Skip to main content

Examenbundel_26-27_Economie_vwo_9789006530360

Page 1


Slim leren, zeker slagen

INCLUSIEF ONLINE OMGEVING

Slim leren, zeker slagen

Wil jij slim leren, zeker slagen?

Examenbundel

Oefen met echte examenopgaven per onderwerp en met complete examens. In het boek en online.

Oefenen, oefenen, oefenen

Uitleg b� de antwoorden

Oriëntatietoets geeft aan hoe je ervoor staat

Examenidioom

Speciaal voor de examens Duits, Engels en Frans.

Een grote woordenschat zorgt voor beter tekstbegrip

Duidel� ke voorbeeldzinnen

Ook voor de schoolexamens

Samengevat

De perfecte samenvatting om je voor te bereiden op je examen.

Zo leer je precies wat je moet weten.

Complete examenstof

R� tjes en defi nities

Geen lappen tekst

Zeker Slagen!

Zo leer je efficiënter leren.

J e leert hoe je moet leren

Hulp b� plannen

Je kr� gt zelfi nzicht en zelfvertrouwen

examen bundel

Economie

drs. J.P.M. Blaas

drs. J. Stevens

2026 2027

Colofon

Auteur

drs. J.P.M. Blaas

drs. J. Stevens

Redactie

Timon Meynen, Enschede

Omslagontwerp

Studio Fabienne, Hoevelaken

Vormgeving

Studio Michelangela, Utrecht

Opmaak

Crius Group, Hulshout

Over ThiemeMeulenhoff

ThiemeMeulenhoff is een educatieve uitgeverij die zich inzet voor het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. De mensen van ThiemeMeulenhoff zijn er voor onderwijsprofessionals ­ met ervaring, expertise en doeltreffende leermiddelen. Ontwikkeld in doorlopende samenwerking met de mensen in het onderwijs om samen het onderwijs nog beter te maken.

We ontwikkelen lesmethodes die goed te combineren zijn met andere leermiddelen, naar eigen inzicht aan te passen en bewezen effectief zijn. En natuurlijk worden al onze lesmethodes zo duurzaam mogelijk geproduceerd.

Zo bouwen we samen met de mensen in het onderwijs aan een mooie toekomst voor de volgende generatie.

Samen leren vernieuwen.

www.thiememeulenhoff.nl

Boek ISBN 978 9006 89707 4

Pakket ISBN 978 9006 53036 0 Editie 1, druk 1, oplage 1, 2026

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2026

Alle rechten voorbehouden. Tekst­ en datamining, AI­training en vergelijkbare technologieën niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie­ en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting­pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2­neutraal geproduceerd.

Zo werk je met deze Examenbundel

De eerste stap om vol vertrouwen je examen voor dit vak in te gaan heb je gezet!

Deze Examenbundel is namelijk de beste voorbereiding, omdat je oefent met echte examenopgaven. Kijk hoe het werkt.

De indeling van het boek

Je Examenbundel bestaat uit verschillende delen:

• Deel 1 – Oriëntatietoets: krijg snel een eerste indruk hoe je scoort op de verschillende examenonderwerpen.

• Deel 2 – Oefenen op onderwerp: oefen gericht met examenopgaven over de onderwerpen die jij lastig vindt.

• Deel 3 – Examens met uitwerkingen: oefen met hele examens met heldere uitleg van onze ervaren examendocenten.

• Deel 4 – Examen 2026-I: doe de generale repetitie voor het echte examen. De antwoorden en uitwerkingen staan op mijnexamenbundel.nl.

Hints en uitwerkingen

Weet je niet hoe je een vraag moet aanpakken? Dan zijn er hints om je op weg te helpen.

Kijk de vragen na met de uitwerkingen. Daarin staat het juiste antwoord. Maar belangrijker: je krijgt duidelijke uitleg waaróm dit het juiste antwoord is en hoe je daar komt.

Zo oefen je én leer je tegelijk!

Online oefenen met Mijn Examenbundel

Bij dit boek hoort een online omgeving: mijnexamenbundel.nl. Het boek en Mijn

Examenbundel werken met elkaar samen.

Boek

Maak de balans op

• oriëntatietoets maken

• hele examens maken

Leren en oefenen

Ook handig

• examenopgaven oefenen per onderwerp

Mijn Examenbundel

• nakijken oriëntatietoets

• nakijken hele examens

Je scores worden bewaard!

• uitlegvideo’s per onderwerp

• extra examenopgaven per onderwerp

Je ziet je voortgang!

• onderwerpregister

• overzicht van de examenstof

• quickscan

• examentips

Alle belangrijke info bij elkaar!

Om optimaal gebruik te maken van boek én website, verwijst het boek op handige plekken naar mijnexamenbundel.nl

Voorbeeld:

Mijn Examenbundel

Wil je weten hoe je de toets hebt gemaakt? De antwoorden staan op mijnexamenbundel.nl. Vul je punten in en bekijk je score per onderwerp. Je scores worden bewaard.

Activeer direct je code voor Mijn Examenbundel

Ga nu naar mijnexamenbundel.nl en maak meteen je account aan. Met de activatiecode die je per mail hebt ontvangen of via de ELO van je school, heb je toegang tot alle extra’s die bij je boek horen.

Gebruik ook Samengevat

Wil jij je nóg beter voorbereiden op het eindexamen? Combineer Examenbundel dan met Samengevat ­ alle examenstof kort en bondig in één boek.

Heel veel succes!

Namens team Examenbundel heel veel succes met je examens! #ikgazekerslagen #geenexamenstress

Heb je een vraag of opmerking over deze Examenbundel? Ga dan naar examenbundel.nl/contact.

Opmerking

De overheid stelt de regels op voor het examen. Bijvoorbeeld wat de examenonderwerpen zijn, welke hulpmiddelen je mag gebruiken en wanneer het examen is. De auteurs en uitgever hebben deze Examenbundel met grote zorg samengesteld. Soms veranderen de regels van de overheid echter of worden er nieuwe afspraken gemaakt over wat die regels betekenen. Raadpleeg daarom altijd je docent of onze website www.examenbundel.nl voor actuele informatie die voor jouw examen van belang is.

Inhoud

Zo werk je met deze Examenbundel

Tips voor (examen)opgaven economie

DEEL 1 ORIËNTATIETOETS

Opgaven 10

DEEL 2 OEFENEN OP ONDERWERP

1 Domein D Concept markt

2 Domein E Concept ruilen over de tijd

3 Domein F Concept samenwerken en onderhandelen

4 Domein G Concept risico en informatie

5 Domein H Concept welvaart en groei

DEEL 3 EXAMENS MET UITWERKINGEN

Examen 2025-I

6 Domein I Concept goede tijden, slechte tijden Oefenvragen

Examen 2025-II

DEEL 4 EXAMEN 2026-I

Examen 2026-I

BIJLAGEN

Cijferbepaling Onderwerpregister

Tips voor (examen)opgaven economie

Bij het oplossen van problemen zoals een examenopgave doorloop je drie fasen: voorbereiding, uitvoering en controle. Vaak krijgt de uitvoering de meeste aandacht en wordt ten onrechte weinig tijd besteed aan voorbereiding en controle. Hieronder vind je enkele tips die je bij het maken van opgaven kunnen helpen. Sommige lijken vanzelfsprekend, die gebruik je onbewust waarschijnlijk al. Andere tips zijn misschien minder bekend. Lees ze, pas ze toe en je resultaten zullen verbeteren.

Voorbereiding

• Kijk eerst vluchtig alle opgaven door. Begin met de opgaven die je vertrouwd voorkomen.

• Je krijgt op het eindexamen een boekje met opgaven. Elke opgave kost in principe evenveel tijd.

Maak een globale tijdsplanning:

Opgave 1 25

Opgave 2 25

Opgave 3 25

Opgave 4 25

Opgave 5 25

Opgave 6 25

over 30

180 minuten

Gebruik de tijd die je overhebt om opengelaten vragen nog eens te proberen of vragen waarbij je twijfelde na te kijken.

• Lees de opgave en de informatiebronnen die erbij horen rustig en nauwkeurig. Onderstreep of markeer aanwijzingen, begrippen, getallen en tekstregels die belangrijk kunnen zijn. Dat is handig als je je antwoord formuleert.

• Wees er op bedacht dat een informatiebron bij meerdere vragen van de opgave nodig is.

• Lees de toelichtingen en de getallen bij het gebruik van figuren, grafieken en tabellen goed. Gaat het bijvoorbeeld om procenten, procentuele veranderingen ten opzichte van het voorafgaande jaar, absolute bedragen, miljoenen of miljarden, jaren of kwartalen, indexcijfers, euro’s of vreemde valuta?

• Veel foute antwoorden zijn het gevolg van het niet goed lezen. Vraag je bij een vraag waarin je iets moet verklaren of een verband moet leggen altijd af wat de oorzaak is en wat het gevolg.

• Slechts een enkele keer zul je uitsluitend met parate kennis het antwoord moeten geven.

• Welke tussenstappen moet je zetten om de vraag te beantwoorden? Soms moet je informatie opzoeken en selecteren, dan weer moet je informatie vergelijken. Vaak kun je pas een antwoord geven door eerst een berekening te maken.

• Het kan handig zijn je antwoord in steekwoorden op kladpapier te noteren, zeker bij antwoorden met meer onderdelen.

• Begin met de uitvoering, het schrijfwerk, wanneer je de aanpak van de (hele) opgave overziet.

Uitvoering

• Reserveer op je papier voor elke opgave voldoende ruimte. Je werk wordt daardoor overzichtelijker en je kunt je antwoorden gemakkelijker aanvullen.

• Wanneer je de opgaven niet in de aangegeven volgorde maakt, noteer ze dan toch op je antwoordvel in de aangegeven volgorde. Reserveer dus ruimte voor de opgaven die je nog even overslaat.

• Als om een berekening wordt gevraagd, laat dan zien hoe je aan het eindgetal gekomen bent. Als de methode van berekening goed is, maar je hebt een rekenfout gemaakt wordt dit meestal niet fout gerekend.

• Als om een verklaring, een uitleg, argumenten of een standpunt wordt gevraagd, moet je die geven; anders is je antwoord nul (0) punten waard. Formuleer altijd in korte, zakelijke en hele zinnen.

• Wanneer je onder het schrijven begint te twijfelen en je het (voorbereide) antwoord wilt wijzigen, lees dan de vraag nog eens nauwkeurig.

• Schrijf altijd iets op, ook als je twijfelt. In een onvolledig antwoord kan toch iets staan waarmee je punten kunt scoren.

Controle

• Ga na of je alle opgaven, ook de laatste, hebt gemaakt.

• Lees de vraag nog eens over. Is hij volledig beantwoord?

• Vind je het gegeven antwoord zinnig? Klopt de orde van grootte van een cijfer, bijvoorbeeld een premie opstalverzekering van 100.000 euro in plaats van 100 euro?

• Is de juiste eenheid vermeld, bijvoorbeeld 100 dollar in plaats van 100 euro?

• Soms wordt om een afronding gevraagd in hele bedragen of in decimalen. Let dan op het juiste aantal cijfers achter de komma.

• Wees voorzichtig met verbeteren. Vaak is de eerste gedachte de beste. Wanneer je toch gaat verbeteren, doe dit dan duidelijk. Soms is het beter een hele vraag door te strepen en opnieuw te beginnen. Ga na of een verbetering geen gevolgen heeft voor een ander deel van je antwoord(en).

ORIËNTATIETOETS

Hoe zou je het nu al doen op een examen?

De oriëntatietoets geeft je een eerste indruk.

2p 22

1 Oriëntatietoets

Opgave 1

Coco is fabrikant van tropenbestendige cosmeticaproducten. Coco brengt binnenkort een nieuwe huidcrème op de markt onder de naam Megasol. De directie beraadt zich over de verkoopprijs waartegen Megasol zal worden geïntroduceerd.

Opgave 7

De directieleden verschillen van mening over de hoogte van de gewenste introductieprijs:

De prijs van lekker bruin

– Directielid A stelt voor Megasol aan te bieden tegen de laagst mogelijke prijs waarbij nog net geen verlies wordt gemaakt.

– Directielid B is voorstander van een prijs waarbij de omzet maximaal is.

Coco is fabrikant van tropenbestendige cosmeticaproducten. Coco brengt binnenkort een nieuwe huidcrème op de markt onder de naam Megasol. De directie beraadt zich over de verkoopprijs waartegen Megasol zal worden geïntroduceerd.

– Directielid C wil dat de gemiddelde winst minimaal 30% van de verkoopprijs is.

De directieleden verschillen van mening over de hoogte van de gewenste introductieprijs:

• directielid A stelt voor Megasol aan te bieden tegen de laagst mogelijke prijs waarbij nog net geen verlies wordt gemaakt;

In bron 1 zijn de verwachte kosten en opbrengsten van Megasol in beeld gebracht.

• directielid B is voorstander van een prijs waarbij de omzet maximaal is;

• directielid C wil dat de gemiddelde winst minimaal 30% van de verkoopprijs is.

bron 1

In figuur 2 zijn de verwachte kosten en opbrengsten van Megasol in beeld gebracht.

totale kosten

totale opbrengsten

Tegen welke prijs wordt Megasol aangeboden als de keuze van directielid A wordt gevolgd? Verklaar het antwoord.

1 Tegen welke prijs wordt Megasol aangeboden als de keuze van directielid A wordt gevolgd? Verklaar het antwoord.

2p 23 Zijn de doelstellingen van de directieleden B en C te verenigen? Verklaar het antwoord met behulp van een berekening.

2 Zijn de doelstellingen van de directieleden B en C te verenigen? Verklaar het antwoord met behulp van een berekening.

Uiteindelijk wordt besloten de introductieprijs zodanig vast te stellen dat de verwachte afzet 70.000 bedraagt. Zodra de introductie geslaagd is, wil de directie de prijs hoger vaststellen conform het voorstel van directielid B.

3p 24 Is er bij die prijsverhoging blijkbaar sprake van een prijselastische vraag of van een prijsinelastische vraag? Verklaar het antwoord op basis van figuur 2.

Uiteindelijk wordt besloten de introductieprijs zodanig vast te stellen, dat de verwachte afzet 70.000 bedraagt. Zodra de introductie geslaagd is, wil de directie de prijs hoger vaststellen conform het voorstel van directielid B.

3 Is er bij die prijsverhoging blijkbaar sprake van een prijselastische vraag of van een prijsinelastische vraag? Verklaar het antwoord op basis van bron 1.

figuur

Opgave 2

De volgende vraagvergelijking geeft de vraag naar goed X weer:

QvX = –3pX + 0,4pY – 0,1pZ – 0,5Y + 20 (in miljoenen eenheden)

Hierin geldt:

QvX = collectieve vraag naar goed X

pX = prijs van goed X

pY = prijs van goed Y

pZ = prijs van goed Z

Y = gemiddeld inkomen van de consumenten (in duizenden euro’s)

4 Is goed Z een complementair goed of een substitueerbaar product voor goed X? Licht je keuze toe met verwijzing naar de voorgaande vergelijking.

5 Is goed X een normaal goed of een inferieur goed? Licht je keuze toe met verwijzing naar de voorgaande vergelijking.

Opgave 3

In een markt waarin sprake is van een gegeven prijs bieden aanbieders hetzelfde product aan.

De kostenfunctie van iedere individuele aanbieder luidt:

TK = 4q2 + 20q + 256

6 Bereken bij welke productieomvang de GTK minimaal is.

7 Geef de vergelijking van de individuele aanbodlijn.

De aanbieders krijgen te maken met een milieuheffing per product.

8 De individuele aanbodlijn verschuift hierdoor naar links / naar rechts / verschuift niet. Kies het juiste antwoord en motiveer het antwoord.

Opgave 4

0 2,5 jf ma mj ja s ond rente in Nederland (%) 3 3,5 4 4,5 5

2005 2006 2007 2008 jf ma mj ja so nd jf ma mj ja so nd jf ma mj ja so n d

9 In welke van de volgende maanden in de periode 2005­2008 was het het meest aantrekkelijk om consumptie uit te stellen? Kies de juiste twee maanden.

A juli 2005

B september 2005

C juli 2007

D juli 2008

Opgave 5

Twee landen A en B staan voor een keuze om invoerrechten wel of niet te gebruiken om de binnenlandse industrie te beschermen.. Volgens economen zal de toename van het protectionisme wereldwijd het economisch herstel gaan afremmen. En daar hebben beide landen nadeel van.

Op de volgende pagina staan drie matrixen. De getallen geven de omvang van het BNP weer. Ga ervan uit dat de verwachting van de economen uitkomt.

10 Welke matrix is correct?

Opbrengstenmatrix I B wel invoerrechten geen invoerrechten wel invoerrechten 40,40 50,20 geen invoerrechten 20,50 30,30

Opbrengstenmatrix II B wel invoerrechten geen invoerrechten wel

Opbrengstenmatrix III B wel invoerrechten geen invoerrechten wel invoerrechten 30,30 20,50 geen invoerrechten 50,20 40,40

11 In hoeverre is er sprake van een gevangenendilemma bij matrix II?

Opgave 6

In een bedrijfstak zijn twee spelers actief: een gevestigde onderneming (A) en een potentiële toetreder (B). Als B toetreedt heeft A de keuze om wel of niet een prijzenoorlog aan te gaan. Hieronder is de opbrengstenboom weergegeven. De opbrengstenboom geeft de verandering weer van de winst (in miljoenen euro’s) ten opzichte van de uitgangssituatie van geen toetreding en geen prijzenoorlog. Het eerst genoemde getal is van A, het andere getal van B. De informatie die in de opbrengstenboom staat is bekend bij beide spelers. onderneming

treedt toe

treedt niet toe

onderneming A onderneming A (€ 0; € 0)

start een prijzenoorlog

(– € 20; – € 40)

start geen prijzenoorlog (– € 40; + € 5)

12 Is hier sprake van een geloofwaardige dreiging van de kant van speler A? Licht je antwoord toe.

Door economen worden toetredingsdrempels tot een bepaalde bedrijfstak onderscheiden.

Een daarvan zijn schaalvoordelen.

13 Leg uit waarom schaalvoordelen kunnen werken als toetredingsdrempel.

Onderneming A kan ook bij voorbaat acties ondernemen die dienen om toetreding te belemmeren. Een voorbeeld is het laag houden van de prijzen, waardoor het voor de toetreder minder aantrekkelijk wordt.

14 Geef een ander voorbeeld van zo’n actie.

Opgave 7

Een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) is een ondernemer die geen personeel in dienst heeft. Hij verkoopt goederen of diensten en stuurt daarvoor klanten een factuur. De zzp’er heeft geen arbeidsovereenkomst; hij is dus geen werknemer en valt niet onder de wettelijke bepalingen voor werknemers. Als een zzp’er zijn diensten via een offerte aan een bedrijf aanbiedt, dan is een bedrijf per uur duurder uit dan als deze persoon in vaste dienst zou zijn.

15 Geef een voorbeeld van moral hazard bij het inzetten van een zzp’er door een bedrijf. Geef een korte toelichting.

16 Geef twee algemene situaties aan wanneer een bedrijf van zzp’ers gebruik zal maken. Geef een korte toelichting.

Opgave 8

Een garagebedrijf overweegt een veilingsite op te zetten voor tweedehands auto’s. Een econoom waarschuwt hem dat dit vanwege asymmetrische informatie geen succes voor garagebedrijf zal worden.

17 Op welke asymmetrische informatie doelt de econoom. Geef een toelichting.

18 Hoe kan het garagebedrijf de asymmetrie van de informatie verminderen? Geef een toelichting.

Opgave 9

In een land zien we het volgende inkomstenbelastingsysteem:

– Er zijn twee belastingschijven:

Van € 0 – € 50.000: met een belastingtarief van 30%

€ 50.000 en hoger een belastingtarief van 40%

– Iedereen, die belasting betaalt, heeft recht op een belastingteruggave (heffingskorting) van maximaal € 3.500. Dit wil zeggen dat als je minder dan € 3.500 belasting verschuldigd bent, de belastingteruggave (heffingskorting) gelijk is aan de verschuldigde belasting.

– Er zijn geen aftrekposten.

– Er zijn geen sociale premies of sociale uitkeringen.

19 Geef met behulp een berekening aan vanaf welk belastbaar inkomen men (netto) belasting gaat betalen.

20 Als beide belastingtarieven met 10%­punt omhooggaan en de rest hetzelfde blijft. Wordt dan de Gini-coëfficiënt groter, kleiner of blijft deze hetzelfde van de secundaire inkomensverdeling. Verklaar je antwoord.

Opgave 10

Ondanks de verwachting dat in 2013 het nationale inkomen krimpt en deflatie optreedt, heeft de regering van een Europees land toch besloten tot omvangrijke bezuinigingen. Dit als gevolg van Europese afspraken met betrekking tot de grootte van het begrotingstekort dat de 3% van het bbp niet mag overschrijden. Dankzij de bezuinigingen komt het begrotingstekort op 3% van het bbp.

21 Werken de bezuinigingen pro­ of anticyclisch? Geef een toelichting.

22 Verklaar waarom men in Europa geen groter tekort wil dan 3% van het bbp.

23 Verklaar wat het effect is van deflatie voor de economie van dit land.

24

Opgave 11

bron 2 koers van de Amerikaanse dollar ($) in Chinese yuan (CNY) en in euro’s (€): maart 2008 tot en met maart 2009

Bereken de wisselkoers van de Chinese yuan in euro’s in december 2008.

25 Is de euro gedevalueerd, gerevalueerd, gedeprecieerd of geapprecieerd ten opzichte van de Chinese yuan tussen mei en juli 2008? Licht je antwoord toe.

Opgave 12

De regering van een land discussieert over mogelijkheden om het bestaande overheidstekort terug te dringen. Een van de opties is het verlagen van de algemene heffingskorting bij de inkomstenbelasting; dat levert € 2 miljard extra autonome belastinginkomsten op. Econoom Maria Kempes onderzoekt deze optie, waarbij ze uitgaat van een gesloten economie.

Kempes beweert: ‘Op basis van bron 3 blijkt dat de nominale daling van het bbp groter is dan de nominale daling van de algemene heffingskorting. Dat is het gevolg van de multiplierwerking.’

26 Leg de bewering van Kempes uit. Bereken daarvoor eerst de grootte van de multiplier van de algemene heffingskorting.

Kempes: ‘Ik verwacht dat de verlaging van de algemene heffingskorting leidt tot een afname van het bbp en dat na verloop van tijd de economie een nieuw evenwicht bereikt bij een rente van 5,6% en een stabiele inflatie van 1,3%. Dit analyseer ik met behulp van het IS-MB-GA-model zoals getoond in bron 4.’

27 Leg de verschuiving langs de GA0­curve uit.

28 Leg uit dat de GA­curve zal verschuiven in de tijd.

bron 3 enkele uitkomsten van het model

rente aanpassing algemene heffingskorting (in miljarden)

(in miljarden)

bron 4 grafische weergave van het IS-MB-GA-model

Mijn Examenbundel

Wil je weten hoe je de toets hebt gemaakt? De antwoorden staan op mijnexamenbundel.nl. Vul je punten in en bekijk je score per onderwerp. Je scores worden bewaard.

OEFENEN OP ONDERWERP

Examenopgaven per onderwerp

Met hints om je op weg te helpen en uitleg bij de antwoorden. Ook handig bij de voorbereiding op je schoolexamens!

Domein D Concept markt

Opgave 1 – De woningmarkt in de knel (2023-II)

In de gemeente Reder is er sprake van een enorme krapte op de woningmarkt, bijvoorbeeld bij de deelmarkt sociale huurwoningen. Sociale huurwoningen zijn woningen die aangeboden worden aan de lagere inkomensgroepen. Daarbij geldt een maximumhuur (door de gemeente ingesteld) van € 850 per maand. Woningbouwvereniging VastWonen is de enige aanbieder van sociale huurwoningen in de gemeente Reder.

VastWonen is genoodzaakt om met wachtlijsten te werken voor deze huurwoningen.

Econoom Mark Knopper onderzoekt de woningmarkt in Reder en neemt aan dat sociale huurwoningen homogene goederen zijn.

bron 1 Huidige financiële gegevens VastWonen maximumhuur

€ 850 per woning per maand woningvoorraad

6.800 woningen totale kosten (per maand) in euro’s TK = 450Q + 1.400.000 gemiddelde huuropbrengst per woning per maand in euro’s

GO = 0,125Q + 2.150

Q aantal sociale huurwoningen

1 Bereken hoeveel huishoudens op de wachtlijst staan.

VastWonen stelt dat bij afschaffing van de maximumhuur, de wachtlijst verdwijnt als VastWonen maximale omzet als doelstelling hanteert.

2 Toon met een berekening aan of de stelling juist is.

De gemeente houdt vast aan de maximumhuur. Om de krapte aan te pakken wil de directeur van VastWonen oude kantoorpanden opkopen van de gemeente en deze ombouwen tot sociale huurwoningen. De aankoop- en verbouwingsplannen moeten worden gefinancierd door middel van hypothecaire leningen (lening met onderpand).

Econoom Knopper vindt het een goed plan en onderbouwt het als volgt:

“De huidige lage hypotheekrente in combinatie met de huidige situatie op de sociale huurwoningmarkt zorgen voor een laag risico voor VastWonen, waardoor de schulden voor de woningbouwvereniging geen financieel probleem vormen.”

3 Leg de onderbouwing van econoom Knopper uit.

In de gemeente Reder zijn er naast sociale huurwoningen ook particuliere huurwoningen. Een particuliere huurwoning is een woning in de vrije sector (zonder overheidsregulering) en de huur wordt bepaald door vraag en aanbod. Ook deze markt wordt krapper (zie bron 2).

bron 2 Gegevens particuliere huurwoningen in Reder

Ontwikkeling ten opzichte van jaar eerder

aantal vrijgekomen huurwoningen 9,9%

gemiddelde huur +6%

hoogte van de middeninkomens +3%

Uit onderzoek blijkt dat de inkomenselasticiteit van particuliere huurwoningen van de middeninkomens gelijk is aan +0,4.

Een makelaar verklaart de grote prijsstijging van particuliere huurwoningen: “Ontwikkelingen aan zowel de vraagkant als de aanbodkant van de particuliere huurwoningmarkt zorgen voor stijgende huren.”

4 Leg de verklaring van de makelaar uit aan de hand van gegevens uit bron 2 én de inkomenselasticiteit.

Opgave 2 – Content (2023-I)

Superstream is een internationaal opererend bedrijf dat abonnementen aanbiedt waarbij klanten tegen een vast jaarbedrag onbeperkt content (films en series) kunnen kijken op telefoon, tablet en tv (streamen).

Superstream koopt deze content in bij productiemaatschappijen, deels gefinancierd met nieuw afgesloten kredieten. Het aanbieden van streamingsdiensten vereist forse investeringen in content (eigen films en series) en serverparken (voor het opslaan van data / de content).

Superstream opereert op een oligopolistische markt en voert een niet­kostendekkende prijs.

Onder invloed van het stijgende marktaandeel en de aanwezigheid van schaalvoordelen verwacht het bestuur de komende jaren echter wel winst te boeken.

5 Leg uit dat er sprake is van ruilen over tijd bij het beleid van Superstream.

6 Leg uit dat de niet­kostendekkende prijs de opkomst van concurrenten heeft afgeremd.

Bedrijfsanalist Vera Vierklau ziet in haar onderzoek dat er bij de huidige prijs sprake is van een prijsinelastische vraag als door het gevoerde prijsbeleid de concurrentie verdwijnt. Ze constateert het volgende:

i. “Door het verdwijnen van de concurrentie verandert de marktvorm. Hierdoor verschuift de prijsafzetfunctie (GO­curve),

ii. Door deze verschuiving verandert (bij iedere prijs) de prijselasticiteit van de vraag naar abonnementen.

iii. Als Superstream de prijs (matig) verhoogt, zal de omzet stijgen.”

7 Leg elk van de drie constateringen van bedrijfsanalist Vierklau uit.

bron 3 opbrengsten en kosten Superstream bij een monopolie

GO = 200 – 10Q

MK = 2

GO (=P) = de jaarlijkse abonnementsprijs in euro’s

Q = het aantal abonnementen in miljoenen

Door de toegenomen marktmacht wordt Superstream een monopolist en streeft naar maximale winst.

8 Bereken de prijs waarbij Superstream maximale winst behaalt.

Vierklau onderzoekt het totale surplus en kijkt uitsluitend naar bron 3. Zij concludeert: “De verandering van een niet-kostendekkende prijs naar een monopolieprijs heeft enerzijds effect op de omvang van het surplus in deze markt en anderzijds effect op de verdeling van dat surplus.”

9 Leg beide effecten uit op het surplus.

Opgave 3 – Kostenpost (2023-II)

De overheid van een land vindt het belangrijk dat brievenpost dagelijks wordt bezorgd tegen een voor iedereen betaalbare prijs en heeft PostNV een tijdelijk wettelijk monopolie gegeven.

PostNV streeft naar maximale totale winst. De winstgevendheid van brievenpost komt onder druk te staan, omdat gezinnen en bedrijven brievenpost steeds vaker vervangen door e­mail en andere digitale communicatievormen.

Bureau Economisch Onderzoek (BEO) onderzoekt de markt van brievenpost en de effecten van de afgenomen vraag naar brievenpost. Daartoe hanteert het BEO onderstaand model.

Qv0 = 500P + 1.225

Qv1 = 500P + 1.125

TK = 0,66Q + 300

waarbij:

Qv0 = aantal bezorgde brieven in miljoenen in de uitgangssituatie

Qv1 = aantal bezorgde brieven in miljoenen bij afgenomen behoefte

TK = totale kosten in miljoenen euro’s

P = prijs per brief in euro’s

In de uitgangssituatie worden er 447,5 miljoen brieven bezorgd. BEO rekent in het model met een prijs van € 1,56 (afgerond).

10 Toon met een berekening aan dat de vraag naar brievenpost in de uitgangssituatie prijselastisch is. Ga daarbij uit van een tariefsverlaging van 10%.

PostNV streeft naar maximale winst, maar aandeelhouders willen daarbij dat de winst per product minstens 10% van de gemiddelde totale kosten is.

11 Toon met een berekening aan dat de winst per product in de nieuwe situatie lager is dan 10% van de gemiddelde totale kosten (GTK).

Econoom Van Gorkum reageert: “Uit marktonderzoek blijkt dat in de nieuwe situatie, consumenten en bedrijven prijselastisch reageren bij een verhoging van het posttarief en prijsinelastisch bij een verlaging van het tarief.”

12 Leg uit of het mogelijk is om de omzet te verhogen door een aanpassing van het posttarief.

bron 4 Indexcijfers afzet en omzet van PostNV op de brievenpostmarkt (2010 = 100)

bron 5 Indexcijfers afzet en omzet van PostNV op de pakketbezorgingsmarkt (2012 = 100)

Naast brievenpost is PostNV ook actief in pakketbezorging waar PostNV een grote speler is. Het is daarom mogelijk dat PostNV aan kruissubsidie heeft gedaan om de concurrentiepositie op de markt van pakketbezorging te versterken. Kruissubsidie betekent dat PostNV brievenpost relatief duurder maakt om pakketpost relatief goedkoper te maken om zo beter te kunnen concurreren op de markt van pakketpost.

13 Leg op basis van bron 4 en 5 uit hoe er kan worden afgeleid dat er sprake kan zijn geweest van kruissubsidie.

Tussen de overheid en PostNV is er sprake van een principaal­agent probleem. De mededingingsautoriteit is daarom door de overheid aangesteld als toezichthouder.

14 Beschrijf het principaal­agent probleem tussen PostNV en de overheid én leg uit hoe toezicht van de mededingingsautoriteit dit kan verminderen.

Opgave 4 – Duurzaamheid stimuleren (2024-I)

De overheid van een land heeft met de overheden van andere landen een afspraak gemaakt om de CO2­uitstoot aanzienlijk te verminderen. Een politicus stelt een combinatie van maatregelen voor om het afgesproken doel te behalen: het instellen van heffingen op vervuilende productie (markt A) en het subsidiëren van schone productie (markt B). Een econoom onderzoekt deze twee markten van volledige mededinging.

bron 6 Marktsituatie van A, met en zonder heffing:

bron 7 Marktsituatie van B, met en zonder subsidie:

De vervuilende productie van product A leidt tot maatschappelijke kosten.

15 Leg uit dat de productie van product A leidt tot negatieve externe effecten en maatschappelijke kosten. Geef daarbij een voorbeeld van een negatief extern effect.

16 Bereken hoeveel procent van de heffing wordt doorberekend in de prijs van product A.

Voor product B geldt:

Qa = 2p – 20 Qv = –2p + 80

Qa = aangeboden hoeveelheid zonder subsidie (x 1.000 stuks) Qv = gevraagde hoeveelheid (x 1.000 stuks)

P = de prijs per product in euro’s

De subsidie bedraagt € 5 per product.

De CO2­uitstoot per product A is 6 kilogram, en per product B is het 2 kilogram.

17 Bereken hoeveel kilogram de totale CO2-uitstoot zal afnemen door de heffing op product A en de subsidie op product B.

18 Arceer in de uitwerkbijlage: – de heffingsopbrengst voor de overheid in bron 6.

– het verlies aan economische doelmatigheid als gevolg van de subsidie in bron 7.

Uitwerkbijlage bij vraag 18 bron 6 Marktsituatie van A, met en zonder heffing:

bron 7 Marktsituatie van B, met en zonder subsidie:

De econoom bekijkt hoe de heffing zal uitwerken voor een individueel bedrijf op de markt van product A (zie bron 6). Bedrijf Knop had voor de heffing € 12 constante kosten per product en € 5 proportioneel variabele kosten per product.

19 Leg met behulp van getallen uit of bedrijf Knop het komende jaar door zal gaan met de productie, als de heffing wordt ingevoerd.

De econoom plaatst een kanttekening bij haar analyse: “De subsidie op markt B heeft ook effect op markt A. De kruislingse prijselasticiteiten zijn positief voor product A en B. Als de prijs van product B daalt, zal de verwachte CO2-uitstoot van product A veranderen.”

20 Leg met behulp van de kruislingse prijselasticiteit uit of de verwachte CO2­uitstoot van product A toeneemt of afneemt bij een prijsdaling van product B.

Opgave 5 – Concertgebouw moet harde noot kraken (2019-I)

Concertgebouw ‘Het Nationaal’ is een fraai 18de­eeuws gebouw. Dat levert weliswaar een uitzonderlijke akoestiek op, maar ook hoge kosten. De kosten van het gebouw zijn constant en bedragen € 4.500.000 per jaar. De capaciteit van het gebouw is 2.000 plaatsen. De prijs van de 500 luxe plaatsen bedraagt € 100 en die van de 1.500 minder luxe plaatsen € 50. ‘Het Nationaal’ heeft een contract gesloten met het Groot Symfonie Orkest (GSO): het GSO verzorgt per jaar 100 concerten en ontvangt daarvoor € 50.000 per concert. De luxe plaatsen zijn gemiddeld voor 85% bezet en de minder luxe plaatsen voor 70%. ‘Het Nationaal’ heeft geen andere opbrengsten en kosten en is precies kostendekkend. De overheid heeft echter laten weten dat de subsidies aan de acht symfonieorkesten in het land zullen worden verminderd, waardoor voor ‘Het Nationaal’ financiële problemen dreigen te ontstaan.

‘Het Nationaal’ vraagt een adviesbureau hoe die problemen kunnen worden voorkomen.

21 Maakt ‘Het Nationaal’ gebruik van prijsdiscriminatie of van prijsdifferentiatie? Licht het antwoord toe.

22 Hoe blijkt uit de tekst dat er op de markt waarop het GSO opereert, gesproken zou kunnen worden van een heterogeen oligopolie? Betrek in het antwoord zowel het aspect heterogeen als het aspect oligopolie.

23 Leg uit hoe ‘Het Nationaal’ financiële problemen kan krijgen als het GSO minder subsidie ontvangt.

Het ingeschakelde adviesbureau doet twee suggesties: – Verlaag de prijs van de minder luxe plaatsen tot € 40, hetgeen bij die plaatsen naar verwachting een bezetting van 90% oplevert bij gelijkblijvende bezetting van de luxe plaatsen. – Gebruik het concertgebouw ook voor exposities, vergaderingen en diners, hetgeen de naamsbekendheid zal vergroten.

24 Bereken of de voorgestelde prijsverlaging ‘Het Nationaal’ verlies of winst oplevert.

6 – Vissen naar winst (2024-I)

Een econoom maakt een analyse van de ontwikkeling van de vismarkt in een regio door de eeuwen heen. De vismarkt in de middeleeuwen (zie bron 8) wordt gekenmerkt door veel kleine aanbieders. De individuele consumenten kijken vanwege armoede enkel naar de prijs.

bron 8 Dagelijkse vismarkt in de middeleeuwen

Alle individuele vissers hebben de volgende kostenfunctie:

TK = 0,005q2 + 0,25q + 153,12

TK = totale kosten in koperstukken

q = het aantal vissen

De econoom gaat er in het model vanuit dat elke individuele visser streeft naar maximale winst.

25 Bereken hoeveel vissers er actief zijn op de middeleeuwse vismarkt.

In de late middeleeuwen worden de consumenten welvarender en kopen ze meer vis. De econoom beweert:

– Door de toegenomen welvaart verandert de prijselasticiteit van de vraag naar vis.

– Door de toegenomen welvaart ontstaat een markt van monopolistische concurrentie.

26 Leg beide beweringen van de econoom uit.

Opgave

Slim leren, zeker slagen

Extra oefenen, uitlegvideo’s en podcasts

Voortgang bijhouden

Altijd je digiboek bij de hand

Slim leren met Mijn Examenbundel

B� deze Examenbundel hoort een online omgeving: m�nexamenbundel.nl

Je vindt hier alles wat je nodig hebt om heel gericht te leren en oefenen voor je examen. Zoals de score van je oriëntatietoets, video’s, het digiboek, examentips en nog veel meer.

#ikgazekerslagen

Activeer direct je code voor Mijn Examenbundel

Ga nu naar m�nexamenbundel.nl en maak meteen je account aan. Met de activatiecode die je per mail hebt ontvangen of via de ELO van je school, heb je toegang tot alle extra’s die b� je boek horen.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Examenbundel_26-27_Economie_vwo_9789006530360 by ThiemeMeulenhoff - Issuu