Skip to main content

Examenbundel_26-27_Geschiedenis_vmbo-gt_9789006585674

Page 1


Slim leren, zeker slagen

Slim leren, zeker slagen

Wil jij slim leren, zeker slagen?

Examenbundel

Oefen met echte examenopgaven per onderwerp en met complete examens. In het boek en online.

Oefenen, oefenen, oefenen

Uitleg b� de antwoorden

Oriëntatietoets geeft aan hoe je ervoor staat

Examenidioom

Speciaal voor de examens Duits, Engels en Frans.

Een grote woordenschat zorgt voor beter tekstbegrip

Duidel� ke voorbeeldzinnen

Ook voor de schoolexamens

Samengevat

De perfecte samenvatting om je voor te bereiden op je examen.

Zo leer je precies wat je moet weten.

Complete examenstof

R� tjes en defi nities

Geen lappen tekst

Zeker Slagen!

Zo leer je efficiënter leren.

J e leert hoe je moet leren

Hulp b� plannen

Je kr� gt zelfi nzicht en zelfvertrouwen

examen bundel

Geschiedenis

E.G. Arnold R.C. Seriese

Colofon

Auteurs

E.G. Arnold, R.C. Seriese

Redactie

Nauwkeurig Tekstredactie, Schoonrewoerd

Omslagontwerp

Studio Fabienne, Hoevelaken

Vormgeving

Studio Michelangela, Utrecht

Opmaak

Crius Group, Hulshout

Over ThiemeMeulenhoff

ThiemeMeulenhoff is een educatieve uitgeverij die zich inzet voor het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. De mensen van ThiemeMeulenhoff zijn er voor onderwijsprofessionals ­ met ervaring, expertise en doeltreffende leermiddelen. Ontwikkeld in doorlopende samenwerking met de mensen in het onderwijs om samen het onderwijs nog beter te maken.

We ontwikkelen lesmethodes die goed te combineren zijn met andere leermiddelen, naar eigen inzicht aan te passen en bewezen effectief zijn. En natuurlijk worden al onze lesmethodes zo duurzaam mogelijk geproduceerd.

Zo bouwen we samen met de mensen in het onderwijs aan een mooie toekomst voor de volgende generatie. Samen leren vernieuwen.

www.thiememeulenhoff.nl

Boek ISBN 978 9006 25885 1

Pakket ISBN 978 90 06 58567 4

Editie 1, druk 1, oplage 1, 2026

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2026

Alle rechten voorbehouden. Tekst­ en datamining, AI­training en vergelijkbare technologieën niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie­ en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting­pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2­neutraal geproduceerd.

ClimatePartner certified product climate-id.com/YI43H3

CO2 measure reduce contribute

Zo werk je met deze Examenbundel

De eerste stap om vol vertrouwen je examen voor dit vak in te gaan heb je gezet!

Deze Examenbundel is namelijk de beste voorbereiding, omdat je oefent met echte examenopgaven. Kijk hoe het werkt.

De indeling van het boek

Je Examenbundel bestaat uit verschillende delen:

• Deel 1 – Oriëntatietoets: krijg snel een eerste indruk hoe je scoort op de verschillende examenonderwerpen.

• Deel 2 – Oefenen op onderwerp: oefen gericht met examenopgaven over de onderwerpen die jij lastig vindt.

• Deel 3 – Examens met uitwerkingen: oefen met hele examens met heldere uitleg van onze ervaren examendocenten.

• Deel 4 – Examen 2026-I: doe de generale repetitie voor het echte examen. De antwoorden en uitwerkingen staan op mijnexamenbundel.nl.

Uitwerkingen

Kijk de vragen na met de uitwerkingen. Daarin staat het juiste antwoord. Maar belangrijker: je krijgt duidelijke uitleg waaróm dit het juiste antwoord is en hoe je daar komt.

Zo oefen je én leer je tegelijk!

Online oefenen met Mijn Examenbundel

Bij dit boek hoort een online omgeving: mijnexamenbundel.nl. Het boek en Mijn

Examenbundel werken met elkaar samen.

Boek

Maak de balans op

• oriëntatietoets maken

• hele examens maken

Leren en oefenen

Ook handig

• examenopgaven oefenen per onderwerp

Mijn Examenbundel

• nakijken oriëntatietoets

• nakijken hele examens

Je scores worden bewaard!

• uitlegvideo’s per onderwerp

• extra examenopgaven per onderwerp

Je ziet je voortgang!

• onderwerpregister

• overzicht van de examenstof

• quickscan

• examentips

Alle belangrijke info bij elkaar!

Om optimaal gebruik te maken van boek én website, verwijst het boek op handige plekken naar mijnexamenbundel.nl

Voorbeeld:

Mijn Examenbundel

Wil je weten hoe je de toets hebt gemaakt? De antwoorden staan op mijnexamenbundel.nl. Vul je punten in en bekijk je score per onderwerp. Je scores worden bewaard.

Activeer direct je code voor Mijn Examenbundel

Ga nu naar mijnexamenbundel.nl en maak meteen je account aan. Met de activatiecode die je per mail hebt ontvangen of via de ELO van je school, heb je toegang tot alle extra’s die bij je boek horen.

Gebruik ook Samengevat

Wil jij je nóg beter voorbereiden op het eindexamen? Combineer Examenbundel dan met Samengevat - alle examenstof kort en bondig in één boek.

Heel veel succes!

Namens team Examenbundel heel veel succes met je examens! #ikgazekerslagen #geenexamenstress

Heb je een vraag of opmerking over deze Examenbundel? Ga dan naar examenbundel.nl/contact.

Opmerking

De overheid stelt de regels op voor het examen. Bijvoorbeeld wat de examenonderwerpen zijn, welke hulpmiddelen je mag gebruiken en wanneer het examen is. De auteurs en uitgever hebben deze Examenbundel met grote zorg samengesteld. Soms veranderen de regels van de overheid echter of worden er nieuwe afspraken gemaakt over wat die regels betekenen. Raadpleeg daarom altijd je docent of onze website www.examenbundel.nl voor actuele informatie die voor jouw examen van belang is.

Zo werk je met deze Examenbundel 3

Informatie over het CE geschiedenis en staatsinrichting 2027 7

Vaardigheden voor het examen 9

Oefenen met vraagtypen 11

Uitwerkingen bij Oefenen met vraagtypen 34

Algemene begrippen geschiedenis en staatsinrichting 38

DEEL 1 ORIËNTATIETOETS

Oriëntatietoets 1: Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848) 42

Oriëntatietoets 2: Historisch overzicht (vanaf 1900) 48

DEEL 2 OEFENEN OP ONDERWERP

1 Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848)

Schematisch overzicht oefenvragen 56 Oefenvragen 57 Uitwerkingen 78

2 Historisch overzicht (vanaf 1900)

Schematisch overzicht oefenvragen 83

Oefenvragen 84 Uitwerkingen 113

DEEL

3 EXAMENS MET UITWERKINGEN

Examen 2025-I Opgaven

Examen 2025-II Opgaven

DEEL 4 EXAMEN 2026-I

Examen 2026-I Opgaven 176

BIJLAGEN

Cijferbepaling Onderwerpregister

Informatie over het CE geschiedenis en

Informatie over het CE geschiedenis en staatsinrichting 2027

De onderwerpen

Het centraal schriftelijk examen geschiedenis en staatsinrichting 2027 gaat over de onderwerpen:

1 Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848)

2 Historisch Overzicht (vanaf 1900), waarin opgenomen de verrijkingsdelen:

A Het communisme in de Sovjetunie (1917-1941)

B Indonesië als voorbeeld van dekolonisatie (1942-1949)

Hoe ziet het centraal examen geschiedenis eruit en hoe lang duurt het examen?

Op het examen krijg je twee boekjes:

1 Een boekje met bronnen (ongeveer 25 bronnen)

2 Een boekje met vragen (ongeveer 50 vragen)

tijdvak 1

kunnen worden.

Boekje met vragen. Boekje met bronnen.

De bronnen en de vragen gaan over beide onderwerpen. Vóór elke vraag staat het aantal te behalen punten. In totaal kunnen er ongeveer 65 punten worden behaald. De te behalen punten (en het aantal vragen) zijn niet gelijk verdeeld over beide onderwerpen: Staatsinrichting circa 20%, Historisch Overzicht en verrijkingsdelen circa 80%. De vragen op het examen beginnen bij 1848 en gaan dan door de tijd heen naar het heden.

Het examen duurt 120 minuten. Je krijgt open vragen, meerkeuzevragen en chronologievragen, die op het examen ‘Door de tijd heen’-vragen worden genoemd. Het examen is over het algemeen pittig en lang. Het is dus belangrijk dat je goed doorwerkt. Controleer als je klaar bent of je alle vragen hebt beantwoord.

Let op: bij vorige examens werden vooral de open vragen en de chronologievragen slecht gemaakt. Besteed aan dit soort vragen dus extra aandacht bij je voorbereiding op het examen. Geef op open vragen antwoord in hele zinnen.

Bronnenboekje

De normering van het centraal examen en de vaststelling van je cijfer

Je examen wordt eerst nagekeken door je eigen docent. Daarna kijkt een geschiedenisdocent van een andere school het nog eens na. Samen stellen zij het puntentotaal vast. Afhankelijk van de landelijke examenresultaten wordt door de centrale examencommissie de omrekening van punten naar cijfers vastgesteld.

Voorbereiding op het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting

Om goed voorbereid te zijn op het centraal examen zijn twee dingen belangrijk:

1 Je moet uit je leerboek of uit een speciaal examenkatern de historische overzichten van de examenonderwerpen heel goed bestuderen. Bij het leren van de historische overzichten is het handig na elk geleerd hoofdstuk gebruik te maken van de Samengevat voor geschiedenis.

2 Je moet de in het examenprogramma voorgeschreven vaardigheden beheersen.

Hulpmiddel

Bij het centraal examen geschiedenis is een eendelig verklarend woordenboek Nederlands toegestaan.

Gebruik een woordenboek Nederlands als je twijfelt aan de betekenis van een woord.

Gebruik het niet te vaak, anders kom je misschien in tijdnood. Als een omschrijving in het woordenboek afwijkt van de vakterm in het examenprogramma geschiedenis, mag je er niet op rekenen dat die omschrijving goed gerekend wordt.

Vaardigheden voor het examen

Vaardigheden voor het examen

Als het goed is, heb je al veel vaardigheden aangeleerd en geoefend. Voor het examen zijn er belangrijke vaardigheden die je zeker moet beheersen:

1 Je moet weten hoe je een bron moet bekijken en beoordelen. Om je hierbij te helpen zijn hieronder een groot aantal aandachtspunten op een rijtje gezet.

2 Oefen met de verschillende vraagtypen. Veelvoorkomende vraagstellingen hebben we als voorbereiding voor je examen in Examentraining praktijk hierna op een rijtje gezet.

Waarop moet je letten bij het beoordelen van informatie/bronnen?

1 Bron en vraagstelling

Het is niet mogelijk het verleden te bestuderen zonder daarbij gebruik te maken van bronnen. Door het bestuderen van zo veel mogelijk verschillende bronnen kan een gebeurtenis uit het verleden zo betrouwbaar mogelijk worden weergegeven.

Omdat er heel veel soorten bronnen bestaan, zetten we hieronder wat punten op een rijtje die je kunnen helpen bij het beoordelen van de waarde en de betrouwbaarheid van een bron.

a Wat voor soort bron is het?

– geschreven/ongeschreven

– prenten/kaarten/foto’s/cartoons/affiches/grafieken/tabellen

b Uit welke tijd is de bron afkomstig?

– Is de bron gemaakt in de tijd waarover de bron gaat?

– Is de bron later gemaakt? Zo ja, wanneer?

c Waaruit is de bron afkomstig?

– boek/tijdschrift/krant

– overheidsbron of geen overheidsbron

d Wat is er bekend over de maker van de bron?

– Wie/wat voor iemand?

– Was de maker aanwezig bij de gebeurtenis die in de bron wordt weergegeven?

– Met welke bedoeling heeft de maker de bron gemaakt?

– Was de maker emotioneel betrokken bij de gebeurtenis?

– Wat weet je van de standplaatsgebondenheid van de maker? Een arbeider bijvoorbeeld zal anders over loonsverlaging denken dan een fabrikant.

e Wat is er bekend over de inhoud van de bron?

– Waarover gaat de informatie?

– Voor wie is de informatie in de bron bestemd?

– Wat is het doel van de informatie: voorlichting, propaganda?

– Welke feiten, meningen, (voor)oordelen worden gegeven?

– Gelden deze feiten, meningen, (voor)oordelen voor een groep, een volk of een persoon?

f Hoe betrouwbaar is de bron?

– Wordt de bron door andere bronnen bevestigd of tegengesproken? – Staan er bij de mening in de bron argumenten die controleerbaar zijn?

– Is de maker van de bron representatief voor de groep waarvan hij/zij deel uitmaakt?

Een bron van een aanhanger van het liberale Tweede Kamerlid Van Houten kan representatief zijn voor het standpunt van zijn aanhangers, maar dat wil niet zeggen dat de inhoud van zo’n bron representatief is voor alle liberalen.

– Wat kun je met de bron bewijzen?

– Op welke vraag geeft de bron een antwoord?

2 Feit en mening

Je moet weten wat het verschil is tussen een feit en een mening.

Een feit is in het vak geschiedenis een algemeen erkende waarheid, bijvoorbeeld dat de industriële revolutie is begonnen in Engeland. Een mening is een standpunt, waarmee niet iedereen het eens zal zijn, bijvoorbeeld dat kinderarbeid onmisbaar is voor een goedlopende economie.

3 Oorzaak en gevolg

Je moet weten wat het verschil is tussen oorzaak en gevolg.

Een voorbeeld: door de verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog (= oorzaak), ontstond er in Nederland woningnood in de jaren vijftig (= gevolg).

4 Interpretatie

Dit wil zeggen dat je na het bestuderen van een bron, of meerdere bronnen, de gegevens uit die bron(nen) kunt verwerken in een uitleg.

5 Inleving en standplaatsgebondenheid

Er wordt van je verwacht dat je jezelf kunt inleven in een andere tijd in de geschiedenis. Bij het onderwerp Staatsinrichting van Nederland moet je je bijvoorbeeld kunnen inleven in de gedachten en gevoelens van de Nederlanders die streden voor algemeen kiesrecht.

Bij het bestuderen van bronnen moet je ook rekening houden met de standplaatsgebondenheid van een persoon. Een directeur van de spoorwegen bijvoorbeeld zal weinig positiefs te melden hebben over spoorwegstakers.

6 Veranderingen (discontinuïteit) en dingen die hetzelfde zijn gebleven (continuïteit)

Wanneer je een langere periode uit de geschiedenis bestudeert, moet je weten welke dingen veranderen en welke dingen hetzelfde zijn gebleven.

In de negentiende eeuw kregen steeds meer Nederlandse mannen kiesrecht (= continuïteit). Vrouwen mochten in de negentiende eeuw niet stemmen (= continuïteit). In 1917 kregen vrouwen passief kiesrecht en in 1919 actief kiesrecht (= discontinuïteit).

Oefenen met vraagtypen

Oefenen met vraagtypen

Na bestudering van de examentraining theorie ga je nu leren welke typen vraagstellingen je op het centraal examen kunt verwachten met daarbij een of meer vragen uit de praktijk van de laatste jaren. We gebruiken vraagformuleringen die je ook op het examen mag verwachten.

Let op: bij vorige examens werden vooral de open vragen en ‘Door de tijd heen’-vragen (chronologievragen) slecht gemaakt. Besteed aan dit soort vragen dus extra aandacht bij het oefenen.

Vraagtypen in het centraal examen

I Vragen die duidelijk maken dat je de ‘relevante personen’ goed hebt bestudeerd

II Vragen die duidelijk maken of je gebeurtenissen goed kunt plaatsen in de tijd

III Vragen waarbij je moet laten zien dat je weet wat een historisch onderzoek inhoudt

IV Vragen die duidelijk maken dat het belangrijk is dat je staatkundige kaarten en gebeurtenissen die daar invloed op hebben goed hebt bestudeerd

V Meerkeuzevragen zonder bron

VI Meerkeuzevragen met bron

VII Open vragen zonder bron

VIII Vragen waarbij je na een keuze een argumentatie moet geven

IX Chronologie- en volgordevragen ’Door de tijd heen’.

X Combinatievragen type 1

XI Combinatievragen type 2

XII Combinatievragen type 3

XIII Gesloten vragen

XIV Vragen met meerdere bronnen

XV Vragen met een invultekst

XVI Vragen met een tijdbalk

XVII Vragen met een grafiek of tabel

XVIII Vragen waarin het gaat om kenmerken

XIX Open vragen waarin het gaat om redenen of verklaringen

XX Vragen met juist/onjuist of goed/fout

XXI Open vragen waarin het gaat om ontwikkelingen

XXII ‘Door de tijd heen’-vragen die over en door perioden heen gaan

XXIII Vragen waarin het gaat om het leggen van verbanden

Vragen die duidelijk maken dat je de ‘relevante personen’

Zij was een van de eerste vrouwen in Nederland die zich inzette voor vrouwenkiesrecht. Zij richtte onder andere de Vrije Vrouwen Vereeniging op en werkte samen met Aletta Jacobs in de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. In 1969 wordt de vrouwenbeweging ‘Dolle Mina’ naar haar

Vragen die duidelijk maken of je gebeurtenissen goed

Hiervoor moet je het chronologisch overzicht met de belangrijkste jaartallen goed kennen.

Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht

Gebruik bron 2. 2 Wanneer is deze foto gemaakt?

A rond 1860

B rond 1900

C rond 1940

D rond 1980

3 Hieronder staan enkele titels van hoofdstukken uit een boek over Nederland in de twintigste eeuw:

Hoofdstuk 1: 1900-1920

Hoofdstuk 2: 1920-1940

Hoofdstuk 3: 1940-1960

Hoofdstuk 4: 1960-1980

Hoofdstuk 5: 1980-2000

t Bij welk hoofdstuk hoort de Eerste Feministische Golf en bij welk hoofdstuk de Tweede Feministische Golf?

Eerste Feministische Golf Tweede Feministische Golf

A Hoofdstuk 1

B Hoofdstuk 1

C Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 3

Vragen waarbij je moet laten zien dat je weet wat een

Een poster van de ANWB (=Algemene Nederlandse Wielrijdersbond) uit 1916

Gebruik bron 3, 4, 5, 6 en 7.

4 Stel, je doet onderzoek naar de verzuiling in Nederland en je hebt deze vijf bronnen tot je beschikking.

t Welke twee bronnen zijn kenmerkend voor de Nederlandse verzuiling?

Verklaar je keuze.

Doe het zo:

Bron …(vul nummer van de bron in) is kenmerkend, want …(verklaar je keuze).

Bron …(vul nummer van de bron in) is kenmerkend, want …(verklaar je keuze).

bron 11 Een getuige van een gebeurtenis (1918)

Hij riep de arbeiders op om te gaan demonstreren. Op 11 november maakte hij zijn programma bekend. Diezelfde avond hield hij een hartstochtelijke toespraak waarbij hij de arbeidersklasse in Nederland opriep de politieke macht te grijpen.

bron 12 Een tekst over de Vrije Universiteit (1920)

De ‘kleine luyden’ tellen mee! Door de toegenomen welvaart kunnen mensen die zelf niet meer dan lager onderwijs hebben gehad, hun zonen naar de Vrije Universiteit sturen. De ‘kleine luyden’ spelen in Nederland een belangrijke rol in de kerk, in de politiek en in de maatschappij.

Gebruik bron 8, 9, 10, 11 en 12.

5 Stel, je doet onderzoek naar de geschiedenis van de ARP in Nederland en je vindt deze vijf bronnen.

t Welke twee bronnen geven informatie over de geschiedenis van de ARP? Schrijf alleen de nummers op.

6

Gebruik bron 13.

t Welke gebeurtenis hoort bij deze afbeelding?

A de invoering van de euro

B de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap

C de oprichting van de Europese Unie

D de uitbreiding van de Europese Gemeenschap

V Meerkeuzevragen zonder bron

7 t Welke bewering over Europese wetgeving is juist?

Europese wetgeving

A gaat boven de nationale wetgeving van lidstaten.

B is gericht op lidstaten die de euro hebben ingevoerd.

C is voor de lidstaten niet van betekenis.

D wordt opgesteld door het Europese Hof van Justitie.

8 Aletta Jacobs werd ook bekend door haar strijd voor meer politieke rechten voor vrouwen.

t Welke bewering over de oprichting van de VvVK (= de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht) is juist?

A Aan het einde van de negentiende eeuw werd de VvVK opgericht om de strijd te steunen voor de financiële gelijkstelling van jongens en meisjes in het onderwijs.

B Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker zorgden met de oprichting van de VvVK voor het begin van de Tweede Feministische Golf.

C De oprichting van de VvVK was een belangrijke gebeurtenis tijdens de Eerste Feministische Golf, waarbij het verkrijgen van vrouwenkiesrecht het belangrijkste doel was.

D Nadat vrouwen algemeen kiesrecht hadden gekregen, richtten Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker de VvVK op.

Toelichting

Op de kip staat Europa.

Op de kuikens staat: Oekraïne, Hongarije, Polen, Kroatië en Slovenië.

Gebruik bron 14.

9 t Welke omschrijving hoort bij de prent?

A De NAVO biedt bescherming aan haar West-Europese lidstaten die bedreigd worden door de communistische landen uit Oost-Europa.

B Door de Marshallhulp van de Verenigde Staten kan een aantal Europese landen weer op eigen benen staan.

C Door het wegstemmen van de Europese grondwet is de Europese Unie in een crisis terechtgekomen en wordt nu uitgelachen door de Europese landen die geen EU-lid zijn.

D Na het uiteenvallen van de Sovjetunie streven de landen uit het voormalig Oostblok naar het lidmaatschap van de Europese Unie.

VII Open vragen zonder bron

10 t Welke taak heeft de nationale ombudsman in de Nederlandse rechtsstaat?

11 De confessionelen wilden in de Grondwet van 1917 financiële gelijkstelling van het bijzonder en het openbaar onderwijs opnemen. De socialisten wilden daaraan meewerken in ruil voor confessionele steun bij een ander onderdeel van de grondwet.

t Voor welk onderdeel van de grondwet wilden de socialisten steun?

VIII Vragen waarbij je eerst een antwoord kiest en daarna argumenten moet geven

12 Regelmatig laait in Nederland de discussie op over de rechten van gevangenen die levenslang hebben gekregen.

t Vind jij dat levenslanggestraften dezelfde grondrechten moeten hebben als alle andere Nederlandse burgers? Geef een politiek of juridisch argument.

Doe het zo:

Ik vind dat levenslanggestraften wel/niet (maak een keuze) dezelfde grondrechten moeten hebben als alle andere Nederlandse burgers, omdat … (geef een politiek of juridisch argument).

bron 15bron 16

Gebruik bron 15.

13

Gebruik bron 16.

De bron laat arbeiders zien die een kanaal uitgraven. Stel je voor dat een voorstander en een tegenstander van het beleid van Stalin de bron bekijken. Er wordt aan beiden gevraagd een propaganda-onderschrift te maken bij de bron.

De bron laat arbeiders zien die een kanaal uitgraven. Stel je voor dat een voorstander en een tegenstander van het beleid van Stalin de bron bekijken. Er wordt aan beiden gevraagd een propaganda-onderschrift te maken bij de bron. 2p 30

t Bedenk bij de bron een propaganda-onderschrift van een mogelijke voorstander en tegenstander van het beleid van Stalin.

Bedenk bij de bron een propaganda-onderschr ift van een mogelijke voorstander en tegenstander van het beleid van Stalin.

Doe het zo: voorstander: … tegenstander: …

Doe het zo: voorstander: … tegenstander: …

maximumscore 2

Voorbeeld van een juist antwoord is:

• voorstander: Sovjetburgers werken samen aan een goede toekomst van het land / door ons allemaal goed in te zetten, zal de Sovjetunie economisch machtig worden 1

• tegenstander: Sovjetburgers betalen de prijs voor Stalins succes / economische vooruitgang over de ruggen van de Sovjetburgers 1

Opmerking

Het antwoord dient een duidelijk propagandistisch karakter te hebben.

Oefenen met vraagtypen

IX Chronologie- en volgordevragen

Op het examen worden dit “Door de tijd heen”-vragen genoemd. Je moet een aantal stappen van een ontwikkeling in de juiste volgorde zetten of je moet een aantal onderwerpen, gebeurtenissen, bronnen of fragmenten in de juiste tijdsvolgorde, vroeger naar later, zetten. Bij volgordevragen is het belangrijk dat je de chronologische overzichten goed hebt bestudeerd.

14 Enkele stappen die worden gezet voordat een wetsvoorstel een wet wordt:

1 De Eerste Kamer gaat akkoord met het wetsvoorstel.

2 De Koningin zet haar handtekening onder de wet.

3 De Minister maakt een wetsvoorstel.

4 De Tweede Kamer gaat akkoord met het wetsvoorstel.

t Wat is de juiste volgorde voor het totstandkomen van een wet?

Schrijf alleen de nummers op.

Doe het zo:

Eerst …, dan … , vervolgens … en ten slotte …

bron 16 Drie fragmenten van grondwetten uit verschillende perioden

fragment 1:

De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door alle mannelijke inwoners van Nederland vanaf 23 jaar. Iedere mannelijke inwoner mag slechts één stem uitbrengen.

fragment 2:

De leden van de Tweede Kamer worden in de kiesdistricten gekozen door meerderjarige mannen. Deze mannen mogen stemmen wanneer zij een bepaald bedrag aan belasting betalen. fragment 3:

De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door de Nederlanders die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.

Gebruik bron 16.

15 De drie fragmenten gaan over de wijze waarop de Tweede Kamer wordt gekozen.

t Zet de fragmenten in de juiste tijdsvolgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst … , dan … en ten slotte … (vul nummers in)

16 Enkele gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog:

1 de aanval op Pearl Harbor

2 de atoombom op Hiroshima

3 de Duitse inval in Polen

4 de invasie in Normandië

t Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).

X Combinatievragen type 1: Je moet een beschrijving geven of een bron combineren met een bepaald begrip

Bij deze vragen is het belangrijk dat je de begrippenlijst van elk onderwerp goed in je hoofd hebt.

17 Enkele beschrijvingen van rechten van de Tweede Kamer:

a De Kamer heeft het recht om de begroting van een minister af te wijzen, te veranderen en aan te nemen.

b De Kamer heeft het recht om een commissie in te stellen die onderzoek doet naar de rol van de overheid in een bepaalde kwestie.

c De Kamer heeft het recht om een minister ter verantwoording te roepen.

d De Kamer heeft het recht om in een wetsvoorstel van de minister een verandering aan te brengen vóórdat het voorstel wordt aangenomen.

e De Kamer heeft het recht om zelf met een wetsvoorstel te komen.

Enkele rechten van de Tweede Kamer:

1 het budgetrecht

2 het recht van amendement

3 het recht van enquête

4 het recht van initiatief

5 het recht van interpellatie

Nederland en Europa

t Welke beschrijving hoort bij welk recht?

Doe het zo:

Beschrijving a hoort bij recht … (vul nummer in)

(enz. tot en met beschrijving e)

bron 2

Affiche van een omroep uit de jaren twintig.

bron 17 Affiche van een omroep uit de jaren twintig

Gebruik bron 17.

Gebruik bron 2.

18 In 1930 nam de Nederlandse regering het ‘zendtijdenbesluit’. Daarmee werd alle beschikbare radiozendtijd eerlijk in vieren gedeeld. Zo werden de vier omroepverenigingen (NCRV, VARA, AVRO en KRO) allemaal gelijk behandeld.

t Welk begrip past bij de bron?

In 1930 nam de Nederlandse regering het 'zendtijdenbesluit'. Daarmee werd alle beschikbare radiozendtijd eerlijk in vieren gedeeld. Zo werden de vier omroepverenigingen (NCRV, VARA, AVRO en KRO) allemaal gelijk behandeld.

A mobilisatie

1p 18 Welk begrip past bij de bron?

B ontzuiling

E mobilisatie

C secularisatie

D verzuiling

F ontzuiling

G secularisatie

H verzuiling

Oefenen met vraagtypen

bron 3

De Eerste Wereldoorlog

Kroonprins Frans Ferdinand van Oostenrijk/Hongarije.

Enkele gebeurtenissen die zich afspelen in de periode van 1914 tot 1945.

XI Combinatievragen type 2: Je moet kiezen in welke periode een bron geplaatst moet worden

bron 3

Kroonprins Frans Ferdinand van Oostenrijk/Hongarije.

bron 18 Kroonprins Frans Ferdinand van Oostenrijk/Hongarije

bron 4

bron 4

Een Nederlandse verzetsgroep brengt een explosieve lading aan in de strijd tegen de Duitse overheersing.

Een Nederlandse verzetsgroep brengt een explosieve lading aan in de strijd tegen de Duitse overheersing.

bron 19 Een Nederlandse verzetsgroep brengt een explosieve lading aan in de strijd tegen de Duitse overheersing

bron 5

De opvang van Belgische vluchtelingen in het neutrale Nederland.

bron 5

De opvang van Belgische vluchtelingen in het neutrale Nederland.

bron 20 De opvang van Belgische vluchtelingen in het neutrale Nederland

bron 6

Koningin Wilhelmina keert terug naar Nederland.

bron 6

Koningin Wilhelmina keert terug naar Nederland.

Gebruik bron 18, 19, 20 en 21. 19 Hieronder staan drie periodes: periode A: de Eerste Wereldoorlog periode B: het Interbellum periode C: de Tweede Wereldoorlog t Geef per bron aan bij welke periode die hoort.

Doe het zo:

Bron 18 hoort bij periode: … (vul in: periode A, B of C) (enz. tot en met bron 21)

bron 21 Koningin Wilhelmina keert terug naar Nederland syllabus geschiedenis en

Oefenen met vraagtypen

bron 22 Uit een troonrede

De handhaving van het financiële evenwicht is de laatste jaren bevorderd door de Marshallhulp. Toch is op economisch gebied waakzaamheid geboden. De regering moet maatregelen nemen op het gebied van de loon- en prijspolitiek en vraagt daarvoor eerst advies aan de samenwerkende organisaties van werkgevers en werknemers.

De bevordering van de industrialisatie blijft een kernpunt van de economische politiek.

Nederland heeft zich de afgelopen vijf jaar uit de diepste ellende opgetrokken. Daaruit mag vertrouwen worden geput dat ons volk krachtig genoeg is om haar taak te vervullen.

Gebruik bron 22.

20 t Uit welke tijd is deze troonrede afkomstig: de jaren dertig, vijftig of zeventig van de vorige eeuw? Geef daarna twee voorbeelden uit de bron waarom de troonrede afkomstig moet zijn uit die tijd.

Doe het zo:

De troonrede is afkomstig uit de jaren … (vul in: dertig, vijftig of zeventig), omdat … en omdat … (geef twee voorbeelden uit de bron).

XII Combinatievragen type 3: Vragen waarbij je een gebeurtenis moet combineren met het gevolg op die gebeurtenis

21 Enkele gebeurtenissen:

1 de Russische Revolutie

2 oprichting van de NAVO

3 uitvinding van de atoombom in de Verenigde Staten

Enkele gevolgen:

a de oprichting van het Warschaupact

b het begin van een jarenlange wedloop in kernwapens

c westers wantrouwen ten opzichte van de Sovjetunie

t Welk gevolg hoort bij welke gebeurtenis? Let op! Elke gebeurtenis en elk gevolg mag maar één keer gebruikt worden.

Doe het zo:

Bij gebeurtenis 1 hoort gevolg … (vul een letter in)

(enz. tot en met gebeurtenis 3)

22

XIII Gesloten vragen over een bepaald onderwerp: je moet kiezen uit een lijst van beschrijvingen of enkele bronnen

Soms moet je kiezen welke beschrijvingen of bronnen wel met het onderwerp te maken hebben of welke er juist niet mee te maken hebben.

Enkele belangrijke politieke onderwerpen:

a abortus en euthanasie

b bestrijding van de criminaliteit

c energie en transport

d softdrugs en coffeeshops

e toerisme

t Over welke twee onderwerpen zijn binnen de Europese Unie belangrijke afspraken gemaakt? Vul alleen de letters in.

XIV Vragen met meerdere bronnen: je moet kiezen of ze passen bij een bepaald onderwerp, een bepaalde periode of een bepaald kenmerk

De bronnen 23 tot en met 27 gaan over vijf gebeurtenissen in de periode 1860-1920 en staan in willekeurige volgorde.

bron 23

Het laatste doodvonnis in Nederland wordt voltrokken in 1860. In 1870 wordt de doodstraf uit het strafrecht geschrapt. In het militair recht blijft de doodstraf bestaan.

bron 24

Door de uitbreiding van het kiesrecht in 1917 krijgt Nederland eindelijk het algemeen kiesrecht. Elke man vanaf 23 jaar mag nu stemmen. Vrouwen mogen wel worden gekozen, maar mogen zelf niet stemmen.

bron 25

In Nederland wordt in 1898, twee jaar na de introductie van de eerste auto, de rijvergunning verplicht. Daarmee is Nederland het eerste land dat een nationaal nummerbord invoert.

bron 26

Bij de invoering van de Woningwet in 1901 krijgen de gemeenten onder meer de mogelijkheid om woningen onbewoonbaar te verklaren. De gemeenten worden ook verantwoordelijk gehouden voor de naleving van de bouwvoorschriften.

bron 27

Multatuli publiceert in 1860 de roman Max Havelaar. Daarin schrijft hij over de slechte behandeling van de inlandse bevolking in Indonesië.

Oefenen met vraagtypen

Gebruik bron 23 t/m 27.

23 t In welke twee bronnen staan gebeurtenissen die Nederlandse arbeiders het meest hebben geholpen bij het verbeteren van hun leefomstandigheden in de periode 18601920? Geef ook aan waarom dat een verbetering was.

Doe het zo:

Bron …(vul een nummer in), omdat …(volgt verklaring).

Bron …(vul een nummer in), omdat …(volgt verklaring).

XV Vragen met een invultekst

24 Vier Europese instellingen:

1 de Europese Commissie

2 de Europese Raad van Ministers

3 het Europees Parlement

4 het Europese Hof van Justitie

Invultekst over de besluitvorming in de Europese Unie:

Nieuwe wetten worden voorgesteld door …(a)… . Wanneer het voorstel is besproken en goedgekeurd door …(b)… wordt het daarna besproken en als besluit vastgesteld door …(c)… .

t Vul op de drie opengelaten plaatsen de juiste naam in van de Europese instelling. Let op! Er blijft één instelling over.

Doe het zo:

a = … (vul nummer in)

(enz. tot en met c)

XVI Vragen met een tijdbalk

25 Hieronder staat een tijdbalk.

Enkele belangrijke politieke gebeurtenissen in Nederland in de periode van 1800 tot 2000:

1 De PvdA wordt opgericht om de verzuiling te doorbreken.

2 De regering vlucht vanuit Nederland naar Londen.

3 Het districtenstelsel wordt vervangen door het stelsel van evenredige vertegenwoordiging.

4 Kuyper richt de eerste politieke partij (ARP) in Nederland op.

5 Thorbecke krijgt opdracht tot herziening van de grondwet.

t Geef per gebeurtenis aan bij welke letter in de tijdbalk (A, B, C, D of E) deze gebeurtenis hoort. Let op! Elke letter mag maar één keer gebruikt worden.

Doe het zo:

Bij gebeurtenis 1 hoort letter … (vul letter in).

(enz. tot en met gebeurtenis 5)

26 Vijf gebeurtenissen tussen 1915 en 1945:

1 D-day

2 de beurscrisis op Wallstreet

3 het sluiten van de Vrede van Versailles

4 het uitbreken van de Russische revolutie

5 Hitler komt aan de macht in Duitsland

t Geef per gebeurtenis aan bij welke periode van de tijdbalk (A, B, C, D, E of F) die hoort. Let op! Een periode kan meer dan één keer gebruikt worden.

Doe het zo:

Gebeurtenis 1 hoort bij periode … (vul letter in).

(enz. tot en met gebeurtenis 5)

met vraagtypen

XVII Vragen met een grafiek of tabel

bron 28 Twee grafieken met informatie over de Nederlandse samenleving tussen 1900 en 1990

Gebruik bron 28. 27 Drie onderwerpen: a echtscheidingen

b emigratie

c geboortecijfer

t Welke grafiek past bij welk onderwerp? Let op! Er blijft één onderwerp over.

Doe het zo:

Bij grafiek 1 past onderwerp … (vul letter in).

Bij grafiek 2 past onderwerp … (vul letter in).

bron 29 Kerkelijkheid en niet-kerkelijkheid in Nederland vanaf 1960 in procenten van de totale bevolking

kolom 1 kolom 2 kolom 3 kolom 4

jaartal

godsdiensten

Oefenen

Gebruik bron 29.

28 t Bij welke kolom hoort het opschrift ‘niet-kerkelijkheid’?

A kolom 1

B kolom 2

C kolom 3

XVIII Vragen waarin het gaat om kenmerken

bron 30 Verkiezingsaffiche van de NSB (in de jaren dertig)

Gebruik bron 30.

29 In de bron zijn kenmerken van het nationaal-socialisme te herkennen.

t Noem er twee.

Oefenen met vraagtypen

bron 31 Een spotprent over de Sovjetunie

bron 13 een spotprent over de Sovjetunie

Toelichting

Als een van de weinige leiders van de Sovjetunie bereikte Mikojan de pensioengerechtigde leeftijd (op zijn koffer staat: ‘met pensioen’).

Gebruik bron 31.

30 In de bron wordt de spot gedreven met een kenmerk van het stalinisme.

bron 14 uit een krantenartikel

t Welk kenmerk is dat?

Engelse bomaanval op Den Haag

A censuur

Huis aan de Valkenboschkade getroffen

B indoctrinatie

Twee doden en een gewonde

C persoonsverheerlijking

D propaganda

E zuiveringen

Zaterdagavond even over half twaalf heeft een Engels vliegtuig, na een duikvlucht, een bom geworpen op een huis aan de Valkenboschkade. Daarbij werden twee huizen vernield. In deze dichtbevolkte woonwijk zonder enige strategische betekenis werden door deze aanval twee bewoners, een man van 73 jaar en een meisje van 13 jaar, gedood. Hun dood heeft in de gehele stad tot grote verontwaardiging geleid.

XIX Open vragen waarin het gaat om het geven van een (of meer) reden(en) of verklaring(en)

Let bij dit soort vragen heel goed op, want soms wordt er speciaal gevraagd naar een historische, internationale, politieke, economische, sociale of culturele verklaring/reden.

31 In 1917 werd het districtenstelsel vervangen door het stelsel van evenredige vertegenwoordiging.

t Noem een politieke reden waarom besloten is tot invoering van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging.

32 De Verenigde Staten werden in hun strijd tegen het terrorisme gesteund door Nederland.

t Noem één historische reden waarom veel Nederlanders de Verenigde Staten steunden in hun strijd tegen het terrorisme.

33 In 1943 riep een belangrijk Engels tijdschrift Stalin uit tot man van het jaar.

GT-0125-a-10-1-b 8 lees verder ►►►

t Geef een politieke of militaire verklaring waarom een Engels tijdschrift in 1943 Stalin uitriep tot man van het jaar.

XX Vragen met juist/onjuist of goed/fout

bron 32 Een tekst over grondrechten

Klassieke grondrechten zijn anders dan sociale grondrechten. Sociale grondrechten werden het eerst in de grondwet opgenomen.

Een ander verschil is dat klassieke grondrechten zorgen voor de bescherming van burgers tegen de overheid.

Voorbeelden van klassieke grondrechten zijn het recht op rechtsbijstand en vrijheid van meningsuiting.

Voorbeelden van sociale grondrechten zijn het recht op werk en vrijheid van godsdienst.

Gebruik bron 32.

34 In de tekst zitten drie fouten.

t Welke drie fouten zitten in de tekst? Schrijf de fouten op en verbeter ze.

Doe het zo:

De eerste fout is … (noem de fout).

Het moet zijn … (schrijf de verbetering op).

(enz. tot en met de derde fout)

35 Enkele beweringen over de Eerste Wereldoorlog:

1 Bij het uitbreken van de oorlog waren Rusland en de Verenigde Staten de belangrijkste geallieerde landen.

2 De aanleiding voor de oorlog was de aanval van Oostenrijk-Hongarije op Joegoslavië.

3 De Duitse aanval liep in België en Noord-Frankrijk vast in een loopgravenoorlog.

4 Duitsland en Oostenrijk-Hongarije waren bondgenoten van elkaar.

5 Het communisme en het nationalisme waren twee belangrijke oorzaken van de Eerste Wereldoorlog.

t Geef per bewering aan of deze juist of onjuist is.

XXI Open vragen waarin het gaat om ontwikkelingen

36 Rond 1900 waren veel mensen in Europa van mening dat het leven in de toekomst alleen maar beter zou worden.

t Noem een ontwikkeling rond 1900 die zorgde voor dit grote vertrouwen in de toekomst.

bron 33 Een krantenbericht over Oudejaarsnacht 2008

Twee raadsleden van GroenLinks uit Rotterdam en Den Haag zijn een burgerinitiatief begonnen om het afsteken van vuurwerk voortaan te verbieden. Als zij veertigduizend handtekeningen verzamelen moet de Tweede Kamer het voorstel... behandelen.

Gebruik bron 33.

37 t Bij welke maatschappelijke ontwikkeling hoort het initiatief van de beide raadsleden?

A democratisering

B emancipatie

C ontzuiling

D secularisatie

E verstedelijking

Oefenen met vraagtypen

XXII ‘Door de tijd heen’-vragen over en door perioden heen

38 Hieronder staan vijf gebeurtenissen die vanaf 1848 in Nederland hebben plaatsgevonden:

1 In Amsterdam breekt de Februaristaking uit.

2 In de omgeving van Arnhem vindt operatie Market Garden plaats.

3 In Den Haag heeft Willem III een conflict met het parlement over de Luxemburgse kwestie.

4 In Rotterdam houdt Troelstra een toespraak waarin hij de arbeiders oproept in opstand te komen.

5 In Rotterdam wordt de binnenstad gebombardeerd door de Duitse luchtmacht.

t Zet de gebeurtenissen in de juiste tijdvolgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, dan …, vervolgens … en ten slotte … (vul alleen de nummers in).

XXIII Vragen waarin het gaat om het leggen van verbanden

bron 34 De Duitse geheime politie schrijft op 11 november 1938 in een rapport:

Afgelopen nacht zijn er 191 synagogen en 11 buurthuizen in brand gestoken. Nog eens 76 synagogen zijn tot de grond toe verwoest. Daarnaast zijn er zo’n 20.000 Joden opgepakt. Er vielen 36 doden en er waren ook 36 zwaargewonden. Deze doden en gewonden zijn Joden.

39 Gebruik bron 34.

t Leg uit dat de gebeurtenis in de bron past bij een kenmerk van het nationaalsocialisme.

Doe dit door:

– eerst het kenmerk te noemen van het nationaalsocialisme, en – daarna met een voorbeeld uit de bron dat kenmerk aan te tonen.

Uitwerkingen bij Oefenen met vraagtypen

1 (Wilhelmina) Drucker

Uit de inleiding van de vraag blijkt dat er alleen maar sprake kan zijn van (Wilhelmina) Drucker, omdat de andere feministische grootheid Aletta Jacobs al in de tekst genoemd staat. Extra aanwijzing is de groep Dolle Mina: Mina is een verwijzing naar haar voornaam (Wilhel)mina.

4 – Bron 3 is kenmerkend, want er is sprake van een aparte katholieke radio-omroep/ radioblad.

– Bron 6 is kenmerkend, want er is sprake van een aparte (socialistische) arbeiderszangvereniging.

5

10

Uit het antwoord moet blijken dat de taak van de nationale ombudsman bestaat uit het (onafhankelijk en onpartijdig) behandelen van klachten van burgers over de (instanties van de) overheid / het optreden van de overheid.

11 Uit het antwoord moet blijken dat de socialisten steun vroegen voor het algemeen kiesrecht (voor mannen).

12 Voorbeeld van een juist antwoord is:

Ik vind dat levenslanggestraften wel dezelfde grondrechten moeten hebben als alle andere Nederlandse burgers, omdat iedereen in Nederland voor de wet gelijk is / het gelijkheidsbeginsel voor iedereen geldt. of

Ik vind dat levenslanggestraften niet dezelfde grondrechten moeten hebben als alle andere Nederlandse burgers, omdat het gelijkheidsbeginsel alleen van toepassing zou moeten zijn op mensen die de grondwet respecteren / niet de grondrechten van anderen schenden.

13 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– Voorstander: Sovjetburgers werken samen aan een goede toekomst van het land / door ons allemaal goed in te zetten, zal de Sovjetunie economisch machtig worden.

– Tegenstander: Sovjetburgers betalen de prijs voor Stalins succes / economische vooruitgang over de ruggen van de Sovjetburgers.

Opmerking:

Het antwoord dient een duidelijk propagandistisch karakter te hebben.

14 Eerst 3, dan 4, vervolgens 1 en ten slotte 2

Opmerking:

Er is maar één juiste volgorde.

15 Eerst 2, dan 1 en ten slotte 3

16 Eerst 3, dan 1, vervolgens 4 en ten slotte 2

17

Beschrijving a hoort bij recht 1

Beschrijving b hoort bij recht 3

Beschrijving c hoort bij recht 5

Beschrijving d hoort bij recht 2

Beschrijving e hoort bij recht 4

18 D

19 Bron 18 hoort bij periode A

Bron 19 hoort bij periode C

Bron 20 hoort bij periode A

Bron 21 hoort bij periode C

20 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– De troonrede is afkomstig uit de jaren vijftig, omdat er sprake is van (twee van de volgende):

– Marshallhulp.

– Geleide loon- en prijspolitiek.

– Samenwerking tussen werkgevers en werknemers.

– Bevordering van industrialisatie.

– Wederopbouw van Nederland.

21 Bij gebeurtenis 1 hoort gevolg c

Bij gebeurtenis 2 hoort gevolg a

Bij gebeurtenis 3 hoort gevolg b

22 – Onderwerp b

– Onderwerp c

23 Uit het antwoord moet blijken:

– In bron 24, omdat arbeiders kiesrecht kregen / invloed konden uitoefenen op het politieke beleid van partijen.

– In bron 26, omdat arbeiders betere woonomstandigheden/woningen kregen (door de invoering van de Woningwet).

24 a = 1

b = 3

c = 2

25 Bij gebeurtenis 1 hoort letter E

Bij gebeurtenis 2 hoort letter D

Bij gebeurtenis 3 hoort letter C

Bij gebeurtenis 4 hoort letter B

Bij gebeurtenis 5 hoort letter A

26 Gebeurtenis 1 hoort bij periode F

Gebeurtenis 2 hoort bij periode C

Gebeurtenis 3 hoort bij periode A

Gebeurtenis 4 hoort bij periode A

Gebeurtenis 5 hoort bij periode D

27 Bij grafiek 1 past onderwerp a (=echtscheidingen).

Bij grafiek 2 past onderwerp c (=geboortecijfer).

29 Voorbeeld van een juist antwoord is (twee van de volgende):

– het brengen van de nazigroet.

– leidersbeginsel.

– de aanhangers zijn in het zwart gekleed / zwarthemden / uniformen.

– streven naar volkseenheid door middel van één partij / NSB.

– afkeer van de verdeeldheid door partijen / afkeer van democratie.

– er staan alleen maar mannen afgebeeld / vooral mannen houden zich bezig met politiek.

30 E

31 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– Bij evenredige vertegenwoordiging maken ook kleinere politieke partijen kans gekozen te worden in vertegenwoordigende organen, zoals de Tweede Kamer.

– Bij evenredige vertegenwoordiging is er een eerlijker afspiegeling van de politieke voorkeur van de bevolking.

32 Uit het antwoord moet blijken dat veel Nederlanders de Verenigde Staten steunden, omdat (één van de volgende): – toen Nederland werd aangevallen door Duitsland (tijdens de Tweede Wereldoorlog) de Amerikanen Nederland hebben geholpen en mede hebben bevrijd.

– Nederland en de Verenigde Staten beide lid zijn van de NAVO.

– beide landen vrije westerse/kapitalistische landen zijn met nauwe economische en politieke banden.

– Nederland economisch afhankelijk is van de Verenigde Staten.

33 Voorbeeld van een juist antwoord (één van de volgende):

– politieke verklaring: Stalin / de Sovjet-Unie was in 1943 in de strijd tegen Nazi-Duitsland een bondgenoot van Groot Brittannië.

– militaire verklaring: Stalin / de Sovjet-Unie hoorde bij de geallieerden / beschikte over een groot leger / had met zijn leger een grote krachtsinspanning geleverd (bijvoorbeeld de overwinning in de slag bij Stalingrad).

34 Uit het antwoord moet blijken dat:

De eerste fout is dat sociale grondrechten het eerst in de grondwet zijn opgenomen.

Het moet zijn: later / het laatst of klassieke grondrechten werden voor het eerst opgenomen in de grondwet.

De tweede fout is dat het recht op rechtsbijstand een klassiek grondrecht is.

Het moet zijn: een sociaal grondrecht.

De derde fout is dat vrijheid van godsdienst een sociaal grondrecht is.

Het moet zijn: een klassiek grondrecht.

35 Bewering 1 is onjuist.

Bewering 2 is onjuist.

Bewering 3 is juist.

Bewering 4 is juist.

Bewering 5 is onjuist.

36 Voorbeeld van een juist antwoord is (één van de volgende):

– De industrialisatie / de technologische ontwikkelingen/uitvindingen had(den) de mensen een groot vertrouwen in de toekomst gegeven.

– De opkomst van het socialisme leek / de vakbonden leken de nadelen van de industrialisatie, zoals de sociale kwestie, op te lossen.

37 A

38 Eerst 3, dan 4, dan 5, vervolgens 1 en ten slotte 2.

39 Voorbeeld van een juist antwoord is: – kenmerk: antisemitisme/jodenhaat – voorbeeld uit de bron: er wordt geweld gebruikt tegen joden / joodse winkels / joodse gebedshuizen / joden worden gearresteerd/gedood of raken gewond.

Algemene begrippen geschiedenis en staatsinrichting

In de volgende lijst staan omschrijvingen van belangrijke historische begrippen die je in examenvragen kunt tegenkomen. Elk begrip wordt kort uitgelegd, soms met behulp van een voorbeeld. De lijst van begrippen is niet volledig. Samen met je docent kun je de lijst uitbreiden met andere algemene historische begrippen die je in vragen of bronnen tegenkomt.

Aanleiding Een gebeurtenis die iets in beweging zet. Een bekend voorbeeld is het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Er waren verschillende oorzaken waardoor de spanningen in Europa in 1914 hoog opliepen. De moord op Frans Ferdinand was de aanleiding van de oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië. Gevolg was een kettingreactie die leidde tot de Eerste Wereldoorlog.

Een aanleiding kan ook gezien worden als de meest directe of laatste oorzaak in een serie opeenvolgende oorzaken. Dit geldt bijvoorbeeld voor het ineenstorten van de beurs in Wallstreet (1929) als meest directe oorzaak voor de financieel-economische crisis die erop volgde.

Argument Reden om een standpunt of mening te bewijzen. Om te bewijzen dat de nazi’s grote wreedheden hadden begaan werden veel Duitse burgers gedwongen een concentratiekamp te bezoeken.

Beleid Maatregelen van een minister, een regering of andere bestuurders om een bepaald doel te bereiken.

Bron Een overblijfsel uit het verleden waardoor je meer over het verleden te weten komt.

Er zijn veel soorten bronnen en niet elke bron is even waardevol.

Continuïteit Wanneer iets in de loop van de tijd niet wezenlijk verandert, is er sprake van continuïteit. Het woord continu betekent hetzelfde blijven. Bijvoorbeeld de groei van de bevolking in Nederland in de twintigste eeuw.

Discontinuïteit Wanneer er sprake is van een duidelijke breuk en verandering in de loop van de tijd, dan is er sprake van discontinuïteit. Bijvoorbeeld de invoering van algemeen kiesrecht.

Doel Datgene wat een persoon, regering, minister enzovoort wil bereiken.

Feit Een feit wordt door vrijwel iedereen gezien als iets dat werkelijk is gebeurd of werkelijk bestaat. Bijvoorbeeld de grote betekenis van de lopende band voor de industriële productie.

Functie Een officiële positie die iemand bekleedt, bijvoorbeeld de minister-president van het Koninkrijk der Nederlanden of de president van de Verenigde Staten.

Gebeurtenis Een gebeurtenis is een (belangrijk) voorval, zoals de twee atoombommen op Hiroshima en Nagasaki in augustus 1945, of de aanslag op de Twin Towers in New York op 11 september 2001.

Gevolg Past in het rijtje oorzaak-aanleiding-gevolg. Belangrijke gebeurtenissen hebben soms grote gevolgen. De aanslag op Frans Ferdinand in 1914 leidde tot het uitbreken van een oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië. Dit was een gevolg op korte termijn (een maand na de aanslag). Uiteindelijk leidde deze oorlog tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Dit was een gevolg op langere termijn. De daders van de aanslag op Frans Ferdinand hebben waarschijnlijk geen rekening gehouden met het feit dat hun daad een

wereldoorlog tot gevolg zou hebben. Dit was dus een onbedoeld gevolg. Er zijn natuurlijk ook bedoelde gevolgen. Het afwerpen van twee atoombommen had tot bedoeld gevolg dat de Japanse regering zich overgaf.

Inleving Jezelf verplaatsen in de gedachten en leefwereld van personen uit het verleden en het heden.

Interpretatie Wanneer er meer historische bronnen zijn, is het belangrijk verbanden te leggen tussen de verzamelde gegevens. Op die manier kan een historische situatie gereconstrueerd worden. Wanneer je dat gedaan hebt, ben je bezig de gegevens te verwerken en te komen tot een interpretatie (uitleg) van een historische situatie.

Kenmerk Herkenningsteken (de Duitse soldaten in de Eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld waren te herkennen aan de punthelmen) of eigenschap waardoor iets (bijvoorbeeld het Stalinisme) of iemand (bijvoorbeeld Aletta Jacobs) zich onderscheidt. Bij het Stalinisme kan als kenmerk de persoonsverheerlijking van Stalin worden genoemd. Een van de kenmerken van Aletta Jacobs is haar strijd voor het vrouwenkiesrecht.

Mening Opvatting die gebaseerd is op persoonlijke motieven.

Middel Datgene wat je gebruikt om je doel te bereiken.

Motief Reden om iets juist wel of niet te doen.

Normen Regels die gelden in de persoonlijke omgang tussen mensen in de maatschappij. In de loop van de tijd kunnen de normen in een maatschappij veranderen.

Objectief Waarheidsgetrouw.

Ontwikkeling Voortgang of groei, bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Nederlandse economie in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Een ander woord voor ontwikkeling is (historisch) proces.

Oordeel Mening, waarbij het vaak gaat om goedkeuring of afkeuring.

Oorzaak Voor grote historische gebeurtenissen, zoals de Tweede Wereldoorlog in Europa, zijn (achteraf) vaak de oorzaken aan te geven waarom ze plaats vonden. Er zijn directe en indirecte oorzaken en er zijn oorzaken van meer en van minder belang.

Opvatting Mening.

Orgaan In de politieke geschiedenis gaat het meestal om een college van bestuur, bijvoorbeeld de Tweede Kamer of de Verenigde Naties.

Periode Tijdvak tussen een aantal jaren of gebeurtenissen. Bijvoorbeeld de regeerperiode van minister-president Colijn of de Tweede Wereldoorlog.

Rechtvaardiging Verdediging van een persoon of groepering waarom die bepaalde daden doet. Een staking bijvoorbeeld kan in de ogen van de stakers een gerechtvaardigd middel zijn om betere werkomstandigheden af te dwingen.

Reden Een grond of motief om iets te doen. Voorbeeld: voor de Amerikanen waren er verschillende redenen om Marshallhulp te verlenen.

Representatief Door middel van kenmerken een goed beeld geven van een bepaalde groep of een bepaalde periode in de geschiedenis. Andere woorden: kenmerkend, typerend. Voorbeelden van zulke groepen met bepaalde kenmerken zijn studenten, scholieren of voetbalfans.

Standplaatsgebondenheid of gebondenheid aan tijd en plaats Ieder mens denkt en handelt vanuit zijn eigen ervaringen. Op die ervaringen zijn van invloed: leeftijd, sekse, maatschappelijke positie, de tijd waarin men leeft, godsdienst of levensbeschouwing, de natie, staat of het volk waartoe iemand behoort en de politieke overtuiging die iemand heeft.

Standpunt Opvatting gebaseerd op persoonlijke motieven.

Stereotype Vaststaand beeld of oordeel over een groep, een volk of een ras. Zo’n oordeel is meestal gebaseerd op gevoelens en niet op feiten. Een stereotype kan positief maar ook negatief zijn. Bijvoorbeeld: alle ondernemers willen alleen maar hun werknemers uitbuiten.

Subjectief Niet waarheidsgetrouw, omdat er vooral vanuit een persoonlijk standpunt wordt gekeken.

Tijdgeest De manier waarop de meerderheid van de mensen denken en handelen in een bepaalde periode.

Verschijnsel Iets dat vaak voorkomt in de geschiedenis bij min of meer gelijke omstandigheden. Een ander woord is fenomeen. De consumptiemaatschappij kent bijvoorbeeld welvaartsverschijnselen.

Vooroordeel Oordeel dat niet is gebaseerd op feiten maar op persoonlijke gevoelens gericht op (een individu van) een groep, een volk, of een ras. Voorbeeld van een vooroordeel: alle Duitsers waren vóór de Tweede Wereldoorlog aanhangers van de ideeën van de nazipartij.

Waarden Opvattingen over goed en kwaad, belangrijk en onbelangrijk, mooi en lelijk die iemand als leidraad in zijn of haar leven gebruikt. Voorbeelden van waarden zijn trouw, eerlijkheid, vriendschap en solidariteit. Naties of staten kunnen ook waarden uitdragen.

De Verenigde Staten van Amerika bijvoorbeeld hebben vrijheid en democratie als belangrijke waarden.

ORIËNTATIETOETS

Hoe zou je het nu al doen op een examen?

De oriëntatietoets geeft je een eerste indruk.

Oriëntatietoets 1: Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848)

1 In 1848 werd de grondwet van Nederland gewijzigd. Koning Willem II wilde eigenlijk niets van deze wijziging weten. Tóch stemde hij in met de grondwetswijziging, omdat hij bang was zijn macht te verliezen. Hij was bang geworden door een politieke ontwikkeling die zich in verschillende Europese steden voordeed.

t Welke politieke ontwikkeling maakte de koning bang?

2 De Nederlandse grondwet is in de loop van de tijd verschillende keren gewijzigd. Hieronder staan zes wijzigingen:

1 De koning wordt onschendbaar.

2 De koning wordt politiek verantwoordelijk voor de ministers.

3 De regering wordt gecontroleerd door het parlement.

4 De Tweede Kamer wordt indirect gekozen.

5 Het recht op bewoonbaarheid van het land wordt ingevoerd.

6 Het recht van vereniging en vergadering wordt ingevoerd.

t Welke drie wijzigingen zijn in de Grondwet van 1848 opgenomen? Schrijf alleen de nummers op.

3 Door de Luxemburgse kwestie veranderde rond 1867 de politieke verhouding tussen het kabinet en het parlement. Bij deze verandering waren de volgende stappen belangrijk:

1 Alle leden van het kabinet dienden hun ontslag in.

2 Het kabinet kreeg een conflict met de Tweede Kamer over de aanpak van de Luxemburgse kwestie.

3 De Tweede Kamer keurde de begroting van het kabinet af.

t Wat is de juiste volgorde van stappen in deze verandering, van vroeger naar later?

A Luxemburgse kwestie → 2 → 1 → 3 → nieuwe politieke verhouding

B Luxemburgse kwestie → 2 → 3 → 1 → nieuwe politieke verhouding

C Luxemburgse kwestie → 3 → 1 → 2 → nieuwe politieke verhouding

D Luxemburgse kwestie → 3 → 2 → 1 → nieuwe politieke verhouding

4 Op welke manier werd de Tweede Kamer tussen 1848 en 1917 samengesteld?

A De leden werden benoemd door de koning.

B De leden werden benoemd door Provinciale Staten.

C De leden werden gekozen door middel van algemeen kiesrecht.

D De leden werden gekozen door middel van censuskiesrecht.

5 In 1895 werd in Nederland een telefoonverbinding met het buitenland tot stand gebracht.

De overheid werd eigenaar van deze telefoonverbinding.

t Past dit besluit bij de politieke uitgangspunten van de liberalen? Verklaar je antwoord.

Doe het zo: Dit besluit past wel/niet (maak keuze) bij de politieke uitgangspunten van de liberalen, want ... (geef verklaring).

bron 1 Een briefkaart (omstreeks 1910)

Gebruik bron 1.

6 Deze briefkaart werd gebruikt om propaganda te maken voor het vrouwenkiesrecht.

t Geef een reden waarom een briefkaart een geschikt propagandamiddel is.

7 Hieronder staan drie uitspraken over de Nederlandse samenleving rond 1900:

1 De overheid moet zich alléén bezighouden met onderwijs en veiligheid. Voor de rest moet de overheid zich zo weinig mogelijk bemoeien met de samenleving.

2 Het kapitalisme zorgt ervoor dat de meerderheid van de bevolking het slecht heeft. De overheid moet mensen die het slecht hebben, ondersteunen.

3 Het onderwijs aan ‘kleine luyden’ is vrij, maar de ‘scholen met de Bijbel’ zijn arm. Dat komt doordat de overheid de christelijke scholen ten onrechte niet financiert.

Hieronder staan vier maatschappelijke groeperingen:

a katholieken

b liberalen

c protestanten

d socialisten

t Geef per uitspraak aan welke maatschappelijke groepering daarbij hoort. Let op! Er blijft één maatschappelijke groepering over.

Doe het zo: Bij uitspraak 1 hoort maatschappelijke groepering ... (vul letter in), (enz. tot en met uitspraak 3).

bron 2 Uit een krantenartikel over de invoering van de Leerplicht (1899):

‘In een vergadering werd aan de heer Troelstra door een arbeider de volgende vraag gesteld: “Gaan de Kamerleden van uw partij akkoord met de invoering van de Leerplichtwet? Wij worden als arbeiders door de leerplicht gedwongen inkomen in te leveren. Maar als vergoeding krijgen we helemaal niets, zelfs geen gratis schoolmaaltijden of schoolkleding.” De heer Troelstra antwoordde hierop: “We hebben als partij nog geen besluit genomen. We zijn het eens met de leerplicht. Maar we zijn het oneens met het wetsvoorstel voor de leerplicht dat er nu ligt, vanwege de reden die u noemt.”’

Gebruik bron 2.

8 Uit de bron blijkt dat de partijleider het eens is met het voorstel om de leerplicht in te voeren. Maar er is ook discussie binnen de partij, omdat het inkomen van de arbeiders afneemt door de invoering van de leerplicht.

t Geef een argument waarom de partijleider het eens is met het voorstel om de leerplicht in te voeren.

t Geef ook een argument waarom het inkomen van de arbeiders afneemt door invoering van de leerplicht.

Doe het zo: De partijleider was het eens met het voorstel om de leerplicht in te voeren, omdat ... (geef argument). Het inkomen van de arbeiders neemt af, omdat ... (geef argument)

9 In 1917 kregen de confessionelen steun van de socialisten om het bijzonder onderwijs financieel gelijk te stellen aan het openbaar onderwijs. De socialisten waren eigenlijk tegen, maar stemden tóch vóór, omdat de confessionelen de socialisten steunden bij hún streven.

t Welke wens van de socialisten ging in vervulling dankzij de steun van de confessionelen?

10 Hieronder staat een schema over wetgeving:

Een wetsvoorstel wordt ingediend door ...1

Het voorstel wordt eerst goedgekeurd door ...2

Het voorstel wordt daarna goedgekeurd door ...3

Het voorstel wordt ten slotte ondertekend door koning(in) en 4

In het schema ontbreken de politieke instanties of personen die een rol spelen bij wetgeving.

t Vul per nummer de juiste politieke instantie of persoon in.

Doe het zo: Bij 1 hoort ... (noem een politieke instantie of een persoon), (enz. tot en met 4).

bron 3 Hieronder staan in totaal vijf afbeeldingen van voormalige Nederlandse staatshoofden.

afbeelding 1 Koningin Beatrix bezoekt een dag na haar inhuldiging de agenten die gewond raakten bij rellen.

Oriëntatietoets 1: Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848)

afbeelding 2 Koningin Juliana tijdens de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië.

afbeelding 3 Koningin Wilhelmina is weer terug in Nederland.

afbeelding 4 Koningin Beatrix leest haar eerste troonrede voor.

11

afbeelding 5 Koningin Juliana krijgt van Dolle Mina’s een affiche aangeboden in verband met de viering van het Internationale Jaar van de Vrouw.

Gebruik bron 3.

Zet de vijf afbeeldingen uit de bron in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo: Eerst ..., dan ..., daarna ..., vervolgens ... en ten slotte ... (vul nummers in).

bron 4 In een landelijke krant stond het volgende bericht naar aanleiding van een uitspraak van [toen nog] prinses Máxima over het ontbreken van de Nederlandse identiteit (2007).

‘De voorzitter van de Oranjebond had zich geërgerd aan prinses Máxima. Volgens hem maakte zij een vergissing door tijdens een toespraak openlijk te twijfelen aan het bestaan van de Nederlandse identiteit. Volgens ons staatsrecht had de voorzitter zijn kritiek niet moeten richten tot Máxima, maar tot de premier [toen] Balkenende.’

Gebruik bron 4.

12 De voorzitter van de Oranjebond had zich met zijn kritiek volgens de grondwet tot premier Balkenende moeten richten.

t Noem één reden waarom.

13 Er zijn landen met een koning als staatshoofd. Die landen noemen we een monarchie. Er zijn ook landen met een president als staatshoofd. Die landen noemen we een republiek.

t Welke staatsvorm vind jij beter? Verklaar je keuze met behulp van één politiek argument dat daarbij past.

Doe het zo: Ik vind een ... (vul in: monarchie of republiek) een betere staatsvorm, omdat ... (noem één politiek argument).

14 Stel: terwijl een rechtszaak tegen een verdachte nog bezig is, geeft een minister zijn of haar mening over de hoogte van de straf die deze persoon verdient.

t Met welk uitgangspunt van de Nederlandse rechtsstaat is het optreden van de minister in strijd?

15

In Nederland gaan voor- en tegenstanders van een referendum regelmatig met elkaar in discussie.

t Noem een argument dat een voorstander van een referendum zal gebruiken.

t Noem ook een argument dat een tegenstander van een referendum zal gebruiken. Doe het zo: Argument voorstander: ... (noem argument) Argument tegenstander: ... (noem argument)

16 Welke bewering over de Nationale Ombudsman is juist?

De Nationale Ombudsman neemt klachten in behandeling van burgers die bijvoorbeeld vinden dat

A de dienstregeling van het openbaar vervoer niet goed is.

B de inhoud van een pas aangenomen wet in strijd is met de grondwet.

C een gemeenteambtenaar hen onbehoorlijk heeft behandeld.

D een rechter een voor hen ongunstige uitspraak heeft gedaan.

17 Een grondrecht: Iedereen in Nederland die een advocaat nodig heeft, maar deze advocaat niet kan betalen, heeft recht op een bijdrage in de kosten. Over welk grondrecht gaat het hier? Is dat een klassiek of een sociaal grondrecht?

Het gaat hier over het recht op

A gelijke behandeling; dat is een klassiek grondrecht.

B gelijke behandeling; dat is een sociaal grondrecht.

C rechtsbijstand; dat is een klassiek grondrecht.

D rechtsbijstand; dat is een sociaal grondrecht.

bron 5 Aantal zetels van een coalitie in de Staten-Generaal:

aantal zetels van een coalitie maximaal aantal zetels

Tweede Kamer 76 150

Eerste Kamer 30 75

Gebruik bron 5.

18 Uit de bron blijkt dat de coalitie een probleem kan krijgen om haar beleid uit te voeren.

t Welk probleem wordt bedoeld?

Mijn Examenbundel

Wil je weten hoe je de toets hebt gemaakt? De antwoorden staan op mijnexamenbundel.nl. Vul je punten in en bekijk je score per onderwerp.

Je scores worden bewaard.

Oriëntatietoets 2: Historisch overzicht (vanaf 1900)

bron 1 Een Franse spotprent over het Duitse leger met als titel:

‘Hun manier van oorlog voeren’ (1914)

Gebruik bron 1.

1 Deze spotprent mocht tijdens de Eerste Wereldoorlog niet gepubliceerd worden van de Nederlandse regering. Geef een politiek argument voor de Nederlandse regering om deze spotprent te verbieden.

2 Hieronder staan vijf gebeurtenissen die te maken hebben met de Eerste Wereldoorlog:

1 De eerste Belgische vluchtelingen werden in Nederland opgevangen.

2 De wapenstilstand tussen Duitsland en Frankrijk werd getekend.

3 Duitsland verklaarde de oorlog aan Frankrijk.

4 In Rusland brak de revolutie uit.

5 Kroonprins Frans Ferdinand werd in Sarajevo vermoord.

Zet deze gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Schrijf alleen de nummers op. Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens ... en ten slotte … (vul nummers in).

Oriëntatietoets 2: Historisch overzicht (vanaf 1900)

bron 2 Hieronder staan vijf berichten uit een Nederlandse krant (1914):

bericht 1: De koningin heeft opdracht gegeven om haar eigen paarden ter beschikking te stellen aan het Nederlandse leger.

bericht 2: De minister van Buitenlandse Zaken is niet van plan de goede handelsbetrekkingen met de buurlanden op het spel te zetten.

bericht 3: De tuinbouwers lijden enorme verliezen, omdat er geen groenten meer naar Duitsland kunnen worden uitgevoerd.

bericht 4: In deze periode van spanning wil de Nederlandse regering vasthouden aan de neutraliteitspolitiek.

bericht 5: Vanmorgen zijn de opgeroepen militairen met spoed naar de kazernes vertrokken. Ook worden er oorlogsschepen versneld gereedgemaakt.

Gebruik bron 2.

3 In 1914 riep de Nederlandse regering op tot mobilisatie. Sommige zaken veranderden daardoor, andere zaken bleven hetzelfde. Welke twee krantenberichten gaan over zaken die hetzelfde bleven? Schrijf alleen de nummers op.

4 In de jaren na de Eerste Wereldoorlog kwam de filmindustrie tot ontwikkeling. Opvallend daarbij is dat er in Duitsland tot halverwege de jaren twintig bijna geen speelfilms over de Eerste Wereldoorlog werden gemaakt. Geef een historische verklaring waarom er toen bijna geen Duitse speelfilms over de Eerste Wereldoorlog werden gemaakt.

bron 3

Een medewerker van het nationale nieuwsbureau in de Sovjet-Unie vertelt over zijn werk (1934): Ik wilde een reportage maken over de aanleg van kanalen. Daarvoor moest ik eerst een tekst schrijven die ik daarna kon gebruiken voor de radio, voor de kranten en voor tijdschriften. Die tekst moest vooraf gecontroleerd worden. Toen ik de tekst terugkreeg, was bijna alles weggestreept. Ik mocht niet zomaar schrijven over de manier waarop er in de Sovjet-Unie gewerkt werd.

Gebruik bron 3.

5 Welke begrippen horen bij de bron?

A censuur en totalitair

B censuur en zuivering

C collectivisatie en totalitair

D collectivisatie en zuivering

6 In juli 1934 werd een leider van de SA vermoord in München, in opdracht van de regering.

Stel: je doet onderzoek naar deze moord en je hebt de keuze uit de volgende drie bronnen:

1 Een dagboek van een vrouw. Ze was in de zomer van 1935 in Berlijn en heeft daar gezien dat leden van de SA werden vervolgd. Ze schrijft in haar dagboek dat ze verschillende geruchten over de moord heeft gehoord.

2 Een Duitse krant. De krant schrijft op 3 juli 1934 op de voorpagina dat Hitler krachtig is opgetreden tegen een gevaar in de samenleving. Het artikel is geschreven op basis van officiële bronnen van de Duitse overheid.

3 Een boek over het leven van Hitler. Dit boek is geschreven in 2008 door een beroemd historicus. Hij beschrijft de moord na onderzoek van vele bronnen, zoals archieven, brieven en ooggetuigenverslagen.

Geef met een argument aan welke bron de meest betrouwbare informatie bevat voor je onderzoek. Geef daarna met een argument aan welke bron minder betrouwbare informatie bevat voor je onderzoek.

Doe het zo:

De meest betrouwbare informatie: bron … (vul in: 1, 2 of 3), want … (geef een argument).

Minder betrouwbare informatie: bron … (vul in: 1, 2 of 3), want … (geef een argument).

bron 4 Een verkiezingsposter van de NSB (1935)

Toelichting

Op de poster staat: Laat uw jongen niet opgroeien voor het stempellokaal. Stemt N.S.B.

Gebruik bron 4.

7 Blijkt uit de bron dat de NSB het eens of oneens is met de aanpak van de crisis door de regering? En waaruit blijkt dat?

A Eens, want de NSB geeft de Joden de schuld van de werkloosheid.

B Eens, want de NSB is op dat moment een regeringspartij.

C Oneens, want de NSB wil de werkloosheid aanpakken.

D Oneens, want de NSB wil niet ingrijpen bij een economische crisis.

bron 5 Een fragment uit een dagboek van iemand uit de Sovjet-Unie (1937)

Wat hier gebeurt, kun je alleen maar verraad noemen. De belangrijkste dingen worden tijdens rechtszaken niet gezegd. Het pijnlijkst is het gedrag van vroegere partijleiders. Eigenlijk zouden ze zich moeten verdedigen, maar ze zeggen ‘het spijt me’. Ze vertellen de rechter alles wat die wil horen. Daarna worden ze naar een strafkamp gestuurd.

Oriëntatietoets 2: Historisch overzicht (vanaf 1900)

Gebruik bron 5.

8 Welke begrippen passen bij het dagboekfragment?

A censuur en persoonsverheerlijking

B censuur en zuiveringen

C showprocessen en persoonsverheerlijking

D showprocessen en zuiveringen

bron 6

In november 1940 moest een minister uit de Sovjet-Unie tijdens een bezoek aan Berlijn schuilen voor een bombardement. Hij sprak hier een naziminister op aan: “U zegt dat u (…) heeft verslagen. Waarom zitten we dan in deze schuilplaats?”

Gebruik bron 6.

9 In de bron ontbreekt de naam van het land dat volgens de nazi’s was verslagen. Welk land moet worden ingevuld?

A de Verenigde Staten

B Frankrijk

C Groot-Brittannië

D Polen

bron 7 Een bord uit de Tweede Wereldoorlog

Gebruik bron 7.

10 Welk begrip hoort bij de bron?

A capitulatie

B collaboratie

C deportatie

D distributie

11 In 1951 werd de EGKS opgericht. Het economisch doel van deze oprichting was de productie van kolen en staal. Er was ook een politiek doel. Welk politiek doel had de oprichting van de EGKS?

bron 8 Een kaart van Europa met acht genummerde landen (1955)

Gebruik bron 8.

12 Na de Tweede Wereldoorlog werd een aantal Europese landen door het Westen gezien als satellietstaten van de Sovjet-Unie.

Welke vier landen op de kaart werden gezien als satellietstaten? Schrijf alleen de nummers op.

bron 9

Een omschrijving van een gebeurtenis tijdens de Koude Oorlog: De Russische troepen vielen met volle kracht aan en stootten onmiddellijk door naar het centrum van de stad. De vrijheidsstrijders beschoten de Russen vanaf de daken en uit de vensters. Maar de Russen waren keihard. Voor elk schot dat uit een huis kwam, antwoordde een tank met kanonvuur.

Gebruik bron 9.

13 Over welke gebeurtenis gaat de bron?

A over de Blokkade van Berlijn

B over de Cubacrisis

C over de Hongaarse Opstand

D over de Slag om Engeland

14

bron 10 Een politieke poster (1977)

Gebruik bron 10.

In de twintigste eeuw was er sprake van een Eerste en een Tweede Feministische Golf.

Geef één reden waarom de oproep in de prent mogelijk werd gemaakt dankzij de Eerste Feministische Golf.

Geef ook één reden waarom de prent past bij de doelen van de Tweede Feministische Golf.

Doe het zo:

De oproep in de prent is mogelijk gemaakt dankzij de Eerste Feministische Golf, omdat … (geef reden). De prent past bij de doelen van de Tweede Feministische Golf, omdat … (geef reden).

bron 11 Uitgaven van het ministerie van Defensie in Nederland

(bbp = bruto binnenlands product, dat betekent: alle goederen en diensten die in een land worden geproduceerd, uitgedrukt in geld.)

Gebruik bron 11.

15 In de bron is een ontwikkeling te zien.

Noem een historische gebeurtenis als oorzaak van die ontwikkeling.

16 In de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zitten landen die het vetorecht hebben. Welke landen hebben het vetorecht?

A alle landen van de Veiligheidsraad

B de landen die de Verenigde Naties hebben opgericht

C de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad

D het grootste land van elk werelddeel

17 In 2001 werd de euro ingevoerd.

Noem één economische reden en één politieke reden voor de invoering van de euro.

bron 12 Uit een persbericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (2015):

Het totaal aantal mensen dat behoort tot een religieuze groepering in Nederland, is in 2014 opnieuw gedaald. Het bedraagt nu 51 procent. Van de niet-westerse allochtonen is 79 procent godsdienstig. Oudere mensen zijn over het algemeen vaker godsdienstig dan jongeren. Ruim 70 procent van de 75-plussers behoort tot een religieuze groepering.

Gebruik bron 12.

Hieronder staan twee begrippen die gaan over Nederland na 1990:

1 multiculturele samenleving

2 secularisatie

18

Geef per begrip één reden waarom dit past bij het persbericht.

Doe het zo:

Begrip 1 past bij het persbericht, omdat … (noem reden).

Begrip 2 past bij het persbericht, omdat … (noem reden).

Mijn Examenbundel

Wil je weten hoe je de toets hebt gemaakt? De antwoorden staan op mijnexamenbundel.nl. Vul je punten in en bekijk je score per onderwerp.

Je scores worden bewaard.

OEFENEN OP ONDERWERP

Examenopgaven per onderwerp

Met uitleg bij de antwoorden.

Ook handig bij de voorbereiding op je schoolexamens!

1 Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848)

Schematisch overzicht oefenvragen

Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848)

De omschrijving van het hoofdonderwerp Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848) is ingedeeld in hoofdstukken. In onderstaand schema zijn alle hoofdstukken uit de Syllabus geschiedenis en staatsinrichting vmbo centraal examen 2027 onder elkaar gezet met daarachter de bijbehorende oefenvragen. Zo kun je ook vragen oefenen per hoofdstuk.

Hoofdstukken

Vragen

0 Staatsinrichting van Nederland algemeen 1, 2, 3, 4, 5

1 1848-1914

6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 23, 24

2 1914-1918 18, 19, 20, 21, 22, 25

3 1918-1939

4 1939-1945

5 1945-1989

6 na 1989

26, 27, 32, 33, 34, 35, 36

37, 38, 39, 40, 41

42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 58, 59

52, 53, 54, 55, 56, 57

Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848)

Van alle begrippen in kleur vind je een uitleg in de begrippenlijst bij dit onderwerp op blz. 90 t/m 97 of het overzicht van relevante personen op blz. 98 t/m 100.

Oefenvragen

bron 1

Gebruik bron 1.

1 In Thorbeckes grondwetswijziging van 1848 stond al dat het volk voortaan rechtstreeks zijn vertegenwoordigers in de Tweede Kamer der Staten-Generaal mocht kiezen. Maar daarbij is het niet gebleven. In het schema zie je drie open plekken waar Nederlandse volksvertegenwoordigers tegenwoordig na rechtstreekse verkiezingen in Nederland terecht kunnen komen.

t Welke vertegenwoordigende organen moeten worden ingevuld op de open plaatsen 1, 2 en 3 in het schema van bron 1? Let goed op de volgorde!

Doe het zo:

Op plaats 1 heet het vertegenwoordigend orgaan ...

Op plaats 2 heet het …

Op plaats 3 …

Volk van Nederland
Tweede Kamer der Staten-Generaal

2

t Noem twee burgerlijke vrijheden (al in de grondwet van 1848 opgenomen). Leg vervolgens uit dat er zonder deze vrijheden geen sprake kan zijn van echte democratie.

Doe het zo:

Twee burgerlijke vrijheden uit de grondwet van 1848 zijn ...

Zonder deze vrijheden kan er van echte democratie geen sprake zijn, omdat …

bron 2

(mede)wetgevende taak van het parlement

controlerende taak van het parlement

(voorbeeld: vraagrecht)

Gebruik bron 2.

3 Sinds de grondwet van 1848 heeft het Nederlandse parlement zowel een (mede)wet-gevende als een controlerende taak, tegenwoordig ook nog eens in het kader van het Europese

Parlement. Voor het vervullen van deze taken heeft de volksvertegenwoordiging een aantal bevoegdheden of rechten gekregen. Hier staat daarvan een overzicht.

t Neem het schema van bron 2 over. Deel alle rechten in de kolommen in. (Enkele rechten passen in beide kolommen. ‘Vraagrecht’ is al ingevuld.)

– vraagrecht

– budgetrecht

– recht van motie

– recht van amendement

– recht van initiatief

– recht van enquête

– recht van interpellatie

4 Al heel lang en nu nog steeds betekenen de aanduidingen ‘links’ en ‘rechts’ meer dan alleen een plaatsaanduiding in de vergaderzaal ten opzichte van de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

t Wat betekenen ‘links’ en ‘rechts’ in de politieke verhoudingen van tegenwoordig in de Nederlandse politiek?

5 Sinds 1983 zijn er zogenoemde sociale grondrechten in de grondwet opgenomen. Noem er hier twee.

bron 3 Thorbecke kijkt terug op 1848

In 1860 keek Thorbecke terug op de stille revolutie in Nederland van 1848. Hij noemde in zijn herinneringen de koning een geboren autocraat, aan wie vóór 1848 de regering was overgelaten alsof het ‘zijne huisselijke aangelegenheid was’. Volgens Thorbecke was ‘vrije discussie toen nog strijd tegen het koninklijk welbehagen of gezag; en verantwoordelijkheid was toen nog nergens te vinden dan bij den Vorst’. Die kon deze verantwoordelijkheid niet goed aan en dus maar beter niet dragen.

Bron: Volkskrant-rubriek Als de dag van gisteren, Jan Blokker, 3 december 2004 (bewerkt).

6 Bron 3 gaat vooral over

A de hofhouding van de Oranjevorst.

B Koning Willem I.

C de invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid.

D de herinneringen van Thorbecke.

7 De revolutie van 1848 is bekend onder de naam ‘stille revolutie’, omdat

A er weinig aandacht aan werd besteed in de pers.

B er van een revolutie geen sprake was, maar slechts van een staatsgreep.

C er op straat weinig lawaai was.

D de gevolgen wel verstrekkend waren, maar het gebeuren op zich rustig verliep.

8 t Was Thorbecke in 1860 tevreden over wat er in 1848 was gebeurd? Motiveer je antwoord met een gegeven uit de bron.

Doe het zo:

Thorbecke was (wel/niet) tevreden in 1860 over wat er in 1848 was gebeurd, want hij schrijft dat …

9 Stel, je doet een historisch onderzoek naar het socialisme in Nederland.

t Is bron 3 dan bruikbaar of niet? Verklaar je keuze.

Doe het zo:

Deze bron is (wel/niet) bruikbaar, want …

bron 4 Burgerheren discussiëren

Thom Roep en Lo Loerakker, Van nul tot nu, deel 3, De vaderlandse geschiedenis van 1815 tot 1940, Heemstede, 19955, pagina 14.

10 Nadat Koning Willem II in 1840 de troon had bestegen, raakten de burgers al snel ontevreden over de manier waarop Nederland werd bestuurd. Dat waren volgens bron 4 vooral

A liberalen

B conservatieven.

C socialisten

D feministen.

11 De motieven van deze ontevreden burgers waren

A politiek en maatschappelijk.

B maatschappelijk en financieel.

C financieel en politiek.

D financieel en economisch.

bron 5 Ook een koning slaapt weleens slecht

Thom Roep en Lo Loerakker, Van nul tot nu, deel 3, De vaderlandse geschiedenis van 1815 tot 1940, Heemstede, 19955, pagina 15.

12

t Noem het motief voor het optreden van koning Willem II in 1848 dat uit bron 5 blijkt en nog een ander motief.

Doe het zo:

Uit bron 5 blijkt het motief … Een ander motief is …

13

Koning Willem II werd volgens een van de buigende burgers in de strip in één nacht

A van conservatief tot liberaal.

B van antirevolutionair tot conservatief.

C van conservatief tot sociaaldemocraat.

D van vorst tot burger.

14 In één nacht veranderde de Oranjevorst in 1848 van politieke opvatting. Een van de burgers in de strip heeft daarover een uitgesproken mening.

t Is dit een positief of een negatief oordeel?

Doe het zo:

Dit is een (positief/negatief) oordeel, want …

bron 6 Briefpost uit 1852

15 Op de envelop zit de eerste postzegel van Nederland, uit 1852. ‘Kijk, hier heb je koning .’

A Willem I.

B Willem II.

C Willem III

D Thorbecke.

bron 7 Over grondwetten en hun betekenis

‘Grondwetten geven natuurlijk wel de omvang van de koningsrol aan, maar elke vorst diende zelf aan zijn constitutionele positie gestalte te geven en deed dat op zijn eigen manier… Grondwetten vormen het kader waarbinnen de activiteit van de koning zich manifesteert; zij stellen de grenzen aan de koningsmacht waarbij die grenzen soms zo eng zijn, dat van macht in de eigenlijke zin van het woord niet meer gesproken kan worden en men beter de term invloed kan gebruiken.’

Bron: C.A. Tamse e.a., De Monarchie van Nederland, Amsterdam/Brussel 1980, pagina 70 en 71 (bewerkt).

bron 8 Een anonieme aanklacht tegen koning Willem III

Koning Willem III had vaak zoveel moeite zich neer te leggen bij de grenzen die de Nederlandse constitutie hem stelde – en dus bij verloren invloed – dat het uiteindelijk ‘geen wonder was dat iemand (nog omstreeks 1878) uit het volk geïnspireerd werd tot het schrijven van een anonieme brochure met een felle aanklacht tegen het handelen van de vorst onder de titel: Uit het leven van koning Gorilla’.

Bron: C.A. Tamse e.a., De Monarchie van Nederland, Amsterdam/Brussel 1980, pagina 77 (bewerkt).

16 Na lezing en vergelijking van de tekstfragmenten bronnen 7 en 8 is de conclusie te trekken dat

A de Oranjevorsten altijd erg populair waren.

B de Oranjevorsten zonder uitzondering blij waren met de grondwetten.

C de Oranjevorsten sinds 1848 direct verschil maakten tussen macht en invloed.

D de Oranjevorsten sinds 1848 niet direct verschil maakten tussen macht en invloed.

bron 9 Oproer op de Dam te Amsterdam, 24 maart 1848

J.C. Boogman, Rondom 1848. De politieke ontwikkeling van Nederland 1840-1858, Bussum 1978, pagina 64.

17 Als reactie op de burgerrevoluties in Parijs en Frankfurt in 1848 kwam er ook enig oproer in Amsterdam. Koning Willem II trok er snel zijn conclusies uit, maar daarover was kroonprins Willem zo boos dat hij naar het buitenland vertrok.

t Wat zou hij, de latere koning Willem III, in maart 1848 waarschijnlijk voor oplossing hebben gekozen? Gebruik een beeldelement.

bron 10 ‘Links’ en ‘rechts’ in de politiek

Thom Roep en Lo Loerakker, Van nul tot nu, deel 3, De vaderlandse geschiedenis van 1815 tot 1940, Heemstede, 1995, pagina 18.

18 Aan het eind van de negentiende eeuw regeerden de Oranjevorsten steeds meer binnen de grenzen van het constitutioneel parlementair regeringsstelsel.

t Noem twee linkse en twee rechtse politieke partijen uit de tijd van koning Willem III en koningin Wilhelmina.

Doe het zo:

Twee linkse politieke partijen zijn de … en de …

Twee rechtse politieke partijen zijn de … en de …

19 Stel, je bent gemeenteambtenaar. Binnenkort is er een nieuwe woonwijk af, maar de straten daar moeten nog namen krijgen. Er is al een bloemenbuurt en een componistenwijk, maar er is nog geen staatsliedenbuurt met straten vernoemd naar grote Nederlandse politieke leiders van eind negentiende en begin twintigste eeuw.

t Jij gaat drie voorstellen voor het vernoemen van straten indienen, met argumentatie.

Doe het zo:

Straat 1 zou ik willen vernoemen naar …, omdat hij …

Straat 2 zou ik willen vernoemen naar …, omdat hij …

Straat 3 …, omdat hij …

bron 11 Uit een familiealbum

Inge de Wilde, ed., Brieven van Aletta H. Jacobs aan de familie Broese van Groenen, Zutphen 1992, pagina 35.

20 In je rol van gemeenteambtenaar ontvang je een brief met kritiek op het alleen maar vernoemen van straten naar mannen. In de envelop zit, behalve een krantenknipsel over Wilhelmina Drucker, ook een afbeelding van nog een andere vrouw, gedrukt op een menukaart.

t Wie is deze andere vrouw en waarom moet volgens de brief alsnog een straat naar haar worden vernoemd?

Doe het zo:

… verdient ook een straat naar haar vernoemd te krijgen, omdat zij …

bron 12 Een commentaar uit het tijdschrift De Wereld, begin twintigste eeuw

Karin Winkel, ed., IIAV-beeldarchief, zoals opgenomen in Vrouwengeschiedenis in beeld, Den Haag 1989, pagina 49.

21 t Is deze prent met gedicht afkomstig van een voorstander of van een tegenstander van het vrouwenkiesrecht? Gebruik voor je uitleg geen beeldelement, maar een tekstfragment.

Doe het zo:

Deze prent met gedicht is afkomstig van een (voorstander/tegenstander) van het vrouwenkiesrecht, want de tekst maakt duidelijk dat …

bron 13 Een aanplakbiljet uit juni 1916

Karin Winkel, ed., IIAV-beeldarchief, zoals opgenomen in Vrouwengeschiedenis in beeld, Den Haag 1989, pagina 49.

22 Afgebeeld aanplakbiljet roept op tot gebruikmaking van het recht op

A vrijheid van inrichting.

B vrijheid van vergadering.

C vrijheid van onderwijs.

D vrijheid van godsdienst.

bron 14 School in Workum, Friesland, ongeveer 1900

L. Dasberg en J.W.G. Jansing, Meer kennis, meer kans. Het Nederlands onderwijs, 1843-1914, Haarlem 1978, pagina 61.

23 De school op de foto hoort bij het

A bijzonder onderwijs.

B speciaal onderwijs.

C openbaar onderwijs.

D bijzonder neutraal onderwijs.

24 Voor de financiering en bouw van deze school is vooral hard gewerkt door de

A socialisten.

B liberalen.

C antirevolutionairen.

D rooms-katholieken.

25 t Leg uit dat de zogenaamde ‘kleine luyden’ erg blij waren met de financiële gelijkstelling van het openbaar en het bijzonder onderwijs.

bron 15 Een reclame voor wasmachines

STUT, ed., Nee, dan wij vroeger. Verhalen van het gezinsleven in de buurt, vroeger en nu, Utrecht 1981, pagina 68.

26 t Trek aan de hand van deze reclame twee conclusies over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen in het begin van de twintigste eeuw.

bron 16 De geest van Abraham Kuyper

Henkjan Bootsma en L. van de Pluym-van Eijkeren, Vrouwengeschiedenis. Acht essays, Tilburg 1990, pagina 70.

27 De spotprent laat zien dat

A de RKSP niet voor de invoering van vrouwenkiesrecht was.

B het feminisme iets van de socialisten was.

C de ARP na de dood van Kuyper moeite had met deelname van vrouwen aan de politiek.

D de ARP na de dood van Kuyper wel voor kiesrechtuitbreiding was.

bron 17 Jan Nauta, geboren in 1930 als achtste kind in een rooms-katholiek gezin en als 750.000ste Amsterdammer, gaat voor het eerst naar school.

Michel van der Plas, red., Uit het rijke Roomsche leven. Een documentaire van de jaren 1925-1935, Baarn 1977, pagina 28.

28 Jan Nauta ging hoogstwaarschijnlijk naar

A de zondagsschool.

B het bijzonder onderwijs.

C het speciaal onderwijs.

D het huishoud- en nijverheidsonderwijs.

29 Jan Nauta’s vader was bij de geboorte van Jan al jaren onvrijwillig werkloos. Geholpen door de media-aandacht voor de geboorte van zijn zoon vond hij weer werk.

Stel, dat Jan goed kon en wilde leren, waar zou hij dan vermoedelijk na de lagere school naartoe zijn gegaan?

A naar het gymnasium

B naar de hogereburgerschool (hbs)

C naar het huishoud- en nijverheidsonderwijs

D naar een baas om al werkend een vak te leren

bron 18

onderdeel 1: kop van Onze Courant

onderdeel 2: kop van Het Weekblaadje voor de Roomsche Jeugd

onderdeel 3: kop van Roomsch Strijdlied

Michel van der Plas, red., Uit het rijke Roomsche leven. Een documentaire van de jaren 1925-1935, Baarn 1977, pagina 54.

30 t Welk verband is er tussen de drie onderdelen van bron 18?

bron 19

onderdeel 1: voorpagina van Het Volk

Ger Bruin, Op socialisten sluit de rijen!, Amsterdam, z.j., pagina 41. onderdeel 2: verkiezingsaffiche

D.J. Elzinger en G. Voerman, Onze stembus … Verkiezingsaffiches 1918-1989, Den Haag 1992, pagina 22. onderdeel 3: prent ter gelegenheid van positief advies over zendvergunning

Nederland in het Interbellum 1917-1940. De verhouding staat en maatschappij. Syllabus studiedag 5 oktober 1991, pagina 81.

31 Stel, je doet onderzoek naar het verschijnsel verzuiling in de jaren dertig van de twintigste eeuw.

t Van welke zuilen zie je in bron 19 dan bronmateriaal?

32 De drie onderdelen van bron 19 beschrijven onderdelen van het maatschappelijk leven van deze zuilen.

t Noem nog een ander onderdeel van het maatschappelijk leven van deze zuilen dan in bron 19 afgebeeld.

33 Onderdeel 3 van bron 19 gaat over de

A VARA.

B AVRO.

C NCRV.

D KRO.

bron 20

onderdeel 1: fragment uit een interview

En op een gegeven moment zei ik dat tegen mijn moeder. ‘Wie is dat dan? Die en die.’ ‘Ach god, die ken ik. Die vader en moeder zijn zwaar katholiek. En wij waren zwaar van de rooien, dus dat was mis. Dat mocht helemaal niet, van allebei de kanten niet. Nou, toen kwam ik voor het eerst bij mijn schoonmoeder. Maar die zei: Jij komt hier niet binnen, want ik ken jouw ouders ook. Jij hebt geen geloof! Of heb je soms wel een geloof?’ Ik zei: ‘Wat ik geloof, is dat het vlees beter is dan de benen.’ Toen kreeg ik een klap midden in mijn gezicht en ik moest eruit. Bron: STUT, ed., Nee, dan wij vroeger. Verhalen van het gezinsleven in de buurt, vroeger en nu, Utrecht 1981, pagina 34.

onderdeel 2: een opvoedend tweegesprekje met een blokkendoos ‘christendom’ en een blokkendoos ‘socialisme’ op tafel

Nederland in het Interbellum 1917-1940. De verhouding staat en maatschappij. Syllabus studiedag 5 oktober 1991, pagina 77.

34 t Welk probleem komt in dit interview (onderdeel 1 van bron 20) naar voren?

35 t Leg uit wanneer het toch mogelijk is dat een blokje (uit onderdeel 2 van bron 20) in beide blokkendozen past.

36 In de industriële samenleving die Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw aan het worden was, probeerden alle politieke partijen stemmen bij arbeiders te winnen. Stel, jij bent net zelf direct gekozen als nieuwe volksvertegenwoordiger.

t Noem twee onderwerpen waarmee jij je gaat bezighouden om op te komen voor de belangen van de arbeiders, zodat je bij de volgende verkiezingen wordt herkozen.

37 Tijdens de meidagen van 1940 verplaatste de Nederlandse regering haar zetel naar Londen. Ook koningin Wilhelmina verbleef in ballingschap.

t Leg uit dat deze situatie gevolgen heeft gehad voor het democratisch gehalte van deze regering.

38 Bovengemelde merkwaardige situatie duurde in de praktijk natuurlijk maar kort.

t Leg dit uit.

39 t Voor welk probleem zag het Nederlandse ambtenarenapparaat zich vervolgens geplaatst?

40 De Nederlandse regering in ballingschap onderhield het contact met Nederland via

A Radio Free Europe.

B Radio Oranje.

C Radio Vrij Nederland.

D Radio Holland.

41 Stel, je doet onderzoek voor het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD) te Amsterdam naar het ‘goed’ of ‘fout’ zijn van Nederlandse bestuurders op Nederlands grondgebied tijdens de bezetting.

t Op welk probleem denk je dan te stuiten als het gaat om het als ‘goed’ of ‘fout’ beoordelen van burgemeesters in oorlogstijd?

42 Na de bevrijding van (het zuiden van) Nederland door de geallieerden wilde men zo snel mogelijk terugkeren naar voor Nederland normale democratische bestuurlijke verhoudingen.

Toch benoemde de regering een tijdelijk parlement, het zogenaamde ‘rompparlement’.

t Noem twee redenen waarom de regering voor deze ‘buitenmodel’-oplossing heeft gekozen.

bron 21 Een spotprent (links Drees van de PvdA, rechts Romme van de KVP)

Eppo Doeve, Persmuseum.

43 t Welke politieke samenwerking is het onderwerp van deze spotprent van bron 21?

A de ontzuiling

B de samenwerking van progressieven en conservatieven

C het monsterverbond

D de rooms-rode coalitie

44 t Noem twee naoorlogse problemen waarmee de politieke samenwerking van bron 21 heeft geworsteld.

45 In maart 1980 stond de Nederlandse hoofdstad Amsterdam flink op z’n kop. Nederlandse emigranten uit Canada of Australië belden zelfs met hun familieleden in Nederland om die over te halen ook te emigreren ‘als het niet meer ging in Nederland’.

t Leg uit waarop deze telefonerende emigranten doelden met hun ongeruste belletjes.

46 Een van de leuzen die toen geroepen werden is: ‘Geen woning, geen kroning’.

t Leg aan de hand van deze leus uit dat in maart 1980 niet zozeer sprake was van antiOranje gezindheid als wel van sociaaleconomisch protest.

47 t Leg uit dat bij deze situatie van maart 1980 een Nederlands democratisch recht hard botste met een verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid.

bron 22 Een spotprent (de Volkskrant is vanouds katholiek, Trouw protestants)

48 t Leg uit of het onderwerp van deze prent van bron 22 meer verzuiling of meer ontzuiling is.

bron 23 Logo van het CDA

www.cda.nl.

49 t Het Christen-Democratisch Appèl uit bron 23 is een voorbeeld van A verzuiling.

B protestantse politieke samenwerking.

C protestants-katholieke politieke samenwerking.

D socialistische samenwerking.

Extra media, 2004.

bron 24 Nieuwsfoto uit begin van de jaren tachtig

Nationaal Archief.

50 t Leg uit wat er zo bijzonder geweest is aan de gebeurtenis die op deze zwart-wit foto van bron 24 is afgebeeld.

51 In de jaren tachtig had Nederland een probleem om voldoende werknemers te vinden voor het zwaarste en vuilste fabriekswerk.

t Geef aan welke oplossing voor dit probleem bedacht is en dat deze oplossing een ander, toen nog onbekend probleem later met zich meebracht.

Doe het zo:

De oplossing die men voor dit probleem bedacht is … (vul in). Deze oplossing bracht in de toekomst een nieuw probleem, namelijk … (vul in).

bron 25 Een bijzondere muntslag

Stadsarchief gemeente Maastricht.

52 t Wat werd er besloten op de gelegenheid waarvan deze bijzondere muntslag op bron 25 getuigt?

53 Bekijk je bron 25 heel secuur, dan heb je meer dan alleen de erop vermelde jaartallen als gegevens om zeker te weten dat dit muntstuk niet past in een verzamelboek voor euromunten.

t Wat heb je dan nog meer voor aanwijzing?

54 In 2017 verscheen het boek De populistische revolutie van Hans Wansink, een politiek commentator van de Volkskrant.

t Met welke Nederlandse politicus breng jij deze titel direct in verband?

bron 26 Een krantenkop uit de Volkskrant van 13 februari 2017

Partijen, de doorgekookte groenten van deze tijd

55 t Wat zegt de krantenkop van bron 26 over de staat waarin de Nederlandse democratie zich zou bevinden, onder meer volgens het in vraag 54 genoemde boek?

bron 27 Zetelverdeling Tweede Kamer

De verdeling van de 150 zetels is als volgt vastgesteld:

Bron: officiële uitslag van de Kiesraad (november 2023)

56 De (leden van de) kamerfracties in bron 27 hebben vaste plaatsen in de Tweede Kamer.

t Hoe worden de plaatsen van de fracties bepaald?

57 De rol van het staatshoofd tijdens de kabinetsformatie is sinds de verkiezingen van 2012 anders dan na eerdere verkiezingen voor de Tweede Kamer.

t Wat is er in de rol van het staatshoofd veranderd en wie hebben tot die verandering besloten?

bron 28 Artikel 1 van de Grondwet

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Gebruik bron 28.

58 Wanneer is de letterlijke tekst van dit allereerste artikel in de Nederlandse Grondwet gekomen?

A 1848

B 1887

C 1917

D 1983

59 Leg uit of in alle landen van de wereld die een grondwet hebben de inhoud van artikel 1 gelijk is.

Doe het zo:

– Artikel 1 is in alle landen met een grondwet ……. (kies gelijk / niet gelijk),

– Artikel 1 is in alle landen …. (kies gelijk / niet gelijk), omdat ……. (geef een verklaring).

Uitwerkingen bij Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848)

1 Op plaats 1 heet het vertegenwoordigend orgaan: de gemeenteraad. Op plaats 2 heet het vertegenwoordigend orgaan: de Provinciale Staten. Op plaats 3 heet het vertegenwoordigend orgaan: het Europees Parlement.

2 Twee (van de volgende) burgerlijke vrijheden (al in de grondwet van 1848 opgenomen): – de vrijheid van meningsuiting – het recht van vereniging en vergadering – de vrijheid van drukpers. Zonder deze vrijheden kan er van echte democratie geen sprake zijn, omdat deze vrijheden voorwaarden zijn op grond waarvan een burger zinnig geïnformeerd kan worden en zinnig kan meepraten en meebeslissen.

3 (mede)wetgevende taak van het parlement controlerende taak van het parlement budgetrecht recht om moties in te dienen recht van amendement recht van initiatief vraagrecht budgetrecht recht van motie recht van enquête recht van interpellatie

4 Tegenwoordig betekent links vooral sociaaldemocratisch of progressief (vooruitstrevend) en rechts vooral liberaal of conservatief (behoudend).

5 Bijvoorbeeld (twee uit meer):

Het recht op bewoonbaarheid, het recht op huisvesting, het recht op onderwijs.

6 C

Toen (vóór 1848) waren regeren en verantwoordelijkheid nog koninklijke ‘huisselijke aangelegenheid’, maar na 1848 gold de ministeriële verantwoordelijkheid.

7 D

Koning Willem II ging met de van hem bekende mening slapen, maar stond met nieuwe opvattingen op. Die omslag was voor iedereen onmerkbaar geweest en dus een stille revolutie.

8 Thorbecke was wel tevreden in 1860 over wat er in 1848 was gebeurd, want hij schrijft – dat vrije discussie toen nog (in 1848 dus) strijd betekende; – dat de verantwoordelijkheid toen nog bij de Vorst berustte. In 1860 was dit alles voorbij en daarover was hij tevreden.

9 Deze bron is niet bruikbaar, want hij bevat alleen tekst van een liberaal voorman die niets over het socialisme zegt.

10 A

Woord en beeld van het stripgedeelte tonen liberale burgerheren.

11 C

De tekstverwijzing naar ‘goud’ houdt een financieel motief in, terwijl de opvatting dat de koning het ‘niet alléén’ voor het zeggen moet hebben een politiek motief verraadt.

12

Uit bron 5 blijkt het motief ‘Een revolutie kan ik nu net niet gebruiken…’.

Een ander motief is dat koning Willem II de troon wilde veiligstellen voor zijn zoon, de latere Willem III. Ook goed is dat koning Willem II bang was voor revolutie op grond van wat hij uit andere Europese hoofdsteden aan narigheid had vernomen. Ook goed is dat koning Willem II gechanteerd werd door een groepje journalisten, vanwege zijn biseksuele geaardheid.

13 A

Zo is het praatje: van een behoudend alleenheerser werd hij in één nacht een vooruitstrevend vorst die bereid was een herziene grondwet te ondertekenen.

14 Dit is een negatief oordeel, want een van de burgers gebruikt het woord nachtmerrie.

15 C

Koning Willem II trad af in 1849 en werd opgevolgd door zijn zoon Willem III. Het ligt voor de hand dat op de (eerste) postzegel (uit 1852) de toen regerende vorst is afgebeeld.

16 D

1878 is 30 jaar na 1848 en als er dan nog een felle aanklacht tegen de koning verschijnt, is dat een teken dat de ministeriële verantwoordelijkheid na dertig jaar nog altijd niet goed functioneert.

17 Waarschijnlijk had hij het oproer laten neerslaan, zoals hier te zien is in het optreden van troepen te paard met getrokken sabels.

18 Twee linkse politieke partijen zijn de SDAP en de SDB. Twee rechtse politieke partijen zijn de ARP en de RKSP.

Andere keuzes zijn ook mogelijk, bijvoorbeeld voor links de CPH en voor rechts de CHU. Bespreek je antwoord met je docent(e).

19 Er zijn meer keuzes mogelijk. Hier staan voorbeelden van goede combinaties.

Straat 1 zou ik willen vernoemen naar Kuyper, omdat hij voorman was van ‘de kleine luiden’, oprichter van de eerste politieke partij in Nederland: de ARP en pleiter (tegen wil en dank) voor algemeen kiesrecht.

Straat 2 zou ik willen vernoemen naar Troelstra, omdat ook hij pleitte voor invoering van het algemeen kiesrecht, streed voor verbetering van het leven van de arbeiders, leider van de SDAP was en zelfs bereid was tot het wagen van een revolutiepoging.

Straat 3 zou ik willen vernoemen naar Schaepman, omdat hij als leider van de RKSP voorvechter was van de katholieke emancipatie.

Je zou ook een straat kunnen vernoemen naar Domela Nieuwenhuis, omdat hij voorman was van de SDB en radicaal opkwam voor de arbeidersbelangen.

Heb jij nog andere namen gekozen? Vraag dan of je docent(e) je antwoord wil nakijken.

20 Aletta Jacobs verdient ook een straat naar haar vernoemd te krijgen, (onder andere) omdat zij met de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht als feministe voor vrouwenrechten opkwam. Als eerste vrouwelijke arts in Nederland zette zij zich ook in voor de belangen van arbeidersvrouwen.

21 Deze prent met gedicht is afkomstig van een voorstander van het vrouwenkiesrecht, want de tekst maakt duidelijk dat er een tegenstelling is tussen Hij en Zij, waarbij Hij als crimineel fout was, maar na zijn straf wel weer mag stemmen, maar Zij, die nooit iets fout deed, niet mag stemmen.

22 B

Het aanplakbiljet kondigt een optocht met aansluitend een bijeenkomst aan. In het rijtje keuzes gaat dit dus het meest over de vrijheid van vergadering.

23 A

Een ‘School met den Bijbel’ hoort bij het bijzonder onderwijs.

24 C

Een ‘School met den Bijbel’ was protestants. De keuze is hier dus voor de anti­revolutionairen.

25 De protestantse ‘kleine luyden’ moesten tot de financiële gelijkstelling van het openbaar en het bijzonder onderwijs (1917) hun eigen (= bijzonder) onderwijs zelf betalen. Tot 1917 werd alleen het openbaar onderwijs (staatsonderwijs) betaald door de overheid.

26 (1) De vrouw deed in die tijd vrijwel altijd de was (met de hand). Als de man bij uitzondering eens de was moest doen, was er ineens wel geld beschikbaar voor een wasmachine. (2) De man ging dus over het geld.

27 C

De geest van Kuyper (de overleden Kuyper dus) houdt een waarschuwend vingertje in de lucht voor de man en de vrouw, onderweg naar een mannenclubje hoogwaardigheidsbekleders, tegen.

28 B

De meeste rooms­katholieken plaatsten hun kinderen op een roomse school en die hoort bij het bijzonder onderwijs.

29 D

Kinderen van (ex­)werklozen waren toen niet erg kansrijk. Maar omdat Jan goed kon en wilde leren, zal hij misschien niet in een fabriek terechtkomen, maar bij een eigen baas om een vak te leren.

30 Alle drie zijn ze afkomstig uit de rooms-katholieke zuil.

31 Van de socialistische zuil (onderdeel 1 en 2) en van de protestants-christelijke zuil (onderdeel 3).

32 Voorbeelden die kunnen worden genoemd (een van onderstaande):

– het leven van alledag (hoe het er in een arbeidersgezin aan toeging);

– arbeidsparticipatie;

– onderwijsdeelname;

– lidmaatschap van een vakbond, sportvereniging of bibliotheek;

– de AJC-jeugdbeweging;

– enzovoort.

33 A

De zendgemachtigde van de socialistische zuil is de Vereniging van Arbeiders­radioamateurs (VARA).

34 Het probleem van omgang, verkering en huwelijk tussen mensen van verschillende zuilen. (‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen’, is een Nederlands gezegde dat hierop betrekking heeft.)

35 Dat kan wanneer iemand christen is en socialist tegelijk: een christensocialist.

36 Als parlementariër voor de arbeiders is het je taak voor arbeidersbelangen op te komen. Je zult bijvoorbeeld scherp letten op regeringsplannen betreffende sociale voorzieningen, inkomens, arbeidstijd, huursubsidie of een soortgelijke tegemoetkoming enzovoort.

37 Regering en staatshoofd zaten dan wel in Londen, maar het parlement niet. De regering in ballingschap maakte nu zelf de wetten buiten de volksvertegenwoordiging als wetgevende macht om.

38 Al snel heeft de Duitse bezetter in de persoon van Rijkscommissaris Seyss-Inquart in Nederland het bestuur overgenomen. Daar maakte het Nederlandse parlement evenmin deel van uit.

39 Dit was het dilemma: aan wie moest het Nederlandse ambtenarenapparaat tijdens de bezetting gehoorzamen: aan de regering in ballingschap of aan de Rijkscommissaris?

40 B

41 Burgemeesters in oorlogstijd hebben steeds moeten schipperen tussen aan de ene kant gehoorzamen aan het gezag van de regering in ballingschap in Londen en aan de andere kant het gezag van het Rijkscommissariaat in Den Haag. En dat laatste was wel zo dichtbij natuurlijk.

42 Normale democratische bestuurlijke verhoudingen betekenden eigenlijk of het herstellen van het parlement van vóór de oorlog – maar dat was incompleet, door overlijden en ‘vaderlandsonlievendheid’ – of het houden van verkiezingen – maar dat kon nog niet, omdat nog niet heel Nederland bevrijd was. Daarom koos de regering ervoor zelf een parlement samen te stellen, met onder meer mensen die zich in het verzet verdienstelijk hadden gemaakt.

43 D

44 Met de wederopbouw van Nederland na de oorlog en met de Nederlandse dekolonisatie in voormalig Nederlands-Indië.

45 Die doelden op de hevige rellen in Amsterdam tijdens en na de kroning van prinses Beatrix tot koningin der Nederlanden. De marechaussee reed met pantserwagens in de straten die door demonstranten waren opengebroken, op zoek naar stenen om mee te gooien.

46 De rellen in Amsterdam vonden hun basis in de krakersbeweging en heetten ook wel krakersrellen. Krakers waren vaak studenten die geen geld hadden om op de schaarse woningmarkt van Amsterdam een kamer of flat te betalen. De uitzending van de kroning van prinses Beatrix tot koningin zagen zij als een kans om landelijk publiciteit te krijgen voor hun zaak – betaalbare woningen.

47 In Nederland heb je vrijheid van meningsuiting en mag je voor je zaak demonstreren. Maar in maart 1980 liep dat in Amsterdam zo uit de hand dat de overheid wel moest opkomen voor een van haar taken en verantwoordelijkheden: het handhaven van de openbare orde.

48 Meer ontzuiling dan verzuiling, want de twee kranten zijn van twee verschillende zuilen – de katholieke en de protestantse zuil – maar poseren hier gebroederlijk als christelijke dagbladen. Het protestantse dagblad houdt zelfs gedienstig het katholieke kruis even vast, zodat het katholieke dagblad even het vingertje kan heffen om een punt te maken.

49 C

50 Het was de grootste naoorlogse demonstratie in Nederland ooit tegen de plaatsing van NAVO-kruisraketten op Nederlands grondgebied. In de demonstratie liepen jong en oud van alle politieke partijen, levensovertuigingen en sociaal-culturele groeperingen mee.

51 De oplossing die men voor dit probleem bedacht is het werven van gastarbeiders / aantrekken van immigratie / aantrekken van trekarbeid. Deze oplossing bracht in de toekomst een nieuw probleem, namelijk dat van moeizame integratie / van onverwacht niet terugkeren naar thuislanden / van laten overkomen van gezinsleden / van een multiculturele samenleving.

52 De aan de Europese Gemeenschap (EG) toen verbonden landen besloten bij het Verdrag van Maastricht in 1993 tot verdere politieke integratie van Europa in de vorm van de Europese Unie (EU).

53 Het jaartal 1993 met de tekst Verdrag van Maastricht is goed afleesbaar. Maar de soort munt die op dit muntstuk is afgebeeld is de G van de Nederlandse gulden en die past inderdaad niet in een verzameling euromunten. De euro dateert in Nederland van 2002.

54 Met Pim Fortuyn, de grondlegger van het huidige populisme in de Nederlandse politiek.

55 Die staat is niet best. Zoals doorgekookte groenten hun voedingswaarde en frisheid hebben verloren, zouden de klassieke Nederlandse volkspartijen de kiezers ook niet meer zo enthousiast kunnen maken.

56 De zogeheten linkse partijen (SP, Groen Links/Partij van de Arbeid) zitten, gezien vanuit de plaats van de voorzitter van de Tweede Kamer, aan de linkerkant van de Tweede Kamer, de zogeheten rechtse partijen (PVV, BBB en FvD) zitten aan de rechterkant van de Tweede Kamer.

57 Bij vorige (kabinets)formaties was het het staatshoofd die, in overleg met de fractievoorzitters en adviseurs, de informateur(s) en later formateur(s) benoemde.

Het initiatief voor de (kabinets)formatie ligt nu in handen van de Tweede Kamer zelf. Zij benoemen uiteindelijk de informateurs die de onderhandelingen tussen de partijen leiden. Tot deze verandering in de (kabinets)formatie is door de Tweede Kamer zelf besloten.

58 D

59 Niet gelijk, omdat (voorbeelden van een juiste verklaring) in sommige landen met een grondwet bepaalde bevolkingsgroepen gediscrimineerd worden/ op grond van bijvoorbeeld geloof/seksuele geaardheid/geslacht/politieke overtuiging.

Mijn Examenbundel

Vind je dit onderwerp lastig? Bekijk een uitlegfilmpje op mijnexamenbundel.nl of oefen met extra examenopgaven.

2 Historisch overzicht (vanaf 1900)

2 Historisch overzicht (vanaf 1900)

Schematisch overzicht oefenvragen

Historisch overzicht (vanaf 1900)

De omschrijving van het hoofdonderwerp Historisch overzicht (vanaf 1900) is ingedeeld in hoofdstukken. In onderstaand schema zijn alle hoofdstukken uit de syllabus geschiedenis en staatsinrichting vmbo centraal examen 2027 onder elkaar gezet met daarachter de bijbehorende oefenvragen. Zo kun je ook vragen oefenen per hoofdstuk.

Hoofdstukken

1 Nederland (1848-1914)

2 De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

3 Het interbellum (1918-1939)

4 De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

5 Europa en de wereld (1945-1989)

Vragen

1, 2, 3, 4, 5, 6

7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 21

22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 36

37, 38, 39, 40, 41, 42

46, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57

6 De nieuwe wereldorde (vanaf 1990) 58, 59, 60

Hoofdstukken verrijkingsdeel

A Het communisme in de Sovjet-Unie (1917-1941)

B Indonesië als voorbeeld van dekolonisatie (1942-1949)

Vragen

19, 20, 34, 35

43, 44, 45, 47, 48, 49

Historisch overzicht (vanaf 1900)

Van alle begrippen in kleur vind je een uitleg in de algemene begrippenlijst op blz. 37 t/m 39, de begrippenlijst bij dit onderwerp op blz. 143 t/m 155, of het overzicht van relevante personen op blz. 156 t/m 162.

Oefenvragen

bron 1 Een nieuw model: de Benz Elegant

D. de Boer e.a., Nederland rond 1900, Bussum, 1972, pagina 7.

bron 2 Een tekening van kinderarbeid

2 Historisch overzicht (vanaf 1900)

bron 3 Een straatweg in de eerste helft van de negentiende eeuw

Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, Amsterdam.

bron 4 Een stoomautomobiel

Ach lieve tijd, Twintig eeuwen Nijmegen, de Nijmegenaren en hun rijke verleden, Zwolle, 1986, pagina 168.

1 Stel, een onderzoekster heeft de bronnen 1 tot en met 4 op haar werktafel liggen als illustraties voor een te schrijven boek over het massatransportwezen in Nederland gedurende de afgelopen twee eeuwen. Ze let bij de keuze van illustraties meer op continuïteit dan op verandering of chronologie. t Welke bronnen uit de nummers 1 tot en met 4 zal de onderzoekster zeker niet kiezen? Leg je antwoord uit.

bron 5 Een modern telefoontoestel rond 1900

L.O. van Heiningen, Nederland honderd jaar geleden, Rijswijk, 1988, pagina 65.

2 Stel, bron 5 is de tweede foto van een serie van drie met elkaar samenhangende en in juiste tijdsvolgorde afgedrukte foto’s.

t Wat zou er op de eerste en wat op de derde foto kunnen staan?

Doe het zo:

Op de eerste foto zou … (vul in) kunnen staan en op de derde foto … (vul in).

bron 6 Een Nederlands dagbladenoverzicht rond de eeuwwisseling

Kuyper stichtte en leidde De Standaard. Al vanaf 1845 hadden de katholieken Dagblad De Tijd en vanaf 1919 verscheen De Volkskrant. Socialisten lazen Het (Vrije) Volk, communisten De Tribune. De liberalen tot slot kozen voor het Algemeen Handelsblad of de Nieuwe Rotterdamse Courant. Buitenbeentje was De Telegraaf, waarvan het eerste nummer op 1 januari 1893 verscheen.

Bron: De 25 dagen van Nederland – Beslissende momenten uit de vaderlandse geschiedenis, aflevering 18, Zwolle 2005.

3 Dit Nederlands dagbladenoverzicht is kenmerkend voor

A de arbeidersemancipatie.

B de verzuiling.

C de vrijheid van meningsuiting.

D de persvrijheid.

2 Historisch overzicht (vanaf 1900)

bron 7 Een statistisch overzicht

Stijging van de uitvoer van belangrijke Indische producten (geldwaarde in Nederlandse guldens) 1905 tot 1913

suiker van 84 naar 156,5 miljoen

rubber van 14,5 naar 30,8 miljoen

tabak van 38,5 naar 92,2 miljoen

tin van 15,8 naar 58,- miljoen

Bron: John Huige en Sjef Huybregts, Kleine Geschiedenis van de Nederlandse Arbeidersbeweging, 4e druk, Odijk 1978.

bron 8 Reclame voor Stoomvaart Maatschappij Nederland (opgericht in 1870)

R. Baetens e.a. (red.), Maritieme geschiedenis der Nederlanden, Bussum, 1978, pagina 234.

4 Stel, je moet samen met een ander een werkstuk maken over het Nederlands imperialisme.

Je partner is ziek geworden en laat het aan jou over verband te leggen tussen de bronnen 7 en 8.

t Leg het verband tussen de bronnen 7 en 8 in ongeveer 30 woorden uit.

5 Uitspraak: Imperialistische politiek rond 1900 is een uniek Nederlands verschijnsel geweest.

t Is deze uitspraak juist of onjuist? Geef een argument voor je keuze.

6 Industrialisatie is weleens een noodzaak voor welvaart genoemd.

t Leg uit dat voor Nederland rond 1900 gold dat imperialisme weleens een noodzaak voor industrialisatie is genoemd.

bron 9 De foto van ABC Press van de arrestatie van Gavrilo Princip op 28 juni 1914

H. Koning, De dood van Gavrilo Princip, Amsterdam, z.j., voorplat.

7 Hans Koning schreef de roman De dood van Gavrilo Princip. Op de omslag zette de uitgever de wereldberoemd geworden foto van de arrestatie van Princip. t Wat was de aanleiding voor zijn arrestatie?

8 t Noem twee oorzaken voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

bron 10 Een tekening met als titel: De heldhaftigheid van Duitsers (1914)

Gebruik bron 10.

9 De bron is in 1914 gebruikt als propaganda tegen de Duitsers.

t Leg uit dat de bron als propaganda werd gebruikt.

Doe dit door:

– eerst de propagandaboodschap te noemen

– en daarna met een onderdeel uit de bron deze boodschap toe te lichten.

bron 11 Europa halverwege de Eerste Wereldoorlog

2 Historisch overzicht (vanaf 1900)

J. Verseput, De Eerste Wereldoorlog, Bussum 1972, pagina 22.

10 Bestudeer de kaart van bron 11. Op deze kaart zijn twee bondgenootschappen weergegeven uit de Eerste Wereldoorlog.

Wat zijn de namen van de twee grote bondgenootschappen die op de kaart worden weergegeven?

11 Op de kaart van bron 11 is Nederland letterlijk blanco gebleven en niet ingevuld.

t Geef hiervoor een verklaring.

bron 12 Een kaart met de Duitse opmars aan het westelijk front van augustus en september 1914

H. Contamine, De Grote Oorlog 1914-1918, Bussum 1973, pagina 10.

12 Uit het kaartje van bron 12 blijkt.

A het ontstaan van een tweefrontenoorlog.

B het succes van de Duitse overrompeling.

C het succes van de Franse vertragingstactiek.

D het ontstaan van een loopgravenoorlog.

bron 13 Een Engelse poster (1915)

Vertaling: Deze vrouwen dragen hun steentje bij. Zij leren munitie te maken.

M. Rickards en M. Moody, The First World War. Ephemera, Mementoes and Documents, Londen, 1975, afb. 78.

13 Kies uit het volgende rijtje begrippen het begrip dat het meest van toepassing is op de poster van bron 13.

A Propaganda

B Censuur

C Koude Oorlog

D Emancipatie

14 t Leg met behulp van tekst en beeld van bron 13 de met elkaar samenhangende begrippen totale oorlog en thuisfront in samenhang uit.

15 In 2001 verscheen een boek over Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog onder de titel

Buiten schot.

t Vind je deze titel goed gekozen? Verklaar je keuze.

Doe het zo:

Ja/nee (maak een keuze), deze titel vind ik goed/niet goed gekozen (maak een keuze), want … (geef je argumentatie).

bron 14 Nederlandse marinemannen bij succesvol gedemonteerde zeemijnen op 15 november 1914

H. van Lith, Plotseling een vreselijke knal. Bommen en mijnen treffen neutraal Nederland, Zaltbommel, 2001, pagina 174.

bron 15 Een Rotterdams gezin in de rij bij een gaarkeuken (1917)

E. de Roodt, Oorlogsgasten, Vluchtelingen en krijgsgevangenen, Zaltbommel, 2000, pagina 274.

2 Historisch overzicht (vanaf 1900)

bron 16 Tekening van Albert Hahn na de torpedering van het Nederlandse koopvaardijschip ‘Medea’

Leven naast de catastrofe. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog, Hilversum, 2001, pagina 30.

16 In het boek Buiten schot (2001) is de misvatting de wereld uit geholpen dat de periode van de Grote Oorlog in Nederland een periode van het Grote Niets zou zijn geweest.

t Toon zelf met behulp van de in een willekeurige volgorde afgedrukte bronnen 14 tot en met 16 aan dat voor de periode 1914-1918 in Nederland inderdaad niet gesproken mag worden over een periode van het Grote Niets. Beschrijf met behulp van de drie bronnen wat de gevolgen voor Nederland waren op het gebied van de economie, militaire zaken en het welzijn van de Nederlanders. Doe het zo: Economie – nummer van de bron (kies 14, 15 of 16), daarna beschrijf je het gevolg op economisch gebied. Vervolgens doe je dat ook voor militaire zaken en voor welzijn.

bron 17 Een oproep aan het publiek, oktober 1914

17 Bestudeer bron 17.

E. de Roodt, Oorlogsgasten, Vluchtelingen en krijgsgevangenen, Zaltbommel, 2000, pagina 11.

t Hoe raakte Nederland nog meer betrokken bij de Eerste Wereldoorlog?

bron 18 Een grafiek over de Rotterdamse havenactiviteiten

bron 19 Een tabel over de Rotterdamse arbeidsmarkt

Tabel: aanbod van werkzoekenden en vraag naar personeel door werkgevers, 1914-1918

Diverse stedelijke bedrijfstakken

Metalen en werktuigen

Textiele nijverheid

en genotmiddelen

Diverse dienstverlenende beroepen

Zonder keuze van bepaald beroep

Bron: Leven naast de catastrofe. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog, Hilversum 2001, pagina 87.

18 Uitspraak: De havenstad Rotterdam heeft in de periode van de Eerste Wereldoorlog als neutrale haven nauwelijks last gehad van het feit dat de landen om Nederland heen met elkaar in oorlog waren.

t Is deze uitspraak juist of onjuist? Geef met behulp van de bronnen 18 en 19 argumenten voor je keuze.

Doe het zo:

Deze uitspraak is juist/onjuist (maak een keuze), want bron 18 toont aan … (geef een argument) en bron 19 laat zien … (geef een argument).

bron 20 Een ooggetuigenverslag

In de schemering van het Finse station te St.-Petersburg had zich op de 3e [16e] april 1917 een grote menigte verzameld. Ze bestond uit arbeiders, soldaten, matrozen en vertegenwoordigers van verschillende revolutionaire organisaties die rode vlaggen droegen. Lenin stapte het eerst uit. Tien jaar had hij geen voet meer op Russische bodem gezet. Met zijn ronde schouders en arbeiderspet zag hij er weinig voornaam uit, maar de grijze doordringende ogen gaven zijn gezicht een speciaal cachet. Een groep arbeiders nam hem dadelijk op de schouders en droeg hem naar de ‘kamer van het volk’ [vroeger: van de tsaar] in het Finse station. Van alle kanten drong de menigte op om de revolutionairen die in hun bevrijde hoofdstad waren teruggekeerd te begroeten.

Bron: J. Demey, P.A.M. Geurts en H.E. de Wolff (red.), Geschiedenis in documenten, Amsterdam 1971, pagina 212.

19 Lees bron 20. Bewering: Zonder deze terugkeer uit ballingschap, zoals in dit fragment beschreven, zou de loop van de geschiedenis anders zijn geweest.

t Is deze bewering naar jouw persoonlijke mening juist of onjuist? Geef een historisch argument voor je keuze.

Doe het zo:

Deze bewering is volgens mij juist/onjuist (maak een keuze), want … (geef een historisch argument).

bron 21 Tekst van een proclamatie

Proclamatie

De Voorlopige regering is afgezet. De staatsmacht is in handen overgegaan van het orgaan van de Petrogradse Sowjet van Arbeiders- en Soldatenafgevaardigden: het Militaire Revolutionaire Comité, dat aan het hoofd staat van het Petrogradse proletariaat en garnizoen.

Het doel, waarvoor het volk vocht, is: het onmiddellijk voorstellen van een democratische vrede, afschaffing van de eigendomsrechten der landheren op de grond, arbeiderscontrole over de productie, vorming van een Sowjet-regering. Dit doel is stellig bereikt.

Lang leve de revolutie van arbeiders, soldaten en boeren!

Bron: J. Demey, P.A.M. Geurts en H.E. de Wolff (red.), Geschiedenis in documenten, Amsterdam 1971, pagina 212.

20 t Lees bron 21. In de bron wordt gesproken over het onmiddellijk voorstellen van een vrede. Aan wie wilde de Sowjet van Petrograd een vredesvoorstel doen?

bron 22 Een prentbriefkaart uit 1915

‘Wie is begonnen?’ ‘Hij!’

Spotprent op de grote mogendheden, die elkaar de schuld van de oorlog geven. Op de voorgrond in het midden de Duitse keizer. Om hem heen

v.l.n.r. de Engelse koning, de sultan van Turkije, de Franse president, de keizer van Oostenrijk en de tsaar. Prentbriefkaart uit 1915.

Bron: H. Contamine, De Grote Oorlog 1914-1918, Bussum 1973.

H. Contamine, De Grote Oorlog 1914-1918, Bussum, 1973, pagina 14.

21 t Had de Duitse keizer Wilhelm II reden om juist op 11 november 1918 als asielzoeker naar Nederland te gaan? Verklaar je antwoord. Maak ook gebruik van bron 22.

Doe het zo:

Ja/nee (maak een keuze), de Duitse keizer had reden / geen reden (maak een keuze) om als asielzoeker naar Nederland te gaan, want volgens bron 22 … (geef een argument).

Dat de keizer juist op 11 november 1918 naar Nederland ging, vindt zijn oorzaak in het feit dat … (geef een argument).

bron 23 Hoe het Habsburgse Rijk uiteenviel en in welke staten

Z.A.B. Zeman, Schaduwen over de Habsburgers. De ineenstorting van de dubbelmonarchie, Leiden, 1971, pagina 120 en 121.

22 Deze kaart hoort herkenbaar bij de periode

A 1900-1914.

B 1914-1918.

C 1918-1939.

D 1940-1945.

bron 24 ‘De Grote Vier’ in een feestelijk onderonsje in Parijs, 27 mei 1919 (van links naar rechts de Engelse, Italiaanse en Franse premiers en de Amerikaanse president Wilson)

E.G. Hoekstra, De Verenigde Staten van Amerika 1917-1941, Kampen, z.j. pagina 12.

23 De afgebeelde heren waren hier vanwege

A de Vrede van Parijs.

B de Vrede van Amiens.

C de Vrede van Versailles.

D de Vrede van Münster.

bron 25 Een cartoon met de Volkenbond in een hoofdrol

K. van Dijk, H. Ulrich, A.C. Verhoog, De Verenigde Staten 1917-1949, SE katern geschiedenis mavo, Den Bosch, 1983, pagina 18.

24 t Leg uit dat de Volkenbond voor een zware maar niet onmogelijke taak stond. Gebruik twee beeldelementen van bron 25 voor bewijsvoering. Doe het zo:

Ik zie aan … (kies een beeldelement) dat … (leg uit) en aan … (kies een beeldelement) dat … (leg uit).

25 Stel, je bent Duitser en zoekt naar verklaringen en schuldigen voor de ellende van de late jaren twintig en vroege jaren dertig van de twintigste eeuw. In de elke dag weer lange rij voor de steeds duurdere bakker vang je af en toe een woord op van andere mopperaars voor en achter je: herstelbetalingen …, gebiedsafstand …, inflatie …, gezichtsverlies … t Leg van elke woord uit hoe de Duitsers het gebruiken als verklaring of voor het aanwijzen van schuldigen.

26 t Welke invloed op de Duitse economie had het verloop van de Amerikaanse aandelenkoersen?

bron 26 Conjunctuurverloop in Nederland 1928-1937

Nederland in het interbellum 1917-1940, Syllabus studiedag 5 oktober 1991, pagina 95.

27 De Nederlandse regeringen Colijn hebben in het conjunctuurverloop in Nederland van de jaren dertig van de twintigste eeuw een bewijs gezien van het succes van het gevoerde financieel-economische beleid.

t Noem het begrip waarmee dit beleid wordt aangeduid.

28 t Leg met behulp van bron 26 uit dat de kabinetten Colijn beweerden dat het door hen gevoerde financieel-economische beleid succesvol was.

29 t Leg met behulp van bron 26 uit dat een man zonder werk het oneens zal zijn geweest met premier Colijn.

bron 27 Onthulling van een monument ter herdenking van de voltooiing van de Afsluitdijk in mei 1932

J. Beishuizen, en E. Werkman, De magere jaren. Nederland in de crisistijd 1929-1939, 3e dr., Alphen a.d. Rijn, 1980, pagina 214.

bron 28 Opening van een nieuwe Autobahn bij Darmstadt in aanwezigheid van de Führer (1935)

30 Bestudeer de bronnen 27 en 28.

t Noem een overeenkomst en een verschil (anders dan de landen en plaatsen waar de foto’s zijn gemaakt) tussen deze bronnen.

Ulstein Bilderdienst, Berlin.

31 t Maak duidelijk waarom de NSB vond dat de parlementaire democratie geen geschikt bestuursstelsel was en aangepakt moest worden.

32 t Leg uit dat de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) al in de naam van deze Nederlandse politieke partij negatief was over de parlementaire democratie.

bron 29 Een politieke tekening van Jordaan in De Groene Amsterdammer

J. Beishuizen en E. Werkman, De magere jaren. Nederland in de crisistijd 1929-1939, 3e dr., Alphen a.d. Rijn, 1980, pagina 151.

33 NSB-voorman Mussert, die de titel Leider had, kreeg in de jaren dertig van de twintigste eeuw veel aanhang maar ook veel tegenstand.

t Is de politieke tekening van bron 29 positief of negatief over de Leider? Verklaar je keuze.

Doe het zo:

De politieke tekening van bron 29 is positief/negatief (kies) over de Leider, want … (geef je verklaring).

34 t Noteer uit de volgende rij kenmerken van het stalinisme de begrippen die er niet bij horen.

– geheime politie

– terreur

– strafkampen

– vernietigingskampen

– zuiveringsinstallaties

– showprocessen

– Jodenhaat

– indoctrinatie

bron 30 Een spotprent van Stalin met de hem toegewijde zwijgende meerderheid

No known survivors. David Levine’s Political Plank, J.H. Galbright (ed.), Boston, 1970, pagina 165.

35 t Leg uit dat de cartoon in bron 30 geen bewijs geeft voor het bestaan van persoonsverheerlijking in de Sovjet-Unie.

36 Na de machtsovername in het democratische Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog (door Adolf Hitler, leider van de NSDAP, in 1933) ontwikkelde zich snel een totalitaire staat

t Hier staat een rijtje begrippen. Maak twee kolommen (een met de kop parlementaire democratie, een met de kop totalitaire staat) en noteer waar de begrippen in het tweekolommenschema horen.

– terreur

– vrijheid van meningsuiting

– gelijkschakeling

– indoctrinatie

– discriminatie

– vrijheid van vergadering

– democratische verkiezingen

– dictatuur

bron 31 Een fragment uit Hitlers Mein Kampf

Het gevolg van iedere vermenging der rassen is dus, in het kort, altijd het volgende:

a) het niveau van het hoogste van beide rassen wordt niet meer bereikt; b) er treedt een belangrijke en geestelijke achteruitgang op, en daarmee het begin van een langzame, maar zekere degeneratie.

Indien men zulk een ontwikkeling tot stand brengt, doet men niets anders dan inbreuk maken op de wil van de eeuwige Schepper.

Al datgene, dat wij heden aan menselijke cultuur, aan kunstvoortbrengselen, aan produkten van wetenschap en techniek voor ons zien, is bijna uitsluitend te danken aan het scheppend genie van de Ariër.

Bron: J. Demey, P.A.M. Geurts en H.E. de Wolff (red.), Geschiedenis in documenten, Amsterdam 1971, pagina 224.

bron 32 Een deel van het gedicht Westerbork door Muus Jacobse

O Westerbork, o Westerbork, je was nog kort geleen in Drente een vergeten dorp –nu kent je iedereen.

Veel gingen er naar Westerbork te werken in het veld.

Maar wat er kwam ná Westerbork heeft niemand nog verteld. Vanmorgen zag ik een transport, vannacht droomd’ ik ervan, omdat ik dit, hoe oud ik word, nooit meer vergeten kan.

Want op het Amsterdams station zag ik, vanmorgen vroeg, dat de politie langs ’t perron mensen als beesten joeg.

Bron: J. Demey, P.A.M. Geurts en H.E. de Wolff (red.), Geschiedenis in documenten, Amsterdam, 1971, pagina 238.

bron 33 Een stukje uit de column van Marcel Hulspas in de Volkskrant

De Holocaustconferentie in Teheran was een groot succes, zo hebben de Iraanse staatsmedia laten weten. Het was gezellig. De deelnemers wilden niet gelijk zeggen dat de Holocaust nooit heeft plaatsgevonden, maar de claim dat er zes miljoen Joden omgekomen zouden zijn, was uiteraard ‘sterk overdreven’.

Bron: de Volkskrant, 16 december 2006.

37 t Noem een ander begrip voor het in bron 33 genoemde Holocaust dat betrekking heeft op alle drie de tekstfragmenten van de bronnen 31 tot en met 33.

38 De bronnen 31 tot en met 33 zijn niet in willekeurige volgorde afgedrukt.

t In welke volgorde zijn ze dan wel afgedrukt? Geef een verklaring voor je antwoord.

39 t Trek onder elkaar, met steeds zo’n acht regels tussenruimte om te kunnen schrijven, twee horizontale tijdlijnen. De bovenste tijdlijn is voor de Tweede Wereldoorlog algemeen (zet dat erbij) en de onderste voor Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (zet dat erbij).

Zet op de juiste tijdlijn met verticale streepjes de volgende gebeurtenissen of perioden in chronologische volgorde. Noteer bij elk streepje onder of boven een van de tijdlijnen de letter van de gebeurtenis of periode.

A Duitse overgave aan de geallieerden

B Februaristaking

C Duitse Blitzkrieg

D Japanse aanval op Pearl Harbor

E Duitse inval in Nederland

F Japanse overgave aan de Verenigde Staten

G Duitse aanval op de Sovjet-Unie

H Operatie Market Garden

I Hongerwinter

J Atoombommen op Hirosjima en Nagasaki

bron 34 Anti-Joodse propaganda door de NSB

J.A.A. Aarse en B. Marinus, Hou zee kameraad! Een documentaire over de NSB, pagina 196.

40 t Welke oorlogsleiders zijn in bron 34 onder de fluitspelende man van links naar rechts als ‘de Grote Drie’ afgebeeld?

41 t Maak een driekolommenschema. Zet boven de eerste kolom aanpassing, boven de tweede collaboratie en boven de derde verzet.

Deel het volgende rijtje begrippen in het driekolommenschema in. Noteer de letters.

A Nederlandse politiemensen assisteren bij razzia’s

B onderduiken in plaats van melden

C landverraders

D overval op een distributiekantoor

E Februaristaking

F op verzoek van de bezetter inleveren van radio’s

G vervalsen van persoonsbewijzen

H uitgaan met Duitse soldaten

42 Nederland kent officieel jaarlijks op 4 en 5 mei twee nationale herdenkingen.

t Maak de volgende zin af.

Op 4 mei herdenken we … (vul in). Op 5 mei vieren we … (vul in).

43 Toen de Japanners na de capitulatie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger Java bezetten, werden zij hier en daar door Indonesiërs enthousiast met Japanse vlaggetjes begroet.

t Geef twee mogelijke verklaringen voor de reactie van deze Indonesiërs.

bron 35 Een postzegel met twee opdrukken in zwart

44 De postzegel met opdrukken in bron 35 brengt onbedoeld heel treffend in beeld wat veel Nederlanders vreesden, maar wat veel Indonesiërs juist graag wilden.

t Wat was de vrees van veel Nederlanders en juist de wens van veel Indonesiërs?

bron 36 Soekarno spreekt

bron 37 Soekarno bij een rijtoer

Jan Pluvier, De Indonesische Revolutie, Haarlem, 1970, pagina 36.
Spaarnestad Fotoarchief, Haarlem.

45 Bekijk de twee foto’s van de man die van nationalistenleider ten slotte president is geworden van de Republik Indonesia (bron 36 en 37).

t Welke foto was volgens de meeste Nederlanders na de Tweede Wereldoorlog stereotiep voor Soekarno? Leg je antwoord uit.

Doe het zo: Foto 1 / Foto 2 (kies), want … (leg uit).

46 Plaats de volgende politieke leiders, die hier alfabetisch worden genoemd, in chronologische volgorde. Bepalend voor je keuzes is het moment waarop elke politieke leider aan de macht kwam.

– Chroesjtsjov

– Drees

– Hitler

– Soekarno

– Stalin

bron 38 De Indonesische onafhankelijkheidsverklaring

www.javapost.nl.

47 Van welke datum is de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring (bron 38)?

A 15 augustus 1945

B 17 augustus 1945

C 19 augustus 1945

D 27 december 1949

bron 39 Het Van Heutsz-monument in Batavia, zoals onthuld in 1932

www.geheugenvannederland.nl.

bron 40 Hetzelfde monument in Batavia, beklad eind 1945

48 Op de tweede foto van het Van Heutsz-monument in Batavia (bron 40) is een verandering zichtbaar ten opzichte van de eerste foto van dit monument (bron 39).

t Leg uit waarom het monument is beklad.

49 t Leg uit waarom deze bekladding in het Engels gedaan is en niet in het Javaans of Nederlands.

50 EGKS (a), EU (b) en (E)EG (c) zijn bekende Europese afkortingen. De juiste volgorde van ontstaan van deze drie Europese instanties en samenwerkingsverbanden is

A a, b, c.

B a, c, b.

C b, a, c.

D c, a, b.

51 t Verklaar dat in de Sovjetpers het begrip ‘dollarimperialisme’ werd gebruikt als het om de Marshallhulp ging.

bron 41 Een kaart

52 De afgebeelde kaart geeft vooral inzicht in

A de loop van het IJzeren Gordijn

B de deling van Duitsland.

C de bepaling van de invloedssferen van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

D de ligging van de landen van de NAVO en het Warschaupact

bron 42 Een Amerikaanse cartoon door David Levine (met links Kennedy en rechts Chroesjtsjov)

No known survivors. David Levine’s Political Plank, J.H. Galbright (ed.), Boston, 1970, pagina 86.

53 t Naar aanleiding van welk heftig Oost-Westconflict in de Koude Oorlog is de cartoon in bron 42 getekend? Leg je antwoord uit.

2 Historisch overzicht (vanaf 1900)

bron 43 De Zwitserse strip Königin Julianas Europatraum (1972) naar aanleiding van een redevoering van de Nederlandse koningin bij een staatsbezoek aan Frankrijk

Beeldenstorm. De ontwikkeling van de politieke strip, Steef Davidson (ed.), Amsterdam, 1978, pagina 150.

bron 44 Vertaling van Königin Julianas Europatraum

Onze meningen kunnen soms verschillend zijn over de veiligste en vlugste weg … – maar het doel dat wij allen voor ogen hebben, is een echt levendig en dynamisch Europa … – … dat dankzij zijn gebundelde eenheid, de grote opgaven en problemen van de onontwikkelde gebieden, die zwaar op onze verantwoordelijkheid wegen, tot een oplossing zal kunnen brengen. – De derde wereld die twee derde van de mensheid omvat, kan op onze voortdurende belangstelling rekenen.

Bron: Beeldenstorm. De ontwikkeling van de politieke strip, Steef Davidson, Amsterdam 1978.

54 Uitspraak: De Zwitserse strip Königin Julianas Europatraum doet Hare Majesteit en haar idealistische opvattingen onrecht.

t Ben je het eens of oneens met deze uitspraak? Leg je antwoord uit.

Doe het zo:

Ik ben het eens/oneens (maak een keuze) met deze uitspraak, want … (leg uit).

55 Toen de voormalige minister-president Drees de leeftijd van 65 jaar bereikte, gingen massa’s ouden van dagen en middenstanders spontaan de straat op om hem te feliciteren en te bedanken voor de door zijn toedoen aangenomen Noodwet.

t Verklaar deze dankbetuigingen.

56 Een in de moderne geschiedenis duidelijk stukje oorzaak en gevolg vind je in onderstaande regel.

Het ongedaan maken van de Duitse deling werd ingeleid door de val van de Muur.

t Welke leider van de Sovjet-Unie leidde de val van de Muur in en welke twee politieke instrumenten hanteerde hij daarbij?

Doe het zo:

De leider van de SU die de val van de Muur inleidde was … (vul in).

De twee politieke instrumenten die hij hanteerde waren … en … (vul in).

57 Stel, je hebt via de televisie met eigen ogen de val van de Muur gezien. Dan heb je gekeken naar een staaltje

A Koude Oorlogsdenken.

B ontspanning.

C hernieuwd nationalisme.

D internationaal terrorisme.

bron 45 Schema van Europese instellingen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden

EUROPESE RAAD

Een eurocommissaris per lidstaat

Keurt wetsvoorstellen goed

Advies + meebeslissen

Regeringsleiders: zetten grote lijnen uit. Eén regeringsleider per land

Elk land komt op voor eigen belangen

Europese volksvertegenwoordiging Voert wetten uit

Scheidsrechter bij meningsverschillen is onafhankelijk

Kiest

Regering

Nationale volksvertegenwoordiging

Kiest

58 Het aantal Europese lidstaten onderaan het schema is niet compleet. Na het vertrek van het

Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland in 2020, telt de Europese Unie 27 lidstaten.

In het organisatieschema in bron 45 is op vier plaatsen iets weggelaten.

t Maak het schema compleet.

1 = 2 = 3 = 4 =

t Noem nog drie lidstaten van de Europese Unie die niet onderaan het schema staan.

59 Er zijn mensen, ook in Nederland, die beweren dat het er na 11 september 2001 in de wereld niet bepaald veiliger op geworden is.

t Wat bedoelen mensen die dit beweren en voor een argument verwijzen naar ‘nine-eleven’?

bron 46 Fragment uit de kersttoespraak 2006 door Hare Majesteit de koningin Beatrix

In verwoording van geestelijke en politieke vrijheid vinden mensen weerbaarheid. Aan de basis van elke democratie ligt dan ook de vrijheid van meningsuiting als een ieders goed recht. Dit betekent ruimte voor een eigen geluid waarmee uiting mag worden gegeven aan traditie en identiteit, aan opvattingen, overtuiging en geloof.

In de loop der tijden is die vrijheid bevochten. In onze dagen krijgen burgers daarvoor veel ruimte – en dat moet ook. Maar wie van die ruimte gebruikmaakt, moet wél beseffen dat anderen dezelfde rechten hebben. Elk woord moet bedacht zijn op een wederwoord. De begrenzing ligt besloten in de wet, die regels geeft, gegrond op gelijkwaardigheid en rechten van eenieder.

Bron: de Volkskrant, 27 december 2006.

60 In dit fragment (bron 46) heeft de toenmalige koningin Beatrix het vooral over

A tolerantie en vrije meningsuiting.

B multicultureel samenleven.

C religieuze pluriformiteit.

D individualisering

Uitwerkingen bij Historisch overzicht (vanaf 1900)

1 De nummers 2 en 3 zal ze niet kiezen. De nummers 1 en 4 gaan allebei over de automobielindustrie, van oud naar nieuw, terwijl nummer 2 over oude inzet van menskracht gaat (en trekvaart) en nummer 3 over voor het boek atypische paardenkracht (en vervoer met paard en wagen).

2 Op de eerste foto zou de allereerste telefoon kunnen staan (of wat erop leek) en op de derde een hypermoderne gsm met internetmode enzovoort.

3 B

Duidelijk blijkt uit het dagbladenoverzicht de verzuiling: socialisten, liberalen, roomsen en protestanten lazen hun eigen kranten.

4 Er was een groeiende vraag naar koloniale grondstoffen, zoals suiker, rubber, tabak en tin. Deze producten werden ook via geregelde scheepvaart van kolonie naar moederland vervoerd.

5 Deze uitspraak is onjuist. Imperialistische politiek is een algemeen Europees verschijnsel geweest.

6 Nederland beschikte wel over steenkool, maar had verder nauwelijks eigen bodemschatten. Voor olie, ijzer, rubber en tin was het vooral aangewezen op de kolonies in de Oost. Die werden door het modern imperialisme tot snellere en grotere productie voor het moederland aangespoord.

7 Aanleiding tot de arrestatie van Gavrilo Princip was diens moordaanslag op de OostenrijksHongaarse troonopvolger Frans-Ferdinand op 28 juni 1914. Deze moordaanslag werd de aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog.

8 Twee van de volgende oorzaken: militarisme, nationalisme, kolonialisme, industrialisatie, bondgenootschappen, vijandbeelden en wapenwedloop.

9 2 Voorbeeld van een juist antwoord is:

• De propagandaboodschap is dat de Duitse soldaten genadeloos en wreed zijn / zich schandelijk gedragen / onschuldige mensen doden.

• want een Duitse soldaat valt een vrouw aan / op de achtergrond zijn soldaten instemmend aan het toekijken / in de titel is het woord ‘heldhaftigheid’ ironisch / sarcastisch bedoeld.

10 De twee bondgenootschappen zijn de Centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Turkije) tegen de Geallieerden (Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland).

11 Nederland was neutraal. De kaartenmaker kon Nederland noch bij de geallieerden noch bij de centralen rekenen en nam de kleur wit in de kaart voor neutraal, net zoals bij Zwitserland.

12 D

Aan de hand van de kaart en de legenda is te zien dat de frontlijn aan het westfront van winter 1914 tot zomer 1918 nauwelijks veranderde. Dat was het gevolg van de loopgravenoorlog.

13 A

Dit is een typisch staaltje propaganda: vrouwen die deze poster zien, worden opgeroepen ook een steentje bij te dragen aan de oorlogvoering en te gaan leren munitie te fabriceren.

14 In de totale oorlog die de Eerste Wereldoorlog bleek te worden, werd niet alleen van de troepen aan de diverse fronten grote oorlogsinspanning verwacht, maar ook van de burgers van de verschillende landen thuis. Zij moesten op het thuisfront de wapens maken, de uniformen, de schepen enzovoort waarmee de oorlog moest worden gewonnen, zoals blijkt uit tekst en beeld van de bron.

15 Ja, deze titel vind ik goed gekozen, want Nederland raakte niet als strijdend land bij de Eerste Wereldoorlog betrokken en was in staat zijn neutraliteit te handhaven.

16 Economisch: bron 16 toont in het zinken van een Nederlands koopvaardijschip schadelijke gevolgen van de Eerste Wereldoorlog voor de Nederlandse economie.

Militair: bron 14 laat Nederlandse zeestrijdkrachten zien die druk bezig zijn geweest met het ontmantelen van voor de scheepvaart gevaarlijke zeemijnen.

Welzijn: bron 15 confronteert ons als kijkers met voedselschaarste en distributie. Concluderend is het terecht dat is afgerekend met de mythe van het Grote Niets voor Nederland in de Eerste Wereldoorlog.

17 Op humanitair vlak raakte Nederland nog meer betrokken bij de Eerste Wereldoorlog. Nederland raakte overspoeld met honderdduizenden Belgische en Franse oorlogsvluchtelingen, van wie velen gedurende de hele oorlogsperiode in Nederland asiel kregen.

18 Deze uitspraak is onjuist, want bron 18 toont aan dat Rotterdam sinds de zomer van 1914 veel havenactiviteiten mist en bron 19 laat zien dat Rotterdam in allerlei sectoren enorm veel werkgelegenheid verloor, waardoor de verschillen tussen vraag en aanbod in arbeidskrachten erg groot werden.

19 Deze bewering is volgens mij juist, want zonder Lenin als organisator van de onrust tijdens het tsaristische Rusland was er geen Russische Revolutie geweest. Ook goed is: Deze bewering is volgens mij onjuist, want de tijd was rijp voor een revolutie in Rusland, ook zonder Lenin.

20 Na de machtsovername door de communisten onder leiding van Lenin (oktober 1917) werd een vredesvoorstel gedaan aan de keizerlijke regering van Duitsland. De vrede tussen de Centralen en de Russische Sovjetrepubliek werd begin 1918 getekend.

21 Ja, de Duitse keizer had reden om als asielzoeker naar Nederland te gaan, want volgens bron 22 is hij al in 1915 aangewezen als hoofdschuldige voor de Eerste Wereldoorlog en zo zagen de geallieerden het eind 1918 nog. Dat de keizer juist op 11 november 1918 naar Nederland ging, vindt zijn oorzaak in het feit dat op die dag de wapenstilstand werd gesloten en de keizer kon verwachten dat de geallieerden hem zouden willen gevangennemen. In het neutrale Nederland dacht hij veilig te zijn.

22 C

De kaart toont hoe op het grondgebied van het voormalige Habsburgse Rijk in Midden­Europa nieuwe nationale staten kwamen. Dat was de uitkomst van de na de Eerste Wereldoorlog gesloten vredes (vanaf 1938 wijzigden de grenzen in dit gebied door de expansiepolitiek van Hitler Duitsland).

23 C

De foto is van 27 mei 1919, dus van de Vrede van Versailles.

24 Ik zie aan de strakgespannen koorden dat de Volkenbond een hele hijs heeft aan het omvertrekken van de (god van de) oorlog en aan de breuk in het rechterbeen en aan het gebroken zwaard van de (god van de) oorlog dat de oorlog al wel aan het wankelen is. Bovendien werken de tegenstanders met velen samen tegen de oorlog.

25 – Herstelbetalingen aan bijvoorbeeld Frankrijk of België ter compensatie van schade en verlies in de Eerste Wereldoorlog zijn voor Duitsland een zware last – hoe kan Duitsland zo een gezonde economie opbouwen?

– Gebiedsafstand van vooral voor Duitsland economisch belangrijk gebied is ook een verlies in verband met de opbouw na de verloren Eerste Wereldoorlog.

– Inflatie (= geldontwaarding) is voor een groot deel de schuld van het buitenland, geen fatsoenlijke Duitser kan nog tegen een normale prijs de eerste levensbehoeften verkrijgen.

– Gezichtsverlies heeft Duitsland geleden en daarmee elke Duitser door de onredelijk zware bepalingen van het Verdrag van Versailles – in plaats van een groot leger, dat elke staat toch toekomt, mocht er (‘oh, schande!’) maar een klein politioneel leger zijn; en vlak ook het verlies van de koloniën niet uit.

26 Toen de Amerikaanse aandelenkoersen volledig instortten, haalden beleggers versneld hun in het buitenland uitstaand kapitaal terug. Duitsland had in de jaren twintig van de twintigste eeuw sterk geprofiteerd van gunstige Amerikaanse leningen om de Duitse economie op te peppen, maar dat voordeel werd sinds Zwarte Donderdag (1929) eerder een nadeel.

27 Aanpassingspolitiek of gave-guldenpolitiek.

28 De kabinetten Colijn wezen natuurlijk niet op de stijgende werkloosheidscijfers, maar wel op de langzame stijging van de aandelenkoersen en de dalende rentepercentages als graadmeters van een verbeterend ondernemersklimaat. Op termijn zou de hele

Nederlandse economie beter gaan draaien vanwege de door de kabinetten Colijn gevoerde economische politiek.

29 Een man zonder werk zal wijzen op de sterk gestegen werkloosheid zoals blijkt uit bron 26.

30 Een overeenkomst is dat beide bronnen een foto zijn van actieve overheidsbemoeienis met de vastgelopen economie in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Afgebeeld zijn staaltjes van door de overheid gefinancierde grote infrastructurele werken, die veel werk voor veel werklozen betekenen.

Een verschil is dat de Nederlandse publieke werken een vreedzaam doel dienen (het voorkomen van overstromingen door aanleg van de Afsluitdijk) en de Duitse een militair doel van de toekomst (het over Autobahnen snel verplaatsen van troepen en materieel voor de komende Tweede Wereldoorlog).

31 Het was de NSB-overtuiging dat de parlementaire democratie in het algemeen een politiek stelsel was waarin vooral veel werd gepraat, maar weinig werd gedaan.

32 De NSB was een beweging. Dit begrip suggereert dynamiek tegenover de verstarring die aan het woord partij zou kleven. De NSB was dus al in de naam negatief over de parlementaire democratie.

33 De politieke tekening van bron 29 is negatief over de Leider, want hij is afgebeeld als een klein kwispelend keffertje dat de Duitse Führer adoreert en bij het horen van standaardkreten door ‘His Master’s Voice’ de rechterpoot heft in de nazigroet.

34 De begrippen die er niet bij horen zijn: vernietigingskampen, zuiveringsinstallaties en Jodenhaat.

35 De spotprent maakt het begrip zwijgende meerderheid (waarop Stalin zich weleens beriep) belachelijk: mensen zonder hoofd hebben geen mening meer. Het gaat hier juist niet om persoonsverheerlijking: Stalin is alleen, zonder ‘aanbidders’.

36 parlementaire democratie totalitaire staat

vrijheid van meningsuiting vrijheid van vergadering democratische verkiezingen

terreur gelijkschakeling indoctrinatie discriminatie dictatuur

37 Jodenvervolging (of vernietiging van het Joodse volksdeel of gewelddadig antisemitisme) dekt alle drie de bronnen.

38 Een chronologische volgorde is aangehouden. Het eerste fragment is van Hitlers theorie van de rassenleer. Het tweede is als het ware een gevolg in de praktijk van het eerste fragment (en dus later in tijd): het kamp Westerbork was in de Tweede Wereldoorlog een doorgangskamp voor in Nederland opgepakte Joden. Het derde fragment is van december 2006.

39 periode 1940-1945 WO II, algemeen

C G D A J F (mei-juni 1940) (22 juni 1941) (7 dec. 1941) (8 mei 1945) (6 en 9 aug. 1945) (2 sept. 1945) periode 1940-1945 WO II, Nederland E B H I (10 mei 1940) (eind febr. 1941) (sept.-okt. 1944) (november 1944-april 1945)

40 Afgebeeld zijn Roosevelt, Churchill en Stalin.

41 aanpassing collaboratie verzet

Opmerking: Je kunt H ook indelen bij ‘collaboratie’.

42 Op 4 mei herdenken we nationaal alle door toedoen van oorlogshandelingen gevallen (Nederlandse) doden. Op 5 mei vieren we de Dag van de Vrijheid.

43 Mogelijk waren deze Indonesiërs al langer pro-Japan en anti-Nederland en konden ze nu eindelijk openlijk hun voorkeur laten blijken. Maar misschien waren deze Indonesiërs gewoon alleen maar bang (en niet echt anti-Nederland) en probeerden ze zich aan te passen aan hoe ze meenden dat de nieuwe machthebbers wilden dat ze zich zouden gedragen.

44 De onafhankelijkheid van Indonesië werd enerzijds gevreesd en anderzijds gewenst.

45 Foto 1, want heel veel Nederlanders hadden zich een beeld van Soekarno gevormd als ophitser en radicale nationalist.

46 Stalin, Hitler, Soekarno, Drees, Chroesjtsjov.

47 B

48 Met de bekladding gaven de Indonesische nationalisten duidelijk aan nooit meer te zullen instemmen met een koloniale relatie, zoals ze eens gebogen hadden voor Van Heutsz met zijn koloniale troepen. Zo namen zij afstand van hun koloniaal verleden.

49 Ze gebruiken geen Javaans of Nederlands, maar Engels om in de internationale pers door de hele wereld gelezen en begrepen te worden.

50 B

De EGKS is van 1951, de EEG van 1957 en de EU van 1992.

51 In de Sovjet-Unie bestond geen vrije pers. ‘Voorgeschreven’ was de officiële Sovjetopvatting dat de Verenigde Staten de tegenstander waren van de Sovjet-Unie. En in het vijandbeeld van de Koude Oorlog werd de financiële hulp van het Marshallplan door de Sovjetpers omschreven als ‘dollarimperialisme’.

52 B

Op de kaart is van alle genoemde zaken wel iets zichtbaar, maar antwoord B is het meest juiste: van de Duitse deling is het meest te zien.

53 Deze cartoon is getekend naar aanleiding van de Cubacrisis of rakettencrisis. De grote tegenspelers toen waren Kennedy en Chroesjtsjov, hier getekend wankelend op het slappe koord om aan te geven hoe dreigend de situatie was.

54 Ik ben het eens met deze uitspraak, want de strip maakt alleen maar (on)gein over de goede bedoelingen van koningin Juliana en neemt haar kennelijk niet serieus.

55 Dankzij deze Noodwet van Willem Drees kregen middenstanders (die geen pensioen hadden) en ouderen vanaf de leeftijd van 65 jaar voortaan een staatspensioen in de vorm van een maandelijks bedrag van de Nederlandse overheid (= latere AOW). Zijn 65ste verjaardag was dus een mooi moment om hem hiervoor te bedanken.

56 Gorbatsjov; glasnost en perestrojka.

57 B

De val van de Muur is duidelijk ontspanning.

58 1 = Europese Commissie

2 = wetsvoorstellen

3 = Hof van Justitie

4 = Raad van Ministers

Bv. Tsjechië, Polen, Roemenië, Kroatië, enz. Vraag naar alle mogelijkheden bij je docent.

59 Op 11 september 2001 vond de terroristische aanslag plaats op de Twin Towers in New York. De mensen die hiernaar verwijzen bedoelen te zeggen dat men tegenwoordig zelfs op internationaal terrorisme bedacht moet zijn. Ze vinden dat de wereld vroeger veiliger was.

60 A

In de hele kersttoespraak van 2006 komen alle genoemde begrippen wel voor, maar in dit fragment ligt het accent op tolerantie en de vrijheid van meningsuiting.

Mijn Examenbundel

Vind je dit onderwerp lastig? Bekijk een uitlegfilmpje op mijnexamenbundel.nl of oefen met extra examenopgaven.

EXAMENS MET UITWERKINGEN

Oefenen met hele examens

Met uitleg bij de goede antwoorden.

Examen 2025-I

Meerkeuzevragen

Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

HISTORISCH OVERZICHT EN STAATSINRICHTING VANAF 1848

Nederland (1848-1914)

1 Een invulopdracht over de nieuwe Grondwet van 1848:

1 Koning … (Willem II / Willem III) gaf opdracht tot het schrijven van de nieuwe Grondwet.

2 Door de invoering van de nieuwe Grondwet werd de macht van de koning … (beperkt / uitgebreid).

3 Met de nieuwe Grondwet werd de onschendbaarheid van de koning … (afgeschaft / ingevoerd).

4 De ministers legden voortaan verantwoording af aan … (de koning / het parlement).

t Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken.

Doe het zo:

zin 1: … (kies uit: Willem II / Willem III)

zin 2: … (kies uit: beperkt / uitgebreid)

zin 3: … (kies uit: afgeschaft / ingevoerd)

zin 4: … (kies uit: de koning / het parlement)

2 In de negentiende eeuw breidde Nederland de kolonie Indonesië uit door gebieden te veroveren. Een reden voor de veroveringen was dat Nederland een grotere behoefte kreeg aan grondstoffen.

t Door welke economische ontwikkeling kreeg Nederland een grotere behoefte aan grondstoffen?

bron 1 Een herinnering van een 17-jarige jongen aan een verhuizing naar de stad Rotterdam (1890):

Onze woning viel niet mee. Met zes gezinnen woonden we in een pand dat al tekenen van verval en aftakeling vertoonde. Onze etage bestond uit twee kamers met twee donkere nissen met vier bedden. Uit het raam aan de achterkant konden wij de overburen gemakkelijk de hand geven. We leefden hier met zijn negenen. En de huur van onze nieuwe woning was driemaal zo hoog!

Gebruik bron 1.

3 De situatie in de bron was onderdeel van een maatschappelijk probleem waar in de negentiende eeuw veel over werd gediscussieerd.

t Onder welke naam staat de discussie over dit maatschappelijke probleem bekend?

4 In 1901 werd een wet aangenomen waardoor de overheid zich moest bezighouden met de kwaliteit van huizen.

t Noem de naam van deze wet.

2p

bron 2 Een politieke tekening van de socialisten (1905):

Toelichting

Op de tekening staat van boven naar beneden:

Kleine luyden, zullen jullie nog langer jullie eigen heersers kiezen? Arbeiders, kameraden Stem rood!

De twee mannen op de bovenste tekeningen zijn ‘kleine luyden’.

De man op de onderste tekening is een arbeider met verbroken boeien in zijn handen.

Gebruik bron 2.

5 In de tekening worden de ‘kleine luyden’ opgeroepen om in plaats van op hun eigen partij op de socialisten te stemmen.

t Noem eerst de naam van de politieke partij waar de ‘kleine luyden’ normaal gesproken op stemden.

t Geef daarna een reden waarom de ‘kleine luyden’ volgens de tekening op de socialisten zouden moeten stemmen.

1p 1p 1p 1p

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

bron 3 Een fragment uit een schoolboek over een gebeurtenis in 1917:

En langzaam is ook het onrechtvaardige lot van de bijzondere school beter geworden. Het heeft wel tachtig jaren geduurd; maar de gelijkstelling van het christelijk en het openbaar onderwijs is gekomen.

Minister De Visser heeft een nieuwe schoolwet gemaakt, nu zijn alle scholen voor de wet gelijk. Dat is eerlijk.

Gebruik bron 3.

6 In de bron is een mening van een bepaalde politieke stroming te herkennen.

t Geef met behulp van de bron aan of een mening van de confessionelen of van de socialisten te herkennen is.

Doe het zo:

Dit is een mening van de … (kies uit: confessionelen / socialisten), omdat … (geef een verklaring met behulp van de bron).

7 Lenin kwam in 1917 met de trein aan in Rusland na jaren in het buitenland te hebben gewoond.

t Noem een politiek gevolg van de komst van Lenin.

8 De treinreis van Lenin naar Rusland in 1917 was alleen mogelijk met de hulp van Duitsland.

Lenin vertelde niemand over deze hulp, omdat hij dacht dat mensen in Rusland hulp van Duitsland konden zien als verraad.

t Geef een reden waarom mensen in Rusland in 1917 de hulp van Duitsland als verraad konden zien.

9 In november 1918 werd een wapenstilstand gesloten tussen de Geallieerden en de Centralen. Hieronder staan zes landen:

1 Duitsland

2 Frankrijk

3 Groot-Brittannië

4 Oostenrijk-Hongarije

5 Rusland

6 Verenigde Staten

t Welke drie landen hoorden bij het bondgenootschap van de Geallieerden toen in 1918 de wapenstilstand werd gesloten? Schrijf alleen de nummers op.

bron 4 Hieronder en op de volgende pagina staan in totaal drie foto’s die te maken hebben met Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog:

foto 1

Vrouwen in Amsterdam staan in de rij voor het uitdelen van voedsel door de overheid:

foto 2

Nederlandse soldaten bewaken de kust in Zeeland:

Gebruik bron 4.

foto 3

Belgische kinderen in een opvangkamp in Nederland:

10 Hieronder staan vijf kenmerken van de Eerste Wereldoorlog:

a loopgravenoorlog

b mobilisatie

c schaarste

d vluchtelingen

e vijandbeeld

t Geef per foto aan welk kenmerk daarbij past. Let op! Er blijven twee kenmerken over.

Doe het zo:

Bij foto 1 past … (vul letter in). (enzovoort tot en met foto 3)

11 In 1918 werd Suze Groeneweg als eerste vrouw gekozen tot lid van de Tweede Kamer.

Van welk kiesrecht maakte Suze Groeneweg in 1918 gebruik?

A actief kiesrecht

B algemeen vrouwenkiesrecht

C censuskiesrecht

D passief kiesrecht

Het Interbellum (1918-1939)

12 Op 4 december 1930 werd in Berlijn de film Im Westen nichts Neues (Van het westelijk front geen nieuws) vertoond. De film was van een Joodse regisseur en producent. De film gaat over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en de verliezen van het Duitse leger. Een groepje nazi’s verstoorde een voorstelling van de film.

t Geef twee redenen waarom de nazi’s zich verzetten tegen deze film.

Doe het zo: reden 1: … reden 2: …

13 Hieronder staan vijf gebeurtenissen die plaatsvonden tussen 1918 en 1933:

1 De Beurskrach op Wall Street vindt plaats.

2 Het Dawesplan wordt ingevoerd.

3 Het Ruhrgebied wordt bezet.

4 Hitler neemt de macht over in Duitsland.

5 De Republiek van Weimar wordt opgericht.

t Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).

14 Iemand beweert dat Hitler gebruik heeft gemaakt van de parlementaire democratie om de rechtsstaat af te schaffen.

t Leg uit dat deze bewering juist is.

Doe dit door:

– eerst aan te geven waaruit blijkt dat Hitler gebruik heeft gemaakt van de parlementaire democratie

– en daarna een voorbeeld te geven waaruit blijkt dat Hitler de rechtsstaat heeft afgeschaft.

bron 5 Uit een Engelse krant (juli 1936):

Toelichting

Bij de tekening hoort de tekst: De weg naar de overwinning. Op de stapel mensen staat: Laffe democratische “leiders”. Op de onderste rug staat: herbewapening. Op de bovenste rug staat: baas van de wereld.

Gebruik bron 5.

15 De democratische leiders zijn door de tekenaar afgebeeld als laf. Welk argument voor deze mening is in de tekening te herkennen?

A De leiders hebben de communistische regering van de Sovjet-Unie erkend.

B De leiders hebben de Vrede van Versailles getekend.

C De leiders verzetten zich niet tegen Hitlers machtsuitbreiding.

D De leiders zijn economisch afhankelijk van Duitsland.

16 Tijdens de Conferentie van München werd een akkoord gesloten tussen Hitler, als leider van nazi-Duitsland, en Chamberlain, de minister-president van Groot-Brittannië.

Wat was voor Chamberlain de reden om het akkoord met Hitler te sluiten?

A De Duitse politiek voor meer Lebensraum moest een succes worden.

B Duitsland wilde lid worden van de Volkenbond.

C Een nieuwe oorlog met Duitsland moest voorkomen worden.

D Groot-Brittannië wilde dat Duitsland het Verdrag van Versailles tekende.

17 In de periode 1936-1938 werd een aantal mensen in de Sovjet-Unie in een showproces veroordeeld. Deze processen waren niet eerlijk.

t Geef een argument waarom een showproces geen eerlijk proces is.

bron 6 Een herinnering van een Russische schrijver in de Sovjet-Unie (1938):

Iedereen gelooft dat alleen Stalin de Sovjetstaat tegen een invasie en instorting kan beschermen. Wij geloofden (waarschijnlijk omdat wij het wílden geloven) dat Stalin niets van de misstanden en executies wist. Hij kon toch niet weten op wat voor een zinloze manier veel communisten en vertegenwoordigers van de intelligente bovenlaag afgeslacht werden? Iemand zei: “Men houdt het voor Stalin geheim.”

Gebruik bron 6.

18 Geef een verklaring waarom veel mensen in de Sovjet-Unie eind jaren 30 hetzelfde over Stalin dachten als de mensen in de bron.

Door de tijd heen

19 Hieronder staan vier gebeurtenissen uit de geschiedenis van Nederland tussen 1918 en 1939:

1 De socialist Troelstra doet een revolutiepoging.

2 De regering besluit dat werklozen moeten stempelen.

3 Het actief kiesrecht voor vrouwen wordt ingevoerd.

4 Nederland mobiliseert het leger uit angst voor nazi-Duitsland.

t Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).

2p

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

bron 7 Hieronder staan twee foto’s gemaakt in Nederland (mei 1940).

foto 1

Inwoners van Rotterdam gaan op de foto met Duitse soldaten:

foto 2

Limburgse meisjes staan op een neergeschoten Duits vliegtuig:

Gebruik bron 7.

20 Tijdens de Duitse inval in mei 1940 werden veel foto’s gemaakt. Sommige foto’s gebruikte de Duitse bezetter later als propaganda.

t Geef voor elke foto aan of deze wel of niet geschikt is als propaganda voor de Duitse bezetter.

t Geef daarna voor je keuze ook een argument.

Doe het zo:

Foto 1 is … (kies uit: wel / niet) geschikt als propaganda voor de Duitse bezetter, omdat … (geef een argument).

Foto 2 is … (kies uit: wel / niet) geschikt als propaganda voor de Duitse bezetter, omdat … (geef een argument).

bron 8 Titels van vier boeken over Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog:

boek 1

Wilhelmina in Londen 1940-1945

boek 2

Tussen ons volk en de honger. De voedselvoorziening 1940-1945

boek 3

Niet voor publicatie. De legale Nederlandse pers tijdens de Duitse bezetting

boek 4

Eindstation Auschwitz. Mijn verhaal vanuit het kamp 1943-1945

Gebruik bron 8.

21 Hieronder staan vijf begrippen die te maken hebben met de Tweede Wereldoorlog:

a censuur

b distributie

c Holocaust

d onderduiken

e regering in ballingschap

t Noem per boek het begrip dat daarbij hoort. Let op! Er blijft één begrip over.

Doe het zo:

Bij boek 1 hoort begrip … (vul letter in). (enzovoort tot en met boek 4)

bron 9 Uit het dagboek van een Amsterdammer (1941):

In groepen verlieten de arbeiders en kantoorbedienden hun werkplaatsen. Door de straten vlogen de berichten van mond tot mond. “De trams rijden niet!” Lege straten. Geen trams, bijna geen auto’s. Ook bij veel transportbedrijven hadden de arbeiders en chauffeurs het werk neergelegd. De winkels waren bijna overal gesloten. Tegen de Jodenvervolging, tegen de onmenselijkheid.

Gebruik bron 9.

22 Noem de naam van de gebeurtenis die in de bron wordt beschreven.

bron 10 Een kritisch artikel van rooms-katholieke kerkleiders in Nederland (1941):

De Duitse bezetter heeft bepaald dat een NSB’er de leiding overneemt van onze katholieke vakbond. Daarmee wordt de katholieke vakbond een onderdeel van de NSB. Onze vakbond is daardoor geen katholieke vereniging meer. Wij verbieden katholieken om nog langer lid te blijven.

Gebruik bron 10.

23 Op welk onderdeel van de politiek van de Duitse bezetter hebben de kerkleiders kritiek?

A deportaties

B gelijkschakeling

C Heim ins Reich

D rassenleer

1p

D tweefrontenoorlog 2p

24 Tijdens de Duitse bezetting kwam er in Nederland een nieuw bestuur. Er werd een rijkscommissaris benoemd die de bevoegdheden kreeg van staatshoofd, ministers en van de Eerste Kamer en Tweede Kamer. De Eerste en Tweede Kamer bleven bestaan, maar konden niet vergaderen.

Een invulopdracht:

1 Door het benoemen van de rijkscommissaris was er geen sprake meer van … (een districtenstelsel / het censuskiesrecht / scheiding tussen de machten).

2 Doordat de Eerste en Tweede Kamer niet konden vergaderen, hadden zij geen … (rechterlijke / uitvoerende / wetgevende) macht meer.

3 De komst van het nieuwe bestuur tijdens de bezetting maakte van Nederland een … (democratie / dictatuur / monarchie).

t Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken.

Doe het zo:

zin 1: … (kies uit: een districtenstelsel / het censuskiesrecht / scheiding tussen de machten).

zin 2: … (kies uit: rechterlijke / uitvoerende / wetgevende).

zin 3: … (kies uit: democratie / dictatuur / monarchie).

bron 11 Een poster in Nederland, verspreid in de periode 1941-1942:

Toelichting

Op de poster staat: Strijdt mee onder eigen vlag tegen het Bolsjewisme! Vrijwilligerslegioen ‘Nederland’.

Met bolsjewisme wordt het communisme in de Sovjet-Unie bedoeld.

Gebruik bron 11.

25 Welk begrip hoort bij de poster?

A capitulatie

B collaboratie

C demilitarisatie

bron 12 Uit het dagboek van een Nederlander in Indonesië (1943):

De Indonesiërs hebben gezien dat ook een Aziatisch volk de baas kan zijn. Zij hebben Nederlandse vrouwen bedienden van Aziaten zien worden. Zij hebben Europeanen halfnaakt door de straten vervoerd zien worden. Zij hebben niet langer respect voor ons, en op dat respect is tenslotte de koloniale heerschappij voor een groot deel gebaseerd.

Gebruik bron 12.

26 Voor welke ontwikkeling geeft de bron een verklaring?

A voor het ontstaan van het Indonesisch verzet tegen de Japanse overheersing

B voor het ontstaan van het Nederlandse modern imperialisme

C voor het toenemen van de buitenlandse druk op Nederland om Indonesië onafhankelijk te maken

D voor het toenemen van het Indonesische nationalisme tijdens de Japanse bezetting

bron 13 Hieronder staat eerst een herinnering. Daarna volgt een kaart met vijf nummers.

Herinnering van een Nederlandse vrouw aan een kamp (1944):

Zeker tweemaal per dag moesten wij vrouwen in rijen gaan staan, samen met de kinderen. Dan wachtten we tot de controle kwam. We moesten altijd buigen. Trouwens ook op het plein als er een Japanner over liep.

Dan moest de eerste die hem zag meteen heel hard roepen en sprong iedereen in de houding. Negentig graden vooroverbuigen, handen langs de bovenbenen en over de knie. Als hij voorbij was, mocht je weer omhoog.

Gebruik bron 13.

27 Op welke plek op de kaart speelt de herinnering uit 1944 zich af? Schrijf alleen het nummer op.

28 Militaire gebeurtenissen die het verloop van een oorlog veranderen, worden als keerpunten gezien.

Hieronder staan twee perioden waarin keerpunten plaatsvonden tijdens de Tweede

Wereldoorlog:

periode 1: van augustus 1942 tot februari 1943 periode 2: juni 1944

t Noem eerst voor elke periode de militaire gebeurtenis die toen plaatsvond en die als keerpunt wordt gezien.

t Kies daarna één periode en geef een argument waarom het keerpunt dat toen plaatsvond het verloop van de oorlog heeft veranderd.

Doe het zo:

keerpunt in periode 1: … keerpunt in periode 2: …

Het keerpunt in periode … (kies uit: 1 / 2) heeft het verloop van de oorlog veranderd, omdat … (geef een argument).

29 In september 1944 vond de geallieerde operatie Market Garden plaats. Het doel was om snel Duitsland in te trekken door een aantal bruggen over de grote rivieren te veroveren. Dit doel werd niet bereikt.

t Geef een argument waarom operatie Market Garden toch positieve gevolgen had voor veel Nederlanders.

bron 14 Drie herinneringen van Nederlanders aan gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945):

herinnering 1

Het hele rijtje huizen waar wij zicht op hadden, daar werd op de deur gebonsd. En na een kwartier of twintig minuten stond daar een rij Joden op straat. En toen kwamen er auto’s aangereden, van die Duitse vrachtwagens, met zeil overtrokken. En daar moesten ze instappen.

herinnering 2

Het bedrijf waar ik werkte, stuurde me naar Duitsland. Iemand zei nog dat ik zou kunnen onderduiken, maar ik wist niet hoe. Bij de oproep zat bovendien een brief waarin stond dat als ik me niet meldde, ze een ander familielid zouden ophalen.

herinnering 3

De Duitse troepen waren Polen binnengetrokken en Engeland en Frankrijk hadden Duitsland de oorlog verklaard. Ook ik werd opgeroepen om het vaderland te dienen. Met grote tegenzin ging ik van huis.

Gebruik bron 14.

30 Hieronder staan vijf begrippen:

a gedwongen tewerkstelling

b Hongerwinter

c mobilisatie

d razzia

e verzet

t Geef per herinnering aan welk begrip daarbij hoort. Let op! Er blijven twee begrippen over.

Doe het zo:

Bij herinnering 1 hoort … (vul letter in).

(enzovoort tot en met herinnering 3)

1p

t Geef met behulp van de bron een argument voor deze bewering. 1p 2p

31 Tijdens de Duitse bezetting werden veel Joden in Nederland gevangengezet in doorgangskamp Westerbork. De Duitse bezetter deed veel moeite om het leven in het kamp zo normaal mogelijk te laten lijken. Er werden bijvoorbeeld huwelijken gesloten, zieke mensen konden naar de dokter en kinderen gingen naar school.

t Geef een reden waarom de Duitse bezetter het leven in doorgangskamp Westerbork normaal wilde laten lijken.

32 Voor Nederland zijn de data 5 mei en 15 augustus belangrijk vanwege gebeurtenissen die plaatsvonden in 1945.

t Noem per datum de gebeurtenis die in 1945 plaatsvond.

Doe het zo:

5 mei: … (noem de gebeurtenis)

15 augustus: … (noem de gebeurtenis)

Europa en de wereld (1945-1989)

bron 15 Een foto uit Indonesië in een Nederlands tijdschrift (1947):

Toelichting

Bij de foto hoort de tekst: Op een oefenveld worden soldaten voor het leger van de Republiek Indonesië getraind. Omdat er niet genoeg wapens zijn voor alle soldaten, dragen ze houten namaakgeweren.

Gebruik bron 15.

33 Het leger van de Republiek Indonesië vocht tegen Nederland voor de onafhankelijkheid. Iemand beweert dat de Nederlandse regering met deze foto de boodschap over kon brengen dat Nederland de strijd tegen het leger van de Republiek Indonesië makkelijk zou winnen.

bron 16 Een uitspraak van een Franse minister (1950):

Frankrijk stelt voor dat de productie van kolen en staal van Frankrijk en Duitsland voortaan door een aparte organisatie wordt geregeld. Andere Europese landen mogen zich bij ons aansluiten. Hierdoor maken we een begin met de economische samenwerking in Europa. Ook wordt het hierdoor bijna onmogelijk om ooit nog oorlog tegen elkaar te voeren.

Gebruik bron 16.

34 De Franse minister stelt voor om een organisatie op te richten. Welke organisatie is naar aanleiding van het voorstel opgericht?

A EEG

B EGKS

C NAVO

D VN

35 Onder het bewind van Stalin werden veel mensen vermoord en werden politieke tegenstanders vervolgd. Toch was er in de Sovjet-Unie veel waardering voor Stalin. Wat is een belangrijke reden voor deze waardering?

Onder het bewind van Stalin

A kregen boeren en arbeiders steeds meer politieke macht.

B kwam er een einde aan de wapenwedloop met de Verenigde Staten.

C leidde de politiek van collectivisatie tot meer vrijheid.

D werd nazi-Duitsland verslagen.

36 Sommige historici noemen Stalin de ‘rode tsaar’ voor de periode dat hij de leider van de Sovjet-Unie was. Met ‘rood’ wordt bedoeld dat Stalin communistisch was.

t Geef een argument waarom het begrip ‘tsaar’ ook bij Stalin past.

37 In 1956 brak de Hongaarse Opstand uit. De regering van de Verenigde Staten stond positief tegenover de Hongaarse Opstand, maar stuurde geen militairen om de opstandelingen te helpen.

t Geef eerst een politieke reden waarom de Verenigde Staten positief stonden tegenover de Hongaarse Opstand.

t Geef daarna een reden waarom de Verenigde Staten geen militairen stuurden.

Doe het zo:

De Verenigde Staten stonden positief tegenover de opstand, omdat … (geef een politieke reden).

De Verenigde Staten stuurden geen militairen, omdat … (geef een reden).

38 Tot ongeveer 1960 werd Nederland gekenmerkt door een maatschappelijk verschijnsel waarbij mensen vooral binnen een groep leefden met dezelfde soort ideeën of levensovertuiging.

t Noem de naam van dit maatschappelijk verschijnsel.

39 Een gebeurtenis in 1962 bracht de hele wereld in gevaar, omdat een kernoorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie nog nooit zo dichtbij was als toen.

Welke gebeurtenis wordt bedoeld?

A de bouw van de Berlijnse Muur

B de Cubacrisis

C de Praagse Lente

D de stichting van de DDR

1p

bron 17 Een oproep in een Nederlandse krant van een producent van opbergbakjes voor in het huishouden (1964):

Verkoopsters in uw huiskamer

Hebt u al eens een ‘home party’ georganiseerd? U hoeft slechts te zorgen voor een groepje vriendinnen en een kopje koffie. Voor een vlot gesprek komt een verkoopster, die haar meegebrachte waar op uw tafel zal uitstallen en er uw vriendinnen alles over zal vertellen.

Deze nieuwe vorm van verkopen is nog niet zo lang geleden van de Verenigde Staten afgekeken. Daar zijn de huisvrouwen er al langer mee bekend.

Gebruik bron 17.

40 Welke twee begrippen passen bij de bron?

A amerikanisering + consumptiemaatschappij

B amerikanisering + secularisatie

C secularisatie + verzorgingsstaat

D verzorgingsstaat + consumptiemaatschappij

Gebruik nogmaals bron 17.

1p

1p

1p

1p

41 In de jaren 60 begon de Tweede Feministische Golf.

t Geef een reden waarom de bron niet past bij de doelen van de Tweede Feministische Golf.

42 Hieronder staan twee ontwikkelingen:

1 Tussen 1946 en 1958 emigreerde een groep van ongeveer 400.000 mensen van Indonesië naar Nederland.

2 Tussen 1970 en 1980 emigreerde een groep van ongeveer 300.000 mensen van Suriname naar Nederland.

Deze twee ontwikkelingen hadden eenzelfde politieke oorzaak.

t Welke politieke oorzaak wordt bedoeld?

43 Er kwam in 1983 een nieuw artikel 1 in de Grondwet.

t Geef aan wat door artikel 1 wordt bepaald.

44 Een omschrijving van een gebeurtenis:

In 1986 verscheen in de Sovjet-Unie een film over allerlei problemen die jonge inwoners van de Sovjet-Unie hadden. Veel van die problemen werden veroorzaakt door het beleid van de overheid. Ruim 20 miljoen inwoners van de Sovjet-Unie zagen deze film in de bioscoop.

Deze gebeurtenis was alleen mogelijk dankzij de invoering van de glasnost.

t Geef een reden waarom deze gebeurtenis alleen mogelijk was dankzij de invoering van de glasnost.

Door de tijd heen

45 Colijn en Drees zijn allebei minister-president van Nederland geweest. Hieronder staan vijf uitspraken:

1 Hij voerde de aanpassingspolitiek in.

2 Hij was betrokken bij de opbouw van de verzorgingsstaat.

3 Hij was minister-president in de tijd van de wederopbouw.

4 Hij was minister-president tijdens de crisis van de jaren 30.

5 Hij was minister-president tijdens de soevereiniteitsoverdracht met Indonesië.

t Geef per uitspraak aan of deze over Colijn of Drees gaat.

Doe het zo:

Uitspraak 1 gaat over … (kies uit: Colijn / Drees).

(enzovoort tot en met uitspraak 5)

46 Hieronder staan vier gebeurtenissen die te maken hebben met de Amsterdamse wijk de Jordaan tussen 1917 en 1988:

1 Bij een stempelkantoor in de Jordaan veroorzaken werklozen relletjes, omdat de werklozensteun is verlaagd.

2 Tijdens een bezoek aan de Jordaan krijgt koningin Beatrix onverwachts twee zoenen van iemand uit het publiek.

3 Veel jongeren uit de Jordaan sluiten zich aan bij de nozems, een van de eerste jeugdculturen van Nederland.

4 Vrouwen uit de Jordaan proberen schepen met aardappelen te plunderen, omdat er in het neutrale Nederland voedseltekorten zijn ontstaan.

t Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna … en ten slotte … (vul nummers in).

De nieuwe wereldorde (vanaf 1990)

bron 18 Een grafiek over aanhangers van religies in Nederland tussen 1899 en 2008:

Gebruik bron 18.

47 In de grafiek zijn verschillende ontwikkelingen te zien over de periode tussen 1899 en 2008 in Nederland.

Een invulopdracht bij de grafiek:

1 De ontwikkelingen in de grafiek in de periode 1960-2008 hebben onder andere te maken met het proces van … (globalisering / secularisatie).

2 In de periode 1960-2008 is er sprake van … (individualisering / indoctrinatie) binnen de Nederlandse samenleving.

3 De toename van het percentage bij overige religies in de periode 1980-2008 is mede een gevolg van de … (multiculturele samenleving / verzorgingsstaat).

t Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken.

Doe het zo:

zin 1: … (kies uit: globalisering / secularisatie)

zin 2: … (kies uit: individualisering / indoctrinatie)

zin 3: … (kies uit: multiculturele samenleving / verzorgingsstaat)

Door de tijd heen

bron 19 Hieronder en op de volgende pagina staan in totaal vijf foto’s van gebeurtenissen die te maken hebben met Duitsland tussen 1926 en 1990:

foto 1

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken en Stalin zijn aanwezig bij het tekenen van een niet-aanvalsverdrag:

foto 2

In het jaar dat Duitsland lid wordt van de Volkenbond houdt een Duitse politicus tijdens een vergadering van deze organisatie een toespraak:

foto 3

In Berlijn vindt de officiële hereniging van Duitsland plaats:

foto 4

Duitse soldaten trekken Polen binnen:

foto 5

Politiek leiders van de DDR (links) overleggen met politiek leiders van de BRD (rechts):

Gebruik bron 19.

48 In de bron staan vijf foto’s die te maken hebben met gebeurtenissen in Duitsland tussen 1926 en 1990.

t Zet de foto’s in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens ... en ten slotte … (vul nummers in).

Mijn Examenbundel

Wil je weten hoe je dit examen hebt gemaakt? Je kunt het examen nakijken met de uitwerkingen hierna óf online op mijnexamenbundel.nl. Je ziet dan je totaalscore en je score per onderwerp. Deze worden bewaard.

Uitwerkingen bij het examen 2025-I

Antwoorden en antwoordsuggesties uit het officiële correctievoorschrift, met daaronder cursief nadere uitleg of commentaar door de Examenbundelauteurs

Historisch overzicht en staatsinrichting vanaf 1848

Nederland (1848-1914)

1 De juiste antwoorden zijn: zin 1: Willem II zin 2: beperkt zin 3: ingevoerd zin 4: het parlement

Bij vier antwoorden juist: 2 punten; drie antwoorden juist: 1 punt; minder dan drie antwoorden juist: 0 punten.

Toelichting bij het antwoord

Bij deze invulopdracht moet je per zin een keuze maken uit een tweetal gegeven mogelijkheden.

De historische situatie is die van 1848, het jaar van de nieuwe Grondwet van Thorbecke. Het was Willem II (zin 1) die hem de opdracht gaf, de bedoeling was de macht van de vorst te beperken (zin 2), daarvoor werd de onschendbaarheid van de vorst ingevoerd (zin 3) en moesten de ministers voortaan verantwoording afleggen aan het parlement (zin 4).

2 Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om de industrialisatie.

Toelichting bij het antwoord

Grotere en snellere machinale productie van meer goederen vroeg om meer grondstoffen uit de Nederlandse kolonies en daarvoor werd meer gebied van Indonesië veroverd.

3 Het juiste antwoord is: de sociale kwestie

Toelichting bij het antwoord

In bron 1 vertelt de 17­jarige jongen over de dure woning waarin veel te veel mensen onder beroerde omstandigheden moesten verblijven. Dit maatschappelijk probleem heet de sociale kwestie (er waren in die tijd nog veel meer sociale problemen, bijvoorbeeld de kinderarbeid en de lange werktijden in de fabrieken).

4 Het juiste antwoord is: Woningwet

Toelichting bij het antwoord

De aanpak van de sociale kwestie door de overheid op het terrein van de (volks)huisvesting werd mogelijk door de Woningwet die in 1901 tot stand kwam.

5 Het juiste antwoord is:

– ARP (Anti-Revolutionaire Partij) [1p]

– Voorbeeld van een juist antwoord is: [1p]

De ‘kleine luyden’ moesten volgens de tekening in bron 2 op de socialisten stemmen, omdat ze dan vrij zullen zijn / ze niet meer onderdrukt zullen worden / de arbeiders sterker worden / de arbeiders machtiger worden.

Toelichting bij het antwoord

Met de term ‘kleine luyden’ werden de volgelingen van dominee Abraham Kuyper bedoeld, de oprichter van de ARP (1p). Die werden door de socialisten of ‘roden’ opgeroepen met hen mee te stemmen om hun bazen van zich af te werpen en ook vrij te zijn.

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

6 Het juiste antwoord is:

Dit is een mening van de confessionelen, omdat (voorbeelden van juiste verklaringen): – in de bron positief gesproken wordt over de financiële gelijkstelling van het christelijk / bijzonder en openbaar onderwijs.

– het volgens de bron eerlijk is dat alle scholen gelijk worden behandeld (wat voor de confessionelen een belangrijk doel was).

Alleen als na ‘confessionelen’ een juiste verklaring volgt, wordt 1 scorepunt toegekend.

Toelichting bij het antwoord

Bron 3 komt uit 1917 en gaat over de financiële gelijkstelling van het bijzonder en openbaar onderwijs (dit betekende dat het bijzonder/christelijk onderwijs voortaan even veel geld ontving als het openbaar onderwijs). Dit was een belangrijk doel van de christelijke of confessionele politiek, niet van de socialisten.

7 Voorbeeld van een juist antwoord is:

Een politiek gevolg was dat de (communistische) revolutie uitbrak / dat de communisten de macht grepen in Rusland / dat Rusland communistisch werd / dat de Sovjet-Unie ontstond.

Toelichting bij het antwoord

Door de jarenlange ballingschap van de communistische leider Lenin buiten Rusland kwam het nog niet tot een revolutie, maar toen hij in Rusland terugkeerde was hij de leider die de revolutie (staatsgreep) mogelijk maakte.

8 Uit het antwoord moet blijken dat Rusland in 1917 in oorlog was met Duitsland / Duitsland een vijand was van Rusland.

Toelichting bij het antwoord

Je in een oorlog door de vijand laten helpen komt verdacht over en zo’n verdachtmaking zou de revolutie in gevaar kunnen brengen. Daarom werd stilgehouden dat de Duitsers Lenin door de gevechtslinies heen hadden geholpen om naar Rusland te gaan.

9 De juiste antwoorden zijn:

2 (= Frankrijk)

3 (= Groot-Brittannië)

6 (= Verenigde Staten)

Alleen als alle drie de antwoorden juist zijn, wordt 1 scorepunt toegekend.

Toelichting bij het antwoord

Door goed leerwerk weet je welke mogendheden in 1918 tot de Centralen en tot de Geallieerden behoorden.

10 De juiste antwoorden zijn:

Bij foto 1 past c (= schaarste).

Bij foto 2 past b (= mobilisatie).

Bij foto 3 past d (= vluchtelingen).

Bij drie antwoorden juist: 2 punten; twee antwoorden juist: 1 punt; minder dan twee antwoorden juist: 0 punten.

Toelichting bij het antwoord

De bron toont drie foto’s uit de Eerste Wereldoorlog met betrekking tot het neutrale Nederland. Goed kijken wat je ziet en goed lezen van de bijschriften zijn hier de sleutel tot drie goede keuzes.

11

D

Toelichting bij het antwoord

In de opgave staat dat Suze Groeneweg werd gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Je laten kiezen (uit een lijst kandidaten) is gebruikmaken van het passief kiesrecht, dus is antwoord D het juiste antwoord.

Het Interbellum (1918-1939)

12 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn (twee van de volgende):

– De regisseur/producent van de film was Joods / de nazi’s waren antisemitisch.

– De film was negatief over Duitsland / de nazi’s waren nationalistisch.

– Het leger werd bekritiseerd / de nazi’s waren voor een sterk leger.

– De oorlogsverschrikkingen stonden te veel op de voorgrond (in plaats van het heldendom van de soldaten).

Per juist antwoord wordt 1 scorepunt toegekend.

Toelichting bij het antwoord

Gevraagd worden twee redenen voor nazi­aanhangers om een filmvertoning van ‘Im Westen nichts Neues’ te verstoren. De keuze is hier groot. Veel nazi’s verheerlijkten het leger en geloofden in de Dolkstootlegende.

13 De juiste volgorde is:

Eerst 5, dan 3, daarna 2, vervolgens 1 en ten slotte 4.

Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Toelichting bij het antwoord

Dit is een leervraag, waarbij je de genoemde gebeurtenissen met de bijpassende jaartallen goed in je hoofd moet hebben. De volgorde die je vast al gelijk wist is: De Republiek van Weimar wordt opgericht – Het Ruhrgebied wordt bezet – Het Dawesplan wordt ingevoerd – De Beurskrach op Wallstreet vindt plaats – Hitler neemt de macht over in Duitsland.

14 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– Hitler maakte gebruik van de parlementaire democratie door mee te doen (met zijn partij de NSDAP) aan de verkiezingen / door het parlement te laten stemmen over het buiten werking stellen van de rechtsstaat/Grondwet. [1p]

– Voorbeeld waaruit blijkt dat Hitler de rechtsstaat heeft afgeschaft (een van de volgende): [1p]

– Hitler verbood meerdere politieke partijen.

– Hitler maakte een einde aan de scheiding tussen de machten.

– Hitler ontnam burgers (zoals Joden, homoseksuelen, enz.) rechten / er was sprake van discriminatie/vervolging.

– Er was geen sprake meer van vrijheid van meningsuiting.

– Er was geen vrijheid/rechtszekerheid/rechtsgelijkheid meer voor de burgers.

– Burgers hadden geen bescherming meer van hun rechten en vrijheden.

Toelichting bij het antwoord

Dit is een opgave in twee delen. Eerst moet je aangeven dat Hitler gebruikmaakt van de parlementaire democratie door met zijn politieke partij aan verkiezingen mee te doen (1p).

Daarna moet je een geschikt voorbeeld geven van de afschaffing van de parlementaire democratie door Hitler (1p).

15 C

Toelichting bij het antwoord

De democratische leiders zijn op de tekening van bron 5 afgebeeld en beschreven als ‘ruggengraatlozen’ die gebukt staan om de grote Duitse leider over zich heen te laten lopen. Dit komt volledig overeen met antwoord C als juiste antwoord.

16 C

Toelichting bij het antwoord

Na de, zeker ook voor Groot­Brittannië, verschrikkelijke Eerste Wereldoorlog moest volgens

Chamberlain tot elke prijs een nieuwe oorlog in Europa worden voorkomen.

Duitsland had de Vrede van Versailles allang getekend (antwoord D) en was al lid van de Volkenbond (antwoord B). Dat Duitsland meer Lebensraum wilde (antwoord A) was niet

Chamberlains inzet, dus blijft alleen antwoord C als juiste antwoord over.

17 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:

– De uitkomst van een showproces stond van tevoren al vast.

– De verdachten werden gedwongen om te bekennen.

– De verdachten kregen geen eerlijke verdediging.

– De veroordeelden konden niet in beroep gaan tegen het vonnis.

– De showprocessen werden aangestuurd door de overheid/Stalin.

– De rechters bij de showprocessen waren niet onafhankelijk.

– Bij de showprocessen werden onschuldige mensen veroordeeld.

– De showprocessen waren gericht tegen (vermeende) tegenstanders van de regering/ Stalin.

Toelichting bij het antwoord

Bij deze opgave moet je feitelijk het woord ‘showproces’ uitleggen met een historisch argument dat duidelijk maakt dat er sprake is van zeer oneerlijke rechtspraak en het bang maken van Sovjetburgers die tegen Stalin waren.

18 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:

– Het beeld van Stalin naar buiten toe was positief / er was sprake van persoonsverheerlijking (Stalin werd als ‘vadertje Stalin’ beschouwd, iemand die het goede met het land voor had).

– Er was geen betrouwbare berichtgeving/informatie over Stalin in de Sovjet-Unie / er was sprake van censuur/propaganda.

– Er was geen vrijheid van meningsuiting/persvrijheid / er was sprake van een totalitair regime/indoctrinatie.

Het antwoord dat Stalin een dictator/alleenheerser was, mag niet goed gerekend worden.

Toelichting bij het antwoord

Hoe de gewone Rus over Stalin dacht, wordt verwoord door de Russische schrijver van bron 6. Stalin is hierin een groot en vaderlandslievende man die niet op de hoogte zou zijn van de kwalijke praktijken die in het land gebeurden.

Door de tijd heen

19 De juiste volgorde is:

Eerst 1, dan 3, vervolgens 2 en ten slotte 4.

Er is maar één juiste volgorde.

Toelichting bij het antwoord

Dit is opnieuw een leervraag, waarbij je de genoemde gebeurtenissen met de bijpassende jaartallen goed in je hoofd moet hebben. De enige juiste volgorde is:

Eerst de mislukte revolutiepoging van Troelstra (in 1918), dan de invoering van het actief vrouwenkiesrecht (in 1919), dan het besluit door de regering om werklozen te laten stempelen (in de crisisjaren rond 1933) en ten slotte de mobilisatie (in 1939) vanwege de dreiging vanuit Duitsland.

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

20 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– Foto 1 is wel geschikt als propaganda voor de Duitse bezetter, omdat deze foto kan aantonen dat er goede banden zijn tussen Nederlanders en Duitsers / dat Duitse soldaten vriendelijk zijn. [1p]

– Foto 2 is niet geschikt als propaganda voor de Duitse bezetter, omdat deze foto kan aantonen dat het Nederlandse leger successen heeft geboekt / dat het Duitse leger verliezen heeft geleden. [1p]

Alleen als na een juiste keuze een juist argument volgt, wordt telkens 1 scorepunt toegekend.

Toelichting bij het antwoord

Twee foto’s en twee opdrachten in één, namelijk per foto uit bron 7 aangeven of die wel of niet bruikbaar is voor Duitse propagandadoeleinden én waarom je dit vindt (2 x 1p).

21 De juiste antwoorden zijn:

Bij boek 1 hoort begrip e (= regering in ballingschap).

Bij boek 2 hoort begrip b (= distributie).

Bij boek 3 hoort begrip a (= censuur).

Bij boek 4 hoort begrip c (= Holocaust).

Bij vier antwoorden juist: 2 punten; drie of twee antwoorden juist: 1 punt; minder dan twee antwoorden juist: 0 punten.

Toelichting bij het antwoord

In bron 8 worden vier boektitels genoemd. Gevraagd wordt die te combineren met vier van de vijf in de opgave genoemde begrippen.

Titel 1 Wilhelmina in Londen 1940-1945 past natuurlijk het beste bij begrip e (regering in ballingschap). Titel 2 Tussen ons volk en de honger … gaat over de voedselschaarste, waarbij begrip b (distributie) moest zorgen voor eerlijke verdeling van deze schaarste. Titel 3 Niet voor publicatie.

De legale Nederlandse pers tijdens de Duitse bezetting past uitstekend bij begrip a (censuur), want daaraan was de legale pers onderworpen. Titel 4 Eindstation Auschwitz behandelt uiteraard begrip c (Holocaust), die in het vernietigingskamp Auschwitz zijn dodelijkste vorm kreeg.

22 Het juiste antwoord is: Februaristaking

Toelichting bij het antwoord

Bron 9 is volgens het bijschrift bij de bron uit 1941 afkomstig. In bron 9 gaat het over het neerleggen van allerlei werk. Gecombineerd met het jaartal kom je dan uit op de Februaristaking.

23 B

Toelichting bij het antwoord

In bron 10 is er sprake van het overnemen van de leiding over een rooms­katholieke vakbond door een NSB’er. De kerkleiders klagen hierover, want nu vinden zij de vakbond geen roomskatholieke vakbond meer maar een nationaalsocialistische. Dat was ook juist de bedoeling van de Duitse bezetter: alle organisaties in Nederland onderwerpen aan het nationaalsocialisme: begrip B (gelijkschakeling) dus.

24 De juiste antwoorden zijn: zin 1: scheiding tussen de machten zin 2: wetgevende zin 3: dictatuur

Bij drie antwoorden juist: 2 punten; twee antwoorden juist: 1 punt; minder dan twee antwoorden juist: 0 punten.

Toelichting bij het antwoord

Bij deze opgave moeten drie zinnen kloppend worden gemaakt door per zin uit een keuze van drie mogelijkheden het juiste te kiezen. Deze opgave maak je op grond van kennis van alle genoemde begrippen uit de staatsinrichting.

25 B

Toelichting bij het antwoord

In bron 11 wordt opgeroepen om onder eigen Nederlandse vlag samen met de Duitsers te gaan strijden tegen het communisme. Hier is overduidelijk sprake van begrip B (collaboratie).

26 D

Toelichting bij het antwoord

Bron 12 is volgens het bijschrift afkomstig uit 1943. Een Nederlandse dagboekschrijver heeft genoteerd dat blanken halfnaakt door de straten werden gesleurd, dat blanken Aziaten moesten dienen en dat de Aziaten hun eerdere respect voor de blanke heersers kwijt waren. Bij goed lezen en redeneren moet je dan tot de conclusie komen dat het hier gaat om antwoord D (het toenemen van het Indonesisch nationalisme tijdens de Japanse bezetting).

27 Het juiste antwoord is: (nummer) 4

Toelichting bij het antwoord

Bron 13 is een herinnering uit 1944 (volgens het bijschrift) van een Nederlandse vrouw aan haar verblijf in een kamp. Ze heeft het over zeer diep moeten buigen voor een Japanner en dat duidt erop dat zij het heeft over een zogeheten Jappenkamp. Die kampen werden door de Japanners ingericht op Nederlands­Indisch grondgebied. Op de kaart staat nummer 4 getekend op de Indonesische archipel en dus is dat het cijfer dat hier juist is.

28 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– keerpunt in periode 1: de Slag om Stalingrad / de Duitse nederlaag bij Stalingrad / in de Sovjet-Unie [1p] – keerpunt in periode 2: D-day / operatie Overlord / de invasie in Normandië [1p] – Het keerpunt in periode 1 heeft het verloop van de oorlog veranderd, omdat nazi-Duitsland toen de eerste grote nederlaag leed in de Tweede Wereldoorlog / de opmars van nazi-Duitsland (in de Sovjet-Unie) tot staan werd gebracht / nazi-Duitsland zich vanaf dat moment terug moest trekken.

1p

Of:

Het keerpunt in periode 2 heeft het verloop van de oorlog veranderd, omdat toen een tweefrontenoorlog ontstond / de bevrijding van West- Europa begon / de aanval werd ingezet die eindigde met de nederlaag van Duitsland. [1p]

Alleen als bij de tweede deelvraag na de keuze van een periode een passend argument volgt, wordt 1 scorepunt toegekend.

Toelichting bij het antwoord

Twee keerpunten in de Tweede Wereldoorlog moet je kennen, maar de opgave goed lezen van is ook belangrijk. Daarin staat dat het eerste keerpunt moet gaan over de periode van augustus 1942 tot februari 1943 (1p) en het tweede keerpunt over de maand juni 1944 (1p). Het derde scorepunt verdien je als je een goede uitleg geeft bij het beide keerpunten.

29 Voorbeeld van een juist antwoord is:

Door de operatie werd een groot deel van Nederland bevrijd / maakte een groot deel van Nederland de Hongerwinter niet mee.

Toelichting bij het antwoord

De opzet van deze operatie om snel Duitsland binnen te trekken slaagde niet, maar bij het proberen ervan werd wel een groot deel van Nederland bevrijd. Dit gaf hoop voor de toekomst en zorgde ervoor dat het bevrijde deel van Nederland geen last kreeg van de Hongerwinter.

2p

30 De juiste antwoorden zijn:

Bij herinnering 1 hoort d (= razzia).

Bij herinnering 2 hoort a (= gedwongen tewerkstelling).

Bij herinnering 3 hoort c (= mobilisatie)

Bij drie antwoorden juist: 2 punten; twee antwoorden juist: 1 punt; minder dan twee antwoorden juist: 0 punten.

Toelichting bij het antwoord

De opgave is de drie herinneringen uit bron 14 te koppelen aan drie van de vijf gegeven begrippen. Met goed lezen van de herinneringen en deze vervolgens in verband brengen met de reeks begrippen is deze opgave prima te doen. Herinnering 1 gaat over het meenemen van Joden en dat is een razzia. Herinnering 2 gaat over een oproep om in Duitsland te moeten gaan werken en gaat dus over gedwongen tewerkstelling. Herinnering 3 gaat over Duitse troepen die Polen waren binnengevallen en de Engelse en Franse oorlogsverklaringen aan Duitsland, met als gevolg de mobilisatie van het Nederlandse leger.

1p

31 Voorbeeld van een juist antwoord is:

De Duitse bezetter deed veel moeite om het leven in doorgangskamp Westerbork normaal te laten lijken, omdat de bezetter verborgen wilde houden dat de Joden vermoord zouden worden / om de deportaties soepeler te laten verlopen / om te voorkomen dat de Joden in opstand zouden komen.

Toelichting bij het antwoord

De Duitse correctheid in het begin van de Bezetting was een ‘toneelspel’, bedoeld om de Nederlandse bevolking zand in de ogen te strooien. Het Duitse ‘toneelspel’ in Westerbork had als doel de Joodse bevolking in kamp Westerbork te misleiden en ze op die manier rustig te houden.

2p

32 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– 5 mei: Het Duitse leger (in Nederland) gaf zich over / Nederland werd (volledig) bevrijd. [1p]

– 15 augustus: Japan gaf zich over / er kwam een einde aan de Tweede Wereldoorlog in Azië/Indonesië. [1p]

1p 1p 1p 1p

Toelichting bij het antwoord

Twee belangrijke data in de Nederlandse geschiedenis, beide verbonden met de Tweede Wereldoorlog. 5 mei (1945) herinnert aan het einde van de Duitse bezetting van Nederland (1p); 15 augustus (1945) herinnert aan het einde van de Japanse bezetting van Nederlands­Indië (1p).

Europa en de wereld (1945-1989)

33 Voorbeeld van een juist antwoord is:

Met de foto kon de boodschap overgebracht worden dat Nederland de strijd tegen het leger van de Republiek Indonesië makkelijk zou winnen, omdat het leger van de Republiek Indonesië met houten geweren moet oefenen / niet voldoende wapens heeft / kinderen inzet als soldaat / niet voldoende volwassen soldaten heeft (waaruit blijkt dat het een zwakke tegenstander is).

Toelichting bij het antwoord

In de opgave staat: ‘geef met behulp van de bron een argument’. Voor deze opgave is het goed bekijken van bron 15 dus noodzakelijk. Dan zie je militairen van het TNI, zoals het Indonesische regeringsleger heet, met houten nepgeweren, op blote voeten en in verschillende kleding marcheren. Dat maakt inderdaad een niet al te professionele en krachtige indruk.

34 B

Toelichting bij het antwoord

In bron 16 maakt de Franse minister opmerkingen over een overeenkomst voor Europa voor de productie van kolen en staal, zonder directe bemoeienis van de voormalige vijanden Frankrijk en Duitsland. Volgens het bijschrift doet deze minister dat in 1950. Het gaat niet om wereldschaal, dus valt VN (antwoord D) af. Er is geen sprake van een militair bondgenootschap, dus valt ook de NAVO (antwoord C) af. De EEG (antwoord A) was breder georiënteerd dan alleen kolen en staal en werd bovendien later opgericht, dus blijft alleen de EGKS (antwoord B) als het juiste antwoord over.

35 D

Toelichting bij het antwoord

Je moet in deze opgave zoeken naar iets positiefs waarmee Stalin zich kon onderscheiden. Van een wapenwedloop met de VS was onder Stalin nog geen sprake, dus valt antwoord B af. Dat boeren en arbeiders meer macht kregen onder Stalins bewind (antwoord A) is onzin en valt ook af. Antwoord C is ook onjuist, want de collectivisatie zorgde juist voor minder vrijheid. Dan resteert alleen antwoord D als het juiste antwoord, want het verslaan van nazi­Duitsland is zeker iets positiefs dat ook op rekening van Stalin staat.

36 Voorbeeld van een juist antwoord is:

Het begrip ‘tsaar’ past bij Stalin, omdat dit begrip goed aangeeft dat Stalin alle / veel macht had (net als de tsaren vroeger).

Toelichting bij het antwoord Stalin is qua macht inderdaad met de tsaren te vergelijken. Zelf zou hij de titel tsaar nooit gebruiken, want het gehate tsarenrijk is door de roden/communisten bij de Russische revolutie (1917) afgeschaft.

37 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– De Verenigde Staten stonden positief tegenover de opstand, omdat de Verenigde Staten de invloed van het communisme wilden tegengaan / omdat de leiders van de Hongaarse Opstand uitgingen van democratische waarden (die ook in de Verenigde Staten werden aangehangen) / omdat de opstand gericht was tegen de Sovjet-Unie/het communisme. [1p]

– De Verenigde Staten stuurden geen militairen, omdat Hongarije behoorde tot de invloedssfeer van de Sovjet-Unie / omdat de Verenigde Staten een (nucleaire) oorlog (met de Sovjet-Unie/het Warschaupact) wilden vermijden. [1p]

Toelichting bij het antwoord

Hier zijn alleen punten te verdienen door twee keer een reden te geven voor de keuzes van de Verenigde Staten na het uitbreken van de Hongaarse Opstand. Ook bij deze vraag is het weer verstandig je antwoorden te beginnen zoals aangegeven bij ‘Doe het zo:’.

Eerst wordt gevraagd naar een politieke reden waarom de Verenigde Staten achter de Hongaarse Opstand van 1956 stonden (1p), vervolgens naar een reden waarom de Verenigde Staten geen militaire hulp wilden sturen (1p). De grenslijn tussen beide invloedssferen tijdens deze ‘Koude Oorlog’ wordt ‘Het IJzeren Gordijn’ genoemd.

38 Het juiste antwoord is: verzuiling

Toelichting bij het antwoord Maatschappelijk en politiek functioneren binnen groepen in Nederland heet de verzuiling. Sporen van de verzuiling zijn tegenwoordig nog zichtbaar.

39 B

Toelichting bij het antwoord

In de opgave staat dat het gaat om grote spanningen in de wereld in 1962 en het gevaar van een eventuele nucleaire oorlog tussen de twee toenmalige superstaten. De bouw van de Muur vond plaats in 1961, dus valt antwoord A af. De Praagse Lente is in 1968, zoals je hebt geleerd, dus valt antwoord C ook af. Zelfs al zou je het precieze jaartal van de stichting van de DDR zijn vergeten, dan valt antwoord D toch af, want je weet vast wel dat dat veel eerder was dan 1962. Dus resteert alleen antwoord B, de Cubacrisis, als het juiste antwoord.

40 A

Toelichting bij het antwoord

Bron 17 gaat over een zogenaamde Tupperware­party, waar bij iemand thuis handige plastic opbergbakjes worden getoond en verkocht. Dit verschijnsel is, ook volgens de bron, uit de VS komen aanwaaien. Vier begrippenparen zijn in de opgave gegeven. De twee zonder het begrip amerikanisering (antwoorden C en D) vallen meteen af. Omdat het begrip secularisatie, over de vermindering van de invloed van de kerk en het geloof, in antwoord B ook afvalt – dit heeft niets te maken met de tekst van bron 17 – resteert alleen antwoord A als het juiste antwoord.

41 Voorbeeld van een juist antwoord is:

In de bron wordt het rolpatroon bevestigd dat de vrouw verantwoordelijk is voor de huishoudelijke taken (wat niet past bij het doel van de Tweede Feministische Golf van gelijkheid tussen man en vrouw / van het doorbreken van traditionele rolpatronen).

Toelichting bij het antwoord

Bron 17 heeft het over het huishouden, over een demonstratie van huishoudelijke artikelen bij een huisvrouw en over vriendinnen thuis. Dit is zeker niet waarvoor de Tweede Feministische golf heeft gestaan.

42 Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om de dekolonisatie/onafhankelijkheid van voormalige Nederlandse kolonies.

Toelichting bij het antwoord

In de opgave gaat het tweemaal om grootschalig vertrek uit twee verschillende Nederlandse koloniën. Dan ligt het verband met de dekolonisatie als politieke oorzaak van dit vertrek naar

Nederland voor de hand.

43 Uit het antwoord moet blijken dat door artikel 1 wordt bepaald dat iedereen in Nederland gelijk behandeld moet worden / dat het gaat om het discriminatieverbod.

Toelichting bij het antwoord

Het nieuwe artikel 1 van de Nederlandse Grondwet sinds 1983 is, zoals je geleerd hebt, het antidiscriminatie­artikel.

44 Voorbeeld van een juist antwoord is:

Door de invoering van de glasnost werd kritiek op de overheid toegestaan / zonder de glasnost zou vertoning in de bioscopen zijn tegengehouden door de communistische overheid/de censuur.

Toelichting bij het antwoord

De Russische president Gorbatsjov is de bedenker van onder meer de glasnost. Deze opgave behandelt een filmvertoning in de USSR, in 1986, dus tijdens de regeerperiode van Gorbatsjov.

Het gaat om een film waarin de Russische overheid wordt bekritiseerd. Dat mocht eerder nooit, maar dankzij de glasnost wel.

Door de tijd heen

45 De juiste antwoorden zijn:

Uitspraak 1 gaat over Colijn.

Uitspraak 2 gaat over Drees.

Uitspraak 3 gaat over Drees.

Uitspraak 4 gaat over Colijn.

Uitspraak 5 gaat over Drees.

Bij vijf antwoorden juist: 2 punten; vier of drie antwoorden juist: 1 punt; minder dan drie antwoorden juist: 0 punten.

Toelichting bij het antwoord

Je moet bij de twee gegeven politici Colijn en Drees de vijf gegeven uitspraken zo combineren dat elke koppeling juist is. Gedegen leerwerk – Colijn was minister­president vóór de Tweede Wereldoorlog en Drees erna – is hierbij nodig in combinatie met goed leeswerk. Uitspraak 1 en 4 zijn vóór de Tweede Wereldoorlog, de andere drie erna.

46 De juiste volgorde is:

Eerst 4, dan 1, daarna 3 en ten slotte 2. Er is maar één juiste volgorde.

Toelichting bij het antwoord

Centraal staat hier de Amsterdamse Jordaan door de tijd heen van 1917 tot en met 1988. Goed leerwerk kan je hier redden, in combinatie met een goede strategie. Gebruik kladpapier en dateer daarop zo nauwkeurig mogelijk elk van de vier gebeurtenissen. De eerste gebeurtenis gaat over werklozenrellen vanwege korting op de steun van de overheid en zal in de crisis van de jaren dertig hebben gespeeld. De tweede gebeurtenis gaat over een bezoek van koningin

Beatrix aan de Jordaan. Zij is sinds 1980 de Nederlandse vorstin. De derde gebeurtenis betreft de nozemcultuur in de Jordaan en die is midden jaren zestig te dateren. De vierde gebeurtenis gaat over de plundering van schepen met aardappelen in de Jordaan tijdens voedselschaarste in de Eerste Wereldoorlog (1914­1918), waarin Nederland neutraal was. Zo heb je de juiste volgorde vastgesteld en die hoef je alleen nog maar goed over te nemen op je examenpapier.

De nieuwe wereldorde (vanaf 1990)

47 De juiste antwoorden zijn:

zin 1: secularisatie

zin 2: individualisering

zin 3: multiculturele samenleving

Bij drie antwoorden juist: 2 punten; twee antwoorden juist: 1 punt; minder dan twee antwoorden juist: 0 punten.

Toelichting bij het antwoord

Deze opgave toetst of je een grafiek kunt lezen en of je de verschillende ontwikkelingen in verband kunt brengen met wat je hebt geleerd. Je moet drie keer een juiste keuze maken uit twee begrippen zodat drie juiste beweringen ontstaan. Globalisering begint zeker niet in 1960, maar individualisering wel. De multiculturele samenleving is een gevolg van de dekolonisatie van Nederlands­Indië en Suriname en de komst van gastarbeiders.

Door de tijd heen

48 De juiste volgorde is:

Eerst 2, dan 1, daarna 4, vervolgens 5 en ten slotte 3.

Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder foutloze reeks ontstaat, wordt 1-scorepunt toegekend.

Toelichting bij het antwoord

Voor deze opgave moet je goed kijken naar de vijf foto’s van bron 19 en heel goed de bijschriften lezen. Gebruik kladpapier en dateer daarop zo nauwkeurig mogelijk elk van de vijf foto’s. Dan kun je ontdekken dat foto 1 gemaakt is bij het tekenen van het niet­aanvalsverdrag tussen Duitsland en de USSR onder leiding van Stalin uit 1939, nog vóór de Duitse en Russische aanval op Polen. Foto 2 is volgens het bijschrift genomen in het jaar dat Duitsland lid werd van de Volkenbond. Dat gebeurde in 1926. Foto 3 is van de officiële hereniging van de beide Duitslanden. Die vond in 1991 plaats. Op foto 4 zijn Duitse troepen te zien die bewapend Polen binnentrekken. Dat gebeurde na 1 september 1939. Foto 5 toont overleg van de politieke leiders van de DDR en de BRD en is dus van de periode dat er nog twee Duitslanden naast elkaar bestonden, dus na de Tweede Wereldoorlog en voor de Duitse hereniging. Zo heb je de juiste volgorde vastgesteld en die hoef je alleen nog maar goed over te nemen op je examenpapier.

Examen 2025-II

Meerkeuzevragen

Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

HISTORISCH OVERZICHT EN STAATSINRICHTING VANAF 1848

Nederland (1848-1914)

1 Welke uitspraak over de nieuwe Grondwet van 1848 is juist?

De nieuwe Grondwet van 1848

A bepaalde dat alle mannen kiesrecht kregen.

B gaf het parlement meer macht.

C maakte een einde aan de onschendbaarheid van de koning.

D maakte van Nederland een republiek.

bron 1 Een uitspraak van een liberaal Tweede Kamerlid (1854):

Het is een belangrijke taak van de Tweede Kamer om ervoor te zorgen dat rijkdom eerlijk verdeeld wordt. De overheid moet zorgen voor al die mensen die niet in staat zijn om in hun eigen levensonderhoud te voorzien.

Gebruik bron 1.

2 De uitspraak van het Tweede Kamerlid is opmerkelijk, omdat die niet past bij de liberale opvatting over de rol van de overheid.

t Geef aan wat de liberale opvatting over de rol van de overheid was.

3 Hieronder staan twee redenen waarom Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw de opdracht gaf om spoorlijnen in Indonesië aan te leggen:

1 Er werden spoorlijnen aangelegd om steenkool van kolenmijnen te vervoeren naar havens voor verder transport over zee.

2 Er werden spoorlijnen aangelegd om soldaten sneller te verplaatsen.

Beide redenen passen bij verschillende doelen van het modern imperialisme.

t Geef per reden aan welk doel van het modern imperialisme daarbij past.

Doe het zo:

Bij reden 1 past … (noem een doel).

Bij reden 2 past … (noem een ander doel).

4 Lange tijd hief de Nederlandse regering belasting op kranten. Veel mensen waren tegen deze belasting. In 1852 schreef een groep uitgevers een brief aan de Tweede Kamer met het verzoek een wetsvoorstel te maken om de belasting af te schaffen. Toch bleef de belasting bestaan. Daarom richtte in 1867 een groep Rotterdammers een organisatie op die streed voor afschaffing van deze belasting.

t Noem eerst het recht waarvan de krantenuitgevers wilden dat de Tweede Kamer gebruik zou maken.

t Noem daarna het klassieke grondrecht waarvan de Rotterdammers in 1867 gebruikmaakten door het oprichten van deze organisatie.

Doe het zo:

recht Tweede Kamer: … klassiek grondrecht: …

5 In de negentiende eeuw kwam de politieke stroming van het socialisme op. In die tijd vond ook de industrialisatie plaats.

t Was de opkomst van het socialisme een oorzaak of een gevolg van de industrialisatie? Geef een argument voor je keuze. Doe het zo:

De opkomst van het socialisme was een … (kies uit: oorzaak / gevolg) van de industrialisatie, want de socialisten … (geef een argument).

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

bron 2 Uit een boek van Abraham Kuyper (1907):

Het is belangrijk dat ouders hun kinderen naar een christelijke school kunnen sturen. Dat kan nu alleen als de ouders genoeg geld hebben. Christelijke ouders zonder geld sturen hun kind soms naar een openbare school omdat die goedkoper is. Het onderwijs dat kinderen daar krijgen past niet bij de christelijke levensopvatting.

Gebruik bron 2.

6

In de bron beschrijft Abraham Kuyper een probleem. Dit probleem werd door de nieuwe Grondwet van 1917 opgelost.

t Noem eerst de naam van de politieke partij waarvan Abraham Kuyper de leider was.

t Noem daarna het onderdeel uit de nieuwe Grondwet van 1917 waardoor het probleem werd opgelost.

bron 3 Een Britse propagandaposter (januari 1918):

Toelichting

Bij de poster hoort de volgende tekst:

De Britse zanger Harry Lauder heeft een verhaal verteld tijdens een optreden. Hij had het verhaal weer gehoord van zijn zoon, een kapitein in het Britse leger. De Duitsers hadden zes Britse soldaten gevangengenomen. Deze Britse soldaten moesten zich helemaal uitkleden en een nacht lang in de houding staan in de kou. Bij zonsopgang werden ze terug naar hun eigen loopgraven gestuurd. Toen werden de hulpeloze, onderkoelde en naakte soldaten doodgeschoten - door de Duitse machinegeweren.

Gebruik bron 3.

7 De poster bevat een Brits vijandbeeld van Duitse soldaten.

t Leg uit welk vijandbeeld de poster bevat.

Doe dit door:

– eerst aan te geven wat het vijandbeeld in de bron is – en daarna een onderdeel van de bron te noemen dat het vijandbeeld duidelijk maakt.

bron 4 Vier kaarten met daarop een frontlijn getekend:

kaart 1 kaart 2

kaart 3 kaart 4

Gebruik bron 4.

8 In november 1918 moest Duitsland de strijd tegen de Geallieerden opgeven en een wapenstilstand sluiten.

Op welke kaart is de frontlijn op het moment van de wapenstilstand in november 1918 juist weergegeven?

A kaart 1

B kaart 2

C kaart 3

D kaart 4

2p

bron 5 Een verklaring van de Nederlandse regering (1918):

In deze moeilijke tijd vraagt de regering om de steun van alle medeburgers. Het gaat nog steeds niet goed met de economie. Als er nu een opstand ontstaat, wordt de situatie alleen maar erger. De regering gaat een deel van de voorraden van ons leger uitdelen onder de burgers. De regering gaat ook veel goedkope onder- en bovenkleding uitdelen. Mensen kunnen vanaf dit moment met hun bonnen meer brood kopen.

Gebruik bron 5.

9 De regering reageerde met deze verklaring op een poging van een aantal aanhangers van een politieke stroming om de macht in Nederland te grijpen. De regering wilde met de verklaring steun verkrijgen van de bevolking.

t Noem eerst de politieke stroming waarvan een aantal aanhangers de macht probeerde te grijpen.

t Geef daarna een reden waarom de regering dacht door deze verklaring steun te krijgen van de bevolking.

1p

10 In 1918 was er in Nederland een tekort aan goederen.

Wat was een belangrijke oorzaak van het tekort?

A de Beurskrach op Wallstreet

B de handelsbelemmeringen

C de invoering van het distributiesysteem

D de Russische Revolutie

Het Interbellum (1918-1939)

11 Tijdens de onderhandelingen over het Verdrag van Versailles verschilden Groot-Brittannië en Frankrijk van mening over welke strafmaatregelen tegen Duitsland genomen moesten worden. Vooral Frankrijk wilde zware strafmaatregelen nemen.

t Geef een reden waarom vooral Frankrijk zware strafmaatregelen tegen Duitsland wilde nemen.

bron 6 Een tekening uit een tijdschrift met als titel Geen kerstvreugde (1919):

Toelichting

Bij de tekening hoort de tekst:

Arme kleine Michel! Ze hebben je beste speelgoed afgepakt en in de kast opgeborgen; je mag alleen die lelijke pop houden.

Op het bordje dat de pop vasthoudt, staat: Vredesverdrag (= Verdrag van Versailles).

Op de kastdeur zit een hangslot. Michel staat voor Duitsland.

Gebruik bron 6.

12 In de bron is een strafbepaling van het Verdrag van Versailles te herkennen.

t Geef aan welke strafbepaling wordt bedoeld.

1p

bron 7 Een Duitse herdenkingsmedaille (1925):

Toelichting

Op de medaille staat de tekst: 1923

In november kostte

1 pond vlees 3200 miljard mark

4 pond brood 840 miljard mark

50 kilo aardappelen 5000 miljard mark

Ter nagedachtenis aan de moeilijkste periode van Duitsland.

Denk daaraan!

13 De medaille is gemaakt in Duitsland naar aanleiding van een economische crisis in 1923. Op de medaille is een ontwikkeling te herkennen.

t Noem de ontwikkeling die te herkennen is op de medaille.

bron 8 Een poster gemaakt in opdracht van de regering van de Sovjet-Unie (1929):

Toelichting

Op de poster staat: Laten we allemaal sneller werken om het dorsen van het graan af te ronden! (dorsen = de korrels uit het graan halen)

Gebruik bron 8.

14 Een invulopdracht bij de bron:

1 Toen de poster werd gemaakt had de Sovjet-Unie een … (planeconomie / vrijemarkteconomie).

2 De boeren op de poster werken op … (een boerderij van de staat / hun eigen boerderij).

3 De poster is gemaakt in opdracht van een … (communistisch / kapitalistisch) land.

t Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken.

Doe het zo:

zin 1: … (kies uit: planeconomie / vrijemarkteconomie)

zin 2: … (kies uit: een boerderij van de staat / hun eigen boerderij)

zin 3: … (kies uit: communistisch / kapitalistisch)

15 Na de machtsovername van Hitler in Duitsland werd een maatregel genomen waardoor de overheid bepaalde wat journalisten wel en niet mochten schrijven. Kranten mochten blijven bestaan, omdat ze geschikt waren om propaganda te verspreiden. Tegenwoordig is de maatregel in Nederland ondenkbaar omdat die in strijd is met een grondrecht uit de Nederlandse Grondwet.

t Geef eerst aan met welk grondrecht de maatregel in strijd is.

t Geef daarna een reden waarom kranten geschikt waren om propaganda te verspreiden.

bron 9 Een herinnering van een Duitse jongen over nazi-Duitsland:

Alle jeugdverenigingen werden verboden of overgenomen door de Hitlerjugend. Op een ochtend stonden we te wachten om naar de protestantse padvinderij te gaan. In plaats daarvan werden we opgehaald door leden van de Hitlerjugend. Mijn ouders hadden geen geld om het uniform van de Hitlerjugend te betalen en daarom kreeg ik zelfs twee uniformen gratis. Op de bijeenkomsten leerde ik over de geschiedenis van de nazipartij en zongen we liederen over Duitsland en over de eer om te sterven voor je land.

Gebruik bron 9.

16 Hieronder staan vijf kenmerken van het nationaal-socialisme.

1 censuur

2 gelijkschakeling

3 herbewapening

4 indoctrinatie

5 terreur

t Welke twee kenmerken passen bij de bron? Schrijf alleen de nummers op.

17 Een ander kenmerk van het nationaal-socialisme is het Führerprincipe.

Iemand beweert dat het Führerprincipe niet kan bestaan in een democratie.

t Geef eerst aan wat het Führerprincipe inhield.

t Geef daarna een reden waarom het Führerprincipe niet kan bestaan in een democratie.

Doe het zo:

Het Führerprincipe hield in dat ….

Het Führerprincipe kan niet bestaan in een democratie, want in een democratie …

bron 10 Een spotprent uit een Duits tijdschrift dat landelijk overal te koop was:

Toelichting

De gewonde man wordt naar een politiebureau in Berlijn gebracht. De agent vraagt: “Is hij overreden door een auto?” De drager antwoordt: “Nee, hij kwam nazi’s tegen.”

Gebruik bron 10.

De spotprent is gepubliceerd in … (kies uit: 1927 / 1934), want … 1p

18 Is de spotprent in 1927 of in 1934 gepubliceerd in een Duits tijdschrift dat landelijk overal te koop was? Verklaar je antwoord met behulp van een politiek argument.

Doe het zo:

bron 11 Een politieke tekening in Nederland (1935):

Toelichting

Op het bord in de tekening staat de volgende tekst:

Kameraden! Volksgenoten!

Stem bij de aanstaande verkiezingen op onze partij.

Onze partij is de enige, die haar beloften nakomt.

Wij beloven u:

– Concentratiekampen

– Jodenvervolging

– Mensenroof

– Militarisme

– Oorlog

Stem dus als één man op …

Gebruik bron 11.

19 Over welke politieke partij gaat de tekening? En is de tekening gemaakt door een voorstander of een tegenstander van de partij?

partij gemaakt door

A NSB tegenstander

B NSB voorstander

C SDAP tegenstander

D SDAP voorstander

bron 12 Drie muziekverenigingen in Nederland in de periode 1900-1935:

foto 1

Katholieke harmonie ‘Canisius’:

Toelichting

Op het vaandel staat Katholieke Gezellenvereniging Harmonie Canisius. In het midden zit een katholieke priester.

foto 2

Protestants-christelijke zangvereniging ‘Halleluja’:

Toelichting

De man rechts is een protestantse dominee.

foto 3

Arbeiderszangkoor ‘De Volksstem’:

Gebruik bron 12.

20 In de bron is een maatschappelijk verschijnsel te herkennen.

t Welk maatschappelijk verschijnsel wordt bedoeld?

21 Vanaf 1936 moesten niet-Joodse meisjes in Duitsland lid worden van een nationaalsocialistische jeugdorganisatie die onderdeel was van de Hitlerjugend. Joodse meisjes mochten geen lid worden.

t Wat was de naam van de nationaal-socialistische organisatie voor meisjes?

t En bij welk kenmerk van het nationaal-socialisme hoort het uitsluiten van Joodse meisjes?

bron 13 Een voormalig medewerker van Stalin vertelt over de situatie in de Sovjet-Unie in 1937 en 1938:

Stalin nam geen enkel risico. We moesten zeker weten dat er geen verraders meer konden opstaan als we later in oorlog zouden raken. Waarschijnlijk waren niet alle mensen die toen werden gearresteerd echt spionnen, maar het belangrijkste was dat we hen gewoon niet konden vertrouwen.

Gebruik bron 13.

22 Welk begrip past bij de bron?

A censuur

B persoonsverheerlijking

C propaganda

D zuiveringen

bron 14 Een foto gemaakt in een stad in Oostenrijk (1938):

Toelichting

Op het spandoek staat: Neder-Oostenrijk (= een provincie van Oostenrijk) groet zijn Führer. De staande man in de auto is Hitler.

Gebruik bron 14.

23 Uit de foto blijkt dat een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Welke gebeurtenis wordt bedoeld? En bij welke politiek van Duitsland hoorde de gebeurtenis?

gebeurtenis

A Anschluss

politiek

Heim ins Reich

B Anschluss Lebensraum

C Blitzkrieg

Heim ins Reich

D Blitzkrieg Lebensraum

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

24 Op 14 mei 1940 bombardeerden Duitse vliegtuigen de stad Rotterdam. Wat was de reactie van Nederland op het bombardement?

A Nederland capituleerde.

B Nederland mobiliseerde het leger.

C Nederland verklaarde Duitsland de oorlog.

D Nederland werd neutraal.

25 Van juli tot en met oktober 1940 voerde het Duitse leger een oorlog die geheel werd uitgevochten met vliegtuigen.

t Noem de naam waaronder deze luchtoorlog bekendstaat.

26 Vanaf 1941 stelde de Duitse bezetter verplicht dat iedere Nederlander van 15 jaar en ouder een persoonsbewijs bij zich had. Een Nederlandse ambtenaar kreeg de opdracht om het persoonsbewijs te ontwerpen. De ambtenaar deed zijn best om een persoonsbewijs te maken dat niet te vervalsen was.

Na de oorlog werd de ambtenaar veroordeeld, omdat men hem een collaborateur vond.

t Geef een argument voor deze veroordeling.

Doe het zo:

Men vond de ambtenaar een collaborateur, omdat … (geef een argument).

bron 15 Een propagandaposter uit de Sovjet-Unie:

Toelichting

Bij de poster hoort de tekst: Leve het eenheidsfront van de vrijheidslievende naties tegen de fascistische indringers (= nazi-Duitsland)!

Op de achtergrond zijn de vlaggen van Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie te zien.

Gebruik bron 15.

27 Is de poster gemaakt vóór of na 1941? Verklaar je antwoord.

Doe het zo:

De poster is gemaakt … (kies uit: vóór / na) 1941, omdat … (geef een verklaring).

28 In 1942 werden in de Verenigde Staten personen van Japanse afkomst in kampen opgesloten.

t Noem de militaire gebeurtenis in 1941 die de aanleiding was voor deze maatregel.

29 Een invulopdracht over de Februaristaking:

1 De Februaristaking vond plaats in … (1941 / 1944).

2 De aanleiding voor de staking was … (de gedwongen tewerkstelling/ een razzia op Joden).

3 De staking eindigde omdat de Duitse bezetter … (de stakers hun zin gaf / met geweld ingreep).

t Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken.

Doe het zo:

zin 1: … (kies uit: 1941 / 1944)

zin 2: … (kies uit: de gedwongen tewerkstelling / een razzia op Joden)

zin 3: … (kies uit: de stakers hun zin gaf / met geweld ingreep)

bron 16 In een dagboek vertelt een vrouw over een bezoek aan een rechtbank in Duitsland (1944):

Je kunt zoiets niet navertellen. Zeven verdachten. Zeven doodvonnissen. En het publiek zit erbij alsof het een circusvoorstelling was. Niemand was schuldig. Niet een van de zeven. Niet de jonge muziekstudente die men ervan beschuldigd had dat ze een communist in huis zou hebben. “Wel juffrouw, u zult er wel met meer dan één geslapen hebben”, spotte de rechter. En de toeschouwers grinnikten vermaakt. Wil iemand zich verdedigen dan wordt hem de mond gesnoerd. Vijf minuten later was ze gevonnist. Ter dood veroordeeld.

Gebruik bron 16.

30 Spelen de rechtszaken zich wel of niet af binnen een rechtsstaat?

De rechtszaken spelen zich

A niet af binnen een rechtsstaat, want de zitting was openbaar.

B niet af binnen een rechtsstaat, want er was geen eerlijk proces.

C wel af binnen een rechtsstaat, want de zitting was openbaar.

D wel af binnen een rechtsstaat, want er was een eerlijk proces.

31 Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was het niet toegestaan om foto’s te maken van razzia’s.

t Leg uit waarom de Duitse bezetter niet wilde dat mensen in Nederland foto’s van razzia’s te zien kregen.

Doe dit door:

– eerst aan te geven wat een razzia is – en daarna een reden te geven waarom de Duitse bezetter niet wilde dat mensen in Nederland foto’s van razzia’s te zien kregen.

32 Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vanuit doorgangskampen in Nederland Joden gedeporteerd. De meeste deportaties gingen naar een vernietigingskamp in Oost-Europa.

t Noem eerst de naam van een doorgangskamp in Nederland.

t Noem daarna de naam van een vernietigingskamp in Oost-Europa.

bron 17 Een fragment uit het dagboek van Anne Frank (1944):

“Dit is de dag” zei de Engelse radio. En terecht, ‘dit is de dag’, de invasie is begonnen! Het Achterhuis is in opschudding. Zou de lang verwachte bevrijding dan echt komen? Zou dit jaar, 1944, ons de overwinning schenken?

Gebruik bron 17.

33 Anne Frank schrijft over een belangrijke militaire gebeurtenis. t Noem de naam waaronder de gebeurtenis bekendstaat.

bron 18 Een herinnering aan een kamp in Indonesië (1942-1945):

Ik was toen zes en zat al op de meisjesafdeling van het kamp. Ik werd ’s morgens opgehaald en moest toekijken hoe mijn moeder gestraft werd. Zij moest op haar knieën zitten, met gestrekte armen een stok horizontaal hoog houden. Als zij van vermoeidheid wat in elkaar zakte, sloegen de kampbewaarders haar. Ik weet niet hoelang dit geduurd heeft. Lang, dat weet ik wel.

Gebruik bron 18.

34 De bron gaat over een gevangenenkamp. Wie waren de gevangenen in dit soort kampen? En wie waren de bewakers? gevangenen bewakers

A Indonesiërs Duitsers

B Indonesiërs Nederlanders

C Nederlanders Duitsers

D Nederlanders Japanners

bron 19 Een foto gemaakt in Zuid-Holland vlak na de bevrijding van Nederland (1945):

Toelichting

De twee vrouwen rechts zijn kaalgeschoren, omdat ze een liefdesrelatie met Duitse soldaten hebben gehad.

De man in de witte jas is een kapper die de vrouwen heeft kaalgeschoren.

Gebruik bron 19.

35 Iemand beweert dat de gebeurtenis op de foto niet past bij een rechtsstaat.

t Geef een argument dat deze bewering ondersteunt.

Europa en de wereld (1945-1989)

bron 20 Een herinnering van een Nederlandse man die in 1948 in Indonesië als soldaat werd ingezet:

Van de Indonesische situatie was ik nauwelijks op de hoogte. Men vond, en ik dacht ook, dat wij gelijk hadden dus wat was nou het probleem? Er zat daar een stelletje raddraaiers (= personen die voor onrust zorgen) en de rest van het Indonesische volk verlangde naar onze komst, dat was het idee. Daar twijfelde ik niet aan.

36 De soldaat in de bron deed mee aan een van de twee militaire operaties die Nederland in die tijd ondernam.

t Noem eerst de naam die in die tijd door de Nederlandse regering voor deze twee militaire operaties gebruikt werd.

t Geef daarna aan wat het politieke doel van de militaire operaties was.

37 Een omschrijving van een minister-president: Hij was leider van de sociaaldemocraten. In de tijd van de wederopbouw was hij ministerpresident van Nederland. Tijdens zijn regeerperiode kreeg Nederland door middel van het Marshallplan hulp van de Verenigde Staten.

t Wat is de naam van de minister-president die wordt omschreven?

38 Hieronder staan twee jaren waarin Russische soldaten het grondgebied van Tsjechoslowakije binnentrokken:

– 1945 – 1968

t Noem voor elk jaar het doel van het binnentrekken van de Russische soldaten.

Doe het zo:

In 1945 trokken de Russische soldaten binnen om… (noem het doel). In 1968 trokken de Russische soldaten binnen om … (noem het doel).

39 Hieronder staan vijf gebeurtenissen in Nederland die te maken hebben met het feminisme.

1 De anticonceptiepil wordt makkelijker beschikbaar gemaakt.

2 De eerste vrouw wordt in de Tweede Kamer gekozen.

3 De eerste vrouw wordt toegelaten op de universiteit.

4 De Vereniging voor Vrouwenkiesrecht wordt opgericht.

5 De vrouwenbeweging Dolle Mina demonstreert voor het recht op abortus.

t Welke twee gebeurtenissen vonden plaats tijdens de Tweede Feministische Golf? Schrijf alleen de nummers op.

40 In 1983 zijn nieuwe grondrechten toegevoegd aan de Grondwet. Door een van deze grondrechten hebben mensen recht op hulp van de overheid wanneer ze niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

Welk grondrecht wordt bedoeld? En is dat een klassiek of een sociaal grondrecht? grondrecht soort grondrecht

A recht op bestaanszekerheid klassiek grondrecht

B recht op bestaanszekerheid sociaal grondrecht

C recht op bijstand klassiek grondrecht

D recht op bijstand sociaal grondrecht

bron 21 Vier uitspraken van politiek leiders tussen 1945 en 1987:

uitspraak 1

Deze regering houdt, zoals beloofd, nauwlettend toezicht op de militaire opbouw van de SovjetUnie op het eiland Cuba. De afgelopen week heeft onmiskenbaar bewijsmateriaal aangetoond dat er nu een reeks raketinstallaties gebouwd wordt op dat eiland.

uitspraak 2

Onze naties en landen zijn geen kolonies meer. Nu zijn we vrij, soeverein en onafhankelijk. In 1945, het eerste jaar van onze nationale revolutie, moesten wij, Indonesië, nadenken over de vraag wat we gingen doen met onze onafhankelijkheid; we hebben er nooit aan getwijfeld dat we die zouden krijgen.

uitspraak 3

Perestrojka is noodzakelijk. Deze samenleving is klaar voor verandering. Elke vertraging bij het begin van de perestrojka had in de nabije toekomst kunnen leiden tot een verergering van de interne situatie.

uitspraak 4

Wij Amerikaanse presidenten komen naar Berlijn, omdat het onze plicht is om hier over vrijheid te spreken. Achter mij staat een muur die al tientallen jaren de vrije delen van deze stad omringt. Terwijl ik spreek, komen de NAVO-ministers in IJsland bijeen om te praten over onze voorstellen voor het verminderen van het aantal atoomwapens.

Gebruik bron 21.

41 Hieronder staan vijf namen van politiek leiders:

a Chroesjtsjov

b Gorbatsjov

c Kennedy

d Reagan

e Soekarno

t Geef per uitspraak aan van welke politiek leider deze afkomstig is.

Let op! Er blijft één naam over.

Doe het zo:

Bij uitspraak 1 hoort … (vul letter in).

(enzovoort tot en met uitspraak 4)

Door de tijd heen

42 Hieronder staan vijf gebeurtenissen die te maken hebben met verkiezingen in Nederland tussen 1880 en 1980:

1 Er worden Tweede Kamerverkiezingen gehouden waarbij alleen mannen mogen stemmen die ‘kentekenen van geschiktheid’ bezitten.

2 Er worden voor de eerste keer Tweede Kamerverkiezingen gehouden waarbij vrouwen mogen stemmen.

3 Er worden voor de eerste keer verkiezingen gehouden voor het Europees Parlement.

4 Een jaar nadat de democratische rechtsstaat na vijf jaar dictatuur is hersteld, worden er weer verkiezingen gehouden.

5 In het jaar na het afschaffen van het districtenstelsel worden er verkiezingen gehouden voor de Tweede Kamer.

t Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).

De nieuwe wereldorde (vanaf 1990)

43 In de jaren negentig van de vorige eeuw maakten steeds meer mensen zich zorgen over de houdbaarheid van de verzorgingsstaat.

Welke ontwikkeling werd gezien als een bedreiging voor de verzorgingsstaat?

A de ontzuiling van de samenleving

B de secularisatie van de samenleving

C de toename van het aantal mensen met een ouderdomsuitkering

D het ontstaan van de overlegeconomie

44 In 1991 gaven Tsjechoslowakije, Polen en Hongarije aan dat ze uit het Warschaupact zouden stappen.

Welke ontwikkeling was een oorzaak van dit besluit?

A de uitbreiding van de Europese Unie in Oost-Europa

B de uitbreiding van de Russische invloed in Oost-Europa

C het verdwijnen van het communisme in Oost-Europa

D het verdwijnen van het fascisme in Oost-Europa

Door de tijd heen

45 Hieronder staat een tijdbalk:

Wil je weten hoe je dit examen hebt gemaakt? Je kunt het examen nakijken met de uitwerkingen hierna óf online op mijnexamenbundel.nl. Je ziet dan je totaalscore en je score per onderwerp. Deze worden bewaard. 2p

Vijf gebeurtenissen:

1 oprichting EGKS

2 oprichting EU

3 oprichting NAVO

4 oprichting VN

5 oprichting Volkenbond

t Geef per gebeurtenis aan in welke periode deze plaatsvond.

Let op! Een periode mag meer dan één keer gebruikt worden.

Doe het zo:

Gebeurtenis 1 vond plaats in periode … (vul letter uit de tijdbalk in).

(enzovoort tot en met gebeurtenis 5)

Mijn Examenbundel

Uitwerkingen bij het examen 2025-II

Historisch overzicht en staatsinrichting vanaf 1848

Nederland (1848-1914)

1 B

Toelichting bij het antwoord

Alle mannen hadden al kiesrecht en Nederland bleef een monarchie met een koning als staatshoofd. De nieuwe grondwet van 1848 gaf het parlement wel meer macht en voerde de onschendbaarheid van de koning in.

2 Uit het antwoord moet blijken dat volgens de liberalen de rol van de overheid zo klein mogelijk moest zijn / er weinig overheidsbemoeienis moest zijn.

Toelichting bij het antwoord

Deze uitspraak past meer bij een socialistisch Kamerlid, omdat de overheid zich actief zou moeten inzetten voor mensen die moeite hebben om in hun eigen levensonderhoud te voorzien.

3 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– Bij reden 1 past het verwerven van grondstoffen / het maken van winst. [1p]

– Bij reden 2 past het vergroten van de macht in de kolonie / het uitbreiden van de kolonie / het veroveren van nieuwe gebieden. [1p]

Toelichting bij het antwoord

Het modern imperialisme hield in dat Europese regeringen rond 1900 hun macht gingen uitbreiden in hun koloniën en ook probeerden om meer koloniën te verwerven. Het doel was om daarmee de economische opbrengst uit de kolonie te verhogen. Door de opkomende industrie was er ook meer behoefte aan grondstoffen uit de kolonie.

4 Het juiste antwoord is:

– recht Tweede Kamer: recht van initiatief [1p]

– klassiek grondrecht: (recht van) vrijheid van vereniging / vergadering [1p]

Toelichting bij het antwoord

De rechten van de Tweede Kamer en de klassieke grondrechten worden op elk examen gevraagd, dus zorg ervoor dat je de inhoud van deze (grond)rechten goed kent.

5 Het juiste antwoord is:

De opkomst van het socialisme was een gevolg van de industrialisatie, want de socialisten kwamen op voor de arbeiders (in de fabrieken) / streden tegen de slechte werkomstandigheden in de fabrieken (die door de industrialisatie waren ontstaan).

Alleen als na een juiste keuze een juist argument volgt, wordt 1 scorepunt toegekend.

Toelichting bij het antwoord

De industrialisatie is natuurlijk niet veroorzaakt door het socialisme, want het socialisme komt juist in verzet tegen de slechte werkomstandigheden voor de arbeiders (mannen/vrouwen/ kinderen) in de fabrieken.

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

6 Het juiste antwoord is:

– ARP / Anti-Revolutionaire Partij [1p]

– Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om de financiële gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs / het financieel ondersteunen van bijzondere scholen door de overheid. [1p]

Toelichting bij het antwoord

In de zogeheten schoolstrijd was het doel van de christelijke partijen, zoals de ARP, dat christelijke scholen (bijzonder onderwijs) net zoveel geld ontvingen als openbare scholen. Dit doel werd uiteindelijk bereikt door de grondwetswijziging in 1917.

7 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– Het vijandbeeld is dat Duitse soldaten wreed zijn. [1p]

– Een onderdeel van de bron dat het vijandbeeld duidelijk maakt (een van de volgende): [1p]

– uit de tekst: de Britse soldaten moesten zich helemaal uitkleden / een nacht lang in de houding in de kou staan / waren hulpeloos, onderkoeld en naakt / werden doodgeschoten.

– een beeldelement: de Britse soldaten die naakt in de kou staan worden doodgeschoten.

Het tweede scorepunt mag alleen toegekend worden als het eerste onderdeel van de vraag juist beantwoord is.

Toelichting bij het antwoord

Om de strijd tegen de vijand (de Duitsers) vol te houden, werd regelmatig gebruikgemaakt van propaganda waarin de wreedheid van de Duitsers werd afgebeeld. Andersom gebeurde hetzelfde als de Duitse propaganda geallieerde soldaten afbeeldt als wrede monsters.

8 D

Toelichting bij het antwoord

Toen de Duitse regering de wapenstilstand tekende, stonden de Duitse troepen aan de grens met Frankrijk en hadden zij nog een deel van België bezet.

9 Het juiste antwoord is:

– het socialisme / de socialisten (onder leiding van Troelstra) [1p]

– (voorbeeld van een juiste reden) De regering dacht steun te krijgen van de bevolking, omdat zij levensmiddelen/goederen uitdeelde / omdat zij op deze manier voorkwam dat mensen ontevreden werden over een tekort aan levensmiddelen/goederen. [1p]

Toelichting bij het antwoord

In oktober 1918 braken rellen uit in een legerkamp. De rellen werden in de kranten groter gemaakt dan ze waren en er werd geschreven over een dreigende revolutie. De SDAP onder leiding van Troelstra dacht toen dat een arbeidersrevolutie zoals in Rusland in 1917 misschien ook mogelijk was in Nederland. Acties van de regering, zoals het uitdelen van levensmiddelen, waren bedoeld om de rust te herstellen en de ontevredenheid onder de mensen te verminderen. Achteraf gezien was er helemaal geen massale steun voor een revolutie in Nederland.

10 B

Toelichting bij het antwoord

Het distributiesysteem was al eerder ingevoerd, de Russische Revolutie van 1917 had geen gevolgen voor de handel in Nederland en de Beurskrach was in 1929. De tekorten kwamen door de handelsbelemmeringen over land en op zee tijdens de oorlog.

Het

Interbellum (1918-1939)

11 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:

– Er was gevochten op het grondgebied van Frankrijk / er was veel oorlogsschade in Frankrijk.

– Duitsland had Frankrijk aangevallen.

– In Frankrijk waren wraakgevoelens vanwege de Frans-Duitse oorlog / het eerdere verlies van de provincie Elzas-Lotharingen.

– Een verzwakt Duitsland was geen bedreiging voor Frankrijk.

Toelichting bij het antwoord

Er waren in Frankrijk veel slachtoffers als gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Frankrijk wilde na de al eerder verloren Frans­Duitse oorlog en de enorme schade en verliezen in de Eerste Wereldoorlog de kracht van het vijandige Duitsland voorgoed breken.

12 Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om het ontwapenen / verkleinen van het Duitse leger.

Toelichting bij het antwoord

In de kast zie je duidelijk allemaal militaire onderdelen achter slot en grendel.

13 Het juiste antwoord is: (hyper)inflatie

Toelichting bij het antwoord

Miljarden marken voor een brood of een stuk vlees is extreem: hyperinflatie.

14 De juiste antwoorden zijn: zin 1: planeconomie zin 2: een boerderij van de staat zin 3: communistisch

Bij drie antwoorden juist: 2 punten; twee antwoorden juist: 1 punt; minder dan twee antwoorden juist: 0 punten.

Toelichting bij het antwoord

In de Sovjet­Unie was nooit sprake van een vrijemarkteconomie en kapitalisme. De boeren waren gedwongen samen te werken in grote collectieve boerderijen.

15 Het juiste antwoord is:

– grondrecht: vrijheid van meningsuiting/drukpers [1p]

– (voorbeeld van een juiste reden) Kranten werden door veel mensen gelezen / werden door veel mensen als betrouwbaar beschouwd / waren een belangrijke bron voor nieuws. [1p]

Toelichting bij het antwoord

Kranten, radio en film werden op grote schaal gebruikt voor de nazipropaganda.

16 Het juiste antwoord is:

– 2 (= gelijkschakeling) [1p] – 4 (= indoctrinatie) [1p]

Toelichting bij het antwoord

Gelijkschakeling betekent dat iedereen hetzelfde te horen en te zien krijgt in bijvoorbeeld een vereniging. Door die eenzijdige indoctrinatie ga je geloven dat in dit geval het nazisme de enig juiste doctrine is.

17 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– Het Führerprincipe hield in dat iedereen onvoorwaardelijk de leider/Hitler gehoorzaamde / trouw was aan de leider/Hitler. [1p]

– Het Führerprincipe kan niet bestaan in een democratie, want in een democratie wordt er overlegd/is er ruimte voor discussie / wordt er over besluiten gestemd / heeft de meerderheid het voor het zeggen (en niet één persoon) / zijn er wetten die de macht van de leiders beperken. [1p]

Toelichting bij het antwoord

In een gezonde democratie zijn er meerdere politieke partijen en worden er geregeld vrije verkiezingen gehouden.

18 Voorbeeld van een juist antwoord is:

De spotprent is gepubliceerd in 1927, want in 1927 was er in Duitsland / de Weimarrepubliek nog vrijheid van meningsuiting/drukpers / in 1934 was Duitsland een totalitaire dictatuur geworden / was er geen kritiek meer mogelijk op de nazi’s / was er geen vrijheid van meningsuiting/drukpers meer.

Alleen als na een juiste keuze een juist argument volgt, wordt 1 scorepunt toegekend.

Toelichting bij het antwoord

Nadat de nazi’s in 1933 aan de macht kwamen, was het op straat steeds gevaarlijker voor tegenstanders van het naziregime.

19 A

Toelichting bij het antwoord

Verkiezingen in Nederland met een duidelijke waarschuwing tegen de nationaalsocialisten (de NSB).

20 Uit het antwoord moet blijken dat het om de verzuiling gaat.

Toelichting bij het antwoord

Iedere zuil (katholieken ­ protestanten ­ socialisten) had zijn eigen politieke partij(en) en verenigingen.

21 Het juiste antwoord is:

– naam: Bund Deutscher Mädel/BDM / Jungmädelbund [1p] – kenmerk: rassenleer / antisemitisme / discriminerende maatregelen [1p]

22 D

Toelichting bij het antwoord

In de periode 1937­1938 waren er grote zuiveringen binnen de Communistische Partij en de legertop. In openbare showprocessen bekenden communisten, vaak na martelingen, allerlei misdaden tegen de partij en Stalin.

23 A

Toelichting bij het antwoord Hitler wilde gebieden en landen die vroeger bij het Duitse Rijk hadden behoord inlijven (Heim ins Reich). Oostenrijk was een van die landen. Er werd gesproken van Anschluss (aansluiting), hoewel lang niet alle Oostenrijkers zich wilden aansluiten bij het Duitse Rijk.

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

24 A

Toelichting bij het antwoord

Nederland was neutraal. Toen het Duitse leger Nederland binnenviel, werd het oorlog en vochten

Nederlandse soldaten tegen Duitse soldaten. Nederland capituleerde na het bombardement op Rotterdam, om te voorkomen dat nog meer steden zouden worden gebombardeerd.

25 Het juiste antwoord is:

Slag om Engeland / Battle of Britain

Toelichting bij het antwoord

Hitler wilde Engeland aanvallen, maar wilde eerst het luchtruim boven de Noordzee beheersen, zodat schepen met Duitse soldaten veilig konden oversteken. De Duitse luchtmacht is er, dankzij het succesvolle verzet van de Britse Royal Air Force, niet in geslaagd het luchtruim boven de Noordzee te beheersen.

26 Voorbeeld van een juist antwoord is:

Men vond de ambtenaar een collaborateur, omdat de ambtenaar voor de Duitse bezetter/ vijand werkte / de Duitse bezetter hielp (door een zo goed mogelijk persoonsbewijs te maken) / het moeilijker maakte om verzet te bieden tegen de Duitse bezetter.

Toelichting bij het antwoord

Een collaborateur is iemand die voor de bezetter werkt. Niet elke ambtenaar die doorwerkte in de oorlog is veroordeeld voor collaboratie, maar omdat deze ambtenaar zo goed zijn best had gedaan voor de Duitse bezetter werd hij wel beschuldigd van collaboratie.

27 Voorbeeld van een juist antwoord is:

De poster is gemaakt na 1941, omdat de Sovjet-Unie zich pas vanaf 1941 bij de geallieerden aansloot / in 1941 door Duitsland / de fascisten werd aangevallen. Alleen als na een juiste keuze een juist verklaring volgt, wordt 1 scorepunt toegekend.

Toelichting bij het antwoord

Na de Duitse aanval op de Sovjet­Unie sloot dit land zich aan bij de geallieerden in hun strijd tegen het Duitse Rijk.

28 Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om de (Japanse) aanval op Pearl Harbor / het uitbreken van een oorlog tussen Japan en de Verenigde Staten.

Toelichting bij het antwoord

Deze aanval van Japan, de bondgenoot van Duitsland en Italië, zonder oorlogsverklaring vooraf, zorgde ervoor dat de Verenigde Staten, onder leiding van president Roosevelt, de oorlog verklaarden aan Japan.

29 De juiste antwoorden zijn: zin 1: 1941

zin 2: een razzia op Joden zin 3: met geweld ingreep

Bij drie antwoorden juist: 2 punten; twee antwoorden juist: 1 punt; minder dan twee antwoorden juist: 0 punten.

Toelichting bij het antwoord

De Februaristaking in 1941 was een reactie op de eerste Duitse razzia in bezet Nederland.

30 B

Toelichting bij het antwoord

De rechters in nazi­Duitsland waren zeker niet onpartijdig. In de rechtbank hingen ook altijd grote nazivlaggen.

31 Het juiste antwoord is:

– Uit het antwoord moet blijken dat een razzia een actie is waarbij (in een bepaald gebied) veel mensen/Joden tegelijk werden opgepakt. [1p]

– (voorbeeld van een juiste reden) De Duitse bezetter wilde niet dat er onrust onder de bevolking zou ontstaan / dat het verzet de beelden kon gebruiken als propaganda tegen de Duitsers / dat Nederlanders zich tegen de Duitse bezetter zouden keren. [1p]

Toelichting bij het antwoord

De meeste foto’s uit de Tweede Wereldoorlog die in Nederland zijn gemaakt waren propagandafoto’s van of voor de Duitse bezetter. Er waren ook nog niet veel mensen die een camera hadden.

32 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– Westerbork / Amersfoort [1p] – Auschwitz / Sobibor / Treblinka / Majdanek (of een ander juist kamp) [1p]

33 Het juiste antwoord is:

De operatie heet: D-day of operatie Overlord

Toelichting bij het antwoord

In juni 1944 landden de geallieerde troepen op het strand in Normandië, Frankrijk. Anne Frank hoorde hiervan op het onderduikadres. Later is zij verraden meegenomen naar een concentratiekamp. Daar is zij op 15­jarige leeftijd gestorven.

34 D

Toelichting bij het antwoord

Japan veroverde in 1942 de Nederlandse kolonie Indonesië.

35 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:

– In een rechtsstaat word je niet gestraft voor een liefdesrelatie / mogen gewone burgers geen straffen uitvoeren / is kaalscheren als straf/zijn lijfstraffen niet toegestaan / worden mensen niet publiekelijk gestraft.

– Er was geen sprake van een eerlijk proces / van een veroordeling door een (onafhankelijke) rechter.

Toelichting bij het antwoord

Er zijn meer antwoorden mogelijk, maar de kern van het antwoord moet zijn: de mensen moeten een eerlijk proces krijgen voor een onafhankelijke rechter en zij kunnen alleen gestraft worden voor overtredingen die in het wetboek van strafrecht staan. Daar gaan willekeurig burgers niet over.

Europa en de wereld (1945-1989)

36 Het juiste antwoord is:

– naam: politionele actie(s) [1p]

– doel (voorbeeld van een juist antwoord): Het doel van de Nederlandse regering was om de orde/het Nederlandse gezag in Indonesië te herstellen / Indonesië (net als vóór de Tweede Wereldoorlog) weer bij Nederland te laten horen/als kolonie te behouden / te voorkomen dat Indonesië onafhankelijk werd. [1p]

Toelichting bij het antwoord

De naam politionele acties was bewust gekozen: er was onrust in het land en ‘de politie’ gaat er op af om de orde herstellen. In werkelijkheid gingen er Nederlandse soldaten naar Indonesië om het Nederlandse gezag te herstellen.

37 Het juiste antwoord is: (Willem) Drees

Toelichting bij het antwoord

Deze minister­president heeft zich vooral ingezet op sociaal terrein. De bekendste sociale wet uit zijn regeertijd is de Algemene Ouderdoms Wet (AOW).

38 Voorbeeld van een juist antwoord is:

– In 1945 trokken de Russische soldaten binnen om Tsjechoslowakije te bevrijden (van de nazi’s). [1p]

– In 1968 trokken de Russische soldaten binnen om een einde te maken aan de Praagse Lente / aan het verzet van Tsjechoslowakije tegen de Sovjet-Unie. [1p]

Toelichting bij het antwoord

In 1968 behoorde Tsjechoslowakije nog tot het Oostblok achter het IJzeren Gordijn.

39 Het juiste antwoord is:

– 1 (= De anticonceptiepil wordt makkelijker beschikbaar gemaakt.) [1p]

– 5 (= De vrouwenbeweging Dolle Mina demonstreert voor het recht op abortus.) [1p]

Toelichting bij het antwoord

Een eenvoudige leervraag, omdat de Tweede Feministische Golf in de zestiger jaren van de twintigste eeuw begon. Vrouwen hadden toen al heel lang kiesrecht. De eerste vrouw in de Tweede Kamer en op de universiteit (Aletta Jacobs) was toen ook al lang geleden. Blijven over de anticonceptiepil en de Dolle Mina’s.

40 B

Toelichting bij het antwoord

Een pittige leervraag op het einde van het examen over de sociale grondrechten.

41 De juiste antwoorden zijn:

Bij uitspraak 1 hoort c (= Kennedy).

Bij uitspraak 2 hoort e (= Soekarno).

Bij uitspraak 3 hoort b (= Gorbatsjov).

Bij uitspraak 4 hoort d (= Reagan).

Bij vier antwoorden juist: 2 punten; drie of twee antwoorden juist: 1 punt; minder dan twee antwoorden juist: 0 punten.

Toelichting bij het antwoord

Omdat elke naam maar één keer gebruikt mag worden, kun je in de uitspraken het beste zoeken naar gebeurtenissen waar een van de personen zeker bij hoort. Op het einde hoef je dan nog maar één of twee uitspraken te verbinden met de overgebleven personen.

Door de tijd heen

42 De juiste volgorde is:

Eerst 1, dan 5, daarna 2, vervolgens 4 en ten slotte 3.

Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Toelichting bij het antwoord

Begin in het klad de volgorde op te schrijven die volgens jou logisch is. Het Europees Parlement bestaat bijvoorbeeld nog niet zo lang, terwijl verkiezingen voor alleen mannen heel lang geleden zijn. Zo ga je puzzelend door naar een goede volgorde in de tijd.

De nieuwe wereldorde (vanaf 1990)

43 C

Toelichting bij het antwoord

A, B en D gaan niet over kosten, C daarentegen wel. Mensen worden gemiddeld steeds ouder de laatste vijftig jaar en krijgen daardoor langer AOW, maar ouderen hebben vaak ook meer zorg nodig.

44 C

Toelichting bij het antwoord

Vanaf 1985 begon de Russische leider Gorbatsjov met een ander beleid, waarbij ook de landen van het Oostblok meer vrijheid kregen. Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 gingen de ontwikkelingen snel. De aanhang van het communisme verminderde snel in Oost­Europa. In 1991 viel de Sovjet­Unie uit elkaar. Een logisch gevolg was dat er ook een einde kwam aan het militaire verbond van Oostbloklanden, het Warschaupact.

Door de tijd heen

45 Het juiste antwoord is:

Gebeurtenis 1 vond plaats in periode b (= 1940-1960).

Gebeurtenis 2 vond plaats in periode c (= 1980-2000).

Gebeurtenis 3 vond plaats in periode b (= 1940-1960).

Gebeurtenis 4 vond plaats in periode b (= 1940-1960).

Gebeurtenis 5 vond plaats in periode a (= 1910-1930).

Bij vijf antwoorden juist: 2 punten; vier of drie antwoorden juist: 1 punt; minder dan drie antwoorden juist: 0 punten.

Toelichting bij het antwoord

Zet in klad de gebeurtenissen in de volgorde die jou logisch lijkt. De VN bijvoorbeeld werd veel eerder opgericht dan de EU. De Volkenbond hoort bij de Eerste Wereldoorlog enzovoort. Daarna zoek je de juiste perioden erbij.

EXAMEN 2026-I

De generale repetitie

Ontdek of je helemaal klaar bent voor het echte examen.

Bronvermelding

Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen behorende correctievoorschrift op mijnexamenbundel.nl.

Examen 2026-I

Meerkeuzevragen

Meerkeuzevragen

Schrijf alleen de hoofdlette r van het goede antwoord op.

Schrijf alleen de hoofdlette r van het goede antwoord op.

HISTORISCH OVERZICHT EN ST AATSINRICHTING VANAF 1848

HISTORISCH OVERZICHT EN ST AATSINRICHTING VANAF 1848

HISTORISCH OVERZICHT EN STAATSINRICHTING VANAF 1848

Nederland (1848-1914)

Nederland (1848-1914)

Nederland (1848-1914)

1p 1 Door de nieuwe Grondwet van 1848 we rd in Nederland de ministeriële verantwoordelijkheid ingevoerd.

1p 1

2p 2

2p 2

Door de nieuwe Grondwet van 1848 we rd in Nederland de ministeriële verantwoordelijkheid ingevoerd.

Wat was een gevolg van de invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid?

1p 3

1p 3

Wat was een gevolg van de invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid?

A De koning kon zelfstandig politieke beslissingen nemen.

A De koning kon zelfstandig politieke beslissingen nemen.

B De koning mocht lid worden van het parlement.

B De koning mocht lid worden van het parlement.

C De koning raakte veel macht kwijt.

C De koning raakte veel macht kwijt.

D De koning werd het staatshoofd.

D De koning werd het staatshoofd.

Rond 1870 was er veel discussie over de vraag of er een wet moest komen die de kinderarbeid afschafte. Veel fabriekseigenaren en arbeiders met kinderen waren tegen de afsc haffing van de kinderarbeid.

Rond 1870 was er veel discussie over de vraag of er een wet moest komen die de kinderarbeid afschafte. Veel fabriekseigenaren en arbeiders met kinderen waren tegen de afsc haffing van de kinderarbeid.

 Leg uit waarom veel fabrie kseigenaren en arbeiders met kinderen tegen de afschaffing van de kinderarbeid waren.

 Leg uit waarom veel fabrie kseigenaren en arbeiders met kinderen tegen de afschaffing van de kinderarbeid waren.

Doe dit door: eerst aan te geven welk voordeel kinderarbeid had voor fabriekseigenaren en daarna de reden te geven waarom arbeiders met kinderen tegen de afschaffing van de kinderarbeid waren.

Doe dit door: eerst aan te geven welk voordeel kinderarbeid had voor fabriekseigenaren en daarna de reden te geven waarom arbeiders met kinderen tegen de afschaffing van de kinderarbeid waren.

Een deel van de liberalen was tegen een wet die de kinderarbeid afschafte. De reden was dat zo’n wet niet paste bij een politieke opvatting van de liberalen.

 Welke politieke opvatting wordt bedoeld?

Een deel van de liberalen was tegen een wet die de kinderarbeid afschafte. De reden was dat zo’n wet niet paste bij een politieke opvatting van de liberalen.

 Welke politieke opvatting wordt bedoeld?

GT-0125-a-26-1-o

bron 1

Drie uitspraken van Tweede Kamerleden tussen 1880 en 1900:

uitspraak 1

In het wetsvoorstel van de minister staat dat arbeiders in het geval van een ongeluk een uitkering krijgen van de ov erheid. Ik stel voor om het wetsvoorstel zo te veranderen dat f abriekseigenaren voor zo’n uitkering zorgen.

uitspraak 2

Wij doen onderzoek naar de toestand van fabrieken en werkplaatsen met het oog op de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de arbeiders.

uitspraak 3

Sommige arbeiders worden gedwongen hun boodschappen te kopen in de winkel van hun baas. Ze moeten dan te veel betalen. Ik dien daarom een voorstel in voor een wet die dat verbiedt.

Gebruik bron 1.

bron 2

2p 4 Hieronder staan vijf rechten van Tweede Kamerleden: a recht van amendement b recht van budget c recht van enquête d recht van initiatief e recht van interpellatie

Uit een verslag van een onderzoek naar arbeidsomstandigheden in Nederland (1890):

Schoonheid en ventilatie waren in v eel werkplaatsen onvoldoende. Enkele getuigen zeggen dat het werk in sigarenfabrieken schadelijk voor de gezondheid is. Het werk daar is slecht voor de longen.

 Geef per uitspraak aan welk recht daarbij hoort. Let op! Elk recht mag maar één keer gebruikt worden. Er blijven twee rechten over.

Doe het zo:

In drukkerijen wordt geklaagd over pijn in de maag als gevolg van het omgaan met lood.

Bij uitspraak 1 hoort … (vul letter in). (enzovoort tot en met uitspraak 3)

In broodfabrieken zijn de arbeidstijden zeer lang. Bij een bakker werd dagelijks 16 uur gewerkt en op zaterdag 24 uur.

Gebruik bron 2.

De voeding van de arbeiders is over het algemeen slecht en het middagmaal sober. Vlees wordt zelden of nooit gegeten.

1p 5 Het onderzoek hoort bij de discu ssie over een breder maatschappelijk probleem.

 Onder welke naam staat de discussie over dit maatschappelijk probleem bekend?

De Eerste Werel doorlog (1914-1918)

Gebruik bron 3.

2p 6 Op de kaart is een militair plan afgebeeld. Een invulopdracht:

1 Het land dat het plan maakte, was tijdens de Eerste Wereldoorlog lid van het bondgenootschap van de … ( Centralen / Geallieerden ).

2 Met dit plan zou de Nederlandse neutraliteit … (beschermd / geschonden ) worden.

GT-0125-a-26-1-b

3 Het plan is in werkelijkheid … ( wel / niet ) uitgevoerd zoals het is afgebeeld op de kaart.

2 / 17 lees verder ►►►

 Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken.

Doe het zo:

zin 1: … (kies uit: Centralen / Geallieerden).

zin 2: … (kies uit: beschermd / geschonden).

zin 3: … (kies uit: wel / niet)

Sommige arbeiders worden gedwongen hun boodschappen te kopen in de winkel van hun baas. Ze moeten dan te veel betalen. Ik dien daarom een voorstel in voor een wet die dat verbiedt.

bron 2

Uit een verslag van een onderzoek naar arbeidsomstandigheden in Nederland (1890):

Gebruik bron 1.

Schoonheid en ventilatie waren in v eel werkplaatsen onvoldoende. Enkele getuigen zeggen dat het werk in sigarenfabrieken schadelijk voor de gezondheid is. Het werk daar is slecht voor de longen.

2p 4 Hieronder staan vijf rechten van Tweede Kamerleden: a recht van amendement b recht van budget c recht van enquête d recht van initiatief e recht van interpellatie

In drukkerijen wordt geklaagd over pijn in de maag als gevolg van het omgaan met lood.

In broodfabrieken zijn de arbeidstijden zeer lang. Bij een bakker werd dagelijks 16 uur gewerkt en op zaterdag 24 uur.

 Geef per uitspraak aan welk recht daarbij hoort. Let op! Elk recht mag maar één keer gebruikt worden. Er blijven twee rechten over.

Doe het zo:

De voeding van de arbeiders is over het algemeen slecht en het middagmaal sober. Vlees wordt zelden of nooit gegeten.

Bij uitspraak 1 hoort … (vul letter in).

(enzovoort tot en met uitspraak 3)

Gebruik bron 2.

1p 5 Het onderzoek hoort bij de discu ssie over een breder maatschappelijk probleem.

 Onder welke naam staat de discussie over dit maatschappelijk probleem bekend?

De Eerste Werel doorlog (1914-1918)

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

bron 3

Gebruik bron 3.

Een kaart met een militair plan (1905):

GT-0125-a-26-1-b 2 / 17 lees verder ►►►

2p 6 Op de kaart is een militair plan afgebeeld.

1 Het land dat het plan maakte, was tijdens de Eerste Wereldoorlog lid van het bondgenootschap van de … ( Centralen / Geallieerden ).

2 Met dit plan zou de Nederlandse neutraliteit … (beschermd /

3 Het plan is in werkelijkheid … ( / niet ) uitgevoerd zoals het is

Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken.

zin 1: … (kies uit: Centralen / Geallieerden). beschermd / geschonden).

zin 3: … (kies uit: wel / niet)

Gebruik bron 4.

bron 4

1p 7 Op de tekening is een oorzaak van de Eerste Wereldoorlog te herkennen. Welke oorzaak wordt bedoeld?

Een politieke tekening op een Fr anse briefkaart (1906):

A bondgenootschappen

B industrialisatie

C modern imperialisme

D wapenwedloop

De Eerste Werel doorlog (1914-1918)

bron 3

2p 6

2p 4

Gebruik bron 3.

Een kaart met een militair plan (1905):

Op de kaart is een militair plan afgebeeld.

Een invulopdracht:

Gebruik bron 1.

1 Het land dat het plan maakte, was tijdens de Eerste Wereldoorlog lid van het bondgenootschap van de … ( Centralen / Geallieerden ).

2 Met dit plan zou de Nederlandse neutraliteit … (beschermd / geschonden ) worden.

3 Het plan is in werkelijkheid … ( wel / niet ) uitgevoerd zoals het is afgebeeld op de kaart.

Hieronder staan vijf rechten van Tweede Kamerleden: a recht van amendement recht van budget c recht van enquête d recht van initiatief e recht van interpellatie

 Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken.

Doe het zo:

Geef per uitspraak aan welk recht daarbij hoort. Let op! Elk recht mag maar één keer gebruikt worden. Er blijven twee rechten over.

zin 1: … (kies uit: Centralen / Geallieerden).

Doe het zo:

zin 2: … (kies uit: beschermd / geschonden).

zin 3: … (kies uit: wel / niet)

Bij uitspraak 1 hoort … (vul letter in). (enzovoort tot en met uitspraak 3)

Gebruik bron 4.

bron 4

Gebruik bron 2.

Een politieke tekening op een Fr anse briefkaart (1906):

1p 7 Op de tekening is een oorzaak van de Eerste Wereldoorlog te herkennen. Welke oorzaak wordt bedoeld?

1p 5 Het onderzoek hoort bij de discu ssie over een breder maatschappelijk probleem.

 Onder welke naam staat de discussie over dit maatschappelijk probleem bekend?

De Eerste Werel doorlog (1914-1918)

Gebruik bron 3.

2p 6 Op de kaart is een militair plan afgebeeld.

GT-0125-a-26-1-o

Een invulopdracht:

1 Het land dat het plan maakte, was tijdens de Eerste Wereldoorlog lid van het bondgenootschap van de … ( Centralen / Geallieerden ).

2 Met dit plan zou de Nederlandse neutraliteit … (beschermd / geschonden ) worden.

3 Het plan is in werkelijkheid … ( wel / niet ) uitgevoerd zoals het is afgebeeld op de kaart.

Toelichting

 Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken.

Doe het zo:

Bij de tekening hoort de tekst: Wie kan Marokko veroveren?

zin 1: … (kies uit: Centralen / Geallieerden).

zin 2: … (kies uit: beschermd / geschonden).

De figuren links staan voor Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland. Zij rennen achter de kameel aan om Marokko in handen te krijgen.

zin 3: … (kies uit: wel / niet)

Gebruik bron 4.

1p 7 Op de tekening is een oorzaak van de Eerste Wereldoorlog te herkennen.

Welke oorzaak wordt bedoeld?

A bondgenootschappen

B industrialisatie

C modern imperialisme

D wapenwedloop

GT-0125-a-26-1-b

GT-0125-a-26-1-o

3 / 17 lees verder ►►►

3 / 13 lees verder ►►►

bron 5

Een lied uit Nederland (1914):

De oorlogsfakkel brandt overal, de wereld is in nood, de dood komt aan met slaande trom, bloed verft de velden rood. Maar wij staan pal aan onze grens, het wapen in de hand; slechts vrede en vrijheid zijn de wens van 't vrije Nederland.

bron 5

Een lied uit Nederland (1914):

bron 5

Een lied uit Nederland (1914):

Gebruik bron 5.

bron 6

1p 8 Naar aanleiding van welke gebeur tenis is het lied geschreven?

De oorlogsfakkel brandt overal, de wereld is in nood, de dood komt aan met slaande trom, bloed verft de velden rood.

2p 10

1p 8

Een politieke tekening ui t Nederland (1914):

A de aanleg van de dodendraad

De oorlogsfakkel brandt overal, de wereld is in nood, de dood komt aan met slaande trom, bloed verft de velden rood.

B de komst van vluchtelingen naar Nederland

Maar wij staan pal aan onze grens, het wapen in de hand; slechts vrede en vrijheid zijn de wens van 't vrije Nederland.

C de mobilisatie van Nederlandse soldaten

Maar wij staan pal aan onze grens, het wapen in de hand; slechts vrede en vrijheid zijn de wens van 't vrije Nederland.

D de revolutiepoging van Troelstra

Gebruik bron 6.

bron 6

bron 6

Een politieke tekening ui t Nederland (1914):

Een politieke tekening uit Nederland (1914):

1p 9 De tekenaar wil met de politieke tekening een politieke boodschap duidelijk maken.

Gebruik bron 5.

confessionelen , ? Verklaar je antwoord met behulp van de

De boodschap past bij de opvattingen van de … (kies uit: confessionelen … (geef een verklaring met behulp van de

A de aanleg van de dodendraad

B de komst van vluchtelingen naar Nederland

C de mobilisatie van Nederlandse soldaten

Naar aanleiding van welke gebeur tenis is het lied geschreven?

D de revolutiepoging van Troelstra

De verandering van het kiesrecht in 1917 werd gezien als een waren er vrouwen die nog ontevreden randering van het kiesrecht in veel vrouwen in 1917 nog

Gebruik bron 6.

1p 9 De tekenaar wil met de politieke tekening een politieke boodschap duidelijk maken.

Het Interbellum

(1918-1939)

Gebruik bron 7.

 Past deze boodschap bij de opvattingen van de confessionelen , feministen of liberalen ? Verklaar je antwoord met behulp van de bron.

2p 11 Leg uit dat in de bron een kenmerk van een maatschappelijk verschijnsel uit die periode te herkennen is.

Doe het zo:

De boodschap past bij de opvattingen van de … (kies uit: confessionelen / feministen / liberalen), want … (geef een verklaring met behulp van de bron).

Doe dit door: eerst de naam te noemen waaronder het m aatschappelijk verschijnsel bekendstaat en daarna een kenmerk van het maatschappelijk verschijnsel te noemen dat in de bron te herkennen is.

2p 10 De verandering van het kiesrecht in 1917 werd gezien als een overwinning voor de vrouwen. Toch waren er vrouwen die nog ontevreden waren over deze verandering.

Gebruik bron 8.

GT-0125-a-26-1-b

 Noem eerst een reden waarom de verandering van het kiesrecht in 1917 als een overwinning voor de vrouwen werd gezien.

1p 12 De gebeurtenis vond plaats omdat Duitsland niet had voldaan aan een bepaling uit het Verdrag van Versailles.

4 / 17 lees verder ►►►

 Welke bepaling wordt bedoeld?

 Noem daarna een reden waarom veel vrouwen in 1917 nog ontevreden waren over de verandering van het kiesrecht.

/ 17

Het Interbellum (1918-1939)

bron 7

Drie afbeeldingen van tijdschriften voor onderwijzers in Nederland uit de periode 1901-1923:

afbeelding 1

Gebruik bron 5.

Toelichting

1p 8 Naar aanleiding van welke gebeur tenis is het lied geschreven?

A de aanleg van de dodendraad

B de komst van vluchtelingen naar Nederland

Het katholieke schoolblad. Weekblad voor het R.K. (= rooms-katholiek) bijzonder onderwijs.

C de mobilisatie van Nederlandse soldaten

afbeelding 2

D de revolutiepoging van Troelstra

Gebruik bron 6.

1p 9 De tekenaar wil met de politieke tekening een politieke boodschap duidelijk maken.

 Past deze boodschap bij de opvattingen van de confessionelen , feministen of liberalen ? Verklaar je antwoord met behulp van de bron.

Toelichting

Doe het zo:

De christelijke onderwijzer. Orgaan (= tijdschrift) van de Unie van christelijke onderwijzers en onderwijzeressen in Nederland.

De boodschap past bij de opvattingen van de … (kies uit: confessionelen / feministen / liberalen), want … (geef een verklaring met behulp van de bron).

afbeelding 3

2p 10 De verandering van het kiesrecht in 1917 werd gezien als een overwinning voor de vrouwen. Toch waren er vrouwen die nog ontevreden waren over deze verandering.

 Noem eerst een reden waarom de verandering van het kiesrecht in 1917 als een overwinning voor de vrouwen werd gezien.

 Noem daarna een reden waarom veel vrouwen in 1917 nog ontevreden waren over de verandering van het kiesrecht.

Toelichting

Het Interbellum (1918-1939)

De Volksonderwijzer. Voor opvoeding en onderwijs. Orgaan (= tijdschrift) van de Sociaal-Democratisc he Onderwijzersvereniging.

Gebruik bron 7.

2p 11 Leg uit dat in de bron een kenmerk van een maatschappelijk verschijnsel uit die periode te herkennen is.

Doe dit door: eerst de naam te noemen waaronder het m aatschappelijk verschijnsel bekendstaat en daarna een kenmerk van het maatschappelijk verschijnsel te noemen dat in de bron te herkennen is.

Gebruik bron 8.

1p 12 De gebeurtenis vond plaats omdat Duitsland niet had voldaan aan een bepaling uit het Verdrag van Versailles.

GT-0125-a-26-1-b 5 / 17 lees verder ►►►

 Welke bepaling wordt bedoeld?

duidelijk maken.

 Past deze boodschap bij de opvattingen van de confessionelen , feministen of liberalen ? Verklaar je antwoord met behulp van de bron.

bron 8

Een foto uit het Ruhrgebied (1923):

Doe het zo:

De boodschap past bij de opvattingen van de … (kies uit: confessionelen / feministen / liberalen), want … (geef een verklaring met behulp van de bron).

bron 8

Een foto uit het Ruhrgebied (1923):

2p 10 De verandering van het kiesrecht in 1917 werd gezien als een overwinning voor de vrouwen. Toch waren er vrouwen die nog ontevreden waren over deze verandering.

 Noem eerst een reden waarom de verandering van het kiesrecht in 1917 als een overwinning voor de vrouwen werd gezien.

 Noem daarna een reden waarom veel vrouwen in 1917 nog ontevreden waren over de verandering van het kiesrecht.

Het Interbellum (1918-1939)

Gebruik bron 7.

2p 11 Leg uit dat in de bron een kenmerk van een maatschappelijk verschijnsel uit die periode te herkennen is.

Toelichting

Op de foto zijn Franse soldaten te zien die spullen uit een winkel in beslag nemen.

Doe dit door: eerst de naam te noemen waaronder het m aatschappelijk verschijnsel bekendstaat en daarna een kenmerk van het maatschappelijk verschijnsel te noemen dat in de bron te herkennen is.

bron 9

Gebruik bron 8.

Toelichting

Een herinnering van een Duitser aan een rechtszaak tegen Hitler:

1p 12 De gebeurtenis vond plaats omdat Duitsland niet had voldaan aan een bepaling uit het Verdrag van Versailles.

Op de foto zijn Franse soldaten te zien die spullen uit een winkel in beslag nemen.

 Welke bepaling wordt bedoeld?

bron 9

Een herinnering van een Duitser aan een rechtszaak tegen Hitler:

Ik was in 1924 advocaat en hielp Hitle r bij de rechtszaak die tegen hem werd gevoerd. Ik vroeg hem: ‘Hoe heeft u zich eigenlijk voorgesteld dat het zou gaan toen u München binne nmarcheerde? Hoe had u van daar naar Berlijn willen komen? Dat krijgt u op zo’n manier toch nooit voor elkaar? U moet legaal aan de macht pr oberen te komen.’ Helaas heeft hij goed geluisterd naar mijn advies en het later opgevolgd.

GT-0125-a-26-1-o 4 / 13 lees verder ►►►

Ik was in 1924 advocaat en hielp Hitle r bij de rechtszaak die tegen hem werd gevoerd. Ik vroeg hem: ‘Hoe heeft u zich eigenlijk voorgesteld dat het zou gaan toen u München binne nmarcheerde? Hoe had u van daar naar Berlijn willen komen? Dat krijgt u op zo’n manier toch nooit voor elkaar? U moet legaal aan de macht pr oberen te komen.’ Helaas heeft hij goed geluisterd naar mijn advies en het later opgevolgd.

Gebruik bron 9.

1p 13 De bron gaat over een rechtszaak tegen Hitler.

 Geef de reden waarom er een rechtszaak tegen Hitler gevoerd werd.

Gebruik bron 10.

1p 14 In 1929 brak een wereldwijde economische crisis uit.

GT-0125-a-26-1-b 6 / 17 lees verder ►►►

Welk fragment gaat over de aanleiding voor de economische crisis?

A fragment 1

B fragment 2

C fragment 3

D fragment 4

1p 15 De economische crisis die in 1929 in de Verenigde Staten begon, trof ook

bron 10

Vier fragmenten uit krantenber ichten uit de periode 1917-1929:

fragment 1

Duitse duikboten zijn een groot gevaar voor Amerikaanse vrachtschepen.

fragment 2

Handelaren op Wall Street ve rkopen hun aandelen, de beurskoersen dalen sterk.

fragment 3

Duitsland wordt morgen lid van de Volkenbond.

fragment 4

Hyperinflatie treft Duitse econom ie: miljarden nodig om één brood te kopen.

Gebruik bron 9.

1p 13 De bron gaat over een rechtszaak tegen Hitler.

 Geef de reden waarom er een rechtszaak tegen Hitler gevoerd werd.

bron 11

Gebruik bron 10.

Het stembiljet van een referendum (1938):

1p 14 In 1929 brak een wereldwijde economische crisis uit.

Welk fragment gaat over de aanleiding voor de economische crisis?

A fragment 1

Referendum en rijksdagverkiezingen

B fragment 2

C fragment 3

D fragment 4

Bent u het eens met de in maart tot stand gekomen hereniging van Oostenrijk met het Duitse rijk en stemt u op de partij van onze Führer, Adolf Hitler?

1p 15 De economische crisis die in 1929 in de Verenigde Staten begon, trof ook andere landen. Duitsland werd extra zwaar getroffen, omdat het economisch meer verbonden was met de Verenigde Staten dan met andere landen.

Ja Nee

Waarom was Duitsland economisch meer verbonden met de Verenigde Staten dan met andere landen?

A Duitsland had tijdens de Eerste Wereldoorlog geld geleend aan de Verenigde Staten.

B Duitsland had veel geld geïnvest eerd in Amerikaans e fabrieken.

Toelichting

C Duitsland kreeg via het Dawesplan financiële hulp van de Verenigde Staten.

De opkomst (het percentage burgers dat deelnam aan het referendum) was 99%. De uitslag was:

Ja: 99%

D Duitsland was afhankelijk van de Amerikaanse industrie voor de herbewapening.

Nee: 1%

Gebruik bron 11.

3p 16 Het houden van een referendum past bij een democratie. De manier waarop dit referendum werd gehouden past juist niet bij een democratie.

 Geef eerst zonder de bron een argument waarom een referendum past bij een democratie.

 Noem daarna twee onderdelen van de bron waaruit blijkt dat dit referendum juist niet past bij een democratie.

GT-0125-a-26-1-b

Doe het zo: argument: … (geef een argument) onderdeel 1: … (noem een onderdeel) onderdeel 2: … (noem een onderdeel)

7 / 17 lees verder ►►►

Gebruik bron 12.

1p 17 Iemand beweert dat in de bron pers oonsverheerlijking te herkennen is.

 Geef met behulp van de bron een ar gument waaruit blijkt dat deze bewering juist is.

1p 13

fragment 4

Hyperinflatie treft Duitse econom ie: miljarden nodig om één brood te kopen.

Gebruik bron 9.

De bron gaat over een rechtszaak tegen Hitler.

bron 11

 Geef de reden waarom er een rechtszaak tegen Hitler gevoerd werd.

Het stembiljet van een referendum (1938):

Gebruik bron 10.

Referendum en rijksdagverkiezingen

1p 14 In 1929 brak een wereldwijde economische crisis uit. Welk fragment gaat over de aanleiding voor de economische crisis?

A fragment 1

B fragment 2

C fragment 3

D fragment 4

Bent u het eens met de in maart tot stand gekomen hereniging van Oostenrijk met het Duitse rijk en stemt u op de partij van onze Führer, Adolf Hitler? Ja

Nee

1p 15 De economische crisis die in 1929 in de Verenigde Staten begon, trof ook andere landen. Duitsland werd extra zwaar getroffen, omdat het economisch meer verbonden was met de Verenigde Staten dan met andere landen.

3p 16

Waarom was Duitsland economisch meer verbonden met de Verenigde Staten dan met andere landen?

A Duitsland had tijdens de Eerste Wereldoorlog geld geleend aan de Verenigde Staten.

Toelichting

B Duitsland had veel geld geïnvest eerd in Amerikaans e fabrieken.

De opkomst (het percentage burgers dat deelnam aan het referendum) was 99%. De uitslag was:

Ja: 99%

C Duitsland kreeg via het Dawesplan financiële hulp van de Verenigde Staten.

Nee: 1%

D Duitsland was afhankelijk van de Amerikaanse industrie voor de herbewapening.

Gebruik bron 11.

Het houden van een referendum past bij een democratie. De manier waarop dit referendum werd gehouden past juist niet bij een democratie.

 Geef eerst zonder de bron een argument waarom een referendum past bij een democratie.

GT-0125-a-26-1-b 7 / 17 lees verder ►►►

1p 17

 Noem daarna twee onderdelen van de bron waaruit blijkt dat dit referendum juist niet past bij een democratie.

Doe het zo:

argument: … (geef een argument) onderdeel 1: … (noem een onderdeel) onderdeel 2: … (noem een onderdeel)

Gebruik bron 12.

bron 12

Iemand beweert dat in de bron pers oonsverheerlijking te herkennen is.

Een Duitser vertelt over een gebeurtenis in 1935:

 Geef met behulp van de bron een ar gument waaruit blijkt dat deze bewering juist is.

Doe het zo:

In de bron is persoonsverheerlijki ng te herkennen, omdat … (geef een argument met behulp van de bron).

De rillingen liepen ons over de rug toen we oog in oog konden staan met onze geliefde leider. We zeiden: ‘De Führer komt eraan!’ We bleven in plechtige stilte staan t oen hij ons inspecteerde. Als iemand toen had gezegd: ‘Geef je leven v oor de Führer!’, dan waren we zonder aarzelen de dood ingegaan.

GT-0125-a-26-1-o 5 / 13 lees verder ►►►

bron 13

Boerderijen in privébezit (in procent en) in de Sovjet-Unie (1928-1938):

1p 17

Doe het zo: argument: … (geef een argument) onderdeel 1: … (noem een onderdeel) onderdeel 2: … (noem een onderdeel)

Gebruik bron 12.

Iemand beweert dat in de bron pers oonsverheerlijking te herkennen is.

 Geef met behulp van de bron een ar gument waaruit blijkt dat deze bewering juist is.

bron 12

Doe het zo:

Een Duitser vertelt over een gebeurtenis in 1935:

In de bron is persoonsverheerlijki ng te herkennen, omdat … (geef een argument met behulp van de bron).

1p 18 In 1936 moesten zestien belangrijke communisten in de Sovjet-Unie voor de rechter verschijnen. Zij werden ervan verdacht de communistische maatschappij omver te willen werpen. Alle verdachten bekenden schuld.

De rillingen liepen ons over de rug toen we oog in oog konden staan met onze geliefde leider. We zeiden: ‘De Führer komt eraan!’ We bleven in plechtige stilte staan t oen hij ons inspecteerde. Als iemand toen had gezegd: ‘Geef je leven v oor de Führer!’, dan waren we zonder aarzelen de dood ingegaan.

GT-0125-a-26-1-o 5 / 13 lees verder ►►►

In de Sovjet-Unie werden deze s howprocessen als propaganda gebruikt.

 Wat was de propagandaboodschap van deze showprocessen?

Gebruik bron 13.

bron 13

1p 19 In de bron is een ontwikkeling te zien.

Boerderijen in privébezit (in procent en) in de Sovjet-Unie (1928-1938):

Wat is de oorzaak van deze ontwikkeling?

A

B

C

D

1p 20 Veel mensen in Nederland waren in 1938 blij met de uitkomst van de Conferentie van München.

Wat is hiervoor een juiste verklaring?

1p 18 In 1936 moesten zestien belangrijke communisten in de Sovjet-Unie voor de rechter verschijnen. Zij werden ervan verdacht de communistische maatschappij omver te willen werpen. Alle verdachten bekenden schuld.

Veel mensen in Nederland dachten dat door de Conferentie van München

A de Volkenbond nieuwe conflicten tussen landen ging oplossen.

Toelichting

B Duitsland het Verdrag van Versailles ging ondertekenen.

C een einde kwam aan de appeasementpo litiek van Groot-Brittannië.

In de grafiek is het aantal boerderijen in privébezit in 1928 op 100% gesteld.

In de Sovjet-Unie werden deze s howprocessen als propaganda gebruikt.

 Wat was de propagandaboodschap van deze showprocessen?

D een nieuwe oorlog in Europa was voorkomen.

Gebruik bron 13.

Gebruik bron 14.

1p 19 In de bron is een ontwikkeling te zien.

1p 21 Veel steden in Tsjechoslowakije hadden zowel een Duitse als een Tsjechische naam. Op de prentbriefkaart staan alleen de Duitse namen vermeld en zijn de Tsjechische namen weggelaten.

Wat is de oorzaak van deze ontwikkeling?

A beurskrach

B censuur

C collectivisatie

D vrijemarkteconomie

Welke boodschap werd met het w eglaten van de Tsjechische namen overgebracht aan de Duitse bevolking? En wat is de naam van de politiek die hoort bij deze bron? boodschap naam politiek

1p 20 Veel mensen in Nederland waren in 1938 blij met de uitkomst van de Conferentie van München.

A De steden hoorden eigenlijk altijd al bij Duitsland.

Anschluss

Wat is hiervoor een juiste verklaring?

Veel mensen in Nederland dachten dat door de Conferentie van München

B De steden hoorden eigenlijk altijd al bij Duitsland.

Heim ins Reich

A de Volkenbond nieuwe conflicten tussen landen ging oplossen.

B Duitsland het Verdrag van Versailles ging ondertekenen.

Anschluss

C een einde kwam aan de appeasementpo litiek van Groot-Brittannië.

C Zo veel mogelijk mensen uit Duitsland moesten naar deze steden toe verhuizen.

D een nieuwe oorlog in Europa was voorkomen.

D Zo veel mogelijk mensen uit Duitsland moesten naar deze steden toe verhuizen.

Heim ins Reich

Gebruik bron 14.

Gebruik bron 15.

1p 22 De bron past bij de rassenleer.

1p 21 Veel steden in Tsjechoslowakije hadden zowel een Duitse als een Tsjechische naam. Op de prentbriefkaart staan alleen de Duitse namen vermeld en zijn de Tsjechische namen weggelaten.

 Geef een reden waarom de bron past bij de rassenleer.

Welke boodschap werd met het w eglaten van de Tsjechische namen overgebracht aan de Duitse bevolking? En wat is de naam van de politiek die hoort bij deze bron?

GT-0125-a-26-1-b 8 / 17 lees verder

boodschap

1p 18

bron 14

Een Duitse prentbriefk aart (1938):

1p 19

In 1936 moesten zestien belangrijke communisten in de Sovjet-Unie voor de rechter verschijnen. Zij werden ervan verdacht de communistische maatschappij omver te willen werpen. Alle verdachten bekenden schuld.

In de Sovjet-Unie werden deze s howprocessen als propaganda gebruikt.

 Wat was de propagandaboodschap van deze showprocessen?

Gebruik bron 13.

In de bron is een ontwikkeling te zien.

Wat is de oorzaak van deze ontwikkeling?

A beurskrach

B censuur

C collectivisatie

D vrijemarkteconomie

1p 20 Veel mensen in Nederland waren in 1938 blij met de uitkomst van de Conferentie van München.

Toelichting

Wat is hiervoor een juiste verklaring?

Veel mensen in Nederland dachten dat door de Conferentie van München

A de Volkenbond nieuwe conflicten tussen landen ging oplossen.

Op de prentbriefkaart staat het deel van Tsjechoslowakije afgebeeld dat Duitsland in 1938 heeft ingenomen.

Onderaan staat: Wij bedanken onze Führer.

B Duitsland het Verdrag van Versailles ging ondertekenen.

Alle steden zijn aangegeven met Duitse namen.

C een einde kwam aan de appeasementpo litiek van Groot-Brittannië.

D een nieuwe oorlog in Europa was voorkomen.

Gebruik bron 14.

1p 21 Veel steden in Tsjechoslowakije hadden zowel een Duitse als een Tsjechische naam. Op de prentbriefkaart staan alleen de Duitse namen vermeld en zijn de Tsjechische namen weggelaten.

Welke boodschap werd met het w eglaten van de Tsjechische namen overgebracht aan de Duitse bevolking? En wat is de naam van de politiek die hoort bij deze bron?

boodschap naam politiek

A De steden hoorden eigenlijk altijd al bij Duitsland.

B De steden hoorden eigenlijk altijd al bij Duitsland.

C Zo veel mogelijk mensen uit Duitsland moesten naar deze steden toe verhuizen.

D Zo veel mogelijk mensen uit Duitsland moesten naar deze steden toe verhuizen.

Gebruik bron 15.

1p 22 De bron past bij de rassenleer.

9 / 17

GT-0125-a-26-1-b

Anschluss

Heim ins Reich

Anschluss

Heim ins Reich

 Geef een reden waarom de bron past bij de rassenleer.

C collectivisatie

D vrijemarkteconomie

1p 20 Veel mensen in Nederland waren in 1938 blij met de uitkomst van de Conferentie van München.

bron 15

Wat is hiervoor een juiste verklaring?

Veel mensen in Nederland dachten dat door de Conferentie van München

A de Volkenbond nieuwe conflicten tussen landen ging oplossen.

Een tekening op een Duitse schoolplaat met als titel Een slechte ruil: de Joden overspoelen Duitsland; de Duitsers emigreren (1939):

B Duitsland het Verdrag van Versailles ging ondertekenen.

C een einde kwam aan de appeasementpo litiek van Groot-Brittannië.

D een nieuwe oorlog in Europa was voorkomen.

Gebruik bron 14.

1p 21 Veel steden in Tsjechoslowakije hadden zowel een Duitse als een Tsjechische naam. Op de prentbriefkaart staan alleen de Duitse namen vermeld en zijn de Tsjechische namen weggelaten.

Welke boodschap werd met het w eglaten van de Tsjechische namen overgebracht aan de Duitse bevolking? En wat is de naam van de politiek die hoort bij deze bron?

boodschap naam politiek

Toelichting

A De steden hoorden eigenlijk altijd al bij Duitsland.

B De steden hoorden eigenlijk altijd al bij Duitsland.

Anschluss

Heim ins Reich

Bij de tekening hoort de tekst: Tussen 1910 en 1925 emigreer den ongeveer 390.000 waardevolle Duitsers, zij gingen verloren voor ons volk. En kwamen ongeveer 80.000 buitenlandse Joden naar Duitsl and en werden ‘Duitse burgers’.

C Zo veel mogelijk mensen uit Duitsland moesten naar deze steden toe verhuizen.

Anschluss

Op de tekening is de kaart van Duitsland te zien.

Er zijn Joodse mensen afgebeeld die Duitsland binnenkomen en Duitse, niet-Joodse mensen die Duitsland verlaten.

D Zo veel mogelijk mensen uit Duitsland moesten naar deze steden toe verhuizen.

Gebruik bron 15.

1p 22 De bron past bij de rassenleer.

1p 23

Heim ins Reich

 Geef een reden waarom de bron past bij de rassenleer.

Bij de buitenlandse politiek van de regering in nazi-Duitsland speelde Lebensraum een belangrijke rol. Een bewering: Lebensraum kan gezien worden als een oorzaak van de Tweede Wereldoorlog.

GT-0125-a-26-1-o

 Geef een argument waaruit bl ijkt dat de bewering juist is.

6 / 13

2p 24 In augustus 1939 sloot Duitsland een verdrag met de Sovjet-Unie.

lees verder ►►►

Een bewering: Hitler kon door dit verdrag een land binnenvallen en een tweefrontenoorlog vermijden.

 Leg uit dat de bewering juist is.

Doe dit door: eerst aan te geven welk land Duitsland binnenviel in 1939 na het sluiten van het verdrag en daarna een reden te geven waarom Duitsland door het verdrag met de Sovjet-Unie een tweefrontenoorlog kon vermijden.

De Tweede Werel doorlog (1939-1945)

1p 25 In februari 1941 vond de Februaristaking plaats.

10 / 17

GT-0125-a-26-1-b

Wat was de aanleiding voor de Februaristaking?

A de gedwongen tewerkstelling

B de invoering van een distributiestelsel

C een razzia op Joodse mannen in Amsterdam

D het invoeren van de censuur op kranten

lees verder ►►►

De Tweede Werel doorlog (1939-1945)

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

1p 25 In februari 1941 vond de Februaristaking plaats.

Wat was de aanleiding voor de Februaristaking?

A de gedwongen tewerkstelling

B de invoering van een distributiestelsel

C een razzia op Joodse mannen in Amsterdam

D het invoeren van de censuur op kranten

2p 26 In 1941 verbood de Duitse bezetter in Nederland alle politieke partijen, op één partij na. Door het verbieden van partijen schond de bezetter een bepaald grondrecht.

 Noem eerst de naam van de Ne derlandse politieke partij die niet verboden werd.

 Noem daarna een grondrecht dat geschonden werd door het verbieden van politieke partijen.

1p 27 Na de Russische Revolutie had Nederland de relatie met de Sovjet-Unie verbroken, maar in 1942 wilde de Nederlandse regering in ballingschap de relatie met de Sovjet-Unie weer herstellen.

 Geef een reden waarom de Nederl andse regering de relatie met de Sovjet-Unie weer wilde herstellen.

Gebruik bron 16.

1p 28 Geef een reden waarom de poster past bij een totale oorlog.

1p 29

In juli 1942 begon de Duitse bezetter met het deporteren van Joodse Nederlanders naar vern ietigingskampen. In de periode daarvóór had de Duitse bezetter al anti-Joodse maatregelen genomen.

 Noem een voorbeeld van zo’n anti-Joodse maatregel.

GT-0125-a-26-1-o

7 / 13 lees verder ►►►

1p 23

bron 16

Bij de buitenlandse politiek van de regering in nazi-Duitsland speelde

Een poster uit de Sovjet-Unie (1942):

Lebensraum een belangrijke rol. Een bewering: Lebensraum kan gezien worden als een oorzaak van de Tweede Wereldoorlog.

 Geef een argument waaruit bl ijkt dat de bewering juist is.

2p 24 In augustus 1939 sloot Duitsland een verdrag met de Sovjet-Unie.

Een bewering: Hitler kon door dit verdrag een land binnenvallen en een tweefrontenoorlog vermijden.

 Leg uit dat de bewering juist is.

Doe dit door: eerst aan te geven welk land Duitsland binnenviel in 1939 na het sluiten van het verdrag en daarna een reden te geven waarom Duitsland door het verdrag met de Sovjet-Unie een tweefrontenoorlog kon vermijden.

De Tweede Werel doorlog (1939-1945)

1p 25 In februari 1941 vond de Februaristaking plaats.

Wat was de aanleiding voor de Februaristaking?

A de gedwongen tewerkstelling

B de invoering van een distributiestelsel

C een razzia op Joodse mannen in Amsterdam

D het invoeren van de censuur op kranten

2p 26 In 1941 verbood de Duitse bezetter in Nederland alle politieke partijen, op één partij na. Door het verbieden van partijen schond de bezetter een bepaald grondrecht.

 Noem eerst de naam van de Ne derlandse politieke partij die niet verboden werd.

 Noem daarna een grondrecht dat geschonden werd door het verbieden van politieke partijen.

Toelichting

Bij de poster hoort de tekst: Volg het voorbeeld van deze arbeider.

1p 27 Na de Russische Revolutie had Nederland de relatie met de Sovjet-Unie verbroken, maar in 1942 wilde de Nederlandse regering in ballingschap de relatie met de Sovjet-Unie weer herstellen.

Produceer meer voor het front!

Op de vlag die de man vasthoudt staan Stalin, Lenin en een communistisch symbool.

 Geef een reden waarom de Nederl andse regering de relatie met de Sovjet-Unie weer wilde herstellen.

Gebruik bron 16.

1p 28 Geef een reden waarom de poster past bij een totale oorlog.

1p 29 In juli 1942 begon de Duitse bezetter met het deporteren van Joodse Nederlanders naar vern ietigingskampen. In de periode daarvóór had de Duitse bezetter al anti-Joodse maatregelen genomen.

 Noem een voorbeeld van zo’n anti-Joodse maatregel.

GT-0125-a-26-1-o

7 / 13

GT-0125-a-26-1-b 11 / 17

bron 17

Vier beschrijvingen door Duitse soldaten van verschillende militaire operaties tijdens de Tweede Wereldoorlog:

beschrijving 1

We vechten nu al vijftien dagen achter elkaar om één huis. Op de derde dag alleen al lagen er 54 dode Duit se soldaten op de trappen en in de kelders. En stel je dan voor dat het er in deze Russische stad nu al tachtig dagen zo aan toe gaat. Overdag is de stad een enorme wolk van rook en vuur. Een Duitse nederlaag is onvermijdelijk.

beschrijving 2

Ik keek uit over de oceaan. Aan de horizon lagen ontelbare oorlogsschepen op een rij, bijna tegen elkaar aan. Tussen deze schepen en de Franse kust was het een druk verkeer van kleinere schepen die Amerikaanse soldaten aan land brachten. Uit maar één Duitse bunker werd op de soldaten geschoten.

beschrijving 3

De vliegtuigen van onze eenheid waren aangewezen om tegen Groot-Brittannië te vechten. Maar wij piloten waren ervan overtuigd dat we door het voeren van alleen een luchtoorlog geen overwinning konden behalen. Zonder hulp van het leger en de marine zouden we Groot-Brittannië nooit tot de overgave kunnen dwingen.

beschrijving 4

We zijn in de Sovjet-Unie aangekomen en de wegen zijn verschrikkelijk. Wij, soldaten te voet, kunnen dat goed beoordelen, want we hebben nu al tientallen kilometers per dag over deze wegen moeten marcheren, in de zomerhitte van 35 graden. De moerassen, bossen en stoffige wegen maken onze operaties lastig, en toch rukken we steeds verder op.

Gebruik bron 17.

2p 30 Hieronder staan vijf gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog: a D-Day b Operatie Barbarossa c Slag bij Stalingrad d Slag om Arnhem e Slag om Engeland

 Geef per beschrijving aan welke gebeurtenis daarbij hoort. Let op! Er blijft één gebeurtenis over.

Doe het zo:

Bij beschrijving 1 hoort … (vul letter in) (enzovoort tot en met beschrijving 4)

Gebruik bron 18.

2p 31

Een invulopdracht over de prent:

GT-0125-a-26-1-b

1 Deze prent is gemaakt door … ( de Duitse bezetter / het verzet / Nederlandse collaborateurs ).

12 / 17

2 De situatie in de prent heeft te maken met de … ( gedwongen tewerkstelling / Hongerwinter / Spoorwegstaking ).

lees verder ►►►

3 Met de vijand wordt … ( de Duitse bezetter / het Geallieerde leger / koningin Wilhelmina ) bedoeld.

4 De oproep van de prent is gericht aan … (Duitse / Joodse / Nederlandse ) mannen.

bron 18

bron 18

Een prent (januari 1945):

Een prent (januari 1945):

Gebruik bron 17.

2p 30 Hieronder staan vijf gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog: a D-Day b Operatie Barbarossa c Slag bij Stalingrad d Slag om Arnhem e Slag om Engeland

Toelichting

Toelichting

Bij de prent hoort de tekst: Bent u de slaaf van de vijand? Meldt u dan! Zo niet, dan niet!

Bij de prent hoort de tekst: Bent u de slaaf van de vijand? Meldt u dan! Zo niet, dan niet!

 Geef per beschrijving aan welke gebeurtenis daarbij hoort. Let op! Er blijft één gebeurtenis over.

Doe het zo:

De vrouw op de achtergrond is koningin Wilhelmina. De man rechts is een Duitse soldaat.

De vrouw op de achtergrond is koningin Wilhelmina. De man rechts is een Duitse soldaat.

Toelichting

Bij beschrijving 1 hoort … (vul letter in) (enzovoort tot en met beschrijving 4)

bron 19

Een officiële verklaring uitgezonden via de radio (15 augustus 1945):

bron 19

Gebruik bron 18.

Bij de prent hoort de tekst: Bent u de slaaf van de vijand? Meldt u dan! Zo niet, dan niet!

2p 31 Een invulopdracht over de prent:

Een officiële verklaring uitgezonden via de radio (15 augustus 1945):

De vrouw op de achtergrond is koningin Wilhelmina. De man rechts is een Duitse soldaat.

1 Deze prent is gemaakt door … ( de Duitse bezetter / het verzet / Nederlandse collaborateurs ).

We hebben onze regering opgedragen om te zeggen dat ons keizerrijk de voorwaarden aanvaardt om de oorlog te beëindigen. De oorlog heeft nu bijna vier jaar geduurd. Bovendi en is de vijand begonnen een nieuwe en zeer wrede bom te gebruiken, waarvan de kracht om schade aan te richten inderdaad niet te overzien is en die vele onschuldige levens kost.

bron 19

2 De situatie in de prent heeft te maken met de … ( gedwongen tewerkstelling / Hongerwinter / Spoorwegstaking ).

Een officiële verklaring uitgezonden via de radio (15 augustus 1945):

3 Met de vijand wordt … ( de Duitse bezetter / het Geallieerde leger / koningin Wilhelmina ) bedoeld.

We hebben onze regering opgedragen om te zeggen dat ons keizerrijk de voorwaarden aanvaardt om de oorlog te beëindigen. De oorlog heeft nu bijna vier jaar geduurd. Bovendi en is de vijand begonnen een nieuwe en zeer wrede bom te gebruiken, waarvan de kracht om schade aan te richten inderdaad niet te overzien is en die vele onschuldige levens kost.

GT-0125-a-26-1-b 13 / 17 lees verder ►►►

4 De oproep van de prent is gericht aan … (Duitse / Joodse / Nederlandse ) mannen.

 Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken.

Doe het zo:

GT-0125-a-26-1-b 13 / 17 lees verder ►►►

We hebben onze regering opgedragen om te zeggen dat ons keizerrijk de voorwaarden aanvaardt om de oorlog te beëindigen. De oorlog heeft nu bijna vier jaar geduurd. Bovendi en is de vijand begonnen een nieuwe en zeer wrede bom te gebruiken, waarvan de kracht om schade aan te richten inderdaad niet te overzien is en die vele onschuldige levens kost.

zin 1: … (kies uit: de Duitse bezetter / het verzet / Nederlandse collaborateurs)

zin 2: … (kies uit: gedwongen tewerkstelling / Hongerwinter / Spoorwegstaking)

GT-0125-a-26-1-b

zin 3: … (kies uit: de Duitse bezetter / het Geallieerde leger / koningin Wilhelmina)

13 / 17 lees verder ►►►

zin 4: … (kies uit: Duitse / Joodse / Nederlandse)

1p 32

In 1945 vluchtten de SS’ers die de leiding hadden over kamp Auschwitz voor de legers van de Geallieerden. De SS’ers werkten eerst zoveel mogelijk bewijs weg. Ze verbrandden bijvoorbeeld de administratie.

 Geef een verklaring waarom de SS’ers zoveel mogelijk bewijs

zin 2: … (kies uit: gedwongen tewerkstelling / Hongerwinter / Spoorwegstaking)

zin 3: … (kies uit: de Duitse bezetter / het Geallieerde leger / koningin Wilhelmina)

zin 4: … (kies uit: Duitse / Joodse / Nederlandse)

1p 32 In 1945 vluchtten de SS’ers die de leiding hadden over kamp Auschwitz voor de legers van de Geallieerden. De SS’ers werkten eerst zoveel mogelijk bewijs weg. Ze verbrandden bijvoorbeeld de administratie.

 Geef een verklaring waarom de SS’ers zoveel mogelijk bewijs wegwerkten.

1p 33 Hieronder staan vier redenen waarom mensen in de periode 1933-1945 in Duitsland veroor deeld konden worden:

1 het bezit van een vuurwapen zonder de juiste vergunning

2 het doorgeven van militaire geheimen aan andere landen

3 het stelen van wapens of ander materiaal van het leger

4 het verspreiden van pamflett en met kritiek op de regering

Toelichting

Uit welke reden blijkt dat Duitsland in die periode een dictatuur was?

A uit reden 1

Bij de prent hoort de tekst: Bent u de slaaf van de vijand? Meldt u dan! Zo niet, dan niet!

B uit reden 2

C uit reden 3

GT-0125-a-26-1-o 8 / 13 lees verder ►►►

De vrouw op de achtergrond is koningin Wilhelmina. De man rechts is een Duitse soldaat.

D uit reden 4

1p 33 Hieronder staan vier redenen waarom mensen in de periode 1933-1945 in Duitsland veroor deeld konden worden:

Gebruik bron 19.

bron 19

1p 34 Door de verklaring kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog.

Een officiële verklaring uitgezonden via de radio (15 augustus 1945):

Van welk land was de verklaring? En welk land wordt in de verklaring bedoeld met de vijand?

1 het bezit van een vuurwapen zonder de juiste vergunning 2 het doorgeven van militaire geheimen aan andere landen 3 het stelen van wapens of ander materiaal van het leger 4 het verspreiden van pamflett en met kritiek op de regering

De verklarin g was van Met de vij and wordt bedoeld:

Uit welke reden blijkt dat Duitsland in die periode een dictatuur was?

A Duitsland. Indonesië.

A uit reden 1

B uit reden 2

We hebben onze regering opgedragen om te zeggen dat ons keizerrijk de voorwaarden aanvaardt om de oorlog te beëindigen. De oorlog heeft nu bijna vier jaar geduurd. Bovendi en is de vijand begonnen een nieuwe en zeer wrede bom te gebruiken, waarvan de kracht om schade aan te richten inderdaad niet te overzien is en die vele onschuldige levens kost.

B Duitsland. Nederland.

C uit reden 3

C Japan. de Vereni g de Staten.

D uit reden 4

D Japan. Duitsland.

Gebruik bron 19.

Europa en de we reld (1945-1989)

1p 34 Door de verklaring kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Van welk land was de verklaring? En welk land wordt in de verklaring bedoeld met de vijand?

Gebruik bron 20.

De verklarin g was van Met de vij and wordt bedoeld:

1p 35 Hieronder staan de nam en van vier landen:

A Duitsland. Indonesië.

a Duitsland

B Duitsland. Nederland.

b Nederland

c Sovjet-Unie

C Japan. de Vereni g de Staten.

d Verenigde Staten

D Japan. Duitsland.

Vier organisaties:

1 EGKS

2 NAVO

Europa en de we reld (1945-1989)

3 Verenigde Naties

4 Volkenbond

Gebruik bron 20.

1p 35 Hieronder staan de nam en van vier landen:

 Bij welk land hoort de auto? En b ij welke organisatie hoort de man met de helm?

a Duitsland

Doe het zo:

b Nederland

c Sovjet-Unie

land: … (vul letter in) organisatie: … (vul nummer in)

d Verenigde Staten

Vier organisaties: 1 EGKS

bron 20

Een politieke

in Nederland (1947):

Europa en de wereld (1945-1989)

bron 20

bron 20

Een politieke tekening in Nederland (1947):

Een politieke tekening in Nederland (1947):

1p 33 Hieronder staan vier redenen waarom mensen in de periode 1933-1945 in Duitsland veroor deeld konden worden:

1 het bezit van een vuurwapen zonder de juiste vergunning

2 het doorgeven van militaire geheimen aan andere landen

3 het stelen van wapens of ander materiaal van het leger

4 het verspreiden van pamflett en met kritiek op de regering

A uit reden 1

B uit reden 2

C uit reden 3

D uit reden 4

Gebruik bron 19.

Uit welke reden blijkt dat Duitsland in die periode een dictatuur was?

1p 34 Door de verklaring kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog.

Van welk land was de verklaring? En welk land wordt in de verklaring bedoeld met de vijand?

A Duitsland. Indonesië.

De verklarin g was van Met de vij and wordt bedoeld:

B Duitsland. Nederland.

Toelichting

Toelichting

De man met de helm zegt: Stop!

De man met de helm zegt: Stop!

C Japan. de Vereni g de Staten.

Op de auto staat: Politionele Actie.

Op de auto staat: Politionele Actie.

D Japan. Duitsland.

Op de helm staat: Veiligheidsraad.

Op de helm staat: Veiligheidsraad.

Op de mouw van de man staat: MP (Militaire Politie = een politieorganisatie van het leger).

Op de mouw van de man staat: MP (Militaire Politie = een politieorganisatie van het leger).

Europa en de we reld (1945-1989)

Toelichting

Gebruik bron 20.

De man met de helm zegt: Stop!

1p 35 Hieronder staan de nam en van vier landen:

Op de auto staat: Politionele Actie.

Op de helm staat: Veiligheidsraad.

a Duitsland

b Nederland

c Sovjet-Unie

Op de mouw van de man staat: MP (Militaire Politie = een politieorganisatie van het leger).

d Verenigde Staten

GT-0125-a-26-1-b

Vier organisaties:

1 EGKS

2 NAVO

/ 17

GT-0125-a-26-1-b 14 / 17

3 Verenigde Naties

4 Volkenbond

 Bij welk land hoort de auto? En b ij welke organisatie hoort de man met de helm?

Doe het zo: land: … (vul letter in) organisatie: … (vul nummer in)

GT-0125-a-26-1-b 14 / 17

2p 36 Vanaf 1948 kregen landen in West-Europa hulp van de Verenigde Staten door het Marshallplan. De hulp droeg ook bij aan de containmentpolitiek van de Verenigde Staten.

 Leg uit dat de hulp bijdroeg aan de containmentpolitiek.

Doe dit door: eerst aan te geven wat het doel was van de containmentpolitiek en daarna aan te geven dat de hulp bijdroeg aan de containmentpolitiek.

Gebruik bron 21.

bron 21

1p 37 Welke politiek leider hield deze toespraak?

2p 36 Vanaf 1948 kregen landen in West-Europa hulp van de Verenigde Staten door het Marshallplan. De hulp droeg ook bij aan de containmentpolitiek van de Verenigde Staten.

Uit een toespraak van een politiek leider (1962):

A Chroesjtsjov

B Churchill

 Leg uit dat de hulp bijdroeg aan de containmentpolitiek.

C Kennedy

D Roosevelt

Deze regering heeft, zoals beloofd , de militaire opbouw van de Sovjet-Unie op het eiland Cuba nauw lettend in de gaten gehouden. In de afgelopen week heeft bewijs overduide lijk aangetoond dat er nu een reeks raketinstallaties in voorbereiding is op dat eiland.

Gebruik bron 22.

bron 21

Uit een toespraak van een politiek leider (1962):

Doe dit door: eerst aan te geven wat het doel was van de containmentpolitiek en daarna aan te geven dat de hulp bijdroeg aan de containmentpolitiek.

1p 38 Een bewering: Uit de bron blijkt dat de leider van de Sovjet-Unie Tsjechoslowakije zag als een satellietstaat.

Gebruik bron 21.

bron 22

1p 37 Welke politiek leider hield deze toespraak?

 Geef met behulp van de bron een ar gument waaruit blijkt dat deze bewering juist is.

A Chroesjtsjov

B Churchill

Tijdens een telefoongesprek met de leider van Tsjechoslowakije zegt de leider van de Sovjet-Unie het volgende (13 augustus 1968):

Gebruik nogmaals bron 22.

Deze regering heeft, zoals beloofd , de militaire opbouw van de Sovjet-Unie op het eiland Cuba nauw lettend in de gaten gehouden. In de afgelopen week heeft bewijs overduide lijk aangetoond dat er nu een reeks raketinstallaties in voorbereiding is op dat eiland.

C Kennedy

D Roosevelt

2p 39 Het telefoongesprek werd gevoerd naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis.

 Noem eerst de naam waaronder deze gebeurtenis bekend staat.

Gebruik bron 22.

bron 22

1p 38 Een bewering: Uit de bron blijkt dat de leider van de Sovjet-Unie Tsjechoslowakije zag als een satellietstaat.

2p 36 Vanaf 1948 kregen landen in West-Europa hulp van de Verenigde Staten door het Marshallplan. De hulp droeg ook bij aan de containmentpolitiek van de Verenigde Staten.

 Geef daarna aan welke beslissing de Sovjet-Unie nam naar aanleiding van deze gebeurtenis.

Tijdens een telefoongesprek met de leider van Tsjechoslowakije zegt de leider van de Sovjet-Unie het volgende (13 augustus 1968):

 Leg uit dat de hulp bijdroeg aan de containmentpolitiek.

 Geef met behulp van de bron een ar gument waaruit blijkt dat deze bewering juist is.

1p 40 In de DDR werd de kinderopvang geregeld door de staat. Een van de doelen van de staatskinderopvang was het bevorderen van respect voor de leiders van de DDR en de Sovjet-Unie.

De afgelopen twee tot drie dagen hebben de kranten in Tsjechoslowakije berichten gepubliceerd met negatieve uitspraken over de Sovjet-Unie. We hadden eerder afgesproken dat alle massamedia, de pers, de radio en de televisie onder controle van de communistische partij en de regering zouden worden gebracht en dat je een einde zou maken aan anti-Sovjet- en antisocialistische public aties. Doordat je hier niets tegen doet, houd je je niet aan onze afspraken. Daarom overwegen wij nu zelf een beslissing te nemen om het communisme in Tsjechoslowakije te verdedigen.

Gebruik nogmaals bron 22.

Doe dit door: eerst aan te geven wat het doel was van de containmentpolitiek en daarna aan te geven dat de hulp bijdroeg aan de containmentpolitiek.

 Past de staatskinderopvang wel of niet bij een totalitaire staat? Verklaar je antwoord.

2p 39 Het telefoongesprek werd gevoerd naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis.

Doe het zo:

 Noem eerst de naam waaronder deze gebeurtenis bekend staat.

Gebruik bron 21.

1p 37 Welke politiek leider hield deze toespraak?

De staatskinderopvang past … (kies uit: wel / niet) bij een totalitaire staat, omdat … (geef een verklaring).

A Chroesjtsjov

B Churchill

De afgelopen twee tot drie dagen hebben de kranten in Tsjechoslowakije berichten gepubliceerd met negatieve uitspraken over de Sovjet-Unie. We hadden eerder afgesproken dat alle massamedia, de pers, de radio en de televisie onder controle van de communistische partij en de regering zouden worden gebracht en dat je een einde zou maken aan anti-Sovjet- en antisocialistische public aties. Doordat je hier niets tegen doet, houd je je niet aan onze afspraken. Daarom overwegen wij nu zelf een beslissing te nemen om het communisme in Tsjechoslowakije te verdedigen.

 Geef daarna aan welke beslissing de Sovjet-Unie nam naar aanleiding van deze gebeurtenis.

C Kennedy

D Roosevelt

1p 40 In de DDR werd de kinderopvang geregeld door de staat. Een van de doelen van de staatskinderopvang was het bevorderen van respect voor de leiders van de DDR en de Sovjet-Unie.

Gebruik bron 22.

1p 38 Een bewering: Uit de bron blijkt dat de leider van de Sovjet-Unie Tsjechoslowakije zag als een satellietstaat.

 Past de staatskinderopvang wel of niet bij een totalitaire staat? Verklaar je antwoord.

Doe het zo:

De staatskinderopvang past … (kies uit: wel / niet) bij een totalitaire staat, omdat … (geef een verklaring).

 Geef met behulp van de bron een ar gument waaruit blijkt dat deze bewering juist is.

Gebruik nogmaals bron 22.

2p 39 Het telefoongesprek werd gevoerd naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis.

GT-0125-a-26-1-o 10 / 13 lees verder ►►►

 Noem eerst de naam waaronder deze gebeurtenis bekend staat.

 Geef daarna aan welke beslissing de Sovjet-Unie nam naar aanleiding van deze gebeurtenis.

1p 40 In de DDR werd de kinderopvang geregeld door de staat. Een van de doelen van de staatskinderopvang was het bevorderen van respect voor

Gebruik bron 22.

1p 38 Een bewering: Uit de bron blijkt dat de leider van de Sovjet-Unie Tsjechoslowakije zag als een satellietstaat.

 Geef met behulp van de bron een ar gument waaruit blijkt dat deze bewering juist is.

Gebruik nogmaals bron 22.

2p 39 Het telefoongesprek werd gevoerd naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis.

 Noem eerst de naam waaronder deze gebeurtenis bekend staat.

 Geef daarna aan welke beslissing de Sovjet-Unie nam naar aanleiding van deze gebeurtenis.

1p 40 In de DDR werd de kinderopvang geregeld door de staat. Een van de doelen van de staatskinderopvang was het bevorderen van respect voor de leiders van de DDR en de Sovjet-Unie.

 Past de staatskinderopvang wel of niet bij een totalitaire staat? Verklaar je antwoord.

Doe het zo:

De staatskinderopvang past … (kies uit: wel / niet) bij een totalitaire staat, omdat … (geef een verklaring).

2p 41 In 1983 werd de Nederlandse Grondwet gewijzigd. Hieronder staan vijf gebeurtenissen:

1 De rechtstreekse verkiezingen werden ingevoerd.

2 De vrijheid van onderwijs werd voor het eerst opgenomen.

3 Er werden sociale grondrec hten toegevoegd aan de Grondwet.

4 Het districtenstelsel werd afgeschaft.

5 Koningin Beatrix ondertekende de gewijzigde Grondwet.

 Welke twee gebeurtenissen gaan over de wijz iging van de Grondwet in 1983? Schrijf alleen de nummers op.

Gebruik bron 23.

GT-0125-a-26-1-o

10 / 13 lees verder ►►►

1p 42 Zet de vier foto’s in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna … en ten slotte … (vul nummers in).

Door de tijd heen

2p 43 Hans Schwarz (1919-1997) was van Joodse afkomst en woonde in Duitsland en Groot-Brittannië.

Hieronder staan enkele gebeurtenissen uit zijn leven:

1 Hij dient in het Britse leger in Frankrijk om tegen het binnenvallende leger van nazi-Duitsland te vechten.

2 Hij merkt kort na de machtsovername van Hitler dat de winkel van zijn ouders klanten verliest, omdat de SA de mensen oproept daar niets te kopen.

3 Hij moet hulpeloos toezien hoe de sy nagoge die hij altijd bezocht in brand wordt gestoken tijdens de Kristallnacht.

4 Hij landt als soldaat met zijn parachute ten westen van Arnhem tijdens operatie Market Garden.

5 Hij wordt actief in een vereniging v an oud-soldaten die willen dat alle kernwapens uit de wereld verdwijnen.

 Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).

bron 23

Hieronder en op de volgende pagina staan in totaal vier foto’s die te maken hebben met gebeurtenissen in de periode 1945-1990:

foto 1

Tijdens de Blokkade van Berlijn tekent de Amerikaanse president het oprichtingsverdrag v an de NAVO:

foto 2

President Reagan houdt een toespraak voor de Berlijnse muur:

16 / 17 lees verder ►►►

GT-0125-a-26-1-b

foto 3

Een Russische soldaat regelt het verkeer enkele maanden na de verovering van Berlijn:

foto 4

2p 41 In 1983 werd de Nederlandse Grondwet gewijzigd. Hieronder staan vijf gebeurtenissen:

1 De rechtstreekse verkiezingen werden ingevoerd.

2 De vrijheid van onderwijs werd voor het eerst opgenomen.

3 Er werden sociale grondrec hten toegevoegd aan de Grondwet.

4 Het districtenstelsel werd afgeschaft.

5 Koningin Beatrix ondertekende de gewijzigde Grondwet.

 Welke twee gebeurtenissen gaan over de wijz iging van de Grondwet in 1983? Schrijf alleen de nummers op.

Gebruik bron 23.

1p 42 Zet de vier foto’s in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna … en ten slotte … (vul nummers in).

Door de tijd heen

2p 43 Hans Schwarz (1919-1997) was van Joodse afkomst en woonde in Duitsland en Groot-Brittannië.

Hieronder staan enkele gebeurtenissen uit zijn leven:

1 Hij dient in het Britse leger in Frankrijk om tegen het binnenvallende leger van nazi-Duitsland te vechten.

GT-0125-a-26-1-b 17 / 17 lees verder ►►►

Een burger verbrandt een foto van Lenin tijdens de Hongaarse Opstand: einde 

2 Hij merkt kort na de machtsovername van Hitler dat de winkel van zijn ouders klanten verliest, omdat de SA de mensen oproept daar niets te kopen.

3 Hij moet hulpeloos toezien hoe de sy nagoge die hij altijd bezocht in brand wordt gestoken tijdens de Kristallnacht.

4 Hij landt als soldaat met zijn parachute ten westen van Arnhem tijdens operatie Market Garden.

5 Hij wordt actief in een vereniging v an oud-soldaten die willen dat alle kernwapens uit de wereld verdwijnen.

Gebruik bron 23.

1p 42 Zet de vier foto’s in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna … en ten slotte … (vul nummers in).

Door de tijd heen

Door de tijd heen

2p 43 Hans Schwarz (1919-1997) was van Joodse afkomst en woonde in Duitsland en Groot-Brittannië.

Hieronder staan enkele gebeurtenissen uit zijn leven:

1 Hij dient in het Britse leger in Frankrijk om tegen het binnenvallende leger van nazi-Duitsland te vechten.

2 Hij merkt kort na de machtsovername van Hitler dat de winkel van zijn ouders klanten verliest, omdat de SA de mensen oproept daar niets te kopen.

3 Hij moet hulpeloos toezien hoe de sy nagoge die hij altijd bezocht in brand wordt gestoken tijdens de Kristallnacht.

4 Hij landt als soldaat met zijn parachute ten westen van Arnhem tijdens operatie Market Garden.

5 Hij wordt actief in een vereniging v an oud-soldaten die willen dat alle kernwapens uit de wereld verdwijnen.

 Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).

2p 44 Hieronder staan vi er gebeurtenissen:

1 Communistische landen in Oost-Europa richtten een militair bondgenootschap op tegen het West en, vernoemd naar de plaats waar het is opgericht.

2 De kroonprins van Oostenr ijk-Hongarije werd vermoord.

3 De Nederlandse regering in ballingschap sloot zich aan bij de Geallieerden.

4 Er werd een democratische republiek opgericht in Duitsland, vernoemd naar de stad waar de oprichting plaatsvond.

Vijf plaatsen: a Londen

GT-0125-a-26-1-o 11 / 13 lees verder ►►►

b Sarajevo c Versailles d Warschau e Weimar

 Geef per gebeurtenis aan in welke plaats deze zich heeft afgespeeld. Let op! Er blijft één plaats over.

Doe het zo:

Gebeurtenis 1 heeft zich afgespeeld in … (vul letter in). (enzovoort tot en met gebeurtenis 4)

De nieuwe werel dorde (vanaf 1990)

2p 45 Door gebeurtenissen in 1989 en 1990 veranderde er voor de inwoners van Oost-Duitsland veel in hun politieke situatie.

 Noem twee kenmerken van de politieke situatie ná 1990 waaruit blijkt dat de politieke situatie van de inwoners van Oost-Duitsland was veranderd.

Doe het zo: kenmerk 1: … (noem een kenmerk) kenmerk 2: … (noem een kenmerk)

1p 46 In 1996 vond een op de drie Amerikanen dat het nodig was om de

Doe het zo: Gebeurtenis 1 heeft zich afgespeeld in … (vul letter in).

(enzovoort tot en met gebeurtenis 4)

De

De nieuwe werel dorde (vanaf 1990)

nieuwe wereldorde (vanaf 1990)

2p 45 Door gebeurtenissen in 1989 en 1990 veranderde er voor de inwoners van Oost-Duitsland veel in hun politieke situatie.

 Noem twee kenmerken van de politieke situatie ná 1990 waaruit blijkt dat de politieke situatie van de inwoners van Oost-Duitsland was veranderd.

Doe het zo: kenmerk 1: … (noem een kenmerk) kenmerk 2: … (noem een kenmerk)

1p 46 In 1996 vond een op de drie Amerikanen dat het nodig was om de vrijheden van burgers in te perken om het land te beschermen. In 2002 was dat aantal toegenomen naar meer dan de helft van de Amerikanen.

De reden voor deze veranderin g was een gebeurtenis in 2001.

 Welke gebeurtenis wordt bedoeld?

Door de tijd heen

Door de tijd heen

2p 47 Hieronder staan vijf belangrijke gebeurtenissen die te maken hebben met politiek leiders in Nederland:

1 Anton Mussert wordt kort na de bevrijding gearresteerd wegens collaboratie met de Duitse bezetter.

2 Hendrik Colijn voert de aanpassingspolitiek in.

3 Pieter Jelles Troelstra doet een mislukte revolutiepoging.

GT-0125-a-26-1-o 12 / 13 lees verder ►►►

4 Pim Fortuyn richt een nieuwe politieke partij op.

5 Willem Drees ondertekent de soevereiniteitsoverdracht met Indonesië.

 Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later.

Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).

mijn Examenbundel

Wil je weten hoe je dit examen hebt gemaakt? Kijk het na met de antwoorden en uitwerkingen op mijnexamenbundel.nl. Je ziet dan je totaalscore en je score per onderwerp. Deze worden bewaard.

BIJLaGE n

Cijferbepaling

Onderwerpregister

Onderwerpen

Nederland (1848—1914)

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

Het Interbellum (1918-1939)

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

Europa en de wereld (1945-1989)

1, 2, 3, 4, 5 1, 2, 3, 4, 5

6, 7, 8, 9, 10, 11

12, 13, 14, 15, 16, 17, 18

6, 7, 8, 9, 10

11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23

20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35

33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44 36, 37, 38, 39, 40, 41

De nieuwe wereldorde (vanaf 1990) 47 43, 44

Door de tijd heen 19, 45, 46, 48 42, 45

Aantekeningen

Aantekeningen

Aantekeningen

Aantekeningen

Aantekeningen

Slim leren, zeker slagen

Extra oefenen, uitlegvideo’s en podcasts

Voortgang bijhouden

Altijd je digiboek bij de hand

Slim leren met Mijn Examenbundel

B� deze Examenbundel hoort een online omgeving: m�nexamenbundel.nl

Je vindt hier alles wat je nodig hebt om heel gericht te leren en oefenen voor je examen. Zoals de score van je oriëntatietoets, video’s, het digiboek, examentips en nog veel meer.

#ikgazekerslagen

Activeer direct je code voor Mijn Examenbundel

Ga nu naar m�nexamenbundel.nl en maak meteen je account aan. Met de activatiecode die je per mail hebt ontvangen of via de ELO van je school, heb je toegang tot alle extra’s die b� je boek horen.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook