
NT2 voor theoretisch geschoolde volwassenen
DEEL 2 | A1-A2
![]()

NT2 voor theoretisch geschoolde volwassenen
DEEL 2 | A1-A2
Code+ is ontwikkeld door het INTT van de Universiteit van Amsterdam en VU-NT2 van de Vrije Universiteit Amsterdam, in samenwerking met ThiemeMeulenhoff.
Auteurs
UvA-INTT: Karolien Kamma, Alice de Beer, Kas Hartman, Tineke Leenaars
VU-NT2: Thomas Stam
Auteurs online
UvA-INTT: Sarah Hettema, Fien Dekking, Monique Hummel, Liza Verzijl
Eindredactie
UvA-INTT: Karolien Kamma, Sarah Hetema
Aan vorige edities werkten mee
UvA-INTT: Karolien Kamma, Nicky Heijne, Marten Hidma.
VU-NT2: Anne Hammers, Titia Boers, Gerrie Gastelaars, Hinke van Kampen, Vita Olijhoek, Carola van der Voort.
Redactie
Martijn Baalman (MR-taal)
Omslagontwerp
Studio Kluif
Vormgeving en opmaak
Imago Mediabuilders
Klantenservice uitgeverij ThiemeMeulenhoff
033 - 448 3700
Over ThiemeMeulenhoff
ThiemeMeulenhoff is een educatieve uitgeverij die zich inzet voor het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs.
De mensen van ThiemeMeulenhoff zijn er voor onderwijsprofessionals – met ervaring, expertise en doeltreffende leermiddelen. Ontwikkeld in doorlopende samenwerking met de mensen in het onderwijs om samen het onderwijs nog beter te maken.
We ontwikkelen lesmethodes die goed te combineren zijn met andere leermiddelen, naar eigen inzicht aan te passen en bewezen effectief zijn. En natuurlijk worden al onze lesmethodes zo duurzaam mogelijk geproduceerd.
Zo bouwen we samen met de mensen in het onderwijs aan een mooie toekomst voor de volgende generatie.
Samen leren vernieuwen.
www.thiememeulenhoff.nl
Dit boek inclusief online leeromgeving wordt op twee manieren geleverd:
- boek plus voucher: ISBN 9789006315516 / Editie 2, druk 1, oplage 1, 2026 - boek plus licentie: ISBN 9789006315554 / Editie 2, druk 1, oplage 1, 2026
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2026
Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining, AI-training en vergelijkbare technologieën niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.
ClimatePartner certified product climate-id.com/YI43H3
CO2 measure reduce contribute
Uitleg van de symbolen 4
Instructiezinnen Nederlands-Engels 5
Thema 1 6 Dat is een koopje!
Thema 2 32 Wat kan ik voor u doen?
Thema 3 58 Lees eerst de bijsluiter
Thema 4 84 Samen sta je sterk!
Thema 5 110 Hoe gaat het met je studie?
Thema 6 140 Nu te zien!
Thema 7 168 En wat doe jij?
Thema 8 200 Het laatste nieuws
Antwoorden 225
Overzicht grammatica en spelling 243
Overzicht routines en cultuur 244
Onregelmatige werkwoorden 245
Alfabetische woordenlijst 248
Beeldverantwoording en bronvermelding 258
Deze opdracht maak je online. Je gaat naar een tekst luisteren, een video of een illustratie bekijken, oefenen met nieuwe woorden, met uitspraak, met grammatica en spelling of met routines. Scan de QR-code voor de online leeromgeving.

Bij sommige opdrachten hoort een werkblad. De werkbladen krijg je van je docent. Je kunt ze ook downloaden bij Bronnen in de online omgeving.
Deze opdracht doe je met andere cursisten samen.
Dit is een luisteropdracht. Je luistert naar een tekst en beantwoordt de vragen.
Dit is een kijk- en luisteropdracht. Je kijkt en luistert naar een video en beantwoordt de vragen.
Dit is een leesopdracht. Je leest een tekst en beantwoordt de vragen.
Dit is een schrijfopdracht.
Dit is een spreekopdracht. Je voert en gesprek met een of meerdere cursisten.
Dit is een spreekopdracht. Je vertelt iets aan een andere cursist of aan de hele groep.
In deze opdracht oefen je met de uitspraak.
instructie
Beantwoord de vragen.
Bespreek de vragen / de antwoorden.
Bespreek hoe de opdracht ging.
vertaling
Answer the questions.
Discuss the questions / the answers.
How did the exercise go?
Controleer samen de antwoorden / de informatie. Check the answers / the information together.
Dit thema gaat over …
Doe de opdracht(en).
This chapter is about …
Do the exercise(s).
Gebruik … (de woordenlijst / het woordenboek). Use … (the word list / the dictionary)
Gebruik het woordenboek zo min mogelijk.
Use the dictionary as little as possible. Geef … aan je docent.
Geef antwoord.
In dit thema oefen je met …
Kies opdracht a of b.
Kijk naar … (de illustraties / foto’s).
Kruis aan.
Lees … (de tekst / de vragen).
Lees lekker door.
Lees samen het gesprek hardop.
Luister en lees mee.
Loop rond.
Oefen online met de uitspraak.
Give … to your teacher.
Answer the questions.
In this chapter, you practice with …
Choose exercise a or b.
Look at … (the illustrations / the pictures).
Tick the correct box.
Read … (the text / the questions).
Keep on reading.
Read the conversation aloud. Work together.
Listen and read.
Walk around.
Practice your pronunciation online. Overleg met elkaar.
Praat over …
Discuss the following.
Talk about …
Reflecteer online op de buitenschoolse opdracht. Reflect online on the extracurricular assignment.
Schrijf (de antwoorden / de informatie) op.
Schrijf een e‐mail / een berichtje / een brief.
Schrijf terug.
Stel elkaar om de beurt een vraag.
Stel (elkaar) vragen.
Stel vragen en geef antwoord.
Write down … (the answers / the information).
Write an e‐mail / a message / a letter.
Write a reply.
Take turns asking each other a question.
Ask (each other) questions.
Ask questions and answer.
Vergelijk je antwoorden met andere cursisten. Compare your answers with other students.
Voer een gesprek.
Vraag informatie over …
Have a conversation.
Request / ask information about … Vul (de woorden / de goede letter) in.
Wat hoor je?
Wat hoort bij elkaar?
Wat zie je … (op de foto)?
Welke woorden ken je bij … ?
Werk in tweetallen / drietallen / viertallen.
Wie horen bij elkaar?
Wie hoort bij…?
Wissel van rol.
Fill in (words / the correct letter).
What do you hear?
What belongs together?
What do you see … (in the photo)?
Which words do you know related to …?
Work in pairs / in groups of 3 / in groups of 4
Who belong together?
Who belongs to …?
Change roles.
Zet de zinnen in de goede volgorde. Put the sentences in the correct order.
Dit thema gaat over kopen en verkopen.

In dit thema oefen je met:
• een gesprek voeren tijdens het taak 1 afrekenen in een winkel.
• advertenties lezen en begrijpen. taak 2
• een gesprek voeren over apparaten taak 3 in een winkel.
• overleggen over boodschappen doen taak 4 voor een feestje.
1 Wat zie je op de openingsfoto van dit thema?
2 Welke woorden ken je bij het thema kopen en verkopen?
3 Beantwoord de vraag. Vul in. Wat verkopen ze bij de supermarkt, de boekwinkel en de kledingwinkel?



de supermarkt: de boekwinkel: de kledingwinkel:

Voorbereiden
1 Wat hoort bij elkaar? Kruis aan.



1 € 7,45? Dat heb ik precies gepast.
2 Heeft u terug van € 50?
3 Kun je niet met je telefoon betalen?
2 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 1 ➔ Voorbereiden – luisteren. Gebruik de woordenlijst aan het eind van dit thema.
3.1
3.1 Lees de routines. Gebruik de woordenlijst aan het eind van dit thema. kopen verkopen
> Wat kost(en) …?
< Die kost(en) € 2,40.
> Ik wil graag afrekenen / betalen. < Dat is dan € 57,85.
< € 3,95 alstublieft
< Heeft u een klantenkaart?
< Spaart u zegels?
> Kan ik pinnen?
> Nee sorry, ik heb geen contant geld. / Ja hoor, alstublieft.
> Ik betaal contant
< Dat kan, gaat uw gang / ga je gang
< Sorry, de pinautomaat doet het niet.
Heeft u ook contant?
< Heeft u het misschien gepast?
< Heeft u misschien 50 cent?
> Ja, ik heb genoeg kleingeld. Alstublieft. < Dankuwel.
> Heeft u terug van € 50?
Let op:
< Nee, sorry. Heeft u het ook kleiner?
< Dat lukt wel. Ik heb genoeg kleingeld
€ 2,40 ➔ Uitspraak: twee veertig; twee euro veertig; twee euro en veertig cent.
3.2 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 1 ➔ Voorbereiden – routines.
3.2
4 Lees de grammaticakaders Het imperfectum (regelmatig) en Het imperfectum (onregelmatig) aan het eind van dit thema.
5 Lees de tekst. Gebruik de woordenlijst aan het eind van dit thema.
In Nederland betalen mensen bijna overal digitaal. Dat vinden ze makkelijk. In de supermarkt, winkels, restaurants en het openbaar vervoer gebruiken mensen een pinpas of hun telefoon. Het aantal pinbetalingen in Nederland groeit elk jaar. Bij een klein bedrag hoef je bij contactloos betalen meestal geen pincode in te toetsen
Veel mensen gebruiken ook online bankieren. Je kunt via een app of website van de bank een betaling doen. Ook kun je zien hoeveel geld je nog hebt. Wil je toch contant geld? Dan kun je naar een geldautomaat gaan. Je doet je pas in het apparaat en kiest een bedrag.
Contant betalen gebeurt niet zo vaak meer, maar op sommige plaatsen betalen mensen nog wel contant. Bijvoorbeeld op de markt, in een kleine, tweedehands winkel of in een klein café. Ook betaal je soms contant als je op het terras een fooi geeft. Jongere mensen betalen bijna altijd digitaal. Oudere mensen betalen vaker contant, omdat ze dat fijner vinden.
6 Bespreek de vragen. Ze horen bij het cultuurkader Betalen in Nederland.
– Hoe betaal je meestal in de supermarkt? En in een kledingwinkel, restaurant of kantine?
– Wil je een bon in de supermarkt of andere winkel?
– Gebruik je nog andere betaalmethodes dan deze in de tekst?
– Heb je nu contant geld bij je?
– Ga je vaak naar een geldautomaat?
– Hoe betalen mensen in je land van herkomst meestal?
7 Voer zes gesprekken in een winkel. Werk in tweetallen. Eén cursist is verkoper, de ander is klant. De klant wil afrekenen. Gebruik de routines uit deze taak.
8 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 1 ➔ Afronden – woorden.
9 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 1 ➔ Afronden – grammatica
Het imperfectum (regelmatig).
10 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 1 ➔ Afronden – grammatica
Het imperfectum (onregelmatig).
11 Beantwoord samen de vragen.
Je vergelijkt ‘kopen nu’ (in Nederland) en ‘kopen vroeger’ (in je land van herkomst).
Beantwoord de vragen over nu (in Nederland) in het presens.
Beantwoord de vragen over vroeger (in je land van herkomst) in het imperfectum.
nu – presens vroeger – imperfectum
1 Doe je zelf je boodschappen? Wie deed de boodschappen meestal? Jij of iemand anders?
2 Waar koop je meestal groente en fruit? Waar kocht je meestal groente en fruit?
3 Ga je weleens naar de markt?
4 Wat vind je duur in Nederland?
5 Hoe betaal je meestal?
Ging je weleens naar de markt?
Wat vond je duur in je land van herkomst?
Hoe betaalde je meestal?
6 Waar koop je meestal kleding? Waar kocht je meestal kleding?
7 Wat is je favoriete kledingwinkel? Wat was je favoriete kledingwinkel?
8 Wil je meestal de bon? Wilde je meestal de bon?
9 Winkel je op zaterdag of op een andere dag? Op welke dag winkelde je graag?
10 Heb je een klantenkaart? Gebruikte je deze kaarten ook in je land van herkomst?

Voorbereiden
1 Wat hoort bij elkaar? Vul de goede letter in. Wat is te koop?






1
Vintage kastje – in goede staat
Leuk oud houten kastje. Jaren ’60 stijl.
Met één deurtje.
Ziet er nog netjes uit.
Leuk als nachtkastje of klein tafeltje in de woonkamer.
Prijs: € 35
Ophalen in Utrecht. barbara.halla@hotmail.com
2
Magnetron – zo goed als nieuw
Zilvergrijze magnetron van Samsa, zo goed als nieuw
Werkt perfect en is bijna niet gebruikt.
20 liter. Makkelijk in gebruik.
Prijs: n.o.t.k.
Ophalen in Amsterdam.
06 06901234
3
Prachtige trouwjurk – maat 38
Witte trouwjurk, maat 38.
De jurk is lang.
Eén keer gedragen, heel netjes.
Vraagprijs: € 250 of tegen elk aannemelijk bod.
Verzenden kan, verzendkosten voor koper.
06 08889012
5
Gitaar te koop
Koopje! Akoestische gitaar, prachtig warm geluid.
Ik heb er slechts één jaar op gespeeld.
Bieden vanaf €100.
Ophalen in Breda.
06 04995678
4
Citroën 2CV – in redelijke staat
Klassieke 2CV uit 1985.
Rijdt goed, dak kan open.
Bieden vanaf € 5.000.
Graag een berichtje bij serieuze interesse. kareloudlondon@gmail.com
6
Lichtbruine bank – Moet weg!
Comfortabele 3-zitsbank.
Gebruikt, maar nog netjes.
Past in elke woonkamer!
Doe een goed bod en hij is van jou!
Ophalen in Deventer.
Pietplezier62@live.nl
2 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 2 ➔ Voorbereiden – luisteren. Gebruik de woordenlijst aan het eind van dit thema.
3.1 Lees de routines. Gebruik de woordenlijst aan het eind van dit thema.
staat (conditie) zo goed als nieuw (z.g.a.n.) in goede staat in redelijke staat (veel) gebruikt
prijs slechts vijftig euro / maar twintig euro (Dat is een) koopje!
Dat vind ik een goede prijs. vraagprijs € 250,tegen iedere prijs / tegen elk aannemelijk bod (t.e.a.b.)
Bieden vanaf … .
Doe een goed bod. (prijs) nader overeen te komen (n.o.t.k.)
Moet weg!
overig ophalen of verzenden
3.2 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 2 ➔ Voorbereiden – routines.
3.1 3.2
4 Lees de tekst. Gebruik de woordenlijst aan het eind van dit thema.
In Nederland hebben veel dingen een vaste prijs. Dat betekent dat je niet kunt praten met de verkoper over een lagere prijs (= afdingen). De prijs is duidelijk, en je betaalt wat erop staat of wat de verkoper vraagt. Dit is zo in veel winkels en op de markt, bijvoorbeeld bij fruit, groente of kleding. Onderhandelen (of afdingen) is daar niet normaal.
Dit is niet zo bij spullen die niet nieuw zijn: tweedehands spullen. Op websites zoals Marktplaats, Vinted of eBay vind je veel tweedehands spullen. Daar is onderhandelen wél normaal. Je kunt een bod doen: je zegt hoeveel je wilt betalen. De verkoper kan dan ja of nee zeggen, of een ander bedrag noemen.
Ook bij dure spullen die je nieuw koopt, zoals een wasmachine of auto, kun je soms onderhandelen. Dat kan vooral als je twee dingen tegelijk koopt. Je koopt bijvoorbeeld een koelkast en een wasmachine en je zegt: “Kunt u iets aan de prijs doen, als ik ze allebei neem?”
5 Bespreek de vragen. Ze horen bij het cultuurkader Vaste prijzen of niet?
– Welke producten hebben een vaste prijs in je land van herkomst? (denk aan: eten en drinken, kleding, meubels, auto’s etc.)
– Kun je afdingen in je land van herkomst?
– Ben je goed in onderhandelen / afdingen?
– Probeer je in Nederland ook te onderhandelen over de prijs? Welke producten?
– Koop je weleens tweedehands producten? Welke producten? Waar koop je ze?
– Onderhandel je over de prijs van tweedehands producten? Gaat dat goed?
– Onderhandel je over de prijs van tweedehands producten in je land van herkomst?
6 Lees de vragen en de advertenties. Gebruik de woordenlijst aan het eind van dit thema. Beantwoord de vragen.
1 Je wilt voor jezelf een fiets kopen. Je wilt niet meer dan € 170 betalen. Hij moet heel goed zijn. Welke kies je? Waarom? Er kunnen meer antwoorden goed zijn.
1
2
Elektrische fiets
Merk: Batavus.
In prima staat. Nieuwe batterij
Vraagprijs: € 650.
06 00868432
3
Racefiets
24 versnellingen.
Z.g.a.n. Koopje.
Kleur: zilvergrijs.
Vraagprijs: € 165. 072 0886540
5
Damesfiets
7 versnellingen.
In redelijke staat.
Prijs: € 110. 06 08836587
4
Meisjesfiets
Zo goed als nieuw. Moet weg. Tegen elk aannemelijk bod. 023 0528579
Herenfiets
Goede, nette fiets. Weinig gebruikt.
Prijs: € 150. 013 0015432
2 Je wilt een koelkast kopen. Je wilt niet meer dan € 100 betalen. De koelkast mag wel oud zijn. Je hebt een gezin met vijf kinderen. Welke kies je? Waarom? Er kunnen meer antwoorden goed zijn.
1
60 x 90 cm
Houdt al uw frisdrank koud.
Slechts € 50.
06 06904223
3
Koelkast, tafelmodel
Prijs: € 25.
Geschikt voor in de caravan, camper of boot.
06 08888526
06 06906503 ■ 5
Mooie ruime koelkast
Tien jaar oud. Kleur: zilver. Ideaal voor grote gezinnen of studenten.
Doe een goed bod vanaf € 75. Alleen ophalen.
2
Grote koelkast, 2 deuren
Apart deel voor groente. We gaan kleiner wonen dus moet weg!
Tegen iedere prijs.
06 049976930
4
Koelkast
In heel goede staat
Z.g.a.n. van het merk Ignis.
175 x 75 x 70 cm.
Bieden vanaf € 110.
06 06806503

7 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 2 ➔ Afronden – woorden.
8 Kies tweedehands eetkamerstoelen.
1 Bekijk de advertenties. Je woont in Doetinchem Je wilt online eetkamerstoelen kopen. Welke stoelen kies je en waarom? Wat is belangrijk bij je keuze?
2 Bespreek met een andere cursist: kiezen jullie dezelfde stoelen? Of vinden jullie andere stoelen mooi?
Voorbeeld

Ik kies de stoelen van advertentie 1 want die zijn niet duur. Ik wil ook niet meer dan vier stoelen. De verkoper woont dichtbij en de stoelen zijn in goede staat. De kleur grijs vind ik ook mooi.
9 Schrijf een e-mail aan meneer Jansen.
Vraag informatie.
Je wilt een tweedehands fiets kopen. Je ziet online deze advertentie. Je wilt meer weten over deze fiets (denk aan de kleur, dames- of herenfiets, hoe oud, de prijs, buiten of binnen gestaan, et cetera).
Te koop: sportieve fiets
• in goede staat
• vraagprijs: € 200
• weinig gebruikt
• bekijken en ophalen in Deventer
• 06 06906503

1 Lees de vraag en vul in: 1, 2 of 3
Je wilt een televisie kopen. Wat vind je belangrijk?
1 = niet belangrijk 2 = belangrijk 3 = heel belangrijk de prijs de kwaliteit het merk
De televisie moet goed in mijn kamer passen: kleur, groot of klein. de garantie
2 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 3 ➔ Voorbereiden – luisteren 1 en 2. Gebruik de woordenlijst aan het eind van dit thema.
3 Lees samen het voorbeeld.
Cursist A is de verkoper. Cursist B is de klant.
verkoper Dag meneer, kan ik u helpen?
klant Ik zoek een nieuwe wasmachine.
verkoper Wat voor wasmachine zoekt u? Wast u bijvoorbeeld veel?
klant Ik was niet veel, ik woon alleen. Maar ik wil wel een goed merk.
verkoper Misschien is deze machine wat voor u. Het is een bekend en goed merk. Hij heeft tien programma’s, u kunt zeven kilo wassen en hij kost € 569.
klant Dat lijkt me goed. Hoelang is de garantie?
verkoper Twee jaar. Drie jaar garantie kost € 35 extra.
klant Prima, ik neem deze met extra garantie.
verkoper Goed, loopt u even mee?
(…)
verkoper Wilt u pinnen?
klant Ja, graag.
verkoper Prima, gaat uw gang.
4 Voer het gesprek. Werk in tweetallen.
Je wilt een wasmachine kopen.
Cursist A is de verkoper. Cursist B is de klant.
Wissel van rol.
5 Voer het gesprek. Werk in tweetallen.
Cursist A wil een nieuwe telefoon kopen.
Cursist B heeft informatie over telefoons en helpt cursist A met het maken van een keuze.
Wissel van rol.
6 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 3 ➔ Afronden – woorden.
7 Voer het gesprek. Werk in tweetallen.
Je wilt een airfryer kopen.
Cursist A is de verkoper. Cursist B is de klant.
Wissel van rol.




Voorbereiden
1 Wat hoort bij elkaar? Lees de zinnen en kijk naar de foto. Vul de goede letter in.
1 3 flessen cola: 3 halen, 2 betalen
2 appelsap en sinaasappelsap: nu € 1,59 per pak
3 voor de halve prijs: duopak koffie van het huismerk
4 aanbieding: fles rode wijn, 0,75 l, van € 7,99 voor € 6,39
5 fles witte wijn van het huismerk: € 3,29
6 zak chips: bij 2 stuks 10% korting
7 kilo jonge kaas voor € 9,49
8 2 kratten bier: tweede voor de halve prijs
2 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 4 ➔ Voorbereiden – luisteren. Gebruik de woordenlijst aan het eind van dit thema.
3 Lees de zinnen. Klopt het voor Nederland? En voor je land van herkomst? Kruis aan. Nederland land van herkomst
1 Mensen gaan vaak naar de markt voor groente en fruit.
2 Supermarkten of andere winkels zijn vaak open op zondag.
3 Mensen zeggen ‘Hallo’ of ‘Goedemiddag’ als ze een winkel
binnenkomen.
4 Je moet in de winkel voor een plastic tas betalen.
5 Verkopers in winkels gaan meteen met de klant praten.
6 Mensen kopen apparaten meestal online.
7 Je kunt producten (apparaten, kleding, meubels)
makkelijk terugbrengen als iets niet goed is.
8 In kledingwinkels mag je kleding altijd passen.
9 Er zijn veel tweedehands (kleding)winkels.
10 In de supermarkt hangen vaak kleine advertenties
voor tweedehands spullen of diensten (babysitter, schoonmaker et cetera).

4 Bespreek de antwoorden bij het cultuurkader Boodschappen doen en winkelen.
5.1 Lees het gesprek. Zet de zinnen in de goede volgorde. Geef elke zin een nummer: 2 t/m 9.
Ali en Noor geven een klein feestje. Ze overleggen over wat ze gaan kopen.
6.1 Neem een (online) reclamefolder van een supermarkt mee naar de les. 1
Ali Zullen we eerst een lijstje maken? Wat hebben we allemaal nodig voor het feestje van vanavond? En hoeveel kun je eigenlijk uitgeven?
Ali En nog iets gezonds? Wat komkommer, tomaten en worteltjes?
Ali Ik ook dus we moeten goed naar de prijzen kijken. En laten we dan niet te veel alcohol kopen. Dat is redelijk duur.
Ali Kijk, hier is een aanbieding: drie halen twee betalen. En de flessen frisdrank zijn ook met korting.
Ali Oké, dan nemen we die biertjes en die frisdrank. Dat is ook fijn voor de mensen die geen alcohol drinken. Zullen we ook nootjes of hummus kopen?
Noor Goed idee. Dat is ook lekker voor bij de hummus.
Noor Goed plan. En een paar zakken chips is ook altijd goed.
Noor Maximaal twintig euro. En jij?
Noor Prima. Dan kopen we alleen wat biertjes en geen wijn. Dat is goedkoper.
5.2 Lees het gesprek hardop. Werk in tweetallen.
6.2 Bespreek wat jullie gaan kopen voor het feestje.
1 Jullie gaan een feestje geven. Kies eerst een van de volgende situaties.
een groepsfeestje
Jullie geven een feestje voor de groep. Koop drinken, snacks, eten en misschien iets voor mensen die geen alcohol drinken of vegetarisch / veganistisch eten. Kies wat jullie gaan kopen voor € 100.
een feestje voor je rijbewijs
Je bent na vier keer eindelijk voor je rijexamen geslaagd. Je geeft een feest voor dertig mensen bij je thuis. Koop drinken en eten. Probeer zo veel mogelijk dingen te kopen die iedereen lekker vindt. Kies wat jullie gaan kopen voor € 150.
een verjaardagsfeest
Je dochtertje wordt acht jaar. Je geeft een feestje voor haar. Er komen zes kinderen. Probeer zo veel mogelijk dingen te kopen die kinderen lekker vinden. Kies wat jullie gaan kopen voor € 50.
een zomerfeest
Jullie geven een feest voor vrienden en familie. Het is warm weer, dus jullie willen vooral lekkere drankjes en lichte hapjes kopen. Jullie kunnen voor ongeveer € 120 boodschappen doen.
2 Denk dan zelf na over wat jullie nodig hebben. Gebruik de reclamefolders en maak een boodschappenlijstje.
3 Vergelijk jullie boodschappenlijstjes en overleg over wat jullie gaan kopen. Maak samen een nieuw boodschappenlijstje.
6.3 Vertel aan de groep wat jullie gaan kopen. Per groepje presenteert een cursist jullie boodschappenlijstje. Vertel welk feest jullie geven en welke producten jullie gaan kopen.
7 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Taak 4 ➔ Afronden – woorden.
8 Herhaal opdracht 6. Kies een andere situatie.
1 Doe de toets online: Thema 1 ➔ Afsluiting ➔ Zelftoets – woorden en routines.
In dit thema heb je het volgende geleerd:
• een gesprek voeren tijdens het afrekenen in een winkel;
• advertenties lezen en begrijpen;
• een gesprek voeren over apparaten in een winkel;
• overleggen over boodschappen doen voor een feestje.
In deze opdracht ga je buiten de les advertenties lezen en begrijpen. Daarnaast ga je een korte presentatie over een product houden.
Voorbereiding
2 Werk in tweetallen. Bespreek de vragen. Schrijf je eigen antwoorden op.
1 Welke producten koop je weleens online?
2 Koop je weleens tweedehands producten online? Welke producten en via welke site of app?
3 Vul het schema in:
a Welk product zou je nu graag willen kopen (geen eten)? Naar welke site of app ga je?
b Welke informatie wil je over het product weten? Noem minimaal drie extra dingen.
Product: Site of app:
de prijs
Uitvoering
3 Informatie zoeken over je product. Kijk op het werkblad. Maak dit deel van de opdracht buiten de les. Neem de ingevulde opdracht mee naar de les. In de les bespreek je deze.
Terugblik en afronding
4 Bespreek de uitvoering van de buitenschoolse opdracht. Gebruik het ingevulde werkblad.
1 Presenteer je product in je groep(je).
2 Bespreek de vragen en antwoorden bij Terugblik vóór de les.
5 Reflecteer online op de buitenschoolse opdracht: Thema 1 ➔ Afsluiting ➔ Buitenschoolse opdracht.
6 Doe de opdrachten online: Thema 1 ➔ Afsluiting ➔ Kilometers maken – luisteren 1 en 2.
7 Schrijf een advertentie. Je gaat samenwonen met je partner. Jullie hebben allebei een grote bank en jullie willen er één verkopen. Schrijf een advertentie voor een online (verkoop)platform. Vertel over: – de leeftijd – de staat – de grootte – de kleur – de prijs – et cetera
Geef ook je telefoonnummer of je e-mailadres.
8 Lees de tekst. Lees lekker door. Gebruik het woordenboek zo min mogelijk.
De doos met de foto en de ring
Mila loopt door de stad. Ze heeft een vrije dag. Ze ziet een kleine tweedehands winkel en ze gaat naar binnen. Er zijn boeken, jassen en oude spullen. Op een tafel ligt een kleine doos. Mila maakt de doos open.
In de doos ligt een oude foto. Op de foto staan een man en een vrouw. Ze staan samen voor een huis. Ze lachen. In de doos ligt ook een ring. De ring is goud met een kleine rode steen. Achter op de foto staat: Voor Lien. Van mij – R. Mila koopt de doos. Ze denkt: wie zijn deze mensen?
Thuis kijkt ze nog eens goed naar de foto. Achter het huis ziet ze een bord met de naam: Villa Rozenhof. Ze zoekt online. Dat huis is in een dorp, niet ver weg. Een paar dagen later gaat Mila naar dat dorp. Ze loopt naar het huis. Het huis is oud. Er staan rozen in de tuin. Mila drukt op de bel.
Een oude vrouw doet de deur open. Mila laat de foto zien. De vrouw kijkt lang naar de foto. Dan zegt ze: “Dat ben ik. En dat is Robert.” Mila geeft haar de ring. De vrouw neemt de ring in haar hand. “Ik heb deze ring nooit gekregen,” zegt ze zacht. “Misschien wilde hij me deze geven.” Mila weet niet goed wat ze moet zeggen. Ze voelt zich stil vanbinnen. De vrouw kijkt haar aan. “Dank je. Dit is iets moois voor mij.”
Mila blijft nog even. Ze drinken thee in de tuin. De zon schijnt en Mila voelt zich warm. Soms koop je iets kleins en vind je iets groots.
9 Oefen online met de uitspraak: Thema 1 ➔ Afsluiting ➔ Verstaan en nazeggen.
10 Oefen online met de uitspraak: Klankenleerlijn.
Dit is de theorie bij Grammatica en spelling. De opdrachten vind je online: Thema 1 ➔ Taak ➔ Afronden ➔ grammatica en spelling.
Het verbum Taak 1
Ik gebruikte vorige week mijn pinpas in de supermarkt. Vroeger betaalden mensen in Nederland vaak met contant geld. In 2020 verhuisden zij van Utrecht naar Amsterdam.
subject gebruiken betalen verhuizen singularis gebruikte betaalde verhuisde pluralis gebruikten betaalden verhuisden
Regels:
1a Hoe maak je het regelmatige imperfectum?
gebruik - te betaal - de gebruik - ten betaal - den
singularis: ik-vorm + te / de
pluralis: ik-vorm + ten / den
1b Wanneer gebruik je -te(n) of -de(n)?
Kijk naar de infinitief. Neem de laatste letter vóór de -en: gebruiken, betalen, verhuizen.
Is die laatste letter een s, f, t, k, ch, of p? (SoFT KeTCHuP). Gebruik dan -te of -ten. ik-vorm + -te gebruiken ➔ gebruikte (singularis) / gebruikten (pluralis)
Is die laatste letter een andere letter? Gebruik dan -de of -den. ik-vorm + -de betalen ➔ betaalde (singularis) / betaalden (pluralis) verhuizen ➔ verhuisde (singularis) / verhuisden (pluralis)
Mijn oma had geen wasmachine.
Mijn moeder was vroeger huisarts. Wat deed jouw moeder voor werk?
Ik kocht gisteren een nieuwe telefoon.
We gingen op maandag altijd voetballen.
subject hebben zijn doen kopen gaan singularis had was deed kocht ging pluralis hadden waren deden kochten gingen
Het imperfectum van onregelmatige werkwoorden moet je leren. Daar zijn geen regels voor. Achter in dit boek vind je een lijst met onregelmatige werkwoorden.
Je kunt de vormen van het (im)perfectum ook vinden in een woordenboek of op de website woordenlijst.org.
• Online staat de woordenlijst met vertalingen: Bronnen ➔ Woordenlijst met vertaling.
• De werkwoorden met een * zijn onregelmatige werkwoorden. Een lijst met de vormen van deze werkwoorden staat achter in het boek.
• Voor in het boek staat ook een lijst met instructiezinnen met een Engelse vertaling.
Taak 1 (pin)pas, de afrekenen apparaat, het bak, de bedrag, het betaling, de contant fooi, de gaat uw gang / ga je gang gewoon (koffie) groeien intoetsen kleingeld, het makkelijk onjuist overal passen (gepast) pinautomaat, de pinnen proberen sparen stom terughebben van * tweedehands verkopen * vroeger weegschaal, de wegen * zegel(s), de
Taak 2 aannemelijk afdingen * allebei apart batterij, de
bieden * bod, het college, het dak, het dame, de deel, het deur, de frisdrank, de geluid, het geschikt gitaar, de grijs heer, de hout, het (houten) ieder
koelkast, de koopje, het koud lenen
magnetron, de meisje, het merk, het onderhandelen ophalen
redelijk (in redelijke staat) slechts spullen, de staat, de stelen * (gestolen) tegelijk vast (vaste prijzen) versnelling, de verzenden * vooral
Taak 3 beeld, het (scherm)
bekend garantie, de opschrijven * opslag, de (data-opslag) programma, het (wasmachine, airfryer) televisie, de wassen * zelf
Taak 4 afstuderen allemaal chips, de dienst, de eindelijk examen, het folder, de gezond huismerk, het krat, het laten * lijst, de mazzel, de nadenken (over) * olijf, de overleggen (over) pak, het (koffie, appelsap) reclame, de rijbewijs, het sinaasappel, de slagen (voor een examen) stuk, het (per stuk) uitgeven * wortel, de zak, de
Code+ | NT2 voor theoretisch geschoolde volwassenen is specifiek ontworpen voor anderstaligen met een theoretische achtergrond, om snel en doelgericht Nederlands te leren.
Met Code+ leer je Nederlands aan de hand van concrete taaltaken. De thema’s in de methode sluiten aan op de dagelijkse praktijk. Communicatie, interactie en samenwerking staan centraal. Daarnaast is er ruime aandacht voor culturele aspecten van Nederland.
Code+ bestaat uit vier delen. Elk deel bestaat uit een boek met opdrachten en een online leeromgeving. Hier vind je oefeningen voor onder andere luisteren, woorden en grammatica. Met elk deel zet je een niveaustap in het Europees Referentiekader (ERK). Als je alle vier de delen van Code+ succesvol hebt doorlopen, ben je voorbereid om deel te nemen aan het Staatsexamen NT2 programma II.
Code+ | NT2 voor theoretisch geschoolde volwassenen is ontwikkeld door ervaren NT2-docenten van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam.
