Skip to main content

Feniks - 3 vwo - leerboek - hoofdstuk 1

Page 1


Leerboek

3 VWO

Naam

Klas

Ontdek het verleden, begrijp het heden.

Auteurs

Floris Boudens

Cor van der Heijden

Lennart van Oudheusden

Eugenia Smit

Jos Venner

Eindredactie

Ronald den Haan

Eugenia Smit

COLOFON

Ontwerp omslag

Studio Fraaj, Rotterdam

Opmaak omslag

Studio Vlak

Beeld omslag

© Rijksmuseum / Schenking van Marjan en Gerard Unger, Bussum

Beeldresearch

Liane Volgers, Utrecht

Ontwerp binnenwerk

Tom Lamers, Reclamers, Veghel

Opmaak

Olaf Staal, Staalboek, Veendam

Tekenwerk en cartografie EMK cartografie, www.plattegronden.nl

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is een educatieve uitgeverij die zich inzet voor het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. De mensen van ThiemeMeulenhoff zijn er voor onderwijsprofessionals – met ervaring, expertise en doeltreffende leermiddelen. Ontwikkeld in doorlopende samenwerking met de mensen in het onderwijs om samen het onderwijs nog beter te maken.

We ontwikkelen lesmethodes die goed te combineren zijn met andere leermiddelen, naar eigen inzicht aan te passen en bewezen effectief zijn. En natuurlijk worden al onze lesmethodes zo duurzaam mogelijk geproduceerd.

Zo bouwen we samen met de mensen in het onderwijs aan een mooie toekomst voor de volgende generatie.

Samen leren vernieuwen.

www.thiememeulenhoff.nl

ISBN 978 90 06 99289 2 Editie 3, druk 2, oplage 1, 2026

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2026

Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining, AI-training en vergelijkbare technologieën niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.

INHOUD

Zo werk je met Feniks 4

Tijd van wereldoorlogen

1 De Eerste Wereldoorlog 6

Oriëntatie 6

1.1 Spanningen in Europa 8

1.2 Het eerste oorlogsjaar 12

1.3 Oorlog op alle fronten 16

1.4 Vrede, maar niet voor iedereen 20

1.5 Duits-Zuidwest-Afrika Wereldgeschiedenis 24

Op onderzoek naar Belgische vluchtelingen

Verdieping 26

Afsluiting 28

Tijd van burgers en stoommachines

Tijd van wereldoorlogen

2 De Sovjet-Unie 30

Oriëntatie 30

2.1 De laatste tsaren 32

2.2 Twee revoluties 36

2.3 Lenin aan de macht 40

2.4 Stalin, de rode tsaar 44

2.5 Henk Sneevliet en de Komintern

Wereldgeschiedenis 48

Op onderzoek naar de Holodomor Verdieping 50

Afsluiting 52

Tijd van wereldoorlogen

3 Het Interbellum 54

Oriëntatie 54

3.1 Na de Vrede van Versailles 56

3.2 De jaren twintig in de Verenigde Staten 60

3.3 Economische crisis in de Verenigde Staten 64

3.4 De wereld in crisis 68

3.5 Een nieuw land: Turkije Wereldgeschiedenis 72

Op onderzoek in de Jazz Age Verdieping 74

Afsluiting 76

Tijd van wereldoorlogen

4 De Tweede Wereldoorlog 78

Oriëntatie 78

4.1 Fascisme en nationaalsocialisme 80

4.2 De wereld brandt 84

4.3 Nederland bezet 88

4.4 De Holocaust 92

4.5 De oorlog van Japan Wereldgeschiedenis 96

Op onderzoek in de Tweede Wereldoorlog Verdieping 98

Afsluiting 100

Tijd van wereldoorlogen

Tijd van televisie en computer

5 De Koude Oorlog 102

Oriëntatie 102

5.1 Van wereldoorlog naar Koude Oorlog 104

5.2 Sovjet-invloed in de rest van de wereld 108

5.3 Europese samenwerking 112

5.4 Het einde van de Koude Oorlog 116

5.5 Cuba Wereldgeschiedenis 120

Op onderzoek in de nadagen van de Koude Oorlog Verdieping 122

Afsluiting 124

Tijd van televisie en computer

6 Nederland na 1945 126

Oriëntatie 126

6.1 Handen uit de mouwen 128

6.2 Nederland als multiculturele samenleving 132

6.3 Politiek Nederland 136

6.4 Protesteren en emanciperen 140

6.5 De dekolonisatie van Brits-Indië Wereldgeschiedenis 144

Op onderzoek in de wereld van de popsongs

Verdieping 146

Afsluiting 148

Tijd van wereldoorlogen

Tijd van televisie en computer

7 Brandhaard Midden-Oosten 150

Oriëntatie 150

7.1 Joden en Arabieren streven naar zelfstandigheid 152

7.2 Naar een Joodse staat 156

7.3 Arabisch-Israëlische oorlogen 160

7.4 Religieus fundamentalisme 164

7.5 De Verenigde Naties proberen vrede te bewaken Wereldgeschiedenis 168

Op onderzoek naar de Oslo-akkoorden

Verdieping 170

Afsluiting 172

Overzicht van vaardigheden 174

Begrippen 178

Illustratieverantwoording 181

Zo werk je met Feniks

Je gaat werken met de geschiedenismethode Feniks. De methode bestaat uit een leerboek en een werkboek. In Feniks werk je vanuit de opdrachten. Zo ben je actief met de stof bezig en word je geholpen de hoofdzaken uit de tekst te halen. De methode is een LRN-line methode. Dat

Leerboek

Elk hoofdstuk begint met een Oriëntatie. Je maakt hierin kennis met het tijdvak.

De Oriëntatie start met een grote afbeelding die iets zegt over het onderwerp van het hoofdstuk. De tekst in het gekleurde kader vertelt meer over wat je ziet op de afbeelding.

In het onderdeel ‘In dit hoofdstuk’ lees je waarover het hoofdstuk gaat.

Daarna zie je twee afbeeldingen die het verleden vergelijken met het heden

Onder in de Oriëntatie vind je een tijdbalk waarin is aangegeven over welk tijdvak het hoofdstuk gaat.

Elke paragraaf start ook weer met een grote afbeelding

Daarna volgt een tekst in een gekleurd kader. Deze tekst legt uit wat je op deze afbeelding ziet.

Hierna zie je de leerdoelen waarmee je aan de slag gaat.

Na de leerdoelen begint de ‘gewone tekst’ van de paragraaf.

Dit is de tekst die je moet leren. In elke paragraaf staan ook tekstbronnen en beeldbronnen. Deze bronnen hebben allemaal een nummer. Dit zijn geen leerteksten. In het werkboek vind je opdrachten over deze bronnen.

Sommige paragrafen hebben een tekst in een kader over een historische vaardigheid of over ons bestuur. Deze tekst moet je ook leren.

De paragraaf Wereldgeschiedenis gaat over een ander deel van wereld. De paragraaf speelt zich wel af in de tijd waarover het hoofdstuk gaat. In deze paragraaf leer je nieuwe stof, maar worden ook vergelijkingen gemaakt met de stof uit de eerdere paragrafen.

betekent dat de methode ook een digitaal deel heeft. In de digitale versie kun je in een opdracht doorklikken naar een filmpje of geluidsfragment, of iets anders wat je nodig hebt bij de opdracht.

De paragraaf ‘Op onderzoek…’ is een verdiepingsopdracht. Met deze opdracht verdiep je je in een bepaald onderwerp uit de periode waarover het hoofdstuk gaat. De paragraaf begin met een stelling. Via bronnen onderzoek je of deze stelling klopt, of dat je een andere mening hebt.

Werkboek

In het werkboek begint een paragraaf met de opdracht

‘Wat weet je al?’. Met deze opdracht kun je zien wat je al weet over het onderwerp van de paragraaf. Onder het kopje ‘Basisstof’ volgen daarna de ‘gewone’ opdrachten van een paragraaf. Aan het begin van een opdracht staat welke tekst of welke bronnen je moet gebruiken om de opdracht te kunnen maken. In een opdracht staan soms ook tekstbronnen en beeldbronnen. Ook deze bronnen hebben allemaal een nummer. Voor dit nummer staat ‘opdrachtbron’. In elke paragraaf is er een opdracht die extra aandacht besteedt aan waarom het onderwerp belangrijk is. Boven deze opdrachten staat een gekleurd kader met daarin de tekst ‘het belang van geschiedenis’ en een korte uitleg. In deze opdracht ga je zelf ontdekken waarom het onderwerp belangrijk is. Er zijn opdrachten waarmee je extra oefent met historische vaardigheden. Boven de opdrachten staat dan ‘Je oefent …’ en dan volgt de historische vaardigheid waarmee je oefent.

In de Afsluiting staan alle belangrijke gebeurtenissen, leerdoelen, vaardigheden en begrippen van het hoofdstuk bij elkaar.

Soms heb je voor een opdracht een computer of een tablet nodig, bijvoorbeeld om iets op te zoeken. Dat zie je aan het tablet-icoontje.

Sommige opdrachten doe je met z’n tweeën of in een groepje

Bij deze opdrachten staat een icoontje met twee hoofdjes (tweetal) of een icoontje met drie hoofdjes (groepje) .

Aan het einde van de paragraaf test je of je de leerdoelen van de paragraaf beheerst. Boven deze opdrachten staat

‘Wat weet je nu?’

Tot slot vind je aan het einde van een paragraaf de leerdoelen waarmee je in deze paragraaf aan de slag bent gegaan. Achter deze leerdoelen staat welke opdrachten bij welk leerdoel horen.

1 De Eerste Wereldoorlog

Oriëntatie

BRON 1

Der Krieg (‘De oorlog’, 1929-1932), door Otto Dix.

Otto Dix, schilder-soldaat

Op het linkerpaneel van het schilderij in bron 1 zijn de soldaten op weg naar het front. Elk draagt een geweer en op zijn rug zware bepakking. Ze lopen niet als individuen, maar als een grote groep. De mistflarden en de donkere en rode kleuren zijn onheilspellende voortekens van wat hen te wachten staat. Het middenpaneel speelt zich midden op de dag af. De strijd is voorbij. In een totaal verwoest landschap kijkt een Duitse soldaat ons tussen kapotgeschoten lichamen aan. Met zijn gasmasker op lijkt hij niet op een mens. Het gespietste lichaam van een gesneuvelde soldaat hangt boven het ‘slachtveld’ en lijkt te wijzen naar een kluwen verminkte lichamen. De mens heeft hier geen controle meer, de dood heerst. Maar ’s avonds (het rechterpaneel), terwijl de kanonnen op de achtergrond nog bulderen, is er hoop in de vorm van kameraadschap. Vastberaden sleept een soldaat zijn gewonde kameraad naar een veiliger plek.

Otto Dix, de maker van dit schilderij, ontving het IJzeren Kruis voor de moedige wijze waarop hij vocht. Maar die hoge onderscheiding namen de gruwelijke beelden van de oorlog niet weg. Ruim tien jaar later legde hij zijn oorlogservaringen vast in Der Krieg. Met dit schilderij liet hij zien dat oorlog voeren niet heldhaftig was.

3000 v.Chr.

1

In dit hoofdstuk

Net als veel andere jongens en mannen meldde Otto Dix zich in 1914 als vrijwilliger voor het leger. Door het nationalistisme vonden veel mensen toen dat het vaderland het waard was om voor te vechten en desnoods voor te sterven. Het verklaart het oorlogsenthousiasme aan het begin van de Eerste Wereldoorlog.

Om te begrijpen waarvoor werd gevochten, moet je weten waarom deze oorlog uitbrak. Dit hoofdstuk begint dan ook met het beschrijven van ontwikkelingen in de tijd voor die oorlog. Fanatiek nationalisme leidde in de negentiende eeuw tot economische, culturele en militaire concurrentie tussen Europese landen. Moderne industrie zorgde voor een enorme wapenproductie. Er ontstond een wapenwedloop in Europa: als een land zich militair versterkte, deden zijn buurlanden dat ook. Zo kwamen er in veel landen enorme, tot de tanden bewapende legers.

Met honderdduizenden soldaten, krijgsplannen en bondgenootschappen waanden de landen zich veilig. Maar die zouden juist leiden tot een gruwelijke, levens verslindende slachting die bijna tien miljoen soldaten het leven kostte. Het vredesverdrag waarmee deze oorlog eindigde, ervaarden de verliezers als een vernedering door de overwinnaars. Dat wakkerde opnieuw nationalisme aan, gecombineerd met wraakgevoelens. Samen zou dat bijdragen aan het uitbreken van nóg een wereldoorlog, twintig jaar later.

Behalve over de militaire geschiedenis gaat dit hoofdstuk over mensen die in die tijd leefden. Otto Dix laat zien wat oorlog voor mannen aan het front inhield. Daarnaast volg je in dit hoofdstuk de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz. Zo zie je hoe de mensen thuis de oorlog ervaarden.

2 De Duitse keizer Wilhelm II eert een soldaat met een IJzeren Kruis. Zijn zoon, kroonprins Wilhelm, reikt hem de medaille aan.

BRON
BRON 3 De Franse president Macron eert soldaten (2019).

1.1 Spanningen in Europa

BRON 4 Nieuwjaarsavond bij een welgestelde Duitse familie. Schilderij door Wilhelm Gause uit 1899.

De

jeugd

van Käthe Kollwitz

De mensen op het schilderij in bron 4 zijn deftig gekleed. Zwart, wit en rood zijn de dominante kleuren. Niet toevallig, want dit zijn ook de kleuren van de vlag van het Duitse Keizerrijk. De heer des huizes spreekt zijn wensen uit voor het nieuwe jaar. Het zou de familie kunnen zijn waarin Käthe Kollwitz in 1867 wordt geboren. Haar vader, Karl Schmidt, heeft een succesvol bouwbedrijf en hoort bij de gegoede burgerij. Käthe groeit op in een groot, rijk gemeubileerd huis in de stad Königsberg in Oost-Pruisen (nu Kaliningrad in Rusland). Feestdagen, zoals Nieuwjaar, worden uitgebreid gevierd. Toch is de familie niet typisch Pruisisch. Ze hoort niet bij de in Pruisen dominante Evangelisch Lutherse Kerk, maar bij de Vrije Evangelische Kerk. Ook de politieke ideeën van Karl Schmidt verschillen van die van de meerderheid. Hij vindt dat een toekomstige Duitse eenheidsstaat een republiek moet zijn. Daarnaast heeft de familie Schmidt een sterk gevoel van sociale rechtvaardigheid. Dat blijkt uit de wijze waarop Karl zijn bedrijf heeft opgezet: het doet aan winstdeling. Loopt het bedrijf goed, dan profiteren alle werknemers daarvan. Käthe, die over een uitzonderlijk tekentalent beschikt, mag kunstonderwijs volgen en leert daar tekenen, etsen en schilderen. Tijdens haar studie raakt Käthe geïnteresseerd in de sociaaldemocratie en in het feminisme. In 1891 trouwt ze met de arts Karl Kollwitz. Ze gaan in een Berlijnse arbeidersbuurt wonen, waar Karl een dokterspraktijk begint.

Deze paragraaf gaat over de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog. Je leert het Europa van kort voor de oorlog kennen, de tijd waarin Käthe leefde.

leerdoelen

• Je kunt met voorbeelden uitleggen dat nationalisme de eenheid in een land zowel kan versterken als verzwakken.

• Je kunt uitleggen waardoor er rond 1900 twee bondgenootschappen ontstonden en wat daarvan de belangrijkste leden waren.

• Je kunt het Duitse aanvalsplan beschrijven en verklaren.

Keizers, burgers en arbeiders

Aan het einde van de negentiende eeuw waren de Europese hoofdsteden Berlijn, Londen, Parijs, Sint-Petersburg en Wenen de centra van de politieke macht. Vanuit schitterende paleizen heersten koningen en keizers over de miljoenen inwoners van hun landen. In de meeste landen was de adel nog steeds belangrijk in het landsbestuur, maar de invloed van rijke fabrikanten, handelaren en bankiers nam toe. Samen vormden zij de toplaag van een steeds groter wordende middenklasse die verder bestond uit ondernemers, juristen, professoren, artsen en ambtenaren.

Deze succesvolle en rijke burgers hadden via het kiesrecht invloed op de politiek, en dankzij hun vaak goede opleiding hadden ze duidelijke meningen en standpunten. De beschaafde dames uit de hogere middenklasse organiseerden het huishouden. De heren ontmoetten elkaar in de middaguren in de herenclub om, onder het genot van een sigaar en een glas whisky, elkaar bij te praten over zaken en de politiek. Vergeleken met de middenklasse was de grote massa van industriearbeiders arm. Toch was hun situatie rond 1900 sterk verbeterd vergeleken met die van een aantal decennia eerder.

In veel West-Europese landen hadden sociale wetten de ergste problemen verminderd. Er was een minimumloon, kinderarbeid werd tegengegaan en een werkweek telde 48 tot 60 werkuren, in plaats van 72. Ook was de koopkracht gestegen. Arbeiders hadden nu een beetje vrije tijd, lazen de krant en waren lid van een sport- of zangvereniging. Door de toegenomen welvaart en vrije tijd waren mensen optimistisch over de toekomst. Tegelijkertijd waren er grote maatschappelijke spanningen. De strijd van de arbeiders om een menswaardig bestaan was nog lang niet voorbij. Socialistische politieke stromingen en partijen waren in opkomst. Er waren stakingen en arbeidersdemonstraties voor algemeen kiesrecht en hogere lonen, wat de middenklasse vaak bedreigend vond.

opstand van wevers een halve eeuw eerder in Silezië,

een gebied in Pruisen.

Nationalisme leidt tot eenheid

Aan het begin van de negentiende eeuw leefden zowel Italianen als Duitsers niet in een eenheidsstaat. Het Italiaanse taalgebied bestond uit negen staatjes en in de meeste daarvan had Oostenrijk grote invloed. In 1860 werden deze staatjes samen het nieuwe land Italië, met Victor Emanuel II als de eerste koning. De Franse president leverde hierbij militaire steun. Hij wilde zo de macht van Oostenrijk verminderen. Het Duitse Rijk bestond aan het begin van die eeuw zelfs uit driehonderd aparte staatjes. Zo’n versnipperd gebied kon zich niet effectief verdedigen tegen de legers van Napoleon, die het dan ook gemakkelijk veroverden. Om zo’n vernedering in de toekomst te voorkomen, ontstond er onder de Duitsers een streven naar eenheid. Na de tijd van Napoleon bleven er 39 Duitse staatjes bestaan. Zij vormden samen de Duitse Bond. Daarin behield elk staatje veel zelfstandigheid, want de vorsten wilden er hun macht niet afstaan.

Een van de staten in de Duitse Bond was Pruisen. Deze staat maakte een snelle bevolkingsgroei en een snelle industrialisatie door. De macht van Pruisen in de Duitse Bond nam daardoor sterk toe. Onder politieke leiding van Otto von Bismarck, de kanselier (een soort minister-president) van Pruisen, voerden de legers van de Duitse staatjes oorlogen

BRON 5 Käthe Kollwitz maakte in 1893 en 1897 een serie etsen van een
toen

tegen Denemarken (1864), Oostenrijk (1866) en Frankrijk (1870-1871), en won die alle drie. De Duitsers, die zagen waar Duitse eenheid toe kon leiden, besloten koning Wilhelm I van Pruisen uit te roepen tot keizer van het Duitse Keizerrijk. Nu was Duitsland wel een eenheidsstaat.

In het vredesverdrag tussen Frankrijk en Duitsland werd het Oost-Franse gebied ElzasLotharingen aan Duitsland toegewezen. Hier was veel mijnbouw en industrie. Bovendien moest Frankrijk een groot geldbedrag aan Duitsland betalen, dat in de Duitse industrie werd geïnvesteerd. Het was duidelijk: Duitsland was een hoofdrolspeler op het Europese toneel geworden.

BRON 6 Wilhelm I wordt tot keizer van Duitsland uitgeroepen in het paleis van Versailles (1871). Geschilderd door Anton von Werner (1885).

Nationalisme leidt tot verbrokkeling

Terwijl nationalisme in Duitsland voor meer eenheid zorgde, leidde dat in de veelvolkenstaten Rusland, Oostenrijk en het Ottomaanse Rijk juist tot minder eenheid. De Polen wilden in 1830, na een extreme belastingverhoging, onafhankelijk worden van Rusland. Ze kregen echter geen steun van de West-Europese landen, en de Russische tsaar liet de Poolse opstand bloedig neerslaan. Toen de Grieken hulp vroegen bij hun opstand tegen de Ottomaanse sultan reageerden de Engelsen en Fransen wél. Zij zagen in de Griekse opstand een kans om meer invloed te krijgen in het oostelijk Middellandse Zeegebied. De onafhankelijkheid van Griekenland daarna (1832) was een aanmoediging voor verschillende volken op de Balkan (ZuidoostEuropa) om zich ook af te scheiden van het Ottomaanse Rijk. Frankrijk en Engeland steunden hen eveneens, en ook Rusland deed dat. Het Ottomaanse Rijk verzwakte steeds verder. Servië, Roemenië en Bulgarije kregen in 1878 een vorm van zelfstandigheid. Ook in keizerrijk Oostenrijk groeide bij verschillende van de dertien volken het verlangen naar meer zelfstandigheid. De Hongaren kregen in 1867 een grote mate van zelfbestuur, wat leidde tot de nieuwe landsnaam Oostenrijk-Hongarije. In het zuiden van dit grote land lag de provincie Bosnië, met een gemengde bevolking van Bosniërs en Serviërs. Servisch nationalisme zorgde er voor veel onrust: moest Bosnië deel blijven uitmaken van OostenrijkHongarije, of moest het streven naar aansluiting bij Servië? Ook in andere delen van het rijk kwam een sterk nationalisme op. Bij verschillende van de dertien volken in OostenrijkHongarije groeide het verlangen naar meer zelfstandigheid.

Modern imperialisme

Door modern imperialisme hadden West-Europese landen grote gebieden in Afrika en Azië gekoloniseerd. Rusland en Oostenrijk-Hongarije deden dat anders: zij breidden hun gebied uit door delen van het zwakke Ottomaanse Rijk in te nemen. Dat deden ze vooral op de Balkan. Dat deze twee grote landen niet met elkaar in oorlog raakten, was dankzij diplomatie. Meningsverschillen werden in gesprekken opgelost, voordat ze tot oorlog leidden. De grote landen vonden het erg belangrijk om het machtsevenwicht in Europa te bewaren. Als één land duidelijk sterker werd dan de andere, kon dat immers een bedreiging van de vrede betekenen.

In 1888 kreeg Duitsland een nieuwe keizer: Wilhelm II. Deze nationalistische en militaristische vorst wilde van het Duitse Keizerrijk een wereldmacht maken en daarvoor had het land koloniën nodig. Daar had Duitsland recht op, vond Wilhelm. Zijn land verdiende net zo goed ‘een plaats onder de zon’ als de andere grote Europese landen. Het grondstofrijke

Duitsland, dat over een grote staalindustrie beschikte, ging een sterke vloot bouwen. Dat die zeemacht bedoeld was om een koloniaal rijk te veroveren en te beschermen, was vooral voor de Britten zeer onwenselijk. Als Duitsland koloniën veroverde, zou dat immers ten koste gaan van het grote Britse koloniale rijk. Tussen Duitsland en de koloniale mogendheden liepen de spanningen hoog op.

In heel Europa werd het militarisme sterker. Velen geloofden dat oorlog uiteindelijk onvermijdelijk zou zijn. Een snelle wapenwedloop startte, waarin alle landen steeds meer en steeds sterkere wapens gingen produceren.

Een ambtenaar op het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken schrijft aan zijn minister:

”Of Duitsland zich nu vreedzaam of agressief gedraagt, het zal in elk geval willen uitbreiden en de wereldmarkt voor zijn industrie willen openen. In beide gevallen dient Duitsland te beschikken over een zo krachtig mogelijke vloot. Voor de Britse regering maakt het niet uit of Duitsland zich vreedzaam of agressief opstelt. Uiteindelijk zal het immers op een combinatie van beide houdingen neerkomen. Hoe dan ook, de ontwikkeling en expansie van Duitsland vormen een bedreiging voor Engeland. We dienen daar dus rekening mee te houden en er maatregelen tegen te nemen.”

Uit: Memorandum van Sir Eyre Crowe (1907).

BRON 8

Bondgenootschappen en oorlogsplannen

BRON 7 Vertegenwoordigers van vijf landen zitten aan de pokertafel. Voorpagina van het Amerikaanse tijdschrift Puck (1909) Titel: No limit

Na de Frans-Duitse oorlog wilde Bismarck de veiligheid van Duitsland versterken. Daartoe sloot hij een bondgenootschap met Oostenrijk-Hongarije en Italië: de Driebond. Ook tekende Bismarck een niet-aanvalsverdrag met Rusland, dat drie jaar geldig zou zijn. Keizer Wilhelm II, die kort hierna aan de macht kwam, verlengde het verdrag met Rusland niet. Dat was goed nieuws voor Frankrijk. De Fransen waren erg geschrokken toen ze ontdekten dat Duitsland kanonnen had die enorme granaten tientallen kilometers ver konden schieten. Duitsland had blijkbaar een grote militaire voorsprong, was de conclusie. De Franse regering voerde de wapenproductie verder op en verlengde de dienstplicht naar drie jaar. Daarnaast sloot Frankrijk snel een bondgenootschap met Rusland. Tien jaar later sloot Groot-Brittannië zich hierbij aan, nadat Duitsland steeds meer koloniale gebieden veroverde. Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië noemden hun bondgenootschap de Triple Entente. De grootste Duitse angst was een tweefrontenoorlog te moeten voeren: tegelijkertijd in het westen tegen Frankrijk en in het oosten tegen Rusland te moeten vechten. De Duitse generaal Von Schlieffen bedacht een plan om dit te voorkomen. Het uitgangspunt van dit Schlieffenplan was dat de Russen na mobilisatie van hun leger zes weken nodig hadden om hun leger naar de grens van hun enorme land te brengen. In die tijd moest Duitsland Frankrijk verslaan. Omdat de Frans-Duitse grens zwaar verdedigd was en het doorbreken daarvan veel tijd zou kosten, moest de aanval op Frankrijk vanuit het noorden plaatsvinden, via het neutrale België en Luxemburg. Dat zou sneller gaan. Von Schlieffen berekende dat Frankrijk op die manier in veertig dagen kon worden verslagen. Daarna had het Duitse leger nog twee dagen om per trein naar de oostgrens te reizen om daar de Russen te verslaan.

BRON 9 De productie van kanonnen in de staal- en wapenfabriek van Krupp in Essen, 1910.

BRON 10 ’De Oostenrijkse troonopvolger en zijn echtgenote vermoord.’ Gratis extra uitgave van de Berlijnse Vossische Zeitung op 28 juni 1914.

De oorlog begint voor Käthe Kollwitz

Käthe krijgt op straat een extra uitgave van de Vossische Zeitung in de hand gedrukt. De krant meldt een gebeurtenis op de Balkan: kroonprins Frans Ferdinand van Oostenrijk-Hongarije en zijn echtgenote Sophie zijn vermoord. Het is wereldnieuws en zal de spanningen tussen de Europese grootmachten vergroten: zes weken later breekt de Eerste Wereldoorlog uit.

Käthe heeft zich ontwikkeld tot een sociaal bewogen kunstenares. Zij en haar man Karl zijn socialisten. Ze helpen arme mensen en Karl behandelt zieke arbeiders vaak gratis in zijn dokterspraktijk. Ze verafschuwen het extreme nationalisme en de toenemende bewapening. De regering kan zich beter inzetten voor armoedebestrijding en democratisering, vinden ze. Als de oorlog begint, wil Käthes jongste zoon, de achttienjarige Peter, zich bij het leger melden als vrijwilliger. In haar dagboek beschrijft Käthe een discussie hierover in het gezin: ‘Karl is er absoluut op tegen: “Het vaderland heeft je niet nodig, anders had het jou wel opgeroepen als dienstplichtige.” Peter spreekt zachtjes, maar vasthoudend: “Het vaderland heeft mijn jaargang nog niet nodig, maar het heeft mij wel nodig.” Telkens weer kijkt hij naar mij, in stilte smekend: “Moeder, denk niet dat ik een lafaard ben. Ik ben bereid.” Ik liet mij overhalen door Peter en wij dwongen toestemming af van Karl.’

In deze paragraaf lees je over het uitbreken van de oorlog. Je leest wat er terechtkwam van het Duitse oorlogsplan en hoe de oorlog in Frankrijk vastliep in een bloedige loopgravenoorlog. In het oosten van Europa golfde de strijd juist over honderden kilometers op en neer.

leerdoelen

• Je kunt uitleggen hoe een moord in Sarajevo tot een wereldoorlog leidde.

• Je kunt het verloop van de strijd aan het westfront en aan het oostfront beschrijven en verklaren.

Moord in Sarajevo

In het begin van de twintigste eeuw waren er op de Balkan vele oorlogen en politieke aanslagen. Tot 1914 hadden diplomaten een grote oorlog tussen de twee bondgenootschappen kunnen voorkomen door aan elkaar gebieden te gunnen, ook al ging dat vaak ten koste van kleinere volken. Zo was Bosnië kort onafhankelijk geweest tot Oostenrijk-Hongarije het veroverde. Politici uit andere landen protesteerden, maar het was hen geen grote oorlog waard. Veel Servische nationalisten vonden echter dat Bosnië niet bij Oostenrijk maar bij Servië hoorde, omdat er in Bosnië veel Serviërs woonden. Een van deze Servische nationalisten was de negentienjarige Gavrilo Princip, die contacten had met de terroristische organisatie ‘de Zwarte Hand’. Hij zag in juni 1914 kans voor een aanslag op Frans Ferdinand, de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije, toen deze de Bosnische hoofdstad Sarajevo bezocht. De aanslag moest de keizer in Wenen duidelijk maken dat Bosnië nooit een rustige provincie zou worden. Verspreid tussen de massa stonden Princip en enkele andere terroristen langs de route die de auto van de kroonprins zou nemen. Twee aanslagplegers lieten hun kans voorbijgaan. De derde durfde niet te schieten, omdat dicht bij hem een agent stond. De vierde gooide een granaat, maar die ketste af en maakte slachtoffers in een volgauto. De chauffeur van Frans Ferdinand gaf plankgas: weg van het gevaar! Princip had niet kunnen schieten. Maar later, toen Frans Ferdinand naar het ziekenhuis ging om de gewonden te bezoeken, reed hij toevallig langs Princip. Die liet deze onverwachte kans niet voorbijgaan en schoot zowel de kroonprins als diens echtgenote dood. Princip vluchtte, maar werd opgepakt.

De sfeer in Servië, gericht op oorlog:

”Het is vandaag vijf jaar geleden dat, bij keizerlijk bevel, Bosnië onder de Oostenrijkse heerschappij kwam. Het volk legde toen de gelofte af wraak te nemen en zich op heldhaftige wijze vrij te vechten. Servische soldaten leggen vandaag de gelofte af dat ze tegen het ‘tweede Turkije’ zullen optreden.”

Naar: Bericht in een Servische krant (1913).

11

Van moord tot oorlog Europa, vertrouwd met spanningen en oorlogen op de Balkan, verwachtte ook nu dat diplomaten een grote oorlog zouden voorkomen, maar dat liep anders. Na de moord op de kroonprins eiste de Oostenrijk-Hongaarse regering dat ze in Servië onderzoek mocht doen naar de Zwarte Hand, de organisatie achter de moord. Duizenden Oostenrijkse soldaten zouden dit onderzoek moeten uitvoeren. Servië weigerde dit, want het leek verdacht veel op een Oostenrijkse bezetting van Servië. De Duitse regering steunde Oostenrijk-Hongarije. Rusland beloofde Servië te steunen. Frankrijk koos partij voor bondgenoot Rusland. Zo raakten verschillende grootmachten betrokken bij wat eigenlijk een conflict tussen twee landen was.

Toen Servië bleef weigeren de Oostenrijkse eis te accepteren, verklaarde OostenrijkHongarije de oorlog aan Servië. Rusland mobiliseerde vervolgens zijn leger, om Servië te kunnen helpen als dat nodig was. Duitse generaals, met het Schlieffenplan in gedachten, drongen aan op een oorlogsverklaring aan Frankrijk. Anders zouden de Russen te veel tijd hebben om hun leger paraat te krijgen, en kwam de periode van zes weken uit het Schlieffenplan in gevaar. De Duitse oorlogsverklaring aan Rusland kwam op 1 augustus, die aan Frankrijk volgde twee dagen later. Duitse troepen vielen het neutrale België en Luxemburg binnen. Door deze schending van de Belgische neutraliteit besloot Groot-

BRON
BRON 12 De moord op Frans Ferdinand en Sophie. Tekening in een Italiaanse krant van 12 juni 1914.

Brittannië mee te doen met de oorlog, aan de kant van Frankrijk en Rusland. De Grote Oorlog, zoals de Eerste Wereldoorlog later in veel landen werd genoemd, was begonnen. De oorlog zou hooguit een aantal maanden duren, geloofden de meeste mensen. Dat idee kwam voort uit het vertrouwen in de kracht van het eigen leger. Bovendien zou geen enkel land een moderne oorlog langer dan een paar maanden volhouden, dachten ze. Het leveren van enorme hoeveelheden munitie en voedsel aan de soldaten zou immers zelfs de rijkste landen uitputten.

De Engelse David Pincent beschreef in zijn dagboek een discussie met zijn vriend Ludwig Wittgenstein, een Oostenrijkse filosoof:

”Wittgenstein, die tot enkele uren geleden bereid was een heilige te worden, ontdekte tot zijn ergernis dat het gaat om een idiote Bosniër die een of andere Oostenrijkse aartshertog heeft vermoord. Ik vraag Wittgenstein: ‘Bedoel je dat Oostenrijk bereid is oorlog in heel Europa te riskeren alleen om Servië de les te lezen – en dat allemaal vanwege wat één jongen gedaan heeft?’ Ineens is Wittgenstein een

BRON 13

vuurspuwende patriot. Hij zegt dat het geen jongen is maar een ‘revolutionair’, en deze onverbeterlijke grensvolken moet maar eens ‘een lesje’ worden geleerd. ‘Dus je gaat vechten?’ vraag ik ongelovig. ‘Natuurlijk,’ zegt hij. ‘En iemand neerschieten – met een geweer?’ vraag ik weer verbaasd. Hij knikt onverzettelijk en ik loop vol walging weg.”

Naar: Dagboek van David Pincent (11 augustus 1914).

BRON 14 Augustus 1914: Duitse oorlogsvrijwilligers vertrekken in een goederenwagon naar het front. Op de wagon staan teksten als: ‘Uitstapje naar Parijs’ en ‘Op naar de strijd’.

Aanval op België

Volgens het Schlieffenplan moest de Duitse opmars door België en Frankrijk razendsnel gaan. België zou weinig verzet kunnen bieden tegen driekwart miljoen Duitse soldaten, was de Duitse inschatting. Door nieuwe technieken zou ook Frankrijk snel zijn verslagen: spoorwegen en vrachtauto’s konden snel veel soldaten vervoeren, veldtelefoons maakten communicatie tussen legeronderdelen gemakkelijker en vliegtuigen konden verkenningsopdrachten uitvoeren of bommen afwerpen. De enorme Duitse kanonnen zouden de forten en versterkingen in België en Frankrijk eenvoudig kapotschieten. Maar de realiteit bleek anders. De smalle Belgische wegen maakten een snelle verplaatsing van de honderdduizenden Duitse soldaten en zware kanonnen bijzonder ingewikkeld. De enorme

Duitse vuurkracht was alleen effectief met een goede communicatie tussen de artillerie (de kanonniers) en de oprukkende soldaten. Maar telefoonlijnen bleken erg kwetsbaar. Vaak waren voor de communicatie koeriers en postduiven nodig, net als vroeger. Dat duurde langer en zo kwamen soldaten soms onder vuur te liggen van de eigen kanonnen. Bovendien verzetten de Belgen zich veel feller dan de Duitsers hadden verwacht. Uit woede over deze tegenslagen en uit angst voor Belgische burgers, die volgens geruchten vanuit hun huizen op Duitsers schoten, terroriseerden Duitse soldaten Belgische dorpen en steden. Duizenden burgers werden doodgeschoten, tientallen dorpen in brand gezet. In de stad Leuven staken Duitse troepen het centrum inclusief de beroemde eeuwenoude bibliotheek in brand. De verontwaardiging over deze terreurdaden was groot, ook buiten België. Anderhalf miljoen Belgen vluchtten voor de oorlogsverschrikkingen. Ruim een miljoen Belgische vluchtelingen gingen naar Nederland.

Uit de biografie van de Belgische broers Edward en Frans Van Raemdonck:

”Dinsdag 4 augustus, trok vader Van Raemdonck, overigens niet zonder trots, naar het gemeentehuis, waar hij voor zijn minderjarige zonen het stuk van hun dienstverbintenis ondertekende. Edward was toen achttien, Frans zeventien.”

Naar: C. Hodister, Gebroeders Van Raemdonck – Volksepos (1918).

BRON 15

Van bewegingsoorlog naar loopgravenoorlog

De Duitsers kregen meer tegenslagen te verwerken. De Fransen bleken sneller dan verwacht op te rukken naar het noorden, waardoor de Belgen steeds meer Franse steun kregen. Groot-Brittannië had binnen negen dagen honderdduizend soldaten naar het vasteland gebracht, om de Belgen en Fransen te helpen in de strijd. In het oosten bleken de Russen een stuk sneller gemobiliseerd dan Von Schlieffen had verwacht. Nog geen vier weken na het begin van de oorlog vielen twee Russische legers Duitsland binnen. Deze aanval dwong de Duitse legerleiding troepen vanuit België en Frankrijk naar het oosten te sturen. Door al deze oorzaken liep de Duitse opmars vast aan de Noord-Franse rivier de Marne en de rivier de IJzer in Zuidwest-België. Aan dit westfront, zoals deze gevechtslijn heette, beschoten beide partijen elkaar zo lang en zo hevig, dat de soldaten zich moesten ingraven. Van een bewegingsoorlog werd de oorlog een loopgravenoorlog. In het oosten bleef het front tussen de Geallieerden (zoals de Triple Entente-landen nu werden genoemd) en de Centralen (zoals de landen van de Driebond zich nu noemden) veel meer in beweging dan in het westen. Omdat de Russen al snel een tekort aan munitie en voedsel hadden, konden de Duitse generaals Von Hindenburg en Ludendorff de twee Russische legers die Duitsland waren binnengevallen, binnen een maand verslaan. Aan Russische zijde kostte dat een kwart miljoen gewonden en gesneuvelden. De Duitse verliezen waren slechts een tiende daarvan.

16

wat hebben wij misdaan?’ De Duitsers executeren Jozef Tielemans, burgemeester van het Belgische stadje Aarschot en diens broer en zoon. Dat was een wraakactie: er waren geruchten dat Belgische burgers op Duitse soldaten hadden geschoten. Tekening door de Nederlander Louis Raemaekers, 1914.

BRON
’Vader,

1.3 Oorlog op alle fronten

BRON 17 De Slag om Antwerpen in oktober 1914, op een ansichtkaart die mensen aan elkaar konden versturen. Deze kaart is tijdens of kort na de slag gemaakt.

De zoon van Käthe Kollwitz sneuvelt

Antwerpen brandt. Bij de opmars door België hadden de Duitse troepen de stad links laten liggen, want ze wilden zo snel mogelijk naar het zuiden: Parijs veroveren. Toen dat niet lukte, besloot het Duitse opperbevel Antwerpen alsnog in te nemen. Dat moest voorkomen dat de Britten de Antwerpse havens konden gebruiken om Duitse troepen in de rug aan te vallen. Met enorme kanonnen beschoten de Duitsers de forten rondom Antwerpen. Ruim een week later werd ook het stadscentrum beschoten. De enorme branden in bron 17 waren daarvan het gevolg. Duitse troepen kwamen steeds dichterbij, onder andere via een aantal bruggen die ze over de Schelde sloegen. Op 10 oktober 1914 gaf de stad zich gewonnen. In Duitsland leidde het tot grote vreugde. Käthe deelde de vreugde niet. Wie haar dagboek leest, begrijpt dat: ‘5 oktober. Ik schrijf een afscheidsbrief aan Peter. Het is alsof een tweede maal de navelstreng wordt doorgeknipt: eerst bij de geboorte, nu bij de dood.

10 oktober. Antwerpen is veroverd. Voor het eerst hangen wij sociaaldemocraten de vlag uit. Die vlag is voor onze Peter en Antwerpen. Vooral voor onze zoon.

24 oktober. Peter schrijft dat hij het kanongebulder al kan horen. 30 oktober. “Uw zoon is gesneuveld.”’

Peter sneuvelde tijdens zijn eerste gevecht in België. Haar hele verdere leven vergaf Käthe zichzelf niet dat ze Peter had toegestaan het leger in te gaan en hem daarmee de dood had ingejaagd. Deze paragraaf gaat over de loopgravenoorlog, de manier van oorlog voeren die miljoenen levens kostte maar niet leidde tot strategisch voordeel.

leerdoelen

• Je kunt met voorbeelden uitleggen waarom er sprake was van een wereldoorlog en je kunt beschrijven met welke wapens en tactieken deze oorlog werd uitgevochten.

• Je kunt met voorbeelden uitleggen dat de Eerste Wereldoorlog een totale oorlog was.

• Je kunt uitleggen waardoor tijdens de Eerste Wereldoorlog de verhouding tussen Turken en Armeniërs verslechterde.

• Je kunt uitleggen waarom de Verenigde Staten gingen meevechten in de Eerste Wereldoorlog.

Vastgelopen oorlog aan het westfront

Langs het hele westfront groeven de legers zich in. Van de Noordzeekust tot aan de FransZwitserse grens ontstonden loopgraven, die bovendien steeds beter verdedigd werden. Al na enkele maanden was er sprake van loopgraafstelsels: meerdere onderling verbonden loopgraaflinies.

De loopgravenoorlog sleepte zich jaren voort. De soldaten hadden nauwelijks bescherming tegen kou, regen en zomerhitte. De hygiëne was vreselijk slecht, waardoor er enorme ratten rondliepen. Slaapgebrek en voortdurende beschietingen maakten het leven nog ellendiger. Grote hoeveelheden prikkeldraad en verdedigers met mitrailleurs maakten het bijna onmogelijk vijandelijke loopgraven te veroveren. Moest een groep soldaten dat toch proberen, dan ging eerst de artillerie aan het werk. Honderden kanonnen beschoten dan de vijand dagen- of zelfs wekenlang.

Daarna vielen tienduizenden soldaten aan. Ook tijdens zo’n aanval bleven de kanonnen vuren, maar de communicatie tussen artillerie en infanterie (grondtroepen) viel vaak weg doordat de telefoondraden snel beschadigd raakten. Dan kregen de soldaten met eigen vuur te maken. De aantallen gesneuvelden waren enorm en succes was er zelden. Nieuwe wapens werden bedacht: vlammenwerpers waarmee soldaten brandende benzine in een loopgraaf konden spuiten, tanks die overal overheen zouden kunnen rijden, vliegtuigen die voor informatie en bombardementen moesten zorgen. Het hielp allemaal niet genoeg.

De strijd was uitgelopen op een uitputtingsoorlog.

Bij maandenlang durende veldslagen bij het stadje Ieper in België, bij het Noord-Franse riviertje de Somme en bij de Noord-Franse stad Verdun sneuvelden zowel aan de kant van de Geallieerden als aan Duitse zijde vele honderdduizenden soldaten. Nog meer raakten gewond, verminkt en getraumatiseerd.

De Grote Oorlog, een wereldoorlog

De oorlog was een wereldoorlog

BRON 18 Duitse soldaten bestormen in 1916 Le Mort Homme, een heuvelrug bij Verdun. Van februari tot augustus gebruikten ze tevergeefs granaten en vlammenwerpers om de Fransen te verdrijven.

Honderdduizenden soldaten uit Britse en Franse koloniën vochten mee in de loopgraven aan het westfront. Ook in verschillende koloniën in Afrika werd gestreden. Daar vochten koloniale troepen tegen elkaar. Bijvoorbeeld in de Portugese kolonie Angola. Soldaten van de naburige Duitse kolonie Duits-Zuidwest-Afrika waren daar binnengevallen. Dit kreeg gevolgen voor de oorlog in Europa, want door de Duitse aanval op Angola koos Portugal partij voor de Geallieerden. Ook de Verenigde Staten deden dat uiteindelijk. Dit land leverde wapens aan de Geallieerden en leende hen veel geld, maar vocht zelf niet mee. De Amerikaanse president Wilson wilde dat zo houden, maar steeds meer Amerikanen wilden wél meevechten. Dat had drie redenen:

• Er was veel geweld op zee. Duitse onderzeeboten beschoten schepen om bevoorrading van de Geallieerden te bemoeilijken. Daarbij schoten ze ook op tientallen Amerikaanse schepen. Amerikanen waren woest over het tot zinken brengen van het enorme Britse schip Lusitania, dat munitie voor de Geallieerden en Britse en Amerikaanse burgers aan boord had.

• Amerikaanse bankiers waren bang dat Groot-Brittannië en Frankrijk de leningen nooit zouden kunnen terugbetalen als de oorlog nog lang duurde. Zij drongen daarom aan op Amerikaanse deelname aan de oorlog.

• Duitsland probeerde Mexico over te halen een oorlog tegen de Verenigde Staten te beginnen. Dit laatste was voor president Wilson aanleiding om van mening te veranderen. Hij verklaarde

in april 1917 Duitsland de oorlog en gaf opdracht snel een leger op te bouwen en dat naar Europa te brengen. In januari 1918 maakte Wilson in een speech bekend welke veertien doelen hij nastreefde met zijn oorlogsdeelname. Deze ‘Veertien Punten’ moesten bijdragen aan een rechtvaardige en duurzame vrede. Daarin was zelfbeschikkingsrecht essentieel: een volk moest zelf zijn toekomst kunnen bepalen.

Enkele van Wilsons Veertien Punten:

”7. België moet worden ontruimd en hersteld. Het moet haar zelfstandigheid en vrijheid terugkrijgen.

8. Er moet een Volkenbond komen om toekomstige oorlogen tegen te gaan en de onafhankelijkheid van alle landen, groot en klein, te beschermen.

9. Alle Franse gebieden moeten worden bevrijd en de bezette gebieden, ook Elzas-Lotharingen, moeten worden teruggegeven.

11. De volken van Oostenrijk-Hongarije moeten zich ongehinderd zelfstandig kunnen ontwikkelen.

13. De Turken hebben recht op een zelfstandige staat, maar de andere volken in het Ottomaanse Rijk hebben dat ook.

14. Een onafhankelijke Poolse staat moet opgericht worden met gebieden waar alleen Polen wonen en met een vrije toegang tot de zee.”

Naar: Woodrow Wilson, Veertien Punten (1918).

Thuisfront, propaganda en censuur

Vrijwel alle burgers kregen met gevolgen van de oorlog te maken, ook in gebieden waar niet werd gevochten: de oorlog was een totale oorlog

Anders dan voor 1914 deden vrouwen een groot deel van het werk in de industrie. Ze moesten wel, want miljoenen mannen waren aan het front. De vrouwen produceerden een groot deel van de munitie die de soldaten verschoten. Door de oorlogsindustrie nam de productie van andere industriële goederen en landbouwproducten af. Dit was vooral een groot probleem voor Duitsland, doordat de Engelse vloot met een blokkade zorgde dat handelsschepen Duitsland niet konden bereiken. Er was dus geen import mogelijk. Duitse burgers kregen te maken met steeds grotere tekorten.

Duitsland probeerde op zijn beurt met een onbeperkte duikbotenoorlog de bevoorrading van Engeland en Frankrijk dwars te zitten. Het gewenste resultaat bleef grotendeels uit doordat de Geallieerden overgingen op konvooivaart: de vrachtschepen voeren samen en werden tijdens de reis beschermd door oorlogsschepen, zodat Duitse onderzeeboten minder schade konden aanrichten.

Engeland en Frankrijk bleven goederen uit de koloniën en uit de Verenigde Staten ontvangen. Wel waren dat vooral oorlogsproducten, waardoor ook Britse en Franse burgers met schaarste te maken kregen.

Duitsland kondigde in 1916 de algemene arbeidsdienst af voor mannen tussen zeventien en zestig jaar die niet geschikt waren voor militaire dienst, en voor vrouwen. Ook werden de belastingen verhoogd om de oorlogskosten te kunnen betalen. Desondanks bleven burgers in alle oorlogvoerende landen massaal achter hun leiders staan.

Nationalistische propaganda haalde miljoenen jonge mannen over om het leger in te gaan. Kranten besteedden veel aandacht aan overwinningen en schreven niet over verliezen. Alleen foto’s of brieven die waren gecontroleerd door de censuur kwamen in de krant of bereikten de families thuis. Hierdoor geloofden de meeste mensen dat de overwinning een kwestie van tijd was.

20 Duitse poster uit de Eerste Wereldoorlog die vrouwen aanmoedigt om in een wapenfabriek te gaan werken: ‘Duitse vrouwen, werk in het thuisleger!’

BRON 19
BRON

Volkenmoord op de Armeniërs

BRON 21

Duitse arbeiders vullen enorme artilleriegranaten en brengen de ontsteking aan. Dat deel van de granaat zit aan de smalle voorpunt en zorgt dat de granaat kan exploderen. Foto uit 1917 of 1918.

Aan het einde van 1914 sloot het Ottomaanse Rijk zich aan bij de Centralen. Het land, waarin Turken de politieke macht hadden, vocht dus tegen Rusland. In het grensgebied van Rusland en het Ottomaanse Rijk woonden veel Armeniërs. De relatie tussen de christelijke Armeniërs en de islamitische, Turks-nationalistische regering was slecht. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog kregen Armeniërs in het Ottomaanse Rijk steeds vaker te maken met discriminerende regels, zoals strengere wetten en hogere belastingen. Kritiek hierop leidde tot moordpartijen op Armeniërs. Tijdens de oorlog verklaarde de Russische tsaar Nicolaas II dat hij de Armeniërs zou bevrijden van deze onderdrukking. Veel Armeniërs hoopten op een eigen, Armeense staat na de oorlog en vochten in het Russische leger. Voor de Turken waren de Armeniërs daardoor extra verdacht. Ottomaanse leger- en politie-eenheden moordden hele dorpen uit, inclusief mensen die nooit een geweer hadden vastgehouden. In 1915 versloeg een Russisch leger een dubbel zo groot Ottomaans leger. Armeniërs kregen de schuld. De Ottomaanse regering besloot hierop definitief met de Armeense minderheid af te rekenen. Het Ottomaanse Rijk moest een puur Turkse natie worden, zonder Armeniërs. Steeds als Turken gebieden op de Russen heroverden, volgden plunderingen van Armeense dorpen, verkrachtingen en moordpartijen. Een door de regering opgezette ‘Speciale Organisatie’ had in die massamoorden een centrale rol. Plaatselijk bewapenden Armeniërs zich en probeerden zich tegen het Turkse geweld te verzetten. De Turken noemden dit opstandigheid en reageerden met nog meer moordpartijen en met deportaties naar de Syrische woestijn. De Armeense genocide kostte ongeveer 1,3 miljoen levens. Ook tegen Arameeërs, Grieken en christenen in Syrië en Perzië voerden de Turken een moorddadige politiek.

BRON 22

Een treurende Armeense moeder knielt in de Syrische woestijn bij Aleppo bij haar overleden kind (1915).

1.4 Vrede, maar niet voor iedereen

BRON 23 Franse soldaten na een Duitse aanval tijdens de Slag om Verdun. Henri Barbusse liet deze foto op de voorkant van zijn boek plaatsen.

Käthe leest over de oorlog

De Franse soldaat Henri Barbusse zag tijdens de Slag bij Verdun in 1916 slachtoffers zoals die op de foto in bron 23. Hij beschreef deze vreselijke beelden nog in hetzelfde jaar in zijn boek Het Vuur, een aanklacht tegen de oorlog. Käthe Kollwitz heeft een exemplaar kunnen bemachtigen. De pacifistische Käthe is fel tegen voortzetting van de oorlog. Uit haar dagboek: ‘Maart 1918. Het boek van Barbusse uitgelezen. Van dit boek moeten miljoenen exemplaren worden verspreid. Ook de onverschilligste moet van dit lijden weten. Dan kunnen wij er echt van leren.’

Duitsland wint aan het oostfront. Maar aan het westfront arriveren steeds meer Amerikaanse soldaten. In oktober 1918 is het duidelijk dat Duitsland de oorlog niet meer kan winnen. Zelfs dan nog roept de populaire Duitse dichter Richard Dehmel iedere fitte man op om zich als oorlogsvrijwilliger te melden. Käthe reageert daarop met een ingezonden brief naar Vorwärts, de belangrijkste sociaaldemocratische krant: ‘Er zijn er genoeg gestorven! Niemand mag meer sneuvelen. Ik beroep me op Goethe, een grotere dichter dan Richard Dehmel, die zegt: “Zaaigoed behoort niet te worden vermalen!”’

In deze paragraaf lees je hoe Duitsland de oorlog verloor. Daarna begonnen in Versailles vredesonderhandelingen. Het daaruit voorkomende vredesverdrag loste echter niet alle problemen op.

leerdoelen

• Je kunt uitleggen waarom Rusland een wapenstilstand sloot met de Centralen.

• Je kunt benoemen en verklaren welke doelen de overwinnaars met het vredesverdrag van Versailles nastreefden, en welke straffen Duitsland daarin kreeg.

• Je kunt met voorbeelden uitleggen dat sommige volken zelfbeschikkingsrecht kregen, maar andere niet.

1.4 Vrede,

Vrede met Rusland

Aan het oostfront wisselden overwinningen en verliezen elkaar af. Duitsland veroverde al in 1915 delen van de huidige Baltische Staten, Polen, Belarus en Oekraïne. In het jaar erop heroverde Rusland sommige gebieden, maar het had tegelijkertijd ernstige problemen. Het lukte niet goed om de soldaten te voorzien van de wapens, munitie en voedingsmiddelen die ze nodig hadden. Dit leidde tot onnodige verliezen. Er ontstond in het leger en in de steden ontevredenheid, oorlogsmoeheid en chaos.

In februari 1917 kwamen Russen in opstand tegen hun tsaar. Deze deed troonsafstand en een tijdelijke regering nam de macht over. Maar die wist de problemen niet op te lossen, zodat de onvrede bleef bestaan. Voor de Duitsers was dat prima, want hoe meer chaos en onvrede er in Rusland was, hoe slechter het Russische leger presteerde. Om die reden hielpen de Duitsers de Russische communist Vladimir Lenin naar Rusland te komen. Lenin was door de tsaar verbannen en leefde in Zwitserland. Als hij in Rusland een revolutie zou beginnen, dan zou dat de chaos vergroten en een Duitse overwinning in het oosten naderbij kunnen brengen, was het plan.

Dat gebeurde inderdaad. Onder leiding van Lenin pleegde een groep communisten een staatsgreep. In de chaos die volgde, verloor Rusland veel grondgebied en daarom sloten de communisten vrede met de Centralen. Deze vrede werd getekend in maart 1918, in de plaats Brest-Litovsk. Het einde van de oorlog tegen de Centralen bracht geen vrede in Rusland. Er brak een bloedige burgeroorlog uit tussen voor- en tegenstanders van Lenin. Ook streden verschillende volken in Rusland voor onafhankelijkheid.

Chaos in Duitsland, wapenstilstand in het westen

BRON 24

Deze Amerikaanse soldaten zijn net aangekomen en gaan naar het front. Ze hebben minder gevechtservaring dan de Britse en Franse soldaten, maar ze zijn zeer gemotiveerd en hebben een goede wapenuitrusting. Foto uit 1918.

Na de Vrede van Brest-Litovsk verplaatste de Duitse legerleiding ruim een miljoen soldaten van het oostfront naar het westfront en begon daar een enorme aanval. Duitse troepen doorbraken de geallieerde loopgraven en naderden Parijs. Maar de Duitse soldaten waren ondervoed en oorlogsmoe. Versterkt met honderdduizenden Amerikanen drongen de Geallieerden de Duitsers terug. Op sommige plaatsen aan het front weigerden de soldaten zelfs nog te vechten: het Duitse leger leek verslagen. Duitse generaals waren bang dat het front zou instorten en drongen aan op een wapenstilstand. Alleen zo zou voorkomen kunnen worden dat de Geallieerden oprukten tot in Berlijn, was hun inschatting. Om een wapenstilstand voor de Geallieerden acceptabel te maken, stemden de generaals in met een nieuwe grondwet en een nieuwe sociaaldemocratische regering. De Duitse marineleiding accepteerde de naderende nederlaag niet en gaf opdracht nog eenmaal tegen de Britse vloot te vechten. Matrozen weigerden dat, want zij wisten dat een aanval kansloos was. Hun

opstand breidde zich snel uit. Uitgehongerde sociaaldemocratische en communistische arbeiders gingen staken en in veel Duitse steden braken rellen uit. Ontevreden en teleurgestelde soldaten organiseerden zich in militaire eenheden buiten het leger. Deze ‘vrijkorpsen’ gebruikten geweld in de steden, vooral tegen communisten en sociaaldemocraten. Keizer Wilhelm II trad af en sociaaldemocratische politici namen de macht over. Zij sloten op 11 november 1918 een wapenstilstand met de Geallieerden. De legerleiding gaf achteraf de stakende arbeiders en matrozen de schuld van de nederlaag. Die hadden de frontsoldaten in de steek gelaten, beweerden de generaals, en hadden hen ‘een dolk in de rug gestoken’.

BRON 25 Engelse soldaten bewaken Duitse gevangenen. Alleen al op 8 augustus 1918 lieten 15.000 Duitse soldaten zich gevangennemen zonder tegenstand te bieden.

Sebastian Haffner was elf jaar oud toen in Duitsland de wapenstilstand bekend werd:

”Op 9 en I0 november waren er nog berichten van het leger, in de gebruikelijke stijl: ‘vijandelijke pogingen tot doorbraak afgeslagen’ en ‘trekken onze troepen zich, na dappere tegenstand, terug in geprepareerde stellingen.’ Op 11 november hing er geen bericht van het leger meer op het bord. Het bord gaapte me leeg en zwart aan. Vol schrik rende ik door de straten, op zoek naar nieuws. Ik zag een kleine mensenmenigte voor het raam van een krantenzaak. Ik ging in de rij staan, drong zachtjes erdoorheen en kon eindelijk ook lezen wat iedereen, zwijgend en treurig, las: ‘Wapenstilstand ondertekend’. Daaronder stonden de voorwaarden, een lange lijst. Ik las ze. Terwijl ik las, verstijfde ik. Het bericht

De Vrede van Versailles

sprak meedogenloos de taal van de nederlaag; zoals de berichten van het leger altijd alleen maar over nederlagen van de vijand hadden gesproken. Dat iets dergelijks ook ‘ons’ kon treffen en ook nog als het eindresultaat van alleen overwinningen! Ik kon het niet voor mogelijk houden. Waar kon je een houvast vinden, waar zekerheid en vertrouwen, als het wereldgebeuren zo achterbaks was, als overwinning op overwinning leidde tot een definitieve nederlaag. Ik walgde van het leven.”

Naar: Sebastian Haffner, Het verhaal van een Duitser 1914-1933 (2002).

De Geallieerden organiseerden vredesbesprekingen in Versailles. De Amerikaanse president Wilson benadrukte vooral het zelfbeschikkingsrecht, zodat er in het naoorlogse Europa niet opnieuw veelvolkenstaten ontstonden waarin het sterkste volk de andere volken onderdrukte. Wilson wilde Duitsland niet zwaar straffen, want dat zou wraakgevoelens oproepen, meende hij. De Fransen wilden Duitsland juist zo hard mogelijk straffen. Duitsland was Frankrijk in 1870 binnengevallen en in 1914 nogmaals. Er moest worden voorkomen dat Duitsland een derde inval in Frankrijk kon doen. De Britten waren milder, maar dat Duitsland moest worden gestraft, vonden zij na zoveel oorlogsleed terecht. Zo kwam in juni 1919 de Vrede van Versailles tot stand. Duitsland moest erkennen dat het door aan te vallen als enige schuld had aan de oorlog en daarom alle oorlogsschade moest betalen. Het Duitse leger mocht uit maximaal 100.000 soldaten bestaan en Duitsland mocht geen vloot en luchtmacht meer hebben. Het Rijnland, een groot gebied aan de Franse grens, moest worden gedemilitariseerd. Elzas-Lotharingen, dat na de Frans-Duitse Oorlog ingenomen was, ging terug naar Frankrijk. Ook België en Denemarken kregen Duits grondgebied. Polen, een nieuw land, bestond uit Duitse en Russische gebieden.

De Geallieerden verdeelden onderling de Duitse koloniën. Bovendien moest Duitsland

BRON 26

enorme herstelbetalingen aan de overwinnaars doen. Duitse ministers kregen de keuze: ze ondertekenden het verdrag, of de Geallieerden zouden de oorlog voortzetten en Duitsland bezetten. De Duitse ministers tekenden, maar veruit de meeste Duitsers waren woedend: volgens hen werd Duitsland groot onrecht aangedaan.

Noorwegen de Centralen de Geallieerden neutrale staten aantal slachtoffers

Denemarken

Zweden

aantal gemobiliseerden

250.000 mensen

Zw.

De oorlog gaat door

De overwinnaars straften ook de bondgenoten van Duitsland. In het Midden-Oosten kwamen delen van het Ottomaanse Rijk als mandaatgebied in Franse of Britse handen. Rusland, dat voortijdig met de Duitsers vrede had gesloten, verloor veel grondgebied. Het moest accepteren dat de Geallieerden de zelfstandigheid van Finnen, Polen en de Baltische volken steunden. Volken in Oostenrijk-Hongarije die dat wilden, kregen onafhankelijkheid:

Tsjechoslowakije en Hongarije werden nieuwe staten, en op de Balkan ontstond – naar wens van de bewoners – een nieuwe veelvolkenstaat: het latere Joegoslavië. Zo kregen vele volken zelfbeschikkingsrecht, zoals Wilson in zijn Veertien Punten had voorgesteld.

In Duitsland en Oostenrijk leidden de vredesbepalingen tot grote verontwaardiging. Voor Duitsers en Oostenrijkers was er kennelijk geen zelfbeschikkingsrecht: ze hadden het Verdrag van Versailles simpelweg te accepteren. Ook veel Hongaren en Turken waren ontevreden. Zij hadden weliswaar een eigen staat, maar die was veel kleiner dan gewenst. Veel van het front teruggekeerde soldaten hadden grote aanpassingsmoeilijkheden. Zij konden de verschrikkingen van het slagveld niet vergeten en hadden moeite om hun oude leven als burger weer op te pakken. Invaliditeit, voedselgebrek en een hoge inflatie waren maar enkele van de zaken die hun leven ingewikkeld of zelfs ondraaglijk maakten. Talloze mensen die tijdens de oorlog geestelijk of lichamelijk invalide waren geworden, voelden zich niet begrepen en niet gewaardeerd, ondanks het enorme offer dat ze hadden gebracht. Zo ging de oorlog in de hoofden van miljoenen mensen ook na juni 1919 gewoon door.

BRON 27 Britse soldaten passeren de ruïnes van de totaal vernielde Belgische stad Ieper. Duitse
OostenrijkHongarije
Ottomaanse
BRON 28 Europa tijdens de Eerste Wereldoorlog: fronten en slachtoffers.
BRON 29 Protest in Berlijn tegen de Vrede van Versailles. Op een van de borden staat: ‘Zelfbeschikkingsrecht voor Elzas-Lotharingen’. Foto uit 1919.

1.5 Duits-Zuidwest-Afrika

ZuidwestAfrika

BRON 30 Gevangengenomen Herero-strijders in Duits-Zuidwest-Afrika (1904).

Duitsers in Zuidwest-Afrika

Trots poseert de Duitse soldaat rechts met een aantal geketende Herero, een inheems volk in het gebied van de Duitse kolonie. De boodschap van deze foto is voor de mensen in het vaderland duidelijk: na de opstanden van Herero tegen de Duitse koloniale macht is de orde hersteld. In een snelle militaire campagne onder leiding van Lothar von Trotha zijn de Hererostrijders vernietigend verslagen. Veel vrouwen, kinderen en bejaarden zijn gevlucht. Wie achterbleef, is vermoord, de woestijn ingejaagd of opgesloten in een concentratiekamp. Ruim twintig jaar eerder, in 1883, kocht de Duitse tabakshandelaar Adolf Lüderitz in ZuidwestAfrika een kuststrook van vijf mijl (acht kilometer) landinwaarts van het inheemse volk Nama. De prijs: honderd Britse ponden en tweehonderd oude geweren. Tot dan hadden alleen Britten en enkele missionarissen enige interesse getoond in het woestijnachtige gebied. Nomadisch levende volken, in totaal 200.000 mensen, trokken er met hun vee van de ene waterplaats naar de andere, op zoek naar water en grasland. De koop door Lüderitz zorgde onmiddellijk voor conflicten. De Nama gingen uit van de Britse mijl als eenheid, maar de Duitsers rekenden in Pruisische mijlen, die bijna tien keer zo lang waren. Zo raakten de Nama een veel groter gebied kwijt dan ze vooraf dachten. Na nog enkele Duitse aankopen was de kolonie Duits-Zuidwest-Afrika uiteindelijk twintigmaal zo groot als Nederland. In deze paragraaf lees je hoe de Duitsers in deze kolonie de inheemse bevolking behandelden en welke invloed de Eerste Wereldoorlog had op het gebied.

leerdoel

• Je kunt beschrijven hoe Zuidwest-Afrika een Duitse kolonie werd en door de Eerste Wereldoorlog een mandaatgebied van Zuid-Afrika.

Nederland
Duits

Herero-genocide

Om zijn bezit veilig te stellen, vroeg Lüderitz de Duitse overheid om hulp. De soldaten die Duitsland stuurde, namen het gebied in en zorgden voor de veiligheid van de 12.000 Duitse kolonisten die er kwamen wonen. De meesten waren veehouders, anderen gingen diamant, lood-, tin- en kopererts delven. De kolonisten behandelden de inheemse bevolking slecht: ze eigenden zich hun land toe voor hun bedrijven en stalen hun vee. Hierdoor en door een ernstige droogteperiode moesten de meeste Herero en Nama hun nomadisch bestaan opgeven. Voor hen bleef er alleen slechtbetaalde loonarbeid op Duitse bedrijven over, wat vaak neerkwam op slavernij. Bij de minste tegenwerking of ongehoorzaamheid kregen zij zware lijfstraffen. Ook verkrachting en moord door Duitsers kwamen regelmatig voor. In 1903 kwamen Herero in opstand tegen de Duitse overheersing. Een jaar later stonden bij Waterberg zelfs 6000 Herero-strijders zonder moderne wapens tegenover 4000 goed georganiseerde Duitse soldaten met geweren, mitrailleurs en kanonnen. De Herero leden zware verliezen. De overlevenden vluchtten met hun families en vee naar het oosten. De Duitsers achtervolgden hen en vele mannen, vrouwen en kinderen werden doodgeschoten, opgehangen of de woestijn ingejaagd. Duizenden stierven aan ziekten, watergebrek of honger. Gevangengenomen Herero en Nama kwamen in concentratiekampen terecht, waar nog eens duizenden stierven. In 1907 leefden er nog maar 15.130 van de oorspronkelijk 80.000 Herero. Van de 20.000 Nama overleefde ruim de helft de volkenmoord niet.

De Eerste Wereldoorlog

BRON 31 Reclame van Aecht Franck, een producent van cichorei (een drank die op koffie lijkt). Boven de afbeelding staat ‘Herero-opstand in Duits-Zuidwest-Afrika’, en onder de tekening ‘Veeroof door Herero’.

Voor de Eerste Wereldoorlog wilden de Duitsers hun koloniën in Zuidwest- en Oost-Afrika met elkaar verbinden door grote delen van Centraal-Afrika te veroveren. Daarvan kwam niets terecht, doordat de Eerste Wereldoorlog uitbrak en Duitsland zijn soldaten in Europa nodig had. Toch kreeg DuitsZuidwest-Afrika te maken met de oorlog. Zuid-Afrika, het buurland van Duits-ZuidwestAfrika, was in 1910 een Britse dominion geworden. Dat betekende dat het land nog steeds onder Britse Kroon viel, maar veel zelf mocht beslissen. Zuid-Afrika hoorde daardoor bij de Geallieerden en vond de Duitse buurkolonie heel geschikt voor gebiedsuitbreiding. Door die te veroveren, zou Duitsland bovendien geen koper, lood of tin meer uit de kolonie krijgen, terwijl dat belangrijke metalen waren voor de oorlogsindustrie. Onder leiding van generaal Botha trok een leger Duits-Zuidwest-Afrika binnen. Dat leger was tien keer zo groot als het aantal Duitse militairen in het gebied. Voor het verdedigen van hun kolonie hadden de Duitsers te weinig middelen. Het 5000 man sterke koloniale leger, de Schutztruppe, kon niet worden uitgebreid, want Duitse soldaten waren in Europa nodig. Door Britse zeeblokkades lukte het bovendien nauwelijks om het koloniale leger te bevoorraden. Voor de Duitsers liep de strijd dan ook slecht af. In mei 1915 viel de hoofdstad, Windhoek, in Zuid-Afrikaanse handen en in augustus gaven de resterende 3700 Duitse soldaten zich over. Duits-Zuidwest-Afrika kwam onder Zuid-Afrikaans militair bestuur. In het Verdrag van Versailles kreeg Zuid-Afrika de Duitse kolonie als mandaatgebied toegewezen.

Geschiedenis voor vwo

Free nations never die – dat is de tekst midden op de broche op de voorkant van dit boek. Soms dragen mensen zo’n sierspeld om er een boodschap mee te geven. Dan heeft de afbeelding of kleur een betekenis die andere mensen begrijpen. Dat is ook zo met deze zogeheten bevrijdingsbroche. Mensen droegen die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog om te laten zien hoe blij ze waren dat Duitsland was verslagen. De kroon staat voor het Nederlandse koninkrijk. Free Nations zijn de geallieerden, de landen die samen tegen HitlerDuitsland hadden gevochten. Boven en onder de tekst staan de symbolen van de twaalf belangrijkste geallieerde landen. Ook dat van de Sovjet-Unie is erbij: de hamer en sikkel rechtsonder. Dat land was eerst een bondgenoot van Hitler, totdat deze in 1941 onverwacht de Sovjet-Unie binnenviel. Daarna vocht de SovjetUnie aan de kant van de geallieerden. Met succes, want Sovjetlegers veroverden grote delen van Oost-Europa op de legers van Hitler. Toen na de oorlog bleek dat Sovjetdictator Stalin niet van plan was zich terug te trekken uit Oost-Europa, was het wantrouwen tegen de Sovjet-Unie weer net zo groot als voor de oorlog. Daarom is deze broche bijzonder: even hoorde de Sovjet-Unie bij de free nations in het westen.

Scan de QR-code voor meer informatie over de bevrijdingsbroche.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook