerste
Fotografie omslag
ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, Amersfoort, 2018 2018 © ThiemeMeulenhoff,
Mathilde Karrèr
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
rechten voorbehouden. voorbehouden. Niets Nietsuit uitdeze dezeuitgave uitgavemag magworden worden Alle rechten in een een geautomatiseerd geautomatiseerdgegevensbestand, gegevensbestand, of verveelvoudigd, opgeslagen in openbaar gemaakt, in in enige vorm of openbaar gemaakt, enige vormofofop openige enigewijze, wijze,hetzij hetzij elektronisch, elektronisch, fotokopieën, opnamen, opnamen, of ofenig enigandere anderemanier, manier,zonder zonder mechanisch, door fotokopieën, toestemming van van de deuitgever. uitgever. voorafgaande schriftelijke toestemming
Technisch tekenwerk Tiekstra Media, Groningen
Foto’s Doenkids.nl © blz. 73
zoverhet hetmaken makenvan vankopieën kopieën deze uitgave is toegestaan op Voor zover uituit deze uitgave is toegestaan op grond grond van 16B artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 231985, augustus 1985, van artikel Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus Stbl. 471 Stbl. 471 17 en Auteurswet artikel 17 Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk en artikel 1912, dient 1912, men de daarvoor wettelijk verschuldigde verschuldigde te vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en vergoedingen voldoen aan Stichting Publicatieen Reproductierechten Reproductierechten Organisatie (PRO), 3060, 2130 KB Hoofddorp Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KBPostbus Hoofddorp (www.stichting-pro. (www.stichting-pro.nl). het overnemen van uitgave gedeelte(n) uit deze uitgave nl). Voor het overnemenVoor van gedeelte(n) uit deze in bloemlezingen, in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken 16 zich tot readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet)(artikel dient men Auteurswet) men Voor zich meer tot deinformatie uitgever over te wenden. Voorvan meer de uitgever tedient wenden. het gebruik muziek, film informatie over het gebruik van onderwijs muziek, film en het maken van kopieën in en het maken van kopieën in het zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de De uitgever heeft ernaar gestreefd auteursrechten regelen volgens wettelijke bepalingen. Degenen die de desondanks menentezekere rechten te de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. plaatsgevonden. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Sociaal-agogisch werk 1 1
1
1
Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.
8
b
1
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
2
Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?
c
Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.
d
Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.
De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
1 9
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.
Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?
Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
1
1
Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.
Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.
1 18
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Evaluatie Studiehulp
1 Sociaal-agogisch werk 1
Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.
Juist Onjuist
◯ ◯
◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Pedagogisch werk 2
Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.
1 28
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren
1 1
1 2 3
Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.
4
Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?
5
Oefenen 6 7
Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
309
1 22
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 De kinderopvang
10
Verwerking 11 Verwerkingsopdrachten 11 Hoofdstuk 1 De pedagogisch medewerker kinderopvang 11 Hoofdstuk 2 Opvoeden en begeleiden van kinderen 22 Hoofdstuk 3 Kinderen met specifieke begeleidingsbehoefte 36 Toepassing 49 Praktijksituaties 49 Gpm’er stelt Koen gerust in het ziekenhuis 49 Heeft Milan ADHD of toch iets anders? 51 Vaardigheden 53 Handelingsplan opstellen 53 Themaopdrachten 57 Evaluatie 59 Studiehulp 59 Hoofdstuk 1 De pedagogisch medewerker kinderopvang 59 Hoofdstuk 2 Opvoeden en begeleiden van kinderen 60 Hoofdstuk 3 Kinderen met specifieke begeleidingsbehoefte 61 Evaluatie en reflectie 62
Thema 2 Kinderdagverblijf en peuterspeelzaal
64
Verwerking 66 Verwerkingsopdrachten 66 Hoofdstuk 4 Opvang voor 0- tot 4-jarigen 66 Hoofdstuk 5 Organisatie van activiteiten voor 0- tot 4-jarigen 70 Hoofdstuk 6 Het uitvoeren van activiteiten voor 0- tot 4-jarigen 81 Hoofdstuk 7 Huishoudelijke en verzorgende taken bij 0- tot 4-jarigen Toepassing 100 Praktijksituaties 100 John is ziek 100 Het eetmoment 102 Vaardigheden 104 De checklist ‘Hygiënisch werken op het kinderdagverblijf’ gebruiken Themaopdrachten 112
104
Evaluatie 115 Studiehulp 115 Hoofdstuk 4 Opvang voor 0- tot 4-jarigen 115 Hoofdstuk 5 Organisatie van activiteiten voor 0- tot 4-jarigen 116 Hoofdstuk 6 Het uitvoeren van activiteiten voor 0- tot 4-jarigen 117 Hoofdstuk 7 Huishoudelijke en verzorgende taken bij 0- tot 4-jarigen Evaluatie en reflectie 119
1 6
87
118
Thema 3 Buitenschoolse opvang (bso)
121
Verwerking 123 Verwerkingsopdrachten 123 Hoofdstuk 8 Opvang voor 4- tot 12-jarigen 123 Hoofdstuk 9 Organisatie van activiteiten voor 4- tot 12-jarigen 125 Hoofdstuk 10 Het uitvoeren van activiteiten voor 4- tot 12-jarigen 131 Hoofdstuk 11 Huishoudelijke en verzorgende taken bij 4- tot 12-jarigen
141
Toepassing 146 Praktijksituaties 146 Aanraken is een levensbehoefte 146 Inrichting en activiteiten op de bso 148 Vaardigheden 150 De checklist ‘Hygiënisch werken op een bso’ gebruiken 150 Themaopdrachten 157 Evaluatie 158 Studiehulp 158 Hoofdstuk 8 Opvang voor 4- tot 12-jarigen 158 Hoofdstuk 9 Organisatie van activiteiten voor 4- tot 12-jarigen 158 Hoofdstuk 10 Het uitvoeren van activiteiten voor 4- tot 12-jarigen 159 Hoofdstuk 11 Huishoudelijke en verzorgende taken bij 4- tot 12-jarigen Evaluatie en reflectie 161
Thema 4 IKC
163
Verwerking 164 Verwerkingsopdrachten 164 Hoofdstuk 12 Het IKC 164 Hoofdstuk 13 Activiteiten 170 Toepassing 175 Praktijksituaties 175 Helderdorp bouwt een nieuw IKC Naar groep 1 177 Vaardigheden 178 Multidisciplinair werken 178 Themaopdrachten 181
175
Evaluatie 184 Studiehulp 184 Hoofdstuk 12 Het IKC 184 Hoofdstuk 13 Activiteiten 185 Evaluatie en reflectie 186
1 7
160
Thema 5 Gespecialiseerde opvang
188
Verwerking 190 Verwerkingsopdrachten 190 Hoofdstuk 14 Doelgroepen gespecialiseerde opvang 190 Hoofdstuk 15 Organisaties in de gespecialiseerde opvang 196 Hoofdstuk 16 Methodiek in de gespecialiseerde opvang 200 Hoofdstuk 17 Huishoudelijke en verzorgende taken 205 Toepassing 211 Praktijksituaties 211 Zoeken naar de betekenis van gedrag 211 Glenn gaat naar de bso-plus 216 Vaardigheden 221 Het maken en toepassen van een zelfredzaamheidsprogramma Themaopdrachten 226 Evaluatie 229 Studiehulp 229 Hoofdstuk 14 Doelgroepen gespecialiseerde opvang 229 Hoofdstuk 15 Organisaties in de gespecialiseerde opvang 229 Hoofdstuk 16 Methodiek in de gespecialiseerde opvang 230 Hoofdstuk 17 Huishoudelijke en verzorgende taken 231 Evaluatie en reflectie 232
Thema 6 Coördineren en netwerken
234
Verwerking 235 Verwerkingsopdrachten 235 Hoofdstuk 18 Coördineren 235 Hoofdstuk 19 Netwerken 258 Toepassing 268 Praktijksituaties 268 Nettiquette 268 Vergaderen op je werkplek 270 Vaardigheden 272 Begeleiden van medewerkers 272 Themaopdrachten 275 Evaluatie 280 Studiehulp 280 Hoofdstuk 18 Coördineren 280 Hoofdstuk 19 Netwerken 281 Evaluatie en reflectie 282
1 8
221
Thema 7
Beheer en beleid
284
Verwerking 285 Verwerkingsopdrachten 285 Hoofdstuk 20 Beleid ondersteunen Hoofdstuk 21 Beheertaken 305
285
Toepassing 324 Praktijksituaties 324 Een voorlichtingspraatje houden 324 Het bestellen van goederen/diensten 326 Vaardigheden 328 Een begroting maken en werken met een budget Themaopdrachten 331 Evaluatie 337 Studiehulp 337 Hoofdstuk 20 Beleid ondersteunen Hoofdstuk 21 Beheertaken 338 Evaluatie en reectie 339
Observatielijsten
337
341
1 9
328
Thema 1 De kinderopvang
1
In de kinderopvang is geen dag hetzelfde. Het enige dat niet verandert, is dat je werkt met kinderen. Dat is hartstikke leuk, maar het betekent ook dat je goed moet weten welke regels er op dit moment gelden. Dat je veel moet weten van het opvoeden en begeleiden van kinderen. En dat je weet hoe je om moet gaan met kinderen die een achterstand of probleem hebben. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: De pedagogisch medewerker kinderopvang • pedagogisch werk door de eeuwen heen • vormen van kinderopvang • vormen van opvoedingsondersteuning • ondersteuning bij ontwikkelingsachterstanden en beperkingen • belangenorganisaties • doelgroepen • professionele relaties • regels • werken in een team Hoofdstuk 2: Opvoeden en begeleiden van kinderen • visies op opvoeden • Pedagogisch Kader, doelen en plan • doelgericht werken aan de ontwikkeling van het jonge kind • pedagogische begeleiding • 21e-eeuwse vaardigheden Hoofdstuk 3: Kinderen met specifieke begeleidingsbehoefte • problemen in de ontwikkeling of opvoeding • opstellen van een handelingsplan • begeleiden van zorgkinderen • begeleiding in de groep • methodische interventies • informatieoverdracht • samenwerken met ouders
1 10
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 De pedagogisch medewerker kinderopvang 1
1
Het pedagogisch werk heeft door de eeuwen heen een enorme ontwikkeling doorgemaakt. a Je ziet een aantal tijdvakken of jaartallen staan die bepaalde ontwikkelingen in de kinderopvang markeren. Geef per tijdvak/jaartal aan welke informatie daarbij hoort. Kies uit: basisschool – bedrijfscrèches – CJG – consultatiebureaus – de kerk, kloosters en internaten – kinderbewaarscholen – kindermeisjes en gouvernantes – kleuterscholen – nanny’s – peuterspeelzalen en kinderdagverblijven Tijdvak
Een deel van de opvoeding van kleuters werd/ wordt gedaan of begeleid door:
500-1500 vanaf 1600-nu
Eerst: Dat noem je nu:
rond 1900 1920-1985 1928-nu jaren 60 vorige eeuw jaren 70 vorige eeuw jaren 70 vorige eeuw tot nu 1985-nu 2007-nu
1 11
THEMA 1 De kinderopvang
b
2
Bekijk je antwoord bij vraag a. Heeft het doel van de opvang en opvoeding door anderen dan de ouders een ontwikkeling doorgemaakt? Zo ja, welke?
Wat is het idee achter een IKC? Vul de juiste woorden in. op
Er wordt gewerkt volgens ontwikkeling en educatie. 3
Je ziet beknopte omschrijvingen van verschillende vormen van kinderopvang. Geef bij elke omschrijving aan om welke vorm van kinderopvang het gaat. Kies uit: brede school – bso – gastouderopvang – IKC – kinderdagverblijf – peutergroep – peuterspeelzaal – tussenschoolse opvang Omschrijving
Vorm van kinderopvang
Uitsluitend de opvang van kinderen van 2 tot 4 jaar. De meeste kinderen komen hier meerdere keren per week. Een organisatie waarin basisonderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk zijn samengebracht. Er is sprake van één visie met één team. Opvang voor kinderen die tussen de middag op school blijven. Opvang voor kinderen vanaf 6 weken tot 4 jaar oud. De kinderen kunnen hier de hele dag blijven in horizontale of verticale groepen. Opvang voor kinderen die aansluit op de schooltijden. Kinderen kunnen hier voor en na schooltijd terecht. Opvang en onderwijs voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Het middelpunt is de basisschool, omringd door andere organisaties, zoals kinderopvang en voorzieningen voor sport en cultuur. Opvang voor kinderen tussen 2 en 4 jaar. Zij kunnen hier één of meerdere keren per week een paar uur komen spelen. Opvang voor kinderen van 0 tot 12 jaar bij iemand thuis of bij de ouders thuis.
1 12
Verwerkingsopdrachten
4
1 De pedagogisch medewerker kinderopvang
Als gespecialiseerd pedagogisch medewerker weet jij veel over de verschillende vormen van kinderopvang. Lees de kaders met situatieschetsen en geef bij allebei aan welke vorm van opvang jij de ouders zou adviseren. Leg je keuze(s) uit.
Irma en haar man Steppe werken beide hele dagen. Daardoor kunnen zij hun zoon Tim niet thuis opvangen na schooltijd. Maar het is voor Tim wel belangrijk dat hij zich na school kan ontspannen en niet te veel prikkels krijgt. Hij moet dan tot rust komen en heeft een rustige, knusse omgeving nodig.
Chalid en Anne hebben samen een dochter, Aisha. Aisha is 7 maanden oud. Beide ouders werken vier dagen per week. Zij willen dat graag zo houden. Daarom zoeken zij een plek waar Aisha ten minste drie hele dagen opgevangen kan worden. Hun voorkeur gaat uit naar een plek waar Aisha later als ze naar de basisschool gaat, ook nog naartoe kan gaan. Dan kunnen Chalid en Anne ook de komende jaren vier dagen per week blijven werken.
5
Opvoedingsondersteuning bestaat uit allerlei activiteiten die je op verschillende manieren kunt indelen. Een van die manieren is de piramide van opvoedingsondersteuning. Deze indeling is gebaseerd op de hoeveelheid steun die ouders nodig hebben. De hoeveelheid steun is ingedeeld in de niveaus A tot en met D. a Als ouders jou vragen welke soort kinderopvang goed bij hun wensen en situatie zou passen, op welke niveau van piramide van opvoedingsondersteuning geef jij dan ondersteuning? Kies het juiste antwoord. a op niveau A b op niveau B c op niveau C d op niveau D b Welk advies kun je ouders altijd geven als ze jou vragen naar de voor- en nadelen van verschillende opvanglocaties of verschillende vormen van opvang?
1 13
THEMA 1 De kinderopvang
6
De ouders van Janieck vertellen jou dat ze zich een beetje zorgen maken over de motorische ontwikkeling van hun zoontje. a Jij geeft de ouders advies over wat ze kunnen doen. Op welke niveau van de piramide van opvoedingsondersteuning geef jij dan ondersteuning? Kies het juiste antwoord. a op niveau A b op niveau B c op niveau C d op niveau D b Welke adviezen kun jij deze ouders geven? Noem er twee.
7
Lees de situatieschets.
De brede school waar jij werkt, heeft regelmatig te maken met kinderen die echt hulp nodig hebben. Het team heeft een bespreking over Roger. Hij is 10 en spijbelt regelmatig. In de omgang met zijn leerkrachten is hij agressief. Ook is hij al twee keer betrapt op winkeldiefstal. De moeder van Roger is een jaar geleden overleden. Zijn vader is werkloos geworden, drinkt veel en kan Roger niet aan. Jullie vermoeden dat hij Roger ook slaat.
a
b
c
8
Op welke niveaus heeft dit gezin ondersteuning nodig? Kies het juiste antwoord. a op niveau A b op niveau B c op niveau C d op niveau D Met welke instanties kan jullie team contact opnemen over Roger? Noem er twee.
Het gaat helaas steeds slechter tussen Roger en zijn vader, ondanks professionele hulp. De jongen wordt verwaarloosd, geslagen en begint terug te slaan. Bij welke instantie komen zij dan uiteindelijk terecht?
Zal een regulier kindercentrum met geĂŻntegreerde kinderopvang geschikt zijn voor kinderen met het syndroom van Down? Leg je antwoord uit.
1 14
Verwerkingsopdrachten
1 De pedagogisch medewerker kinderopvang
9
Waarom hebben kinderen van asielzoekers vaak behoefte aan doelgroepenopvang?
10
Lees het kader en geef aan welke vorm van gespecialiseerde vorm twee keer moet worden ingevuld. Vul het juiste woord in.
Het is voor kinderen met ontwikkelings- en gedragsproblemen. Het kind is bijvoorbeeld snel boos, maakt veel ruzie, luistert slecht of is vaak brutaal. Sommige kinderen zijn juist stil, teruggetrokken of verdrietig. Ouders weten vaak niet meer hoe ze hun kind kunnen helpen. ? Hoe werkt het De kinderen gaan gewoon naar de basisschool. Drie middagen per week gaan ze er na schooltijd naartoe. Daar blijven ze tot 18:30 uur en krijgen ze ook een warme maaltijd. In de groep leren de kinderen onder begeleiding van pedagogisch medewerkers nieuwe vaardigheden. Bovendien leren kinderen spelenderwijs beter omgaan met andere kinderen. Ieder kind krijgt individuele begeleiding, gericht op de eigen speciďŹ eke problemen en leerdoelen.
11
Kies het juiste woord. Het overzicht van organisaties die je kunt inschakelen om kinderen professionele hulp te bieden buiten het kindercentrum, noem je een kinderdienstencentrum / sociale kaart.
12
Voor mensen die te maken hebben met kinderopvang bestaan verschillende belangenorganisaties. a Van welke organisatie kunnen ouders het beste lid worden als ze het belangrijk vinden mee te denken over goede regelgeving en kwaliteitsontwikkeling in de kinderopvang? Kies het juiste antwoord. a BOinK b BPSW c de Brancheorganisatie Kinderopvang d een vakbond b Verklaar je antwoord bij a.
1 15
THEMA 1 De kinderopvang
13
Lees het volgende artikel.
Nieuwe branchevereniging kinderopvang Een groep maatschappelijke kinderopvangorganisaties is de afgelopen tijd druk bezig geweest met het oprichten van een nieuwe brancheorganisatie voor de kinderopvang: de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK). De boodschap van BMK richting ouders, landelijke politiek, gemeenten, werknemersorganisaties, wetenschap en onderwijs-, zorg- en welzijnsorganisaties is dat de branche draait om kwaliteit. In een brochure waarin BMK kinderopvangorganisaties oproept zich aan te sluiten, staat dat het stelsel van kinderopvang rondom kwaliteit ingericht moet worden en dat prijs niet langer het leidende principe is. Rendementen zouden dan ook ten goede moeten komen aan duurzame kwaliteit en innovatie van de kinderopvang. Bron: KinderopvangTotaal
Denk je dat deze nieuwe brancheorganisatie een positieve invloed kan hebben op het werken in de kinderopvang? Leg je antwoord uit.
14
Welke vormen van zorg en hulp vallen onder Jeugdzorg Nederland? Kies de juiste antwoorden. a jeugdbescherming b jeugd-GGZ c jeugd en opvoedhulp d jeugdreclassering
15
In onderstaande tabel zijn de eerste en de derde kolom leeg. a Noteer in de eerste kolom de ontwikkelingsfasen die een kind doorloopt. De laatste fase is al ingevuld. b Noteer in de derde kolom een vorm van ondersteuning die jij kunt geven om de genoemde ontwikkelingstaken en vaardigheden te ondersteunen. Hierbij mag je de voorbeelden die in het theorieboek staan niet overnemen.
1 16
Verwerkingsopdrachten
1 De pedagogisch medewerker kinderopvang
Ontwikkelingsfase
Ontwikkelingstaak / vaardigheid
Voorbeeld ondersteuning
spelen / doelgericht spelen met een voorwerp omgaan met leeftijdsgenoten / samen spelen zelfstandigheid / dingen zelf doen veiligheid en gezondheid / omgaan met fysieke gevaren jongere
16
vrije tijd / ondernemen van activiteiten
Voor een gespecialiseerd pedagogisch medewerker is sensitieve responsiviteit een belangrijke vaardigheid. Daarbij spelen drie begrippen een rol. Zet deze begrippen in de juiste handelingsvolgorde. Zet een 1 voor de eerste handeling, een 2 voor de volgende handeling en zo verder. Wat doe je in elke situatie als eerste? En wat zijn de volgende stappen? reageren signaleren interpreteren
17
Voor kinderen is het heel belangrijk om met andere kinderen om te gaan: samen kletsen, spelen, rennen enzovoort. Soms maken kinderen ook ruzie. Is ruziemaken onderdeel van de brede ontwikkeling van een kind? Leg je antwoord uit.
18
De Amerikaanse psycholoog Howard Gardner heeft acht vormen van intelligenties beschreven. Vul in welke vormen van intelligentie wordt omschreven. a
Als je een kind vraagt een verhaaltje te vertellen, doe je vooral een beroep op zijn:
b
Als je een kind van een gedicht een rap laat maken, doe je vooral een beroep op zijn:
c
Als je een kind vraagt om samen met een paar anderen het lokaal op te ruimen, doe je een beroep op zijn:
1 17
THEMA 1 De kinderopvang
19
Lees de volgende situatieschets.
Jelle van 8 zit in groep 5. Vandaag gaan ze apparaten onderzoeken door ze uit elkaar te halen. De leerlingen leren hoe ze dat op zo’n manier kunnen doen, dat ze de apparaten ook weer in elkaar kunnen zetten. Jelle haalt een wekker heel voorzichtig uit elkaar. Hij legt alle onderdelen zo neer, dat hij de wekker even laten weer in elkaar kan zetten.
Welke soorten van intelligentie gebruikt Jelle? Noem er drie.
20
Bedenk een spel dat je kunt gebruiken om anderstalige kinderen te ondersteunen bij het leren van de Nederlandse taal.
21
Om kinderen in een tweetalige omgeving duidelijk het onderscheid te leren tussen verschillende talen kun je gebruikmaken van de één-persoon-één-taalstrategie. a Wat is een goed voorbeeld van de één-persoon-één-taalstrategie? Kies het juiste antwoord. a Alle kinderen in de klas moeten Nederlands tegen elkaar praten. b In de klas hangen plaatjes met de bijpassende Nederlandse en Franse woorden eronder. c Meester Frank wijst op de klok als hij aan de klas vraagt hoe laat het is. d Op de bso is Farina de medewerkster die altijd Turks spreekt met de kinderen. b Motiveer je antwoord bij a: dit is een voorbeeld van één-persoon-ééntaalstrategie omdat:
1 18
Verwerkingsopdrachten
1 De pedagogisch medewerker kinderopvang
22
Je werkt op een kinderdagverblijf en je hebt met een zeer diverse groep te maken. Er zitten een paar verlegen kinderen in je groep en een paar vrolijke druktemakers. Waar moet je in deze groep goed op letten wat betreft je eigen gedrag? Leg je antwoord uit.
23
In de theorie staan verschillende begrippen die bij professionele relaties van een gespecialiseerd pedagogisch medewerker horen. Zet achter elke omschrijving het juiste begrip. Kies uit: macht – overwicht – functionele relatie – professionele afstand – vertrouwensrelatie – gezag Omschrijving
Begrip
Aanvaarde macht. De kinderen weten dat jij het het beste weet. Anderen jouw wil opleggen. Je dwingt iets af, anders geef je straf. Binnen de relatie tussen jou en de cliënt is sprake van wederzijdse acceptatie en vertrouwen. Je hebt gezag en de kinderen doen gemakkelijk wat jij ze vraagt. Jij bent een vertrouwenspersoon voor de kinderen en hun ouders, andersom is dat niet het geval. Jij ontmoet als groepsleider kinderen en hun ouders op de bso.
24
Lees de volgende situatieschets.
Jij bent gespecialiseerd pedagogisch medewerker op een bso. Het is weer ramadan, daar is op de groep al veel over verteld. Omar is een jongen van 10 die de ramadan zeer belangrijk vindt. Hij doet er vol overtuiging aan mee, hoewel hij daar nog niet toe verplicht is en zijn ouders dat ook niet van hem vragen. Maar hoewel Omar zijn best doet, is hij nu elke middag erg moe en chagrijnig op de bso. Hij kat iedereen af, ook jou en je collega’s. En als je daar wat van zegt, antwoordt Omar dat hij er ook niets aan kan doen. Hij heeft nu eenmaal honger. Wen er maar aan, dat moet hij ook.
1 19
THEMA 1 De kinderopvang
Hoe kun jij dit op een empathische manier aanpakken, maar daarbij ook assertief blijven?
25
Vanaf 2017 gelden er nieuwe, strengere kwaliteitseisen voor de kinderopvang en peuterspeelzalen. Welke zijn dat? Kies de juiste antwoorden. a De beroepskracht-kindratio is meer gericht op de behoeften van het kind, minder op het aantal kinderen per kracht. b De ouders moeten duidelijk geïnformeerd worden over zaken als het pedagogisch beleid en de uurprijs. c Een mentor volgt de ontwikkeling van een kind en bespreekt deze met ouders en school. d Er moet op de babygroep enkele keren per dag gewisseld worden van pedagogisch medewerkers. e Gespecialiseerd pedagogisch medewerkers op een babygroep krijgen specifieke scholing.
26
Lees de tekst in het kader.
Tineke Plessen van de Stichting Kinderopvang De Bilt over de praktijk: ‘Het vierogenprincipe heeft volgens mij meerdere positieve kanten. Het is een manier om – naast de kinderen – je eigen personeel te beschermen. Maar het is ook gewoon goed dat die extra medewerker kan bijspringen in moeilijke situaties. Bij alle nieuwbouw zorgen we ervoor dat er telkens twee groepen met elkaar zijn verbonden door een tussenliggende verschoonruimte. Door die open verbinding kun je elkaar zien en horen. Bij een vestiging in een voormalig kantoorpand, waar dat bouwkundig niet kan, gaat de babyfoon op de andere groep aan als een gespecialiseerd pedagogisch medewerker pauzeert. Een soort vierorenprincipe. We hebben veel glas in onze vestigingen, en spiegels in L-vormige ruimten. Daarnaast hebben we groepshulpen en stagiaires.’ Bron: ‘Het vierogenprincipe in de dagelijkse praktijk’ (pdf) van BOinK
Welke drie voordelen van het vierogenprincipe noemt Tineke Plessen? Leg uit waarom dit voordelen zijn.
1 20
Verwerkingsopdrachten
27
1 De pedagogisch medewerker kinderopvang
Geef aan of de stellingen juist of onjuist zijn.
Stelling
Juist
Onjuist
De beroepskracht-kindratio is de verhouding tussen het aantal pedagogisch medewerkers en het aantal aanwezige kinderen. De beroepskracht-kindratio hangt af van de leeftijdsopbouw in de groep en van de behoeften van de kinderen.
28
Jij werkt als gespecialiseerd pedagogisch medewerker op een kinderdagverblijf. Het valt je de laatste tijd vaker op dat Priscilla van 3 rare blauwe plekken heeft. Ook plast ze ineens weer in haar broek, terwijl ze al zindelijk was. Hoe weet jij wat je in deze situatie moet doen? Kies het juiste antwoord. a Daar moet een duidelijke procedure voor op het kinderdagverblijf aanwezig zijn. b Dat moet je aan je leidinggevende vragen. c Dan moet je de Meldcode huiselijk geweld bellen en om advies vragen.
29
Er zijn verschillende teamculturen: de machtscultuur, de rollencultuur, de taakcultuur en de personencultuur. a In welke cultuur zal een initiatiefrijk persoon zich goed op zijn plaats voelen? Leg je antwoord uit.
b
30
In welke cultuur voel jij je goed op je plek? Leg je antwoord uit.
Na een aantal jaar werkervaring kom je in aanmerking voor het begeleiden van stagiair(e)s. Dit vraagt van jou een betrokken houding bij het leerproces van de stagiair(e). Geef aan of de stellingen juist of onjuist zijn.
Stelling
Juist
Bij het begeleiden van een stagiair moet je openstaan voor feedback. Door een stagiair te begeleiden merk je wat je zelf al weet en kunt. Een nieuwkomer in een team zal meestal eerst zijn best doen om zich aan het team aan te passen. Voor een nieuwkomer is het prettig als de anderen hem zo veel mogelijk met rust laten.
1 21
Onjuist
THEMA 1 De kinderopvang
31
Wat is een voorbeeld van opbouwende kritiek aan een stagiair(e)? Kies het juiste antwoord. a Ik vind het niet verstandig van je dat je steeds zo snel ingrijpt. Je moet de kinderen eerst van een afstandje bekijken, zodat je beter weet wat er speelt. b Je doet goed je best. Ik zou je willen aanraden om ook goed van een afstandje naar de kinderen te kijken. Daar kun je veel van leren. a Sorry hoor, je doet echt goed je best. Maar je moet ook leren om je niet steeds met de kinderen te bemoeien. Bekijk ze ook eens rustig van een afstandje.
32
Lees de volgende situatieschets.
Vanaf het begin is Maaike op de buitenschoolse opvang de mentor van Tom. Dat is ze nu al ruim twee jaar, een periode waarin er een hoop is gebeurd. Tom heeft het afgelopen jaar veel in het ziekenhuis gelegen vanwege een zeldzame aandoening. Maaike is toen weleens bij hem op ziekenbezoek geweest met een fotoboek van de kinderen uit de groep. Vanwege haar betrokkenheid bij zijn ziekteproces heeft ze een speciale band met hem opgebouwd. De moeder van Tom heeft onlangs besloten om te gaan stoppen met werken. Dus binnenkort neemt Tom afscheid op de bso. Hij heeft daar wel moeite mee, vooral omdat hij een speciale band heeft opgebouwd met Maaike. De moeder van Tom heeft aan Maaike gevraagd of ze het leuk zou vinden om een vaste avond per week te komen oppassen, zodat ze elkaar kunnen blijven zien.
Stel nu dat de moeder van Tom aan Maaike had gevraagd om een avond per week te komen eten om zo gezellig bij te kunnen kletsen met Tom. Wat had Maaike dan moeten doen? Leg je antwoord uit.
1 Opvoeden en begeleiden van kinderen 2
1
In de kinderopvang spelen jouw visie en die van het team waarin je werkt een belangrijke rol. Wat is een visie? Een visie is:
1 22
Verwerkingsopdrachten
2 Opvoeden en begeleiden van kinderen
2
Iedereen heeft ervaring met opvoeding. Dat kan zijn vanuit je jeugd thuis, in de kinderopvang en/of op school. Wat is jouw visie op opvoeden? Heb jij een optimistische visie of is je visie meer zorgelijk van aard? Ben je een strenge opvoeder of ben je meer het gemakkelijke type?
3
Lees de tekst in het kader. Daarin is enkele keren de naam van een pedagoog weggelaten en vervangen door puntjes.
De visie van … wordt regelmatig kort door de bocht gezien als ongelimiteerde vrijheid en brutale kinderen. Niets is minder waar. Het klopt dat deze visie vrijheid voorstaat, maar wel vrijheid binnen duidelijke regels en grenzen. Er is zowel vrijheid en ruimte voor de kinderen binnen de visie van … als afspraken en structuur. De materialen van … sluiten naadloos aan bij de ontwikkeling van jonge kinderen. Dreumesen en peuters ontdekken graag met al hun zintuigen en hun hele lijf. Met hun absorberende geest nemen ze enorm veel indrukken op, vormen ze hun functies, passen ze zich aan aan de cultuur waarin ze leven en verinnerlijken ze deze in een continu proces van ontwikkeling. Tot 3 jaar verloopt deze periode vooral onbewust en vanaf 3 jaar wordt dit steeds bewuster. De materialen zijn gericht op de verschillende zintuigen en ontwikkelingsgebieden/ competenties van kinderen. Belangrijk is dat de materialen aansluiten bij de gevoelige periode van kinderen. In deze periode is een kind extra ontvankelijk voor het leren van bepaalde vaardigheden en gaat het leren sneller dan in een andere fase. Huishoudelijke materialen en werkjes komen ook uit de …-visie. Peuters zijn hier dol op. Ze ervaren aspecten van het echte leven en het sluit enerzijds aan bij hun behoefte om de volwassene te helpen en anderzijds aan hun behoefte aan orde. Bron: intrinsiek.nu
a
Over welke pedagogische zienswijze gaat deze tekst?
b
Leg uit waaraan je dat herkent.
1 23
THEMA 1 De kinderopvang
4
Een visie van een kindcentrum bestaat uit verschillende onderdelen. Kies telkens het juiste woord. Kies uit: organisatorische – maatschappelijke – pedagogische – levensbeschouwelijke a
Het onderdeel waarin staat hoe de organisatie het kind wil voorbereiden op de samenleving is de
b
component.
Het onderdeel waarin staat hoe een kindcentrum naar de mens en de wereld kijkt component.
is de c
Het onderdeel waarin staat hoe structuur en planning worden gecombineerd met component.
de zorg aan de kinderen is de d
Het onderdeel waarin staat op welke manier de medewerkers met de kinderen omgaan is de
5
component.
Vul de juiste term in. Voor wie werkt in de kinderopvang zijn verschillende instrumenten beschikbaar. In staat wat kinderen moeten leren en hoe je kinderen kunt begeleiden in hun ontwikkeling.
6
Kinderen hebben een vertrouwde en veilige omgeving nodig. Leg uit waarom hygiëne een belangrijk aandachtspunt is om een veilige omgeving te kunnen bieden?
7
Een vertrouwde en veilige omgeving is een noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van het kind. Juf Jarka begint de maaltijd altijd met een eetliedje. a Tot welke interactievaardigheid wordt dit gerekend? Kies het juiste antwoord. a belangstelling tonen b aansluiten bij de belevingswereld c structuur bieden d uitdagingen bieden b Wat is hier het doel/voordeel van deze interactievaardigheid?
1 24
Verwerkingsopdrachten
2 Opvoeden en begeleiden van kinderen
8
Op het speelplein staat een grote stapel blokken van piepschuim. De kinderen mogen hiermee doen wat ze willen. a Tot welke interactievaardigheid wordt dit gerekend? Kies het juiste antwoord. a belangstelling tonen b aansluiten bij de belevingswereld c structuur bieden d uitdagingen bieden b Wat is hier het doel/voordeel van deze interactievaardigheid?
9
In de theorie heb je gelezen dat er vier pedagogische basisdoelen zijn. In de tabel vind je de omschrijvingen van een bepaalde handeling. Geef bij elke omschrijving aan om welk pedagogisch basisdoel het gaat.
Basisdoel
Omschrijving De pedagogisch medewerkers luisteren echt naar de kinderen en nemen daar ook ruimschoots de tijd voor. De pedagogisch medewerkers zijn heel duidelijk over wat wel en niet mag. Ze leggen de regels ook uit. De pedagogisch medewerkers leren de kinderen om samen problemen op te lossen. De pedagogisch medewerkers bieden elk kind de materialen aan waar het kind op dat moment aan toe is.
10
Lees de situatieschets.
Dinah (9) komt uitgelaten de bso binnengehuppeld. Ze rent op medewerkster Bahar af en wil haar om de nek vliegen. Bahar doet een paar passen naar achteren en zegt: ‘Je bent wel laat zeg. Ga zitten en eet je appel op.’ Medewerkster Noortje vangt Dinah op als ze naar de eettafel loopt. Ze pakt haar handen vast en maakt samen met haar een klein dansje. Dan zegt ze tegen Dinah: ‘Kun je praten en eten tegelijk? Dan hoor ik heel graag van jou waarom je zo blij bent.‘
a
Wat doet Noortje in dit voorbeeld beter dan Bahar? Leg je antwoord uit.
1 25
WERKBOEK NIVEAU 4
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW
Deze uitgave Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. P2-K1-W1 Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind P2-K1-W2 Stelt een (gespecialiseerd)activiteitenprogramma op P2-K1-W3 Ontwikkel (mede) een begeleidingsplan P2-K1-W4 Biedt (gespecialiseerde) opvang P2-K1-W5 Biedt persoonlijke verzorging P2-K1-W6 Draagt zorg voor huishoudelijke werkzaamheden P2-K1_W7 Biedt (specifieke) ontwikkelingsgerichte activiteiten aan P2-K2-W1 Voert coรถrdinerende taken uit P2-K2-W2 Bouwt en onderhoudt een netwerk P2-K2-W3 Voert beleidsondersteunende taken uit P2-K2-W4 Voert beheertaken uit
pedagogisch werk
PW Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW WERKBOEK
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- /reflectieop drachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.
Auteurs: M. Baseler J. de Bas A. van Beurden R.F.M. van Midde A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 622560
MBO_WB_GespecPedagMedewPW_210x297mm.indd All Pages
18/01/18 13:18