Skip to main content

De Geo bovenbouw vmbo 4e editie, thema Grenzen en Identiteit Werkboek

Page 1

Vmbo-kgt Werkboek

SE Arm en rijk Bronnen van energie Grenzen en identiteit

CE

Aardrijkskunde voor de bovenbouw vmbo

SE

Water Bevolking en ruimte Weer en klimaat

www.thiememeulenhoff.nl/degeo

DE GEO BVBW_WB OMSL KATERN_DEF.indd 1

01-11-17 10:51


Aardrijkskunde voor de bovenbouw vmbo

Werkboek

vmbo-kgt

Auteurs Katie Oost, ... Eindredactie Daphne Ariaens en ...

De Geo voor de bovenbouw vmbo wordt geschreven door een auteursteam.

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 1

04-11-17 19:36


2

Methodeoverzicht

Methodeoverzicht

Colofon

Colofon

SE Leerstof voor Schoolexamen 978 9006 00000 0 978 9006 00000 0 978 9006 23798 6 978 9006 23799 3

lesboek 3 vmbo-b(k) werkboek 3 vmbo-b(k) lesboek 3 vmbo-kgt werkboek 3 vmbo-kgt

Cartografisch tekenwerk en grafieken EMK, Deventer Fotoresearch Lineair, Arnhem

CE Leerstof voor Centraal examen 978 9006 00000 0 978 9006 00000 0 978 9006 00000 0 978 9006 00000 0

Vormgeving en opmaak HollandseWerken / Marc Freriks, Zwolle

lesboek 4 vmbo-b(k) werkboek 4 vmbo-b(k) lesboek 4 vmbo-kgt werkboek 4 vmbo-kgt

Bureauredactie Text & Support / Marjon Koolen, Beusichem Over de omslagfoto ...

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 23799 3 Vierde druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 2

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

04-11-17 19:36


3

Inhoud

Inhoud

SE

Thema en inhoud

Arm en rijk

Bronnen van energie

Grenzen en identiteit

1 1.1 1.2 1.3 1.4

Titel hoofdstuk Titel paragraaf Titel paragraaf Titel paragraaf Anders actief: Bronnen Anders actief: Pas toe Finish hoofdstuk Examentraining

00 00 00 00 00 00 00 00

4 4.1 4.2 4.3 4.4

Titel hoofdstuk Titel paragraaf Titel paragraaf Titel paragraaf Anders actief: Bronnen Anders actief: Pas toe Finish hoofdstuk Examentraining

00 00 00 00 00 00 00 00

7

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Titel hoofdstuk Titel paragraaf Titel paragraaf Titel paragraaf Anders actief: Bronnen Anders actief: Pas toe Finish hoofdstuk Examentraining

00 00 00 00 00 00 00 00

5 5.1 5.2 5.3 5.4

Titel hoofdstuk Titel paragraaf Titel paragraaf Titel paragraaf Anders actief: Bronnen Anders actief: Pas toe Finish hoofdstuk Examentraining

00 00 00 00 00 00 00 00

7.6

Titel hoofdstuk Titel paragraaf Titel paragraaf Titel paragraaf Anders actief: Bronnen Titel paragraaf Anders actief: Pas toe Finish hoofdstuk Examentraining

00 00 00 00 00 00 00 00 00

6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Titel hoofdstuk Titel paragraaf Titel paragraaf Titel paragraaf Anders actief: Bronnen Titel paragraaf Anders actief: Pas toe Finish hoofdstuk Examentraining

00 00 00 00 00 00 00 00 00

00 00 00 00

C.1 Titel van de Casus C.2 Titel van de Casus C.3 Titel van de Casus Examentraining

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

C.1 Titel van de Casus C.2 Titel van de Casus C.3 Titel van de Casus Examentraining Finish Arm en rijk

00

Finish Bronnen van energie

00 00 00 00 00

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

9 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5

Grenzen en identiteit in Nederland Verband tussen grenzen en identiteit Grenzen in Nederland Anders actief: Bronnen Contacten over de grens Ondanks grenzen toch samenleven Anders actief: Pas toe Finish Examentraining

4 6 8 10 12 14 16 18

De Europese Unie en Europa De Europese Unie Anders actief: Bronnen De toekomst van Noord-Ierland na de Brexit Uitdagingen aan de grens van de Europese Unie Anders actief: Pas toe Finish Examentraining

20

Grenzen en identiteit in Rusland Het bestuur van Rusland Anders actief: Bronnen Natuurlijke hulpbronnen in Rusland De Krim Anders actief: Pas toe Finish Examentraining

34

Casus: Het noordpoolgebied C.1 Minderheden in het noordpoolgebied C.2 Claims in het noordpoolgebied C.3 De toekomst van het noordpoolgebied Finish Examentraining

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 3

4

20 22 24 26 28 30 32

34 36 38 40 42 44 46 48 48 50 52 54 56

04-11-17 19:36


4

Grenzen en identiteit

7

Wat betekenen grenzen en identiteit in Nederland?

Verband tussen grenzen en identiteit

Deelvraag

1

Wat hebben grenzen en identiteit met elkaar te maken?

Bekijk de foto en de figuren van de paragraaf.

a Wat is een grens volgens jou? b Werk in tweetallen. Bekijk samen de eerste foto van de paragraaf, figuur 1 en figuur 2. Bespreek of je op de kaart en de foto’s een grens herkent, en hoe je deze grens herkent. c Veel mensen vinden het fijn om hun eigen gebied af te grenzen. Bijvoorbeeld met een hek. Vind jij dat zelf ook fijn? Licht je antwoord toe. d Noteer twee voorbeelden van grenzen in je eigen omgeving. 2

3

Het hek tussen de Verenigde Staten (links op de foto) en Mexico (rechts op de foto).

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 4

Lees Verschillende soorten grenzen en gebruik figuur 1.

a Bekijk figuur 1. Welke landgrens zie je hier? Is dit ook een natuurlijke grens? Licht je antwoord toe. b Bekijk W1. Welke van de volgende woorden passen bij de grens op de foto? Kies uit: kunstmatige grens – natuurlijke grens – harde grens – zachte grens. Licht je antwoord toe. c Wat is het kenmerk van de grens op de foto van W1? 4

Lees Verschillende soorten grenzen en gebruik figuur 2.

a Welk kenmerk hoort bij de volgende grenzen? - de sneeuwgrens - een provinciegrens b Welk woord kan weg? Kies uit: provinciegrens – gemeentegrens – boomgrens. Licht je antwoord toe. c Bekijk figuur 2. Noteer drie voorbeelden van grenzen die je ziet in figuur 2 en het kenmerk dat daarbij hoort. W1

Grenzen en identiteit in Nederland

Grenzen en identiteit in Nederland

Hoofdvraag

7.1

7

Lees Veranderende grenzen en gebruik de atlaskaarten Europa Staatkundig en Europa - Staatkundig, Europa in 1989.

a In Europa zijn grenzen veranderd. Geef een voorbeeld van een grens die tussen 1989 en nu is verdwenen en geef een voorbeeld van een grens die is ontstaan. b Is er in jouw eigen omgeving een grens veranderd? Zo ja, welke en waarom is dat gebeurd? 5

Lees Identiteit en gebruik vaardigheid 8 Waaraan herken je cultuur? en figuur 2.

a Welke taal, streektaal of dialect spreek jij? Is deze taal, streektaal of dit dialect een onderdeel van jouw identiteit? Licht je antwoord toe. b Bij welke groep met een eigen identiteit vind je dat jij hoort? Noteer drie culturele en twee sociaaleconomische kenmerken van jouw identiteit die jij belangrijk vindt. Licht je antwoord toe. Werk in een groepje van drie en laat je antwoord zien aan twee klasgenoten. Bespreek overeenkomsten en verschillen. Wat valt jullie op?

04-11-17 19:36


7.1

Herhaling

c Welke begrippen horen bij de volgende zinnen? - Niels is van Zundert naar Amsterdam verhuisd. Omdat hij voor Ajax is, heeft hij snel vrienden gemaakt in zijn klas. - Agon is pas uit Albanië in Nederland komen wonen. Omdat hij nog geen Nederlands spreekt, wordt hij niet uitgenodigd op feestjes van klasgenoten. 6

7 Hoe kun je nou zelf checken of je genoeg weet, zodat je de deelvraag kunt beantwoorden? In elke paragraaf staat bij Herhaling een nieuwe manier om dit te doen. Bekijk in ieder geval altijd eerst het overzicht Wat moet je kennen en kunnen? Hier volgen de eerste tips om te checken of je genoeg weet. - Schrijf voor alle begrippen de betekenis op, uit je hoofd. Controleer ze met de begrippenlijst achter in je lesboek. Lukt dit nog niet? Dan kun je met de begrippenlijst erbij de betekenis oefenen. Vraag een klasgenoot om dit samen te doen, overhoor elkaar. - Loop de leerdoelen in het overzicht hieronder een voor een na: kun je de antwoorden uit je hoofd geven? Als dat nog niet lukt, pak dan het lesboek en het werkboek erbij en schrijf de antwoorden op.

Lees Identiteit en gebruik de atlaskaarten Europa - Cultuur, Staatsvorming en nationalisme en Europa - Cultuur, Taalminderheden.

a In W2 staan bevolkingsgroepen die niet tevreden zijn met hun land. Kleur de gebieden waar deze bevolkingsgroepen wonen rood en schrijf de juiste naam van de bevolkingsgroepen bij die gebieden. b Welke bevolkingsgroep in het Verenigd Koninkrijk heeft net als de Catalanen een eigen taal, maar is wel tevreden met zijn land? c Leg uit waarom in het geval van de Catalanen makkelijker een conflict kan ontstaan dan bij de bevolkingsgroep uit vraag 6b. W2

Wat moet je kennen en kunnen? Je kunt antwoord geven op de deelvraag: Wat hebben grenzen en identiteit met elkaar te maken?

Regionalisme in Europa.

Begrippen annexeren, gesloten grens, grens, groepsidentiteit, harde grens, identiteit, inlijven, insluiten, kunstmatige grens, landgrens, natuurlijke grens, open grens, uitsluiten, zachte grens

n aa ce

ch e

O

gebied met sterke afscheidingsbeweging

Noorwegen

At la

nt is

5

Verband tussen grenzen en identiteit

Leerdoelen Kijk voor een overzicht van de leerdoelen bij Finish.

Zweden

ee

Noordzee

os tz

Denemarken

Ierland

O

Verenigd Koninkrijk

Vaardigheid • 8 Waaraan herken je cultuur?

Nederland België

Duitsland

Luxemburg

Frankrijk

Zwitserland

Tsjechië

Oostenrijk

Alle begrippen met definities vind je op bladzijde ... in je lesboek. Maak de samenvatting van deze paragraaf in eDition.

Slovenië Kroatië Portugal Spanje Italië

0

250

500 km

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 5

Middelland se Ze e

04-11-17 19:36


6

Grenzen en identiteit

7.2

Grenzen en identiteit in Nederland

Grenzen in Nederland

Deelvraag

1

7

Welke grenzen bestaan er in Nederland? W4

Bekijk figuur 3.

a Wat denk jij: is de foto van figuur 3 in Nederland genomen of niet? Waarom denk je dat? b In welke provincie woon jij? c Bekijk de website van jouw provincie en zoek op met welke onderwerpen deze provincie zich bezighoudt. Welke onderwerpen vind jij belangrijk en waarom vind je die belangrijk? 2

2

a

0

5

10 km

0

10 km

200

4 0

5 10 km

d

400 km

3

5 e 0 1 2 km

c

0

25

5

Sint Maarten Saba Sint Eustatius C ar i b is c he Z e e Aruba Curaçao Bonaire

W3

5

10 km

f 6 0 1 2 km

50 km

3

b c

1

zee

3

ord

6

No

l

d

12

4

f

h

g

Lees Nederland is soeverein.

2

a

De uitspraken in vraag 3a en 3b zijn fout. Herschrijf de uitspraken zó dat ze wel kloppen, zonder het woordje ‘niet’ te gebruiken. a Duitsers mogen op Nederlandse snelwegen zo hard rijden als ze willen. b Friesland is soeverein, omdat het een provincie is van Nederland.

5 8

4

e

7 j

i

0

Gebruik figuur 4 en de atlaskaarten Nederland - Provincies en Nederland Provincies, Caribisch Nederland.

a Maak een topografielijst van de provincies 1 t/m 12 en de provinciehoofdsteden a t/m l in W3. b Maak een topografielijst van de landen 1 t/m 3, de hoofdsteden a t/m c, de provincies 4 t/m 6 en de provinciehoofdsteden d t/m f in W4.

0

b

1

10 9

DUITSLAND 11

BELGIË

Lees Het territorium van Nederland.

a Vul de tabel van W5 verder in. b Er zijn landen die niet aan zee liggen. Is het volgens jou een voordeel of een nadeel om als land aan zee te liggen? Licht je antwoord toe. c Mag een Nederlandse visser op 20 km voor de Belgische kust zijn netten uitgooien? Licht je antwoord toe.

k

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 6

04-11-17 19:37


7.2

W5

De oppervlakte van het Nederlandse territorium aan water en land.

Oppervlakte

In km2

In procent (%)

totale oppervlakte

41.500

100

wateroppervlakte

18

7

Grenzen in Nederland

Vergelijk je ideeën daarna met die van een klasgenoot. Gebruik het Stappenplan eigen mening uit vaardigheid 9 om samen te bepalen welk idee jullie het beste vinden en waarom.

Herhaling

landoppervlakte

7 5

Lees Grenzen binnen Nederland: provincies en gemeenten en gebruik vaardigheid 4 Schaalniveaus.

a Bekijk figuur 5. Waarom protesteren deze mensen bij het provinciehuis tegen megastallen en doen ze dat niet bij de Tweede Kamer of bij hun gemeentehuis? b Nederland heeft besturen op verschillende schaalniveaus. Geef voor elk bestuur het juiste schaalniveau. - de Nederlandse regering - het bestuur van een provincie - het bestuur van een gemeente c Bij welk bestuur moet je protesteren als je het niet eens bent met: - het aanleggen van een N-weg door de polder bij Alphen aan de Rijn? - de verbouwing van een dorpskerk tot een muziekschool? - het plaatsen van een afvalverzamelpunt op het pleintje vlak voor jouw huis? - het verdubbelen van het spoor tussen Didam en Zevenaar? 6

Lees Grenzen binnen Nederland: provincies en gemeenten en gebruik figuur 6 en vaardigheid 9 Stappenplan eigen mening.

a Bekijk de website van jouw gemeente en zoek uit met welke onderwerpen de gemeente zich bezighoudt. Welke onderwerpen vind jij belangrijk en waarom vind je die belangrijk? b Hoe kun jij in jouw gemeente een burgerinitiatief indienen? Schrijf ook de voorwaarden hiervoor op, als die op de site staan. c In figuur 6 zie je een skatebaan die de gemeente Lelystad heeft aangelegd. Misschien wel omdat jongeren uit de gemeente hiervoor een burgerinitiatief hebben ingediend. Welke ideeën heb jij om in je gemeente dingen te veranderen? Noteer ten minste twee ideeën voor een burgerinitiatief.

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 7

Maak een woordweb (mindmap).

Neem een leeg vel A3-papier. Schrijf de deelvraag van de paragraaf in het midden. Schrijf de belangrijke begrippen rondom die deelvraag op. Geef verbanden aan tussen de begrippen met een lijn of pijl en schrijf erbij waarom en hoe de begrippen samenhangen. Extra tips: - Zoek op internet of in tijdschriften foto’s die passen bij begrippen uit de paragraaf en plak die in je woordweb. - Maak tekeningen van begrippen of van andere inhoud uit de paragraaf in je woordweb. - Vertel een klasgenoot over je woordweb: waarom ziet dit er zo uit, waar gaat het over, welke dingen hebben met elkaar te maken?

Wat moet je kennen en kunnen? Je kunt antwoord geven op de deelvraag: Welke grenzen bestaan er in Nederland? Begrippen bestuurlijke grens, bestuurlijke regio, soeverein, territoriale wateren, territorium Leerdoelen Kijk voor een overzicht van de leerdoelen bij Finish. Vaardigheden • 4 Schaalniveaus • 9 Stappenplan eigen mening Alle begrippen met definities vind je op bladzijde ... in je lesboek. Maak de samenvatting van deze paragraaf in eDition.

04-11-17 19:37


8

7

Grenzen en identiteit

7.3 Bronnen Deelvraag

1

Veel verschillende identiteiten

Hoe zit het met verschillende identiteiten in Nederland? 3

Gebruik vaardigheid 4 Schaalniveaus.

a Bekijk de tradities in W6. Geef in de tweede kolom van elke traditie aan of je denkt dat het een nationale, een regionale of een lokale traditie is. b Vul in de derde kolom in bij welke regio of plaats in Nederland elke tradities hoort. Je mag internet gebruiken. c Aan welke tradities doe jij weleens mee? Zet er een kruisje achter in de vierde kolom. 2

Lees Veel identiteiten en gebruik bron 1 en 5.

a Welke kenmerken van nationale identiteit herken je in de foto van bron 1? b In bron 5 noemt Máxima een paar kenmerken van de Nederlandse identiteit. Ze ziet daarin tegenstellingen. Zo zet zij ‘grote ramen met open gordijnen’ tegenover ‘hechten aan privacy’. Waarom zegt zij dit zo, denk je? c In bron 5 staat: Volgens haar denken de Nederlanders nog te veel in scheidslijnen. ‘Ook nieuwkomers doen dat: soort bij soort. Maar Nederland is geen Artis.’ Welk begrip uit paragraaf 7.1 past hierbij? d Schrijf ten minste drie kenmerken op die jij bij jouw nationale identiteit vindt passen. W6

Grenzen en identiteit in Nederland

Lees Veel identiteiten en gebruik bron 2 en de atlaskaart Nederland - Ontwikkeling, cultuur en politiek, Kerkelijke gezindte.

a Bekijk bron 2. In welke provincie ligt Alphen? b Carnaval is een traditie die te maken heeft met het katholieke geloof. Verklaar aan de hand van de atlaskaart waarom niet alleen in Limburg, maar ook in Brabant carnaval wordt gevierd. c Bekijk de foto’s op beeldenbank.laatzeelandzien.nl. Welk beeld krijg je van de Zeeuwse regionale identiteit als je kijkt naar de categorieën: - Eten en drinken? - Folklore en traditie? - Muziek en festivals? d Hoe zie je aan de foto’s op de website dat water, en leven met en op het water belangrijk is voor de Zeeuwen? 4

Lees nogmaals Veel identiteiten.

a Voel jij je verbonden met je eigen woonplaats en omgeving? Welke lokale identiteit past bij jou? b Welke twee figuren in het lesboek zijn voorbeelden van lokalisme? Leg voor elke figuur uit waarom je dat denkt.

Tradities in Nederland.

Traditie

Nationaal / Regionaal / Lokaal

Waar in Nederland?

Doe ik aan mee

beschuit met muisjes eten Bossche bollen eten drie keer kussen drop eten fierljeppen haring happen koffie drinken (met een koekje) Zeeuwse babbelaars eten spijkerpoepen stamppot eten

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 8

04-11-17 19:37


Anders actief

c Geef een voorbeeld van lokalisme in je eigen omgeving.

7.3

Herhaling 7

5

Gebruik vaardigheid 2 Onderzoeksplan en vaardigheid 8 Waaraan herken je cultuur?

Overleg met je docent(e) of je deze opdracht alleen doet of samen met een klasgenoot. Overleg ook met je docent(e) of en hoe je het product van deze opdracht moet inleveren.

9

Bronnen: Veel verschillende identiteiten

Speel het taboewoordenspel.

Je werkt in tweetallen. Van je docent(e) krijgt een van jullie de opdrachtenkaartjes. Op deze kaartjes staan begrippen in vet gedrukt, met daaronder drie woorden. Degene die de kaartjes krijgt, probeert het begrip uit te leggen, zonder de drie woorden te gebruiken die onder het begrip staan. De andere persoon moet het begrip raden.

Wat moet je kennen en kunnen? In deze opdracht onderzoek je jouw regionale identiteit. Hierbij gebruik je de vragen uit vaardigheid 2 Onderzoeksplan. Stap 1 Wat ga ik doen? - Vragen stellen Ik ga mijn regionale identiteit onderzoeken. Welke bronnen heb ik nodig? In ieder geval de figuren uit het lesboek en de website van mijn provincie, gemeente en de lokale VVV. Wat is mijn hoofdvraag? Schrijf je hoofdvraag op. Stap 2 Hoe ga ik het doen? - Plannen Ik besteed er maximaal een uur aan. Gebruik vaardigheid 8 Waaraan herken je cultuur?; hierin vind je de onderwerpen waarmee je je eigen regionale identiteit kunt beschrijven. Stap 3 Doen! - Informatie verzamelen en verwerken - Zoek een geschikte kaart, bijvoorbeeld in Google Maps. Teken daarin de grens van de regio waarmee jij je verbonden voelt. - Beschrijf bij de onderwerpen uit vaardigheid 8 Waaraan herken je cultuur? welke kenmerken voor jou gelden. Stap 4 Laten zien - Presenteren Ik mag zelf kiezen hoe ik mijn regionale identiteit wil presenteren (op papier, in een toneelstukje, in een gedicht, een raptekst, in een tekening of PowerPoint bijvoorbeeld). In ieder geval zit er ook een kaart bij met de grens van mijn eigen regio. Stap 5 Terugblik - Wat heb ik geleerd? Schrijf op wat je geleerd hebt. 6

Je kunt antwoord geven op de deelvraag: Hoe zit het met verschillende identiteiten in Nederland? Begrippen lokale identiteit, lokalisme, nationale identiteit, regionale identiteit, regionalisme Leerdoelen Kijk voor een overzicht van de leerdoelen bij Finish. Vaardigheden • 2 Onderzoeksplan • 4 Schaalniveaus • 8 Waaraan herken je cultuur? Alle begrippen met definities vind je op bladzijde ... in je lesboek. Maak de samenvatting van deze paragraaf in eDition.

Gebruik het product van opdracht 5.

a Vergelijk jouw product met dat van twee klasgenoten. b Beschrijf daarna samen (tweetal of groepje) een regionale groepsidentiteit. Noteer de belangrijkste kenmerken van jullie gezamenlijke groepsidentiteit.

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 9

04-11-17 19:37


10

Grenzen en identiteit

7.4

Hoe werken de contacten over de grens?

Bekijk de figuren.

Werk in tweetallen. Bekijk figuur 7, 8 en 11 in je lesboek. Bespreek wat deze figuren te maken hebben met de deelvraag van deze paragraaf. 2

Lees Voordelen van open grenzen en gebruik figuur 11.

a Hoeveel mensen die in Nederland wonen, werken in Duitsland? En hoeveel mensen die in Nederland wonen, werken in België? Tel de aantallen bij elkaar op. b Hoeveel mensen die in Duitsland wonen, werken in Nederland? En hoeveel mensen die in België wonen, werken in Nederland? Tel de aantallen bij elkaar op. c Wat is de oorzaak van deze grenspendel? d Denk jij dat deze grenspendel een voordeel of een nadeel is? Licht je antwoord toe. e Bedenk zelf nog een ander voordeel van open grenzen. 3

Zet de volgende cijfers op de juiste plaats in W7. Sommige cijfers gebruik je vaker. 1 Het grondwater passeert de landsgrens. 2 De stof nitraat uit kunstmest komt in het grondwater terecht en vervuilt het. 3 Boeren bemesten hun land met kunstmest, waarin de stof nitraat zit. 4 Het met nitraat vervuilde grondwater stroomt naar de rivier. 5 Het water in de rivier is vervuild met nitraat. c Hoe zou jij het probleem van de vervuiling van de rivieren met nitraat aanpakken, als jij Euregio Scheldemond was? d Bezoek de website van Euregio Scheldemond. Geef een voorbeeld van technologie die deze euregio wil stimuleren en licht toe waarom ze kiezen voor deze technologie. W7

Landbouwgebied op de grens in Euregio Scheldemond. BELGIË

Lees Nadelen van open grenzen en bekijk figuur 8.

a Waarom kunnen de volgende voorbeelden een nadeel zijn van open grenzen? - Je vader laat de buitenkant van jullie huis schilderen door een Poolse schilder. - In jouw stad worden op straat veel drugs verkocht aan mensen uit Frankrijk. - De drogist in jouw dorp of wijk verkoopt niet al het door hem bestelde vuurwerk. b Welk ander nadeel van open grenzen zie je in figuur 9? c Bedenk zelf nog een ander nadeel van open grenzen. 4

Grenzen en identiteit in Nederland

Contacten over de grens

Deelvraag

1

7

NEDERLAND

er

grondwat

stroomrichting

5

grens

Lees Euregio’s en gebruik de atlaskaart België en Luxemburg, Talen/Gewesten.

Lees Euregio’s.

a Kleur in W7 de Nederlandse akker lichtgroen en de Belgische donkergroen. b In Euregio Scheldemond wonen zowel Belgische als Nederlandse boeren. Voordat de euregio bestond, golden voor hen de Belgische of de Nederlandse regels voor het gebruiken van kunstmest. In W7 zie je het gevolg daarvan.

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 10

a In Euregio Maas-Rijn worden drie talen gesproken. Kleur de taalgebieden in W8 en de legenda. b Wat is het voordeel voor een bouwmarkt in Vaals als het personeel Nederlands, Frans en Duits spreekt? c Gebruik W9. Schrijf twee ideeën op voor hoe je oude industriegebieden een nieuwe functie kunt geven.

04-11-17 19:37


7.4

W8

Talen in Euregio Maas-Rijn.

6

Maastricht Aken Luik Eupen

Nederlands Duits Frans

Herhaling

landgrens

W9

Gebruik vaardigheid 3 Invalshoeken.

België, Duitsland en Nederland werken veel samen. Schrijf achter elke maatregel om welke invalshoek het gaat. Kies uit: economisch – sociaal – cultureel – politiek – natuur & milieu. - elkaars taal leren - grensoverschrijdend openbaar vervoer - elkaars diploma’s erkennen - gelijke regels voor de bescherming van watervogels - samen een EK voetbal organiseren - open grenzen voor goederen en handel - een grenspendelaar mag aan beide kanten van de grens naar de huisarts gaan

Hasselt

taalgrens

11

Contacten over de grens

0

10

20 km

Een nieuwe functie.

7

Maak een proefwerk.

Maak voor je klasgenoten proefwerkvragen en maak voor jezelf de antwoorden. Laat het proefwerk maken en kijk het samen na. Zo kom je erachter wat je nog niet helemaal weet of begrijpt. Dat kun je nog een keer herhalen.

Wat moet je kennen en kunnen? Je kunt antwoord geven op de deelvraag: Hoe werken de contacten over de grens? Begrippen euregio, grenspendel Leerdoelen Kijk voor een overzicht van de leerdoelen bij Finish. Vaardigheid • 3 Invalshoeken

Vroeger was er veel werk in de mijnbouw en de industrie, maar de mijnen en veel fabrieken zijn gesloten. De euregio probeert het gebied aantrekkelijk te maken voor wonen en werken door de oude industriegebieden een nieuwe functie te geven.

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 11

Alle begrippen met definities vind je op bladzijde ... in je lesboek. Maak de samenvatting van deze paragraaf in eDition.

04-11-17 19:37


12

Grenzen en identiteit

7.5

Hoe kunnen we ondanks grenzen toch samenleven?

Lees de introductie en bekijk de figuren.

d Hoe kan dit een afname van sociale samenhang tot gevolg hebben? Gebruik in je antwoord de begrippen betrokkenheid en participatie.

a Hoeveel mensen zitten er bij jou in de klas met een vader of moeder die: - niet in Nederland is geboren? - niet in jouw provincie is geboren? - niet in jouw gemeente is geboren? b Je werkt op school weleens samen met je klasgenoten. Hoe probeer jij ervoor te zorgen dat die samenwerking goed gaat? Schrijf twee voorbeelden op. c Welke dingen vind je ingewikkeld of lastig, als je moet samenwerken met klasgenoten? d Wat hebben de figuren 12, 15 en 16 met samenleven en grenzen te maken denk je? 2

W10

Lees Samen verschillen.

Lees Samen veranderen en gebruik figuur 13 en vaardigheid 6 Soorten diagrammen.

gereformeerd anders protestants islam Nederlands-hervormd rooms-katholiek 0

a Vul W10 aan met de gegevens in W11. Kleur het staafdiagram volgens de legenda. b Bekijk figuur 13 en W11. In 1900 ging de meerderheid van de volwassenen wekelijks naar de kerk. Hoe is dat in 2015? c Welk begrip past hierbij?

40

60

80

100 in %

2 tot 3 keer per maand

minder dan 1 keer per maand

minstens 1 keer per week

4

Lees Samen veranderen. Gebruik de atlaskaart Nederland Bevolking, Niet- Nederlanders.

a In welke twee provincies lijkt het risico op segregatie het grootst? Licht je antwoord toe. b Hoe kunnen de volgende verschillen tussen groepen mensen segregatie versterken? - verschil in inkomen - verschil in opleidingsniveau c Welk begrip past bij de verschillen in vraag 4b? Lees Samenleven en gebruik vaardigheid 7 Verbanden leggen en figuur 14.

a Bekijk W12. Wat is het verband tussen het oordeel van de buurtbewoners over de voorzieningen in hun buurt en de mate waarin een buurt stedelijk is? Hoe stedelijker de buurt is, hoe meer / minder positief mensen zijn over de voorzieningen in hun buurt.

Gegevens bezoek religieuze diensten naar religieuze gezindte, 2015. Zelden of nooit (%)

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 12

20

zelden of nooit

5

W11

Bezoek religieuze diensten naar religieuze gezindte, 2015.

1 keer per maand

a Zoek of maak een foto die je een goed voorbeeld vindt van pluriformiteit in je eigen woonplaats of regio. Print de foto en plak hem in je schrift. b Bedenk een bijschrift bij je foto. In het bijschrift leg je uit waarom deze foto een goed voorbeeld is van pluriformiteit. c Wat is volgens jou een voordeel van pluriformiteit? En een nadeel? 3

Grenzen en identiteit in Nederland

Ondanks grenzen toch samenleven

Deelvraag

1

7

Minder dan 1 keer per maand (%)

1 keer per maand (%)

2 tot 3 keer per maand (%)

Minstens 1 keer per week (%)

gereformeerd

26

5

4

10

55

islamitisch

53

10

5

4

28

rooms-katholiek

64

18

10

3

5

04-11-17 19:37


7.5

b Bekijk W13. Wat is het verband tussen het oordeel van buurtbewoners over de sociale samenhang in hun buurt en de mate waarin een gebied stedelijk is? Hoe stedelijker de buurt is, hoe meer / minder positief mensen zijn over de sociale samenhang in hun buurt. c Welke conclusie kun je uit vraag 5a en 5b trekken over het verband tussen het wonen in een stedelijk gebied en de leefbaarheid? Mensen die in een stedelijk gebied wonen, zijn meer / minder positief over de leefbaarheid in hun buurt dan mensen die in een niet-stedelijk gebied wonen. d Bekijk figuur 14. Klopt je conclusie uit vraag 5c met wat je ziet in figuur 14? Licht je antwoord toe. W12

Leefbaarheid: oordeel van buurtbewoners over voorzieningen in hun buurt, 2015.

Wegen, paden en pleintjes worden goed onderhouden Perken, plantsoenen en parken zijn goed onderhouden

6

Lees Samenleven.

a Bekijk de figuren 15 en 16 in je lesboek. Wat voor soort projecten om de leefbaarheid te vergroten zie je op deze foto’s? b Hoe tevreden ben jij over de leefbaarheid in jouw woonbuurt? Geef een cijfer van 0 tot 10. c Wat zou jij willen ondernemen in jouw woonbuurt om de leefbaarheid te vergroten en waarom? Schrijf twee ideeën op. d Denk jij dat jouw ideeën ook invloed hebben op de tolerantie in jouw woonbuurt? Licht je antwoord toe.

Herhaling 7

Leren met nieuws.

Zoek in een krant twee of drie berichten die gaan over samenleven, integratie, leefbaarheid en tolerantie. Lees deze berichten door. Onderstreep met groen alle woorden en zinnen die je herkent uit deze paragraaf. Geef met blauw aan wat je makkelijk vindt in de tekst, en met oranje wat je moeilijk vindt. Probeer in de paragraaf op te zoeken wat je niet begrijpt van de oranje teksten. Herhaal deze begrippen en verbanden uit de paragraaf nog een keer.

Er is overal genoeg verlichting Er zijn goede speelplekken voor kinderen Er zijn goede voorzieningen voor jongeren 0

10

20

30

40

50 60 70 80 % (helemaal) mee eens

niet stedelijk

sterk stedelijk

weinig stedelijk

zeer sterk stedelijk

matig stedelijk

W13

13

Ondanks grenzen toch samenleven

Leefbaarheid: oordeel van buurtbewoners over de sociale samenhang in hun buurt, 2015.

De mensen kennen elkaar nauwelijks De mensen gaan op een prettige manier met elkaar om

Wat moet je kennen en kunnen? Je kunt antwoord geven op de deelvraag: Hoe kunnen we ondanks grenzen toch samenleven? Begrippen betrokkenheid, integratie, leefbaarheid, ontkerkelijking, participatie, pluriformiteit, segregatie, sociale ongelijkheid, sociale samenhang, tolerantie Leerdoelen Kijk voor een overzicht van de leerdoelen bij Finish.

Ik woon in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen en dingen samendoen Ik voel me thuis bij de mensen die in de buurt wonen

Vaardigheden • 6 Soorten diagrammen • 7 Verbanden leggen

Ik heb veel contacten met de buurtbewoners Ik ben tevreden over de bevolkingssamenstelling in de buurt

0

10

20

30

40

50 60 70 80 % (helemaal) mee eens

niet stedelijk

sterk stedelijk

weinig stedelijk

zeer sterk stedelijk

Alle begrippen met definities vind je op bladzijde ... in je lesboek. Maak de samenvatting van deze paragraaf in eDition.

matig stedelijk

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 13

04-11-17 19:37


14

Grenzen en identiteit

7

Grenzen en identiteit in Nederland

7.6 Pas toe Deelvraag

1

Hoe samen leef jij?

Bekijk van paragraaf 7.6 alle figuren en alle W-nummers. Gebruik vaardigheid 6 Soorten diagrammen.

Je gaat een onderzoek doen naar de manier waarop jij samenleeft in je eigen omgeving en wat de grenzen zijn van jouw dorp of wijk. Daarbij gebruik je de begrippen uit dit hoofdstuk. Je laat zo zien dat je deze begrippen kunt toepassen in je eigen omgeving. Het voorbeeld van Mila laat zien hoe je dit kunt aanpakken. Zij laat je zien wat de grenzen zijn van haar wijk en wat zij ziet van en denkt over de leefbaarheid. Ook laat ze zien hoe zij met mensen in haar wijk samenleeft. a Wat heeft Mila allemaal aangegeven op de kaart van de wijk waar zij woont (figuur 18)? b Vul W19 en W20 in. c Noteer de volgende kenmerken van de wijk Genderbeemd: - Wat is het aantal inwoners? - Wat is het aantal koopwoningen en huurwoningen? - Wat is in de meerderheid: hoogbouw of laagbouw? - In welke periode zijn de huizen vooral gebouwd? - Wat is het percentage vrijstaande woningen? d Aan welke dingen ergert Mila zich in haar wijk? Welk begrip past daarbij? e Wat laat Mila zien over de manier waarop zij samenleeft met anderen in de wijk? f Zou jij bij Mila in de wijk willen wonen? Licht je antwoord toe. W17

Hier ergert Mila zich aan.

W18

Cijfers over Genderbeemd die Mila vond op de site van de gemeente Eindhoven, van 1 januari 2017.

Bevolking naar gender en leeftijd (aantal), 1 januari 2017. totaal aantal inwoners

3.659

- waarvan mannen

1.859

- waarvan vrouwen

1.800

- waarvan 0 - 5 jaar

209

- waarvan 5 - 20 jaar - waarvan 20 - 65 jaar - waarvan 65 jaar en ouder

573 2.201 676

Bevolking naar etniciteit* (aantal), 1 januari 2017. totaal aantal inwoners autochtoon

3.659 2.625

totaal westerse allochtoon

650

totaal niet-westerse allochtoon

384

- waarvan Turken

51

- waarvan Marokkanen

25

- waarvan Surinamers

40

- waarvan Antillianen en Arubanen

30

- waarvan overig niet-westers

238

* Dit is een ander woord voor groepsidentiteit, gebaseerd op herkomst. In deze tabel is een autochtoon een persoon van wie beide ouders in Nederland zijn geboren. Een allochtoon is een persoon van wie één of beide ouders in het buitenland zijn geboren. Zijn beide ouders in verschillende landen geboren, dan wordt het geboorteland van de moeder als leidend gezien. Tot de westerse allochtonen behoren die personen waarvan één of beide ouders zijn geboren in een van de landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië, of Indonesië of Japan. Tot de niet-westerse allochtonen behoren die personen waarvan één of beide ouders zijn geboren in een van de landen in Afrika, Latijns-Amerika of Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije. Aantal en soort woningen, 1 januari 2017. totaal aantal woningen - waarvan huur

539

- waarvan koop

1.099

- waarvan eengezinswoning

1.215

- waarvan flat, appartement of etagewoning

423

- waarvan vrijstaand

22

- bouwjaar voor 1945

2

- bouwjaar 1945 - 1970

0

- bouwjaar 1970 - 2000

1.574

- bouwjaar 2000 en later

DE GEO BVBW_WB BNWRK_DEF.indd 14

1.638

62

04-11-17 19:37


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De Geo bovenbouw vmbo 4e editie, thema Grenzen en Identiteit Werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu