mb o
BV in Balans – De ondersteunende methode voor praktijkleren Deze uitgave Statistiek maakt deel uit van de serie BV in Balans. In deze serie zijn leermiddelen ontwikkeld op basis van het kwalificatiedossier voor de Financieel administratieve beroepen zoals dat geldt vanaf augustus 2016.
LEERWERKBOEK NIVEAU 3&4
Statistiek financiele beroepen
Statistiek behandelt de basiskennis voor het statistisch onderzoek en is ondersteunend aan Spreadsheettoepassingen.
Diversiteit aan leermiddelen De herziene serie BV in Balans bestaat uit theorieboeken en (leer)werkboeken, die binnen de kaders van het kwalificatiedossier, aansluiten op de toetsmatrijzen van SPL. Het leerwerkboek bestaat uit twee delen. Het eerste deel, theorie, geeft een heldere uitleg van de vakinhouden, verduidelijkt met voorbeelden. In het tweede deel gaat de student aan de slag. Na oriënterende vragen en kennisvragen, krijgt de student met routineopgaven, praktijktaken en een integrale casus ruim de gelegenheid te oefenen met basisvaardigheden statistiek.
LEERWERKBOEK
Didactisch doordacht De methode BV in Balans houdt nadrukkelijk rekening met leerstijlen van studenten en onderwijsstijlen van docenten. De student wordt uitgenodigd om op een eigen manier de leerstof en opdrachten te verwerken, waarbij één doel voorop staat: ‘voorbereiden op een beroep in het financiële werkveld’.
Statistiek
Ondersteunend leren De methode BV in Balans biedt de gelegenheid om zelfstandig of klassikaal aan de slag te gaan met het aanleren van ondersteunende kennis nodig voor het uitvoeren van kerntaken binnen het financiële werkveld.
BV in Balans is geschreven voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (Profiel 1: B1-K1 t/m K3 = basisdeel) - Bedrijfsadministrateur (Profiel 2: basisdeel, aangevuld met P2-K1) - Junior assistent-accountant (Profiel 3: basisdeel, aangevuld met P3-K1) - Salarisadministrateur (Keuzedeel)
EDWARD VAN BALEN PIETER MIJNSTER
9 789006 631630
Statistiek
Edward van Balen
Colofon Auteurs Edward van Balen
Redactie Pieter Mijnster
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling.
Vormgeving Studio Fraaj, Rotterdam
ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling.
Omslag
Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 16
Studio Fraaj, Rotterdam
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
ISBN 978 9006 63163 0 Vierde druk, eerste oplage, 2015
Tekeningen
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2015
Tiekstramedia, Groningen Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Voorwoord Het middelbaar beroepsonderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en in het bijzonder door de eisen die de beroepspraktijk aan de opleidingen stelt. Met het verschijnen van het nieuwe kwalificatiedossier 2015 introduceert ThiemeMeulenhoff de volledig herziene methode BV in Balans. De herziene methode sluit, binnen de kaders van dit kwalificatiedossier, aan op de toetsmatrijzen van de SPL. Drie belangrijke kenmerken van BV in Balans zijn: • Dé methode voor ondersteunend leren of u nu klassikaal met de studenten aan de slag wilt of de studenten meer zelfstandig wilt laten werken. • Sterk didactisch concept. De methode houdt rekening met de verschillende leerstijlen van studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten. • Grote verscheidenheid aan leermiddelen. De theorieboeken, werkboeken en leerwerkboeken bieden een groot scala aan materiaal voor de studenten om mee te oefenen. Het leerwerkboek bestaat uit een theoriedeel en een opdrachtendeel. De hoofdstukken van het theoriedeel kennen de volgende structuur. • Een inleiding met een schema dat een overzicht geeft van de inhoud van het hoofdstuk. De inleiding bevat ook steeds een uitdaging voor de student. Doel van deze uitdaging is de student zich bewust te laten worden dat er een gemis aan kennis en vaardigheden is en dat met de inhoud van dit hoofdstuk dit gemis wordt opgevuld. • De leerstof van het hoofdstuk is verdeeld in paragrafen. De heldere voorbeelden helpen bij het verwerken van de stof. • Een begrippenlijst. • Een checklist aan het eind van het hoofdstuk waarmee de student kan nagaan of hij de inhoud van het hoofdstuk heeft begrepen en kan toepassen. De checklist eindigt met de uitdagende vraag van de inleiding, waarvoor de student nu over de benodigde kennis en vaardigheden beschikt om deze aan te gaan! • Om de leesbaarheid te vergemakkelijken is de tekst voorzien van margewoorden. De hoofdstukken van het opdrachtendeel kennen de volgende structuur. • Start met een oriëntatie op het onderwerp waarbij de student uitgedaagd wordt voorkennis te activeren of actief op zoek te gaan naar inhoud. • Het kennisdeel zorgt ervoor dat de student de theorie doorneemt en de feiten, begrippen en verbanden in de leerstof leert. • Met de routineopgaven gaat de student aan de slag met het oefenen van vaardigheden op het basisniveau. • De praktijktaken lijken door de context waarin ze zijn geplaatst, meer op echte problemen die de student moet oplossen, waarbij kennis en routinematig handelen onmisbaar zijn.
• De integrale casus zet de student nogmaals aan het werk met alle leerstof uit het hoofdstuk. Deze casus kan aangemerkt worden als een miniproeve over het hoofdstuk. • Met de gesloten vragen Test je kennis en inzicht kan de student controleren of hij de begrippen en verbanden in voldoende mate kent. Test je kennis en inzicht kan uiteraard ook als instapper worden gebruikt wanneer met dit hoofdstuk wordt begonnen. • Voor persoonlijke ontwikkeling blikt de student altijd terug op het proces met de reflectievragen aan het eind van het hoofdstuk. • Als hulpmiddel bij de planning is het opdrachtendeel voorzien van een tijdsaanduiding per onderdeel. De vermelde tijdseenheid is haalbaar voor de gemiddelde student die serieus met zijn werk aan de slag gaat. De tijdsaanduiding is zeker niet bedoeld om de student uit te dagen om het werk binnen deze tijd af te ronden. Achter in het boek vindt de student de eindantwoorden waarmee hij kan controleren of hij de vragen uit de diverse opdrachten juist heeft. De serie BV in Balans is met de grootste zorg ontwikkeld. Wij hopen dat u met plezier werkt met BV in Balans. Meer informatie over BV in Balans vindt u op onze methodesite: www.bvinbalans.nl. Wanneer u vragen of suggesties heeft, dan kunt u contact met ons opnemen.
De auteurs en uitgever
Inhoudsopgave Theorie 1
Statistisch onderzoek 7 Inleiding 8 1.1 Een statistisch onderzoek 10 1.2 Samenstellen van een tabel 18 1.3 Samenstellen van een graďŹ ek 20 Begrippenlijst 32 Checklist 34
2
Klassen en centrummaten 35 Inleiding 36 2.1 Het kolommendiagram 38 2.2 De frequentiepolygoon 42 2.3 Het gemiddelde, de modus en de mediaan 44 2.4 Het gemiddelde, de modus en de mediaan als er klassen zijn Begrippenlijst 50 Checklist 51
3
4
Cumulatieve en meervoudige tabellen 53 Inleiding 54 3.1 De cumulatieve frequentie 56 3.2 De cumulatieve frequentiepolygoon 57 3.3 Een tabel en graďŹ ek met ongelijke klassenbreedten 3.4 Een meervoudige tabel 66 Begrippenlijst 68 Checklist 69 Indexcijfers 71 Inleiding 72 4.1 Indexcijfers 74 4.2 Enkelvoudige indexcijfers 75 4.3 Het verband tussen EPI, EHI en EWI 82 4.4 Het verleggen van de basisperiode 83 Begrippenlijst 86 Checklist 87
62
47
Opdrachten 1
Het statistisch onderzoek 91 Aan de slag met ‘Het statistisch onderzoek’ 91 Vooraf 92 Oriëntatie 93 Kennis 96 Routine 103 Praktijk 109 Integrale casus 117 Reflecteer op je werkzaamheden 121 Test je kennis en inzicht 123
2
Klassen en centrummaten 125 Aan de slag met ‘Klassen en centrummaten’ Oriëntatie 126 Kennis 129 Routine 135 Praktijk 147 Integrale casus 155 Reflecteer op je werkzaamheden 160 Test je kennis en inzicht 162
3
4
125
Cumulatieve- en meervoudige tabellen 165 Aan de slag met ‘Cumulatieve- en meervoudige tabellen’ Oriëntatie 166 Kennis 168 Routine 172 Praktijk 188 Integrale casus 197 Reflecteer op je werkzaamheden 203 Test je kennis en inzicht 205 Indexcijfers 209 Aan de slag met ‘Indexcijfers’ 209 Oriëntatie 210 Kennis 212 Routine 215 Praktijk 226 Integrale casus 232 Reflecteer op je werkzaamheden 235 Test je kennis en inzicht 237
Eindantwoorden Register
247
241
165
1 1 Statistisch onderzoek
STATISTIEK
Inleiding Om inzicht te krijgen in alles wat er om ons heen gebeurt, hebben mensen altijd al gegevens verzameld. Zonder het verzamelen van gegevens zouden bedrijven niet weten wat ze in de toekomst moeten produceren. In het schema op de bladzijde hiernaast zie je dat een statistisch onderzoek bestaat uit verschillende opeenvolgende fasen: het voorbereiden van het onderzoek, het verzamelen van gegevens, en het verwerken van de gegevens die je vervolgens gaat analyseren en uiteindelijk in een verslag weergeeft. Bij statistisch onderzoek gaat het erom inzicht te krijgen in wat je onderzoekt: de massa. Je kunt onderzoek doen naar de omvang of de structuur. Maar je kunt ook twee massa’s met elkaar vergelijken. Het is zelfs mogelijk om na een grondig onderzoek voorspellingen te doen voor een massa. Tabellen en grafieken spelen een belangrijke rol bij het verwerken, ordenen en presenteren van de verzamelde gegevens voor het onderzoek. Je leert dat er verschillende soorten tabellen en grafieken zijn waarin je absolute en relatieve getallen kunt weergeven.
De uitdaging Van het nieuwe product dat onlangs is geïntroduceerd moet onderzocht worden of de klanten tevreden zijn. Wil je dat met een steekproef onderzoeken? Hierbij volg je de fasen van een statistisch onderzoek. Houd rekening met de grootte van de massa die je onderzoekt, verwerk de gegevens in een meervoudige tabel en geef de uitkomst weer in verschillende grafieken. Uiteraard stel je een uitgebreid verslag samen nadat je de gegevens hebt geanalyseerd. Alvast bedankt!
Een mond vol, deze opdracht, zeker als je de kennis niet hebt en de vaardigheden niet beheerst die voor dit onderzoek nodig zijn. Na dit hoofdstuk weet je hoe je een onderzoek kunt aanpakken.
1
De oriëntatieopdrachten vind je op bladzijde XX. Maak ze voordat je met de theorie verder gaat.
1 8
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
Statistiek
Onderzoek • • • • •
Massa • • • • •
Voorbereiden Verzamelen Verwerken Analyseren Verslaglegging
Tabellen
• Enkelvoudige tabel • Meervoudige tabel • Absolute getallen • Relatieve getallen
Omvang Structuur Samenhang Vergelijking Voorspelling
Vragen Gegevens Steekproef
Grafieken Enquête • Enkelvoudig staafdiagram • Samengesteld staafdiagram • Relatief staafdiagram • Lijndiagram • Samengesteld lijndiagram
..........................................................................................................................................................................
1
Neem het overzicht goed door. Volg de voorbeelden in de paragrafen. Misschien is het verstandig om van de belangrijkste zaken aantekeningen te maken, zodat je het gemakkelijk nog eens kunt nalezen!
..........................................................................................................................................................................
1 9
STATISTIEK
1.1
Een statistisch onderzoek
Het vak statistiek houdt zich bezig met het verzamelen en ordenen van gegevens. Deze gegevens worden geanalyseerd om te kijken of bepaalde verschijnselen iets met elkaar te maken hebben. Vervolgens moeten de gegevens, de verbanden en de conclusies gepresenteerd worden. Op die manier wordt het inzicht in allerlei verschijnselen steeds beter. Bovendien kunnen anderen dan controle uitoefenen. Denk hierbij aan de belasting, de accountant en de politie. tabel Het begrip statistiek is ook bekend bij een tabel of een grafiek. Een tabel is grafiek bijvoorbeeld een cijfermatig overzicht van het aantal gasten in Nederlandse hotels. Dit kunnen gasten zijn uit Nederland en uit het buitenland. Deze gasten verblijven lang of kort in die hotels. Dit meet je met het aantal overnachtingen. Een grafiek is dan het plaatje dat bij zo’n overzicht hoort.
statistiek
Aantal gasten en overnachtingen van gasten (C 1.000)
Gasten uit
Overnachtingen van gasten uit
Perioden
Alle landen
Nederland
Buitenland
Alle landen
Nederland
2008
23.688
14.377
9.311
76.798
51.828
2009
25.569
15.688
9.881
83.298
55.822
2010
25.876
15.873
10.003
82.571
55.310
2011
25.186
15.686
9.500
80.475
54.973
2012
25.164
15.569
9.595
82.371
56.004
2013
24.942
15.762
9.181
81.206
55.864
2014
25.667
16.021
9.646
80.903
55.518
Gasten (× 1.000)
Gasten in hotels 2008-2014 30.000
25.000
20.000
15.000
10.000
5.000
0 2008
2009 Nederland
2010
2011
2012
2013
2014
Buitenland
Grafiek van het aantal gasten en overnachtingen
1.1.1
Element en massa
In de statistiek zijn twee begrippen heel belangrijk: element en massa. De massa of massa populatie is de verzameling elementen die je kunt onderzoeken. Een element is het populatie kleinste deel van een massa. element
1 10
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
De massa kan van alles zijn: • alle vrouwen met een zwemdiploma; • alle auto’s met een trekhaak; • het aantal dagen zonder neerslag in Nederland. De elementen die daarbij horen, zijn dan bijvoorbeeld: • Mien met een zwemdiploma; • een Mercedes met een trekhaak; • een donderdag zonder neerslag in Nederland. Het aantal elementen kan heel groot, maar ook heel klein zijn. Het aantal vrouwen in Nederland is ruim acht miljoen, maar het aantal vrouwelijke miljonairs in Nederland is niet zo groot.
1.1.2
Doelen van onderzoek
Statistisch onderzoek heeft verschillende doelen: • weten wat de totale omvang van de massa is (het aantal elementen); • de kenmerken en de structuur van de massa kennen; • de samenhang tussen verschijnselen kennen; • gelijkwaardige massa’s met elkaar vergelijken; • weten wat de ontwikkeling van een verschijnsel in de loop van de tijd is. Er zijn verschillende redenen om de omvang van de massa te willen weten. Voor de overheid is het aantal AOW’ers belangrijk in verband met het aantal uitkeringen. Voor een bedrijf dat fietsen verkoopt is het aantal kinderen dat in een jaar geboren is, belangrijk om te weten; want dat zegt iets over het aantal kinderfietsjes is dat verkocht kan worden. De overheid is ook op allerlei manieren geïnteresseerd in de structuur van een massa. Ze wil bijvoorbeeld een aantal kenmerken van de bevolking van Nederland weten. De statistiek onderzoekt dan de leeftijdsopbouw, de nationaliteit, het geslacht of de burgerlijke staat. Een voorbeeld van een onderzoek naar de samenhang tussen verschijnselen is het onderzoek naar het verband tussen het aantal ongevallen in en om het huis door een toename van doe-het-zelfwerkzaamheden.
1 11
omvang van de massa
structuur van een massa
samenhang
STATISTIEK
Twee linkerhanden?
vergelijken van massa’s
Bij het vergelijken van massa’s kun je veel verschillen en overeenkomsten vinden. Bijvoorbeeld de verschillen tussen Nederland en Spanje wat betreft het aantal artsen per duizend inwoners, het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking of het aantal kinderen met een bepaalde ziekte.
ontwikkeling van ver- Veel landen onderzoeken de ontwikkeling van verschijnselen in de tijd, zoals schijnselen veranderingen van de ozonlaag, de stijging van het zeeniveau en de uitstoot van
CO2. Ze kunnen dan maatregelen afspreken om de nadelige gevolgen zo klein mogelijk te houden.
1.1.3
Fasen van statistisch onderzoek
Een statistisch onderzoek moet je voorbereiden. Zo’n onderzoek heeft een bepaalde aanpak en kent verschillende fasen. 1 Probleemstelling Eerst moet je vaststellen wat je wilt onderzoeken. De probleemstelling is altijd een vraag waarop je een antwoord wilt hebben. Hoe beter de vraag, hoe meer kans op een waardevol antwoord.
In ‘De uitdaging’ van dit hoofdstuk is de probleemstelling: erachter komen hoe tevreden klanten zijn met het pas geïntroduceerde product.
2 Voorbereiding van het onderzoek Vaak doe je eerst een proefonderzoek om te kijken of de geplande aanpak de juiste is. Je kunt zelf de gegevens verzamelen, maar je kunt ook de resultaten van een bestaand onderzoek gebruiken. De gegevens zijn dan door anderen verzameld. steekproef Nog een keuze: wil je iedereen onderzoeken of ga je met een steekproef werken?
voorbereiding
1 12
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
3 Verzamelen van de gegevens Je kunt op verschillende manieren gegevens verzamelen. Je kunt zelf verzamelen, maar je kunt ook gebruikmaken van het materiaal dat anderen hebben verzameld. De eenheid van meting moet je nu ook goed vaststellen.
verzamelen
4 Verwerken en analyseren van de gegevens Je moet de gegevens tellen, sorteren, rangschikken en alles zo snel mogelijk verwerken. Daarna moet je berekeningen maken en de tabellen en graďŹ eken samenstellen. De omvang en de structuur van de massa wordt duidelijk. Het belangrijkste is dat je een conclusie kunt trekken waarbij je een antwoord op de onderzoeksvraag vindt.
verwerken analyseren
5 Verslaggeving van het onderzoek verslaggeving Bij het opstellen van het eindrapport houd je rekening met degenen die het rapport gaan lezen. De gebruikte taal, de soort tabellen en de soort graďŹ eken stem je op de lezers af.
In New Cuyama in California staat dit grappige bord. Wat is nu de eenheid van meting?
1.1.4
Volledige telling en steekproef
Als je kijkt naar de omvang van het onderzoek is er een onderscheid tussen een volledige telling van de massa of van een steekproef. Bij een volledige telling onderzoek je alle elementen. Bij een steekproef onderzoek je alleen een beperkt aantal elementen.
1 13
volledige telling steekproef
STATISTIEK
De eisen aan een steekproef zijn: • voldoende groot: het aantal elementen moet groot genoeg zijn om de invloed van toevallige afwijkingen heel klein te laten zijn; • aselect: de steekproef is aselect als elk element een even grote kans heeft aselect om in de steekproef te komen; • representatief: de steekproef is representatief als de verbanden en de representatief conclusies op basis van een steekproef dezelfde zijn als de verbanden en conclusies op basis van een volledig onderzoek.
1.1.5
Verzamelen van statistische gegevens
Gegevens verzamelen is een soort waarnemen. De gegevens noem je ook wel het grondmateriaal. Door het stellen van goede vragen kun je heel veel gegevens verzamelen. Bronnen Een primaire bron bevat gegevens die je zelf verzameld hebt. Een secundaire bron secundaire bron is een al bestaande bron. Een secundaire bron is veel goedkoper, maar de vraag is of de benodigde gegevens verzameld zijn op de door jou gewenste manier. primaire bron
Kwantitatief en kwalitatief Bij het verzamelen van grondmateriaal moet je meten. Maar het is niet altijd even eenvoudig om verschijnselen te meten. Hoe moet je tevredenheid meten? Hoe meet je hoeveelheden? kwantitatief Gegevens zijn kwantitatief als je meet in liters, meters, kilo’s, kubieke meters, decibels, enzovoort.
Liters kun je meten = kwantitatief
Met de uitkomsten kun je echt rekenen. Zo kun je berekenen dat de gemiddelde volwassen Nederlandse man 1,82 m lang is. Bij de bepaling hoeveel Nederlanders
1 14
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
oud zijn, moet je eerst vaststellen bij welke leeftijd je iemand oud noemt. Bij de uitspraak’60 jaar en ouder’ is het voor iedereen duidelijk en kun je meten. De kwalitatieve gegevens kun je moeilijk in getallen uitdrukken. Mensen zeggen niet kwalitatieve gegevens dat ze citroenijs acht lekker vinden. Wel kunnen ze zeggen dat ze citroenijs lekkerder vinden dan aardbeienijs. Dus je kunt wel een rangorde vaststellen als gegevens kwalitatief zijn. ‘Tevreden’ en ‘ontevreden’, ‘voldoende’ en ‘onvoldoende’ zijn ook voorbeelden.
Over smaak kun je twisten = kwalitatief
Enquête Veel gegevens kun je verzamelen door een enquête. Bij een enquête stel je aan een aantal personen een aantal vragen. Meestal gebeurt dat aan de hand van een vragenlijst. Het afnemen van een enquête kan als volgt gebeuren: • mondeling en telefonisch; • schriftelijk of via website. Bij een mondelinge enquête gaan de enquêteurs op pad. Deze manier van enquêteren is wel kostbaar, omdat de enquêteur een hele lijst vragen met de ondervraagde moet afwerken. Of de enquête representatief is, blijft een zorg. Je moet voldoende personen benaderen om een juist beeld te krijgen van de massa.
1 15
enquête
mondelinge enquête
STATISTIEK
Mondeling enquêteren
Een schriftelijke enquête is goedkoper dan een mondelinge. Je hebt geen enquêteurs nodig die op bezoek gaan. Een nadeel is dat niet iedereen het formulier terugstuurt. De enquête is dan misschien niet meer representatief. telefonische enquête Bij een telefonische enquête beperk je de nadelen van de mondelinge en de schriftelijke enquête zo veel mogelijk. Via een website is de enquête heel toegankelijk. Vaak staat de tijd die het van je vraagt erbij. Mensen doen er dan eerder aan mee. schriftelijke enquête
Zijn dit goede enquêtevragen? Klanttevredenheid dienstverlening 1. Wat is uw leeftijd? . . . . 2. In welke provincie woont u? . . . . 3. Hoe zou u de kwaliteit van de service omschrijven? a. Uitstekend b. Goed c. Gemiddeld d. Slecht e. Verschrikkelijk 4. Bent u het ermee eens dat de service aan uw verwachtingen heeft voldaan? a. Helemaal mee eens b. Mee eens c. Enigszins eens d. Oneens e. Zeer mee oneens
1 16
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
5. In welke mate heeft u het gevoel dat de service aan uw verwachtingen heeft voldaan? a. Bijna alle verwachtingen b. De meeste van mijn verwachtingen c. Een deel van mijn verwachtingen d. Heeft niet aan mijn verwachtingen voldaan 6. Wat zijn volgens u de sterke punten van de service? .... .... 7. Wat ziet u als de nadelen of mindere kanten van de service? .... .... 8. Wat zijn volgens u verbeterpunten? Wat stelt u voor? ....
9. a. b. c. 10. a. b. c.
.... In de toekomst, zou u een vergelijkbare service van ons afnemen? Ja Nee Misschien Zou u onze service aan iemand anders aanbevelen? Ja Nee Misschien
Enquêtevragen moeten aan een aantal eisen voldoen: • De vraag moet begrijpelijk zijn. • De vraag moet niet sturend zijn. De vraag ’Vindt u de kwaliteit van het product goed of uitstekend?’ is sturend, omdat het antwoord ‘slecht’ al uitgesloten wordt. • De vraag mag je maar op één manier kunnen uitleggen (eenduidig). • Het aantal vragen mag niet te groot zijn. • De vraag moet bij voorkeur gesloten zijn, bijvoorbeeld ja-neevragen of meerkeuzevragen.
1.1.6
Analyseren van gegevens
Er zijn heel veel organisaties die gegevens verzamelen om deze aan anderen te verstrekken. Of de klant ervoor moet betalen, hangt van het soort informatie af. Bepaalde gegevens kun je kosteloos opvragen. In sommige gevallen moet je ervoor betalen.
1 17
STATISTIEK
Voor het bedrijfsleven zijn de volgende organisaties belangrijk: • Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verzamelt, bewerkt en publiceert statistieken over de ontwikkeling van Nederland als geheel en per regio. Het CBS publiceert verschillende dossiers met kerncijfers over het ondernemersklimaat. Statline is de database, waarop je veel informatie kunt vinden. • Eurostat is het statistische bureau van de Europese Unie. eurostat • Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (EIM) is een onderzoeksbureau dat onderzoek doet naar het bedrijfsleven en bedrijfsprocessen en een speciale kennissite voor mkb en ondernemerschap heeft. Bij het EIM vind je heel veel informatie over het midden- en kleinbedrijf op zowel landelijk als regionaal niveau. Het is onderdeel van de Panteiagroep. • De Kamer van Koophandel (KvK) heeft veel informatie beschikbaar voor en over het midden- en kleinbedrijf in Nederland. De vraag naar gegevens die je nodig hebt en met welk doel is een vraag voor de KvK. • TNS NIPO heeft een heel snelle werkwijze en zij kunnen enquêtes houden TNS NIPO waarvan de resultaten op dezelfde dag bekend worden gemaakt. Bijvoorbeeld de voorspelling bij verkiezingen, of de meningen van Nederlanders bij speciale gebeurtenissen. De resultaten worden dan in tv-uitzendingen gebruikt of bekendgemaakt.
Gegevens verzamelen
1.2 Samenstellen van een tabel tabel Een tabel is een geordend overzicht van de resultaten van een onderzoek. Als je
iets in een tabel duidelijk wilt maken, moet de lezer die informatie snel en probleemloos uit de tabel kunnen halen. Te veel cijfers in een tabel is dan ook niet goed. Alleen de cijfers waar het om gaat, moeten in de tabel staan. De tabel moet uitnodigen tot lezen.
1 18
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
1.2.1
Kenmerken van een tabel
Een tabel heeft een aantal kenmerken: er zijn opschriften, regels, kolommen, velden, koppen, voorkolommen en bronvermeldingen. Aan de hand van de volgende tabel kijk je naar een aantal kenmerken van een tabel: • De tabel heeft een opschrift. Dat opschrift geeft kort de inhoud van de tabel weer: Aantal bezoekers van ’t Trefcentrum (in maart 2014) naar leeftijd. • De tabel is onderverdeeld in kolommen en regels. Regels noem je ook wel rijen. Een kolom lees je verticaal en een regel horizontaal. • Een veld of cel is de plaats in een tabel waar een regel en een kolom elkaar overlappen. • Een kolom heeft een kop: Aantal bezoekers. • Een tabel heeft een voorkolom: Leeftijd in jaren. Hierin staat wat je in de regel kunt lezen. • De eenheid van meting moet duidelijk zijn: Leeftijd in jaren. • Als je secundaire bronnen gebruikt, moet je de bron vermelden: Jaarverslag ’t Nut. Deze tabel is een enkelvoudige tabel, omdat het aantal bezoekers maar één ingang is.
opschrift kolommen regels veld cel kop voorkolom eenheid van meting bron
enkelvoudige tabel
Enkelvoudige tabel met bronvermelding: Aantal bezoekers van 't Trefcentrum (in maart 2014) naar leeftijd
Leeftijd in jaren
Aantal bezoekers
16 t/m 20
380
21 t/m 25
160
26 t/m 30
410
31 t/m 35
235
36 t/m 40
245
Totaal
1430 Bron: Jaarverslag 't Nut
Als je meer informatie in een tabel geeft, is er sprake van een meervoudige tabel. In het volgende voorbeeld is dat de indeling naar geslacht. De twee ingangen zijn leeftijd en geslacht. Meervoudige tabel met bronvermelding: Aantal bezoekers van 't Trefcentrum (in maart 2014) naar leeftijd en geslacht
Leeftijd in jaren
Vrouwen
Mannen
Totaal
16 t/m 20
200
180
380
21 t/m 25
90
70
160
26 t/m 30
210
200
410
31 t/m 35
100
135
235
36 t/m 40
120
125
245
Totaal
720
710
1430 Bron: Jaarverslag 't Nut
1 19
meervoudige tabel
STATISTIEK
1.2.2
Afspraken over tekens in een tabel
Er zijn heel veel manieren om een tabel te maken. In dagbladen en tijdschriften is de ene tabel nog mooier dan de andere. Toch zijn er wel afspraken nodig om geen problemen te krijgen over de betekenis van gegevens. Het Centraal Bureau voor de Statistiek gebruikt de volgende tekens. Verklaring van tekens .
Gegevens ontbreken
*
Voorlopig cijfer
**
Nader voorlopig cijfer
x
Geheim
-
Nihil
-
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0)
Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank)
Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2013-2014
2013 tot en met 2014
2013/2014
Het gemiddelde over de jaren 2013 tot en met 2014
2013/’14
Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2013 en eindigend in 2014
2011/’12-2013/’14
Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., 2011/’12 tot en met 2013/’14
In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.
1.3 Samenstellen van een grafiek Een grafiek is eigenlijk een plaatje. In zo’n plaatje zijn allerlei cijfers verwerkt tot een overzichtelijke tekening. Plaatjes spreken mensen nu eenmaal meer aan dan een opsomming van cijfers. Ook al staan die cijfers nog zo mooi in een tabel, een grafiek spreekt meer aan en leest een stuk eenvoudiger.
Kenmerken van een grafiek
opschrift bijschrift legenda bronvermelding
Bij het tekenen van grafieken heb je weer te maken met een aantal eisen en kenmerken: • De grafiek moet een opschrift hebben. • De assen moeten een bijschrift hebben. • Een grafiek is ongeveer vierkant. • Een legenda is nodig als er verschillende kolommen of lijnen in een grafiek staan. Een legenda geeft kort aan wat een lijn of kolom voorstelt. • Bij een grafiek hoort zo nodig een bronvermelding.
1 20
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
Verschillende soorten grafieken Grafieken komen in heel veel vormen voor. Lijnen, staafjes, poppetjes, cirkels, taarten. De volgende grafieken behandelen we hieronder: • een enkelvoudig staafdiagram; • een samengesteld staafdiagram; • een relatief staafdiagram; • een lijndiagram; • een samengesteld lijndiagram.
1.3.1
Een enkelvoudig staafdiagram
In een staafdiagram geeft de lengte van de staven de grootte van een bepaald verschijnsel weer. De gegevens die je nodig hebt voor een staafdiagram, staan meestal in een tabel. In een staafdiagram staan de jaren, kwartalen en maanden altijd op de horizontale as, dit zijn onafhankelijke gegevens. Het andere gegeven, de afhankelijke gegevens, staat op de verticale as.
staafdiagram
onafhankelijke gegevens afhankelijke gegevens
1
Voorbeeld 1 Gegeven Omzet (C € 1.000) van NV TRW 2012 – 2015
Jaar
Omzet
2012
200
2013
240
2014
280
2015
350
Totaal
1.070 Bron: Jaarverslag NV TRW
Gevraagd a. Teken aan de hand van de volgende tabel een enkelvoudig staafdiagram. b. In welk jaar is de stijging van de omzet het grootst? ..........................................................................................................................................................................
1
Als je een grafiek handmatig maakt, zorg je altijd voor een liniaal en grafiekpapier, zodat je met rechte lijnen en in juiste verhoudingen de gegevens weergeeft.
..........................................................................................................................................................................
1 21
STATISTIEK
1
Uitwerking a. Eerst teken je een assenstelsel. • Op het snijpunt zet je het punt 0. • Op de horizontale as plaats je de jaartallen 2012, 2013, 2014 en 2015 netjes over de as verdeeld op de plek waar je de staven wilt. • De eerste staaf teken je los van de verticale as. • Tussen de staven houd je bijvoorbeeld een afstand aan van 1 cm. Je hebt dus ongeveer 9 cm nodig op de horizontale as. • Om de grafiek rechthoekig tot bijna vierkant te maken, moeten de staven ook ongeveer 9 cm worden. • De hoogste omzet is 350, dus dat kan met 50 per cm. De hoogste staaf is dan 7 cm. • De bovenkanten van de staven zijn horizontaal. • Je kunt de staven kleuren of arceren. Arceren is vullen met kleine streepjes. Hierdoor vallen de staven beter op. • Zet vervolgens het opschrift, de bijschriften en de bronvermelding erbij.
Omzet van NV TRW 2012-2015 omzet x € 1.000 350 300 250 200 150 100 50 0
2012
2013
2014
2015
tijd
bron: Jaarverslag NV TRW
b. Het staafdiagram laat in één oogopslag zien dat de omzet elk jaar is gestegen. De toename in het laatste jaar (2015) was het grootst. ..........................................................................................................................................................................
1
Kijk goed naar de grafiek en merk op dat de staven los van elkaar staan!
..........................................................................................................................................................................
Je kunt ook andere verschijnselen op de horizontale as zetten. Bijvoorbeeld de verdeling van de omzet over filialen of landen.
1 22
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
1
Voorbeeld 2 Gegeven Afzet (C 1.000 ton) van UPH NV in het buitenland in 2015
Landen
Afzet
Luxemburg
6,0
België
9,0
Duitsland
15,0
Totaal
30,0
Gevraagd Teken een staafdiagram met de landen op de horizontale as. De filialen zijn de onafhankelijke variabelen en komen daardoor op de horizontale as te staan. Uitwerking
Afzet van UPH NV in het buitenland in 2015 afzet x 1.000 ton 15
10
5
0
Luxemburg
Belgie..
land
Duitsland
bron: UPH Stat
• Eerst teken je een assenstelsel. Op het snijpunt zet je het punt 0. • Op de horizontale as plaats je de jaartallen 2012, 2013, 2014 en 2015 netjes over de as verdeeld op de plek waar je de staven wilt. Dit zijn de onafhankelijke variabelen. • De eerste staaf teken je los van de verticale as en je houdt een afstand van 1 cm. • De hoogste afzet is 15, dus dat kan met 1 ton per halve cm. De hoogste staaf is dan 7,5 cm.
1 23
STATISTIEK
• De bovenkanten van de staven zijn horizontaal en je arceert de staven. • Zet vervolgens het opschrift, de bijschriften en de bronvermelding erbij. Bron: UPH Stat
Een staaf kan ook onder de horizontale as komen. Dat gebeurt als er negatieve getallen zijn, zoals een verlies in een bepaald jaar.
1
Voorbeeld 3 Gegeven Bedrijfsresultaat (C € 1.000) van ODZ 2012 – 2015
Jaar
Bedrijfsresultaat
2012
100
2013
60
2014
-40
2015
160 Bron: Jaarverslag ODZ
Gevraagd Teken een staafdiagram van de bedrijfsresultaten van ODZ voor de jaren 2012 – 2015. Uitwerking
Bedrijfsresultaat ODZ in 2012-2015 bedrijfsresultaat x € 1.000 200 150 100 50 0 -50
2012
2013
2015
tijd
2014 bron: Jaarverslag ODZ
• Eerst teken je een assenstelsel. Op het snijpunt zet je het punt 0. Houd rekening met ruimte onder de horizontale as. • Het hoogste bedrijfsresultaat is 160, het laagste –40. Elke cm kan 50 voorstellen.
1 24
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
• Op de horizontale as plaats je de jaartallen 2012, 2013, 2014 en 2015 netjes over de as verdeeld op de plek waar je de staven wilt. Bij 2014 moet je een beetje aanpassen. • De bovenkanten van de staven zijn horizontaal en je arceert de staven. • Zet vervolgens het opschrift, de bijschriften en de bronvermelding erbij.
1.3.2
Een samengesteld staafdiagram
In een samengesteld staafdiagram kun je meer informatie verstrekken dan alleen de omzet of de afzet. De totale omzet kan verdeeld zijn in productgroepen. Je kunt dan de omzet per productgroep in het staafdiagram verwerken. In de volgende tabel is de totale omzet gesplitst in de omzet van koffie en de omzet van thee. Van deze tabel kun je een samengesteld staafdiagram maken. Omdat je verschillende verschijnselen in de grafiek zet, maak je een legenda. De legenda geeft aan welke kleur of arcering een bepaald verschijnsel weergeeft.
1
Voorbeeld 4 Gegeven Omzet (C € 1.000) van NV TRW van 2012 – 2015
Jaar
Koffie
Thee
Totaal
2012
150
100
200
2013
160
80
240
2014
200
80
280
2015
250
100
350
Totaal
760
310
1.070 Bron: Jaarverslag NV TRW
Gevraagd Teken een samengesteld staafdiagram.
1 25
samengesteld staafdiagram
legenda
STATISTIEK
Uitwerking
Omzet van NV TRW 2012-2015 omzet x € 1.000 400 350 300 250 200 150
thee
100
koffie
50 0
2012
2013
2014
2015
tijd
bron: Jaarverslag NV TRW
• Eerst teken je een staafdiagram van de omzet als een enkelvoudig staafdiagram. • Vervolgens moet je kiezen of koffie onder in de staaf komt of thee. Koffie heeft de grootste omzet en daarom komt koffie onderin. Die indeling blijft hetzelfde in alle staven. • Koffie en thee krijgen een eigen kleur of arcering. Soms is niet arceren ook al een soort kleur. • De donkerste kleur of arcering zet je meestal onderin. • Vervolgens zet je de legenda, het opschrift, de bijschriften en de bronvermelding erbij.
1.3.3
Een relatief staafdiagram
De absolute getallen zijn de waarnemingen zoals je ze meet. In de voorbeelden hiervoor ging het om omzet in euro’s en afzet in tonnen. Ander voorbeelden van absolute getallen kunnen aantallen in stuks of het aantal personen, kilo’s of meters zijn. Je kunt de absolute getallen ook uitdrukken als deel van een geheel. Een bekend percentage voorbeeld is het percentage. Maar ook de helft, een kwart of een tiende deel zijn relatieve getallen voorbeelden van relatieve getallen. Een staafdiagram waarin je relatieve getallen relatief staafdiagram gebruikt, noem je een relatief staafdiagram. absolute getallen
In een relatief staafdiagram zijn de staven allemaal even groot. De staven stellen immers 100% voor.
1 26
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
1
Voorbeeld 5 Gegeven Afzet (C 1.000 ton) in het buitenland van UPH NV 2012 – 2015
Landen
2012
2013
2014
2015
Luxemburg
10,0
9,0
7,0
9,0
België
6,0
7,2
7,0
6,0
Duitsland
24,0
19,8
14,0
15,0
Totaal
40,0
36,0
28,0
30,0 Bron: Jaarverslag NV UPH
Gevraagd a. Bereken de afzet in procenten gedurende 2012 – 2015. b. Stel een tabel samen met de afzet in procenten. c. Teken een relatief staafdiagram. Uitwerking a. In 2012 is de totale afzet 40.000 ton. De afzet in Luxemburg is 10.000. De afzet van Luxemburg is 10.000/40.000 = 0,25 = 25%. De afzet van België is 6.000/40.000 = 0,15 = 15%. De afzet van Duitsland bedraagt 60%. Op dezelfde manier doe je ook 2013 – 2015. b. De tabel met de afzet in procenten ziet er als volgt uit. Afzet (in procenten) in het buitenland van UPH NV 2012 – 2015
Landen
2012
2013
2014
2015
Luxemburg
25
25
25
30
België
15
20
25
20
Duitsland
60
55
50
50
Totaal
100
100
100
100 Bron: Jaarverslag NV UPH
c. De grafiek ziet er als volgt uit.
Afzet (in procenten) in het buitenland van UPH 2012-2015 afzet in % 100 80
Luxemburg
60
Belgie..
40
Duitsland
20 0
2012
2013
2014
2015
tijd
bron: Jaarverslag NV UPH
1 27
STATISTIEK
..........................................................................................................................................................................
1
Ga na of aan alle eisen van een grafiek is voldaan!
..........................................................................................................................................................................
De bijzondere kenmerken van een relatief staafdiagram zijn: • In een relatief staafdiagram zijn alle staven even hoog. • In een relatief staafdiagram kleur of arceer je de delen verschillend. • In een relatief staafdiagram gaat het om de samenstelling van het verschijnsel. • In een relatief staafdiagram gaat het niet om de omvang van het verschijnsel.
1.3.4 lijndiagram
Een lijndiagram
In een lijndiagram kun je de ontwikkeling van bepaalde gegevens goed weergeven, bijvoorbeeld het verloop van de omzet gedurende een aantal opeenvolgende jaren (zie voorbeeld 6). De volgende punten zijn bij het maken van een lijndiagram belangrijk: • Op de horizontale as staan de jaren, kwartalen, maanden, enzovoort (onafhankelijke variabelen). • Op de verticale as staan de verschijnselen (afhankelijke variabelen). • De gegevens geef je weer met punten. • De punten verbind je met elkaar door rechte lijnen.
1
Voorbeeld 6 Gegeven Kwartaalcijfers omzet (C € 1.000) van ABS Europe 2013 – 2015
Kwartaal
2013
2014
2015
1
135
140
145
2
180
190
200
3
150
165
170
4
120
125
130
Totaal
585
620
645 Bron: Jaarverslag ABS Europe
Gevraagd a. Stel een lijndiagram samen. scheurlijn b. Stel een lijndiagram samen met een scheurlijn.
1 28
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
Uitwerking a. Je zet de volgende stappen: • Op de horizontale as zet je de kwartalen. • Plaats streepjes voor de kwartalen. Je hebt er twaalf nodig die mooi verdeeld zijn over de as. • Op de verticale as zet je de omzet. • De hoogste omzet is 200. • Boven een streepje op de horizontale as komt een punt ter hoogte van de omzet. • Verbind de punten door rechte lijnen. • Maak een opschrift en bijschriften. De grafiek ziet er dan zo uit.
Kwartaalcijfers omzet ABS Europe 2013-2015 omzet x € 1.000 200
150
100
50
0
1
2 2013
3
4
1
2 2014
3
4
1
2
3
2015
4 tijd
bron: Jaarverslag ABS Europe
1 29
STATISTIEK
b. Als je een scheurlijn gebruikt, komen de lijnen van een grafiek niet helemaal boven in een plaatje, maar ongeveer in het midden te staan. Je scheurt eigenlijk een ongebruikt stuk uit de grafiek. Met een scheurlijn ziet de grafiek er dan zo uit.
Kwartaalcijfers omzet ABS Europe 2013-2015 omzet x € 1.000 200
150
100 0
1
2
3
4
1
2013
2
3
4
1
2
2014
2015
3
4 tijd
bron: Jaarverslag ABS Europe
De bijzondere kenmerken van een lijndiagram zijn: • In een lijndiagram geef je de gegevens weer met punten. • In een lijndiagram verbind je de punten met elkaar door rechte lijnen. • In een lijndiagram mag je een scheurlijn gebruiken.
1.3.5
Een samengesteld lijndiagram
In een lijndiagram kun je ook meerdere verschijnselen weergeven. In de grafiek komen dan verschillende lijnen voor de verschillende verschijnselen. Je gebruikt zo’n samengesteld samengesteld lijndiagram als je de ontwikkeling in de tijd zichtbaar wilt maken en lijndiagram als je de verschillende verschijnselen met elkaar wilt vergelijken.
1
Voorbeeld 7 Gegeven Kwartaalcijfers omzet (C € 1.000) van ABS Europe 2013 – 2015
Kwartaal
2013
2014
2015
1
135
140
145
2
180
190
200
3
150
165
170
4
120
125
130
Totaal
585
620
645 Bron: Jaarverslag ABS Europe
1 30
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
Gevraagd Maak aan de hand van de gegeven tabel een samengesteld lijndiagram. Uitwerking In het lijndiagram plaats je de lijnen voor de omzet van koffie, thee en het totaal. De jaren staan weer op de horizontale as. Je moet de lijnen benoemen.
Omzet van NV TRW van 2012-2015 omzet x € 1.000 400 Totaal 300 Koffie 200
Thee
100
0
2012
2013
2014
2015
tijd
bron: Jaarverslag NV TRW
De bijzondere kenmerken van een samengesteld lijndiagram zijn: • In een samengesteld lijndiagram staan verschillende verschijnselen op de verticale as. • In een samengesteld lijndiagram moet je de lijnen benoemen of een legenda gebruiken.
1
De opdrachten staan op bladzijde XX.
1 31
legenda
STATISTIEK
Begrippenlijst Absoluut getal
Getal zoals je het meet.
Aselect
Eigenschap van een steekproef, waarbij elk element een even grote kans heeft om in de steekproef te komen.
Bron
Vindplaats van gegevens.
Eenheid van meting
Eenheid waarin je waarde toekent aan een verschijnsel.
Element
Kleinste deel van een massa.
Enkelvoudige tabel
Tabel met één ingang.
Enquête
Geheel van samenhangende vragen en antwoordmogelijkheden.
Grafiek
Plaatje waarin gegevens duidelijk zichtbaar zijn.
Kwalitatief gegeven
Gegeven dat je moeilijk in getallen kunt uitdrukken.
Kwantitatief gegeven
Gegeven dat je kunt meten in liters, grammen, meters, decibels, enzovoort.
Legenda
Informatie die verklaart welke kleur of arcering een bepaald verschijnsel weergeeft.
Lijndiagram
Grafiek waarin je de ontwikkeling van bepaalde gegevens met punten en lijnen weergeeft.
Massa
Verzameling elementen die je kunt onderzoeken.
Meervoudige tabel
Tabel met meer dan één ingang.
Populatie
Verzameling elementen die je kunt onderzoeken.
Primaire bron
Zelf verzameld gegeven.
Relatief getal
Getal waarbij je absolute getallen berekent als deel van het totaal.
Relatief staafdiagram
Diagram waarbij de totalen zijn uitgedrukt als deel van 100.
1 32
HOOFDSTUK 1 Statistisch onderzoek
Representatief
Eigenschap van een steekproef, waarbij de steekproef een getrouwe afspiegeling is van de samenstelling van een populatie.
Samengesteld lijndiagram
Grafiek waarin je de ontwikkeling van verschillende verschijnselen in de tijd laat zien.
Samengesteld staafdiagram
Grafiek waarin je meer dan één verschijnsel in de staven verwerkt.
Scheurlijn
Manier om een as in te korten om de grafiek duidelijker te maken.
Secundaire bron
Gegeven dat je gebruikt maar dat door een ander verzameld is.
Staafdiagram
Grafiek waarin de lengte van de staven de grootte van een bepaald verschijnsel weergeeft.
Statistiek
Wetenschap die zich bezighoudt met het verzamelen, ordenen, presenteren en analyseren van gegevens om een beter inzicht te krijgen in massaverschijnselen. Maar ook: een tabel of een grafiek.
Steekproef
Gedeeltelijk onderzoek van de massa.
Tabel
Geordend overzicht van de resultaten van een onderzoek.
1 33
STATISTIEK
Checklist Je kent de begrippen uit de begrippenlijst.
■
Je begrijpt dat de statistiek zich bezighoudt met het verzamelen, ordenen en analyseren van gegevens; dat je een massa kunt onderzoeken naar omvang, structuur of samenhang; dat er eisen zijn gesteld aan tabellen en grafieken; dat je rapporten, tabellen en grafieken moet afstemmen op de lezer; dat je kwantitatieve gegevens uitdrukt in bijvoorbeeld kilo’s, meters, liters; dat kwalitatieve gegevens moeilijk te meten zijn; dat een steekproef voldoende groot, aselect en representatief moet zijn; dat vragen begrijpelijk, niet sturend en maar op één manier uit te leggen zijn; dat er regels zijn voor het gebruik van jaartallen.
■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■
Je kunt het verschil aangeven tussen primaire en secundaire bronnen; het verschil aangeven tussen een steekproef en een volledig onderzoek; het verschil aangeven tussen een enkelvoudige en een meervoudige tabel; het verschil aangeven tussen een kolom en een voorkolom; de verschillende tekens in een tabel herkennen; een tabel opstellen; een grafiek opstellen.
■ ■ ■ ■ ■ ■ ■
Je ziet in de praktijk dat er veel organisaties met statistiek bezig zijn; dat er heel veel verschillende tabellen en grafieken zijn; dat makers van tabellen en grafieken vaak de regels vergeten; dat als er geen bronvermelding is, je ook niet weet of de gegevens betrouwbaar zijn; dat veel organisaties online onderzoeken laten uitvoeren; dat je soms vragen niet kan beantwoorden.
■ ■ ■ ■ ■ ■
Je begrijpt en kunt aan de slag met ‘De uitdaging’ van de Inleiding Van het nieuwe product dat onlangs is geïntroduceerd moet onderzocht worden of de klanten tevreden zijn. Wil je dat met een steekproef onderzoeken? Hierbij volg je de fasen van een statistisch onderzoek. Houd rekening met de grootte van de massa die je onderzoekt, verwerk de gegevens in een meervoudige tabel en geef de uitkomst weer in verschillende grafieken. Uiteraard stel je een uitgebreid verslag samen nadat je de gegevens hebt geanalyseerd.
1 34