Ontdek de wereld Waar draait het om bij De Geo?
Ontdek de wereld
Waar draait het om bij De Geo?
De Geo is een unieke lesmethode. Een lesmethode met de wereld als een enorme kans en uitdaging. Neem jouw leerlingen mee in de wereld. Laat ze zich verwonderen en ontdekken dat aardrijkskunde een bijzonder en relevant vak is. De Geo is met zorg en aandacht samengesteld. Lees waarom er bewust is gekozen voor een regionale insteek. Ontdek waarom er extra aandacht is besteed aan het beeldgebruik en hoe het Basisboek is opgebouwd. Wil je nog meer weten over De Geo? Kijk op www.degeo.nl voor meer informatie zoals inkijkexemplaren, de prijzen of het bestellen van een beoordelingspakket.
2
De Geo
LRN-line
Ontdek waar het om draait bij De Geo.
3
Ontdek de wereld
Waar draait het om bij De Geo?
Waar draait het om bij De Geo? Het vak aardrijkskunde draait om de volgende competenties: Een beeld opbouwen van de wereld
Inzicht krijgen in ruimtelijke vraagstukken
Leren hoe je de wereld bestudeert door het doen van onderzoek en het toepassen van vaardigheden
Voor De Geo zijn deze competenties het uitgangspunt voor de methode. Als docent aardrijkskunde wil je leerlingen opleiden tot wereldburgers en laten meepraten over zaken die dichtbij en veraf afspelen. Juist door de regionale insteek van De Geo leren leerlingen hoe de leefwereld van mensen in verschillende gebieden er uit ziet. Leerlingen bouwen op deze manier een beeld op van de wereld. Ook de andere competenties van het vak aardrijkskunde lenen zich goed voor een regionale aanpak.
4
De Geo
LRN-line
Een regio als uitgangspunt De Geo kiest bewust voor lesmateriaal met een regionale insteek: • In ieder hoofdstuk staat een regio centraal: de verschillende processen en begrippen komen aan bod in de context van één regio. • De stof sluit aan op de belevingswereld van leerlingen doordat ze de overeenkomsten en de verschillen met hun eigen leefwereld leren zien. Elk hoofdstuk gaat over een andere regio, zodat leerlingen • kennismaken met verschillende gebieden. Dit maakt het wereldbeeld van leerlingen completer. • Veel processen en patronen doen zich in meerdere gebieden voor. In dat geval zoomt De Geo in een paragraaf of in het onderdeel ‘Anders actief’ in op een andere regio. Leerlingen leren op deze manier eerder opgedane kennis toe te passen in andere gebieden en ontdekken welke relaties er tussen regio’s zijn.
Voorbeeld:
Gambia vergelijken met drie andere Afrikaanse landen Het ontwikkelingspeil van de landen in Afrika verschilt nogal. Bij Anders Actief wordt het land Gambia, dat in leerjaar 1 in hoofdstuk 3 centraal staat, vergeleken met drie andere landen. 48
3
Gambia: de smiling coast van Afrika
Anders actief
Het ene land is het andere niet!
49
Anders actief Het ene land is het andere niet! Het ontwikkelingspeil van de landen in Afrika verschilt nogal. Je vergelijkt Gambia met drie andere Afrikaanse landen.
BRON
9
Markt op het platteland in Madagaskar.
BRON
10 Leerlooierij in Marrakech (Marrakesh), Marokko.
1 VMBO-T/HAVO
BRON
8
Kaapstad, Zuid-Afrika.
Zuid-Afrika
Madagaskar
5
Marokko
Ontdek de wereld
Waar draait het om bij De Geo?
De regio’s en onderwerpen in de onderbouw VMBO-T/HAVO | HAVO | VWO Leerjaar 1
Leerjaar 2
Leerjaar 3
Iran: kaart en ligging
China: globalisering en water
Verenigde Staten: klimaat, landschap, migratie en aandacht voor Chicago
Aarde: natuurlandschappen op aarde met aandacht voor Amazonegebied, Australië, Noordpoolgebied en het Lötschental in Zwitserland
Europa: ontstaan landschappen Europa (met specifieke aandacht voor de Alpen), stroomgebied van de Rijn, rol van gletsjers en de Europese kusten
Nederland: inrichting in 2050
Gambia: landschappen en bevolkingskenmerken
Midden-Oosten: bevolkingskenmerken en water (met speciale aandacht voor Dubai en Turkije)
Chili: invloed natuurlijke omgeving op ingericht landschap
Japan: natuurrampen
Europa: EU, politieke en economische ontwikkeling en migratie (met speciale aandacht voor Berlijn en Duitsland)
Het Verenigd Koninkrijk: veranderingen in het land en binnen de Europese Unie
Indonesië: bevolkingskenmerken
Nigeria: landschap en bevolkingskenmerken; rijk en toch arm
India: land vol verschillen
Europa: klimaat en natuurlandschappen
Nederland: klimaatverandering en duurzaamheid
Je eigen omgeving: landschap
Je eigen omgeving: woningen en bewoners
Noord- en Zuid-Korea: verschillen in bevolkingskenmerken
Rusland en zijn buren: kenmerken, politieke situatie en milieuproblematiek
Brazilië: bevolkingskenmerken
De poolstreken: geologie, klimaat en bedreigingen
Aarde: een kwetsbare planeet
Project A
Eigen leefomgeving: eigen wijk ontwerpen
Europa
Sovjet-Unie: droogte en hongersnood
Project B
Frankrijk: Tour de France
Marokko: reisprogramma maken
Je eigen omgeving: op excursie
Project C
Nieuw-Zeeland: aardbevingen
Australië: behoud Great Barrier Reef
Je eigen omgeving: actie voor het klimaat
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
6
De Geo
LRN-line
VMBO-BK | KGT Leerjaar 1
Leerjaar 2
Australië: kaartgebruik
Nederland: economie met aandacht voor landbouw, industrie, diensten, verkeer en vervoer
Nederland: steden
Verenigde Staten: landbouw en voedsel
Afrika: landschappen
Europa: ontstaan landschappen Europa met specifieke aandacht voor de bergen, de rivier de Rijn, gletsjers en de Europese kusten.
India: verschillen in welvaart en welzijn
Europa: migratie van en naar Europa
Europa: landschappen
Nederland: invloed van het water
Frankrijk en Duitsland
China: bevolkingskenmerken
Azië: natuurrampen in Azië met de nadruk op Indonesië, Japan en Filipijnen.
Afrika: grondstoffen en energie
Turkije: landschappen, economie en toerisme met aandacht voor Istanbul
Zuid-Amerika
Project A
Eigen leefomgeving: de wijk van de school
Aarde: Voedselverdeling
Project B
Eigen regio: het weer
Eigen omgeving
Project C
Eigen keuze regio: Islam
In actie voor het milieu
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
7
Ontdek de wereld
Waar draait het om bij De Geo?
Regio’s in de bovenbouw In de bovenbouw werken je leerlingen toe naar het examen. De keuze van de regio’s ligt daarom in bepaalde gevallen vast: Brazilië (havo), Zuid-Amerika (vwo) en Wonen in Nederland (vwo). In het eindexamenprogramma gaat het daarnaast om een thematische benadering. Ook bij deze onderwerpen kiest De Geo zo veel mogelijk voor een regionale insteek. In een thematisch hoofdstuk is bijvoorbeeld een paragraaf toegevoegd waarin de leerlingen hun kennis kunnen toepassen in een of meerdere regio’s. In de opgaven van de Examentraining moeten leerlingen ook vaak de stof toepassen in een concrete regio of moeten ze regio’s vergelijken. Door deze verschillende voorbeelden krijgen de leerlingen een veelzijdig beeld van de wereld.
Voorbeeld:
Stroomgebied van de Colorado vergelijken met de Donau In het katern Systeem aarde (vwo) passen leerlingen de externe processen bij de vorming van het landschap in een paragraaf toe op het stroomgebied van de Colorado en het gebied van de Donau.
De Colorado en de Donau
49
2.4
50
2
Colorado van de Rocky Mountains in de V.S. (figuur 2.29). Na een traject van enkele honderden kilometers door de bergen stroomt de rivier naar het zuidwesten over de grote plateaus. In dit gebied heeft de rivier zich in het landschap ingesneden. De prachtige, diepe canyons die daardoor zijn ontstaan, liggen in steppen en woestijngebieden (figuur 2.30). Men heeft in vroeger eeuwen tevergeefs geprobeerd de Grand Canyon te onderzoeken. In 1869 lukte het majoor Powell als eerste de canyon met bootjes te doorkruisen. De eerste bewoners waren indianen, de Anasazi, die rond 1100 op de plateaus en in de canyons leefden. Nog zuidelijker stroomt de Colorado tussen de grote woestijnen de Sonora en de Mojave Desert door. Uiteindelijk mondt de rivier na ruim 2.300 km op Mexicaans grondgebied uit in de Golf van California. FIGUUR 2.30
De Colorado en de Donau
Tweeluik Op de foto’s zie je de snelstromende Colorado en de brede Donau. De een heeft zijn stroomgebied in NoordAmerika, de ander in Europa. Het grootste verschil tussen die twee gebieden ligt niet zozeer in de lengte, maar in de landschappen. De ene rivier stroomt in een aride zone, de andere in een gematigde zone. Colorado en Donau vormen samen een tweeluik in deze paragraaf, waarin je meer leest over de verschillen tussen deze rivieren.
Twee reisbeschrijvingen u De twee reisbeschrijvingen hierna vertellen van trektochten
over twee verschillende rivieren. De landschappen bij de twee rivierstelsels zijn totaal verschillend. Ook de oppervlakten van de stroomgebieden verschillen (figuur 2.29). Nadat je de reisverhalen hebt gelezen, kom je meer te weten over deze twee rivieren. De figuren maken het beeld compleet. ‘De wanden van de canyon komen dichter bij elkaar naarmate we verder lopen. We omzeilen nog een paar poelen en zien ons spiegelbeeld boven de spiegeling van de rode wanden achter ons. Dan horen we de waterval. Hij ziet eruit als een bloem, haast als een orchidee met zijn omlaaggerichte lip die wijst naar
de lichtende kolk aan de voet. Eenmaal weer in de boot krijgen we de verschillende aardlagen schitterend te zien. Terwijl we de rivier afzakken, komen ze geleidelijk aan boven water, als een feniks. Eerst zien we de nieuwe laag een stukje boven de waterspiegel en tien minuten later is hij al meer dan manshoog. Het is alsof er om ons heen een bergketen groeit. Het plateau is opgetild en de rivier heeft zich door deze gewelfde spekkoek heen gesneden als een meanderend mes.’ ‘Vanuit Duitsland stroomt de Donau de Oostenrijkse Wachauvallei in, een gebied dat een vruchtbare bodem vormt voor zowel wijn als vroomheid. De terrassen met wijnranken lopen langs hellingen omhoog, alsof ze de zegen vragen van de grote middeleeuwse kloosters op de heuvels bij Melk en Krems. De rivier voert langs ruïnes van kastelen en abrikozenboomgaarden die de oevers met witte bloesems tooien. Het landschap van Wachau is betoverend, maar geen andere plaats wordt zo sterk met de charme van de Donau geassocieerd als het nabijgelegen Wenen. Het contrast tussen de nostalgie van de “blauwe Donau” en de werkelijkheid is nergens groter dan in voormalig Joegoslavië dat door de NAVO werd gebombardeerd om een einde te maken aan de aanvallen op etnische Albanezen in de zuidelijke provincie Kosovo. In Novi Sad werden een olieraffinaderij en drie bruggen verwoest.’
Rivier
Grootte stroomgebied (× 1.000 km2)
Lengte (km)
Donau
817
2.850
6.430
639
2.352
1.206 (in droge jaren 570)
Colorado
FIGUUR 2.29
Volume/debiet (m3/sec)
Mondt uit in
Plaats en hoogte van oorsprong
Zwarte Zee
Breg (1.007 m) of Donaueschingen (690 m)
Golf van California
Rocky Mountains (2.750 m)
Donau en Colorado vergeleken.
SYSTEEM AARDE VWO
De Colorado en de Donau
51
2.4
Verzilting bij de Colorado
u De oorsprong van de Colorado ligt in het hooggebergte
2.4
Afbraak en vorming van landschappen
FIGUUR 2.31
Grand Canyon Miljoenen jaren geleden werden in ondiep water bij een kust honderdenmetersdikke zand-, kalk- en kleilagen gesedimenteerd. Door de druk van bovenliggende lagen veranderden de sedimenten in sedimentgesteenten. Over het ontstaan van de Grand Canyon bestaan verschillende theorieën. Maar zeker is dat het gebied zo’n 17 tot 5 miljoen jaar geleden honderden meters werd opgeheven. Zo werd het Colorado Plateau gevormd. De rivier heeft zich tijdens en na de opheffing ingesneden in het gesteente. De kloof die daar is gevormd, is 400 km lang, 6 tot 30 km breed en 1.200 tot 1.800 m diep. Onderaan snijdt deze rivier heel oud gesteente (onder andere graniet) uit het Precambrium aan. Daarboven liggen horizontale lagen zandsteen, kalksteen en schalies in afwisselend witte en rode kleuren. Verwering en erosie doen nog steeds hun werk. Kleine ravijnen waar soms water in stroomt, monden uit in de grote canyon. Tegenwoordig is dit gebied een nationaal park, dat elk jaar door 5 miljoen toeristen bewonderd wordt.
In de rivier de Colorado zijn grote dammen gebouwd. Die dammen houden het vruchtbare slib tegen dat vroeger in het vlakke gedeelte van de benedenloop, net over de Mexicaanse grens, en in zee werd afgezet. De Colorado voorziet 23 miljoen mensen van drinkwater en zorgt voor water voor de industrie. Met het water wordt ook 1.620.000 ha land bevloeid. De verzilting in dit gebied is erg groot. Jaarlijks bedraagt de schade $ 500 tot $ 750 miljoen in de V.S. en zo’n $ 100 miljoen in Mexico. Daarbij moet je denken aan schade aan gewassen (door het steeds zoutere water kunnen planten minder goed groeien), aan pijpleidingen en door ‘herstelmaatregelen’. De V.S. hebben met Mexico een verdrag afgesloten om de verzilting in beide landen te beperken. Zo moeten de V.S. bepaalde hoeveelheden water van goede kwaliteit aan Mexico leveren. Het grote probleem is dat de vraag naar water in de V.S. zo sterk groeit, dat er te weinig water dreigt over te blijven voor Mexico. Daar droogt de Colorado op.
Hoewel er geen echt grote steden aan de oevers van de Colorado liggen, ligt de benedenloop van de rivier wel in de buurt van zeer grote bevolkingsconcentraties. Las Vegas, Phoenix, de agglomeratie van Los Angeles en San Diego en de landbouwgebieden in Imperial Valley zijn in grote mate afhankelijk van het water van de Colorado. Met de bouw van de dammen heeft men nu de beschikking over hydro-elektriciteit, drinkwater en water voor de landbouw. Er wordt tegenwoordig zo veel water afgetapt via irrigatiekanalen en pijpleidingen, dat de monding van de rivier meestal droog staat. Dit gebied dat vroeger zoet water naar de zee leidde, is nu een verzilt estuarium met zoutmoerassen geworden. De rivier is ongeschikt voor de commerciële scheepvaart vanwege de stroomversnellingen, de hoge dammen en omdat er geen verbinding (meer) is met de zee. Bovendien liggen er geen belangrijke stedelijke en industriële gebieden langs de oevers. Toeristen gebruiken de Colorado wel om te raften, te kanoën en te varen op de grote meren achter de dammen.
In het bergklimaat van de Rocky Mountains voeden een paar kleine gletsjers en met name smeltende sneeuw in de lente en vroege zomer de vele wildstromende beekjes. Al dat water bereikt via de Colorado de laaggelegen woestijngebieden. In Utah is de breedte 60 tot 370 m en de diepte 1,8 tot 9 m. In California is de rivier 90 tot 610 m breed en 2,7 tot 40 m diep. Het teveel aan water zorgde in het begin van de twintigste eeuw in het voorjaar veelvuldig voor overstromingen in de benedenloop van de rivier. Daarbij kwamen mensen om het leven, en werden oogsten en huizen vernield. In de late zomer en vroege herfst kon het zo droog worden in het stroomgebied dat de rivier een armzalig stroompje werd. In deze droge tijd leverde het tekort aan water ook problemen op voor de gewassen. Om de wisselende waterstanden beter te reguleren, heeft men in de loop van de twintigste eeuw wel twintig dammen gebouwd (figuur 2.31).
FIGUUR 2.33
FIGUUR 2.35
FIGUUR 2.34
FIGUUR 2.32
SYSTEEM AARDE VWO
8
FIGUUR 2.36
SYSTEEM AARDE VWO
De Geo
LRN-line
Voorbeeld:
Migratie en toekomstperspectief In de Examentraining van hoofdstuk 3 van het katern Zuid-Amerika (vwo) staat een opdracht die gaat over migratieverschillen tussen Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië.
Examentraining
119
3
120
Examentraining
3
Zuid-Amerika: wereldspeler?
Gebruik bron 2 en 3 en de atlaskaart De wereld - Cultuur. Aziatische landen zijn vroeger gekoloniseerd door Frankrijk, Nederland, Groot-Brittannië en de V.S. Toch is de arbeidsmigratie niet gericht op de vroegere moederlanden. Dat ligt anders bij Zuid-Amerika. 2p 3 Verklaar dit verschil, waarbij je uitgaat van de culturele dimensie.
Opgave 1 Migratie en toekomstperspectief Bestudeer voor deze opgave de bronnen 1, 2 en 3 en gebruik de atlas.
Een grote economische crisis in de wereld kan de arbeidsmigratie sterk doen verminderen. Migranten zullen misschien terugkeren omdat er geen werk meer is.
Bekijk bron 1 en 2 en gebruik de atlaskaarten De wereld - Ontwikkelingskenmerken. 2p 1 Verklaar het negatieve migratiesaldo van Peru en de Filipijnen.
2p 4 Welk land in Zuid-Amerika zal dan de gevolgen het sterkst voelen? Licht toe met gegevens uit
Je antwoord moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.
een van de bronnen.
4p 2 Gebruik de twee atlasbladen met de thematische kaarten Zuidoost-Azië en de kaarten
Bron 3 Overschrijvingen door arbeidsmigranten naar en binnen Zuid-Amerika, 2010.
De wereld - Ontwikkelingskenmerken. Noteer van zowel Zuid-Amerika als Zuidoost-Azië de twee landen met het hoogste immigratiesaldo en geef daarvan per land de belangrijkste verklaring.
2.800
Bron 2 Buitenlandse migratie naar aantal en bestemming in Zuidoost-Azië, 2014. Regio/Land
x 1.000
2.600
Herkomst
Bestemming
immigranten
Zuidoost-Aziatische
(× 1.000)
immigratie emigratie
Myanmar (2.151)
V.S. (4.328)
Indonesië (1.216)
Thailand (3.579)
2.000
Zuidoost-Azië
Maleisië (1.050)
Maleisië (1.512)
1.800
1.200
Cambodja
Thailand (31)
V.S. (173)
1.000
Thailand (25)
Maleisië (6)
Nieuw-Zeeland (25)
V.K. (5)
Vietnam (37)
Thailand (750)
China (2)
Frankrijk (64)
China (63)
Maleisië (1.051)
Zuid-Korea (28)
Saudi-Arabië (380)
400
V.K. (27)
V.A.E. (321)
Laos
Vietnam (11)
Thailand (926)
Maleisië
Indonesië (1.051)
Singapore (1.045)
Bangladesh (352)
Australië (145)
Myanmar (248)
V.S. (65)
Myanmar
China (48)
Thailand (1.892)
India (37)
Maleisië (248)
Pakistan (4)
Bangladesh (198)
China (36)
V.S. (1.999)
V.S. (36)
Saudi-Arabië (1.029)
Japan (14)
V.A.E. (477)
Maleisië (1.045)
Maleisië (78)
China (381)
Australië (63)
Indonesië
200
China (3) y
ru
ua
10˚ Z.B.
O
19
ce
43
aa
n
Filipijnen
Singapore
Thailand
Vietnam
Indonesië (153)
V.K. (41) V.S. (268)
Laos (926)
Duitsland (71)
Cambodja (750)
Australië (57)
Libië (11)
V.S. (1.381)
Myanmar (10)
Australië (226)
China (9)
Canada (185)
Verenigd Koninkrijk
Steenbo184 kskeerkr ing
190
CHILI
ARGENTINIË
At
tis lan
c che O
eaan 30˚ Z.B
.
URUGUAY
V.S. (197)
Myanmar (1.892)
20˚ Z.B.
PARAGUAY 116
Thailand (2)
Pe
ia
bia
ug Ur
ay
liv
m
gu
Bo
ra
lo Co
r
ili Ch
Pa
la
do
ue
ua
ez
Ec
ië in
az
nt
Br
Ve n
Ar ge
ilië
0
BRAZILIË
BOLIVIA
India (26)
600
800
1.159
Japan 169
e
1.400
evenaar
PERU
ot
Japan (102)
1.600
497
48
ECUADOR
Gr
Brunei
N.B.
Spanje 3.898
emigranten (× 1.000)
2.200
2.400
Verenigde Staten 6.504 10˚
VENEZUELA
COLOMBIA
Bron 1 Immigratie en emigratie, Zuid-Amerika, 2010.
0
500
1.000 km
overschrijvingen in % van bbp minder dan 3 meer dan 3 onbekend
48
ZUID-AMERIKA VWO
overige belangrijke landen van herkomst Japan 1.366 40 Italië 692 ˚ Z.B. Canada 370 Verenigd Koninkrijk 262 Duitsland 255 Frankrijk 234 Zwitserland 191 Portugal 145 50 ˚ Z.B. Australië 129 Nederland 117 overschrijvingen x $ 1 miljoen 4.000 3.000 1.000 100
belangrijkste land van herkomst of bestemming (x $ 1 miljoen)
ZUID-AMERIKA VWO
9
10
Ontdek de wereld
Waar draait het om bij De Geo?
De regio’s en onderwerpen in de bovenbouw HAVO Regio
Daarnaast speciale aandacht voor subregio’s
Onderwerpen
Aarde
Java, Californië, tropisch regenwoudgebieden, Zuidkust VS, stroomgebied Mississippi.
Endogene krachten, exogene krachten, klimaat en landschapszones, natuurgeweld in de Verenigde Staten.
Brazilië
Amazone, Sahara, Zuid-Amerika, sloppenwijk Rocinha, BRICSlanden, Nederland, Amazone, Rio de Janeiro, Sao Paulo.
Geologie, landschappen, klimaten, stedelijke ontwikkeling, ontwikkeling platteland, bevolkingskenmerken, relatie met Zuid-Amerika, relatie met de rest van de wereld, actuele vraagstukken.
Nederland
Kustgebieden, stroomgebieden van de grote rivieren, IJssel, stedelijke gebieden, eigen leefomgeving.
Nederlands integraal waterbeleid; bescherming tegen overstromingen door de rivieren. Stedelijke ontwikkeling, en gevolgen, leefbaarheid en stedelijke kwaliteit van wijken en buurten in Nederland.
Mexico en de Verenigde Staten, India en Groot-Brittannië
Midden-Amerika, Kenia, Tilburg, Bangladesh,
Bevolkingskenmerken grensgebied Mexico en de VS, migratie in het grensgebied, ontwikkelingsniveau vergelijken van landen in de wereld, gevolgen van globalisering op economisch en cultureel gebied.
Europa, Nederland, Polen, Middellandse Zeegebied
Westland, Civita, Etna
Landbouwontwikkeling in Polen en Nederland en rol van de EU, toekomstscenario’s in de landbouw, natuurlijke en menselijke factoren in Middellandse Zeegebied, gevolgen van platentektoniek en bevolkingsdruk in Middellandse Zeegebied.
Systeem aarde
Brazilië
Wonen in Nederland
Arm en rijk
(Over)leven in Europa
10
De Geo
11
LRN-line
VWO Regio
Daarnaast speciale aandacht voor subregio’s
Onderwerpen
Aarde
Japan en IJsland, stroomgebied Colorado en Donau, Zuid-Scandinavië, Kenia, Middellandse Zeegebied
Endogene krachten, exogene krachten, klimaat en landschapszones, landschapen en gebruikers.
Zuid-Amerika
Brazilië, Amazonegebied, Sao Paulo en Cuenca, Bolivia, Peru, Suriname, Sahara, ASEAN, Sub-Sahara-Afrika
Geologie, bevolkingskenmerken, interne en externe relaties, fysische en sociale vraagstukken, etnische en sociale conflicten.
Nederland
Kustregio, Den Haag, stroomgebieden van de grote rivieren, Kampen, stedelijke gebieden, Groningen, Randstad, Amsterdam
Bescherming tegen overstromingen door stijgende zeespiegel en door de rivieren, leefbaarheid in stedelijke gebieden, Randstad in de toekomst.
Ethiopië, Midden-Oosten en Irak
Israël, stroomgebied Nijl, Sahel
Voedselvraagstuk, watervraagstuk, olieschaarste.
Wereld
Macroregio’s: Europa, Islamitische wereld, Sub-Sahara-Afrika, Oost-Azië, Zuidoost-Azië, India, Mexico, Zuid-Afrika, Bolivia, Niger, Filipijnen, Duitsland, Tsjechië, Egypte, Los Angeles, New York, Washington DC
Kenmerken van macroregio’s, ontstaan van het wereldsysteem van landen, globalisering, verschillen en overeenkomsten bij bevolkingskenmerken in Duitsland, Tsjechië en Egypte, globalisering in drie Amerikaanse wereldsteden.
Wereld
Oceanen, De Golfstroom, Woestijnaarde, Broeikasaarde, IJstijdaarde, Afrika, Nederland, Bangladesh, Europa, Nederland, eigen leefomgeving
Klimaten, vroegere klimaten, klimaatverandering en gevolgen, klimaatbeleid op mondiaal, Europees en nationaal niveau en wat kun je zelf doen.
Systeem aarde
ZuidAmerika
Wonen in Nederland
Arm en rijk
Globalisering
Klimaatvraagstukken
11
Ontdek de wereld
Waar draait het om bij De Geo?
Hoe werk je met het Basisboek? Bij het doen van onderzoek zullen leerlingen geografische vaardigheden moeten toepassen in verschillende regio’s. Zij zullen de transfer moeten maken van het ene gebied naar het andere. Om het voor leerlingen makkelijker te maken wat ze geleerd hebben ook toe te passen in een andere regio, biedt De Geo de algemene theorie ook op een thematische manier aan in het Basisboek.
3
Inhoud
Inhoud Hoe werk je met het Basisboek? 1 B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 B8 B9 B10 B11 B12 B13 B14 B15 B16 B17 B18 B19 B20 B21 B22 B23 B24 B25 B26 B27 B28 B29 B30 B31 B32 B33 B34 B35 B36 B37 B38 B39 B40 B41
2 B42 B43 B44 B45 B46
12
Vaardigheden
6
8
Wat is aardrijkskunde? Aardrijkskunde: gebieden Aardrijkskunde: verschijnselen Beschrijven en verklaren Natuurlijke en menselijke factoren Regio in beeld Absolute en relatieve ligging Gebiedskenmerken Bevolkingskenmerken Interne en externe relaties Vergelijkingen maken Algemeen en bijzonder Wisselen van schaalniveau Dimensies Verbanden leggen Kenmerken van kaarten Overzichtskaarten Generaliseren Thematische kaarten Hoogte en reliëf op kaarten Kaartvaardigheden Geografische breedte Geografische lengte Tijdzones Absolute en relatieve afstand Aardrijkskundige vragen Hoofdvraag en deelvragen Onderzoeksplan Waarderen Een buurtprofiel maken Woningkenmerken Bewonerskenmerken Kenmerken van de woonomgeving Bronnen Enquête Hoe gebruik je de atlas? Diagrammen (Lucht)foto’s en kaarten Remote sensing Kaarten en computers Werken met Google Earth
8 10 10 10 10 12 12 12 12 13 14 14 14 15 15 16 17 17 18 18 18 20 20 21 21 22 22 22 23 24 24 25 25 26 26 27 27 28 28 28 29
Weer en klimaat
30
Weer en klimaat Planeet aarde Seizoenen Samenstelling van de dampkring Stralingsbalans
30 32 32 33 33
B47 B48 B49 B50 B51 B52 B53 B54 B55 B56 B57 B58 B59 B60 B61 B62 B63 B64 B65 B66 B67 B68 B69 B70 B71 B72 B73 B74
3 B75 B76 B77 B78 B79 B80 B81 B82 B83 B84 B85 B86 B87 B88 B89 B90 B91 B92 B93 B94 B95 B96
Temperatuurfactoren Breedteligging en temperatuur Luchtstreken Isothermen Hoogtegordels Hoogteligging en temperatuur Temperatuur boven land en zee Aanlandige en aflandige winden Zeestromen Ligging van gebergten Neerslagfactoren Stuwingsregen Stijgingsregen Droogte Wind Hogedruk- en lagedrukgebieden Wet van Buys Ballot Grote windsystemen Moesson Orkaan Werking van een orkaan Tornado Weerbericht Weerkaart Koufront en warmtefront Klimaatdiagram Klimaatsysteem van Köppen Grenzen tussen de Köppenklimaten
34 34 35 35 36 36 38 38 38 39 40 41 41 41 42 42 42 43 44 44 45 45 46 46 46 47 49 49
Systeem aarde
50
Geofactoren Landschapszones Cultuur- en natuurlandschap Woestijn en steppe: te droog Poolstreken: te koud Tropisch regenwoud: onvruchtbaar Tropisch regenwoud Savanne Steppe Woestijn Loofbos Naaldbos (taiga) Toendra Landijs en zee-ijs Grondsoorten Bodems Bodemsoorten Waterkringloop Grondwater Rivieren Verval en verhang Debiet en regiem
50 52 52 52 53 53 54 54 55 55 56 56 57 57 58 58 59 60 60 60 61 61
De Geo
LRN-line
Opbouw van het Basisboek Het Basisboek biedt de theorie aan per thema. Deze thema’s zijn geordend in tien overzichtelijke hoofdstukken. Binnen deze hoofdstukken hebben alle verschillende onderdelen een eigen nummer: een Basisboeknummer. In deze Basisboeknummers is de theorie over een specifiek onderwerp op een beknopte manier opgenomen. Naast een overzichtelijke inhoudsopgave kunnen de leerlingen ook snel informatie opzoeken via het register.
Geografisch vaardig In het eerste hoofdstuk van het Basisboek komen de geografische werkwijzen en vaardigheden uitgebreid aan bod. De leerlingen kunnen dit er altijd weer even bij pakken als ze niet meer weten wat ze precies moeten doen bij een bepaalde vaardigheid. 8
1
9
Vaardigheden
B
B
1
Wat is aardrijkskunde?
u Samen met bijna 8 miljard andere mensen leef je op een unieke planeet: de aarde. Er is een grote variatie in de natuur: bergen, woestijnen, bossen, rivieren, oceanen, enzovoort. Ook zijn er veel verschillen in de cultuur van de mensen. Zo zijn er tientallen godsdiensten en honderden talen. Een voorbeeld van verschillen op aarde zie je op de foto’s. Figuur 1.1 laat de kurkdroge woestijn van Namibië zien. Je ziet hoge zandduinen waar toeristen tegenop klimmen. Er groeit bijna niets, alleen hier en daar wat grassen. Heel anders ziet het vochtige oerwoud in Thailand eruit (figuur 1.2). De toeristen zweven door een groen, dichtbegroeid bos met hoge bomen. Bij aardrijkskunde bestudeer je gebieden als Namibië en Thailand. Je vergelijkt ze ook met elkaar: wat zijn de verschillen en hoe zijn die verschillen te verklaren? Bijvoorbeeld: Waarom is Namibië droog en Thailand nat? Bij het bestuderen van de gebieden let je niet alleen op de natuur, maar bekijk je ook hoe de bewoners het gebied hebben ingericht. Op de foto’s van figuur 1.1 en 1.2 zie je vooral natuur, en maar weinig inrichting. Alleen de zipline door het bos is door mensen aangelegd. Een ander woord voor aardrijkskunde is geografie. Dit komt van de Griekse woorden geo (= aarde) en grafie (= beschrijven).
FIGUUR
1.2
Zweven door het oerwoud in Thailand.
FIGUUR
1.1
Kurkdroge woestijn in Namibië.
1.
Vaardigheden
Geen droge opsomming Het Basisboek is geen droge opsomming van begrippen. Alles wordt – net als in het leerboek – verduidelijkt met foto’s, schema’s, kaarten, blokdiagrammen en cirkeldiagrammen. Hierdoor krijgen leerlingen nog beter een beeld van de algemene begrippen.
13
1
Ontdek de wereld
Waar draait het om bij De Geo?
Basisboek in de onderbouw In de onderbouw voor havo, vwo en vmbo-t maken leerlingen bij diverse opdrachten in het werkboek gebruik van de theorie in het Basisboek. Bij deze opdrachten staat een concrete verwijzing naar een of meerdere Basisboeknummers. Via de opdracht in het werkboek starten de leerlingen met de specifieke regio in het leerboek, om vervolgens - op de momenten dat dit relevant is - gebruik te maken van de algemene theorie uit het Basisboek. Deze opbouw van de methode maakt het mogelijk meerdere keren te verwijzen naar dezelfde theorie. De leerlingen herhalen zo op een prettige manier de stof, waardoor ze het beter onthouden en toepassen.
Voorbeeld:
Gambia In het hoofdstuk over Gambia lezen de leerlingen onder meer over het klimaat van dit land. Vervolgens leren ze aan de hand van B72 Klimaatdiagram hoe een klimaatdiagram is opgebouwd. Dit is een algemene regel die ze vervolgens kunnen toepassen op andere gebieden.
40
3
§1
Gambia: de smiling coast van Afrika
§1 Gambia: een andere wereld
41
Gambia: een andere wereld
47
Weer en klimaat
§1 Gambia: een andere wereld 2
Gambia: de smiling coast van Afrika
B 71
B 72
a Teken aan de hand van de gegevens in W3 het klimaatdiagram van Banjul in W4. b Beschrijf de kenmerken van het klimaat.
Lees in je leerboek Ligging en bekijk figuur 3.
a De oppervlakte van Nederland is 41.500 km2 , die van Gambia 11.295 km2 . Hoeveel keer groter dan Gambia is Nederland ongeveer?
Gambia
B 70
Lees in je leerboek Klimaat en in het Basisboek B72 Klimaatdiagram.
Deelvraag Welke landschappen, klimaten en bevolkingsgroepen komen voor in Gambia?
1
B 69
1
buien
2
stortbuien
3
motregen
c In welke maanden zullen de meeste toeristen naar Gambia gaan? warme lucht
FIGUUR
2
Winkel in Serekunda.
Er zijn grote verschillen tussen Gambia en Nederland. In deze paragraaf maak je kennis met de bijzondere kenmerken van het leven in Gambia.
At la Oc ntisc ea he an
Serekunda
In de droge periode komt het voor dat er geen druppel regen valt. Soms waait er dan de harmattan, een droge stoffige wind uit het noordoosten. Deze wind neemt zand en stof uit de Sahara mee en kan voor veel ongemak zorgen (figuur 4 en 5).
SENEGAL
Gambia
Banjul
b Gebruik de atlas. Zet het cijfer en de letters van de topografie in de goede rondjes in W2. stad buurland water 1 Banjul A Senegal a Atlantische Oceaan B Mauritanië b Gambia C Mali D Guinee E Guinee-Bissau c Vul in de legenda van W2 de afstanden in langs de pijlen. d Zet in W2 de breedtegraden en de lengtegraden in de vakken. Schrijf erbij of het N.B. of Z.B. is en of het O.L. of W.L. is. W2
GAMBIA
Topografie van Gambia.
100 km
3
1
Temperatuur en neerslag in Banjul.
Temperatuur in °C
j
Neerslag in mm
27
f
28
m
28
48
a
28
106
28
267
27
474
j
26
657
a
25
643
j
27
26
FIGUUR 2.35
B 72
548
27
316
n
27
179
d
27
49
Gambia. W4 FIGUUR
Ligging
4
De harmattan.
800 ALGERIJE
u Gambia ligt in de tropen, aan de kust van West-Afrika. Het is het kleinste land van Afrika. Gambia is iets groter dan Gelderland en Noord-Brabant samen. Het land wordt aan drie kanten omsloten door Senegal. De rivier de Gambia – die van oost naar west stroomt – deelt het land in tweeën. Wie er voor het eerst komt, kijkt zijn ogen uit. Alles is er zo anders dan in Nederland, te beginnen met de natuur.
TSJAAD
MALI
GAMBIA
BURKINA FASO
GUINEE
IVOORKUST
A tla
droog seizoen. Het is er altijd warm en in de regentijd (van half juni tot half oktober) valt er veel neerslag. De regen valt dan meestal ’s nachts en ’s ochtends in de vorm van buien. Het leuke is: al raak je doorweekt, koud word je niet, want de temperatuur blijft hoog genoeg.
1 HAVO/VWO
KAMEROEN
ntis c h e O c e a a n
1.000 km
35
600
30
500
25
400
20
300
15
0
afstand I
10 5
100
200 km
LIBERIA
= ................................ km
II
j
f
m
= ................................ km
GABON
in kg per ha 0 1 - 20
FIGUUR
5
20 - 50
100 - 400
50 - 100
400 - 1.200
40
700
200
NIGERIA
SIERRA LEONE
ºC
II
SENEGAL
Klimaat u Gambia heeft een (sub)tropisch klimaat met een nat en een
I
NIGER
MAURITANIË
Klimaatdiagram van Banjul.
mm
Stofbedekking tijdens de harmattan.
1 HAVO/VWO
14
a
m
j
j
a
s
o
n
2
d maand
0
me
t
luch
koude lucht
3
KOUFRONT
14
m
o
SENEGAL
war
koude lucht W3
Maand
s
Kunta Kinteh Island
FIGUUR
d Verklaar je antwoord.
WARMTEFRONT
Koufront en warmtefront.
Klimaatdiagram
Een klimaatdiagram brengt de gemiddelde temperatuur en de neerslag van een plaats in beeld. In figuur 2.36 staat het klimaatdiagram van De Bilt waar het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) is gevestigd. In een klimaatdiagram staat de gemiddelde temperatuur van elke maand. Die bereken je door op alle dagen van de maand de temperatuur te meten. Weeronderzoekers meten 24 uur per dag, dus ook midden in de nacht. Als je die metingen gaat middelen, kun je het gemiddelde voor een hele maand uitrekenen. In een klimaatdiagram is dat gedaan met gegevens over een lange periode, meestal dertig jaar. De temperatuur in een klimaatdiagram is een gemiddelde van dag én nacht. In juli is dat bijvoorbeeld 17 °C. Overdag is het bijna altijd warmer dan ’s nachts. Als je van alle dagen de hoogste temperatuur meet, kun je de gemiddelde maximumtemperatuur voor de hele maand berekenen. Die is in juli bijna 22 °C. Op die manier kun je ook kijken naar de laagste temperaturen. Die liggen in juli zo’n acht graden lager. Dat is de gemiddelde minimumtemperatuur. In Nederland valt in een jaar gemiddeld bijna 850 mm (= 85 cm) neerslag. De ene maand is natter dan de andere. Dat kun je zien in het klimaatdiagram van De Bilt (figuur 2.36). Stel je voor dat alle neerslag die in een jaar valt, zou blijven liggen. Dan zou Nederland bedekt zijn met een laag water van 85 cm.
neerslag in millimeters (mm)
250
temperatuur in graden Celsius (°C)
De Bilt
mm
ºC
30
200
20
150
10
100
0 ––10
50 0
j
f m a m j
blauwe staafjes: neerslag per maand
FIGUUR 2.36
rode lijn: temperatuur per maand
j
a s o n d
––20
letters: afkortingen van de twaalf maanden
Het klimaatdiagram van De Bilt.
De Geo
LRN-line
Basisstof voor vmbo Bij vmbo-bk en vmbo-kgt gebruikt De Geo het Basisboek niet. De basisstof staat in het leerboek of in het werkboek bij de opdracht. Deze lesstof wordt regelmatig herhaald, want dezelfde theorie geldt in meerdere gebieden (in verschillende hoofdstukken).
Voorbeeld:
Hoogvlakte in India en Turkije Het begrip hoogvlakte is uitgebreid beschreven in het hoofdstuk over India. In het hoofdstuk over Turkije komt dit begrip (kort) aan bod. Willen leerlingen meer uitleg? Via het register in het leerboek kunnen ze terugvinden op welke pagina het begrip hoogvlakte uitgebreider beschreven staat.
56
4
§1
Verschillen in India
§1 Landschap en bevolking
India
u Gemiddeld wonen er in India ongeveer 450 mensen per
2
Ladakh, in het noorden van Jammu en Kashmir (Kasjmir).
India heeft 1,3 miljard inwoners. Waar en hoe leven al die mensen? En welke landschappen en klimaten komen er voor?
Landschap en klimaat u India is een groot Zuid-Aziatisch land met verschillende
landschappen en klimaten. In het noorden van India ligt het Himalayagebergte (figuur 2). Veel toppen in dit gebergte zijn meer dan 8.000 m hoog. Op deze hoogte is het ijzig koud. Hierdoor zijn deze
bergen altijd bedekt met sneeuw en ijs. Er zijn nog meer gebergten in India, zoals de West-Ghats en de Oost-Ghats. Die zijn niet hoger dan ongeveer 2.700 m. Vanuit de Himalaya stromen rivieren richting de zee, bijvoorbeeld de Indus en de Ganges. De Ganges is de langste rivier en voert heel veel water af. Ruim 1.000 km voor de kust wordt het gebied waar de Ganges stroomt, heel breed en vlak. Dit gebied heet de Gangesvlakte. Als de rivier overstroomt, blijven er kleideeltjes (slib/modder) achter. Hierdoor is de Gangesvlakte heel vruchtbaar. In het noordwesten van India ligt de Tharwoestijn (Thar), met een droog klimaat.
Himachal Pradesh
Punjab
Haryana
Chandigarh PAKISTAN
Uttarakhand
Delhi
Bhopal
Madhya Pradesh
Raipur Daman Silvassa
Odisha
Chhattisgarh
Maharashtra
Kerala
Thiruvanantapuram
FIGUUR
3
Go lf v an
Chennai Tamil Nadu
Puducherry
e Zee bisch
e Zee bisch
Bengaluru Kavaratti Lakshadweep
CHINA
NEPAL Itanagar Gangtok BHUTAN Lucknow Dispur Kohima Patna Shillong Imphal BANGLA-Agartala DESH Aizawl Bhopal Kolkata Ranchi
Daman Silvassa
n ale ng Be
100 - 250 Bengaluru
droog tropisch gematigd koud
SRI LANKA
Klimaatgebieden in India.
Bhubaneswar engalen an B lf v Go Hyderabad aantal inwoners per km² Amaravati minder dan 100
Panaji
4
250 - 500 500 - 1.000 1.000 - 2.000
Thiruvanantapuram
FIGUUR
Chennai Puducherry
Kavaratti
meer dan 2.000 SRI LANKA
Bevolkingsdichtheid in India.
FIGUUR
6
FIGUUR
2
Skiën bij Kayseri op de berg de Erciyas (Erciyes Da i).
Misschien ken je Turkije van een vakantie, of heb je er familie wonen. Wat weet jij al van Turkije?
Leven op het platteland van Uttar Pradesh. VAARDIGHEID
5
BULGARIJE
Zwarte Zee Istanbul Bursa
Natuurlandschappen en klimaat
Soorten diagrammen
1 VMBO-KGT
Pontisch Ge ber
Ankara
GEORGIË
Antalya
Ta u r u s
In de bovenbouw voor havo en vwo begint elk hoofdstuk met een instaptoets om de voorkennis van de leerlingen te toetsen en te activeren. Deze instaptoetsen zijn gebaseerd op de begrippen van het Basisboek. Zo halen leerlingen voorkennis op die ze nodig hebben. In de bovenbouw kunnen leerlingen daarnaast het Basisboek als naslagwerk gebruiken.
15
TURKIJE Diyarbakır
rgte be ge Adana
Midde ll a n d s e Z e e CYPRUS
SYRIË
IRAN
IRAK 200 km
hoogte in m lager dan 100
500 - 1.000
1.500 - 3.000
100 - 500
1.000 - 1.500
hoger dan 3.000
FIGUUR
3
Reliëf in Turkije.
Bevolking en landbouw u Turkije heeft in 2018 meer dan 82 miljoen inwoners, waar-
van ongeveer 75% in steden woont. Er wonen veel mensen in de kustgebieden; hier is de bevolkingsdichtheid hoog. Ook in en rond Ankara en in het vlakkere en wat lager gelegen gebied langs de grens met Syrië wonen meer mensen dan in het dunbevolkte binnenland. Dit komt onder andere doordat het binnenland en het oosten van Turkije meer reliëf hebben en een minder geschikt klimaat om te leven. Langs de Middellandse Zeekust verbouwen boeren onder andere katoen, olijven, wijndruiven en citrusvruchten, en je vindt er visserij (figuur 6). Zon, strand en zee maken deze kust ook aantrekkelijk voor toeristen. Op veel plekken is de kust volgebouwd met hotels en appartementencomplexen. Langs de Zwarte Zeekust zie je ook landbouw, vooral de verbouw van thee en tabak. Een deel van de kust is populair bij toeristen. Er is ook visserij op de Zwarte Zee.
1 VMBO-KGT
Basisboek in de bovenbouw
ARMENIË
gte
Anatolische hoogvlakte
Izmir
u Turkije is ongeveer 22 keer zo groot als Nederland. Het
ligt op de grens van twee werelddelen: Europa en Azië. Als je kijkt naar het natuurlandschap, kun je Turkije in vier gebieden verdelen: de Middellandse Zeekust, de Zwarte Zeekust, het berggebied in het oosten, en de hoogvlakte in het midden van het land (figuur 3). De breedteligging, het reliëf en de ligging ten opzichte van zee bepalen welke klimaten er voorkomen. Langs de Middellandse Zee liggen kustvlakten en een gebergte, het Taurusgebergte. Hier heerst het Middellandse Zeeklimaat met warme, droge zomers en zachte, vochtige winters. Langs de Zwarte Zeekust vind je ook kustvlakten en een gebergte, het Pontisch Gebergte. Het klimaat is er ’s zomers minder warm en minder zonnig dan aan de Middellandse Zeekust. Ook valt er het hele jaar neerslag, gemiddeld net zoveel als in Nederland (bijna 800 mm). Het gebied heeft daardoor een zeeklimaat. De Zwarte Zee is een binnenzee. Dat is een zee die via een nauwe zeestraat is verbonden met andere zeeën of oceanen. Het oosten van Turkije is een ruig berggebied. De zee heeft hier weinig invloed op het klimaat. Er komt zowel een landklimaat als een steppeklimaat voor. In het binnenland van Turkije ligt de Anatolische hoogvlakte. Hier vind je het steppeklimaat. Het is er droog, omdat het in de regenschaduw ligt van de bergen die tussen de zee en de hoogvlakte liggen.
Raipur
Ara
Ara
Karnataka
Andhra Pradesh
WestBengalen
Mumbai
Hyderabad Amaravati
Goa
Gandhinagar
Bhubaneswar
Telangana
Panaji
Shimla Dehra Dun
Turkije
Turkije
Delhi Jaipur
Uttar Pradesh
Gandhinagar
Mumbai
Arunachal Pradesh
Gangtok Itanagar Sikkim BHUTAN Dispur Assam Nagaland Kohima Patna Shillong Imphal Meghalaya Bihar Manipur BANGLA-Agartala Jharkhand DESH Aizawl Kolkata Tripura Mizoram Ranchi
NEPAL Lucknow
Jaipur
Gujarat
CHINA
Shimla Dehra Dun
Chandigarh
8
Winkelen in Bengaluru.
Srinagar
Kashmir
Rajasthan
5
Ongeveer een derde van de bevolking in India woont in steden (figuur 5). De bevolkingsdichtheid is daar vaak meer dan 10.000 inwoners per km2. In Mumbai wonen er wel 31.700 inwoners per km2. Ter vergelijking: in Amsterdam wonen ongeveer 4.900 inwoners per km2. Veel Indiase steden liggen aan de kust of bij een rivier. Hier vind je vlakke, vruchtbare gebieden, die makkelijk bereikbaar zijn over het water. New Delhi (bijna 19 miljoen inwoners) ligt bijvoorbeeld in de Gangesvlakte, en Mumbai (meer dan 22 miljoen inwoners) ligt aan de westkust. Veel inwoners van het platteland trekken naar de stad, op zoek naar een beter bestaan. Daardoor groeien de steden enorm. De groei van het aantal stadsbewoners noem je urbanisatie of verstedelijking. In de steden is veel werk te vinden in bijvoorbeeld de elektronica-, de auto- en de kledingindustrie, maar ook in de ICT.
500 km
500 km
Srinagar Jammu en
PAKISTAN
km2. Ter vergelijking: in Nederland zijn dat er 507 per km2. Maar er zijn grote verschillen in bevolkingsdichtheid binnen India (figuur 4). Twee derde van de bevolking woont buiten de steden op het platteland. Hier wonen minder dan 200 mensen per km2. Zij werken vooral in de landbouw (figuur 6). Ongeveer 70% van de boeren in India heeft maar een klein stukje grond. Dit komt doordat boeren volgens de wet hun grond onder hun kinderen moeten verdelen. Er zijn naar schatting ongeveer 100 miljoen boerengezinnen die niet van hun grond kunnen leven en daardoor in armoede leven. Zo’n 30% van de boeren heeft genoeg grond om van te leven en om voor de handel te produceren.
120
§1 Turkije in een notendop
FIGUUR
Bevolkingsdichtheid stad en platteland
FIGUUR
57
Landschap en bevolking
Het midden van India is een hoogvlakte, een vlak of zachtgolvend gebied dat op meer dan 500 m hoogte ligt. Het regent er niet veel, waardoor er een droog klimaat voorkomt met steppen. Langs de oost- en westkust van India liggen smalle kustvlakten. Langs de westelijke kust komt tropisch regenwoud voor. Het is er het hele jaar warm en er valt veel neerslag. Grote delen van India hebben droge winters en natte zomers. Dat komt door de moesson, een vochtige zeewind die in de zomermaanden vanaf de Indische Oceaan naar India waait.
20
Ontdek de wereld
Waar draait het om bij De Geo?
Beeldgebruik in De Geo In het aardrijkskundeonderwijs leiden beelden, als ze goed worden ingezet in het leerproces, tot een visualisatie van de leerstof. Dit verhoogt het leerrendement, omdat leerlingen een completer wereldbeeld kunnen opbouwen. Daarom besteedt De Geo extra aandacht aan hoe beelden zijn opgenomen in de lesstof.
Sprekende beelden In alle leerjaren begint elk hoofdstuk met een grote foto over het desbetreffende onderwerp. Ook de paragrafen openen met een foto. Het sprekende beeld en gerichte vragen hierover, vaak in combinatie met een video, helpt de nieuwsgierigheid van leerlingen aan te wakkeren. De foto’s vormen een belangrijke bron bij de opdrachten en hebben in De Geo nooit alleen een decoratieve functie. 54
4
Verschillen in India
Start
55
Start
4.
Verschillen in
India FIGUUR
1
Het holifeest: het lentefestival of festival van kleuren van hindoes in Uttar Pradesh.
16
1 VMBO-BK
De Geo
21
LRN-line
Voorbeeld:
Hydrospeeding op de Aletschgletsjer De openingsfoto van hoofdstuk 6 van leerjaar 1 van havo/vwo is een spectaculaire foto van hydrospeeding op een gletsjer. Het hoofdstuk gaat over het klimaat en de landschappen in Europa. Het beeld heeft het doel de nieuwsgierigheid te wekken van een leerling. Wat heeft deze activiteit te maken met het klimaat? De vragen in het werkboek gaan hier dieper op in. De leerlingen leren vervolgens dat je meer over het klimaat en klimaatverandering moet weten om na te kunnen gaan of hydrospeeding op gletsjers een goede ontwikkeling is. 86
6
Klimaat en natuurlandschap in Europa
Start
87
92
6
Klimaat en natuurlandschap in Europa
Start
6.
Start
Klimaat en natuurlandschap in Europa
Hoofdvraag Hoe verklaar je de klimaten en de oorspronkelijke natuurlijke begroeiing van Europa?
6. Klimaat
1
1
Luister naar het verhaal over figuur 1 in je leerboek.
Lees de hoofdvraag van dit hoofdstuk hierboven.
a Noteer de nummers en de titel van de kaartbladen die over het klimaat in Europa gaan.
4 b Noteer het nummer en de titel van de atlaskaart die over de (oorspronkelijke) plantengroei in Europa gaat.
2
Bekijk figuur 1 in je leerboek.
Over elke foto kun je meestal vijf vragen stellen. Bedenk vijf vragen over de foto van figuur 1 die beginnen met wat, waar, wie, wanneer en waarom. Wat
en natuurlandschap in Europa
FIGUUR
3
Waarom is hydrospeeden op de Aletschgletsjer pas sinds kort mogelijk?
Blader het hoofdstuk in je leerboek door.
Zoek foto’s die volgens jou het beste passen bij de volgende klimaatkenmerken. droogte
figuur / bron
koele zomers
figuur / bron
koude winters
figuur / bron
veel neerslag
figuur / bron
5
Luister naar het verhaal over figuur 1 in je leerboek.
a Bedenk twee redenen waarom Gilles Janin en Claude-Alain Gailland zijn gaan hydrospeeden.
Waar
Wie
Wanneer b Zou jij willen hydrospeeden? Leg uit waarom wel of niet. Waarom
Hydrospeeding op de Aletschgletsjer in Zwitserland.
1 HAVO/VWO
1 HAVO/VWO
Voorbeeld:
Vliegende tractoren In het katern (Over)leven in Europa (bovenbouw havo) laat de openingsfoto in het eerste hoofdstuk peperdure drones zien die akkers kunnen besproeien en bemesten. Dit roept de vraag op: waarom gebruiken boeren drones en laten ze het werk niet door mensen doen? Is het dan rendabel? Waar kunnen ze de drones nog meer voor inzetten? Een beeld als aanleiding om meer te leren over de verschillen in landbouwmogelijkheden in Europa. 8
Start
Landbouw in Europa
( OVER)LEVEN IN EUROPA HAVO SE
Vliegende tractoren Polen Nederland
Deze landbouwdrones kunnen akkers besproeien en bemesten, zonder dat de boer erbij hoeft te zijn. De drone is 2,5 bij 2,5 m groot, met daaronder een sproei-installatie van maximaal 150 kg. Verder telt de vliegende robot acht rotoren en vliegt hij op elektriciteit. Hij kan zelf zijn lading bijvullen en zijn eigen accu bij een basisstation opladen. Het enige wat de boer hoeft te doen, is vooraf de coördinaten invoeren zodat de robot weet hoe hij moet vliegen. Daarna gaat alles vanzelf, en zal de drone dag en nacht blijven vliegen tot zijn taak erop zit. De kosten? Zo’n € 60.000.
17
22
Ontdek de wereld
Waar draait het om bij De Geo?
Kaartvaardigheden Naast foto’s besteedt De Geo ook extra aandacht aan kaarten. De Geo vindt het belangrijk specifieke kaarten aan te reiken over de vele onderwerpen in het lesmateriaal. De Geo maakt heldere, overzichtelijke kaarten in een eigen stijl. De Geo bevat natuurkundige kaarten, overzichtskaarten en allerlei thematische kaarten. Ondanks deze verscheidenheid is het kaartbeeld altijd rustig en overzichtelijk met dezelfde achtergrondtinten en een duidelijke legenda. Dit bevordert het lezen, interpreteren en analyseren van de gegevens op de kaarten, zodat de leerlingen hun kaartvaardigheden op een goede manier kunnen oefenen.
Diagrammen en grafieken Tot slot gebruikt De Geo ook diagrammen, tabellen en grafieken om bepaalde verschijnselen te verduidelijken. Diagramman en grafieken die vaak voorkomen zijn lijngrafieken, cirkeldiagrammen en klimaatgrafieken. Het gebruik van blokdiagrammen komt vooral voor bij fysische geografische onderwerpen en bij de behandeling van de geologie van bepaalde gebieden.
Voorbeeld:
Regionale ongelijkheid in China Hoofdstuk 1 van het katern Globalisering (bovenbouw vwo) gaat onder meer over de regionale ongelijkheid in China. Figuur 1.41 in het studieboek laat de inkomens per hoofd van de bevolking zien in een percentage ten opzichte van het gemiddelde. Direct duidelijk is om welk gebied het gaat. Daarnaast is de kaart goed afleesbaar, ondanks de vele (maar liefst twaalf) categorieën. Het is ook gelijk duidelijk welke provincies onder of boven het gemiddelde zitten. Dit helpt leerlingen een goede kaartanalyse te maken. 0
500
1.000 km
MONGOLIË Ürümqi Beijing
CHINA Shanghai Chengdu Chongqing INDIA Guangzhou Hongkong inkomen per hoofd, in % boven het gemiddelde
onder het gemiddelde
minder dan 10
40 - 50
minder dan 10
10 - 20
50 - 100
10 - 20
20 - 30
meer dan 100
20 - 30
30 - 40
30 - 40 40 - 50
18
GLOBALISERING VWO
De Geo
Ontdek De Geo
LRN-line
23
Colofon
Waar draait het om bij De Geo? ISBN 978 1111 27909 7 Eenmalige uitgave, oktober 2020 ©ThiemeMeulenhoff, Amersfoort Alle rechten voorbehouden. Aan deze uitgave werkten mee drs. I.G. Hendriks, Jennifer Zoombelt, Brigitte Veltman en Gabrielle Putuhena Paleizen bezoeken in Esfahan, crossen in het woestijnzand van Yadz of naar superstad Teheran? De Geo neemt je mee op reis en zet je aan het werk. Ontdek De Geo LRN-line. Ga met je leerlingen op avontuur in fascinerende regio’s zoals Gambia, Brazilië of het indrukwekkende Iran.
Vormgeving Hollandse Werken | Marc Freriks, Zwolle
LRN-line: stel je ideale mix samen De Geo is te verkrijgen in LRN-line. Je bepaalt zelf hoe je wilt werken: volledig digitaal of een combinatie met boeken. Hiervoor betaal je een vaste prijs per leerling per jaar. Elke leerling krijgt toegang tot het volledige digitale lesmateriaal. Leerlingen hoeven de boeken niet in te leveren. Ideaal voor docenten in de digitale leeromgeving: continue inzicht in voortgang en resultaten.
Extra lesmateriaal op Thiemo Op zoek naar extra lesmateriaal voor je aardrijkskundeles? Bekijk dan docentenplatform Thiemo via thiemo.thiememeulenhoff.nl voor extra lesmateriaal.
Beeldverantwoording Omslagfoto: Shutterstock | Everett Collection – Apollo 11 earth view from space. Africa and the Middle East from more than 100,000 miles. July, 17, 1969. p. 2-3 p. 5, 15 p. 5 p. 8
Shutterstock | ViDI Studio Gambia | Alamy | Image Select Wassenaar Gambia Anders Actief | iStockphoto | Getty Images Londen Stefan Kiefer | Lineair, Arnhem [49] Getty Images | JTB Photo [50] iStock | magicflute002 [51] Earth Observatory | NASA [51] Henk v.d. Leeden | B en U, Diemen [rb51] Ed Kashi | VIIphoto, New York [ro51] p. 9, 15, 18 EMK Cartografie, Deventer p. 11 Omslagfoto Basisboek De Geo LRN-line | Tomas Griger| Picfair Londen |Lofoten, een eilandengroep in het noorden van Noorwegen p. 13 Oerwoud in Thailand - woestijn in Namibië | iStockphoto| Getty Images Londen p. 14 Getty Images | Paul Harris [56] Shutterstock | Grzegorz Czapski [57b] Alamy | Image Select | Purepix [57o] Getty Images | Moment [120] p. 16 Getty Images | Poras Chaudhary [54,55] p. 17 Aletschgletsjer | David Carlier|Caters News -Londen | Landbouw in Europa | Drone4Agro.com
19
978 1111 27909 7
Meer weten? Kijk op www.degeo.nl Heb je vragen of wil je een afspraak maken? Neem dan contact met ons op via (033) 448 3600.
www.degeo.nl