Skip to main content

De verpleegkundige inhet ziekenhuis deel 1

Page 1

hbo

De verpleegkundige in het ziekenhuis Deel 1

Redactie: Netty van Balsfoort Ton Vermeij


Colofon ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs,

Auteurs Netty van Balsfoort Katrien Demesmaeker Ronald Günther Jos Kaldenhoven

Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Onderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16 ISBN 978 90 06 95254 4

Inhoudelijke redactie Netty van Balsfoort Ton Vermeij

Eerste druk, eerste oplage, 2012

Ontwerp Binnenwerk: DeltaHage, Den Haag

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012

geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

2

9006952544_bw.indd 2

27-03-12 13:42


Inhoud

Deel 1

Woord vooraf

6

Oriëntatie op de ziekenhuiszorg

9

1 Het ziekenhuis 1.1 Maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot de ziekenhuiszorg 1.2 Verschillende soorten ziekenhuizen 1.3 Multidisciplinaire setting 1.4 Wetten, regels en ethiek 1.5 Samenwerking tussen de eerste- en tweedelijnszorg 1.6 Kwaliteit in de ziekenhuiszorg 2 De verpleegkundige in de ziekenhuiszorg 2.1 Verpleegkundige beroepsuitoefening 2.2 Verpleegkundige beroepscompetenties in de ziekenhuiszorg 2.3 Multidisciplinaire setting 2.4 Het verpleegproces 2.5 Verpleegsystemen in de ziekenhuiszorg 2.6 Coördinatie van zorg Deel 2

Categorieën van patiënten 1 Pre- en postoperatieve verpleegkundige zorg 1.1 Algemene zorg voor de operatie 1.2 Verpleegkundige preoperatieve zorg 1.3 Algemene postoperatieve zorg 1.4 Verpleegkundige zorg na de operatie Verwerkingsopdracht Vragen Opdracht 2 Diagnostische onderzoeken 2.1 Puncties en biopsie 2.2 Beeldvormende diagnostiek 2.3 Scopieën 2.4 Poliklinische onderzoeken Verwerkingsopdracht Vragen

10 11 12 12 13 14 16 20 21 22 25 27 30 32 37 38 39 43 46 47 55 55 56 58 59 67 70 71 77 77

3

9006952544_bw.indd 3

27-03-12 13:42


3 Operaties aan het maag-darmstelsel 3.1 Slokdarmoperaties 3.2 Maagoperaties 3.3 Galblaasoperatie 3.4 Leveroperaties 3.5 Darmoperaties Verwerkingsopdracht 1 Opdracht Verwerkingsopdracht 2 Vragen 4 De luchtwegen 4.1 Verplegen van patiënten voor en na een longoperatie 4.2 Verplegen van patiënten voor en na een laryngectomie Verwerkingsopdracht Opdracht 5 De bloedsomloop 5.1 Verplegen van patiënten voor en na een vaatoperatie 5.2 Verplegen van patiënten met een trombose 5.3 Verplegen van patiënten met een embolie 5.4 Verplegen van patiënten voor en na een operatie van het coronaire stelsel Verwerkingsopdracht Vragen Opdracht 6 De geslachtsorganen 6.1 De betekenis van de geslachtsorganen voor het algemeen functioneren 6.2 Verplegen van patiënten na een mammaoperatie 6.3 Verplegen van een patiënt na een uterusextirpatie 6.4 Verplegen van een patiënt na een prostatectomie Verwerkingsopdracht Opdracht 7 Het bewegingsapparaat 7.1 Verplegen van patiënten voor en na een kaakoperatie 7.2 Orthopedische operaties 7.3 Amputaties van de extremiteiten 7.4 Herniaoperatie Verwerkingsopdracht Opdracht

78 79 83 89 92 95 101 101 102 102 104 105 113 120 120 122 123 130 133 135 141 141 141 144 145 145 156 162 170 170 172 173 175 179 184 188 188

4

9006952544_bw.indd 4

27-03-12 13:42


8 De zintuigen 8.1 Verplegen van patiënten voor en na een oogoperatie 8.2 Verplegen van patiënten voor en na een ooroperatie 8.3 Verplegen van patiënten voor en na een neusoperatie Verwerkingsopdracht Vragen 9 Operaties aan nieren en urinewegen 9.1 Operaties aan de nieren 9.2 Operaties aan de urinewegen Verwerkingsopdracht Vragen

190 191 197 200 204 204 206 207 212 218 218

Literatuur

220

Verklarende woordenlijst

225

Register

239

5

9006952544_bw.indd 5

27-03-12 13:42


Woord vooraf Je hebt een opleiding gekozen voor een geweldig en fascinerend beroep: verpleegkundige. Je zult te maken krijgen met ontzettend veel mensen, die in talloze opzichten van elkaar verschillen. Je gaat ze helpen, ondersteunen, verzorgen bij allerlei aandoeningen. Eerst ontwikkel je algemene kennis over alle categorieën van patiënten en cliënten, daarna ga je je richten op specifieke categorieën. In het in maart 2012 gepresenteerde Beroepsprofiel verpleegkundige zijn verschillende ontwikkelingen geschetst in de maatschappij en in de verpleegkundige beroepsuitoefening. Wat daarin opvalt zijn de tegenstellingen. Deze zijn bijvoorbeeld: de zorg wordt steeds meer persoonsgericht, maar tegelijkertijd ook zakelijker en meer gestandaardiseerd. Verpleegkundigen richten zich op de behoeften en vragen van de individuele patiënt, maar moeten ook zo efficiënt mogelijk werken, de kosten in de hand houden en gebruik maken van wetenschap. Nog een tegenstelling: van een verpleegkundige wordt zowel generalistische als specialistische kennis en vaardigheid verwacht. In alle settings is behoefte aan verpleegkundigen die veel weten over alles, maar ook aan verpleegkundigen die de diepte in gaan met specifieke expertise, bijvoorbeeld op het gebied van oncologie, neonatologie, diabetes of forensische psychiatrie. In het beroepsprofiel wordt ook duidelijk dat taakverschuiving van arts naar verpleegkundig specialist - naar verpleegkundige - naar zorgkundige door blijft gaan. De oude domeingrenzen vervagen en verpleegkundigen focussen zich steeds meer op de complexe zorgsituaties. Dit alles betekent dat verpleegkundigen een zeer brede kennis- en vaardigheidsbasis moeten bezitten. Bovendien moeten zij evidence based kunnen leren en werken. De in 2011 door het Landelijk Overleg Opleidingen Verpleegkunde ontwikkelde Body of Knowledge and Skills benadrukt dat nog eens. ThiemeMeulenhoff heeft een serie studieboeken ontwikkeld die daar naadloos op aansluit: De verpleegkundige in het ziekenhuis 1 – over het verplegen van volwassen in het ziekenhuis. De verpleegkundige in het ziekenhuis 2 – over obstetrie en het verplegen van kinderen en jongeren. De verpleegkundige in de geriatrie. De verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg. De verpleegkundige in de zorg voor chronisch zieken. Deze boeken bieden de gedegen kennisbasis waarvan vaak al bij het stagelopen verwacht wordt dat je erover beschikt. Een belangrijk kenmerk van de boeken is dat steeds ingegaan wordt op beide kanten van de eerder geschetste tegenstellingen: persoonsgerichtheid en standaardisering. Dit is een kenmerk van evidence based werken: je maakt gebruik van het

6

9006952544_bw.indd 6

27-03-12 13:42


beste beschikbare bewijs en van de in je instelling beschikbare expertise, maar je richt je ook op de persoon van de patiënt. Je raadpleegt richtlijnen en protocollen, maar kunt er in individuele gevallen op een verantwoorde manier van afwijken. Elk boek bevat twee delen: Deel 1: een compacte introductie van de zorgsetting en de verpleegkundige. Hiermee krijg je inzicht in de zorgcategorie en de positie en taken van de verpleegkundige, het verpleegproces, de coördinatie en de zorg voor kwaliteit. Deel 2: hoofdstukken met uitgebreide beschrijvingen van verschillende categorieën van patiënten en cliënten. In dit deel ligt het accent op de directe zorgverlening. De inhoud van de hoofdstukken is volledig evidence based en put uit actuele landelijke richtlijnen en zorgprogramma’s. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een of meer opdrachten ter verdieping of verbreding. Bijvoorbeeld een kwaliteitszorgopdracht, een opdracht tot klinisch redeneren bij een casus, een argumentatieopdracht of een opdracht tot beantwoording van een PICO-vraag. De verpleegkundige in het ziekenhuis 1 Als ziekenhuisverpleegkundige werk je meestal op een afdeling met één of twee specialismen. Bijvoorbeeld een longafdeling of een afdeling orthopedie. Je werkt altijd multidisciplinair samen, bijvoorbeeld met artsen, diëtisten, logopedisten en fysiotherapeuten. Het ziekenhuis is daarom bij uitstek de werkomgeving waar zowel generalistische als specialistische kennis en vaardigheid van je wordt verwacht. In deel 2 van het boek worden de meeste categorieën van patiënten en cliënten beschreven die je in het ziekenhuis kunt tegenkomen. Elk hoofdstuk bevat de medische en verpleegkundige kennis die je minimaal nodig hebt als je er gaat werken of stagelopen. De auteurs van het boek zijn zelf werkzaam in een ziekenhuis, als verpleegkundige, verpleegkundig specialist of opleider. Wij wensen je veel succes bij je opleiding en loopbaan als verpleegkundige.

7

9006952544_bw.indd 7

27-03-12 13:42


Deel 1 Oriëntatie op de ziekenhuiszorg Dit boek gaat over het verplegen van mensen met een acute somatische aandoening. Het begrip ‘acuut’ kun je op verschillende manieren uitleggen. In dit boek betekent het: niet-chronisch, dat wil zeggen: kortdurend, niet-blijvend. We gebruiken het begrip ‘acuut’ dus om de zorgcategorie af te bakenen: het gaat om mensen die een chirurgische ingreep, onderzoeken en/of (medische) behandelingen ondergaan vanwege een lichamelijke aandoening, ziekte of trauma. Zij worden hiervoor langere of kortere tijd in het ziekenhuis opgenomen. Maar de zorg voor deze mensen houdt in veel gevallen niet op bij het ontslag uit het ziekenhuis. Met name de verpleegkundige zorg gaat thuis vaak nog door. De patiënt wordt dan – via de transferverpleegkundige – overgedragen aan een organisatie voor thuiszorg. Als de thuiszorg gegeven wordt onder verantwoordelijkheid van een medisch specialist, heet de gegeven zorg ‘ziekenhuisverplaatste zorg’. Verkorting van ligtijd, extraen transmuralisering zijn enkele van de vele ontwikkelingen die de ziekenhuiszorg doormaakt. Andere voorbeelden van recente ontwikkelingen zijn het zorg verlenen volgens geïntegreerde zorgprogramma’s en diagnosebehandelingcombinaties (DBC’s). Ook de medische technologie houdt niet op zich te ontwikkelen. Er is steeds meer mogelijk. De zorgcategorie breidt zich uit, zelfs tot en met mensen die baat hebben bij xenotransplantatie, transplantatie van dierlijke organen. Behalve dat dit voor jou de consequentie heeft je vak voortdurend te moeten bijhouden, roept dit heel wat ethische vragen op, waar ook de verpleegkundige beroepsgroep een antwoord op moet zien te vinden. Want de tijd dat verpleegkundigen in de ziekenhuiszorg klakkeloos deden wat artsen hen opdroegen, is al lang voorbij.

Deel 1

9006952544_bw.indd 9

9

27-03-12 13:42


1

Het ziekenhuis

In dit eerste hoofdstuk wordt uiteengezet wat je onder ziekenhuiszorg moet verstaan, wat er gebeurt en hoe het georganiseerd is. Ziekenhuiszorg is zorg die betrekking heeft op somatische aandoeningen. Medische behandeling en verpleegkundige zorg in het ziekenhuis worden sterk bepaald door technologisch handelen. Ziekenhuiszorg wordt – het woord zegt het al – intramuraal in het ziekenhuis gegeven, maar wordt in veel gevallen na ontslag extramuraal voortgezet. Dit gebeurt in de vorm van thuiszorg, of, als de zorg onder verantwoordelijkheid van een medisch specialist plaatsvindt, in de vorm van ziekenhuisverplaatste zorg. Dit gebeurt door wijkverpleegkundigen, die bij een thuiszorgorganisatie werken, of door verpleegkundigen uit het ziekenhuis.

10

9006952544_bw.indd 10

Deel 1

27-03-12 13:42


1.1 Maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot de ziekenhuiszorg De samenleving en de gezondheidszorg zijn altijd onderhevig aan veranderingen geweest en dat zal ook zo blijven. Opvattingen over gezond en ziek, medisch-technische ontwikkelingen, discussies over ethische dilemma’s, het overheidsbeleid en wetgeving zijn voorbeelden waar zowel patiënten als behandelaars en zorgverleners voortdurend mee te maken krijgen. Veranderingen in zorg en aanbod hebben een duidelijke invloed op de manier waarop de gezondheidszorg is georganiseerd en gefinancierd. De betere medische kennis over de diagnostiek en grotere belangstelling voor medische ontwikkelingen en voorzieningen heeft tot gevolg dat patiënten veelvuldig gebruik zullen maken van de mogelijkheden die het ziekenhuis biedt. Het mag duidelijk zijn dat dit ook invloed heeft op de financiering van de gezondheidszorg. Allerlei ontwikkelingen (denk aan marktwerking, behandeling volgens diagnosebehandelingcombinaties en het ontstaan van ziekenhuisverplaatste zorg) maken duidelijk dat er op verschillende manieren gezocht wordt naar een andere kostenbeheersing van de ziekenhuiszorg. Uiteindelijk zal het goedkoper, maar vooral ook efficiënter moeten worden. 1.1.1 NPCF Nederland telt talloze patiënten- en consumentenorganisaties. Veel van deze organisaties zijn aangesloten bij de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF). Met hun websites, tijdschriften en bijeenkomsten bereiken deze organisaties samen zo’n 10.000.000 Nederlanders. De patiëntenorganisaties hebben samen meer dan 500.000 leden. De belangrijkste doelstelling van de NPCF is het versterken van de positie van patiënten en consumenten in de gezondheidszorg. Het uitgangspunt is daarbij vraaggestuurde zorg: de patiënt of consument moet het heft in handen hebben. Hij is immers ‘de klant’ en bovendien de ervaringsdeskundige. De patiënt bepaalt zelf welke zorg hij ‘afneemt’. Vraaggestuurde zorg moet gekoppeld zijn aan solidariteit, keuzevrijheid en behoud van de autonomie. Een goed geïnformeerde patiënt is meer tevreden over de geboden zorg en beter in staat zijn keuzes te maken. Deze patiënt is daardoor meer betrokken bij zijn genezing en heeft minder hooggespannen verwachtingen met als gevolg therapietrouw, een betere kwaliteit van leven en zelfs verkorting van de opnametijd in het ziekenhuis. 1.1.2. Invloed De toenemende mondigheid van de patiënt heeft een duidelijke invloed op de manier waarop de zorgverlening in het ziekenhuis plaatsvindt. Patiënten bepalen zelf wat zij wel en niet belangrijk vinden. Zorgverleners staan ten dienste van de patiënt en niet andersom. Deze ontwikkeling heeft geleid tot ‘zorg op maat’ en ‘vraaggestuurde zorg’. Onder invloed van maatschappelijke en medische ontwikkelingen is de ziekenhuiszorg aan verandering onderhevig. Dit vraagt niet alleen van beroepsbeoefenaren dat zij hun eigen handelen regelmatig onder de loep nemen, ook bestuurders op instellings- en politiek niveau moeten kritisch kijken naar de manier waarop de ziekenhuiszorg georganiseerd is.

Deel 1

9006952544_bw.indd 11

11

27-03-12 13:42


De problemen waar de maatschappij en de gezondheidszorg regelmatig mee te maken hebben, vragen van de verschillende disciplines een geïntegreerde aanpak van behandeling, zorg en voorlichting. Om dit te bereiken is het uitwisselen van informatie en het gebruik maken van elkaars deskundigheid erg belangrijk. Niet alleen in intra- en interdisciplinair verband, maar ook als het gaat om de samenwerking tussen de extramurale en intramurale zorgverleners.

1.2 Verschillende soorten ziekenhuizen Ondanks de marktwerking in de zorg houdt de overheid door een strakke wet- en regelgeving controle op de kwaliteit en de diversiteit van het aanbod. In de afgelopen decennia zijn veel ziekenhuizen gefuseerd; hoewel de zorg steeds toeneemt, neemt het aantal ziekenhuisbedden af. Voor iedere zorginstelling geldt dat ze een toelating moeten hebben in het kader van de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi, 2006). De indeling voor zorginstellingen zoals deze door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gehanteerd wordt is: Algemene en academische ziekenhuizen. Met de komst van de universitaire medische centra is een ontwikkeling in gang gezet waarbij hoogwaardige technische zorg plaatsvindt in de UMC’s. Daar wordt onderzoek, patiëntenzorg en onderwijs met elkaar in verbinding gebracht. In de algemene ziekenhuizen ligt het accent vooral op patiëntenzorg. Categorale ziekenhuizen zijn ziekenhuizen waar een bepaalde categorie van patiënten behandeld wordt. Dat zijn onder andere de revalidatiecentra, longklinieken, epilepsiecentra, bestralingsklinieken en abortusklinieken. Zelfstandige behandelcentra (ZBC, ook wel Instelling voor Medisch Specialistische Zorg, IMSZ, genoemd). Dit zijn klinieken waar veelal kortdurende electieve behandelingen worden uitgevoerd, en de patiënten na behandeling weer snel naar huis kunnen. Dit zijn oogklinieken, orthopedische centra en cosmetische klinieken. Een deel van de ZBC’s zijn particuliere klinieken. Deze moeten ingeschreven staan in het zorgregister. Particuliere klinieken verlenen zorg waarbij geen aanspraak gemaakt kan worden op de AWBZ of op de beschreven zorg in artikel 1 van de Zorgverzekeringswet. Topklinische zorg wordt verleend in klinieken die hoogwaardige zorg op een klein specifiek gebied verlenen. Dat kan een hartcentrum zijn of een dialysecentrum. De verdeling van de diverse zorginstellingen is opgenomen in de Nationale Zorgatlas, die door het RIVM wordt opgesteld (Volksgezondheid Toekomst Verkenning, 2011).

1.3 Multidisciplinaire setting Ziekenhuiszorg heeft als kenmerk een veelheid van medische specialismen, zoals gynaecologie, traumatologie, oncologie en neurologie. Naast medisch specialisten wordt zorg verleend door verpleegkundigen en paramedici, zoals de fysiotherapeut, de diëtist en de logopedist.

12

9006952544_bw.indd 12

Deel 1

27-03-12 13:42


Ziekenhuiszorg is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle zorgverleners die op de een of andere manier betrokken zijn bij de behandeling, verpleging, ondersteuning en begeleiding van de patiënt. Elke discipline heeft zijn eigen professionaliteit. Daar waar de arts een medische verantwoordelijkheid heeft en het medisch beleid bepaalt, heeft de verpleegkundige haar eigen beroepsdomein. De huidige organisatievormen geven de verpleegkundige een centrale rol in het team van zorgverleners. Zij is verantwoordelijk voor de coördinatie en continuïteit van de 24-uurszorgverlening.

1.4 Wetten, regels en ethiek De overheid heeft een aantal wetten opgesteld die tot doel hebben de kwaliteit van de zorg op peil te houden en waar nodig te verbeteren. Het levert een zekere bescherming op voor de patiënt en hij kan zich op deze wetten beroepen als behandelaars en zorgverleners hun afspraken niet nakomen. Deze wetten zijn: Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO); Wet klachtrecht cliënten zorgsector (WKCZ); Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG); Kwaliteitswet zorginstellingen (KWZ). 1.4.1 Diagnosebehandelingcombinatie Een diagnosebehandelingcombinatie – kortweg: DBC – bevat alle onderzoeken, behandelingen en zorg die een patiënt in het ziekenhuis krijgt gedurende een vastgestelde periode. Een DBC beschrijft met vier codes (zorgtype, zorgvraag, diagnose, behandeling) met welke klacht en hoe een patiënt het ziekenhuis binnenkomt, welke diagnose er gesteld is, en de behandeling. Ziekenhuizen mogen alleen de kosten van DBC’s in rekening brengen. Van een aantal DBC’s is de kostprijs door de regering vastgesteld, van de overige DBC’s mogen ziekenhuizen zelf de prijs bepalen. Met de financiering van ziekenhuiszorg door middel van DBC’s wil de regering marktwerking stimuleren, waardoor ziekenhuizen met elkaar gaan concurreren en behandeling en zorg tegen scherpe prijzen aanbieden. Op die manier hoopt de regering dat de kosten van gezondheidszorg binnen de perken blijven (www.dbconderhoud.nl, 2011 en Stolk et al, 2005).

ethisch dilemma

Deel 1

9006952544_bw.indd 13

1.4.2 Ethiek Door de ontwikkeling van de medische technologie is er steeds meer mogelijk. Patiënten kunnen langer in leven gehouden worden en de kans op het overlijden van te vroeg geborenen is aanmerkelijk kleiner geworden. Daarmee rijst de vraag of de medische technologie altijd moet worden ingezet. Hierdoor ontstaan ethische dilemma’s, dat wil zeggen vraagstukken waarbij verschillende waarden botsen. Bijvoorbeeld de waarde van ‘in leven blijven’ tegenover de waarde ‘zelf beslissen over je leven’ of tegenover de waarde ‘een kansrijke toekomst hebben’. De meeste ziekenhuizen hebben voor de beantwoording van dit soort vraagstukken een ethische commissie, waar ook verpleegkundigen deel van uitmaken.

13

27-03-12 13:42


1.5 Samenwerking tussen de eerste- en tweedelijnszorg Somatische zorg vindt vooral plaats in de ziekenhuizen. In bepaalde gevallen wordt de ziekenhuiszorg thuis voortgezet. Het overheidsbeleid is erop gericht de zorg in de eerste lijn – de thuiszorg – te intensiveren. Het streven is de opnameduur van patiënten in de intramurale situatie zo veel mogelijk te bekorten en te vervangen door dagopnames en poliklinische behandeling. Dit betekent vaak dat behandeling en zorg in de thuissituatie moeten worden voortgezet. Dit maakt een goede afstemming tussen de thuiszorgorganisaties en het ziekenhuis noodzakelijk.

transferverpleegkundige

1.5.1 Transmurale zorg Transmurale zorg is een vorm van zorg die afgestemd is op de behoeften van de patiënt. De zorg wordt verleend op basis van afspraken over samenwerking, afstemming en regie tussen algemene en specialistische zorgverleners, waarbij sprake is van een gemeenschappelijk gedragen verantwoordelijkheid met deelverantwoordelijkheden. Bij transmurale zorg werken zorgverleners van de verschillende instellingen die bij de behandeling en zorg betrokken zijn met elkaar samen, om zo beter op de vraag van de patiënt in te kunnen spelen. Dit gebeurt niet alleen tussen de eerste en tweede lijn, maar ook tussen intramurale instellingen onderling. Nadat de medisch specialist in het ziekenhuis bepaald heeft wanneer een patiënt met ontslag gaat, en de patiënt heeft thuiszorg nodig, wordt er een transferverpleegkundige ingeschakeld. De transferverpleegkundige is verantwoordelijk voor een juiste overdracht naar de verschillende zorgverleners en regelt de noodzakelijke hulpmiddelen. 1.5.2 Ziekenhuisverplaatste zorg Als de thuiszorg na ontslag uit het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van de medisch specialist gegeven wordt, is er sprake van ziekenhuisverplaatste zorg. Over het algemeen gaat het bij ziekenhuisverplaatste zorg om medisch-specialistische behandeling en zorg. De ziekenhuisverplaatste zorg, als vervolg op de ziekenhuiszorg, vindt plaats in een omgeving waar de continuïteit van zorg gewaarborgd is en die kan variëren van revalidatie-instelling, verzorgingshuis tot thuissituatie. De zorgverlener volgt hierbij de patiënt. Voordeel van deze verplaatste zorg is dat de duurdere ziekenhuiszorg alleen ingezet wordt voor de patiënten die dit echt nodig hebben. Zodra de toestand van de patiënt het toelaat kan er beroep gedaan worden op goedkopere vormen van zorg. Een ander voordeel is dat de patiënt in een voor hem vertrouwde omgeving verzorgd kan worden. 1.5.3 Ketenzorg Enkele jaren geleden is het begrip ‘ketenzorg’ in Nederland geïntroduceerd. Al eerder is aangegeven dat de ziekenhuiszorg start met de opname van een patiënt in een ziekenhuis en eindigt bij ontslag of overplaatsing naar een verpleeghuis of revalidatiecentrum. In sommige gevallen echter heeft de patiënt ook in de thuissituatie ziekenhuiszorg nodig. De ziekenhuiszorg kan op basis hiervan beschouwd worden als de eerste stap in de keten. In

14

9006952544_bw.indd 14

Deel 1

27-03-12 13:42


het volgende voorbeeld wordt een patiënt met een CVA in het ziekenhuis opgenomen. Vervolgens vindt overplaatsing naar een verpleeghuis of revalidatiecentrum plaats en bevindt de patiënt zich in de volgende schakel van de keten. Het voordeel van ‘ketenzorg’ voor de patiënt ligt vooral op het gebied van de continuïteit. Overlappingen en tegenstrijdige behandeling worden voorkomen en de deskundigheid van de medewerkers in een bepaalde schakel wordt geoptimaliseerd. Hiermee wordt een adequate ondersteuning en begeleiding van de patiënt bereikt. Voorbeeld De juiste zorg, op de juiste plaats, op het juiste moment, door de juiste zorgverlener. Doordat het VU medisch centrum, verpleeghuis De Vreugdehof, het Revalidatie Centrum Amsterdam en Amsterdam Thuiszorg er samen in geslaagd zijn het zorgtraject voor CVA-patiënten beter op elkaar af te stemmen, worden CVA-patiënten gerichter geholpen en neemt de doorstroom tussen deze zorginstanties toe. Lies van der Weide, senior verpleegkundige beleid en kwaliteit op de zorgeenheid neurologie en projectleider van het project, licht de voordelen van de samenwerking tussen de verschillende organisaties toe. ‘De deelnemers aan het project werken aan het verbeteren van de zorg, de behandeling en de organisatie van de zorgverlening voor deze groep. In onze regio worden op jaarbasis zo’n 160 nieuwe CVApatiënten aan onze keten gepresenteerd.’ Van der Weide geeft aan dat het projectteam – waarin alle zorginstellingen vertegenwoordigd zijn die deelnemen aan de CVA-keten Amsterdam-Zuid – aan vier knelpunten heeft gewerkt: stagnatie in de doorstroming van de patiënt naar de volgende zorgfase; het ontbreken van een multidisciplinair overdrachtsformulier voor de vervolginstelling; het geringe aantal CVA-patiënten dat wordt getrombolyseerd; de niet optimale deskundigheid op het gebied van CVAzorg binnen de verschillende schakels (www.CBO.nl, 2011 en www.NZA.nl, 2011).

Deel 1

9006952544_bw.indd 15

15

27-03-12 13:42


1.6 Kwaliteit in de ziekenhuiszorg prevalentie

patiënttevredenheid

klachtencommissie

klachtenfunctionaris

Een specifiek element in de kwaliteit van de ziekenhuiszorg is de prevalentie en preventie van infecties en andere complicaties. Maar daarnaast zijn tevredenheid van de patiënt, ligduur en behandelduur belangrijke punten. Kwaliteit is een breed begrip. Iedere zorginstelling is verplicht een kwaliteitsplan te hebben en een kwaliteitsjaarverslag te maken. Maar welke betekenis geeft de zorginstelling aan kwaliteit en is dat voor de patiënt als gebruiker hetzelfde als voor de verpleegkundige? In deze paragraaf gaat het over de kwaliteit van de ziekenhuiszorg en de verpleegkundige bijdrage daaraan. 1.6.1 Patiënttevredenheid Patiënttevredenheid is een belangrijk criterium bij het vaststellen van de kwaliteit van de ziekenhuiszorg. Meestal gebeurt dit door een enquête die de patiënt bij zijn ontslag invult. Het kan zijn dat een patiënt ontevreden is over de verleende zorg en daarover een klacht indient bij de klachtencommissie. De klachtencommissie volgt dan de klachtenprocedure van de desbetreffende instelling. Als er klachten zijn in de ziekenhuiszorg dan betreft het vaak: de lange wachttijden voordat iemand kan worden geopereerd of behandeld; (wond)infecties waardoor de opname langer duurt dan noodzakelijk; fouten tijdens de behandeling waardoor de patiënt gezondheidsrisico’s heeft gelopen (bijvoorbeeld het toedienen van verkeerde medicijnen); onheuse bejegening door zorgverleners. De verpleegkundige is de eerst aangewezen persoon om de patiënttevredenheid te toetsen. In het gewone contact met de patiënt merk je vaak al of de patiënt tevreden is of niet. Als een patiënt klachten heeft over de zorg of het verblijf in het ziekenhuis kan de verpleegkundige de patiënt wijzen op de bestaande klachtenprocedure. Vindt de patiënt het niet voldoende om zijn klacht met de verpleegkundige te bespreken, dan komt de klachtenfunctionaris in beeld. De klachtenfunctionaris van een instelling probeert altijd te bemiddelen in de klachtenprocedure. Als dit niet lukt, dan kan de patiënt een klacht indienen bij de klachtencommissie. 1.6.2 Infecties Verpleegkundige zorg na een ingreep of onderzoek is niet alleen gericht op de ondersteuning van de patiënt, maar is ook gericht op de preventie van infecties. Opgenomen zijn in het ziekenhuis brengt een zeker risico met zich mee. Ongeveer 5 tot 10% van de opgenomen patiënten loopt het risico van een ziekenhuisinfectie. De meest voorkomende ziekenhuisinfecties zijn: Urineweginfecties. Deze infectie komt het meeste voor als ziekenhuisinfectie. 30% van alle ziekenhuisinfecties zijn urineweginfecties. Van alle urineweginfecties wordt 70% veroorzaakt door blaaskatheterisatie.

16

9006952544_bw.indd 16

Deel 1

27-03-12 13:42


Postoperatieve wondinfecties. Deze infectie is de tweede meest voorkomende. Doordat de opname van de patiënten steeds korter duurt, komt de postoperatieve wondinfectie steeds vaker in de thuissituatie voor. Als de oorzaak van de infectie te herleiden is naar de operatie, spreek je van een postoperatieve wondinfectie. Infecties van de luchtwegen staan op de derde plaats. Ongeveer 10 tot 17% van de infecties bestaat uit luchtweginfecties. Het krijgen van een infectie is voor de patiënt een heel vervelende complicatie. De behandeling gaat langer duren en de patiënt heeft vaak meer pijn en ongemak door de infectie. Daarbij komt dat het behandelen van ziekenhuisinfecties een kostbare zaak is. Al met al kosten ziekenhuisinfecties jaarlijks zo’n 150 miljoen euro. Deze kosten ontstaan onder andere door: een verlengde opnameduur; een intensievere verpleging; een verhoogd antibioticagebruik; het gebruik van verbandmateriaal; nieuwe onderzoeken; heroperaties; fysiotherapie/revalidatie. Ieder ziekenhuis heeft een ziekenhuishygiënist in dienst en hanteert een infectiepreventiebeleid voor de eigen instelling. Ook dit kost natuurlijk geld. De prevalentie van ziekenhuisinfecties is een belangrijke graadmeter voor het bepalen van de kwaliteit van de zorg. Ziekenhuizen moeten dan ook jaarlijks rapporteren hoe het in de instelling gesteld is met de ziekenhuisinfecties. 1.6.3 Ligduur Iedere patiënt wil graag zo snel mogelijk weer naar huis, maar ook weer niet te snel. In de ziekenhuiszorg is het aantal ligdagen de afgelopen jaren erg verminderd. Veel behandelingen vinden plaats op een dagbehandeling of een afdeling voor kortdurende zorg. Dat betekent dat er inmiddels meer patiënten dan vroeger behandeld kunnen worden in dezelfde tijd. Dit vergt een goede planning. Voor de verpleegkundige betekent dit dat zij in korte tijd veel verschillende patiënten verpleegt. De planning betreft niet alleen de toewijzing van een bed, maar ook de toewijzing van een EVV. Iedere organisatie in de ziekenhuiszorg heeft hiervoor medewerkers die de planning zo goed mogelijk laten verlopen. 1.6.4 Behandelduur Behandelduur is de duur die een patiënt professionele zorg nodig heeft na de ingreep of behandeling. De behandelduur is ook een maatstaf voor de kwaliteit van de zorg. Het is van belang dat een patiënt zo snel mogelijk zijn leven kan hervatten zonder professionele hulp. Dat is niet voor iedereen haalbaar, maar voor een groot aantal patiënten wel. Naarmate de behandelduur korter is, heeft dit een positieve uitwerking op de kwaliteit van de zorg.

Deel 1

9006952544_bw.indd 17

17

27-03-12 13:42


Bij een patiënt die na de ziekenhuisopname nog thuiszorg nodig heeft, is de behandelduur langer dan bij een patiënt die na de operatie door familie wordt opgevangen. Het is aan de verpleegkundige in de thuiszorg om op het juiste moment de zorg weer af te bouwen en te beëindigen. 1.6.5 Aantal complicaties Naast infecties zijn er nog andere complicaties die de kwaliteit van de zorg kunnen beïnvloeden, zoals nabloedingen en trombose. Naarmate er meer van deze complicaties optreden, wordt de kwaliteit van de zorg als minder goed beoordeeld. Het verpleegkundig handelen is gericht op de preventie van deze complicaties. 1.6.6 Kwaliteitsbeleid voor ziekenhuizen Alle zorginstellingen zijn verplicht een kwaliteitsjaarverslag te publiceren. Daarin wordt vermeld welke kwaliteit er in het afgelopen jaar is geleverd en waar verbeteringen zijn aangebracht. Het opstellen en openbaar maken van kwaliteitsjaarverslagen is door de overheid aan richtlijnen gebonden. Om meer transparantie te bewerkstelligen is in 2007 het ‘Programma Zichtbare Zorg’ opgericht door het ministerie van Volksgezondheid. Vanaf 2013 zal het programma overgaan in het Kwaliteitsinstituut voor de zorg (zichtbarezorg.nl).

Samenvatting Ziekenhuiszorg is het geheel van medische behandeling en verpleegkundig zorg startend op het moment dat een patiënt vanwege een lichamelijke aandoening opgenomen wordt in het ziekenhuis. In eerste instantie is een overzicht geboden van de aspecten van de ziekenhuiszorg. Hiermee is aangegeven wat ziekenhuiszorg in feite inhoudt. Vervolgens zijn een aantal maatschappelijke ontwikkelingen besproken die op zowel financieel als op zorginhoudelijk gebied invloed hebben op de ziekenhuiszorg. Een model om de prijs voor behandeling en verpleging te bepalen is de diagnosebehandelingcombinatie. De patiënt is in feite de belangrijkste partij in de ziekenhuiszorg. ‘Geen patiënt, geen zorg’. De patiënt wordt in feite gezien als een consument en heeft ook consumentenrechten, recht op een kwalitatief goede behandeling en zorgverlening. In dit hoofdstuk zijn de wetten genoemd die de patiënt als consument beschermen. Ook is aandacht besteed aan de organisatie van de ziekenhuiszorg en de kwaliteitszorg in het ziekenhuis.

18

9006952544_bw.indd 18

Deel 1

27-03-12 13:42


Deel 2 Categorieën van patiënten In deel 2 besteden we aandacht aan een zevental categorieën van patiënten in de ziekenhuiszorg. Dit wordt voorafgegaan door twee hoofdstukken met een meer algemeen karakter: peri-operatieve zorg en verpleegkundig handelen bij medisch diagnostisch onderzoek. De inhoud van deze twee hoofdstukken is bij elk van de volgende onderwerpen relevant. De categorieën van patiënten zijn ingedeeld volgens de orgaansystemen: het spijsverteringskanaal, de luchtwegen, de bloedsomloop, de geslachtsorganen, het bewegingsapparaat, de zintuigen en de urinewegen. In elk van deze hoofdstukken wordt een aantal aandoeningen en ingrepen beschreven waar je als verpleegkundige in de ziekenhuiszorg veel mee te maken zult krijgen. In thema 3 eindigt ieder hoofdstuk met een verwerkingsopdracht. Deze opdrachten doen een beroep op je vermogen om de specifieke informatie in het hoofdstuk te combineren met meer generieke vaardigheden, zoals het doen van kwaliteitsonderzoek, het kritisch lezen van wetenschappelijke artikelen, of het zoeken naar de beste interventie met behulp van een PICO-vraag.

Deel 2

9006952544_bw.indd 37

37

27-03-12 13:42


3

Operaties aan het maag-darmstelsel

Eten: we doen het zonder erbij na te denken. Alles wat via de mond naar binnen gaat moet worden verwerkt door het maag-darmstelsel. Dit complexe systeem werkt niet altijd optimaal. Dit hoofdstuk behandelt de zorg voor en na een operatie aan het maag-darmstelsel. Je leert wat de gevolgen zijn als er operatief moet worden ingegrepen. Naast de normale functies van de verschillende delen van het maag-darmstelsel krijg je inzicht in de verschijnselen bij problemen en de effecten op de patiĂŤnt.

78

9006952544_bw.indd 78

Deel 2

27-03-12 13:42


te lichten over te veranderen eetgewoonten, en door open te staan voor alle twijfels en emoties die de patiënt uit.

3.2 Maagoperaties Na de slokdarm is de maag het volgende station waar het voedsel langs komt in het maagdarmstelsel. Hier ondergaat het voedsel de eerste serie bewerkingen. 3.2.1 Medisch kader In deze paragraaf krijg je een beeld van het normale functioneren van de maag, de pathologie die in de maag aanwezig kan zijn, het onderzoek en de behandeling.

maagperistaltiek

nervus vagus

maagulcus helicobacter pylori perforatie

hernia diafragmatica

pylorusstenose

Deel 2

9006952544_bw.indd 83

Normaal functioneren De maag ligt links van het midden, vrij hoog in de buikholte. Boven de maag ligt het diafragma (middenrif) en eronder liggen de darmen. In de maag wordt het doorgeslikte voedsel tijdelijk opgeslagen. De maagwand rekt mee naargelang er meer voedsel in de maag komt. Ongeveer vijftien minuten na de eerste hap begint de maagperistaltiek. Hierdoor wordt het voedsel gekneed en vermengd met maagsap, dat geproduceerd wordt door de maagwand. De prikkel om maagsap te produceren, komt door het contact van voedsel met de maagwand én door de werking van de nervus vagus. De zuurgraad van het voedsel moet dalen van zeven naar ongeveer twee voordat de weg kan worden vervolgd. De spijsbrij wordt met beetjes doorgelaten naar de twaalfvingerige darm. De sluitspier van de maag sluit zich reflexmatig als de darmwand in contact komt met de zure maaginhoud. Pathologie De maagwand is bestand tegen zeer sterk zuur. Toch kan de maag om diverse redenen en oorzaken geïrriteerd of ontstoken raken. Ook kan een aangeboren afwijking pas op latere leeftijd tot klachten leiden. Ulcus. Een maagulcus ontstaat onder meer onder invloed van de helicobacter pylori, een bacterie die dan de maag prikkelt tot een te hoge maagzuurproductie. Dit kan aanleiding geven tot een maagzweer. Perforatie. Een niet-behandeld ulcus kan een perforatie van de maagwand veroorzaken. Maaginhoud komt dan terecht in de buikholte. Dit veroorzaakt hevige pijnen en ernstige algemene ziekteverschijnselen. Hernia diafragmatica. Een hernia diafragmatica geeft klachten als zuurbranden in de slokdarm, een drukkend, beklemmend gevoel op de borst of kortademigheid. Alhoewel een breuk van het middenrif meestal aangeboren is, kunnen de klachten pas op latere leeftijd komen. Pylorusstenose en pylorusspasme. De pylorusstenose zorgt voor een verminderde passage van de spijsbrij door de sluitspier naar de twaalfvingerige darm. Door deze stoornis heeft de patiënt een vol gevoel, geen eetlust en kan braken optreden. Het

83

27-03-12 13:42


pylorusspasme adenocarcinoom

melaena

alarmsymptoom

pylorusspasme geeft dezelfde klachten als de stenose, alleen is er nu geen enkele voedselpassage mogelijk. Maagcarcinoom. 95% van de maagcarcinomen wordt gevormd door een adenocarcinoom, maar maligniteit van de maag is zeldzaam (Visser et al, 1997). Maagcarcinomen geven in een beginstadium geen of aspecifieke klachten. Klachten zijn onder meer een vol gevoel, verminderde eetlust, misselijkheid en ongewild gewichtsverlies. Latere klachten zijn maagbloedingen en perforatie van de maag. Een maagbloeding leidt tot melaena. Diagnose De huisarts ziet patiënten met maagklachten het eerst. Hij let daarbij vooral op de alarmsymptoom bij maagklachten: aanhoudend braken, al dan niet met bloedbijmenging; melaena; passagestoornissen; ongewild gewichtsverlies; bloedarmoede. Zonder alarmsymptomen gaat de huisarts eerst aan de slag met het voedingspatroon van de patiënt. is er overgewicht? Rookt de patiënt en drinkt hij alcohol? Staat de patiënt onder veel spanning? Er volgen voedingsadviezen zoals het vermijden van sterk gekruide gerechten en meer eetmomenten maar dan wel kleinere porties, verdeeld over de dag. Tegen het maagzuurbranden wordt medicatie voorgeschreven: maagzuurremmers. Andere problemen die om de hoek komen kijken, zijn dreigende ondervoeding en dreigende therapieontrouw. Ondervoeding dreigt in verband met tegenzin in eten, of niet voldoende eten. Therapieontrouw kan ontstaan als er een kennistekort is bij de patiënt over de noodzaak van de behandeling of als het acceptatieproces nog niet is afgerond. Bij doorverwijzing naar de specialist begint voor de patiënt een onzekere periode: wat is er precies aan de hand? Kom ik nog wel van mijn klachten af? Heb ik maagkanker? Voorbeeld Mevrouw Annie Martens (71) is een nerveuze vrouw. Zij is een jaar geleden weduwe geworden. Haar man regelde alles in huis, en nu komt het allemaal op haar aan: de hypotheek, huisonderhoud, verzekeringen regelen, rekeningen betalen. Sinds een half jaar heeft mevrouw last van pijn-

฀฀฀

Een pylorusstenose zorgt voor een verminderde passage naar de darm

84

9006952544_bw.indd 84

Deel 2

27-03-12 13:42


klachten achter haar borstbeen. Ze is er al twee keer voor bij de huisarts geweest, maar die weet haar klachten aan de spanningen. ‘Een glas warme melk voor het slapen gaan, en overdag een maagzuurremmend tabletje bij klachten’, was zijn advies. Het valt mevrouw Martens nu op dat ze de laatste weken is afgevallen. Haar rokken zitten ruim. Haar eetlust is ook wat verminderd. Haar buurvrouw zei vorige week nog: ‘Annie, je zou eens wat meer naar buiten moeten. Je ziet zo bleek!’ Gelukkig helpen de maagzuurremmers nog wel tegen de pijn achter het borstbeen. Toch is ze er niet helemaal gerust op. Mevrouw Martens maakt toch maar weer een afspraak met de huisarts.

gastroscopie

pyloroplastiek

De specialist heeft verschillende onderzoeksmogelijkheden tot zijn beschikking: Door middel van een scopie wordt weefsel afgenomen en kan de aard van een ulcus worden bepaald. Op basis van de ziekteverschijnselen en een röntgenfoto van de buik zal de diagnose perforatie snel gesteld zijn. Een röntgenfoto van de borstkas toont een hernia diafragmatica aan. Naast de specifieke klachten als het vele braken, kan door het maken van echografie een pylorusstenose zichtbaar worden gemaakt. Vaak wordt ook gebruikgemaakt van röntgenopnamen met contrastvloeistof. Zo is duidelijk te zien of er passage is tussen de maag en de twaalfvingerige darm. Bij het afnemen van de anamnese zijn de klachten als verminderde eetlust, braken, en ongewild gewichtsverlies verdacht voor een maagcarcinoom. Een gastroscopie wordt dan verricht om de maag te inspecteren, en een eventueel biopt te nemen van afwijkend weefsel in de maag. Behandeling Een maagulcus wordt vrijwel uitsluitend met medicijnen behandeld. Als een chirurgische ingreep nodig is gebeurt dit bijna uitsluitend bij jonge, verder gezonde, patiënten, die op basis van een anatomische afwijking het risico lopen regelmatig terugkerende maagzweren te hebben. Een perforatie zal operatief moeten worden gedicht. Dit noem je het ‘overhechten’ van de perforatie. Bij een hernia diafragmatica wordt het gedeelte van de maag dat door het middenrif is gegaan weer terug in de buikholte gelegd en de breuk in het middenrif wordt gehecht. De oorzaak van een pylorusstenose en -spasme, namelijk de zweren of de gezwellen, moet eerst worden weggenomen. In het geval van een ulcus wordt therapie met medicijnen gecombineerd met een dieet. Na zes tot acht weken wordt opnieuw onderzoek verricht en zo nodig wordt dan een pyloroplastiek gedaan. In de tussentijd kan de

zorgt voor

assage naar

Deel 2

9006952544_bw.indd 85

85

27-03-12 13:42


chemokuur radiotherapie palliatief

patiënt door middel van een neussonde die tot in de twaalfvingerige darm ligt, worden gevoed. Maagcarcinoom. De behandeling van een maagcarcinoom is volledig afhankelijk van de plaats van de tumor, de hoeveelheid weefsel die is aangedaan, en eventuele uitzaaiingen. De meeste tumoren zijn door het oppervlakkige slijmvlies van de maag heengegroeid, waardoor een grotere kans op uitzaaiingen naar de lymfeklieren bestaat en de overlevingskans na vijf jaar zo’n 20 tot 30% bedraagt. De maagtumor kan operatief worden verwijderd, eventueel met een nabehandeling van chemokuur en radiotherapie. Bij uitzaaiingen kan gekozen worden voor een palliatieve behandeling, waarbij de maagtumor wordt verwijderd en een reconstructie van de maag wordt gedaan om voedingspassage mogelijk te laten zijn. Bij verwijderen van de tumor wordt ook een deel van de maag verwijderd. Overzicht operatietechnieken

86

9006952544_bw.indd 86

Bilroth I

Het onderste tweederde deel van de maag wordt weggenomen. Ook de sluitspier (pylorus), die tussen de maag en de twaalfvingerige darm zit, wordt verwijderd. Het uiteinde van het resterende deel van de maag wordt op de twaalfvingerige darm gehecht.

Bilroth II

Het onderste tweederde deel van de maag wordt weggenomen. Ook de sluitspier (pylorus), die tussen de maag en de twaalfvingerige darm zit, wordt verwijderd. Het uiteinde van het resterende deel van de maag wordt zijdelings op de dunne darm gehecht.

Partiële maagresectie Roux-Y

Het onderste tweederde deel van de maag wordt weggenomen. Ook de sluitspier (pylorus), die tussen de maag en de twaalfvingerige darm zit, wordt verwijderd. Het uiteinde van de resterende maag wordt op de dunne darm gehecht en de twaalfvingerige darm krijgt een nieuwe plaats van afvoer een eindje verderop in de dunne darm.

Totale maagresectie Roux-Y

De gehele maag wordt weggenomen. Ook de sluitspier (pylorus), die tussen de maag en de twaalfvingerige darm zit, wordt verwijderd. Het uiteinde van de slokdarm wordt op de dunne darm gehecht en de twaalfvingerige darm krijgt een nieuwe afvoerplaats een eindje verderop in de dunne darm.

Deel 2

27-03-12 13:42


De operatietechnieken volgens Bilroth zijn vernoemd naar de Oostenrijkse chirurg die de methoden heeft onderzocht. Roux was een Zwitsers chirurg die de naar hem genoemde technieken heeft bedacht. 3.2.2 Verpleegkundige zorg De gezondheidspatronen van Gordon bieden ook hier weer houvast voor de verpleegkundige zorg aan patiënten die aan de maag zijn geopereerd. Gezondheidsbeleving en instandhouding De patiënt zal zichzelf verwijten dat hij niet eerder naar de huisarts is gegaan met de klachten. Wijs de patiënt erop dat de meeste klachten algemeen zijn en niet specifiek op een maagprobleem wijzen. Nieuwe signalen die het lichaam afgeeft, zijn niet altijd eenvoudig te interpreteren. Het volgen van een bepaald leefpatroon na een operatieve ingreep is niet voor iedereen even eenvoudig. Als de patiënt daar problemen mee heeft, probeer je erachter te komen, waar de problemen precies liggen. Vindt de patiënt het leefpatroon zwaar of heeft hij nog niet geaccepteerd dat het niet meer wordt zoals hij gewend was? Als hij het leefpatroon als zwaar ervaart, probeer je erachter te komen, wat de patiënt precies zwaar valt. Misschien is er in overleg met de arts iets te doen aan de strikte leefregels. Heeft de patiënt nog niet geaccepteerd dat zijn leven een andere wending heeft genomen, dan kan je daarover in gesprek gaan met de patiënt. Soms helpt het om nog eens alles op een rijtje te zetten, vragen te beantwoorden en zaken te verduidelijken. Ook kun je de patiënt op de hoogte brengen van patiëntenverenigingen, lotgenotencontact of de mogelijkheid om met een maatschappelijk werker te praten. Stressverwerking Stress veroorzaakt een deel van de klachten bij patiënten met maagklachten. Stress tijdens de opname in het ziekenhuis is niet te voorkomen. De verpleegkundige moet wel de ruimte geven aan de patiënt om emoties en gevoelens te uiten, vooral ook omdat de oorzaken van stress op allerlei gebied kunnen liggen. 3.2.3 Verpleegkundige zorg bij patiënten met een maagcarcinoom De patiënt na een operatie door een maagcarcinoom heeft, naast de bovenstaande problemen te maken met een aantal andere verpleegkundige diagnosen: zelfstandigheidtekorten door een slechte lichamelijke conditie; angst; verdriet; machteloosheid; ontregeld gezinsfunctioneren. Zelfstandigheidtekorten door een slechte lichamelijke conditie Slaapgebrek en vermoeidheid door de operatie, gecombineerd met de aanslag die het hebben van kanker heeft op de lichamelijke conditie, zorgen ervoor dat de patiënt veel

Deel 2

9006952544_bw.indd 87

87

27-03-12 13:42


aspecten van de adl niet zelf kan uitvoeren. Denk daarbij aan wassen, tandenpoetsen, naar het toilet gaan. Je ondersteunt de patiënt in die tekorten en hebt ook oog voor de effecten die deze hebben op de zelfbeleving van de patiënt. Angst Na de operatie komt er een periode van onzekerheid; wachten op de uitslag of het hele kankergezwel is verwijderd. Wat voor toekomst heeft de patiënt? De angst voor verdere behandelingen, bestraling, chemokuren kan zeer hevig zijn. Als verpleegkundige moet je de patiënt hierin ondersteunen. De onzekerheid kun je niet wegnemen. Ook jij weet niet of de hele tumor is verwijderd. Dat betekent ook dat het moeilijk is te speculeren over de toekomst. Wel kun je samen met de patiënt proberen afleiding te zoeken. Verruiming van de bezoektijden is een mogelijkheid. Als de uitslag bekend is en er volgt nog een bestralingssessie of chemokuren, vertelt de arts de patiënt wat hem te wachten staat. Je kunt vervolgens ingaan op de verpleegkundige activiteiten die bij een bestraling of chemokuur horen. Sleutelwoorden hierbij zijn: open, eerlijk en invoelend. Open staan voor dat wat de patiënt je vertelt en eerlijk antwoorden op de vragen die gesteld worden. Invoelend betekent hier dat je serieus neemt wat de patiënt over zijn angst aangeeft. Verdriet Verdriet dient als uitlaatklep voor emoties. ‘Niks lucht zo op als een flinke huilbui’, hoor je vaak. Maar als je na een huilbui niets kunt met de gevoelens die een huilbui losmaakt wordt er weinig met de emoties gedaan. Als verpleegkundige moet je de kunst verstaan om verdriet positief aan te wenden. Dit kan door de patiënt te laten praten over zijn verdriet, door aandacht te hebben voor de onderliggende oorzaken van het verdriet. Op die manier is verdriet een eerste aanzet tot de verwerking. Machteloosheid Het gevoel dat je lichaam je in de steek laat, maakt je machteloos. Op veel zaken in het leven heeft de patiënt invloed, maar hier staat hij machteloos. En dat kan weer gevoelens van woede en kwaadheid oproepen. Als verpleegkundige moet je deze reacties kunnen begrijpen. Ontregeld gezinsfunctioneren Niet alleen de patiënt, maar ook de naaste familie krijgt aandacht van jou als verpleegkundige. Zij willen zo goed mogelijk betrokken worden bij de zorg voor hun naaste. Zij worden volledig geïnformeerd over de te verlenen zorg. Zij zijn – voorzover de patiënt daar prijs op stelt – aanwezig bij gesprekken tussen de arts en de patiënt. Jij zit bij zulke gesprekken aanwezig om de patiënt en de naasten te ondersteunen. De familie heeft na het ontslag uit het ziekenhuis een cruciale rol in de benodigde zorg thuis.

88

9006952544_bw.indd 88

Deel 2

27-03-12 13:42


Samenvatting Het lichaam heeft voedsel nodig om te kunnen functioneren. We staan er niet bij stil, maar als we iets gegeten hebben, gaat er een complex systeem aan de slag met het voedsel. Het enige dat wij merken, is dat we een voldaan gevoel hebben als we genoeg hebben gegeten. En natuurlijk: dat de afvalproducten als ontlasting het lichaam weer verlaten. Eten we te veel dan hebben we een opgeblazen gevoel. Eten we te weinig, dan hebben we een hongergevoel. Aandoeningen aan het maag-darmstelsel verstoren de opnamemogelijkheid van voedsel in het lichaam. Gevolgen hiervan kunnen zijn: ondervoeding, gewichtsverlies en anemie. Niet elke aandoening kan operatief worden verholpen. In dit onderwerp zijn de meest voorkomende aandoeningen aan het maag-darmstelsel die operatief worden verholpen, behandeld. Te beginnen bij de slokdarm, en via de maag, de gal en de lever naar de darmen. Het medische kader is beschreven, de onderzoeken en de behandeling kwamen aan de orde. Aan de hand van de specifieke problemen die de patiĂŤnt na een bepaalde operatie kan ondervinden, zijn de verpleegkundige interventies beschreven.

100

9006952544_bw.indd 100

Deel 2

27-03-12 13:42


Verwerkingsopdracht 1

Instructie geven aan een patiënt is niet eenvoudig. Waar de ene patiënt veel uitleg nodig heeft om iets te begrijpen, zal de andere patiënt zich snel een vaardigheid eigen maken.

Casus Johan Dijkhuijzen (58) is getrouwd met Annelies (44) en vader van twee kinderen (15 en 13 jaar). Johan werkt als groepsleerkracht op een school voor moeilijk opvoedbare kinderen. Drie jaar geleden is bij Johan de ziekte van Crohn ontdekt. Hij heeft het vrij snel geaccepteerd en met medicijnen en een dieet gaat het eigenlijk vrij goed. Soms heeft hij wat last van diarree, maar als hij dan weer beter op zijn dieet let, zijn de klachten weer verdwenen. Sinds een week of twee heeft Johan flinke buikpijn, koorts en diarree. De diarree houdt hem aan huis gekluisterd. Johan maakt een afspraak met de internist in het ziekenhuis. Hij kan gelukkig de volgende dag al komen. Na het onderzoeken meldt de internist dat er een operatie nodig is omdat de darmen erg zijn ontstoken. Hij is van plan een stuk van de dunne en een stuk van de dikke darm weg te nemen. Een stoma is volgens de internist zo goed als zeker niet nodig. De operatie staat gepland voor de volgende dag. Johan en Annelies bespreken de operatie met elkaar. Johan legt zich er snel bij neer: ‘Ik ben dan gelukkig eindelijk van mijn klachten af! En ik krijg geen stoma. Want dat vind ik verschrikkelijk, zo’n zakje op je buik. Ook al is het maar tijdelijk!’ Annelies beaamt ook dat ze zo’n zakje maar niks vindt. Jij hebt samen met een collega de zorg voor de kamer waar Johan na de operatie wordt verzorgd. Je krijgt een telefoontje van de uitslaapkamer dat je Johan kan komen halen. ‘O ja, er is toch een tijdelijke stoma aangelegd. De chirurg komt aan het einde van de middag nog wel even met meneer praten’, meldt de verpleegkundige aan de andere kant van de lijn.

Opdracht 1 Maak een plan van aanpak voor de verpleegkundige die Johan verpleegt. 2 Neem een standpunt in over het feit dat de chirurg, in tegenstelling tot wat hij vooraf aan de patiënt vertelde, een stoma heeft aangelegd. Onderbouw je standpunt met ethische, juridische, medische en/of verpleegkundige argumenten en discussieer hierover met elkaar.

Deel 2

9006952544_bw.indd 101

101

27-03-12 13:42


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De verpleegkundige inhet ziekenhuis deel 1 by ThiemeMeulenhoff - Issuu