
3 HAVO Werkboek
Naam
Klas








Ontdek het verleden, begrijp het heden.



Auteurs
Floris Boudens
Cor van der Heijden
Lennart van Oudheusden
Eugenia Smit
Jos Venner
Eindredactie
Ronald den Haan
Eugenia Smit
![]()

3 HAVO Werkboek
Naam
Klas








Ontdek het verleden, begrijp het heden.



Auteurs
Floris Boudens
Cor van der Heijden
Lennart van Oudheusden
Eugenia Smit
Jos Venner
Eindredactie
Ronald den Haan
Eugenia Smit
Ontwerp omslag
Studio Fraaj, Rotterdam
Opmaak omslag
Studio Vlak
Beeld omslag
© International War Museum
Beeldresearch
Liane Volgers, Utrecht
Ontwerp binnenwerk
Tom Lamers, Reclamers, Veghel
Opmaak
Olaf Staal, Staalboek, Veendam
Tekenwerk en cartografie
EMK cartografie, www.plattegronden.nl
Over ThiemeMeulenhoff
ThiemeMeulenhoff is een educatieve uitgeverij die zich inzet voor het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. De mensen van ThiemeMeulenhoff zijn er voor onderwijsprofessionals – met ervaring, expertise en doeltreffende leermiddelen. Ontwikkeld in doorlopende samenwerking met de mensen in het onderwijs om samen het onderwijs nog beter te maken.
We ontwikkelen lesmethodes die goed te combineren zijn met andere leermiddelen, naar eigen inzicht aan te passen en bewezen effectief zijn. En natuurlijk worden al onze lesmethodes zo duurzaam mogelijk geproduceerd.
Zo bouwen we samen met de mensen in het onderwijs aan een mooie toekomst voor de volgende generatie.
Samen leren vernieuwen.
www.thiememeulenhoff.nl
ISBN 978 90 06 99208 3
Editie 3, druk 2, oplage 1, 2026
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2026
Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining, AI-training en vergelijkbare technologieën niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl).
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.
Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.
ClimatePartner
certified product climate-id.com/YI43H3
CO2 measure reduce contribute

Tijd van wereldoorlogen
1 De Eerste Wereldoorlog 4
Oriëntatie 4
1.1 Europa onder spanning 6
1.2 Het eerste oorlogsjaar 12
1.3 Oorlog op alle fronten 18
1.4 Vrede, maar niet voor iedereen 24
1.5 De Armeense Genocide Wereldgeschiedenis 30
Op onderzoek naar de Dodendraad Verdieping 33
Afsluiting 35


Tijd van burgers en stoommachines
Tijd van wereldoorlogen
2 De Sovjet-Unie 38
Oriëntatie 38
2.1 De laatste tsaren 40
2.2 Twee revoluties 46
2.3 Lenin aan de macht 52
2.4 De Sovjet-Unie onder Stalin 58
2.5 De opkomst van het communisme in China
Wereldgeschiedenis 64
Op onderzoek naar dwangarbeid in de Goelag
Verdieping 67
Afsluiting 69

Tijd van wereldoorlogen
3 De jaren twintig en dertig 72
Oriëntatie 72
3.1 Na de Vrede van Versailles 74
3.2 De jaren twintig in de Verenigde Staten 80
3.3 Economische crisis in de Verenigde Staten 86
3.4 De wereld in crisis 92
3.5 Brazilië in de jaren twintig en dertig
Wereldgeschiedenis 98
Op onderzoek in de crisisjaren Verdieping 101
Afsluiting 103

Tijd van wereldoorlogen
4 De Tweede Wereldoorlog 106
Oriëntatie 106
4.1 Fascisme en nationaalsocialisme 108
4.2 De wereld brandt 114
4.3 Nederland bezet 120
4.4 De Holocaust 126
4.5 De oorlog in Nederlands-Indië Wereldgeschiedenis 132
Op onderzoek in de Tweede Wereldoorlog
Verdieping 135
Afsluiting 137


Tijd van wereldoorlogen
Tijd van televisie en computer
5 De Koude Oorlog 140
Oriëntatie 140
5.1 Van wereldoorlog naar Koude Oorlog 142
5.2 Sovjet-invloed in de wereld 148
5.3 Europese samenwerking 154
5.4 Het einde van de Koude Oorlog 160
5.5 Communistisch China Wereldgeschiedenis 166
Op onderzoek in de Koude Oorlog Verdieping 169
Afsluiting 171

Tijd van televisie en computer
6 Nederland na 1945 174
Oriëntatie 174
6.1 Handen uit de mouwen 176
6.2 Nederland als multiculturele samenleving 182
6.3 Politiek Nederland 188
6.4 Protesteren en emanciperen 194
6.5 De dekolonisatie van Zuid-Afrika
Wereldgeschiedenis 200
Op onderzoek in de jongerencultuur Verdieping 203 Afsluiting 205


Tijd van wereldoorlogen
Tijd van televisie en computer
7 Brandhaard Midden-Oosten 208
Oriëntatie 208
7.1 Joden en Arabieren willen zelfstandigheid 210
7.2 Naar een Joodse staat 216
7.3 Arabisch-Israëlische oorlogen 222
7.4 Religieus fundamentalisme 228
7.5 De VN probeert vrede te bewaken Wereldgeschiedenis 234
Op onderzoek naar de Zesdaagse Oorlog Verdieping 237 Afsluiting 239
Illustratieverantwoording 242
1 Christopher Williams
Lees: Het Mametz-bos. Bekijk: bron 1.
a Leg uit hoe je de volgende elementen van loopgravenoorlog in het schilderij terugziet:
Kameraadschap:
De manier van vechten:
Ontmenselijking:
Dood:
b Welke soldaten in bron 1 gedragen zich volgens jou dapper? En waar zie je in het schilderij zinloos lijden? Leg uit waarom je dat vindt.
Dapper:
Zinloos lijden:
2 Nationalisme of pacifisme
Je oefent: Standplaatsgebondenheid.
Lees: Het Mametz-bos. Bekijk: bron 1, 2 en 3.
a Beoordeel of Lloyd George een pacifist was, of een nationalist. Wat is waar, wat niet waar?
Zoek eerst op wat een pacifist is, als je dat niet weet. waar niet waar
Een nationalist kan trots zijn op een oorlogshandeling.
Een pacifist keurt oorlog in elke situatie af.
Lloyd George kiest uit trots voor zijn landgenoten de slag in het Mametz-bos.
Lloyd George kiest uit afkeer van oorlog een gruwelijk strijdmoment.
Lloyd George was een nationalist, trots op het geleverde gevecht.
Lloyd George wil met dit gruwelijke tafereel in de eerste plaats waarschuwen voor oorlog.
b Een nationalist en een pacifist reageren verschillend op de foto’s in bron 2 en 3. Wat zouden ze zeggen?
Nationalist:
Pacifist:
3
Lees: Het Mametz-bos, In dit hoofdstuk, en opdrachtbron 1. Bekijk: bron 1 en 2.
a Professor Williams (opdrachtbron 1) interviewde soldaten uit de Eerste Wereldoorlog.
Beredeneer of zij zich de gebeurtenissen correct kunnen herinneren.
Tegen:
Voor:
b Toon met informatie uit opdrachtbron 1 aan dat zowel de Duitse als de Britse legerleiding te positief dachten over het verloop van de oorlog.
Duitse legerleiding:
Engelse legerleiding:
Twee soldaten uit Wales over de slag in het Mametz-bos (1916-1917):
Soldaat 1: ”De slag begon op 7 juli 1916. Het was de bedoeling van de generaals dat het bos binnen enkele uren zou worden ingenomen.”
Soldaat 2: ”Het Mametz-bos was groot, overwoekerd en werd verdedigd door ervaren Duitse troepen. De eerste aanval, op 7 juli 1916, bereikte het bos niet. Van ons werd verwacht dat we met zware bepakking bij daglicht een frontale aanval op Duitse stellingen zouden uitvoeren. Wij werden onder vuur genomen terwijl we over open velden bewogen. Je kon niet in de buurt van het bos komen.”
Naar: Interviews afgenomen door de historicus Christopher Williams.
OPDRACHTBRON 1
4 Loopgravenoorlog
Het belang van geschiedenis: Geschiedenis leert je hoe soldaten hun werk moeten doen, vroeger en nu. Hoewel de manier van oorlog voeren verandert, blijven veel omstandigheden hetzelfde.
Lees: opdrachtbron 2. Bekijk: bron 2 en 3, en opdrachtbron 3. a Zou de soldaat in bron 3 een soortgelijk stukje kunnen schrijven als Wittgenstein in opdrachtbron 2? Wat zou hetzelfde zijn?
b Veel loopgraven in Oekraïne zijn overdekt met hout of visnetten. Dat heeft te maken met een uitvinding die de loopgravenoorlog in Oekraïne anders maakt dan die in de Eerste Wereldoorlog. Welke uitvinding en waarom heeft die zoveel invloed op de oorlogvoering?
c Beoordeel of de zinnen over opdrachtbron 3 juist of onjuist zijn.
• De soldaten hebben regelmatig te maken met verveling. juist | onjuist
• De soldaten slapen in holtes in de loopgraven. juist | onjuist
• De soldaten worden voortdurend aangevallen. juist | onjuist
Een Oostenrijkse soldaat schreef in zijn dagboek:
”Het had drie dagen geregend. De regen drong door de zandzakken en het vlechtwerk van latten waarmee de wanden van de loopgraven waren versterkt, zodat geweren roestten, voeten verbleekten en het kruimelige grijze oorlogsbrood van de soldaten raakte doorweekt en kreeg de structuur van vet. Pompen en emmerbrigades haalden niets uit tegen het regenwater: het stroomde even hard terug en sleepte stukken van kadavers en uitwerpselen mee, stortte met zo’n kracht neer dat half begraven, uit hun rottende kleren barstende lijken, weer naar boven werden gestuwd.”
Naar: Ludwig Wittgenstein, Oorlogsdagboek (1917).
OPDRACHTBRON 2

OPDRACHTBRON 3
Soldaten uit Wales in een loopgraaf. Foto uit 1916.
1 Nationalisme en modern imperialisme
a Leg uit wat de begrippen betekenen.
Nationalisme:
Modern imperialisme:
b Tussen de industriële revolutie, modern imperialisme en nationalisme zijn verbanden van oorzaak en gevolg.
Zijn de beweringen daarover juist of onjuist?
• De industriële revolutie maakte modern imperialisme mogelijk. juist | onjuist
• Modern imperialisme verzwakte de groei van de industrie in het eigen land. juist | onjuist
• Nationalisme remde modern imperialisme. juist | onjuist
• Modern imperialisme stimuleerde de nationale trots. juist | onjuist
• Industriële bloei vergrootte de nationale trots. juist | onjuist
Basisstof
2 Welvaart
Lees: De studente Vera Brittain, en opdrachtbron 4. Bekijk: bron 4.
a Toon met twee bronelementen aan dat er rijke mensen op het schilderij in bron 4 staan.
b Hoe blijkt uit opdrachtbron 4 dat de familie Brittain bij de elite hoorde?
3 De industriële revolutie brengt meer welvaart
Je oefent: Continuïteit en verandering.
Vera Brittain schrijft over de tijd kort voor de Eerste Wereldoorlog:
”De rest van 1912 en de eerste helft van 1913 bezocht ik nog meer dansfeesten, ik legde bezoekjes af, ging rolschaatsen en sleetje rijden, speelde vaak bridge en nog meer tennis en golf, ging naar muziekles en trad op in amateurtoneelvoorstellingen. Ik bracht mijn dagen door met alle gewone beslommeringen waarmee elke jonge vrouw van elke generatie haar dagen benutte.”
Naar: Vera Brittain, Testament van de jeugd (1933).
OPDRACHTBRON 4
Lees: Keizers, burgers en arbeiders, bron 5, en opdrachtbron 4. Bekijk: bron 4 en 6, en opdrachtbron 5 en 6.
a Hoe zie je in opdrachtbron 5 dat de industriële revolutie bezig is en dat de welvaart van een grote groep mensen is toegenomen?
Industriële revolutie:
Welvaart:
b Vergelijk de beschrijving van Engels in bron 5 met de situatie rond 1900. Wat is er veranderd en welke twee oorzaken heeft dat?
c Wie konden naar de wereldtentoonstelling in Parijs? Vul het schema in, door in de tweede kolom bronnummers te schrijven, en in elke rij een kruisje te zetten in de derde of vierde kolom.
in welke twee bronnen kun je erover lezen of zijn ze te zien?
bezoeken waarschijnlijk de Wereldtentoonstelling bezoeken de Wereldtentoonstelling niet
vorsten
adel middenklasse arbeiders

OPDRACHTBRON 5
De Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs. Op wereldtentoonstellingen bewonderden de massaal toegestroomde bezoekers moderne industrieproducten. Ook producten en mensen uit de koloniën werden er tentoongesteld.
Bekijk: opdrachtbron 6.

OPDRACHTBRON 6
‘Bij dageraad’, schilderij door Charles Hermans (1875).
a Let op de titel van het schilderij en leg uit wat het gezelschap rechts en de mensen links in opdrachtbron 6 doen.
Rechts:
Links:
b Beschrijf hoe je uit de houding van de mensen links ziet dat ze zich bewust zijn van hun armoede en wat ze vinden van het standsverschil.
c Leg uit welke boodschap de schilder met het schilderij wilde geven.
Het belang van geschiedenis: Terrorisme en politieke moorden zijn van alle tijden. Geschiedenis leert je deze verschijnselen beter te begrijpen.
Bekijk: opdrachtbron 7.
a Aan het einde van de negentiende eeuw werden in Europa veel aanslagen gepleegd op vorsten en ministers. Luigi Lucheni vermoordde keizerin Elisabeth van Oostenrijk-Hongarije. Welk politiek motief zou hij voor de moord kunnen hebben?

OPDRACHTBRON 7
b Leg uit dat hij ook een sociaaleconomisch motief kan hebben gehad voor de moord.
Foto van de anarchist Luigi Lucheni in een dossier van de Zwitserse politie (1898). Luigi groeide op in weeshuizen en bij pleegouders. Hij leefde in armoede en had nooit vast werk. Als anarchist vond hij dat vorsten en adel geen recht hadden op hun macht.
c Zijn er volgens jullie situaties waarin het goed is wat mensen als Luigi Lucheni deden, dus het vermoorden van een koning, keizerin, president of andere machthebber? Praat hierover en schrijf jullie conclusies op, met argumenten.
Je oefent: Oorzaak en gevolg.
Lees: Nationalisme leidt tot eenheid. Bekijk: bron 6.
a De afloop van de oorlog van 1870-1871 zorgde voor een slechte relatie tussen Frankrijk en Duitsland. Geef hier drie oorzaken van. 1 2 3
b Leg uit hoe de gebeurtenis in bron 6 het Franse nationalisme versterkte.
Lees: Nationalisme leidt tot verbrokkeling, en opdrachtbron 8. Bekijk: bron 7.
a De gevallen man in bron 7 symboliseert . De adelaar staat symbool voor . Het schilderij verwijst naar een historische gebeurtenis:
b De maker van het schilderij in bron 7 geeft zijn mening over de Russische reactie op het Pools nationalisme. Aan wiens kan staat hij en hoe kun je dat zien? Zou de schilder het een probleem vinden als Rusland uiteen zou vallen, denk je?
c Engeland en Frankrijk hielpen de Polen niet in hun vrijheidsstrijd. Ze hielpen de Grieken wél. Maak de zinnen af om dat te verklaren. Engeland en Frankrijk voelden zich bedreigd door
Duitsland en wilden daarom de Russische tsaar
Steun aan de Poolse strijd voor onafhankelijkheid was daarom
Engeland en Frankrijk wilden meer invloed in het oostelijk deel van de Middellandse Zee. Het
verder verzwakken van het Ottomaanse Rijk was dus
Steun aan de Griekse strijd voor onafhankelijkheid was daarom
d Maak duidelijk of de schrijver van opdrachtbron 8 achter het beleid van zijn regering staat.
Een Franse krant over de Poolse vrijheidsstrijd:
”De Poolse vrijheidsstrijd wordt onderdrukt. Het arme Polen had zich ingezet voor het tegenhouden van Rusland. Om deze ongelijke vrijheidsstrijd te ondersteunen had ze een oproep gedaan aan West-Europa. Onze ministers hielden er plechtige toespraken over, vol mooie woorden. Maar de conclusie was: “Polen is te ver bij ons vandaan!” Met een hartverscheurende stem had Polen om geld gevraagd, maar Europa gaf het niet.”
Naar: Le Globe (20 oktober 1831).
OPDRACHTBRON 8
Gebruik voor deze opdracht een atlas of Google Maps als je er niet uitkomt.
a • Schrijf in de kaart (volgende pagina) een D in het land dat in 1871 een keizerrijk werd.
• Schrijf een F in het land dat 1870-1871 werd verslagen.
• Schrijf een rode V in elk van de drie veelvolkenstaten, met daarachter de landsnaam.
b Schrijf in groen in kleine letters (of gebruik afkortingen) de Balkanlanden in de kaart: Bosnië, Servië, Griekenland, Roemenië, Bulgarije.
c In Rusland woonden ook niet-Russische volken. Schrijf klein in blauwe letters waar Polen (Pol), Esten (Est), Letten (Let), Litouwers (Lit), Oekraïners (Oek) woonden.
9
Lees: Imperialisme. Bekijk: bron 8.
a Leg uit welk beeld de Duitsers moeten krijgen van Wilhelm II in bron 8. Noem in je uitleg drie bronelementen.
b Leg uit of uit bron 8 militarisme blijkt.


















Lees: Imperialisme, en bron 9. Bekijk: opdrachtbron 9 en 10. a Was Wilhelm II als enige Duitser voor gebiedsuitbreiding? Leg je antwoord uit.
b Maak met behulp van bronelementen duidelijk hoe in de tekeningen voor een dergelijke politiek wordt gewaarschuwd.
Opdrachtbron 9:
Opdrachtbron 10:

OPDRACHTBRON 9
Tekening in het Duitse weekblad Simplicissimus (1912). Links staat een Duitse zeeman, rechts een Britse. De titel van de tekening is: ‘Hoe moeten we elkaar nu de hand schudden?’

OPDRACHTBRON 10
Deze tekening, gemaakt door Thomas Nast, stond in 1885 een Amerikaans weekblad. De titel van de tekening is: ‘Plunderaars van de wereld’. Op de zakken staat: ‘Duitse buit’, ‘Britse buit’ en ‘Russische buit’.
11 Op weg naar oorlog
Lees: Bondgenootschappen en oorlogsplannen. Bekijk: bron 10. a Veel mensen waren ervan overtuigd dat er snel een oorlog zou uitbreken.
Leg uit dat bron 10 laat zien hoe Duitsland zich daarop voorbereidde.
b Geef de bondgenootschappen aan in de kaart op de vorige pagina. Gebruik voor de Triple Entente en voor de Driebond een verschillende kleur. Verwerk die kleuren ook in de legenda en zet er de namen Triple Entente en Driebond achter.
c Leg uit dat door de bondgenootschappen voor Duitsland een tweefrontenoorlog dreigde.
d Leg uit hoe Von Schlieffen dit wilde voorkomen.
Wat weet je nu?
12 Spanningen en bondgenootschappen
a Welke zinnen zijn juist?
■ Het Ottomaanse Rijk, Frankrijk, Rusland en Oostenrijk-Hongarije waren veelvolkenstaten.
■ Duitsland was bang voor een tweefrontenoorlog tegen Frankrijk en Rusland.
■ Het Schlieffenplan bevatte een snelle Duitse aanval op Frankrijk via Nederland en België.
■ Door het modern imperialisme veroverden Frankrijk, Duitsland en Engeland gebieden in Afrika. b Streep in elk van de foute zinnen bij opdracht a een woord door waardoor de zin alsnog juist is. c Wie waren elkaars tegenstanders? Schrijf in het schema: Frankrijk | Italië | Rusland | Driebond d Welke spanningen waren er in Europa? Schrijf de nummers van de zinnen achter het land waarvoor dit een probleem was.
1 Het Duitse leger wordt sterker dan dat van Frankrijk.
2 Sterke Duitse concurrentie door moderne industrie.
3 Oostenrijk-Hongarije wil invloed op de Balkan.
4 Duitsland streeft naar meer koloniale gebieden.
5 Duitsland bouwt aan een grote vloot.
6 Frankrijk heeft veel minder industrie (en dus minder wapens) dan Duitsland.
7 Wil Elzas-Lotharingen terug.
Naam bondgenootschap:
Land: Duitsland
Oostenrijk-Hongarije
leerdoelen
Triple Entente
Groot-Brittannië
• Je kunt met voorbeelden uitleggen dat nationalisme de eenheid in een land zowel kan versterken als verzwakken: 1, 6, 7, 8
• Je kunt uitleggen waardoor er rond 1900 twee bondgenootschappen ontstonden en wat daarvan de belangrijkste leden waren: 6, 8, 9, 10, 11, 12.
• Je kunt het Duitse aanvalsplan beschrijven en verklaren: 11, 12
1 Ontwikkelingen in de achttiende en negentiende eeuw
Je oefent: Oorzaak en gevolg.
Ontwikkelingen in de achttiende en negentiende eeuw hebben bijgedragen aan het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog. Zijn de zinnen juist of onjuist?
• Duitsland werd in 1871 een eenheidsstaat en werd steeds machtiger. Andere Europese landen maakten zich daar zorgen over. juist | onjuist
• In de oorlog van 1870-1871 werd het Franse leger verpletterend verslagen en dat was slecht voor het Franse eergevoel. juist | onjuist
• De industriële revolutie maakte scheepsbouw, spoorwegen en een enorme wapenproductie mogelijk. juist | onjuist
• Door de industriële revolutie hadden Europese landen geen koloniën meer nodig, want ze maakten alles zelf. juist | onjuist
Basisstof
2 Angst bij Vera Brittain
Lees: De verpleegster Vera Brittain. Bekijk: bron 11. a Welke extra informatie geven de koppen en de foto’s van de Daily Mail over de aanslag?
Noem drie dingen. 1 2 3
b Welke zinnen passen bij de sfeer in Buxton zes weken na de moord op Frans Ferdinand?
■ Oostenrijk is ver weg en die moord heeft geen gevolgen.
■ Na deze moord zullen de diplomaten ook weer de vrede kunnen handhaven.
■ De kokkin is bang dat haar zonen als soldaat moeten gaan vechten.
■ Er wordt gehamsterd uit angst voor het uitbreken van een oorlog.
■ De directeur van de school van Edward sprak als een echte pacifist.
3 Moordaanslag met gevolgen
Je oefent: Chronologie, en Oorzaak en gevolg.
Lees: Moord in Sarajevo, en Van moord tot oorlog.
a Nummer de gebeurtenissen in chronologische volgorde.
Vera Brittain leest in de krant over de moord op Frans Ferdinand.
Servië accepteert de Oostenrijkse eisen niet.
Rusland mobiliseert zijn leger.
Gavrilo Princip vermoordt Frans Ferdinand.
Oostenrijk-Hongarije stelt eisen aan Servië.
Duitsland verklaart de oorlog aan Rusland.
b Koppel de gegevens links aan de juiste oorzaken en gevolgen rechts. Neem het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog als uitgangspunt.
Duitsland bouwt een sterke vloot. •
Gavrilo Princip vermoordt Frans Ferdinand. •
Frankrijk verliest de oorlog van 1870-1871. •
Er is spanning tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië over Bosnië. •
De Tweede Wereldoorlog breekt uit. •
Duitsland valt België en Luxemburg aan. •
• Direct gevolg
• Indirecte oorzaak
• Directe oorzaak
• Indirecte oorzaak
• Indirect gevolg
• Aanleiding
Het belang van geschiedenis: Bij geschiedenis leer je welke voor- en nadelen een bondgenootschap heeft.
a Dat een conflict in een uithoek van Europa een grote Europese oorlog werd, heeft twee oorzaken. Een ervan is het Schlieffenplan. Leg dat uit en bedenk wat de tweede oorzaak is.
b Nederland hoort in onze tijd ook bij een militair bondgenootschap. Hoe heet het? Beschrijf ook het doel van dat bondgenootschap, en noem een voordeel en een nadeel van het lidmaatschap. Zoek informatie online.
5 Oorlogsoptimisme?
Lees: De verpleegster Vera Brittain, bron 12 en 15, en opdrachtbron 13. Bekijk: bron 13 en 14, en opdrachtbron 11 en 12.
a De foto uit Amsterdam in opdrachtbron 11 laat een verschil zien met de foto’s uit Duitsland (bron 13) en Frankrijk (bron 14). Maak dat met behulp van beeldelementen duidelijk.
Opdrachtbron 11:
Bron 13:
Bron 14:
b De Duitser Klaus Mann (bron 12) en zijn zoon Golo Mann (opdrachtbron 13) schrijven over het zingen van vaderlandse liederen. Wordt het bericht van Klaus betrouwbaarder door dat van Golo? Geef hiervoor een argument voor en een argument tegen.
Voor:
Tegen:
c Was de sfeer die je in bron 13 en 14 ziet ook aanwezig in België (bron 15) en in GrootBrittannië (opdrachtbron 12)? Gebruik voorbeelden in je antwoord.
d Welke zinnen over de sfeer in Europa zijn juist?
■ Alle landen waren uit op oorlog.
■ Regeringen en burgers verwachtten een lange, zware oorlog.
■ Er was in Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië een grote bereidheid om te gaan vechten.
■ In verschillende landen was er oorlogsenthousiasme.

OPDRACHTBRON 11
Ook Nederlandse soldaten werden in augustus 1914 gemobiliseerd. Door ruimtegebrek in de kazernes bracht het leger de soldaten onder in kerken, opslagloodsen en het Paleis van Volksvlijt, een tentoonstellingshal in Amsterdam.
De Duitse schrijver Golo Mann beschrijft ‘de geest van 1914’:
”De dreigende oorlog maakt de hele wereld gek. Ik werd treurig toen ik de massa’s jonge mensen zag paraderen door de straten. Ze zongen nog ver na middernacht vaderlandslievende liederen als Deutschland, Deutschland über alles en Die Wache
OPDRACHTBRON 13
6 Beroepsmilitairen

OPDRACHTBRON 12
Grote belangstelling voor een aanmeldbureau voor vrijwilligers in Londen, in 1914.
am Rhein. Dat zal de machthebbers de kans geven om te zeggen dat ze door de massa tot de oorlog werden gedwongen.”
Naar: Golo Mann, Deutsche Geschichte (1958).
Het belang van geschiedenis: Geschiedenis laat je nadenken over de vraag of en hoe jij later kunt bijdragen aan een veilige wereld.
Lees: bron 15.
a Nederland heeft een beroepsleger. Stel, jouw zoon of dochter wil beroepsmilitair worden. Zou jij daarvoor toestemming geven, ook al weet je dat hij of zij dan misschien naar oorlogsgebieden moet? Zie je daarbij overeenkomsten met vader Van Raemdonck (bron 15), of met de vader van Vera die niet wilde dat zijn zoon zich als vrijwilliger zou aanmelden?
b Blijft jouw oordeel hetzelfde als Nederland zelf zou worden aangevallen? Waarom wel of niet?
7 De eerste oorlogsmaand
Je oefent: Oorzaak en gevolg.
Lees: Aanval op België, Van bewegingsoorlog naar loopgravenoorlog, en bron 15.
Bekijk: bron 16.
a De vijf zinnen passen bij bron 16. Controleer elke zin: staat die informatie in de tekst? staat in de tekst staat niet in de tekst
De Duitsers hadden geen rekening gehouden met veel Belgisch verzet.
Duitse soldaten vermoordden Belgische burgers.
Duitse soldaten vermoordden Belgische burgers met bajonetten.
Duitse soldaten vermoordden Belgische burgers uit boosheid over hun trage opmars.
Duitse soldaten vermoordden Belgische burgers omdat er geruchten waren dat burgers op hen schoten.
b Leg uit of de tekening in bron 16 een betrouwbaar beeld geeft van hoe de Duitsers zich in België gedroegen.
c De Duitse aanval haperde al in België. Een oorzaak lees je in bron 15, een in bron 16. Welke?
d Welke andere oorzaken waren er?
e Een maand later werd de bewegingsoorlog een loopgravenoorlog. Geef daarvan drie oorzaken die je bij opdracht c en d niet hebt genoemd.
8 In de loopgraven aan het oostfront
Lees: Van bewegingsoorlog naar loopgravenoorlog, bron 17, en opdrachtbron 14. Bekijk: opdrachtbron 15.
a Aan het oostfront vochten de Russen tegen de legers van twee landen. Welke twee?
b Aan het oostfront wonnen eerst de terrein en later de
c Later in de oorlog bleef het oostfront bewegen: soms won de ene partij, soms de andere. Er wordt weleens beweerd dat loopgraven alleen in een oorlog gebruikt worden als het front langdurig op dezelfde plaats ligt. Toon met de bronnen aan dat die bewering onjuist is.
Opdrachtbron 14:
Opdrachtbron 15:
d Zoek online foto’s van het oostfront tijdens de Eerste Wereldoorlog. Kies een foto van een situatie die ook aan het westfront te zien kon zijn. Kies ook een foto van een situatie die aan het westfront juist niet voorkwam. Presenteer je foto’s in een PowerPoint. Geef elke foto een bijschrift waarin je aangeeft waar en wanneer de foto gemaakt is, en waarom een soortgelijke foto ook of juist niet aan het westfront gemaakt had kunnen worden.
e De Oostenrijkse officier Wittgenstein beschrijft in bron 17 twee problemen die hij met zijn manschappen heeft. Welke problemen zijn dat en waardoor zijn die ontstaan?
Een Oostenrijks officier vocht aan het oostfront en schreef in zijn oorlogsdagboek:
”Mijn benen deden pijn van de kou en het vocht en ik voelde een heet gerommel in mijn maag toen ik door de voorste loopgraaf kroop naar het Gat, zoals we het noemden. De latrine, vijftig stappen van de loopgraaf, nog net binnen het prikkeldraad, was ’s nachts een gevaarlijke plek. Ik hield mijn pistool in de hand, liet mijn broek zakken en ging op de natte en stinkende planken zitten, pijnlijk schommelend terwijl hete soep neerdrupte. Mooie plek om gekeeld te worden, dacht ik. Ik zou niet de eerste officier zijn die zo aan zijn einde kwam, met de broek op de enkels, vermoord door de eigen soldaten.”
Naar: Ludwig Wittgenstein, Oorlogsdagboek (1914-1916).
OPDRACHTBRON 14
9 Veranderingen in de bondgenootschappen
Je oefent: Oorzaak en gevolg.

het oostfront tuigen een kerstboom op. Kerst 1915.
a Aan het begin van de oorlog kozen verschillende landen die nog niet bij het conflict waren betrokken partij voor een van beide bondgenootschappen. Hieronder staan daarvan oorzaken. Vul bij het gevolg de namen van de juiste bondgenootschappen in.
• Italië wil grensgebieden waar Italianen wonen van Oostenrijk-Hongarije afnemen.
Gevolg: Italië stapt over van de naar de
• Oostenrijk valt Servië binnen. Gevolg: Servië sluit zich aan bij de
• Duitsland verklaart de oorlog aan België. Gevolg: België, dat eerst neutraal was, sluit zich aan bij de .
• Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland hopen macht en invloed te krijgen in het Ottomaanse Rijk. Gevolg: de Ottomanen kiezen voor de
b Geef de Centralen en de Geallieerden elk een andere kleur in de kaart. Schrijf de landnamen erbij. Maak ook een legenda.















c Teken het westfront in de kaart.

a De volgende zinnen gaan over de leerdoelen van deze paragraaf. In elke zin staat iets fout. Bespreek met elkaar wat er fout is in de zin en waarom. Je hoeft niets op te schrijven.
• Zes weken na de moord op de Duitse kroonprins Frans Ferdinand in Sarajevo brak de oorlog uit.
• Hadden er geen bondgenootschappen bestaan, dan was de oorlog nóg grootschaliger geweest, want dan hadden de neutrale landen zich er ook mee bemoeid.
• In het westen vocht Duitsland tegen Belgen, Nederlanders, Fransen en Britten.
• Aan het oostfront werd hard gevochten, maar aan het westfront gebeurde niet zoveel: daar lag de frontlijn jarenlang vrijwel op dezelfde plaats.
• Von Schlieffen had het verloop van de oorlog goed ingeschat.
b Bedenk elk nog twee zinnen die passen bij de leerdoelen, maar waarin een fout staat. Wissel ze uit: probeer elkaars fouten te vinden en verbeter die.
leerdoelen
• Je kunt uitleggen hoe een moord in Sarajevo tot een wereldoorlog leidde: 1, 2, 3, 4, 5, 7, 10
• Je kunt het verloop van de strijd aan het westfront en aan het oostfront beschrijven en verklaren: 5, 6, 7, 8, 9, 10
Wat weet je al?
1 Eerste Wereldoorlog
Welke zinnen zijn juist?
■ Voor de Eerste Wereldoorlog waren Nederland en België neutraal.
■ Door het Schlieffenplan raakten Nederland en België bij de oorlog betrokken.
■ Rusland hoorde bij de Geallieerden.
■ Duitsland wist een tweefrontenoorlog te voorkomen.
■ In Frankrijk en België werd de Eerste Wereldoorlog een bewegingsoorlog.
■ Aan het oostfront vochten alleen Oostenrijkers en Duitsers.
■ In het oosten was er meer beweging in de fronten dan in het westen, maar toch waren er loopgraven.
■ De Belgen verzetten zich nauwelijks tegen de Duitse aanval.
Basisstof
2 De gruwelen van de oorlog
Je oefent: Oorzaak en gevolg, en Motieven.
Lees: Vera Brittains ervaring met gifgas. Bekijk: bron 18, en opdrachtbron 16. a Schrijf gevolgen van het gebruik van gifgas in het schema.
korte termijn lange termijn
voor soldaten
voor artsen
voor familie en vrienden van soldaten
b Beredeneer twee motieven die John Singer
Sargent, de maker van bron 18, kan hebben gehad om juist dít tafereel te schilderen.
Veel meer medische kennis over gifgas en het behandelen van de slachtoffers daarvan.

16
3 Plastische chirurgie
Het belang van geschiedenis: Geschiedenis helpt jou na te denken over moraal: wat is goed of fout volgens jou, en waarom?
a Tijdens de Eerste Wereldoorlog raakten honderdduizenden soldaten verminkt. Als dat mogelijk was, werd hun uiterlijk verbeterd door plastische chirurgie. Door het grote aantal patiënten ging de medische kennis over plastische chirurgie met sprongen vooruit.
Vind je dat je dit een positief gevolg van de Eerste Wereldoorlog kunt noemen?
Ja | Nee, want
b In onze tijd geven mensen veel geld uit aan plastische chirurgie omdat zij hun uiterlijk willen verfraaien, terwijl ze niet verminkt zijn. Wat vind jij daarvan? Waarom vind je dat?
4 Wereldleiders en generaals
Lees: Vera Brittains ervaring met gifgas, Vastgelopen oorlog aan het westfront, en opdrachtbron 17. Bekijk: opdrachtbron 18.
a Generaals gaven bevel tot massale aanvallen op vijandelijke loopgraven. Dat leidde meestal tot niets, terwijl bij zo’n aanval veel soldaten omkwamen. Verklaar waarom de legerleiders toch aan deze tactiek vasthielden.
b Welke verklaring geeft generaal Palitzin in opdrachtbron 17?
c Welke uitspraak van Vera Brittain (die in de tekst staat) past bij wat de generaal in opdrachtbron 17 opmerkt?
d Welke oordeel heeft Albert Hahn (opdrachtbron 18) over de oorlog? Gebruik beeldelementen in je antwoord.
Een Russische generaal schrijft in zijn dagboek:
”We stuurden mensen naar een massaslachting, vaak zonder doel. We stuurden ze omdat we onszelf ver weg bevonden, noch de onzen, noch de vijand zagen, en daarom de realiteit niet goed kenden. Generaals die zo honderdduizenden levens verspilden, werden
OPDRACHTBRON 17
niet gestraft, maar beloond. Niet alleen de militaire leiders waren ver weg, de politieke leiders waren nog verder weg. Soldaten waren niet langer mensen, maar veranderden in pionnen.”
Naar: Fyodor Palitzin, Dagboek (1914-1916).
OPDRACHTBRON 18
De Duitse kroonprins en keizer kijken uit over het slagveld aan het westfront: ‘Tot hoever zijn wij nu gevorderd, mijn jongen?’ ‘Tot zover u doden ziet, vader.’ Tekening door Albert Hahn (1916).
5 De Amerikanen doen mee
Je oefent: Oorzaak en gevolg.
Lees: De Grote Oorlog, een wereldoorlog. Bekijk: bron 19, en opdrachtbron 19.
a Beredeneer waarom de poster in opdrachtbron 19 het Britse leger meer soldaten zou opleveren.

b De gebeurtenis in opdrachtbron 19 was een van de oorzaken van de Amerikaanse deelname aan de oorlog. Leg dit uit.
c Welke andere twee oorzaken had de Amerikaanse deelname aan de oorlog?
1
2
d Bij welk van de drie oorzaken past de poster in bron 19 het best? Leg je antwoord uit.
6 Vrouwen en propaganda
Je oefent: Standplaatsgebondenheid.

OPDRACHTBRON 19
‘Pak het zwaard van rechtvaardigheid op.’ Poster uit Groot-Brittannië (1915). Het schip is de Lusitania.
Lees: Thuisfront, propaganda en censuur, bron 21 en 22, en opdrachtbron 21.
Bekijk: opdrachtbron 20.
a Leg met behulp van bron 21 uit of de censuur in Duitsland bij Anna Kohns effectief was.
b De moeder van Ludwig Wittgenstein maakte zich zorgen over haar zoon Kurt (bron 22). Waar was zij bezorgd om?
c Hoe gebruikte de Britse legerleiding Britse jonge vrouwen voor propagandadoelen, volgens opdrachtbron 20?
d Beredeneer hoe de Britse legerleiding zal hebben gedacht over de Orde van de Witte Veer (opdrachtbron 21).
e Bedenk wat Vera Brittain vond van opdrachtbron 20 en van de Orde van de Witte Veer, en verklaar haar mening.

OPDRACHTBRON 20
Deze poster moest Britse meisjes aan het denken zetten. Heeft hun vriendje zich niet aangemeld voor het leger? Dan wil hij zich dus niet inzetten voor zijn land. Wil zo’n slapjanus zich wel inzetten voor zijn meisje? Vast niet!
Admiraal Fitzgerald bedacht de Orde van de Witte Veer. Wie zich niet als oorlogsvrijwilliger aanmeldde, kreeg een witte veer opgespeld. Dit overkwam ook James Lovegrove, die toen zestien jaar was:
”Op een morgen op weg naar mijn werk kwam een aantal vrouwen om mij heen staan. Ze schreeuwden en gilden. Ze scholden mij uit omdat ik niet in het leger was. Weet je wat ze deden? Ze staken een witte veer in mijn jas. Dat betekende dat ik een lafaard was. Ik voelde mij verschrikkelijk en ik schaamde mij enorm.”
Uit: Interview met James Lovegrove (1993).
OPDRACHTBRON 21
Lees: opdrachtbron 22 en 23. Bekijk: bron 18, en opdrachtbron 18. a Bovenaan staan zes woorden die te maken hebben met oorlog. Welke bron of bronnen passen erbij?
dood kameraadschap thuisfront verwoestingen uitputtingsoorlog propaganda opdrachtbron 18
18
22
23
b Het boek van Jünger (opdrachtbron 22) verscheen na de oorlog. Stel, het boek was tijdens de oorlog verschenen. Onderstreep met rood de woorden en zinnen die de censuur niet zou hebben toegestaan. Verklaar je keuzes.
c Onderstreep met groen de woorden en zinnen die passen bij de Duitse propaganda. Verklaar je keuzes.
Ernst Jünger beschrijft kort na de oorlog zijn ervaringen in het Duitse leger:
”Ieder die uit ons onderkomen tevoorschijn kwam, werd met geweerschoten ontvangen, zodat er binnen een paar seconden rond elk van beide ingangen een krans van gesneuvelde Duitsers lag. Gebruikmakend van een langgerekte rookwolk die boven het terrein hing, zagen we kans te ontsnappen. Ik verliet als laatste de kleine vesting en ondersteunde luitenant Höhlemann, die uit een grote hoofdwond bloedde. We stuitten op de tweede compagnie. Kius had van gewonden over onze benarde situatie gehoord en was, niet alleen op eigen houtje maar ook op aandringen van zijn manschappen, aangetreden om ons met geweld eruit te halen. Dat was zonder enig bevel gebeurd.”
Uit: Ernst Jünger, In Stahlgewittern (1920).
OPDRACHTBRON 22
8 Twee propagandaposters
Bekijk: bron 19 en 20.
Edward Brittain schrijft aan Vera:
”Terwijl mijn eenheid wachtte op het signaal om aan te vallen, begonnen de gewonden van de vorige aanval terug te kruipen naar de loopgraven. Mijn mannen raakten in paniek. Ik moest tweemaal terug de loopgraven in om de mannen aan te moedigen om mij te volgen in de aanval. Ongeveer dertig meter in niemandsland kreeg ik een kogel in de zij. Ik viel neer en kroop in een granaatkrater. Vlakbij ontplofte een granaat. Ik kreeg een splinter van een granaat door mijn arm en schreeuwde het uit van de pijn. Na anderhalf uur verminderde het mitrailleurvuur en begon ik een angstige kruippartij over lijken en gewonden naar de veilige Britse loopgraven.”
Naar: Brief van Edward Brittain aan Vera (juli 1916).
OPDRACHTBRON 23
a Leg uit hoe in bron 19 ontmenselijking wordt toegepast.
b Waarom is zo’n voorstelling van de vijand nuttige propaganda?
c Links worden personen beschreven die op de poster in bron 20 staan. Rechts staan personen uit de vorige en deze paragraaf. Wie passen bij elkaar? Trek verbindingslijnen. Je houdt links drie personen over.
•
•
Marinier aan het geschut
Soldaat met geweer
Soldaat die munitie aansleept
Verpleegster
Vrouw die fabriekswerk doet
Man in net pak
Man in de zware industrie
9 In Duitsland
•
•
•
• Vrouwen in de munitiefabriek
•
• Kandidaat voor een ‘Witte Veer’
•
• Vera Brittain
• Edward Brittain
Lees: Thuisfront, propaganda en censuur, en bron 21. Bekijk: bron 10 en 23. a Vergelijk bron 23 met bron 10. Benoem welk verschil opvalt en verklaar dit verschil.
b Beschrijf de situatie van Anna Kohns (bron 21) en geef daarvoor twee verklaringen.
10 Lenin: een probleem of een oplossing?
Lees: Vrede met Rusland.
a In Rusland bestond in 1916 grote ontevredenheid. Benoem daar twee oorzaken van. 1
2
b De tsaar had Lenin verbannen. Hij zag Lenin dus als een probleem. De Duitsers zagen hem juist als een oplossing. Leg dat uit.
Wat weet je nu?
11 De oorlogsmachinerie
a Leg met twee voorbeelden uit waarom de Eerste Wereldoorlog een wereldoorlog was.
b ‘De frontlijn lag vier jaar min of meer op dezelfde plaats’, las je over het westfront. Dat kan erop wijzen dat generaals helemaal geen nieuwe ideeën hadden en jarenlang hetzelfde deden: de troepen op elkaar af laten rennen en schieten. Toon met twee voorbeelden aan dat deze voorstelling van zaken te simpel is. 1
2
12 Rusland sluit vrede
Je oefent: Oorzaak en gevolg.
Waarom stopte Rusland met vechten en stapten de Verenigde Staten in de oorlog? Kies de zinnen die de juiste redenen geven.
■ Rusland stopte met de oorlog omdat de Verenigde Staten gingen meedoen.
■ Er kwamen nieuwe machthebbers in Rusland en die kozen voor vrede met Duitsland.
■ De Verenigde Staten sloten zich bij de Geallieerden aan door het Duitse geweld op zee en door de poging van Duitsland om Mexico tegen de Verenigde Staten op te zetten.
■ De Amerikanen gingen meevechten omdat bankiers president Wilson er niet van konden overtuigen dat de oorlogsleningen aan de Geallieerden werden terugbetaald.
• Je kunt met voorbeelden uitleggen waarom er sprake was van een wereldoorlog en je kunt beschrijven met welke wapens en tactieken deze werd uitgevochten: 1, 2, 4, 5, 7, 11
• Je kunt met voorbeelden uitleggen dat de Eerste Wereldoorlog een totale oorlog was: 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9
• Je kunt uitleggen waarom de Verenigde Staten gingen meedoen en waarom Rusland stopte met vechten: 5, 10, 12.
Wat weet je al?
1 Begrippen en omschrijvingen
Wat hoort bij elkaar?
Mannen melden zich vrijwillig als soldaat.
De Verenigde Staten doen niet mee aan de oorlog.
De gehele economie wordt ingezet voor de oorlogvoering.
Mannen worden door de overheid opgeroepen als soldaat.
Soldaten en burgers hebben honger en snakken naar vrede.
•
•
•
•
• Propaganda
• Neutraal
• Totale oorlog
• Oorlogsmoe
• • Dienstplicht
Basisstof
2 De Amerikanen komen
Je oefent: Feit en mening.
Lees: Vera Brittain en de Amerikanen. Bekijk: bron 24.
a In Vera’s beschrijving van de komst van de Amerikaanse soldaten staan feiten en meningen. Noem er van elk drie.
Feiten:
Meningen:
b Welk feiten of meningen over de Amerikanen in je antwoord bij opdracht a zie je ook in bron 24?
3 Wapenstilstand en chaos
Je oefent: Oorzaak en gevolg.
Lees: Chaos in Duitsland en wapenstilstand in het westen, en bron 25. Bekijk: bron 26, en opdrachtbron 24 en 25.
a De Duitsers en de Russen sloten vrede. Leg uit welk gunstig gevolg dit had voor de Duitsers aan het westfront.
b De Duitse legerleiding begon in het voorjaar van 1918 een groot offensief. Leg uit of dat offensief succesvol was. Verwijs daarbij naar bron 25 en opdrachtbron 24.
Eerst wel | niet, want
Daarna wel | niet, want
4
c Waardoor had het Duitse leger verloren, volgens opperbevelhebber Ludendorff? Geef voor die mening een motief.
d Wat vinden de makers van bron 26 en opdrachtbron 25 van Ludendorffs standpunt? Gebruik beeldelementen in je antwoorden.
Bron 26:
Opdrachtbron 25:
Conclusie:
e De Duitse nederlaag had verschillende oorzaken. Zijn het directe of indirecte oorzaken?
De inzet van Amerikaanse soldaten.
Doordat Duitse troepen in het voorjaar van 1918 grote gebieden veroverden, werden hun aanvoerlijnen te lang. Daardoor ontstonden tekorten aan het front.
De militaire industrie van de Geallieerden was veel groter dan die van de Centralen.
Steeds meer Duitse soldaten waren oorlogsmoe.

OPDRACHTBRON 24
Zonder slag of stoot gaven zich op 8 augustus 1918 vijftienduizend Duitse soldaten over.

OPDRACHTBRON 25
Tekening uit 1924.
Lees: opdrachtbron 26. Bekijk: bron 27. a Maak met opdrachtbron 26 duidelijk hoe Sebastian Haffner en andere Duitsers door propaganda werden misleid.
b De reacties van de mensen in bron 27 zijn heel anders dan die van Haffner. Een bewering: ‘Als Haffner was misleid door propaganda en censuur, dan waren de Fransen in bron 27 dat blijkbaar niet.’ Leg met twee argumenten uit waarom de bewering niet juist is.
www.thiememeulenhoff.nl/feniks
Een klaproos, zo heet de bloem van ijzerdraad en stof op de voorkant van dit boek.
Hij is gemaakt in 1921. In Groot-Brittannië werden op 11 november van dat jaar voor het eerst zulke klaprozen verkocht.
Op die dag wordt de wapenstilstand van 11 november 1918 herdacht, waarmee in Europa de gevechten van de Eerste Wereldoorlog stopten. De klaproos was een symbool voor de miljoenen soldaten die in die oorlog waren gesneuveld. Soldaten die wél terugkwamen uit deze oorlog, waren vaak invalide en getraumatiseerd. Veel van hen werden daardoor werkloos. Met de verkoop van de klaprozen werd geld opgehaald voor de organisatie die deze mensen en de weduwen en kinderen van gesneuvelde soldaten hielp.
De Remembrance poppy (‘herdenkings-klaproos’) was direct populair. Er was zoveel vraag naar dat het Britse leger een klaproosfabriek begon waar invalide veteranen konden werken.
Die fabriek bestaat nog steeds. Jaarlijks worden er zo’n dertig miljoen poppies gemaakt, nu meestal van kunststof.
Het doel is gelijk gebleven: werkgelegenheid bieden aan invalide veteranen, en veteranen en hun families helpen met de opbrengst van de poppies.
In Groot-Brittannië en veel andere landen dragen mensen een Remembrance poppy op hun kleding op 11 november en gedurende de twaalf dagen daarvoor.
Scan de QR-code voor meer informatie over de Remembrance poppy.


