Skip to main content

Examenbundel_26-27_Natuurkunde_havo_9789006225228

Page 1


Slim leren, zeker slagen

INCLUSIEF ONLINE OMGEVING

Slim leren, zeker slagen

Wil jij slim leren, zeker slagen?

Examenbundel

Oefen met echte examenopgaven per onderwerp en met complete examens. In het boek en online.

Oefenen, oefenen, oefenen

Uitleg b� de antwoorden

Oriëntatietoets geeft aan hoe je ervoor staat

Examenidioom

Speciaal voor de examens Duits, Engels en Frans.

Een grote woordenschat zorgt voor beter tekstbegrip

Duidel� ke voorbeeldzinnen

Ook voor de schoolexamens

Samengevat

De perfecte samenvatting om je voor te bereiden op je examen.

Zo leer je precies wat je moet weten.

Complete examenstof

R� tjes en defi nities

Geen lappen tekst

Zeker Slagen!

Zo leer je efficiënter leren.

J e leert hoe je moet leren

Hulp b� plannen

Je kr� gt zelfi nzicht en zelfvertrouwen

examen bundel

Natuurkunde

E. Glebbeek

L. van Rooyen

M.H. Overbosch

2026 2027

Colofon

Auteurs

E. Glebbeek

L. van Rooyen

M.H. Overbosch

Redactie

Lineke Pijnappels, Tilburg

Omslagontwerp

Studio Fabienne, Hoevelaken

Vormgeving binnenwerk

Studio Michelangela, Utrecht

Opmaak

Crius Group, Hulshout

Over ThiemeMeulenhoff

ThiemeMeulenhoff is een educatieve uitgeverij die zich inzet voor het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. De mensen van ThiemeMeulenhoff zijn er voor onderwijsprofessionals ­ met ervaring, expertise en doeltreffende leermiddelen. Ontwikkeld in doorlopende samenwerking met de mensen in het onderwijs om samen het onderwijs nog beter te maken.

We ontwikkelen lesmethodes die goed te combineren zijn met andere leermiddelen, naar eigen inzicht aan te passen en bewezen effectief zijn. En natuurlijk worden al onze lesmethodes zo duurzaam mogelijk geproduceerd.

Zo bouwen we samen met de mensen in het onderwijs aan een mooie toekomst voor de volgende generatie.

Samen leren vernieuwen.

www.thiememeulenhoff.nl

Boek ISBN 978 90 06 41554 4

Pakket ISBN 978 90 06 22522 8 Editie 1, druk 1, oplage 1, 2026

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2026

Alle rechten voorbehouden. Tekst­ en datamining, AI­training en vergelijkbare technologieën niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie­ en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting­pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2­neutraal geproduceerd.

Zo werk je met deze Examenbundel

De eerste stap om vol vertrouwen je examen voor dit vak in te gaan heb je gezet! Deze Examenbundel is namelijk de beste voorbereiding, omdat je oefent met echte examenopgaven. Kijk hoe het werkt.

De indeling van het boek

Je Examenbundel bestaat uit verschillende delen:

• Deel 1 – Oriëntatietoets: krijg snel een eerste indruk hoe je scoort op de verschillende examenonderwerpen.

• Deel 2 – Oefenen op onderwerp: oefen gericht met examenopgaven over de onderwerpen die jij lastig vindt.

• Deel 3 – Examens met uitwerkingen: oefen met hele examens met heldere uitleg van onze ervaren examendocenten.

• Deel 4 – Examen 2026-I: doe de generale repetitie voor het echte examen. De antwoorden en uitwerkingen staan op mijnexamenbundel.nl.

Hints en uitwerkingen

Weet je niet hoe je een vraag moet aanpakken? Dan zijn er hints om je op weg te helpen.

Kijk de vragen na met de uitwerkingen. Daarin staat het juiste antwoord. Maar belangrijker: je krijgt duidelijke uitleg waaróm dit het juiste antwoord is en hoe je daar komt.

Zo oefen je én leer je tegelijk!

Online oefenen met Mijn Examenbundel

Bij dit boek hoort een online omgeving: mijnexamenbundel.nl. Het boek en Mijn Examenbundel werken met elkaar samen.

Boek

Maak de balans op

• oriëntatietoets maken

• hele examens maken

Mijn Examenbundel

• nakijken oriëntatietoets

• nakijken hele examens

Je scores worden bewaard!

Leren en oefenen

• examenopgaven oefenen per onderwerp

Ook handig

• onderwerpregister

• uitlegvideo’s per onderwerp

• extra examenopgaven per onderwerp

Je ziet je voortgang!

• overzicht van de examenstof

• quickscan

• examentips

Alle belangrijke info bij elkaar!

Om optimaal gebruik te maken van boek én website, verwijst het boek op handige plekken naar mijnexamenbundel.nl

Voorbeeld:

Mijn Examenbundel

Wil je weten hoe je de toets hebt gemaakt? De antwoorden staan op mijnexamenbundel.nl. Vul je punten in en bekijk je score per onderwerp. Je scores worden bewaard.

Activeer direct je code voor Mijn Examenbundel

Ga nu naar mijnexamenbundel.nl en maak meteen je account aan. Met de activatiecode die je per mail hebt ontvangen of via de ELO van je school, heb je toegang tot alle extra’s die bij je boek horen.

Gebruik ook Samengevat

Wil jij je nóg beter voorbereiden op het eindexamen? Combineer Examenbundel dan met Samengevat - alle examenstof kort en bondig in één boek.

Heel veel succes!

Namens team Examenbundel heel veel succes met je examens! #ikgazekerslagen #geenexamenstress

Heb je een vraag of opmerking over deze Examenbundel? Ga dan naar examenbundel.nl/contact.

Opmerking

De overheid stelt de regels op voor het examen. Bijvoorbeeld wat de examenonderwerpen zijn, welke hulpmiddelen je mag gebruiken en wanneer het examen is. De auteurs en uitgever hebben deze Examenbundel met grote zorg samengesteld. Soms veranderen de regels van de overheid echter of worden er nieuwe afspraken gemaakt over wat die regels betekenen. Raadpleeg daarom altijd je docent of onze website www.examenbundel.nl voor actuele informatie die voor jouw examen van belang is.

hoe maak je examenopgaven

DEEL

3

EXAMENS MET UITWERKINGEN

Examen 2023-II

DEEL 2 OEFENEN OP ONDERWERP

1 Vaardigheden (Domein A)

2 Informatie-overdracht (Domein B1)

Examen 2024-I

Examen 2024-II

Examen 2025-I

Examen 2025-II

3 Medische beeldvorming (Domein B2)

4 Kracht en beweging (Domein C1)

- uitwerkingen

5 Energieomzettingen (Domein C2)

6 Eigenschappen van stoffen en materialen (Domein D1)

DEEL 4 EXAMEN 2026-I

Examen 2026-I

BIJLAGEN

Cijferbepaling

Onderwerpregister

7 Zonnestelsel en heelal (Domein E1)

8 Gebruik van elektriciteit (Domein G1)

- uitwerkingen

Tips: hoe maak je examenopgaven bij natuurkunde?

Bij het op de juiste manier oplossen van een probleem doorloop je in het algemeen drie stappen: de voorbereiding, de uitvoering en een controle.

Voorbereiding

• Kijk eerst vluchtig alle opgaven door en begin met de opgaven die je vertrouwd voorkomen.

• Ga na hoeveel tijd gemiddeld beschikbaar is per opgave. Probeer te voorkomen dat je te lang met een bepaalde vraag bezig blijft en daardoor weinig punten scoort bij andere vragen.

• Lees de tekst van de gekozen opgave rustig en nauwkeurig. Onderstreep of markeer hierbij aanwijzingen, begrippen, formules, getallen e.d. die van belang kunnen zijn. Deze informatie is dan bij het beantwoorden van de vragen snel terug te vinden.

• Lees elke vraag nauwkeurig en ga na welke informatie je nodig denkt te hebben om de vraag te kunnen beantwoorden. Zoek die informatie op in de tekst van de opgave, of in Binas of ScienceData.

• Bepaal welke tussenstappen je bij de beantwoording van de vraag zult moeten maken. Deze worden bepaald door het ‘gat’ dat er zit tussen de gegevens en het gevraagde. Je kunt daarbij zowel van de gegevens als van het gevraagde uitgaan.

• Begin pas aan de uitvoering, wanneer je de aanpak van het vraagstuk overziet.

Uitvoering

• Reserveer op je papier voor elke opgave voldoende ruimte. Je werk wordt daardoor overzichtelijker en je kunt je antwoord makkelijker aanvullen.

• Schrijf alle tussenstappen overzichtelijk op, zodat zichtbaar wordt hoe je tot je antwoord bent gekomen.

• Indien om uitleg wordt gevraagd, mag die niet ontbreken.

• Schrijf bij twijfel altijd iets op (behalve als je zelf al kunt beoordelen dat je antwoord nergens op slaat).

Controle

• Lees de vraag nog eens over. Is hij volledig beantwoord?

• Vind je het gevonden antwoord zinnig (klopt bv. de orde van grootte)? Zo niet, probeer je denk- of rekenfout op te sporen of maak daarover tenminste een opmerking.

• Is de juiste eenheid vermeld?

• Is de afronding van een verkregen waarde in overeenstemming met de vraagstelling?

ORIËNTATIETOETS

Hoe zou je het nu al doen op een examen?

De oriëntatietoets geeft je een eerste indruk.

Oriëntatietoets

Proxima b

Een exoplaneet is een planeet die draait om een andere ster dan de zon. Een nieuw ontdekte exoplaneet draait om de ster Proxima Centauri. De nieuw ontdekte exoplaneet is Proxima b genoemd.

Proxima b is door onderzoekers ontdekt aan de hand van de beweging van de ster Proxima Centauri. Vanaf de aarde gezien lijkt deze ster heen en weer te bewegen. Figuur 1 geeft deze ‘schommeling’ in de tijd weer.

figuur 1

20 0 0 25 30 35 40 45 50 55 60 65 dagen na 1 januari 2016 u

figuur 2 Z s p 2p

1 Bepaal de periode van deze schommeling.

Proxima Centauri en de planeet draaien allebei om hun gezamenlijke zwaartepunt Z waardoor de schommelbeweging ontstaat, zie de schematische afbeelding in figuur 2. Hierin zijn de banen getekend en stelt S de positie van de ster voor, p de positie van de planeet en punt Z het gezamenlijke zwaartepunt.

4p

Over Proxima Centauri en Proxima b zijn een aantal gegevens bekend. Zie de tabel in figuur 3.

figuur 3

massa

ster Proxima Centauri planeet Proxima b

MCentauri = 0,123 M zon

Mb = 1,3 Maarde

straal van het hemellichaam rCentauri = 0,141 r zon rb = 1,2 raarde

temperatuur aan het oppervlak 3042 K ± 117 K

afstand tot de aarde 4,22 lichtjaar

afstand tot de ster 7,0 ·106 km

De kans op leven op een exoplaneet is groter als de valversnelling aan het oppervlak vergelijkbaar is met de valversnelling op aarde (gaarde).

2 Bereken de valversnelling op Proxima b uitgedrukt in gaarde

De kleur van een ster hangt af van zijn temperatuur. Een ster zendt straling met veel golflengtes uit. In figuren 4 en 5 zijn twee diagrammen weergegeven; één voor de zon en één voor Proxima Centauri. In ieder diagram is de intensiteit van de uitgezonden straling uitgezet tegen de golflengte van die straling. De verticale schaalverdeling is niet gelijk in beide figuren.

figuur 4

figuur 5

rood

3 Voer de volgende opdrachten uit: – Leg uit welke figuur bij Proxima Centauri hoort. Vergelijk hiertoe de temperaturen aan het oppervlak van de zon en Proxima Centauri. – Leg uit of Proxima Centauri roder of blauwer is dan de zon.

1p

Lassen

Voor deze opgave moet je gebruikmaken van de tabel met stofeigenschappen van ijzer in figuur 1.

figuur 1

stofeigenschap waarde

dichtheid

elasticiteitsmodulus

smeltpunt

soortelijke warmte

soortelijke weerstand

treksterkte

7,87∙103 kg m−3

2,20∙1011 Pa

1,811∙103 K

0,46∙103 J kg−1 K−1

1,05∙10−7 Ω m

3,5∙108 Pa

warmtegeleidingscoëfficiënt 80,3 W m−1 K−1

Lassen is een techniek om metalen delen aan elkaar te bevestigen. Dit kan door die delen met een brander zo te verhitten dat op de plek van de verhitting het materiaal van beide delen smelt en vervolgens na afkoeling tot één geheel samen vast wordt. Zie figuur 2. Deze plek wordt een ‘las’ genoemd.

4 Hoe heet de tweede faseovergang in het beschreven lasproces?

A bevriezen

B condenseren

C stollen

D sublimeren

Het smeltpunt kan ook bereikt worden door een elektrische stroom door de metalen delen te laten lopen. Hiervoor wordt een puntlasapparaat gebruikt. Een puntlasapparaat levert een hoge stroomsterkte bij een lage spanning over twee elektroden. Twee plaatjes ijzer worden met een puntlasapparaat aan elkaar gelast. Zie figuur 3. De plaatjes worden op elkaar gelegd en krachtig op elkaar gedrukt door de twee elektroden.

figuur 2
figuur 3

3p 5p

Als de elektroden tegen de plaatjes worden gedrukt gaat er een stroom I door het ijzer tussen de elektroden lopen. Het ijzer tussen de elektroden is bij benadering cilindervormig. Zie figuur 4a.

De ijzeren plaatjes tussen de elektroden zijn samen 1,8 mm dik en raken elkaar alleen tussen de elektroden. De oppervlakte A waarmee de ijzeren plaatjes elkaar raken, is 6,4 · 10−5 m2; deze is even groot als de oppervlakte van de punt van een elektrode. Zie figuur 4a en 4b.

figuur 4a

figuur 4b

Over de plaatjes staat een spanning van 0,20 V. De stroomsterkte door het ijzer is op dat moment gelijk aan 68 kA.

5 Toon dat aan met een berekening.

De massa van het cilindervormige deel ijzer tussen de elektroden is 9,1∙10−4 kg. Het ijzer heeft een begintemperatuur van 20 °C.

Van de warmte die ontstaat tussen de elektroden wordt 15% gebruikt om het ijzer tussen de elektroden tot het smeltpunt te verhitten.

De weerstand van het ijzer tussen de elektroden wordt als constant beschouwd.

6 Bereken na hoeveel tijd het ijzer begint te smelten.

Gasniveau meten

Een gasbarbecue gebruikt gas uit een stalen gasfles als energiebron. Zie figuur 1.

figuur 1

Hans en Sanne doen onderzoek naar verschillende methodes om te bepalen hoe vol een stalen gasfles is. Een lege gasfles kan gevuld worden met maximaal 6,1 kg vloeibaar propaan. Hans en Sanne hebben een barbecue met een vermogen van 15 kW. De stookwaarde van vloeibaar propaan is 13,8 kWh kg −1

7 Bereken hoelang de barbecue kan branden als begonnen wordt met een volle gasfles.

Noteer je antwoord in het juiste aantal significante cijfers.

Wanneer Hans tegen de gasfles slaat, produceert deze een toon. Hij vraagt zich af of deze toon afhankelijk is van de vulstand van de fles.

Tijdens het vullen van een fles bepaalt Hans de frequentie van de grondtonen die de gasfles produceert bij verschillende vulstanden, van leeg tot vol. Hiervan maakt hij een diagram. Hierin is de vulstand als percentage weergegeven. Zie figuur 2.

3p

figuur 2

Bij elke vulstand is er een laag gas boven de vloeistof. Hans denkt dat de tonen ontstaan door een staande golf in dit gas. Zie schematisch in figuur 3.

8 Leg met behulp van figuren 2 en 3 uit dat Hans ongelijk heeft.

figuur 3

3p

Noodstopstrook

In bergachtige gebieden liggen naast snelwegen vaak noodstopstroken. Een noodstopstrook is een lange bak, gevuld met grind. Zie figuur 1.

Als de remmen van een vrachtwagen tijdens het afdalen weigeren, kan de chauffeur de noodstopstrook gebruiken. Hoe verder de vrachtwagen de strook oprijdt, hoe dieper de grindlaag wordt waar de vrachtwagen doorheen rijdt. De remkracht van het grind op de vrachtwagen neemt daardoor toe.

figuur 1

Van een remmende vrachtwagen in het grind is een (v,t)-diagram gemaakt. Zie figuur 2.

figuur 2

9 Bepaal met figuur 2 de minimale lengte van deze noodstopstrook. Noteer je antwoord in twee significante cijfers.

Theaterverlichting

Theaterpodia worden verlicht met lampen. Deze lampen moeten voor iedere show anders worden opgehangen. Om dat veilig te doen, worden de lampen op de grond aan een balk bevestigd. Zie figuur 1. Deze balk wordt vervolgens met twee staalkabels opgehesen naar het plafond.

Zie figuur 2.

figuur 1

figuur 2

Op de uitwerkbijlage is schematisch en op schaal een balk met lampen getekend. De verdeling van de (niet-afgebeelde) lampen is niet gelijk; de ligging van het zwaartepunt Z van balk en lampen samen is weergegeven.

De bevestiging van de linker kabel wordt als draaipunt D beschouwd. De totale massa is 230 kg.

uitwerkbijlage bij vraag 10 4p

10 Bepaal met behulp van de hefboomwet de spankracht in kabel II. Geef je antwoord in twee significante cijfers.

Als de staalkabels te zwaar belast worden, kunnen ze vervormen en breken. Om de vervorming van een staalkabel te meten kan er een sensor op bevestigd worden. Zie figuur 3. In deze sensor zit een rekstrook. Dit is een lange draad die zigzag op een flexibel folie is bevestigd. Zie figuur 4.

figuur 4

figuur 3

De rekstrook werkt volgens het principe dat de elektrische weerstand ervan toeneemt doordat tijdens het uitrekken de draad op het folie langer en dunner wordt. De rekstrook wordt in serie met een vaste weerstand aangesloten op een spanningsbron van 5,0 V. De weerstand van de draad in de rekstrook neemt toe als de rekstrook wordt uitgerekt. Met een voltmeter wordt de spanning over een van de twee weerstanden gemeten tijdens het uitrekken van de staalkabel. Deze elektrische sensorspanning is uitgezet tegen de relatieve rek van de staalkabel. Zie figuur 5.

figuur 5

11 Leg uit of de voltmeter is aangesloten over de rekstrook of over de vaste weerstand.

Koper–67

Koper-67 (Cu-67) is een geschikte isotoop voor radiotherapie. De halveringstijd van 62 uur is lang genoeg om de stof te laten ophopen in tumorweefsel en dit van binnenuit te bestralen. Het Cu-67 zendt β-straling en γ-straling uit.

12 Geef de vergelijking van de vervalreactie van Cu-67.

3p figuur 1

Cu-67 moet worden geproduceerd. Bij een bepaalde methode worden kernen van zink-70 (Zn-70) beschoten met protonen. Als een proton doordringt in een kern Zn-70 ontstaat een nieuwe kern x. In figuur 1 wordt deze reactie weergegeven met pijl I. Deze nieuwe kern x valt direct daarna uiteen in twee deeltjes. Eén van die deeltjes is Cu-67. Deze reactie wordt weergegeven met pijl II.

2p 3p

13 Leg met behulp van figuur 1 uit welk ander deeltje vrijkomt bij deze tweede reactie.

De kans dat deze reactie lukt is afhankelijk van de kinetische energie van de afgeschoten protonen.

Dit is weergegeven in figuur 2.

figuur 2

0 5 10 15 20 25 30 35 40 kans protonenergie (MeV)

14 Bepaal met behulp van de figuur de snelheid die de protonen moeten hebben om de kans op succes zo groot mogelijk te maken.

Mijn Examenbundel

Wil je weten hoe je de toets hebt gemaakt? De antwoorden staan op mijnexamenbundel.nl. Vul je punten in en bekijk je score per onderwerp. Je scores worden bewaard.

OEFENEN OP ONDERWERP

Examenopgaven per onderwerp

Met hints om je op weg te helpen en uitleg bij de antwoorden.

1 Vaardigheden

Muziekdoos-I

Een muziekdoos is een klein muziekinstrument. Zie figuur 1 en 2.

figuur 1 figuur 2

De muziekdoos maakt muziek door stalen strips te laten trillen. Op een draaiende, cilindervormige rol zijn pinnen aangebracht die een strip aan één uiteinde optillen. Zie figuur 3. De strip springt vervolgens los van de pin en begint te trillen.

figuur 3

Door meerdere strips naast elkaar te gebruiken, kan een melodie worden gespeeld. Zie figuur 1 en 2.

De melodie herhaalt zich elke 15 seconde. In deze tijd roteert de rol dus één keer. 1 Maak met behulp van figuur 1 een beredeneerde schatting van de baansnelheid van een pin op de rol.

RTO

Vliegtuigen worden regelmatig onderworpen aan zware testen. Een voorbeeld van zo’n test is de Rejected Take Off (RTO).

Tijdens een RTO versnelt een vliegtuig tot de snelheid die nodig is om op te stijgen. Daarna wordt er zo hard mogelijk geremd. Tijdens deze noodstop worden de remmen soms zó heet dat ze in brand kunnen vliegen. Zie figuur 1.

figuur 1

In figuur 2 is het (v,t )-diagram van een RTO-test gegeven.

figuur 2

Het vliegtuig heeft een massa van 5,9 105 kg. De maximale kinetische energie van het vliegtuig is 2,4 109 J.

Het vliegtuig heeft 20 wielen; ieder wiel heeft één rem.

2 Bepaal met behulp van de wet van arbeid en kinetische energie de remkracht die één wiel uitoefent tijdens het afremmen. Gebruik hiervoor ook figuur 2.

Haarföhn

Feline onderzoekt een aantal eigenschappen van een haarföhn. Ze wil allereerst weten hoeveel kg lucht de föhn per seconde uitblaast. Daarvoor gebruikt ze de volgende formule:

Q = Avρ

Hierin is:

– Q de massa van de lucht die per seconde verplaatst wordt, – A de oppervlakte van de luchtopening van de föhn, – v de snelheid van de uitgeblazen lucht, – ρ de dichtheid van de lucht.

3 Laat zien dat Q dezelfde eenheid heeft als Avρ

Om Q te kunnen berekenen, meet Feline de snelheid van de uitgeblazen lucht en de diameter van de luchtopening.

De windsnelheidsmeter geeft voor de snelheid van de lucht 9,5 m s–1. Zie figuur 1.

De diameter van de luchtopening is 4,5 cm.

De dichtheid van lucht is afhankelijk van de temperatuur.

Dit is weergegeven in figuur 2.

De föhn blaast lucht van 20 °C.

figuur 2

1

Uit de metingen van Feline volgt dat Q = 1,8 10–2 kg s–1

4 Toon dit met een berekening aan.

Om deze berekening te controleren voert Feline een tweede experiment uit. Ze blaast met de föhn een plastic zak met een volume van 60 liter op.

Het opblazen duurt 3,9 s.

5 Controleer met deze gegevens dat Q = 1,8 10–2 kg s–1.

figuur

Vloeistoffen

verwarmen

In een experiment worden gelijke massa’s van water en een andere vloeistof op twee gelijke verwarmingselementen verwarmd (zie figuur 1).

De temperatuur wordt gemeten als functie van de tijd.

Dit levert de volgende grafiek op (zie figuur 2).

figuur 1 figuur 2

6 Leg uit welke stof, 1 of 2, de grootste soortelijke warmte heeft.

Vijftig

meter vlinderslag

In figuur 1 staat het verloop van de voortstuwingskracht (gestippelde lijn) en de snelheid van een zwemmer tijdens één zwemslag.

figuur 1

De zwemmer verricht de meeste arbeid in de eerste 0,5 s. De arbeid die hij tussen t = 0 s en t = 0,5 s verricht, is (ongeveer) gelijk aan:

a 0,09 kJ

b 0,3 kJ

c 0,9 kJ

d 3,0 kJ

7 Welke van deze antwoorden is juist? Licht je antwoord toe op basis van schattingen.

Ringen van Saturnus

Saturnus is de op één na grootste planeet van ons zonnestelsel. Saturnus staat bekend om zijn ringen rond de evenaar, die bestaan uit ijs- en rotsdeeltjes. De diameter van deze deeltjes kan variëren van een enkele centimeter tot een meter. Zie figuur 1.

figuur 1

De ringen strekken zich uit tot een straal van 137 106 m en blijken minder dan 100 m dik te zijn. Ze worden vaak met een DVD-schijfje vergeleken, wat betreft de verhouding tussen straal en dikte.

8 Laat aan de hand van een berekening zien of de Saturnus-ringen in verhouding veel dunner of veel dikker zijn dan een DVD-schijfje.

Hints bij hoofdstuk 1

1 De diameter van de rol is ongeveer even groot als de dikte van een vinger.

2 Bepaal de remweg uit figuur 2.

3 Vul de eenheden in van A, v en ρ.

4 Gebruik figuur 2 voor de bepaling van ρ.

5 Gebruik ρ = m V

6 Let op het verschil in temperatuurstijging als de opwarmtijd gelijk is.

7 Werk met de gemiddelde stuwkracht en snelheid om een schatting te maken.

8 Bereken de dikte van het DVD-schijfje als de vergelijking met Saturnus juist zou zijn.

Slim leren, zeker slagen

Extra oefenen, uitlegvideo’s en podcasts

Voortgang bijhouden

Altijd je digiboek bij de hand

Slim leren met Mijn Examenbundel

B� deze Examenbundel hoort een online omgeving: m�nexamenbundel.nl

Je vindt hier alles wat je nodig hebt om heel gericht te leren en oefenen voor je examen. Zoals de score van je oriëntatietoets, video’s, het digiboek, examentips en nog veel meer.

#ikgazekerslagen

Activeer direct je code voor Mijn Examenbundel

Ga nu naar m�nexamenbundel.nl en maak meteen je account aan. Met de activatiecode die je per mail hebt ontvangen of via de ELO van je school, heb je toegang tot alle extra’s die b� je boek horen.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Examenbundel_26-27_Natuurkunde_havo_9789006225228 by ThiemeMeulenhoff - Issuu